WUP Samen naar een aardgasvrije Multatulibuurt - 2025
Tekst van het document
Warmte-uitvoeringsplan Multatulibuurt
Inhoudsopgave Samenvatting
3
1.
5
Inleiding
Samenhang met andere processen Aanpak Scope streefdatum 2030 en daarna Leeswijzer
6 6 7 7
2.
8
(Beleids)context Multatulibuurt
Multatulibuurt in cijfers Bewonersbeleving van Multatulibuurt Beleidskaders Ontwikkelingen warmtenet Delft
9 10 11 11
3.
12
Het proces en participatie
Participatie en aanpak scholen Participatie en aanpak woningcorporaties en Stedin Participatie en aanpak VvE Albert Verweylaan Participatie particuliere eigenaren
13 13 15 16
4.
17
Technische oplossingen grondgebonden woningen
Volgorde maatregelen en waarde getallen Isoleren van de woningen Aardgasvrije warmteoplossingen Conclusie
18 18 23 28
5.
29
Handelingsperspectief
Scholen Woningcorporaties en Stedin VvE Albert Verweylaan Particuliere woningeigenaren Gemeente
30 30 30 30 31
Bijlage 1. Participatieaanpak particuliere woningeigenaren
33
Bijlage 2. Energieconceptenvergelijking voor de Mgr. Bekkerschool
37
2
Samenvatting De Multatulibuurt is vanuit het Warmteplan Delft geselecteerd als eerste buurt om aardgasvrij te worden voor 2030 en loopt daarmee voorop in de warmtetransitie. Dit Warmte-uitvoeringsplan (WUP) is opgesteld in een intensief proces samen met inwoners en andere stakeholders. Het biedt een overzicht van de stappen, verantwoordelijkheden, technische opties en de gevolgde participatieaanpak. Beleidscontext De Multatulibuurt telt 718 woningen, waarvan 579 in bezit van woningcorporaties. De bouwperiode (1965-1974) maakt energetische verbeteringen nodig, en deze zijn ook haalbaar. Veel woningen hebben energielabel C of lager, met significante mogelijkheden voor isolatie. Bewoners waarderen de rustige ligging van de buurt, maar ervaren tocht en hoge energiekosten. Er is steun voor de warmtetransitie, maar zorgen over kosten en duidelijkheid blijven groot. De nationale en gemeentelijke doelstellingen (Klimaatakkoord, aardgasvrij in 2050 en Routekaart Klimaatneutraal Delft 2050) zijn leidend in het aardgasvrij maken van Delft. Voor de Multatulibuurt zijn zowel collectieve als individuele technieken onderzocht, met nadruk op betaalbaarheid en effectiviteit. Een belangrijke mogelijke optie is de aansluiting op Warmtenet Delft gevoed door geothermie, gepland in twee fasen.
Fase 1 betreft geplande aansluitingen van woningcorporaties (hoogbouw) in 2025-2027, terwijl in fase 2 de mogelijkheid voor nieuwe aansluitingen wordt onderzocht, waaronder laagbouw en bezit van particuliere eigenaren. Het aardgasvrij maken is in dit warmte-uitvoeringsplan geen verplichting. Het is een vrijblijvende keuze voor de individuele eigenaar van een woning. Het streven is om woningeigenaren, scholen en woningcorporaties handelingsperspectief te geven om voor 2030 aardgasvrij te zijn. Op termijn verdwijnt mogelijk de vrijblijvendheid om aardgasvrij te worden. Dit heeft te maken met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Op grond van de Wgiw kan de gemeente wijken aanwijzen waar de aardgaslevering wordt beëindigd. Dat mag alleen als er een betaalbaar alternatief voor aardgas beschikbaar is.
Participatieproces Alle stakeholders, de vijf woningcorporaties, twee scholen, de netbeheerder Stedin, een VvE en de particuliere eigenaren zijn intensief betrokken via bijeenkomsten, huis-aan-huis gesprekken en inloopavonden.
Belangrijke inzichten per groep zijn: • Woningcorporaties: Vidomes en DUWO hebben concrete verduurzamingsplannen, waarvan de hoogbouw op het warmtenet zal aansluiten. Anderen ontwikkelen op korte termijn verduurzamingsplannen of wachten op duidelijkheid over het warmtenet en stemmen verduurzaming af op onderhoudsplannen. • Scholen: Mgr. Bekkersschool heeft de voorkeur voor een warmtenet. De PrO Grotius is al aardgasvrij. • VvE: de VvE Albert Verweylaan onderzoekt of ze op het warmtenet kan aansluiten of kiest voor individuele opties. • Particuliere eigenaren: zijn deels al gestart met verduurzaming, maar hebben behoefte aan financiële steun en praktische hulp bij verduurzaming. Ook hebben zij duidelijkheid over de mogelijkheden met betrekking tot het warmtenet nodig.
Technische oplossingen Het isoleren van woningen is een essentiële eerste stap. Dit kan ook gebeuren voordat de keuze is gemaakt voor een duurzame warmtebron. Aanpassingen zoals dak-, vloer-, gevel- en glasisolatie zijn nodig om aan de isolatiestandaard te voldoen. Kosten hiervoor kunnen naar schatting variëren van €20.000 tot €30.000 per woning afhankelijk van welke stappen er in de betreffende woning reeds genomen zijn. Na het isoleren volgt de keuze voor een duurzame warmtebron. Zoals gekozen door de woningeigenaren zijn vier technieken nader uitgewerkt: 1. Warmtenet (lagere netbelasting, collectieve aansluiting). 2. Luchtwarmtepomp (individueel geschikt, lagere doorlopende kosten, maar hogere initiële investering). 3. Bodemwarmtepomp (individueel geschikt, laagste doorlopende kosten, maar nog hogere initiële investering). 4. Airco met doorstroomboiler (individueel geschikt, lagere investering, maar lager comfort).
Financiering Het Volkshuisvestingsfonds is specifiek toegekend voor de particuliere woningen in de Multatulibuurt. Het biedt substantiële subsidies voor isolatie naar de standaard, gecombineerd met nationale regelingen zoals ISDE-subsidies en leningen met lage rente.
3
Handelingsperspectief Het handelingsperspectief voor de gemeente is een faciliterende rol. De gemeente faciliteert financiering, organiseert begeleiding en hulp bij verduurzaming en coördineert samenwerkingen. Belangrijk is om bewoners te blijven informeren over ontwik kelingen rondom het warmtenet en financieringsopties. Voor particuliere eigenaren is het huidige handelingsperspectief om eerst te isoleren naar de standaard en in de toekomst bij meer duidelijkheid over het warmtenet een geschikte warmtetechniek te kiezen. Ze kunnen ondersteuning verwachten in de vorm van financiële en technische hulp, subsidie-advies, begeleiding bij de organisatie en informatiebijeenkomsten. Corporaties blijven investeren in verduurzaming en samen werken met Stedin om verduurzaming efficiënt in te passen. De Mgr. Bekkersschool moet keuzes maken op basis van de uiteindelijke beschikbaarheid van het warmtenet. Het Pro Grotius is reeds aardgasvrij. Stedin monitort de ontwikkelingen en past de elektriciteitsinfrastructuur aan op basis van de (snelheid van) de ontwikkelingen in de buurt.
4
1. Inleiding
5
De Multatulibuurt is de eerste buurt van Delft waarvoor de gemeente samen met de buurt en betrokken stakeholders een plan heeft gemaakt1 hoe het een aardgasvrije buurt wordt. De Multatulibuurt is als eerste buurt geselecteerd op basis van het Warmteplan Delft en de Stadsanalyse zachte factoren. Dit betekent dat de Multatulibuurt voorop loopt in de warmtetransitie in Delft. De komende jaren worden met dit warmte-uitvoeringsplan (WUP) stappen gezet om in de Multatulibuurt woningen te verduurzamen. Hierbij is het streven om woningeigenaren, scholen en woningcorporaties handelingsperspectief te geven om voor 2030 aardgasvrij te zijn. Dit WUP beschrijft hoe de gemeente hier met alle stakeholders aan gewerkt heeft en hoe de route naar ‘aardgasvrij voor 2030’ eruit kan zien. Dit warmte-uitvoeringsplan: • Is gericht op volledig aardgasvrij, en dus naast ruimteverwarming ook op warm water en koken op schone energie. • Beschrijft de keuzemogelijkheden voor een duurzame warmtetechniek, de benodigde maatregelen daarvoor en onderbouwt de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. • Is een samenhangend plan met duidelijke verantwoordelijk heden, rollen en taken, en biedt de basis voor het uitvoeren van de warmtetransitie. • Biedt inzicht en handelingsperspectief aan bewoners, ondernemers en andere gebouweigenaren in het gebied en aan de uitvoerende partners.
Samenhang met andere processen In de Multatulibuurt staat de komende jaren veel te gebeuren. Het doel is om de toekomst van de bewoners verbeteren op alle gebieden. Denk aan wonen, maar ook aan gezondheid, armoede en veiligheid. In de aanpak wordt integraal samen gewerkt met belangrijke wijkopgaven. Zo loopt in de Multatulibuurt het WUP samen op met het programma Delft-West en de gevel-tot-gevel aanpak2. Passend bij de aanpak is de participatie breed opgezet, waarbij de bewoner centraal staat en initiatieven van inwoners worden aangejaagd en ondersteund. De verschillende opgaven worden in de meeste gevallen als aparte sporen uitgevoerd, maar altijd in onderlinge afstemming. En daar waar mogelijk wordt in participatie samen opgetrokken. In het WUP-traject, dat in dit document beschreven wordt, ligt de focus op de warmtetransitie, en is samen met de woningeigenaren uit de buurt het participatieproces doorlopen.
1 2
De gemeente heeft in maart 2024 een aanvraag ingediend bij het Ministerie van BZK voor een financiële bijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds (VHF). De aanvraag was gericht op de verbetering van de woningen van particuliere eigenaren in de Multatulibuurt. In juni 2024 is deze bijdrage toegekend en hiermee heeft het handelingsperspectief van de particuliere woningeigenaren een financiële impuls gekregen. Een voorwaarde bij dit fonds is dat de duurzaamheidsmaatregelen leiden tot woningverbetering tot norm voor de standaard voor isolatie. De standaard geeft richtlijnen voor isolatie en ventilatie in woningen. Dit staat verder toegelicht in hoofdstuk 4. De gemeente moet zelf een regeling opzetten voor de inzet van de middelen. De regeling wordt opgesteld en treedt naar verwachting in 2025 in werking.
Aanpak De transitie naar aardgasvrij in de Multatulibuurt is een grote opgave, die alleen lukt als dat sámen opgepakt wordt. Samen met bewoners, organisaties en andere belanghebbenden in de buurt. Deze gezamenlijke, brede aanpak biedt namelijk veel kansen. Adviesbureau DWA en SME hebben hieraan, samen met en in opdracht van de gemeente Delft, invulling gegeven door in het participatieproces zoveel mogelijk input op te halen. Denk hierbij aan de vragen over de warmtetransitie die leven in de buurt en de behoefte aan kennis (over technische mogelijkheden) die de bewoners hebben. De particuliere woningeigenaren hebben aangegeven welke technieken ze verder onderzocht wilden hebben. Zij kozen voor vier aansprekende technieken, die in detail verder zijn uitgewerkt (zie hiervoor hoofdstuk 4).
Besluit College van B&W gemeente Delft d.d. 6 september 2022. Project Delft-West richt zich op het verbeteren van de woon- en leefomstandigheden in Voorhof, Buitenhof en Tanthof-West in de komende 20 jaar. De gemeente voert dit uit samen met bewoners en ondernemers. Dit project is een onderdeel van het ‘Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid’. De gevel-tot-gevel aanpak is gericht op het klimaatadaptief inrichten en vergroenen van de openbare ruimte. Dit betekent dat de stad zich richt op het verbeteren van de leefomgeving door maatregelen te nemen die de stad beter bestand maken tegen klimaatveranderingen, zoals hevige regenval en hittegolven. In de Multatulibuurt wordt dit gecombineerd met de vervanging van de riolering.
6
In de aanpak is zoveel mogelijk informatie op een rij gezet, door technische en financiële analyses te maken van alle opties en deze steeds weer bij iedereen te toetsen. Deze aanpak heeft veel gebracht, maar heeft ook veel gevraagd. Er is veel onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om aardgasvrij te worden en capaciteit ingezet om alle stakeholders in het proces te betrekken. Inwoners zijn actief geïnformeerd en betrokken geraakt bij het proces. Een deel van de woning eigenaren was al bezig met verduurzamen, had zelf al maat regelen genomen en is daar tijdens het proces mee doorgegaan. Tegelijkertijd zijn er ook veel inwoners die niet weten waar en hoe te beginnen en die financieel niet draagkrachtig zijn. De bewoners kregen veel informatie te verwerken en werden gevraagd mee te denken en een voorkeur uit te spreken. Het is logisch dat dit veel tijd vraagt en het soms lastig is om alle mogelijkheden en informatie goed te doorgronden en daar ook iets van te vinden. Dit WUP is de (uitgebreide) bestuurlijke versie van het plan dat door het college wordt vastgesteld. Naast deze versie is een (beknopte) publieksversie gemaakt van dit WUP.
Scope streefdatum 2030 en daarna De gemeente heeft de Multatulibuurt aangewezen als eerste buurt voor een WUP. Dit heeft geleid tot het uitgebreide participatieproces van de afgelopen 2 jaar waarin de gemeente met woningeigenaren en stakeholders in gesprek is gegaan over de wensen en mogelijkheden om aardgasvrij te worden. Er is ook ingezet op het financierbaar maken van de stappen die naar aardgasvrij gezet kunnen worden. Dit is gedaan met als uitgangspunt dat alle woningen en gebouwen in de buurt voor 2030 aardgasvrij worden gemaakt. Om dit te realiseren spant de gemeente zich ook in om ruim voor die deadline een betaalbaar aanbod voor een collectief warmtenet gereed te hebben. Het aardgasvrij maken is in dit warmte-uitvoeringsplan
geen verplichting. Het is een vrijblijvende keuze voor de individuele eigenaar van een woning. Op termijn verdwijnt mogelijk de vrijblijvendheid om aardgasvrij te worden. Dit heeft te maken met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Op grond van de Wgiw kan de gemeente wijken aanwijzen waar de aardgaslevering wordt beëindigd. Dat mag alleen als er een betaalbaar alter natief voor aardgas beschikbaar is. De gemeente verwacht de komende jaren meer duidelijkheid te krijgen over de invulling van deze randvoorwaarden en dan een besluit te nemen over het al dan niet inzetten van de aanwijsbevoegdheid. Mocht het besluit worden genomen om de Multatulibuurt aan te wijzen als wijk waar de aardgasleidingen worden verwijderd, dan duurt het wettelijk nog 8 jaar voordat leidingen daadwerkelijk worden verwijderd. Dat maakt dat het nu het moment is om serieus werk maken van de warmtetransitie. Nu is er subsidie en hulp beschikbaar en heeft iedereen nog tijd om keuzes te maken en in eigen tempo en volgorde maatregelen te treffen.
Leeswijzer Dit WUP voor de Multatulibuurt beschrijft na een korte beleidscontext (hoofdstuk 2) het proces van de totstandkoming van dit plan. Hoofdstuk 3 geeft aan op welke wijze de diverse stakeholders betrokken zijn en waar zij staan met verduurzaming. Vervolgens beschrijft dit WUP de keuzes voor particuliere woningeigenaren ten behoeve van een duurzame warmtetechniek (hoofdstuk 4). Hierbij wordt ook beschreven welke (isolatie)maatregelen genomen moeten worden om deze warmtetechnieken goed te laten functioneren en onderbouwt het de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. Tot slot biedt het plan inzicht en handelingsperspectief aan de stakeholders en de gemeente (hoofdstuk 5).
7
2. (Beleids)context Multatulibuurt
8
Dit hoofdstuk geeft een korte beschrijving van het gebied zowel in cijfers als op sociaalen energetisch gebied. Ook worden beleidskaders voor de buurt en ontwikkelingen van het Warmtenet Delft beschreven. Al deze aspecten vormden de basis voor de participatie met de inwoners en stakeholders.
Multatulibuurt in cijfers De Multatulibuurt ligt in de wijk Voorhof en wordt onder meer begrensd door de Vulcanusweg, de Minervaweg en de Kruithuisweg, zie figuur 1.
Het gemiddelde jaarlijkse energieverbruik van de grond gebonden woningen is 1.165 m3 gas en 3.045 kWh elektriciteit volgens de data van de netbeheerder. Het gemiddelde jaarlijkse verbruik van de appartementen is 450 m3 gas en 2.390 kWh elektriciteit. Uit het onderzoek van DWA naar de energetische staat van de woningen blijkt dat veel woningen energetisch aanzienlijk verbeterd kunnen worden. In de Multatulibuurt zijn de 559 woningen met een geregi streerd energielabel7 in 2024 als volgt verdeeld: • 39% van de woningen heeft energielabel C (278 woningen) • 33% van de woningen heeft energielabel D, E of F (234 woningen) • Slechts een klein aantal woningen heeft energielabel A of B, respectievelijk 23 en 24 woningen.
Figuur 1: Buurtgrenzen Multatulibuurt3
22% van de woningen heeft geen geregistreerd energielabel. Dit zijn vaak woningen in particulier eigendom, omdat woningen pas sinds 1 januari 2008 bij verkoop, verhuur en oplevering verplicht een energielabel moeten hebben.
In de Multatulibuurt zijn er in totaal 718 woningen4. Daarvan zijn 344 appartementen (hoogbouw) verdeeld over vier flats, 252 rijwoningen en 122 hoekwoningen. 579 van deze woningen zijn in het bezit van één van de vijf woningcorporaties en 139 woningen zijn van particuliere eigenaren. Gedurende het onderzoek zijn de aantallen gewijzigd omdat woningcorporatie Bergopwaarts bij mutatie woningen verkoopt aan particulieren. De bouwperiode van alle woningen is tussen 1965-1974, waarbij de meeste woningen in 1966 zijn gebouwd. Deze uniformiteit en datering geeft een duidelijke richting aan de mogelijkheden om de woningen te isoleren. Er zijn twee scholen in de buurt, de Mgr. Bekkerschool en het PrO Grotius. Er is één Vereniging van eigenaren (VvE) voor de appartementen boven de Lidl. De Lidl zelf is ook onderdeel van de VvE. De gemiddelde grootte van een huishouden is 2,1 personen5. Het aantal inwoners is 17236.
3 4 5 6 7
Bron: Buurtpaspoort Multatulibuurt (2023) Bron: CBS (2024) en woningtype analyse DWA Bron: CBS (2022) Bron: Gemeente Delft (aantal inwoners op 1 januari 2022) Geregistreerde energielabels kunnen op adresniveau worden opgezocht in de officiële landelijke database: https://www.ep-online.nl/
9
Figuur 2: Geregistreerde energielabels van gebouwen in de Multatulibuurt8
Bewonersbeleving van Multatulibuurt In het najaar van 2022 heeft de gemeente Muzus ingeschakeld om meer inzicht te krijgen in de meningen van bewoners en een buurtpaspoort9 op te stellen. Dit was de eerste stap die de gemeente Delft heeft genomen om een warmte-uitvoeringsplan op te stellen. Om tot dit buurtpaspoort te komen zijn er vele gesprekken gevoerd en is een online vragenlijst gebruikt. Zo zijn de meningen en ervaringen van bewoners over de buurt opgehaald en is de buurt in beeld gebracht ten behoeve van de energietransitie en de herinrichting van de buitenruimte. Hieronder worden de relevante uitkomsten uit het buurt paspoort geschetst. Uit het buurtpaspoort bleek onder meer dat bewoners erg blij zijn met de ligging van de buurt, dicht bij het centrum en alle benodigde voorzieningen. Daarnaast vindt men het fijn dat het een relatief rustige buurt is, wat verder van de Voorhofdreef gelegen. Bewoners geven aan dat de sociale cohesie in de buurt niet erg hoog (meer) is. Veel van hen kennen wel hun naaste buren, maar niet veel anderen in de buurt. De inrichting van de buitenruimte is volgens sommige bewoners wel aan een opfrisbeurt toe. Zij zouden het prettig vinden als met het riool ook gelijk de bestrating hier en daar vernieuwd kan worden. De houding ten opzichte van de energietransitie (en de benodigde veranderingen) tussen kopers en huurders verschilt sterk. 8 9
Kopers zien het belang van investeringen in hun huis, huurders zijn afhankelijk van hun woningcorporatie. Hierdoor zijn de verschillen in de staat van de huizen toegenomen. Huurders ervaren de isolatie van hun huis als slecht, in de vorm van tocht en een hoog energieverbruik. Kopers beoordelen de energie situatie beter. Kopers hebben behoefte aan een plan, zodat zij hier zelf hun acties op af kunnen stemmen. In het algemeen staat men erg open voor de energietransitie in de buurt, vooral omdat bewoners er financieel voordeel van verwachten, maar ook omdat bewoners begrijpen dat het nodig is om over te stappen op schone warmte. Tegelijkertijd hebben bewoners ook veel vragen en zorgen. Het is voor veel bewoners niet duidelijk wat hen te wachten staat. Ze maken zich erg zorgen over de kosten: ‘wie gaat dat allemaal betalen’ of ‘ik kan dat niet betalen’. Bewoners vinden het belangrijk dat er naar hen geluisterd wordt, dat hun vragen beantwoord worden en dat er ook iets wordt gedaan met hun suggesties en opmerkingen en dat zij daar een terugkoppeling over krijgen.
Bron: RVO (2024) https://www.delft.nl/sites/default/files/2023-11/Buurtpaspoort-Multatulibuurt.pdf
10
Beleidskaders Delft wil, in lijn met de nationale doelstelling uit het Klimaatakkoord, in 2050 aardgasvrij zijn. De Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050, het richtinggevende beleidsstuk voor de Delftse energietransitie en vastgesteld op 16 mei 2024, wijst op de noodzaak van het aardgasvrij maken van woningen. Dit verloopt in Nederland hoofdzakelijk door middel van gebiedsgerichte (warmte-)uitvoeringsplannen. In december 2021 heeft de raad het Warmteplan Delft 2021 vastgesteld. Hierin staat het doel om voor 2030 20% van de bestaande woningen in Delft aardgasvrij te maken. Dit plan geeft per buurt inzicht in de voorkeurstechniek voor de toekomstige duurzame warmtevoorziening. Ook staat erin welke 13 buurten kansrijk worden geacht om met een uitvoeringsplan te starten vóór 2030. Op basis hiervan en een Stadsanalyse zachte factoren (om te zien waar in de stad potentie bij bewoners zit om zich in te zetten voor hun buurt en de overgang naar schone energie), heeft het college op 6 september 2022 besloten om in de Multatulibuurt het eerste warmte-uitvoeringsplan op te stellen. Voor de Multatulibuurt staat in het Warmteplan Delft 2021 het volgende over de voorkeurstechniek voor de toekomstige duurzame warmtevoorziening: “De Multatulibuurt komt in het basisscenario uit op all-electric, maar met een kleine zekerheid en niet in alle scenario’s.
Een warmtenet is voor de Multatulibuurt ook een optie.” Dit wil zeggen dat er meerdere opties zijn voor de buurt. De gemeente is daarom samen met alle stakeholders aan de slag gegaan om te zoeken naar de best passende mogelijk heden die aansluiten bij de wensen van buurt, waarbij zowel individuele oplossingen als het warmtenet worden onderzocht.
Ontwikkelingen warmtenet Delft
Als ook het kookgas wordt vervangen door elektrisch koken, dan is er in die woningen geen cv-ketel en geen aardgas (meer) nodig. Volgens het warmteplan Delft 2021 wordt momenteel 43% van de woningen in de Multatulibuurt verwarmd met een (oud) warmtenet dat gevoed wordt door grote gasketels die stoken op aardgas. Dit warmtenet voorziet de hoogbouwcomplexen en de kleine VvE boven de Lidl van warmte. Alle partijen die aangesloten zijn op dit netwerk zijn verenigd als aandeelhouders in het Operatie- en Exploitatie Fonds (OEF). Dit warmtenet is gedateerd en de leidingen hiervan zijn toe aan vervanging.
Warmtenet Delft Fase 1 In Delft wordt door een aantal partijen samengewerkt aan de realisatie van het Warmtenet Delft in Voorhof, Buitenhof en op de TU Delft Campus. Het ontwikkelen van dit warmtenet is opgeknipt in fasen. In fase 1 werken de woningcorporaties DUWO, Stedelink, Vidomes en Woonbron en de gemeente samen met het warmtenetwerkbedrijf NetVerder en warmte leverancier InWarmte aan de ontwikkeling. De woningcorporaties zullen tussen 2025 en 2027 in totaal 6.000 huurwoningen die nu een collectieve gasverwarmingsketel hebben aansluiten op dit warmtenet. Op het terrein van de TU Delft wordt de duurzame geothermiebron gerealiseerd, waarmee het warmtenet gevoed wordt. De gemeente Delft faciliteert dit proces. De vervanging van de warmtelevering van het OEF-netwerk is onderdeel van het Warmtenet Delft fase 1. De gasketels worden vervangen door een aansluiting op de geothermiebron en het leidingnetwerk in de Multatulibuurt wordt door het warmtebedrijf vernieuwd. Het moment van de overstap naar de nieuwe warmtelevering is afhankelijk van de aanleg van het warmtenet.
Fase 2 van het warmtenet Een warmtenet, ook bekend als stadsverwarming, is een netwerk van leidingen onder de grond waar warm water doorheen stroomt. Het netwerk wordt gevoed door een warmtebron waar het warme water vandaan komt, bijvoorbeeld restwarmte uit de industrie of een geothermiebron. Het warme water stroomt via het netwerk van leidingen de buurt in, naar de woningen. Met deze warmte worden woningen verwarmd en (vaak) van warm tapwater voorzien. Daarvoor hangt in iedere woning een installatie (afleverset) met een warmtewisselaar ter grootte van een trolley (afhankelijk van het merk). Die verdeelt de warmte over de verwarming en warm water. Afgekoeld water loopt vanaf de woning weer terug naar de centrale warmtebron, waar het opnieuw opgewarmd wordt.
Fase 2 van het warmtenet richt zich op de (rest van) de gebouwde omgeving in Voorhof en Buitenhof, dus inclusief de Multatulibuurt. Of en hoe dit gerealiseerd kan worden, wordt momenteel onderzocht. De huidige inschatting is dat er ongeveer 9.00010 woningen en gebouwen additioneel aangesloten kunnen worden op het warmtenet. Woning eigenaren, Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) en eigenaren van bedrijfspanden en voorzieningen beslissen altijd zelf of ze aansluiten op het warmtenet.
10 Het totaal zouden in fase 1 en 2 gezamenlijk 15.000 woningen en gebouwen kunnen worden aangesloten.
11
3. Het proces en participatie
12
Om te komen tot een gedragen WUP was het belangrijk om alle stakeholders in een vroeg stadium te betrekken, zodat zij ook echt invloed konden uitoefenen op de totstandkoming van het plan. De stakeholders zijn de vijf woningcorporaties, de netbeheerder, de twee scholen, één VvE en de particuliere woningeigenaren. De woningcorporaties zijn bij het verduurzamen van hun bezit zelf verantwoordelijk voor het betrekken van hun huurders. Iedere groep heeft een op maat gemaakte participatieaanpak gevolgd om hun rol en verantwoordelijkheden binnen het plan te verankeren. De gemeente heeft hierbij een initiërende en coördinerende rol gespeeld. Het participatieproces was gericht op het activeren van deze partijen door kennis te delen en draagvlak te creëren. Activiteiten varieerden van persoonlijke gesprekken en bijeenkomsten tot huisbezoeken, nieuwsbrieven en inloopdagen. Met iedere stakeholder is toegewerkt naar een eigen handelingsperspectief, gebaseerd op hun specifieke situatie en behoeften. Dit hoofdstuk beschrijft de participatie en de verduurzamingsaanpak per stakeholder, uitgezonderd de groep particuliere woningeigenaren. Daarvoor staat in dit hoofdstuk de participatieaanpak beschreven en volgt in hoofdstuk 4 een uitgebreide toelichting op de verduurzamingsaanpak.
Participatie en aanpak scholen In de Multatulibuurt bevinden zich twee scholen, de PrO Grotius school en de Monseigneur (Mgr.) Bekkersschool. De PrO Grotius is in 2020 gerenoveerd en aardgasvrij gemaakt met luchtwarmtepompen voor verwarming, en heeft daarmee geen verdere actie nodig. De Mgr. Bekkersschool is in beheer van de Laurentius Stichting en fysiek verbonden aan een naastgelegen gymzaal waarvan de gemeente eigenaar is. De school is nog relatief nieuw en daarom niet opgenomen in een planning voor nieuwbouw of renovatie in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) van gemeente Delft.
Samen met de schooldirectie en de Laurentius Stichting is een energieconceptenvergelijking en een kwalitatieve analyse gemaakt. Hieruit kwamen twee belangrijkste opties naar voren: aansluiting op een collectief warmtenet of overstap op een all-electric systeem. Het volledige onderzoek is opgenomen in de bijlage. Hoewel een luchtwarmtepomp de laagste kosten bood, geeft de school de voorkeur aan het warmtenet vanwege de ontzorging in de exploitatiefase. Idealiter kan voor de gymzaal dezelfde aardgasvrije oplossing als de school gekozen worden. Voor het handelingsperspectief van de school is duidelijkheid over de haalbaarheid van het warmtenet essen tieel om verdere stappen te kunnen nemen.
Participatie en aanpak woningcorporaties en Stedin De woningcorporaties Vidomes, Woonbron, Stedelink, DUWO en Bergopwaarts zijn belangrijke stakeholders in de Multatulibuurt vanwege hun gezamenlijk bezit van 579 woning en, wat 80% van het woningbestand in de buurt omvat. In figuur 3 is het bezit per stakeholder weergegeven. Het participatieproces met deze partijen heeft zich gericht op gezamenlijke en individuele gesprekken om verduurzamingsplannen op elkaar af te stemmen en mogelijkheden voor aardgasvrije oplossingen te verkennen. Stedin, als netbeheerder, speelt een sleutelrol in de afstemming van technische haalbaarheid en is daarom tegelijkertijd met de woningbouwcorporaties benaderd en gesproken.
13
Figuur 3: Bezit gebouwen per stakeholder11
Het proces begon met een gezamenlijke bijeenkomst, waarin de uitgangssituatie en de ambities van het WUP werden gedeeld. Deze sessie diende als basis om een gezamenlijk leerproces te starten en inzicht te krijgen in elkaars plannen. Vervolgens zijn twee verdiepende sessies gehouden met Stedin en de corporaties. Tijdens deze bijeenkomsten werden de verduurzamingsplannen van elke partij besproken en afgestemd op de opties die het WUP biedt, zoals aansluiting op het warmtenet of all-electric oplossingen. Daarnaast zijn de kosten en langetermijneffecten van deze technieken besproken, gebaseerd op technische en financiële analyses van DWA.
Vidomes
Stedelink
Voor de flat is gekozen voor aansluiting op het warmtenet, gepland tussen 2025 en 2027. Warm tapwater blijft voorlopig geleverd worden door een aparte installatie die nog een levensduur heeft van 15 jaar (zonnecollectoren gecombineerd met gasgestookte ketel). Mogelijk wordt deze gelijktijdig met de keukenrenovatie (gepland in 2036) vervangen door een aardgasloze optie. Bij mutatie wordt het koken op gas wel al vervangen door elektrisch koken. Daarmee wordt de flat volgens Vidomes naar verwachting in 2036 of uiterlijk 2040 volledig aardgasvrij.
Stedelink beheert 73 grondgebonden woningen in de buurt, waarvan een deel bestaat uit ‘gespikkeld bezit’. Dit betekent dat enkele woningen in dezelfde blokken particulier eigendom zijn. Hun woningen hebben energielabels D en E, en de staat van onderhoud vereist aandacht. In 2024 startte Stedelink daarom een haalbaarheidsonderzoek naar drie scenario’s: (1) regulier onderhoud, (2) isolatie en voorbereiding op aardgasvrij, en (3) volledige isolatie met aansluiting op het warmtenet. Vervanging van kookgas wordt hierin meegenomen. Bewoners worden vanaf 2025 actief betrokken bij de besluitvorming, zodat draagvlak ontstaat voor de uiteindelijke keuze. Vanaf 2025 volgt een scenariobesluit en uitwerking daarvan. Als er voldoende draagvlak is, kan er ruim voor 2030 gestart worden met de uitvoering. Stedelink staat open voor samenwerking met particuliere eigenaren in hun gespikkeld bezit zodat zij mogelijk kunnen meeliften met de werkzaamheden.
Vidomes bezit 66 aaneengesloten grondgebonden woningen en een flat aan de Isaac da Costalaan. De grondgebonden woning en vertonen gebreken en renovatie is noodzakelijk. Aansluiten op het warmtenet is overwogen, maar daar is niet voor gekozen omdat dit gezien de urgentie van de gebreken te laat gerealiseerd wordt. Ze worden volledig aardgasvrij gemaakt met een all-electric oplossing vanaf 2025. Hierin worden onder meer warmtepompen, verbeterde isolatie, koken op inductie en pv-panelen toegepast. Er is een klankbordgroep van huurders opgericht.
Woonbron Woonbron heeft 63 grondgebonden woningen, waaronder een deel gespikkeld bezit. Wel is er een overeenkomst met Woonbron waarbij de woningen door Woonbron terug worden gekocht bij verkoop door de huidige particuliere eigenaar.
11 bron: Infographic Buurtpaspoort Multatulibuurt (2023) aangevuld met analyse naar recente verkoop
14
Het bezit van Woonbron is beter geïsoleerd dan energielabel E, waardoor verduurzamen van deze woningen nu geen prioriteit heeft. Voorlopig richt men zich op regulier onderhoud en daarbij beperkte energetische verbeteringen, zoals onderhoud aan de vloer, schilderwerk en glasvervanging vanaf 2026. De Cv-ketels zijn in 2023 vervangen, waardoor er voorlopig geen plannen zijn om technische installaties te vervangen door aardgasvrije alternatieven. Woonbron is geïnteresseerd in het warmtenet, maar duidelijkheid over de planning en kosten is essentieel voor verdere besluitvorming.
DUWO DUWO bezit drie flats met in totaal 144 appartementen aan de Isaac da Costalaan, Nicolaas Beetslaan en de Louis Couperuslaan. De flats worden nu bewoond door sociale huurders en studenten. Bij mutatie worden de woningen omgebouwd naar studentenwoningen. De woningen worden naar verwachting aangesloten op het warmtenet tussen 2025 en 2027 en er zijn plannen voor extra verduurzamingsmaat regelen, zoals na-isolatie, isolerend glas en elektrisch koken. De bouwkundige en installatie technische aanpassingen wil DUWO gelijktijdig uitvoeren. Er is nog geen vastgelegde planning, maar DUWO streeft ernaar de flats uiterlijk in 2030 aardgasvrij te maken. Communicatie met huurders wordt opgestart zodra de planning concreet is.
Bergopwaarts Bergopwaarts bezit 42 grondgebonden woningen, maar wil deze verkopen bij voorkeur aan een andere corporatie. Woningen die vrijkomen door mutatie worden nu al aan particulieren verkocht. Recent is regulier onderhoud (schilderwerk, dakrenovatie) bij een deel van de woningen uitgevoerd. Totdat de verkoop is gerealiseerd, worden geen plannen voor verduur zaming ontwikkeld. De gemeente verwacht dat de nieuwe eigenaar verantwoordelijkheid neemt voor verduurzaming.
Stedin Stedin participeert actief in de afstemming met woningcorporaties. De plannen van de woningcorporaties hebben namelijk directe gevolgen voor het elektriciteitsnet. Zo heeft bijvoorbeeld de keuze van Vidomes voor een all-electric oplossing impact op de netbelasting en daarmee op de planvorming van andere corporaties. Stedin pleit voor collectieve warmteoplossingen, die minder netverzwaring vereisen. Voor Stedin is een belangrijk aandachtspunt het (tijdige) inzicht in koers en tempo van de toekomstige warmtevoorziening van de buurt. Ongeacht de oplossing wordt er volloop van het elektriciteitsnet verwacht, en moet er daarom één station bijgeplaatst worden en een aantal kabels verzwaard. Bij een grootschalige keuze voor individuele warmtetechnieken zal het uitbreiden van het elektriciteitsnet sneller moeten gebeuren dan bij het realiseren van een warmtenet. Hierbij is de visie van Stedin dat (collectieve) warmtevoorzieningen zoveel mogelijk benut moeten worden waar dat kan, om netcongestie te verminderen. De buurt is in de huidige planning pas na 2030 aan de beurt voor verzwaring van het net. Stedin heeft wel procesafspraken gemaakt en zij volgen de ontwikkelingen in de Multatulibuurt nauwkeurig om verzwaring te faciliteren als dat nodig blijkt.
Stedin benadrukt dat tijdige en duidelijke informatie vanuit de woningcorporaties en gemeente essentieel is om de nodige aanpassingen in het net te faciliteren.
Participatie en aanpak VvE Albert Verweylaan De 8 appartementen van de VvE boven de Lidl zijn nu aange sloten op collectieve warmte (OEF-netwerk). Gedurende het WUP-proces zijn gesprekken gevoerd met de vertegenwoor diger van de VvE en met woningeigenaren tijdens diverse participatiemomenten.
Figuur 4: De 8 appartementen van de VvE Albert Verweylaan
15
De VvE moet beslissen of zij aangesloten blijft op het warmtenet of niet (zie paragraaf 2.4). Hiervoor zijn voor de VvE individuele oplossingen onderzocht. Hieruit komt een multisplit airco per appartement als best passende individuele oplossing. De VvE heeft nog geen besluit genomen over de toekomstige warmtevoorziening. De verwachting is dat de VvE vóór 2030 aardgasvrij kan zijn.
Participatie particuliere eigenaren De particuliere woningeigenaren in de Multatulibuurt moeten zelfstandig hun woningen verduurzamen. Vanwege de grote diversiteit in eigendomssituaties, woningtypes en financiële mogelijkheden, heeft de gemeente een intensief participatieproces opgezet om zoveel mogelijk eigenaren te bereiken en te ondersteunen. Er is een grote variatie in contactmomenten gerealiseerd om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk particuliere woningeigenaren bereikt werden. Hierbij lag de focus op de communicatie tot stand brengen, het opzetten van verschillende activiteiten om hen te informeren, kennis over te dragen, het aanwakkeren van hun motivatie en het invullen hun behoeften om uiteindelijk keuzes te kunnen maken. Er is een breed scala aan communicatiemiddelen ingezet, waaronder informatiebrieven en verslagen, bewonersbijeenkomsten, huis-aan-huis gesprekken, inloopdagen en een buurt peiling. Het doel was om bewoners te informeren, hun motivatie te versterken en hen handelingsperspectief te bieden. Inclusiviteit stond centraal, met specifieke aandacht voor het betrekken van minder actieve groepen via extra georganiseerde inzet en samenwerking met de wijkverbinder van Delft voor Elkaar. Hieronder volgt een kort overzicht van de activiteiten, een uitgebreide toelichting is te vinden in de bijlagen.
• Buurtpaspoort (2022): Muzus verzamelde hiervoor input van 180 bewoners over verschillende onderwerpen. Hieruit bleek dat veel eigenaren bereid zijn te verduurzamen, maar behoefte hebben aan praktische ondersteuning en financiële zekerheid. • Inloopdagen buurthuis: Vanaf april 2023 organiseerde de gemeente periodieke inloopdagen in buurthuis Het Voorhof. De aanwezigheid van drie medewerkers van de gemeente zorgde voor een laagdrempelige manier om bereikbaar te zijn voor bewoners. • Huis-aan-huis gesprekken: In juni 2023 voerden gemeente medewerkers gesprekken met 90 huishoudens en werd gratis energiehulp van 015Duurzaam aangeboden. Hieruit bleek dat bewoners vooral geïnteresseerd zijn in de kosten, terugverdien tijd en het ruimtebeslag van verschillende technieken.
• (Voor)waarden bepalen: In augustus 2023 hebben de bewoners samen met de gemeentemedewerkers bepaald aan welke (voor)waarden de nieuwe techniek en het proces moet voldoen. • Techniekselectie: In oktober 2023 werden vier technieken geselecteerd voor verdere uitwerking: collectief warmtenet, luchtwarmtepomp, bodemwarmtepomp en airco met doorstroomboiler. De voorkeur ging aanvankelijk uit naar het warmtenet, mits financieel haalbaar. • Tweedaagse inloopbijeenkomst (november 2024): De vier geselecteerde technieken werden gepresenteerd tijdens een tweedaagse inloopbijeenkomst waarvoor alle particuliere woningeigenaren waren uitgenodigd. • Workshops per techniek (maart 2024): In kleine groepjes kregen bewoners verdiepende informatie over kosten (voor zover mogelijk), ruimtebeslag en aanvullende maatregelen. Dit hielp hen bij het maken van een geïnformeerde keuze. • Peiling (juni 2024): Een huis-aan-huis peiling bracht de voortgang en voorkeuren van eigenaren in kaart. Van de 129 bezochte huishoudens reageerden er 65. De peiling toonde aan dat 75% van de respondenten tevreden was met hun betrokkenheid en 72% al stappen heeft genomen en verdere stappen overwoog richting aardgasvrij wonen.
• Slotbijeenkomst (november 2024): Tijdens de bijeenkomst werden drie workshops gegeven: 1) waarin bewoners informatie kregen en vragen konden stellen over de financieringsmogelijkheden, 2) een voorbeeld van de aanpak van een buurtbewoner en 3) de mogelijkheden die er zijn om nu zelf al in actie te komen (handelingsperspectief ). Hiermee is het participatieproces om het WUP op te stellen afgerond, en begint de uitvoeringsfase waarin alle stakeholders aan de slag kunnen met het aardgasvrij maken van hun deel van de bebouwing in de Multatulibuurt.
Uitkomsten en uitdagingen Uit het traject blijkt dat particuliere eigenaren vooral waarde hechten aan lage kosten, keuzevrijheid en een realistische planning. Hoewel veel bewoners stappen hebben gezet in isolatie of elektrisch koken, ervaren ze ook obstakels, zoals: • Financiële barrières: niet alle eigenaren hebben toegang tot subsidies of leningen, en voor velen blijft de investering een uitdaging. • Technische problemen: sommige woningen hebben specifieke problemen, zoals kwaaitaalvloeren of beperkte kruipruimte, die verduurzaming bemoeilijken. • Adviseurs en uitvoerders: bewoners hebben moeite om partijen te vinden die zij vertrouwen voor advies en uitvoering. Uit de peiling blijkt dat er geen duidelijke voorkeur is voor één techniek. Het warmtenet en de airco worden het vaakst genoemd, terwijl de warmtepomp iets minder populair is. Redenen hiervoor variëren van kosten en duurzaamheid tot persoonlijke voorkeuren. 16
4. Technische oplossingen grondgebonden woningen
17
Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van de analyses die uitgevoerd zijn voor de grondgebonden woningen in de Multatulibuurt. Hier ligt de focus op de te nemen stappen voor de particuliere eigenaren. De overige gebouwen hebben al een logische technische oplossing (hoogbouw van woningcorporaties) of een andere technische analyse gekregen (zie hoofdstuk 3). De analyses in dit hoofdstuk geven inzicht in de mogelijk heden om de grondgebonden woningen in logische stappen aardgasvrij te maken. In het participatieproces hebben de particuliere woningeigenaren gekozen welke technieken ze uitgewerkt wilden zien. De vier gekozen technieken en bijbehorende isolatiemaatregelen zijn in een (technische) analyse op effectiviteit en kosten beoordeeld. Het resultaat daarvan wordt hier beschreven.
Volgorde maatregelen en waarde getallen Eerst besparen, dan aardgasvrij Energie die je niet gebruikt, hoeft ook niet opgewekt te worden. Daarom is het belangrijk om eerst zoveel mogelijk energie te besparen. Dit is als uitgangspunt gehanteerd bij de volgorde van advies om naar aardgasvrije woningen te komen. De trias energetica12 beschrijft deze volgorde in drie stappen: 1. Beperk de vraag naar energie. 2. Maximaal gebruik van hernieuwbare bronnen. 3. Restvraag naar fossiele brandstof zo efficiënt mogelijk.
Haalbaarheidsonderzoek en kentallen De analyse in dit hoofdstuk is een haalbaarheidsonderzoek. Dat wil zeggen dat er goed, maar op hoofdlijnen is gekeken of isolatie en warmtetechnieken bij de woning kunnen passen en leiden tot een aardgasvrije woning. De getallen die gebruikt zijn voor berekeningen in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op openbare data (CBS), data van de netbeheerders en kentallen (RVO, Milieu Centraal en offertes van buurtbewoners). Kentallen zijn gemiddelden, vaak afgeleid uit rekenmodellen en praktijkvoorbeelden. Deze getallen kennen altijd een onzekerheidsmarge, die door schommelingen in prijzen voor energie, materiaal en lonen kunnen fluctueren. Daarnaast zijn de werkelijke kosten altijd erg afhankelijk van specifieke situaties. Woningen die bijvoorbeeld al (deels) geïsoleerd zijn hebben waarschijnlijk lagere energielasten dan waar in dit hoofdstuk vanuit is gegaan. Anderzijds kunnen (onverwachte) gebreken (zoals betonrot in de kwaaitaalvloer) in een woning weer tot hogere kosten leiden. Dit hoofdstuk geeft een goede eerste indicatie. Bij de realisatie van het aardgasvrij maken zijn echter concrete offertes onontbeerlijk om de werkelijke kosten inzichtelijk te krijgen.
Isoleren van de woningen
Figuur 5: Schematische weergave van de Trias Energetica
De eerste logische stap, het beperken van de vraag naar energie in de woning, wordt gerealiseerd door het aanpassen van gedrag, denk aan korter douchen en de verwarming een graadje lager zetten. Op de website van Milieu Centraal staan veel tips13 om met gedrag te besparen op het aardgasverbruik. Naast gedrag zorgt ook een goede isolatie voor het beperken van de energie vraag. We gaan daarom eerst uitgebreid in op de isolatiemogelijkheden. Daarna volgt de toelichting op de technieken.
De Multatulibuurt is redelijk uniform opgebouwd. Alle grond gebonden woningen zijn rond het jaar 1966 gebouwd. Vanuit de bouw zijn de woningen waarschijnlijk geheel ongeïsoleerd opgeleverd. Er werd enkel glas gebruikt bij de bouw, geen dakisolatie, geen vloerisolatie en geen muurisolatie (maar wel een spouw van een paar centimeter). Omdat alle woningen in het verleden in bezit waren van woningcorporaties zijn er in de loop der tijd verbetermaatregelen getroffen. De meeste woningen hebben in de jaren ’80 of ’90 dubbel glas gekregen, en een deel van de woningen is aan de buitenkant na geïsoleerd.
12 De Trias Energetica is een driestappenstrategie om een energiezuinig ontwerp te maken. 13 Besparen op gas: check de tips | Milieu Centraal
18
In 2021 is er door het Rijk een nieuwe standaard geïntroduceerd voor woning-isolatie. De standaard geeft aan wanneer uw woning goed genoeg geïsoleerd is om aardgasvrij te worden. Naast isolatie rekent de standaard ook (goede) ventilatie mee in het advies. Hiermee zorgt de standaard ervoor dat uw woning toekomstbestendig is. In de toekomst is verwarming zonder aardgas de norm. De standaard is een advies voor de isolatiegraad van uw woning. Als de woning goed geïsoleerd is, dan is het warmteverlies klein en kan de woning met een aardgasvrije techniek worden verwarmd. Om te meten of een woning voldoet aan de standaard is een berekening van de jaarlijkse netto warmtevraag (in kWh/m2/jaar) noodzakelijk. De waarde wordt berekend met de rekenmethodiek die ook gebruikt wordt om energielabels te bepalen. Deze specifieke berekening moet voor elke woning gemaakt worden. Daarom is maatwerkadvies nodig om te bepalen welke maatregelen precies genomen moeten worden om de standaard te halen. Meer informatie: Standaard en streefwaarden voor woningisolatie (rvo.nl)
Isoleren naar de standaard Om de woningen in de Multatulibuurt aardgasvrij en toekomstbestendig te maken is de eerste stap uit de trias energetica ‘energie besparen’. Daarvoor worden de mogelijkheden beschreven om de woningen zo goed mogelijk te isoleren, en is het advies om de woningen te isoleren naar de isolatiestandaard (zie kader).
Figuur 6: De drie typen grondgebonden woningen in de Multatulibuurt. Boven type 1, midden type 2 en onder type 3.
Er zijn drie typen grondgebonden woningen in de buurt te onderscheiden: 1. Baksteen woning met plat dak 2. Baksteen woning met opbouw 3. Witte woning (na geïsoleerd) met plat dak Van elk woningtype bestaan hoekwoningen en rijwoningen. Dit betekent dat er zes verschillende soorten grondgebonden woningen zijn in de Multatulibuurt.
Er zijn twee voordelen aan isoleren naar de standaard: • De isolatiegraad van de woning is daarmee heel goed en toekomstbestendig; • De woning is geschikt voor alle soorten aardgasvrije verwarming. Daarnaast biedt isoleren naar de standaard een andere kans in de Multatulibuurt. De gemeente Delft heeft mogelijkheden om een significante financiële bijdrage te leveren aan particuliere woningeigenaren voor het isoleren van de grondgebonden woningen in de Multatulibuurt. Dit komt voort uit het Volkshuisvestingsfonds van het Rijk (zie ook hoofdstuk 1). Om hiervoor in aanmerking te komen, moeten de woningen uiteindelijk voldoen aan de isolatiestandaard. De gemeente verwacht dat de regeling in 2025 opengesteld kan worden.
19
Figuur 7: Isolatiemogelijkheden voor de particuliere woningeigenaren in de Multatulibuurt
Om de isolatiemogelijkheden voor de particuliere woning eigenaren te schetsen geven figuur 7 en tabel 1 een overzicht van alle maatregelen die aan de woning getroffen kunnen worden en die bijdragen om de norm van de standaard te halen. Een combinatie van verschillende isolatiemaatregelen is nodig om de standaard te halen. Dit wordt later toegelicht. In de kolom ‘kostenindicatie’ wordt een inschatting gegeven van de verwachte kosten per optie op basis van kentallen (zie tabel 1). Per maatregel (zoals ‘vloer’) worden verschillende opties benoemd (in dit geval vloerisolatie of bodemisolatie). Bij deze maatregel kan hier één optie uitgekozen worden. Het is niet nodig om beide genoemde opties toe te passen.
Mogelijkheden en advies om de standaard te halen Tabel 1 geeft een opsomming van laagdrempelige en relatief goedkope maatregelen, en wat ingrijpender en duurdere maatregelen. Per maatregel zijn er soms verschillende opties mogelijk om de standaard te halen. Alle maatregelen hebben een bepaalde isolatiewaarde (ook bekend als de Rc-waarde). Het bekendste voorbeeld hiervan is glas: HR++ glas heeft een hogere isolatiewaarde dan enkelglas. Welke combinatie van maatregelen of opties nodig is om aan de standaard te laten voldoen verschilt per woning. Dat is afhankelijk van de maat regelen die (in het verleden) al getroffen zijn. In het handelingsperspectief voor particuliere woningeigenaren wordt geadvi seerd om eerst na te gaan welke (isolatie)maatregelen al getroffen zijn en om zelf proberen te achterhalen wat de isolatiewaarde is van de verschillende bouwdelen (dak, gevel, vloer etc.). Het is wel zeer waarschijnlijk dat alle bouwdelen goed geïsoleerd moeten zijn, de kierdichting verbeterd moet
worden en de ventilatie op een goed niveau moet zijn om de standaard te halen. Voor de berekening om het benodigde pakket van maatregelen te bepalen is een expert nodig. Dit zal door de gemeente worden gefaciliteerd bij de inzet van het Volkshuisvestingsfonds. Door het treffen van een (groot) aantal maatregelen gaat de woning voldoen aan de standaard. Afhankelijk van het aantal maatregelen en de keuzes die daarin gemaakt (kunnen) worden, kan het totaalbedrag van zo’n ingreep uiteenlopen van 20.000 tot 30.000 euro. Zeer waarschijnlijk kan een (groot) deel van deze investering gefinancierd worden vanuit het VHF en levert de woningverbetering een directe waardestijging op van de woning. Verduurzaamde en goed geïsoleerde woningen leveren een hogere verkoopwaarde op dan ongeïsoleerde woningen. In het kader van dit WUP is dit niet onderzocht of gekwantificeerd.
20
Maatregel
Huidige situatie
De standaard
Kosten indicatie
Aandachtspunten
kierdichting
beperkt aanwezig
goede kierdichting
1.200
Kierdichting is een maatregel die grotendeels zelf uitgevoerd kan worden (tochtstrips etc.).
plat dak
redelijk geïsoleerd
isolatie aan buitenzijde
8.50017.500
isolatie aan binnenzijde
6.200
• Dakisolatie aan de buitenkant geeft het minste overlast. Let hierbij op het ontstaan van hoogteverschillen met de buren. • Kosten van dakisolatie aan de buitenkant is o.a. afhankelijk van bouwkundige afwerking boeidelen en hemelwaterafvoer. • Isoleren aan de binnenkant is aanzienlijk goedkoper. • Tref bij isolatie aan de binnenkant maatregelen om vochtophoping tussen het dak en de isolatie te voorkomen.
schuin dak
redelijk geïsoleerd
isolatie aan de binnenkant
9.500
vloer
niet geïsoleerd
vloerisolatie (tegen onderkant vloer)
3.400
bodemisolatie (op de grond)
3.400
gevel
niet geïsoleerde spouw
rijwoning: na-isoleren spouw isolatie buitenzijde isolatie binnenzijde
2.300 10.000 5.500
hoekwoning: na-isoleren spouw isolatie buitenzijde isolatie binnenzijde
3.700 20.000 12.000
na-isolatie aan de buitenkant (witte woningen) glas
dubbel glas
panelen in kozijnen
niet geïsoleerd
ventilatie
mechanische afvoer
Mogelijke hogere kosten ontstaan door: • Herstellen betonrot kwaaitaalvloer • Puin- en vochtvrij maken kruipruimte • Toegankelijk maken kruipruimte i.v.m. ontbreken kruipluik • Kosten voor gevelisolatie verschillen per woningtype, door het aantal m2 gevel dat woningen hebben. De witte woningen hoeven geen aanpassingen, omdat deze al zijn na-geïsoleerd aan de buitenzijde. • Zorg voor de juiste maatregelen om vochtproblemen te voorkomen. • Ecologisch onderzoek is verplicht voor spouwmuurisolatie. De gemeente heeft dit onderzoek in Voorhof al gedaan. Hiervoor is een soortenmanagementplan. U moet nog wel een melding maken bij het isoleren of (ver)bouwen.
behoeven geen aanpassingen • Oud dubbelglas heeft een slechte isolatiewaarde. • Vaak kan nieuw glas in de bestaande kozijnen geplaatst worden, mits in goede staat.
plat dak: HR++ glas
6.000
opbouw: HR++ glas
6.500
isolatie aanbrengen (binnenzijde) of vervangen voor geïsoleerde variant
500
• Dit betreft bv. de panelen onder de ramen. • Let op mogelijk asbest door de bouwperiode.
CO2-sturing in alle kamers
2.600
Het is belangrijk om goede ventilatie aan te brengen, om te voorkomen dat er vochtproblemen ontstaan.
WTW alleen in woonkamer
2.000
Tabel 1: Maatregelen om de standaard te halen
Financieringsmogelijkheden Zoals eerder gemeld kan de gemeente met de bijdrage uit het VHF een groot deel van de investeringen voor isolatie en ventilatie vergoeden voor particuliere woningeigenaren. Een deel van de investering kan eventueel niet worden betaald uit het volkshuisvestingsfonds. Deze komen dus direct voor rekening van de woningeigenaar. Er zijn verschillende aanvullende mogelijkheden naast het VHF om deze investeringen te financieren: • Doe-het-zelf isolatieactie van de gemeente14 • Uiteraard kan dat met eigen (spaar)geld. • Daarnaast is er een Warmtefonds15, waar een lening met een lage rente afgesloten kan worden. • Voor diverse isolatiemaatregelen en installatietechniek kan ISDE-subsidie16 worden aangevraagd. • De verwachte waardestijging kan zorgen dat de hypotheek op de woning verhoogd kan worden om de investering te financieren. 14 https://delftdoetduurzaam.nl/acties/doe-het-zelf-isolatieactie/ 15 Groen licht voor jouw verduurzaming - Warmtefonds 16 ISDE: Subsidie voor verduurzaming van uw woning (rvo.nl)
21
Beperkte isolatie toepassen Isoleren naar de standaard is geen verplichting. Particuliere woningeigenaren kunnen ervoor kiezen om minder vergaande isolatiemaatregelen te treffen. Hiermee vervalt echter de mogelijkheid om een financiële bijdrage te krijgen uit het VHF. Daarnaast vervalt ook de mogelijkheid om een woning te verwarmen met een warmtepomp. Dit is schematisch weer gegeven in tabel 2. Hierin geven de groene vinkjes aan welke verwarmingstechniek mogelijk is bij welk isolatiepakket. Isolatiepakket
Bodemwarmtepomp
Luchtwarmtepomp
Airco met elektrische boiler
Warmtenet
Huidig Beperkt De standaard Tabel 2: Isolatiepakketten en mogelijkheden voor aardgasvrije verwarming
Om een woning wel gereed te maken voor aardgasvrije verwarming met een warmtenet is een (beperkt) pakket aan isolatiemaatregelen altijd wel noodzakelijk. Maatregelen die achter wege zouden kunnen blijven zijn de dak- en vloerisolatie. Deze maatregelen zouden dan op een natuurlijk moment (verhuizing, grote verbouwing) getroffen kunnen worden. Met een beperkt isolatiepakket blijven de kosten binnen een marge van zo’n 10.000 à 20.000 euro. Hiermee vraagt dit pakket waarschijnlijk een even hoge eigen investering als wanneer gebruik gemaakt wordt van het VHF en geïsoleerd wordt naar de standaard.
Aandachtspunten en effecten van isolatie Er is een aantal aandachtspunten waarvan bekend is dat sommige woningen in de buurt daarmee te maken hebben. Het gaat om: • Vochtige kruipruimte • Kruipruimte zonder kruipluik, waardoor de kruipruimte niet toegankelijk is • Puin in de kruipruimte • Ondiepe kruipruimte • Betonrot in een kwaaitaalvloer (betonvloer) • Vochtproblemen na isolatie • Asbest, bijvoorbeeld in panelen • Cementbaarden (resten cement van het metselwerk) in de spouw • Hittestress door platte daken en doorzonwoningen Belangrijk om te benoemen is dat er geen nader onderzoek is gedaan naar het ontstaan en oplossen van deze aandachtspunten. Ze kunnen echter wel het aanbrengen van isolatie bemoeilijken of onmogelijk maken en voor extra inspanning en kosten zorgen. Bij het handelingsperspectief in hoofdstuk 5 wordt beschreven wat bewoners zelf al kunnen doen om te inventariseren of, en met welke aandachtspunten zij rekening moeten houden.
Daarnaast is er een aantal effecten waar bij het isoleren van de woningen rekening mee gehouden moet worden. Het gaat om: Hitte in de woning Door isolatie kan de woning efficiënter verwarmd worden. Ook zorgt isolatie ervoor dat de hitte in de zomer langer buiten blijft. Maar als de warmte eenmaal in het huis zit, is het effect van goede isolatie dat de woning in de zomer ook minder snel afkoelt. Daarom is het belangrijk om maatregelen te treffen die ervoor zorgen dat de warmte in de zomer zo lang mogelijk buiten blijft. Dit kan door de ramen open te zetten als het koeler is (’s avonds en ‘s nachts) en dicht te houden als het warmer is (overdag). Een zonnescherm (aan de buitenkant) voor de ramen is een effectieve maatregel om warmte buiten te houden. Ook gordijnen overdag dicht houden kan schelen. Ventilatie belangrijk bij isoleren Bij het isoleren van de woning en door kierdichting wordt de schil van de woning luchtdicht. Hierdoor is er minder ‘natuurlijke’ ventilatie, wat de kans op vocht en schimmel in huis vergroot. Daarom is het belangrijk om bij isoleren ook de ventilatie te verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van mechanische luchtafvoer en door ventilatie in de kruipruimte. Daarnaast is het van belang om de juiste (dampdoorlatende) folie achter de isolatielaag te gebruiken om vochtophoping, en daarmee schimmelvorming, te voorkomen.
Beschermde diersoorten en ruimtelijke kwaliteit Bij de spouwmuurisolatie, isolatie van de gevel aan de buitenkant en isolatie van schuine daken is een onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde diersoorten een aandachtspunt. Het kan zijn dat er maatregelen nodig zijn om sommige dieren te beschermen. Vaak gaat het om de huismus, gierzwaluw en vleermuizen. Om het werk uit te kunnen voeren is een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig. De gemeente heeft al onderzoek laten doen in Voorhof en Buitenhof. Dit staat beschreven in het soortenmanagementplan. In de Multatulibuurt kan gebruik gemaakt worden van de ontheffing van het soorten managementplan. Door deze ontheffing is het mogelijk om na een melding bij de gemeente met een ecologisch werkprotocol17 diervriendelijk te (ver)bouwen, isoleren of slopen. Deze route is goedkoper en korter dan wanneer zelf onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van beschermde diersoorten. Het aan de buitenzijde isoleren van een woning kan veel invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit van de buurt en de openbare ruimte. Daarom is het noodzakelijk om bij de gemeente te toetsen of de isolatieplannen passen binnen het bestemmingsplan voordat deze maatregel kan worden toegepast.
17 Ecologische werkprotocollen (delft.nl)
22
Aardgasvrije warmteoplossingen Als de woning geïsoleerd is tot aan de standaard, dan zijn er verschillende technische mogelijkheden om aardgasvrij te verwarmen en warm tapwater te maken. Deze mogelijkheden worden in deze paragraaf beschreven. De vier technische oplossingen die door de bewoners geselecteerd zijn, zijn doorgerekend. In de analyse is gekeken naar de CO2 uitstoot, ruimtegebruik, investeringskosten en naar de totale kosten per techniek over een periode van 30 jaar (Total Cost of Ownership, TCO), waar de jaarlijkse lasten op zijn gebaseerd. De technieken worden eerst toelicht voordat de vergelijking getoond wordt. Om uiteindelijk volledig aardgasvrij te worden moet ook het kookgas vervangen worden. In de standaard woningen betekent dit dat het (oude) gasfornuis vervangen wordt door een inductie plaat of door een elektrische kookplaat.
Bodemwarmtepomp Er wordt verwarmd met een warmtepomp op elektriciteit. Een bodemwarmtepomp is een apparaat dat warmte uit de omgeving haalt en door middel van efficiënt energiegebruik op hogere temperatuur in de woning brengt. Bij een bodemwarmte pomp wordt de warmte uit de bodem gehaald door middel van een bodemlus gevuld met water. Deze oplossing kan individueel (dus per woning) gerealiseerd worden. Bij de keuze voor een warmtepomp kunnen zonnepanelen meerwaarde bieden om het extra elektriciteitsgebruik op te vangen. De warmtepomp verwarmt de woning met water van ongeveer 50°C. Om dit effectief te kunnen doen is het belangrijk om goed te isoleren en het warmte-afgiftesysteem (radiatoren, convectoren, vloerverwarming) geschikt te maken voor deze lage temperatuur. Tapwater wordt ook door de warmtepomp verwarmd en op meer dan 60°C opgeslagen in een buffervat. Koken gebeurt bij deze optie elektrisch.
Mogelijke technieken Er zijn vier aardgasvrije technieken uitgewerkt die uit het participatietraject naar voren kwamen: • Bodemwarmtepomp • Luchtwarmtepomp • Airco met elektrische boiler • Warmtenet
Met de warmtepomp kan passief gekoeld worden door koud water door het afgiftesysteem te laten stromen. Hiervoor moet wel het afgiftesysteem geschikt zijn (bv. door middel van vloerverwarming).
Figuur 8: Bodemwarmtepomp in de woning
23
Luchtwarmtepomp Er wordt verwarmd met een warmtepomp op elektriciteit. Een warmtepomp is een apparaat dat warmte uit de omgeving haalt en door middel van efficiënt energiegebruik op hogere temperatuur in de woning brengt. Deze oplossing kan individueel (dus per woning) gerealiseerd worden. Bij de keuze voor een luchtwarmtepomp kunnen zonnepanelen meerwaarde bieden om het extra elektriciteitsgebruik op te vangen. Bij een luchtwarmtepomp wordt de warmte uit de buitenlucht gehaald door middel van een buitenunit. Dat is een kast waarin een ventilator lucht langs leidingen blaast. De buitenunit wordt vaak in de tuin, op het dak of aan de gevel geplaatst.