CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie Groen & Biodiversiteit De stad als ecosysteem in 2040

Raadsvergadering 3 december 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Visie Groen en Biodiversiteit – De Stad als ecosysteem in 2040 (2428423)12.242 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Visie Groen & Biodiversiteit De stad als ecosysteem in 2040

Visie Groen & Biodiversiteit

2

Inhoudsopgave Voorwoord

5

1.

Groen & Biodiversiteit in Delft

6

1.1 1.2

7 8

Aanleiding Leeswijzer

2.

De stad als ecosysteem: daar willen we naar toe!

9

3.

De stad als ecosysteem: hoe komen we daar?

11

3.1 3.2

12 12

4.

5.

Groen en biodiversiteit: waar staan we nu?

15

4.1 4.2

16 19

Vertrekpunt Conclusie

De stad als ecosysteem: wat gaan we doen?

22

5.1 5.2 5.3

23 25

5.4

6.

Eén ambitie Vier strategische doelstellingen

We voldoen minimaal aan het niveau van de Basis Kwaliteit Natuur We creëren een duurzame en gezonde leefomgeving We zorgen voor een aaneengesloten groene buitenruimte met een goed functionerend hoofd ecologisch netwerk van groene plekken en leefgebieden We versterken de natuur- en recreatiegebieden als groenblauwe oase met natuur, landbouw en recreatie

27 28

De stad als ecosysteem: hoe gaan we dat doen?

29

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

30 30 32 32 33

Initiatieven in de stad Instrumenten Monitoring Financiën Vervolg

BIJLAGE 1: Definities

34

BIJLAGE 2: Kaarten "waar staan we nu"

36

BIJLAGE 3: Icoonsoorten voor Delft

44

Visie Groen & Biodiversiteit

3

De ruimtelijke en sociale schaalniveau's van groen & biodiversiteit: "Samen maken we de stad". Visie Groen & Biodiversiteit

4

Voorwoord Samen maken we de stad groen(er) Wie wil er meer groen en natuur in de stad? Ik denk dat bijna iedereen wel ‘ja’ antwoordt op deze vraag. Niet alleen omdat een groene stad aantrekkelijk is om in te wonen en verblijven, maar ook hard nodig is voor de klimaatopgaven van de toekomst. In deze visie kijken we vooruit naar hoe groen en biodivers Delft er in 2040 uit kan zien. En hoe we de relatie tussen mens en natuur hierin centraal willen stellen. Een goed functionerend ecosysteem: dat is waar we als gemeente - samen met iedereen die in Delft woont, werkt en/of recreëert - naartoe willen werken. Zodat we in 2040 allemaal prettig verblijven in een gezonde omgeving die perioden met stevige regenbuien, hitte en kou aankan, en waar planten en dieren de ruimte krijgen. Dat gaat voor iedereen in Delft veel opleveren, op elk niveau. Van het groen in de straat tot de aansluiting met natuurgebieden, zoals Regiopark Buytenhout en het Bijzonder Landschap Midden Delfland. Als gemeente, verantwoordelijk voor de buitenruimte, gaan we bijvoorbeeld voor meer kruiden, planten, struiken en bomen zorgen. We zorgen ervoor dat er aantrekkelijke routes ontstaan met schaduwplekken voor de warmste dagen. Al dat frisse groen nodigt uit om een rondje te lopen in de buurt, eropuit te gaan met de fiets, te genieten van de vogel­ geluiden en het gewoon lekker buiten zijn.

elkaar nadenken over een fijne buitenruimte energie geeft en zorgt voor sociale binding in de buurt. Buren leren elkaar op een ontspannen manier kennen en creëren samen gezellige ontmoetingsplekken. In alle wijken is zo’n slag gewenst. Waar de situatie dat toelaat maken we slimme combinaties en nemen we bij de (her)inrichting van de omgeving duurzaamheid en gezondheid mee. De Tuin van Delft is een goed voorbeeld van hoe we daar kunnen komen. Daar kozen inwoners zélf voor het meest groene ontwerp. De bomen, planten en bloemen gaan zorgen voor kleur en trekken insecten, bijen en vlinders aan. Het is zo een groene (en in de zomer koele plek) om lekker te kletsen, uitrusten of gewoon even op de trein te wachten. Ik nodig iedereen uit om samen met ons aan de slag te gaan om de stad groener te maken. Het eindresultaat is dat we in 2040 wonen, werken, studeren en verblijven op een plek waar mens en natuur verbonden zijn. Zeg ook ‘ja’ voor meer groen en natuur en doe mee!

Maar ook de Delftenaren zélf zijn aan zet. We weten dat inwoners meer groen in de stad belangrijk vinden. Ze hebben hier ideeën over en willen graag bijdragen. De gemeente is benieuwd naar die ideeën. Deze visie biedt dan ook veel ruimte voor initiatieven en expertise van inwoners en lokale organisaties. Voor het openbaar groen, maar ook voor het vergroenen van de eigen ruimte van inwoners, zoals tuinen en gevels. Op een aantal plekken zien we nu al resultaat van dat samen vergroenen. Zoals bij het Bagijnhof waar de bewoners besloten om de auto ergens anders te parkeren en het groen zelf te onderhouden. Of in de Tanthof en de Buitenhof waar door initiatieven van bewoners gezamen­ lijke tuinen worden aangelegd. Het mooie is dat met

Frank van Vliet Wethouder Klimaat, Cultuur en Openbare ruimte

Visie Groen & Biodiversiteit

5

1. Groen & Biodiversiteit in Delft

RoutekaartVisie DelftGroen Klimaatneutraal & Biodiversiteit 2050

6

1.1

Aanleiding

‘Groen doet goed!’ Dat is de leus waarmee Delft de afgelopen tien jaar aandacht heeft gevraagd voor vergroening van de stad. Met resultaat, want het bewustzijn dat groen en natuur cruciaal zijn voor een sterke, leefbare stad is de afgelopen periode aantoonbaar gegroeid. Tijdens de covid-pandemie zijn mensen de waarde van een groene omgeving rond hun woning en in de stad extra gaan waarderen. ‘Ommetjes in de buurt’ waren razend populair en mensen trokken massaal naar de Delftse parken en natuur- en recreatiegebieden rond de stad. Groene buitenruimtes, waarbij mensen op verschillende manieren gebruikmaken en genieten van groen en water, zijn van onschatbare waarde voor de leefbaarheid van een stad. Groen is goed voor de gezondheid van stedelijke bewoners. En goed voor de economie, die gebaat is bij lagere ziektekosten en minder ziekteverzuim.

‘Groen doet goed!’ De invloed van groen gaat zelfs verder dan dat. Participatie­ onderzoek1 in het kader van de Omgevingswet (Delfts Doen) toont aan dat inwoners groene ruimtes ook zeer waarderen omdat die - net als waterrijke locaties - bijdragen aan de sociale cohesie in buurten en wijken. Samen bezig zijn met het vergroenen van de stad en - in het voetspoor daarvan het bevorderen van de biodiversiteit vergroot de onderlinge betrokkenheid. Een belangrijke tegenhanger voor de toenemende mate van eenzaamheid onder mensen. Reden genoeg dus om de ambitie om Delft te vergroenen en biodiverser te maken hoog op de stedelijke agenda te zetten. Doel is te bouwen aan een duurzame, gezonde en toekomst­ bestendige stad. Een stad van wonen, werken, studeren en verblijven, waarin naast mensen ook dieren en planten hun plek hebben. Een duurzame relatie tussen mens en natuur staat centraal, waarbij groen, landschap, water en bodem de belangrijkste bouwstenen zijn. Spreekt voor zich dat een gezond ecosysteem ook gebaat is bij een eigentijdse benadering van inrichting en beheer van de openbare ruimte. En bij innovatief omgaan met de ondergrond, en met grondstoffen. Dat ook burgerparticipatie hoog op de agenda staat, schept voor Delft nieuwe kansen en mogelijkheden. Juist in co-creatie kan de gemeente initiatieven uit de samenleving ondersteunen en faciliteren.

Waar enerzijds de gemeente een deel van het groen beheert, kunnen anderzijds ook bewoners, woningbouwcorporaties, onderwijsinstellingen, bedrijven en verenigingen een belangrijke rol spelen in het groene karakter en de beleving van Delft. De gemeente moedigt aan om samen aan de slag te 1 2

gaan met groen en natuur in de stad. Van de aanleg van een geveltuin of het beheer van een plek, tot ambassadeur voor de stad als ecosysteem. Ook de contacten met partners in de natuur- en recreatiegebieden, zoals het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden Delfland en het regiopark Buytenhout, waardeert de gemeente. In samenhang met de geldende natuurwaarden kunnen zo samenwerkingen ontstaan, die van groot belang zijn voor een sterke groene stad en regio en een gevarieerd recreatief aanbod. In deze nieuwe Visie Groen & Biodiversiteit komen vraag en aanbod samen en kijken we naar de best mogelijke - gezamenlijk - aanpak om van Delft een duurzame, gezonde en toekomstbestendige stad te maken. Het presenteren van deze Visie Groen & Biodiversiteit is ingegeven door de toenemende druk op groene ruimtes, de sterke afname van biodiversiteit wereldwijd, de rol van groen in klimaatoplossingen en de wens om de samenwerking en betrokkenheid van bewoners en bedrijven te verbeteren en vergroten. De verdichtingsopgave waar Delft voor staat, vraagt erom (nieuwe) bewoners, bezoekers én planten en dieren in Delft kwalitatief hoogwaardige natuur en groen te bieden, afgestemd op hun behoefte. En dan is er ook nog de urgentie om als stad te kunnen inspelen op de klimaatverandering.

Bij toenemende extremen in het weer, denk aan hittestress in de stad, zijn het de bomen, parken en plantsoenen die zorgen voor verkoeling. Tijdens extreme regenbuien houdt beplanting het water juist langer vast.

Uitdagende opgave We staan voor grote uitdagingen. Willen we nu en in de toekomst een aantrekkelijke stad zijn om in te wonen, werken, studeren en te verblijven, dan kunnen we klimaat, biodiversiteit, groen, landschap, water en bodem niet los van elkaar zien. Dit vraagt om een integrale aanpak. Met de natuur als belangrijke bondgenoot. Met deze Visie Groen & Biodiversiteit presenteert Delft haar ambitie voor een groene en biodiverse stad in 2040. Hierin bouwen we voort op de nota Groen2 uit 2013 waarbij bescherming, beheer en ontwikkeling van groen, versterking van de biodiversiteit en klimaatbestendigheid centraal stonden. Tegelijkertijd zetten we - net als de Omgevingsvisie en Delfts Doen - sterker in op een faciliterende en uitnodigende rol van de gemeente aan bewoners en bedrijven. Door samen in te zetten op meer groen in de stad, zowel voor inrichting als beheer, kunnen we er allemaal de vruchten van plukken.

Visie op de Openbare Ruimte Een groen en biodivers Delft heeft vele raakvlakken met andere thema’s die we terugzien in het ruimtelijk én sociaal domein. Naast de verdichtings- en de klimaatopgave zijn ook

Veldacademie, 2019, In gesprek met de stad Nota Groen Delft 2013 – 2020

Visie Groen & Biodiversiteit

7

(fiets)parkeren, de voetganger op 1, sporten, ontmoeten en gezondheid onderwerpen die hoog op de agenda staan. Ambities die allemaal moeten landen in de 24 km2 die Delft rijk is. Overkoepelend doel is al deze ambities slim te combineren tot een duurzame, gezonde en toekomstbestendige stad. Met deze visie geven we vanuit groen en biodiversiteit richting aan dit doel en aan de invulling van de Delftse openbare ruimte. We agenderen wat er nodig is om het groen en de biodiversiteit te behouden, te verrijken en te versterken. Uiteindelijk zal de concrete uitwerking plaatsvinden in de Visie op de Openbare Ruimte. Voor de korte termijn worden concrete acties uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda’s Klimaatadaptatie, Groen & Biodiversiteit en de Strategische Samenwerkingsagenda Water.

1.2

Leeswijzer

Na dit korte inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 de basis van dit document: onze toekomstvisie richting 2040: waar willen we naar toe? Hoofdstuk 3 vertaalt deze visie naar een concrete ambitie inclusief strategische doelen voor 2040: hoe willen we daar komen? In hoofdstuk 4 maken we de huidige balans op: waar staan we op dit moment met betrekking tot groen en biodiversiteit in Delft? Dit doen we aan de hand van kaartmateriaal en databanken zoals de Nationale Databank Flora & Fauna. Met deze informatie als vertrekpunt brengen we in hoofdstuk 5 focus aan: wat gaan we doen om onze doelen te bereiken? Hoofdstuk 6 ten slotte, geeft inzicht in ‘hoe nu verder’, inclusief een toelichting op de instrumenten die we kunnen inzetten en de financiën.

Visie Groen & Biodiversiteit

8

2. De stad als ecosysteem: daar willen we naar toe!

Visie Groen & Biodiversiteit

9

Het wonen in de stad zal over 25, 50 of 100 jaar niet meer hetzelfde zijn. Klimaat­verandering en veranderingen op het gebied van wonen, werken, vervoer en voedsel vragen om aanpassingen van de stad en haar bewoners en bedrijven. Net als ontwikke­ling van de natuur en de economie. Al die veranderingen komen samen op dezelfde plek: de stad als ecosysteem. Wonen, werken, studeren en verblijven in Delft betekent: wonen, werken, studeren en verblijven op een plek waar mens en natuur verbonden zijn. In 2040 kijken we naar wat de stad Delft, als ecosysteem, nodig heeft. In 2040 is Delft een stad waarin mensen, planten en dieren in samenhang met de omgeving in harmonie leven. De stad als ecosysteem. We kijken vanuit onze woningen en bedrijven uit op bomen, struiken en planten en door de stad loopt een fijnmazig netwerk van groene- en blauwe plekken. Op die plekken kunnen we elkaar ontmoeten, voedsel telen of in de koelte tot rusten komen. ’s Morgens worden we wakker met het geluid van zingende vogels of (soms) het getoeter van ganzen. Barrières voor dieren zijn minimaal, egels scharrelen door tuinen en parken. Het groen in de stad is niet alleen voor de mens optimaal ingericht, maar ook voor de vleermuizen, huismussen, muurplanten en bijen. Delft kent een rijke bio­ diversiteit en de natuur is tot in de haarvaten van de stad aanwezig.

De stad Delft als ecosysteem, dat klinkt aantrekkelijk. Maar wat is daar voor nodig? En hoe ziet de stad er dan uit?

Natuur-inclusief In 2040 is Delft een natuur-inclusieve stad. Zowel bij private als publieke ontwikkelingen kiezen we voor mens én natuur. We creëren ruimte voor groene plekken en zorgen voor leefruimte en verblijfplaatsen voor dieren in de stad. De ondergrond maakt hier een belangrijk onderdeel van uit. Met grotere groeiplaatsen ondergronds geven we ruimte aan bomen. In vooroorlogse wijken wordt meer groen aangelegd. Naoorlogse wijken behouden hun groene karakter. Ook bedrijventerreinen zijn ruim voorzien van groen.

Gezondheid In 2040 is Delft een gezonde stad voor haar inwoners. Het is de plek waar kinderen spelen en ouderen elkaar ontmoeten om bij te praten. Planten en bomen filteren de lucht van fijnstof, leggen CO2 vast en leveren zuurstof. Tijdens een picknick in de groene omgeving komen we tot rust. Een wandeling geeft beweging. Groen en natuur zorgen voor ontspanning in het drukke stadsleven en dragen zo positief bij aan onze mentale gezondheid. Samen zorgdragen voor een groene stad verhoogt bovendien het onderlinge contact en de sociale cohesie in buurten en wijken.

Ruimte voor groen In 2040 heeft iedereen in Delft - via het groen-blauwe netwerk - op korte afstand toegang tot natuur in een groene openbare ruimte. De fietser en voetganger staan centraal. De straat geeft ruimte om te relaxen en buiten te spelen. De binnenstad is een plek waar de auto niet dominant is. Parkeerplekken zijn deels omgevormd naar groene plekken, waardoor water de grond in kan zakken. Door met elkaar te zorgen voor minder verkeer in de stad, bewegen we op een ontspannen en gezonde manier door het stedelijk landschap vol bomen, struiken, bloemen en overig groen.

Klimaatbestendig In 2040 is Delft een stad die zich aanpast aan een veranderend klimaat. We leven in klimaatbestendige woningen die duurzaam ontworpen en gebouwd zijn met de natuur. We kunnen hittestress en kou in huis beperken, omdat we gevels en daken laten begroeien. Het groen in onze woonomgeving houdt tijdens de extreme regenbuien het water langer vast. Tijdens warme periodes geven bomen en beplanting juist koelte.

Groene stad in het landschap De natuur- en recreatiegebieden bieden ruimte voor de beleving van groen en natuur, maar bieden ook mogelijkheden om te ontspannen. Ooit lag Delft in het landschap. Nu ligt het landschap binnen het stedelijk weefsel van de randstad; als groene long voor de stad. De stad als ecosysteem, daar willen we naar toe. Dat is onze toekomstvisie voor een groen en biodivers Delft, onze stip op de horizon in 2040. De route naar die stip loopt via verschillende paden, die we uiteenzetten in de volgende hoofdstukke

Visie Groen & Biodiversiteit

10

3. De stad als ecosysteem: hoe komen we daar?

Visie Groen & Biodiversiteit

11

Delft, de stad als ecosysteem in 2040. Daar willen we naar toe, dat is onze stip op de horizon. Maar hoe komen we daar? De overkoepelende strategie luidt: door met elkaar mee te denken, samen te werken en maatwerk te leveren op verschillende niveaus; zowel in de fysieke ruimte als bij meer sociale initiatieven. ‘Samen maken we de stad’ loopt als sterke rode draad door onze ambitie en strategische doelstellingen heen.

3.1

Eén ambitie

Delft, de stad als ecosysteem in 2040. Dat is onze ambitie, de stip op de horizon. En om daar te komen kunnen we diverse paden volgen. Voor Delft zijn dat vier paden: vier strategische doelen die ons richting 2040 helpen van Delft een stad te maken waarin groen, biodiversiteit en een gezonde leefomgeving centraal staan. Uitgangspunt in onze ambitie vormen de vier schaalniveau’s van groen en biodiversiteit: basiskwaliteit natuur, leefkwaliteit, netwerken en recreatiegebieden. Opgebouwd van ‘klein’ naar ‘groot’: van de intrinsieke waarde van planten- en diersoort in ieders groene leefomgeving tot de ruimtelijke opbouw van de stad en de natuur- en recreatiegebieden rondom die stad. Overkoepelend hangt boven die ambitie de heldere wens om het vooral ‘samen te doen’. Breed gedragen en gedeelde verantwoordelijkheid voor een groen en een biodivers Delft speelt op alle niveaus een belangrijke rol van betekenis.

‘Samen maken we de stad’ 3.2

Vier strategische doelstellingen

Als onze ambitie is om in 2040 te komen tot ‘de stad als ecosysteem’, dan wachten ons vier belangrijke strategische doelen. Deze pakken we zoveel mogelijk in gezamenlijkheid met alle betrokkenen op: 1. We voldoen minimaal aan het niveau van de Basis Kwaliteit Natuur De Basis Kwaliteit Natuur is het minimumniveau van aanwezigheid van niet-zeldzame, wilde soorten planten en dieren die kenmerkend zijn voor specifieke landschaps­ typen. Het is een relatief nieuw begrip over de kwaliteit van de Nederlandse natuur en is gebaseerd op een set van condities die nodig is om algemene soorten algemeen te laten zijn. Dit leidt tot een gezamenlijke inspanning om de natuurkwaliteit van het stadse landschap te verbeteren en duurzaam in stand te houden. Welke maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de basis natuurkwaliteit, vergt een nadere uitwerking per buurt. In ieder geval versterken we de biodiversiteit door zowel in de stad als in de regionale groengebieden in te zetten op de Basis Kwaliteit Natuur en waarborgen we een gezonde leefomgeving.

2. Onze leefomgeving is duurzaam en gezond

Groen staat in natuurlijk evenwicht met de bebouwing en infrastructuur in de stad Onze woon- en werkomgeving heeft een belangrijk effect op onze kwaliteit van leven en gezondheid. Een gezonde woon- en werkomgeving nodigt uit elkaar te ontmoeten, samen te ontspannen en te recreëren. Ook nodigt zo’n omgeving uit tot een gezonde leefstijl, die zich uit in wandelen, fietsen, sporten en spelen. Aantrekkelijk ingerichte groene plekken dragen bij aan fysieke fitheid en versterken de sociale cohesie. Groen helpt zo ook mee om de kans op eenzaamheid en stress gerelateerde klachten te verminderen. Door groenplekken dichtbij woningen of bedrijven te realiseren en toegankelijk te maken via prettige en schaduwrijke routes, zullen zij goed gebruikt worden. Samen met de visie Bewegen, Recreëren, Ontmoeten, Spelen en Sporten (BROSS) wordt nader invulling gegeven aan deze doelstelling. Een goede inrichting van de stad, met aandacht voor groen, water en bodem, draagt daarnaast substantieel bij aan een klimaatbestendige omgeving, die zowel hitte­stress als wateroverlast en watertekort aankan. Groen vermindert ook de negatieve effecten die we in de stad ervaren door klimaatverandering, luchtverontreiniging en geluidsoverlast. Tot slot is groen ook van invloed op de economische waarde van een stad.

Groen beïnvloedt immers de aantrekkelijkheid van een stad, bepaalt de toeristische aantrekkingskracht en recreatie en heeft een positieve invloed op vastgoedwaarden. De realiteit echter, laat zien dat de druk op de openbare ruimte het gezonder maken van de leefomgeving tot een grote uitdaging maakt. Ontwikkelingen als klimaatverandering, energietransitie, waterberging en de mobiliteits­transitie vergen allen grond die we zo wel drie keer willen benutten. Dit maakt het belang van juiste keuzes voor de toekomst essentieel. Door zorgvuldig, slim en duurzaam om te gaan met de ruimte in de stad, is het mogelijk om te blijven groeien en de positie van Delft op het gebied van groen en biodiversiteit - in samenhang met andere (milieu)thema's - in de Randstad verder te versterken. Visie Groen & Biodiversiteit

12

3. Delft heeft een aaneengesloten groene buitenruimte met een goed functionerend hoofd ecologisch netwerk van groene plekken en leefgebied

Groen is een goede nutsvoorziening Voor duurzame groei zijn groen, water en bodem sturend in de ruimtelijke opgaven in de stad. Zij dragen in sterke mate bij aan het karakter van de stad, de leefbaarheid, het gebruik en de natuur- en cultuurhistorische waarden. Delft bouwt al jaren aan een compacte, veelzijdige stad waarin verleden, heden en toekomst elkaar ontmoeten. Als ruimtelijke drager is er een sterke doorlopende hoofd groen- en waterstructuur door de stad die parken en groene- en waterrijke plekken aan elkaar verbindt. In samen­hang met het fijnmazig groenblauwe netwerk op buurt- en wijkniveau nodigt dit uit tot het maken van wandelingen in de buurt en de wijk, door de stad en naar de natuur- en recreatiegebieden rondom de stad. Voor een goed functionerend leefgebied voor planten en dieren, is juist die samenhang en inrichting van de groen­blauwe structuur inclusief leefgebieden van groot belang. 4. We versterken de natuur- en recreatiegebieden als groenblauwe oase met natuur, landbouw en recreatie Delft is omringd door de natuur- en recreatiegebieden Delftse Hout, als onderdeel van regiopark Buytenhout, en door de Abtswoudse polder, Kerkpolder en Ackerdijkse bos. Deze laatsten maken onderdeel uit van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland.

Met de verstede­ lijkingsopgave in Delft en de regio wordt het belang van robuuste regioparken in de Zuidvleugel des te groter.

De hoofdopgaven voor natuur- en recreatiegebieden rondom Delft zijn gericht op het verbinden en versterken van het recreatief landschap voor twee miljoen omwonenden, het verbinden en versterken van het natuurlijk land­ schap voor flora en fauna en het versterken van toekomstbestendig agrarisch- en cultuurlandschap met koe en grutto in de wei.

Verdere uitwerking Elk van deze strategische doelen is van invloed op de ambitie om te komen tot ‘de stad als ecosysteem’. De uitwerking ervan nemen we mee in zowel onze toekomstige plannen voor ruimtelijke ontwikkeling als in sociale initiatieven en activiteiten die de stad en haar inwoners versterken. Op korte termijn al geven de vier doelstellingen concrete handvatten om met elkaar in gesprek te gaan over groen, bio­ diversiteit en een gezonde leefomgeving in Delft. Zo dragen ze bij aan het maken van gedragen keuzes en beslissingen over de wijze hoe we met groen en biodiversiteit omgaan. Omdat de ervaring leert dat veelomvattende trajecten vooral gebaat zijn bij meedenken en meedoen van veel partijen, loopt ‘Samen maken we de stad’ als een rode draad door alle vier doelstellingen heen. Samenwerken en maatwerk leveren op alle niveaus, zowel in de fysieke ruimte als bij meer sociale initiatieven, dat is de overkoepelende factor die alle vier doelstellingen verbindt.

Visie Groen & Biodiversiteit

13

Samen maken we de stad Groen brengt mensen daadwerkelijk samen en speelt een cruciale rol in het bevorderen van contact en het tegengaan van eenzaamheid. Veel activiteiten die in het kader van ‘vergroenen’ in gezamenlijkheid worden opgepakt, dragen direct bij aan levendige en sociale wijken. Buurtgroen trekt mensen aan; als toegankelijke ontmoetingsplek, als speelplek voor kinderen of ruimte om in te bewegen.

De komende periode verkennen we op welke manier samenwerking met en door de stad verder invulling kan krijgen. Dit werken we uit in de Uitvoeringsagenda Groen & Biodiversiteit 2024 - 2027. In hoofdstuk 5 van deze visie geven we alvast een voorzet op de uitwerking van de hier beschreven vier strate­ gische doelen.

Delft stimuleert en betrekt haar bewoners daarom graag actief bij het creëren van een groene en gezonde leefom­ geving in de stad. Of het nu gaat om ideeën over de eigen leefomgeving, het nemen van breder initiatief of het faciliteren van burgerinitiatieven, Delft speelt graag in op de ideeën en denkkracht van haar inwoners en verenigingen. Groen en biodiversiteit zijn, net als klimaatadaptatie, thema's die veel inwoners raken en die hen motiveren zich ook echt in te zetten voor hun directe leefomgeving. Belangrijk aandachtspunt is wel dat de vergroening die we aanbrengen ook daadwerkelijk tegemoet komt aan de wensen en behoeften van inwoners.

Visie Groen & Biodiversiteit

14

4. Groen en biodiversiteit: waar staan we nu?

Visie Groen & Biodiversiteit

15

Met de kennis van nu en de ambitie voor de toekomst kunnen we onze inzet richting de toekomst bepalen. Daarbij is het goed te weten aan welke knoppen we kunnen draaien. En in welke stand de knoppen nu staan. Hoe staan we er voor als het gaat om een groen en biodivers Delft? Aan de hand van – tot nu toe beschikbare – data geven we inzicht in de stand van zaken. We laten zien hoe we in de stad al aan bepaalde doelstellingen voldoen. En waar de komende jaren juist extra inzet nodig is.

4.1

Vertrekpunt

Om inzicht te krijgen in hoe we ervoor staan, hebben we de onze doelstellingen - waar mogelijk - onderbouwd met meet­ bare, beschikbare data. Dit geeft ons inzicht in de huidige sterktes en zwaktes van groen en biodiversiteit in Delft en laat ons ook zien waar de kansen en bedreigingen zitten. Met deze visie in het achterhoofd biedt dit vertrekpunt ons een goede start voor verdere uitwerking en verbeteringen in de toekomst. Voor het onderbouwen en meetbaar maken van de huidige status van groen en biodiversiteit maken we in dit hoofdstuk gebruik van de volgende informatie- en gegevensbronnen: a. natuurgegevens vanuit de Nationale Databank Flora en Fauna; b. gegevens rondom natuurtypen in de stad (vanuit Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT)); c. de 3-30-300 regel (om de bereikbaarheid van groen & biodiversiteit te kwantificeren); d. data afkomstig van de Green Challenge 20223. 3

Concreet kijken we hieronder, om de huidige status van groen en biodiversiteit vast te stellen, naar de mate waarin: 1. Delft voldoet aan de Basis Kwaliteit Natuur; 2. Delft op dit moment een gezonde leefomgeving is; 3. groenblauwe netwerken voorkomen; 4. toegankelijke natuur- en recreatiegebieden in en rond de stad bestaan.

4.1.1 Basis Kwaliteit Natuur (BKN) Om inzicht te krijgen in hoeverre Delft voldoet aan de Basis Kwaliteit Natuur (BKN) kijken we onder andere naar de groenstructuur in elke wijk: wat is de verhouding van bomen, struiken, kruiden en gras per wijk en hoe is de opbouw van en diversiteit in de beplanting? De verspreiding van beplantings­ vormen per wijk en de opbouw van de groenstructuur is in Figuur 1 op de kaart inzichtelijk gemaakt. Figuur 2 maakt per wijk het onderscheid naar de percentages boombedekking (%), struiken (%) en gras (%) per km2 inzichtelijk.

Green Challenge: Groene stad Challenge 2022. Data wordt periodiek aangepast

Figuur 2 Vergroeningspercentage per wijk, verdeeld over bomen, struiken en gras, 2022

Figuur 1 Verdeling van bomen, struiken en gras in Delft, 2022

*NB: Beeld is wat vertekend voor de natuur- en recreatiegebieden omdat deze slechts voor een klein gedeelte zijn opgenomen. Visie Groen & Biodiversiteit

16

Nationale Databank voor Flora en Fauna (NDFF) Naast de opbouw van de groenstructuur maken we voor de Basis Kwaliteit Natuur ook gebruik van de Nationale Databank voor Flora en Fauna (NDFF). In deze databank worden de waarnemingen van flora en fauna geregistreerd. We mogen ons in Delft gelukkig prijzen met een groot aantal enthousiaste vrijwilligers, in 2023 alleen al zijn door bijna 1.500 waarnemers 2.604 planten- en diersoorten gemeld en meer dan 39.000 waarnemingen geregistreerd. In de periode 2010-2024 waren dit in totaal circa 4.900 soorten, bijna 300.000 waarnemingen verdeeld over zo’n 4.400 waarnemers. Aan de hand van deze informatie over de wijken in Delft kunnen we diverse biotopen onderscheiden, waarin diverse diersoorten leven: 1. struweel (struweelvogels en grondgebonden zoogdieren, zoals winterkoning en egel); 2. bos (boombewonende vleermuizen en bosvogels, zoals rosse vleermuis en specht); 3. water (libellen, amfibieën en moerasvogels); 4. kruiden (vlinders en insecten).

met uitzondering van de Delftse Hout, Abtswoude en Ruyven. De wijken Tanthof-Oost en -West en Buitenhof kenmerken zich door relatief veel soorten die verbonden zijn aan struweel, kruiden, bos en water. Kruidengebonden soorten zijn redelijk sterk verdeeld over alle wijken. Uit Figuur 3 blijkt overduidelijk een disbalans in de verhouding bomen, struiken/struweel en gras. Het ontbreekt in het merendeel van de Delftse wijken aan voldoende struweel. Dit beeld wordt bevestigd door de data van de NDFF - struweelgebonden soorten komen relatief in weinig wijken voor, met uitzondering van de wijken die tegen of in het buitengebied aan liggen.

4.1.2 Gezonde leefomgeving Groen en biodiversiteit staan in natuurlijk evenwicht met de bebouwing en infrastructuur in de stad Een gezonde leefomgeving kunnen we op diverse manieren meetbaar maken. Op landelijk niveau wordt veelal de zogenaamde 3-30-300 regel gehanteerd om de aanwezigheid van groen en biodiversiteit bespreekbaar te maken.

Onvoldoende struiken Uit de NDFF-data blijkt dat watergebonden soorten in alle wijken redelijk gelijkmatig scoren, met uitzondering van de binnenstad, Voordijkshoorn, Wippolder en Schieweg. Soorten, gebonden aan struweel worden relatief weinig waargenomen

10

8

6

4

2

0

ad

st nen

Bin 

Bos

Water

r t g ft st st f rn f de lde ou we oo ho ho del oo we ou o e r H n i f h f p n w o s e h e a ip ts it ijk tho Sc Vo tho fv lfts W Bu Ab ord Tan Tan De Ho Vo

ban

je Vri

Kruiden

n

yve

Ru

Struweel

Figuur 3 Relatieve verdeling van het voorkomen van soortgroepen over biotopen per wijk

Visie Groen & Biodiversiteit

17

Wat is de 3-30-300 regel? De 3-30-300 regel houdt in dat: • vanuit elke woning of gebouw zicht is op 3 bomen of robuust groen; • bomen in een straat 30 procent beschaduwing geven; • er binnen maximaal 300 meter van een woning een groene plek is van minimaal 200m2. De 3-30-300 regel is met name inzetbaar om inzicht te krijgen in de bereikbaarheid en aanwezigheid van bomen en groen. De mate van biodiversiteit kan uit deze regel niet worden afgelezen, doordat hij niets zegt over de opbouw en kwaliteit van het groen. Actuele informatie over biodi­ versiteit en de opbouw van groen in de stad Delft is te vinden in paragraaf 4.1.1

Om inzicht te krijgen in de bereikbaarheid en aanwezigheid van bomen en groen door middel van de 3-30-300 regel, is gebruikgemaakt van de kaarten van Cobra4. Figuur 4,5 en 6 projecten respectievelijk de 3, 30 en 300 regel op Delft. (Voor een goed leesbare kaart is een uitvergroting opgenomen in de bijlagen bij deze visie).

Figuur 4 Uitzicht op 3 bomen

4

Figuur 5 30% Boomkroonoppervlak

Figuur 6 Afstand voordeur - groene plak maximaal 300 meter. Omvang groene plek minimaal 200m2

Cobra Inzicht, 2022

Visie Groen & Biodiversiteit

18

Wat opvalt in de figuren zijn de donker rood gekleurde delen van de binnenstad en omliggende buurten. Ofwel, de aanwezigheid van zowel bomen, het percentage beschaduwing als een groene plek van minimaal 200m2 is hier beperkt. Wat ook opvalt, is het rood kleuren van de Harnaschpolder bij zowel de 3 als de 30 regel. Dit valt enerzijds te verklaren doordat de aanwezige bomen nog niet zijn volgroeid en daarmee nog onvoldoende schaduw geven (de 30-regel). Anderzijds is bij het ontwerpen van de woonwijk de landschappelijke structuren en inrichting gevolgd, waarbij bijvoorbeeld knotwilgen zijn aangeplant. Deze bieden helaas weinig boomkroonbedekking en dat is hier terug te zien. Tot slot valt het bedrijventerrein Schieoevers op door de mate van verstening.

4.1.3 Groen-blauwe netwerken Ontbrekende boomstructuren of hiaten in de boomstructuur hebben een effect op onder andere de verspreiding van vleermuizen tussen verblijfs- en foerageerplekken. Er zijn in Delft circa 32.100 bomen opgenomen in het gemeentelijk beheersysteem. Deze zijn vooral gekoppeld aan straten, lanen, pleinen en parken. Deze data wijken af van de BGT data en geven een beter beeld van de actuele situatie als weergegeven in Figuur 7.

Figuur 8 De Delftse groen- en ecologische hoofdstructuur

4.1.4 Bereikbaarheid van natuur- en recreatie­gebieden Voor de natuur- en recreatiegebieden zijn uitvoerings­ programma’s opgesteld. De uitvoeringsprogramma’s voor zowel het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland (BLP) als regio Buytenhout (inclusief Delftse Hout) zetten in op het - in gezamenlijkheid - versterken van stad-land verbindingen, van de biodiversiteit en van het toegankelijk recreatief aanbod.

4.2

Conclusie

Wat kunnen we concluderen op basis van deze actuele data? Hoe staat Delft ervoor als het gaat om groen & biodiversiteit? Wat zijn de sterke kanten, waar gaat het goed? En waar is de komende jaren juist extra inzet nodig?

Waar zijn we goed op weg?

Figuur 7 Boomstructuur in Delft (bomen in beheer bij de gemeente)

In Figuur 8 is de huidige groenstructuur weergegeven. Deze kaart omvat zowel de parken en groene plekken (stepping stones) en water- en groenstructuren in de stad als de relatie met de omgeving.

Vanuit de doelstelling Basis Kwaliteit Natuur streven we naar een verhouding van 1 : 1,5 : 1 voor kroonbedekking (bomen), middelhoge vegetatie (struiken en heesters) en lage vegetatie op basis van actuele normstelling (Meliefste 2024). In een aantal buurten en wijken (Voorhof, Buitenhof ) wordt hieraan al redelijk voldaan. Andere wijken vergen onze specifieke aandacht, waarbij door diversiteit aan struiken toe te voegen, zich meerdere soorten kunnen vestigen en direct de weerbaarheid wordt verbeterd. Per buurt en wijk kijken we naar wat haalbaar en wenselijk is.

Visie Groen & Biodiversiteit

19

Afgelopen periode is onder andere ingezet op het vergroenen van de Multatulibuurt. Dit proces is nadrukkelijk samen met de bewoners vormgegeven. Duurzaamheidscentrum De Papaver heeft met haar project Klimaatmaat5 een belangrijke impuls gegeven aan het vergroenen van particuliere tuinen, de aanleg van geveltuinen en het initiatief ‘Tegel eruit, groen erin’. Diverse bewonersinitiatieven, klein en groot, dragen op verschillende plekken in de stad bij aan de leefbaarheid van de stad. Mooie voorbeelden zijn de molentuin bij Molen de Roos, de kwarteltuin in Tanthof-Oost, diverse moestuinen en wormenhotels. Ook de inzet van Duurzaamheidcentrum De Papaver en de vele groen-, natuur- en milieuorganisaties6 helpt bij het begeleiden van mooie initiatieven.

‘Mooie voorbeelden zijn de molentuin bij De Molen en de kwarteltuin in Tanthof-Oost’ Voor bedrijventerrein Schieoevers is een eerste aanzet gedaan om bedrijven te ondersteunen bij het nemen van maatregelen voor het vergroenen van het eigen terrein. Dit heeft geleid tot een tiental initiatieven voor het vergroenen van de directe omgeving. 5 6

Het Beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027 (hierna Beheerplan) noemt diverse initiatieven en projecten die (in de periode 2019-2022) zijn uitgevoerd en die de stad aanzienlijk hebben vergroend en verrijkt qua biodiversiteit: • bij nieuwe aanplant houden we rekening met de meerwaarde voor bijen, insecten, vogels en andere dieren; • er is ingezet op gedifferentieerd beheer, denk aan: natuurvriendelijk maaien; • er zijn meerdere gebieden vergroend, waaronder het Chardonpad, de Gebbenlaan en Bagijnhof; • bij het aanpakken van water- of hittestressproblemen en/of het vervangen van riolering worden kansen benut om onnodige verharding te verwijderen, zoals in de wijken Buitenhof en Tanthof en op diverse parkeerplekken; • Van Gevel tot Gevel, waarmee in de Buitenhof de openbare ruimte vergroend wordt • bij renovatie, zoals in de Julianalaan en het De Vries van Heystplantsoen, is ingezet op kwaliteitsverbetering. Bovenstaande projecten dragen vooral bij aan de eerste drie strategische doelstellingen: de Basis Kwaliteit Natuur, een gezonde leefomgeving en de aanwezigheid van groen-blauwe netwerken.

www.klimaatmaatdelft.nl Onder andere: Delft Bloeit, Groenkracht, Imkervereniging Delft, IVN, Natuurlijk Delfland, Natuurwacht, Visserijbelangen en Vogelwacht Delft e.o.

Visie Groen & Biodiversiteit

20

Natuur- en recreatiegebieden Ook aan doelstelling vier - versterken van natuur- en recreatiegebieden - wordt op diverse manieren al invulling gegeven. Een greep uit de activiteiten: • in het Abtswoudse bos is een natuurspeeltuin aangelegd en is de toegang tot het bos versterkt; • vanuit beheer is in de natuur- en recreatiegebieden ten zuiden en westen van Delft door Staatsbosbeheer ingezet op het vervangen van dode iepen door een gevarieerde beplanting met een hoge diversiteit aan bomen en struiken; • ook in de Delftse Hout is dood hout deels verwijderd, hier juist met het doel open plekken te creëren voor nieuwe vestiging van soorten; • natuur- en milieuverenigingen hebben een natuurvisie opgesteld voor Kerkpolder. Die wordt met Staatsbosbeheer gezamenlijk opgepakt; • de toegankelijkheid van de Delftse Hout is aantrekkelijker gemaakt door het beschilderen van de tunnels onder de A13. Dit is een belangrijke aanzet voor het verder versterken van de stad-land verbinding.

Waar is de komende jaren extra inzet nodig? Uit de data-analyse in dit hoofdstuk blijkt dat in een aantal wijken onvoldoende groene plekken zijn binnen een afstand van 300 meter (5 min lopen) van een woning. Onderzocht wordt welke inzet daarvoor nodig is en of het haalbaar is. Hier is nog inzet nodig, in het besef dat de te realiseren groene plekken geschikt moeten zijn voor mens én dier. Een park, bestaand uit

enkel gras en bomen, voldoet niet aan de gewenste natuur­ kwaliteit. Kanttekening bij deze conclusies is dat de gebruikte informatie en gegevens veelal dateren uit 2022. Het geeft daarmee geen inzicht in de meest recente ontwikkelingen of in geplande activiteiten. In de volgende hoofdstukken gaan we hierop nader in. Bomen, waaronder monumentale bomen, zijn belangrijke dragers voor de stad. Zij staan echter onder druk en gaat het vooral om druk op de ondergrondse ruimte. In het Beheerplan is extra inzet voor het versterken van de kwaliteit en levensduur van (monumentale) bomen geregeld. De kwaliteit van de bodem is van belang voor een gezonde bodem en voor de werking van bodem als spons. Ook de ecologische waterbodemkwaliteit vereist extra aandacht, in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Delfland. In de figuren 7 en 8 is te zien dat de groen- en waterstructuur op een aantal plaatsen barrières vertonen. Inzet is het complementeren van de boomstructuur en het versterken van het vleermuisnetwerk, waarin diverse verblijfplaatsen van deze diersoort (paar-, zomer-, winterverblijf ) met elkaar verbonden worden. Inzet is ook nodig op het versterken van de (ecologische) kwaliteit, toegankelijkheid en opvangcapaciteit van de natuuren recreatiegebieden. Visie Groen & Biodiversiteit

21

5. De stad als ecosysteem: wat gaan we doen?

Visie Groen & Biodiversiteit

22

Na de analyse van de stad anno nu richten we ons op de toekomst: de stad Delft als ecoysteem in 2040. Een stad waarin mens, plant en dier met de omgeving in harmonie leeft. Zoals de inleiding bepleit, is het hoog tijd om een transitie in gang te zetten. Als gemeente streven we - samen met bewoners en bedrijven - naar een gezonde toekomst voor de stad, waarin het prettig is om te wonen, werken, studeren en recreëren. Waarin initiatieven welkom zijn en planten en dieren een volwaardig bestaansrecht hebben. Zo bouwen we aan een stad die goed is voorbereid op de toekomst. Vier strategische doelstellingen (zie hoofdstuk 3) geven richting aan de ontwikkeling van die groene en natuurlijke stad. ‘Samen maken we de stad’ vormt de rode draad voor de verdere ontwikkeling. Insteek hierbij is vooral te kijken naar kansen voor biodiversiteit, een goede opbouw van de beplanting met aandacht voor struiken, meer bomen vanuit aantrekkelijke routes en schaduw en meer aantrekkelijke groen-blauwe plekken op buurt- en stadsniveau. Altijd in aansluiting op de natuur- en recreatiegebieden rondom de stad. Hieronder werken we de beoogde groenontwikkeling, inclusief ‘Samen maken we de stad’, verder uit langs de lijnen van de vier strategische doelstellingen.

5.1 We voldoen minimaal aan het niveau van de Basis Kwaliteit Natuur Vanuit deze doelstelling verbeteren we de natuurlijke stad. We zetten in op het versterken van de intrinsieke waarde van planten- en diersoorten vanuit een basiskwaliteit voor natuur. Dit doen we door per buurt een kansenkaart op te stellen en streefdoelen te bepalen waarmee we komen tot een lijst van mogelijk gerichte maatregelen voor specifieke soorten. Bij ontwikkelingen en vergroeningsplannen ligt onze focus op het realiseren van biotopen voor icoonsoorten die onder meer 7

voor Zuid Holland7 en voor Delft zijn vastgelegd. Bij vergroeningsprojecten zetten we in op beplanting die bijdraagt aan de Basis Kwaliteit Natuur, bijvoorbeeld in de vorm van aanplant van dracht- en voedselplanten, struiken en nestgelegenheden. In het Beheerplan hebben we al een voorschot genomen op de doelstellingen uit deze Visie. Zodat we als gemeente alvast vooruit kunnen met de lopende plannen.

Natuur-inclusief We actualiseren de huidige beleidsregel natuur-inclusief bouwen op basis van de ervaring van afgelopen twee jaar. Hierbij kijken we samen met partners ook naar maatregelen in de bestaande stad en verankeren we de geactualiseerde beleids­regel in omgevingsplannen. Bij werken in de openbare ruimte streven we naar ‘natuur-inclusief ’. Een mooi voorbeeld is de standaard Delftse brug met vleermuisvoorzieningen en de uitwerking van mogelijke natuur-inclusieve voorzieningen bij de Gelatine brug.

Soortbescherming We blijven inzetten op het beschermen van muurvegetatie in de binnenstad. Voor de bescherming van amfibieën zetten we in op specifieke maatregelen in de Delftse Hout, Kerkpolder, Kuiperbuurt en Tanthof in samenwerking met de Delftse natuurverenigingen. Ook ondersteunen we initiatieven voor

Icoonsoorten Zuid-Holland: www.Zuid-holland.nl

Visie Groen & Biodiversiteit

23

specifieke soorten, denk aan de aanleg van ijsvogelplekken, maat­regelen voor vleermuizen en het realiseren van een bijenlandschap.

(Monumentale) bomen Bomen verdienen, als belangrijke dragers van en voor de stad, meer aandacht en in het bijzonder monumentale bomen. In het Beheerplan hebben we al voorgesorteerd op grondverbetering en voldoende ondergrondse ruimte bij aanplant van nieuwe bomen. Zo kunnen we de gemiddelde leeftijd van bomen in de stad verhogen en daarmee de hoog noodzakelijke beschaduwing die zij in volgroeide vorm geven. Uitgangpunt voor bomen en houtopstanden blijft ongewijzigd vanuit de regel: niet kappen, tenzij - inpassen - verplanten - herplant. Schaduwwerking van bomen op zonnepanelen is geen reden tot kap. In de bomenverordening kijken we naar de eisen voor herplant. Bij aanplant gaan we in eerste instantie uit van inheemse bomen, met een mogelijkheid om te kiezen voor andere soorten mits deze bijdragen aan de biodiversiteit. We kijken bij aanplant ook naar de functie en omstandigheden op locatie (fijnstof afvang, beschaduwing, hoge waterstand). Op wijkniveau stellen we de komende jaren vervangingsplannen voor bomen op. Dit om te voorkomen dat over enkele jaren ineens veel bomen tegelijk gekapt moeten worden vanwege ouderdom. Een gefaseerde aanpak zorgt voor het behoud van een groene, aantrekkelijke wijk. Hierbij kiezen we zoveel mogelijk voor bomen die passen bij de omgeving.

8

Klimaatbestendig In straten of lanen zetten we bij aanplant in op diversiteit van soorten bomen. Niet alleen tussen de straten, maar ook op straatniveau zullen vaker meerdere boomsoorten in een straat worden aangeplant, Dit verkleint de kans op ziekten en plagen en biedt een natuurlijke weerstand tegen de gevolgen van klimaatverandering. Vanuit beheer en onderhoud werken we aan een toename van groen. Dit doen we door bijvoorbeeld bij rioolwerkzaamheden extra groen terug te planten. Deze vergroening hoort bij het ontwikkelen van een groennetwerk door de stad en dient de klimaatbestendigheid van Delft. Ook de mogelijke aanleg van klimaatadaptieve parkeerplaatsen en afwatering richting bermen maakt de stad klimaatbestendig. In de stad kunnen - als gevolg van klimaatverandering - extreme hitte en droogte, of juist wateroverlast en hoge waterstanden leiden tot sterfte van de begroeiing of gevoeligheid voor ziekten en plagen. Ook treedt als gevolg van de klimaatverandering een verschuiving op van zuidelijke soorten naar het noorden. Daarom zetten we proactief in op toekomstbestendigheid van planten, struiken en bomen, onder andere gebruikmakend van het bomenonderzoek van de TU Delft8 en landelijke ontwikkelingen.

Kruidenrijke bermen Langs fietspaden en wegen continueren we de inzet op kruidenrijke bermen en natuurvriendelijk beheer, tenzij dit leidt tot onveilige verkeerssituaties. Daarbij willen we aansluiten op het bijenlandschap in wording.

Bomenatlas TU Delft 2023

Visie Groen & Biodiversiteit

24

Integraal onderdeel

Ecologisch beheer

Om groen en natuur een structureel onderdeel te laten zijn van de gebouwde omgeving nemen we dit integraal en volwaardig mee in plannen voor ontwerp, uitvoering en beheer. Bij aanleg en onderhoudswerkzaamheden maken we zorgvuldige afwegingen hoe om te gaan met de - kwaliteit en verwachte levensduur van de - aanwezige bomen en andere beplanting.

Ecologisch beheer draagt in belangrijke mate bij aan de opgave om de biodiversiteit te versterken. We continueren het ingezette beleid op het gebied van natuurvriendelijk maaibeheer in de geest van Kleurkeur. Vanuit de gedragscode van Stadswerk10 werken we ecologische protocollen uit als voorwaarden voor bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet. Het beheer van bermen, bosplantsoen en oevers is gericht op het behouden en versterken van natuurlijke flora en fauna. Dit geldt ook voor het versterken van biodiversiteit op de sportcomplexen. Uitgangpunt is 'ecologisch beheer, tenzij'.

Meer struiken We streven naar een evenwichtige opbouw in de beplanting van gras, kruiden, struiken en bomen. Struiken zijn op veel plekken in de stad onvoldoende aanwezig, terwijl zij juist van groot belang zijn voor de biodiversiteit en voldoende struweel ook essentieel is als biotoop voor grondgebonden zoogdieren, vogels en insecten. Anderzijds houden we bij aanplant ook rekening met de mensen die er wonen en bijkomende kosten voor beheer. En houden ook rekening met het gevoel van sociale veiligheid.

‘We houden ook nadrukkelijk rekening met het gevoel van sociale veiligheid’ Soortmanagementplan Samen met woningbouwcorporaties en particuliere woning­ bezitters implementeren we het soortmanagementplan voor gebouwbewonende soorten in de wijken Buitenhof en Voorhof. We starten met een gelijksoortige aanpak voor Tanthof en Wippolder. Zo maken we - proactief - het isoleren en verduurzamen van vastgoed mogelijk. Tegelijk beschermen we hiermee de leefomgeving van soorten als vleermuizen, gierzwaluwen en mussen.

Samen maken we de stad Op het niveau van wijken gaan we samen met bewoners en lokale organisaties aan de slag om invulling te geven aan de Basis Kwaliteit Natuur. We gaan ook in gesprek om tuinen te vergroenen en we willen gezamenlijk invulling geven aan het bijenconvenant Zuid-Holland9 door uitvoering van de adoptieprogramma’s.

Overlast en verstoring Binnen en buiten de bebouwde kom veroorzaken katten en honden veel schade aan vogels. Via communicatie attenderen we mensen op het broedseizoen met het verzoek om katten in die periode binnen te houden en honden aan te lijnen. Om overlast door ganzen in stedelijk gebied te verkleinen, voert de wildbeheereenheid (WBE) op een aantal plekken in de stad actief nestbeheer. Overlast van meeuwen in de binnenstad blijven we aanpakken door inzet van een valkenier.

Bodem en water Landelijk is gesteld dat bodem en water sturend zijn bij ontwikkelingen. Bodem en water vormen ook in Delft essentiële voorwaarden voor een toekomstbestendige stad. De aandacht voor ecologische kwaliteit van de bodem is tot nu toe onder­ geschikt geweest. Zowel vanuit beheer als ontwikkeling is het van belang de bodem zo min mogelijk te verstoren en te verdichten. De komende jaren zetten we bodembiodiversiteit dan ook steviger op de agenda. De ecologische waterkwaliteit is de laatste jaren verbeterd door onder andere de aanleg van natuurvriendelijke oevers en door het beheer van de watergang door het Hoogheemraadschap van Delfland vanuit de Ecokleurenkoers11. Met resultaat, we zien een toename van een aantal rietvogels in de stad. Tot slot sluiten we aan bij het voornemen van het hoogheemraadschap om vanaf 2024 in te zetten op kwaliteitsbaggeren. Dit verbetert de ontwikkeling van vegetatie (plantsoorten) en daarmee ook het leefgebied voor dieren.

5.2 We creëren een duurzame en gezonde leefomgeving Groen en biodiversiteit zijn in natuurlijk evenwicht met de openbare ruimte, de bebouwing en infrastructuur in de stad Groen en natuur hebben betekenis voor mensen in de vorm van een ontmoetingsplaats, een rustplek of speelplek. In de zomer vinden mensen er ook verkoeling. Vanuit de 3-30-300 regel, die inzicht geeft in de mate van aan- of afwezigheid van groen en bomen op bepaalde plekken (zie ook hoofdstuk 4), onderzoeken we de mogelijkheid van het realiseren van groene plekken (minimaal 500 m2) op een afstand van 300 meter van een woning. Dit kan ook het vergroenen van een bestaande ontmoetings- of speelplek zijn. In sommige wijken is dit niet altijd mogelijk; in die gevallen streven we naar meerdere groene plekken met een grootte van minimaal 200 m2.

9 Bijenconvenant Zuid-Holland: www.zuid-holland.nl 10 Gedragscode Soortenmanagement gemeenten, Stadswerk 2023 11 https://www.hhdelfland.nl/ontdek-werk/schoon-gezond-water/natuurvriendelijk-maaien-ecokleurenkoers/

Visie Groen & Biodiversiteit

25

Groene (ontmoetings-)plekken In diverse wijken willen we aangename, robuuste groene (ontmoetings-)plekken en routes realiseren, grotendeels aansluitend bij activiteiten in de stad. Het vergroenen van de omgeving rondom zorginstellingen, wijk- en buurtcentra of winkellocaties en groene, schaduwrijke verbindingen door de wijk, maakt dat inwoners van de wijk er graag verblijven en elkaar ontmoeten. Het verbinden van activiteiten aan een groene omgeving, bijvoorbeeld door aanleg van natuurspeelplekken of groene schoolpleinen, vergroot de belevingswaarde van groen en zal Delftenaren verleiden om vaker gebruik te maken van de groene kwaliteiten van de stad.

•

Binnenstad In de binnenstad vergroenen we de grachten, in combinatie met de mobiliteitsaanpak. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om extra groene plekken te creëren, bijvoorbeeld bij de Gasthuisplaats en de Prinsenhoftuin. Ook zetten we in op een groene wandelroute rond de binnenstad, waarvan de Westvest en de Phoenixstraat onderdeel uitmaken. Figuur 9 toont het effect van de beoogde vergroening: het opnemen van het Van Leeuwenhoekpark en het vergroenen van de Gasthuisplaats - in de vorm van afstand tot een groene plek - verhoogt het positieve effect op de leefkwaliteit. Aan de noordkant van Delft vergroenen we de Wateringsevest.

•

Voorhof, Buitenhof en Tanthof Voor de wijken Voorhof, Buitenhof en Tanthof zetten we primair in op behoud van de aanwezige groene waarden, beleving en ecologische kwaliteit. De stad gaat hierbij niet op slot: ontwikkelingen blijven mogelijk, mits deze ontwikke­ling de biodiversiteit versterkt en het oppervlak aan groen gelijk blijft, al dan niet in de vorm van groene daken of gevelgroen. Het vergroenen van de openbare ruimte werken we uit in samenhang met de riolerings­ opgave.

•

“Prioriteit”wijken Op basis van de analyse in hoofdstuk 4 ligt de focus voor vergroening in de wijken Molenbuurt, Harnaschpolder, Wippolder, Vrijenban, Tanthof en bedrijventerrein Schieoevers onder andere op het versterken of omvormen van gras naar aantrekkelijke groene plekken. Het creëren van toegankelijke ontmoetingsplekken of een gezamenlijke moes- of pluktuin past in het beeld van ‘groen als medicijn’. Naast ontmoeting, speelruimte en recreatie met schaduw, houden we ook nadrukkelijk rekening met plekken voor dieren, zoals egels. Bij het inrichten nemen we biodiversiteit als randvoorwaarde mee. Een groene plek is immers meer dan gras met een paar bomen.

Samen maken we stad We kiezen er bewust voor om groen en biodiversiteit in Delft mede vanuit sociaal oogpunt sterker op de kaart te zetten. Inzet is het stimuleren, faciliteren, organiseren en/of versterken van bewustwording, zorg en aandacht voor de inrichting, het beheer, het behoud en de ontwikkeling van ons openbaar groen. We delen die verantwoordelijkheid graag met andere partijen, inclusief bewoners en bedrijven. En maken hierbij zoveel mogelijk gebruik van de kennis en deskundigheid die al in de stad aanwezig is. Onder de vlag van ‘Samen maken we de stad’ wil de gemeente Delft inwoners, verenigingen en bedrijven faciliteren en betrekken bij natuur- en groene initiatieven. Hieronder valt ook het beheer om de ecologische kwaliteit te verbeteren en de wens om meer te vergroenen vanuit leefkwaliteit. De wijze waarop we dit met elkaar gaan doen, geven we vorm vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We nodigen bewoners van harte uit mee te denken over zowel buurt-, wijk- als stadsgroen. De openbare ruimte wordt hiermee ook een instrument binnen het sociaal domein.

‘We nodigen bewoners uit mee te denken over buurt-, wijk- en stadsgroen’ Figuur 9 Effect van 'nieuwe' groene plekken op de 300-regel

Dat we met elkaar kunnen beleven, ontspannen, ontmoeten en bewegen in het groen draagt bij aan een sterke samenleving, een hechte sociale cohesie, meer welzijn en een gezonde Visie Groen & Biodiversiteit

26

ontwikkeling van onze kinderen. De doelstelling ‘het creëren van een duurzame en gezonde leefomgeving’ is een gezamenlijk doel voor een sociaal netwerk waarin partners, inclusief bewoners en bedrijven, zich samen inzetten voor meer groen en biodiversiteit in de stad.

Groen sociaal netwerk We zetten de huidige mogelijkheden voor zelfbeheer en groenparticipatie de komende jaren graag voort aan de hand van heldere kaders. Samen met de Klimaatmaat en andere stake­ holders stimuleren we particulieren, woningbouwcorporaties en bedrijven om aan de slag te gaan met vergroening van de ruimte. Voor het versterken van een groen sociaal netwerk, dat zich inzet voor groen en natuur, bevorderen we de mogelijkheden om initiatieven voor een duurzame en gezonde leefomgeving met elkaar te delen en verder te helpen. We zetten hiertoe de komende jaren in op een robuust netwerk en actieve kennisdeling op het gebied van meer groen en biodiversiteit in de stad en de invulling van groene ontmoetings-, sport- en spelplekken.

5.3 We zorgen voor een aaneengesloten groene buitenruimte met een goed functionerend hoofd ecologisch netwerk van groene plekken en leefgebieden

kris-krasroutes door de stad en de nabijheid van het landelijk gebied. Uitgangspunt in dit beleid is behoud en versterking van de hoofdstructuur, waarbij een koppeling met recreatief medegebruik welkom is. De kwaliteit van het ecologisch netwerk is bepalend voor het realiseren van deze doelstelling. Het fijn­ mazige netwerk sluit enerzijds direct aan op de hoofdstructuur en anderzijds op de tuinen van woningen. Hiermee kan het groene netwerk gaan fungeren als nutsvoorziening. De analyse in hoofdstuk 4 toont dat in de groen-blauwe structuur een aantal barrières aanwezig is - denk aan: brede wegen, kruispunten, harde beschoeiing en kades, het ontbreken van bomenrijen - die schade doen aan de leefgebieden van vleermuizen. Concreet zien we deze barrières rond de Westlandseweg, Beatrixlaan, Schoemakerstraat en Kruithuisweg. Figuur 10 laat onder andere de belangrijkste knelpunten zien. We zetten proactief in op het versterken van het netwerk en waar mogelijk koppelen we mitigerende maatregelen aan (nieuwe) ontwikkelingen of werkzaamheden. Bij watergangen blijft de inzet om harde beschoeiing om te vormen naar natuurvriendelijke oevers. Specifiek in de binnenstad nemen we voor de barrièrewerking van de kademuren maatregelen die leiden tot rust- en uitstapplekken voor onder andere watervogels. Ook huisdieren als katten kunnen hiervan profiteren.

Groen is een goede nutsvoorziening De Omgevingsvisie12 van Delft is gericht op het versterken van de groene kwaliteiten van de parken, de principes van dooradering met groen- en waterstructuren, de lange 12 Omgevingsvisie Delft 2040, 2021

Visie Groen & Biodiversiteit

27

het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden Delfland ieder de eigen verantwoordelijkheid oppakt.

Regiopark Buytenhout Regiopark Buytenhout zet, samen met de gemeenten Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer, Staatsbosbeheer en diverse stakeholders, in op het realiseren van een gevarieerd en aantrekkelijk natuur- en recreatiegebied. Met zorg voor de entrees, een gevarieerd en aantrekkelijk routenetwerk, goede balans tussen natuur en recreatie (zonering) en het versterken van de leefgebieden van planten- en diersoorten. Ook is er veel aandacht voor gebiedsmarketing.

Delftse Hout Voor de Delftse Hout zetten we met diverse partijen, waaronder de ondernemersvereniging, de Buytenhouttafel en andere betrokkenen, in op het realiseren van een aantrekkelijk toegang bij de Korftlaan, goede bewegwijzing, het beheer van een vitaal bos, versterken van rietmoeras/ trilveen langs de Tweemolentjeskade, het versterken van de Bieslandse Bovenpolder en een onderzoek naar licht. Figuur 10 Groenstructuur inclusief nog te ontwikkelen verbindingen en barrières in bomenstructuur.

5.4 We versterken de natuur- en recreatiegebieden als groenblauwe oase met natuur, landbouw en recreatie Delft is grotendeels omgeven door een groene mal, bestaande uit de natuur- en recreatiegebieden Delftse Hout (als onderdeel van Regiopark Buytenhout), en Abtswoude, Kerkpolder en het Ackerdijkse bos (onderdeel van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland). Het belang van robuuste regioparken in de Zuidvleugel wordt door de verstedelijkingsopgave in Delft en omstreken des te groter. De toenemende bevolkingsgroei - afgezet tegen de daling van biodiversiteit, klimaatverandering en veranderende recreatievormen - zetten de leefkwaliteit in en rond Delft nog verder onder druk. Dit vraagt om een gezamenlijk aanpak op het gebied van natuur, recreatie, bekendheid en programmering met inachtneming van landschappelijke en natuurwaarden. De natuurgebieden dragen in belangrijke mate bij aan de gezondheid van mens en dier en het behoud van planten en bomen. Deze gebieden zijn bovendien belangrijk voor het behoud en versterken van de natuurbeleving, voor het bieden van recreatiemogelijkheden dicht bij een stedelijke omgeving en het verhogen van de klimaatbestendigheid van de stad. Het is goed te constateren dat, in de groene mal rond de stad, zowel Regiopark Buytenhout als

Provinciaal Landschap Midden-Delfland (BPL) Het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden Delfland (BPL) heeft een gezamenlijk ambitie geformuleerd: het BPL wordt aangemerkt en versterkt als groen-blauwe oase met natuur, landbouw en recreatie. Deze ambitie kent drie hoofd­ opgaven: • Verbinden en versterken van het recreatief landschap voor twee miljoen omwonenden; • Verbinden en versterken van het natuurlijk landschap voor flora en fauna; • Versterken van het agrarisch landschap met koe en grutto in de wei.

Delft Ook Delft zelf neemt de komende jaren initiatieven ter versterking van de omliggende natuur- en recreatie­gebieden. Denk aan: • een sterke programmering ter verbetering van de ecologische kwaliteit in met name de Abtswoudse polder en Kerkpolder; • versterking van de stad-land verbindingen tussen het Abtswoudse bos en de stad; • de aanleg van groene verbindingen via de Tanthofdreef naar Station Delft-Campus en via Schieoevers en de Schie richting binnenstad; • versterking van de ecologische kwaliteit van Kerkpolder; • een aantrekkelijke ‘langzaam verkeer-verbinding’ van Kerkpolder met de wijk Buitenhof; • de inpassing van een fiets-ecoduct over de A13 in combinatie met het metropolitane fietsnetwerk13.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14392787/1