Uitvoeringsbeleid VTH Omgevingswet 2024-2028
Tekst van het document
4.1.2 Meldingsplichten en informatieplichten De belangrijkste meldingsplichten en informatieplichten voor de gemeente bestaan uit de melding kleine (ver)bouwactiviteit, de kleine (ver)bouwactiviteit aan monumenten en meldingen in het kader van de Wkb. De meldingsplichten en informatieplichten worden volledig risicogericht behandeld. Zie hiervoor 4.2.2. De manier waarop de gemeente invulling geeft aan de VTH-taken bij bouwactiviteiten die onder de werking van de Wkb vallen wordt beschreven in hoofdstuk 9.
25
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
4.2 Meerwaarde voor de stad 4.2.1 Vergunningplichten De meerwaarde van vergunningverlening voor de stad is dat activiteiten worden toegestaan die passen in het actuele beleid of die niet passen, maar wel wenselijk en/of goed inpasbaar zijn. En dat ongewenste activiteiten worden tegengehouden. Die meerwaarde vloeit vooral voort vanuit de wettelijke kerntaken. De andere meerwaarde is dat de gemeente risicogericht, preventief toetst of activiteiten o.a. veilig, gezond en duurzaam zijn voor de fysieke leefomgeving. Ook toetst de gemeente of er geen onveilige, hinderlijke of schadelijke situaties ontstaan. De prioriteiten worden op de volgende manier opgepakt bij vergunningverlening. Prioriteiten en uitvoering bij VTH-taken Omgevingswet Wettelijke kerntaken Toetsing totdat aannemelijkheid is aangetoond Wettelijke, risicogerichte taken Toetsing op aannemelijkheid met behulp van een risicogericht toetsingsprotocol, maar nooit op alle onderdelen Bovenwettelijke aandachtsgebieden Wordt alleen meegenomen in integrale afweging bij afwijkingen van het (tijdelijk) Omgevingsplan
4.2.2 Meldingsplichten en informatieplichten Wet Kwaliteitsborging voor de bouw De meerwaarde van de Wkb bestaat eruit dat – in een terughoudende rol – de gemeente de vinger aan de pols houdt dat bouwwerken na nieuwbouw of verbouw veilig gebouwd worden en veilig, gezond en duurzaam zijn om te gebruiken. Prioriteiten en uitvoering bij VTH-taken Omgevingswet Wettelijke risicogerichte taken - Kwaliteit van bouwwerken - Beperkte, risicogericht toetsing. De primaire verantwoordelijkheid ligt wettelijk bij kwaliteitsborgers met een zeer terughoudende rol voor de gemeente. - Waarborgen van veiligheid
- Risicogerichte toetsing op een veilig uitvoeringsplan In hoofdstuk 9 van dit beleidsdocument worden deze nieuwe wet en de inspanningen van de gemeente verder toegelicht. Kleine (ver)bouwactiviteiten Bij kleine (ver)bouwactiviteiten wordt voornamelijk gestuurd op eisen die verband houden met redelijke eisen van welstand. De kleine (ver)bouwactiviteiten worden allemaal op hoofdlijnen gecontroleerd, in het geval van bijzonderheden wordt de (ver)bouwactiviteit getoetst. Prioriteiten en uitvoering bij VTH-taken Omgevingswet Wettelijke kerntaken Globale controle en alleen toetsing op - Welstand onderdelen bij bijzonderheden. 26
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Wettelijke, risicogerichte taken - Kwaliteit van bouwwerken
Globale controle en alleen toetsing op onderdelen bij bijzonderheden.
Kleine activiteiten bij monumenten Bij kleine (onderhouds)activiteiten aan monumentale bouwwerken is de insteek dat deze mogelijk zijn zonder de administratieve belasting van een vergunningtraject, maar wel vooraf wordt getoetst dat de beschermde, monumentale waarden behouden blijven. Prioriteiten en uitvoering bij VTH-taken omgevingswet Wettelijke kerntaken Toetsing vooraf of de UMD van - Behoud van cultureel erfgoed toepassing zijn en er geen monumentale waarden worden geschaad.
4.3 Loslaten en vertrouwen De Omgevingswet maakt het mogelijk om lokaal de vergunningplichten te verminderen voor kleine (ver)bouwactiviteiten in de fysieke leefomgeving. De gemeente heeft dat vooruitlopend al gedaan. Voor een aantal, kleine vergunningsplichtige (ver)bouwactiviteiten heeft het college al bepaald dat het voldoende is als deze worden gemeld en daarbij wordt verklaard dat de uitvoeringsrichtlijnen worden nageleefd. De uitvoeringsrichtlijnen gaan vooral over redelijke eisen van welstand. Als een melding wordt gedaan, wordt de formele vergunningplicht niet gehandhaafd. Het scheelt inwoners, bedrijven en gemeente administratieve lasten, geld en tijd. Deze “bouwmelding” geldt niet voor monumenten, cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, beschermd stadsgebied of ander waardevol gebied. Bij deze kleine verbouwactiviteiten zijn juridisch enkele wettelijke kerntaken en wettelijke, risicogerichte taken in het spel. De impact is echter zo klein, dat toetsing van deze meldingen alleen plaatsvindt in het geval er bij de globale controle bijzonderheden worden opgemerkt. De gemeente gaat er in beginsel van uit dat burgers en bedrijven deze (ver)bouwactiviteiten goed uit kunnen voeren. Voor kleine (ver)bouwactiviteiten aan monumenten is de Uitvoeringsrichtlijn Monumenten Delft (UMD) opgesteld.
Het plan van de aanvrager wordt getoetst door een monumentenadviseur en als het plan voldoet aan de richtlijnen van de UMD dan houden wij de aanvrager niet aan de vergunningplicht. Hierdoor zijn de administratieve lasten voor zowel de gemeente als de initiatiefnemer lager.
4.4 Monitoren Bij de uitvoering van de taken voor vergunningverlening, meldingsplichten en informatieplichten willen we een goed beeld krijgen van effectiviteit van de dienstverlening en de meerwaarde voor (de ontwikkeling van) de stad. Daarom wordt het volgende gemonitord: Aanvragen omgevingsvergunning - Aantallen aanvragen - Aangevraagde activiteiten en aantallen - Voortraject ja/nee - Aanvullende gegevens gevraagd ja/nee 27
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
-
Verdaging beslistermijn ja/nee Buitenplanse activiteit(en) ja/nee Bindend advies van de gemeenteraad ja/nee Regulier of uitgebreide procedure Doorlooptijd Resultaat behandeling Bij weigering: de reden van weigering Vergund bouwvolume in € Aantal vergunde woningen/wooneenheden
Meldingsplichten en vergunningplichten - Type/onderwerp en aantallen - Bij meldingsplichten: resultaat behandeling
28
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
5. Toezicht op de realisatie Het toezicht op de realisatie ziet toe op het realiseren van de vergunning, de daadwerkelijke uitvoering van het plan. Er vindt controle plaats of het bouwen gebeurt volgens de vergunningsvoorwaarden het bouwwerk voldoet aan de relevante wettelijke vereisten. De Wkb brengt voor het toezicht op de realisatie een aantal veranderingen met zich mee. De uitleg van deze veranderingen en hoe de gemeente hier mee om wil gaan is vastgelegd in hoofdstuk 9.
5.1 Prioritering De prioriteiten worden als volgt opgepakt bij het toezicht op de realisatie van vergunningen: Wettelijke kerntaken Op hoofdlijnen gecontroleerd Wettelijke risicogerichte taken Kwaliteit van bouwwerk wordt gecontroleerd met behulp van toezichtsprotocol. Waarborgen van de veiligheid wordt altijd gecontroleerd. Alleen indien opgenomen in vergunde Bovenwettelijke aandachtsgebieden plan
5.2 Effectieve dienstverlening Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning wordt een legesbedrag opgelegd aan de aanvrager. Het werk dat de gemeente verzet voor het verlenen van de vergunning wordt bekostigd uit dit bedrag. Het toezicht op de realisatie is bij dit bedrag inbegrepen. Tijdens het toezicht richten wij ons op de uitvoering van de vergunning en de mogelijke impact van de werkzaamheden op de fysieke leefomgeving. De veiligheidsaspecten, waaronder omgevingsveiligheid, constructieve veiligheid en brandveiligheid hebben hier de hoogste prioriteit. De gemeente houdt hierbij altijd de wettelijke kerntaken in de gaten.
5.3 Meerwaarde voor de stad De gemeente houdt toezicht op dat wat er binnen de wettelijke kerntaken vergund wordt ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt en dat de omgevingsveiligheid gewaarborgd is. Daarbij richt het toezicht op de realisatie zich op aspecten waar de gemeente het verschil kan maken. Voor het publiek belang betekent dit dat de gemeente de hoogste prioriteit geeft aan de veiligheidsthema's waaronder de omgevingsveiligheid. Zo wordt er gecontroleerd op de veiligheid rondom de bouwplaats zodat de werkzaamheden geen gevaar, en zo min mogelijk hinder of overlast opleveren voor omwonenden. Door te controleren op wettelijke risicogerichte taken voldoet de gemeente aan de taak om de aannemelijkheid te toetsen. Hier heeft de vergunninghouder baat bij.
29
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
5.4 Informatie- en risicogericht werken Bij de toezichtsmomenten wordt er aandacht besteed aan de thema’s waar wij als gemeente de grootste risico’s van niet-naleving zien zoals de constructieve veiligheid en brandveiligheid. Hierdoor kunnen de beschikbare middelen en capaciteit zo efficiënt mogelijk ingezet worden. Dit zijn de wettelijke taken die de gemeente risicogericht uitvoert. Het opgestelde toezichtsprotocol faciliteert bij het maken van de keuzes. Op basis van informatie uit het verleden zoals de VTH-jaarplannen en de uitvoering door de jaren hebben we zicht op de overtredingen en de thema’s waar die overtredingen binnen vallen. Deze kennis is verwerkt in onder andere het toezichtsprotocol, waardoor er extra aandacht uitgaat naar onderwerpen waar we meer overtredingen tegenkomen.
5.5 Loslaten en vertrouwen Net zoals de vergunningverlening verloopt ook het toezicht op de realisatie risicogericht. De kleine bouwwerken met een laag risico zijn vooruitlopend meldingsplichtig gemaakt. Bij het realiseren van deze kleinere bouwwerken vindt het toezicht plaats op basis van aselecte steekproeven. De gemeente vertrouwt hierbij op de eigen verantwoordelijkheid van de opdrachtgevers. Bij het uitvoeren van het toezicht op de realisatie wordt er daarom niet op elk aspect van het bouwwerk uitvoerig gecontroleerd. Het toezichtsprotocol geeft aan welke aspecten gecontroleerd worden en in welk detail. Voor de minder uitvoerig gecontroleerde of niet gecontroleerde onderdelen vertrouwt de gemeente op verantwoordelijkheid van de vergunninghouder. De vergunninghouder is er zelf voor verantwoordelijk dat het bouwwerk voldoet aan alle regelgeving. De gemeente controleert hier op sommige onderdelen nog in het kader van het algemeen belang en de dienstverlening maar is hier uiteindelijk niet eindverantwoordelijk voor.
5.6 Monitoren Voor het toezicht op de realisatie van vergunning wordt gemonitord op: - De uitgevoerde controles - Hercontrole of nieuwe controle - De geconstateerde overtredingen - De ernst van de geconstateerde overtreding - De gemaakte uren Voor de rapportage van het toezicht op de realisatie worden de controles vastgelegd samen met geconstateerde overtredingen. Als het nodig is om direct in te grijpen dan wordt dit ook vastgelegd. Hiermee krijgt de gemeente de thema’s van overtredingen inzichtelijk en in welke gevallen de overtreding zo fors was dat direct ingrijpen nodig was. Deze informatie kan gebruikt worden bij het opstellen van de prioriteiten in opvolgende uitvoeringsbeleidsstukken.
30
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
6. Toezicht op de bestaande bouw Voor het toezicht op de bestaande bouw zijn er een aantal opdrachten verstrekt voor het toezicht op het huisvestingsbeleid. Specifiek zijn dit opdrachten voor verkamering, woningsplitsing, toeristische verhuur, de opkoopregeling en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Verder wordt er voor het toezicht op de bestaande bouw gebruik gemaakt van signaal toezicht en is er geen ruimte voor een (risicogericht) toezichtsprogramma. Denk bij signaaltoezicht aan meldingen van omwonenden, collega’s maar ook ketenpartners. De gemeente heeft niet de mogelijkheid om elke melding die binnenkomt op te pakken. De melding wordt beoordeeld en indien de melding aan één van de onderstaande criteria voldoet dan wordt deze opgepakt. - Betreft de melding een handhavingsverzoek? - Is er bij deze melding sprake of vermoeden van direct dreigend gevaar voor de veiligheid of gezondheid of van onomkeerbare schade aan de fysieke leefomgeving of erfgoed? - Past de melding binnen de opdrachten illegale verkamering, woningvorming, toeristische verhuur of BAG? Is één van deze vragen met een ja te beantwoorden dan wordt de melding direct opgepakt. Als de melding niet direct wordt opgepakt dan krijgt de burger hier altijd bericht van. In die gevallen gaat het vaak om situaties die burgers ook zelf op kunnen lossen, maar waar ze wat hulp bij nodig hebben.
In de terugkoppeling probeert de gemeente die hulp te bieden door bijvoorbeeld aan te geven waar meer informatie te vinden is. Eigen constateringen of meldingen van ketenpartners die niet direct opgepakt worden komen op een lijst terecht. De capaciteit die overblijft wordt gebruikt om meldingen op de lijst op te pakken. De keuze hierin is gebaseerd op basis van de combinatie van de vastgestelde prioriteiten en de ernst van de (mogelijke) overtredingen. De bovenwettelijke aandachtsgebieden worden in principe alleen opgepakt als daar een opdracht voor is gegeven. Die opdracht wordt gegeven door het bestuur en gebeurt in samenspraak met het management van de afdeling BBO. In het toezicht op de bestaande bouw wordt door de gemeente ook nauw samengewerkt met de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) als het gaat om de brandveiligheidsvoorschriften. De VRH voert dit toezicht uit door middel van een toezichtsprogramma. Dit toezichtsprogramma wordt opgesteld in samenspraak met de deelnemende gemeentes. Ook voert de VRH in opdracht van de gemeente een vast aantal steekproeven uit bij studentenhuizen om de brandveiligheidseisen te controleren.
6.1 Dienstverlening en meerwaarde voor de stad In de bestaande leefomgeving ontstaat ook meerwaarde voor de stad als inwoners, bedrijven en instellingen goed kunnen vinden hoe zij overlast en (mogelijk) illegale situaties kunnen melden of kunnen verzoeken om handhavend op te treden. De gemeentelijke website is zo ingericht dat bewoners gemakkelijker een overlastmelding in kunnen dienen. Via die route kunnen ook ongewenste situaties en ontwikkelingen alsnog worden opgelost. Het toezicht op de bestaande bouw richt zich voornamelijk op het controleren van de veiligheidsaspecten van bestaande bouw, waarborgen van de gezondheid van bewoners en 31
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
het beschermen van monumenten en cultuurhistorische waarden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het controleren van de brandveiligheid van studentenhuisvesting. Door te focussen op de veiligheidsaspecten draagt het toezicht bij aan het een veilige leefomgeving voor bewoners, bezoekers en bedrijven. De opdracht voor het controleren op de woningvoorraad draagt bij aan een evenwichtige(re) verdeling daarvan. Het behoud van erfgoed, in de vorm van de monumentale panden, heeft bij het toezicht op de bestaande omgeving een hoge prioriteit. De mogelijke schade aan de monumentale waarden is al snel van substantiële of onomkeerbare aard waardoor ingrijpen door de gemeente noodzakelijk is om het behoud te waarborgen. Vanuit het huisvestingsbeleid en de BAG is er een toezichtsprogramma met bijbehorend budget opgestart om de basisregistraties en de woningvoorraad op de orde te houden. Ook het toezicht op de opkoopbescherming heeft een aanvullend budget voor de toezichts- en handhavingstaken.
6.2 Informatie en risicogericht werken Het toezicht op de bestaande bouw vindt voornamelijk plaats op basis van signalen zoals meldingen en handhavingsverzoeken. De handhavingsverzoeken worden altijd opgepakt. De meldingen worden beoordeeld en opgepakt als er bij de melding sprake is van direct dreigend gevaar voor de veiligheid of gezondheid of van onomkeerbare schade aan de fysieke leefomgeving of erfgoed. Voldoet een melding niet aan de criteria dan wordt die melding niet opgepakt. Wel wordt er een lijst bijgehouden van meldingen die niet opgepakt zijn voor het geval de mogelijkheid zich voordoet om de melding wel op te pakken. Door deze manier van werken kan de gemeente de beperkte middelen zo efficiënt mogelijk inzetten. De brandveiligheid bij studentenhuisvesting wordt door middel van steekproeven gecontroleerd. De adressen voor deze steekproeven worden geselecteerd door middel van analyse en combineren van verschillende datastromen zoals bijvoorbeeld de Basis Registratie Personen (BRP). Op basis van vooraf opgestelde criteria worden de daadwerkelijke adressen gekozen.
6.3 Loslaten en vertrouwen In de basis bestaat het toezicht op de bestaande leefomgeving alleen uit signaaltoezicht. Er is geen structureel risicogericht toezichtsprogramma. De gemeente vertrouwt erop dat inwoners en bedrijven eerst zelf verantwoordelijkheid nemen in situaties die niet kloppen met wet- en regelgeving. Zij hebben zelf ook direct belang bij het voorkomen van illegale situaties om hinder voor zichzelf en andere te voorkomen. Het signaaltoezicht vindt plaats naar aanleiding van ingediende meldingen, handhavingsverzoeken en eigen controles op basis van data-analyse. Hierbij vertrouwt de gemeente erop dat in eerste instantie inwoners en bedrijven de verantwoordelijkheid nemen om de overtreding te verhelpen en dat er een melding of handhavingsverzoek wordt ingediend als dit niet goed gaat. Zoals eerder vermeld in dit hoofdstuk maakt de gemeente op basis van een drietal criteria de keuze of een melding wel of niet wordt opgepakt. Een groot deel van de meldingen die niet voldoen aan die criteria zijn meldingen over zaken die burgers ook zelf op kunnen lossen. Als
32
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
een melding niet wordt opgepakt geeft de gemeente informatie aan de melder om het probleem zelf op te kunnen lossen.
6.4 Monitoren en rapporteren Voor het toezicht op de bestaande bouw wordt er gemonitord op: - De uitgevoerde controles - Hercontrole of nieuwe controle - De geconstateerde overtredingen - De ernst van de geconstateerde overtreding - Overtreding van een kerntaak, risicogerichte taak of verleende opdracht - De gemaakte uren Hierdoor wordt de bijdrage van het toezicht op de gestelde opdrachten inzichtelijk gemaakt en wordt de effectiviteit geëvalueerd. Ook wordt er een lijst bijgehouden van openstaande meldingen die niet voldoen aan de criteria om direct af te handelen. Deze meldingen worden bewaard om op te pakken in het geval er capaciteit overblijft.
33
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
7. Handhaven De handhaving vindt plaats op basis van handhavingsverzoeken, meldingen, constateringen tijdens regulier toezicht en ambtshalve controles. Aangezien er risicogericht wordt gewerkt is het toezicht op de bestaande bouw nauw verweven met de handhaving. Naast de vaste uitgangspunten binnen het uitvoeringsbeleid kent de handhavingsfase nog een aantal extra uitgangspunten: - Het ongedaan maken van de overtreding staat centraal - Bij het ongedaan maken van overtreding wordt geprobeerd dit in goed overleg met de overtreder te doen zolang de aard van de overtreding dit toestaat. Bij ernstig gevaar, tijdsdruk of uitblijvend resultaat maakt de gemeente gebruik van de juridische procedures om het gewenste resultaat te behalen. - De opgelegde sanctie wordt toegespitst op de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder - Overtredingen worden zoveel mogelijk voorkomen - In principe alleen handhavingsverzoeken en ambtelijke constateringen die binnen de gestelde wettelijke taken en projecten vallen. In tegenstelling tot de voorgaande hoofdstukken waar we als gemeente nog afwegingsvrijheid hebben zijn we altijd verplicht te handhaven indien er handhavingsverzoek of een overtreding is geconstateerd. Als controles leiden tot de constatering van een illegale situatie, dan ligt de vraag voor of en in hoeverre de gemeente zich inspant om de situatie op te heffen.
Artikel 125 van de Gemeentewet geeft het college de algemene bevoegdheid tot het toepassen van bestuursdwang ter uitvoering van wet- en regelgeving. Handhaving is een bevoegdheid, wat betekent dat het college ook kan afzien van handhaving. Met handhaving bedoelen we in dit hoofdstuk de juridische handhaving. Dit is het afdwingen van normconform gedrag met juridische maatregelen. In welke zaken de gemeente wel en niet met juridische maatregelen normconform gedrag wenst af te dwingen, wanneer en welke sancties we opleggen en wanneer we gedogen, wordt beslist aan de hand van de kaders in dit hoofdstuk.
7.1 Dienstverlening In de handhaving van de bestaande fysieke leefomgeving staat het algemeen belang voorop. Prioriteit hierbij zijn de ingediende handhavingsverzoeken en meldingen met betrekking tot één of meerdere wettelijke taken (kerntaken en/of risicogerichte taken) in combinatie met de ernst van de (vermoedelijke) overtreding. Hiermee draagt de gemeente zo effectief mogelijk bij aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.
7.2 Meerwaarde voor de stad De handhaving van meldingen wordt risicogericht opgepakt. Handhavingsverzoeken worden altijd door de gemeente opgepakt. Bij meldingen wordt een afweging gemaakt of toezicht wordt ingezet. Die afweging is gebaseerd op de eerder genoemde prioriteiten. Er wordt geprobeerd om in overleg tot een oplossing te komen, dit kost de gemeente meer tijd dan een strak handhavingstraject. Dit heeft wel de voorkeur omdat er op deze wijze meer draagvlak is voor de oplossing.
34
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Handhavend optreden door de gemeente is voor bewoners een ingrijpende gebeurtenis en kan gevolgen hebben voor de relatie tussen bewoners (gehandhaafde en verzoeker). In het geval van een verzoek tot handhaving zal er altijd een formele beslissing worden genomen als er een overtreding is geconstateerd. In het geval het een melding is met betrekking tot een wettelijke kerntaak of wettelijke risicogericht taak dan heeft de gemeente de mogelijkheid om via overleg tot een gezamenlijke oplossing te komen. De kern van de handhaving voor de gemeente is dat daar waar direct gevaar dreigt, dat wordt opgelost. Als inwoners en/of bedrijven geen verantwoordelijkheid nemen of niet onderling tot een oplossing komen dan dwingt de gemeente een oplossing af. Daarmee legt de gemeente de focus op die situaties waar dat echt nodig is.
7.3 Informatie- en risicogericht werken De gemeente maakt gebruik van een handhavingsstrategie om éénduidig op te treden en een passende sanctie op te kunnen leggen. Als een zaak wordt opgepakt, bevat de handhavingsstrategie Omgevingswet een matrix waarin aan de hand van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder de sanctie kan worden bepaald. Het toepassen van deze matrix zorgt voor uniformiteit, dezelfde gevallen krijgen dezelfde behandeling, en helpt bij het motiveren van de beslissing van de gemeente. De geldende handhavingsstrategie is terug te vinden op de website.
7.4 Loslaten en vertrouwen Handhaving vindt alleen plaats als er een handhavingsverzoek is of als de situatie voldoende prioriteit heeft. In die gevallen is er geen ruimte meer om dit over te laten aan het zelfoplossend vermogen van inwoners.
7.5 Monitoren Om de handhaving te monitoren worden de volgende gegevens bijgehouden: - Aantallen verzoeken om handhaving - Aantallen afgewezen handhavingsbesluiten - Aantallen genomen handhavingsbesluiten - Aantallen ambtelijke handhavingszaken - Onderwerpen en thema’s van de zaken waar we handhavend optreden - Plaatsing van de overtreding in de sanctiematrix - Aantallen verstuurde brieven voornemen tot handhaving - Aantallen invorderingen en bijbehorende bedragen - Doorlooptijd? Dit is minder dan er in voorgaande jaren is bijgehouden maar dit geeft een duidelijk beeld van de werkvoorraad, de ernst van de geconstateerde overtredingen en de vervolgstappen die nodig zijn geweest om de overtredingen ongedaan te maken. Hiermee krijgt de gemeente inzichtelijk of de prioriteiten op de juiste plek liggen en of het handhavingsproces goed functioneert.
35
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
8. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) brengt voor de gemeente een aantal veranderingen met zich mee. Onder de Omgevingswet wordt de bouwvergunning opgeknipt in twee aparte activiteiten. Dit zijn de ruimtelijke omgevingsplanactiviteit en de bouwtechnische omgevingsplanactiviteit. Deze knip is voor de uitvoering van de Wkb weer van belang. Door de Wkb wordt een onafhankelijke kwaliteitsborger verantwoordelijk voor de controle op de bouwtechnische eisen van een beperkte categorie gebouwen. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de handhaving. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de controle op de ruimtelijke omgevingsplanactiviteit en blijft verantwoordelijk voor de handhaving van beide omgevingsplanactiviteiten. Deze nieuwe verdeling van taken zorgt ervoor dat de gemeente op een andere wijze invulling zal moeten geven aan de VTH-taken. Hieronder wordt daar dieper op ingegaan.
8.1 Informatieverstrekking door de gemeente Om de kwaliteitsborging goed te laten verlopen zal de gemeente voldoende informatie moeten verstrekken. Een tweetal belangrijke onderwerpen zijn de bijzondere lokale omstandigheden en de bouwveiligheid. De gemeente zal informatie moeten verstrekken over de bijzondere lokale omstandigheden die spelen in Delft. Bij bijzondere lokale omstandigheden gaat het om een lokaal risico of lokale situatie waardoor het eindresultaat mogelijk niet voldoet aan de bouwtechnische regels als hier geen rekening mee wordt gehouden. Bijvoorbeeld een bepaalde ondergrond waardoor heiwerkzaamheden bemoeilijkt worden. Om de bouwveiligheid te waarborgen zal de gemeente hier informatie over moeten verstrekken. Denk hierbij aan informatie over wanneer er een bouwveiligheidsplan opgesteld moet worden en hoe de vergunninghouder en kwaliteitsborger kunnen bepalen of er voor de bouwactiviteit een bouwveiligheidsplan nodig is. De ingevulde gegevens in de vorm van een bouwveiligheidsmatrix worden tijdens het informatiemoment aangeleverd bij de gemeente.
8.2 Vergunningverlening Bij de vergunningverlening valt de toets op de bouwtechnische eisen voor bouwwerken in gevolgklasse 1 (denk hierbij aan eengezinswoningen, voetgangerbruggetjes, etc.) weg bij de gemeente. De bouwtechnische toets wordt in die gevallen uitgevoerd door een onafhankelijke kwaliteitsborger. De gemeente krijgt voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden een melding met betrekking tot het bouwwerk. De gemeente controleert deze melding op volledigheid. De ruimtelijke toets voor de bouwwerken in gevolgklasse 1 wordt wel door de gemeente uitgevoerd. Hier zijn de uitgangspunten en prioriteiten zoals vastgelegd in het hoofdstuk vergunningverlening op van toepassing. Dit betekent dat voor een deel van de wettelijke risicogerichte taken de uitvoering wijzigt van een inhoudelijke toetsing naar een systeemtoetsing.
8.3 Toezicht en handhaving Het feit dat de bouwtechnische toetsing bij de kwaliteitsborger ligt, betekent ook dat de gemeente hierop geen toezicht meer houdt. De kwaliteitsborger controleert de bouwtechnische 36
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
eisen tijdens de bouw. De gemeente controleert op de ruimtelijke aspecten, bijvoorbeeld de omgevingsveiligheid en het voldoen aan de welstandseisen. De uitgangspunten en prioriteiten zoals vastgelegd in het hoofdstuk toezicht op de realisatie zijn hier van toepassing. Het uitgangspunt is dat elke bouwactiviteit onder de Wkb verloopt onder het toezicht van een kwaliteitsborger en dat strijdigheden opgelost worden door de kwaliteitsborger en de aannemer. Echter zal het voor gaan komen dat de gemeente in zal moeten grijpen omdat het proces niet goed verloopt of omdat er afwijkingen geconstateerd zijn die niet goed of niet worden opgelost. Die situaties en de reactie van de gemeente worden hieronder beschreven. De gemeente heeft de mogelijkheid om toezichtsmomenten in te plannen om een eigen controle van de bouwtechnische eisen uit te voeren als daar concrete aanleiding toe is. Dit zal altijd maatwerk blijven omdat het sterk afhankelijk is van het bouwplan en daarom per casus beoordeeld moet worden. Het uitgangspunt van de gemeente is om hier terughoudend mee om te gaan en alleen in uitzonderlijke situaties of bij bepaalde bijzondere lokale omstandigheden hier gebruik van te maken. Wel zal de gemeente de eerste paar jaar de meldingen diepgaander controleren bijvoorbeeld door frequentere steekproeven.
Hier is voor gekozen omdat het systeem zich nog niet heeft kunnen bewijzen en de gemeente wel zeker wil zijn van de veiligheid van de bouwwerken. Naarmate alle partijen meer ervaring op hebben gedaan, kan de gemeente overwegen om minder vaak een steekproef uit te voeren bij de meldingen.
8.3.1 Starten zonder vereiste melding Onder de Wkb krijgt de gemeente vier weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden een melding met daarin onder andere een risicobeoordeling van de kwaliteitsborger. Bij het indienen moet er vermeld worden welke kwaliteitsborger toezicht houdt en welk instrument er gebruikt gaat worden. In het geval de melding onvolledig is, er geen kwaliteitsborger vermeld wordt of als de kwaliteitsborger niet met het gekozen instrument mag werken, grijpt de gemeente in. In de gevallen dat de melding niet volledig is geldt de melding niet en wordt die wettelijke gezien als niet gedaan. De gemeente laat dit aan de melder weten met daarbij de vraag om een nieuwe volledige melding te doen. 8.3.2 Strijdigheden met bouwtechnische eisen Tijdens het bouwproces bestaat er de kans dat er strijdigheid met de bouwtechnische eisen ontstaat. In eerste aanleg zal de kwaliteitsborger dit samen met de aannemer en de vergunninghouder proberen op te lossen. Mocht dit niet lukken dan informeert de kwaliteitsborger de gemeente hierover. De gemeente zal de vergunninghouder altijd informeren. Of de gemeente verdere stappen onderneemt is afhankelijk van de prioriteiten, de ernst van de strijdigheid en het gedrag van de verantwoordelijken.
Betreft de strijdigheid één van de eerdergenoemde prioriteiten zoals bouwtechnische eisen, brandveiligheid of gezondheid dan geeft de gemeente hier in ieder geval verdere opvolging aan. Als de gemeente in moet grijpen door middel van een formeel sanctiemiddel wordt de sanctiematrix toegepast om de zwaarte van de sanctie te bepalen. Hierbij kan het bijvoorbeeld zijn dat de bouwwerkzaamheden stil worden gelegd totdat de situatie weer in lijn is gebracht met de wettelijke voorschriften.
37
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
8.3.3 Niet aangetoond dat er wordt voldaan aan bouwtechnische eisen De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de bouwtechnische eisen ligt primair bij de vergunninghouder en de aannemer. De kwaliteitsborger controleert hierop. Het is daarmee ook aan de vergunninghouder, aannemer en kwaliteitsborger om aan te tonen dat het bouwwerk voldoet aan de eisen. Zij zullen dus aan moeten tonen hoe een strijdigheid is opgelost. Als er bij een bepaalde situatie geen bewijs meer kan worden verzameld zal de kwaliteitsborger samen met de vergunninghouder en aannemer een methode moeten vinden om alsnog aan te kunnen tonen dat het bouwwerk voldoet aan de gestelde bouwtechnische eisen. 8.3.4 Kwaliteitsborger kan geen verklaring afgeven Aan het einde van het bouwproces geeft de kwaliteitsborger een verklaring af dat het bouwwerk zoals dit gebouwd is voldoet aan de bouwtechnische eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Als de kwaliteitsborger geen verklaring af kan geven omdat het bouwwerk niet aan de eisen voldoet zal de gemeente een afweging moeten maken tussen de ernst en de aard van de afwijking, de gestelde prioriteiten en de mogelijke sancties en de evenredigheid. 8.3.5 Gedeeltelijke oplevering van een bouwproject Bij seriematige bouw waarin bijvoorbeeld een woonwijk wordt gerealiseerd kan het voorkomen dat sommige gebouwen al klaar zijn maar andere nog niet.
In dat geval kan er nog geen verklaring worden gegeven omdat nog niet alle bouwwerkzaamheden zijn afgerond. Uit de handreiking van het Centraal overleg Bouwconstructies blijkt dat er een drietal opties bestaan om hiermee om te gaan. De gemeente heeft de keuze gemaakt dat er per bouwfase van het project het volledige Wkb-proces doorlopen moet zijn. Dit betekent dat de gemeente per bouwfase een bouwmelding, gereedmelding en compleet dossier bevoegd gezag aangeleverd krijgt. Deze manier van werken is in lijn met de uitgangspunten van de Wkb, sluit aan op het advies van het Centraal overleg Bouwconstructies en geeft voor de betrokken partijen de meeste zekerheid.
8.3.6 Kwaliteitsborger functioneert niet De kwaliteitsborger vervult een belangrijke rol in het proces. De controle op de bouwtechnische kwaliteit van de bouwwerken ligt bij de kwaliteitsborger, dit is een taak die naar behoren uitgevoerd moet worden. De eigenaar van het bouwwerk en de gemeente moeten erop kunnen vertrouwen dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen en dus een veilig bouwwerk is om te gebruiken. Het kan voorkomen dat de kwaliteitsborger de taak niet naar behoren vervult. Bijvoorbeeld door een incorrecte toepassing van het instrument of het niet melden van een technische strijdigheid. De gemeente heeft niet de mogelijkheid om de kwaliteitsborger zelf te sanctioneren. In plaats daarvan heeft de gemeente de mogelijkheid om een melding te maken bij de instrumentaanbieder. De instrumentaanbieder sanctioneert dan de kwaliteitsborger op basis van de ernst van de melding.
8.4 Loslaten en vertrouwen Voor het uitvoeren en slagen van de WKB is het van groot belang dat de gemeente een aantal zaken loslaat. Het proces rondom de Wkb is zo vormgegeven dat het uiteindelijke gerealiseerde bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen en dat primair de opdrachtgever daarvoor aan zet is. De opdrachtgever heeft er ook het meeste belang bij dat het bouwwerk voldoet aan de 38
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
regels. Bij het afronden van de bouwwerkzaamheden geeft de kwaliteitsborger hier ook een verklaring over af, voldoet het gebouw niet dan kan er geen verklaring afgegeven worden en kan het gebouw niet in gebruik genomen worden. Dit proces is erop gericht dat het gerealiseerde bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen. De gemeente zal op dit proces en de spelers daarbinnen moeten vertrouwen. De gemeente zal de eigen rol met betrekking tot de bouwtechnische toetsing voor gevolgklasse 1 los moeten laten zodat deze ingevuld kan worden door de kwaliteitsborgers.
39
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
9. Verantwoordingscyclus en doorontwikkeling Een belangrijke voorwaarde voor het professioneel leren en continu verbeteren van de eigen prestaties is het hebben van een duidelijke en transparante beleids- en verantwoordingscyclus. Dit staat ook wel bekend als de Big 8 cyclus. Hiertoe onderscheiden wij de volgende evaluatie, besluitvormingsdocumenten en momenten: • Het Uitvoeringsbeleid VTH: dit wordt eenmaal per vier jaar vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd door het college. Door een frequentie van vier jaar aan te houden kan in iedere raadsperiode het VTH-beleid bijgesteld worden. Het Uitvoeringsbeleid VTH combineert drie elementen uit de Big 8 cyclus. o Een evaluatie en probleemanalyse met betrekking tot de risico’s die de fysieke leefomgeving bedreigen. o Een strategisch beleidskader met prioriteiten op hoofdlijnen en de wijze waarop deze tot stand komen. o Een operationeel beleidskader met duidelijke richtlijnen voor de concrete VTHwerkzaamheden op de verschillende regelingen en wetsdomeinen. • Het VTH-jaarplan: het VTH-jaarplan wordt jaarlijks opgesteld en wordt vastgesteld door het college en ter kennisname doorgestuurd naar de gemeenteraad. Het VTH-jaarplan geeft invulling aan de onderste helft van de Big-8 cyclus.
Dit plan bevat onder andere: o De resultaten bij de uitvoering van de VTH-taken van het afgelopen jaar en de conclusies die de gemeente daaruit kan trekken over bijvoorbeeld thema’s die prioriteit hebben of zouden moeten krijgen. o De verwachte werkdruk voor alle VTH-taken voor het komende jaar en welke consequenties dat heeft voor de capaciteit. o Een indicatie hoe de beschikbare capaciteit zal worden ingezet over de verschillende VTH-taken en hoe dit wordt gefinancierd. 40
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
o
•
Het VTH-jaarplan bevat daarmee ook de feitelijke inhoud van de jaarlijkse opdracht aan de verschillende afdelingen die betrokken zijn bij het VTH-beleid. De programmabegroting: in de begroting wordt het budget opgenomen voor de uitvoering van de VTH-taken. Het gemeentelijk beleid is dat er geen budgetten worden begroot zonder een concreet ingevuld doel. Bij het vaststellen van de begroting wordt dus al vooruitgekeken naar mogelijke prioriteiten. Daarvoor kan binnen het begrotingsproces budget voor worden gevraagd. De verwachting daarbij is dat het budget kan worden vrijgemaakt als kan worden aangetoond dat een project noodzakelijk is.
Buiten deze documenten en bijbehorende afstemmingsmomenten reserveert de gemeente geen capaciteit voor het opstellen van andere periodieke Omgevingswet-rapportages. Met deze drie documenten is er een sluitende leercirkel gecreëerd.
41
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
10. Financiën In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de verdeling is van de kosten en baten van de uitvoering van de VTH-taken binnen de Omgevingswet. De verwachting voor de Omgevingswet en de Wkb is dat er minder vergunningverlening zal plaatsvinden en dat er meer toezicht en handhaving nodig zal zijn. De consequentie van deze verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving is dat er minder legesbaten zullen zijn en er meer aanspraak gedaan zal worden op de algemene middelen. Toezicht op de bestaande leefomgeving en handhaving mogen niet vanuit de leges betaald worden waardoor deze bekostigd moeten worden vanuit de algemene middelen.
10.1 Legesmodel Omgevingsvergunningen In het legesmodel omgevingsvergunningen zijn alle kosten en baten verbonden aan het behandelen van aanvragen opgenomen. Hierbij is wettelijk vastgelegd dat de legesverordening maximaal 100% kostendekkend mag, maar dat mag ook lager zijn. De gemeente heeft als uitgangspunt dat het legesmodel omgevingsvergunningen 100% kostendekkendheid is. De legesverordening is een door de raad vastgesteld, gesloten circuit met een daaraan verbonden voorziening om fluctuaties door goede en minder goede jaren op te vangen. Leges worden bij afhandeling van de aanvraag in rekening gebracht. Realisatie van het vergunde plan start vaak later en kan langer dan één jaar duren. De voorziening moet daarom ook borgen dat er op dat moment voldoende middelen zijn voor het toezicht op de realisatie. Voor omgevingsvergunningaanvragen met betrekking tot milieubelastende activiteiten mogen onder de Omgevingswet weer leges in rekening gebracht worden, dit is echter niet verplicht. De gemeente Delft is wel voornemens om deze milieuleges te gaan heffen en heeft de Omgevingsdienst Haaglanden verzocht om de mogelijkheden hiertoe te verkennen. Op basis van de uitkomsten van die verkenning zal de gemeente een beslissing maken over het al dan niet heffen van leges op milieubelastende activiteiten.
Omdat de legestarieven voor de milieubelastende activiteiten nog niet bekend zijn worden deze niet meegenomen in de begroting en zullen deze hier ook niet verder besproken worden. Het legesbeleid is geen onderdeel van het Uitvoeringsbeleid VTH, maar de inspanningen vanuit het VTH-beleid hangen wel samen met legesbeleid. De gemeente mag leges heffen voor de behandeling van omgevingsvergunningaanvragen waarin er sprake is van bijvoorbeeld bouwen sloopactiviteiten, het aanpassen van monumenten, maar ook op milieubelastende activiteiten en activiteiten die vanuit de APV legesplichtig en/of onder de Omgevingswet vergunningsplichtig zijn. De hoogte van de leges en de berekening ervan staat in de legesverordening. De legesverordening wordt jaarlijks vastgesteld bij de behandeling van de gemeentebegroting. De gemeente werkt zoveel mogelijk kostendekkend. Verzoeken om ontheffing van legesbetaling, bijvoorbeeld in het geval van een maatschappelijk initiatief, staan op gespannen voet met het principe waarvan in het belastingrecht wordt uitgegaan. Daar komt bij dat er ook een financieel tekort kan ontstaan. Het stimuleren van maatschappelijke initiatieven kan dus niet via de legesverordening of een ontheffing daarvan, maar zal via een andere route moeten verlopen.
42
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
De begrote kosten die gedekt worden vanuit de leges in 2023 zijn voor Delft €3.077.000. Een deel van de taken van de Veiligheidsregio Haaglanden worden ook bekostigd uit de leges. Voor 2023 was dit begroot op €215.000. In 2022 zijn de kosten voor Delft begroot op €3.435.000. Voor de Veiligheidsregio waren de kosten in 2022 begroot op €194.000.
10.2 Algemene middelen Zoals eerder genoemd zijn er een aantal activiteiten die bekostigd worden vanuit de algemene middelen. Activiteiten die de gemeente uitvoert in het kader van het algemeen belang, moeten uit algemene middelen worden betaald. Dit zijn bijvoorbeeld alle vormen van handhaving, maar ook toezicht op omgevingsactiviteiten die niet direct verbonden zijn aan de realisatie van een vergunning valt onder de algemene middelen. Daarnaast valt het behandelen van juridische procedures zoals bezwaar, beroep, hoger beroep en woo-verzoeken onder de algemene middelen. En het uitvoeren van evaluaties en het opstellen van jaarprogramma’s. . In 2022 was er €602.000 begroot voor de uitvoering van de gemeentelijke taken vanuit algemene middelen. Voor de Omgevingsdienst Haaglanden en de Veiligheidsregio Haaglanden komt hier gezamenlijk nog rond de €1.628.000 bij. Voor 2023 is voor de gemeentelijke taken vanuit algemene middelen een bedrag begroot van €918.000. Voor de uitvoering van een aantal wettelijke taken en bovenwettelijke aandachtsgebieden zijn er daarbij aanvullende budgetten vrijgemaakt.
10.3 Overzicht dekking vanuit leges en algemene middelen De uitvoering van de VTHtaken is de afgelopen jaren gelijk gebleven. De begrotingen van 2022 en 2023 geven een beeld van de kosten en baten vanuit de algemene middelen en leges. Zie de tabel hiernaast:
43
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
11. Toekomstige ontwikkelingen In de komende vier jaar komen er naast de in dit beleidsstuk besproken taken nog extra thema’s op de gemeente af waar ook een rol voor de VTH-processen is weg gelegd. Deze extra thema’s zijn zowel toekomstige wettelijke taken als bovenwettelijke aandachtsgebieden.
11.1 Opdrachtgericht Zo is de gemeente bijvoorbeeld bezig met het opstellen van een routekaart om de gemeente Delft in 2050 klimaatneutraal te hebben gemaakt. Om hier te komen zal er ook inzet vanuit de VTH-processen nodig zijn. Zo zal er gecontroleerd moeten worden op de energiebesparingsplicht en energielabel C (en nog verder in de toekomst energielabel A) voor kantoorgebouwen. Ook gaan er in de toekomst energieprestatie-eisen gelden voor nieuwbouw en renovatie van gebouwen. Daarnaast geldt er een EED-auditplicht voor bepaalde bedrijven. De gemeente moet controleren of partijen zich ook daadwerkelijk aan deze regels houden. Deze controles kosten de gemeente extra tijd en middelen. Om de druk op het toezicht en de handhaving te verlichten zullen partijen eerst over de vereisten geïnformeerd worden, daarna worden partijen aangesproken en gestimuleerd om hun verantwoordelijkheid te nemen. Mocht dat alles geen effect hebben pas dan zal er toezicht gehouden worden en indien nodig gehandhaafd. Naast het klimaatneutraal maken van de gemeente Delft is ook de schaarse woningvoorraad en de staat daarvan een aandachtsgebied. Zo zijn er huurwoningen waar vocht en schimmelproblemen voorkomen. Het is mogelijk dat de gemeente een rol krijgt in het oplossen van dit probleem. Bijvoorbeeld door te controleren op voldoende ventilatie in de woningen. Het terrassenbeleid is recentelijk herzien.
Uit deze herziening komen ook een aantal toezichten handhavingstaken voort. Zo zullen bijvoorbeeld elementen die bouwwerken zijn, bijvoorbeeld grote parasols, getoetst moeten worden. Ook dit brengt een prioriteringsvraagstuk voor de gemeente met zich mee.
11.2 Flexibel budget Buiten deze thema’s om is er nog een grote variatie aan regelgeving waarop gecontroleerd kan worden. Voor veel van deze thema’s gaat het niet om overtredingen met direct dreigend gevaar. Ook kunnen het overtredingen zijn waar burgers weinig hinder van ondervinden. Wel hebben deze overtredingen invloed op de openbare ruimte, de evenwichtige toedeling van functies en bebouwing van de leefomgeving. Omdat Delft een compacte stad is met schaarse openbare ruimte moet het gebruik daarvan goed overwogen worden. Denk hierbij aan bedrijven die op een bepaalde plek zitten waar ze op basis van het bestemmingsplan eigenlijk niet gewenst zijn of het plaatsen van bouwwerken in de openbare ruimte Op dit soort overtredingen zouden we meer willen controleren om het naleefgedrag over de breedte van de bouwregelgeving te verhogen. Ook is de gemeente dan meer zichtbaar in de stad en blijft de bouwregelgeving onder de aandacht. Het voorstel is om hiervoor een flexibel budget toe te kennen aan de afdeling BBO. In het VTHjaarplan zal invulling gegeven worden aan het budget voor het komende jaar. Door dit in het 44
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
VTH-jaarplan vast te stellen kan het bestuurlijke gesprek over de inzet gefaciliteerd worden en is het mogelijk om te rapporteren op de resultaten. De hoeveelheid programmatisch toezicht dat uitgevoerd en gehandhaafd kan worden is sterk afhankelijk van de grote van het budget dat ter beschikking wordt gesteld. Om een beeld te schetsen: in 2022 was er €500.000 begroot voor toezicht en handhaving op de bestaande bouw. Daarvan zijn 420 controles op de bestaande leefomgeving uitgevoerd en 83 handhavingszaken opgepakt. Van die handhavingszaken waren er 63 naar aanleiding van een handhavingsverzoek en 20 naar aanleiding van een ambtelijke constatering.
45
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Bijlage I – Terugkoppeling ontwikkelingspunten In het Uitvoeringsbeleid VTH 2016-2020 zijn negen ontwikkelingspunten vastgelegd. Zie de tabel hieronder voor een overzicht van deze ontwikkelpunten. Ontwikkelingspunt Doel Wanneer 1. Opstellen en vaststellen Verordening Verbeteren kwaliteit uitvoering 2e helft VTH omgevingsrecht vergunningverlening, toezicht 2016 en handhaving. 2. Ontwikkelen methodiek voor de Informatie- en risicogestuurd 2016/2017 inschatting van risico’s en het stimuleren toezicht houden en handhaven. van naleefgedrag. ICT faciliterend maken voor Efficiënt en effectief kunnen Zo snel 3. medewerkers. handelen. mogelijk 4. Overeenstemming bereiken over Komen tot informatie- en risico- 2016 uitvoering van de Wabo-taken met de gestuurd uitvoeren van toezicht VRH. en handhaving. Voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.1. 5. Opstellen gemeentelijk Bekendheid met 2016 archeologiebeleid. archeologische (door monumentenzorg, de wettelijke Erfgoed voorschriften en procedures Delft) vergroten. Het hebben van archeologiebeleid is wenselijk ivm de Omgevingswet. 6. Bij ontvankelijkheidstoets omgevings- Eventuele nadelige en/of Direct vergunning globaal op inhoud schadelijke problemen later in invoeren beoordelen of informeren Archeologie het proces voorkomen. noodzakelijk is 7.
Bij ontvankelijkheidstoets omgevings- Eventuele nadelige en/of Direct vergunning globaal op inhoud schadelijke problemen later in invoeren beoordelen of informeren van het proces voorkomen. stadsecoloog noodzakelijk is. 8. Onderzoeken of de Landelijke Efficiënt om één handhaving- 2e helft Handhavingstrategie Wabo-breed kan strategie te hanteren maar moet 2016 worden ingezet en zo ja, deze wel Wabo-breed toepasbaar vervolgens toepasbaar laten verklaren zijn. door het college. 9. Opwerken protocol (leidraad) Transparantie 2017 handhavings-acties en termijnen. Aan het merendeel van deze ontwikkelpunten is uitvoering gegeven. Met van de doorontwikkeling van de VTH-jaarplannen en het uitvoeringsbeleid VTH wordt er uitvoering gegeven aan ontwikkelpunten 1 en 2. Bij de invoering van het nieuwe zaaksysteem Powerbrowser is er kritisch gekeken naar de workflow en de ondersteuning die Powerbrowser kan bieden. Verder kan Powerbrowser ook op mobiele apparaten gebruikt worden wat de werkzaamheden buiten kantoor ondersteunt. Hiermee wordt er een belangrijke bijdrage 46
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
geleverd aan ontwikkelpunt 3. De punten 5 en 9 zijn nog niet afgerond of nog niet uitgevoerd. Punt 5 betreft het opstellen van een gemeentelijk archeologiebeleid, dit is nog niet afgerond. Het beleid met bijbehorende beleidskaart en onderzoeksagenda wordt door de afdeling Erfgoed verder uitgewerkt. Ook punt 9, het opwerken van een protocol Transparantie handhavingsacties en termijnen is nog niet uitgewerkt. Dit punt betreft een protocol met daarin voor veelvoorkomende overtredingen een vaste begunstigingstermijn en een vast bedrag voor de dwangsom. De handhavingszaken zijn zeer divers waardoor de begunstigingstermijn en bedrag van de dwangsom per casus bepaald moet worden. Een verdere verkenning op een later moment is echter niet uitgesloten.
47
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Bijlage II – Evaluatie en samenvattingen interviews Het Uitvoeringsbeleid VTH 2016-2020 is onder andere door middel van interviews met de betrokken afdelingen geëvalueerd. De eerste gesprekken zijn gevoerd met uitvoerende collega’s die direct met het uitvoeringsbeleid en de daarin vastgelegde kaders te maken hebben. De uitkomsten van die gesprekken zijn verwerkt en geanonimiseerd waarna dit besproken is met de coördinatoren van de betrokken afdelingen. Dit voor verdere duiding en nuancering van de bevindingen. Ook deze uitkomsten zijn verwerkt en geanonimiseerd. Hieruit zijn de prioriteiten voortgekomen, verdere hoofdlijnen voor dit beleidsstuk en bijvoorbeeld ook de nieuwe opzet. Vervolgens zijn de prioriteiten en hoofdlijnen besproken met de betrokken afdelingshoofden. De interviews zijn gehouden met de afdeling BBO waar de constructeurs, de binnendienst en de buitendienst apart zijn geïnterviewd, de afdeling Erfgoed, de afdeling Ruimte en de juristen van de afdeling Veiligheid Advies. In elk interview zijn de verschillende fases, te weten voorlichting en vooroverleg, vergunningverlening, toezicht op de realisatie van vergunningen, toezicht op de bestaande omgeving en handhaving aan bod gekomen. Om de gesprekken gestructureerd te laten verlopen en om er zeker van te zijn dat de belangrijkste onderwerpen aan bod komen zijn er voorafgaand aan de interviews vragen opgesteld.
Daarbij is ruimte gelaten voor de geïnterviewden om zelf ook onderwerpen of observaties ter sprake te brengen. De input van de interviews is verwerkt in het stuk. Zo zijn bijvoorbeeld de thema's met prioriteit aangepast zijn er aanpassingen gedaan in de cijfers die gemonitord worden. Ook is de opzet van het uitvoeringsbeleid aangepast. In het voorgaande beleid werd per beleidsthema aangegeven hoe de gemeente hier in haar VTH-taken mee omgaat. In het huidige beleid is per fase aangegeven hoe de gemeente invulling geeft aan die fase. Per fase is er weinig onderscheid tussen de beleidsthema's en zijn de verschillende prioriteiten leidend. Deze wijziging brengt een betere focus aan in het stuk en vergroot de algehele leesbaarheid. Zie hieronder nog voor een samenvatting van feedback uit de gevoerde gesprekken met de eerdergenoemde afdelingen en coördinatoren. Vooroverleg en verkennen initiatief
Uitkomst interviews
Algemeen
Initiatief verkennen
Afstemming tussen afdelingen verloopt nu soms nog moeizaam, naar verwachting zal dit verbeteren onder de Omgevingswet. Gaat een grote rol spelen onder de Omgevingswet en zullen we als gemeente goed moeten regelen. Afdeling Erfgoed stuurt actief hierop aan als het initiatief cultuurhistorische waarden bevat. Een goed voortraject is van belang voor de vergunningaanvraag. Het bereiken van overeenstemming tussen initiatiefnemer en gemeente zorgt voor een soepelere vergunningverlening.
48
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Informatievoorziening
Vergunningverlening
Verkennen van het initiatief is een investering vooraf maar levert voor zowel de initiatiefnemer als de gemeente veel op. Hier kan de eigen verantwoordelijkheid van de burger benadrukt en toegelicht worden. Vooral voor de veranderingen door de Wkb is het belangrijk dat de verantwoordelijkheden duidelijk zijn. Voldoende informatie verstrekken over de Wkb. Meer aandacht besteden aan monumenten. Burgers weten nu vaak nog niet wat er van ze verwacht wordt en wat wel en niet kan met betrekking tot monumenten. Benadruk het belang van een volledige vergunningaanvraag en hoe een volledige vergunningaanvraag eruitziet.
Uitkomst interviews Algemeen Gemiddelde aanvrager lijkt verantwoordelijkheid te pakken en zo niet dan wordt de aanvrager hierop gewezen. Prioriteiten Constructieve veiligheid is belangrijk! Gezondheid (vocht, ventilatie) is lastig te controleren tijdens de vergunningverlening. Duurzaamheidsaspecten zouden opgenomen moeten worden als prioriteit voor de vergunningverlening. Woningsvorming, verkamering, etc zijn prioriteit voor toezicht op de bestaande omgeving en handhaving maar nog niet voor vergunningverlening. Kunnen we daar meer mee? Risicogericht Risicogericht werken is voor de Afdeling Erfgoed een belangrijk uitgangspunt. Voor een aantal simpele (ver)bouwactiviteiten hanteren we een meldingsplicht. Vergunningverlening kan zich dan richten op de meer risicovolle activiteiten. ToetsingsProtocol is opgesteld voor constructieve toetsing protocol van vergunningaanvragen. Geeft aan welke aspecten op hoofdlijnen getoetst worden en welke diepgaand getoetst worden. Naar verwachting in derde kwartaal van 2023 afgerond. Monitoren Verzoeken om aanvulling tellen? Bijhouden waarom een vergunning wordt geweigerd? Legesdekking, huidige grafiek hiervoor is interessant. Helpt bij evaluatie of we op de juiste dingen inzetten.
49
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Bijhouden van aantal aanvragen met voorafgaand vooroverleg. Dit geeft inzicht in de bijdrage van het verkennen van het initiatief op het doorlopen van het vergunningenproces. Bijhouden van uitval en hierbij de link leggen naar wel of geen vooroverleg. Doorlooptijd van de vergunning bijhouden en hierbij de link leggen naar wel of geen vooroverleg. Toezicht realisatie
op
Uitkomst interviews Algemeen Prioriteiten
Monitoren
Toezicht bestaande omgeving handhaving
op
Toezichtsprotocol voor diepgang van controle. Gezondheid (vocht en ventilatie) is tijdens het toezicht niet veel aandacht voor want lastig te controleren. Misschien hier een quick scan van maken. Constructieve veiligheid, brandveiligheid en omgevingsveiligheid zijn voor T&H van groot belang. Mogelijkheid om voor sommige thema’s een streefniveau te hanteren en voor sommige andere alleen een screening. Ernst van de overtreding is niet heel belangrijk. Het is belangrijker om bij te houden hoe vaak we als gemeente direct in moeten grijpen. Registreren van het aantal bezoeken per locatie. Registreren hoe vaak er afgeweken wordt van de verleende vergunning. Naleefgedrag van de Wkb registreren. Uitkomst interviews
en Algemeen
Meldingen en verzoeken
Onderscheid tussen handhaving en toezicht op de bestaande bouw is soms lastig te maken. Er wordt risicogericht toezicht gehouden waardoor er in veel gevallen (vermoedelijk) iets aan de hand is, hierdoor is er in veel gevallen ook direct sprake van handhaving. Bulk van het werk voor handhaving betreft verzoeken tot handhaving. Zit hier een pijnpunt? Er zijn veel meldingen die niet opgepakt kunnen worden door de beperkte capaciteit. Niet per sé een pijnpunt, het informeel (zonder juridische stappen) oplossen kost veel tijd omdat er geen wettelijke termijn mee gemoeid is.
50
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Prioriteiten
Monitoren
Veel gesprekken met waardoor formele juridische stappen niet meer nodig zijn. Verkamering en andere thema’s met betrekking tot de woningvoorraad zijn een groot onderwerp voor toezicht op de bestaande omgeving en handhaving. Constructieve veiligheid, brandveiligheid en omgevingsveiligheid zijn allemaal van groot belang. Hier doen zich de grootste risico’s voor. Ernst van de overtreding is niet heel belangrijk. Het is belangrijker om bij te houden hoe vaak we als gemeente direct in moeten grijpen. Bij de afgewezen verzoeken aangeven waarom deze zijn afgewezen? Wat gaan we hier vervolgens mee doen? Hier hebben we als gemeente weinig invloed op.
51
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Bijlage III - Monitoring 2019 – 2022 en analyse Voorlichting, vooroverleg en projecten Over het voortraject zijn alleen de inspanningen als KPI bijgehouden. Hieronder is het meerjarenbeeld weergegeven. De inspanningen zijn sterk vraag gestuurd en de omvang van de inspanningen zegt weinig over het effect: heeft het geleid tot betere aanvragen om omgevingsvergunning. In de afgelopen jaren kon geen relatie worden gelegd tussen behandeld vooroverleg en ingediende aanvragen omgevingsvergunning en hoe de behandeling van die aanvragen is verlopen. In de gesprekken voor de evaluatie is dat ook naar voren gekomen (zie bijlage II). Het proces voor vooroverleg is aangepast voor de Omgevingswet en de monitoring zal zich richten op het effect van vooroverleg en projecten.
Vergunningverlening Als basis zijn bij vergunningverlening de aantallen bijgehouden van ingediende aanvragen om omgevingsvergunning en de daarbij aangevraagde activiteiten. Het meerjarenbeeld ziet er als volgt uit.
De aantallen zeggen vooral iets over de ontwikkelingen in de bouwsector en in Delft. Verder zijn de resultaten van vergunningverlening bijgehouden. In het onderstaande meerjarenbeeld is te zien dat vooral het aantal buiten behandeling gestelde aanvragen schommelt. Bij elkaar is er elk jaar een substantieel deel van de aanvragen dat vroegtijdig uit 52
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
het proces wordt gehaald (ingetrokken en buiten behandeling gesteld). Dat scheelt voor zowel de aanvrager als de gemeente tijd en geld. Het aantal geweigerde aanvragen zou naar alle waarschijnlijkheid hoger zijn als niet in het begin van het proces erop wordt gestuurd om nietkansrijke aanvragen uit het proces te halen. De conclusie is dat het goed is om dit onderdeel van het uitvoeringsbeleid in stand te houden.
De afgelopen jaren is de efficiency van de behandeling van aanvragen om omgevingsvergunning bijgehouden door elk jaar te bepalen hoeveel vergunningaanvragen zijn behandeld per fte aan bestede uren. De schommelingen konden goed worden verklaard, maar gebleken is dat deze KPI vooral bedrijfskundig interessant is, maar uiteindelijk geen nieuwe inzichten oplevert. Voor de stad en het bestuur zijn de achterliggend redenen interessanter om concreet in beeld te brengen, bijvoorbeeld aantallen aanvragen voor bouwactiviteiten en planologisch afwijkende activiteiten in categorieën van omvang monitoren: klein – gemiddeld – groot – zeer groot.
Deze KPI zal daarom als onderdeel van VTH-jaarplannen niet meer terugkeren. Voor de bedrijfsvoering en de vinger aan de pols voor de uitvoering, worden de aantallen en bestede uren natuurlijk wel periodiek naast elkaar gehouden. Tot slot is voor bouwactiviteiten de totale omvang in bouwsom bijgehouden, waarbij onderscheid is gemaakt in twee categorieën: rendabele aanvragen waarbij de kosten voor behandeling en toezicht op realisatie lager zijn dan de legesbaten en niet-rendabele aanvragen waarbij de kosten voor behandeling en toezicht hoger zijn. Respectievelijk grote bouwplannen en kleine bouwplannen.
53
Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Op basis van deze monitoring was het de afgelopen jaren snel inzichtelijk waarom het met de kostendekkendheid van het legesmodel wel of niet goed ging in een bepaald jaar. In de jaren met relatief weinig aangevraagd bouwvolume, bleef het aantal kleine aanvragen stabiel of nam zelfs toe. Daarmee was direct verklaard dat er onvoldoende legesbaten waren om de kosten te dekken. Ook de neergang in de bouwsector door o.a. de problemen rondom stikstof was goed zichtbaar. Toch zal dit de komende jaren anders in beeld worden gebracht: een combinatie van aangevraagd bouwvolume in combinatie met de eerdergenoemde categorisering in omvang van aangevraagde bouwactiviteiten. Toezicht realisatie Bij toezicht op realisatie zijn de hitrates bijgehouden voor een aantal thema's: hoe vaak werd een overtreding gezien op die thema's. Vooraf was gesteld dat een naleefgedrag van 95% reden zou zijn om toezicht af te schalen, dus bij een lagere hitrate dan 5%. Om diverse redenen is het niet goed gelukt om de overtredingen en hitrates goed bij te houden voor de cultuurhistorische thema's (monumenten, beschermd stadsgezicht). Dat wordt vanaf 2024 wel goed opgepakt.