CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

uitbreiding pomphuis

Raadsvergadering 30 januari 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Kalverbos 20 (nr. 2447637)27.085 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

van dieren en planten, ook buiten de aangemelde beschermingszones. Er geldt een algemene zorgplicht voor alle planten- en dierensoorten. Voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan of bij een plan tot afwijking van het bestemmingsplan dient van tevoren onderzoek verricht te worden naar het effect hiervan op beschermde flora en fauna. Hierbij wordt onderzocht welke soorten, dieren en planten, aanwezig zijn in het plangebied. Wanneer planten- en dierensoorten, dan wel hun nesten of rustplaatsen worden aangetast kan ontheffing aangevraagd worden conform artikel 3 van de Wet natuurbescherming. In bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden kan er ook vrijstelling verleend worden. Natura 2000-gebieden

Specifieke gebieden, genaamd Natura 2000-gebieden worden beschermd op basis van Europese richtlijnen. Voor deze juridisch beschermde gebieden gelden per gebied specifieke instandhoudingsdoelen voor de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor beschermde natuur is een vergunning nodig. De beoogde ontwikkeling is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Ecologische hoofdstructuur

In de provinciale Omgevingsverordening is vastgelegd welke gebieden tot het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) behoren. Het NNN heeft daarbij als doel om de natuur te behouden en te versterken. Uit de Omgevingsverordening volgt dat de beoogde ontwikkeling niet in een gebied is gelegen dat is aangewezen als beschermd gebied. 4.7.3 Beoordeling

De beoogde ontwikkeling betreft de uitbreiding van het pomphuis ten behoeve van horecafuncties. Deze gronden alwaar het paviljoen gesitueerd zal worden zijn thans onbebouwd. In de huidige situatie is het reeds mogelijk om aan- en uitbouwen te realiseren ter plaatse van het plangebied. Door Ecoresult B.V is in 2024 een quickscan uitgevoerd (bijlage 3) ten behoeve van de beoogde ontwikkeling. Onderstaand worden de mogelijke relevante effecten ten gevolge van de beoogde ontwikkeling op het aspect ecologie nader toegelicht. Natuurgebieden

Het plangebied maakt geen deel uit van een natuurgebied. Significante negatieve effecten van stikstofemissie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen bovendien worden uitgesloten. De afstand bedraagt 9 kilometer tot het meest nabijgelegen voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen. Ook uit AERIUS-berekeningen, behorend bij de vergunningaanvraag, volgt dat geen sprake is van relevante effecten ten aanzien van stikstofdepositie. Overige effecten op natuurgebieden worden op voorhand uitgesloten.

O 16971-2-RA-002 32

Flora en fauna

Ecoresult B.V. heeft op basis van een oriënterend veldonderzoek (d.d. 17 januari 2024) en bronnenonderzoek de effecten van de beoogde ontwikkeling beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Uit deze quickscan volgt dat op grond van veldonderzoek en bronnenonderzoek blijkt dat negatieve effecten op beschermde soorten en functies op voorhand uit te sluiten. Ook voor soorten die onder de bescherming vallen van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of nationaal beschermd zijn kunnen negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten. Wel dient opgemerkt te worden dat de zorgplicht geldt. Flora en fauna mag niet onnodig vernield, verstoord of gedood worden. Het vernietigen van nesten van vogels die in gebruik zijn en het verstoren van in gebruik zijnde nesten zal hiertoe indien mogelijk worden voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Natuurinclusief bouwen

In voorliggende situatie dient de nieuwbouw te voldoen aan het beleid ‘Natuur inclusief bouwen en ontwikkelen’ van gemeente Delft. Dit beleid kent een puntensystematiek waarmee beoordeeld kan worden of voldoende sprake is van natuurinclusief bouwen. Om hier invulling aan te geven worden diverse maatregelen getroffen aan de gevels, het dak en de omgeving. Er worden echter nog niet voldoende punten gehaald voor voorzieningen ín het gebouw. In overleg met de gemeente afgestemd dat in plaats daarvan maatregelen in de omgeving worden getroffen. Dit betreft bijvoorbeeld de volgende maatregelen: Insectenstenen verwerken in het gebied met vlinderbeplanting. Insectenhotels plaatsen Eventueel ook insectenhopen en/of wormenhotel. Vogel in/of vleermuiskasten aan bomen. Bij de uitwerking van de plannen zal hier invulling aan worden gegeven. 4.7.4 Conclusie

Op basis van ecologisch onderzoek kan worden uitgesloten dat middels de beoogde ontwikkeling sprake is van een overtreding van wet- en regelgeving op het gebied van natuur. Daarnaast wordt rekening gehouden met natuurinclusiviteit bij de beoogde nieuwbouw. 4 .8 V er kee r en par ker en 4.8.1 Algemeen

De beoogde ontwikkeling dient niet te leiden tot parkeer- en verkeerskundige knelpunten. In voorliggende paragraaf zal de impact van de beoogde ontwikkeling op het aspect ‘verkeer en parkeren’ nader worden beschouwd.

O 16971-2-RA-002 33

4.8.2 Toetsingskader

De beoogde ontwikkeling dient niet te leiden tot verkeerskundige knelpunten. Tevens dient in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien. In de ‘Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023’ van gemeente Delft zijn parkeernormen geformuleerd om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen bij een ruimtelijke ontwikkeling benodigd zijn. Dit beleid is erop gericht om bij bouwontwikkelingen in voldoende parkeercapaciteit voor zowel de auto als de fiets te voorzien. De gemeente Delft hanteert de parkeerkencijfers van CROW als basis voor de gemeentelijke parkeernormering. De te hanteren parkeernorm is hierbij afhankelijk van de mate van stedelijkheid van de gemeente en de ligging van het plan. Gemeente Delft sluit aan op de kencijfers voor een zeer sterk stedelijke gemeente, aangezien zij gemiddeld meer dan 2.500 adressen per vierkante kilometer kent. In figuur f 4.2 wordt de gebiedsindeling conform het gemeentelijk parkeerbeleid weergeven, waarbij wordt aangegeven welk gebiedstype aangehouden moet worden. Voor de binnenstad en de schil van de binnenstad wordt aangesloten op de minimale kencijfers, voor de overige gebieden wordt aangesloten op de gemiddelde kencijfers.

f 4.2 Gebiedsindeling gemeente Delft (Bron: Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023) O 16971-2-RA-002 34

4.8.3 Beoordeling

Het plangebied is binnen de rest van de bebouwde kom van Delft. Voor locaties in de rest van de bebouwde kom geldt voor een restaurant een parkeernorm van 5,6 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Opgemerkt wordt dat voor een uitbreiding van horecavoorzieningen op grond van het gemeentelijk parkeerbeleid een reductiefactor kan worden gehanteerd. De reductiefactor op de oorspronkelijke parkeernorm wordt berekend met de formule: y (reductiefactor) = 1 – (oorspronkelijk BVO/ uiteindelijk BVO). Vervolgens wordt de reductiefactor vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde parkeernorm. Uitgaande van deze reductiemogelijkheid – en het feit dat de horeca binnen het pomphuis na uitbreiding een omvang van circa 160 m2 bvo kent – zijn 2,9 parkeerplaatsen benodigd voor de uitbreiding. Hierbij wordt opgemerkt dat de werknemers en bezoekers van het restaurant een verschillend maatgevend moment kennen, waardoor gebruik kan worden gemaakt van dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Aan de hand van de aanwezigheidspercentages van de verschillende functies is de parkeerbehoefte op de verschillende momenten berekend (Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023). Uitgangspunt hierbij is dat de parkeerplaatsen voor alle gebruikers toegankelijk zijn en er geen gereserveerde plaatsen zijn.

Hieruit volgt dat op het maatgevend moment (werkdagochtend, werkdagmiddag, zaterdagmiddag en zondagmiddag) een extra parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats. Op de werkdagavond, koopavond, zaterdagavond neemt de parkeerbehoefte toe met 2 parkeerplaatsen. Deze parkeerbehoefte ontstaat vanuit bezoekers en niet vanuit de werknemers. Voor de bezoekers dient er een parkeeroplossing gevonden te worden. In voorliggende situatie zullen voor deze bezoekers extra uitrijkaarten geregeld worden voor het parkeren in de Prinsenhofgarage. Hiermee wordt een oplossing geboden waarmee voldoende parkeergelegenheid wordt aangeboden. In voorliggende situatie wordt overigens verwacht dat het autogebruik van de toekomstige bezoekers zeer laag is. Naar verwachting zal een groot deel van de bezoekers reeds uit de omgeving komen, en/of op andere wijze dan met eigen auto naar het restaurant gaan. Een groot deel van de bezoekers van het beoogde paviljoen zal – zeker ingeval bezoekers niet uit de directe omgeving komen - niet uitsluitend naar de binnenstad van Delft gaan om naar het paviljoen te gaan. Naar alle verwachting is dit bezoek complementair aan het bezoeken van het kunstcentrum of de verdere binnenstad van Delft. Hiermee is het ook te verwachten dat dit niet tot nauwelijks leidt tot extra verkeer, en dat dit ook geen sterke druk legt op de parkeersituatie in de omgeving van het plangebied.

Hierbij wordt voorts opgemerkt dat de gronden ter plaatse van het plangebied reeds bestemd zijn voor gemengde doeleinden. Daarnaast is ook een aan-/uitbouw, die

O 16971-2-RA-002 35

uitsluitend minder diep is, reeds toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Een zekere verkeersaantrekkende werking wordt hiermee al aanvaardbaar geacht. Voor fietsers worden rond de watertoren 32 aanvullende fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in ruimschoots voldoende parkeergelegenheid. Conform de gemeentelijke parkeernormen geldt voor een restaurant – afhankelijk van het type restaurant - een fietsparkeernorm van 18 fietsparkeerplaatsen per 100 m 2. Tot slot zullen laad- en losactiviteiten via de openbare weg ten noorden van de reinwaterkelder plaatsvinden. De beoogde uitbreiding leidt niet tot een wijziging van de situering van de laad- en losactiviteiten ten opzichte van de mogelijkheden in de huidige situatie. 4.8.4 Conclusie

Naar alle verwachting zal de beoogde ontwikkeling niet leiden tot parkeer- en verkeerskundige knelpunten. Gezien de zeer stedelijke ligging zullen bezoekers met name gebruik maken van andere mobiliteitsvormen. 4 .9 E xt ern e vei lig heid 4.9.1 Algemeen

In deze paragraaf zal het aspect externe veiligheid nader inzichtelijk worden gemaakt. De beoogde ontwikkeling wordt als beperkt kwetsbaar object gezien conform wet - en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Bovendien zal in de toekomstige situatie sprake zijn van meer personen ter plaatse van het plangebied, waardoor het aspect externe veiligheid om aandacht vraagt. De externe veiligheidsrisico's ter plaatse van het plangebied zullen in deze paragraaf aan bod komen. 4.9.2 Wettelijk kader

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving ten gevolge van: - het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen; - het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); - het luchtvaartverkeer. Er zijn twee situaties waarbij externe veiligheid een rol speelt, namelijk bij het ontplooien van een risicovolle activiteit (zoals hiervoor omschreven) en bij het realiseren van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een dergelijke 'activiteit'. Met betrekking tot de risico's voor de externe veiligheid zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) richtafstanden en grenswaarden opgesteld betreffende de afstand tot kwetsbare objecten. O 16971-2-RA-002 36

Relevante begrippen

Relevant voor toetsing van de externe veiligheidsrisico's ter plaatse van objecten waar mensen aanwezig zijn, zijn onder andere de begrippen plaatsgebonden risico, het groepsrisico en het invloedsgebied. Deze zijn als volgt gedefinieerd: - Plaatsgebonden risico (PR) Het risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. - Groepsrisico (GR) De cumulatieve kansen per jaar dat een groep mensen overlijdt als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het GR is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Bij het PR is het dus niet van belang of er daadwerkelijk personen op die bepaalde locatie aanwezig zijn. Voor het GR geldt dat in een gebied waar zich geen personen bevinden het GR per definitie gelijk aan nul is. Voor het GR geldt dat hoe meer slachtoffers bij een ongeval kunnen vallen hoe lager (strenger) de oriëntatiewaarde is. Grote slachtofferaantallen geven namelijk meer kans op maatschappelijke ontwrichting.

- Invloedsgebied Het invloedsgebied is gedefinieerd als het gebied rondom een risicovolle activiteit waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn en waar een onbeschermde persoon een kans van 1% op overlijden heeft, gegeven het risicoscenario en de weerklasse. Het invloedsgebied van een activiteit met gevaarlijke stoffen of het vervoer van gevaarlijke stoffen is normaliter de afstand tot de 1%-letaliteitsgrens. 4.9.3 Beoordeling

Het voornemen omvat de realisatie van een horecapaviljoen, hetgeen conform wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid als beperkt kwetsbaar object kan worden gedefinieerd. Ter bescherming van beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten moet een bepaalde afstand aanwezig zijn ten opzichte van risicobronnen. Voor kwetsbare objecten geldt het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als grenswaarde, voor beperkt kwetsbare objecten is dit een richtwaarde. Vanwege de beoogde ontwikkeling dienen risicovolle activiteiten in de nabije omgeving van het plangebied te worden geïnventariseerd. In het kader van de externe veiligheid is in de omgeving van het plangebied een aantal risicobronnen gesitueerd.

O 16971-2-RA-002 37

In de omgeving van het plangebied bevinden zich de volgende risicobronnen (zie figuur 9) die om aandacht vragen: 1. Transport van gevaarlijke stoffen over de A13; 2. Transport van gevaarlijke stoffen via aardgasbuisleidingen.

f 4.3 Uitsnede risicokaart, nummering van de risicobronnen correspondeert met voornoemde opsomming van risicobronnen. Met blauw wordt het plangebied omcirkeld

Opgemerkt wordt dat het plangebied zich tevens binnen het invloedsgebied van de risicovolle inrichting DSM bevindt. Deze risicobron wordt derhalve onderstaand tevens beschouwd. 1. Transport van gevaarlijke stoffen over de A1 3

Ten oosten van het plangebied is op een afstand van circa 1,0 km van de A13 gesitueerd. Over deze weg vindt het transport van gevaarlijke stoffen plaats. Deze weg valt onder de werkingssfeer van het Basisnet en wordt benoemd in bijlage I van de Regeling Basisnet. Hieruit volgt dat het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar op 17 meter is gelegen. Hiermee wordt aan deze streefwaarde voldaan. Conform het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de bijbehorende Regeling Basisnet kan het zijn dat er beperkingen worden gesteld aan ruimtelijke ontwikkelingen binnen een zone van 200 meter aan weerszijden van een transportroute. Aangezien de O 16971-2-RA-002 38

beoogde ontwikkeling op meer dan 200 meter afstand van deze weg is gelegen, hoeven de externe veiligheidsrisico's niet nader inzichtelijk gemaakt te worden. Dit vormt aldus geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Opgemerkt wordt dat de beoogde ontwikkeling wel is gelegen binnen het invloedsgebied van de A13. Over deze transportweg vindt het transport van giftige stoffen plaats, welke een invloedsgebied groter dan 4 kilometer kennen. Ondanks dat een verantwoording conform artikel 8 van het Bevt niet aan de orde is dient conform artikel 7 Bevt, onafhankelijk van de hoogte van het groepsrisico voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van transport van gevaarlijke stoffen, aandacht besteed te worden aan de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp voordoet. Gezien de stedelijke ligging, op ruime afstand van de A13, vraagt dit echter niet om een nadere (kwantitatieve) beschouwing. In de voorliggende situatie is het maatgevende ongevalsscenario daarbij het voorkomen van een giftige wolk. De mogelijke maatregelen teneinde de zelfredzaamheid en de beheersbaarheid te bevorderen zullen zich dan ook voornamelijk op dit scenario moeten richten. In het geval van een toxische wolk zijn personen binnen het best beschermd.

Hierbij zijn de luchtdichtheid van het gebouw, de mogelijkheid tot het uitschakelen van de ventilatie en het sluiten van deuren en ramen van belang. Wat betreft de toxische wolk zijn daarbij aldus relatief eenvoudige maatregelen mogelijk, zoals centraal en eenvoudig uitschakelbare en afsluitbare ventilatievoorzieningen en luchtbehandelingsinstallaties. 2. Transport van gevaarlijke stoffen door aardgasbuisleidingen

Ten noorden van de beoogde ontwikkeling bevinden zich hogedrukaardgasbuisleidingen. De meest dichtstbijzijnde aardgasbuisleiding is op een afstand van circa 530 meter gesitueerd. De beoogde ontwikkeling is echter niet in het invloedsgebied van één van deze leidingen gesitueerd. De betreffende buisleidingen vragen daarom niet om een nadere beschouwing en leveren geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling. 3. DSM

Aan de overzijde van de Watertorengracht bevindt zich de risicovolle inrichting DSM. Het bedrijf valt onder het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo), hetgeen betekent dat sprake is van een risicovolle inrichting. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze inrichting. Het plaatsgebonden risico van 10-6 jaar valt echter grotendeels binnen de inrichting, en is niet gelegen over het plangebied. Het plaatsgebonden risico vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De hoogte van het groepsrisico ligt – conform het vigerende bestemmingsplan - in de huidige situatie net boven de oriëntatiewaarde. Dit komt voornamelijk door het hoogstedelijk karakter van het gebied grenzend aan het DSM-terrein. De beoogde ontwikkeling betreft een zeer kleinschalige ontwikkeling, in een reeds zeer stedelijke omgeving. Bovendien zijn de gronden ter plaatse van het plangebied reeds bestemd voor gemengde doeleinden. Dit betekent ook dat op basis van het vigerende bestemmingsplan reeds rekening gehouden kan worden met de O 16971-2-RA-002 39

aanwezigheid van personen. Naar verwachting zal de beoogde ontwikkeling dan ook niet leiden tot een relevante toename van het groepsrisico. 4.9.4 Conclusie

In de omgeving van het plangebied is geen sprake van risicobronnen die om een nader kwantitatief onderzoek vragen. Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling. 4 .1 0 Wa t er Europees beleid

In 2000 is de Europese richtlijn Water vastgesteld met als doel het bereiken van een goede toestand in de wateren in gemeenschap en het bijdragen aan de beschikbaarheid van voldoende oppervlaktewater en grondwater van een goede kwaliteit voor een duurzaam, evenwichtig en billijk gebruik van water. Rijksbeleid

Het Nationaal Waterplan (NWP) is de rijksnota voor het nationale waterbeleid en wordt op basis van de Waterwet eens per 6 jaar opgesteld. In het NWP, vastgesteld in maart 2022, zijn de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid voor de periode 2022-2027 opgenomen. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater en waterverdeling, waterkwaliteit en natuur, scheepvaart en de functies van de rijkswateren. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van het NWP: - Een veilige en klimaatbestendige delta; - Een concurrerende, duurzame en circulaire delta; - Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Hoogheemraadschap Delfland

Het plangebied valt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Delfland. Op 10 maart 2022 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In dit document staan de ambities voor deze periode met betrekking tot het watersysteem. De strategie voor de komende jaren staat hierin beschreven. Hoogheemraadschap Delfland streeft naar een toekomstbestendig watersysteem. De missie van het Hoogheemraadschap ‘droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd water’ staat daarbij centraal. Elk waterschap hanteert bovendien haar eigen regionale regels. Deze regels zijn opgenomen in de Keur. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen een impact hebben op het lokale watersysteem. Een toename van het verhard oppervlak kan bijvoorbeeld neerslag versneld tot afvoer laten komen. In de Keur (en de aanvullende uitvoerings- en beleidsregels) staan de regels die een waterschap hanteert bij de bescherming van onder O 16971-2-RA-002 40

andere waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Hierin staat wat wel en niet mag met betrekking tot het lokale watersysteem. 4.10.1 Beoordeling

Het plangebied is gelegen op een stedelijke locatie in Delft. In de huidige situatie is het plangebied onbebouwd en onverhard. Conform de Handreiking Watertoets van Hoogheemraadschap van Delfland is een belangrijk uitgangspunt dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (standstillbeginsel). Negatieve effecten op het watersysteem zullen aldus moeten worden voorkomen. Daarnaast wordt een verbetering van het watersysteem nagestreefd. Dit houdt in dat bij ruimtelijke ontwikkelingen de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, worden benut. De mogelijke effecten op watersysteem ten gevolge van de beoogde ontwikkeling en van toepassing zijnde regels, worden onderstaand beschouwd. In de Keur en de bijbehorende beleidsregels worden de regels met betrekking tot het watersysteem opgenomen. Hier wordt veelal ook verwezen naar de Legger. De Legger is een verzameling kaarten waarop diverse onderdelen van het watersysteem, zoals oppervlaktewateren, waterkeringen en overige waterstaatswerken worden aangegeven. Op basis van de Legger worden onderhoudsverplichtingen en vereiste onderhoudstoestanden van waterstaatswerken bepaald. Conform de Legger van het Hoogheemraadschap bevinden zich geen waterkeringen of watergangen binnen of op zeer korte afstand van het plangebied.

In figuur f 4.4 is een uitsnede van de Legger weergegeven. Ter plaatse van het plangebied, te weten de gronden aan de achterzijde van het Kalverbos 20, is geen sprake van wateroppervlakten. Binnen het plangebied bevinden zich bovendien geen kunstwerken of overige waterstaatswerken. Met de beoogde ontwikkeling zal, vanwege de afwezigheid van belangrijke onderdelen van het watersysteem binnen het plangebied, hiermee geen sprake zijn van de aantasting van wateren. Er vinden geen relevante veranderingen plaats aan de wateren in de omgeving van het plangebied. Hiermee blijft de functie van de waterkeringen in stand en komt de waterveiligheid niet in het geding. Daarnaast zal er ook voor gezorgd worden dat er wordt voorzien in voldoende waterberging.

O 16971-2-RA-002 41

f 4.4 Uitsnede legger Hoogheemraadschap Delfland Toename verharding

Het plangebied betreft een stedelijke locatie alwaar geen sprake is van grote wateroppervlakten. Ontwikkelingen waarbij het verharde oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater, hetgeen kan leiden tot wateroverlast. In de toekomstige situatie zullen de gronden ter plaatse van het plangebied verhard worden. Er zal echter worden voorzien in groen middels een vegetatiedak. Voor de beoogde ontwikkeling is gebruikgemaakt van de Watersleutel (bijlage 3) van het Hoogheemraadschap van Delfland. Dit is een rekentool waarmee de hoeveelheid waterberging die moet worden gecompenseerd, bepaald wordt. In bijlage 3 is de uitkomst van de Watersleutel opgenomen, welke in overleg met Hoogheemraadschap Delfland is ingevuld. Uit de Watersleutel volgt dat de wateropgave 13,4 m 3 waterberging bedraagt. Hierbij wordt opgemerkt dat ter compensatie voor de beoogde ontwikkeling een waterberging van 11,7 m3 benodigd is en in aanvulling hierop nog een waterberging van 1,7 m3 benodigd is om ook de gevolgen van klimaatverandering te kunnen compenseren. De totaal te realiseren wateroppervlakte betreft 67 m 2. Ook dit is onderverdeeld in een oppervlak dat gerealiseerd moet worden als gevolg van de beoogde ontwikkeling en een deel dat gerealiseerd moet worden in relatie tot klimaatadaptatie.

Indien het voor een ontwikkeling niet mogelijk is compensatie in oppervlaktewater te realiseren, zal moeten worden gezocht naar andere vasthoudmaatregelen. In voorliggende O 16971-2-RA-002 42

situatie zullen waterbergende voorzieningen worden getroffen (zie bijlage 5). Deze bestaan uit de volgende elementen: • Het dak van het beoogde paviljoen zal worden voorzien van een vegetatiedak. Dit dak kent een waterbergende functie. Bovendien levert het dak een positieve bijdrage aan de leefomgevingskwaliteit en komt dit de biodiversiteit ten goede. • Op het dak van de Reinwaterkelder wordt drainageplaat/substraat gelegd met een buffercapaciteit van 3,7 m3, met als positief effect dat planten niet dan wel nauwelijks gesproeid hoeven te worden. • Twee buffers van infiltratiekratten, te plaatsen naast de Reinwaterkelder, waarop ook de hemelwaterafvoeren zullen worden aangesloten. Deze buffers zullen tezamen een capaciteit hebben van 19,6 m³. Daarnaast wordt zorggedragen dat de waterkwaliteit middels de beoogde ontwikkeling niet wordt aangetast. In de omgeving van het plangebied is de Watertorengracht gelegen. De beoogde ontwikkeling is echter op enige afstand van dit water gelegen. De waterkwaliteit hiervan zal middels de beoogde ontwikkeling niet aangetast worden. Er zal voor gezorgd worden dat er geen vervuilende stoffen en/of materialen in het water belanden. De beoogde bouwontwikkeling heeft in zijn geheel geen negatieve invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. De beoogde ontwikkeling zal worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel.

Dit zal uiteraard met zorg met de waterbeheerder afgestemd moeten worden om zodoende een goed functionerend watersysteem zeker te stellen. Daarnaast zal naar verwachting geen sprake zijn van activiteiten, of de toepassing van materialen, welke leiden tot waterverontreiniging. De beoogde ontwikkeling heeft hiermee geen verslechtering van het watersysteem tot gevolg. 4.10.2 Conclusie

De beoogde ontwikkeling zal in ieder geval moeten voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: 'het standstill beginsel', hetgeen betekent dat als gevolg van het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. De beoogde ontwikkeling heeft naar verwachting een geringe invloed op het watersysteem en voldoet aan deze voorwaarde. 4 .1 1 M i li eu eff e ctr appo rt age 4.11.1 Wettelijk kader

Ten aanzien van plannen en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu is het op grond van de Wet milieubeheer verplicht, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen 'm.e.r.-plichtige activiteiten' waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en 'm.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten' waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significante negatieve gevolgen voor het milieu (indien significant wordt een MER opgesteld). O 16971-2-RA-002 43

Op 1 september 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Hierbij zijn drempelwaarden opgenomen vanaf wanneer er voor plannen en besluiten een milieueffectrapportage opgesteld moet worden. 4.11.2 Beoordeling

Om te kunnen beoordelen of vanuit het Besluit m.e.r. de verplichting bestaat een m.e.r.-(beoordelings)procedure te doorlopen, dienen de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het bestemmingsplan te worden getoetst aan de C- en D-lijst uit dit Besluit. De beoogde ontwikkeling valt in het Besluit m.e.r. mogelijk onder één van de categorieën waarvoor afgewogen dient te worden of er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De beoogde ontwikkeling zou in het kader van een stedelijk ontwikkelingsproject in het Besluit milieueffectrapportage in de D-lijst onder D.11.2. 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' kunnen vallen. Of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. In voorliggende situatie is sprake van een dusdanig kleine wijziging, in combinatie met het feit dat de gronden reeds zijn bestemd voor gemengde doeleinden, dat deze niet als stedelijk ontwikkelingsproject wordt aangemerkt. Gezien de aard en beperkte omvang van de beoogde ontwikkeling, kan bovendien geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling geen nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben.

4.11.3 Conclusie

Dit aspect levert geen belemmeringen op voor de beoogde ontwikkeling.

O 16971-2-RA-002 44

5

Uitvoerbaarheid

5 .1 A lg e me en

Wettelijk bestaat de verplichting inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 5 .2 E con omis c he u i tvo erba ar he id

Bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening tevens de verplichting deze op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar te verhalen. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. De verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer om de financiële uitvoerbaarheid te garanderen. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de ontwikkeling en realisatie van het plan. 5 .3 M a ats c happ e li j ke ui t vo erba ar heid

In voorliggende situatie wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. De locatie is al bestemd voor gemengde doeleinden, waarbij onder andere reeds ondergeschikte horeca is toegestaan. Tevens is de beoogde ontwikkeling op een beschutte locatie in sterk stedelijk gebied gesitueerd. Hiermee is de impact op de omgeving relatief beperkt. Wat participatie betreft zijn de omwonenden bovendien door de initiatiefnemer geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling.

Dit rapport bevat 45 pagina’s en 5 bijlagen.

O 16971-2-RA-002 45

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek

O 16971-2-RA-002 1.1

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft Akoestisch onderzoek t.b.v. restaurant met terras

Status Versie Rapport Datum

concept 002 B.2021.0223.03.R001 26 maart 2024

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

Colofon Lekkerkerk Beheer BV

Contactpersoon opdrachtgever

Robert Lekkerkerk

Project Betreft Uw kenmerk

Lekkerkerk - Pomphuis Delft Akoestisch onderzoek -

Rapport Datum Versie Status

B.2021.0223.03.R001 26 maart 2024 002 concept

Uitgevoerd door

DGMR Bouw B.V. Casuariestraat 5 2511 VB Den Haag Postbus 370 2501 CJ Den Haag

Contactpersoon

ing. J.D. (Jasper) Pondman 088 346 78 17 JPO@dgmr.nl

Auteur

K.J.J. (Kimmo) Pronk 088 346 78 53 kpr@dgmr.nl

Projectadviseur

ing. G.J. (Gert-Jan) Wesenbeek 088 346 76 05 GWE@DGMR.NL

2e lezer/secr.

JPO|DMI

2

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

Opdrachtgever

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

Inhoud 1. Inleiding

4

2. Toetsingskader

5

3. Uitgangspunten 3.1 Modellering 3.2 Bedrijfssituatie 3.3 Akoestisch rekenmodel 3.4 Omgevingstype

6 6 8 10 11

4. Resultaten 4.1 Standaardsituatie 4.2 Feesten zonder geluidwal 4.3 Feesten met afscherming van 1.5 meter hoogte 4.4 Feesten met afscherming van 2 meter hoogte 4.5 Samenvatting resultaten 4.6 Beschouwing

12 12 12 12 12 13 13

5. Conclusie 5.1 Standaardsituatie 5.2 Feesten 5.3 Eindconclusie

15 15 15 15

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Invoergegevens rekenmodel Resultaten

3

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

1. Inleiding Het oude Pomphuis in Delft is uitgebouwd tot kunstcentrum op de begane grond met ruimte voor horeca op de eerste verdieping. Door een verhoging van de grond rondom het pomphuis loop je vanaf de eerste etage de grasheuvel op die dient als het buitenterras. Het gebruik als horecagebouw past niet binnen de bestemming. Om de afwijking van het bestemmingsplan mogelijk te maken is het daarom nodig om een ruimtelijke procedure te doorlopen. Onderdeel daarvan is een akoestisch onderzoek. Hierin wordt de geluidsoverdracht bepaald van het terras naar omliggende geluidsgevoelige bestemmingen.

In figuur 1 is de situatie weergegeven. De glazen uitbouw aan de achterkant biedt aanvullende ruimte voor het restaurant. In dit rapport wordt in hoofdstuk 2 het toetsingskader samengevat waaraan voldaan moet worden. In hoofdstuk 3 zijn de uitgangspunten van het project beschreven. Het rapport toont de resultaten in hoofdstuk 4 en sluit af met een conclusie.

4

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

figuur 1: impressie hoofdentree Pomphuis

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

2. Toetsingskader De VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering wordt algemeen toegepast voor het beoordelen van de invloed van bedrijven en andere milieubelastende functies bij ruimtelijke procedures. De beoordeling van de invloed is afhankelijk van het omgevingstype. In de VNG-publicatie Bmz wordt onderscheid gemaakt tussen een rustig omgevingstype (rustige woonwijken en buitengebied) en een gemengd gebied. Dit projectgebied kan getypeerd worden als een gemengd gebied omdat sprake is van een combinatie van bedrijfsmatige (horeca, bedrijvigheid) en milieugevoelige functies (woningen). Stappenplan geluid VNG-publicatie Het stappenplan voor geluid betreft een toetsingskader in vier stappen waarbij per stap de geluidsbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht. Stap 1 verwijst naar bijlage 1 van de VNG-publicatie. Hierin zijn activiteiten opgenomen. Als een activiteit de richtafstand hiervoor niet overschrijdt, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven; inpassing is dan mogelijk. Echter, wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor geluidhinder te verwachten is moet het stappenplan toch verder worden doorlopen. Bekend is dat horecabedrijven op grotere afstand dan de richtafstand geluidhinder kunnen veroorzaken. Daarom gaan we in dit geval verder naar stap 2.

In stap 2 van het stappenplan zijn de streefwaarden geformuleerd. Deze etmaalwaarden zijn weergegeven in tabel 1.

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

tabel 1: toetswaarden stap 2 Omgevingstype Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) Maximale geluidsniveaus (LAmax) Verkeersaantrekkende werking

Rustige woonwijk 45 dB(A) 65 dB(A) 50 dB(A)

Gemengd gebied 50 dB(A) 70 dB(A) 50 dB(A)

Als stap 2 niet toereikend is, kan men afwijken van de bovengenoemde waarden tot de grenswaarden uit stap 3. tabel 2: toetswaarden stap 3 Omgevingstype Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) Maximale geluidsniveaus (LAmax)

Rustige woonwijk 50 dB(A) 70 dB(A)

Verkeersaantrekkende werking

50 dB(A)

Gemengd gebied 55 dB(A) 70 dB(A) exclusief aan- en afrijdend verkeer 65 dB(A)

Voor de grenswaarden uit stap 3 moet door het bevoegd gezag gemotiveerd worden waarom deze hogere geluidsbelasting geaccepteerd wordt in de betreffende situatie. Daarbij moet gekeken worden naar mogelijke maatregelen om de geluidsniveaus te reduceren en kan cumulatie met de eventueel al aanwezige geluidsbelasting worden betrokken. Stap 4 geeft aan dat wanneer niet aan stap 3 kan worden voldaan, de buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk is. Als bevoegd gezag toch tot inpassing wil overgaan, moet dit grondig onderzocht, onderbouwd en gemotiveerd worden. Daarbij moet ook de cumulatie met eventueel al aanwezige geluidsbronnen worden betrokken.

5

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

3. Uitgangspunten 3.1 Modellering De geluidsoverdracht is berekend met de DGMR-software Geomilieu (V2022.4). Deze software is gebaseerd op de standaardrekenmethoden uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 2012. In de berekening wordt met alle relevante factoren rekening gehouden, zoals afstandsreductie, afscherming door gebouwen, hoogteverschillen en bodem- en luchtdemping. De relevante bronnen in het model zijn de keukenafblaas, het laden en lossen (tweemaal per dag) van goederen en afval en het rijden van- en naar de leveranciersingang met rolcontainers. Daarnaast is het stemgeluid van de gasten op het terras en eventuele muziek een dominante bron. In figuur 2 zijn de relevante bronnen aangegeven. Het oppervlak van het terras waar stemgeluid als bron wordt meegenomen is blauw aangegeven.

Toetsing van de geluidsnormen vindt plaats bij geluidsgevoelige bestemmingen. Dit zijn de omliggende woonboten en de woningen aan de overzijde van de straat (ten zuidoosten). Zie figuur 3.

6

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

figuur 2: relevante geluidsbronnen

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

figuur 3: toetspunten op geluidsgevoelige bestemmingen

7

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

3.2 Bedrijfssituatie In het model is een terras gemodelleerd op een hoogte van 2,5 meter boven het lokale maaiveld. Er zijn twee verschillende gewenste bedrijfssituaties beschouwd. Dit betreft gebruik als restaurant en gebruik voor feesten. De variant met feesten is daarnaast met een aantal maatregelvarianten beschouwd. Dit betreft het plaatsen van een scherm van verschillende hoogtes. De verschillende situaties zijn hieronder beschreven. Standaard bedrijfssituatie In de standaardsituatie is het restaurant in de dag en avond geopend. We gaan voor de maximale bezetting uit van 80 gasten voor de lunch en 80 gasten voor het diner. Daarbij gaan we uit van 80 personen die 3,5 uur aanwezig zijn in de dagperiode en 80 gasten die 4 uur aanwezig zijn in de avondperiode. Op het terras is plaats voor 80 personen. Feesten zonder maatregelen Het is de wens om op deze locatie buiten feesten mogelijk te maken. In dit geval zal de overdag sprake zijn van dezelfde situatie als de standard bedrijfssituatie (80 personen, 2,5 uur aanwezig) en zal vanaf 18.00 tot 24.00 uur een feest kunnen plaatsvinden met 250 gasten op het terras. Hierbij wordt muziek afgespeeld. Feesten met afscherming van 1,5 meter hoogte Indien nodig is aangegeven dat het mogelijk is een dichte afscherming aan de westzijde te plaatsen. In deze variant is sprake van de gewenste hoogte van de afscherming van 1,5 meter.

In figuur 4 is de ligging weergegeven.

8

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

Feesten met afscherming van 2 meter hoogte Een scherm van 2 meter is de maximale hoogte die hier passend geplaatst kan worden. De situatie met feesten is ook met deze hoogte van het scherm beschouwd.

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

figuur 4: geluidswal rondom terras

De bronnen B005, B006 en B007 zijn speakers met een bronvermogen van 80 dB(A). Op het terras geeft dit een niveau van circa 70 dB(A), het niveau van achtergrondmuziek. B002 is de keukenafblaas. Voor het stemgeluid van bezoekers op het terras is voor het bronvermogen aansluiting gezocht bij de VDI 3770 (Emissionskennwerte technischer Schallquellen, Sport- und Freizeitanlagen, september 2012). In de standaardsituatie is uitgegaan van een gemiddeld stemgeluid bij de helft van de gasten (omdat er steeds iemand spreekt en iemand luistert). Het terras hoort bij een restaurant waar zittend wordt gegeten, waardoor in de standaardsituatie uitgegaan kan worden van een rustig terras. Daarom is aangesloten bij een bronvermogen van normaal spreken 65 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en 86 dB(A) bij normaal roepen voor het maximale geluidsniveau (LAmax). Het bronvermogen wordt vervolgens gecorrigeerd voor het aantal sprekende personen (10 log (aantal sprekende personen)). Dit is in het model verwerkt als reductive in de oppervlaktebron. Tijdens dit gebruik is uitgegaan van zittende mensen en een bronhoogte van 1 meter.

9

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

In de situatie met feesten is sprake van muziek. In deze situatie is uitgegaan van zeer luid spreken. Het bronvermogen bedraagt 75 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en 108 dB(A) bij normaal schreeuwen voor het maximale geluidsniveau (LAmax). Hierbij is uitgegaan van staande mensen met een bronhoogte van 1,6 meter. De bronvermogens en bedrijfsduur zijn weergegeven in onderstaande tabel. tabel 3: bronvermogens Bron

LAr,LT

LA,max

Keukenafblaas Vrachtwagen Rolcontainer

65 dB(A) -95 dB(A)

68 dB(A) 108 dB(A) 98 dB(A)

Stemgeluid normaal Standaardsituatie Evenementensituatie Stemgeluid verheven Standaardsituatie Evenementensituatie

65 dB(A)

86 dB(A)

75 dB(A)

Bedrijfsduur Avond 4 uur ---

Nacht 8 uur ---

3.5 uur 2.5 uur

4 uur --

---

-1 uur

-4 uur

-1 uur

Dag 12 uur 2 stuks 4 stuks (heen & weer)

108 dB(A)

Het langtijdgemiddelde geluidsniveau van de keukenafblaas is overgenomen uit een vergelijkbare installatie in een vergelijkbaar project. Het maximaal geluidniveau is 3 dB hoger dan het langtijdgemiddelde niveau, in verband met opstartgeluid van de installatie. De niveaus van de vrachtwagens zijn afkomstig uit de memo kentallen bronvermogens, opgesteld door de Omgevingsdienst Haaglanden. Het bronvermogen van de rolcontainer is afkomstig van door DGMR uitgevoerde metingen aan rolcontainers bij een supermarkt in Zwijndrecht.

3.3 Akoestisch rekenmodel Het akoestisch rekenmodel omvat de geluidsbronvermogens als invoer en een overdrachtsmodel. Hiermee hebben we de geluidsimmissieniveaus in de omgeving onderzocht. De geluidsoverdracht van geluidsbronnen naar beoordelingspunten (referentiepunten, zonepunten, etc.) is berekend volgens methode II.8 uit de HMRI met het DGMR-softwarepakket Geomilieu [V2022.4]. In dit akoestisch model zijn alle relevante reflecterende en afschermende objecten (gebouwen, schermen en wallen) meegenomen, evenals alle geluidsbronnen van het bedrijf. De akoestisch reflecterende en absorberende bodemgebieden zijn gemodelleerd. De beoordelingspunten liggen bij omliggende gevoelige bestemmingen op diverse hoogtes, tot de hoogte van het gebouw. Voor de woonschepen is uitgegaan van de maximale hoogte die het bestemmingsplan toestaat. De reflectie in de achterliggende gevel is niet meegenomen (invallend geluidsniveau).

10

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

Bezoekers parkeren op openbare parkeerplaatsen in de omgeving. Dit verkeer is niet te herleiden naar de locatie. Overdag is sprake van maximaal twee vrachtwagens voor laden en lossen. Daarmee is geen sprake van relevante geluidsniveaus als gevolg van de verkeersaantrekkende werking. Dit is in het onderzoek dan ook niet verder kwantitatief onderzocht.

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

Bij de muziekgeluidsbronnen is geen bedrijfsduurcorrectie toegepast en is vanwege de herkenbaarheid in de omgeving een toeslag van 10 dB op de rekenresultaten toegepast.

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

3.4 Omgevingstype De VNG-publicatie kent twee omgevingstypen, gemengd gebied en rustige woonwijk. Het pomphuis en de woonbestemmingen daaromheen liggen nabij drukke doorgangswegen. In dit geval is daarom sprake van gemengd gebied en gelden de daarbij horende toetswaarden.

11

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

4. Resultaten 4.1 Standaardsituatie Het hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de standaardsituatie is 46 dB(A) in de dagperiode, 41 dB(A) in de avondperiode en < 20 dB(A) in de nachtperiode. Hiermee wordt voor alle toetspunten voldaan aan de streefwaarde van 50 dB(A) uit stap 2 van het stappenplan geluid uit de VNG-publicatie. Het maximale geluidsniveau overschrijdt op twee woningen de streefwaarde van 70 dB(A). Voor de woonboot aan Kalverbos 12 geldt een maximaal geluidsniveau op de gevel van 74 dB(A) in de dagperiode. Dit wordt veroorzaakt door de rolcontainer die er langsrijdt voor laden en lossen. Voor de woonboot aan Kalverbos 14 geldt daardoor een maximaal geluidsniveau op de gevel van 71 dB(A). In de avond- en nachtperiode wordt wel voldaan. 4.2 Feesten zonder geluidwal Voor de situatie met evenementen is een luider stemgeluid aangenomen. Dit zorgt voor een overschrijding van de streefwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de gevel van vrijwel alle woningen in de omgeving. Het hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de avondperiode inclusief 10 dB toeslag vanwege de herkenbaarheid van muziek in deze situatie is 67 dB(A) op de gevel van Kalverbos 12. Zonder muziek is dit 57 dB(A). In de dag- en nachtperiode is dit 60 dB(A). Hiermee wordt niet voldaan aan de streefwaarde.

Het maximale geluidsniveau in de dagperiode bedraagt ten hoogste 74 dB(A), veroorzaakt door de rolcontainer. In de avond- en nachtperiode is dit 72 dB(A) als gevolg van het stemgeluid.

Aan de overkant op het Koningsplein gelden ook overschrijdingen van de streefwaarde voor het langtijdgemiddeld niveau. Aan deze zijde wordt het geluid niet afgeschermd. Voor het maximale geluidsniveau (voornamelijk afkomstig van de rolcontainer) geldt ook dat dit niet afgeschermd wordt. Er blijft dus een woning met een maximaal geluidsniveau van 74 dB(A) in de dagperiode. In de avond- en nachtperiode is dit 70 dB(A) als gevolg van het stemgeluid. 4.4 Feesten met afscherming van 2 meter hoogte Wanneer een scherm van 2 meter hoogte rond het terras wordt geplaatst aan de zijde van de woonboten neemt het langtijdgemiddelde niveau (voornamelijk afkomstig van stemgeluid) af tot ten hoogste 61 dB(A) op Kalverbos 12. Zonder muziek is dit 51 dB(A). In de dagperiode is dit 57 dB(A) inclusief 10 dB toeslag voor muziek en in de nachtperiode is dit 54 dB(A). Dit is nog steeds een overschrijding van de streefwaarde. Aan de overkant op het Koningsplein gelden ook overschrijdingen van de streefwaarde voor het langtijdgemiddeld niveau. Aan deze zijde wordt het geluid niet afgeschermd.

12

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

4.3 Feesten met afscherming van 1.5 meter hoogte Wanneer een scherm van 1,5 meter hoogte rond het terras wordt geplaatst aan de zijde van de woonboten neemt het langtijdgemiddelde niveau (voornamelijk afkomstig van stemgeluid) af tot ten hoogste 64 dB(A) in de avondperiode op Kalverbos 12. Zonder muziek is dit 53 dB(A). In de dagperiode is dit 59 dB(A) inclusief 10 dB toeslag voor muziek, en in de nachtperiode is dit 57 dB(A). Dit is nog steeds een overschrijding van de streefwaarde uit stap 2.

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

Voor het maximale geluidsniveau (voornamelijk afkomstig van de rolcontainer) geldt ook dat dit niet afgeschermd wordt. Er blijft dus een woning met een maximaal geluidsniveau van 74 dB(A) in de dagperiode. In de avond- en nachtperiode is dit 67 dB(A) als gevolg van het stemgeluid. Ook hier wordt dus niet voldaan aan de streefwaarden. 4.5 Samenvatting resultaten In onderstaande tabel zijn de resultaten voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau samengevat. Het betreft steeds het hoogst optredende niveau. tabel 4: langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in verschillende situatie [dB(A)] Situatie Standaard situatie Feesten Feesten met 1,5 meter scherm Feesten met 2 meter scherm

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus dag avond nacht 46 41 <20 60 67 60 59 64 57

Toetsingswaarden dag 50 50 50

avond 45 45 45

nacht 40 40 40

dag Ja Nee Nee

avond Ja Nee Nee

nacht Ja Nee Nee

57

50

45

40

Nee

Nee

Nee

61

54

Voldoet

In onderstaande tabel zijn de resultaten voor het maximale geluidsniveau opgenomen samengevat. tabel 5: maximale geluidsniveaus in verschillende situatie [dB(A)] Situatie

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

Standaard situatie Feesten Feesten met 1,5 meter scherm Feesten met 2 meter scherm

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus dag avond nacht 74 51 27 74 72 72 74 70 70

Toetsingswaarden dag 70 70 70

avond 65 65 65

nacht 60 60 60

dag Nee Nee Nee

avond Ja Nee Nee

nacht Ja Nee Nee

74

70

65

60

Nee

Nee

Nee

67

67

Voldoet

Aangezien bezoekers in de omgeving parkeren en sprake is van twee vrachtwagens voor laden en lossen is geen sprake van relevante geluidsniveaus als gevolg van de verkeersaantrekkende werking. 4.6 Beschouwing Er wordt niet voldaan aan de streefwaarden uit stap 2. In gevallen is het mogelijk om af te wijken naar stap 3. Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau zijn geen redenen om af te wijken naar stap 3. De maatgevende woonboten liggen ten opzichte van de toegangswegen in de luwte van de omliggende bebouwing en de heuvel bij het pomphuis. Er is sprake van verhoogde geluidsniveaus door wegverkeer, waardoor sprake is van gemengd gebied, maar niet zodanig dat dit ook afwijken naar stap 3 rechtvaardigt. Dit betekent dat enkel de standaard bedrijfssituatie voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau inpasbaar is. De situatie met 250 bezoekers geeft overschrijdingen. Dit wordt zowel veroorzaakt door het stemgeluid van de bezoekers, als door de muziek. Door buiten geen muziek af te spelen wordt de overschrijding niet weggenomen. Ook afscherming geeft onvoldoende reductie. De situaties met feesten zijn op deze locatie dus niet mogelijk.

13

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

Voor het maximale geluidsniveau geldt dat in de standaard bedrijfssituatie sprake is van een overschrijding als gevolg van het rijden met rolcontainers. Het betreft een overschrijding van 4 dB die enkel in de dagperiode voorkomt. Maatregelen zijn niet mogelijk. Ontsluiting moet vanaf deze zijde plaatsvinden vanwege verkeersveiligheid en het betreft standaard materieel dat door derden wordt ingezet. Hierop heeft het Pomphuis geen invloed. De activiteit is beperkt van duur in een periode waarin ook veel activiteiten in de omgeving plaatsvinden. Daarnaast geeft dit geen slaapverstoring, aangezien het enkel in de dagperiode plaatsvindt. Schrikreacties worden ook niet verwacht bij een niveau van 74 dB(A). Daarnaast geldt dat het geluid wordt veroorzaakt door het rammelen van de rolcontainers. Dit geluid zwelt bij de omwonenden aan en neemt dan weer af, wat de kans op schrikreacties verder beperkt. Het Activiteitenbesluit sluit de beoordeling van maximale geluidsniveaus in de dagperiode uit, zodat het bedrijf ook aan de voor haar geldende voorschriften kan voldoen. In dit geval kan het maximale geluidsniveau van 74 dB(A) in de dagperiode dus als aanvaardbaar worden beschouwd, ook al is het hoger dan de toetswaarden uit stap 2 en 3 uit het stappenplan van de VNG-publicatie.

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

14

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

5. Conclusie In het oude Pomphuis in Delft wordt een restaurant gerealiseerd. Om te bepalen of er evenementen georganiseerd kunnen worden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. 5.1 Standaardsituatie De standaardsituatie waarbij 80 bezoekers op het terras zitten zonder muziekgeluid voldoet aan de streefwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit de VNG-publicatie. Niet voldaan wordt aan streefwaarden voor het maximale geluidsniveau. In hoofdstuk 4 is onderbouwd waarom desondanks sprake is van een aanvaardbare situatie. 5.2 Feesten In de situatie waarbij feesten plaatsvinden wordt niet voldaan aan de streefwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau. Ook als geen sprake is van muziek vindt deze overschrijding plaats. Afschermende maatregelen geven onvoldoende resultaat. Het is op deze locatie niet mogelijk feesten buiten te laten plaatsvinden. 5.3 Eindconclusie Met de standaard bedrijfssituatie, het gebruik als restaurant met terras, is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en kan het bedrijf voldoen aan de eisen die voor haar gelden voor geluid.

k:\doc\b\2021\022303\b2021022303r001v2 akoestisch onderzoek pomphuis delft.docx 26-03-2024

De situatie met feesten is niet mogelijk op deze locatie. De omliggende woonbestemmingen liggen op een dusdanige afstand dat hiermee geen sprake kan zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

ing. G.J. (Gert-Jan) Wesenbeek DGMR Bouw B.V.

15

Akoestisch onderzoek Pomphuis Delft

Bijlage 1 Titel

Invoergegevens rekenmodel

Pomphuis Delft B.2021.0223 Model: Groep:

Naam

Bijlage 1 Lijst van modelitems

80 gasten, geen muziek LArlt (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr. 0503100000000025 0503100000000026 0503100000027463 0503100000029172 0503100000029278

Hoogte 19.38 17.83 10.72 43.66 9.55

Maaiveld 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Functie Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend

0503100000029280 0503100000030063 0503100000030064 0503100000030065 0503100000030066

3.03 14.92 17.62 20.62 7.33

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0503100000030163 0503100000030178 0503100000034897 0503100000035033 0503100000001659

5.56 39.68 39.07 4.56 11.77

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

0503100000001660 0503100000001806 0503100000001808 0503100000001809 0503100000001810

11.70 9.46 9.81 8.52 8.75

0503100000001811 0503100000001812 0503100000001813 0503100000001815 0503100000001816

Jaar 0 0 0 0 0

AHN-jaar 0 0 0 0 0

Trust 0 0 0 0 0

Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

Refl. 31 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Refl. 63 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Refl. 125 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Refl. 250 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Woonfunctie

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

10.53 8.58 9.56 8.82 8.67

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0503100000001817 0503100000001818 0503100000001819 0503100000001820 0503100000001821

8.89 2.59 14.27 12.10 11.81

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Woonfunctie Onbekend Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0503100000001822 0503100000001823 0503100000001824 0503100000001825 0503100000001826

12.08 11.58 14.89 8.93 8.49

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: DGMR

Gebouwtype

BAG-id

Gemeente

23-11-2022 19:08:02

Pomphuis Delft B.2021.0223 Model: Groep:

Naam

Bijlage 1 Lijst van modelitems

80 gasten, geen muziek LArlt (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Refl. 500 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Refl. 1k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Refl. 2k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Refl. 4k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Refl. 8k 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: DGMR

23-11-2022 19:08:02

Pomphuis Delft B.2021.0223 Model: Groep:

Naam

Bijlage 1 Lijst van modelitems

80 gasten, geen muziek LArlt (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie Omschr. 0503100000001876 0503100000001878 0503100000009574 0503100000009576 0503100000009577

Hoogte 5.38 3.07 11.59 7.91 11.62

Maaiveld 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Functie Onbekend Onbekend Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie

0503100000009578 0503100000009579 0503100000009580 0503100000009581 0503100000009582

5.45 9.50 11.97 11.64 8.51

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

0503100000009583 0503100000009584 0503100000009585 0503100000009586 0503100000009587

9.13 3.03 10.45 8.72 9.97

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

0503100000009588 0503100000009589 0503100000009590 0503100000009591 0503100000009592

10.47 10.39 3.79 11.46 6.47

0503100000009593 0503100000009610 0503100000009612 0503100000009614 0503100000009615

Jaar 0 0 0 0 0

AHN-jaar 0 0 0 0 0

Trust 0 0 0 0 0

Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

Refl. 31 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Refl. 63 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Refl. 125 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Refl. 250 0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Onbekend Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Onbekend Onbekend Woonfunctie Woonfunctie Onbekend

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Woonfunctie Woonfunctie Onbekend Woonfunctie Onbekend

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

8.76 8.53 10.58 8.43 8.54

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie Woonfunctie Onbekend

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0503100000009669 0503100000009692 0503100000009694 0503100000009695 0503100000009696

14.29 9.03 11.93 2.64 2.57

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Onbekend Woonfunctie Woonfunctie Onbekend Onbekend

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0.80 0.80 0.80 0.80 0.80

0503100000009698 0503100000009699 0503100000009700 0503100000009701 0503100000009702

8.64 2.66 2.56 2.73 2.65

1.00 1.00 1.00 1.00 1.00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15018067/1