CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt tabel Verordening maatsch. onderst. Delft 2024

Raadsvergadering 16 mei 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Vaststellen Verordening maatschappelijke ondersteuning Delft 2024 (nr. 2414186)28.424 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Was-wordt-tabel nieuwe Wmo-verordening Delft Tekst Wmo-verordening Delft 2022 Hoofdstuk 1

Tekst Wmo-verordening Delft 2024

Toelichting

artikel 1. Begripsbepalingen 1. Alle begrippen en definities zoals vermeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 zijn onverkort van toepassing in deze verordening. 2. Aanvullend in deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b.Bijdrage: bijdrage in de kosten als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet; c. Budgetbeheerder: de persoon die de aan het pgb verbonden taken als bedoeld in artikel 2.3.6, tweede lid, onder a, van de wet uitvoert; d. Budgetplan: een verplicht door de cliënt in te dienen plan waarin de cliënt inzichtelijk maakt welke ondersteuning hij wil inkopen voor het beschikbare budget, het bedrag dat per ondersteuner besteed gaat worden en welke resultaten hij hiermee wil bereiken; e. Ondersteuningsplan: schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, achtste lid, van de wet. Hierin wordt onder meer beschreven welke problemen iemand ondervindt op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang en op welke manier gekomen kan worden tot verbetering; f. Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1. van de wet; g. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; h.

Zorgplan: integraal plan waarin de aanbieder samen met de cliënt beschrijft hoe de ondersteuning uitgevoerd moet worden om het resultaat te kunnen behalen.

Onder c en e van het tweede lid zijn verkeerde verwijzingen naar artikelen uit de wet gecorrigeerd.

Artikel 1 Begripsbepalingen artikel 1. Begripsbepalingen 1.Alle begrippen en definities zoals vermeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 zijn onverkort van toepassing in deze verordening. 2.Aanvullend in deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. Bijdrage: bijdrage in de kosten als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet; c. Budgetbeheerder: de persoon die de aan het pgb verbonden taken als bedoeld in artikel 2.3.5, tweede lid, onder a, van de wet uitvoert; d. Budgetplan: een verplicht door de cliënt in te dienen plan waarin de cliënt inzichtelijk maakt welke ondersteuning hij wil inkopen voor het beschikbare budget, het bedrag dat per ondersteuner besteed gaat worden en welke resultaten hij hiermee wil bereiken; e. Ondersteuningsplan: schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, negende lid, van de wet. Hierin wordt beschreven welke problemen iemand ondervindt op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang en op welke manier gekomen kan worden tot verbetering; f. Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1. van de wet; g. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; h.

Zorgplan: integraal plan waarin de aanbieder samen met de cliënt beschrijft hoe de ondersteuning uitgevoerd moet worden om het resultaat te kunnen behalen.

Hoofdstuk 2

Artikel 2 Artikel 2. Aanvraag 1. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger dient een aanvraag voor een maatwerkvoorziening schriftelijk in bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van: a. een door het college vastgesteld aanvraagformulier, of b. een elektronische, door het college opengestelde, weg.

Artikel 4 artikel 4. Inhoud beschikking 1.Het ondersteuningsplan kan onderdeel uitmaken van een besluit voor een maatwerkvoorziening. Het zorgplan (natura) of budgetplan (pgb) maken onderdeel uit van een besluit voor een maatwerkvoorziening. 2.In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval gemotiveerd aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 3.Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en d. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 4.Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 5.

Als sprake is van een te betalen Bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.

Artikel 2. Melding en aanvraag 1. Toegang tot een Wmo voorziening start met een melding van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning bij het college. 2. Bij bevestiging van ontvangst van de melding wordt de cliënt gewezen op diens rechten en plichten, waaronder het recht om een persoonlijk plan in te dienen en het recht op gratis cliëntondersteuning. 3. Op basis van de melding start het college een onderzoek in zoals bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid van de Wet. 4. Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger dient een aanvraag voor een maatwerkvoorziening schriftelijk in bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

Het artikel is herschreven om ook de melding een plek te geven in de verordening en de eventuele overgang van melding naar aanvraag helder te maken.

Artikel 4. Inhoud beschikking 1. Het ondersteuningsplan kan onderdeel uitmaken van een besluit voor een maatwerkvoorziening. Het zorgplan (natura) of budgetplan (pgb) maken onderdeel uit van een besluit voor een maatwerkvoorziening. 2. In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval gemotiveerd aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de, te verstrekken, voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de omvang, ingangsdatum en duur van de verstrekking is, en; c. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn, of kunnen zijn. 4. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke, de te verstrekken, voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de omvang, de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; 5. Als sprake is van een te betalen Bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.

In het derde lid wordt de omvang verschoven van onder a naar onder b Onder c wordt geschrapt, dit staat al in het tweede lid. Oud onder d, wordt daardoor onder c. In het vierde lid is de volgorde van de punten veranderd. Ook hier is omvang van onder a naar onder b verschoven. De oude regels onder b en onder f zijn komen te vervallen. Deze worden afgedekt door de regel onder e. In het vijfde lid is bijdrage met een kleine letter geschreven

Hoofdstuk 3 Artikel 5

artikel 5. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het ondersteuningsplan zoals omschreven in artikel 4 als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en door anders te handelen had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. 3. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de kosten van de voorziening, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 4. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening.

Artikel 6 artikel 6. Voorwaarden en weigeringsgronden 1.Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:

Artikel 5. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het college neemt het ondersteuningsplan, zoals bedoeld in artikel 4, als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en door anders te handelen had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. 3. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een, eerder door het college verstrekte, voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de kosten van de voorziening, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 4. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. 5.

Wanneer er behandelingen mogelijk zijn, die de beperkingen en belemmeringen kunnen verminderen, of opheffen, kan het college besluiten geen, of een (in de tijd) beperkte maatwerkvoorziening te verstrekken. 6. Als er alternatieve interventies mogelijk zijn, die gericht zijn op het behoud en herstellend vermogen van de cliënt, waarbij inzet van een voorziening uitgesteld en/of voorkomen kan worden, kan het college besluiten geen, of een (in de tijd) beperkte maatwerkvoorziening te verstrekken.

Kleine wijziging in het eerste lid. Daar is omschreven vervangen door bedoeld. Simpelweg omdat het ondersteuningsplan niet wordt omschreven in artikel 4. Daarnaast zijn de leden 5 en 6 toegevoegd. In deze leden wordt, met een kan-bepaling, aangegeven dat trajecten zoals bijvoorbeeld powerful ageing kunnen worden ingezet om de inzet van maatwerk te voorkomen, of uit te stellen. Dit is verschoven van artikel 6 naar artikel 5, omdat artikel zes dwingend is. We willen juist de mogelijkheid van maatwerk versterken en kiezen daarom voor artikel 5, omdat dit een kanbepaling is. Daardoor heeft het college meer ruimte om (zonder toepassing van hardheid) afhankelijk van de individuele situatie van een cliënt te besluiten over het al dan niet verstrekken van bepaalde maatwerkvoorzieningen.

Artikel 6. Voorwaarden en weigeringsgronden 1. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a. voor zover met betrekking tot de problematiek, die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een

In het eerste lid onder b wordt indien vervangen door als. Het derde lid vervalt. In artikel 5 is, in algemene termen, de toepassing van

a. voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b. indien het een voorziening betreft die de cliënt vóór de melding, als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet, heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend. 2.Een cliënt kan voor een maatwerkvoorziening in aanmerking worden gebracht wanneer beperkingen, chronische psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van algemene voorzieningen onmogelijk maken, dan wel deze algemene voorzieningen niet aanwezig zijn. 3.De voorziening beweeginterventie Powerful Ageing is voorliggend op andere maatwerkvoorzieningen in het geval van lichamelijke beperkingen. Artikel 7 artikel 7. Resultaatgebieden binnen de maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning 1.De ondersteuning in de vorm van dienstverlening vindt plaats in de vorm van een arrangement binnen één of meer van de volgende resultaatgebieden: - Resultaatgebied 1: Sociaal en persoonlijk functioneren: draagt ertoe bij dat de cliënt zelfredzaam kan participeren in een sociale leefomgeving.

Ondersteuning is gericht op het (re)vitaliseren en onderhouden van een sociaal netwerk en omgeving, dat ondersteunend is bij maatschappelijke participatie (gericht op aspecten die niet in de cliënt gelegen zijn) - Resultaatgebied 2: Financiën: richt zich op het creëren en behouden van overzicht en controle op een gezonde financiële huishouding. - Resultaatgebied 3: Huisvesting: draagt ertoe bij dat cliënten een betaalbare en geschikte huisvesting hebben en kunnen houden. Hulp is onder meer gericht op een veilige, toereikende en (waar mogelijk) autonome huisvesting, die past bij de beperking die iemand mogelijk heeft. - Resultaatgebied 4: Daginvulling: draagt ertoe bij dat cliënt op zinvolle wijze de dagen kan invullen onder toezicht of met ondersteuning. - Resultaatgebied 5: Ondersteuning en regie bij huishouden: draagt ertoe bij dat cliënt verantwoord zelfstandig kan blijven wonen. - Resultaatgebied 6: Gezondheid: draagt ertoe bij dat de cliënt aandacht heeft voor zijn/haar gezondheid en het onderhouden en/of verbeteren daarvan. 2.De resultaatgebieden bestaan uit verschillende intensiteiten (treden) die staan voor de zwaarte van de ondersteuningsvraag. De resultaatgebieden en intensiteiten vormen samen een matrix van waaruit arrangementen samengesteld kunnen worden. Het is mogelijk om specifieke maatwerkvoorzieningen te indiceren. Daarnaast kunnen er

voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b. Als het een voorziening betreft die de cliënt vóór de melding, als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet, heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend; 2. Een cliënt kan voor een maatwerkvoorziening in aanmerking worden gebracht wanneer beperkingen, chronische psychische problemen, of psychosociale problemen het gebruik van algemene voorzieningen onmogelijk maken, dan wel deze algemene voorzieningen niet aanwezig zijn.

trajecten zoals powerful ageing toegevoegd.

Artikel 7. Resultaatgebieden binnen de maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning 1. De ondersteuning in de vorm van dienstverlening vindt plaats in de vorm van een arrangement binnen één of meer van de volgende resultaatgebieden: - Resultaatgebied 1: Sociaal en persoonlijk functioneren: draagt ertoe bij dat de cliënt zelfredzaam kan participeren in een sociale leefomgeving. Ondersteuning is gericht op het (re)vitaliseren en onderhouden van een sociaal netwerk en omgeving, dat ondersteunend is bij maatschappelijke participatie (gericht op aspecten die niet in de cliënt gelegen zijn). - Resultaatgebied 2: Financiën: richt zich op het creëren en behouden van overzicht over en controle op een gezonde financiële huishouding. - Resultaatgebied 3: Huisvesting: draagt ertoe bij dat cliënten een betaalbare en geschikte huisvesting hebben en kunnen houden. Hulp is onder meer gericht op een veilige, toereikende en (waar mogelijk) autonome huisvesting, die past bij de beperking die iemand mogelijk heeft. - Resultaatgebied 4: Dagbesteding: draagt ertoe bij dat cliënt op zinvolle wijze de dagen kan invullen onder toezicht of met ondersteuning. - Resultaatgebied 5: Ondersteuning en regie bij huishouden: draagt ertoe bij dat cliënt verantwoord zelfstandig kan blijven wonen.

- Resultaatgebied 6: Gezondheid: draagt ertoe bij dat de cliënt aandacht heeft voor zijn/haar gezondheid en het onderhouden en/of verbeteren daarvan.

In het eerste lid bij resultaatgebied 4 is daginvulling vervangen door dagbesteding. Er is een nieuw derde lid toegevoegd. Het oude derde lid is het nieuwe vierde lid. Het nieuwe derde lid regelt de overgang vanuit een andere gemeente naar Delft wanneer iemand met een Wmo-indicatie naar Delft verhuist. Het nieuwe vierde lid is andere geformuleerd en de bedoelde beleidsregel wordt nu bij naam genoemd

aanvullende producten voor ondersteuning in de hier genoemde resultaatgebieden worden geïndiceerd. 3.Het college kan nadere regels stellen inzake de aard van de te verstrekken maatwerkvoorziening en de toegang daartoe als bedoeld in dit hoofdstuk.

artikel 8. Beschrijving van de algemene voorziening “basisvoorziening hulp bij het huishouden” 1.Voor de algemene voorziening ‘’basisvoorziening hulp bij het huishouden’’ voldoet de cliënt aan de volgende voorwaarden: a. De cliënt is langdurig mantelzorger (dit houdt in langer dan drie maanden en meer dan 8 uur per week) en de inwoner staat ingeschreven bij het mantelzorgsteunpunt binnen de gemeente; of b. De cliënt heeft tijdelijke problemen met het uitvoeren van huishoudelijke taken wegens een tijdelijke beperking. Artikel 10 ... b. ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, tweede woningen, niet gelegaliseerde vakantie‐ en recreatiewoningen, zogenaamde ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; ... d. indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; ... Artikel 15 artikel 15. Beschermd wonen/thuis 1.Beschermd wonen is voor inwoners van 18 jaar en ouder met psychiatrische stoornissen of ernstige psychosociale problematiek, die een beschermde woonomgeving en toezicht nodig hebben, maar voor wie er geen noodzaak (meer) is voor verblijf in een instelling vanwege een psychiatrische behandeling.

2. De resultaatgebieden bestaan uit verschillende intensiteiten (treden) die staan voor de zwaarte van de ondersteuningsvraag. De resultaatgebieden en intensiteiten vormen samen een matrix waaruit arrangementen samengesteld kunnen worden. Het is mogelijk om specifieke maatwerkvoorzieningen te indiceren. Daarnaast kunnen er aanvullende producten voor ondersteuning in de hier genoemde resultaatgebieden worden geïndiceerd. 3. Als een cliënt vanuit een andere gemeente verhuist naar de gemeente Delft zal de indicatie voor een periode van maximaal 3 maanden, zo passend mogelijk binnen de mogelijkheden van de WMO Volwassenen worden afgegeven. Tijdens de periode van 3 maanden zal er een herindicatie plaatsvinden volgens het reguliere toewijzingsproces van de gemeente Delft. 4. Het college kan de aard van de te verstrekken maatwerkvoorziening en de toegang daartoe, als bedoeld in dit hoofdstuk nader uitwerken in de Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Delft.

Artikel 8. Hulp bij het huishouden Inwoners die langdurig mantelzorg verlenen of die tijdelijke problemen hebben met het uitvoeren van huishoudelijke taken wegens een tijdelijke beperking, kunnen gebruik maken van de algemene voorziening hulp bij het huishouden.

Artikel 10. ... b. ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, tweede woningen, niet gelegaliseerde vakantie‐ en recreatiewoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; ... d. indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie;

Artikel 15. Beschermd wonen, beschermd thuis en beschermd thuis geclusterd 1. Beschermd wonen is voor inwoners van 18 jaar en ouder met psychiatrische stoornissen of ernstige psychosociale problematiek, die een beschermde woonomgeving en toezicht nodig hebben, maar voor

De voorwaarden voor deze algemene voorziening zijn eenvoudiger opgeschreven

ADL-clusterwoningen is geschrapt, omdat hierover een gerechtelijke uitspraak is gedaan dat deze niet mogen worden uitgesloten. Onder d is verkort, omdat dit erg algemeen was. Er blijft in alle gevallen ruimte voor maatwerk op basis van de individuele situatie

De titel van het artikel is aangepast omdat de nieuwe woonvorm “beschermd thuis geclusterd” is toegevoegd. Het derde lid is nieuw ingevoegd

2.Beschermd thuis is voor inwoners van 18 jaar en ouder met psychiatrische stoornissen of ernstige psychosociale problematiek, die zelfstandig kunnen wonen maar nog wel bescherming en toezicht in nabijheid nodig hebben. 3.Een cliënt kan zelfstandig wonen (eventueel met ambulante ondersteuning) als hij/zij in staat is zich op de volgende gebieden te handhaven: a. Kan een hulpvraag stellen indien hij/zij ondersteuning wenst. Staat open voor begeleiding en laat de begeleider toe in haar of zijn woning. Onplanbare zorg, dan wel 24 uurs bereikbaarheid van zorg zijn niet nodig. b. Kan een hulpvraag (op eigen kracht of met hulp van zijn/haar omgeving) uitstellen, bijvoorbeeld naar de volgende dag of naar de volgende afspraak (zonder verergering van problemen). c. Heeft iemand in de omgeving die hem/haar duurzaam wil ondersteunen bij het (uit)stellen van de hulpvraag. d. Staat in voor zijn/haar veiligheid en vormt geen risico voor de maatschappij (agressie, gevaar, verwaarlozing, overlast).

wie er geen noodzaak (meer) is voor verblijf in een instelling vanwege een psychiatrische behandeling. Beschermd thuis is voor inwoners van 18 jaar en ouder met psychiatrische stoornissen of ernstige psychosociale problematiek, die zelfstandig kunnen wonen maar nog wel bescherming en toezicht in nabijheid nodig hebben. Beschermd thuis geclusterd is voor inwoners van 18 jaar en ouder met psychiatrische stoornissen of ernstige psychosociale problematiek die een beschutte woonomgeving nodig hebben in de nabijheid van gemeenschappelijke voorzieningen. Een cliënt kan zelfstandig wonen (eventueel met ambulante ondersteuning) als hij/zij in staat is zich op de volgende gebieden te handhaven: a. Kan een hulpvraag stellen indien hij/zij ondersteuning wenst. Staat open voor begeleiding en laat de begeleider toe in haar of zijn woning. Onplanbare zorg, dan wel 24 uurs bereikbaarheid van zorg zijn niet nodig. b. Kan een hulpvraag (op eigen kracht of met hulp van zijn/haar omgeving) uitstellen, bijvoorbeeld naar de volgende dag of naar de volgende afspraak (zonder verergering van problemen). c. Heeft iemand in de omgeving die hem/haar duurzaam wil ondersteunen bij het (uit)stellen van de hulpvraag. d. Staat in voor zijn/haar veiligheid en vormt geen risico voor de maatschappij (agressie, gevaar, verwaarlozing, overlast).

Het college stelt een Beleidsregel Beschermd wonen, Beschermd thuis (centrum)gemeente Delft vast waarin de verstrekking van deze voorziening wordt uitgewerkt.

Het oude derde lid wordt het vierde lid Er is een vijfde lid toegevoegd dat regelt dat het college in een beleidsregels zaken hierover verder uitwerkt.

Artikel 16. Regels voor pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2. De cliënt aan wie een pgb wordt toegekend, dient ervoor te zorgen dat de natuurlijke persoon, of rechtspersoon die namens deze de ondersteuning moet gaan bieden, voldoet aan de in 0 opgenomen kwaliteitseisen. 3. Een pgb voor ondersteuning door zelfstandige ondernemers dan wel andere juridische constructies die geacht kunnen worden niet of nauwelijks overheadkosten te maken, wordt alleen verstrekt indien: a. deze staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; b. deze beschikt over een actuele verklaring omtrent gedrag;

In het vijfde lid wordt het oude onder f geschrapt. In de oude verordening versprong in het vijfde lid onder b naar onder e. In die nieuwe loopt dit normaal door. Aan het achtste en negende lid worden bepalingen over beschermd thuis geclusterd toegevoegd In het vierde lid onder j is uitgebreider beschreven op welk niveau (voor welk

2.

3.

4.

5.

Hoofdstuk 4 Artikel 16 artikel 16. Regels voor pgb 1.Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.De cliënt aan wie een pgb wordt toegekend, dient ervoor te zorgen dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon die namens deze de ondersteuning moet gaan bieden voldoet aan de in artikel 21 opgenomen kwaliteitseisen. 3.Een pgb voor ondersteuning door zelfstandige ondernemers dan wel andere juridische constructies die geacht kunnen worden niet of nauwelijks overheadkosten te maken, wordt alleen verstrekt indien: a. deze staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; b. deze beschikt over een actuele verklaring omtrent gedrag; c. deze beschikt over een adequate opleiding;

d. deze, voor zover dit voor de aard van de dienstverlening is vereist, beschikt over een voorde beroepsgroep relevante registratie; e. deze meewerkt aan een cliëntervaringsonderzoek en/of de daarvoor benodigde informatie verstrekt; f. deze de Nederlandse taal spreekt en schrijft; g. wordt voldaan aan de in artikel 21 lid 3 opgenomen kwaliteitseisen. 4.Een pgb voor ondersteuning vanuit het sociale netwerk wordt alleen verstrekt indien: a. de ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt; b. de ondersteuning structureel van een behoorlijke omvang is, c. de geboden ondersteuning passend, adequaat en veilig is; d. de persoon uit het sociale netwerk die de ondersteuning gaat verlenen, zich voldoende op de hoogte heeft gesteld van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van de ondersteuning verbonden zijn, e. de persoon die behoort tot het sociale netwerk op geen enkele wijze druk op de cliënt heeft uitgeoefend bij de besluitvorming om over te gaan tot uitbetaling; f. er bij de persoon uit het sociale netwerk die de hulp gaat bieden geen sprake is van overbelasting of dreiging daarvan; g. de inzet van de persoon die behoort tot het sociale netwerk aantoonbaar van goede kwaliteit is en daarbij het belang van de cliënt centraal staat; h.

de persoon uit het sociaal netwerk op basis van opleiding en/of ervaring in staat moet zijn de in de individuele situatie vereiste dienstverlening te realiseren; i. de persoon uit het sociaal netwerk beschikt over een actuele verklaring omtrent het gedrag, tenzij de persoon een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is; j. deze de Nederlandse taal spreekt en schrijft k. de persoon uit het sociale netwerk voldoet aan de in artikel 21 lid 4 opgenomen kwaliteitseisen. 5.Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6 leden 2 en 5 van de wet verstrekt het college geen pgb indien; a. de cliënt geen volledig ingevuld budgetplan heeft overlegd volgens het door het college vastgestelde model; b. de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het college te bespreken of verschijnt zonder geldige reden niet op de afspraak om het budgetplan te bespreken; e. de cliënt geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; f. de cliënt problematische schulden heeft, een schuldsaneringstraject doorloopt of onder de wet schuldsanering natuurlijke personen valt; h. de budgetbeheerder tegelijk de zorgverlener is, tenzij het gaat om een ouder van een zwaar gehandicapt kind; i. de cliënt de administratie van het pgb wil uitbesteden aan een bureau; j. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet; k.

het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier vooraf expliciet toestemming voor verleent.

c. deze beschikt over een adequate opleiding; d. deze, voor zover dit voor de aard van de dienstverlening is vereist, beschikt over een voor de beroepsgroep relevante registratie; e. deze meewerkt aan een cliëntervaringsonderzoek en/of de daarvoor benodigde informatie verstrekt; f. deze de Nederlandse taal spreekt en schrijft; g. wordt voldaan aan de in artikel 21 lid 3 opgenomen kwaliteitseisen. 4. Een pgb voor ondersteuning vanuit het sociale netwerk wordt alleen verstrekt indien: a. de ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt; b. de ondersteuning structureel van een behoorlijke omvang is, c. de geboden ondersteuning passend, adequaat en veilig is; d. de persoon uit het sociale netwerk die de ondersteuning gaat verlenen, zich voldoende op de hoogte heeft gesteld van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van de ondersteuning verbonden zijn; e. de persoon die behoort tot het sociale netwerk op geen enkele wijze druk op de cliënt heeft uitgeoefend bij de besluitvorming om over te gaan tot uitbetaling; f. er bij de persoon uit het sociale netwerk die de hulp gaat bieden geen sprake is van overbelasting of dreiging daarvan; g. de inzet van de persoon die behoort tot het sociale netwerk aantoonbaar van goede kwaliteit is en daarbij het belang van de cliënt centraal staat; h.

de persoon uit het sociaal netwerk op basis van opleiding en/of ervaring in staat moet worden geacht de in de individuele situatie vereiste dienstverlening te realiseren; i. de persoon uit het sociaal netwerk beschikt over een actuele verklaring omtrent het gedrag, tenzij de persoon een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is; j. deze de Nederlandse taal beheerst in woord en geschrift in voldoende mate voor zover relevant voor de uitvoering van de onderhavige werkzaamheden en de contractuele verplichtingen; k. de persoon uit het sociale netwerk voldoet aan de in artikel 21 lid 4 opgenomen kwaliteitseisen. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6 leden 2 en 5 van de wet verstrekt het college geen pgb indien: a. de cliënt geen volledig ingevuld budgetplan heeft overlegd volgens het door het college vastgestelde model; b. de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het college te bespreken of zonder geldige reden niet verschijnt op de afspraak om het budgetplan te bespreken; c. de cliënt geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; d. de budgetbeheerder tegelijk de zorgverlener is, tenzij het gaat om een

doel) de Nederlandse taal beheerst moet worden.

l. blijkt dat bij een eerder verstrekt pgb geen of onvoldoende voortgang is geboekt op de gestelde resultaten. 6.Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald. 7.Het is de cliënt niet toegestaan om met de dienstverlener een vast maandloon overeen te komen dan wel een andersoortige afspraak te maken op basis waarvan uitbetaling door de Sociale Verzekeringsbank aan dienstverlener plaatsvindt zonder voorafgaande verplichting van cliënt tot overlegging aan de Sociale Verzekeringsbank van een door cliënt geaccordeerde factuur of specificatie van ingezette ondersteuning. 8.Het recht op pgb voor beschermd wonen of beschermd thuis vanuit de centrumgemeente Delft vervalt als de cliënt geen hoofdverblijf meer heeft in de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp of Westland. 9.Het pgb beschermd wonen/beschermd thuis wordt voor zorg en eventuele aanvullende modules toegekend. In geval van beschermd thuis mag het budget niet besteed worden voor de huur of bijkomende huisvestingslasten.

Artikel 17 artikel 17. Hoogte pgb 1.De hoogte van een pgb wordt gebaseerd op en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, wanneer deze wordt geleverd door een aanbieder die niet door de gemeente gecontracteerd is, maar wel voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen van de gemeente zoals geformuleerd bij gecontracteerde ondersteuning. 2.Bij een maatwerkvoorziening die betrekking heeft op de in artikel 7 en artikel 15 genoemde resultaatgebieden en diensten is de hoogte van het pgb gelijk aan de onderliggende kostprijs die het college per tijdseenheid is verschuldigd vermenigvuldigd met de omvang van de maatwerkvoorziening (P x Q). 3.De hoogte van een pgb bij ondersteuning door een ZZP’er bedraagt 80% van de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura dan wel 80% van de onderliggende kostprijs als bedoeld in het tweede lid. Wanneer 80% aantoonbaar onvoldoende is om er redelijkerwijs van verzekerd te

ouder van een zwaar gehandicapt kind; e. de cliënt de administratie van het pgb wil uitbesteden aan een bureau; f. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet; g. het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier vooraf expliciet toestemming voor verleent; h. blijkt dat bij een eerder verstrekt pgb geen of onvoldoende voortgang is geboekt op de gestelde resultaten. 6. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald. 7. Het is de cliënt niet toegestaan om met de dienstverlener een vast maandloon overeen te komen, dan wel een andersoortige afspraak te maken op basis waarvan uitbetaling door de Sociale Verzekeringsbank aan dienstverlener plaatsvindt zonder voorafgaande verplichting van cliënt tot overlegging aan de Sociale Verzekeringsbank van een door cliënt geaccordeerde factuur of specificatie van ingezette ondersteuning. 8. Het recht op pgb voor beschermd wonen, beschermd thuis of beschermd thuis geclusterd vanuit de centrumgemeente Delft vervalt als de cliënt geen hoofdverblijf meer heeft in de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp of Westland. Tenzij het voor het herstel van de cliënt noodzakelijk is buiten de regio te verblijven, denk aan een Safehouse. 9.

Het pgb beschermd wonen, beschermd thuis en beschermd thuis geclusterd wordt voor zorg en eventuele aanvullende modules toegekend. In geval van beschermd wonen voor thuiswonende cliënten kan afgeweken worden van het budget en wordt in overleg met cliënt en diens omgeving een passend budget vastgesteld.

Artikel 17. Hoogte pgb 1. De hoogte van een pgb wordt gebaseerd op en bedraagt niet

meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, wanneer deze wordt geleverd door een aanbieder die niet door de gemeente gecontracteerd is, maar wel voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen van de gemeente zoals geformuleerd bij gecontracteerde ondersteuning. 2. Bij een maatwerkvoorziening die betrekking heeft op de in artikel 7 en artikel 15 genoemde resultaatgebieden en diensten is de hoogte van het pgb gelijk aan de onderliggende kostprijs die het college per tijdseenheid is verschuldigd vermenigvuldigd met de omvang van de maatwerkvoorziening (P x Q).

Het eerste lid is herschreven om de leesbaarheid te vergroten. Een nieuw lid 3 is tussen de oude leden 2 en 3 ingevoegd. Het oude lid 3 wordt daarmee lid 4. De oude leden 4, 5, 6, 8 en 9 zijn vervangen door leden die verwijzen naar de nadere regels. Het oude lid 7 is nu lid 8. Het zevende lid is andere geformuleerd. De nadere regel wordt bij naam genoemd

zijn dat het pgb toereikend is wordt het pgb aangevuld tot het redelijkerwijs noodzakelijke bedrag met een maximum van 100% van de kosten van de voorziening of dienst in natura. 4.Het pgb-tarief voor ondersteuning verleend door een persoon uit het sociaal netwerk bedraagt: a. maximaal € 17,50 per uur voor maatschappelijke ondersteuning binnen het in artikel 7 genoemde resultaatgebied 5; b. maximaal € 20,00 per uur voor maatschappelijke ondersteuning binnen de in artikel 7 genoemde resultaatgebieden 1, 2, 3, 4 en 6. 5. het pgb-tarief voor beschermd wonen/beschermd thuis Basis, verleend door een persoon uit het sociaal netwerk, is maximaal € 25,00 per etmaal. 6.Het pgb-tarief voor beschermd wonen/beschermd thuis Plus, verleend door een persoon uit het sociaal netwerk, is maximaal € 40,00 per etmaal. 7.Bij een materiële voorziening zijn de kosten van het verplichte onderhoudscontract inbegrepen in het pgb. 8.Voor bewoners van een kleinschalig wooninitiatief beschermd thuis is een budgetophoging van maximaal € 4.000,= per jaar mogelijk. Een wooninitiatief beschermd wonen komt niet voor een dergelijke ophoging in aanmerking. De bedragen beschermd wonen zijn inclusief wooncomponent. 9.Het pgb-tarief bedraagt: a. € 94,- per maand voor taxikosten; b. € 131,50 per maand voor rolstoeltaxikosten; c. € 3.685,- voor de verhuis- en herinrichtingskosten.

3. De hoogte van het pgb voor vervoer bedraagt de netto kilometerprijs die de gemeente betaalt voor het collectief vervoer vermenigvuldigd met het aantal benodigde kilometers, waarbij het uitgangspunt geldt dat 1500 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd. 4. De hoogte van een pgb bij ondersteuning door een ZZP’er bedraagt 80% van de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura dan wel 80% van de onderliggende kostprijs als bedoeld in het tweede lid. Wanneer 80% aantoonbaar onvoldoende is om er redelijkerwijs van verzekerd te zijn dat het pgb toereikend is wordt het pgb aangevuld tot het redelijkerwijs noodzakelijke bedrag met een maximum van 100% van de kosten van de voorziening of dienst in natura. 5. De hoogte van het pgb voor ondersteuning verleend door een persoon uit het sociaal netwerk is bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde hulp in de desbetreffende CAO, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. 6. In geval van beschermd thuis of beschermd thuis geclusterd wordt het budget niet besteed voor de huur of bijkomende huisvestingslasten. 7. Het college stelt de pgb-tarieven vast in de nadere regels maatschappelijke ondersteuning Delft (hierna nadere regels). 8.

Bij een materiële voorziening zijn de kosten van het verplichte onderhoudscontract inbegrepen in het pgb.

Hoofdstuk 5 Artikel 18 artikel 18. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s 1.Een cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.Een cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 3.De bijdrage wordt in alle gevallen bepaald op de maxima die de wet en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 stellen, tenzij in deze paragraaf anders wordt bepaald. 4.In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. respijtzorg kortdurend verblijf; b. (sport)rolstoel; c. maatwerkvoorzieningen voor personen jonger dan 18 jaar; d. een maatwerkvoorziening die wordt gerealiseerd in een woongebouw waarvan de woning van cliënt onderdeel uitmaakt, én voor zover de

Artikel 18. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of als pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van de volgende algemene voorzieningen: a. Basisvoorziening Hulp bij het Huishouden b. Was- & Strijkvoorziening 3. De bijdrage wordt in alle gevallen bepaald op de maxima die de wet en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 stellen, tenzij in deze paragraaf anders wordt bepaald.

Het artikel is geheel herzien, omdat de tarieven worden vastgelegd in de nadere regels. Er is een nieuw vierder lid toegevoegd dat aangeeft dat de tarieven in de nadere regels worden vastgesteld. Het oude vierde lid wordt daardoor het nieuwe vijfde lid.

voorziening betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw; e. taxikosten en rolstoeltaxikosten; f. verhuis- en herinrichtingskosten; g. de specifieke maatwerkvoorziening “Waakvlam” h. alle gevallen zoals omschreven in de wet evenals artikel 3.8, lid 4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 5.De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor het gebruik van de regiotaxi, die per rit bestaat uit een opstaptarief van € 1,01 en een bijdrage van € 0,174 per kilometer. 6.De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan het bedrag dat de maatwerkvoorziening het college kost; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7.In het geval, zoals bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, wordt de bijdrage door de betreffende aanbieder van maatschappelijkeen vrouwenopvang vastgesteld en geïnd. 8.Een cliënt is een lagere bijdrage verschuldigd als hij tijdens zijn verblijf in de opvang, woonkosten is verschuldigd als hoofdbewoner voor de woning die hij heeft verlaten en/of zich met meerdere gezinsleden in de opvang bevindt. Het college stelt in dat geval de regels voor de hoogte van de bijdrage vast. Artikel 19 artikel 19. Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen 1.Voor het gebruik van de basisvoorziening hulp bij het huishouden is een bijdrage verschuldigd van € 5,- per uur.

2.Voor de algemene voorziening wasverzorging is een bijdrage verschuldigd van € 5,00 per wasbeurt en € 1,00 per kledingstuk voor het strijken. 3.Voor de algemene voorziening nachtopvang is een bijdrage verschuldigd van € 6,00 per nacht. 4.De bijdragen als bedoeld in de voorgaande leden worden geïnd door de organisatie die de algemene voorziening levert.

4. Het college stelt de hoogte van de eigen bijdrage vast in nadere regels. 5. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. respijtzorg kortdurend verblijf; b. (sport)rolstoel; c. maatwerkvoorzieningen voor personen jonger dan 18 jaar; d. een maatwerkvoorziening die wordt gerealiseerd in een woongebouw waarvan de woning van cliënt onderdeel uitmaakt, én voor zover de voorziening betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw; e. taxikosten en rolstoeltaxikosten; f. verhuis- en herinrichtingskosten; g. de specifieke maatwerkvoorziening “Waakvlam”; h. alle gevallen zoals omschreven in de wet evenals artikel 3.8, lid 4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Artikel 19. Hoogte bijdrage in de kosten

1. Voor maatwerkvoorzieningen die niet genoemd worden in het tweede en derde lid bedraagt de hoogte van de bijdrage voor een of meerdere voorzieningen samen het bedrag genoemd in artikel 2.1.4 lid 3 en artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt samen. 2. De hoogte van de bijdrage voor het gebruik van de Regiotaxi bedraagt een opstaptarief plus een tarief per gereden kilometer. Het opstaptarief en het tarief per gereden kilometer worden door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag jaarlijks vastgesteld. De bedragen zijn opgenomen in de nadere regels. 3. De bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang worden vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4. De hoogte van de bijdrage voor een individuele voorziening en een algemene voorziening overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 5. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt.

Het artikel is geheel herzien

6. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7. De kostprijs van een algemene voorziening is gelijk aan de kosten die het college voor de betreffende voorziening per cliënt maakt. 8. De bijdragen in de kosten voor de maatwerkvoorziening opvang worden door Perspektief vastgesteld en geïnd. De bedragen zijn opgenomen in de nadere regels. 9. Een cliënt is een lagere bijdrage verschuldigd als hij tijdens zijn verblijf in de opvang, woonkosten is verschuldigd als hoofdbewoner voor de woning die hij heeft verlaten en/of zich met meerdere gezinsleden in de opvang bevindt. Het college stelt in dat geval de regels voor de hoogte van de bijdrage vast. 10. Voor het gebruik van de basisvoorziening hulp bij het huishouden en de algemene voorziening was- & strijkvoorziening is een eigen bijdrage verschuldigd, zoals opgenomen in de nadere regels. 11. De bijdragen als bedoeld in het tiende lid worden geïnd door de organisatie die de algemene voorziening levert.

Artikel 20 ..... 3. Het college kan nadere eisen stellen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van aanbieders daaronder begrepen. ....

..... 3. Het college stelt een Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Delft vast waarin de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van aanbieders daaronder begrepen, nader wordt uitgewerkt. .....

Het derde lid is aangepast. Er wordt nu expliciet verwezen naar de beleidsregel en deze wordt bij naam genoemd.

Hoofdstuk 6 Artikel 21 artikel 21. Kwaliteitseisen pgb 1.De professionele zorgverleners die door middel van een pgb betaald worden, dienen in het bezit te zijn van een recente gelijkwaardige kwalificatie, zoals professionele zorgverleners die Zorg in Natura (ZIN) verlenen bezitten. Onder recent verstaan we dat de opleiding korter dan 5 jaar geleden is afgerond. Is het afronden van de opleiding langer geleden, dan moet de zorgverlener aantonen dat hij in de laatste 5 jaar als professioneel zorgverlener deze werkzaamheden heeft uitgevoerd.

Artikel 21. Kwaliteitseisen pgb 1. De professionele zorgverleners die door middel van een pgb betaald worden, dienen in het bezit te zijn van een recente gelijkwaardige kwalificatie, zoals professionele zorgverleners die Zorg in Natura (ZIN) verlenen bezitten. Onder recent verstaan we dat de opleiding korter dan 5 jaar geleden is afgerond. Is het afronden van de opleiding langer geleden, dan moet de zorgverlener aantonen dat hij in de laatste 5 jaar als professioneel zorgverlener deze werkzaamheden heeft uitgevoerd.

In het eerste lid is onder s nieuw toegevoegd In het derde lid werd bij de letternummering de j overgeslagen in de oude verordening. Die nummering is aangepast.

2.Een rechtspersoon, een vennootschap onder firma, een maatschap of commanditaire vennootschap die op basis van een pgb ondersteuning verleent, dient in elk geval aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen: a. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan ondersteuning van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; b. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap gebruikt voor dagbesteding een ruimte die geschikt is voor de uit te voeren activiteiten en; c. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap voldoet aan de wettelijke eisen (brandveiligheid, bouwbesluit, toegankelijkheid etc.); d. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap organiseert zich op zodanige wijze, voorzien zich kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel dat leidt tot verantwoorde hulp; e. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap beschikt over een systeem voor dossiervorming; f.

de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap werkt met een uitvoeringsplan, evaluatie en een urenregistratie; g. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap werkt met medewerkers die beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de medewerker voor de organisatie ging werken; h. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap dient te beschikken over een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling; i. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap dient te beschikken over een klachtencommissie, dan wel toont aan hoe klachten op onafhankelijke wijze worden afgedaan; j. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap heeft een vastgesteld privacybeleid; k. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap beschikt over een cliëntenraad, dan wel toont aan hoe cliëntraadpleging/-inspraak is geborgd. l. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap staat ingeschreven in het beroeps- en of handelsregister of een vergelijkbaar register; m.

de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap beschikt over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem, welke voldoet aan de landelijk eisen, blijkend uit een ISO-certificering of een daarmee vergelijkbaar kwaliteitssysteem; n. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de

2. Een rechtspersoon, een vennootschap onder firma, een maatschap of commanditaire vennootschap die op basis van een pgb ondersteuning verleent, dient in elk geval aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen: a. er wordt verantwoord hulp verleend, waaronder wordt verstaan ondersteuning van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; b. er wordt voor dagbesteding een ruimte gebruikt die geschikt is voor de uit te voeren activiteiten en; c.er wordt voldaan aan de wettelijke eisen, zoals bijvoorbeeld brandveiligheid, bouwbesluit, toegankelijkheid; d. organiseert zich op zodanige wijze, voorzien zich kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel dat leidt tot verantwoorde hulp; e. beschikt over een systeem voor dossiervorming; f. werkt met een uitvoeringsplan, evaluatie en een urenregistratie; g. werkt met medewerkers die beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de medewerker voor de organisatie ging werken; h. beschikt over een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling; i. dient te beschikken over een klachtencommissie, dan wel toont aan hoe klachten op onafhankelijke wijze worden afgedaan; j.

heeft een vastgesteld privacybeleid; k.beschikt over een cliëntenraad, dan wel toont aan hoe cliëntraadpleging/-inspraak is geborgd; l. staat ingeschreven in het beroeps- en of handelsregister of een vergelijkbaar register; m. beschikt over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem, welke voldoet aan de landelijk eisen, blijkend uit een ISOcertificering of een daarmee vergelijkbaar kwaliteitssysteem; n. heeft de medezeggenschap van cliënten georganiseerd, zoals beschreven in de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen; o. beschikt over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde, passend bij de behoefte en persoonskenmerken van de cliënt; p. draagt zorg voor scholing zodanig dat de medewerkers over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde kunnen (blijven) beschikken; q. draagt zorg voor het naleven van beroeps- en meldcodes; r. werkt met inachtneming van protocollen en richtlijnen opgesteld

Vierde lid onder c is wat anders opgebouwd zodat er geen zinsdeel tussen haakjes meer hoeft te staan.

commanditaire vennootschap heeft de medezeggenschap van cliënten georganiseerd, zoals beschreven in de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen; o. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap beschikt over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde, passend bij de behoefte en persoonskenmerken van de cliënt; p. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap draagt zorg voor scholing zodanig dat de medewerkers over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde kunnen (blijven) beschikken; q. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap draagt zorg voor het naleven van beroepsen meldcodes; r. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap werkt met inachtneming van protocollen en richtlijnen opgesteld door de eigen beroepsgroep. 3.Een natuurlijke persoon, niet zijnde een persoon uit het sociaal netwerk, die op basis van een pgb ondersteuning verleent, dient in elk geval aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen: a.

de natuurlijke persoon verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan ondersteuning van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; b. de natuurlijke persoon gebruikt voor dagbesteding een ruimte die geschikt is voor de uit te voeren activiteiten en c. de natuurlijke persoon voldoet aan de wettelijke eisen (brandveiligheid, bouwbesluit, toegankelijkheid etc.) d. de natuurlijke persoon beschikt over een systeem voor dossiervorming; e. de natuurlijke persoon werkt met een uitvoeringsplan, evaluatie en een urenregistratie; f. de natuurlijk persoon beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de ondersteuning start; g. de natuurlijk persoon dient te beschikken over een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling; h. de natuurlijk persoon staat ingeschreven in het beroeps- en of handelsregister of een vergelijkbaar register; i. de natuurlijk persoon beschikt over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde, passend bij de behoefte en persoonskenmerken van de cliënt; m. de natuurlijk persoon draagt zorg voor het naleven van beroeps- en meldcodes; n.

de natuurlijk persoon werkt met inachtneming van protocollen en richtlijnen opgesteld door de eigen beroepsgroep.

door de eigen beroepsgroep; s. deponeert, niet later dan 6 maanden na afsluiting van het boekjaar, een gecontroleerde jaarrekening. 3. Een natuurlijke persoon, niet zijnde een persoon uit het sociaal netwerk, die op basis van een pgb ondersteuning verleent, dient in elk geval aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen: a. verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan ondersteuning van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; b. gebruikt voor dagbesteding een ruimte die geschikt is voor de uit te voeren activiteiten en; c.voldoet aan de wettelijke eisen (brandveiligheid, bouwbesluit, toegankelijkheid etc.); d. beschikt over een systeem voor dossiervorming; e. werkt met een uitvoeringsplan, evaluatie en een urenregistratie; f. beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de ondersteuning start; g. dient te beschikken over een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling; h. staat ingeschreven in het beroeps- en of handelsregister of een vergelijkbaar register; i. beschikt over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde, passend bij de behoefte en persoonskenmerken van de cliënt; j.

draagt zorg voor het naleven van beroeps- en meldcodes; k. werkt met inachtneming van protocollen en richtlijnen opgesteld door de eigen beroepsgroep. 4. Een persoon uit het sociaal netwerk, die op basis van een pgb ondersteuning verleent, dient in elk geval aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen: a. verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan ondersteuning van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; b. gebruikt voor dagbesteding een ruimte die geschikt is voor de uit te voeren activiteiten en; c.voldoet aan de wettelijke eisen, zoals brandveiligheid, bouwbesluit, toegankelijkheid; d. beschikt over een systeem voor dossiervorming;

4.Een persoon uit het sociaal netwerk, die op basis van een pgb ondersteuning verleent, dient in elk geval aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen: a. de persoon verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan ondersteuning van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; b. de persoon gebruikt voor dagbesteding een ruimte die geschikt is voor de uit te voeren activiteiten en c. de persoon voldoet aan de wettelijke eisen (brandveiligheid, bouwbesluit, toegankelijkheid etc.) d. de persoon beschikt over een systeem voor dossiervorming; e. de persoon werkt met een uitvoeringsplan, evaluatie en een urenregistratie; f. beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de ondersteuning start.

e. werkt met een uitvoeringsplan, evaluatie en een urenregistratie; f. beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de ondersteuning start. 5. Het college betrekt en borgt bij het goedkeuren van het budgetplan de kwaliteitsaspecten zoals genoemd in de voorgaande leden en stelt indien nodig nadere voorwaarden.

5.Het college betrekt en borgt bij het goedkeuren van het budgetplan de kwaliteitsaspecten zoals genoemd in de voorgaande leden en stelt indien nodig nadere voorwaarden.

Hoofdstuk 7 Artikel 25 artikel 25. Opschorting betaling uit het pgb 1.Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2.Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 23, derde lid. 3.Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 25. Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de sociale verzekeringsbank vragen te stoppen met het uitbetalen van het pgb. Dit kan voor het hele bedrag, of een deel daarvan. Het kan voor maximaal 13 weken. Het college kan dit vragen als zij vindt dat er een situatie bestaat zoals die beschreven is in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, de, of e van de wet. 2. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen om de betaling vanuit het pgb geheel, of gedeeltelijk te stoppen zolang de opname duurt als, sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder b. 3. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste, of tweede lid.

Het eerste lid is herschreven om de leesbaarheid te verbeteren. Het tweede lid is herschreven om de leesbaarheid te verbeteren. In het tweede lid staat een verwijzing naar het derde lid van artikel23. Artikel 23 heeft geen derde lid. De verwijzing is daarom aangepast

Artikel 29. Tegemoetkoming (meer)kosten 1. Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische, of -psychosociale problemen die daarmee

In het tweede lid zijn de verhuiskostenvergoeding en taxikosten aan de opsomming toegevoegd

Hoofdstuk 8 Artikel 29 artikel 29. Tegemoetkoming (meer)kosten 1.Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14004345/1