Warmtepompcentrale Delft Toelichting Regels Bijlagen bij de regels 5658670
Tekst van het document
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 27
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft Maximaal geluidniveau (LAmax) Het maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt ter plaatse van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige bestemmingen ten hoogste 69 dB(A) in de dagperiode en 56 dB(A) in avond- en nachtperiode. Het berekende LAmax voldoet aan de grenswaarde voor het maximale geluidniveau uit de gestelde beoordelingskaders.
Verkeersaantrekkende werking (LAeq) Het equivalente geluidniveau van het verkeer van- en naar de warmtepompcentrale bedraagt ten hoogste 43 dB(A) in de dagperiode. Het berekende LAeq voldoet aan de grenswaarde voor de verkeersaantrekkende werking uit de gestelde beoordelingskaders.
Beste Beschikbare Technieken Voor de inrichting geldt dat wordt gewerkt volgens de huidige stand der techniek.
Akoestischonderzoek BLVC De TU Delft heeft ook een eigen normering, vastgelegd in het BLVC Kaderplan Campus (2019). Het BLVC Kaderplan Campus is een beleidsdocument dat voorziet in een aantal richtlijnen ten aanzien van de omgevingsaspecten Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie bij de nieuwbouw van vastgoed, de aanleg van infrastructuur en (groot) onderhoud in de buitenruimte op de campus. Dit onderzoek voorziet in de toetsing aan deze interne normen van de TU Delft.
Conclusies realisatiefase Tijdens het 'bouwrijp maken', 'Grondwerk, fundering en schroefpalen' en 'inrichten' zullen naar verwachting overschrijdingen optreden van de grenswaarden ten aanzien van het binnenniveau voor zowel het equivalente als het maximale geluidniveau. Indien het gestelde uitgangspunt van een geluidwering van 19 dB voor gebouw 34A, 18 dB voor gebouw 34B, 23 dB, alsmede voor gebouw 35 en 17 dB voor de overige gebouwen wordt aangehouden, dan is de verwachting dat de grenswaarden ten aanzien van tentamenperiodes op de volgende TU Delft gebouwen worden overschreden:a. Bouwrijp maken: 32, 34-09, 34A, 34B, 34C, en 34D; b. Grondwerk, fundering en schroefpalen: 32, 34-09, 34A, 34B, 34C, en 34D; c. Inrichten: 32, 34-09, 34A, 34B, 34C en 34D. Hierbij vindt de grootste overschrijding plaats bij gebouw 34D.
Tijdens de realisatiefase 'Inrichten' zullen er op de TU Delft gebouwen 34C en 34D ook de grenswaarde van maximale geluidniveaus voor de (aangepaste) collegetijden worden overschreden. Deze overschrijdingen ontstaan met name door de inzet van de trilplaat.
Overwegingen Tentamenperiode In de tentamenperiode geldt dat werkzaamheden afgestemd moeten en zullen worden met de onderwijsinstelling. De mogelijkheid voor het uitvoeren van werkzaamheden is namelijk gebonden aan de precieze invulling van de tentamenperiode. Het is nog niet duidelijk in welke zalen en op welke tijden tentamens zullen plaatsvinden. Indien in gebouwen 32 en 34 tentamens worden gehouden, zal met de aannemer afgestemd moeten worden welke werkzaamheden wanneer plaats kunnen vinden om een stille binnenruimte in deze gebouwen te kunnen garanderen. bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 28
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft In het geval dat een tentamen in één van de relevante gebouwen samen valt met werkzaamheden, geldt dat wanneer de graafmachine, de shovel, de machine voor schroefpalen, de bouwkranen, en de trilplaat buiten werking zijn, een stille binnenruimte alsnog kan worden gegarandeerd. Voor het maximale geluidniveau geldt dezelfde afweging, met toevoeging van het gebruik van zwaar verkeer – wanneer een tentamen plaatsvindt in de relevante gebouwen, zal zwaar verkeer van- en naar de bouwlocatie moeten worden uitgesteld. Overwegingen Collegetijden Tijdens collegetijden wordt de grenswaarde van 45 dB(A) alleen in maand 14 overschreden, door het gebruik van de trilplaat. Wanneer deze alleen actief is buiten collegetijden, kan worden voldaan aan= het gewenste binnenniveau. Dit zal moeten worden afgestemd met de onderwijsinstelling, om te voorkomen dat eventuele aanpassingen aan collegetijden dit belemmeren. Ook kan een uitkomst zijn om de collegetijden- of locaties aan te passen tijdens de 4 dagen dat de trilplaat actief is. Conclusies gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase zullen naar verwachting geen overschrijdingen van de grenswaarden ten aanzien van het binnenniveau voor het equivalente geluidniveau optreden.
Voor het maximale geluidniveau zijn er op de TU Delft gebouwen 32, 34-09, 34A, 34B, 34C en 34D overschrijdingen berekend tijdens tentamenperiodes. Deze piekgeluiden ontstaan met name door vrachtwagens bij onderhoudsactiviteiten.
Overweging Tentamenperiode Wanneer ervoor wordt gezorgd dat onderhoudswerkzaamheden niet plaatsvinden tijdens tentamenperiodes, zal worden voldaan aan het beleid.
4.6
Trillingen
Door toepassing van een zware betonnen constructie van het gebouw en van dempers bij de plaatsing van de warmtepompen wordt de kans op hinder geminimaliseerd.
Verder is van belang dat voor de fundering van het gebouw wordt uitgegaan van de toepassing van schroefpalen. Dit betreft een trillings-arme techniek. Heiwerkzaamheden zijn niet voorzien.
Op basis hiervan is uitgangspunt dat dit aspect geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Landschap en cultuurhistorie
Beoordelingskader Uit de cultuurhistorische waardenkaart van Zuid-Holland blijkt dat het plangebied in verstedelijkt gebied ligt dat van cultuurhistorische waarde is. Kenmerkend voor dit landschapstype zijn bebouwing, infrastructuur (wegen) en compacte indelingen.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 29
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft Binnen de grenzen van het plangebied liggen geen belangrijke landschappelijke elementen. In het plangebied zijn geen Rijksmonumenten of provinciale monumenten aanwezig. De Warmtekrachtcentrale ten westen van het plangebied betreft een gemeentelijk monument: een ketelhuis met pomphuis en transformatorstation, gebouwd ten behoeve van de warmtevoorziening voor de nieuwe onderwijs- en onderzoeksgebouwen van de toenmalige Technische Hogeschool aan de Leeghwaterstraat 36. Er is geen sprake van een Rijksbeschermd of gemeentelijk beschermd stads- en dorpsgezicht. Tevens is er geen sprake van werelderfgoed op het plangebied.
Figuur 4.1: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart provincie Zuid-Holland
Conclusie De ontwikkelingen hebben geen invloed op de cultuurhistorische waarden en geen invloed op de landschappelijke waarden.
Geconcludeerd wordt dat er voor de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van aantasting van cultuurhistorische of landschappelijke waarden.
4.8
Lichthinder
Beoordeling In de gebruiksfase van de warmtepompcentrale zal de locatie niet of nauwelijks verlicht zijn (veiligheidsverlichting). Verder zullen de tijdelijke bouw- en aanlegactiviteiten hoofdzakelijk overdag plaatsvinden.
Conclusie Op basis hiervan wordt zowel in de gebruiksfase als in de realisatiefase geen lichthinder verwacht. Dit aspect vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Luchtkwaliteit
Beoordeling
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 30
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft Wettelijk kader Op 15 november 2007 is de Wet tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden (Stb. 414, 2008 en Stb. 434, 2008). Daarmee is de zogenoemde Wet luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Op grond van deze Wet luchtkwaliteit worden wettelijke grenswaarden gesteld aan de concentratie van verschillende verontreinigende stoffen in de lucht.
Van deze diverse verontreinigende stoffen zijn over het algemeen stikstofdioxide (NO2) en zogenoemd fijnstof (PM10) maatgevend. De Wet luchtkwaliteit stelt dat bestuursorganen hun bevoegdheden kunnen uitoefenen indien (art.5.16): dit niet leidt tot het overschrijden van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; aannemelijk is gemaakt dat het niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Projecten die de luchtkwaliteit niet in betekenende mate (NIBM) verslechteren worden niet meer getoetst aan de grenswaarden en kunnen zondermeer doorgang vinden. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in het Besluit en de Regeling Niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen). Projecten die de concentratie NO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In concentraties uitgedrukt betekent dit een verslechtering van 1,2 µg/m3 voor beide stoffen. De 3%-grens geldt sinds 1 augustus 2009, de datum waarop het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht werd.
Verkeer Door de realisatie van de faciliteiten ten behoeve van de toekomstige warmtepompcentrale neemt het aantal extra aanwezigen op de locatie niet toe. In de huidige situatie is er immers sprake van een parkeerplaats en in de toekomstige situatie worden slechts enkele bedrijfsbusjes per week op de locatie verwacht. Hieruit volgt dat de bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van het plan niet in betekenende mate. Ter verificatie is dit nagegaan met de NIBM-tool 4. Rekening is gehouden met per jaar 104 bezoeken (208 bewegingen) met een onderhoudsbus en 15 bezoeken (30 bewegingen) met een vrachtwagen. Bij de NIBM-tool dienen de bewegingen per dag te worden ingevoerd. Wanneer als weekdag gemiddelde 4 bewegingen wordt ingevuld waarvan 50% vrachtverkeer, resulteert dat erin dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is en geen nader onderzoek nodig is (zie figuur 4.2).
Figuur 4.2: Resultaat toepassing NIBM-tool
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 31
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft De toename in verkeersbewegingen door de aanleg van de locatie is tijdelijk en beperkt van omvang in relatie met luchtverontreiniging. De invloed van de voorgenomen activiteiten op de luchtkwaliteit is verwaarloosbaar. De eventuele invloed van stikstofdepositie op daarvoor gevoelige natuurgebieden is reeds beschouwd in paragraaf 4.3.
Warmtepompcentrale De warmtepompcentrale wordt elektrisch aangedreven. Hierbij is geen sprake van emissies naar de lucht.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.10
Geur
Beoordeling Voor de warmtepompcentrale wordt ammoniak als koudemiddel gebruikt. Onder normale bedrijfsomstandigheden vinden er nauwelijks emissies plaats. Diffuse emissies zijn nooit volledig uit te sluiten, maar bedragen qua orde van grootte grammen per dag. Dergelijke emissies leiden bij de te realiseren mechanische ventilatie naar verwachting niet tot geurhinder in de omgeving.
Als noodvoorziening zal worden voorzien in scrubbers op het dak van het gebouw. Deze worden uitsluitend ingezet bij een “HH” ammoniak alarm (“high high”).
De capaciteit van deze scrubbers wordt bepaald in overeenstemming met de ventilatievoorschriften van PGS 13 5 . De werking van de scrubbers is gebaseerd op het voeren van de lucht met ammoniak door meerdere in serie geplaatste sproeigordijnen waarmee de geurbelasting van de vrijkomende lucht vergaand wordt teruggebracht.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat geur geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11
Verkeer en parkeren
Het plan is gelegen aan de Leeghwaterstraat, een fietsstraat, die onderdeel uitmaakt van het hoofdfietsnetwerk in het Mobiliteitsprogramma Delft 2040. Dit betekent dat de fietsvoorzieningen voldoende ruimte moet bieden om de grote fietsstromen te kunnen verwerken en er zo min mogelijk hinder moet zijn van de overige verkeersdeelnemers. De fietser heeft prioriteit en moet zowel gedurende de bouwfase als in de eindsituatie veilig langs het plangebied kunnen fietsen.
De ontwikkeling van de warmtepompcentrale heeft geen noemenswaardige verkeerseffecten, aangezien er niet sprake is van een verkeersaantrekkende werking. Voor verschillende activiteiten die samenhangen met het gebruik van de warmtepompcentrale, waaronder onderhoud aan de installaties, is er enkele keren per week sprake van een bezoek met een onderhoudsbusje. Met een (nog veel) lagere frequentie kunnen vrachtwagenbewegingen aan de orde zijn, bijvoorbeeld als onderdelen van installaties aan vervanging toe zijn. bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 32
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Voor de normale onderhoudsactiviteiten wordt voorzien in twee parkeerplaatsen op eigen terrein. Aansluiting op de Leeghwaterstraat vindt plaats via de bestaande inrit (nu nog van de parkeerplaats).
Door de aanleg- en bouwwerkzaamheden zal tijdelijk sprake zijn van een toename van met name vrachtverkeer in de nabijheid van de knooppunten en op de wegen van en naar het plangebied. In het kader van de voorbereiding van de uitvoeringsactiviteiten moet in overleg met de wegbeheerders worden nagegaan of/welke specifieke verkeersmaatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld bebording). Door het treffen van specifieke maatregelen zal eventuele hinder zo veel mogelijk worden tegengegaan. De TU Delft heeft ten aanzien van onder andere de bereikbaarheid het BLVC Kaderplan Campus opgesteld (2017). Dit betreft ook richtlijnen voor (bouw)verkeer. De toetsing aan deze interne normen van de TU Delft en de op basis hiervan te treffen maatregelen dienen later plaats te vinden in onderling overleg tussen de initiatiefnemers en aannemers van het project in het kader van de omgevingsvergunning.
4.12
Vormvrije m.e.r. -beoordeling
Volgens het Besluit milieueffectrapportage (categorie C22.1) moet bij de oprichting van een thermische centrale en andere verbrandingsinstallaties in geval van een vermogen van 300MW thermisch of meer een MER worden opgesteld. Een warmtepomp wordt niet beschouwd als een thermische installatie zoals hier bedoeld en bovendien betreft het vermogen hier veel minder dan 300 MW, namelijk 25 MWth en 6,5 MWelektr. Op basis hiervan is er geen sprake van de verplichting tot het opstellen van een MER.
Volgens het Besluit milieueffectrapportage (categorie D22.1) moet bij de oprichting van een industriële installatie voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water worden onderzocht of er al dan niet een milieueffectrapport moet worden opgesteld, afhankelijk van de mogelijke belangrijke gevolgen voor het milieu. Een drempelwaarde in dit geval is alleen van toepassing bij de productie van elektriciteit. Er wordt hier gesproken over productie van elektriciteit, stoom en warm water. Het gaat niet om warm water alleen. Ook in de desbetreffende passage van de Europese M.e.r.-richlijn is dezelfde formulering aanwezig (Industriële installaties voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water).
Omdat er bij de warmtepompcentrale uitsluitend sprake is van productie van warm water wordt er geconcludeerd dat er geen sprake is van m.e.r.-beoordelingsplicht.Voorts is bij categorie D22.6 van het Besluit milieueffectrapportage nog sprake van de wijziging of uitbreiding van thermische centrales en andere verbrandingsinstallaties. Zoals genoemd wordt de warmtepompcentrale niet beschouwd als een “thermische centrale of andere verbrandingsinstallatie” en bovendien gaat het hier om de oprichting en niet om de wijziging of uitbreiding. Ook in dit kader is er derhalve geen verplichting voor m.e.r.-beoordeling.
Ten slotte kan worden genoemd dat plannen (zoals een bestemmingplan) op grond van art. 7.2a lid 1 Wm m.e.r.-plichtig als het op grond van de Wet natuurbescherming nodig is om een passende beoordeling te maken. Zoals geconcludeerd in paragraaf 4.3 van de voorliggende toelichting is een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming niet aan de orde en daarom is ook geen passende beoordeling nodig en is ook geen m.e.r.-plicht hier van toepassing.
4.13
Water
Voor het project is een watertoets uitgevoerd en gerapporteerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 9 bij deze plantoelichting. De navolgende informatie is overgenomen uit deze rapportage.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 33
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft Huidige situatie Het gehele projectgebied omvat circa 850 m2 . De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied betreft circa NAP -0,7 m. De ondergrond bestaat tot een diepte van circa NAP -17 m uit een holocene deklaag. De holocene deklaag bestaat uit afwisselend slecht en goed doorlatende lagen, hierdoor zijn er geen doorlatendheden bekend van de deklaag. Verschillende zandlagen bestaan uit de formaties Kreftenheye, Urk, Stramproy, Waalre en Peize & Waalre. De doorlatendheden in de zandlagen variëren van 25 m/dag tot aan 100 m/dag.
Het plangebied ligt in een peilgebied waarvoor een vast peil geldt van NAP -2,16 m. De grondwaterstand bevindt zich circa 1,5 m onder maaiveld op NAP -2,2 m. In het plangebied ligt een gemengd rioolstelsel. De RWZI is in eigendom van en in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland.
Volgens de kaartgegevens met potentiële wateroverlast als gevolg van hevige neerslag blijkt dat het plangebied met een waterdiepte van 15-20 cm kwetsbaar is voor wateroverlast bij een bui met een 1:100 jaar herhalingstijd.
Het plangebied betreft een laaggelegen deel met een hoog percentage verhard oppervlak. In de huidige situatie wordt hemelwater niet vanaf het verharde parkeerterrein afgevoerd.
Toekomstige situatie Het voornemen bestaat om op het campusterrein van de TU Delft een warmtepompcentrale ten behoeve van het open Warmtenet Delft en de TU Delft te ontwikkelen. Het plangebied is in de huidige situatie circa 99% verhard. Toekomstig neemt deze verharding af met circa 6% door de aanbreng van openbaar groen. Het vloerpeil van de warmtepompcentrale wordt op een hoogte van minimaal 10 cm boven het maaiveld aangelegd.
Watercompensatie Uit de watersleutel volgt dat 4,3 m³ waterberging wenselijk is als gevolg van de aanvullende realisatie van groen (kruimelgeval). Benodigde waterberging conform de Beleidsregel Klimaatadaptief Bouwen bedraagt bij een verhard oppervlak van 790 m2 : 55,3 m3 water en is hiermee maatgevend. (zie hiervoor ook: Bijlage 11 Infiltratiekratten).
Deze opgave wordt als volgt gerealiseerd: 1. Het dak van de WPC krijgt voor de 38% een biodivers natuurdak, op het lager gelegen dakvlak, met een zeer ruime wateropslagcapaciteit van 230 L/m2, door middel van 40 cm substraat en hoge retentieboxen. Neerslag wordt met de passieve retentiefunctionaliteit pas weer afgevoerd als het boven de maximale berging van 230L/m2 uitkomt. Dan zal dit overtollige water via de hemelwaterafvoer buiten het gebouw middels infiltratieboxen in de bodem terecht komen (zie Bijlage 9 Watertoets bij de toelichting en Bijlage 2 Bijlage klimaatadaptief en natuurinclusief bij de planregels).
Hiermee wordt een totale berging gerealiseerd van ca. 48 m3.
2. Middels aanvullende maatregelen zoals infiltratieboxen of oppervlakkige berging in groen wordt voldaan aan de benodigde bergingsopgave. De ruime opslagcapaciteit van regenwater op het lagere dakvlak, zorgt voor verdamping van de neerslag. Middels de passieve retentiefunctie zal het beperkte overschot geïnfiltreerd worden in de bodem, met behulp van infiltratieboxen en ten gunste van de vegetatie in de directe omgeving van de WPC (zie hiervoor ook: Bijlage 11 Infiltratiekratten bij de bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 34
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft toelichting).
Hierbij dient minimaal 7,3 m3 berging te worden gerealiseerd.
Als gevolg van de voorgenomen maatregelen wordt zoveel mogelijk regenwater opgevangen op de plaats waar de regen valt waarna het wordt vastgehouden en geïnfiltreerd. Regenwater dat op de rest van het dak valt moet kunnen afstromen naar het natuurdak. Het lager gelegen biodivers natuurdak heeft een opslagcapaciteit van 230L/ m2 en zorgt zo voor voldoende voorraad voor ruim 2 droge warme maanden.
Bij de nadere uitwerking van het dak wordt ingegaan op de constructie, beheer en onderhoud en de waterafvoer. De bergingscapaciteit moet na minimaal 24 uur en maximaal 48 uur weer beschikbaar zijn.
Grondwater Om het risico op grondwateroverlast te beperken dient de ontwateringsdiepte voldoende te zijn. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddeld hoogtegrondwaterstand en het straatpeil, het maaiveld en/of vloerpeil.
Voor een klimaat robuuste inrichting adviseert het waterschap om na te denken hoe wateroverlast voorkomen kan worden. De hiervoor vereiste hoogteverschillen zijn afhankelijk van de aspecten als de situatie, de beschikbare ruimte en de noodzaak om water op straat te brengen.
De bovengrondse inrichting dient bij extreme neerslag in staat te zijn, het deel van de neerslag dat niet afgevoerd kan worden door het hemelwaterriool, af te voeren naar hiervoor aangewezen locaties. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen kelders moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast.
Uit de bovenstaande meetgegevens valt op te maken dat het maaiveld 1,4 m boven de GHG ligt. Hiermee wordt voldoende ontwateringsdiepte gerealiseerd tijdens een extreme neerslagsituatie. Bij het voorgestelde vloerpeil van minimaal 10 cm boven het maaiveld wordt de vereiste ontwateringsdiepte van 55 cm behaald tijdens een GHG-situatie.
Vuil- en hemelwaterafvoer In de huidige situatie wordt vuilwater momenteel niet vanaf het verharde bouwterrein afgevoerd. In de toekomstige situatie komt het overtollige regenwater afkomstige van het dak met passieve retentiefunctie via de hemelwaterafvoeren in de bodem terecht. Bovendien zal de bodeminfiltratie bewerkstelligd worden als gevolg van een afname van het verhard oppervlak.
Hiernaast wordt voor de toekomstige inrichting een rioleringsplan opgesteld waarbij de uitgangspunten verder worden uitgewerkt met de TU Delft
Waterkwaliteit Ten aanzien van hemelwater dient de afvoer conform het (V)GRP van de gemeente Delft te gebeuren. Doordat het regenwater relatief schoon is, kan het bijdragen aan een betere waterkwaliteit in het gebied waar de neerslag valt. Het vasthouden en bergen van het regenwater reduceert tevens de piekafvoeren. Het afwateringssysteem dient zo te worden ontworpen dat het geen risico's voor de volksgezondheid creëert en voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 35
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Juridische borging De benodigde waterberging van 55,3 m³ is opgenomen in de uitwerking van het bestemmingsplan. Vastgesteld is dat: 1. De retentiemaatregel wordt gerealiseerd door middel van een biodivers natuurdak met waterberging met passieve retentiefunctie. Het aanvullend deel van de bergingsopgave wordt gerealiseerd middels aanvullende maatregelen. 2. De voorgenomen bergingscapaciteit gelijk is aan de benodigde compensatie. Bij de nadere uitwerking van de vasthoudmaatregel wordt voldaan aan de voorwaarden binnen de Richtlijn vasthoudmaatregelen.
Conclusie Het aspect water leidt niet tot een belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Voldoende berging kan in het plangebied worden gerealiseerd. Mede op basis van de bovenstaande aanbevelingen zal het rioolontwerp worden bepaald. Ten aanzien van het aspect water zijn er geen belemmeringen voor uitvoering van het beoogde plan.
4.14
Milieuzonering
Vanuit de Wet ruimtelijke ordening wordt een goede ruimtelijke ordening beoogd bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen. Deze goede ruimtelijke ordening is gericht op het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. In dat kader is een systematiek ontwikkeld die middels richtafstanden voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen of hier ook onderwijsgebouwen) op voorhand regelt om hinder en gevaar te voorkomen. Tevens maakt deze regeling het mogelijk voor bedrijven om zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen.
Deze milieuzonering dient daarmee twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen of andere gevoelige of kwetsbare objecten; het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen. De genoemde richtafstanden zijn gebaseerd op milieucategorieën voor bedrijven en de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Onder de Omgevingswet wordt een nieuwe werkwijze geïntroduceerd, waarbij het werken met milieucategorieën voor bedrijven komt te vervallen en de regeling daarvoor wordt vervangen door direct milieuregels in het omgevingsplan op te nemen: 'Milieuzonering nieuwe stijl'. Ook onder deze nieuwe regeling blijven beide doelen die met milieuzonering worden nagestreefd gelden.
Voor het voorliggende bestemmingsplan is het volgende van belang. Een warmtepompcentrale is niet opgenomen in de bedrijvenlijst van de genoemde brochure van het VNG. Een elektriciteitsdistributiebedrijf kan mogelijk als meest vergelijkbaar worden genoemd.
Als de thermische capaciteit als leidraad genomen wordt voor de vergelijking met transformatorvermogen, zou het bedrijf vallen onder SBI code 35 C2, in milieubelastende categorie 3.1 (bij een transformatorvermogen tussen 10 en 100 MVA en categorie 2 bij een transformatorvermogen van = 10 MVA (zoals hier). Hierbij is respectievelijk sprake van de volgende richtafstanden volgens bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 36
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft 'Bedrijven en milieuzonering':
Tabel 4.6: Richtafstanden bedrijven en milieuzonering
De minimale afstand tussen WPC en een gevoelig object (onderwijsgebouw) bedraagt hier circa 25 m. Omdat een warmtepompcentrale niet hetzelfde is als een elektriciteitsdistributiebedrijf is de bruikbaarheid van de genoemde categorieën en bijbehorende afstanden beperkt. Daarom is hieronder afzonderlijk ingegaan op de verschillende milieuaspecten. Geluid is vaak en ook hier het maatgevende milieuaspect.
Geur Het aspect geur is reeds beschouwd in paragraaf 4.10. Geconcludeerd is dat geur geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
Stof Bij het gebruik van de warmtepompcentrale is geen sprake van emissies van stof en/of kans op stofhinder. Bij de realisatie van de centrale kan door verstuiving van zand/grond korte tijd enige stofemissie aan de orde zijn. Er wordt niet verwacht dat dit tot hinder leidt. Indien nodig kan met water worden gesproeid om dit tegen te gaan.
Geluid Zoals beschreven in paragraaf 4.5 is uitgangspunt dat bij de gebruiksfase van de warmtepompcentrale ter plaatse van de geluidgevoelige bestemmingen wordt voldaan aan de gehanteerde toetsingswaarden. In dit kader zijn er geen belemmeringen.
Om de warmtepompcentrale mogelijk te maken vinden bij de bouwfase ook geluidemissies plaats. Hierbij wordt getoetst aan het bouwbesluit. In paragraaf 4.5 is geconcludeerd dat aan de desbetreffende normering wordt voldaan. De werkzaamheden zoals voorgesteld kunnen met het oog op bouwlawaai van de realisatiefase zonder ontheffing worden uitgevoerd.
Gevaar In paragraaf 4.4 is geconcludeerd dat er voor de warmtepompcentrale geen veiligheidsafstanden van toepassing zijn.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 37
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
5.1
Systematiek bestemmingen
5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In dit artikel zijn de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.
In de begrippen is 'bevoegd gezag' opgenomen (als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht). Als hoofdregel geldt dat het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is, tenzij een ander orgaan is aangewezen zoals gedeputeerde staten van de provincie indien het een project van provinciaal belang betreft, of een minister voor projecten van nationaal belang.
Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten, die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, gemeten moeten worden.
Toepassingsbereik In de bepaling over het toepassingsbereik is het volgende geregeld. In deze bepaling is geregeld dat de bestemmingsplannen 'TU Midden en Noord', 'Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)' alsmede 'Geothermie Rotterdamseweg' van toepassing blijven voorzover niet gewijzigd met onderhavig bestemmingsplan.
5.1.2
Bestemmingsregels
Bestemmingen Gemengd
Het onderdeel van het plangebied waarop de warmtepompcentrale is voorzien heeft de bestemming 'Gemengd' gekregen. Binnen de bestemming zijn installaties toegestaan voor het opwekken van warmte voor een warmtenet met alle bijbehorende voorzieningen zoals parkeerplaatsen, toegangswegen en nutsvoorzieningen. De bestemming Gemengd heeft de eerder vigerende bestemming maatschappelijk in dit plan vervangen. Gebouwen dienen in ieder geval gebouwd te worden binnen het aangegeven bouwvlak. In de bestemming is voorzien in voorwaardelijke verplichtingen voor het realiseren en instandhouden van een waterberging alsmede voor het realiseren en instandhouden van maatregelen in het kader van een natuurinclusieve bouw.
Herziening Bestemmingsplan TU Midden en Noord bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 38
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Met deze planregel wordt voorzien in een aanvulling van de planregels van het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord' en 'Geothermie Rotterdamseweg' ten behoeve van de mogelijke realisatie van een leidingbrug. Er is met dit bestemmingsplan een zoekgebied aangewezen waar de leidingbrug kan worden gerealiseerd. Een en ander vanwege het feit dat de definitieve locatie en vormgeving van de leidingbrug nog onbekend is. In dit verband wordt voorzien in een aanvulling op hetgeen is bepaald in de bestemmingsomschrijvingen van de geldende bestemming 'Verkeer' uit het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord' en de geldende bestemming 'Gemengd' uit het bestemmingsplan 'Geothermie Rotterdamseweg' '. Daarnaast wordt voorzien in (bouw-)regels die voor een leidingbrug gelden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone zoekgebied leidingbrug'. Deze gebiedsaanduiding is opgenomen in dit bestemmingsplan en geldt als aanvulling op de verbeelding van de bestemmingsplannen 'TU Midden en Noord' en 'Geothermie Rotterdamseweg'.
5.1.3
Algemene regels
Antidubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Dit zou bijvoorbeeld aan de orde kunnen zijn ingeval (onderdelen van) bebouwingsstroken van verschillende eigenaars zijn.
Algemene aanduidingsregels
Geluidzones Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - bedrijven' en de aanduiding 'geluidzone - industrie warmtekrachtcentrale' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen geluidgevoelige objecten worden opgericht, tenzij een hogere waarde is vastgesteld en gebouwd wordt met inachtneming van die hogere waarde.
Algemene bouwregels
Parkeren In de algemene bouwregels is opgenomen dat gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd indien voorzien wordt in voldoende parkeerruimte ten behoeve van het parkeren van auto's en fietsen of stallen en laden en lossen.
Overige regels
Voorrangsregeling In dit artikel is een prioritering aangegeven van de (dubbel)bestemmingen indien er op gronden sprake is van meerdere (dubbel)bestemmingen en de daarbij gepaard gaande belangen.
5.1.4
Overgangs- en slotregels
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 39
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft Overgangsrecht Dit artikel bevat de overgangsregels met betrekking tot het bouwen en het gebruik van gronden. In afwijking van de bouwregels blijven enige bouwmogelijkheden bestaan voor die gebouwen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan afwijken van het plan en die zijn of worden gebouwd bij of krachtens de Woningwet of Wabo. Bestaande afwijkingen mogen in principe niet worden vergroot.
Het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat het in werking treedt, mag worden voortgezet. Het overgangsrecht is echter niet van toepassing op gebruik dat al in strijd was met het voorgaande plan. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan, indien de afwijking hierdoor in mindere mate strijdigheid met dit bestemmingsplan oplevert.
Slotregel Hierin is de naam van het bestemmingsplan opgenomen.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 40
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Hoofdstuk 6
Handhaving
Toezicht en handhaving is iets dat door betrokkenen als onprettig wordt ervaren. De gemeente doet het omdat we in een veilige, gezonde, aantrekkelijke en duurzame omgeving willen wonen, werken en leven. Soms kan het gedrag van individuele burgers of bedrijven dit streven bedreigen en een risico opleveren voor de leefomgeving. Deze risico's willen wij beheersbaar houden. Er is echter altijd een grens aan de middelen die de gemeente daarvan kan en wil inzetten.
De rode draad in het gemeentelijke beleid is dat de inschatting van de risico's voor de gebruikers en voor de leefomgeving doorslaggevend is voor de prioriteiten die gesteld worden bij het stimuleren en/of afdwingen van het naleefgedrag. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan onderwerpen en gevallen waarin de risico's van niet-naleving het grootst zijn. De concrete doelstellingen en speerpunten worden elk jaar vastgesteld in een jaarplan.
De gemeente heeft verschillende instrumenten om het naleefgedrag te beïnvloeden en zo nodig naleving af te dwingen. Het begint met heldere regels waar draagvlak voor is en die bekend zijn bij degenen die door de regels worden geraakt. Daarnaast wordt er risicogestuurd toezicht gehouden. Indien toezichtactiviteiten leiden tot de constatering van een illegale situatie, bijvoorbeeld omdat de regels van het bestemmingsplan niet worden nageleefd, dan wordt beslist of en in hoeverre en met toepassing van welke sanctiemiddelen de gemeente zich zal inspannen om de overtreder te dwingen deze illegale situatie op te heffen.
De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de (regionale) handhavingsstrategie. Uitgangspunt daarbij is de 'beginselplicht tot handhaving'. Gelet op de beperkte beschikbare capaciteit is het echter niet mogelijk en ook wenselijk - om tegen alle overtredingen handhavend op te treden. Afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding, het gedrag van de overtreder en de overige omstandigheden van het geval zal een passende reactie en aanpak worden bepaald. Dat kan onder meer zijn een legalisatietraject, afzien van handhaving, waarschuwing of het toepassen van een bestuursrechtelijk sanctiemiddel.
Bij zeer ernstige overtredingen kan ook sprake zijn van een strafrechtelijk traject. Strafrechtelijke vervolging is afhankelijk van en gebeurt door het Openbaar Ministerie.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 41
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid
7.1
Inspraak en overleg
7.1.1
Participatie
Op 30 Maart 2023 heeft een participatiebijeenkomst plaatsgevonden over het WPC op de locatie Lijm & Cultuur. De bijeenkomst was in de avond en onderverdeeld in twee blokken: 16:00-18:00 en 19:00-21:00. In het eerste blok zijn er totaal vier mensen langsgekomen en zeven mensen in het tweede blok. De belangstellende bestonden uit zowel lokale bewoners (DUWO studenten en andere bewoners) als uit vertegenwoordigers van bedrijven (zoals TNO, Bedrijven terrein Schieoevers). Vanuit de organisatie waren er totaal 13 aanwezig: 3 vanuit de gemeente, 4 vanuit Equans, 2 vanuit NetVerder, 1 vanuit GTD, 1 Architect, 2 vanuit de TU Delft. Algemeen beeld: De middag en avond zijn soepel verlopen waarbij mensen zelf de gelegenheid hadden om binnen de twee blokken op hun tijd binnen te wandelen. Dit gebeurde ook met als resultaat dat vragen uitgebreid beantwoord konden worden. Door de blokken heen zijn er mensen binnen gekomen op het laatste half uur van het tweede blok na. Over het algemeen waren belangstellenden tevreden over de opzet en lieten ze een positieve indruk achter bij het vertrek. Vragen van de belangstellenden: Over het algemeen waren de bezoekers geïnteresseerd en hadden wat ophelderingsvragen over wat er gaat gebeuren en hoe het totale traject in elkaar zit (GTD-WPC-WKC-warmtenet).
Er waren bewoners uit de wijk ten noorden van het Schiekwartier/insteekhaven/Octatube waaronder iemand van een VvE en een aantal studenten van het DUWO complex. De meeste vragen van de bewoners hadden betrekking op de aansluiting op het warmtenet en welke wijken worden aangesloten. Ook was er algehele interesse in het project en de werking van de warmtepompcentrale. Verder een vraag over de hinder die er mogelijk veroorzaakt zou worden. De vraagsteller is goed geïnformeerd en gerust gesteld. Ook waren er enkele vertegenwoordigers van bedrijven aan de Rotterdamseweg. Die waren eveneens geïnteresseerd in aansluitmogelijkheden. Daarover volgt nog een nader gesprek in samenwerking met NetVerder. Er heeft een week eerder al een separaat gesprek plaatsgevonden met de bewonersvereniging TU-Noord. Vrijwel iedere bezoeker heeft besloten zijn email adres achter te laten voor meer informatieverstrekking over het project.
7.1.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het conceptbestemmingsplan toegezonden aan de relevante overlegpartners.
Vooroverleg Deze paragraaf bevat de samenvatting en beantwoording van de reacties op het concept ontwerpbestemmingsplan 'Warmtepompcentrale Delft'.
In het kader van vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is vanaf 24 maart 2023 tot en met 14 april 2023 aan de overleginstanties de gelegenheid gegeven om een reactie op het bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 42
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft concept ontwerpbestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft " te geven. Het betreft een informele procedure zonder een harde reactietermijn. Het gaat om de volgende overlegpartners: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Provincie Zuid-Holland Hoogheemraadschap van Delfland KPN TenneT Gasunie ProRail Rijkswaterstaat Veiligheidsregio Haaglanden
Binnen de boven aangehaalde termijn zijn reacties van vooroverleginstanties ontvangen. De reacties zijn hieronder weergegeven.
De volgende instanties hebben aangegeven verder geen inhoudelijke reactie te hebben op het concept-ontwerp bestemmingsplan:
Nr Instatie / Organisatie .
Datum reactie / Datum ontvangst reactie
1. Provincie Zuid-Holland
30 maart / 30 maart
2. Hoogheemraadschap Delfland
13 april / 13 april
3. KPN
30 maart / 30 maart
4. TenneT
31 maart / 31 maart
5. Gasunie
27 maart / 27 maart
6. Prorail
27 maart / 27 maart
7. Rijkswaterstaat
30 maart / 30 maart
De volgende instanties hebben inhoudelijke reacties gegeven op het concept-ontwerp bestemmingsplan:
Nr. Instatie / Organisatie 8.
Datum reactie / Datum ontvangst reactie
Veiligheidsregio Haaglanden 14 april / 14 april
8. Veligheidsregio Haaglanden
Reactie
Omgeving op plangebied warmtepompcentrale In het plangebied is het verblijf van personen ondergeschikt. Daarom zal in het kader van externe veiligheid op het plangebied geen advies worden gegeven. Gepland is een gebouw met daarin 12 warmtepompen, die per zes stuks in serie zijn geschakeld. Elke afzonderlijke warmtepomp heeft een eigen koelcircuit met koelmiddel (ammoniak); de circuits zijn niet met elkaar gekoppeld. bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 43
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft De ammoniak-inhoud van elke warmtepomp bedraagt 300 kg. In totaal is er 12 x 300 = 3.600 kg aan ammoniak aanwezig in het warmtepompgebouw. Dit kan mogelijk een risico opleveren voor de personen aanwezig in de inrichting en in de directe omgeving. Hiervoor verwijzen wij naar de Melding Activiteitenbesluit milieubeheer en naar de maatregelen die volgen uit de paragraaf 3.2.6. van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Incidentbestrijdingdoor hulpdiensten In verband met de ruimtelijke inrichting van het plangebied is het voor de hulpdiensten van belang dat voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van incidenten, de toegankelijkheid, opstelplaatsen en bluswatervoorzieningen voor dit plangebied voldoende zijn. Voor wat betreft de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van incidenten zijn de toegankelijkheid, opstelplaatsen en bluswatervoorziening(en) nu voldoende, dit dient wel geborgd te worden in de toekomst.
Beantwoording In het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer zal uiterlijk 4 weken voor oprichting van de Warmtepompcentrale een Melding Activiteitbesluit milieubeheer worden ingediend bij het bevoegd gezag. Daarin zal worden aangetoond dat de Warmtepompcentrale voldoet aan de in paragraaf 3.6.2 genoemde maatregelen. Deze overlegreactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
7.2
Zienswijzen
Na het wettelijk vooroverleg is het ontwerpbestemmingsplan vanaf 8 augustus 2023 tot en met 18 september 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Naar aanleiding van de terinzagelegging is géén zienswijze ontvangen.
7.3
Financiële uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening voorziet in een verplichting tot het verhaal van gemeentelijke kosten. Dat kan op publiekrechtelijke grondslag, via een exploitatieplan dat gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd dient te worden. Maar ook kan het gemeentelijke kostenverhaal geregeld worden via een zogenoemde anterieure overeenkomst over grondexploitatie met de initiatiefnemer/ontwikkelaar, als bedoeld in artikel 6.24 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De reikwijdte van de exploitatieplanplicht en het daaruit voortvloeiende kostenverhaal, volgt uit de omschrijving van bouwplannen zoals bepaald in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Ten behoeve van dit bestemmingsplan wordt voor de vaststelling hiervan een anterieure overeenkomst afgesloten met de ontwikkelaar. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd. Daarnaast beschikt de ontwikkelaar over voldoende financiële middelen om dit plan te kunnen uitvoeren. In de anterieure overeenkomst is tevens geregeld dat eventuele verzoeken tot planschade op de ontwikkelaar worden verhaald.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 44
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Eindnoten
1. Uitspraak 202107079/1/R4 van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159) 2. In dit geval kan een installatie ook worden opgevat als een insluitsysteem. Wanneer, zoals in dit geval, ammoniak de relevante stof is, kunnen de diverse warmtepompen worden opgevat als volledig van elkaar gescheiden insluitsystemen. 3. De BRZO 2015 drempel bedraagt 50 en 200 ton watervrij ammoniak. Wanneer deze warmtepompcentrale wordt opgevat als inrichting, is deze inrichting niet BRZO 2015 plichtig. 4. https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/hulpmiddelen/nibm-tool/ 5. PGS13: Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 13: Ammoniak als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 45
Warmtepompcentrale Delft
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
3 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Toepassingsbereik
4 4 7 8
Hoofdstuk2 Bestemmingsregels Artikel 4 Gemengd Artikel 5 Herziening Bestemmingsplan TU Midden en Noord en Geothermie Rotterdamseweg
12
Hoofdstuk3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels
13 13 14 15 16
Hoofdstuk4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
17 17 18
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 2
9 9
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Regels
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 3
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft met identificatienummer NL.IMRO.0503.BP0090-2001 van de gemeente Delft; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt; 1.6
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7
bedrijf
een bedrijf dat gericht is op het vervaardigen en/of opslaan van producten zoals genoemd in de Lijst van Bedrijfstypen, niet zijnde detailhandel, kantoor, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, hotel en horeca; 1.8
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.9
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.10
Bevi-inrichting
bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.11
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.12
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd, of ander bouwwerk, met een dak; 1.13
bijbehorende voorzieningen
voorzieningen die ten dienste staan van en ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie zoals parkeren, groen, water en ontsluitingswegen; 1.14
bodemverstorende activiteiten
het plegen van ingrepen die de bestemming van de grond veranderen en/of waardoor het grondwaterpeil verandert of het uitvoeren van grondbewerkingen; bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 4
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft 1.15
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.17
bouwlaag
een tussen twee opeenvolgende vloeren gelegen dan wel een tussen vloer en een plat dak, voor verblijf geschikt, deel van een gebouw met uitsluiting van een kap; 1.18
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.20
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.22
consumentenvuurwerk
vuurwerk voor particulier gebruik; 1.23
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.24
geluidsgevoelige objecten
woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder 1.25
groepsrisico
een maat voor de kans, dat door een ramp bij een activiteit met gevaarlijke stoffen of met een vliegtuig, een (grote) groep mensen, die niet rechtstreeks bij de activiteit betrokken is, tegelijkertijd omkomt. Het groepsrisico kan toenemen door uitbreiding van risicovolle activiteiten enerzijds en door het verhogen van de personendichtheid anderzijds; 1.26
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.27
invloedsgebied
gebied waarin, volgens de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. De grens van het invloedsgebied is gelijk aan de 1% letaliteitsgrens, bepaald bij weertype F 1.5, tenzij in de bij het Revi behorende uitvoeringsregeling voor een specifieke stof of activiteit een ander invloedsgebied is gedefinieerd; 1.28
kennisintensieve bedrijven
bedrijven gericht op het ontwikkelen, onderzoeken, vervaardigen, testen, evalueren, toepassen en anderszins bewerken van hoogwaardige diensten, producten, methoden, technologieën en productiewijzen; bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 5
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft 1.29
kennisintensieve kantoren
functiegebonden kantoren gerelateerd aan het kenniscentrum TU Delft; 1.30
kunstobject
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten. 1.31
kunstwerken
bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; 1.32
Lijst van Bedrijfstypen
de bedrijvenlijst ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering van de VNG zoals deze gold ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp plan en opgenomen in de bijlage Lijst van Bedrijfstypen behorende bij deze regels; 1.33
NEN
door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan; 1.34
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, leidingsysteem en pompputten ten behoeve van geothermische warmtelevering, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie 1.35
onderzoeksvoorzieningen
onderzoek dat gericht is op het ontwikkelen, onderzoeken, vervaardigen, testen, evalueren en anderszins bewerken van hoogwaardige producten, methoden, technologieën en productiewijzen; 1.36
peil
voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.37
restauratieve voorzieningen
ondergeschikte voorziening ter ondersteuning van de ter plaatse aanwezige hoofdactiviteit, gericht op het verstrekken van spijzen en dranken aan de reguliere gebruikers van dat bedrijf of die instelling, zoals een kantine of mensa; 1.38
slopen
het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk; 1.39
warmtepompcentrale
een voorziening voor het ophogen alsmede uitkoelen van temperatuur van geothermische warmte; 1.40
wgh-inrichting
bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 6
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
afstanden
afstanden worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4
de goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 7
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Artikel 3
Toepassingsbereik
1. Dit plan heeft betrekking op de volgende bestemmingsplannen van de gemeente Delft: Naam bestemmingsplan
Identificatienummer
TU Midden en Noord
NL.IMRO.0503.BP0021-2001
Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)
NL.IMRO.0503.BP0085-2001
Geothermie Rotterdamseweg
NL.IMRO.0503.BP00080-2001
2. De regels van de in lid 1 genoemde bestemmingsplannen worden herzien zoals bepaald in Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3 van de regels van dit plan. Voor het overige blijven de regels van de in lid 1 genoemde bestemmingsplannen ongewijzigd van toepassing; 3. De verbeeldingen van de in lid 1 genoemde bestemmingsplannen blijven van toepassing, voorzover niet gewijzigd met dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 8
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Hoofdstuk 2 Artikel 4 4.1
Bestemmingsregels
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. winning van warmte voor een warmtenet; b. warmtepompcentrale ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf warmtepompcentrale met een maximaal opgenomen elektrische vermogen van 6,5 MW voor het totaal van warmtepompen, transportpompen en overige installaties. met daarbij behorende voorzieningen, zoals: c. d. e. f. g.
bruggen; nutsvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; kunstobjecten; bijbehorende voorzieningen.
4.2
Nadere detaillering bestemmingsomschrijving
4.2.1
Voorwaardelijke verplichting klimaatadaptieve waterberging
De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Gemengd' mogen uitsluitend overeenkomstig het bepaalde in de bestemmingsomschrijving worden gebruikt, mits: a. ten tijde van ingebruikname van warmtepompcentrale ter plaatse een waterberging van 55,3 m3 is gerealiseerd, instand wordt gehouden en te allen tijde effectief beschikbaar wordt gehouden. 4.2.2
Voorwaardelijke verplichting natuurinclusieve bouw
De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Gemengd' mogen uitsluitend overeenkomstig het bepaalde in de bestemmingsomschrijving worden gebruikt, mits: a. ten tijde van ingebruikname van warmtepompcentrale ter plaatse maatregelen in het kader van een natuurinclusieve bouw zijn gerealiseerd en instand worden gehouden. Een en ander overeenkomstig het bepaalde in de Bijlage 2 bij deze regels. 4.3
Bouwregels
4.3.1
Bouwwerken, binnen het bouwvlak
Voor het bouwen van bouwwerken binnen het bouwvlak gelden de regels van artikel Algemene bouwregels Algemene bouwregels en de volgende bepalingen: a. gebouwen zoals genoemd in lid Bestemmingsomschrijving dienen binnen het bouwvlak worden bebouwd; b. voor bouwwerken gelden de volgende maximale bouwhoogte; Bouwwerken
Maximale bouwhoogte
installaties
14 m.
erf- en terreinafscheidingen
2 m.
vlaggenmasten
6 m.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 9
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft lichtmasten
15 m.
overige bouwerken, geen gebouwen zijnde
6 m.
c. kelders en souterrains zijn toegestaan 4.3.2
Bouwerken, buiten het bouwvlak
Voor het bouwen van bouwwerken buiten het bouwvlak gelden de regels van artikel Algemene bouwregels Algemene bouwregels en de volgende bepalingen: a. fietsenstallingen zijn toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3m; b. nutsvoorzieningen zijn toegestaan; c. voor het overige zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erf- en terreinafscheidingen, vlaggenmasten en lichtmasten toegestaan;
4.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Maximale bouwhoogte
erf- en terreinafscheidingen
2 m.
vlaggenmasten
6 m.
lichtmasten
15 m.
overige bouwerken, geen gebouwen zijnde
5 m.
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10% waarbij geldt dat de hoogtematen met maximaal 1 m mogen worden verhoogd; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. aanpassing in geringe mate van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; d. overschrijding van aangegeven grenzen van bestemmingen en/of bouwvlakken, door luifels, bordessen, pergola's en andere ondergeschikte bouwdelen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 2 m; e. het bouwen en gebruiken van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, mits de inhoud niet meer bedraagt dan 60 m3; f. overschrijding van de toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van sirenemasten, mits de hoogte niet meer bedraagt dan 40 m, 4.5
Specifieke gebruiksregels
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 10
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft 4.5.1
Gebruiksverbod
Niet toegestaan zijn: a. b. c. d.
Bevi-inrichtingen; Wgh-inrichtingen; de opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk; seksinrichtingen.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 11
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Artikel 5 Herziening Bestemmingsplan TU Midden en Noord en Geothermie Rotterdamseweg Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zoekgebied leidingbrug' worden de regels van het bestemmingsplannen 'TU Midden en Noord' en 'Geothermie Rotterdamseweg' als volgt aangevuld:
5.1
Leidingbrug
a. Na artikel 3.1 lid o van het bestemmingsplan 'Geothermie Rotterdamseweg' wordt een nieuw lid p toegevoegd dat luidt als volgt: een leidingbrug ter plaatse van de aanduiding 'overige zone zoekgebied leidingbrug' overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.3; b. Na artikel 9.2 van het bestemmingsplan 'Geothermie Rotterdamseweg' wordt een nieuw artikel 9.3 toegevoegd dat luidt als volgt: Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zoekgebied leidingbrug' is een leidingbrug ten behoeve van een warmtepompcentrale toegestaan. De leidingbrug dient zich aan de volgende maatvoering te houden:
Onderdeel leidingbrug
Maatvoering
Minimale doorrijhoogte leidingbrug
4,50 m.
Maximale bouwhoogte leidingbrug
6,50 m.
Maximale breedte leidingbrug
1,75 m.
c. Na artikel 8.1 lid h van het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord' wordt een nieuw lid i toegevoegd dat luidt als volgt: een leidingbrug ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zoekgebied leidingbrug' overeenkomstig het bepaalde in artikel 21.4; d. Na artikel 21.3 van het bestemmingsplan 'TU Midden en Noord' wordt een nieuw artikel 21.4 toegevoegd dat luidt als volgt: Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zoekgebied leidingbrug' is een leidingbrug ten behoeve van een warmtepompcentrale toegestaan. De leidingbrug dient zich aan de volgende maatvoering te houden:
Onderdeel leidingbrug
Maatvoering
Minimale doorrijhoogte leidingbrug
4,50 m.
Maximale bouwhoogte leidingbrug
6,50 m.
Maximale breedte leidingbrug
1,75 m.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 12
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 13
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Artikel 7
Algemene aanduidingsregels
7.1
geluidszones
7.1.1
Algemeen
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - bedrijven' en de aanduiding 'geluidzone - industrie warmtekrachtcentrale' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen geluidgevoelige objecten worden opgericht, tenzij een hogere waarde is vastgesteld en gebouwd wordt met inachtneming van die hogere waarde.
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 14
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft