CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Samengevoegd BP Toelichting Regels en Bijlagen bij de regels

Commissie Ruimte en Verkeer 16 februari 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Coördinatieprocedure bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg Zuideinde (nr. 2305049)31.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Volgens het Besluit transportroutes externe veiligheid gelden op een afstand van 200 meter of meer van een transportroute geen ruimtelijke beperkingen. Hieruit kan geconcludeerd worden, dat toevoeging van personen op een afstand van meer dan 200 meter geen wezenlijke verandering van het groepsrisico oplevert. Omdat het plangebied op grotere afstand van de tunnelmond van het spoortraject ligt en het vervoer van gevaarlijke

75

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde stoffen niet zal toenemen, is nader onderzoek naar groepsrisico vanwege deze risicobron niet noodzakelijk. Ook over de rijksweg A13 worden gevaarlijke stoffen getransporteerd. Het plangebied is hierbij gelegen ter hoogte van wegvak Z113 (afrit 9 Delft - afrit 10 Delft-Zuid). Uit het Basisnet Weg blijkt dat de veiligheidszone ter plaatse van dit wegvak 17 meter bedraagt. Daarnaast is sprake van een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter. Omdat het plangebied op circa 1.500 meter van deze transportroute ligt, vormen deze contouren geen belemmering. Ook voor deze risicobron geldt, dat op grond van het Besluit transportroutes externe veiligheid op een afstand van 200 meter of meer van de transportroute geen ruimtelijke beperkingen gelden. Een nadere verantwoording van het groepsrisico wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Conclusie Op grond van bovenstaande beschouwing wordt geconcludeerd, dat de aanwezige risicobronnen niet leiden tot belemmeringen op de voorgenomen ontwikkeling. Desalniettemin ligt het projectgebied bij een eventuele rampsituatie binnen de invloedsfeer van de rijksweg A13. Hoewel vanuit planologisch opzicht geen beperkingen aanwezig zijn, is in samenspraak met de Veiligheidsregio Haaglanden een aantal maatregelen genomen, zoals met de hand uit te schakelen mechanische ventilatie, zodat het aantal (dodelijke) slachtoffers bij een eventuele ramp zo laag mogelijk is. Bovendien wordt ingezet op goede voorlichting en instructie om toekomstige bewoners voor te bereiden op een eventuele ramp.

4.9

Duurzaamheid

Duurzaamheid is onder andere zodanig bouwen, renoveren en beheren dat, gedurende de hele kringloop van het bouwwerk en de gebouwde omgeving, het milieu en de menselijke gezondheid zo min mogelijk negatieve effecten ondervinden. Het begrip duurzaamheid speelt op verschillende schaalniveaus een rol, zowel op het niveau van de stad, de wijk als het gebouw. Duurzaamheid is een speerpunt van Delft. Delft werkt aan de ambitie om in 2050 een energieneutrale stad te zijn, zodat er dan geen CO2-emissies meer afkomstig zijn van fossiele energiebronnen. Hierop wordt ingezet door onder andere minder energie te gebruiken, duurzame energie op te wekken, minder afval te produceren en milieuvriendelijke materialen te gebruiken. Een duurzame leefomgeving maakt de gemeente niet alleen. Vandaar dat met het bedrijfsleven afspraken worden gemaakt over duurzaam ondernemen. Zo wordt erop toegezien dat bedrijven, zorginstellingen en scholen energiebesparende maatregelen treffen. Voor de ontwikkeling zijn vanuit de gemeente Delft in het project uitwerkingskader (PUK) de volgende ambities geformuleerd voor een duurzame energiehuishouding: Een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Dit betekent dat alle gebouwgebonden energie (o.a. verwarming en ventilatie) op de locatie duurzaam opgewekt wordt. Geen aardgasaansluiting. Geen luchtwarmtepompen.

Luchtwarmtepompen produceren geluid en kunnen (bij inzet als koeling) voor extra warmteproductie in het gebied zorgen. Bodemwarmte, de locatie ligt in een interferentiegebied dit betekent dat voor een bodemwarmtesysteem een vergunning aangevraagd moet worden. Deze vergunning is nodig omdat in de nabijheid veel ontwikkelingen zijn waar bodemwarmte gebruikt wordt. Op dit moment zijn er echter geen belemmeringen voor de locatie en is de keuze voor het type systeem vrij. Een GPR Gebouw Score 3 (versie 4.3) van 8, waarbij minimaal de volgende scores behaald moeten worden:

76

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde -DPG* 8.0 waarbij Energie en Milieu afzonderlijk minimaal 7.5; -Gezondheid 8.0; -Gebruikskwaliteit 8.0; -Toekomstwaarde 8.0. * DPG staat voor DuurzaamheidsPrestatie Gebouwen en omvat zowel Energie als Milieu.

De ontwikkeling voldoet aan bovenstaande ambities. De geplande woningen gaan zoziezo gebouwd worden conform het op dat moment geldende Bouwbesluit. Dit betekent, dat de woningen in ieder geval moeten voldoen aan de hierin opgenomen duurzaamheidseisen. Concreet betekent dit onder andere dat de woningen geen gasaansluitingen krijgen.

Voor het klimaat in de woning wordt gebruik gemaakt van de uitwisseling van warmte met bodemlussen welke in 1 installatieruimte verdeeld worden naar de verschillende appartementen, alwaar gebruik gemaakt kan worden van een inpandige individuele warmtepomp. Een en ander gecombineerd met een ventilatiesysteem voorzien van een warmte terug win installatie (WTW). Het is verder aan de eindgebruiker van de appartementen om deze naar eigen wens zo energiezuinig mogelijk in te richten, bijvoorbeeld door het toepassen van waterbesparende kranen en het aanbrengen van ledverlichting.

Voorts zal zoveel als mogelijk voorzien worden in het gebruik van duurzame (bouw)materialen. Het bouwplan beschikt daarnaast over een daktuin, die zo groen en waterbergend mogelijk wordt ingericht. Op de platte daken worden ook zonnepanelen geplaatst en de beglazing wordt uitgevoerd in een hoge kwaliteit dubbele beglazing. De beoogde woningen dragen bij aan een opwaardering van de locatie wat een positief effect zal hebben op de directe omgeving. Daarnaast wordt het pand zodanig gebouwd, dat deze transformeerbaar zijn. Ook worden de appartementen rolstoeltoegankelijk uitgevoerd, waardoor deze ook levensloopbestendig zijn.

4.10

Bezonning en wind

4.10.1 Bezonningsstudie Bezonningsstudies worden uitgevoerd om de schaduwwerking ter plaatse van woningen inzichtelijk te maken. In Nederland bestaan geen landelijk wettelijk vastgelegde normen of eisen waaraan plannen ten aanzien van de bezonning in relatie tot bestaande functies moeten voldoen. Gemeenten zijn dus vrij om hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. De gemeente Delft beschikt niet over eigen beleid. Wel bestaan er de zogenaamde TNO-normen. Dit zijn echter geen harde normen, maar richtlijnen om een oordeel te vellen over de bezonningssituatie. Gelet op de ligging van de locatie in binnenstedelijk gebied, wordt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan uitgegaan van de lichte TNO-norm. De lichte TNO-norm gaat uit van het criterium dat woningen ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag op het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam moeten krijgen gedurende de periode van 19 februari tot 21 oktober (gedurende 8 maanden). Bij minder dan twee uur zon kan nog steeds sprake zijn van een acceptabele bezonningssituatie. In dat geval dient te worden afgewogen of de bezonningssituatie aanvaardbaar is.

77

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Voor deze ontwikkeling is op basis van de lichte TNO-norm een bezonningsstudie uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 15 Bezonningsstudie opgenomen bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat aan de lichte TNO-norm wordt voldaan en er geen sprake is van onaanvaardbare schaduwwerking ten aanzien van de buurpercelen.

Afbeelding: fragment uit bezonningsstudie (bron: pagina 4 bezonningsstudie DGMR)

4.10.2 Windhinderonderzoek Meerlaagse gebouwen kunnen gevolgen hebben voor het windklimaat in de omgeving. Bij gebouwen vanaf 30 meter hoogte wordt vanuit het beslismodel van de NEN 8100 normering aangestuurd op een kwantitatief windonderzoek (CFD modellering of in de windtunnel). In de geprojecteerde bebouwing is sprake van een viertal woongebouwen, waarvan voor 1 woongebouw geldt dat hiervoor een bouwhoogte wordt toegestaan die net iets meer dan 30 meter bedraagt. Vanuit deze achtergrond is voor deze woningbouwontwikkeling door het bureau DGMR Bouw B.V. aan de hand van een CFD modellering een kwantitatief windhinderonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 16 bij deze toelichting opgenomen. Het doel van het kwantitatief onderzoek is het bepalen van het windklimaat ter plaatse van het nieuwbouwproject en het effect van de nieuwbouw op het windklimaat in de directe omgeving. Hierbij is zowel de bestaande situatie als de toekomstige situatie beschouwd. Voor de beoordeling van het windklimaat is hierbij gebruik gemaakt van NEN 8100: 2006 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving'. Voor het heersende windklimaat wordt in het onderzoek gebruik gemaakt van NPR 6097. De norm NEN 8100: 2600 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' maakt onderscheid tussen windhinder en windgevaar.

Windhinder Voor windhinder worden verschillende kwaliteitsklassen (A t.m E) genoemd waarbij het gaat om de overschrijdingskans (%) van een windsnelheid groter dan 5 m/s. De waardering van een kwaliteitsklasse

78

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde is afhankelijk van de activiteiten. De gevoeligheid van personen voor windhinder hangt met name af van die activiteit. Er worden drie activiteiten onderscheiden: 4. Doorlopen, bijvoorbeeld op een parkeerterrein, ook een activiteit als voetballen past binnen deze activiteitenklasse. 5. Slenteren, bijvoorbeeld in een winkelstraat of bij een gebouwingang; 6. Langdurig zitten, bijvoorbeeld op een bankje in het park.

Windgevaar Er is sprake van een gevaarlijke situatie wanneer de wind op hoofdhoogte een uurgemiddelde windsnelheid heeft die groter is dan 15 m/s. De maatgevende windvlagen kunnen dan snelheden bereiken van 20 tot 25 m/s. Het gevaarcriterium wordt bepaald door enerzijdes de gemiddelde windsnelheid van 15 m/s en anderzijds door vlagen tot 25 m/s op hoofdhoogte. Ten aanzien van het beoordelen van windgevaar wordt de indeling aangehouden zoals weergegeven in onderstaande tabel. Situaties waarvoor een overschrijdingskans in procenten geldt tussen de 0.05 en 0.29 mogen alleen worden geaccepteerd als deze vallen binnen de activiteitsklasse 1 ('doorlopen'). Situaties met een overschrijdingskans in procenten groter en gelijk aan 0.30 zijn evident gevaarlijk en behoren te allen tijde te worden vermeden. Het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld. Voor plaatsen waar men voor kwetsare groepen (bijvoorbeeld bejaarden, mindervaliden en kleine kinderen) een verantwoorde situatie wil bereiken, kunnen afwijkende eisen worden gehanteerd.

Resultaten windhinderonderzoek In onderstaande visualisaties is het windklimaat op maaiveldniveau weergegeven voor achtereenvolgens de bestaande situatie, de toekomstige situatie ( uit- en ingezoomd). Hieruit blijkt dat in alle gevallen sprake is van een goed windklimaat.

79

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Afbeelding: beoordeling huidig windklimaat maaiveldniveau (bron: Zuideinde Delft Windonderzoek / DGMR)

Afbeelding: beoordeling toekomstig windklimaat maaiveldniveau uitgezoomd (bron: Zuideinde Delft Windonderzoek / DGMR)

80

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Afbeelding: beoordeling toekomstig windklimaat maaiveldniveau ingezoomd (bron: Zuideinde Delft Windonderzoek / DGMR)

4.11

Aanmeldingsnotitie vormvrije mer

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het Besluit m.e.r. bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is, staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen wordt per activiteit de drempelwaarden beschreven. Voor dit bestemmingsplan is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is één activiteit gevonden die mogelijk m.e.r-(beoordelings)plichtig is, te weten: D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft. Het beoogde bouwplan behelst de realisatie van 120 woningen. Daarmee blijft de omvang ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2.

Het bestemmingsplan is daarom vanuit het oogpunt van het Besluit m.e.r. niet plan m.e.r.-plichtig. De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn echter indicatieve waarden. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Op grond van artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom een zogenaamde aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r. nodig teneinde te kunnen beoordelen of sprake is van een noodzaak voor het opstellen en procedureel doorlopen van een milieueffectrapportage. In de beoordeling dient hierbij rekening te worden gehouden met de criteria, zoals die zijn opgenomen in

81

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde bijlage III van de EU richtlijnen milieubeoordeling projecten: kenmerken project/activiteit; plaats van project/activiteit; samenhang met andere activiteiten; kenmerken van de (mogelijk belangrijke) nadelige milieugevolgen. In bijlage 18 bij deze toelichting is een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r. gevoegd. Uit de aanmeldingsnotitie kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van belangrijke nadelige effecten op het milieu. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure voor dit project.

82

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Hoofdstuk 5

5.1

Cultuurhistorie

Archeologie

Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als zeer waardevol beschouwd. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WaMZ) legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. Zo verplicht de WaMZ om bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij afwijking daarvan rekening te houden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De feitelijke bescherming daarvan krijgt gestalte door het opnemen van regels in het bestemmingsplan ten aanzien van de afgifte van omgevingsvergunningen in die gebieden die als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. Het gehele plangebied ligt op grond van het bestemmingsplan "Schieoevers Noord" binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie I'. Met deze dubbelbestemming worden eventueel aanwezige archeologische waarden beschermd. Dit betekent, dat voor het uitvoeren van bodemverstorende activiteiten met een omvang van meer dan 100 m2 en die dieper reiken dan 0,40 meter beneden maaiveld, een archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. De hiervoor genoemde grenswaarden zullen door de beoogde herontwikkeling wordt overschreden, waardoor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Omdat het plangebied momenteel nog nagenoeg volledig bebouwd is, is het uitvoeren van een verkennend archeologisch onderzoek praktisch gezien niet mogelijk.

Wel is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd, welke als Bijlage 17 Verkennend archeologisch bureauonderzoek is gevoegd bij deze toelichting. Het onderzoek is aanvankelijk voor een kleiner plangebied opgesteld. Gelet op de iets bredere feitelijke scope (meenemen deel omgeving) van het onderzoek is dit onderzoek ook voor het huidige plangebied bruikbaar. Uit dit onderzoek blijkt, dat geen verwachting geldt voor sporen uit de prehistorie. Voor het aantreffen van een vindplaats uit de Romeinse tijd geldt een middelhoge verwachting. Vanwege een mogelijk eerder aanwezig bebouwingslint en eerdere aangetroffen vindplaatsen geldt voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd een hoge verwachtingswaarde. De binnen het plangebied aanwezige verstoringen als gevolg van saneringen en ondergrondse tanks doet hier niets aan af. Op basis van de resultaten uit het bureauonderzoek wordt geadviseerd om een verkennend archeologisch veldonderzoek uit te voeren. Op grond van de provinciale richtlijnen dienen in het plangebied vier tot acht boringen geplaatst te worden, waarvan één tot een diepte tot 4 meter beneden maaiveld. De overige boringen moeten zoveel als mogelijk worden gezet in de schone, ongestoorde natuurlijke ondergrond. Deze wordt op basis van onderzoeken in de omgeving verwacht tussen 1 en 2 meter beneden maaiveld.

Dit verkennende archeologisch veldonderzoek dient te worden uitgevoerd, nadat de aanwezige bebouwing is gesloopt en voorafgaand aan het noodzakelijke grondwerk. Ter bescherming van eventuele archeologische relicten is het plangebied opnieuw voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie I', overeenkomstig het geldende bestemmingsplan "Schieoevers Noord".

5.2

Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing

Binnen het plangebied is geen sprake van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Voor de historische ontwikkeling van de locatie wordt verwezen naar paragraaf 2.1.

83

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

84

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een verbeelding met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

6.2

Systematiek bestemmingen

6.2.1

Inleidende regels

Begrippen In dit artikel zijn de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. In de begrippen is 'bevoegd gezag' opgenomen (als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht). Als hoofdregel geldt dat het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is, tenzij een ander orgaan is aangewezen zoals gedeputeerde staten van de provincie indien het een project van provinciaal belang betreft, of een minister voor projecten van nationaal belang. Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten, die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, gemeten moeten worden.

6.2.2

Bestemmingsregels

Bestemmingen

Groen De bestemming 'Groen' is toegekend aan een deel van de informeel groene noord-zuid route die doorloopt in het plangebied. Binnen deze bestemming zijn onder andere groenelementen toegestaan, een keervoorziening, wandelpaden e.d.

85

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Verkeer - Verblijfsgebied De toegang van en naar het parkeerterrein en de parkeerplaatsen hebben de bestemming 'Verkeer Verblijfsgebied' gekregen. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan, maar enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Binnen deze bestemming wordt, naast de verkeersontsluiting, tevens voorzien in de aanleg van een deel van de informeel groene noord-zuid route die doorloopt in het plangebied. Groenelementen zijn aldus tevens binnen deze bestemming mogelijk.

Wonen De bestaande te behouden woning in het plangebied en de beoogde 120 woningen zijn bestemd tot 'Wonen', waarbij het maximum aantal woningen in de bestemming op 121 stuks is vastgelegd (de bestaande woning meegerekend). De hoofdgebouwen dienen te worden opgericht binnen de aangegeven bouwvlakken, waarbij de maximale bouwhoogte is aangegeven. Binnen de bestemming wonen wordt voorzien in de mogelijkheid om een parkeergarage te realiseren. Ter plaatse van de bestaande woning is voorzien in de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer ontsluitingsweg' om een (verbreding van een) ontsluitingsweg voor het gehele plangebied ter plaatse van de aanduiding mogelijk te maken indien de gelegenheid zich hiervoor aandient. Het belang van de doorwaardbaarheid van de leeflaag bovenop de parkeergarage gedurende de dagperiode is geborgd in de gebruiksregels. Het belang van de realisatie en in standhouding van de waterberging en grondwater beheersmaatregelen, natuurinclusieve en klimaatadaptieve maatregelen zijn geborgd in de gebruiksregels.

Overige bestemmingen

Waarde - Archeologie 1 De bestemming 'Waarde - Archeologie 1' is gehanteerd voor het gehele plangebied. Deze gebieden hebben op basis van de archeologische verwachtingskaart mogelijk archeologische waarde. Bouwen is op deze gronden uitsluitend toegestaan met een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels met uitzondering van projecten kleiner of gelijk aan 100 m2, of nadat uit archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of door middel van een wijzigingsbevoegdheid de bestemming archeologisch waardevol gebied is verwijderd.

Waterstaat - Waterkering In het plangebied komt ook een beschermingszone van een waterkering voor. Hiervoor is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. De gronden hebben nog een andere secundaire bestemming gekregen, zoals 'Wonen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Bouwwerken ten behoeve van de andere voor die gronden geldende bestemmingen zijn slechts toelaatbaar met een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels. De omgevingsvergunning wordt verleend als de waterkeringsbelangen hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Het bevoegd gezag wint advies in bij de beheerder van de waterkering, voordat zij beslist op het verzoek om een omgevingsvergunning. 6.2.3

Algemene regels

6.2.3

Algemene regels

Antidubbeltelregel

86

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Dit zou bijvoorbeeld aan de orde kunnen zijn ingeval (onderdelen van) bebouwingsstroken van verschillende eigenaars zijn.

Algemene bouwregels In dit artikel zijn bouwregels opgenomen die gelden voor alle gebouwen binnen het plangebied. Deze regels gelden naast de overige regels in het plangebied.

Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. In lid 1 is aangegeven welk gebruik in ieder geval verboden is. In lid 2 staan de gebruiken welke een uitzondering vormen op het eerste lid.

Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre en in welke gevallen bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bouwregels ingeval van geringe afwijkingen van de bouwregels.

Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een algemene wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor een beperkte overschrijding van bestemmingsgrenzen.

Parkeren In de algemene bouwregels is opgenomen dat gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd indien voorzien wordt in voldoende parkeerruimte ten behoeve van het parkeren van auto's en fietsen of stallen en laden en lossen.

Voorrangsregeling In dit artikel is een prioritering aangegeven van de (dubbel)bestemmingen indien er op gronden sprake is van meerdere (dubbel)bestemmingen en de daarbij gepaard gaande belangen.

6.2.4

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht Dit artikel bevat de overgangsregels met betrekking tot het bouwen en het gebruik van gronden. In afwijking van de bouwregels blijven enige bouwmogelijkheden bestaan voor die gebouwen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan afwijken van het plan en die zijn of worden gebouwd bij of krachtens de Woningwet of Wabo. Bestaande afwijkingen mogen in principe niet worden vergroot. Het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat het in werking treedt, mag worden voortgezet. Het overgangsrecht is echter niet van toepassing op gebruik dat al in strijd was met het voorgaande plan. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan, indien de afwijking hierdoor in mindere mate strijdigheid met dit bestemmingsplan oplevert.

87

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Slotregel Hierin is de naam van het bestemmingsplan opgenomen.

88

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Hoofdstuk 7

Handhaving

Als kader voor handhaving wordt het beleidskader 'Veiligheid van de gemeente Delft' gehanteerd. Dit kader is vastgesteld in B&W en gaat uit van een zeer bescheiden inzet op handhaving. Handhaving zal plaatsvinden op basis van strategie (risicoanalyse, prioriteren en programmeren). Aandachtspunten daarbij zijn onder andere: de gevolgen voor gebruikers en omgeving (veiligheid, gezondheid en milieu), het gedrag van de overtreder, legalisatiemogelijkheden, beschikbare capaciteit en de termijn waarbinnen handhaving mogelijk is (de wettelijk redelijke termijn waarbinnen zaken verjaren). Uiteraard zal altijd worden gereageerd op klachten van omwonenden. Doordat illegale situaties die reeds in strijd waren met het voorgaande bestemmingsplan worden uitgezonderd van het overgangsrecht, bestaat op grond van de jurisprudentie ook na langere tijd in beginsel nog de mogelijkheid om handhavend op te treden, indien een situatie aan het licht komt die redelijkerwijze niet eerder bekend kon zijn. Juridisch zijn deze situaties immers wegbestemd. Per geval zal door het bevoegde bestuursorgaan een zorgvuldige belangenafweging worden gemaakt.

89

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Hoofdstuk 8

8.1

Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid

Inspraak, overleg, zienswijzen

Op grond van artikel 3.1.1. Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De resultaten van dit overleg zijn verwerkt in Bijlage 19 Nota wettelijk vooroverleg en participatie bij deze toelichting.

Daarnaast heeft over de planvorming in eerder stadium op meerdere momenten en over meerdere onderwerpen participatie plaatsgevonden met omwonenden, zowel vanuit de ontwikkelaar als vanuit de gemeente Delft.

Voorafgaand aan de formele terinzagelegging aan het ontwerpbestemmingsplan en parrallel aan het wettelijk vooroverleg zijn de (belangenbehartigers van) omwonenden in staat gesteld om kort te reageren op het concept ontwerpbestemmingsplan. De resultaten hiervan zijn verwerkt in Bijlage 19 Nota wettelijk vooroverleg en participatie bij deze toelichting.

Vanaf 17 augustus 2021 tot en met 27 september 2021 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen tijdens de formele zienswijzenprocedure. Tijdens de zienswijzenprocedure zijn meerdere zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een beantwoording in de nota van zienswijzen die als bijlage wordt gevoegd bij het besluit tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Voor de inhoud wordt hiernaar verwezen.

8.2

Financiële uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening voorziet in een verplichting tot het verhaal van gemeentelijke kosten. Dat kan op publiekrechtelijke grondslag, via een exploitatieplan dat gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd dient te worden. Maar ook kan het gemeentelijke kostenverhaal geregeld worden via een zogenoemde anterieure overeenkomst over grondexploitatie met de initiatiefnemer/ontwikkelaar, als bedoeld in artikel 6.24 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De reikwijdte van de exploitatieplanplicht en het daaruit voortvloeiende kostenverhaal, volgt uit de omschrijving van bouwplannen zoals bepaald in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van 120 woningen. Daarmee is sprake van een "bouwplan in de zin van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 6.12 Bro". Dit betekent, dat in het bestemmingsplan moet worden voorzien in het "verhaal van de kosten van grondexploitatie" met betrekking tot die locaties. Onder kostenverhaal wordt verstaan: het verhalen van de kosten van grondexploitatie van een gebied over de verschillende eigenaren in het gebied. Kosten van grondexploitatie zijn onder andere de kosten van het bouwrijp maken van een locatie.

In de financiële paragraaf moet worden toegelicht of hiervoor in een exploitatieplan is voorzien, dan wel in een (of meer dan één) anterieure overeenkomst(en) met (een) ontwikkelende partij(en).

Ten behoeve van dit bestemmingsplan is een anterieure overeenkomst afgesloten met de ontwikkelaar. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd. Daarnaast beschikt de ontwikkelaar over voldoende financiële middelen om dit plan te kunnen uitvoeren. In de anterieure overeenkomst is tevens geregeld dat eventuele verzoeken tot planschade op de ontwikkelaar worden verhaald.

90

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

91

Hoek Abtswoudseweg Zuideinde

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

4 4 9

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Groen Wonen Verkeer - Verblijfsgebied Waarde - Archeologie I Waterstaat - Waterkering

10 10 11 14 15 17

Hoofdstuk3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

18 18 19 21 22 23

Hoofdstuk4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

24 24 25

2

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Regels

3

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde met identificatienummer NL.IMRO.0503.BP0063-1001 van de gemeente Delft; 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aan-huis-gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met een woonfunctie in overeenstemming is; 1.6

archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt; 1.7

achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8

balkon

open buitenruimte met afscheiding uitkragend aan de verdieping van het aangrenzend hoofdgebouw; 1.9

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10

bebouwingsgebied

achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; 1.11

bebouwingspercentage

de oppervlakte van de bebouwing, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van het bouwvlak; 1.12

bedrijf

een bedrijf dat gericht is op het vervaardigen en/of opslaan van producten zoals genoemd in de LvB, niet zijnde detailhandel, kantoor, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, hotel en horeca;

4

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

1.13

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.14

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15

Bevi-inrichtingen

bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.16

bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.17

bijbehorende voorzieningen

voorzieningen die ten dienste staan van en ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming zoals parkeren, groen, water, ontsluitingswegen, bruggen, duikers, kades, taluds of beschoeiingen; 1.18

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.19

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.20

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.21

bouwlaag

een tussen twee opeenvolgende vloeren gelegen, voor verblijf geschikt, deel van een gebouw met uitsluiting van een kap; 1.22

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.23

bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel; 1.24

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.25

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct op indirect steun vindt op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;

5

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

1.26

burgemeester en wethouders

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft; 1.27

bvo (brutovloeroppervlak)

het totale gebouwde vloeroppervlak; 1.28

dakopbouw

een geheel of gedeeltelijk toegevoegde bouwlaag op een gebouw boven goothoogte; 1.29

dakterras

een buitenruimte, gelegen op een hoofdgebouw of op een bijbehorend bouwwerk voorzien van een afscheiding; 1.30

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van zaken aan in hoofdzaak personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.31

dienstverlening

een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verlenen van diensten aan derden met rechtstreeks contact met het publiek, zoals bijvoorbeeld kapperszaken en schoonheidsinstituten en het verlenen van diensten op het gebied van gezondheidszorg, sociaal-cultureel, welzijn, woonzorg, onderwijs en educatie, sport en vergelijkbare gebieden, niet zijnde kinderopvang, buitenschoolse opvang; 1.32

ecologische zone

natuur met de mogelijkheid voor migratie van dieren en planten; 1.33

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en deze die inrichting niet verbieden; 1.34

erker

een bijbehorend bouwwerk aan de voorgevel van een hoofdgebouw; 1.35

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.36

hoofdgebouw

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is 1.37

Hoogheemraadschap

het Hoogheemraadschap van Delfland;

6

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

1.38

horeca

een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van drank- en/of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, waaronder in ieder geval worden verstaan café's, restaurants, lunchrooms, snackbars en hiermee gelijk te stellen inrichtingen of bedrijven met uitsluiting van hotels en discotheken; 1.39

kantoor

een bedrijf dat niet of slechts in ondergeschikte mate op het publiek gericht is en dat zich richt op administratieve, adviserende of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden; 1.40

kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of omgevingsvergunningplicht op grond van art. 2.1, lid 3 van het Besluit omgevingsvergunning geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.41

kunstwerken

voortbrengsels van de beeldende kunsten en bouwwerken waarvoor andere materialen dan aarde en zand gebruikt zijn, zoals sluizen, tunnels, bruggen, viaducten enz; 1.42

kwetsbare objecten

objecten zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.43

LvB

de Lijst van Bedrijfstypen die onderdeel uitmaakt van deze regels; 1.44

maatschappelijke voorzieningen

het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, waaronder gezondheidszorg, zorg en welzijn, onderwijs, religie, bibliotheken, openbare dienstverlening en verenigingsleven met uitsluiting van uitvaart/begraafplaatsen, gevangeniswezen en defensie/militaire zaken; 1.45

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.46

overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.47

openbaar toegankelijk gebied

weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.48

parkeervoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het parkeren, zoals parkeerplaatsen en de daarbij behorende in- en uitritten;

7

vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde

1.49 peil voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, ter plaatse van de bestemming 'Wonen' waarbij de bouwwerken worden gerealiseerd bovenop een parkeergarage: de hoogte van de bovenkant van de afgewerkte dakconstructie van de parkeergarage. 1.50

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor huisvesting van één afzonderlijke huishouding; 1.51

woongebouw

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12376410/1