CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. Bijlage Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig_compressed (LR)

Gemeenteraad 5 maart 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig17.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

50

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Rivieren, beekdalen en overstromingsvlakten Naast de rivier- en beekdalen van de Dommel, Aa, Dieze en de Maas spelen ook het Zuid-Willemspark en het Kanaalpark een belangrijke rol in het ontwikkelen en verbinden van natte natuur. De natuur is afhankelijk van kwelwater, hoge grondwaterstanden of inundatie.

Zeker op de Naad van Brabant komen unieke planten en dieren voor. Het is belangrijk om te zorgen voor een samenhangende structuur met robuuste verbindingen. Deze structuren zijn de primaire ecologische aders en overstijgen de gemeentegrenzen.

Verbindende groenstructuren buitengebied, zowel voor de Verbindende groenstructuren natuur als voor recreatie. zijn de structuren die het stedelijk gebied doorkruisen en landschappelijke zones onderling met elkaar verbinden. De condities langs deze structuren verschillen per locatie. Zij vervullen tevens een belangrijke functie voor de verbinding van de stad met het

Groene gordels en linten Langs de primaire infrastructuren bevinden zich waardevolle landschappelijke structuren. Het groen langs spoorwegen, snel- en enkele hoofdwegen vormen een verbinding voor mens en dier door de stad en tussen groengebieden. Tegelijkertijd vormt deze infrastructuur ook een barrière aan

weerszijden. De groene gordel langs en rondom de stad wordt gekenmerkt door hoog opgaande begroeiing. Langs hoofdwegen zijn voornamelijk linten van bloemrijke bermen aanwezig die onder andere voor insecten van grote waarde zijn.

51

Zonering van ‘s-Hertogenbosch

DE GRO WIELE EMPEL

MAASPOORT

ENGELEN

R NOORD

MUNTEL / VLIERT

GRAAFSEPOORT

WEST BINNENSTAD

ZUIDOOST

52

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Stedelijke zones Historische Vestingstad Zandwijken Polderwijken Rivierkleiwijken Zanddorpen Zandwinplassen

Landschappelijke zones Open polders Kleinschalige zandlandschappen Rivieren, beekdalen en overstromingsvlakten

OOTE EN

Verbindende groenstructuren Groene gordels en linten NULAND

Aanvullende informatie Historische structuren

ROSMALEN

Zandgrond Natuurgebieden VINKEL

Naad van Brabant Gemeentegrens

53

5. Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig 54

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

55

5. Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig Toelichting De drie hoofdopgaven voor een groen en klimaatbestendig ’s-Hertogenbosch zijn in de gebiedspaspoorten per zone uitgewerkt. De drie hoofdopgaven zijn: 1. Het toepassen van het sponsprincipe; 2. Het ontwikkelen van een robuust netwerk van groenblauwe structuren; 3. Het vergroten van de biodiversiteit. Voor de ambities, knelpunten en oplossingsrichtingen zijn aandachtspunten per zone uitgewerkt. De gebiedspaspoorten kunnen worden gebruikt bij ruimtelijke ontwikkelingen en de uitvoering van projecten. Daarnaast kunnen de gebiedspaspoorten worden gebruikt voor het definiëren van nieuwe projecten en voor de prioritering van projecten. Leeswijzer Elke zone heeft een gebiedspaspoort van zes pagina’s, waarin de opgave aan de hand van meerdere indicatoren en doelen is beschouwd. Huidige staat (pagina 1 en 2) In de eerste twee pagina’s wordt een beschrijving gegeven van de huidige staat van de zone in relatie tot de opgave. De overzichtskaart geeft de ligging van de zone aan. De doorsnede toont een versimpeld, maar karakteristiek beeld van de zone waarbij de belangrijkste kenmerken zijn uitgelicht. Tot slot zijn twee kenmerkende foto’s toegevoegd. Bouwstenen en opgaven (pagina 3 en 4) Pagina drie van het gebiedspaspoort geeft een vertaling van de Bossche Maatlat naar opgaven en ambities voor de betreffende zone.

Oplossingsrichtingen worden op pagina vier gegeven. Enerzijds door een selectie van relevante bouwstenen voor deze zone. Een bouwsteen geeft middels tekst en een pictogram een weergave aan klimaatadaptieve oplossingen. De vijf belangrijkste bouwstenen per zone zijn dikgedrukt; het betreft de sleutelmaatregelen voor die zone. Anderzijds wordt ingegaan op de mogelijkheden voor het verbeteren van de ecologische kwaliteit, waarbij tevens de ambassadeursoorten voor flora en fauna worden genoemd. Kwantificering en ruimtelijk beeld (pagina 5 en 6) De laatste twee pagina’s van het gebiedspaspoort geven een kwantificering van de opgaven en brengt deze ruimtelijk in beeld. Dit deel wordt afgesloten met een toelichting van de belangrijkste opgaven en mogelijke oplossingsrichtingen. Hier volgt een toelichting op de opgaven die bij kwantificering en ruimtelijk beeld te zien zijn: 56

Spindiagram De belangrijkste opgaven per zone worden in het spindiagram weergegeven. De mate waarin het ‘web’ uitbreidt richting een ambitie uit de maatlat geeft aan hoe urgent/groot de opgave in die zone voor die specifieke ambitie is. Sponscapaciteit In het blokje sponscapaciteit worden links een indicatie van het bodemtype en de mate van ophoging benoemd als indicatoren voor de geschiktheid van de bodem voor infiltratie; het percentage gemengd rioolstelsel is een indicatie voor de mogelijkheid om water in het gebied vast te houden (afkoppelen). Rechts wordt de kwantitatieve opgave gegeven voor het voldoen aan het sponsprincipe: • Een benodigde infiltratiecapaciteit van minimaal 10 mm: dat wil zeggen dat alle neerslag tot 10 mm lokaal in de bodem kan worden opgenomen. • Een benodigde bergingscapaciteit van minimaal 70 mm: om schade als gevolg van piekbuien die 1x in de 100 jaar kunnen optreden te voorkomen is een bergingscapaciteit van 70 mm nodig; dit betreft compensatie van de verharding. Aangename groene leefomgeving Op basis van de hittekaart is bepaald welk oppervlakte hittestressgevoelig is.

De stand van zaken ten aanzien van de 3-30-300 regel voor een groene en gezonde leefomgeving is opgenomen: • 3: staat voor drie bomen zichtbaar vanuit iedere woning • 30: staat voor de gewenste 30% beschaduwing van de openbare ruimte • 300: staat voor de gewenste maximale afstand van 300 meter tot een koele groene plek van minimaal een halve hectare, zoals een verkoelend parkje. Ecologische verbindingen en knelpunten Dit geeft een kwalitatieve beschrijving van de ecologische verbindingen en knelpunten. Ruimtestaat De ruimtestaat toont de totale oppervlakte van de zone en vervolgens de percentuele verdeling ervan in private en publieke ruimte, en in verharding, onverhard (groen) en wateroppervlakte. Ondergronds ruimtebeslag Het percentage is een indicatie voor de “drukte in de ondergrond” op basis van de hoeveelheid kabels en Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

leidingen. Dit is een aandachtspunt voor de aanplant van bomen, waarvoor voldoende leefruimte in de bodem van belang is voor een goede standplaats. Groenambitie Hier is in donkergroen het huidige groenpercentage in de openbare ruimte weergegeven; in lichtgroen is de groenambitie van 10 procentpunt meer groen verbeeld. Deze ambitie is van toepassing in de stedelijke zones. Voor de landschappelijke zones is geen groenambitie opgenomen. Tot slot zijn de belangrijkste lagen uit de “conclusiekaarten” van de Bossche Maatlat geprojecteerd op een uitsnede van de betreffende zone. Deze opgaven bij elkaar geven handvatten om bij toekomstige ontwikkelingen invulling te geven aan de opgaven en om specifieke projecten te formuleren. In de kaart zijn hittestresszones, diepte van grondwater (droogte), type rioleringssysteem, knelpunten voor fauna, gewenste donkertezones voor fauna en historische structuren zichtbaar. Waar veel lagen overlappen is het belang groter en kansrijker om de ambities een plek te geven.

57

58

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

5.1

Historische vestingstad

1,0% 1,3 km2 59

5.1

Historische vestingstad

compacte straten met gemengde (vaak oude) riolering

historische, vaak monumentale bebouwing (weinig private tuinen)

Spouwmuren en dakpannen van bestaande bebouwing worden bewoond door diverse vogels en vleermuizen Binnendieze, waterstructuur met harde kades, muurvegetatie en vleermuisverblijven

60

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Algemene omschrijving De historische vestingstad is grotendeels voor 1800 gebouwd op een door de mens opgehoogde natuurlijke zanddonk in het moeras. De rivieren Dommel en Aa stromen hier van oudsher doorheen. Vanwege ruimtegebrek binnen de oude vesting raakten de rivieren steeds verder overkluisd. Deze Binnendieze, met hoge kademuren en gewelven, doorkruist de binnenstad en is zowel populair voor toeristische rondvaarten als waardevol voor vleermuizen. De Zuid-Willemsvaart stroomt ook door de binnenstad en wordt nu ontwikkeld tot het Zuid-Willemspark. Door de verhoogde ligging op zand draineert de ondergrond snel en ligt het grondwater onder normale hydrologische omstandigheden relatief ver beneden maaiveld. De Binnendieze staat in open verbinding met het regionale watersysteem. Bij hoogwatersituaties loopt het peil hier op met het peil van de Dommel en Aa, en kan dan wel twee meter stijgen. Ook het grondwater stijgt mee in deze situaties. Het stadscentrum heeft weinig en gefragmenteerd groen, maar grenst aan de Bossche Broek. Stadsparken zoals het Prins Hendrikpark en het Zuiderpark liggen op loopafstand. Grote (monumentale) bomen zijn te vinden in de Casinotuin, kloostertuin van Mariënburg, Parade, het Noord Brabants Museum en de Vestingwerken. Langs de Zuid-Willemsvaart is sprake van een beeldbepalende bomenrij en groene taluds.

De binnenstad kenmerkt zich door smalle straten en steegjes, afgewisseld met grotere versteende pleinen voor evenementen en markten. Delen zijn autoluw en voetgangersgebied, met kleine postzegelparkjes (Jeroen Boschtuin, Bleekerstraatje). Een nog grotendeels gemengd, oud, maar goed functionerend rioolsysteem is in grote delen van de binnenstad aanwezig.

weinig boomsoorten kunnen tegen de mate van verharding

Een netwerk van smalle straatjes en grote stenige pleinen

De Zuid-Willemsvaart wordt een langgerekt park door de stad

enkele pocketparks als stapstenen voor vogels

veelal verharde buitenruimtes met weinig groen

61

VOORKOMEN WATEROVERLAST

De oude vestingstad watert grotendeels af via de bestaande riolering; delen van de verharding lozen rechtstreeks op het oppervlaktewater. Aanwezige hemelwaterriolering watert meestal af naar de grotere wateren aan de randen van de vestingstad. Er is een aantal onderbemalingsgebiedjes; bij pompuitval kan wateroverlast ontstaan. Er is beperkte ruimte beschikbaar voor lokale grondwaterinfiltratie op

zowel publieke als privé gronden. De ambitie is om de sponswerking te vergroten door verharding te verminderen. Een aandachstpunt hierbij zijn de middeleeuwse kelders in de binnenstad, die zijn gevoelig voor een hoog grondwaterpeil. Ook kan puin in de ondergrond infiltratiemogelijkheden lokaal beperken.

BESCHERMING TEGEN OVERSTROMINGEN

De binnenstad bevindt zich op veilige hoogte, er is geen direct gevaar voor overstromingen. Een aandachtspunt is wel dat bij piekafvoeren van het regionale systeem via de Stadsdommel, Stadsaa en Binnendieze de grondwaterstand in de buurt van deze wateren snel meestijgt in het stedelijk gebied. Dit kan het onderlopen van kelders veroorzaken.

BESTRIJDEN DROOGTE

In de oude binnenstad van ‘s-Hertogenbosch zijn de mogelijkheden voor natuurlijke infiltratie beperkt in verband met de vele verharding en lokaal puin in de ondergrond. Dit heeft een directe impact op het aanvullen van het grondwater, een vitale bron voor de lokale ecosystemen, vooral tijdens droge periodes. Het merendeel van de

neerslag die valt binnen deze zone wordt snel afgevoerd via het rioleringsstelsel en is daardoor niet beschikbaar wanneer het hard nodig is in drogere tijden. De hoge dichtheid van bebouwing vermindert bovendien de mogelijkheid voor water om in privétuinen in de grond te sijpelen, waardoor het probleem nog verder wordt versterkt.

REDUCEREN HITTESTRESS

Door de hoge verhardingsgraad van de binnenstad en de schaarste in verkoelende groene gebieden kan de binnenstad erg opwarmen. Voor bewoners en bezoekers kan dit als onprettig worden ervaren in de zomer en hittestress opleveren. Het toevoegen van meer bomen voor verkoeling en parkjes om te verblijven kan het gebied aantrekkelijker

maken in de zomer. Daarnaast staat in de binnenstad de waterkwaliteit in de zomer onder druk, door opwarming en door straatvuil, met name bij evenementen, dat afspoelt naar het oppervlaktewater.

VERGROTEN BIODIVERSITEIT

In de historische binnenstad is de opgave te zorgen voor voldoende nest- en verblijfsmogelijkheden. Naast handhaven of realiseren van ‘holle ruimten’ in gebouwen zijn faunamaatregelen als nestkasten gewenst. Het foerageergebied voor vogels in parken kan vergroot worden door kleinschalig vergroenen van particuliere tuintjes, gevels en balkons. Bij de soortkeuze van nieuwe bomen is het

wenselijk om te kiezen voor gebiedseigen soorten dan wel cultiva die nestgelegenheid of nectar bieden. Gebouwen, muren en/of straten dienen als biotoop voor muurplanten versterkt te worden, door uitbreiding van extensief beheer en/of gebruik te maken van specifieke mortel bij nieuwbouw of herontwikkeling. De Binnendieze dient als biotoop verder verbeterd te worden door specifieke faunamaatregelen.

LEVEN MET ‘T GROEN

Voor inwoners en bezoekers van de historische vestingsstad is het van belang om kwalitatief groen te hebben in de binnenstad. Kleine parkjes kunnen voor verkoeling en sociale ontmoetingsplek dienen.

zoals de vesting met haar bolwerken, waterpoorten en de Binnendieze. Ook de beleving van de aangrenzende landschappen kunnen worden versterkt. Hiermee wordt de ecologische waarde gewaarborgd en een historische betekenis gegeven aan het groen.

Bij het ontwikkelen van nieuwe groen of waterelementen kan verbinding gezocht worden met de historische structuren,

62

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Bouwstenen GESCHEIDEN RIOOL SCHADUWROUTES

Porositeit en textuur in verhard oppervlak

Schaduwroutes

Gescheiden riolering

Nestelgelegenheid voor vogels en vleermuizen

Verticale en hangende begroeiing vanaf maaiveld

WATERBERGENDE STRAATFUNDE� RING �GRANULAAT�

Geveltuin

Pocketpark / buurtpark

Boombunker

Waterbergende fundering onder straat / parkeren

REDUCEREN VERHARDING

Groene daken

Waterrobuuste vegetatie

Reduceren verhard oppervlak

Watervasthoudende sponsbodem

Compacte vegetatie, schuilplekken, ruigtes

Kruiden- en bloemrijke vegetatie

REGENTON

Beperken van lichtbronnen

Regenton (zeer lokaal)

Nestelgelegenheid voor insecten

Ecologie en ambassadeursoorten De primaire ambassadeursoorten voor de historische vestingstad zijn gekoppeld aan gebouwen, muren en stenige straten. Het gaat dan om huis- en gierzwaluw, huismus en enkele andere soorten die afhankelijk zijn van ‘holle ruimtes’ zoals dakpannen, spleten en nissen, maar ook nestkasten. De historische vestingstad, en in het bijzonder de Binnendieze, is ook van groot belang voor vleermuizen als laatvlieger, dwerg- en grootoorvleermuis. Het gaat daarbij om donkere, rustige geïsoleerde holtes of kasten als zomeren winterverblijf. Muurplanten moeten groeiplaatsen hebben in straten, overhoekjes, oude muren en profiteren van het gebruik van specifieke mortel. Het (gevel)groen langs wateren, in parkjes en de bomen zijn belangrijk voor algemene soorten of groepen vlinders, vogels en planten. In de parken en grotere binnenplaatsen staan grote bomen. De versnipperde groenstructuren vormen losse stapstenen of verblijfsplekken voor vogels en vleermuizen. Platte daken worden nog nauwelijks benut als groen dak, waardoor bloemrijk grasland of ruigten zich beperken tot randjes in parken en straten.

Gebouwen / muren

Gewone

dwerg-vleermuis & Laatvlieger

Bos / houtwallen

Eik

Struweel / gevelgroen

Zwartkop

Bloemrijk grasland / ruigte

Water / moeras

Knoopkruid

Huismus

Gierzwaluw Tongvaren

Rosse- & watervleermuis

Atalanta

Wilde bijen

Kattenstaart Waterhoen

Vroege glazenmaker

63

Kwantificering van de opgave Totaaloppervlak:

1,3 km2

1.286.834 m2 Huidige verdeling: 55% Privaat

35%

20% +

45% Publiek

Sponscapaciteit indicatie bodemtype binnen deze zone:

Zand meer dan 1,5m opgehoogd:

1.280.000 m2 / 99 % percentage gemengd rioolstelsel:

1.030.000 m2 / 80 %

Aangename groene leefomgeving Aantal m2 van de zone dat hittestressgevoelig is:

221.000 m2 / 17 % 3

veel straten zijn stenig en boomloos, de grote bomen in parkjes steken boven de daken uit

30

Percentage boomkroondekking van de openbare ruimte:

25 %

Benodigd onverhard (fijnmazig groen) oppervlak in m² bij een bui van 10mm uitgaande van een infiltratiecapaciteit van 100mm:

35,5%

129.000 m2 Benodigde bergingscapaciteit in m³ bij bui van 70mm (op basis van huidige verhardingsgraad):

4,5% 5%

6.351.000 m3

Ecologische verbindingen en knelpunten Parken, bomenlanen en de Binnendieze dienen als leefgebied en als verbindende structuur verder verbeterd en versterkt te worden met name gericht op vleermuizen. Verlichting dient geminimaliseerd te worden. Daarnaast zijn extra nest- en verblijfsmogelijkheden in bebouwde omgeving gewenst. Er bestaat geen knelpunt of opgave in de zin van verbindingen vanuit historische stad naar de omgeving.

Ondergronds ruimtebeslag percentage ruimtebeslag:

21-25 % Groenambitie zonebreed groenpercentage publiek domein:

20 %

30 %

300

Percentage dat zich niet binnen een afstand van 300m van een groene koelteplek bevindt:

22 %

64

0%

groenambitie huidig

10%

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Binnenstad-Noord

De Hofstad

Binnenstad-Centrum Binnenstad-Oost

De binnenstad is één van de minst groene delen van de stad. Door de nabijheid van de Bossche Broek, Prins Hendrikpark en Zuiderpark is er voor een groot deel van het gebied wel voldoende groen op korte afstand. De opgave is vooral het reduceren van hittestress en het gebied aantrekkelijker maken door te vergroenen. Met name in het kernwinkelgebied rondom de Markt is weinig schaduw en dit deel kan in de zomer dan ook aanzienlijk heter zijn dan de omgeving. Met name hier zouden meer bomen en postzegelparkjes toegevoegd moeten worden (bv. in het Gasthuiskwartier, de Bloemenkamp en het Loeffplein of op de Markt). In de rest van de Binnenstad kan het plaatsen van extra bomen op strategische plekken de belevingswaarde vergroten. Het nieuwe groen kan daarnaast bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit.

Hittestresszone Grondwater > 2m Grondwater 1.5 - 2m Grondwater 1 - 1.5m Grondwater 0.8 - 1m Gemengde riolering Donkertezone Knelpunten ecologie Historische structuren

65

66

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

5.2

Zandwijken

9,4% 11,1 km2 67

5.2

Zandwijken

hoogbouw geschikt voor gierzwaluwen

smalle en ruimere straten met veelal gemengde riolering

zowel monumentale oudere bebouwing als nieuwe bebouwing (soms met privé tuin)

Groene singels met begeleidend groen veelal verharde buitenruimtes met weinig groen

68

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Algemene omschrijving De stadstypologieën aanwezig in zandwijken verschillen van bedrijventerreinen tot monumentaal 19e -eeuwse bebouwing. Dit zijn fors opgehoogde wijken rondom de binnenstad. Het gaat daarbij om de wijken Zuidoost, Graafse Poort, Muntel, Vliert, en ‘t Zand, de nieuwe stadswijk het Paleiskwartier en bedrijventerrein De Rietvelden. Smalle en bredere straten evenals aanwezigheid van privé-achtertuinen wisselen elkaar af. Oorspronkelijk waren deze wijken moeras. Voor de ophoging van de wijken is zand afgegraven in de nabijheid; dit verklaart dat er in en rondom de zandwijken veel zandwinplassen aanwezig zijn. Doordat de wijken sterk zijn opgehoogd tot ver boven het streefpeil van het stedelijk watersysteem, ligt de gemiddelde grondwaterstand veelal ver beneden het maaiveld. Water infiltreert hier snel in de bodem of stroomt, al dan niet door de bodem, snel af naar het oppervlaktewater. De aanwezige watergangen vangen het overtollig (regen)water (al dan niet uit de aanwezige riool overstorten) op. Meerdere watersystemen wateren af op de Aa door middel van oppervlaktewatergemalen. De riolering in de zandwijken bestaat op veel locaties nog uit gemengde riolering, hoewel er ook al delen zijn afgekoppeld. De zandwijken kennen een groene hoofdstructuur bestaande uit (zandwin)parken, waterstructuren en groen langs brede hoofdontsluitingswegen.

De laanbomen, boomgroepen en bomen in parken zijn waardevol door hun relatieve ouderdom. Naast de zandwinparken zoals IJzeren Vrouw/ Prins Hendrikpark, IJzeren Kind en Oosterplas (zie verder 5.6) geldt dat ook voor het Zuiderpark en Annapark. Vooral in de parken rondom de Aartshertogenlaan, de Graafse Baan en aangrenzende particuliere tuinen met veel oude bomen. In de zandwijken zijn daarnaast nog enkele voor natuur waardevolle parken zoals het Westerpark en het natuurparkje bij de BBS Nieuw Zuid. De bedrijventerrein Rietvelden en de Herven kennen een stenig karakter met relatief weinig groen. In de Herven is er wel een brede groenblauwe structuur aanwezig langs de Balkweg.

De meest recente zandwijk Paleiskwartier - foto: Joep Eijkens

De oudste zandwijk ’t Zand

compacte groengebieden in binnentuinen veelal verharde achtertuinen met weinig groen

statige bomenlanen als ecologische verbinding op hoogte

69

VOORKOMEN WATEROVERLAST

In de zandwijken, waar de bodem poreus is, kan water gemakkelijk in de grond infiltreren. Dit heeft echter als gevolg dat het water ook snel weer wegzakt en niet beschikbaar blijft voor groen in droge perioden. In veel van deze zandwijken wordt nog steeds gebruik gemaakt van een gemengd rioolsysteem, grote delen zijn nog niet

afgekoppeld. Bij hevige buien kan het rioolstelsel de grote hoeveelheden water niet aan, waardoor de kans op riooloverstortren of wateroverlast toeneemt. Door schoon hemelwater af te koppelen van de riolering, en dit lokaal te infiltreren of te bergen, neemt de kans op wateroverlast af.

BESCHERMING TEGEN OVERSTROMINGEN

Ondanks dat de zandwijken zijn opgehoogd kan het waterpeil van het regionale watersysteem fors stijgen. De wijken worden beschermd tegen overstromingen vanuit het regionale watersysteem met de faalkans van 1x per 150 jaar (HoWaBo). Bij overstromingen kunnen delen van wijken en wegen onderlopen. Door de hoogteligging van de wijken zal

de waterdiepte beperkt blijven maar kan er wel sprake zijn van grote financiële schade. Ook kan een overstroming gevolgen hebben voor de veiligheid doordat evacuatieroutes of kwetsbare functies (zoals ziekenhuizen of verzorgingstehuizen) niet meer toegankelijk zijn. Om overstromingen te voorkomen worden in het project HoWaBo 2 maatregelen voorbereid.

BESTRIJDEN DROOGTE

Voor de zandwijken is het belangrijk om in te zetten op water langer vast te kunnen houden en in de bodem te laten infiltreren. Door de sterk waterdoorlatende ondergrond zakt water diep weg waardoor dit in droge perioden niet beschikbaar blijft voor de aanwezige beplanting. Om water beter vast te kunnen houden kan de bodem verbetert worden,

maar er zijn ook technische oplossingen om water vast te houden. In de zandwijken liggen ook veel zandwinplassen, deze wateren zouden een rol kunnen spelen in het bufferen van oppervlaktewater voor droge perioden.

REDUCEREN HITTESTRESS

Op sommige plekken binnen deze typlogie zijn (inmiddels) volwassen boomstructuren aanwezig, deze kunnen als schaduwroute of koelteplek dienen. Wel moeten deze groenstructuren voldoende vocht hebben zodat ze kunnen overleven, ook in droge perioden.

Om hittestress te voorkomen is het belangrijkste om opwarming te voorkomen, daarin speelt schaduw maar ook materialisatie een rol. Zo kan het verminderen van verharding ook een significante rol spelen. Zandwinplassen met aangrenzende groenstructuur kunnen verkoelende plekken zijn, maar in lange perioden van hitte ook juist verwarmen.

VERGROTEN BIODIVERSITEIT

Sommige zandwijken hebben prachtige natuuroevers met rietkragen (Zuid). De kansen voor de wijk Zuid liggen in het (beter) verbinden van de wijk met de natuurgebieden eromheen. Aandachtspunt bij het vergroenen van oudere, krappe wijken is de beperkte ruimte in de ondergrond , waardoor er vaak onvoldoende ruimte is voor een gezonde standplaats voor bomen. Het is gewenst om groenstructuren

met elkaar te verbinden. Er zijn exoten aangetroffen, zoals Japanse duizendknoop, de Reuzenbalsemien en de Reuzenbereklauw; deze verdringen inheemse soorten en verminderen de biodiversiteit.

LEVEN MET ‘T GROEN

Een groene en kwalitatieve leefomgeving zijn belangrijk voor inwoners en bezoekers van een wijk. Hierbij hoort ook een leven zonder ongemak zoals hittestress. Als de woon- en leefomgeving van inwonenden voldoet heeft dat een grote meerwaarde en kan het een stimulans zijn voor bijvoorbeeld onmoeting, spelen en ontspanning.

70

Voor de zandwijken is het belangrijk om kwalitatief groen in de wijk toe te voegen, om hittestress tegen te gaan en een positief effect te hebben op de mentale gezondheid.

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Bouwstenen

Verticale steppingstones

Continuïteit in boomkronen

WATERBERGENDE STRAATFUNDE� RING �GRANULAAT�

Waterrobuuste vegetatie

Waterbergende fundering onder straat / parkeren

Infiltratie- en transportriool

Wadi/ regentuin (openbaar)

SLIM WATERDAK

COLLECTIEVE HEMELWATERPUT SCHADUWROUTES

Slim waterdak / polderdak

Afkoppelen hemelwaterafvoer

Schaduwroutes

Compacte vegetatie, schuilplekken, ruigtes

REDUCEREN VERHARDING

Tijdelijke waterbergende straat

Groene daken

Watervasthoudende sponsbodem

Diversiteit en variatie in vegetatie

Hemelwateropslag

STIMULEREN VAN NATUURLIJKE VENTILATIE

Reduceren verhard oppervlak

Faunapassages, uitstapplekken en blokkades

Stimuleren natuurlijke ventilatie

Ecologisch beheer

Ecologie en ambassadeursoorten In de parken, langs lanen en in tuinen bevinden zich veel oude bomen. Vleermuizen, bosvogels en de eekhoorn zijn ambassadeursoorten voor vestiging en/of migratie. Er ligt in dit opzicht een belangrijke relatie naar de ten oosten van A2 gelegen bos- en natuurgebieden in het ‘Kleinschalig zandlandschap’, de ‘zanddorpen’ als ook de ‘rivierwijken’. Lokaal is de aanleg van ‘boomkroonpaden’ voor met name de eekhoorn gewenst. Het natuurpark bij BBS Nieuw Zuid is interessant voor kwelafhankelijke soorten. De singels, wateren en bermen zijn de verbindende structuren voor planten, insecten en vogels. In de wijk Zuidoost, maar ook bijvoorbeeld het Westerpark (zie 5.10) zijn waardevolle water- en oevervegetaties aanwezig. Deze kunnen verder worden ontwikkeld en uitgebreid naar alle wateren. De bebouwing is interessant voor gebouwbewonende soorten zoals vleermuizen, huismus en gierzwaluw. In het zuidelijk deel van ‘t Zand bevindt zich de laatste kolonie van huiszwaluw. Deze kwetsbare populatie verdient extra aandacht voor behoud en waar mogelijk uitbreiding. Er ligt een belangrijke relatie met de ‘rivier- en beekdalen’ vanuit foerageren en vestiging (onder bruggen en in vestingmuren).

dwerg-vleermuis boeren- & & Laatvlieger gierzwaluw

Gewone

Huis-,

Huismus

Scholekster

Bos / houtwallen

Eik

Rosse- & watervleermuis

Kleine marterachtigen

Eekhoorn

Struweel / gevelgroen

Hazelaar

Zwartkop

Bont zandoogje

Struiksprinkhaan

Knoopkruid

Bruin Bruine zandoogje sprinkhaan

Gebouwen / muren

Bloemrijk grasland / ruigte

Water / moeras

Kattenstaart Waterhoen

Vroege glazenmaker

71

Kwantificering van de opgave Totaaloppervlak:

11,1 km2

11.080.706 m2 Huidige verdeling: 54% Privaat

26%

28%

+

46% Publiek

Sponscapaciteit indicatie bodemtype binnen deze zone:

Zand meer dan 1,5m opgehoogd:

8.640.000 m2 / 78 % percentage gemengd rioolstelsel:

5.900.000 m2 / 53 %

Aangename groene leefomgeving Aantal m2 van de zone dat hittestressgevoelig is:

3.268.000 m2 / 30 % 3

Sommige straten zijn stenig en boomloos.

30

Percentage boomkroondekking van de openbare ruimte:

13 %

30 %

300

Percentage dat zich niet binnen een afstand van 300m van een groene koelteplek bevindt:

32 %

72

0%

Benodigd onverhard (fijnmazig groen) oppervlak in m² bij een bui van 10mm uitgaande van een infiltratiecapaciteit van 100mm:

30%

1.108.000 m2 Benodigde bergingscapaciteit in m³ bij bui van 70mm (op basis van huidige verhardingsgraad):

13% 3%

43.436.000 m3

Ecologische verbindingen en knelpunten De bestaande groenblauwe structuur in de zandwijken vormt een goede basis voor behoud en ontwikkelen biodiversiteit. Aanvullend op de structuren is het wenselijk om een verbindende groenstructuur te ontwikkelen tussen het Prins Hendrikpark richting Rompertpark en Burgemeester Van Zwietenpark. Specifieke knelpunten in boomkroonverbindingen voor o.a. vleermuizen en eekhoorns zijn er bij nummer 27, 31 en 33.

Ondergronds ruimtebeslag percentage ruimtebeslag:

12-25 % Groenambitie zonebreed groenpercentage publiek domein:

38 %

groenambitie

huidig

28%

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

De Rietvelden West

De Herven

Orthen 31

33

De Buitenpepers 27

Veemarktkwartier De Rietvelden Oost

Orthenpoort

Vliert

Graafsebuurt

Muntel

Boschveld

Hintham

Aawijk Hinthamerpoort

Het Zand

Grevelingen

Paleiskwartier

Aa wijk Bazeldonk

Willemspoort Zuid

De Meerendonk

Vughterpoort

In de Spoorzone worden veel nieuwe woningen gebouwd in hoge dichtheid. De aanleg van substantieel groen in de nabijheid (de ‘Buitendieze’) is essentieel voor een fijne leefomgeving. Door het Zuiderpark, de parken rond de zandwinplassen en de nabijheid van de Gement, de Diezemonding en de Heinis is er voldoende groen op korte afstand van de woonomgeving.

Hittestresszone

Op de bedrijventerreinen De Rietvelden en De Herven is weinig groen aanwezig. Hier is veel winst te behalen voor hittestress, wateroverlast en beleving door veel meer groen te realiseren. De vooroorlogse wijken ’t Zand en de Muntel zijn vrij stenig met weinig bomen. Extra bomen in de straten kunnen hier de belevingswaarde van de openbare ruimte vergroten. Delen van de naoorlogse wijken in Oost zijn eveneens stenig met boomloze straten. Hier is voldoende ruimte om wat steviger te vergroenen.

Grondwater 1 - 1.5m

Ter vergroting van de biodiversiteit is naast ecologische beheer in zijn algemeenheid het behoud, uitbreiden en verbinden van parken, lanen, bermen en groenblauwe structuren van belang. Daarnaast is een faunagerichte aanpak rondom gebouwen van belang.

Grondwater > 2m Grondwater 1.5 - 2m

Grondwater 0.8 - 1m Gemengde riolering Donkertezone Knelpunten ecologie Historische structuren

73

74

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

5.3

Polderwijken

1,6% 1,9 km2 75

5.3

Polderwijken

wijken omringd met dijken (polder structuur)

76

ruim opgezette openbare ruimtes met vaak monotoon groen

gebouwbewonende soorten gemengde en gescheiden riolering

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Algemene omschrijving Schutskamp en Kruiskamp zijn de enige polderwijken. Deze lager gelegen wijken zijn niet of beperkt opgehoogd. De grondwaterstand staat dan ook dichter bij maaiveld. Overtollig grond- en oppervlaktewater wordt continue afgevoerd via een netwerk van groenblauwe structuren (singels). Het water wordt vervolgens uitgemalen richting het regionale watersysteem. Door de lage ligging van deze wijken is er, met name aan de zuidwestrand van het gebied, kwel aanwezig. Water dat ook in het aangrenzende Natura 2000-gebied omhoog komt. Het rioolsysteem in de polderwijken bestaat nu nog grotendeels uit gemengde riolering. De beperkte doorstroming in het watersysteem resulteert in waterkwaliteitsproblemen op het moment dat het gemengde riool overstort op het oppervlaktewater, of als het water opwarmt in warme en droge perioden. In de komende jaren zijn hier grootschalige rioolvervangingen voorzien. Hierbij wordt het gemengd riool vervangen door een gescheiden rioolstelsel. Door het schone hemelwater af te koppelen richting het lokale oppervlaktewater ontstaat waterverversing. Dit komt de waterkwaliteit ten goede. In de polderwijken is sprake van brede straten met ruime groenvakken. De openbare ruimte bestaat tussen de flats uit monotoon groen met weinig natuurwaarden.

Het Schutskamp- en Beatrixpark kennen oudere bomen, maar ook relatief veel monotoon groen in de vorm van gras. Enkele smalle parkstroken, zoals de Hudsonlaan, worden intensief gebruikt. De singels lopen door de gehele wijk en zijn breed opgezet met veel ruimte voor natuur. Lokaal is er sprake van waardevolle kwelvegetatie met bijzondere waterplanten. De wijk ligt op de ‘Naad van Brabant’ en ontvangt dus net als de Gement en Moerputten relatief veel grondwater. De groenzone tussen Vlijmenseweg en Hoeflaan is een cultuurhistorisch waardevol landschap met enkele historische terpen. De bebouwingstypologieën aanwezig in de polderwijk zijn grondgebonden woningen met voor- en achtertuin en hoogbouw in de vorm van stempelwijken. De huizen zijn van belang voor gierzwaluw, huismus en vleermuizen.

Rond de hoogbouw in Kruiskamp is vooral monotoon groen aanwezig

In de singels rond de wijk is de meeste natuur aanwezig - bron: Googlemaps

mogelijke ruimte voor kwelvegetatie in grasland langs oevers

veelal verharde achtertuinen Oeverbeplanting langs de singels

77

VOORKOMEN WATEROVERLAST

Het watersysteem in de polderwijken bestaat hoofdzakelijk uit een singelstructuur met diverse peilvakken, die bemalen wordt door een oppervlaktewatergemaal. Overtollig water wordt uitgemalen. Voor het tijdelijk opvangen van hemelwater bij piekbuien is ruimte in het watersysteem nodig. Omdat de polderwijken beperkt zijn opgehoogd is het waterpeil in de wijk sterk afhankelijk van de buffercapaciteit en de

beschikbare gemaalcapaciteit. Ondanks dat de capaciteit van de gemalen erg groot is, kan bij falen wateroverlast ontstaan. In droge perioden is er slechts beperkte doorstroming / verversing in het watersysteem. Neerslag wordt bij voorkeur richting het oppervlaktewater gebracht voor doorstroming.

BESCHERMING TEGEN OVERSTROMINGEN

De polderwijken liggen relatief laag, zeker ten opzichte van de maximale waterstanden in het naastgelegen regionale watersysteem. De polderwijken worden tegen het water beschermd door dijken en hoge gronden.

De kans dat de dijken of hoge gronden rondom de polderwijken bezwijken is klein. Mocht dit onverhoopt toch gebeuren, dan zijn de gevolgen relatief groot ten opzichte van andere wijken, gezien de lage ligging van de wijk en daarmee grote waterschijf na overstroming.

BESTRIJDEN DROOGTE

Om er voor te zorgen dat er voldoende waterverversing in het watersysteem aanwezig is, om waterkwaliteitsproblemen en vissterfte te voorkomen, wordt in droge perioden via een inlaat water vanuit het regionale watersyteem ingelaten, wat vervolgens via het gemaal weer wordt uitgeslagen op het regionale watersysteem. Droogte tegen gaan door water

vast te houden is daarmee slechts beperkt mogelijk, mdat dit ten kopste gaat van de doorstroming.

REDUCEREN HITTESTRESS

Hittestress in de polderwijk komt voor in de buurten met veel versteende achtertuinen. Actief inzetten op vergroening van deze buurten kan bijdragen aan het tegengaan van hittestress. West bestaat voor grote delen ook uit brede straten (stoeptegels) en veel ruimte voor parkeren, bij projecten in de publieke ruimte kan ook worden ingezet op ontharding. VERGROTEN BIODIVERSITEIT

Het behoud en uitbreiden van de grondwaterafhankelijke watervegetaties met krabbenscheer, fonteinkruiden en bijbehorende libellefauna is in de polderwijken kansrijk. Verder leggen we een accent op natuurlijke oevers langs wateren en zetten in op vochtige bloemrijke vegetaties. Het ecologisch beheer wordt uitgebreid voor meer grasvelden en bermen. Het Beatrixpark, Schutskamppark en de groenzone

tussen de Hoeflaan en de Vlijmenseweg bieden kansen voor natuurontwikkeling op schaal.

LEVEN MET ‘T GROEN

In de polderwijken is de ambitie om actief informatie te verstrekken over hoe iedereen persoonlijk kan bijdragen aan de ontwikkeling van een omgeving die meer in harmonie is met de natuur en het klimaat. Bijvoorbeeld inspelen op de stenige achtertuinen aanwezig in het gebied.

78

Ook de routes voor fietsers en voetganger richting de naastgelegen recreatie-landschappen kunnen worden versterkt.

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Bouwstenen VERGROTEN GEMAALCAPACITEIT SCHADUWROUTES

Natuurlijke oever

REDUCEREN VERHARDING

Slimme sturing bemaling

Waterlichamen afkoelen met beplanting

Gelaagde vegetatie

Schaduwroutes

REGENTON

PREFAB BRUG

WATERROBUUST BOUWEN

Reduceren verhard oppervlak

Openmaken van duikers

Waterrobuust bouwen

Regenton (zeer lokaal)

Schaduwrijke bomen

Compacte vegetatie, schuilplekken, ruigtes

Kruiden- en bloemrijke vegetatie

Eco-corridor / gebundeld groen

Nestelgelegenheid voor vogels en vleermuizen

Diversiteit en variatie in vegetatie

Toevoegen van oppervlaktewater met peilopzet

Faunapassages, uitstapplekken en blokkades

Pocketpark / buurtpark

Ecologisch beheer

Ecologie en ambassadeursoorten Er bevinden zich waardevolle grondwaterafhankelijke watervegetatie in een deel van de wateren. Aan deze wateren is een rijke libellenfauna gekoppeld. De parken herbergen lokaal levensgemeenschappen van bos en struweel zoals vogels, vleermuizen en mogelijk lokaal marterachtigen. Het ontbreekt aan bloemrijke vegetaties met dagvlinders en sprinkhanen in de parken, grasvelden en de groenzone tussen Hoeflaan en Vlijmenseweg. Er ligt een belangrijke relatie tussen de polderwijken met de ‘groene gordel’ en de zone ‘rivieren, beekdalen en overstromingsvlakten’. De Moerputten en De Gement, met hoge natuurwaarden, liggen in de directe nabijheid. In de nabije toekomst is er sprake van een samenhangende groenblauwe structuur waar de ‘Buitendieze’ een verbindende schakel in vormt.

Gebouwen / muren

Gewone

dwerg-vleermuis & Laatvlieger

Huismus

Gierzwaluw

Bos / houtwallen

Els

Rosse- & watervleermuis

Kleine marterachtigen

Eekhoorn

Struweel / gevelgroen

Wilg

Zwartkop

Bont zandoogje

Struiksprinkhaan

Bloemrijk grasland / ruigte

Grote pimpernel

Oranjetipje

Grote groene sabelsprinkhaan

Water / moeras

Krabbenscheer

Groene kikker

Glassnijder

79

Kwantificering van de opgave Totaaloppervlak:

1,9 km2

1.947.600 m2 Huidige verdeling: 48% Privaat

22%

26%

52% Publiek

+ Sponscapaciteit indicatie bodemtype binnen deze zone:

Klei meer dan 1,5m opgehoogd:

200.000 m2 / 11 % percentage gemengd rioolstelsel:

1.750.000 m2 / 90 %

Aangename groene leefomgeving Aantal m2 van de zone dat hittestressgevoelig is:

204.000 m2 / 17 % 3

Sommige straten zijn stenig en boomloos

30

Percentage boomkroondekking van de openbare ruimte:

10 %

30 %

300

Percentage dat zich niet binnen een afstand van 300m van een groene koelteplek bevindt:

27 %

80

0%

34,5%

Benodigd onverhard (fijnmazig groen) oppervlak in m² bij een bui van 10mm uitgaande van een infiltratiecapaciteit van 100mm:

195.000 m2 Benodigde bergingscapaciteit in m³ bij bui van 70mm (op basis van huidige verhardingsgraad):

15%

7.703.000 m

3

2,5%

Ecologische verbindingen en knelpunten De bestaande structuur is een goede basis voor behoud en versterken biodiversiteit. Binnen bestaande parken zoals Beatripark en Schutskamppark is er ruimte voor meer biodiversiteit. Er worden geen nieuwe groenstructuren voorgesteld.

Ondergronds ruimtebeslag percentage ruimtebeslag:

12-15 % Groenambitie zonebreed groenpercentage publiek domein:

39 %

groenambitie

huidig

29%

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

De Kruiskamp

De Schutskamp

Deuteren

De opgave voor Schutskamp/Kruiskamp zit vooral in de klimaatmaatregelen tegen wateroverlast, hittestress en het voorkomen van waterkwaliteitsproblemen. Vanwege de lage ligging kan in de wijk zelf beperkt water worden geborgen. Met name in de groene singel rondom de wijk moet hiervoor ruimte worden gevonden. Vanwege de aanwezigheid van kwelwater liggen hier tevens kansen voor het ontwikkelen van waardevolle natuur. Door de groenblauwe waterstructuur is het best een groen stadsdeel, maar in sommige straten is echter te weinig groen aanwezig. Er zijn veel stenige straten zonder bomen (of met kleine, slecht groeiende bomen). Grote groenvoorzieningen Engelermeer en Moerputten zijn nabij, maar slecht bereikbaar vanuit de wijk. Hier ligt een opgave in het verbeteren van de verbindingen. Als onderdeel van de Buitendieze zou het sportpark Schutskamp herontwikkeld kunnen worden, met meer ruimte voor waterberging en natuurontwikkeling. Ook in het Beatrixpark is ruimte voor meer natuur.

Hittestresszone Grondwater > 2m Grondwater 1.5 - 2m Grondwater 1 - 1.5m Grondwater 0.8 - 1m Gemengde riolering Donkertezone Knelpunten ecologie Historische structuren

81

82

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

5.4

Rivierkleiwijken

11,4% 13,5 km2 83

5.4

Rivierkleiwijken

gemengde én gescheiden rioolsystemen

singels en bomenlanen vormen de groenblauwe aders in de wijk zandophoging op kleigronden

84

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Algemene omschrijving De rivierkleiwijken (Noord/Maaspoort, Engelen/ Haverleij, Empel en Groote Wielen) liggen in voormalige Maasuiterwaarden. De ondergrond bestaat voornamelijk uit slechtdoorlatende rivierklei. De wijken zijn opgehoogd met goed doorlatend zand uit de zandwinplassen, in mindere mate dan de ophoging in de zandwijken. Dit zorgt ervoor dat water minder snel en minder diep kan infiltreren dan in de zandwijken. De wijken staan onder invloed van de Maaswaterstand. Bij een lage of normale Maaspeil werkt dit drainerend; dan wordt water ingelaten om het watersysteem te doorspoelen en op streefpeil te houden. Bij een hoog Maaspeil is sprake van een vernattende werking; dan wordt extra (grond-)water uit de wijken afgevoerd.

Maaspoort is ontworpen rondom zandwinplas Noorderplas - foto: Mark Bolsius

Er is afwisselend een gemengd of gescheiden riolering aanwezig in de rivierkleiwijken, afhankelijk van de periode van wijkaanleg. In nieuwere wijken is er veel ruimte aanwezig voor water. In De Groote Wielen is er een geïsoleerd watersysteem aanwezig, de “Watermachine”: het riool is gescheiden aangelegd en het (afstromend) hemel- en oppervlaktewater wordt lokaal gezuiverd in een helofytenfilter. In de rivierkleiwijken zijn zandwinplassen ontwikkeld tot stadspark (Noorderplas, Ploossche plas, Groote Wielenplas) of recreatieve voorziening (Engelermeer, Rosmalense Plas). Door de ligging aan de rand van de stad is het buitengebied voor (grote delen van) de rivierkleiwijken nabij. De wijken hebben veelal brede straten met ruimte voor groenvoorziening. De aanwezige singels en bomenlanen in de rivierkleiwijken vormen de groenblauwe aders in de wijk en verbinden de wijk met de aangrenzende natuurgebieden. De voor- en achtertuinen van de woningen zijn veelal verhard. De woningen zijn vooral grondgebonden woningen. Deze staan in bloemkoolwijken of in compacte suburbane setting.

De aanwezigheid van water bepaalt de belevingswaarde van de Groote Wielen - bron: denboschcity.com

relatief nieuwere bebouwing voorzien van nestplekken voor gebouwbewonende soorten

zowel buurten met groene tuinen als buurt met veelal verharde achtertuinen

85

VOORKOMEN WATEROVERLAST

Rivierkleiwijken hebben en netwerk van watergangen en een gereguleerd watersysteem. Versteende tuinen beperken de mogelijkheid om te infiltreren waardoor water kan afstromen naar lage delen in de straat of buurt en daar lokaal wateroverlast kan veroorzaken. Afstromend water wordt veelal afgevoerd naar oppervlaktewater en vertraagd

afgevoerd naar de omliggende (polder-)watersystemen. Dit water is dan niet meer beschikbaar in perioden van droogte. Onder normale omstandigheden en in droge perioden wordt water omhoog gepompt (Groote Wielen) of vindt inlaat van water plaats om watergangen op peil te houden.

BESCHERMING TEGEN OVERSTROMINGEN

Grote delen van de rivierkleiwijken liggen enkele meters beneden de maximale waterstanden van het regionale watersysteem of de Maas. Bij het falen van de Maasdijk in het dijkvak nabij ‘s-Hertogenbosch (faalkans zeer klein, na aanstaande dijkverbetering eens per 3000 jaar) is er kans op slachtoffers groot en is de schade enorm.

BESTRIJDEN DROOGTE

Grote delen van de wijken wateren af middels een gemengd of gescheiden riolering, welke lozen richting de waterzuivering of naar oppervlaktewater. Dit hemelwater is niet meer beschikbaar voor infiltratie in de bodem. Door water af te koppelen naar groenzones kan droogte worden tegengegaan.

In droge perioden staan grote delen van de rivierkleiwijken onder invloed van de drainerende werking van de Maas. Het vasthouden van oppervlaktewater is hiermee vrijwel onmogelijk. Sterker nog, in de meeste watersystemen moet water worden ingelaten vanuit het regionale watersysteem om het peil te reguleren en droogval te voorkomen.

REDUCEREN HITTESTRESS

Singels en bomenlanen vormen groenblauwnetwerk in de wijk en zorgen voor koele routes. Het is van belang om de kroonprojectie te vergroten zodat meer koele routes een plek kunnen vinden. Versterken van de dooradering en de ‘groene vingers’ die de wijk in komen vanaf de Maasuiterwaarden kan ook hittestress verlichten.

VERGROTEN BIODIVERSITEIT

In de rivierkleiwijken is het wenselijk de bestaande groenblauwe structuren verder te ontwikkelen tot waardevolle natuurlinten, en het ecologisch (begrazings)beheer te versterken. De Heinis is een belangrijk brongebied en neemt een belangrijke plek in binnen de ‘verbindende groenstructuren’. In en rond de Ploossche plas en

Noorderplas is verbetering van de natuur door natuurlijke oevers, extensief beheer en het verbinden met de ‘groene gordel’ van belang.

LEVEN MET ‘T GROEN

Een groene en kwalitatieve leefomgeving zijn belangrijk voor inwoners en bezoekers van een wijk. Hierbij hoort ook een leven zonder ongemak zoals hittestress. Als de woon- en leefomgeving van inwonenden voldoet heeft dat een grote meerwaarde en kan het een stimulans zijn voor bijvoorbeeld ontmoeting, spelen en ontspanning.

86

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Bouwstenen

Natuurlijke oever

Gelaagde vegetatie

PREFAB BRUG

Halfverharding

Openmaken van duikers

Beperken van lichtbronnen

Afkoppelen hemelwaterafvoer

Ecologisch beheer

COLLECTIEVE HEMELWATERPUT

Hemelwateropslag

Toevoegen van oppervlaktewater met peilopzet

Schaduwrijke bomen

Compacte vegetatie, schuilplekken, ruigtes

Kruiden- en bloemrijke vegetatie

Faunapassages, uitstapplekken en blokkades

Pocketpark / buurtpark

Waterlichamen afkoelen met beplanting

REDUCEREN VERHARDING

Eco-corridor / gebundeld groen

Nestelgelegenheid voor vogels en vleermuizen

Diversiteit en variatie in vegetatie

Reduceren verhard oppervlak

Ecologie en ambassadeursoorten In de rivierwijken ligt het accent op biotopen en soorten van schone, matig tot voedselrijke wateren, natuuroevers en struwelen zoals water- en moerasvogels en libellen. Deze zijn veelal gekoppeld aan de groenblauwe structuren. Er ligt een belangrijke relatie tussen de rivierwijken en de zone van ‘rivier- en beekdalen en overstromingsvlakten’ zoals de Maasuiterwaarden, Diezemonding en het Kanaalpark. Daarnaast met de weteringen door de ‘open kleipolders’ en de ‘groene gordel’. In de Maaspoort is het wenselijk de bestaande groenblauwe structuren door de wijk verder te ontwikkelen tot waardevolle natuurlinten. Het extensief beheer van de zogenaamde ‘groene vingers’ bij de Maaspoort wordt voortgezet. Het is wenselijk het groengebied tussen Empel en de Maasdijk op een vergelijkbare manier in te richten en te beheren. Bloemrijke bermen zijn van belang voor dagvlinders en sprinkhanen verbonden aan vochtige biotopen. De parken met bos, struweel en ruigtes zijn voor vleermuizen, bosvogels en marterachtigen belangrijk. In de relatief nog jonge, waterrijke Groote Wielen is verder ontwikkelen van moerassige natuur, natte ruigtes en bloemrijke vegetaties langs bermen en groenstroken gewenst. Daar waar mogelijk is het devies meer ruimte te geven aan wilgen- en elzenstruweel.

Gebouwen / muren

Gewone

dwerg-vleermuis & Laatvlieger

Huismus

Gierzwaluw

Bos / houtwallen

Els

Rosse- & watervleermuis

Kleine marterachtigen

Eekhoorn

Struweel / gevelgroen

Wilg

Zwartkop

Bont zandoogje

Struiksprinkhaan

Bloemrijk grasland / ruigte

Pinksterbloem

Oranjetipje

Grote groene sabelsprinkhaan

Water / moeras

Riet

Kleine karekiet

Groene kikker

Glassnijder

87

Kwantificering van de opgave Totaaloppervlak:

13,5 km2

13.506.363 m2 Huidige verdeling: 43% Privaat

16%

27%

57% Publiek

+

25%

Sponscapaciteit indicatie bodemtype binnen deze zone:

Rivierklei en zand meer dan 1,5m opgehoogd:

1.440.000 m2 / 11 % percentage gemengd rioolstelsel:

5.100.000 m2 / 38 %

Aangename groene leefomgeving Aantal m2 van de zone dat hittestressgevoelig is:

1.342.000 m2 / 10 % 3

Groene wijken; een beperkt aantal straten is stenig en boomloos

30

Percentage boomkroondekking van de openbare ruimte:

14 %

30 %

Benodigd onverhard (fijnmazig groen) oppervlak in m² bij een bui van 10mm uitgaande van een infiltratiecapaciteit van 100mm:

135.000 m2

26%

Benodigde bergingscapaciteit in m³ bij bui van 70mm (op basis van huidige verhardingsgraad):

38.763.000 m3

6%

Ecologische verbindingen en knelpunten De bestaande samenhagende groenblauwe structuur is een goede basis voor het versterken van de biodiversiteit. Extra aandacht gaat uit naar de verbinding Prins Hendrikpark naar het Burgemeester van Zwietenpark. De belangrijkste knelpunten zijn er rond groenstructuren die gescheiden worden door snelwegen. Dat levert voor zoogdieren ecologische knelpunten op bij 6, 23, en 26.

Ondergronds ruimtebeslag percentage ruimtebeslag:

0-20 % Groenambitie zonebreed groenpercentage publiek domein:

56 % groenambitie

300

Percentage dat zich niet binnen een afstand van 300m van een groene koelteplek bevindt:

25 %

88

huidig

46%

0%

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

26

De Groote Wielen De Lanen

Maasoever

23

Maasakker

Broekland

Empel Maaspoort

De Haverleij

De Hoven

Lokeren

Bedrijventerrein

6 De Donk

Engelen

De Donk Bedrijventerrein

De Reit

Noord

De Haren

De Slagen

Komende jaren wordt de Maasdijk verbeterd. De dijk wordt op veel plekken hoger en breder. Het beschermingsniveau tegen overstromingen gaat omhoog, naar een faalkans van eens per 3000 jaar. De dijkverbetering biedt kansen voor versterken van natuurlijke verbindingen.

Hittestresszone Grondwater > 2m Grondwater 1.5 - 2m

In de rivierkleiwijken is in de stedenbouwkundige opzet al veel ruimte opgenomen voor water en groen. Door de lage dichtheid, met grote tuinen, dragen ook de privétuinen bij aan de beleving van een groene woonomgeving. Behalve op het bedrijventerrein Maaspoort is er nauwelijks gebrek aan groen. Extra aandacht is wel gewenst voor de buurten ten zuiden van de A59. Hier zijn wel straten te vinden met weinig groen en bomen. De Diezemonding en het Kanaalpark zijn belangrijke grote groengebieden tussen de rivierkleiwijken. De bereikbaarheid hiervan is echter matig, vanwege de insluiting hiervan door infrastructuur. De toegankelijkheid kan zeker verbeterd worden.

Grondwater 1 - 1.5m Grondwater 0.8 - 1m Gemengde riolering Donkertezone Knelpunten ecologie Historische structuren

89

90

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

5.5

Zanddorpen

6,2% 7,4 km2 91

5.5

Zanddorpen

veel verharding aangesloten op gemengde riolering

versteende dorpspleinen

uitzicht op agrarische velden

92

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Algemene omschrijving De zanddorpen Rosmalen, Nuland en Vinkel liggen in het oostelijk deel van de gemeente. Het zijn woonkernen op de hogere zandgronden. De grondwaterstanden liggen laag ten opzichte van maaiveld en er zijn weinig tot geen watergangen aanwezig. Op veel plekken is nog gemengde riolering aanwezig. Door de zandige ondergrond heeft de aanwezige riolering een lange levensduur. De kernen liggen binnen de zone van ‘kleinschalig landschap’ Binnen de woonkernen zijn er niet veel grote groenvoorzieningen aanwezig. Langs de veelal historische wegenpatronen is er sprake van oude loofbomen, die een restant of afspiegeling zijn van het oorspronkelijke zandlandschap eromheen. In sommige wijken zoals Maliskamp, Sprokkelbosch en Molenhoek is er sprake van een bosrijk tot parkachtig karakter. Langs het spoor is er door vrijwel geheel Rosmalen een langgerekt groenstrook aanwezig.

De Driesprong in het hart van Rosmalen - bron: Hoedemakers.nu

In de zanddorpen zijn vooral grondgebonden woningen te vinden, met voor- en achtertuin. Waar Nuland en Vinkel nog vooral een dorps karakter hebben met een sterke relatie met het landelijk gebied, bestaan grote delen van Rosmalen uit naoorlogse suburbane woonwijken. Suburbaan/landelijk wonen in Nuland - bron: Googlemaps

groene straten en lanen

veelal versteende achtertuinen

93

VOORKOMEN WATEROVERLAST

In de zanddorpen is er relatief weinig water omdat water makkelijk infiltreert in bodem. Bij veel verharding is dit beperkt mogelijk en dus bestaat er grotere kans op wateroverlast. Opgave voor deze gebieden is water oppervlakkig afkoppelen van verharding en naar groenzones brengen (of naar randen).

In Rosmalen zijn enkele buurten aanwezig waar bij hevige neerslag wateroverlast optreedt (water op straat). De hoeveelheid op het riool afwaterende verharding in deze buurten, zowel publiek als privaat, is hoger dan waarop het rioolstelsel in het verleden is ontworpen. Dit betreft de buurten Aaborg, Overlaet, Heirust en Molenhoek.

BESCHERMING TEGEN OVERSTROMINGEN

De zanddorpen liggen hoog en ver van de overstromingsgevoelige gebieden. Ten zuiden van Maliskamp ligt wel een Reserveringsgebied Waterberging.

financieel, risico. Wijken liggen relatief hoog ten opzichte van rivierkleiwijken.

De risico’s waterveiligheid vanuit regionale watersysteem zijn beperkt. Bij falen Maasdijk is er wel een, met name

BESTRIJDEN DROOGTE

Door de relatief lage grondwaterstand en weinig oppervlaktewater is de kans op droogte in droge zomers groot. Vergroten van de infiltratiecapaciteit is nodig om droogte tegen te gaan; met name door het afkoppelen van riolering.

Water infiltreert veelal makkelijk in de bodem, maar zakt ook ver uit. Water blijft slechts beperkt beschikbaar voor groen. Door bodemverbetering kan water beter vastgehouden worden in een sponsbodem.

REDUCEREN HITTESTRESS

Veel openbare ruimte in de zanddorpen, zoals dorpspleinen of rondom kerken, zijn erg verhard. Deze verblijfruimten warmen erg op tijdens warme perioden. Singels en bomenlanen vormen groenblauwnetwerk in de wijk en zorgen voor koelere routes. Het is van belang om ook in deze wijken voor koele plekken met een significant

oppervlakte (0,5 hectare) te zorgen zodat mensen ook zonder hittestress in de buitenruimte kunnen verblijven. Het verminderen van verharding is daarvoor belangrijk.

VERGROTEN BIODIVERSITEIT

De bos- en bomenrijke zanddorpen zijn voor eekhoorn, vleermuizen en bosvogels van groot belang gezien de leeftijd van de bomen, aanwezige holtes en het aanbod van insecten. Behoud en versterken van deze boomstructuur is dus cruciaal. De voedselarme, bermen zijn van belang voor dagvlinders en sprinkhanen. Verder is de wens om

groenzone rondom het spoor In Rosmalen te ontwikkelen als een samenhangende, gevarieerde groenstructuur met een belangrijke verbindende functie naar de zone ‘kleinschalig landschap’.

LEVEN MET ‘T GROEN

Inwoners van de zanddorpen hebben over het algemeen een erg groene tuin en omgeving. Maar de openbare ruimte is veelal nog erg verhard. Kleine parkjes, waterpleinen, mooie waterkanten in de woonomgeving kunnen een stimulans zijn voor ontmoeting, voor spelen en ontspanning en aan de mentale gezondheid. Voor de zanddorpen kan hierop

94

worden ingezet.

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Bouwstenen

Afkoppelen hemelwaterafvoer

Gelaagde vegetatie

Waterrobuuste vegetatie

Wadi/ regentuin (openbaar)

REGENTON

Pocketpark / buurtpark

Kruiden- en bloemrijke vegetatie

Halfverharding

Watervasthoudende sponsbodem

GROENE ERFAFSCHEIDING

Regenton (zeer lokaal)

Ecologisch waardevolle erfscheiding

Compacte vegetatie, schuilplekken, ruigtes

Faunapassages, uitstapplekken en blokkades

Ecologisch beheer

Continuïteit in boomkronen

REDUCEREN VERHARDING REGENTUIN

Nestelgelegenheid voor vogels en vleermuizen

Regentuin (privaat)

Diversiteit en variatie in vegetatie

Reduceren verhard oppervlak

Ecologie en ambassadeursoorten De vele bomen in de zanddorpen vormen de belangrijkste ecologische drager in deze zone. Vleermuizen en vele vogels gebruiken deze structuren om zich te verplaatsen van en naar de grotere groengebieden. Heestervegetaties zijn te vinden in voor- en achtertuinen, maar zijn vaak niet afgestemd op het benodigde voedselaanbod van vogels, kleine zoogdieren en insecten. Bovendien liggen de zanddorpen op het zand en vraagt dit een goede afstemming van de vegetatie op deze ondergrond waar water snel buiten bereik raakt. Door meer gelaagdheid in de vegetatie aan te brengen worden ook andere diersoorten aangesproken. De struweellaag en de graslanden kunnen zo een aanvulling zijn op de reeds aanwezige boomkroonstructuren.

Gebouwen / muren

Gewone

dwerg-vleermuis & Laatvlieger

Huismus

Gierzwaluw Scholekster

Bos / houtwallen

Eik

Rosse- & watervleermuis

Kleine marterachtigen

Eekhoorn

Struweel / gevelgroen

Hazelaar

Zwartkop

Bont zandoogje

Struiksprinkhaan

Knoopkruid

Bruin Bruine zandoogje sprinkhaan

Bloemrijk grasland / ruigte

Water / moeras

Riet

Kleine karekiet

Groene kikker

Glassnijder

95

Kwantificering van de opgave Totaaloppervlak:

7,4 km2

7.386.300 m2 Huidige verdeling: 59% Privaat

18%

41%

+ Sponscapaciteit indicatie bodemtype binnen deze zone:

Zand meer dan 1,5m opgehoogd:

n.v.t. percentage gemengd rioolstelsel:

5.690.000 m2 / 77 %

Aangename groene leefomgeving Aantal m2 van de zone dat hittestressgevoelig is:

1.664.000 m2 / 23 % 3

Groene wijken; met name in de nieuwere woonwijken is het aantal bomen beperkt.

30

Percentage boomkroondekking van de openbare ruimte:

28 %

Percentage dat zich niet binnen een afstand van 300m van een groene koelteplek bevindt:

96

Benodigd onverhard (fijnmazig groen) oppervlak in m² bij een bui van 10mm uitgaande van een infiltratiecapaciteit van 100mm:

20%

739.000 m2 Benodigde bergingscapaciteit in m³ bij bui van 70mm (op basis van huidige verhardingsgraad):

20%

19.648.000 m

3

1%

Ecologische verbindingen en knelpunten In deze zone worden geen faunaverbindingen voorzien. Wél spelen de zanddorpen en belangrijke rol in boomkroonverbindingen. In de straten met reeds aanwezige boomkroonstructuren verdient het voorzien van donkere corridors de aandacht.

Ondergronds ruimtebeslag percentage ruimtebeslag:

16-20 % Groenambitie zonebreed groenpercentage publiek domein:

59 % groenambitie

30 %

300

41 %

41% Publiek

0%

huidig

49%

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

Geffen Groote Wielen

Heeseind

Kruisstraat

Bedrijventerrein

Nuland

Rosmalen Sparrenburg

Molenhoek Maliskamp

Vakantiepark

In de zanddorpen is de groenblauwe opgave beperkt. Vooral droogte is hier een knelpunt. Water zal vastgehouden moeten worden in de beperkte ruimte in de openbare ruimte. Ook zal maximaal ingezet moeten worden op ontharding van het privaat domein.

Vinkel

Hittestresszone Grondwater > 2m Grondwater 1.5 - 2m

Er is in de zanddorpen door de lage dichtheid en grote tuinen veel ruimte voor groen. De privétuinen dragen bij aan de beleving van een groene woonomgeving. In sommige buurten in Rosmalen en Nuland is het aandeel groen in de straat beperkt. Hier kunnen bomen bij geplant worden. De bossen op de zandgronden en het buitengebied zijn voor de meeste bewoners op een steenworp afstand.

Grondwater 1 - 1.5m Grondwater 0.8 - 1m Gemengde riolering m2 Donkertezone huidig

Knelpunten ecologie

groenambitie Historische structuren

97

98

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

5.6

Zandwinplassen

4,8% 5,6 km2 99

5.6

Zandwinplassen

waardevolle bebossing

geringe ecologische kwaliteit langs oevers

100

Gebiedspaspoorten Groen en Klimaatbestendig | ‘s-Hertogenbosch

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13689483/1