CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Huyterstraat 8 Delft

Raadsvergadering 15 juni 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake ontwerpverklaring van geen bedenkingen Huyterstraat achter 4-6 afgeven (nr. 2319246)9.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft Gemeente Delft

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht

Gemeente Delft

T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481

Kenmerk: Status: Datum: Auteur: Geaccordeerd:

R202178/2201d definitief 3-10-2022 S.P. van Werven S. Zonneveld

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................................................................................... 5 Aanleiding en doel ................................................................................................................... 5 Locatie projectgebied .............................................................................................................. 5 Geldend bestemmingsplan ...................................................................................................... 6 Leeswijzer ................................................................................................................................ 7 Planbeschrijving ............................................................................................................................... 8 Bestaande situatie ................................................................................................................... 8 Beoogde situatie ...................................................................................................................... 9 Beleidskaders .................................................................................................................................

12 Rijksbeleid .............................................................................................................................. 12 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .................................................................................. 12 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).................................................... 12 Ladder voor duurzame verstedelijking........................................................................... 13 Provinciaal beleid: Zuid-Holland............................................................................................. 13 Omgevingsvisie Zuid-Holland ......................................................................................... 13 Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020 (ontwerp)....................................... 15 Overig............................................................................................................................. 15 Regionaal en gemeentelijk beleid Delft ................................................................................. 16 Omgevingsvisie Delft 2040............................................................................................. 16 Woonvisie Delft 2016 - 2023 .................................................................................................

18 Sectorale aspecten......................................................................................................................... 20 Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 20 Water ..................................................................................................................................... 21 Beleidskader Hoogheemraadschap van Delfland ........................................................... 21 Watertoets............................................................................................................................. 22 Afvalwater.............................................................................................................................. 22 Ecologie.................................................................................................................................. 22 Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 23 Archeologie .................................................................................................................... 23 Cultuurhistorie ...............................................................................................................

24 Milieu ............................................................................................................................................. 25 Mer-beoordeling .................................................................................................................... 25

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 3 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Geluid..................................................................................................................................... 25 Wegverkeerslawaai ........................................................................................................ 25 Industrielawaai............................................................................................................... 27 Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 27 Geur ....................................................................................................................................... 29 Bodem.................................................................................................................................... 29 Externe veiligheid .................................................................................................................. 30 Algemeen juridisch kader .............................................................................................. 30 Risicobronnen, kabels en leidingen en transportroutes ................................................ 31 Bedrijven en milieuzonering ..................................................................................................

32 Algehele conclusie milieu....................................................................................................... 33 Uitvoerbaarheid ............................................................................................................................. 34 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................ 34 Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................... 34 Procedure .............................................................................................................................. 34 Bijlagen .................................................................................................................................................. 35

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 4 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Inleiding Aanleiding en doel Deze ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op het realiseren van een kangoeroewoning met tuin op het binnenterrein dat is gelegen achter de Huyterstraat 4 en 6 en de Brabantse Turfmarkt 19, 21 en 23 te Delft. Op de locatie geldt het bestemmingsplan ‘Binnenstad 2012’, vastgesteld op 27 juni 2013. Hierbij is het projectgebied voor het grootste gedeelte bestemd als ‘Wonen’ en voor een klein deel als ‘Centrum – Bijzonder winkelgebied’. De initiatiefneemster is voornemens de huidige bebouwing te slopen en op dezelfde locatie een Lvormige kangoeroewoning met tuin en tuinpad te realiseren. Op basis van het huidige bestemmingsplan is dit niet mogelijk binnen de geldende regels, aangezien er ter plaatse geen bouwvlak aanwezig is. Voor de beoogde ontwikkeling wordt daarom een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan aangevraagd. De gemeente heeft eerder aangegeven in principe bereid te zijn medewerking te verlenen aan het afwijken van het bestemmingsplan door middel van een omgevingsvergunning. Ten aanzien van onderhavig initiatief heeft vooroverleg plaatsgevonden. Locatie projectgebied Het projectgebied, kadastraal bekend als gemeente Delft, sectie D nummers 2625, 4136 en 1827, is gelegen in het centrum van de stad Delft te midden van de gelijknamige gemeente. Het projectgebied omvat 201 m2.

Het projectgebied wordt ingesloten door woningen aan de noord- en westzijde. Direct aan de oostkant bevindt zich de achterzijde van de detailhandel en horeca van de Brabantse Turfmarkt. Aan de zuidkant bevinden zich tot slot enkele woningen en de Huyterstraat, welke fungeert als verbinding tussen de Brabantse Turfmarkt en Koornmarkt voor fietsers en voetgangers. De omliggende bebouwing bestaat vrijwel volledig uit woningen en kleinschalige detailhandel en horeca. Aan de overzijde van de Huyterstraat bevinden zich eveneens woningen, een groot parkeerterrein en een synagoge. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de nabije omgeving van het projectgebied.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 5 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Afbeelding 1: Projectgebied indicatief weergegeven met rode omlijning (bron: Google Earth)

Geldend bestemmingsplan Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan ‘Binnenstad 2012’, vastgesteld op 27 juni 2013 door de gemeente Delft. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op het gehele centrum van Delft, welke grofweg wordt ingekaderd door de spoorlijn aan de westkant en het Rijn-Schiekanaal aan de zuid-, oost- en noordkant. Van de twee onderhavige percelen aan de Huyterstraat is in het bestemmingsplan het ene (1827) bestemd als ‘Wonen’ en het andere (2625) bestemd als ‘Centrum – Bijzonder winkelgebied’. Voorts is op beide percelen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ aanwezig, evenals de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - 1' en de gebiedsaanduiding 'beschermd stadsgezicht’. Een bouwvlak en maatvoeringen ontbreken. Omwille van het ontbreken van het bouwvlak is het niet mogelijk om een kangoeroewoning en tuin te realiseren ter plaatse van het huidige overdekte binnenterrein binnen het huidige bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan aangevraagd.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 6 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Afbeelding 2: Projectlocatie indicatief rood omlijnd en voorzien van marker (bron: website www.ruimtelijkeplannen.nl)

Leeswijzer In dit hoofdstuk is kort ingegaan op de aanleiding van deze ruimtelijke onderbouwing en de bestemming van het projectgebied. In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie en het project beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het geldende ruimtelijke beleid van rijk, provincie en gemeente. In hoofdstuk 4 wordt aandacht besteed aan sectorale aspecten. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de mogelijkheden van milieuhinder. De onderbouwing wordt afgesloten met de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project, als uiteengezet in hoofdstuk 6.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 7 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Planbeschrijving Bestaande situatie Het projectgebied werd tot voor kort ingezet als onderdeel van het restaurant dat was gevestigd aan de Brabantse Turfmarkt 21. Naast een deel van het restaurant was hier ook de keuken gesitueerd. Inmiddels is het projectgebied afgescheiden van de aan de Brabantse Turfmarkt 21 aanwezige horeca. Het projectgebied wordt ontsloten via een eigen toegang aan de Huyterstraat. In de huidige situatie is geen groen aanwezig, daar de twee percelen volledig bebouwd en overdekt zijn en het huidige dak evenmin voorzien is van beplanting. Aan de west- en zuidzijde van het perceel zijn woningen van derden aanwezig. Onderstaande afbeeldingen verbeelden de huidige situatie van het projectgebied.

Afbeelding 3: Huidige situatie op dakniveau van projectgebied, bezien vanuit elke windrichting (bron: Architectuur/stedenbouw Teake Bouma)

Afbeelding 4: Huidige situatie op begane grond van projectgebied (bron: Architectuur/stedenbouw Teake Bouma)

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 8 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Afbeelding 5: Schets van huidige situatie van projectgebied (bron: Architectuur/stedenbouw Teake Bouma)

Beoogde situatie Initiatiefneemster is voornemens de huidige woning te slopen en enkel de fundering te laten staan. Op deze fundering zal vervolgens een L-vormige kangoeroewoning worden gerealiseerd welke qua massa evenveel ruimte in beslag zal nemen als de huidige bebouwing. De woning zal aan de noordzijde bestaan uit 2-lagen (maximale goothoogte: 6 m, maximale nokhoogte 7,7 m), en aan de oostzijde uit 1 laag (maximale hoogte: 2,9 m) met daarop een schuin dak. Naast de woning zal op het perceel een tuin worden gerealiseerd. Kangoeroewoning Een kangoeroewoning is een combinatie van twee zelfstandige woningen of wooneenheden onder één dak. Dit concept, dat afkomstig is uit Scandinavië, wordt ook in Nederland steeds vaker toegepast om mantelzorg in wooncontext te faciliteren. Het uitgangspunt is hierbij dat er een zorgvraag ligt

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 9 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

waarbij naasten (ouders, broers en zussen, kinderen) deze op zich nemen. De kangoeroewoning past in de categorie van de ‘mantelzorgwoning’, met het grote verschil dat een mantelzorgwoning een zelfstandige woning op het terrein betreft. De initiatiefneemster is in de beoogde opzet van onderhavig plan, van plan zorg te verlenen aan haar meervoudig gehandicapte broer.

Afbeelding 6: Schets van begane grond in de beoogde situatie van projectgebied (bron: Architectuur/stedenbouw Teake Bouma)

De woning zal aan de zuidzijde worden ontsloten op de Huyterstraat middels een tuinpad. Tevens wordt hierbij een patio aangelegd. Op het eigen terrein zal worden voorzien in parkeermogelijkheid voor fietsen. Er wordt geen rekening gehouden met het parkeren van auto’s, hierover is reeds gesproken met de gemeente. Ondanks dat er op het huidige perceel een bestemming rust die woongebruik niet verbiedt, ontbreekt een bouwvlak. Hierdoor past onderhavige ontwikkeling niet binnen het geldende bestemmingsplan. Voorliggende aanvraag voor een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan voorziet dan ook in het mogelijk maken van deze ontwikkeling.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 10 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Afbeelding 7: Schets doorsnede kangoeroewoning, gezien van zuidelijke richting. (Bron: Architectuur/stedenbouw Teake Bouma)

Afbeelding 8: Schets doorsnede kangoeroewoning, gezien van oostelijke richting inclusief zonnestand. (Bron: Architectuur/stedenbouw Teake Bouma)

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 11 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Beleidskaders Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (WRO). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Bovenstaande vergt een goed samenspel tussen Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten, maar ook tussen overheden en bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. We spreken hier over ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Beoordeling Voorliggend project is te kleinschalig om van invloed te zijn op het beleid genoemd in de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en sinds die tijd enkele malen herzien. In de geconsolideerde versie van het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van: a) Rijksvaarwegen; b) Project Mainportontwikkeling Rotterdam; c) Kustfundament; d) Grote rivieren; e) Waddenzee en waddengebied; f) Defensie; g) Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; h) Elektriciteitsvoorziening; i) Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; j) Natuurnetwerk Nederland; Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 12 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

k) Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; l) IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); m) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; n) Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Beoordeling Het project heeft geen gevolgen voor de ruimtelijke belangen welke in het Barro zijn benoemd. Ladder voor duurzame verstedelijking Per 1 oktober 2012 is de ladder voor duurzame verstedelijking (ook wel duurzaamheidsladder) als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De regeling is laatstelijk gewijzigd op 1 juli 2017. De duurzaamheidsladder ziet toe op een zorgvuldige afweging van iedere stedelijke ontwikkeling. Zo moet de ontwikkeling voorzien in een behoefte. Als hiervan sprake is moet worden bezien in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Als blijkt dat dit geen mogelijkheid is, moet worden afgewogen of het gebied passend is ontsloten of als zodanig kan worden ontwikkeld. Beoordeling De ontwikkeling waar deze onderbouwing in voorziet, heeft betrekking op het slopen van de huidige gedateerde bebouwing en overkapping van het binnenplein achter de aanwezige bebouwing aan de Brabantse Turfmarkt en het realiseren van een kangoeroewoning inclusief tuin en tuinpad op die plek.

De ontwikkeling voorziet hierbij in de concrete behoefte aan woningen zoals is omschreven in het gemeentelijke beleid (paragraaf 3.3.). Tevens vindt de ontwikkeling plaats binnen bestaand stedelijk gebied op een locatie welke in de huidige situatie reeds bebouwd is. De facto wordt hierdoor geen nieuwe grond in gebruik genomen en wordt op een duurzame manier verstedelijkt. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de uitgangspunten van de ladder. Provinciaal beleid: Zuid-Holland Het provinciale ruimtelijke beleid is vervat in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening. Dit beleid is vastgesteld op 20 februari 2019. Op 15 maart 2022 is een geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening verschenen. Omgevingsvisie Zuid-Holland Met de Omgevingsvisie anticipeert de provincie op het in werking treden van de Omgevingswet. In de nieuwe Omgevingsvisie is het volledige omgevingsbeleid van de provincie vervat, zoals de Omgevingswet ook zal voorschrijven. In de Omgevingsvisie worden de huidige beleidsplannen in één document verenigd: - de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); - het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); - het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); - het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer;

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 13 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

-

de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb).

De provincie Zuid-Holland kiest hierbij voor een opgavegerichte aanpak, waarbij steeds samenhangende beleidsonderdelen worden vernieuwd waar dat nodig is. Het provinciale omgevingsbeleid is dus geen statisch (eind)document, maar een document waarmee voortdurend de dialoog wordt gezocht met de diverse ruimtelijke actoren: altijd klaar, maar nooit af. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit, waarbij Zuid-Holland slimmer, groener en sterker dient te worden. De visie geeft aan dat de economie van Zuid-Holland is gebaseerd op fossiele brandstoffen. De provincie zet in op verduurzaming van energieopwekking uit hernieuwbare bronnen. De visie geeft daarnaast aan dat de provincie moet inspelen op de gevolgen van de klimaatverandering, niet in de laatste plaats de te verwachten stijging van de zeespiegel. Daarnaast staat de provincie de komende decennia ook voor de vergrijzing als (tijdelijke) demografische verandering. De provincie wil daarbij ontwikkelingen samen met andere partijen oppakken, waarbij de volgende sturingsprincipes worden gehanteerd: Gebiedsgericht: De provincie komt met elk gebied tot een aanpak op maat. Zuid-Holland bestaat uit verschillende gebieden met elk hun eigen opgaven. Specifieke opgaven ontstaan in interactie met de omgeving.

Die specifieke opgaven vragen elk om hun eigen vorm van sturing. Uitgaan van passend schaalniveau: De provincie vormt allianties op het schaalniveau van de specifieke opgave. Allianties op verschillende niveaus zijn nodig. De provincie werkt met partners op lokaal, regionaal, provinciaal en landsdeelniveau en kijkt waar nodig ook over landsgrenzen heen. Ruimte voor differentiatie: Waar mogelijk gaan integrale maatwerkoplossingen boven generieke regels. Dat gebeurt alleen als per saldo sprake is van voldoende positieve ontwikkeling. De provincie wil ruimte laten voor verschil, experimenten toelaten, maatwerkoplossingen zoeken en omgaan met onzekerheid. De provincie heeft zes richtinggevende ambities geformuleerd in de fysieke leefomgeving. Door in te zetten op de zes ambities wordt bijgedragen aan het sterker maken van Zuid-Holland. Deze ambities zijn: -

Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 14 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Beoordeling Voor wat betreft de huidige overdekte binnenplaats achter de bebouwing aan de Brabantse Turfmarkt kan worden gesteld dat deze niet langer voldoet aan de eisen van deze tijd. Verwezen wordt naar de gegeven afbeeldingen uit paragraaf 2.1. Naast de vervallen staat, wordt onderhavig perceel momenteel niet gebruikt. Deze leegstand in de binnenstad van Delft is een verspilling van de schaarse grond. Door hier een kangoeroewoning met tuin te realiseren wordt bijgedragen aan een levendige meerkernige metropool waarbij invulling wordt gegeven aan de vraag naar (zorg)woningen. Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020 Op 6 oktober 2020 is het ontwerp verschenen van de Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020, welke is herzien op 23 juni 2021. In deze aanpassing van de omgevingsverordening wordt, voor zover relevant voor onderhavig plan, in artikel 6.50 voorgeschreven dat aandacht moet worden besteed aan de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering. Hierbij worden specifiek de aspecten wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte benoemd. Beoordeling Hoewel kleinschalig leidt onderhavige ontwikkeling tot een positieve verandering van het klimaatbestendige karakter van de nabije omgeving.

Door de ontwikkeling van een tuin met groen zal zowel het waterbufferende vermogen van het perceel toenemen en tegelijkertijd leidt de komst van groen tot een verlaging van hittestress in de bebouwde omgeving. Het overstromingsrisico ter plaatse voldoet aan de normen die het waterschap hierbij in acht neemt, aangezien per saldo sprake zal zijn van een afname van het afwaterende oppervlak door de realisatie van een tuin. Gelet op de ligging en het geringe hoogteverschil ter plaatse zal er in geval van een overstroming geen sprake zijn van een plotselinge peilstijging zodat er enige tijd zal zijn om te ontvluchten. Overig Provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid vier provinciale milieubelangen. Hieronder leest u welke dit zijn en hoe de voorgenomen ontwikkeling zich verhoudt tot deze belangen: - Bescherming van stiltegebieden De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een stiltegebied. - Windenergie stimuleren De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een plaatsingsgebied voor windmolens. - Beschermen bedrijventerreinen voor Hogere Milieu Categorie-bedrijven De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een HMC-bedrijventerrein. Afname van HMC-locaties is derhalve niet aan de orde.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 15 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

- Beschermen van grote groepen mensen De voorgenomen ontwikkeling is niet gelegen in een invloedsgebied Groepsrisico van een EV-relevante risicobron.

Regionaal en gemeentelijk beleid Delft Omgevingsvisie Delft 2040 Op 16 juli 2021 is door de gemeente Delft de Omgevingsvisie Delft 2040 vastgesteld. Hierin worden de ambities en vraagstukken benoemd waarmee de gemeente de komende jaren te maken krijgt. De kwaliteiten die van Delft een aantrekkelijke stad maken wil de gemeente behouden door ze verder te verrijken en te versterken. De Delftse kernwaarden zijn: historie, technologie, innovatie, creativiteit en de verbonden stad. Het Delftse erfgoed (oud en nieuw) speelt een grote rol in de aantrekkelijkheid, identiteit en het vestigingsklimaat van de stad. Ten aanzien van de verschillende vraagstukken heeft de gemeente de volgende doelen gesteld: Ruimte en wonen Delft zet tot 2040 in op het toevoegen van 15.000 woningen. Hiermee is de gemeente al goed op weg. De nieuwe woningen dragen bij aan een kwaliteitsverbetering in de wijken. Waar mogelijk bouwt de gemeente in hogere dichtheden. Economie Delft voorziet tot 2040 in een groei van 10.000 banen. Delft maakt gebruik van de substantiële kansen van kennisintensieve bedrijven en van een kennisgedreven en ambachtelijke ‘maakindustrie’. Deze nieuwe maakindustrie biedt arbeidskansen voor een brede doelgroep in Delft en de regio. Het feit dat in Delft technisch onderwijs op mbo, hbo en academisch niveau aanwezig is maakt Delft uniek en versterkt de kansen van het Delftse bedrijfsleven.

Delft koestert de huidige bedrijven, kleinschalige economie en biedt waar mogelijk groeiruimte aan bestaande bedrijvigheid. De TU is en blijft een belangrijke partner en is in 2040 zowel sociaal als fysiek beter met de stad verbonden. Duurzaamheid Delft is in 2040 hard op weg om in 2050 energieneutraal en klimaatbestendig te kunnen zijn. Om daar te komen, zet Delft in op energiebesparing, een warmtenet en zonne-energie. Mobiliteit Delft zet in op een mobiliteitstransitie. Het mobiliteitssysteem gaat veranderen, zodat Delft de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft. De ruimte voor de infrastructuur in de stad wordt beter benut door voorrang te geven aan ruimte-efficiënte, schone, slimme en veilige mobiliteit. Gezonde leefomgeving De fysieke leefomgeving moet bijdragen aan de gezondheid van iedere Delftenaar. De gemeente dringt negatieve milieueffecten terug en richt zich op een gezond ingerichte leefomgeving. Het buitengebied is altijd goed bereikbaar. In 2040 is de buitenruimte in en om de stad voor mens, plant

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 16 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

en dier op minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau als nu. De gemeente poogt de biodiversiteit te bevorderen, door buitenruimten en nieuwe bebouwing natuurvriendelijk in te richten en te realiseren. In 2040 bestaat het begrip ‘afval’ niet meer. Delft functioneert dan als een circulair systeem voor grondstoffen. Cultuur Om de positie van de historische en culturele stad te versterken, investeert Delft in kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen, een verantwoorde ontwikkeling van toerisme en in het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Delft koestert zijn erfgoed en zet ook bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in op het doorvertalen van de rijke historie van Delft. Erfgoed in Delft is bekend en ‘beleefbaar’, waar je ook bent in de stad. Vitaliteit Ter versterking van de wijkeconomie en het borgen van de duurzame vitaliteit van wijken wordt bij nieuwe gebiedsontwikkelopgaven ten minste 10% van het te realiseren aanbod in de wijk bestemd voor werk en maatschappelijke voorzieningen. Er wordt gestreefd naar een vitale mix van wonen en werken, zowel in de wijken als in de werkgebieden. Hierdoor kan er een klimaat ontstaan van dynamische stedelijke gemengde gebieden. Voorzieningen Delft heeft in 2040 hoogwaardige, passende en toegankelijke voorzieningen die nodig zijn voor zorg, welzijn, cultuur, onderwijs en sport.

Delft streeft naar een goede spreiding van voorzieningen en clustert waar mogelijk Inclusief Prettig samen leven vinden we belangrijk in Delft. In 2040 is Delft een stad waar iedereen ertoe doet, meedoet, elkaar kan ontmoeten en de kans krijgt zich te ontwikkelen. In ertoe doen en gezien worden en van daaruit ontmoeten, ontwikkelen en meedoen ligt namelijk de sleutel tot prettig samen leven. De openbare ruimte en voorzieningen die we realiseren, dragen hier aan bij. Er wordt meervoudig gebruik gemaakt van de beschikbare openbare ruimte en deze is doelmatig onderhouden en sociaal veilig ontworpen. Schaarse ruimte In Delft is ook ruimte een schaars goed. Daarom zullen we goed moeten nadenken over welke keuzes we maken bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Deze moeten indien mogelijk altijd bijdragen aan de versterking van meerdere kwaliteiten van de stad en het gebied. Beoordeling Onderhavig project draagt bij aan het behalen van meerdere doelen. Allereerst past de komst van de kangoeroewoning binnen de gestelde wens om meer, en meer diversiteit aan woningen toe te voegen aan de voorraad tot 2040. Daarnaast zorgt de ontwikkeling voor een bijdrage aan de duurzaamheidsdoelen, daar de woning gasloos en energiezuinig zal worden gerealiseerd. Voorts zorgen de tuin en het groene dak voor een

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 17 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

klimaatadaptieve omgeving waarbij water beter kan worden gebufferd en hittestress kan worden verminderd. Eveneens wordt aandacht geschonken aan het maatschappelijke doel om van Delft een meer inclusieve gemeente te maken waarin iedereen ertoe doet en prettig kan leven. De kangoeroewoning zorgt ervoor dat er ruimte wordt geboden aan bepaalde groepen in de samenleving die meer zorg behoeven. In dit geval wordt het mogelijk gemaakt om een meervoudig verstandelijk beperkt persoon prettig te laten wonen in de nabijheid van familie, wat momenteel nog niet mogelijk is voor de familie. De kangoeroewoning draagt bij aan de diversiteit van het woningaanbod in de stad. Tot slot wordt invulling gegeven aan het nuttig invulling geven van de schaarse ruimte die voorhanden is in Delft. Momenteel staat de verharde overdekte binnenplaats leeg, wat zonde is van deze locatie. Door deze locatie te transformeren naar een woning met tuin wordt enerzijds nuttig invulling gegeven aan deze locatie en anderzijds wordt beschikbare schaarse grond niet onbenut gelaten. Al met al sluit onderhavige ontwikkeling goed aan op de gestelde doelen van de gemeente. Woonvisie Delft 2016 - 2023 In de woonvisie Delft 2016 – 2023 beschrijft de gemeente haar visie ten opzien van de woningvoorraad van de komende jaren. Hierbinnen formuleert het de geconstateerde trends en schetst het haar ambities.

Bevolking Delft groeit. Het aantal inwoners, huishoudens, kenniswerkers en studenten neemt komende jaren toe. Het aantal inwoners groeit van 2016 tot 2023 met 12.000 personen, die samen 9.000 extra huishoudens vormen. Hiervan zijn er 4.000 student en 5.000 reguliere huishoudens. Per jaar dus een toename van zo’n 700 reguliere huishoudens. De grootste groei betreft alleenstaanden, ongeveer een vijfde gezinnen en bijna een derde 55+’ers. Typering voorraad De Delftse woningvoorraad bestaat in 2016 uit bijna 50.000 woningen (49.199). Twee - derde (66%) bestaat uit meergezinswoningen en 34% zijn eengezinswoningen. Het merendeel van de meergezinsvoorraad bestaat uit portiekwoningen (11% van het totaal). Het gros van de woningen is gebouwd in de naoorlogse jaren 1965 tot 1974 (24%) en in de jaren ’80. Ontwikkeling voorraad Afgelopen jaren zijn jaarlijks gemiddeld zo’n 400 reguliere woningen (zelfstandige woningen, exclusief studentenhuisvesting) toegevoegd. Komende jaren zijn er plannen voor ruim 7.500 woningen. Van de 7.500 woningen zitten er in de harde plannen tot 2023 ongeveer 2.700 reguliere woningen en 1.100 studentenwoningen. Het aanbod van woningen in Delft sluit niet meer aan op de vraag die de gemeente kan voorzien. Woonwensen veranderen als gevolg van onder meer economische en demografische ontwikkelingen.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 18 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

De ambitie voor 2030 van de gemeente is dat de internationale positionering van Delft als solidaire kennisstad met bijpassende woonmilieus bedrijven en mensen extra aantrekt naar de metropoolregio en naar Delft. Partners in de regio werken hierbij actief samen om de concurrentiepositie te versterken. Iedere gemeente in de metropoolregio en Haaglanden draagt vanuit het eigen unieke profiel bij aan de hele woningvraag voor de regio. De inzet: een regiobreed en zeer gevarieerd palet van woningtypes en woonmilieus. Delft zal zich ook op langere termijn kunnen onderscheiden met vitale stedelijke woonmilieus. Solidaire stad Delft staat voor een solidaire stad: een stad van mensen die bij elkaar horen en elkaar steunen Door aanbod voor andere doelgroepen toe te voegen en te werken aan hedendaagse of zelfs onderscheidende kwaliteit ontstaat er ook een betere balans. Meer diversiteit in kwaliteit kan bijvoorbeeld ontstaan door kleine woningen samen te voegen, flexibel inzetbare woningen te creëren (zoals kopstaartwoningen, kangoeroewoningen of mantelzorgwoningen) of woningen aan te bieden als kluswoning. Ook upgrading vanuit duurzaamheid leidt tot meer variatie. Een belangrijke kans ligt in het aansluiten bij, vaak kleinschalige, initiatieven in de stad, bijvoorbeeld van mensen die een woongroep willen beginnen of groepen senioren die samen de zorg voor de oude dag willen regelen.

Beoordeling Onderhavig initiatief geeft invulling aan de wens van de gemeente om enerzijds meer woningen toe te voegen aan de woningvoorraad gezien de toenemende vraag hiernaar, en anderzijds meer flexibele woningen te creëren. Op deze manier worden andere doelgroepen bereikt en maakt Delft haar status waar als solidaire stad waarbinnen de mensen bij elkaar horen en steunen. Conclusie beleid Concluderend is onderhavige ontwikkeling niet in strijd met provinciaal of gemeentelijk beleid, maar geeft het juist een goede invulling aan de huidige doelen en ambities.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 19 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Sectorale aspecten Verkeer en parkeren Het project voorziet in het realiseren van een kangoeroewoning ter plaatse waar momenteel het achterste gedeelte van het voormalige restaurant aanwezig is. Deze ontwikkeling genereert normaliter verkeer en brengt een parkeerbehoefte tot stand. In deze parkeerbehoefte kan echter gezien de geringe omvang van het perceel niet op eigen terrein worden voorzien. Gelet op het parkeerbeleid1 is de locatie gelegen in de binnenstad, maar buiten het autoluwplusgebied. Enkel in het autoluwplusgebied wordt een parkeernorm van 0 gehanteerd voor functies. De ontwikkeling genereert in totaal een behoefte van 1,2 parkeerplaatsen (zie ook tabel 1). Deze behoefte wordt, na de aanwezigheidspercentages te hebben berekend, teruggebracht tot 1 parkeerplaats. In werkelijkheid zal dit aantal lager liggen, daar een van de delen van de kangoeroewoning bewoond wordt door de meervoudig gehandicapte broer van de initiatiefneemster, welke zowel nu als in de toekomst geen rijbewijs zal bezitten. Nieuwe situatie (functie)

BVO (m2)

Parkeernorm

Woning > 130 m2 Aanleunwoning Normatieve parkeereis nieuwe situatie Oorspronkelijke BVO (m2) situatie (functie) Horeca 180 m2 Normatieve parkeereis nieuwe situatie

1,1 (wv 0,1 bezoek) 0,1

Parkeernorm 4

Totaal aantal parkeerplaatsen 1,1 0,1 1,2 Totaal aantal parkeerplaatsen 7,2 -6

Er wordt bij functiewijziging rekening gehouden met de normatieve parkeerbehoefte van de bestaande situatie. Het uitgangspunt hierbij is dat de parkeerbehoefte van het bestaande legale gebruik - voor zover die parkeerbehoefte wordt gefaciliteerd in het openbare parkeerareaal - negatief wordt opgenomen bij de te berekenen parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheidspercentages die voor de oorspronkelijke functie golden. Dit is het geval. Voorheen fungeerde het projectgebied als onderdeel van de horeca aan de Brabantse Turfmarkt 21. Doordat het projectgebied is afgescheiden van de horeca, is sprake van een lagere parkeerbehoefte van het overblijvende horeca-deel aan de Brabantse Turfmarkt. Van horeca kan daarbij eveneens het hoogste aanwezigheidspercentage worden aangenomen voor weekeinde, avond en nacht, net als bij een woonfunctie. Uitgaande van een b.v.o. horeca in de bestaande situatie van circa 180 m2 bedraagt de parkeerbehoefte in de huidige situatie 7,2 parkeerplaatsen.

1

Nota Parkeernormen 2018 – update 2021 Auto- en fietsparkeren bij bouwontwikkelingen

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 20 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Gelet op een en ander is sprake van een afname van de parkeerbehoefte. Op eigen terrein wordt voorzien in een stallingsruimte voor fietsparkeren. Overeenkomstig het beleid voor fietsparkeren is er ook ruimte voor de stalling van één extra fiets voor de kangoeroewoning (zorgwoning in de zin van het parkeerbeleid). Ten aanzien van de overige beleidsaspecten qua parkeren, zoals het mogelijk parkeren van een ‘Twizzy’ op eigen terrein, de ontsluiting, het ‘kiss & ride’-principe en het laden/lossen in de omgeving heeft de ontwikkeling geen raakvlakken. Water Beleidskader Hoogheemraadschap van Delfland In het Waterbeheerplan 2016-2021 'Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap’. (WBP, vastgesteld door het algemeen bestuur op 19 november 2015) legt het hoogheemraadschap de ambities voor de komende jaren vast. De accenten die de rode draad vormen voor de werkzaamheden in de planperiode zijn: • de bestaande waterkeringen op orde houden; • het systeem in stand houden en optimaal laten functioneren, zowel vanuit het oogpunt van waterkwaliteit als van -kwantiteit; • zorgen voor water van de juiste kwaliteit op de juiste plek; • de ecologische waarde van het watersysteem te behouden en te versterken. Voor het watersysteem heeft wateroverlast prioriteit.

Bij ruimtelijke inrichting is het daarbij van belang dat rekening wordt gehouden met het tijdelijk vasthouden of infiltreren van regenwater en om verdere verharding van de oppervlakte te minimaliseren, opdat mogelijke wateroverlast zo veel mogelijk wordt voorkomen. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling zorgt voor een concrete verbetering van de ruimtelijke inrichting op het vlak van waterbeheer. Met de komst van een tuin en groene daken op de plek van een momenteel verhard terrein neemt het watervasthoudende- en infiltrerende vermogen van het perceel toe. Hiermee wordt mogelijke wateroverlast zo veel mogelijk voorkomen. Daarnaast bevinden zich geen oppervlaktewateren op het projectgebied, zoals tevens te zien is in afbeelding 6. Evenmin is sprake van de aanwezigheid van waterkeringen.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 21 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Afbeelding 9: Uitsnede Legger hoogheemraadschap Delfland, projectgebied indicatief voorzien van rode omlijning (Bron: Kaartlagen behorend bij de regelgeving van het hoogheemraadschap).

Watertoets Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van het Watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m2 in stedelijk gebied en 1.000 m2 in landelijk gebied is een Watervergunning nodig. Beoordeling Zoals reeds benoemd leidt onderhavige ontwikkeling niet tot een toename, maar juist tot een afname van het verharde oppervlak doordat er een tuin wordt gemaakt op het thans volledig bebouwde en verharde perceel. Afvalwater Voor de afvoer van afvalwater kan gebruik worden gemaakt van de aanwezige gemeentelijke riolering. Deze riolering en de ontvangende afvalwaterzuiveringsinstallatie zijn van afdoende capaciteit om dit water te transporteren en te verwerken. Ecologie Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van toepassing. Deze wet beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren.

Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In de Wet natuurbescherming is onder andere de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn opgenomen. Onderdeel van de wet is dat er beschermde gebieden worden aangewezen (netwerk van de zogenaamde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten) gericht op de bescherming van ongeveer 500 soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Op provinciaal

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 22 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

niveau hebben bepaalde natuurgebieden eveneens een beschermingsniveau toegewezen gekregen, in de vorm van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Beoordeling Gebiedsbescherming In de directe omgeving van het projectgebied zijn geen gebieden gelegen die onderdeel uitmaken van een Natura 2000-gebied of Natuur Netwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied ‘Solleveld & Kapittelduinen’ dat zich op een afstand van ca. 11,6 km bevindt. De woning wordt gasloos uitgevoerd. De enige stikstofdepositie is afkomstig van de extra verkeersgeneratie die de woning genereren. Dit is echter verwaarloosbaar gezien de geringe toename van verkeersgeneratie, (gezien het feit dat de bewoners geen parkeervergunning krijgen; zie ook paragraaf 4.1) en de afstand tot stikstofgevoelige natuurgebieden. Soortenbescherming Er is het voornemen voor de sloop van de overdekte verharde binnenplaats achter de panden aan de Brabantse Turfmarkt en de realisatie van een woning en een tuin. Momenteel is enkel sprake van een verharde ondergrond (tegels), bakstenen muren en een platdak met dakvensters (zie tevens afbeelding 3 en 4 van paragraaf 2.1). Hierbij kan niet worden uitgesloten dat er beschermde dieren/of plantsoorten aanwezig zijn op het perceel. Om die reden is een quickscan flora & fauna uitgevoerd.

Uit de quickscan ecologie kan worden geconcludeerd dat de beoogde werkzaamheden geen negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna. Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. Vóór 2016 waren er verschillende wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. Sinds juli 2016 zijn die allemaal samengegaan in 1 wet. In een bestemmingsplan dient vanuit dit perspectief aandacht te worden besteed aan archeologische aspecten. Beoordeling Ter plaatse van het projectgebied geldt, net als voor de rest van het gehele centrum, volgens de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Delft een ‘Hoge archeologische verwachting’. Voor gebieden met een hoge archeologische verwachting geldt een onderzoeksverplichting met betrekking tot archeologie. Een vrijstelling is opgenomen voor bodemingrepen tot 50 m2 en 30 cm mv. In het vigerende bestemmingsplan is hier rekening mee gehouden door de projectlocatie aan te duiden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde -1’. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 23 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Aanvullend op het bepaalde in de bouwregels van de andere daar voorkomende bestemming(en) gelden de volgende bouwregels: a. Voor bouwwerken moet alvorens een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend, door de aanvrager een archeologisch onderzoek worden overgelegd op grond waarvan kan worden vastgesteld of en zo ja, in hoeverre archeologische waarden worden verstoord. c. De verplichting als bedoeld in lid 21.2 onder a geldt niet voor: 1. projecten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde – 1' met een oppervlakte die kleiner is dan 50 m2 en/of die niet dieper rijken dan 30 cm onder maaiveld tenzij het een inpandige ontgraving betreft. Daar het grootste gedeelte van de in 1987 aangelegde betonnen fundering onaangeroerd blijft zullen de grondingrepen ten behoeve van onderhavige ontwikkeling zeer gering blijven. Hierdoor wordt voldaan aan het gestelde onder de bouwregels van artikel 21.2 lid c, onder 1, daar de ingreep een oppervlak van minder dan 50 m2 omvat welke niet dieper rijkt dan 30 cm onder het maaiveld. Archeologische waarden zullen derhalve niet worden aangetast. Dit aspect vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Cultuurhistorie Als er gesproken wordt over cultuurhistorie in relatie tot ruimtelijke ordening wordt vaak een onderscheid gemaakt in historische geografie en historische bouwkunst.

Historische geografie gaat over landschappelijke en stedenbouwkundige elementen en structuren zoals dijken, slotenpatronen, stratenpatronen en verkavelingen. Historische bouwkunst heeft betrekking op bebouwing en architectuur. Beoordeling Onderhavige locatie is aangeduid met de gebiedsaanduiding ‘beschermd stadsgezicht’. Het bevoegd gezag kan ter plaatse van deze aanduiding als voorschrift aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen verbinden dat het bevoegd gezag in de gelegenheid dient te worden gesteld om bouwhistorisch onderzoek te doen. Noemenswaardig is het feit dat de woning op een achterterrein is gelegen, waarbij de bouwhoogte van de woning lager is dan de omliggende bebouwing, waardoor onderhavige woning niet zichtbaar is vanaf de Brabantse Turfmarkt en de Huyterstraat. Verwezen wordt hierbij naar afbeelding 7 en 8. De woning doet om die reden geen afbreuk aan het stadsgezicht. Ten aanzien van het bouwplan heeft de gemeente reeds gekeken naar de stedenbouwkundige motivering. Hierbij concludeerde de gemeente dat het bouwplan stedenbouwkundig gezien aanvaardbaar is. Hierbij werd beargumenteerd dat er ruimtelijk een verbetering optreedt, daar het nu volledig bebouwde of overdekte achterterrein voor een deel als tuin open wordt gemaakt.

Al met al wordt invulling gegeven aan de bepalende gebiedsaanduiding en vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 24 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Milieu Mer-beoordeling Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten dient te worden beoordeeld of voor de betreffende ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Het Besluit m.e.r. bevat verschillende onderdelen waarin criteria voor ontwikkelingen en activiteiten zijn opgenomen. Een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen onderdeel C en D. Voor activiteiten die voldoen aan diverse criteria uit onderdeel C geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D zijn activiteiten opgenomen waarvoor een beoordeling uitgevoerd moet worden om te bepalen of er voor de betreffende activiteiten een m.e.r.-plicht geldt. De m.e.r.-beoordelingsplicht treedt in werking wanneer er sprake is van stedelijke ontwikkelingsprojecten als genoemd bijlage onder D categorie 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Dit heeft betrekking op het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van een stedelijk ontwikkelingsproject. Beoordeling Onderhavig project kan in principe worden aangemerkt als een wijziging of uitbreiding van stedelijk gebied als bedoeld in de bijlage van het Besluit m.e.r. onder D categorie 11.2. Het project ligt qua omvang evenwel onder de vastgestelde drempelwaarde van 100 hectare of 2.000 woningen. Uitgaande van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak d.d.

18 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2414) dient bij de vraag of te worden beantwoord of sprake is van een zodanige wijziging dat sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. rekening te worden gehouden met de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Gelet op de omstandigheden kan het plan niet worden gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Het voornemen betreft het ontwikkelen van een enkele woning op een perceel in bestaand stedelijk gebied waarop reeds bebouwing van vergelijkbare omvang aanwezig is. Geluid Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met de geluidbelasting als gevolg van eventueel verkeerslawaai en industrielawaai op de geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient daarnaast te worden beoordeeld of los van dit wettelijk kader een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden bereikt. Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder (artikel 74) zijn onder andere voor wegen in zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk gebied formele zones met betrekking tot geluidhinder als gevolg van wegverkeerslawaai opgenomen.

Voor het stedelijk gebied bedraagt deze zone 200 meter vanaf een weg met een of twee rijstroken en 350 meter van een weg met drie of meer rijstroken.

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 25 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Beoordeling De beoogde kangoeroewoning is een geluidgevoelig object. Daar deze nieuwe woning wordt rondom afgeschermd van verkeerslawaai vanwege bestaande bebouwing, wordt een geluidonderzoek niet nuttig geacht. Te meer omdat de Huyterstraat enkel voor voetgangers en fietsers toegankelijk is. De Brabantse Turfmarkt is weliswaar toegankelijk voor autoverkeer (max. 30 km/h), maar gezien de locatie in het centrum en de inrichting hiervan is het autoverkeer beperkt. Tevens betreft het hier éénrichtingsverkeer, waarbij tegenliggend verkeer zich aan de overzijde van de gracht bevindt. Zoals uit afbeelding 10 valt op te maken wordt ook deze zijde van het projectgebied volledig afgeschermd door hoge bebouwing.

Afbeelding 10: Impressie van de Brabantse Turfmarkt ter hoogte van het projectgebied, deze is gelegen ten zuidwesten van de Albert Heijn. (Bron: Google Maps)

Afbeelding 11: Positie projectgebied (gele pijl) ten opzichte van de Albert Heijn (blauwe pijl) (Bron: Google Earth)

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 26 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Ten aanzien van wegverkeerlawaai kan hierom worden aangenomen dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, passend in een centrumstedelijk geluidsklimaat. Industrielawaai Op grond van artikel 40 van de Wgh kunnen industrieterreinen een geluidzone hebben. Voor bedrijven die niet zijn gelegen op geluidgezoneerd industrieterrein dient aandacht te worden besteed aan de individuele geluidvoorschriften die gelden op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een aan het bedrijf verleende omgevingsvergunning milieu. Beoordeling In de nabijheid van het project is géén geluidgezoneerd industrieterrein gelegen. In de directe omgeving van de beoogde woning zijn enkel woningen, kleinschalige horeca en detailhandel aanwezig. De maximale milieucontouren van deze bedrijven betreft 10 meter, zij het dat in geval van functiemenging mag worden uitgegaan van een bouwkundige scheiding als voldoende afscherming. Daar de voor deze ontwikkeling relevante bedrijven zich aan de Brabantse Turfmarkt bevinden en hun ontsluiting aan de voorzijde van het pand hebben, is geen sprake van een risico op milieuhinder, mede gelet op reeds aanwezige woningen welke bepalend zijn voor de maximale milieuruimte van de detailhandels- en horecafuncties in de directe omgeving.

Geconcludeerd kan worden dat er ten aanzien van het aspect geluid geen aspecten zijn die zich verzetten tegen de komst van de kangoeroewoning. Luchtkwaliteit Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wet milieubeheer, hierna ook: Wm) stelt dat een ruimtelijke plan of project doorgang kan vinden indien een plan niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt, de luchtkwaliteit ten gevolge van het plan (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft, een plan “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht of een plan is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Zie tabel 1 voor de grenswaarden. Tabel 1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van stikstofdioxide jaargemiddelde concentratie (NO2) Adromi B.V.

R202178/2201d

grenswaarde 40 µg/m³

Pagina 27 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

fijn stof (PM10)1)

fijn stof (PM2,5)

jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³ max. 35 keer per jaar meer dan 50 µg/m³ 25 µg/m³

Beoordeling Onderhavige ontwikkeling is zodanig kleinschalig dat hierop het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteit) van toepassing is (hierna ook: NIBM). De grens op grond van dit besluit is immers meer dan 1.500 woningen3. In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen is vastgelegd in welke situaties sprake is van een ontwikkeling van zodanig geringe omvang dat kan worden aangenomen dat geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is. In de context van een goede ruimtelijke ordening dient los daarvan te worden nagegaan of een ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit. Uit de NIBM-tool4 blijkt dat pas vanaf 1.370 motorvoertuigen per dag extra, in betekenende mate wordt bijgedragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In onderstaande afbeelding 12 is daarnaast een uitsnede opgenomen van de NLS-monitoringsviewer. Hier zijn twee rekenpunten uitgelicht, welke het dichtst bij het projectgebied gelegen zijn. Dichterbij zijn geen rekenpunten bekend. Zoals uit het figuur te lezen valt, worden de grenswaarden niet overschreden. De omgeving van het projectgebied kent dus een goede luchtkwaliteit en kan dus gesproken worden van een goede ruimtelijke ordening.

3

Bijlage 3a, voorschrift 3A2 van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) – uitgaande van een bepalende ontsluitingsweg. In de overige gevallen, die niet in het Besluit NIBM genoemd worden, zal op een andere manier, bijvoorbeeld door middel van berekeningen, aannemelijk gemaakt moeten worden dat de bijdrage niet in betekenende mate is of dat de grenswaarden niet worden overschreden. 4 https://www.nsl-monitoring.nl/

Adromi B.V.

R202178/2201d

Pagina 28 van 35

Ruimtelijke onderbouwing Achtergelegen perceel Huyterstraat 4 en 6, Delft

Afbeelding 12: Uitsnede NSL-monitoringstool. Projectgebied indicatief voorzien van blauwe pijl (Bron: https://www.nslmonitoring.nl/viewer/)

Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor de totstandkoming van het project. Geur Bij het oprichten van geurgevoelige objecten dient in bepaalde gevallen rekening te worden gehouden met de geurhinder van eventueel aanwezige veehouderijbedrijven. Voor vergunningplichtige veehouderijen gelden de geurregels uit de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit. Hierin zijn naast normen voor geur, ook afstandseisen gesteld. Voor wat betreft geurhinder wordt een normafstand van 50 meter aangehouden vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt tot de dichtstbijzijnde geurgevoelige objecten buiten stedelijk gebied. Krachtens gemeentelijk beleid mag deze afstand worden gereduceerd. Beoordeling De beoogde kangoeroewoning wordt beschouwd als geurgevoelig object. Omdat in de directe omgeving geen sprake is van geur-producerende bedrijvigheid is geen geurhinder te verwachten. In de omgeving bevinden zich geen bedrijven met een geurcirkel die over het projectgebied vallen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de totstandkoming van dit project. Bodem Mede op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het projectgebied.

Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de milieukundige bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat deze kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Uit de generieke toepassingskaart uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Delft (opgesteld in 2018) komt naar voren dat de projectlocatie is gelegen binnen een gebied met de toepassingsklasse ‘Wonen’. Tevens valt het binnen het gebied dat gearceerd is voor ‘> interventiewaarde P95’ (zie tevens afbeelding 13). Dit wil zeggen dat de bodem een zere hoge heterogeniteit heeft omwille van de lange gebruikshistorie, zoals in de binnenstad van Delft het geval is. In gevallen van grondverzet dient rekening te worden gehouden met deze sterk heterogene bodem. In onderhavig project vindt geen grondverzet plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12738188/1