CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Teding van Berkhoutlaan Bijlagen

Commissie Ruimte en Verkeer 8 december 2022, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - Vrijgave ontwerpbestemmingsplan Teding van Berkhoutlaan en ontwerp omgevingsvergunning activiteiten bouwen en kappen (nr. 2246572)24.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10‐5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10‐6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10‐6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10‐6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

230908.20210096

16

Externe veiligheid

hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Er geldt een oriënterende waarde voor het groepsrisico en onder voorwaarden een verantwoordingsplicht tot 200 m binnen de transportroute. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient bij ruimtelijke ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen.

6.2.

Onderzoek

Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Uit de informatie die beschikbaar is via de professionele risicokaart blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over de weg, het spoor, het water of door buisleidingen. Op ruime afstand vindt er wel transport plaats over de A4 (> 1 km) en de A13 (> 2 km). Het toetsingskader voor de autosnelwegen is het Besluit externe veiligheid transportroutes. De snelwegen (A4 en A13) vallen onder het de Regeling basisnet. De minimale afstanden tot de snelwegen zijn dermate groot dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van ruimtelijke beperkingen. De plaatsgebonden risicocontouren en plasbrandaandachtsgebieden reiken tot maximaal 30 meter vanaf de rand van de weg. Het transport van GF3 is voor deze wegen bepalend voor het invloedsgebied (355 meter). De afstand van het plangebied tot de snelwegen is groter dan 355 meter. Gezien de grote afstand tot het plangebied, zal de realisatie van het appartementencomplex geen gevolgen hebben voor de hoogte van het groepsrisico. Ook over de provinciale wegen in en rond Delft waaronder de N470 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het invloedsgebied van de N470 bedraagt 880 m (toxische vloeistoffen) en reikt daarmee niet tot over het plangebied.

Ook andere provinciale wegen liggen op dermate grote afstand van het plangebied, dat deze niet van invloed zijn op de risicosituatie ter plaatse. Risicovolle inrichtingen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Op enige afstand is DSM Delft Permit B.V. gevestigd. Uit de informatie uit het vigerende bestemmingsplan voor het terrein van DSM blijkt dat de PR 10‐6–contouren niet tot over het plangebied reiken. Dat geldt zowel voor de vergunde situatie als een toekomstig ontwikkelingsscenario dat in het kader van dat bestemmingsplan is beschouwd. Wel bevindt het plangebied aan de Teding van Berkhoutlaan 10 zich in het invloedsgebied voor het groepsrisico. Dat invloedsgebied reikt tot een afstand van 1.5 km, waarbij het maatgevende scenario een brand met toxische wolk is. Uit de berekening van het groepsrisico van de risicovolle inrichting in het vigerende bestemmingsplan blijkt dat het groepsrisico boven de oriëntatiewaarde is gelegen. De afstand van de grens van de inrichting tot het plangebied bedraagt meer dan 400 meter. Gezien deze afstand en het beperkte aantal woningen (32) in relatie tot de bestaande personendichtheden zal de beoogde woningbouwontwikkeling niet van invloed zijn op het berekende groepsrisico.

Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied is echter wel een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk, rekening houdend met het scenario van een brand met een toxische wolk.

6.3.

Conclusie

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied de risicovolle inrichting DSM Delft Permit B.V. Conform het Bevi stelt het bevoegd gezag bij de voorbereiding van het bestemmingsplan de veiligheidsregio Haaglanden in de gelegenheid om advies uit te brengen. Gezien de relatief grote afstand van het plangebied tot de risicobron zal de veiligheidsregio naar verwachting een aantal algemene aanbevelingen doen om de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een eventuele calamiteit te vergroten, zoals bijvoorbeeld het af kunnen sluiten van het ventilatiesysteem bij een toxische wolk en de voorlichten van de toekomstige bewoners.

230908.20210096

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

7. Stikstofdepositie

7.1.

17

Toetsingskader

Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier‐ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000‐gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura‐2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000‐gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling of voortoets de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000‐netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.

7.2.

Onderzoek

Het plangebied is gelegen op meer dan 8 kilometer van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000‐ gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’. Met het programma AERIUS Calculator zijn berekeningen uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000‐gebieden in beeld te brengen. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 1. In het onderzoek is zowel de realisatiefase als de gebruiksfase (de situatie na oplevering van de woningen) beschouwd. Uit de berekeningen blijkt dat er in de aanleg‐ en gebruiksfase geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Significante negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Daarmee is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

230908.20210096

18

Stikstofdepositie

aangetoond. Bij de verdere uitwerking van de plannen is een berekening nodig op basis van een meer gedetailleerde set uitgangspunten, rekening houdend met de benodigde werkzaamheden en de specifieke kenmerken van het in te zetten materieel.

7.3.

Conclusie

Op basis van de resultaten van uitgevoerde Aerius‐berekeningen wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van 32 woningen aan de Teding van Berkhoutlaan 10 zowel tijdens de realisatiefase als de gebruiksfase niet leidt tot een depositietoename op verzuringsgevoelige habitats binnen Natura 2000‐ gebieden. Er zijn geen depositiebijdragen groter dan 0,00 mol/ha/jaar berekend. De Wet natuurbescherming staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

230908.20210096

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

8. Water

8.1.

19

Toetsingskader

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap nader wordt behandeld. Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NW)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal:  Provinciaal Waterplan  Provinciale Structuurvisie  Verordening Ruimte Waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan 5 (WBP 5) beschrijft het Hoogheemraadschap van Delfland zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren. Het is de leidraad voor het handelen van Delfland in de planperiode 2016‐2021.

Het WBP 5 is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het WBP 5 staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop, de waterveiligheid, het waterbeheer, de waterkwaliteit en het zuiveren van afvalwater. Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtige manier zijn afgewogen. De werkzaamheden en projecten die de komende zes jaar geïnitieerd worden zijn terug te brengen tot de volgende vier speerpunten van het waterschap:  In stand houden: Investeringen in de infrastructuur worden op een adequate manier in stand gehouden.  Investeren: Veranderende wetgeving en veranderingen in de omgeving vragen om aanpassing en verdere verbetering van ons watersysteem, de waterkeringen en het afvalwatersysteem.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

230908.20210096

20

 

Water

Samenwerken: Het waterschap kan en doet het niet alleen, sterker nog, waterbeheer is ook een taak van andere overheden zoals gemeenten en van burgers en bedrijven. Flexibel en duidelijk: Partners komen een flexibel waterschap tegen die rol en houding afstemt op basis van vraagstukken die voorliggen.

Gemeentelijk beleid De gemeente Delft en het Hoogheemraadschap van Delfland hebben samen het Waterplan Delft, een blauw netwerk (2000), opgesteld. Na herijking is de uitvoeringsperiode verlengd tot 2015. Het plan richt zich op het realiseren van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Daarmee worden systemen bedoeld waarvan de waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit past bij de (natuurlijke) situatie ter plaatse en dat verstoringen in het systeem relatief makkelijk kunnen worden opgevangen. De gemeente Delft en het Hoogheemraadschap van Delfland hebben gezamenlijk de Waterstructuurvisie (2005) opgesteld. Het doel van de Waterstructuurvisie is om het watersysteem van Delft over 25 jaar optimaal te laten functioneren. Hierbij wordt uitgegaan van de principes van duurzaam integraal waterbeheer. De realisatie hiervan wordt zoveel mogelijk opgehangen aan de ontwikkelingen en herstructureringen die de komende decennia in Delft plaatsvinden. Daarnaast wordt in de waterstructuurvisie een betere waterkwaliteit nagestreefd conform de ambities van het waterplan. In de Waterstructuurvisie zijn diverse maatregelen benoemd ter verbetering van de waterhuishouding. Voor het projectgebied zijn, rekening houdend met de huidige functies, geen concrete voorstellen gedaan voor uitbreiding van het oppervlaktewater. De gemeente Delft beschikt daarnaast over een klimaatadaptatiestrategie.

De klimaatadaptatiestrategie moet Delft helpen om haar gedrag aan te passen en Delft klimaatadaptief in te richten. Het is daarbij belangrijk dat de gemeente samenwerkt met bedrijven en inwoners. Met de strategie geeft Delft ook invulling aan de landelijke doelen uit het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie. Om Delft klimaatadaptief te krijgen, pakt de gemeente de volgende opgaves aan: 1. Met een veerkrachtig systeem met maximale sponswerking, wil Delft water zoveel mogelijk vasthouden. 2. Hittestress mag niet toenemen. 3. De aanpak moet gebeuren in samenwerking met bewoners en bedrijven, want meer dan 50% van de grond is privébezit. 4. Voor maatregelen is maatwerk nodig, want ze hangen af van lokale kenmerken. 5. Klimaatadaptieve maatregelen bieden ook kansen om de leefomgeving te verbeteren.

8.2.

Onderzoek

Bestaande situatie Het plangebied is onderdeel van de Kuyperwijk en wordt begrensd door de Teding van Berkhoutlaan, de Sasboutstraat en de Van Blommesteinstraat. Op de locatie stond in het verleden een school, die reeds gesloopt is. Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd op de Bodemkaart van Nederland. Ten noorden van het plangebied bestaat de grond uit lichte klei met homogeen profiel. Het maaiveld ligt op circa 0,0 meter +NAP. Met betrekking tot grondwater is ten noorden van het plangebied sprake van grondwatertrap IV. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) op 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) schommelt tussen de 80 en 120 centimeter onder maaiveld.

230908.20210096

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Water

21

Delft beschikt over een grondwatermeetnet. Het dichtstbijzijnde meetpunt ligt in de groene binnenruimte tussen de woningen aan de van Blommesteinstraat en de van der Lelijstraat (punt 14‐1.10d). De gemiddelde grondwaterstand op dit meetpunt ligt op circa 1 meter onder maaiveld. Dat betekent dat sprake is van een ontwateringsdiepte van ongeveer 1 meter. In de directe omgeving van de locatie zijn geen meldingen van hoge grondwaterstanden bekend. Het treffen van maatregelen om grondwateroverlast te voorkomen is wel gewenst met het oog op de vermindering van de grondwateronttrekking in Delft‐Noord die in 2017 is gestart. De intentie is om de onttrekking geleidelijk af te bouwen en uiteindelijk te stoppen. Dit kan hogere grondwaterstanden tot gevolg hebben. Waterkwantiteit Het plangebied is gelegen in de Voordijkshoornsepolder. Conform de Legger van Hoogheemraadschap van Delfland zijn in het plangebied geen waterkeringen aanwezig. Ten westen van het plangebied bevindt zich een primaire watergang (figuur 8.1) met een beschermingszone van 4 meter. Binnen deze beschermingszones gelden conform de Keur van Hoogheemraadschap van Delfland beperkingen voor bouwen en aanleggen ter bescherming van en om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden. Het plangebied bevindt zich niet in de beschermingszone.

Figuur 8.1 Uitsnede Legger Hoogheemraadschap van Delfland met plangebied (zwart omlijnd) (Bron: Hoogheemraadschap van Delfland). Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen de kern‐ of beschermingszone van een waterkering.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

230908.20210096

22

Water

Afvalwaterketen en riolering De bestaande gebouwen in de omgeving van het plangebied aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zal een appartementencomplex met 32 woningen gerealiseerd worden. Bodem en grondwater Ten behoeve van de herontwikkelingen vinden geen grote ingrepen in de bodem plaats. De benodigde parkeerplaatsen zullen op het maaiveld worden gerealiseerd en niet in een ondergrondse parkeervoorziening. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater. Waterkwantiteit Om de kans op wateroverlast te verkleinen is het van belang om ervoor te zorgen dat het watersysteem optimaal functioneert en goed wordt onderhouden. Hiervoor hanteert Hoogheemraadschap van Delfland het standstill beginsel. Dit houdt in dat de kans op wateroverlast niet mag toenemen als gevolg van een ingreep in het watersysteem of een handeling die invloed heeft op het functioneren van het watersysteem. De beoogde ontwikkeling zal leiden tot een afname van het verhard oppervlak, waardoor met de beoogde ontwikkeling wordt voldaan aan het standstill beginsel. Dit blijkt ook uit de Watersleutel van Hoogheemraadschap van Delfland (figuur 8.2). In bijlage 2 is een grotere versie weergegeven. Bij de berekening is uitgegaan van een gemiddeld maaiveld van 0,0 meter +NAP en een maatgevend peil van 1,30 meter –NAP.

Het plangebied heeft een oppervlakte van 2.724 m2 waarvan in de huidige situatie 2.000 m2 verhard is. In de toekomstige situatie zal de verharding met 756 m2 afnemen.

Figuur 8.2 Uitkomsten Watersleutel Hoogheemraadschap van Delfland Uitgangspunt voor de watersleutel is de voormalige situatie met school, waarbij een groot deel van het plangebied verhard was (2.000 m2 aan verharding). Inmiddels is de school gesloopt en de hoeveelheid verharding kleiner. In de beoogde situatie is sprake van 1.244 m2 aan verharding, waarmee sprake is van

230908.20210096

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Water

23

een afname ten opzichte van de voormalige situatie. Uit de Watersleutel blijkt dan ook dat er geen extra wateroppervlak of waterberging gerealiseerd hoeft te worden. Ondanks de uitkomst van de watersleutel wordt vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie echter wel extra waterberging gerealiseerd (zie hierna). Klimaatadaptatie De voorgenoemde afname aan verhard oppervlak speelt een belangrijke rol waar het gaat om de effecten die samenhangen met klimaatverandering. In de toekomst zal steeds vaker sprake zijn van hevige piekbuien. Om deze reden heeft de gemeente Delft een klimaatadaptatiestrategie opgesteld. Door de groene inrichting van het gebied rond het appartementengebouw zijn er mogelijkheden voor het infiltreren en vertraagd afvoeren van regenwater. Volgens de geldende eisen moet 50 mm regenwater per m2 perceelsoppervlak worden opgevangen en geborgen. Op eigen terrein (appartementengebouw en directe omgeving) gaat het om circa 1.000 m2 aan verharding en daarmee om de berging van 50 m3 water. Er is een verkenning uitgevoerd van de mogelijkheden om invulling te geven aan deze eis. Daaruit bleek onder andere dat groene daken niet mogelijk zijn met de beoogde constructie. Ook de ontwateringsdiepte ter plaatse is mede bepalend voor de keuze voor het bergingssysteem.

Uiteindelijk is gekozen voor een rockflow infiltratiesysteem aan drie zijdes van het appartementengebouw (noordwest, noordoost en zuidoost). Door het koppelen van de HWA’s aan dit infiltratiesysteem kan hemelwater daar worden geborgen. Uit de berekening die onderdeel is van de vergunningaanvraag blijkt dat wordt voldaan aan de bergingseis van 50 m3. Functioneren infiltratiesysteem De gekozen oplossing sluit aan bij de Richtlijn toepassen vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding in het watertoetsproces van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het hemelwater dat valt op de daken wordt via de HWA naar de bergingskratten afgevoerd en geïnfiltreerd in de bodem en vertraagd afgevoerd. Hemelwater dat op overige verharding valt wordt door middel van water passerende steen alsnog in de berging opgenomen of afgewaterd voor infiltratie in het groen. De berging is niet eerder dan in 24 uur leeg en is in maximaal 48 uur weer beschikbaar, of wordt gestuurd. Indien de bergingskratten vol zitten, wordt het water afgevoerd naar oppervlaktewater conform de voorkeursvolgorde (vasthouden/infiltreren, bergen, afvoeren).

De groene omgeving speelt ook een rol bij het tegengaan van hittestress. De beoogde herontwikkeling heeft waar het gaat om klimaatadaptatie ook positieve gevolgen voor de bestaande bewoners in de directe omgeving van het plangebied.

Figuur 8.3 Impressie

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

230908.20210096

24

Water

Waterveiligheid De realisatie van het appartementencomplex heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid. Het plangebied ligt buiten de beschermingszone van de nabijgelegen waterkering. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet‐ uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw‐ als de gebruiksfase. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in‐) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,  afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Hiervoor is onder klimaatadaptatie ingegaan op de wijze waarop wordt omgegaan met het hemelwater.

8.3.

Conclusie

Het bestemmingsplan dat de realisatie van een appartementencomplex aan de Teding van Berkhoutlaan 10 mogelijk maakt heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding. Er wordt voldaan aan de geldende kaders. Compensatie is niet aan de orde aangezien door de herontwikkeling de hoeveelheid verharding afneemt. Door het realiseren van extra waterberging en vergroening wordt voldaan aan de eisen en uitgangspunten ten aanzien van klimaatadaptatie. Het plangebied bevindt zich niet in de beschermingszone van een watergang of waterkering.

230908.20210096

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

BIJLAGEN

Bijlage

1

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Onderzoek stikstofdepositie

230908.20210096

- NOTITIE Memo

8 maart 2021 DATUM KENMERK 20210096 Stephany Lie VAN Jasper Meijs AAN

Teding van Berkhoutlaan 10 PROJECT OPDRACHTGEVER Van Wijnen Projectontwikkeling West

STIKSTOFBEREKENINGEN TEDING VAN BERKHOUTLAAN 10, DELFT INLEIDING Van Wijnen Projectontwikkeling West is van plan om de locatie aan de Teding van Berkhoutlaan 10 in Delft te herontwikkelen. Ter plaatse was in het verleden een school gevestigd. De plannen gaan uit van de realisatie van een appartementengebouw dat ruimte biedt aan 32 woningen. Omdat het vigerende bestemmingsplan geen mogelijkheden biedt voor woningbouw bereidt de gemeente Delft een nieuw bestemmingsplan voor. In dat kader dient het plan te worden getoetst aan de Wet natuurbescherming waarbij onder andere de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000‐gebieden dient te worden beschouwd. De locatie is gelegen op circa 9 kilometer van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000‐gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ (zie figuur 1). Met het programma AERIUS Calculator zijn berekeningen uitgevoerd waarbij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase (de situatie na oplevering van de woningen) is beschouwd. In deze notitie wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer‐ en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in de bijlagen bij deze notitie.

Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000‐gebieden (AERIUS calculator)

TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming De bescherming van Natura 2000‐gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient te worden beoordeeld of het plan kan leiden tot een toename van stikstofdepositie binnen Natura 2000‐gebieden en of deze eventuele toename van stikstofdepositie leidt tot significante negatieve effecten. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk, waarin wordt uitgewerkt welke maatregelen worden getroffen om strijdigheid met de Wet natuurbescherming te voorkomen. Beleidsregel intern en extern salderen Zuid‐Holland De provincie Zuid‐Holland heeft een Beleidsregel intern en extern salderen vastgesteld. Bij intern salderen gaat het om het treffen van maatregelen binnen de begrenzing van één project of locatie waardoor uitbreidingsmogelijkheden/ontwikkelingsruimte wordt gecreëerd.

Bij extern salderen wordt gesaldeerd met één of meer activiteiten buiten de begrenzing van één project of locatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning. Aan zowel intern als extern salderen zijn in de Beleidsregel voorwaarden verbonden. Spoedwet aanpak stikstof Begin 2020 is de spoedwet aanpak stikstof in werking getreden. Deze spoedwet biedt mogelijkheden voor het invoeren van een drempelwaarde voor bepaalde categorieën projecten. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een stikstofregistratiesysteem in te stellen waarin depositieruimte wordt opgenomen die ontstaat door het treffen van bronmaatregelen. Deze ruimte kan vervolgens weer aan nieuwe activiteiten worden toebedeeld. Vanaf 24 maart 2020 kan een natuurvergunning worden aangevraagd op basis van het stikstofregistratiesysteem. Dit geldt in eerste instantie voor de woningbouw en zeven MIRT projecten.

BEREKENINGSUITGANGSPUNTEN Realisatiefase De (potentiële) effecten tijdens de realisatiefase worden in hoge mate bepaald door de specifieke kenmerken van het in te zetten materieel. Deze gedetailleerde informatie is in dit stadium van de planvorming nog niet beschikbaar. In voorliggend onderzoek in het kader van de ruimtelijke procedure wordt volstaan met een analyse op hoofdlijnen om de haalbaarheid van het plan te beoordelen. De emissies door het in te zetten materieel (zoals graafmachines, bulldozers en heistellingen) worden bepaald door een combinatie van het aantal draaiuren, het verbruik en de ouderdom van het materieel. Op basis van ervaringscijfers wordt uitgegaan van 30 draaiuren per woningen voor het zwaar materieel. Uitgaande van een gemiddeld brandstofverbruik van 25 liter per uur is in dat geval sprake van een brandstofverbruik van 750 liter per woning. In Aerius dient ook te worden aangegeven hoeveel van de tijd het materieel stationair draait. In de instructie gegevensinvoer voor Aerius wordt verwezen naar een onderzoek waarin voor de duur van het stationair draaien is uitgegaan gemiddeld 30%. In de berekening is als uitgangspunt gehanteerd dat per woning sprake is van 30 draaiuren + 15 uur stationair draaien. Verder is (worstcase) uitgegaan van relatief oud materieel (stageklasse IIIa, bouwjaar 2006). Recenter materieel genereert aanzienlijk lagere emissies.

Uitgangspunt voor de berekening is dat alle woningen in één jaar worden gerealiseerd, waarbij 2022 aangehouden als rekenjaar. Ook dit uitgangspunt is worstcase omdat de stikstofdepositie per jaar wordt berekend. Wanneer de realisatie gedurende meerdere jaren plaatsvindt leidt dat tot lagere emissies per jaar. Naast de emissies door het materieel op de bouwplaats zal tijdens de realisatie sprake zijn van transportbewegingen ten behoeve van de aan‐ en afvoer van materiaal en personeel. In de berekeningen wordt uitgegaan van gemiddeld 4 vrachtwagenbewegingen per etmaal en voor het lichte verkeer (auto’s en bestelbussen) gemiddeld 40 mvt/etmaal. Naar verwachting is dit een overschatting van de daadwerkelijke aantallen vervoersbewegingen. Het verkeer wikkelt zich af via de Teding van Berkhoutlaan af richting de Van Foreestweg en vervolgens naar de Prinses Beatrixlaan. Op die laatstgenoemde doorgaande weg (> 25.000 mvt/etmaal) gaat

2/3

het verkeer op het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan‐ en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius 2019A (juli 2020), zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer.

Gebruiksfase De nieuwe woningen krijgen geen gasaansluiting, waardoor in de beoogde situatie geen sprake is van directe emissies vanuit de woningen. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000‐gebieden worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. Per woning wordt op basis van CROW‐kentallen uitgegaan van een verkeersgeneratie van 5,5 mvt/etmaal. Met 32 woningen komt de totale verkeersgeneratie daarbij uit op (naar boven afgerond) 180 mvt/etmaal. Het extra verkeer tijdens de gebruiksfase is op dezelfde wijze gemodelleerd als tijdens de aanlegfase (via de Teding van Berkhoutlaan en de Van Foreestweg. De berekening voor de gebruiksfase is uitgevoerd met rekenjaar 2023. De emissies ten gevolge van het verkeer nemen af naarmate het rekenjaar verder in de toekomst ligt omdat Aerius rekening houdend met toepassing van schonere technieken en een toename van elektrisch rijden. Wanneer in 2023 geen depositietoename wordt berekend kan een depositietoename in de verdere toekomst ook worden uitgesloten.

RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit de berekening met AERIUS Calculator (2021) voor de realisatiefase blijkt dat geen toename is van stikstofdepositie wordt berekend binnen Natura 2000‐gebieden (0,00 mol/ha/jr). Om te komen tot de berekeningsuitgangspunten is uitgegaan van conservatieve aannames en kentallen om op die manier de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen. Bij de verdere uitwerking van de plannen is een herberekening nodig op basis van een meer gedetailleerde set uitgangspunten, rekening houdend met de benodigde werkzaamheden en de specifieke kenmerken van het in te zetten materieel. Dit onderzoek gaat uit van de situatie waarin een depositiebijdrage tijdens de aanlegfase niet is toegestaan. Het is niet uitgesloten dat er de komende periode een drempelwaarde wordt geïntroduceerd die het mogelijk maakt om voor stedelijke ontwikkelingsprojecten een tijdelijke depositiebijdrage toe te staan. Ook uit de berekening voor de gebruiksfase blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie (0,00 mol/ha/jr). Daarbij dient te worden opgemerkt dat het huidige AERIUS‐model verkeeremissies op meer dan 5 km van Natura 2000‐gebieden buiten beschouwing laat. Uit recente jurisprudentie blijkt dit uitgangspunt niet houdbaar.

Dat gebrek zal worden gerepareerd door een aanpassing in AERIUS waarmee de rekengrens van 5 km komt te vervallen of een inhoudelijke onderbouwing van de rekengrens van 5 km. Gezien de relatief beperkte verkeersgeneratie van het project aan de Teding van Berkhoutlaan 10 en de grote afstand tot Natura 2000‐gebieden zal het schrappen van de rekengrens niet leiden tot een berekende depositietoename. In de volgende fase kan ter onderbouwing zo nodig een herberekening plaatsvinden met de nieuwe versie van AERIUS. Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van 32 woningen aan de Teding van Berkhoutlaan 10 in de aanleg‐ en gebruiksfase niet leidt tot een depositietoename op verzuringsgevoelige habitats binnen Natura 2000. Significante negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Hiermee is het bestemmingsplan uitvoerbaar binnen de nu geldende kaders.

BIJLAGEN: Aerius‐berekening realisatiefase Aerius‐berekening gebruiksfase

3/3

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RrnnbVdVbL7T (08 maart 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

Teding van Berkhoutlaan 10, 2614 BA Delft

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Teding van Berkhoutlaan

RrnnbVdVbL7T

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

08 maart 2021, 11:05

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

518,70 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Realisatiefase Teding van Berkhoutlaan

Situatie 1

RrnnbVdVbL7T (08 maart 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

5,48 kg/j

Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

513,22 kg/j

RrnnbVdVbL7T (08 maart 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Verkeer 82751, 447640 5,48 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

4,0 / etmaal NOx NH3

3,18 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Licht verkeer

40,0 / etmaal NOx NH3

2,30 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Resultaten

Mobiele werktuigen 82760, 447490 513,22 kg/j < 1 kg/j

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

STAGE IIIa, 300 <= Totaal inzet kW < 560, bouwjaar materieel 2006 (Diesel)

24.000

480

27,0 NOx NH3

513,22 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RrnnbVdVbL7T (08 maart 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RrnnbVdVbL7T (08 maart 2021) pagina 5/5

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rur8xLt2vvKJ (08 maart 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

Teding van Berkhoutlaan 10, 2614 BA Delft

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Teding van Berkhoutlaan

Rur8xLt2vvKJ

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

08 maart 2021, 11:10

2023

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

9,88 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase Teding van Berkhoutlaan

Situatie 1

Rur8xLt2vvKJ (08 maart 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Wegverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

9,88 kg/j

Rur8xLt2vvKJ (08 maart 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Wegverkeer 82746, 447638 9,88 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

180,0 / etmaal NOx NH3

9,88 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

Rur8xLt2vvKJ (08 maart 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

Rur8xLt2vvKJ (08 maart 2021) pagina 5/5

Bijlage

2

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Watersleutel

230908.20210096

21-1-2021

Watersleutel

Watersleutel

Versie 07-2020

Beweeg cursor over begrippen voor toelichting. Blauwe vakjes invullen. Druk vervolgens op update. Projectnaam & omschrijving 21-1-2021

Teding van Berkhoutlaan 10, Delft

19 107 0 0 12

32 appartementen

Watersysteem Voordijkshoornse polder

polder/boezem gemaalcapaciteit peilgebied

27.6

mm/etmaal

GPG2011VHP IV

kaart

Oppervlakteverdeling plangebied

HUIDIG

TOEKOMSTIG

Stedelijk verhard infrastr./bebouwing

m²

2000

1244

onverhard stedelijk

m²

724

1480

verhard glasgebied

m²

0

0

onverhard glasgebied

m²

0

0

Huidig, actueel klimaat, T100

Agrarisch glastuinbouw

Agrarisch gras, akkerbouw, natuur verhard landelijk

m²

0

0

onverhard landelijk

m²

0

0

huidig aanwezig water

m²

0

0

oppervlakte plangebied

m²

2724

Water

Totaal

Gebiedskenmerken

HUIDIG

2724 1

TOEKOMSTIG

gemiddeld maaiveld

NAP m

0.00

0.00

maatgevend peil

NAP m

-1.3

-1.3

m

1.3

1.3

gemiddelde drooglegging

Ontwikkeling, klimaat 2050, T100

Oppervlaktewater in m² Totaal extra te realiseren

kruimelgeval

huidig aanwezig totaal te realiseren aandeel plangebied

Ontwikkeling

Klimaat 2050

0

-129

0

0

129

0

-129

129

0.0%

-4.7%

4.7%

Waterberging in m³ Totaal

https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm

Ontwikkeling

Klimaat 2050

1/2

21-1-2021 extra te realiseren

Watersleutel kruimelgeval

0.0

-72.1

72.1

Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes

https://watertoetsportaal.hhdelfland.nl/watersleutel/index.htm

2/2

Bijlage

3

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Akoestisch onderzoek

230908.20210096

INHOUD 1. 2. 3.

4.

5. 6.

Inleiding Planbeschrijving Toetsingskader

4 5 6

3.1 3.2 3.3 3.4

6 7 7 7

Uitgangspunten

9

4.1 4.2 4.3 4.4

9 9 10 10

Rekenmethode Wegen Omgeving Toetspunten

Resultaten Conclusie

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

3

Normstelling Grenswaarden Gecumuleerde geluidbelasting Gemeentelijk ontheffingsbeleid

Invoergegevens Resultaten gezoneerde wegen Resultaten 30 km/uur wegen

11 12

1. INLEIDING Op de voormalige schoollocatie, gelegen tussen de Teding van Berkhoutlaan, Sasboutstraat en de Van Blommesteinstraat te Delft, zijn plannen om een appartementencomplex te realiseren. De ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken dient de huidige bestemming ‘maatschappelijk’ door middel van een bestemmingsplanwijziging te worden omgezet naar de bestemming ‘wonen’. De ontwikkeling ligt binnen de geluidzone van de Kristalweg, Van Foreestweg en de Pr. Beatrixlaan. Volgens de Wet geluidhinder is akoestisch onderzoek nodig indien woningen worden mogelijk gemaakt binnen de zone van een weg. Verder wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie een beschouwing gegeven van de omliggende niet gezoneerde wegen. Dit betreft in voorliggende situatie de Teding van Berkhoutlaan, Sasboutstraat en de Van Blommesteinstraat.

4

2. PLANBESCHRIJVING Een globaal overzicht van het plangebied is gegeven in onderstaande figuur 2.1. Binnen het bouwplan worden in totaal 32 appartementen gerealiseerd.

Figuur 2.1

Overzicht plangebied

Binnen het bouwplan is sprake van verschillende bouwhoogtes. Het appartementencomplex bestaat gedeeltelijk uit 5- en gedeeltelijk uit 4 bouwlagen, zie figuur 2.2.

Figuur 2.2

5

Impressie bouwplan (voor- en achtergevel)

3. TOETSINGSKADER 3.1

Normstelling

GELUIDZONES Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke- of buitenstedelijke ligging. De zone wordt gemeten vanuit de buitenste zijde van de weg. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.1 weergegeven. Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh Tabel 3.1 Aantal rijstroken Breedte van de geluidzone (in meters) Buitenstedelijk gebied Stedelijk gebied 5 of meer 600 350 3 of 4 400 350 1 of 2 250 200 In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -

stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.

De ontwikkeling ligt binnen de zones van de wegen Kristalweg, Van Foreestweg en de Pr. Beatrixlaan

DOSISMAAT LDEN De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal.

AFTREK VOOR HET STILLER WORDEN VAN HET VERKEER Voordat het bevoegd gezag toetst aan de grenswaarden uit de Wet geluid hinder, mag op basis van artikel 110g Wgh een aftrek worden toegepast waarmee wordt geanticipeerd op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst, door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. De toegestane aftrek bedraagt: 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/uur bedraagt. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/uur of meer is de hoogte van de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting exclusief aftrek. Bij een geluidbelasting van 56 dB en 57 dB mag een aftrek toegepast worden van respectievelijk 3 dB en 4 dB. Bij overige geluidbelastingen wordt een aftrek van 2 dB toegepast. De aftrek mag alleen worden toegepast bij toetsing van de geluidbelasting aan de normstellingen uit de Wgh, niet bij het berekenen van de gecumuleerde geluidbelasting of binnenwaarden. Op de resultaten in dit onderzoek is de aftrek toegepast, tenzij anders vermeld.

6

3.2

Grenswaarden

WEGEN MET GELUIDZONE Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximale ontheffingswaarde niet te boven gaan. Gezien de stedelijke ligging bedraagt de maximale ontheffingswaarde voor de planlocatie volgens de Wgh 63 dB.

WEGEN ZONDER GELUIDZONE Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou wettelijk gezien achterwege kunnen blijven. Op basis van jurisprudentie dient echter de geluidbelasting van elke relevante geluidbron in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt en te worden beoordeeld. Ter beoordeling van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt, bij gebrek aan wettelijke grenswaarden, aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde van 63 dB als maximaal aanvaardbare waarde.

3.3

Gecumuleerde geluidbelasting

Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de gecumuleerde geluidbelasting beoordelen. In tabel 2.7 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen. Tabel 3.2 Lden [dB] <45 46-50 51-55 56-60 61-65 >65

kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) geluidkwaliteit zeer goed goed redelijk matig slecht zeer slecht

De gecumuleerde geluidbelasting wordt berekend volgens het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012. Hierbij vindt een hinderweging plaats voordat de geluidbelastingen worden gecumuleerd. Bij het berekenen van de samenloop van verschillende geluidbronnen voor het bepalen van de karakte-ristieke geluidwering van de gevels wordt de geluidbelasting zonder weging gecumuleerd.

3.4

Gemeentelijk ontheffingsbeleid

De gemeente Delft heeft beleid met betrekking tot hogere grenswaarden vastgesteld in het document ‘Beleid hogere waarden Wet geluidhinder’, gemeente Delft, april 2013. In dit beleid is opgenomen wanneer en onder welke voorwaarden het college van burgemeester en wethouders hogere waarden vaststelt. Aanvullend op de Wet geluidhinder zijn in dit beleid eisen opgenomen ten aanzien van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Deze eisen zijn afhankelijk van de hoogte van de optredende geluidbelasting. Het beleid is opgebouwd uit twee pijlers:

7

1. de wettelijk vereiste afweging van mogelijke maatregelen ter reductie van de geluidbelasting; 2. gemeentelijke handvatten en eisen aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Wat betreft de tweede pijler geldt een aantal specifieke eisen bij het vaststellen van hogere waarden. Belangrijk daarbij is dat woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen altijd een geluidluwe zijde dienen te hebben. Het gemeentelijk beleid bepaalt dat onder een geluidluwe zijde het volgende wordt verstaan: de geluidbelasting op de geluidluwe zijde mag cumulatief niet meer bedragen dan 60 dB (exclusief correctie conform artikel 110g Wgh); indien de gecumuleerde geluidbelasting op de hoogst belaste zijde 65 dB of minder bedraagt, bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting op de geluidluwe zijde maximaal 55 dB (exclusief correctie conform artikel 110g Wgh); de gevel achter een vliesgevel kan beschouwd worden als een geluidluwe gevel. Verder geldt dat elke woning tenminste één slaapkamer moet bevatten die niet aan de hoogst belaste zijde is gesitueerd. Bij voorkeur wordt de helft van de geluidgevoelige ruimten of de helft van het oppervlak van alle geluidgevoelige ruimtes samen niet aan de hoogst belaste zijde gesitueerd.

Binnen het geluidbeleid zijn uitzonderingen opgenomen, namelijk: Zo kan bij eenzijdig georiënteerde woningen of vergelijkbare bouwtypen afgeweken worden van de eis van een geluidluwe zijde. Wel dient op gebouwniveau tenminste 50% van de woningen niet gesitueerd te worden aan de hoogst belaste zijde. Als sprake is van vervangende nieuwbouw gelden hogere uiterste grenswaarden. De handvatten en eisen aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat blijven gelden. Gecumuleerde geluidbelasting toevoegen. Geluidbeleid gemeente toevoegen

8

4. UITGANGSPUNTEN 4.1

Rekenmethode

Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Het overdrachtsmodel is opgesteld in het programma Geomilieu versie 2020.2 van DGMR.

4.2

Wegen

VERKEERSINTENSITEITEN De verkeersintensiteit is het aantal motorvoertuigen dat per uur (mvt/uur) passeert. Bij de bepaling van het aantal motorvoertuigen per uur is uitgegaan van de jaargemiddelde weekdagintensiteiten.

VOERTUIGCATEGORIEËN De motorvoertuigen worden verdeeld in drie categorieën: lichte voertuigen (personenauto's, bestelbusjes); middelzware voertuigen (middelzware vrachtauto’s en bussen); zware voertuigen (zware vrachtauto's).

VERKEERSSNELHEID De verkeerssnelheid is de representatief te achten gemiddelde snelheid van een categorie voertuigen. Dit is in het algemeen de wettelijk toegestane rijsnelheid.

VERHARDING Voor de berekeningen zijn 2 wegdektypes ingevoerd: Dicht asfaltbeton (DAB) (ingevoerd als W0 – Referentiewegdek). Klinkers (ingevoerd als W9a – Elementenverharding in keperverband).

INVOERGEGEVENS Voor het berekenen van wegverkeerslawaai zijn gegevens omtrent verkeersintensiteiten van belang. Deze gegevens zijn aangeleverd door de gemeente Delft, deze bevatten intensiteiten en voertuigverdelingen van het jaar 2030. De verkeersintensiteiten zijn met een jaarlijkse groeipercentage van 1% naar het jaar 2031 doorgerekend (planhorizon). In tabel 4.1 zijn de belangrijkste eigenschappen samengevat. Het volledig overzicht, inclusief voertuigverdeling, is opgenomen in bijlage 1. Tabel 4.1

Verkeersprognoses en overige eigenschappen

Omschrijving wegvak

Rijsnelheid

Pr. Beatrixlaan

Intensiteit 2030 weekdag Intensiteit 2031 week- Wegdek [mvt/etmaal] dag [mvt/etmaal] 29.779 30.077 DAB

Kristalweg Van Foreestweg

5.745 8.581

5.802 8.667

DAB DAB

50 km/uur 50 km/uur

Teding van Berkhoutlaan Sasboutstraat

900

900

Klinkers

30km/uur

900

900

Klinkers

30 km/uur

Van Blommesteinstraat 900

900

Klinkers

30 km/uur

9

70 km/uur

4.3

Omgeving

De standaard bodemfactor in het geluidmodel is zacht, bf = 1,0. Harde bodemvlakken (wegen, water) zijn ingevoerd met bodemgebieden met een bodemfactor van 0,0. Gebouwcontouren in de omgeving zijn geïmporteerd uit PDOK. De hoogten van de gebouwen zijn bepaald met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Er is geen sprake van een relevant hoogteverschil in het maaiveld. Er is daarom gerekend met een plat bodemmodel.

4.4

Toetspunten

Voor de bouwhoogte van het wooncomplex is uitgegaan van maximaal 15 meter. Op alle appartementen zijn toetspunten geplaatst. De geluidbelasting is berekend op alle bouwlagen (5 bouwlagen). Uitgaande van een beoordelingshoogte van +1,5 meter boven de verdiepingsvloeren.

Figuur 4.1

10

Modellering en naamgeving toetspunten

5. RESULTATEN In bijlage 2 en 3 zijn de resultaten opgenomen per toetspunt en per toetshoogte. In tabel 5.1 zijn de resultaten samengevat. Tabel 5.1

Resultaten samengevat

Geluidbron

Hoogst berekende geluidbelasting (in dB)

Gezoneerde weg Kristalweg

32

Pr. Beatrixlaan

33

Van Foreestweg

34

Niet gezoneerde weg Sasboutstraat

47

Teding van Berkhoutlaan

47

Van Blommesteinstraat

45

Uit de resultaten blijkt dat de voorkeursgrenswaarde/richtwaarde van 48 dB niet wordt overschreden. De maximale berekende geluidbelasting bedraagt 47 dB, inclusief 5 dB aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Omdat de grenswaarden/richtwaarden niet worden overschreden, is er ook geen aanleiding voor het berekenen van de gecumuleerde geluidbelasting, of om te toetsen aan het gemeentelijk geluidbeleid.

11

6. CONCLUSIE Op de voormalige schoollocatie, gelegen tussen de Teding van Berkhoutlaan, Sasboutstraat en de Van Blommesteinstraat te Delft zijn plannen om een appartementencomplex te realiseren. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de gezoneerde wegen lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale berekende geluidbelasting bedraagt 34 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Van Foreestweg Verder wordt de richtwaarde van 48 dB ten gevolge van de niet gezoneerde wegen niet overschreden. De maximale berekende geluidbelasting bedraagt hier 47 dB. Het appartementencomplex wordt in een akoestisch goed woon- en leefklimaat gerealiseerd. Het aspect geluid staat de ontwikkeling niet in de weg.

12

Bijlagen

Bijlage 1 Invoergegevens

Invoergegevens wegen Model: Groep:

Basismodel (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Sasboustraat

ItemID 14095 14096 14097 14098 14104

Grp.ID 1 1 1 1 2

Datum 15:59, 5 mrt 2021 15:58, 5 mrt 2021 15:58, 5 mrt 2021 15:58, 5 mrt 2021 15:58, 5 mrt 2021

1e kid -1 -3 -5 -7 -21

NrKids 2 2 2 2 2

Naam 668531 117446 26878 26680 48553

Van Blommesteinstraat Teding van Berkhoutlaan Van Foreestweg Van Foreestweg Kristalweg

14105 14103 14100 14101 14102

3 4 5 5 6

15:59, 5 mrt 2021 15:59, 5 mrt 2021 15:59, 5 mrt 2021 15:59, 5 mrt 2021 16:00, 5 mrt 2021

-23 -19 -15 -13 -17

2 2 2 2 2

48553 48554 48574 48563 673527

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

10-3-2021 09:55:06

Invoergegevens wegen Model: Groep:

Basismodel (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Sasboustraat

Omschr. Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Sasboustraat

Vorm Polylijn Polylijn Polylijn Polylijn Polylijn

X-1 83290,89 83299,33 82984,79 83010,03 82723,95

Y-1 447154,38 447161,42 447730,47 447742,31 447509,06

X-n 82984,79 83010,03 82823,69 82833,77 82763,51

Van Blommesteinstraat Teding van Berkhoutlaan Van Foreestweg Van Foreestweg Kristalweg

Van Blommesteinstraat Teding van Berkhoutlaan Van Foreestweg Van Foreestweg Kristalweg

Polylijn Polylijn Polylijn Polylijn Polylijn

82763,51 82660,40 82984,95 82758,14 82660,40

447537,26 447598,82 447727,13 447645,31 447599,05

82889,17 82796,47 82758,84 82660,61 82604,99

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

10-3-2021 09:55:06

Invoergegevens wegen Model: Groep:

Basismodel (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Sasboustraat

Y-n 447730,47 447742,31 447950,09 447956,53 447537,26

H-1 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

H-n 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

M-1 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

M-n 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

ISO_H 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Min.RH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Van Blommesteinstraat Teding van Berkhoutlaan Van Foreestweg Van Foreestweg Kristalweg

447356,80 447410,58 447645,87 447599,19 447573,61

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

10-3-2021 09:55:06

Invoergegevens wegen Model: Groep:

Basismodel (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Sasboustraat Van Blommesteinstraat Teding van Berkhoutlaan Van Foreestweg Van Foreestweg Kristalweg

Max.RH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Min.AH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Max.AH 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

ISO M. 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

Vormpunten 19 18 11 11 2

Lengte 657,82 655,55 275,82 280,18 48,58

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

0,00 0,00 0,00 0,00 0,00

Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief

3 5 8 4 2

220,06 232,35 240,62 107,91 60,97

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

10-3-2021 09:55:06

Invoergegevens wegen Model: Groep:

Basismodel (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Sasboustraat Van Blommesteinstraat Teding van Berkhoutlaan Van Foreestweg Van Foreestweg Kristalweg

Lengte3D 657,82 655,55 275,82 280,18 48,58

Min.lengte 4,33 20,32 10,99 11,89 48,58

Max.lengte 76,50 65,37 57,96 53,62 48,58

Type Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

Cpl False False False False False

Cpl_W 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5

Hbron 0,75 0,75 0,75 0,75 0,75

220,06 232,35 240,62 107,91 60,97

77,56 20,00 19,63 20,72 60,97

142,50 118,51 52,98 61,66 60,97

Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

False False False False False

1,5 1,5 1,5 1,5 1,5

0,75 0,75 0,75 0,75 0,75

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

10-3-2021 09:55:06

Invoergegevens wegen Model: Groep:

Basismodel (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Sasboustraat Van Blommesteinstraat Teding van Berkhoutlaan Van Foreestweg Van Foreestweg Kristalweg

Helling 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Wegdek W0 W0 W0 W0 W9a

Wegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Elementenverharding in keperverband

V(MR(D)) 70 70 70 70 30

V(MR(A)) 70 70 70 70 30

V(MR(N)) 70 70 70 70 30

W9a W9a W0 W0 W0

Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek

30 30 50 50 50

30 30 50 50 50

30 30 50 50 50

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

10-3-2021 09:55:06

Invoergegevens wegen Model: Groep:

Basismodel (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Sasboustraat Van Blommesteinstraat Teding van Berkhoutlaan Van Foreestweg Van Foreestweg Kristalweg

V(MR(P4)) ------

V(LV(D)) 70 70 70 70 30

V(LV(A)) 70 70 70 70 30

V(LV(N)) 70 70 70 70 30

V(LV(P4)) ------

V(MV(D)) 70 70 70 70 30

V(MV(A)) 70 70 70 70 30

V(MV(N)) 70 70 70 70 30

------

30 30 50 50 50

30 30 50 50 50

30 30 50 50 50

------

30 30 50 50 50

30 30 50 50 50

30 30 50 50 50

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

10-3-2021 09:55:06

Invoergegevens wegen Model: Groep:

Basismodel (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Sasboustraat Van Blommesteinstraat Teding van Berkhoutlaan Van Foreestweg Van Foreestweg Kristalweg

V(MV(P4)) ------

V(ZV(D)) 70 70 70 70 30

V(ZV(A)) 70 70 70 70 30

V(ZV(N)) 70 70 70 70 30

V(ZV(P4)) ------

Crow965 False False False False True

Totaal aantal 12664,00 13380,00 14918,00 15159,00 900,00

%Int(D) 6,47 6,58 6,58 6,58 6,54

------

30 30 50 50 50

30 30 50 50 50

30 30 50 50 50

------

True True False False False

900,00 900,00 8667,00 6140,00 5802,00

6,54 6,54 6,58 6,58 6,89

Geomilieu V2020.1 rev 1 Licentiehouder: Rho - Rotterdam

10-3-2021 09:55:06

Invoergegevens wegen Model: Groep:

Basismodel (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Groep Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Pr. Beatrixlaan Sasboustraat Van Blommesteinstraat Teding van Berkhoutlaan Van Foreestweg Van Foreestweg Kristalweg

%Int(A) 3,19 3,34 3,36 3,36 3,76

%Int(N) 1,20 0,96 0,95 0,95 0,81

%Int(P4) ------

%MR(D) ------

%MR(A) ------

%MR(N) ------

%MR(P4) ------

%LV(D) 95,44 95,75 96,19 95,85 96,47

%LV(A) 97,75 97,52 97,58 97,22 96,97

%LV(N) 93,38 94,44 95,04 95,07 100,00

3,76 3,76 3,36 3,36 3,15

0,81 0,81 0,95 0,95 0,59

------

------

------

------

------

96,47 96,47 95,04 94,75 94,68

96,97 96,97 96,53 96,08 95,58

100,00 100,00 93,90 93,10 94,12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12068809/1