Woonvisie 2023 - 2028 (versie voor inspraak)
Tekst van het document
•
We zorgen voor een adequate opvang en huisvesting van statushouders conform de taakstelling.
•
Delft is binnen de regio Haaglanden de gemeente met de minste standplaatsen per 100.000 inwoners. We zetten in op de uitbreiding van het aantal standplaatsen voor woonwagens, gezien de vraag vanuit de huidige gezinnen en werken een standplaatsenbeleid uit. De basis van een goed standplaatsenbeleid is inzicht in de behoefte aan standplaatsen en woonvorm in huur of koop, en de gewenste toewijzingscriteria. Dit volgend uit een advies van de Nationale Ombudsman 5 en uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens. Op basis hiervan heeft de rijksoverheid een beleidskader opgesteld6. Huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners is de verantwoordelijkheid van gemeenten. Gemeenten houden in hun woonbeleid rekening met de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners welke onderdeel is van het woonwagenleven en voorzien in voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen. Het beleidskader definieert deze redelijke termijn niet, maar geeft als uitgangspunt mee dat de wachttijd voor een standplaats ongeveer hetzelfde mag zijn als de wachttijd voor een sociale huurwoning. Zo mogelijk wordt daarnaast tegemoetgekomen aan de wens om in familieverband samen te leven. Ook bij individuele beslissingen dient rekening gehouden te worden met de mensenrechten van de woonwagenbewoners.
Bovendien dient het beleid woonwagenbewoners tegen discriminatie te beschermen en hen rechtszekerheid te bieden.
5
Woonwagenbewoner zoekt standplaats: Een onderzoek naar de betrouwbaarheid van de overheid voor woonwagenbewoners. 17 mei 2017, Nationale Ombudsman, rapportnummer: 2017/060. Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid. Juli 2018, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, publicatienummer; 113803.
6
19
6.
Verduurzamen bestaande voorraad; ‘natuurlijk duurzaam’
Verduurzaming van de woningvoorraad in de brede zin van het woord is vanzelfsprekend. Daaronder verstaan we stappen maken op de punten klimaatadaptief, natuurinclusief, circulair, biobased. Ook op dit thema is het vooral het bestendigen van beleid en het tot uitvoering brengen van de ambities, ook in relatie tot de benodigde energietransitie. De ambitie is om in 2050 een klimaat neutrale gebouwde omgeving te bereiken. Dit vraagt nu ten minste energie neutrale nieuwbouw en verduurzaming van de bestaande voorraad. We werken al enige tijd aan de duurzame stad, maar signaleren dat de uitvoering nog niet snel genoeg gaat. We zien als gemeente de urgentie, en dat geldt ook voor onze samenwerkingspartners. We worden echter beperkt door onze financiële middelen. Wij vragen daarom iedereen om bij de dragen aan een natuurlijk duurzame stad, en wij zorgen ervoor dat iedereen mee kan doen. Hierbij is vooral de opgave in de bestaande particuliere woningvoorraad groot. In de enquête t.b.v. het Warmteplan Delft gaf 16% van de respondenten aan zelf al maatregelen genomen te hebben voor het aardgasvrij worden, en nog 5% had plannen. Er is dus nog veel te doen. Los van de zorg voor het klimaat is energiearmoede een grote zorg. Verduurzaming van de woningvoorraad helpt hiertegen, maar zeker bij eigenaar-bewoners is er vaak niet het investeringspotentieel om hier iets aan te doen.
‘Natuurlijk duurzaam’: • Duurzaam (ver)bouwen • Verduurzaming bestaande woningvoorraad woningcorporaties • Verduurzaming bestaande particuliere woningvoorraad Duurzaam (ver)bouwen •
In verschillende documenten stellen we kaders aan de duurzaamheid, circulariteit/ biobased, natuurinclusiviteit en klimaatbestendigheid van de nieuwbouw, de volgende stukken zijn leidend: o De gemeente zet in op het bevorderen van circulair slopen, transformeren en bouwen en een hoge duurzaamheids-ambitie bij nieuwbouw. Dit op basis van het reeds bestaande Beleid Duurzaam Bouwen en de Leidraad Energieontwerp en Uitvoeringsagenda circulaire economie (beide verwacht in 2023-2024). Bij transformatie heeft het de voorkeur niet te slopen. Bij sloop heeft een circulaire werkwijze de voorkeur zodat materialen en onderdelen elders ingezet kunnen worden. Bij nieuwbouw maakt de gemeente gebruik van de GPRgebouw methode. In deze methode ontvangt een gebouw dat voldoet aan het Bouwbesluit een 6, en het beleid is om in te zetten op een hogere GPR-eis bij nieuwbouw van 7,5. Bij nieuwbouw worden bij voorkeur secundaire materialen en/of biobased materialen ingezet. o Het Kader Natuurinclusief Bouwen omvat een puntensysteem waarin punten worden toegekend aan verschillende maatregelen ten behoeve van natuurinclusiviteit. Bij elk bouwproject moet een minimumaantal punten behaald worden door het treffen van maatregelen uit de lijst. Voorbeelden zijn een gevel of daktuin, nestplaatsen voor vleermuizen, vogels en insecten, of groen rondom het gebouw.
o In de Beleidsregel Klimaatadaptatie worden de beleidsregels bij nieuwbouw-ontwikkelingen of herstructurering in Delft beschreven, die als basis worden gebruikt bij planvorming en die met betrokken partijen worden vastgelegd in schriftelijke afspraken. Dit document vormt daarmee een concretisering en uitwerking van zowel de gemeentelijke Klimaatadaptatie Strategie als het provinciale Convenant Klimaatadaptief Bouwen voor de Delftse situatie. In het gesprek met ontwikkelende partijen aan de start van een nieuwbouwontwikkeling brengen we deze kaders in, en maken we afspraken over de manier waarop in het bouwplan invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke kaders. Dit bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium. Enig maatwerk is mogelijk maar het uitgangspunt is dat voldaan wordt aan deze beleidskaders. In de praktijk blijken onze beleidskaders goed uitvoerbaar.
•
Leidend principe voor verbouwen is energieneutraal, circulariteit, biobased, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. Voor nieuwbouw is dit het uitgangspunt.
20
•
We juichen duurzaam en efficiënt ruimtegebruik toe en faciliteren initiatiefnemers hoe ruimtegebruik duurzamer kan worden benut door circulaire transformatie en optopping.
•
We stimuleren initiatiefnemers actief op industrieel bouwen en slim ontwerpen. Zo kunnen we duurzaam en toch betaalbaar bouwen. Dit met de kanttekening dat we bij de afweging niet alleen naar de stichtingskosten kijken, maar ook naar de kosten en opbrengsten op de langere termijn.
Verduurzaming bestaande woningvoorraad woningcorporaties •
Er zijn plannen voor Open Warmtenet Delft in de wijken Voorhof en Buitenhof (per 2024) en er is een Warmteplan Delft vastgesteld (2021) gericht op het gasloos maken van de bestaande woningvoorraad. De laagste nationale kosten is daarin als belangrijke factor meegenomen, maar per wijkuitvoeringsplan (WUP) wordt dit nog preciezer en voor verschillende groepen in beeld gebracht en dan naar oplossingen gezocht. Deze plannen zijn cruciaal voor de woningcorporaties om hun verduurzamings-strategie op te baseren en te plannen.
•
Met de woningcorporaties maken we prestatieafspraken aangaande de verduurzaming van de woningvoorraad en het verhogen van de klimaatbestendigheid.
•
De uitwerking van het Warmteplan op wijkniveau is op volle toeren. De opgave is om bewoners, woningcorporaties, Verenigingen van Eigenaren en andere eigenaar-verhuurders hier goed op aan te haken. Zo is het zaak dat de portefeuillestrategie van de woningcorporaties en de verduurzamingsstrategie van de gemeente op elkaar zijn afgestemd, op basis van gezamenlijke analyse en beleidsvorming.
•
In de Nationale prestatieafspraken is afgesproken dat de corporaties alle E-F-G labels uitfaseren voor 2028. In Delft gaat dit om een groot aantal woningen. De opgave hierin voor de komende jaren is voor de corporaties dus een grote uitgavenpost. Er is hier een logisch verband met de wijkuitvoeringsplannen van de warmtetransitie, maar wellicht nog geen samenhang. Inzetten op een goed geïsoleerde sociale huurwoningvoorraad die van het gas af zijn of kunnen is bovendien een belangrijk instrument om iets te doen aan het risico op energiearmoede. Dit is een onderwerp voor de prestatieafspraken.
•
Het feit dat woningcorporaties in een aantal wijken de grootste eigenaar-verhuurder zijn biedt de stad de kans om onze woonambities dichter bij te brengen, dit ook op de lange termijn. Ook over 50 jaar hebben we dergelijke grote partijen nodig om een volgende “verbeterslag” in de woningvoorraad te kunnen maken. De woningcorporaties maar wellicht ook andere grote partijen die zich als woningeigenaar duurzaam aan de stad verbinden, verdienen een positie.
•
Een structureel overleg op het vlak van duurzaamheid, circulariteit, natuurinclusiviteit en klimaatbestendigheid tussen de gemeente en de woningcorporaties is opgezet en ontwikkelen we door.
Verduurzaming bestaande particuliere woningvoorraad •
Het Isolatieplan Delft geeft aan welke inzet de gemeente gaat doen om de woningvoorraad sneller te isoleren. Hierin staan ook doelen beschreven per type gebouw en eigenaar. De belangrijkste doelgroepen zijn de eigenaar-bewoners, particuliere verhuurders en Verenigingen van Eigenaren.
•
Delft is aangesloten bij het Regionaal Energieloket, waar men een huisscan kan doen (geeft advies over welke maatregelen er mogelijk zijn en wat de investering en terugverdientijd grofweg zou zijn), een energiecoach van 015 Duurzaam kan boeken die thuis kan komen. Ook organiseert het loket collectieve acties in de wijken.
•
Met ondersteuning vanuit de gemeente stimuleert en ondersteunt de Klimaatmaat bewoners bij het klimaatbestendig maken van hun tuin en woning.
•
Er wordt gewerkt aan een integrale aanpak Energiearmoede binnen het programma Energietransitie. Een energiehulp denkt proactief met de inwoners mee over de verduurzaming van de woning, en andere beschikbare (financiële) regelingen.
•
We gaan werken aan het vergroten van de bekendheid van de SVn-leningen die gericht zijn op woningverbetering/ verduurzaming. De gemeente biedt de mogelijkheid voor financiering middels de SVn-producten: Energiebesparingsfonds, Restauratielening en de Stimuleringslening, van deze regelingen wordt nog niet maximaal gebruik gemaakt. We doen gegadigden een integraal aanbod in combinatie met andere maatregelen en bieden ruimte voor maatwerk. 21
•
Er wordt ingezet op het verbeteren van de informatiepositie en het ontzorgen van particulieren, zowel eigenaren als eigenaar-bewoners en Verenigingen van Eigenaren, samen met de vele lokale initiatieven die de stad al rijk is. Gezien als een ladder zijn de mogelijkheden bijvoorbeeld: De gemeente kan bewoners attenderen met communicatie (bijvoorbeeld over het energieloket en de financieringsmogelijkheden met SVn), ondersteunen met onafhankelijk advies van een technisch adviseur (welke zonnepanelenaanbieder is betrouwbaar?), een fysiek loket, of een aanpak specifiek gericht op Verenigingen van Eigenaren.
22
7.
Kwaliteit van de woon- en leefomgeving: ‘Gebiedsgericht werken aan veerkrachtige wijken’
Delft is een middelgrote stad met ‘dorpsachtige’ kenmerken. De stad groeit kijkend naar het aantal inwoners, maar blijft het mogelijk om in vrij korte tijd van noord naar zuid of van west naar oost te bewegen per fiets of openbaar vervoer. Delftenaren kennen en herkennen elkaar van de markt of De Hoven, van de voetbal of de korfbal, van school of de TU, het Reinier of van het zaterdagse rondje in de binnenstad. De stedelijke identiteit waar veel Delftenaren zich mee vereenzelvigen wordt sterk bepaald door nationaal en internationaal van betekenis zijnde historische binnenstad en technische universiteit. Daarnaast is er ook een behoefte om zich te kunnen vereenzelvigen met en trots te kunnen zijn op de eigen wijk en buurt. Het is van belang de woningopgave ook te gebruiken als kwaliteitsverbetering voor wijken. Dit geldt zeker daar waar geen ruimte is voor grootschalig bijbouwen van woningen of het transformeren van een deel van de huidige woningvoorraad. De wijkversterkingsopgave biedt kansen voor de energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en beleving en onderhoud van infrastructuur en andersom zijn deze opgaven een extra aanleiding om aan de slag te gaan met de wijkversterkingsopgaves. Door nieuwe woonmilieus toe te voegen aan uniforme wijken ontstaat daar meer diversiteit. De omgevingsvisie is de basis voor een goede groei van de stad.
We willen dat het in alle buurten prettig wonen is en dat in sterke buurten kansen benut worden om kwetsbare buurten te ontlasten. Dit is een uitdaging omdat alle verschillende ambities en doelen die we nastreven bij elkaar moeten komen. Dit willen we gebiedsgericht vormgeven via de woningbouwprogrammering en waar nodig via tijdelijke sturing op instroom. Op wijkniveau maken we keuzes wat nodig is gezien de opgave en kansen van het desbetreffende gebied. Dit uiteraard rekening houdend met de stedelijke kaders uit deze woonvisie en nadrukkelijk samen met de gebruikers van de stad en de wijken.
‘Gebiedsgericht werken aan veerkrachtige wijken’: • Omgevingsvisie als basis • Kleinschalige stedelijkheid • Gezond en veilig wonen • Veerkrachtige wijken
Omgevingsvisie als basis In Delft werken we samen en in samenspraak met bewoners en organisaties aan de leefbaarheid in de buurten en het verbeteren van het sociale klimaat. We zetten ons ervoor in dat bewoners zich verbonden voelen met hun buurt en zich actief inzetten voor de leefbaarheid van de eigen woon- en leefomgeving. Een leefomgeving die schoon, heel en veilig is, en ruimte biedt voor ontmoeting, is hiervoor de basis. In de in juli 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie Delft 2040 werden hiervoor de eerste ‘piketpalen’ geslagen, de belangrijkste zijn: 1. ruimte in Delft is een schaars goed. Daar moeten we creatief en zorgvuldig mee omgaan. De openbare ruimte is het visitekaartje van de stad. Het is bovenal de ruimte waar ontmoetingen plaats vinden, waar je het erfgoed van de stad ervaart, waar culturele evenementen worden georganiseerd en die technologie en innovatie uitstraalt; 2. Delft zet in op minder verharding en meer (doelmatig onderhouden) groen. Dit groen kan de vorm hebben van parken of als versnipperd groen, zoals bomen, plantsoenen, planten en bloembakken;
23
3. Delft wil hoogwaardige, moderne en toegankelijke voorzieningen voor iedereen. In gebiedsontwikkelingen en andere relevante ruimtelijke ontwikkelingen zijn maatschappelijke voorzieningen onderdeel van de planvorming. Naast het investeren in nieuwe voorzieningen gaat het ook om het herverdelen en optimaliseren van het bestaande aanbod. Kleinschalige stedelijkheid •
• •
Deze aanzienlijke groei van de stad heeft uiteraard een impact op de stad (zoals onder andere beschreven in de impactanalyse aan voor de verstedelijkingsopgave: "Delft 2040, ruimte voor keuzes"). We bouwen voort op de kracht van de stad Delft en koesteren deze. De ‘kleinschalige stedelijkheid’, ofwel de compacte stad met weinig auto’s en veel groen en alle voorzieningen die je nodig hebt voor een prettige leefomgeving staat centraal. Delft is een ‘stad van korte afstanden’. Voor toekomstige gebiedsontwikkelingen en voor een beoordeling van het huidige – maatschappelijke - voorzieningenniveau hanteren we referentienormen. In alle plannen bekijken we in het licht van de schaarse ruimte kansen voor wonen, werken en voorzieningen in samenhang met bereikbaarheid, groene leefomgeving en duurzaamheid. We maken steeds een bewuste afwegingen en beslissingen over de kwaliteit van het wonen en de leefomgeving. Het hanteren van de Omgevingsvisie, waarborgt deze wens. Het vergt samenspel van alle gemeentelijke domeinen voor een prettige, veilige en leefbare buurt met versterken maatschappelijke voorzieningen.
Gezond en veilig wonen •
• •
Gezond en veilig wonen in goed onderhouden woongebouwen en woonomgeving is het uitgangspunt. De woonomgeving biedt een passend aanbod van (maatschappelijke) voorzieningen en plekken voor ontmoetingen. De GGD beschikt over veel kennis en kunde op het vlak van een gezonde en veilige woonomgeving, we werken op dit vlak met hen samen. Zie bijvoorbeeld de Kernwaarden Gezonde Leefomgeving van de GGD, waar we in het gemeentelijk beleid ons voordeel me kunnen doen in het formuleren van randvoorwaarden of wensen bij nieuwbouw. Ook het politiekeurmerk veilig wonen is er hier een van. We vragen de woningcorporaties aandacht te hebben voor veilig en gezond wonen. Denk aan brandveiligheid, schimmelaanpak en het verwijderen van loden leidingen. De basis voor ons beleid voor het beheer van de buitenruimte is een periodieke wijkschouw op basis van het gemeentelijke normenkader hiervoor.
Veerkrachtige wijken • •
•
We streven vitale woongemeenschappen na en staan open voor vormen van zelfbeheer of zelfwerkzaamheid door onze inwoners. Het vergroten van het verantwoordelijkheidsgevoel van bewoners voor hun directe woonomgeving vraagt ruimte voor experiment; ruimte om met elkaar nieuwe praktijken te maken en daarin zo veel mogelijk te leren, ook door fouten te maken. Dit verantwoordelijkheidsgevoel creëren is ook iets van de lange adem. Het begint ermee dat we samen bepalen op welke vlakken we de verantwoordelijkheid en taken kunnen verdelen, hoe we de zaken als de aansprakelijkheid goed regelen en we de ervoor zorgen dat iedereen de juiste competenties heeft. Sommige buurten verliezen aan veer- en draagkracht door instroom van kwetsbare huurders en clustering van deze doelgroepen in complexen. De demografie, de bestaande woningvoorraad en hun prijsklasse (kleine, goedkopere woningen met een hogere mutatiegraad staan bij elkaar) dragen hieraan bij. We sturen in kwetsbare gebieden of complexen zo nodig – tijdelijk – bij op de instroom in sociale huurwoningen. Dit via sturing op het huurprijsniveau, voorrangsregels en/of het soort huurcontract. Bij de instroom gaat het primair om bijsturing op de verhouding tussen de vrijkomende woningvoorraad tot de aftoppingsgrenzen en de vrijkomend voorraad boven de aftoppingsgrenzen. Hierover maken we afspraken met de (sociale) verhuurders.
24
•
Daar waar de balans nog in orde is volstaat een (reguliere) inzet op goede woningen, een woonomgeving op orde en een goed functionerend sociaal domein. We voegen die woningen toe waar behoefte aan is. Daar waar we actief concentratie van kwetsbare huishoudens willen tegengaan/verminderen is extra inzet nodig. Onder andere door bij te sturen met sloop/bouw/renovatie/liberalisatieprogramma, aandacht voor (prijs)differentiatie en extra inzet op sociaal domein en voorzieningen. Dit betekent niet dat we in de meer kwetsbare wijken helemaal geen sociale huurwoningen toevoegen.
Kaart: Veerkracht signaleringskaart (absoluut), 2020 Deze kaart signaleert welke gebieden vanuit het oogpunt van veerkracht aandacht vragen en welke niet. Veerkracht zegt iets over de mate waarin een gebied weet om te gaan met een toename van kwetsbare bewoners. Als bij een toename van kwetsbare bewoners ook de overlast en onveiligheid toenemen, is dat een signaal dat het gebied mogelijk onvoldoende veerkracht heeft.
Bron: Leefbaarometer, CBS microdata en WoonZorgwijzer, bewerking In.Fact.Research en Circusvis
• • •
•
In het algemeen bezien we in welke sterke buurten sociale woningbouw kan worden toegevoegd om de kwetsbare gebieden te ontlasten, ook voor de laagste inkomensgroep (zie hoofdstuk 8). In de wijken Voorhof, Buitenhof en Tanthof-West gaan we de komende twintig jaar aan de slag met het programma ‘Wij West, gelijke kansen in Delft’. Kansen voor kwaliteitsverbetering van de bestaande wijken liggen er ook in Vrijenban, het TUgebied en de Kuyperwijk, maar wellicht ook in andere wijken. Het gaat hierbij niet alleen om ingrepen in het fysieke domein, maar ook in het sociaal domein en het veiligheidsdomein. Deze wijkversterkingsopgave biedt daarnaast kansen voor de energietransitie, klimaatadaptatie, versterking van de biodiversiteit en het verhogen van de beleving en het onderhoudsniveau van de (groene)infrastructuur. Andersom zijn deze opgaven een extra aanleiding om aan de slag te gaan met de wijkversterkingsopgaves. Door nieuwe woonmilieus toe te voegen aan uniforme wijken ontstaat daar meer diversiteit (zie ook hoofdstuk 8). Woonoverlast is de afgelopen twee jaar toegenomen, maar dit lijkt mede een vertekend effect van corona. De afdelingen Handhaving en toezicht en Wonen monitoren dit aandachtig. Waar sprake is van woonoverlast pakken we dit met de (bij wet) beschikbare middelen aan.
25
8.
Een ‘doorkijk’ naar de wijken
De rol die de gemeente inneemt kan per wijk of buurt verschillen. De ene wijk kan zich meer op eigen kracht ontwikkelen dan de andere. Per wijk nodigen we wijkbewoners, coöperaties, particuliere eigenaren, ontwikkelaars en bouwers, woningcorporaties, zorgaanbieders en andere private partijen van harte uit om in gezamenlijkheid en in samenspraak de kansen die er liggen om tot de gewenste verbeteringen en uitvoer van de woonvisie 2023-2028 te komen op te pakken. De verschillende wijken en buurten bieden alle kansen daartoe. In dit hoofdstuk beschrijven we de beweging die we voor ons zien in elke wijk, niet als eindbeeld maar als inspiratie om samen aan de slag te gaan. Delft als Woonstad staat hier centraal, de opgave in de wijken is natuurlijk breder, op wijk- en buurtniveau sturen we integraal. Hierbij geldt dat het al best goed wonen is in Delft. In onze periodieke Omnibus-enquête zien we dat de rapportcijfers die onze inwoners geven voor de woning en de eigen buurt nergens een onvoldoende laten zien bijvoorbeeld. We zijn echter nog niet klaar, op allerlei gebieden is verbetering mogelijk. Hiermee gaan we aan de slag in de wijken.
Delft Noordoost Het gebied Noordoost bestaat uit de wijken Hof van Delft, Binnenstad, Vrijenban, Delftse Hout en de noordelijke bedrijventerreinen waaronder DSM. Het gebied is zeer gevarieerd. Het omvat het meest historische deel van de stad, de binnenstad met het cultuur-, winkel- en horeca hart, het belangrijkste recreatiegebied en één van de meer beeldbepalende bedrijven van Delft. Tegelijkertijd is Delft Noordoost een plek om te wonen. Er wonen ruim 35.000 mensen. We zien de komende jaren een
26
toename van bewoners, studenten, werknemers en bezoekers. De druk op het gebied is groot, en groeiende. Het centrum is het gebied waarmee Delft zich zowel nationaal als internationaal etaleert, met vooral de kerken en musea, het koninklijk erfgoed en de historische panden aan de grachten. De binnenstad kent verschillende gebruikersgroepen: bewoners, ondernemers, horecabezoekers, winkelend publiek en toeristen. Er wonen veel studenten; het percentage eenpersoonshuishoudens is hoog. In de binnenstad wonen jong en oud door elkaar. Van student, tijdelijk verblijvende expat of startend huishouden. Maar ook de senior die soms zijn hele leven verknocht is aan de binnenstad. In de westelijke en zuidelijke buurten wonen er verhoudingsgewijs meer studenten, terwijl in de oostelijke en noordelijke buurten het meer gezinnen zijn die het leven van alledag bepalen. Het aantal bewoners en bezoekers groeit. Het leefbaar houden van de binnenstad is een uitdaging, evenals de ‘mix’ van bewoners. Alle gebruikers moeten zich hoe dan ook thuis kunnen voelen in de binnenstad. Het wonen in de binnenstad mag niet alleen weggelegd zijn voor bewoners met een ‘ruime beurs’. Betaalbare woningbouw moet betaalbaar blijven. De binnenstad heeft weinig ruimte voor nieuwbouw. Het spoorviaduct dat de stad doormidden sneed, is verleden tijd.
Tegen het historisch hart van Delft aan verrijst een nieuwe leefomgeving. Het helen van de stad nadert zijn voltooiing. De spoorzone is veranderd in Nieuw Delft. Deze gebiedsontwikkeling ligt op het grensvlak van de gebieden Noordoost, West en Zuidoost. In Nieuw Delft zijn en worden appartementen, grondgebonden woningen en zelfbouwwoningen voor particulieren en collectieven gebouwd. Nieuw Delft is niet alleen een gebied voor duurdere woningen. De eerste woningen in het gebied waren bijvoorbeeld de studentenwoningen in het complex X-ray. Ook in de laatste ontwikkelvelden in het zuidelijke deel van Nieuw Delft krijgt deze mix gestalte. Zo realiseren Pieter van Foreest en Woonbron samen een woonzorglocatie met 119 verpleegstudio’s gecombineerd met 68 sociale huurwoningen. Met de woningbouw in de laatste fases kan een belangrijke bijdrage leveren aan de doorstroming van ouderen die van een gezinswoning naar een gelijkvloers appartement willen verhuizen op een interessante en uitdagende woonplek. Van een deel van de laatste velden mikt het programma dan ook specifiek op deze doelgroep. Het gebied gaat meer en meer leven. Het dient naast woongebied ook een gebied te worden waar Delftenaren uit andere delen van de stad ook graag verblijven. De ruimte in de ontwikkeling voor kleinschalige bedrijvigheid, maatschappelijke voorzieningen en groen dragen hieraan bij.
Het eerste deel van het Van Leeuwenhoekpark is op korte termijn al een tastbaar resultaat hiervan. Vrijenban is een zeer groene, ruim opgezette en door gezinnen gewilde wijk. Het is een wijk die zijn aantrekkingskracht heeft door de ligging tussen de Schie en de Delftse Hout. De goede verbindingen met de binnenstad, de A13 en de Delftse Hout maken het woonmilieu zeer aantrekkelijker. Vrijenban is voornamelijk gebouwd net na de oorlog en kent zeven woonbuurten met ieder een sterke identiteit. In de vorige woonvisie werd geconcludeerd dat koop en huur op wijkschaal in evenwicht waren. Voor de komende jaren dient dit ook het uitgangspunt te blijven. De vernieuwing van de Bomenwijk wordt afgemaakt. Grootschalige nieuwbouwontwikkelingen vinden plaats in het Staalweggebied en er zullen in de Maria Duystlaan nieuwe woningen worden gerealiseerd. Veel aandacht zal er nodig zijn voor de oudere delen van de wijk. De Indische Buurt is hier een goed voorbeeld van en ook over de toekomst van Huize Monica denken we na. Opknappen of nieuwbouwen zal hierbij steeds de afweging zijn, waarbij het gesprek met de bewoners van groot belang is. Een voor Delft bijzondere locatie voor de bouw van nieuwe woningen is de GGZ-locatie.
Hier zou een voor Delft uniek en bijzonder woonmilieu gerealiseerd kunnen worden met enerzijds ruimte voor rust en groen, en anderzijds ook voortbordurend op het wonen (tijdelijk) door (internationale) studenten dat al enige jaren aan de rand van het gebied plaatsvindt. Hof van Delft is een populaire wijk voor jonge gezinnen. Erg aantrekkelijk vanwege de gunstige ligging ten opzichte van de binnenstad en het station en het ontspannen jaren dertig woonmilieu. Tegelijkertijd is Hof van Delft dichtbevolkt, stenig en kent het weinig openbaar groen en water. Het is een gemengde wijk; het accent ligt toch wel bij de (startende) gezinnen en de stedelijke (hogere en middenklasse) gezinnen. Deze wijk heeft veel particuliere huurwoningen. In de loop der jaren zijn verscheidene woningen die ooit bedoeld waren voor gezinnen omgezet naar kamergewijs wonen door studentenstudenten (bijvoorbeeld Westerkwartier en Olofsbuurt). De wijk kent een vertrekoverschot van draagkrachtige huishoudens, voornamelijk de doorgroeiende gezinnen die geen aanbod van ruimere eengezinswoningen in de wijk vinden. De echt stedelijke gezinnen blijven aan de wijk gebonden. Vanwege de reeds hoge bebouwingsdichtheid met woonbestemming en het
27
ontbreken van grotere ontwikkellocaties zal er in de Hof van Delft relatief weinig verdichting plaatsvinden. Delft West West is met ruim 53.000 bewoners het stadsdeel van Delft met de meeste inwoners. Tegelijkertijd is het ook het jongste deel van de stad. De afgelopen halve eeuw is in het gebied veel ruimte geboden aan woningen, maar zeker ook aan werken. Zo zijn er enkele stedelijke voorzieningen zoals het winkelcentrum in den Hoven en het Reinier de Graaf ziekenhuis is een van de grootste werkgevers in Delft. Delft-West grenst aan groengebieden, maar is ook één van de groenste gebieden in Delft. De naoorlogse structuren laten open ruimtes, welke worden ingevuld door groene structuren met wisselende kwaliteit. Een substantieel deel van de kwantitatieve groeiambities van Delft op het gebied van wonen en werken zijn gepland in Delft West. Sommige buurten hebben naast de eerdergenoemde generieke benadering extra aandacht nodig. Dit geldt bijvoorbeeld voor Delft West (Voorhof, Buitenhof en Tanthof-West). We willen dat het veilig en goed wonen is in Delft West. Bovendien zetten we ons in voor een toekomst waarin alle bewoners mee kunnen doen, in staat zijn hun kansen te pakken en hun talenten weten te benutten. Een toekomst waarin alle jongeren een goede start in het leven hebben.
Delft-West is als één van de twintig gebieden aangesloten bij het ‘Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid’. De rijksoverheid wil met dit programma samen met gemeente en partners binnen vijftien tot twintig jaar de toekomst van de bewoners verbeteren, en voorkomen dat problemen zich opstapelen in deze gebieden. Het gaat om problemen rond onderwijs, armoede, gezondheid, werk, wonen en veiligheid. In heel Delft West wonen veel ouderen. In Tanthof zijn er nu al te weinig geschikte woningen voor deze ouderen. In Buitenhof en Voorhof zijn nu nog wel geschikte appartementen voor ouderen, maar ook dat kunnen er te weinig worden. Er zijn namelijk steeds meer ouderen in vergelijking met jongeren. Omdat ouderen vaak meer zorg nodig hebben, kan er een tekort ontstaan aan bijvoorbeeld apotheken of huisartsenposten dicht in de buurt. Bewoners willen graag in de eigen buurt en wijk blijven wonen. Maar het ontbreekt aan een betaalbare starterswoning of een aantrekkelijke seniorenwoning. De Buitenhof is een typische uitbreidingswijk uit de jaren zestig en zeventig. De wijk heeft veel galerijflats, maar is daarnaast ook zeer groen en ruim opgezet. Tussen de tien buurten in Buitenhof liggen groenstroken en waterpartijen die van oost naar west lopen en de buurten van elkaar scheiden. Hierdoor vormen de buurten als het ware ‘groene kamers’.
Het noordelijk deel van Buitenhof heeft veel galerijflats en portieketagewoningen. In de zuidelijke buurten van Buitenhof zijn vooral eengezinswoningen. In Buitenhof staat het merendeel van de sociale woningen van Delft. Er zijn enkele buurten waar alleen maar sociale huur is. Tegelijkertijd is niet één corporatie ‘gebiedseigenaar’. Nieuwbouwontwikkelingen rond het ziekenhuis en het voormalige Delfia terrein bieden kansen om tot een evenwichtigere samenstelling van bewonersgroepen te komen. Hier wordt voor verschillende doelgroepen gebouwd, waaronder zeker ook gezinnen en senioren: toevoegen van midden- en hoger segment huur- en koopwoningen en sociale huurwoningen. Op de Kop van Buitenhof wordt, in het verlengde van de nieuwbouw Bethelpark, een gemengd woonprogramma toegevoegd met ook voorzieningen. In de Kop van Buitenhof wordt ook specifiek voor senioren gebouwd, in de nabijheid van zorgvoorzieningen. De bestaande Gilliswijk gaat vernieuwd worden, met toevoegen van kleinschalige nieuwbouwprojecten gericht op diversiteit. Op het voormalige Delfia- sportpark komt een nieuwe woonwijk, met sociale, middeldure en duurdere woningen in een mix van appartementen van verschillende omvang, gecombineerd met (gestapelde) eengezinswoningen.
Daarmee wordt dit een wijk waar verschillende huishoudvormen elkaar kunnen vinden in een aantrekkelijke, stedelijke woonomgeving nabij voorzieningen. De komende jaren wordt het studentencomplex aan de Van Hasseltlaan gerenoveerd. Hierbij vindt ook nieuwbouw plaats. Dit zal resulteren in een hoger aantal studentenwoningen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van de openbare ruimte, parkeervoorzieningen en voorzieningen in de plint die deels ook voor buurtbewoners aantrekkelijk zijn. Typerend aan de naoorlogse wijk Voorhof is de hoogbouw rondom het winkelgebied De Hoven. Voorhof was destijds volgens de principes van de ‘moderne stedenbouw’ ontworpen. Voorhof is het geografische middelpunt van de stad. Met de nog niet afgemaakte transformatieopgave van de buurt 28
Poptahof startte de vernieuwing van het centrale deel van de wijk. Door de ondertunneling van het spoor en de realisatie van Nieuw Delft sluit de Voorhof beter aan op het stationsgebied en de binnenstad. Dit versterkt de aantrekkelijkheid van de Voorhof als woongebied. In het kader van ontwikkeling van het Hovengebied ontstaan meer aantrekkelijke woonplekken voor ouderen en jonge starters; in de nabijheid van veel voorzieningen en met een goede verbinding met het station en de binnenstad. De komende jaren zullen vooral in het teken staan van de ‘doorstart’ van de vernieuwing van de Poptahof en het volbrengen van de woningbouwplannen in het Hovengebied. Naast het op peil houden en verbeteren van de sociale voorraad zal het vooral ook gaan om het toevoegen van woningen in het middeldure segment. Er zal worden doorgegaan met het toevoegen van duurdere huurappartementen op en rond De Hoven. De Reiger wordt gesloopt; de sociale huurwoningen komen terug maar er wordt ook middenhuur toegevoegd Rondom De Reiger krijgt ook het programma langer en Weer Thuis een uitwerking, met geschikte woningen en bijbehorende voorzieningen. Op langere termijn zullen ook de locaties van verpleeghuis Stefanna en de voormalige verzorgingshuizen Marcushof en Abtswoude kunnen worden getransformeerd.
Realisering van nieuwe collectieve woonvormen voor ouderen, al dan niet in combinatie met andere doelgroepen, is hier kansrijk. Het woonconcept Abtswoude Bloeit zou als voorbeeld kunnen dienen. De wijk Tanthof (Oost en West) is de grootste woonwijk van Delft, met veel eengezinswoningen, die we koesteren. Met doorstroming van senioren komen deze woningen steeds meer beschikbaar voor gezinnen. In plaats van grootschalige stadsvernieuwing van de oude wijken, is in Delft in de jaren ’70 en ‘80 meer ingezet op uitbreiding van wonen ‘in de polder’. Tanthof is een groene wijk met een dorps karakter. De weg Abtswoude splitst de wijk in twee delen: Tanthof-Oost en Tanthof-West. Ten zuiden van de wijk ligt het recreatiegebied Midden-Delfland. Tanthof- Oost en Tanthof-West onderscheiden zich van elkaar door het verschil in bouwstijl. Oost heeft veel woningen in de bouwstijl van de jaren tachtig: de woonerven, verkeersdrempels en een wat schrale, stenige uitstraling. Tanthof-West straalt meer zakelijkheid uit en de stedenbouwkundige structuur is helderder. In Tanthof neemt het absolute aantal inwoners en de huishoudensgrootte af. In de wijk is vergrijzing gaande, al stromen er ook weer jonge gezinnen in. Veel mensen wonen er naar tevredenheid. De wijk kent weinig sociale menging. Goedkope huurwoningen (HAT-eenheden) zijn te veel geconcentreerd.
Om meer doorstroming te bewerkstelligen zouden er seniorenwoningen gebouwd moeten worden. Daarnaast zullen ook woonkansen geboden moeten worden aan jongeren uit de wijk die een start willen maken op de woningmarkt en starters die een voorkeur hebben voor het bijzondere Delftse woonmilieu in Tanthof. Dit mag volgens de bewoners niet ten kosten gaan van het groen en vinden de bewoners dat Tanthof zich niet leent voor hoogbouw. Door heel Delft-West worden verspreid over de jaren verschillende wooncomplexen gerenoveerd, in lijn met de verduurzamingsopgave en de vraag naar extra woningen. Seniorencomplexen, studentencomplexen, corporatiecomplexen worden aangepakt, soms met sloop-nieuwbouw, soms met renovatie. Voordijkshoorn is een ruim opgezette wijk met veel groen, water en voorzieningen. De wijk kent een staalkaart aan buurten van meergezins naoorlogs tot de meest recente grote uitbreidingslocatie Harnaschpolder met zijn vele eengezinswoningen. En daartussen de jaren tachtig laagbouwuitbreiding in de Ecoduswijk en de Hoornse Hof uit de jaren negentig. Dit zijn veelal buurten waar veel gezinnen met kinderen zich thuis voelen. Waar alleen de Kuyperwijk-Zuid veel draagkrachtigen verliest, trekken de Molenbuurt en de wijk Den Hoorn (Harnaschpolder) en Hoornse Hof veel gezinnen.
Het nadeel van de sterke gerichtheid op kinderrijke gezinnen is dat er veelal huishoudens wonen in één levensfase. In de oudere buurten is het aandeel corporatiehuurwoningen groter dan het gemiddelde. Hier zien we kansen voor starters. Aandacht zal er dan ook moeten zijn voor een voor jonge mensen aantrekkelijk voorzieningenaanbod. Op verschillende plaatsen in de wijk werken de woningcorporaties aan verduurzaming en vernieuwing van hun woningvoorraad. Over niet al te lange tijd is de Kuyperwijk ook een nieuw appartementengebouw rijker. ‘De Tuin van Teding’ met 32 voor ouderen geschikte koopappartementen ligt midden in het groen en verrijst langs de Teding van Berkhoutlaan. Nieuwe woningen voor ouderen zullen ook worden gerealiseerd op de PCB-locatie aan de Van Kinschotstraat. Voor wat betreft de lange termijn (na 2030) zal onderzocht worden in hoeverre ook vanuit het gebied Beatrixzone en Kruithuisweg een bijdrage geleverd kan en moet worden aan de vraag naar ruimte voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen.
29
Delft Zuidoost Zuidoost is met slechts 15.000 bewoners het dunst bevolkte stadsdeel van Delft. De afgelopen eeuw is in het gebied vooral ruimte geboden aan bedrijven en hoger onderwijs: in het gebied studeren anno 2022 meer dan 31.000 studenten en werken ruim 22.000 mensen, bijna de helft van het totaal aantal werkzame personen in Delft. Hierdoor is dit een stadsdeel van passanten: grote stromen mensen komen doordeweeks ‘s ochtends het gebied in en trekken aan het eind van de middag weer weg. Ook de grote aantallen studenten die in het gebied wonen zijn in zekere zin passanten: veel van hen wonen er maar een paar jaar. Uit cijfers blijkt dat de sociale cohesie in de studentenbuurten laag is. Schieoevers en TU Delft campus domineren Zuidoost, maar er zijn ook andere deelgebieden zoals het buitengebied en de aan de noordzijde gelegen woonbuurten. Deze buurten hebben (fiets)verkeersdrukte en straten met veel verkamering van studenten, maar kennen ook andere opgaven. Een substantieel deel van de kwantitatieve groeiambities van Delft op het gebied van wonen en werken zijn gepland in Delft Zuidoost, met name in Schieoevers en TU Delft Campus. Ook het aantal studenten neemt naar verwachting nog fors toe. De wijk Wippolder is een gebied met verschillende woonbuurten met hoofdzakelijk vooroorlogse woningen.
Er is een sterke scheiding tussen de noordelijke reguliere woonbuurten en de TU-campus. Evenals in de wijk Hof van Delft zijn veel oorspronkelijke gezinswoningen omgezet naar wonen voor studenten. Het wonen voor studenten concentreert zich in een aantal straten en levert botsingen tussen leefstijlen op. Bewoners, huiseigenaren en gemeente zijn structureel met elkaar in gesprek om overlast te voorkomen. Voor wat betreft de nieuwbouw zal de Schoemakerplantage worden afgebouwd. Naast de grondgebonden gezinswoningen zijn er nog plannen voor appartementen in het goedkopere segment en kunnen deze interessant zijn voor starters en geclusterd wonen met zorg. In de Zeeheldenbuurt wordt Gele Scheikunde getransformeerd. Gele Scheikunde vormt een uniek stukje stad. Dat vraagt om een programmatische invulling die voor onze stad bijzonder en onderscheidend is en kan een bijzonder woonmilieu ontstaan dat elders in de stad nog ontbreekt. Gedacht moet hierbij worden aan een leefstijl gekenmerkt door vrijheid, onafhankelijkheid en vernieuwing. Schieoevers en TU Delft Campus transformeren naar een innovatiedistrict. Om het gebied aantrekkelijk te maken voor innovatie, werken we toe naar een gemengd stadsdeel waar ruimte is voor bedrijven, onderzoek en onderwijs, en woningen en voorzieningen worden toegevoegd. Deze dragen bij aan de levendigheid van het gebied, ook in de avonduren en het weekend.
Schieoevers Noord (Kabeldistrict, stationsgebied Delft Campus en Nieuwe Haven) in Delft verandert de komende jaren in een levendig en energiek nieuw stuk stad. Van een industrieterrein naar een gemengd werk- en woongebied. Een plek waar innovatie werkelijkheid wordt. Waar duurzaamheid en nieuwe ontwikkelingen elkaar ontmoeten. En waar werken, wonen en recreëren nieuwe combinaties vormen. Het noordelijk deel van het Schieoeversgebied is zeer aantrekkelijke gelegen tegen de binnenstad aan en tussen de twee stations. Aan de westzijde wordt het gebied begrensd door twee woonwijken en aan de oostzijde door de TU-campus. De rol van Schieoevers hierin is het onderbrengen van de functies werken, cultuur, broedplaats creatieve economie, sport, ontspanning, ontmoetingsplekken en wonen. Momenteel kent het gebied deels al een cultureel pioniersklimaat met verscheidene - tijdelijke - functies en activiteiten in de Schiehallen en het tijdelijk tiny-houses woonproject op de Vulcanusweg. Een mix van verschillende woningen en bewonersgroepen past goed in het gebied. De bewoners van het gebied maken een bewuste keuze om juist in dit bijzondere gebied te gaan wonen. Dit kan zijn vanwege het levendige karakter, maar ook omdat er werkgelegenheid in de buurt is.
Daarnaast zullen er ook ouderen zijn die de levendigheid verkiezen boven een rustige leefomgeving en is Schieoevers Noord ook geschikt voor jonge starters. Dit kunnen studenten en afstudeerders van de TU Delft zijn, maar ook andere jonge Delftenaren. Door het bijzondere karakter van Schieoevers Noord, leent het gebied zich ook goed voor het experimenteren met nieuwe woonconcepten. Hiermee kan het gebied zich nog verder onderscheiden van andere wijken en buurten in Delft. Denk hierbij aan tijdelijke woningen, maar ook gebouwen waarin wonen en werken gecombineerd kunnen worden, woningen die flexibel in te richten zijn en vormen van collectief wonen. Het is belangrijk om inzicht te krijgen en te houden in de wensen en beelden die mogelijk toekomstige bewoners hebben bij de woningen en de woonomgeving. Het aanbod kan worden afgestemd op de vraag, het woonklimaat kan meegroeien
30
met de vraag. Er zijn diverse methodieken waarmee gewerkt kan worden. We zien dit als een belangrijk onderdeel van het hele traject om te zorgen voor een levendig gemengd stedelijk gebied. Onderdeel van het te her ontwikkelen noordelijke Schieoeversgebied is het gebied rond het vernieuwde station Campus dat grenst aan de westelijke stadswijken. Dit stationsgebied kan transformeren tot een nieuw stedelijk gebied waar gewoond en gewerkt kan worden. Doel is om te verdichten rondom OV-knooppunten zodat de vervoersvraag op duurzame wijze wordt geaccommodeerd. Uitgangspunt is hier een gemengd stedelijk gebied te ontwikkelen, met een mix van programma en functies. Het ligt voor de hand om met de woningbouw in het gebied station Campus en omgeving vooral in te spelen op zowel woonvragen uit de aangrenzende wijken Voorhof als Tanthof, als ook op de vraag van mensen die in Delft werken of studeren en er ook willen wonen. Gestapelde woningen voor studenten en Delftenaren die vanwege werk in Delft en in de nabijheid van openbaar vervoer willen wonen zijn gesitueerd bij het station. Gestapelde woningen voor met name ouderen uit Tanthof en de Voorhof bevinden zich op de locaties grenzend aan deze wijken. Het gebied leent zich tevens om de vraag naar goedkope woningen voor starters of andere groepen met een smalle beurs, vooral afkomstig uit de aangrenzende wijken, te faciliteren.
De TU Delft-campus is in 2040 ontwikkeld tot een sleutellocatie in de stad voor het wonen. Wonen gecombineerd met stedelijke functies en een verblijfsklimaat dat aansluit bij de stad. We werken toe naar een situatie waar er zeven dagen per week, en voor zestien uur per dag sprake is van levendigheid. Nieuwe grootschalige clusters van studentenwoningen - waar mogelijk gecombineerd met andere huishoudens die een dergelijk gebied aantrekkelijk vinden – huisvesten we op en rond het campusgebied. De bereikbaarheid van stad naar campus en de sociale cohesie in gebieden met veel studentenwoningen zijn aandachtspunten. Waarop leggen we de focus in elke wijk?
Vrijenban
Voordijkshoorn
Hof van Delft
Nieuw Delft
Voorhof
Buitenhof
Tanthof
Wippolder
Schieoevers
TU-Campus
Uitbreiding voorraad voor:
Binnenstad
Onderstaande matrix vat samen waar we in elke wijk de focus willen leggen. Hier geven we slechts een beginpositie weer, gebaseerd op deze woonvisie. Naar mate de uitvoering van de woonvisie 2023-2028 vorm krijgt - samen met de stad in de buurten - zullen we accenten scherper kunnen bepalen en actualiseren we dit overzicht.
++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+
+
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+++
++
++
+
+
+
+
+
+++
+++
+++
+
+
++
+++
+++
+
+
+
+++
++
+
++
++
+++
+
+++ +++ +
+ +++ +
+ +++ +
+ +++ +
+++ ++ +
++ ++ +
++ + +
+ + +
++ +++ +
+ +++ ++
++ ++ +++
+++ ++ +++
+++ ++ ++
+++ ++ ++
+ +++ ++
+ +++ ++
++ +++ +++
+++ +++ ++
+++ +++ +++
+++ +++ +
Naar doelgroep: Senioren Huishoudens met behoefte aan zorg nabij of op afroep Huishoudens met behoefte intramuraal wonen voor ouderen Doorstromende gezinnen/ huishoudens Startende gezinnen Jongeren Studenten
Naar prijssegment: Betaalbaar segment Midden segment Duur segment
++ ++ ++
+++ ++ ++
+ = beneden gemiddeld aantrekkelijk voor realiseren woonopgave voor/ van… ++ = gemiddeld aantrekkelijk voor realiseren woonopgave voor/ van… +++ = boven gemiddeld aantrekkelijk voor realiseren woonopgave voor/ van… 31
9.
De stad maken met elkaar
De ambities in de Woonvisie 2023-2028 bereiken we alleen door samen te werken in goede en slechte tijden, met partners in bondgenootschap, maar wel met een duidelijke rolverdeling: waar zijn wij als gemeente van en waar hebben wij anderen nodig. Dat betekent dat we in sommige gebieden regisserend zullen handelen. In andere gebieden past een meer faciliterende aanpak. Met woningcorporaties en huurdersorganisaties, eigenaar-bewoners, Verenigingen van Eigenaren, eigenaar-verhuurders, (institutionele)vastgoedeigenaren en ontwikkelende partijen, nutspartijen, de provincie, de regio en buurgemeenten en bovenal: met al onze inwoners. Dit doen we op verschillende manieren passend bij het niveau van visie- en beleidsvorming en uitvoering: • •
• •
Op het niveau van de stad: richtinggevend via de Omgevingsvisie, deze woonvisie en de woningbouwprogrammering; Op het niveau van de wijk en buurt (gebied): opgavegericht- en gebiedsgericht samen werken aan de wijk (bewoners(vertegenwoordigers), partners, gemeente); Het programma ‘Wij West, gelijke kansen in Delft’ staat in de schijnwerpers, maar ook elders gaan we opgavegericht aan de slag; Op het niveau van projecten: iedereen doet mee! We halen de mening van de bewoners op; Op het niveau van individuele casussen: ‘er zijn’, ‘doen wat nodig is’, ruimte voor maatwerk bij uitvoerende medewerkers.
Hierin leggen we de noodzakelijke verbindingen met de andere gemeentelijke beleidsdomeinen, We werken zoveel als mogelijk integraal op wijk- en buurtniveau. We geven de samenwerking met de verschillende belangenorganisaties een structureel karakter in de vorm van een representatief Delfts Woonplatform. Op elk dossier kijken we naar de mogelijkheden om samen met onze samenwerkingspartners en woningeigenaren de uitvoeringskracht te versterken en verhogen. Dit middels het zo goed mogelijk benutten van de van de gemeentelijke sturingsmogelijkheden (publiek- en privaatrechtelijk). De gemeente vertegenwoordigt de belangen van alle inwoners van Delft, maar in het bijzonder het belang van de toekomstige inwoners van de stad en groepen woningzoekenden die niet of minder georganiseerd zijn of een stem hebben. De gemeente is zichtbaar: ons woonbeleid leggen we structureel uit. Dit op het niveau van de stad, wijk, buurt en complex. We geven steeds inzicht in waar we staan we en waar we naartoe willen en gaan. Het waarom hierachter en de keuzes die we maken leggen we uit. We zetten in op meer gemeentelijke regie en sluiten daarbij aan bij de nieuwe mogelijkheden die de gemeente in landelijke wet- en regelgeving krijgt. Hierbij geldt dat onze sturingsmogelijkheden groter zijn wanneer de gemeente zelf grondeigenaar is, of we kunnen beschikken over een specifiek wettelijk sturingsinstrument.
De gemeente zal niet sturen op ontwikkelingen die we niet in de hand hebben. We geven de samenwerking met (institutionele)vastgoedeigenaren, grote particuliere verhuurders en ontwikkelende partijen graag een structureel karakter. We vragen de woningcorporaties een maximale bijdrage aan de Woonvisie te leveren, uiteraard passend binnen het werkterrein van de woningcorporaties, zoals afgebakend door de Woningwet en binnen de financiële mogelijkheden. Wanneer de (financiële) mogelijkheden van de corporaties veranderen, zoeken we in overleg naar passende oplossingen. Het maken van prestatieafspraken is een proces van intensieve samenwerking, maar we willen het graag simpel houden. Hierbij geldt dat de partijen in beginsel aan dezelfde doelen werken. Wederkerigheid in onze relatie is dan ook logisch, we vragen in deze woonvisie het nodige van de woningcorporaties en de huurdersraden, maar zij mogen ook iets terugverlangen.
32
Wederkerigheid en maximaal presteren vereist transparantie in elkaars mogelijkheden en de gemeente die intern goed samenwerkt (‘een geluid afgeeft’). Met elkaar willen we de opgaven en ambities verbinden met ieders (financiële) mogelijkheden. Hiervoor werken we in het eerste woonvisiejaar een systematiek uit.
33
Bijlage 1 Plancapaciteit in detail Deze bijlage geeft een beknopt overzicht van de planvoorraad beschikbaar voor woningbouw, met als peildatum februari 2023. Een aantal kanttekening vooraf: ✓
✓
✓ ✓
Planuitval: belangrijk aandachtspunt bij de genoemde cijfers is planuitval. Een gedeelte van alle bekende woningbouwplannen kan om allerlei redenen niet, of pas veel later, worden gerealiseerd. Het percentage planuitval proberen we zoveel als mogelijk te beperken, maar 30% planuitval is geen uitzondering. De daadwerkelijke jaarlijkse toevoegingen in de Delftse woningvoorraad liggen dus lager dan de genoemde getallen. Harde en zachte plannen: we maken onderscheid tussen harde en zachte plannen. ‘Hard’ betekent in de nieuwe definitie van het Rijk in het kader van de monitoring van de beoogde versnelling woningbouw, dat er ten minste een vastgesteld bestemmingsplan met of zonder uitwerkingsplicht is. ‘Zachte’ plannen zijn opties, visies, in voorbereiding zijnde plannen en vastgestelde bestemmingsplannen met wijzigingsbevoegdheid. Circa de helft van de harde plannen in Delft bestaan uit het recent vastgestelde bestemmingsplan Schieoevers Noord. Deze gelden als harde plannen, maar er lopen nog wel procedures bij de Raad van State. Ook met harde plannen bestaat er overigens geen 100% zekerheid dat de woningen daadwerkelijk gebouwd worden. Woningen en studentenwoningen: we maken in de plannen onderscheid tussen reguliere woningen en studentenwoningen. Aandachtspunt hierbij is dat één studentenwoning bewoond wordt door één student. Eén woning biedt gemiddeld aan meer mensen plek.
Schieoevers: Schieoevers draagt voor ruim 7.500 woningen bij aan de genoemde getallen. Ruim 4.000 hiervan zijn de geplande woningen in het Kabeldistrict, Nieuwe Haven en het Station Campus gebied. Het meest ver in de tijd zijn daarnaast op basis van het Ontwikkelplan Schieoevers ruim 3.500 woningen opgenomen voor het zgn. ‘Koersbeeld’ voor de rest van het Schieoeversgebied. Hoe verder richting de 2040, hoe meer de aantallen worden gekleurd door bovengenoemde ontwikkelingen op Schieoevers.
Planvoorraad naar status
Planvoorraad naar woningtype
De genoemde aantallen studentenwoningen duiden we nader. Er staan geen nieuwe onzelfstandige wooneenheden in de planning. Het gaat om zelfstandige woningen. Dat is nodig om de bewoners voor Huurtoeslag in aanmerking te laten komen. DUWO realiseert het nieuwbouwproject aan de Balthasar van der Polweg nog als zelfstandige studentenwoningen. Bij toekomstige projecten is DUWO voornemens zelfstandige woningen te combineren met gemeenschappelijke ruimten/ voorzieningen als onderdeel van de mix met zelfstandige studentenwoningen. Een deel van de studentenwoningen wordt door andere ontwikkelaars dan DUWO gerealiseerd. 34
Planvoorraad naar prijssegment
35