Wat nou oud - Onderzoek naar ouderenbeleid in Delft - getekend
Tekst van het document
Wat nou oud?
Onderzoek naar ouderenbeleid in Delft Juni 2021
Inhoud Inleiding .................................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 1: Ouderen in Delft ............................................................................................................... 5 Ouderen in Delft: cijfers en beleid ..................................................................................................... 5 Overkoepelende conclusie en aanbevelingen .................................................................................. 7 Aanvullende aanbevelingen per leefdomein ................................................................................... 10 Bestuurlijke reactie............................................................................................................................ 13 Hoofdstuk 2 - Gezondheid .................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 3 - Huisvesting .....................................................................................................................23 Hoofdstuk 4 - Huiselijke relaties en sociaal netwerk ...........................................................................27 Hoofdstuk 5 - Vrijetijdsbesteding en maatschappelijke participatie .................................................
30 Hoofdstuk 6 - Financiën ....................................................................................................................... 35 Bijlage 1: overzicht van nota’s en activiteiten per leefdomein .......................................................... 38 Bijlage 2: overzicht van respondenten ................................................................................................ 40
2
Inleiding Aanleiding onderzoek en methoden De Delftse Rekenkamer heeft het ouderenbeleid van de gemeente Delft onderzocht.1 Niet omdat er signalen waren dat het slecht gaat. Wel omdat ouderen een substantieel deel vormen van de inwoners van Delft. En hoewel een groot deel van de Delftenaren gelukkig steeds gezonder oud wordt en in de samenleving participeert, zijn er ook oudere Delftenaren die daarbij hulp nodig hebben. De coronacrisis maakt duidelijk dat ouderen in sommige gevallen tot een kwetsbare groep behoren. Daarom brengt dit onderzoek in kaart wat de gemeente voor, met en namens ouderen doet, hoe ouderen dat ervaren en hoe dat (nog) beter kan. De gemeente Delft voert weliswaar geen doelgroepenbeleid, maar beschouwt ouderen als een van de doelgroepen waarvoor generiek beleid gevoerd moet worden.2 We hebben onderzocht welk beleid wordt gevoerd, hoe ouderen dat beleid ervaren en wat verbeterd kan worden om ouderen beter te ondersteunen. Vijf leefdomeinen stonden centraal: huisvesting, gezondheid, huiselijke relaties en sociaal netwerk, vrijetijdsbesteding en maatschappelijke participatie en financiën. Dit is een verkennend en beschrijvend onderzoek. Er is bijvoorbeeld niet getoetst of de inzet van middelen op deze leefdomeinen doelmatig en doeltreffend en voldoende toekomstbestendig is.
Er is gekeken naar wat er gebeurt voor en met ouderen en hoe ouderen, uitvoerders en gemeente daarnaar kijken. Het onderzoek bestond uit vijf activiteiten: In de leefwereldanalyse is een schets gemaakt van de leefwereld van de ouderen in Delft en hun behoeften aan ondersteuning op de diverse leefdomeinen. Dat is gedaan door de Omnibusenquête en andere relevante cijfers/ documenten te analyseren, interviews af te nemen bij negen uitvoerende partnerorganisaties en in gesprek te gaan met een ouderenpanel, waarin acht ouderen zaten met kennis van zaken over de positie van ouderen in Delft. In de beleidsanalyse is het huidige beleid, de uitvoering en de resultaten beschreven door een analyse van beleidsdocumenten en door interviews met vijf beleidsmedewerkers en twee wethouders. In de verschilanalyse is de leefwereld van de ouderen en hun behoefte aan ondersteuning ‘geconfronteerd’ met het gemeentebeleid. In een bijeenkomst met de raadscommissie Sociaal Domein en Wonen zijn de uitkomsten van de verschilanalyse gepresenteerd en is samen met de raadsleden gereflecteerd op het huidige beleid en zijn verbetermogelijkheden verkend. Hierbij waren elf raads- en of commissieleden aanwezig. En tot slot: verwerken wederhoor en opstellen eindrapport.
1
Het onderzoeksbureau Regioplan heeft het onderzoek voor de Delftse Rekenkamer uitgevoerd. Foto voorkant: Nick Karvounis. 2 Onder ouderenbeleid verstaan we de gemeentelijk doelen, inzet en acties die (vooral) zijn gericht op ouderen. De gemeente hanteert hiervoor ook geen harde leeftijdsgrens. Grofweg gaat het om Delftenaren ouder dan 55 jaar. 3
Het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 wordt eerst de huidige situatie van Delftse ouderen per leefdomein geïllustreerd aan de hand van cijfers en beleid en worden vervolgens de hoofdconclusie en vier overkoepelende aanbevelingen geformuleerd. Ook zijn voor elk leefdomein aanbevelingen geformuleerd. Vervolgens geven we in hoofdstuk 2 tot en met 6 een nadere beschrijving van de leefdomeinen; per leefdomein is een leefwereld-, beleids- en verschilanalyse gemaakt. Deze geven inzicht in (de ervaringen met) het beleid voor het leefdomein en de overeenkomsten en verschillen in speerpunten van ouderen, de gemeente en de uitvoerders. Bijlage 1 geeft een overzicht van geraadpleegde nota’s, uitvoeringsagenda’s en activiteiten per leefdomein. Bijlage 2 laat zien welke personen en instanties voor dit onderzoek zijn geraadpleegd.
4
Hoofdstuk 1: Ouderen in Delft Ouderen in Delft: cijfers en beleid Door de jaren heen is het aantal ouderen in de gemeente Delft toegenomen.3 In 2020 was 27,8% van het aantal inwoners 55 jaar of ouder. In de wijken Tanthof en Buitenhof wonen relatief veel ouderen.4 Net als in de rest van Nederland is in Delft sprake van een dubbele vergrijzing: er zijn meer ouderen en de ouderen worden ouder. De toenemende vergrijzing vraagt om een ‘houdbare ouderenzorg’. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) constateert in haar gelijknamige onderzoeksrapport dat door de duurder wordende (ouderen)zorg niet alleen de betaalbaarheid maar ook het maatschappelijk draagvlak van ouderenzorg in het gedrang komt. De WRR bestempelt ouderenzorg als ‘wicked problem’ en pleit voor een langetermijnvisie op ouderenzorg om beter te kunnen sturen op doeltreffendheid en doelmatigheid van de ouderenzorg. Dit is noodzakelijk om alle ouderen voldoende en goede zorg te kunnen bieden en zorg betaalbaar te houden. Bovenstaande laat zien dat aandacht voor de ondersteuning van ouderen onvermijdelijk is. Figuur 1 toont een aantal belangrijke kenmerken van Delftse ouderen, zoals de verdeling naar geslacht, leeftijd en de wijken waarin de meeste ouderen woonachtig zijn.
Ook worden er enkele kerncijfers benoemd voor de verschillende leefdomeinen, zoals het gemiddelde cijfer dat ouderen aan hun woning geven, hoeveel procent van de ouderen Wmo-cliënt is, hoeveel procent vrijwilligerswerk doet, in hoeverre ouderen in Delft zich eenzaam voelen en hoeveel procent van de ouderen schulden hebben (zie voor uitgebreidere analyses hoofdstuk 2 tot en met 6). Verder toont figuur 1 ook het netwerk van uitvoerders die de belangen behartigen van ouderen in Delft.5 De grootste uitvoerders zijn Delft voor Elkaar (sociale basis), Delft Support (Wmo) en Pieter van Foreest (huisvesting en (wijk)zorg). Daar omheen opereert een groot aantal andere uitvoerders in het veld, zoals de Ouderenbonden, GGD, Humanitas en het Cultuurhuis. De cirkels geven de afstand tot de ouderen weer; zo staan de Ouderenbonden dichter bij de ouderen dan bijvoorbeeld de Adviesraad Sociaal Domein. Naast deze spelers zijn veel ouderen uiteraard ook betrokken bij verenigingen en vrijwilligersorganisaties. De gemeente Delft heeft haar ouderenbeleid geformuleerd in enkele kadernota’s, waarvan de belangrijkste zijn: de Kadernota Innovatie Sociaal Domein deel I-III en de Sociale Visie Delft.
Daarnaast heeft de gemeente uitvoeringsagenda’s op de verschillende leefdomeinen opgesteld, maar het beleid vertaalt zich voornamelijk in een groot aantal ‘losse’ activiteiten, gefaciliteerd door de gemeente en/of uitvoerders (zie tabel B.1 in bijlage 1). Een dergelijke opzet past bij de rol als regiegemeente die de gemeente Delft inneemt. De organisatie en uitvoering van beleid liggen hiermee voornamelijk bij uitvoerende partijen in het veld, zoals Delft voor Elkaar en Delft Support.
3 Delft in Cijfers: bevolkingssamenstelling naar leeftijd. Geraadpleegd op 26 mei 2021 via https://delft.incij-
fers.nl/jive?cat_show=Bevolking. 4 In Tanthof 18% en in Buitenhof 16%, tegen gemiddeld 13% in heel Delft. Bron: Basisregistratie personen – Gemeente Delft 2020. 5 De genoemde organisaties zijn de belangrijkste uitvoerders die zich inzetten voor ouderen in Delft, maar dit overzicht is niet uitputtend. 5
Figuur 1: Kenmerken van ouderen in Delft en uitvoerders in de leefdomeinen.
6
Overkoepelende conclusie en aanbevelingen Een analyse van de Omnibusenquête (2019) wijst uit dat het over het algemeen goed gaat met de ouderen in Delft. Het merendeel van de ouderen is gezond, is tevreden met de buurt waarin ze wonen, is maatschappelijk betrokken (bijvoorbeeld als vrijwilliger of mantelzorger) en leeft zonder financiële problematiek. Uit ons onderzoek blijkt echter ook dat het wenselijk is extra aandacht te besteden aan beleid en uitvoering op een aantal leefdomeinen en thema´s, met oog voor de diversiteit van de ouderendoelgroep. Niet omdat verkeerde keuzes in het beleid en de uitvoering zijn gemaakt, maar juist omdat er nog extra - vooralsnog onbenutte - kansen zijn om het beleid en de uitvoering nog beter af te stemmen op de wensen en behoeften van de ouderen in Delft. Het overkoepelend beeld uit ons verkennende en beschrijvende onderzoek is hieronder opgenomen als algemene conclusie. Op basis van deze conclusie doen wij enkele aanbevelingen. Daarnaast leidt het onderzoek ook tot enkele leefdomeinspecifieke bevindingen en verbetermogelijkheden. Hieronder volgen eerst de overkoepelende conclusie en aanbevelingen: Algemene conclusie: ‘De oudere’ bestaat niet: leeftijd is geen doorslaggevend criterium voor hulpbehoevendheid van Delftenaren: je kunt 80 zijn en actief, of 55 en hulpbehoevend.
Het is daarom passend dat Delft geen doelgroepenbeleid voert op basis van leeftijd. In grote lijnen is het ouderenbeleid in Delft op orde en is het niet nodig het beleid drastisch bij te stellen. Echter, het ouderenbeleid en de uitvoering daarvan zijn nog niet genoeg gericht op de diversiteit van de oudere inwoners en hun specifieke behoeften en mogelijkheden. Ook sluit de uitvoering van dit beleid niet in alle leefdomeinen optimaal aan bij de leefwereld van de diverse groepen ouderen. Zo willen ouderen en uitvoerders bijvoorbeeld graag dat het potentieel van ouderen beter wordt benut voor de Delftse samenleving als geheel. Ook blijkt bijvoorbeeld dat het merendeel van de ouderen die in financiële problemen (dreigen te) komen daarvoor geen actief hulp zoekt. Tot slot kan de samenhang tussen de verschillende leefdomeinen beter worden bewaakt en benut. Kortom: het gaat over het algemeen goed, maar het kan op punten beter. Daarbij is - mede gezien de financiële situatie van Delft - vooral gekeken wat zonder (grote) investeringen mogelijk is. Gelukkig komen uit het onderzoek geen cruciale kritiekpunten, tekortkomingen of ingrijpende beleidswijzigingen naar voren. Wel komen uit de analyse van de cijfers, documenten en gesprekken met ouderen en uitvoerders nog diverse verbetermogelijkheden naar voren. Dit leidt tot de volgende vier overkoepelende algemene aanbevelingen.
Daarbij is steeds aangegeven wat de situatie is, hoe dat beter kan en wie daarvoor aan zet is. 1. Houd meer rekening met de diversiteit van de ouderenpopulatie in Delft. Wat: De positie van verschillende groepen ouderen op de onderzochte leefdomeinen loopt sterk uiteen en is mede afhankelijk van de sociaaleconomische status, etnische achtergrond, zorgconsumptie en nog vele andere factoren. Die diversiteit zal alleen maar toenemen als gevolg van de dubbele vergrijzing. Deze diversiteit vraagt om een breed pallet aan interventies en voorzieningen. Meer aandacht voor de diversiteit van de ouderenpopulatie is van belang om zicht te krijgen én te behouden op de verschillende woonwensen, diverse gezondheidsbehoeften en brede voorkeur aan (sociale) activiteiten. Hoe: Zorg voor scherper zicht op de diversiteit van de groepen ouderen. Dat kan bijvoorbeeld door daartoe expliciet een opdracht te geven aan de uitvoerders die zicht hebben op de ouderengroepen en actief zijn in de verschillende wijken en buurten waar de ouderen met name wonen. Maar dat kan ook door bijvoorbeeld de eigen afdeling Onderzoek en Statistiek van de gemeente 7
Delft te verzoeken daar nader onderzoek naar te doen. Door die diversiteit beter in beeld te krijgen kan ook beter zicht verkregen worden op de uiteenlopende wensen en behoeften van groepen ouderen op de verschillende leefdomeinen en kan daar uiteindelijk in het beleid en de uitvoering beter rekening mee worden gehouden. Wie: Het college is hierbij als eerste aan zet om die diversiteit beter in beeld te krijgen en te houden. Doe dat via de uitvoerders die in de wijken en buurten van Delft actief zijn, geef hun de opdracht de dialoog met de diverse groepen ouderen te zoeken om de wensen en behoeften op de verschillende leefdomein scherper in kaart te brengen. Maar ook de gemeenteraad kan hieraan bijdragen door - vanuit de volksvertegenwoordigende rol - gebruik te maken van de eigen diversiteit en als raadsleden ook zelf de dialoog met groepen ouderen aan te gaan, zodat zij meer direct een stem in de gemeenteraad krijgen. 2.
Gebruik de (nieuwe) kennis over de diversiteit van de ouderenpopulatie om de uiteenlopende behoeften van ouderen te vertalen in verschillende beleidsmaatregelen en zoek daarbij vooral de synergie tussen de leefdomeinen. Betrek daarbij ook de zorg en ondersteuning aan ouderen vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Wat: In de gemeente Delft bestaat een relatief groot aanbod aan activiteiten, maar de beleidsmaatregelen en het aanbod zijn soms nog te veel gefragmenteerd. Door voor meer afstemming te zorgen kan het beleid doelmatiger en doeltreffender worden: die afstemming kan het beste worden gerealiseerd door meer oog te hebben voor de diversiteit van de doelgroep en die diversiteit door te vertalen naar beleidsmaatregelen die deels leefdomein-overstijgend zijn. De diversiteit van de ouderenpopulatie noodzaakt tot meer specifieke beleidsmaatregelen die tegemoetkomen aan de uiteenlopende wensen en behoeften van de verschillende groepen ouderen. Dat hoeft niet automatisch te betekenen dat het beleid duurder wordt; door de mogelijkheden te benutten om beleidsmaatregelen vanuit de verschillende domeinen aan elkaar te verbinden en op elkaar af te stemmen kan het beleid mogelijk zelfs nog aan efficiency winnen. Het is daarom voor de gemeente Delft van belang op zoek te gaan naar de verbinding tussen de leefdomeinen.
Hoe: Denk aan sterkere en creatievere verbindingen tussen huisvesting en zorg (bijvoorbeeld collectieve woningaankoop en groepswonen met zorginzet) maar ook bijvoorbeeld aan de activiteiten in de sociale basis (die worden uitgevoerd door Delft voor Elkaar) en de individuele zorg en ondersteuning vanuit de Wmo (die wordt verzorgd door Delft Support). De verbinding van leefdomeinen vraagt ook om meer (structurele) uitwisseling tussen de leefdomeinen op bestuurlijk, beleids- én uitvoeringsniveau. Het is van belang dat de gemeente en de uitvoerders de verbindingen tussen de leefdomeinen scherp monitoren en daarmee kunnen zorgen voor een betere afstemming van activiteiten. Meer verbinding tussen de uitvoerders is hierbij ook van belang, zodat zij elkaars aanbod en mogelijkheden goed kennen. Dat is essentieel voor goede samenwerking en het efficiënt(er) inrichten van het uitvoeringsveld. Wie: Meer oog voor de synergie tussen de verschillende leefdomeinen kan op verschillende niveaus worden opgepakt. We bevelen het college aan de gesprekken die al gevoerd worden over betere aansluiting tussen de zorg vanuit de Wmo, de Wlz en de Zvw te continueren en wellicht nog te intensiveren/versnellen. Hierbij kan en moet ook aandacht worden geschonken aan de mogelijkheden voor cofinanciering van initiatieven vanuit de verschillende regimes.
Door samen op zoek te gaan naar snijvlakken is het mogelijk het beleid efficiënter in te richten; dat kan ook positieve gevolgen hebben voor de betaalbaarheid van de ouderenzorg. We bevelen het college tevens aan om meer integraal/leefdomein-overstijgend te gaan werken vanuit de verschillende beleidsafdelingen door expliciet aandacht te besteden aan de synergie tussen de leefdomeinen, zoals tussen huisvesting en zorg, maar ook tussen zorg en participatie.
8
Tenslotte kan ook in de uitvoering meer de verbinding gezocht worden, dus meer afstemming tussen de activiteiten van bijvoorbeeld Delft Support en Delft voor Elkaar. Die afstemming zou expliciet kunnen worden opgenomen in de afspraken met beide uitvoerders. 3.
Besteed in het beleid en de uitvoering meer aandacht aan het beter benutten van het potentieel van de ouderen in Delft: ouderen zijn meer dan zorgconsumenten. Wat: Het op ouderen gerichte beleid in de verschillende leefdomeinen is in belangrijke mate gebaseerd op de ouderen in hun hoedanigheid als zorgconsument. De zelfredzaamheid en de compensatieplicht vanuit de Wmo zijn de belangrijkste uitgangspunten van het beleid. Die focus is belangrijk en moet er blijven, maar daarnaast dient men in het beleid en de uitvoering ouderen ook te bezien als inwoners die een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren aan de Delftse samenleving. Ouderen en uitvoerders benadrukken in gesprekken dat er nog veel onbenut potentieel ligt bij ouderen. Hoe en wie: Om het potentieel van ouderen beter te kunnen benutten is het allereerst noodzakelijk meer zicht te krijgen op dit potentieel. Hierbij zijn de uitvoerders, en met name Delft voor Elkaar, als eerste aan zet. Inventariseer systematisch welke groepen ouderen welke bijdrage op welke leefdomeinen aan de Delftse samenleving zouden kunnen en willen leveren. Let daarbij ook op de mogelijke verbinding met de zorg, maar beperk het vooral niet daartoe: ouderen kunnen meer dan zich vrijwillig inzetten voor andere ouderen die hulp en ondersteuning behoeven. 4.
Verbeter de communicatie met ouderen: laat hun stem beter doorklinken in de gemeentelijke politiek, het beleid en de uitvoering daarvan. Wat: Dit onderzoek laat zien dat het beleid van de gemeente Delft en de uitvoering van dit beleid gericht op de ouderen niet in alle leefdomeinen optimaal aansluit bij de zogenaamde leefwereld van de diverse groepen ouderen in Delft. Dat heeft onder meer tot gevolg dat het potentieel van ouderen onderbenut wordt én dat ouderen niet optimaal gebruik maken van de zorg en ondersteuning die er voor hen is in Delft. Om het beleid en de uitvoering daarvan beter te laten aansluiten bij de leefwereld van de ouderen is het noodzakelijk dat er een directe en permanente dialoog plaatsvindt, tussen de beleidsmakers, de uitvoerders en de ouderen. Leer elkaar beter kennen; verbeter de onderlinge communicatie. Hoe: Elkaar beter leren kennen zal recht doen aan de diversiteit van de groepen ouderen in Delft en daarmee kunnen leiden tot (nog) meer maatwerk in de wijken en buurten waar ouderen wonen. Zo kan informatie over het (hulp)aanbod en activiteiten beter ontsloten worden, zowel digitaal als op papier. Daarnaast zijn laagdrempelige contactmogelijkheden essentieel voor ouderen.
Een (groot) deel van de doelgroep weet de gemeente niet goed te vinden en heeft baat bij laagdrempelige contactpunten, zoals een locatie in de buurt waar ouderen kunnen binnenstappen of een telefoonnummer dat voor alle vragen gebruikt kan worden. Ook draagt het faciliteren van (vaste) contactmomenten vanuit de gemeente bij aan het beter bereiken van ouderen. Denk daarbij aan een vaste dag per week waarop ouderen in de buurt terecht kunnen bij ouderenadviseurs met vragen of een informeel contactmoment (koffieochtend, spelletjesavond, etc.) waarop ook informatie en voorlichting verschaft kan worden door de aanwezigheid van uitvoerders die op de hoogte zijn van het hulpaanbod dat de gemeente te bieden heeft. Wie: Het is zowel voor de gemeenteraad als voor het college én voor de uitvoerders belangrijk om de dialoog aan te gaan met de groepen ouderen, elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid. Voor de gemeenteraad om als volksvertegenwoordiger de stem van de ouderen te laten doorklinken in de gemeentelijke politiek. Dat kan bijvoorbeeld door periodiek in gesprek te gaan met diverse groepen ouderen, al dan niet via een op te richten ouderenpanel. Maar ook voor het college ligt hier een rol. Communiceer duidelijker welke mogelijkheden Delft te bieden heeft aan de groepen ouderen om optimaal te participeren in de samenleving.
Het ligt voor de hand hierbij nauw samen te werken met de belangrijkste uitvoerders in Delft: Delft Support en Delft voor Elkaar.
9
Aanvullende aanbevelingen per leefdomein Hieronder presenteren we voor de vijf leefdomeinen een korte beschrijving van de verschilanalyse en aanbevelingen die daaruit voorvloeien. Een uitgebreide beschrijving van de leefdomeinen staat in hoofdstukken 2 tot en met 6. Gezondheid De verschilanalyse op het leefdomein ‘Gezondheid’ wijst uit dat de gemeente met name inzet op het bevorderen van informele zorg, vitaliteit en eigen kracht. Het zorgbeleid is voornamelijk opgezet vanuit het zelfredzaamheidsprincipe: de eigen kracht benutten en daar waar dat niet gaat aanvullende zorg bieden aan ouderen. Uit de verschilanalyse blijkt ook dat ouderen en uitvoerders graag zien dat er meer wordt ingezet om het potentieel van ouderen beter te benutten voor de Delftse samenleving als geheel. Het programma Positieve Gezondheid dat in de gemeente Delft nu ook een plek krijgt, biedt daar voldoende aanknopingspunten voor. Dat programma hanteert een breder perspectief dan louter en alleen het (fysieke) gezondheidsperspectief. Waar kan een inwoner (c.q. een oudere) nog een betekenisvolle bijdrage leveren aan de maatschappij en wat is ervoor nodig om die bijdrage te kunnen leveren? Vanuit dit principe wordt meer uitgegaan van het potentieel dat een oudere nog te bieden heeft, niet alleen voor zichzelf, maar juist ook voor de maatschappij als geheel.
Aanbeveling Gezondheid (aan college en raad) Door het programma Positieve Gezondheid als onderliggend concept te gebruiken voor (toekomstig) beleid en interventies krijgt het zelfredzaamheidsprincipe een prominentere plaats. Door hierover ook in gesprek te gaan met ouderen, bijvoorbeeld via een ouderenpanel, kan concreet gemaakt worden hoe dat potentieel beter kan worden benut zodat ouderen intensiever bijdragen aan de Delftse samenleving. Dit zal ook effect hebben op de zorgvraag en zelfredzaamheid van ouderen in Delft waar de gemeente en uitvoerders de nadruk op leggen: door ouderen elkaar te laten helpen kan (in sommige gevallen) formele zorg en ondersteuning worden voorkomen of uitgesteld. Huisvesting Op het gebied van huisvesting komen de door de ouderen, de gemeente en de uitvoerders geformuleerde speerpunten op hoofdlijnen overeen: vraag en aanbod moeten beter op elkaar afgestemd worden. Wel denken ze enigszins verschillend over hoe deze afstemming het best gerealiseerd kan worden. Hoewel de gemeente ook aandacht besteed aan nieuwe woonzorgcombinaties en nieuwe geschikte woningen voor ouderen die willen verhuizen, is de focus toch vooral gericht op langer zelfstandig thuis wonen door aanpassingen aan de eigen woning.
Ouderen wijzen nadrukkelijk ook op de gewenste mogelijkheid om te kunnen verhuizen naar een voor hen geschikte (vaak kleinere) woning.6 Langer thuis wonen is voor hen niet zondermeer vanzelfsprekend. Het woonbeleid van de gemeente richt zich nu vooral op de oudere als zorgconsument, maar zou zich ook kunnen richten ook op de oudere die graag kleiner woont, in de buurt van voorzieningen en dichtbij andere ouderen om gemakkelijk contact te leggen. De woonwensen en -behoeften zijn heel divers, beïnvloed door andere factoren dan zorg, zoals de dubbele vergrijzing, etnische achtergrond en sociaaleconomische status, waar ouderen en uitvoerders op wijzen. Aanbeveling huisvesting (aan college) Door de diversiteit aan woonbehoeften in kaart te brengen kan gezocht worden naar een breder pallet aan passende woonvoorzieningen. Met beter zicht op deze bredere woonwensen kan de 6 Hoewel uit het onderzoek Woningbouw Delft 2017-2040 van de Delftse Rekenkamer blijkt dat er naar verhouding rela-
tief veel gebouwd wordt in Delft, geven ouderen uit het ouderenpanel aan dat deze nieuwbouwprojecten niet overeenkomen met hun woonwensen: prijs, grootte en locatie van de woning. 10
gemeente in gesprek gaan met betrokken uitvoerders, woningcorporaties en ouderen zelf (zoals ook is beschreven in de nota/uitvoeringsagenda Langer en Weer Thuis), bijvoorbeeld in een woonpanel waarin zij gezamenlijk het gesprek kunnen voeren en conclusies kunnen formuleren of in de vorm van een woonbehoeftenpeiling. Huiselijke relaties en sociaal netwerk De focus van speerpunten van ouderen, de gemeente en uitvoerders is in grote lijnen hetzelfde: behoefte aan meer mogelijkheden voor ontmoeting en eenzaamheidsbestrijding. De accenten in de speerpunten zijn verschillend. Zo focust de gemeente op het vergroten van de bekendheid en vindbaarheid van bestaande initiatieven, terwijl ouderen en uitvoeders inzetten op het uitbreiden van ontmoetingslocaties en -mogelijkheden, fijnmaziger en kleinschaliger in de wijken en de buurten. Ouderen en uitvoerders missen een concrete uitwerking van de eenzaamheidsaanpak in de buurt en pleiten ervoor daar meer focus op te leggen: alle ouderen in beeld proberen te krijgen door een proactieve houding en actief contact zoeken met buurtbewoners (langs de deuren, huisbezoek, ontmoetingslocaties in de buurten).
Aanbeveling Huiselijke relaties en sociaal netwerk (aan college) De aanpak zou fijnmaziger en kleinschaliger kunnen worden door sociaal contact en sociale activiteiten te initiëren op wijk- en buurtniveau, geënt op de verschillende groepen ouderen in de wijken. Vrijetijdsbesteding en maatschappelijke participatie De verschilanalyse wijst uit dat ouderen, de gemeente en uitvoerders op hoofdlijnen overeenkomen op onderwerpen binnen het leefdomein vrijetijdsbesteding en maatschappelijke participatie. Ze zijn het erover eens dat Delft een bereikbare en leefbare stad moet zijn voor minder mobiele ouderen. Ook vinden ze allemaal dat er een voldoende toegankelijk sport- en cultureel aanbod moet zijn in Delft. Een verschil is dat de gemeente met name aandacht heeft voor sport en bewegen, o.a. vanuit de visie van Positieve gezondheid, maar de ouderen juist ook aandacht vragen voor cultuur en de nadruk leggen op cultuur- en andere vormen van participatie. Aanbeveling Vrijetijdsbesteding en maatschappelijke participatie (aan college en raad) Het strekt tot aanbeveling om te inventariseren welke behoeften ouderen hebben over hoe zij hun vrije tijd willen inrichten in de verschillende wijken; dit kan inzicht geven in welk participatieaanbod volgens hen ontbreekt of verder versterkt zou mogen worden.
Daarnaast is het raadzaam cultureel- en ontmoetingsaanbod op kleinschalig niveau te faciliteren in de wijk om gehoor te geven aan de behoefte om op buurtniveau te participeren. Financiën De cijfers van de Omnibusenquête laten zien dat het merendeel van de ouderen die in de financiele problemen zijn gekomen of dreigen te geraken niet actief hulp zoeken. Meer aandacht voor de ouderen met financiële problemen is daarom van belang. Ouderen ervaren een te hoge drempel in het hulpaanbod en de schuldhulpverlening en er bestaat een taboe op het bespreken van financiële problematiek (i.c.m. schaamte). Aanbeveling Financiën (aan college) Om de financiële problematiek van ouderen beter aan te pakken, is het van belang dat gemeente en uitvoerders nóg zichtbaarder en toegankelijker worden in de wijken. Bijvoorbeeld met een Financieel Spreekuur op wijkniveau of het uitbreiden en onder de aandacht brengen van de formulierenbrigade. Ook zou het taboe op het bespreken van financiële problemen en het hulp zoeken doorbroken moeten worden. Maak hiervan een expliciet bespreekpunt in de dialoog met de
11
diverse ouderenpopulatie en uitvoerders. Periodieke voorlichtingsbijeenkomsten over en het bespreekbaar maken van financiën en schulden kunnen hier ook aan bijdragen.
12
Programmeurs en Directie Programmeurs Veiligheid en Samenleving bezoekadres: Stationsplein 1
Bestuurlijke reactie
2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Mark Rothuizen
Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft
Telefoon 0623031780 mrothuizen@delft.nl Internet www.delft.nl
Delftse Rekenkamer Postbus 78 2600 ME Delft
Telefoon 14015
Datum
Onderwerp
16-06-2021
Bestuurlijke reactie Rekenkameronderzoek ouderen
Ons kenmerk Uw brief van 2 juni 2021
2 juni Uw kenmerk Bijlage
Aan de leden van de Delftse Rekenkamer,
De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar ouderen in Delft. Middels deze brief geven wij graag onze reactie op de onderzoeksresultaten. Het college heeft het rapport van de Delftse Rekenkamer met belangstelling gelezen. We zijn blij met het uitgebreide- en zorgvuldig opgestelde rapport, zeker voor wat betreft de algemene conclusie dat de potentie van ouderen nog beter benut kan worden voor de samenleving. Wij herkennen ons in de positieve conclusies die getrokken worden, én in de aanbevelingen per leefdomein. Onderstaand vindt u per aanbeveling en hoofdconclusie onze reactie. Daarbij is in de reactie rekening gehouden met het feit dat er in Delft op dit moment geen ruimte is voor een grootschalige aanpak vanwege de financiële situatie waarin de gemeente verkeert. We hebben daarom in de aanbevelingen vooral gezocht naar het faciliteren van en sturen op betere verbinding tussen partners en gemeente. Reactie op de hoofconclusies Conclusie 1: Houd meer rekening met de diversiteit van de ouderenpopulatie in Delft. Reactie college: De Rekenkamer vraagt het college de diversiteit onder ouderen beter te onderzoeken door in te zoomen op zaken zoals de sociaaleconomische status, etnische achtergrond en zorgconsumptie.
Veel informatie is reeds beschikbaar in de Woonzorgwijzer 1, Data op maat2 en het onderzoek van Companen.3 Zo komt uit het onderzoek van Companen dat er nu en in de nabije toekomst grote behoefte is aan meer koopappartementen en middel 1
WoonZorgWijzer Data op maat - Gemeente Delft - Nieuw (incijfers.nl) 3 https://delft.raadsinformatie.nl/document/8838930/1/1951978_College_van _B_en_W_-_onderzoek_Companen_opgave_Langer_en_Weer_Thuis_Delft 2
Datum
16-06-2021
dure huur voor senioren. Deze vraagt neemt het college mee in de gesprekken met de ontwikkelaars in nieuwbouwprojecten. De diversiteit pakken wij conform planning op buurt- en wijkniveau op in het programma Langer en Weer thuis. Behalve een fysieke opgave is er, om Langer Thuis te realiseren, ook een sociale opgave. Het gaat om de materiële en immateriële voorzieningen in de omgeving die ondersteunend zijn aan het zelfstandig kunnen wonen van de doelgroep. Deze wordt per wijk verkend. Elke wijk heeft zijn eigen kansen, mogelijkheden en opgaven, ook vanwege de diversiteit aan ouderen die er wonen. Met de medewerkers die in de wijk actief zijn van de convenantspartijen wordt een eerste wijkscan gemaakt. In Tanthof is dit gestart. Ook is hier met behulp van Haagse Hogeschool en Hogeschool In Holland middels het Stadslab aan bewoners gevraagd hoe zij ouder worden in Tanthof beleven. Idealiter krijgen de wijkbewoners een grotere rol krijgen bij het uitvoeren van deze wijkscan. Verbeterpunten voor de sociale programmering in Tanthof gaan met name over de mogelijkheden tot ontmoeting. Eenzaamheid wordt samen met beperkte mobiliteit voor de doelgroepen van Langer en Weer Thuis als een van de grootste negatieve aspecten van het leven gezien. Vanuit de wijkscan worden concrete acties vastgesteld welke in een plan van aanpak worden vastgelegd.
Voor de overige wijken wordt de komende periode ook een wijkscan gemaakt. Te beginnen bij Vrijenban, Kuyperwijk en Gillesbuurt. Zo werken we heel Delft in dit programma systematisch af, met oog voor de diversiteit van ouderen in buurten en wijken. Conclusie 2: Gebruik de (nieuwe) kennis over de diversiteit van de ouderenpopulatie om de uiteenlo-pende behoeften van ouderen te vertalen in verschillende beleidsmaatregelen en zoek daarbij vooral de synergie tussen de leefdomeinen. Betrek daarbij ook de zorg en ondersteuning aan ouderen vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Reactie college: Met betrekking tot huisvesting beveelt de Rekenkamer aan om “sterkere en creatievere verbindingen tussen huisvesting en zorg (bijvoorbeeld collectieve woningaankoop en groepswonen met zorginzet) te realiseren. Het college beaamt deze aanbeveling en zet daarom bij nieuwbouwontwikkelingen in op meer ‘woonvormen met gemeenschapszin voor onder andere senioren. Wij spannen ons samen met de Convenantpartners Langer en Weer Thuis in om de bouw van dit soort woonvormen voor senioren (met en zonder zorg) te stimuleren. Zo zijn we bezig met een aanbestedingstraject om het oude VAK-pand aan de Westvest 9 te verkopen ten behoeve van ouderenhuisvesting. ‘Communityvorming’ maakt onderdeel uit van de uitvraag.
Daarnaast ontwikkelt Vidomes de woonvorm “Goud en Levendig” in de Van Alkemadestraat, Kuyperwijk. Samen met Pieter van Foreest, de gemeente en Delft voor Elkaar wordt hier een bijzondere woonvorm gecreëerd waar jong en oud, vitaal en kwetsbaar, gezinnen en alleenstaanden samen wonen. Er is een aantal appartementen bestemd voor ouderen met een lichte zorgbehoefte. Met het project flatcoach wordt samen met de bewoners de sociale cohesie gestimuleerd in enkele flats Daarnaast wordt in de Regiovisie van DSW het belang van een toename aan woonvormen met zorg (intramuraal, ambulant en tussenvormen) breed onderstreept. De Delftse partners in Langer en Weer Thuis onderschrijven deze visie en zetten zich in voor de realisatie er van.
2/6
Datum
16-06-2021
Ten aanzien van de samenwerking Delft voor Elkaar en Delft Support zetten we in op meer sturing op deze samenwerking. We merken in de praktijk dat beide partijen elkaar niet altijd goed weten te vinden. We gaan de afspraken tot samenwerking beter monitoren en vastleggen in de afzonderlijke prestatieovereenkomsten met beide partners. De relatie tussen de Wmo, WLZ en ZvW wordt voortvarend opgepakt in de vorm van de regiovisie ouderenzorg met DSW en in de samenwerkingsovereenkomst DSW. Over de regiovisie ouderenzorg wordt u binnenkort nog geïnformeerd. We werken samen aan ondersteuning en zorg voor inwoners met dementie én hun mantelzorger. Hier zetten we al op in door het casemanagement dementie te gaan invoeren. Ook kijken we bijvoorbeeld naar het ontmoetingscentra: kunnen we de administratieve lasten voor inwoner en mantelzorger verkleinen als iemand van Wmo naar Wlz gaat. Daarover zijn we met Pieter van Foreest in gesprek. Er zijn daarnaast in Delft verschillende overlegstructuren waar zowel de formele als informele zorg elkaar ontmoeten: het ketenteam, het begeleidingsteam, de werkgroep Delft dementievriendelijk en ook in het KWO en het regionale geriatrienetwerk ontmoeten de formele en informele partners elkaar.
Conclusie 3: Besteed in het beleid en de uitvoering meer aandacht aan het beter benutten van het potentieel van de ouderen in Delft: ouderen zijn meer dan zorgconsumenten. Reactie college: We gaan met Delft voor Elkaar in gesprek hoe we beter inzicht kunnen krijgen in deze doelgroep. Delft voor Elkaar kent de kwetsbare en gezonde ouderen het best en zou ook onderscheid moeten kunnen maken tussen deze groepen en hun potentie. We rapporteren hierover aan de raad.
Conclusie 4: Verbeter de communicatie met ouderen: laat hun stem beter doorklinken in de gemeentelijke politiek, het beleid en de uitvoering daarvan. Reactie college: Wij gaan hierover in gesprek met Delft voor Elkaar en Delft Support om te kijken hoe wij laagdrempeliger informatie kunnen verstrekken. Voor dementerende ouderen werken we al met een specifieke website gericht op inwoners en hun mantelzorgers. We rapporteren hierover aan de raad.
Reactie op de aanbevelingen per leefdomein Aanbeveling Gezondheid Door het programma Positieve Gezondheid als onderliggend concept te gebruiken voor (toekomstig) beleid en interventies krijgt het zelfredzaamheidsprincipe een prominentere plaats. Door hierover ook in gesprek te gaan met ouderen, bijvoorbeeld via een ouderenpanel, kan concreet gemaakt worden hoe dat potentieel beter kan worden benut zodat ouderen intensiever bijdragen aan de Delftse samenleving. Dit zal ook effect hebben op de zorgvraag en zelfredzaamheid van ouderen in Delft waar de 3/6
Datum
16-06-2021
gemeente en uitvoerders de nadruk op leggen: door ouderen elkaar te laten helpen kan (in sommige gevallen) formele zorg en ondersteuning worden voorkomen of uitgesteld. Reactie college: Wij staan positief tegenover deze aanbeveling om positieve gezondheid in te zetten. We zijn deze stappen tot verbreding al aan het zetten. Met Positieve Gezondheid werken we vraaggericht. We halen bij de bewoners op wat de wensen en behoeften zijn en rollen dat gezamenlijk met de bewoners uit. Hierbij maken we gebruik van wijkverbinders die een rol vervullen naar de kwetsbare bewoners in een wijk. Wij zijn gestart in de wijken Voorhof en Buitenhof. We hebben een bewonersgroep samengesteld bestaande uit de wijkverbinders. Zij leveren input en werven andere (kwetsbare) bewoners die input leveren en gaan participeren aan de interventies. We kunnen nog gerichter kunnen werven op oudere bewoners. Op dit moment hebben we ongeveer 20 wijkverbinders. Er is een projectteam samengesteld bestaande uit welzijns- en zorgorganisaties. Doel van dit projectteam is de onderling samenwerking en ondersteunen van de bewoners bij de uitrol van de interventies. Hierbij zijn de ouderenbond en Humanitas aangesloten die een groot bereik hebben bij ouderen. Het werven van ouderen is een lastig proces en vergt veel tijd.
Wij zijn dan ook blij met de mensen die we op dit al bereikt hebben en die bereid zijn om langdurig deelnemen aan de bewonersgroep. Aanbeveling Huisvesting Door de diversiteit aan woonbehoeften in kaart te brengen kan gezocht worden naar een breder pallet aan passende woonvoorzieningen. Het is onze aanbeveling in gesprek te gaan met betrokken uitvoerders, woningcorporaties en ouderen zelf (zoals ook is beschreven in de nota/uitvoeringsagenda Langer en Weer Thuis), bijvoorbeeld in een woonpanel waarin zij gezamenlijk het gesprek kunnen voeren en conclusies kunnen formuleren of in de vorm van een woonbehoeftenpeiling. Reactie college: De gemeente beaamt dat er een grote diversiteit aan ouderen is en dus ook aan hun woonbehoeften. Het gesprek over ouderenhuisvesting met betrokken uitvoerders en woningcorporaties vindt plaats via het samenwerkingsverband Langer en Weer Thuis. Ook bespreekt het college de wens voor ouderenhuisvesting met ontwikkelaars en beleggers. Participatie van ouderen over deze vraag behoeft nog meer aandacht. Deze aanbeveling neemt het college van de Rekenkamer over. We zullen in de komende voortgangsrapportages Langer en Weer Thuis hierover rapporteren. Met betrekking tot de woonwensen en behoeftes van senioren kijkt het college zowel naar nieuwbouw als bestaande bouw. Voor nieuwbouw maakt zij gebruik van zogenaamde ‘toegankelijkheidshandvatten’.
Deze brengt zij in bij de ontwikkelaar. Bestaande bouw die eenvoudig geschikt te maken is, is veelal van de woningcorporaties. Met hen maken we afspraken hoe we op een slimme manier Wmo-middelen en middelen van de woningcorporaties zo kunnen inzetten dat zo veel mogelijk bewoners met een zorgbehoefte daar plezier van hebben. Daarbij kun je denken aan collectieve stallingen voor scootmobielen, elektrische deuropeners en het weghalen van drempels in de route van de algemene toegangsdeur naar de woning toe. Daarnaast wordt met woningcorporaties en zorgaanbieders gezocht naar een toegangssysteem dat bewoners en het personeel helpt 4/6
Datum
16-06-2021
om op een veilige en efficiënte manier de toegang tot de woning van de zorgbehoevende te verlenen. Dit zorgt ervoor dat zorgaanbieders efficiënter de zorg aan huis kunnen leveren en er adequater kan worden opgetreden bij personenalarmering. 4 Aanbeveling Huiselijke relaties en sociaal netwerk De aanpak zou fijnmaziger en kleinschaliger kunnen worden door sociaal contact en sociale activiteiten te initiëren op wijk- en buurtniveau, geënt op de verschillende groepen ouderen in de wijken. Reactie college: Er wordt in Delft heel veel georganiseerd in de wijken. Kijk bijvoorbeeld naar de activiteiten van de ouderenfederatie. De communicatie over activiteiten is versnipperd en daardoor lastig vindbaar. Bij de doelgroep migranten ouderen is meerdere keren een uitgebreide uitvraag gedaan naar welke behoeften er zijn op het gebied van ontmoeting. Dit eenduidig en concreet maken is lastig. Ook omdat het bij uitvragen altijd maar een klein clubje ouderen is die je gesproken wordt. Bij de eerste aanbeveling is reeds uitgelegd dat we in het kader van Langer en Weer Thuis wijkscans gaan maken om de behoefte aan verbinding in de wijk scherper te krijgen. Dit doen we met de inwoners. Daarnaast zijn we op dit moment bezig hoe we Positieve Gezondheid in de wijk meer zichtbaar kunnen maken. In het kader van Positieve Gezondheid in de wijk hebben we interviews gehouden onder de bewoner..
Hierbij kwam ook de vindbaarheid van de voorzieningen en interventies als onderwerp naar voren. Bewoners geven aan dat er veel voorzieningen en interventies zijn maar deze zijn niet overzichtelijk en lastig vindbaar. We kijken nu naar mogelijkheden om de interventies die we gaan toepassen beter vindbaar te maken. Aanbeveling vrijetijdsbesteding en maatschappelijke participatie Het strekt tot aanbeveling om te inventariseren welke behoeften ouderen hebben over hoe zij hun vrije tijd willen inrichten in de verschillende wijken; dit kan inzicht geven in welk participatie-aanbod volgens hen ontbreekt of verder versterkt zou mogen worden. Daarnaast is het raadzaam cultureelen ontmoetingsaanbod op kleinschalig niveau te faciliteren in de wijk om gehoor te geven aan de behoefte om op buurtniveau te participeren. Reactie college: De visie dat de activiteiten en het hulpaanbod niet toegankelijk genoeg zijn voor mensen met dementie is bekend. Daarom is er voor mantelzorgers van mensen met dementie, de mantelzorger en de professionals de website dementiewijzer Delft ontwikkeld. Op deze website staat informatie over het aanbod van voorzieningen en diensten in Delft. Stads breed zijn we de sociale kaart aan het herzien om juist de vindbaarheid van activiteiten en hulpaanbod meer inzichtelijk te maken.
Aanbeveling Financiën Om de financiële problematiek van ouderen beter aan te pakken, is het van belang dat gemeente en uitvoerders nóg zichtbaarder en toegankelijker worden in de wijken. Bijvoorbeeld met een financieel Spreekuur op wijkniveau of het uitbreiden en onder de aandacht brengen van de 4
Uit de voortgangsbrief Langer en Weer Thuis Delft, p 6. 2011-05-26 (raadsinformatie.nl) 5/6
Datum
22-06-2021 Ons kenmerk
4582520
formulierenbrigade. Ook zou het taboe op het bespreken van financiële problemen en het hulp zoeken doorbroken moeten worden. Maak hiervan een expliciet bespreekpunt in de dialoog met de diverse ouderenpopulatie en uitvoerders. Periodieke voorlichtingsbijeenkomsten over en het bespreekbaar maken van financiën en schulden kunnen hier ook aan bijdragen. Reactie vanuit het college We doen al veel met betrekking tot de financiële problematiek van ouderen. Er zijn algemene campagnes (online en offline) rondom financiële problemen en het taboe wat op dit thema rust. Daarnaast zijn er laagdrempelige financiële spreekuren bij vrijwilligersorganisaties Humanitas, Isofa en Delft Voor Elkaar. De formulierenbrigade wordt een paar keer per jaar gepromoot door Delft voor Elkaar (de uitvoerder van deze dienst) en door de gemeente Delft. De gemeente Delft probeert huisartsen en andere zorgverleners te betrekken bij het bespreekbaar maken, herkennen en doorverwijzen naar de juiste hulpkanalen bij financiële problemen. Er is in 2021 daarnaast een nieuwe leven geblazen in de financiële alliantie (een informeel netwerksamenwerking tussen commerciële en niet commerciële partijen: SSBO - Delft voor Elkaar - GGD Haaglanden – Gemeente Delft. De financiële alliantie heeft als gezamenlijk doel: Financieel misbruik van ouderen tegen te gaan. Wij zetten deze aanpak door.
Vervolg Zoals vermeldt zullen wij bij de aanbevelingen waar is aangegeven dat wij hierover rapporteren zorg dragen voor een raadsbrief m.b.t. de opvolging van de aanbeveling. Wij zullen deze in kwartaal 4 opleveren. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,
6/6
Hoofdstuk 2 - Gezondheid Leefwereld ouderen Uit de Omnibusenquête blijkt dat meer ouderen minder zelfredzaam zijn geworden door de jaren heen. Met name het zelfzorgend vermogen en de weerbaarheid van ouderen zijn gedaald. Vijf procent van de 55-64 jarigen is in de periode 2015-2019 minder zelfstandig geworden: hun slechtere lichamelijke gezondheid belemmert hun dagelijks leven. Zowel 55-64 jarigen als 65-74 jarigen geven zichzelf in 2019 een lagere score wat betreft het zelfzorgend vermogen dan in 2017. Ook de score op weerbaarheid is afgenomen. In dit kader wijzen de ouderen ook op de nadruk die ligt op zelfredzaamheid. Het is belangrijk ook oog te blijven hebben voor ouderen met een verminderde zelfredzaamheid en grotere ondersteuningsbehoeften. Ook is aandacht voor het potentieel van ouderen belangrijk. Op dit moment zetten veel ouderen zich in als vrijwilliger of mantelzorger. Het percentage mantelzorgers in de leeftijdscategorieën 55-64 jaar en 75+ is door de jaren heen gestegen. Onder 65-74 jarigen is het aantal mantelzorgers juist gedaald. Het aantal uren mantelzorg neemt eveneens toe en is het hoogst onder de 75-plussers: in 2019 zorgden 55-64-jarigen gemiddeld 11 uur per week voor anderen, 65-74-jarigen 16 uur per week en 75-plussers 23 uur per week. Verder is voor ongeveer twintig procent van de ouderen het mantelzorgen een redelijk tot zeer zware belasting.
Een deel van de ouderen in Delft is nog vitaal, actief en heeft veel te bieden aan de samenleving. Ouderen in het panel zijn van mening dat hier sterker op ingezet kan worden. Een van de manieren is om actief te laten zien (bijv. in kranten) dat inzet van inwoners gewaardeerd wordt en ergens toe leidt. In Delft bestaat een groot aanbod aan voorzieningen en interventies ter ondersteuning van de gezondheid van ouderen. De toegankelijkheid en vindbaarheid van deze voorzieningen is echter onvoldoende volgens ouderen. Bovendien zou het aanbod meer vraaggericht ingericht moeten zijn, maar behoeften van ouderen zijn niet altijd voldoende in beeld. Het is (mede daarom) noodzakelijk meer te luisteren naar ouderen en hun hulpvragen. Ouderen zien hierin een belangrijke rol voor organisaties in de wijk: laagdrempelig contact zoeken en informatie bij ouderen ophalen in buurten. Kader 2.1 • • •
Speerpunten volgens ouderen
Vergroot de toegankelijkheid, bekendheid en vindbaarheid van (gezondheids-)voorzieningen; Haal behoeften in de buurt op en steek het aanbod meer vraaggericht in; Versterk de inzet op het potentieel dat ouderen te bieden hebben.
Beleid De ouderen in Delft wijzen op drie voor hen belangrijke speerpunten: de toegankelijkheid van voorzieningen, het ophalen van (individuele) behoeften in de buurt en de inzet van het onderbenutte potentieel van (vitale) ouderen. Met name de inzet van (vitale) inwoners en informele ondersteuning zien we terug in het gemeentelijk beleid. Een analyse van relevante nota’s en uitvoeringsagenda’s wijst erop dat het beleid in Delft vooral gericht is op zelfredzaamheid en het leven op eigen kracht. We zien bijvoorbeeld dat zelfredzaamheid en leven op eigen kracht een belangrijke positie innemen in de Kadernota’s en Sociale Visie. De ambities uit deze overkoepelende documenten zijn vertaald naar de Uitvoeringsagenda Sociaal Domein. Met deze agenda wordt opgeroepen met initiatieven te komen die aansluiten op verschillende speerpunten of thema’s, bijvoorbeeld ‘oog
19
voor een ander’, ‘levensfases in het vizier’ en ‘fijner leven met techniek’. Ook in de inkoopstrategie voor Wmo en ondersteuning zien we de aandacht voor zelfredzaamheid terug. Inwoners zo lang mogelijk zelfstandig thuis laten wonen, inwoners laten participeren in de samenleving en het versterken van de eigen kracht zijn doelstellingen die ook in deze inkoopdocumentatie aan bod komen. Daar waar de zelfredzaamheid beperkt wordt, dient ondersteuning geboden te worden. Met diverse maatregelen en instrumenten tracht gemeente Delft in te zetten op het versterken van de vitaliteit en veerkracht van ouderen, met als doel de zelfredzaamheid te vergroten waardoor alle ouderen langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Het wegvallen van verzorgingshuizen, beperkte ondersteuning uit het eigen netwerk en de druk op de zorg leiden tot specifieke aandacht voor het faciliteren van langer thuis wonen. Levensloopbestendige woningen, ondersteuning en zorg aan huis, maatwerk en technische ondersteunende voorzieningen worden expliciet genoemd als maatregelen om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. Om dit te kunnen bereiken, wordt onder andere samenwerking gezocht met het TU Delft Health Initiative. Verder wordt door de toenemende druk op de zorg ook steeds meer een beroep gedaan op informele zorg, bijvoorbeeld door mantelzorgers of vrijwilligers.
Om overbelasting bij mantelzorgers te voorkomen is er voor hen een ondersteuningsaanbod beschikbaar, in het geval de zorg- en ondersteuningstaken hen te zwaar worden. Uit gesprekken blijkt dat de gemeente zelf constateert dat steeds meer sprake lijkt te zijn van een stapeling van zorg en dat meer beroep wordt gedaan op hulpmiddelen en begeleiding. Mantelzorg en thuiszorg worden daarbij steeds belangrijker. Mede daarom wordt in beleid actief ingezet op de ondersteuning van mantelzorgers en het voorkomen van overbelasting. Het in beeld brengen van deze mantelzorgers om hen ondersteuning te kunnen bieden is echter nog een uitdaging. Een ander speerpunt dat de gemeente veelvuldig noemt in nota’s, visies en uitvoeringsagenda’s is ‘gezond oud worden’. Met verschillende werkgroepen en interventies houden de gemeente en samenwerkingspartners zich bezig met het uitgangspunt ‘gezond oud worden’. Zo zijn er werkgroepen gericht op ondersteuning van ouderen met dementie en kwetsbare ouderen (met een beperkt sociaal netwerk). De interventie ‘Grip&Glans’ dient bij te dragen aan het welbevinden van ouderen (voornamelijk gericht op vrouwen). De groepsbijeenkomsten staan in het teken van het verbeteren van het welbevinden en de zelfmanagementvaardigheden. Ook is specifiek voor kwetsbare ouderen waakvlamondersteuning beschikbaar.
In lijn met het speerpunt gezond oud worden focust de gemeente steeds meer op de visie van Positieve Gezondheid, zo blijkt uit gesprekken. Met deze visie ligt de focus op de vitaliteit van de inwoners en (het versterken van) datgene dat de oudere nog zelf kan. Kader 2.2
Speerpunten vanuit beleid
• Vergroot (langdurige) zelfredzaamheid; • Versterkte inzet op informele zorg en eigen kracht ouderen; • Gezond oud worden – focus op positieve gezondheid. Uitvoering Ook op uitvoerend niveau is de aandacht voor zelfredzaamheid en vitaliteit groot. Naast de basisvoorzieningen vanuit de Wmo is het ondersteuningsaanbod vooral gericht op het versterken van vitaliteit. Interventies die zich daarop richten zijn bijvoorbeeld (initiatieven in het kader van) Positieve Gezondheid en Powerful Ageing. In het kader van het programma Positieve Gezondheid is sprake van actieve samenwerking met mensen uit de buurt om goede aansluiting te vinden bij behoeften in de buurten. De bewegingsinterventie Powerful Ageing is specifiek voor ouderen en stimuleert beweging maar - indirect - ook sociaal contact. Ook organiseren diverse organisaties 20
sociale activiteiten die eveneens bijdragen aan vitaliteit of zelfredzaamheid. Ondanks de focus op vitaliteit en eigen kracht zijn uitvoerders, net als ouderen, van mening dat het potentieel dat (vitale) ouderen te bieden hebben beter benut kan worden in Delft. Ouderen kunnen op diverse manieren iets betekenen in de ondersteuning van andere, hulpbehoevende inwoners. Behalve de grootschalige vrijwilligersinzet zien we geen expliciete acties die erop gericht zijn dit potentieel beter te benutten. Uitvoerders (o.a. het netwerk Delft voor Elkaar) bieden verder ondersteuning aan mantelzorgers en vrijwilligers, waaronder mantelzorgers van dementerende ouderen. Het in beeld brengen van alle mantelzorgers is echter een grote uitdaging. Uitvoerende organisaties stimuleren de inzet van vrijwilligers en zijn van mening dat deze inzet vergroot zou kunnen worden. Niet alleen het in beeld brengen van mantelzorgers is een uitdaging, ook zicht op alle hulpbehoevenden ouderen blijft een opgave. Daarnaast zien uitvoerders dat passende voorzieningen niet altijd goed te faciliteren zijn, bijvoorbeeld omdat er geen aansluitend aanbod of budget is of omdat het faciliteren van passend aanbod (te) veel tijd kost. Dit geldt met name in geval van intensievere, langdurige zorg. Versnippering in beleid en aanbod maakt het lastig voor alle doelgroepen passend aanbod te faciliteren.
Een ander knelpunt dat uitvoerders aanstippen is de gebrekkige doorverwijzing. Organisaties zijn soms onvoldoende op de hoogte van elkaars aanbod waardoor juist doorverwijzing uitblijft. Investeren in korte lijnen en goede informatievoorziening tussen uitvoerende partijen lijkt van belang. Dit geldt bijvoorbeeld voor de afstemming tussen Delft Support en Delft voor Elkaar. Voor een efficiënt dienstverlening is het noodzakelijk dat deze partijen structureel samenwerken. De afstemming tussen Delft Support, Delft voor Elkaar en de gemeente vraagt om een verbeterslag, zo blijkt uit gesprekken. Tot slot zien we dat uitvoerders interventies inzetten voor specifieke doelgroepen binnen de ouderendoelgroep. Een voorbeeld is de groep dementerende ouderen. Er zijn diverse dagbestedingsactiviteiten, interventies rondom geschikte huisvesting en de inzet van casemanagers. Bovendien is Delft een dementievriendelijke gemeente. Dat betekent dat ze zich extra inzetten voor het ondersteunen van dementerende ouderen en hun mantelzorgers. Diverse uitvoerders zijn echter van mening dat in de praktijk weinig uitwerking plaatsvindt van het label ‘dementievriendelijke gemeente’. Zo is er onvoldoende aansluiting tussen formele en informele zorg, zijn activiteiten en hulpaanbod niet altijd toegankelijk genoeg en is er nog te weinig aandacht voor de huisvesting van dementerende ouderen.
Het dementievriendelijke karakter zit nu vooral nog in beleid, maar zou uitwerking moeten vinden in concrete plannen en acties. In het kader van de ondersteuning van dementerende ouderen is er een werkgroep opgericht die zich bezighoudt met aandacht en interventies voor deze ouderen. Kader 2.3 • • • •
Speerpunten vanuit de uitvoering
Vergroot (langdurige) zelfredzaamheid; Vergroot de toegankelijkheid, bekendheid en vindbaarheid van (gezondheids-)voorzieningen; Versterkte inzet op ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers; Aandacht voor de diversiteit van de ouderendoelgroep en hun verschillende behoeften.
21
Verschilanalyse Tabel 2
Verschilanalyse speerpunten gezondheid
Ouderen Gemeente Uitvoerders Speerpunten ouderen Vergroot de toegankelijkheid, bekendheid en vind++ + ++ baarheid van (gezondheids-)voorzieningen Haal behoeften in de buurt op en steek het aanbod ++ + + meer vraaggericht in Versterk de inzet op het potentieel dat ouderen te bie++ +/+ den hebben Speerpunten gemeente Vergroot (langdurige) zelfredzaamheid ++ + Versterkte inzet op informele zorg en eigen kracht ou+ ++ + deren Gezond oud worden – focus op positieve gezondheid ++ + Speerpunten uitvoerders Vergroot (langdurige) zelfredzaamheid ++ + Vergroot de toegankelijkheid, bekendheid en vind++ ++ baarheid van (gezondheids-)voorzieningen Versterkte inzet op ondersteuning van mantelzorger + + + en vrijwilligers Aandacht voor diversiteit van de ouderendoelgroep ++ -++ en hun verschillende behoeften ++: benoemd als speerpunt, +: benoemd als aandachtspunt, +/-: neutraal, -: niet benoemd als aandachtspunt, --: niet benoemd als speerpunt.
Als we de bevindingen vanuit de leefwereld, beleidswereld en uitvoeringswereld naast elkaar leggen, zien we dat zowel de ouderen als de gemeente en uitvoerders prioriteit geven aan het potentieel of de eigen kracht van ouderen. Ouderen benadrukken dat ouderen nog veel te bieden hebben en dat hun potentieel op dit moment onvoldoende benut wordt. De gemeente zet daarnaast steeds meer in op het bevorderen van informele zorg, eigen kracht en vitaliteit. Ondanks het vergelijkbare uitgangspunt komen deze speerpunten (door accentverschillen) nog onvoldoende bij elkaar. Er zou meer gesprek moeten plaatsvinden tussen de gemeente, uitvoerders en ouderen om na te gaan hoe het potentieel van ouderen beter ingezet kan worden ten behoeve van de doelstellingen die gemeente stelt rondom het leven op eigen kracht en informele hulp. Dit zal ook effect hebben op de zorgvraag en zelfredzaamheid van ouderen in Delft waar gemeente en uitvoerders nadruk op leggen: door ouderen elkaar te laten helpen kan (in sommige gevallen) formele zorg en ondersteuning worden uitgesteld. Verder roepen ouderen en uitvoerders op meer vraaggericht aanbod te creëren, (individuele) behoeften in de buurten op te halen en oog te hebben voor deze diversiteit van de ouderendoelgroep. We zien dat gemeente en (in mindere mate) uitvoerders nadruk leggen op zelfredzaamheid.
Deze nadruk op zelfredzaamheid zou kunnen leiden tot onvoldoende oog voor de diversiteit van de ouderendoelgroep. Vanuit de visie van Positieve Gezondheid lijkt de gemeente meer gehoor te geven aan individuele ondersteuningsbehoeften. Waar ouderen en uitvoerders tot slot aandacht voor vragen is de toegankelijkheid, vindbaarheid en bekendheid van voorzieningen en interventies. We zien vanuit beleid weinig tot geen expliciete aandacht hiervoor.
22
Hoofdstuk 3 - Huisvesting Leefwereld ouderen Volgens de cijfers van de Omnibusenquête wonen de meeste oudere inwoners van Delft in de wijken Tanthof, Buitenhof en Wippolder. Ouderen wonen in het algemeen vaker in een koopwoning dan in een huurwoning maar naarmate zij ouder worden, keert deze trend om. Alhoewel de ouderen aangeven over het algemeen tevreden te zijn met hun woning, heeft toch ongeveer 15% van de ouderen plannen om binnen twee jaar te verhuizen. Uit de enquête blijkt dat ouderen voornamelijk willen verhuizen vanwege de grootte van de woning (25%) of omdat de woning niet gelijkvloers is (ongeveer 40%). Twee derde van de ouderen heeft wel de voorkeur om in dezelfde wijk te blijven wonen wanneer zij gaan verhuizen, omdat zij de buurt kennen, mensen in de buurt kennen en zich veilig voelen in de buurt. Uit gesprekken met het ouderenpanel blijkt dat veel ouderen ervaren dat er onvoldoende aanbod van ouderenwoningen is in de gemeente Delft om door te stromen; er is voor hen zowel geen betaalbaar als levensloopbestendig woonaanbod. De ouderen van het ouderenpanel geven aan dat het beschikbare aanbod van huisvesting te duur of niet passend is (bijvoorbeeld te klein of niet gelijkvloers) waardoor het voor hen niet aantrekkelijk is om te verhuizen. Als gevolg daarvan blijven zij in hun huidige woning wonen en grotere woningen bezet houden voor bijvoorbeeld gezinnen.