CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

058db5cc-810e-429b-a828-44517efd1647

Commissie OMGEVING 30 september 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Vinkelsestraat 135, 139 en 139a Vinkel21.551 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Waterschap Aa en Maas Het waterschap heeft aangeven dat er op goede wijze gerefereerd wordt naar het actuele beleid. Inhoudelijk wordt in de waterparagraaf gesteld dat er geen oppervlaktewateren van toepassing zijn. Dit is incorrect, want binnen het plangebied zijn er namelijk categorie B watergangen van toepassing. Deze categorie B, betekend dat er een schouw op zit. Deze watergangen zijn direct aangesloten op het regionale watersysteem, waardoor de regels van de Keur van toepassing zijn. In het geval dat deze bijvoorbeeld worden gedempt o.i.d. dienen deze 1 op 1 gecompenseerd te worden. Het waterschap verzoekt om deze B-watergang ook in de toelichting/waterparagraaf op te nemen. Reactie gemeente: De verbeelding is opgenomen in de toelichting en de beschrijving is toegevoegd aan de waterparagraaf. Provincie Noord-Brabant De reactie van de provincie heeft betrekking op de aspecten Zorgvuldig ruimtegebruik, ruimte-voor-ruimte en omgevingskwaliteit (bewijslast ruimte-voor-ruimte en goede landschappelijke inpassing kavels). Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie is van mening dat de bestemmingsvlakken Wonen bij de Vinkelsestraat 139 (3.575 m2) en Vinkelsestraat 135 (2462 m2) erg groot zijn. Ze vraagt zich af hoe de grootte van de bestemmingsvlakken zich verhoudt tot het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.

Reactie gemeente: Er is in dit geval sprake van agrarische bedrijven die van functie veranderen. Er is dan ook geen sprake van nieuwvestiging of uitbreiding. De kavelgrootte is gebaseerd op de ruimtelijke kenmerken van de percelen, de te behouden bebouwing, het gebruik van de percelen en op basis van omgevingskenmerken. In vergelijking tot woonpercelen in de omgeving zijn de woonpercelen niet heel afwijkend. Er is een aantal kleinere percelen (1.200m2) in de omgeving aanwezig, maar ook en aantal grotere (3.000 m 2 + en zelfs 5.500 m2). De oppervlakte van de woonpercelen is daarom in lijn met de woonvlakken in de omgeving. Uiteindelijk is er een afname van bouwvlak van respectievelijk 9246 m 2 en 8551 m2, waardoor potentiële bouwmogelijkheden sterk worden verminderd. De eigenaren van nr. 139 die participeren in dit plan hebben naar aanleiding van deze reactie aangegeven dat het bestemmingsvlak verkleind kan worden. Het vlak is verkleind met 1.155 m2 tot een omvang van 2.420 m2. In het geldende bestemmingsplan is in de wijzigingsbevoegdheid een surplusregeling opgenomen voor bijgebouwen in het geval van omschakeling van een agrarisch bouwvlak naar wonen. Met de regeling kan een totaal van 400 m2 aan bijgebouwen worden opgericht / behouden blijven. Die oppervlakte blijft min of meer gelijk en heeft geen invloed op de directe omgeving omdat sprake is van bestaande bijgebouwen.

De gemeente vindt het acceptabel dat de eigenaar van nr. 139 zijn huidige bijgebouwen behoud. Ter plaatse

54

van de locatie Vinkelsestraat 139 is een plattelandswoning aanwezig, die gekoppeld is aan het agrarisch bouwvlak. Nu het bouwvlak komt te vervallen kan de woning niet meer als plattelandswoning aangemerkt worden. De woning moet daarom omgezet worden en de eigenaar wil zijn huidige bebouwing behouden voor zijn (hobby)activiteiten. Doordat geen sprake is van nieuwbouw en de oppervlakte verdeeld is over verschillende bijgebouwen is het niet aannemelijk dat er andere activiteiten dan de huidige plaatsvinden. Daarnaast vinden en moeten de activiteiten in de bijgebouwen conform bestemming worden uitgevoerd. Bij sloop van vrijstaande bijgebouwen mag de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen worden verhoogd met 50% van de te slopen oppervlakte. In dit geval zou dat betekenen 200 m2 aan bijgebouwen bij Vinkelsestraat 135 en 200 m2 aan bijgebouwen bij de Vinkelsestraat 139. Deze 400 m2 wordt in de plan planologisch zo geregeld dat er 250 m2 bij nr. 139 wordt toegestaan (conform de bestaande situatie) en 150 m 2 bij nr. 135 (hier is thans 60 m2 aanwezig). De eerder opgenomen 296 m2 is daarmee in ontwerp teruggebracht naar 250 m2. Er vindt een dusdanige kwaliteitsverbetering plaats dat de gemeente het acceptabel vindt dat er een grotere oppervlakte aan bijgebouwen aanwezig kan blijven.

Ruimte-voor-Ruimte en bewijslast De provincie kan instemmen met de locatie voor de ruimte-voor-ruimtewoning binnen de bebouwingsconcentratie Vinkelsestraat zoals opgenomen in de Structuurvisie buitengebied van de voormalige gemeente Maasdonk. Reactie gemeente: De bewijsstukken zijn inmiddels aangekocht en zitten als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan. Omgevingskwaliteit, landschappelijke inpassing Er dient sprake te zijn van een goede landschappelijke inpassing die is geborgd in het bestemmingplan. De provincie is van mening dat de landschappelijke inpassing zoals is opgenomen in het plan niet geheel voldoet aan de voorwaarde van artikel 3.80 lid 1 onder c. Het inpassingsplan bevat weinig nieuwe inrichting, maar is vooral een beschrijving van veel bestaands en hoe de ruimtelijke inrichting op de kavels is. Bij het landschappelijk inpassingsplan is niet gekeken naar de structuren in het landschap en niet aangesloten bij mogelijke nieuwe structuren zoals in de gemeentelijke structuurvisie buitengebied worden voorgesteld. De provincie acht het een gemiste kans als het inpassingsplan daarop niet inspeelt en verzoekt de gemeente dit te heroverwegen. Reactie gemeente: Wij hebben deze opmerking ter harte genomen en de mogelijkheden voor een goede landschappelijke inpassing met aandacht voor verbetering van de structuren nog eens goed onderzocht.

Het gebied biedt kansen om de landschappelijke structuren te kunnen verbeteren. De kansen zijn wel gebonden aan de eigendomsgrenzen van de drie kavels.

55

Het overleg hierover met initiatiefnemers heeft geleid tot een aangepast landschapsplan waarbij er elementen zijn toegevoegd achter en in het verlengde van de percelen nr. 139a en 135. Ter versterking van de structuur zijn er landschapsbomen aan het plan toegevoegd alsmede een poel. Wij zijn van mening dat hiermee, naast de sloop van oude stallen, de investering in het landschap in voldoende verhouding staat tot de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. 6.2.2 Omgevingsdialoog Om zienswijzen zoveel mogelijk te voorkomen zijn de directe buren al vroeg betrokken bij de planontwikkeling, immers maakt de woning die is aangeduid als functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - voormalige bedrijfswoning waar de directe buren in wonen onderdeel uit van de te saneren veehouderij waardoor dit ook gevolgen heeft voor hen. Een intensief proces tussen initiatiefnemers, adviseurs, gemeente en de bewoners van de woning die is aangeduid als functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - voormalige bedrijfswoning hebben geleid tot onderhavig plan. In het kader van de realisatie van de ruimte-voor-ruimtewoning ter plekke van Vinkelsestraat 139a is een omgevingsdialoog gevoerd met de overige bewoners uit de omgeving. In bijlage IX is een verslag van dit omgevingsdialoog te vinden met daarop de handtekeningen van de omwonenden.

6.2.3 Ontwerp bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ‘Vinkelsestraat 139, 139a en 135 te Vinkel‘ wordt na het voorontwerptraject ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter visie gelegen. Tijdens deze ter inzage periode heeft een ieder (belanghebbenden) de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen.

56

Regels Inhoud Hoofdstuk 1 Inleidende regels ................................................................................................................ 2 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 2 Artikel 2 Wijze van meten ................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................. 6 Artikel 3 Agrarisch met waarden – Landschapswaarden .................................................................... 6 Artikel 4 Wonen................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 3 Algemene regels ............................................................................................................... 12 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel ............................................................................................................. 12 Artikel 6 Algemene afwijkingsregels .................................................................................................

12 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels .................................................................................................. 13 Artikel 7 Overgangsrecht ................................................................................................................... 13 Artikel 8 Slotregel .............................................................................................................................. 13

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Vinkelsestraat 135, 139 en 139a gemeente ‘s-Hertogenbosch' met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002476-1301 van de gemeente ‘s-Hertogenbosch; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar, ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan huis gebonden bedrijf: een bedrijf, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt; 1.6 aan huis gebonden beroep: een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt; 1.7 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8 bed & breakfast: een bed & breakfast voorziening is een

kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, kortdurende, toeristische verblijfsvoorziening, voor uitsluitend logies en ontbijt voor maximaal vijf personen, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw of is gevestigd in één van de bestaande bijgebouwen en wordt gerund door de gebruikers van het betreffende perceel; 1.9 bestaand: a) ten aanzien van bebouwing: bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, waarvoor –indien vereist- de benodigde vergunning is verleend en voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, die vóór dat tijdstip is aangevraagd; b) ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;

1.10 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.11 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12 bijgebouw: een (vrijstaand of aangebouwd) gebouw behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zowel in functioneel als in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.13 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.14 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.15 bouwlaag: doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijk hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; 1.16 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.18 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.20 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder

begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21 extensieve dagrecreatie: vormen van recreatief medegebruik waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en naar de aard, omvang en schaal daarmee gelijk te stellen voorzieningen; 1.22

extensief recreatief medegebruik:

een vorm van openluchtrecreatie, waarbij vooral het landschap of bepaalde delen daarvan sterk beleefd wordt, waarbij weinig of geen gebouwde voorzieningen nodig zijn en waarbij tevens in het algemeen het aantal recreanten per oppervlakte eenheid beperkt is, zoals wandelen, fietsen, verpozen en natuur- en landschapsbeleving; 1.23 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.24 horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies; 1.25 huishouden: de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen: • de inwoning, al dan niet bij wijze van mantelzorg, van ten hoogste twee verwanten of andere personen; • een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, daaronder begrepen een woongroep van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking; • de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 4 personen die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning; 1.26 kamperen: het recreatief buitenverblijven, indien dit omvat overnachting anders dan met gebruikmaking van een hotel, pension of woning; 1.27 kelder: een geheel of nagenoeg geheel beneden peil, dan wel maximaal 0,5 meter boven peil, gelegen ruimte onder een gebouw; 1.28

ondergeschikte detailhandel: beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen, die functioneel rechtstreeks verband houden met de bedrijfsactiviteiten; 1.29 ondergeschikte horeca: het in verband met een andere hoofdactiviteit op een perceel verstrekken van eten en drinken tegen betaling voor gebruik ter plaatse in die mate dat duidelijk herkenbaar is dat die hoofdactiviteit de kernactiviteit is die op het perceel plaatsvindt en het verstrekken van dat eten en drinken alleen plaatsvindt als beperkt en ondergeschikt onderdeel van en voortvloeiende uit de hoofdactiviteit; 1.30 paardenbak: een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen; 1.31 peil: het horizontale vlak, zijnde de afgewerkte begane grondvloer;

Indien het schets- of bouwplan betrekking heeft op een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dan wel een gebouw dat niet beschikt over een afgewerkte begane grondvloer, wordt als peil gehanteerd: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van waar het bouwwerk voornamelijk toegankelijk is dan wel de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwperceel; 1.32 schuilhut: een niet voor bewoning bestemd agrarisch gebouw dat dient voor beschutting van vee tegen weersinvloeden; 1.33 voorgevel: de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, die gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.34 voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij de openbare weg, en het verlengde daarvan; 1.35 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden, een en ander met inbegrip van uit- en aanbouwen en overige inpandige ruimten zoals bergingen en garages.

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2 bovenkant spoorstaaf: de hoogte van de bovenkant van de laagst gesitueerde spoorstaaf; 2.3 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik en agrarische bedrijfsuitoefening; b. extensief recreatief medegebruik; c. behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; en tevens voor: d. verkeersvoorzieningen ten behoeve van alle voorkomende bestemmingen in het plangebied; met de daar bijbehorende: e. nutsvoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;

3.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. Bouwwerken geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak worden toegestaan, met een maximale bouwhoogte van 6 meter. 3.3 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak ten behoeve van een paardenbak met daarbij behorende lichtmasten; b. het gebruik van de gronden ten behoeve van schuilhutten. 3.4 Afwijken van de gebruiksregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 3.3 sub a ten behoeve van het gebruik van gronden aangrenzend aan de bestemming 'Wonen' voor een paardenbak met daarbij behorende lichtmasten, met dien verstande dat: 1. de totale oppervlakte niet meer bedraagt dan 800 m2; 2. de paardenbak is gesitueerd op tenminste 20 m vanaf een bouwvlak of bestemmingsvlak van derden; 3. is aangetoond dat het ondoelmatig is om de paardenbak geheel binnen het bouwvlak te realiseren; 4. de paardenbak landschappelijk wordt ingepast; 5. de bouwhoogte van lichtmasten niet meer bedraagt dan 6 m; b. lid 3.3 sub b ten behoeve van het realiseren van schuilhutten, met dien verstande dat: 1.

de gronden zijn gelegen in een bebouwingsconcentratie zoals opgenomen in de Structuurvisie buitengebied, zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 16 december 2009 of de Structuurvisie Groene Schil Nuland;

2. niet meer dan één schuilhut per bijbehorend kadastraal perceel, met een oppervlakte van minimaal 2.000 m2, mag worden gerealiseerd; 3. de oppervlakte van de schuilhut niet meer bedraagt dan 30 m2; 4. de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 2,5 m en 3 m; 5. de afwijking niet mag leiden tot onevenredige aantasting van de in de directe omgeving voorkomende natuur-, ecologische-, cultuurhistorischeen landschapswaarden; 6. door middel van een erfbeplantingsplan aangetoond is dat een goede landschappelijke inpassing plaatsvindt. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' gelegen gronden de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren: 1. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; 2. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; 3.

het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; 4. het bebossen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters in verband met tuinbouw of als (agrarische) houtteelt; 5. het vellen of rooien van bos, alsmede het verwijderen van landschapselementen; 6. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; 7. het verwijderen van onverharde wegen of paden; 8. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. b. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing: 1. op werken of werkzaamheden waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreden van het bestemmingsplan een vergunning is verleend; 2. op werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van in werking treden van het bestemmingsplan in uitvoering waren en hiervoor een vergunning is verleend; 3. op werken of werkzaamheden welke betreffen het normale onderhoud en beheer van leidingen; c.

De in sub a genoemde werken en werkzaamheden zijn toelaatbaar, indien en voor zover geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. 3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijziging ten behoeve van natuur Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het wijzigen van de gronden naar de bestemming 'Natuur', met dien verstande dat: a. de agrarische functie van de aangrenzende gronden en bebouwing niet onevenredig wordt belemmerd.

Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. één paardenbak per bestemmingsvlak waarvan de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 800 m2, met daarbij behorende lichtmasten. en tevens voor: a. aan huis gebonden beroepen en bed & breakfast in de woning en/of bijgebouw, mits: 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; 2. de (mede) daarvoor in gebruik te nemen vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning en de daarbij behorende bijgebouwen; 3. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte detailhandel ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep, mits de te koop aangeboden goederen en/ of producten een relatie hebben met het aan huis gebonden beroep; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; b. aan huis gebonden bedrijf in een bijgebouw van de woning, mits: 1. de (mede) daarvoor in gebruik te nemen vloeroppervlakte van het bijgebouw niet meer bedraagt dan 80 m²; 2. het een activiteit betreft uit maximaal categorie 2 van de in Bijlage 1 opgenomen staat van bedrijfsactiviteiten; 3. de woonfunctie als hoofdfunctie gehandhaafd blijft; 4. de goede verkeersafwikkeling gewaarborgd blijft en op eigen terrein in de parkeerbehoefte wordt voorzien; 5.

geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte detailhandel ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf, mits de te koop aangeboden goederen en/ of producten een relatie hebben met het aan huis gebonden bedrijf; 6. geen buitenopslag plaatsvindt; 7. er geen sprake is van een publieksaantrekkende werking.

met de daarbij behorende: c. groenvoorzieningen; d. verkeersvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 1 per bestemmingsvlak; b. de maatvoering van de bebouwing dient te voldoen aan de eisen die in de navolgende tabel zijn gesteld: Bouwwerken Maximale Maximale Maximale Maximale Minimale goothoogte in bouwhoogte in oppervlakte inhoud in afstand tot de 2 meters meters in m m3 zijdelingse perceelsgrens in m

Woning

Lichtmasten ten behoeve van een paardenbak Erfafscheiding voor de voorgevellijn en het verlengde daarvan

-

11, met dien 750 m³ verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – Ruimte voor Ruimtewoning’, de nokhoogte maximaal 7,7 meter bedraagt. 6,6 100, tenzij anders is aangegeven op de verbeelding dan geldt de betreffende maatvoering als maximum. 6 -

-

1

-

-

-

Erfafscheiding achter de voorgevellijn en het verlengde daarvan

-

2

-

-

-

Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde voor de voorgevellijn en het verlengde daarvan

-

1

-

-

-

Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde achter de voorgevellijn en

-

6

50% van het onbebouwde erf achter de voorgevellijn en het

-

bijgebouwen bij de woning

6,6, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – Ruimte voor Ruimtewoning’, de goothoogte maximaal 3,3 meter bedraagt. 3,3

5

-

-

het verlengde daarvan

verlengde daarvan

c. een vrijstaand bijgebouw mag niet worden gebouwd voor de naar de weg gekeerde gevel(s) van de woning of het denkbeeldig verlengde hiervan; d. ter plaatse van de aanduiding Ruimte-voor-Ruimte dient de nokrichting haaks op de weg te zijn geprojecteerd. e. algehele herbouw van een woning mag uitsluitend plaatsvinden op de bestaande fundamenten; f. voor het bouwen van een kelder gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijgebouwen bovengronds; 2. het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen 1. g. indien de bestaande inhoud van de woning afwijkt van sub a, dan is de bestaande inhoud van de bestaande woning op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan eveneens toegestaan, mits deze op een legale wijze tot stand is gebracht. 4.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 4.2 sub d teneinde algehele herbouw van een woning buiten de bestaande fundamenten toe te staan, mits: 1. de herbouw plaatsvindt binnen hetzelfde bestemmingsvlak; 2. de herbouw heeft een vanuit landschappelijke, stedenbouwkundig en/of milieukundig oogpunt verbeterde situering tot gevolg; 3. de belangen van omliggende (niet-)agrarische bedrijven en aangrenzende percelen niet worden aangetast; 4. voldaan wordt aan het bepaalde uit de Wet geluidhinder; 5.

er sprake is van een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren of waarden op het vlak van natuur, water, landschap of cultuurhistorie; 6. de bestaande woning wordt gesloopt na oplevering van de herbouwde woning. 4.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bebouwing voor kamperen; b. het gebruik van gronden en bebouwing voor bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten; c. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning; d. het gebruik van gronden en bebouwing voor reclamedoeleinden. 4.5 Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing Het gebruiken van de woningen, ter plaatse van Vinkelsestraat 135 en 139a te Vinkel, op basis van een na vaststelling van het plan verleende omgevingsvergunning, alsmede het in gebruik nemen en gebruiken van gronden die ten tijde van de vaststelling van het plan niet voor woondoeleinden in gebruik zijn, is slechts toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. uiterlijk binnen één jaar na verlenen van de omgevingsvergunning van het bestemmingsplan dient de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 2 Landschappelijke inpassing gerealiseerd te zijn;

b. de onder a. genoemde inrichtingsmaatregelen dienen na realisatie duurzaam te worden beheerd en in stand te worden gehouden.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene afwijkingsregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, lichtkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat: a. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; b. de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 7 Overgangsrecht 7.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. Gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. Na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 7.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 8 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Vinkelsestraat 135, 139 en 139a gemeente ‘s-Hertogenbosch’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10609921/1