1.Bijlage 1 Analyse en doorkijk Beleidsplan Openbare Ruimte 2022-2027
Tekst van het document
Analyse en doorkijk Beleidsplan Beheer Openbare Ruimte 2022 - 2027
1. Inleiding De raad heeft gevraagd om een analyse van de kwaliteit van de openbare ruimte (waaronder paden en wegen, groenonderhoud, speeltoestellen en infrastructurele kunstwerken), met een doorkijk naar de ontwikkeling van de kwaliteit en de vervangingskosten die we komende vijf jaar verwachten. We leggen verschillende scenario’s van het kwaliteitsniveau voor, om een nieuwe afweging van de kwaliteit en de bijbehorende kosten te maken.
In de afgelopen jaren zien we allerlei ontwikkelingen die van invloed zijn op het beheer en onderhoud. Denk aan de gevolgen van de klimaatadaptatie. Maar ook de coronapandemie, waardoor de aandacht van inwoners voor de directe omgeving is toegenomen. Er wordt meer van ons gevraagd en de prijzen staan onder druk. Deze notitie is -conform de vraag in de motie- bedoeld om ‘de stand van zaken’ op te maken, in relatie tot de opgaven die we hebben in het kader van duurzaamheid, klimaatadaptatie en vergroening. Conform de opdracht van de motie geven we een doorkijk naar de middellange termijn. In deze analyse maken we onderscheid tussen dagelijks beheer (exploitatie) en vervangingsopgave (investeringen). In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de ontwikkeling van de assets in de periode 2015-2021. Voordat we ingaan op de huidige stand van zaken (‘foto’ 2021) geven we beknopt de huidige kaders, zoals door de raad vastgesteld in het Beleidsplan Beheer Openbare Ruimte (BBOR).1 In 2016 is het Beleidsplan Beheer Openbare Ruimte vastgesteld. Dit vormt de basis voor het dagelijks beheer en onderhoud en is tevens het kader voor de vervangingsopgaven in de openbare ruimte. Ongeveer tegelijkertijd zijn de beheerplannen voor de verschillende assets opgesteld (2016-2025).
2. Uitgangspunten Beleidsplan Beheer Openbare Ruimte (BBOR) Het beheer van de openbare ruimte is gericht op de doelen van de stad. We dragen bij aan de: Actieve stad (stimuleren bewegen, toegankelijkheid, gebruik recreatieve voorzieningen); Natuurlijke stad (ecologische structuren, biodiversiteit, klimaatopgaven); Cultuurhistorische stad (beheer en onderhoud cultuurhistorische high lights op een hoger niveau); Economische, vitale stad (bereikbaarheid, innovatieve bestekken); Leefbare woonstad (schoon, heel en veilig, participatie van inwoners). Daarmee is gekozen voor een andere scope voor het beheer van de openbare ruimte: de openbare ruimte draagt bij aan maatschappelijke waarden. Het is geen luxe om de openbare ruimte op orde te hebben, maar het is een voorwaarde voor het realiseren van de doelen van de stad. Bij de vaststelling van het BBOR is door de raad reeds geconstateerd dat de bestaande middelen niet toereikend zijn om te voldoen aan de vervangingsopgave gebaseerd op economische levensduur assets. Daarom zijn de volgende keuzes gemaakt: 40 procent van de vervangingsopgaven doorschuiven tot na 2025; Geleidelijk verhogen van het investeringsbudget naar 3,1 miljoen extra; Vroegtijdig zoeken naar aanvullende financieringsmogelijkheden;
Bijlage_1__Beleidsplan_Beheer_Openbare_Ruimte_2016-2025_dd__14_september_2016 (raadsinformatie.nl) 1
We prioriteren de vervangingsopgaven risico gestuurd. De criteria veiligheid, kapitaalvernietiging en imagoschade zijn leidend voor de keuzes die we maken. Ook het niet meer automatisch vervangen is een uitgangspunt.
3. Ontwikkelingen 2016-2021 We hebben in de uitvoering van BBOR forse stappen gezet in het bijdragen aan de ambities en doelen van de stad. Jaarlijks wordt 97 tot 103 procent van het totale onderhoudsbudget besteed. Dat geeft aan dat we goed grip hebben op de exploitatiebegroting. De laatste jaren merken we echter dat de ambitie om de openbare ruimte op het gewenste kwaliteitsniveau te houden, sterk onder druk is komen te staan. Hiervoor zijn de volgende ontwikkelingen als oorzaken aan te wijzen: Aansluiten bij veranderende functies en ambities De benodigde beheerbudgetten zijn opgesteld voor het behoud van de huidige functionaliteit en kwaliteit van de kapitaalgoederen. Met de vervangingsopgave proberen we aan te sluiten bij veranderende functies en/of ambities. Beheerbudgetten worden alleen bij areaaluitbreiding en vervanging aangepast om te voldoen aan de door de raad bijgestelde ambities en opgaven (ecologisch beheer, biodiversiteit, klimaatadaptatie). Beheerbudgetten voor het verouderde areaal groen, bomen en water zijn echter niet verhoogd. Daardoor komen de in het BBOR vastgestelde beeldkwaliteit en de te behalen ambities onder druk te staan; Prijsontwikkelingen in de markt Op de budgetten voor beheer en onderhoud wordt jaarlijks de door de raad vastgestelde indexering toegepast (gem. 1,5 procent). De prijsontwikkelingen in de markt bedroegen in de afgelopen jaren ca.
2025 procent, waardoor we voor meer geld minder konden doen. Autonome ontwikkelingen De invloeden van o.a. klimaat (droogte, wateroverlast) en plaagsoorten (eikenprocessierups, Canadese ganzen) vragen om extra inzet. Hiervoor zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld. Weersextremen: de droogte van de afgelopen zomers, maar ook de toename van hevige regenval, stormen etc. zorgen voor meer schades aan de openbare ruimte en hogere kosten voor dagelijks onderhoud (zoals extra watergeven bij droogte); Eikenprocessierups: het beheersen van de overlast vraagt veel extra inzet Overlast Canadese ganzen vraagt een ander beheer (verruwing begroeiing taluds). Variatie in leefomgeving Sobere inrichting groen wordt door bewoners als ‘schraal en saai’ ervaren. We merken dat onder meer als gevolg van de Coronacrisis inwoners meer oog hebben voor hun directe omgeving. Ook waar het gaat om beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De scores van het klanttevredenheidsonderzoek 2021 liggen over de hele linie wat lager dan in 2019. Inwoners willen meer variatie in hun omgeving. Participatief werken We betrekken bewoners aan de voorkant actiever en intensiever bij plannen in hun wijk of omgeving (participatie in vitaliseringsprojecten, vergroening, extra bomen in wijken, etc.). Deze aanpak beoogt een hogere betrokkenheid van inwoners bij hun omgeving en leidt tot goede scores op tevredenheid.
Echter vraagt deze manier van werken meer doorlooptijd en personele capaciteit. Een hogere betrokkenheid leidt ook tot een toename van meldingsbereidheid. We zien mede daardoor het aantal meldingen openbare ruimte fors stijgen. Toename te vervangen areaal Vertragen van vervangingsopgaven is niet voor alle kapitaalgoederen mogelijk. Speeltoestellen kunnen met kleine reparaties technisch nog in orde zijn, maar mogelijk niet meer voldoen aan de verwachtingen van inwoners of aansluiten bij de leeftijdsopbouw in een wijk. Door de inzet van dorps- en wijkbudgetten en budgetten vanuit Sport & Recreatie zijn in de afgelopen jaren nieuwe speeltoestellen geplaatst. Hierdoor neemt het te vervangen areaal aan speeltoestellen toe. Het onderhoud van speeltoestellen wordt wel meegenomen vanuit de areaaluitbreidingen. Deze uitbreidingen passen niet binnen het vervangingsbudget. Onbekendheid bij bewoners Jaarlijks worden vanuit het vitaliseringsbudget afwegingen gemaakt. Daarbij gelden veilig gebruik en het combineren van werkzaamheden (efficiëntie en minder overlast voor inwoners) als belangrijke criteria. Hierdoor worden, zoals ook in BBOR aangegeven, projecten vooruitgeschoven. Dit leidt tot onbegrip bij bewoners die deze criteria niet kennen of niet begrijpen.
4. Conclusies inventarisatie stand van zaken van de kapitaalgoederen Vanuit de inventarisatie van de stand van zaken en de ontwikkelingen van de verschillende kapitaalgoederen trekken we de volgende conclusies: Algemeen Verdere vertraging/vooruitschuiven van de vervangingsopgave betekent dat we in de periode 20302040 een grotere vervangingsgolf verwachten. Nog los van de benodigde budgetten, verwachten we toenemende uitdagingen op het gebied van capaciteit (eigen medewerkers, inhuur, aannemers) en complexiteit. Daarnaast leiden grootschalige uitvoeringsprojecten mogelijk tot langdurige problemen m.b.t. bereikbaarheid van de stad (de stad als bouwput) en daardoor imagoschade. Mogelijk met indirecte gevolgen voor het economisch klimaat (minder bezoekers).
Spelen Vp grond van het (verouderde) beleidsplan Spelen (uit 2002) is de komende jaren de minimale investeringsbehoefte in vervanging €800.000 per jaar. Er is nu al een tekort van €300.000 per jaar waardoor er op termijn niet aan de zorgplicht kan worden voldaan. Daarnaast sluiten de speeltoestellen (op termijn) niet meer aan bij de behoefte van de gebruikers. Bij vervanging van speeltoestellen investeren we in principe maximaal 90% van de vervangingswaarde (vervanging is geen automatisme). Hierdoor neemt het aantal speeltoestellen af. Dat stuit vaak op weerstand bij inwoners. Ook bij gelijkblijvende vervangingsbudgetten zal het areaal op termijn afnemen, doordat toestellen niet meer op hetzelfde niveau vervangen kunnen worden. Om de ambities in het kader van positieve gezondheid (spelen, sporten en bewegen) te realiseren, zijn aanzienlijke investeringen (ca. € 300.000 extra) in speel- en beweegtoestellen in de openbare ruimte nodig. Groen en bomen De duurzaamheidsambitie in het ambitiedocument 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig legt een grote urgentie op het vergroenen van de openbare ruimte. De inrichting van de projecten worden afgestemd op de beschikbare budgetten voor beheer en onderhoud. Alleen al om het huidige areaal vitaal te houden, is een jaarlijkse vervangingsinvestering noodzakelijk die nu niet structureel in de begroting geborgd is.
Dat vertaalt zich in grotere risico’s bij extreem weer, hogere kosten voor snoeien en inboeten van bomen en een lager beeldniveau. Met de aanleg van nieuwe structuren wordt ook de behoefte aan onderhoudsbudget groter.
Wegen De totale vervangingswaarde van wegen en verhardingen bedraagt 604 miljoen euro. Op basis van de afschrijvingstermijn bestaat er tot 2030 een theoretische investeringsbehoefte van gemiddeld 7,7 miljoen euro per jaar (totaal 77 miljoen euro) met de grootste jaarpiek in 2025 waarin nu 25 miljoen euro is geprognotiseerd. Daarna tot 2040 gemiddeld 12 miljoen euro. N.B. De theoretische behoefte is gebaseerd op het jaar van aanleg van de wegen, in relatie tot de vastgestelde afschrijvingstermijnen. De inspecties van eind 2021 laten een verdere kwaliteitsdaling van het wegareaal zien (ca. 12 procent onveilig/discomfort). We dreigen daarmee niet meer te voldoen aan onze zorgplicht. Op basis van de eerstvolgende inspecties moet geprioriteerd worden (veiligheid van de weg, verkeersintensiteiten, werk met werk in het kader van vitalisering, etc.). Zuid-Willemsvaart Na de overdracht van de Zuid-Willemsvaart in januari 2015, komt er groot onderhoud aan voor de vaart en de daarbij behorende kunstwerken. Dit betreft het traject van de Dungense brug tot en met sluis Engelen. Dit budget is niet geborgd in de begroting doordat de raad besloten heeft de afkoopsom van de overdracht anders in te zetten (Maximakanaal), vanuit de verwachting dat groot onderhoud later aan de orde zou zijn. Dit wordt in 2022 verder in beeld gebracht.
5. Verbeterslagen Op basis van de voornoemde ontwikkelingen van afgelopen jaren, zijn een aantal algemene punten geformuleerd waar nog slagen gemaakt kunnen worden: Databeheer beter op orde Niet bij alle kapitaalgoederen is het databeheer volledig op orde: er bestaat een goed inzicht in de staat van onderhoud, maar de ambitie om vanuit actueel, digitaal databeheer meerjaren onderhoudsen uitvoeringsplannen te maken, vergt meer capaciteit. Er ligt nog een uitdaging in het koppelen van de verschillende beheersystemen, waardoor betere integrale afwegingen gemaakt kunnen worden (dit is overigens geen Bosch probleem; overal in den lande worstelt men hiermee). Preventief beheer in relatie tot extremere weersomstandigheden Dit kan verbeterd worden door middel van adequaat databeheer. De ambitie om door middel van innovatieve technieken en sensoring meetgegevens te genereren, staat nog in de kinderschoenen; dat is deels een capaciteitsvraagstuk, waardoor prioritering nodig is. Bij de bomen op de Parade meten we de vochtigheid van de ondergrond, zodat deze ‘slim’ bewaterd kunnen worden.
Betere interne afstemming beheer door verbreding van de opgaven (duurzaamheid, beheerbaarheid, bereikbaarheid, etc.) Door middel van het traject ‘Beheerbewust Ontwerpen, Ontwerpbewust Beheren’ (BOOB) willen we bij ruimtelijke ontwikkelingen en inrichtingsvragen aan de voorkant beter sturen op de beheeropgave, inclusief de bijbehorende budgetten.
6. Ontwikkeling onderhoudsbudgetten van de kapitaalgoederen 2015-2021 Het dagelijks beheer en onderhoud is gericht op het in standhouden van de kapitaalgoederen. Na de eerste aanleg duurt het enige tijd (soms tot wel 80 jaar) voordat een onderdeel van de openbare ruimte vervangen moet worden. In de tussenliggende tijd dient ‘klein’ (dagelijks/periodiek) onderhoud uitgevoerd te worden. Daarnaast kunnen door levensduur verlengende onderhoudsmaatregelen de vervanging worden uitgesteld. Op enig moment zakt het areaal, ondanks het uitgevoerde onderhoud, onder de ondergrens van duurzaam technische instandhouding. Ook kunnen we niet meer voldoen aan nieuwe regelgeving, zoals op het gebied van constructieve veiligheid. Op dat moment is vervanging nodig. Naarmate minder groot onderhoud uitgevoerd kan worden, mag je meer meldingen verwachten en wordt het dagelijks en periodiek onderhoud duurder. Dit komt bijvoorbeeld doordat voegen tussen tegels steeds breder worden, de hoeveelheid onkruid wordt steeds extremer of er vindt minimale vervanging van planten plaats waardoor onderhoud voor groenvakken toeneemt. Er moet dus vaker ingegrepen worden om het areaal op het afgesproken onderhoudsniveau te houden. Verder zal de waardering voor de openbare ruimte sterk afnemen, omdat het steeds vaker rommelig en “sleets” uitziet.
In de onderstaande afbeelding verduidelijken we de relatie tussen de leeftijd van kapitaalgoederen en de onderhoudskosten.
Met andere woorden: de kosten voor het dagelijks onderhoud nemen toe wanneer groot onderhoud achterblijft. Of dat een object eerder vervangen moet worden.
In het onderstaande overzicht geven we de ontwikkelingen in budgetten voor het jaarlijks beheer en onderhoud voor de kapitaalgoederen weer. Bij areaaluitbreiding, als gevolg van nieuwe woon- en werkgebieden, wordt een vast bedrag per eenheid aan het onderhoudsbudget toegevoegd. Daarnaast hebben in de afgelopen jaren ombuigingen plaatsgevonden (zoals op groen, wegen en verhardingen en reiniging). Deze budgetontwikkeling zegt niet alles over het in stand houden van de kwaliteit van de openbare ruimte. Het geeft wel een indicatie. Zo worden bezuinigingen in het groen gerealiseerd door minder maaien (ook uit oogpunt van biodiversiteit) en het minder snoeien van hagen, waardoor het kwaliteitsniveau verlaagd is. Daar zit een ondergrens aan vanuit de zorgplicht, maar ook vanuit de waardering voor de openbare ruimte. Bovendien kan een lager onderhoudsniveau leiden tot de noodzaak om eerder te vervangen; zeker met onderdelen die het einde van de levensduur naderen.
Een uitgebreide toelichting per asset is in bijlage 1. opgenomen. Onderhoudsbudgetten en kosten jaarlijks beheer en onderhoud kapitaalgoederen: 2015 vs. 2022 ASSET
AREAAL 2015
BUDGET 2015
AREAAL 2022
BUDGET 2022
Spelen
2.843 toestellen
3.302 toestellen.
€ 1.052.000 (gem. €318 per toestel)
Groen Bomen
8.440.000 m2 85.000 bomen
€ 866.230 (gem. € 304,00 per toestel) € 7.512.590 (€ 0,89 per m2)
9.339.840 m2
€ 8.855.000 (€ 0,80 per m2)
Openbare verlichting
30565 lichtmasten 33.934 armaturen
€ 5.654.430 (€ 0,64 per m2)
10.932.762 m2 88.326 bomen
€ 1.605.250 (€ 52,51 per lichtmast)
34.611 lichtmasten 36.000 armaturen
€ 1.421.000 (€ 40,49 per lichtmast)
€ 738.680 (€ 9.719,47 per VRI)
101
€ 1.401.309 (€ 3.529,74 per object)
454 objecten
Wegen en verhardingen
Verkeersregel installaties (VRI)
8.812.342 m2
76
Verkeersmeubilair
54.781 stuks
Vaste kunstwerken
397 objecten
Binnendieze en vestingwerken
--
Oevers
383.515 m2 (575.272 m2 Waterschap)
Zuid-Willemsvaart
Baggeren Reiniging Straatmeubilair (afvalbakken, fietsrekken, zitelementen, hekwerken) Riolering
€ 670.990 (12,24 per stuk)
63.586 stuks
€ 263.000
--
€ 756.500
€ 314.000 (€ 0,82 per m2)
61.412 m3 (130.649 m3 waterschap)
€ 200.960 (€ 3,27 per m3)
5.228 stuks 62,6 km hekwerken
17.344.690 m2
746.321 m
390.000 m2 (590.000 m2 Waterschap)
€ 5.931.000 (€ 0,63 per m2)
€ 821.680 (€ 8.128,71 per VRI) € 727.070 (€ 11,43 per stuk)
€ 1.638.912 (€ 3.609,93 per object) € 694.000 € 738.400
€ 310.000 (€ 0,79 per m2)
65.000 m3 (140.000 m3 Waterschap)
€ 378.000 (5,81 per m3)
€ 393.500 (€ 75,27 per stuk)
5383 stuks 86,5 km hekwerken
€ 427.010 (€ 79,32 per stuk)
€ 3.295.800 (€ 4,42 per m)
819.388 m
€ 5.191.750 (€ 0,30 per m2)
20.235.841 m2
€ 5.512.300 (€ 0,27 per m2)
€ 4.655.000 (€ 5,68 per m)
Toelichting op ontwikkeling onderhoudsbudgetten
In de afgelopen jaren hebben bezuinigingen plaatsgevonden, met name op het gebied van groen en reiniging. Bij groen is gekozen voor minder intensief onderhoud (minder vaak hagen knippen). Bij reiniging is gekozen voor het iets minder vaak schoonmaken van de openbare ruimte (zoals het ledigen van afvalbakken). Dat heeft effect op de ambities m.b.t. een schone stad. We hebben tijdens de coronapandemie gemerkt dat inwoners meer oog hebben voor hun directe omgeving. En daar ook hogere eisen aan stellen waar het gaat om schoon, heel en veilig. Daarnaast is intensiever gebruik gemaakt van de openbare ruimte (verblijf in parken, sport en bewegen, etc.); wat leidt tot extra dagelijks onderhoud (met name reiniging). Zoals hierboven aangegeven volgt de door de gemeente gehanteerde indexering de prijsontwikkelingen in de markt niet. Ook onze aangescherpte eisen m.b.t. duurzaamheid (zoals het gebruik van elektrische apparatuur) zijn van invloed op de prijsontwikkeling, omdat aannemers hierin
moeten investeren. Per saldo kunnen we binnen onze exploitatie minder onderhoud plegen. Bij het aangaan van nieuwe contracten met aannemers, worden de budgetten aangepast aan het werkelijke loon- en prijsniveau. Voor groen en bomen is het budget per vierkante meter in 2022 lager dan in 2015. Dit wordt veroorzaakt door ombuigingen waardoor de kwaliteit van de inrichting versoberd is, maar ook door extensiever beheer (stimuleren biodiversiteit). Vanuit dit budget zijn in de afgelopen jaren ook extra werkzaamheden verricht, waarvoor tijdelijke extra middelen beschikbaar zijn gesteld (bestrijding eikenprocessierups, bewatering tijdens droge perioden).
De verlaging van onderhoudsbudgetten bij openbare verlichting wordt in hoofdzaak veroorzaakt door de ‘verledding’ van het areaal. Dit leidt tot lager energieverbruik; bovendien gaan LED-lampen langer mee. De besparing op energie wordt conform eerdere besluitvorming gebruikt om de investeringen te financieren. De verhoging van het onderhoudsbudget voor baggeren wordt veroorzaakt doordat we vanaf 2016 verplicht zijn de stortkosten van de bagger te betalen.
7. Beheerbudgetten en vitaliseringskredieten 7.1 Doorkijk exploitatie beheer en onderhoud
Omdat het dagelijks beheer en onderhoud grotendeels door middel van bestekken is uitbesteed, kunnen we de exploitatiebudgetten nauwkeurig ramen. Jaarlijks wordt tussen de 97 procent en 103 procent van het budget ook daadwerkelijk besteed.
Loon- en prijsstijging aannemers Zoals we in de analyse ook al aangaven loopt de daadwerkelijke loon- en prijsontwikkeling niet in de pas met de gemeentelijke indexering. Tijdens de coronapandemie, maar ook met de huidige onzekere geopolitieke situatie, is het erg onzeker hoe zich dit gaat ontwikkelen, omdat de schaarste aan menskracht en grondstoffen toeneemt. Beide ontwikkelingen leiden nu al tot prijsstijgingen. Extra onderhoud door gevolgen klimaatverandering Daarnaast valt te verwachten dat de onderhoudskosten toenemen als gevolg van de klimaatverandering. Met name groen en bomen hebben te maken met droogte (extra bewateren), extremere stormen (meer attentiebomen, heroverweging intensiteit controles en snoeien i.v.m. veiligheid) en plaagdieren (eikenprocessierups).
Bijdragen aan ambities groen en klimaatbestendig Beleid gestuurde inrichting (ecologische zones, biodiversiteit, versnelde vergroening) is van invloed op de beheer- en onderhoudskosten. Door Beheerbewust Ontwerpen, Ontwerpbewust Beheren (BOOB) worden in voorstellen niet alleen de projectkosten doorberekend, maar ook de beheer- en onderhoudskosten. Hierdoor kunnen betere afwegingen worden gemaakt voor de gewenste kwaliteit en de daarbij behorende financiële consequenties. Er moet nog een uitwerking gemaakt worden van het door de raad vastgestelde ambitiedocument ‘'s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig’. De op te stellen gebiedspaspoorten moeten hun vertaling krijgen in de inrichting van de openbare ruimte, waarbij de beschikbare onderhoudsbudgetten bepalend zijn voor de inrichting van de projecten. Bij het vaststellen van het visiedocument ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig (reg.nr. 10714347) in maart 2021 is als uitgangspunt gekozen dat projecten moeten passen binnen de beschikbare budgetten. Prioritering vindt plaats op basis van de in de meerjarenbegroting 2021 beschikbare budgetten. Voor wat betreft de wateropgaven worden de ambities (en bijbehorende budgetten) bepaald in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP).
Meer onderhoud door uitstellen vervanging Tot slot merken we op dat vertraging in de vervangingsopgave –in combinatie met de hierboven genoemde factoren- op den duur leidt tot hogere onderhoudskosten. We kunnen de levensduur van asfalt enigszins verlengen door het vervangen van de toplaag. Maar door extremer weer (vorst, hitte, droogte), zijn er sneller en vaker reparaties nodig. Dit leidt ook tot meer overlast. Instabiele markt Niet alleen door de coronapandemie, maar ook door de huidige geopolitieke ontwikkelingen is er sprake van een uiterst instabiele markt. Niet alleen waar het gaat om beschikbaarheid van personeel, maar ook door de onzekerheden met betrekking tot de beschikbaarheid van grondstoffen. Gelet op de hierboven aangegeven autonome en beleidsmatige onzekerheden is het op dit moment niet mogelijk om een financiële doorvertaling te maken voor de periode 2023-2026. Uiteraard hopen we dat op langere termijn de prijsontwikkeling stabiliseert, maar vooralsnog kunnen we niet meer dan in de begrotingscyclus uit te gaan van actuele ontwikkelingen.
7.2 Doorkijk ontwikkeling vitaliseringskredieten Kapitaalgoederen t/m 2034
Om een goede doorkijk te maken van de ontwikkeling van de vitaliseringskredieten geven we hieronder een kleine samenvatting van de nota Basis in beeld welke als bijlage is meegezonden bij de vaststelling van het BBOR. In het BBOR is tot en met 2025 de gemiddelde vervangingsbehoefte op basis van de economische afschrijving berekend op gemiddeld € 21,8 miljoen per jaar. Gefaseerd in termijnen zou de investeringsbehoefte op langere termijn het volgende betekenen.
Berekende kosten uit notitie Basis in beeld 14 september 2016
Uit gefaseerd in de verschillende periodes betekent dat: Vervangingsbehoefte
2015-2020
2021-2025
2026-2034
Gemiddeld per jaar
€ 17,7 miljoen
€ 25,6 miljoen
€ 20,1 miljoen
Doordat er voor riolering een apart voorstel vanuit het GRP wordt opgesteld en het vervangingsbudget voor verkeerslichten (VRI’s) een andere dekking kent, laten we deze buiten de verdere behandeling in deze notitie. De vervangingswaarde van alle kapitaalgoederen in de openbare ruimte bedraagt ruim € 1,4 miljard, exclusief riolering en VRI’s (die samen goed zijn voor € 563.000.000; prijspeil 2021). De gemiddelde investeringsopgave voor onze kapitaalgoederen tot 2025 is € 18.493.386 per jaar 2.
De technische levensduur van kapitaalgoederen is -met adequaat onderhoud- echter langer dan de theoretische levensduur. Om die reden heeft de raad besloten om in de periode 2015-2025 in de meerjarenbegrotingen rekening te houden met 60 procent van de vervangingsbehoefte. 40 procent is doorgeschoven naar de periode na 2025 Voor het resterende deel zijn de risico’s te groot om de noodzakelijke vervanging door te schuiven. Daarnaast is kritisch gekeken naar de vervangingsbehoeften op grond van de technische staat van het areaal op basis van een risico afweging. Prioritering vindt plaats op basis van het volgende afwegingskader:
Veiligheid: risico’s op ongevallen en aansprakelijkheidsstellingen; Kapitaalsvernietiging: de mate waarin extra onderhoudskosten te verwachten zijn als gevolg van uitstel; Bereikbaarheid: onverwachte en langdurige hinder als gevolg van te verwachten afsluitingen en omleidingen; Leefbaarheid: hinder en discomfort voor onze inwoners; Imagoschade: maatschappelijke en bestuurlijke onrust.
Op grond van deze afweging is voor de periode t/m 2025 het gemiddelde vervangingsbudget bepaald op € 6,8 miljoen per jaar. In de afgelopen jaren is het structureel tekort in investeringsopgaven geleidelijk ingelopen. In de meerjarenbegroting zijn t/m 2025 de volgende bedragen opgenomen.
X 1 miljoen euro
2022
2023
2024
2025
6.826
7.119
7.510
7.820
De investeringsopgaven voor groot onderhoud Zuid-Willemsvaart laten we hier ook buiten beschouwing. Hiertoe wordt in 2022 een separaat voorstel aan de raad gedaan.
De beperkte vervangingsbudgetten zorgen ook in de komende jaren tot vertraging van de vervangingsopgave. Bij iedere vervangingsvraag onderzoeken we of door middel van tijdelijke levensduur verlengende maatregelen (zoals bijvoorbeeld een nieuwe toplaag over een weg) uitstel mogelijk is. Daarnaast geldt als uitgangspunt dat we bij iedere vervanging ons de vraag stellen of het areaal wel moet worden teruggebracht (zoals bijvoorbeeld de voetgangersbrug in Orthen). Vervangingen worden niet automatisch gedaan aan het einde van de economische levensduur. We temporiseren vervangingen door uit te gaan van de technische levensduur. Echter aan het doorschuiven van vervangingen kleven risico’s. Dat zorgt ervoor dat de ambitie onder druk komt te staan. Bovendien zorgt de klimaatverandering voor weersextremen die voor risico’s zorgen (droogte, stormen, hitte, koude, etc).
2
Op basis van urgentie tot en met 2025. Notitie voorjaarnota 2017, exclusief riolering en VRI
Daarnaast kunnen altijd calamiteiten optreden, waarbij de gevolgen bij verouderde kapitaalgoederen eerder merkbaar zijn. In het kader van constructieve veiligheid heeft de raad voor de jaren 2020 en 2021 al een extra budget van € 1,25 miljoen beschikbaar gesteld voor onderzoek naar de veiligheid van kunstwerken (bruggen, viaducten, kademuren) met een hoog risicoprofiel. Daarnaast is € 7 miljoen voor maatregelen in het kader van constructieve veiligheid beschikbaar gesteld, Een deel daarvan is al besteed (o.a. herstel kade bij De Gruytercomplex).
De Gruyter Fabriek: vervangingsopgave kade
8. Toekomstige opgaven: scenario's De toekomstige opgaven hangen natuurlijk nauw samen met de ambities in het nieuwe bestuursakkoord. Deze zijn primair beleid gestuurd, maar hebben directe gevolgen voor het dagelijks beheer en onderhoud. Maar ook voor de planning van de vervangingsopgave. Van belang is de uitwerking van het ambitiedocument ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig. De gebiedspaspoorten bepalen mede de prioritering in vervanging. Daarbij is het uitgangspunt dat de inrichting wordt afgestemd op de beschikbare onderhoudsbudgetten. Daarnaast heeft de energietransitie en de daaruit voortvloeiende opgaven impact op de (ondergrondse) infrastructuur in de openbare ruimte. Dit is een complicerende factor voor het uitwerken van de opgaven, omdat de proeftuinen aardgasvrije wijken nog in de kinderschoenen staan. Zeker is wel dat dergelijke ontwikkelingen van invloed zijn op de planning van vervangingen in de openbare ruimte. We beperken ons daarom in de scenario’s tot de beheersmatige opgaven.
8.1. Dagelijks beheer en onderhoud Voor het dagelijks beheer en onderhoud werken we -gelet op de huidige onzekerheden m.b.t. prijsontwikkelingen- vier scenario’s uit.
Scenario 0 verdere ombuigingen/bezuinigingen
Het doorvoeren van verdere bezuinigingen op het dagelijks beheer en onderhoud is een politiek bestuurlijke afweging. Daarmee kunnen we bij groen, bomen en verhardingen niet meer voldoen aan de minimale richtlijnen m.b.t. veiligheid en comfort van de CROW. Verwacht mag worden dat dit leidt tot meer meldingen, klachten en aansprakelijkheidstellingen. Deze moeten afgehandeld worden, wat personele capaciteit kost. We verwachten dat een dergelijk scenario per saldo geen besparing oplevert, omdat we extra kosten maken voor administratieve afwikkeling van meldingen en klachten en mogelijk uit te betalen claims, die veroorzaakt worden door een lager onderhoudsniveau. De verlaging van het onderhoudsniveau leidt naar verwachting tot een lagere klanttevredenheid.
Scenario 1 continuering huidig beleid
In dit scenario gaan we uit van het exploitatiebudget per ultimo 2022; inclusief de ombuigingen die in de afgelopen jaren zijn doorgevoerd. Dit scenario betekent het handhaven van de kwaliteitsniveaus, zoals in BBOR zijn vastgesteld (sober in de wijken, hogere beeldkwaliteit in de binnenstad en beeldbepalende locaties). Daarbij zij opgemerkt dat de prijsontwikkeling in de markt niet meer parallel loopt met de jaarlijkse indexering in de begroting. Risico’s: Versleten indruk van de oudere assets (met name groen en verhardingen), waardoor mogelijk lagere inwonerstevredenheid; De toegenomen achteruitgang in kwaliteit kan onvoldoende ondervangen worden door tijdelijke onderhoudsmaatregelen; meer ongemak en onveilige situaties bijvoorbeeld door wortelopdruk; Door autonome prijsontwikkelingen: risico op -tijdelijk- minder werk voor meer geld in lopende contracten; Beheerbudgetten blijven onder druk staan (dit hangt ook samen met de keuze die gemaakt wordt m.b.t. de vervangingsopgave); Op termijn mogelijk minder interessante opdrachtgever voor aannemers omdat elders meer werk te generen valt (minder inschrijvingen op bestekken).
We lopen meer risico’s op aansprakelijkheidstellingen door de achteruitgang van de kwaliteit van wegen en verhardingen (met bijbehorende kosten).
Scenario 2 Aanpassen onderhoudsbudget om op ambitieniveau BBOR terug te komen
Gelet op het intensievere gebruik van de openbare ruimte valt te overwegen om de beheerbudgetten op het ambitieniveau zoals in BBOR is vastgesteld aan te passen. Dat betekent heroverweging van de eerder doorgevoerde bezuinigingen op groen en bomen, wegen en reiniging uit de afgelopen jaren ongedaan gemaakt worden en aanpassing van de budgetten op ontwikkelingen in de markt. Dat vraagt per saldo een verhoging van het budget voor dagelijks beheer en onderhoud met € 775.000. Voordelen: het biedt ruimte om nog beter meldinggericht te werken zonder dat het cyclische beheer onder druk komt te staan; Verhoging beeldkwaliteit en daardoor hogere klanttevredenheid; Nadeel: Gelet op het perspectief in de vastgestelde meerjarenbegroting is hiervoor geen ruimte; betekent andere politiek-bestuurlijke keuzes.
Scenario 3 Structureel verhogen onderhoudsbudget in relatie tot nieuwe opgaven
Scenario 3 Structureel verhogen onderhoudsbudget in relatie tot nieuwe opgaven Vanuit de opgaven in het kader van de klimaatadaptatie (opvang extreme regenval, voorkomen uitdroging ondergrond) is het versnellen van de transitie naar ecologische, soortenrijke groenstructuren wenselijk. Daarmee geven we invulling aan de ambities van het Visiedocument ’sHertogenbosch Groen en Klimaatbestendig (de stad als spons, versterken biodiversiteit, etc.). Deze opgave vraagt een arbeidsintensiever beheer, waarvoor ten opzichte van scenario 2 jaarlijks ca. € 250.000 extra benodigd nodig is.
8.2. Vervangingskredieten
Voor de scenario’s voor de vervangingsopgave hanteren we de investeringsbehoefte die in 2016 ook reeds in het BBOR is vastgesteld. De scenario’s verschillen alleen in de mate van temporisering (vertragen vervanging, huidig tempo aanhouden, versneld inlopen vervangingsachterstand, geleidelijk inlopen vervangingsachterstand). Zoals ook al voorzien was bij de vaststelling van BBOR, blijkt uit de analyse dat we vanaf 2030 een golf aan vervangingsopgaven krijgen, omdat verlenging van de levensduur door grootschalig onderhoud/herstel niet meer verantwoord is. Los van de druk op de investeringsbudgetten, legt dit ook druk op de interne capaciteit (aanbestedingen, projectplanning, -uitvoering en toezicht) en die van de aannemers. Als we vanuit de beheerkant de investeringsbudgetten voor de periode 2022-2025 vergelijken met de vervangingsbehoefte, constateren we dat we de vervangingsachterstand niet inlopen. Door het risicogestuurd prioriteren en levensduur verlengende maatregelen kan dit enigszins ondervangen worden. Maar op termijn kan dit ook betekenen dat afgeschreven kapitaalgoederen niet meer vervangen worden. Uit de inventarisatie van de huidige kwaliteit van assets blijkt dat de knelpunten liggen op het gebied van spelen, groen en bomen en wegen.
Conform de opdracht in de motie van de raad leggen we u vier scenario's voor: Verlaging vervangingskredieten (waardoor lagere kapitaalslasten); Continuering van de huidige werkwijze en beschikbare budgetten; Het optimale scenario: vervanging op basis van theoretische levensduur (economische afschrijving);
Tussenscenario: het geleidelijk inlopen van de theoretische vervangingsachterstand vanaf 2023.
Overigens komen de investeringskredieten niet ten laste van de begroting. Dat geldt wel voor de kapitaalslasten (rente en afschrijving).
Scenario 0 verlaging vervangingskredieten
Het verder verlagen van de vervangingskredieten is een politiek bestuurlijke afweging. Dit scenario betekent het nog verder naar achteren schuiven van vervangingen. (met bijbehorende levensduur verlengende maatregelen). Risico’s: Een nog grotere vervangingsgolf na 2035 (met bijbehorende bereikbaarheidsproblemen, hoge investeringsbehoefte in korte tijd, onzekerheden m.b.t. personele capaciteit in de markt); Toename aansprakelijkheidsstellingen als gevolg van het niet kunnen waarmaken van de zorgplicht (met bijbehorende kosten); Door het verder naar achteren schuiven van vervangingen is groot onderhoud nodig (levensduur verlengende maatregelen), waardoor kapitaalsvernietiging of vermindering areaal (bij niet vervangen) optreedt, daarnaast extra overlast naar de omgeving, risico aantasting bestuurlijk imago). Doordat de beheer- en onderhoudskosten in dit scenario exponentieel toenemen, levert het uitstel van technische vervangingen per saldo nauwelijks financieel voordeel op. Tenzij gekozen wordt voor het niet meer vervangen.
Scenario 1 continuering huidige werkwijze/vervangingsbudgetten
Scenario 1 gaat uit van de huidige werkwijze waarbij we: 40 procent van de vervangingsopgaven door blijven schuiven tot na 2025; Vroegtijdig zoeken naar aanvullende financieringsmogelijkheden; Binnen dit scenario groeit de piek voor de vervangingsopgaven door, omdat we ook toekomstige vervangingsopgaven doorschuiven naar de langere termijn. Daar waar toch ingegrepen moet worden vanuit de zorgplicht, zal budget gezocht moeten worden binnen de reguliere begroting. Dat kan leiden tot het niet halen van gestelde kwaliteit en ambitie op assets of het verwijderen van objecten uit de openbare ruimte om aansprakelijkheid te voorkomen. De piek voor de vervangingsopgave leidt tot een tijdelijke extra verhoging van de noodzaak van investeringsbudget om weer op ambitieniveau te komen. De benodigde inzet om dit te bereiken is vergelijkbaar met scenario 2 of 3, waarbij er grotere risico's ontstaan op aansprakelijkheid, bereikbaarheid, aansluiten bij behoefte gebruikers en imago. Ook kan dit betekenen dat bepaalde voorzieningen niet meer vervangen kunnen worden.
Scenario 2 vervanging op basis van economische levensduur
Scenario 2 is het optimale scenario, maar is een theoretisch scenario. Het gaat uit van het structureel vervangen op basis van economische afschrijving. Daarbij gaan we uit dat de huidige achterstand in korte tijd wordt ingelopen. Dit scenario kent wel meerdere risico's: De begroting wordt in één keer structureel sterk belast Onbekend of gevraagde/benodigde capaciteit komende jaren aanwezig is in de organisatie en/of markt. Gelet op de druk op de arbeidsmarkt vrezen we dat geplande vervangingswerkzaamheden wegens capaciteitsgebrek niet uitgevoerd kunnen worden
Als we op veel plekken tegelijk aan de slag gaan is het op veel fronten een uitdaging om de stad goed bereikbaar te houden.
Scenario 3 Geleidelijk inlopen achterstand vervangingsinvesteringen op basis van
technische levensduur Scenario 3 gaat uit van een geleidelijke inhaalslag in 10 jaar om op het gewenste vervangingsniveau te komen. Zo voldoen we aan de ambities van de stad binnen een stabiele begroting. Ook kunnen we de benodigde capaciteit uitspreiden over de betreffende periode. Uitgaande van het huidige vervangingskrediet betekent dit scenario gemiddeld € 1,3 miljoen extra per jaar tot 2032. Vanaf 2033 € 20,1 miljoen, waarmee de vervangingsopgave op orde is. Jaar Miljoen
2022 6,8
2023 8,1
2024 9,4
2025 10,7
2026 12,0
2027 13,3
2028 14,6
2029 15,9
2030 17,2
2031 18,5
2032 19,8
Door het geleidelijk inlopen van de achterstand nemen de kapitaalslasten jaarlijks toe met € 35.000 tot € 530.000 in 2033. Na deze inhaalslag van 10 jaar is de vervangingsopgave op orde in relatie tot de te behalen ambities.
Beoordeling scenario’s
We hebben scenario 0 (het verlagen van de vervangingskredieten) geschetst om de raad op hoofdlijnen inzicht te geven in de gevolgen voor kapitaalvernietiging, aansprakelijkheid en het bestuurlijk imago. Dit scenario levert door de hoge onderhoudskosten geen besparing op. Het continueren van de huidige werkwijze (scenario 1) betekent het vooruitschuiven van vervangingen. Zoals ook al in BBOR geconstateerd, worden we in de periode na 2030 geconfronteerd met een vervangingsgolf. Nog los van de (vooruitgeschoven) financiële consequenties en de risico’s m.b.t. veiligheid en bereikbaarheid, is het zeer de vraag of de eigen capaciteit en de capaciteit in de markt voldoende is om het werk aan te kunnen. In de tussenliggende periode nemen de risico’s (en daarmee de beheerkosten door tijdelijke maatregelen) toe.
Scenario 2 sluit aan bij de door de raad gehanteerde afschrijvingstermijnen, maar is theoretisch. Als een object is afgeschreven, maar nog voldoet aan de eisen, is vervanging niet aan de orde. Vervangingen zijn beter voorspelbaar en planbaar. Niettemin moet dit scenario vanwege de financiële consequenties als niet haalbaar worden beschouwd. De keuze in BBOR om uit te gaan van de technische levensduur van kapitaalgoederen, gecombineerd met een prioritering op risico’s, is in de afgelopen jaren realistisch gebleken. Het geleidelijk inlopen van de achterstand in vervangingen (scenario 3) is een tussenscenario die voorkomt dat we een piek krijgen in onze vervangingsopgave na 2030.
Conclusie
We hebben conform het verzoek van de motie op hoofdlijnen een tussenstand gegeven van de uitvoering van het Beleidsplan Beheer Openbare ruimte (analyse van de kwaliteit van de openbare ruimte). Van daaruit hebben we een doorkijk gegeven naar de toekomstige opgaven. Zoals in de analyse is aangegeven beperken we ons tot de beheersmatige opgaven, omdat vergroeningsambities en de gevolgen van de energietransitie op dit moment nog onzekerheden met zich meebrengen. Veel hangt ook af van de ambities van de nieuwe raad. Beheerbudget Om het kwaliteitsniveau vanuit BBOR te borgen, geven we de raad mee te overwegen om de beheerbudgetten op orde te brengen (scenario 2). Dit vraagt dit om een structurele verhoging van €775.000. Een extra kwaliteitsslag in het kader van de klimaatadaptatie kan gemaakt worden als de raad kiest voor scenario 3.
Vervangingsopgave We geven de raad in overweging om geleidelijk in te lopen op de vervangingsachterstand (scenario 3). Dit vraagt om een jaarlijkse toevoeging van €1,3 miljoen extra aan het investeringsplan tot en met 2032. Het behoort tot het budgetrecht van de raad om hierin afwegingen te maken. Op grond van de te maken keuzen kunnen we een nadere herijking van het Beleidsplan Beheer Openbare ruimte uitwerken. Dit vraagt echter om meer tijd en capaciteit.
Bijlage 1: Ontwikkelingen per asset 2015-2021
De bijlage bestaat uit een schematisch overzicht per asset. Er wordt een ontwikkeling geschetst voor de onderdelen areaal, budget, kwaliteit, risico’s en knelpunten en tevredenheid. De stand van zaken in 2015 is geüpdate naar de stand van zaken anno nu: 2021. Het betreft een overzicht voor de volgende assets: Spelen; Groen en Bomen; Wegen; Openbare verlichting; Verkeersinstallaties; Verkeersmeubilair; Vaste kunstwerken; Watergerelateerde voorzieningen en objecten; Reiniging; Straatmeubilair; en Riolering. Deze tussenstand zorgt voor een helder beeld van wat er afgelopen jaren is veranderd en kan dienen als input voor de prognoses naar de komende jaren. De vervangingsopgaven in de schema’s zijn gebaseerd op de technische afschrijvingstermijnen zoals door de raad vastgesteld. De afschrijvingstermijnen kunnen door provisorische maatregelen in levensduur verlengd worden, echter zit daar wel een grens aan. De veiligheid staat altijd voorop, evenals juridische risico's met betrekking tot onze zorgplicht. Daarnaast spelen ook duurzaamheid, financiën (kosten maatregelen in relatie tot ‘opbrengst’ verlenging levensduur) en bruikbaarheid van de assets in de afwegingen een rol. Naast de objectieve data is er ook kwalitatieve informatie verzameld om een betere duiding te kunnen geven aan de cijfers.
1. Spelen Areaal Beheerbudget Bezuinigd
2015 2.483 st. € 866.230 0
2021 3.211 st. € 1.020.100
Vervangingsopgave
€ 1.487.929 achterstand
€ 6.183.994 achterstand
Kwaliteit
Toestellen zijn veilig. Vervangen: 11% Verwijderen: 65% Structureel te weinig vervangingsbudget:
Toestellen zijn veilig volgens inspectie WAS. Onderhoudsbudget is toereikend; Structureel te weinig vervangingsbudget; inhaalslag vervangingsopgave kan niet worden gemaakt. speelvoorzieningen voldoen niet altijd meer aan de behoeft en op termijn; Bij niet meer voldoen aan de wettelijke veiligheidseisen (inspectie WAS) worden toestellen verwijderd (areaalvermindering). Ambities spelen en bewegen vragen om meer investeringsruimte.
n.v.t.
Meldingen
271
456 (in 2020)
Tevredenheid
Onderhoud speelvoorzieningen 7,3
Onderhoud voorzieningen jeugd 7,3 (2019); 7,0 (2021) Veiligheid voorzieningen jeugd 7,5 (2019); 7,2 (2021)
+ 185 in 2020 (68,3%) voor speeltoestellen In 2021 daling tevredenheid
Risico’s/knelpunten
Totaal (stijging/daling) + 728 st. (29%) + € 153.870 (18%) € 17.000 (0,3% t.o.v. begroot budget) t/m 2021 + € 4.696.065 (316%) achterstand - € 244.000 (25%)/ jr nodig n.v.t.
Opmerkingen: 1) Areaalstijging van 29% t.o.v. een budgetstijging van 18%, levert de komende jaren vooralsnog geen budgettaire problemen op voor onderhoud;. Areaaltoename heeft op termijn wel effect op de toename van de vervangingsachterstand, omdat de vervangingsbudgetten niet in de pas lopen met de opgave. 2) Door het oprekken van de afschrijvingstermijn van 16 naar 20 jaar wordt vervanging meer gespreid; heeft effect op de bruikbaarheid van (verouderde) speeltoestellen voor de doelgroepen en op termijn op de veiligheid (dus verwijdering van toestellen).
2. Groen incl. bomen Areaal groen & bomen
2015 Groen: 8.440.000 m2 Bomen: 85.000 st. in kaart weten te brengen
2021 Groen: 10.820.000 m2 Bomen: 92.000 st.
Begroot budget
€ 7.512.590
€ 8.926.032 Excl. € 400.000 extra budget in 2021 VJN
Bezuinigd
0
€ 590.000
Vervangingsopgave
Bomen: € 3.207.150 per jaar nodig o.b.v. vervangingswaarde (€ 129 mln/ 40 jr)
Bomen: € 4.145.300 per jaar nodig o.b.v. vervangingswaarde (€ 166 mln/ 40 jr)
Groen: € 1.431.000 per jaar nodig o.b.v. vervangingswaarde (€ 36,9 mln/26 jr)
Groen: € 2.076.000 per jaar nodig o.b.v. vervangingswaarde (€ 53,4 mln/ 26 jaar)
Achterstand groen: € 5,1 mln. Achterstand bomen: € 3,7 mln. 1) Enige achterstand in snoei bij bomen. 3) Technische kwaliteit: A/B, soms C/D. 2) Netheid groen op B niveau, deels op A.
Achterstand groen: > € 5,1 mln. Achterstand bomen: > € 3,7 mln. 1) Actualisering data op basis van monitoring in 2022. De kwaliteit van bomen en groen gaat achteruit door aantastingen, ziektes en droogte. 2) Netheid groen op A/B niveau, deels C, minder snoeien hagen en maaien gazons leidt tot meer meldingen 1) Risico’s en knelpunten 2015 nog steeds actueel. 2) Boomwortelopdruk neemt jaarlijks toe; is inde onderhoudsbudgetten geen ruimte voor 3) Vergroeningsopgave, biodiversiteit en ecologisch beheer werken kostenverhogend op inrichting en beheer. Meer budget nodig of acceptatie versobering (kale plekken, leegte etc.) en dat ook communiceren naar inwoners (imago).
Kwaliteit
Risico’s/knelpunten
1) Middelen voor structurele vervanging zijn onvoldoende. Voor bomen is vervanging alleen mogelijk door mee te liften met wegen. 2) Aanpak structurele vervanging; ziektebestrijding; boomwortelopdruk en schade. 3) Te weinig ondergrondse ruimte voor vergroenen stad. Te weinig functionele bodem, voor: het laten groeien van bomen,
Totaal + 2.380.000 m2 (28%) + 7.000 st. (8%) echter werkelijke toename: +/- 1000 tot 1500 bomen + € 1.413.442 (19%) Bedrag per m2 was in 2015: € 0,89 incl. bomen 2021: € 0,82 Kosten € 0,07 /m2 lager Bezuinigd in jaren 2016t/m 2021 Bomen: Vervangingsopgave + € 938.150 (29%) /jr Toename totale vervangingswaarde: € 37.528.000 Groen: Vervangingsopgave + € 645.000 (45%) /jr Toename totale vervangingswaarde: € 16.540.000 Deze opname zal in 2022 plaatsvinden. De score op netheid is lager geworden.
Het aandeel servicegericht werken en burgerparticipatie is de laatste 5 jaren aanzienlijk toegenomen. De exact toename in kosten ten opzichte van 2015 is op dit moment (nog) niet bekend. Wel gaat dit ten kosten van het reguliere assetmanagement.
opnemen van water (klimaatadaptatie).
4) Klimaatverandering van invloed op vervangings- en onderhoudsopgave. Bijv. meer dood hout en uitval jonge bomen en groen. Hogere onderhoudskosten en/of vervangingskosten.
Meldingen
2589 (1097 groen + 1492 bomen)
5964 (in 2020) (2327 + 3637)
+ 3375 in 2020 (130%) ongeveer 30% door EPR
Tevredenheid
7,5
7,5 (2019); 6,9 (2021)
Behoorlijke daling t.o.v. 2015 en 2019
Opmerkingen: 1) Areaalstijging van 28% groen en zo’n 1000-1500 bomen, t.o.v. een budgetstijging van 19%. Keuze voor sober niveau inrichting wijken; en toename areaal met veel ‘ruw’ plantsoen. Kwaliteit areaal als gevolg van eerdere beleidskeuzes loopt niet meer in de pas met opgaven en ambities in het kader van vergroening. 2) Meldingen (naast EPR) door bovenstaande ontwikkelingen sterk toegenomen.
3. Wegen
2015 8.812.342 m2 € 5.654.430 0
2021 9.434.348 m2 € 5.677.340 € 91.000
Vervangingsopgave
€ 10.779.905 gemiddeld per jaar periode 20162025 obv ervaring en risico inschatting. € 4.708.252 obv BBOR
€ 7,7 miljoen gemiddeld per jaar tot 2030 obv theoretisch benadering. Totaal 77 miljoen met de grootste jaarpiek in 2025 waarin nu 25 miljoen is geprognotiseerd. Daarna tot 2040 gemiddeld 12 miljoen per jaar.
Kwaliteit
95% kwaliteit voldoende o.b.v. inspectie
O.b.v. inspectie 2018 en 2021 is de kwaliteit ‘voldoende’ afgenomen naar gemiddeld 90%
Risico’s Knelpunten Kansen
1) Polderwegen in het buitengebied en wegen van materialen die een verwaarloosd beeld geven 2) Minder werk met werk door minder projecten en herinrichtingsvragen 3) Structureel te weinig budget voor vervanging 4) Door uitstel vertraging vitaliseren/ herinrichting bouwt de vervangsopgave op en dient tussentijd extra niet gepland onderhoud uitgevoerd te worden
1) Risico’s en knelpunten 2015 nog steeds actueel 2) Integrale afstemming. Ontbrekende en/of onduidelijke integrale afstemming omtrent onderhoud, vervanging, inrichtingsaspecten, prioritering van ambities, levert extra belasting op verhardingen en leidt tot inefficiënt assetmanagement. 3) Belangrijke ontwikkelingen om rekening mee te houden: klimaatambities; energie transitie; elektrificatie vervoer. 4) Klimaatverandering heeft effect op de ondergrond van verhardingen en op de bomen. Het levert meer serviceonderhoud op. 5) Toepassen alternatieve inrichting en verhardingsmaterialen ivm duurzaamheid kan zowel positief als negatief uitpakken
Areaal Begroot budget Bezuinigd
Totaal (stijging/daling) + 622.006 m2 (7,1%) + € 22.910 (0,4%) € 454.250 (1,2% t.o.v. begroot budget) t/m 2021 Door prioritering en vertraging in uitvoeringsprogramma, maar ook door kostenstijging uitvoering is de vervangingsopgave omvangrijker geworden. Prioritering in 2022 op basis van weginspecties (veiligheid, verkeersintensiteit, ligging, etc.) Score ‘onvoldoende’ is met gemiddeld 2% en score ‘matig’ is met gemiddeld 4% toegenomen. Score ‘voldoende’ is met 6% afgenomen. Door onvoldoende groei onderhouds- en vervangingsbudget, prioritering, vertraging in uitvoeringsprogramma, kostenstijging uitvoering, en externe ontwikkelingen als toename weersextremen zijn de risico’s en knelpunten toegenomen.
Meldingen Tevredenheid
2.796 7,2
4.079 (2020) 7,4 (2019); 7,1 (2021)
+ 1.283 (68,5%) Daling t.o.v. 2015 en 2019
Opmerkingen: 1) Areaalstijging van 7% t.o.v. een budgetstijging van 0,4%, waarvan in totaal 1,2% bezuinigd is (t/m 2021) op het budget. 2) De vervangingsopgave is nog omvangrijker geworden en de kwaliteit is van 95% voldoende naar 90% gedaald; op termijn risico's voor de zorgplicht. 3) Ontwikkelingen als elektrische voertuigen, vergroening, ondergrondse infrastructuur, extremer klimaat, etc. vragen om een integrale benadering van verhardingen en ondergrond. Hier liggen uitdagingen uit oogpunt van assetmanagement (zowel qua onderhoud als planning van de vervangingsopgave). 4) Aantal meldingen met bijna 70% toegenomen t.o.v. 2015. Vooral verzakkingen kleine gaten (voetpad), verder onkruid/bladafval. De tevredenheid is toegenomen.
4. Openbare verlichting
2015 30.565 lichtmasten 33.934 armaturen 38 voedingskasten 164.00 m1 (netkabels) € 1.605.250 0 € 1.303.135 per jaar voor de periode 2016-2025 1) Geen gegevens over monitoring 2) Achterstand in het vervangen van lichtmasten en armaturen
2021 34.611 lichtmasten ca. 36.000 armaturen
Totaal (stijging/daling) ca. 6.162 (10%)
€ 1.401.430 € 5.000 € 1.374.000 per jaar t/m 2025 (herverdeeld) 11% van de lichtmasten heeft technische levensduur van 40 jaar overschreden. 26% van de armaturen heeft de technische levensduur van 20 jaar overschreden.
- € 203.820 (-13%) € 190.630 (2%) + € 70.865 (5%)
Risico’s/knelpunten
1) Tegenstrijdige signalen: extra licht voor veiligheid, minder voor duurzaamheid. 2) Tempo vervanging en ombouw naar LED
1) Stijging aantal netwerkstoringen en langere duur door personeelstekort Enexis. Geen invloed op.
Meldingen Tevredenheid
3795 -
3726 7,5
Areaal
Begroot budget Bezuinigd Vervangingsopgave Kwaliteit
In 2020 is ervoor gekozen om het huidige vervangingstempo aan te houden; versnelling van het tempo zou leiden tot kapitaalvernietiging. Er is voldoende budget : 750 lichtmasten / jaar 1.000 armaturen / jaar
- 59 (1,6%) 7,5
Opmerkingen: 1) Areaalstijging van bijna 10% t.o.v. een budgetdaling van bijna 13% als gevolg van lagere energiekosten door ‘verledding’., waarvan in totaal 2% bezuinigd is (t/m 2021) op het budget. Door verduurzaming is het budget nog steeds toereikend. 2) De oudere armaturen en lichtmasten voldoen niet aan de huidige normen m.b.t. energieverbruik en straling van het licht, maar zijn nog acceptabel. Een versnelling in de vervanging zou leiden tot kapitaalvernietiging. De planning voor het vervangen is rond en hier is budget voor. Energiebesparing en duurzaamheid worden hierin meegenomen (LED).
5. Verkeersregelinstallaties (VRI) Areaal Begroot budget Bezuinigd Vervangingsopgave Kwaliteit
2015 76 € 738.680 0
2021 100 € 805.680 € 6.000
€ 320.000 gemiddeld per jaar voor periode 2016-25 Huidige niveau is goed en in stand te houden met huidig budget. Areaal is niet oud of verouderd.
Zit bij LO.
Risico’s/knelpunten
1) Tijdig vervangen anders meer storingen en kosten: daarvoor overzicht nodig. 2) Voordeel werk met werk zal afnemen
Meldingen Tevredenheid
356 Onbekend
Totaal (stijging/daling) + 24 (32%) + € 67.000 (9%) € 66.000 (1,3% t.o.v. begroot budget) t/m 2021 n.v.t.
Er zijn kruispunten die verouderd zijn, echter zijn deze de komende jaren aan de beurt voor vervanging en upgrade. 1) Mogelijke aanpassingen aan het glasvezelnetwerk i.s.m. de B5. Dit kan tot veel hogere beheers- en onderhoudskosten leiden. 2) De I-VRI vraagt meer onderhoud vanwege jaarlijkse programma updates (landelijk bepaald) en dus meer kosten.
Wordt in samenwerking met LO naar gekeken.
102 Onbekend
- 254 (71%) n.v.t.
Afhankelijk van de keuze die de gemeente maakt i.s.m. de B5 zouden er knelpunten in het budget kunnen komen. Daarnaast is het voordeel van werk met werk maken niet zo zeer afgenomen en zijn er 4 RVI’s vervangen vanuit een project met RWS.
Opmerkingen: 1) Areaalstijging betreft vooral aantal camera’s in opdracht van Leefomgeving (voor monitoring en observatie), daar is ook extra budget aan gekoppeld. 2) In samenwerking met ICT is VRI gekoppeld aan het eigen netwerk. Dit scheelt hoge netwerkkosten 3) Keuze voor de B5 Brabantring en de software updatekosten voor de I-VRI kan gevolgen hebben voor budget. Hier bestaat nog geen inzicht in. 4) Daling aantal meldingen: Er kan steeds meer op afstand worden waargenomen, waardoor er meer preventief gehandeld wordt en dus meldingen voorkomen worden.
6. Verkeersmeubilair Areaal Begroot budget Bezuinigd Vervangingsopgave
2015 54.781 stuks (borden + dragers) € 670.990 Vitaliseringsbudget € 190.000
2021 63.586 st.
Totaal (stijging/daling) + 8.805 st. (16%)
€ 727.070 Inmiddels Maaspoort, Kastelenbuurt, Nuland en Vinkel gereed. Rosmalen verkeerskundig voorbereid en gestart met de uitvoering. Borden worden niet meer schoongemaakt, dit budget is wegbezuinigd door de raad. Meeste schade door oud op nieuw. Per jaar verschillend.
+ € 56.080 (8,4%) n.v.t. Er wordt jaarlijks van wijk tot wijk gewerkt tot het budget op is. Achterstand wordt langzaam ingehaald.
Kwaliteit
Niveau B, voor zowel technische staat als schoon. Inspectie 4% areaal schade
Risico’s/knelpunten
1) Afstemmen plaatsen borden 2) Registratie
1) De reflectieklasse van borden of paaltjes die verplicht is vanuit wet- en regelgeving (omtrent veiligheid) kan in het geding komen door niet schoonmaken.
Meldingen Tevredenheid
2201 -
3681 -
Achteruit gegaan op schoon aspect door raadsbesluit. Technische kwaliteit ook slechter geworden omdat er alleen werd gehandeld als er meldingen binnen kwamen. Steeds meer preventief handelen. Na vervanging wordt alles geregistreerd, dus als de gehele stad aan de beurt is geweest, is de leeftijd en plaats van onze borden en dragers bekend. Dit komt in IPSM, en is binnenkort vanuit de overheid verplicht. + 1.480 (67,2%) n.v.t
Opmerkingen: 1) Toename aantal borden door areaaluitbreiding en Corona, ondanks het uitgangspunt: ‘terughoudendheid in het plaatsen van borden’. 2) Groot deel van het verkeersmeubilair is nog verouderd, daarom blijven meldingen toenemen. Plaatsen waar gerenoveerd is nemen de meldingen meteen af.
7. Vaste kunstwerken (bruggen-tunnels-viaducten) 2015 397 (incl. gedeeld beheer) € 1.401.309 € 1.425.000 gemiddeld voor de komende 10 jaar Inclusief vervanging à € 265.000 per jaar € 650.000 vanuit Vitalisering 2017-2018 63% in zeer goede staat 37% matige tot zeer slechte staat Vervangen/verwijderen: 39 kunstwerken in 10 jaar
2021 454 € 1.638.912 excl. € 500.000 voor eenmalige constructieve veiligheid (vastgesteld door de raad) € 650.000 voor nieuwe opgaven korte termijn 57% in goede staat 37% matige ; Opgave: vervangen/verwijderen: 17 kunstwerken in 10 jaar
Totaal (stijging/daling) + 57 (14%) + € 237.603 (17%) In lijn met het gemiddelde budget voor de 10 jarige termijn
Risico’s/knelpunten
1) Meebetalen aan projecten van ProRail waarvan de planning niet beschikbaar is. 2) Extra vervangingen niet ingecalculeerd (stel veiligheidsonderzoeken geven nieuwe inzichten). 3) Vervangingsopgave tot 2035 beperkt, daarna 3 mln per jaar.
1) Risico’s en knelpunten 2015 nog steeds actueel.
Geen nieuwe risico’s/ knelpunten bijgekomen
Meldingen Tevredenheid
-
-
n.v.t. Wordt niet gemeten in omnibusenquête
Areaal Begroot budget
Bezuinigd Vervangingsopgave Kwaliteit
Geen opmerkingen
Geen bezuinigingen Vervangsopgaven blijven Kwaliteitsdaling is een logisch gevolg van de afschrijftermijn; de constructieve veiligheid is niet in het geding.
8. Watergerelateerde voorzieningen en objecten; Binnendieze-Vestingwerken Areaal Begroot budget Bezuinigd Vervangingsopgave
2015 € 263.000,-
2021 € 694.000,-
Totaal (stijging/daling) n.v.t. + € 431.000 (164%)
Planning 2016-2019 € 397.574 2020-2029 € 812.000 2030-2039 € 780.250
Planning anders gelopen door extra financieringsmogelijkheden: 2018: € 597.000
Extra middelen via BRIM subsidie en Vitalisering/ Exploitatie Vestingwerken. Ook extra middelen voor Binnendieze vanaf 2022.
-
-
€ 320.000 extra + € 277.000 exploitatie
2019: € 567.000
n.v.t.
€ 300.000 extra + € 267.000 exploitatie
2020: € 720.000
€ 450.000,- extra + € 270.000,- exploitatie
Kwaliteit
Achterstallig onderhoud
Kwaliteit op niveau
Risico’s/knelpunten
1) Flora en faunawet (F&F) en ‘Niet Gesprongen Explosieven’ (NGE) werkt kostenverhogend door onderzoeksverplichting. 2) Onvoldoende uitgevoerd groot onderhoud, waardoor levensduur verkort wordt. Inhaalslag nodig en dus budget.
Voor nu geen grote risico’s/knelpunten.
Meldingen Tevredenheid
-
-
Kwaliteitsachterstand ingehaald 1) F&F wet en NGE: nauwelijks invloed op kosten. 2) Inhaalslag gemaakt voor ‘groot onderhoud’ Vestingwerken en Binnendieze door extra financiële middelen.
n.v.t. Wordt niet gemeten in Omnibusenquête
Opmerkingen: 1) Aanzienlijke begrotingsstijging (164%) als tegenfinanciering voor subsidies voor de Vestingwerken moesten er ook extra financiële middelen vanuit de gemeente in gestoken worden (50%). 2) Kwaliteit areaal op niveau (of staat op de planning) en momenteel geen grote risico’s/knelpunt. Dit door meevallende kosten en inhaalslag voor groot onderhoud door extra financiële middelen.
9. Watergerelateerde voorzieningen en objecten; Zuid-Willemsvaart en beweegbare bruggen 2015
2021
Totaal (stijging/daling)
Areaal
Begroot budget Bezuinigd Vervangingsopgave
Zuid-Willemsvaart (2015 overgenomen van RWS): 6 beweegbare bruggen 2 sluizen 550.000 m2 water 16.500 m1 damwand 1101 m1 Sluis Engelen 3 overige beweegbruggen 40 st. meerpalen en remmingwerken € 756.500 -
Zuid-Willemsvaart (2015 overgenomen van RWS): Van de 6 beweegbare bruggen 1 vastgezet
n.v.t.
€ 738.400 Betreft overname bruggen van RWS; De afkoopsom
- € 18.100 (2,4%) n.v.t. Wordt in sepaat traject
voor onderhoud is doorgezet naar de bijdrage van de gemeente aan het Maximakanaal. Er is structureel budget nodig voor in stand houding.
Kwaliteit
Risico’s/knelpunten
Meldingen Tevredenheid
1) Dungense brug, Hefbrug en Sluis Engelen redelijke staat 2) Sluis en 4 stadsbruggen verouderd en moet in geïnvesteerd worden 1) Onvoldoende budget voor onderhoud. Als onderdelen uitvallen kan bediening niet worden uitgevoerd. 2) Gevolgen van storingen
Hierover wordt een separaat voorstel voorbereid 1) Minder verkeersbelasting voor de Dungense brug vanuit veiligheidsrisico’s 2) Veroudering van het areaal 1) Onvoldoende budget voor onderhoud. Onderdelen vallen uit bediening kan niet worden gegarandeerd 2) Gevolgen van storingen van met name sluis Engelen kunnen groot zijn. Sluis nul is einde levensduur en moet volgend jaar uit bedrijf worden genomen.
Het areaal is sterk verouderd. Er is structureel budget nodig voor in stand houding. Omdat er niet risicogestuurd gewerkt wordt, wordt er alleen ingegrepen als er al een probleem is en dus niet preventief. Hier moet budget voor vrijkomen.
-
-
n.v.t.
2015 383.515 m2 (575.272 m2 waterschap) € 314.000
2021 390.000 m2 (590.000 m2 waterschap) € 310.000
Totaal (stijging/daling) + 6.485 m2 (1,7%)
Opmerkingen:
10. Oevers Areaal Begroot budget
- € 4.000 (-1%)
Kosten Bezuinigd Vervangingsopgave Kwaliteit Risico’s/knelpunten
€ 315.000 1) Maaien is verplicht op basis van de Keur en vraagt groot gedeelte van budget. Te weinig budget voor overig onderhoud 2) Flora- en faunawet werkt kostenverhogend. 3) Vanaf 2016 kosten voor maaisel van Awatergangen ten laste van de gemeente. Gemiddeld € 16.000 / jr
€ 337.000 Geen risico’s of knelpunten op de korte termijn