CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Roekeloos of Rockster Hoe verhalen achter jongeren met e-bikes richting geven aan veiliger rijgedrag

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 21 mei 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Veiligheid in voetgangersgebieden in relatie tot gevaarlijk fatbikegebruik (2616225) (onder voorbehoud van akkoord in de procedurevergadering)13.864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ROEKELOOS OF ROCKSTER? Hoe verhalen achter jongeren met e-bikes richting geven aan veiliger rijgedrag 1

“Ik voel me een beetje een rockster. De een zit liedjes te zingen, de ander zit te rijden.” – Jongere over hoe hij zich voelt op zijn fatbike, Breda

“Soms wordt het een soort muziekband. Dat zorgt voor heel veel onrust.” – Pedagogisch conciërge over jongeren met fatbikes, Arnhemdie in groepen

rondfietsen, Arnhem 2

VERSIE: APRIL 2026

Colofon Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ontwerpers Wouter Wullems, Mirte van der Nat, Robin van der Linden en Sanne Kistemaker van Muzus waren verantwoordelijk voor de uitvoering. Het onderzoek is uitgevoerd tussen november en december 2025. De aanpak was co-creatief met jongeren, jongerenwerkers, straatcoaches en scholen. Over Muzus Muzus ontwerpt verandering voor de samenleving van morgen. We werken met een ontwerpaanpak aan maatschappelijke transities en sociale vraagstukken. We stellen de behoeftes en ervaringen van de doelgroep centraal. Complexe opgaven vragen om anders denken en duiden, en anders samenwerken en doen. Met een frisse ontwerpersblik en in volwaardige co-creatie komen we tot vernieuwende oplossingen en betekenisvolle verandering. Voor meer informatie over het onderzoek of Muzus, neem contact op met ons via more@muzus.nl of 015-2137149.

3

Inhoudsopgave

4.

De sociale omgeving als versterker of rem op gedrag....................22 Sociale omgeving stuurt gedrag ................................................... 22

De inzichten in een vogelvlucht ........................................................................... 7

Ouders als poortwachters en opvangers van problemen ............... 22

Onderzoeksaanpak ................................................................................................... 9

Broers en zussen sturen bij vanuit gedeelde leefwereld ................ 23

Onderzoeksvraag............................................................................... 10

Vrienden en peers bepalen het gedrag in het moment ................... 23

Analyse van de data ........................................................................... 10 1.

De fatbike-factor bij de ervaring van roekeloos rijgedrag ............. 12 Op papier een e-bike, op straat een andere beleving .................... 12 Andere verwachtingen bij de fatbike dan bij ‘gewone’ e-bikes ....... 12 Wat de omgeving ziet als ‘roekeloos rijgedrag’ ............................. 13 Botsende perspectieven over gedrag ........................................... 14 Het gaat niet alleen om de fiets, maar ook wie erop zit .................. 14

2.

Zorgen van de omgeving over de veiligheid van fatbikes .............. 15 Bouwpakketten uit online webshops ........................................... 15 Lage drempel door budgetmodellen en gespreid betalen ............. 15 Hoe de techniek van fatbikes bijdraagt aan snelheid .................... 15

3.

Professionals begrenzen op vaste plekken ................................... 24 Politie en handhaving markeren de grens ..................................... 24 5.

Gedragsbepalers van roekeloos rijgedrag van jongeren op fatbikes ..............................................................................................................26 Rijgedrag van jongeren bekeken met CASI .................................... 26 1. Automatismen als motor van het gedrag ...............................26 2. De directe sociale omgeving bepaalt de norm .......................26 3. Zelfbeeld en groepsgedrag versterken elkaar ........................27 4. Weerstand door een opgeplakt label ....................................28 5. De fysieke omgeving bepaalt het speelveld ...........................28 6. Emoties kleuren hoe jongeren rijden .....................................28 7. Kunnen bepaalt wat haalbaar is onderweg ............................29 8. Houding en risicoperceptie versterken roekeloos rijgedrag ....29 9. Kennis lijkt roekeloos rijgedrag nauwelijks te remmen ...........30

Hoe jongeren zelf over hun fatbike, rijgedrag en risico’s praten ..17 Het gat tussen fiets en scooter .................................................... 17 Gevoel van controle maakt dat grenzen opgezocht worden .......... 19 Invloed van kennis op het toepassen van verkeersregels .............. 20

4

6.

Interventiestrategierichtingen voor roekeloos rijgedrag op fatbikes .............................................................................................................. 31 Zachte aanpak of harde maatregelen .......................................... 31 Wat de gedragsbepalers ons laten zien........................................ 31 Welke gedragsbepalers zijn het belangrijkst? ............................... 31 1. Automatismen (gewoontegedrag) .........................................31 2. Sociale omgeving (peers) en zelfbeeld ..................................31 3. Risicoperceptie en het gevoel van kunnen.............................31 1. Doorbreek het automatismen op de hotspots .......................32 2. Verklein technische risico’s, maak veilig gedrag makkelijker ..33 3. Zet de omgeving in met invloed op het aanschafmoment .......33 4. Benut het verantwoordelijkheidsgevoel van naasten .............34

Bronnen ....................................................................................................................... 35 Bijlage 1 - Onderzoeksopzet ................................................................................36 Onderzoeksgroep............................................................................... 36 Muzus-Game ..................................................................................... 36 Pop-up pitstop en straatgesprekken .................................................... 37 Bijlage 2 – Oplossingen volgens jongeren en hun omgeving ..................38 Gericht op de jongeren ....................................................................... 38 1. Strengere regelgeving ..................................................................38 2. Meer handhaving ........................................................................39 3. Kennis en vaardigheden vergroten ...............................................39 4. Imago veranderen .......................................................................39 Gericht op de omgeving ...................................................................... 40 1. Fysieke inrichting ........................................................................40 2.

Voorlichting ouders .....................................................................40 Gericht op het apparaat ...................................................................... 41 1. Onderhoud aan de fiets ...............................................................41 2. Producenten verantwoordelijk houden.........................................41

5

ONGEVALLEN EN OVERLAST

Aanleiding

“Ik zag de haaientanden niet en werd aangereden. Ik vloog helemaal weg. Enkel gebroken. Fiets kapot. Toen heb ik een schadeformulier ingevuld. […] De eerste twee maanden was ik bang, nu niet meer.” – Jongere met fatbike, Rotterdam

Het aantal jongeren dat gewond raakt op elektrische fietsen neemt toe. Onder 12- tot 18-jarigen is hersenletsel na een ongeval tussen 2020 en 2024 zelfs verzesvoudigd (Krul et al., 2025). Bovendien meldde meer dan de helft van de ondervraagden in onderzoek van TeamAlert (2024) in de maand daarvoor bijna een ongeluk te hebben gehad. De zorgen richten zich daarbij niet alleen op de fietsen zelf, maar ook op het rijgedrag van de bestuurders. In de samenleving is er veel onrust over de overlast die jongeren op e-bikes veroorzaken. Snelheid, onvoorspelbaar gedrag en weinig aandacht voor andere weggebruikers worden daarbij vaak genoemd. Die zorgen zijn ook in de politiek zichtbaar. Om de verkeersveiligheid te bevorderen, werkt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) aan een breed pakket maatregelen, waaronder een helmplicht voor jongeren onder de 18 jaar. IenW verkent ook of een gedragsaanpak kan helpen om het roekeloze rijgedrag te verminderen. Daarbij maken zij gebruik van het Communicatie Activatie Strategie Instrument (CASI). Dit onderzoek is onderdeel van het CASI-traject. Om te begrijpen hoe dat gedrag tot stand komt, spraken we met jongeren tussen ongeveer 13 en 18 jaar (met en zonder e-bike), hun ouders, buurtbewoners, leraren en jongerenwerkers.

Hun verhalen laten zien wat jongeren onderweg motiveert, welke keuzes ze maken en hoe hun gedrag wordt ervaren door hun omgeving. Daarnaast deelden zij ideeën over mogelijke oplossingen om roekeloos rijgedrag te verminderen. Dat brengt ons bij de kernvraag: Wat zijn aanknopingspunten om roekeloos rijgedrag onder jongeren op e-bikes te verminderen of voorkomen met een gedragsaanpak?

6

ROEKELOOS OF ROCKSTER?

De inzichten in een vogelvlucht De fatbike-factor bij de ervaring van roekeloos rijgedrag Technisch valt de fatbike onder dezelfde wetgeving als andere ebikes, maar in gesprekken blijkt een verschil tussen ‘op papier’ en ‘op straat’. De fatbike heeft een eigen identiteit: groot, laag, zichtbaar en vaak geassocieerd met snelheid en een nonchalante houding. Daardoor kijken omstanders er anders naar dan bij een ‘gewone’ e-bike. Het gaat daarbij niet om andere spelregels in het verkeer, maar wel om een andere manier van beoordelen. Voorspelbaar rijden, richting aangeven en rekening houden met anderen worden bij fatbikes nadrukkelijker meegewogen. Afwijkingen vallen daardoor sneller op. Daardoor gaat roekeloosheid niet alleen over snelheid of regels breken, maar ook over hoe gedrag overkomt en of er vertrouwen is dat de ander jou heeft gezien, zeker op drukke plekken rond scholen en winkelcentra. Jongeren op fatbikes ervaren de oordelen van anderen vaak als stigma: boze blikken, aangesproken worden en soms agressie, terwijl zij zelf hun manier van rijden als behendig en onder controle zien. Voor de omgeving vervaagt het onderscheid tussen een fatbikebestuurder die fietst en een bestuurder die roekeloos rijdt. Hoe er ook wordt gereden: de fiets wordt het label. Andersom zien we ook jongeren die bewust afstand houden van fatbikes, vanwege het negatieve imago dat eraan kleeft.

Zo ontstaat een polarisatie rond de fatbike. Zorgen van professionals en omstanders over de veiligheid van fatbikes Naast gedrag zijn er ook zorgen over de fiets zelf. Fatbikes worden door professionals geregeld omschreven als ‘rammelende bouwpakketten van goedkope webshops’. Vooral de remmen komen terug als kwetsbare schakel. Ze zijn vaak onvoldoende

berekend op het gewicht en de snelheid van de fiets, terwijl jongeren bovendien geregeld doorrijden met versleten remblokken. Tegelijkertijd maakt het grote aanbod aan budgetmodellen en de mogelijkheid van gespreid betalen de fatbike voor veel jongeren financieel toegankelijk. Ook nodigt de techniek van de fatbike, in de beleving van jongeren, uit tot snelheid. Snelle ondersteuning (vaak via rotatiesensoren in budgetmodellen) en de mogelijkheid om de fiets relatief makkelijk op te voeren via software of een ander display, dragen daaraan bij. Hoe jongeren zelf over hun fatbike, rijgedrag en risico’s praten Voor jongeren is de fatbike vaak vooral praktisch. De fiets helpt om sneller op school te zijn, niet bezweet aan te komen, grotere afstanden af te leggen en zelfstandiger te reizen. Daarmee vergroot de fatbike ook hun leefwereld; vrienden, sport en andere wijken of steden worden makkelijker bereikbaar, soms met iemand achterop. Tegelijk wordt de fatbike voor een deel van de jongeren een statusobject waarbij meedoen en zichtbaar zijn belangrijk zijn. Dat speelt vooral in contexten waar bezit en uitstraling zwaar wegen en waar ouders soms juist een fatbike kopen om hun kind niet buiten de groep te laten vallen.

In die mix van meedoen, zichtbaar zijn en groepsdruk kan het onderweg snel omslaan in opgejaagdheid: lachen, roepen, elkaar inhalen en competitie, terwijl het gevoel van controle sterk blijft. Risico’s worden daardoor vaak pas voelbaar na een schrikmoment of val. Daarna zakt dat besef weer weg en wordt gedrag opnieuw routine. Kennis van regels is meestal wel aanwezig (25 km/u, verlichting, basisregels), maar in het moment winnen snelheid en het gevoel dat het meestal goed gaat. Verkeerstekens en voorrangsregels worden in verhalen over ongevallen geregeld gemist of genegeerd, mede omdat handhaving als onwaarschijnlijk of makkelijk te ontwijken wordt ervaren.

7

De sociale omgeving als versterker of rem op gedrag Rijgedrag ontstaat niet los van de omgeving. In het moment hebben vrienden vaak de meeste invloed. Samen fietsen is samenzijn en in die sociale context verschuiven grenzen makkelijker, waardoor gedrag dat buitenstaanders risicovol vinden binnen de groep normaal kan voelen. Ouders bepalen in veel gevallen de aankoop van een fatbike en betalen schade of boetes, maar hebben weinig zicht op wat er onderweg gebeurt en horen veel incidenten pas achteraf. Daardoor volgt begrenzen vaak pas als er iets misgaat. Broers en zussen zitten dichter op de leefwereld en kunnen daardoor soms geloofwaardiger corrigeren of beschermen. Onderwijsprofessionals en jongerenwerkers zijn aanwezig op vaste plekken (zoals schoolroutes en hangplekken), waar gedrag zichtbaar is. Zij kunnen daar aanspreken, begrenzen en uitleggen waarom bepaald gedrag gevaarlijk is. Politie en handhaving markeren de grens, maar wisselend of wantrouwend optreden kan ook ontwijkgedrag en afstand oproepen. Zo stapelen invloeden zich: faciliteren, normaliseren, corrigeren en handhaven werken samen, maar niemand stuurt het geheel. Gedragsbepalers van roekeloos rijgedrag van jongeren op fatbikes De analyse laat zien waarom roekeloos rijgedrag zelden één oorzaak heeft: het is vaak een stapeling van kleine factoren die samen de foutmarge verkleinen.

Automatismen zijn de basis: jongeren fietsen op de automatische piloot van A naar B, maar dan op een zwaarder en sneller voertuig. Bewust vertragen of afstand houden voelt daardoor onnodig.

daar een extra laag bij: voor een deel van de jongeren is de fiets ook onderdeel van zelfbeeld en identiteit. Dat maakt het lastiger om te vertragen of rustiger te rijden als dat niet past bij de sfeer in de groep. Tegelijk werkt het label van buitenaf door. Jongeren die zich structureel gezien voelen als ‘asociaal’ of ‘roekeloos’, reageren soms met weerstand: niet per se omdat ze onveilig willen rijden, maar omdat ze autonomie willen terugpakken of omdat inmenging van buiten als wantrouwen voelt. Daardoor kan bijsturen via veroordeling juist averechts uitpakken. Daarnaast bepaalt de fysieke realiteit hoe vergevingsgezind situaties zijn. Drukke kruispunten, rotondes en schoolroutes vragen veel tegelijk: inschatten, kijken, remmen en ruimte maken. Als daar een fiets bij komt die snel optrekt, zwaarder is en soms gebrekkige remmen heeft, wordt de foutmarge kleiner. Emoties maken dat effect sterker. Haast, irritatie of opgefokte energie in de groep duwen keuzes richting tempo en doorrijden. Of jongeren dat kunnen bijsturen hangt ook af van ‘kunnen’: middelen (bijvoorbeeld reparatie wel of niet kunnen betalen), vaardigheden en vooral de eigen inschatting daarvan. Veel jongeren voelen zich vaardig en in controle, waardoor risico’s abstract blijven zolang het meestal goed gaat.

Dat verklaart ook waarom kennis van verkeersregels vaak weinig remt: jongeren kennen veel regels wel, maar op het moment winnen routine, groepsritme en voordeel. Waar kennis wel een kwetsbaar punt kan zijn, is technisch inzicht: jongeren weten vaak hoe opvoeren of sleutelen werkt, maar minder wat dat doet met remweg, stabiliteit en veiligheid.

Rijgedrag ontstaat vaak in het moment, onder invloed van de directe sociale omgeving. Met vrienden verschuift het tempo bijna vanzelf mee; wat de groep doet, wordt de norm. Bij fatbikes komt

8

VAN ROTTERDAM TOT APPINGEDAM: OP PAD MET DE POP-UP PITSTOP

Onderzoeksaanpak Om het rijgedrag van jongeren op e-bikes beter te begrijpen, gingen we het land door. We zochten naar plekken waar jongeren bewegen, wachten of elkaar ontmoeten, en sloten aan bij de professionals die daar dagelijks aanwezig zijn. •

In Oosterhout spraken we met jongeren op een middelbare school (havo/vwo).

•

In Breda gingen we in gesprek met medewerkers van een fatbikewinkel en jongeren in een jongerencentrum.

•

In Rotterdam stonden we op een open dag van een mboschool om jongeren te spreken en organiseerden we samen met een welzijnsorganisatie een co-creatiesesssie/pizzaavond.

•

In Arnhem werkten we met straatcoaches, die ons naar professionals en wijken met veel fatbikegebruikers brachten.

•

In Appingedam spraken we met jongeren op een middelbare school (praktijkonderwijs/vmbo/havo/vwo) om hun ervaringen en percepties te verkennen.

•

In Leidschendam voerden we een verdiepend gesprek met een groep jonge fatbikegebruikers op een middelbare school (vmbo/havo/vwo) over hun rijgedrag en mogelijke oplossingen.

De aanpak verschoof mee met de context. Soms voerden we 1-op1 of groepsgesprekken. Soms gebruikten we co-creatieve technieken zoals de Pop-up Pitstop (een loket met een bord, vloermatten, en kartonnen fatbikes; zie de foto rechts) om nieuwsgierigheid te wekken. En soms zetten we de Muzus-Game in voor verdiepende gesprekken. Deze flexibiliteit hielp ons om jongeren te spreken zonder oordeel of afstand.

9

Samen met jongeren, jongerenwerkers, straatcoaches, scholen en andere partners verzamelden we inzichten die samen een breed beeld schetsen van de factoren die het rijgedrag van jongeren op e-bikes beïnvloeden. Onderzoeksvraag Wat zijn aanknopingspunten om roekeloos rijgedrag onder jongeren op e-bikes te verminderen of voorkomen met een gedragsaanpak? Het onderzoek richtte zich vooral op de jongeren zelf: wat zijn hun ervaringen, attitudes en motivaties rondom e-bikes? Zien zij de noodzaak en de kansen om hun rijgedrag aan te passen? En welke belemmeringen en drijfveren spelen daarbij een rol? Daarnaast spraken we ook met omstanders en experts om de bredere omgeving van jongeren in kaart te brengen. In gesprekken verkenden we ook wat onder ‘roekeloos rijgedrag’ wordt verstaan. Daarbij keken we naar verschillende concrete gedragingen (zoals snelheid, geen voorrang verlenen, rijden in groepen, inhalen, geen richting aangeven of opvoeren), maar ook naar hoe gedrag wordt ervaren door jongeren en hun omgeving. In totaal spraken we met meer dan 140 jongeren en 20 professionals (zie bijlage 1 voor een gedetailleerdere weergave van de onderzoeksgroep en de onderzoeksopzet).

Analyse van de data De gesprekken en observaties zijn geanalyseerd met het CASImodel (Communicatie Activatie Strategie Instrument), waarmee we de belangrijkste gedragsbepalers en beïnvloedende factoren op het rijgedrag van jongeren systematisch in kaart brachten. De analyse verliep in drie stappen: 1.

Ordenen van uitspraken per doelgroep Alle verzamelde input werd eerst gecodeerd: wat kwam van jongeren zelf, wat van professionals (straatcoaches, leraren,

10

jongerenwerkers), wat van ouders en wat van andere omstanders? Dit helpt om te zien of bepaalde thema's door meerdere groepen werden genoemd of specifiek voor één groep gelden. 2. Thematische analyse De inzichten zijn geclusterd tot thema’s om terugkerende patronen in ervaringen, situaties en opvattingen te identificeren. Bijvoorbeeld: welke situaties noemden jongeren als gevaarlijk, wat vonden zij belangrijk aan hun e-bike, hoe beschreven professionals het rijgedrag in hun wijk? 3. Vertaling naar gedragsbepalers De geclusterde thema's zijn vervolgens gekoppeld aan de gedragsbepalers uit het CASI-model (automatismen, sociale omgeving, zelfbeeld, fysieke omgeving, emoties, kunnen, houding en risicoperceptie, kennis en weerstand).

!

Leeswijzer en onderzoeksbenadering Dit rapport is tot stand gekomen aan de hand van een kwalitatief belevingsonderzoek naar het gebruik van e-bikes onder jongeren. Met specifieke aandacht voor de fatbike. Het brengt in kaart hoe jongeren, professionals en andere weggebruikers rijgedrag ervaren en duiden, en welke betekenissen zij toekennen aan situaties die als roekeloos worden gezien. De uitspraken in dit rapport zijn gebaseerd op terugkerende ervaringen en interpretaties uit gesprekken. Ze maken zichtbaar welke patronen en mechanismen in beleving en gedrag naar voren komen; niet hoe vaak ze exact voorkomen.

11

HET PERSPECTIEF VAN DE OMGEVING VAN JONGEREN

"Op een e-bike doen ze toch minder stoer, die is soms ook van hun moeder.” – Jongerenwerker over het effect van de fatbike, Appingedam

1. De fatbike-factor bij de ervaring van roekeloos rijgedrag Op papier een e-bike, op straat een andere beleving Technisch gezien vallen fatbikes onder dezelfde wetgeving als veel andere elektrische fietsen. Toch werd tijdens de gesprekken met jongeren, hun sociale omgeving en professionals snel duidelijk: er is een groot contrast in hoe deze voertuigen worden ervaren. Waar een ‘gewone’ e-bike met smalle banden en een traditioneel frame vooral als praktisch vervoermiddel wordt gezien, heeft de fatbike op straat een eigen identiteit. De fiets straalt kracht uit: breed, laag bij de grond, zichtbaar aanwezig. Juist die aanwezigheid (de looks, de houding die erbij hoort en het tempo) kleurt hoe jongeren erop rijden en hoe anderen hen zien.

! “Er bestaat geen ‘elektrische fiets’-gang.” – Straatcoach over verschil tussen elektrische fietsen en fatbikes, Arnhem

Wetgeving versus beleving Hoewel dit onderzoek startte onder de brede noemer ‘jongeren en e-bikes’, bleek het ervaren roekeloze rijgedrag vooral samen te hangen met fatbike. Daarom staat de fatbike centraal in dit onderzoek.

Andere verwachtingen bij de fatbike dan bij ‘gewone’ e-bikes Veel omstanders zien de fatbike niet (meer) als ‘gewone fiets of ebike’, maar eerder als een snor- of bromfiets. Dat beïnvloedt hoe zij naar het gedrag van de bestuurder kijken. Het verschil zit niet in wat mag of moet, maar in de verwachtingen die mensen erbij hebben. Bij fatbikes wordt strenger gekeken naar voorspelbaar en sociaal rijgedrag, zoals op tijd aangeven wat je doet en ruimte geven aan kwetsbare weggebruikers. Afwijkingen springen er daardoor sneller uit en roepen eerder irritatie of zorgen op.

12

Over gewone elektrische fietsen zijn omstanders milder. Dat betekent niet dat er nooit klachten zijn over e-bikes, maar de scherpste reacties richten zich vooral op fatbikes. Dat sluit aan bij ervaringen van jongeren: jongeren op fatbikes geven aan vaak boze blikken te krijgen, te worden aangesproken of uitgescholden en soms zelfs te worden aangevallen door andere weggebruikers. Zulke reacties komen nauwelijks terug bij jongeren op een gewone elektrische fiets.

“Een oude man gooide een bierflesje naar mijn hoofd en riep; 'Rot fatbikes!” – Jongere met fatbike, Oosterhout

Fatbike-specifiek volgens omstanders Een aantal gedragingen en observaties koppelen andere weggebruikers bijna automatisch aan fatbikes: •

Hoge snelheden met opgevoerde fiets (meer dan 25 km/u);

•

Formaat (breedte) en gewicht waardoor mensen zich bedreigd voelen als de fiets dichtbij komt;

•

Twee, drie of zelfs vier personen op één fiets;

• • • •

Snel optrekken uit stilstand, vaak onverwacht voor anderen; Hard toeteren en mensen beledigen of uitschelden; Snel wegrijden na een gevaarlijke situatie of ongeluk; Slecht zichtbaar door snelheid (‘plots naast je’), geen licht of verblindend licht.

“Ze zijn onverlicht, rijden te hard en ze dragen donkere kleding. Je kunt ze bijna niet waarnemen. Ze zitten ook vaak met veel samen op één fatbike.” – Omstander, man Breda

Wat de omgeving ziet als ‘roekeloos rijgedrag’ Wanneer we vragen wat mensen precies als roekeloos rijgedrag ervaren, noemen omstanders vaak dezelfde elementen. Een deel daarvan gaat over echt gevaar: situaties waarin een ongeluk dichtbij komt of plaats heeft gevonden. Een ander deel gaat vooral over spanning en irritatie: gedrag dat ongemakkelijk of intimiderend voelt, ook als het net goed gaat. In de beleving van andere weggebruikers gaat roekeloosheid daarmee niet alleen over snelheid of het overtreden van regels, maar ook over indruk en voorspelbaarheid: is het gedrag te lezen, voelt de situatie veilig, en is er vertrouwen dat de ander jou heeft gezien? Die onzekerheid wordt groter op drukke plekken, zoals rond scholen, sportclubs en winkelcentra.

Algemenere gedragingen Daarnaast noemen andere weggebruikers gedrag dat ze kennen van jongeren in het algemeen, maar dat op een fatbike gevaarlijker overkomt: •

In groepen rijden;

•

Elkaar inhalen of uitdagen;

•

Niet opletten in het verkeer, geen richting aangeven, rijden op de stoep of tegen het verkeer in, verkeersregels negeren.

•

Nonchalante houding en weinig oogcontact;

•

Zonder handen fietsen of trucjes uithalen (wheelies, slippen)

•

Afgeleid zijn door elkaar of telefoons; praten, lachen, muziek luisteren.

13

Botsende perspectieven over gedrag Jongeren met fatbikes zien die roekeloosheid zelf minder. Ze ervaren hun manier van rijden vaak als ontspannen en behendig; zij voelen zich in controle. Hun beleving van het rijden wijkt daarmee af van hoe omstanders dit ervaren. “Als ik op een normale fiets zit, lachen mensen naar me, op een fatbike kijken ze boos.” – Jongere met fatbike, Oosterhout

Het onbegrip dat daardoor ontstaat raakt veel fatbikegebruikers, terwijl de variatie binnen de groep groot is. Waar de één de fatbike puur praktisch gebruikt en bewust voorzichtig rijdt, zoekt de ander als 'rockster' de grenzen op. Voor de omgeving is dit onderscheid onzichtbaar: zodra je op een fatbike stapt, word je bekeken als onderdeel van 'het probleem'. Veel jongeren hebben daarom het gevoel dat een kleine groep het voor de rest verpest.

“Ik rij zelf normaal maar heb het gevoel dat anderen het verpesten.” – Jongere met fatbike, Oosterhout Het gaat niet alleen om de fiets, maar ook wie erop zit Bestuurders zelf spelen een grote rol in hoe gedrag wordt gezien. Vooral jonge bestuurders vallen op: kinderen van tien of elf op een grote, zware fatbike roepen zorgen op nog voordat zij iets doen. Ze lijken soms moeite te hebben met controle van het voertuig (stabiel rijden, op tijd remmen) en missen ervaring in druk verkeer. Sommigen vragen zich af of de verantwoordelijkheid die komt kijken bij deelname aan het verkeer op een fatbike wel past bij

zulke jonge bestuurders en pleiten daarom voor een minimumleeftijd. “Hoe erg kunnen we de verantwoordelijkheid bij een tienjarige leggen?” – Wijkagent, Arnhem

Ook hun uitstraling wordt vaak genoemd. Door capuchons, donkere kleding, oortjes, en een nonchalante houding is niet altijd duidelijk of jongeren oogcontact maken of anderen zien. Daardoor is voor omstanders lastig te voorspellen wat ze gaan doen. Dat vergroot het gevoel van onveiligheid. Afkeer en associaties rond de fatbike Dat de fatbike meer is dan een elektrisch vervoermiddel, blijkt misschien wel het meest uit de jongeren die er bewust geen willen hebben. Sommigen zetten zich actief af tegen de fiets. In gesprekken gebruiken zij termen als ‘tokkie’, ‘asociaal’ en ‘lelijke dingen’ om fatbikes te omschrijven. Deze jongeren willen niet geassocieerd worden met het ‘stoere’ gedrag en de overlast die zij aan fatbikes koppelen. Ook bij de aankoop van een elektrische fiets door ouders weegt dit stereotype vaak mee. De negatieve associaties die bij fatbikes spelen, ontbreken vaak bij andere elektrische fietsen. Waar de fatbike volgens jongeren en omstanders symbool staat voor status en opvallen, draait het bij de gewone e-bike over het algemeen om de praktische kant: de fiets moet betrouwbaar zijn en de rit makkelijker maken, zonder onnodige aandacht te trekken. “Ik heb een elektrische fiets maar die straalt iets anders uit.” – Jongere, Oosterhout

14

DE TOEGANKELIJKE E-BIKE MET GEBREKEN

2. Zorgen van de omgeving over de veiligheid van fatbikes Bouwpakketten uit online webshops Naast de onrust over het rijgedrag, zijn er grote zorgen over de fietsen zelf. Het beeld van een ‘rammelend bouwpakket’ lijkt in de praktijk realiteit. Professionals zien dat de techniek vaak tekortschiet voor de manier waarop deze fietsen worden gebruikt. Volgens een verkoper van (Europese) fatbikes worden sommige modellen uit China letterlijk als bouwpakket geleverd en vervolgens door onervaren handen in elkaar gezet. In verhalen over (bijna-)ongelukken komen de remmen vaak terug als risicopunt: onbetrouwbaar en bij opgevoerde snelheden slijten ze snel. Daardoor rijden jongeren geregeld door met remblokken die niet goed werken. Als er al gerepareerd wordt, doen sommigen dat zelf, opnieuw, met onderdelen van gebrekkige kwaliteit. "Na een tijdje kan je niet meer remmen, zijn de remblokjes helemaal kapot. Gelukkig kost het maar iets van 1 euro op Temu." – Jongere met fatbike, Arnhem

een lagere prijsklasse zitten dan de gemiddelde e-bike. Jongeren en professionals noemen bedragen tussen de 700 en 1000 euro, terwijl een degelijke elektrische fiets volgens hen al snel tussen de 1200 en 3000 euro kost. Voor veel jongeren is de fatbike een betaalbare weg naar elektrisch rijden. "2 maandjes werken bij de Appie en je kan ‘m al betalen" – Groep jongeren met fatbikes, Rotterdam

De mogelijkheid om gespreid te betalen maakt die drempel nog lager. De aanschaf van een (budget-)fatbike is zo makkelijker bereikbaar, zonder dat de volledige kosten in één keer voelbaar zijn. Hoe de techniek van fatbikes bijdraagt aan snelheid De techniek van de fatbike nodigt uit om snelheid op te zoeken. Jongeren vertellen dat je ‘nauwelijks hoeft te trappen’ en dat een fatbike sneller optrekt dan de meeste gewone e-bikes die zij kennen. "Elektrische fiets is eigenlijk hetzelfde maar een fatbike zit lekkerder en start sneller op" – Groep jongeren met fatbikes, Appingedam

“Ik rij nog steeds veilig zonder [remmen]. Op dit moment heb ik geen remmen, geen licht, geen versnellingen. Ik heb alleen maar gas. Dat is het enige wat ik nodig heb. Ik rij al bijna een half jaar zonder. Als het echt nodig is, rem ik wel met mijn voeten. – Jongere met fatbike, Leidschendam Lage drempel door budgetmodellen en gespreid betalen Dat kwalitatief mindere modellen toch het straatbeeld lijken te domineren, heeft te maken met de lage drempel voor aanschaf. In gesprekken met jongeren horen we dat veel populaire fatbikes in

Aandrijving die zorgt voor vermogen en snelheid Fatbikes gebruiken meestal een rotatiesensor in plaats van een rotatiesensor gecombineerd met een trapkrachtsensor. Daardoor geven ze sneller en directer ondersteuning. Rotatiesensoren komen ook voor bij gewone e-bikes, maar omdat ze goedkoper zijn dan trapkrachtsensoren, zie je ze vaker in budgetmodellen (DTV, 2024).

15

Professionals, verkopers en jongeren geven aan dat fatbikes bovendien relatief eenvoudig zijn op te voeren. Met software of een nieuw schermpje is de begrenzing van 25 km/u te omzeilen. Een professional noemt sommige Chinese modellen zelfs elektrische scooters die via een begrenzingscode als e-bike op de markt komen. Wat mag een e-bike volgens de wet? Wettelijk geldt voor elke e-bike: trapondersteuning tot 25 km/u, maximaal 250 watt vermogen en geen gashendel met ondersteuning boven de 6 km/u. Voldoet de fiets hier niet aan, dan is het een ongekeurde bromfiets. Eén op de drie fatbikes is bij aankoop al te snel en de helft van de jonge rijders overschrijdt structureel de limiet (TeamAlert, 2025).

Volgens de jongeren gaan opgevoerde fatbikes 40 tot 60 km/u of zelfs harder. Sommige fatbikes zijn uitgerust met een illegale gashendel die ervoor zorgt dat de fiets vooruitgaat zonder dat je hoeft te trappen. De fiets trekt zo sneller op en blijft eenvoudig op hoge snelheid. Jongeren vertellen dat dit het ook makkelijker maakt om stunts en trucjes te doen, zoals wheelies. Zo kunnen ze dezelfde snelheid halen als een scooter. Zonder rijbewijs, helm, kenteken en verzekeringsplicht. “Alles wat je moet weten over opvoeren, vind je op TikTok” – Jongere, Leidschendam "Roekeloos rijgedrag hoort bij de leeftijd, op een fiets doen ze ook roekeloos, maar een fatbike gaat harder en is lomper" – Pedagogische conciërge, Breda

16

VAN PRAKTISCH VERVOERMIDDEL TOT STATUSOBJECT

3. Hoe jongeren zelf over hun fatbike, rijgedrag en risico’s praten Het gat tussen fiets en scooter Ook voor de ‘rocksterren’ onder de fatbikegebruikers is de fiets in de eerste plaats een manier om van A naar B te komen. Hoewel jongeren de maatschappelijke discussie over overlast wel herkennen, betrekken ze die bijna nooit op zichzelf. Voor hen geldt de directe winst: de fatbike biedt de snelheid en het comfort van een scooter, zonder het rijbewijs of de hoge kosten, en verlost hen van de inspanning van een gewone fiets. Niet bezweet aankomen op school en geen last hebben van tegenwind zijn argumenten die vaak terugkomen. “Hij kan lekker snel. In plaats van dat je 30 minuten naar school fietst, is het 15 minuten.” – Jongere met fatbike, Appingedam

Voor veel jongeren is de fatbike dan ook een logische oplossing voor een praktisch probleem. De afstanden naar school, de sportclub of vrienden in een andere wijk zijn ‘te groot’ om elke dag op een gewone fiets af te leggen. Het openbaar vervoer is te duur of rijdt niet op de juiste tijden, en voor een eigen scooter zijn ze nog te jong. De fatbike vergroot de leefwereld van jongeren. Letterlijk en figuurlijk. •

Vrijheid: Jongeren zijn minder afhankelijk van ouders om ergens te komen. Ook ’s avonds of in het weekend kunnen ze makkelijker zelfstandig op pad. Daarnaast leggen ze makkelijk grotere afstanden af, bijvoorbeeld van het dorp naar de stad.

•

Gemak: Spullen of passagiers meenemen gaat zonder moeite. Op het gebied van vrijheid en gemak verschilt het gebruik van de fatbike weinig van dat van een gewone e-bike; hiervoor horen we vergelijkbare voordelen.

“Mensen die geen fatbike hebben, die vinden het niet vet. Ik vond dat ook niet tot ik er een had.” – Jongere met fatbike, Appingedam Daarbij speelt ook mee dat sommige jongeren hun eerste ervaring met een fatbike opdoen via anderen. Ze rijden een rondje op de fiets van een vriend of familielid, en die ervaring is meestal positief: de fiets zit lekker en gaat makkelijk snel. Voor jongeren die al geïnteresseerd waren, bevestigt dat de wens om er zelf een te hebben. Maar ook jongeren die aanvankelijk sceptisch waren, worden soms na het uitproberen vaak milder over de fiets, al weegt voor sommigen het negatieve imago alsnog zwaarder. "Ik mocht een keer op de fatbike van een vriendin, die zat heel lekker, maar het is de eerste en de laatste keer. Ik kreeg zo veel nare blikken" – Jongere zonder fatbike, Oosterhout

17

Wat de fatbike populair maakt onder jongeren + Plezier, rondrijden met vrienden

Voordelen fatbike t.o.v. scooter

Erbij horen +

+ Makkelijk om iemand mee te nemen of zware spullen te vervoeren

• • • • •

Geen minimumleeftijd + Geen helmplicht + Geen rijbewijs nodig + Vaak goedkoper dan een scooter Geen verplichte verzekering

Met gemak van A naar B ++ Biedt vrijheid en zelfstandigheid +

“Je hoeft geen kracht te zetten op de trappers. Je moet alleen zorgen dat ze ronddraaien en je gaat al 25.” - Jongere, Leidschendam

Makkelijk op te voeren + Telefoon oplaadpunt

++ Comfortabel, groot zacht zadel

Stoer en opvallend + ++ Betaalbaar

Brede banden, voelt stevig op de weg +

++ Snelheid, trekt ook snel op “Hij is cool en lijp. Het is gewoon een mooie fiets.”

Gebruik voor werk, bijvoorbeeld bezorgdienst

++ factoren die vaak zijn genoemd + factoren die regelmatig zijn genoemd

- Jongere, Appingedam ++ Weinig inspanning; je hoeft bijna geen kracht te zetten. Ook als je tegen de wind in fietst 18

Erbij horen, zichtbaar zijn en een plek innemen Naast de praktische voordelen heeft de fatbike voor jongeren een bredere betekenis. In hun verhalen komt naar voren dat de fatbike iets zegt over wie je bent en hoe je wordt gezien. Daarmee neemt de fatbike voor veel jongeren niet alleen een functionele positie in, maar ook een plek in hun beleving en sociale omgeving. Professionals die veel in contact staan met jongeren geven aan dat de fatbike vaker aanwezig is in sociaaleconomisch kwetsbare buurten. In die context weegt ‘meedoen’ zwaarder en kan niet meedoen voelen als op achterstand staan. De fatbike wordt daar genoemd als een relatief bereikbare manier om aan te sluiten.

“Als je niks hebt, dan is wat je draagt en uitstraalt wie je bent.”

fatbike aan. Voor sommige gezinnen is de aanschaf daarmee een investering om te voorkomen dat hun kind buiten de groep valt. De druk om mee te doen is soms zo groot, dat we signalen horen dat ouders hiervoor hun enige financiële middelen inzetten. “In een wijk waar jij met niks bent opgegroeid en je kind ook met niks is opgegroeid, als je dan je kind eindelijk iets kan geven, dan geef je je kind nu iets wat relevant is op dat moment. Je wilt dat je kind het beter heeft dan jij.” – Straatcoach, Arnhem

Gevoel van controle maakt dat grenzen opgezocht worden Sommige fatbikegebruikers bevestigen zelf het beeld dat hun omgeving schetst. De fiets brengt energie en spanning met zich mee. Jongeren beschrijven hoe er wordt gelachen, geroepen en elkaar ingehaald. Wat begint als spel of gezelligheid, wordt door snelheid en groepsdynamiek al snel intenser.

– Pedagogisch conciërge, Arnhem Jongeren beschrijven hun fatbike als ‘stoer’ of ‘cool’ en koppelen dit aan opvallen en aanwezigheid. Het grote frame, de brede banden, de lage zithouding en de snelheid dragen hieraan bij. Voor een deel van de jongeren lijkt dit samen te hangen met profilering op straat. “Twee van de drie kinderen hier in de wijk hebben een fatbike.” – Jongere, Breda

Ook voor ouders speelt het imago een rol. Zij kopen de fatbike niet alleen als vervoermiddel voor hun kind, maar ook om hen mee te laten doen. ‘Iedereen heeft er een’, geven veel jongeren met een

“Ik rij alsof ik te veel levens heb op de weg” – Jongere met fatbike, Breda Online wordt dit versterkt: op sociale media zien jongeren video’s over opvoeren en trucjes. Die energie werkt door in het rijgedrag en maakt dat grenzen worden opgezocht. Vaak zonder dat dit op dat moment als risicovol voelt. Tegelijkertijd geeft de fatbike jongeren een sterk gevoel van controle. De fiets reageert snel, trekt makkelijk op en voelt stabiel.

19

Dat vertrouwen staat echter niet altijd in verhouding tot de remweg, de wendbaarheid in noodsituaties of de drukte onderweg. Bijna alle jongeren vertellen dat zij een (bijna-)ongeluk hebben meegemaakt, maar dit leidt niet vanzelf tot blijvend ander gedrag. Risico’s worden eerder als spannend dan als bedreigend beschreven; verhalen over valpartijen of schrikmomenten horen erbij. Zodra jongeren het gevoel hebben dat zij de fiets beheersen, verdwijnt het idee dat zij zichzelf of anderen in gevaar brengen. “Ik ben een goede driver, dus ik mag af en toe [hard gaan].”

Tijdens een bijeenkomst met jonge fatbikebestuurders wisten ze vrijwel alle fietsverkeersregels binnen korte tijd te benoemen. Tegelijk wezen ze vooral naar jongere kinderen (ongeveer 9/10 jaar) als groep bij wie het vaker misgaat. Juist die jonge bestuurders worden door anderen ook vaker gezien als roekeloze rijders. "Ik ben wel eens bijna aangereden door een jongentje van tien. Hij keek niet goed en wist niet dat hij moest stoppen bij haaientanden. Ik werd boos, maar kan hem eigenlijk niks kwalijk nemen" – Jongere, Rotterdam

– Jongere met fatbike, Appingedam

Volgens een jongerenwerker hangt dit samen met hoe jongeren onderweg zijn: snelheid en gemak staan voorop, en risico’s worden geaccepteerd als onderdeel van onderweg zijn.

“Blijkbaar hebben jongeren het risico ervoor over om hard te fietsen om op tijd te komen. Dat ze onderweg niet opletten.” – Jongerenwerker, Rotterdam Invloed van kennis op het toepassen van verkeersregels Kennis over verkeersregels lijkt niet bij te dragen aan minder roekeloos rijgedrag. De meeste jongeren in het onderzoek zijn namelijk bekend met de fietsverkeersregels. Vooral de limiet van 25 km/u en het gebruik van verlichting worden vaak genoemd.

Uit gesprekken wordt ook duidelijk dat sommige jongeren regels eerder als suggestie zien: doorrijden als het kan, aanpassen als het moet. Zeker als consequenties niet voelbaar zijn. Bijvoorbeeld bij weinig zichtbare handhaving of als ze makkelijk te omzeilen zijn. Daarnaast blijkt uit verhalen over (bijna-)ongelukken van jongeren en andere weggebruikers dat verkeerstekens (zoals zebrapaden en haaientanden) niet altijd worden gezien of opgevolgd. Een andere veelgenoemde overtreding is geen voorrang verlenen aan rechts. "Ik ben een keer aangereden door een fatbike en daarna beschoten met jelly blasters. Het gebeurde hier voor school op het zebrapad. Ik denk dat ze het zebrapad niet zagen. Ze moesten lachen en reden gewoon door.” – Jongere, Rotterdam "Als kind denk je daar niet over na. Rood licht is duidelijk, maar rechts voorrang vergeten ze. Vooral bergafwaarts." – Sportcoach, Arnhem

20

“Ik heb wel twee keer een aanrijding gehad. Maar dat was niet echt heel erg heftig; dat was meer mijn schuld. Ik was in de stad aan het rijden. Ik reed naar links en ik keek niet goed om en toen had een wielrenner me aangereden. Toen vloog die over me heen. Dat was wel meer mijn schuld, omdat ik niet goed oplette. Maar ik denk

ook dat, als ik op een normale fiets had gereden, hetzelfde was gebeurd. Ik was denk ik bezig met andere dingen, het is lang geleden. Maar het had niet te maken met de snelheid. Ik reed maar 15 km/u ofzo.” – Jongere, Leidschendam

21

TUSSEN MEEBEWEGEN EN BEGRENZEN

4. De sociale omgeving als versterker of rem op gedrag Sociale omgeving stuurt gedrag Het gedrag van jongeren op fatbikes staat niet los van hun sociale omgeving. Vrienden, ouders, buurtbewoners en professionals kijken elk vanuit een ander perspectief naar hetzelfde gedrag. Die verschillende blikken bepalen niet alleen hoe dat gedrag wordt beoordeeld, maar ook in hoeverre het wordt begrensd, genegeerd of genormaliseerd. Hun invloed verschilt: afhankelijk van de situatie zijn sommige betrokkenen bepalender dan anderen. •

• •

•

Vooraf bepalen ouders en familie welke fiets wordt aangeschaft en welke afspraken en verwachtingen daarover binnen het gezin gelden. In het moment zetten vrienden en leeftijdsgenoten de toon voor tempo en gedrag. In het dagelijks gebruik spreken professionals die veel in contact zijn met jongeren (bijvoorbeeld leraren, conciërges jongerenwerkers en straatcoaches) jongeren aan op vaste plekken. Bij overtredingen laten politie en handhaving zien waar de grens ligt.

Geen enkele partij bepaalt het gedrag van jongeren volledig. Dit hoofdstuk laat zien hoe verschillende invloeden samen het gedrag van jongeren op fatbikes sturen. Ouders als poortwachters en opvangers van problemen Voor veel jongeren begint elektrisch fietsen bij hun ouders. Zij kopen of betalen de fiets en bepalen daarmee welk type fiets een

22

jongere krijgt. Die keuze hangt vaak samen met wat haalbaar is en wat in de omgeving gebruikelijk is. In gesprekken komt naar voren dat een gewone e-bike door sommigen als duur wordt gezien, terwijl een fatbike sneller als haalbare optie voelt. Sommige ouders vermijden bewust een fatbike, vanwege zorgen over snelheid, kwaliteit of het imago. In andere gevallen grijpen ouders pas in nadat er iets is gebeurd, bijvoorbeeld na gevaarlijk rijgedrag of een incident. Dat kan betekenen dat de fiets wordt verkocht, vervangen of tijdelijk wordt afgenomen. "Binnen mijn gezin wil ik ver wegblijven van stereotypen rondom fatbikes, net als een petje en tasje, dat vind ik ook niks.” – Toezichthouder school en ouder, Oosterhout

Broers en zussen sturen bij vanuit gedeelde leefwereld Broers en zussen begrijpen vaak beter waar bepaald gedrag vandaan komt en hebben meer zicht op het rijgedrag van hun jongere broers en zussen dan ouders. In sommige verhalen maken zij het gebruik van een fatbike mogelijk, bijvoorbeeld door er één cadeau te doen of door ouders te overtuigen. In andere gevallen zijn zij juist beschermend. Jongeren vertellen dat zij niet willen dat een jonger broertje of zusje op een fatbike rijdt, of dat zij ingrijpen als hun broertje of zusje te hard of te gevaarlijk rijdt. Dat kan gaan om waarschuwen, de fiets afpakken of ouders inschakelen. “Mijn zusje krijgt ’m niet, daar zorg ik voor.” – Jongere, Rotterdam

Tijdens het rijden zelf hebben ouders weinig zicht op wat er gebeurt. Hun invloed zit vooral in wat er daarna volgt. Boetes, schade, medische kosten en reparaties komen vaak bij hen terecht. Tegelijkertijd vertellen jongeren thuis niet altijd over kleine incidenten en bijna-ongelukken. Die blijven soms onbesproken of worden opgelost zonder dat ouders het weten. Achteraf erkennen sommige jongeren dat hun ouders terecht bezorgd zijn en aansturen op veiliger fietsgedrag. Op het moment zelf, vooral wanneer zij met vrienden rijden, speelt die stem alleen op de achtergrond een rol en heeft die weinig invloed op hun gedrag. “In een jaar ben ik al 20 keer gevallen, maar ik heb het maar twee keer aan mijn ouders verteld.” – Jongere met fatbike, Oosterhout

“Tegen mijn broertje zeg ik, ‘Ik wil jou niet te gek zien rijden, want dan ben je hem gewoon kwijt. Dan zet ik hem bij een slotanker en dan kan je hem niet meer gebruiken.’" – Jongere met fatbike, Breda

Broers en zussen delen vaak dezelfde leefwereld en zijn opgegroeid in vergelijkbare omstandigheden. Daardoor begrijpen zij het gedrag beter en kunnen zij gerichter bijsturen, zonder dat dit meteen voelt als externe controle. Vrienden en peers bepalen het gedrag in het moment De grootste invloed tijdens het rijden komt vaak van vrienden. Samen fietsen is meer dan van A naar B gaan. Het is samenzijn: praten, lachen, elkaar volgen. In groepen verschuiven grenzen makkelijker. Als één iemand versnelt, beweegt de rest vaak mee.

23

“Ze jagen elkaar op, de een doet nog gekker dan de ander.” – Conciërge sportpark, Arnhem

Jongeren beschrijven snelheid, inhalen en dicht op elkaar rijden dan ook vooral als onderdeel van het samenzijn, niet als ‘roekeloos doen’. In die dynamiek is er weinig ruimte voor correctie. Aanspreken voelt al snel overdreven of ongezellig, zeker als iedereen hetzelfde doet. Wat van buitenaf als risicovol wordt gezien, voelt binnen de groep eerder normaal en beheersbaar. De groep werkt dan ook vaker als versterker dan als rem. Niet elke jongere ervaart dit dan ook even sterk. Sommigen geven aan dat zij ongeveer hetzelfde rijden, of ze nu alleen zijn of met vrienden. Maar in veel verhalen verschuift tempo en gedrag mee met de groep. Professionals begrenzen op vaste plekken Rond school en andere vaste plekken komen jongeren volwassenen tegen die hen aanspreken op gedrag. Dat zijn bijvoorbeeld docenten, pedagogisch conciërges, jongerenwerkers en straatcoaches. Zij zien jongeren regelmatig en spreken hen aan op momenten dat ze roekeloos gedrag signaleren. Jongeren geven aan dat professionals die uitleggen waarom bepaald gedrag gevaarlijk is en het gesprek aangaan, serieuzer worden genomen dan volwassenen die alleen corrigeren. Invloed van professionals is vooral praktisch: benoemen wat er gebeurt, uitleggen wat het risico is en duidelijk maken wat wel en niet kan.

Straatcoaches, bijvoorbeeld, voelen voor jongeren eerder als een ‘veilig’ voorportaal, omdat politie erbij halen kan betekenen dat je fatbike wordt afgepakt. Die invloed is wel plaatsgebonden. Buiten school en vaste hangplekken is die sturing minder aanwezig. Bovendien zien niet

alle jongeren schoolprofessionals als belangrijke beïnvloeders; sommigen verwijzen vooral naar ouders of politie/handhaving als het gaat om ‘wat gevolgen kan hebben’. Politie en handhaving markeren de grens Voor jongeren staan politie en handhaving voor formeel gezag in het verkeer. Zij kunnen jongeren staande houden, aanspreken of bekeuren wanneer regels worden overtreden. Jongeren zijn zich daarvan bewust en beschrijven politie en handhaving vaak als streng en controlerend. De invloed van handhaving zit vooral in het markeren van de grens. Wanneer toezicht zichtbaar, consequent en voorspelbaar is, ervaren jongeren dat als duidelijk. Als optreden wisselend of overdreven wordt ervaren, ontstaat juist afstand. Handhaving stuurt daarmee niet het dagelijkse rijgedrag van jongeren, maar maakt wel duidelijk wanneer gedrag als ‘te ver gaan’ wordt gezien en welke gevolgen daaraan verbonden zijn.

De politie heeft nu al een beeld: ‘Dat is een kind op een fatbike, dat is slecht, die houdt zich niet aan de regels’. Ze zouden beter kunnen kijken: ‘wat kunnen we doen om deze persoon veiliger over straat te laten gaan?’” – Jongere, Leidschendam

24

“Ik was aan het toeren met matties. Ik keek naar achter naar mijn mattie, toen keek ik voor mij en zag ik een waggie. Ik knalde er tegenaan. Mijn standaard viel eraf. Ik ben gewoon weggereden.” – Jongere met fatbike, Rotterdam

25

WAT ROEKELOOS RIJGEDRAG BEÏNVLOEDT

5. Gedragsbepalers van roekeloos rijgedrag van jongeren op fatbikes Rijgedrag van jongeren bekeken met CASI Waarom sommige jongeren roekeloos rijden en anderen niet, laat zich niet vangen in één oorzaak. In de gesprekken zien we vooral samenhang: kleine dingen stapelen zich op. Denk aan een druk kruispunt, een vriend die versnelt, een fiets die snel optrekt, weinig tijd, en het gevoel ‘ik kan dit wel’. Samen maken ze veilig rijden minder vanzelfsprekend. De gedragsbepalers uit CASI helpen om die samenhang te duiden. We kijken naar de volgende factoren: 1. Automatismen (gewoontegedrag); 2. De directe sociale omgeving (vrienden, ouders, broers/zussen, soms jongerenwerkers die dichtbij jongeren staan); 3. Zelfbeeld; 4. Weerstand (tegen labelen en tegen ‘moeten’); 5. De fysieke omgeving (straat en fiets); 6. Emoties in het moment; 7. Kunnen (middelen, vaardigheden en zelfinschatting); 8. Houding en risicoperceptie; 9. Kennis (regels en technisch inzicht). Wat steeds terugkomt: roekeloos rijgedrag ontstaat meestal niet doordat jongeren het niet weten, maar doordat routines, zelfbeeld, groepsnormen en het gevoel in het moment zwaarder wegen dan regels. Daarbij speelt mee dat dit gedrag plaatsvindt in een fase van opgroeien, waarin grenzen verkennen, autonomie ontwikkelen en zoeken naar identiteit onderdeel zijn van de ontwikkeling.

1.

Automatismen als motor van het gedrag Fietsen is voor de meeste mensen routine. Je stapt op en je bent weg. Kijken, sturen, inhalen, remmen: het gaat grotendeels vanzelf. Jongeren beschrijven dat ook zo. Veel van wat onderweg gebeurt, voelt niet als ‘keuzes maken’, maar als ‘gewoon fietsen’. Op een fatbike blijft dat gevoel bestaan, terwijl het voertuig in de praktijk anders reageert: het trekt sneller op en is zwaarder dan een gewone fiets. Voor jongeren wordt dit verschil snel normaal. Zij erkennen vaak dat de fatbike hun rijstijl beïnvloedt, maar geven tegelijkertijd aan dat zij rijden zoals ze altijd al deden. Maar dan met meer snelheid. Niet omdat ze bewust risico willen nemen, maar omdat de automatische piloot de standaard is. Reflectie volgt meestal pas achteraf, na een incident of schrikmoment: ‘het was glad’, ‘ik zag hem niet’, ‘de remmen deden het niet goed’. Professionals herkennen dit. Zij zien jongeren vaak pas bij of na incidenten, niet in het moment waarop de routine het overneemt. Veilig rijden vraagt dan iets extra’s: bewust vertragen, afstand houden, oogcontact maken. En dat voelt (juist in routine) als moeite.

2. De directe sociale omgeving bepaalt de norm Uit veel verhalen blijkt dat jongeren anders rijden met vrienden dan wanneer zij alleen onderweg zijn. Wat anderen onderweg doen, wordt het uitgangspunt voor iemands eigen gedrag: de descriptieve norm. Als één iemand versnelt, schuift het tempo van de groep mee. Dat gebeurt meestal zonder bewuste afweging. Jongeren rijden mee, houden vergelijkbare afstand en volgen elkaars bewegingen. Naast wat anderen doen, speelt ook wat binnen de groep wordt gewaardeerd. Of wat jongeren denken dat er wordt gewaardeerd. Dit is de injunctieve norm. Veilig rijden hoort daar niet altijd bij. Jongeren willen laten zien dat ze meekomen, controle hebben en

26

niet bang zijn. Dat beeld wordt in de groep bevestigd en versterkt roekeloos rijgedrag. Invloed buiten vrienden zit vooral in faciliteren en begrenzen Onderweg sturen automatismen en groepsnormen het meest. Buitenstaanders zijn er niet bij op het moment dat jongeren roekeloos rijden. Hun invloed zit daarom vooral ervoor en eromheen: mogelijk maken en grenzen zetten. Ouders (en soms andere naasten) maken het gebruik mogelijk: aanschaf, geld, onderhoud. Daarmee bepalen zij wel de randvoorwaarden, maar hebben ze weinig invloed op het rijgedrag onderweg. Begrenzen vraagt om inzicht in het (rij)gedrag. Dit is er niet altijd. Jongeren delen bijna-ongelukken en kleine incidenten meestal niet, zeker niet als ze gevolgen verwachten (gedoe, straf, fiets kwijt). Thuis wordt gedrag daarom vaak pas bijgesteld als er echt iets gebeurt. Daarbij missen ouders vaak publieke ‘rugdekking’. Als er geen leeftijdsgrens is, en in hun beleving geen duidelijke producteisen die onveilige e-bikes van de markt weren, komt een ‘nee’ van de ouder zelf. Dat schuurt: ze willen veiligheid, maar willen hun kind ook niet als enige laten achterblijven. Begrenzen werkt beter dicht op het gedrag: waar het zichtbaar is en kort onderbroken kan worden. Rond schoolroutes en hangplekken kunnen onderwijsprofessionals en jongerenwerkers concreet maken wat wel en niet kan.

Broers en zussen kunnen daar soms tussenin zitten: ze delen dezelfde leefwereld, herkennen de aantrekkingskracht van snelheid en kunnen daardoor eerder een correctie laten landen. Niet als toezichthouder, maar van iemand die erbij hoort.

3. Zelfbeeld en groepsgedrag versterken elkaar Uit gesprekken met jongeren blijkt dat de elektrische fietsen in de eerste plaats een praktisch vervoermiddel is om snel en zelfstandig te verplaatsen. Bij gewone e-bikes lijkt zelfbeeld over het algemeen een beperkte rol te spelen: de fiets is functioneel en weinig zichtbaar onderdeel van hun identiteit. Jongeren kiezen meestal voor een gewone e-bike omdat het handig is, niet omdat het iets zegt over de groep waar ze bij horen. Zelfbeeld wordt relevanter zodra de fiets iets zegt over wie je bent. In de gesprekken zien we dat dit vooral speelt bij fatbikes: jongeren koppelen de fatbike vaker aan uitstraling, positie in de groep en ‘meedoen’. Professionals herkennen dat dit sterker kan spelen in sociaal-economisch kwetsbare wijken, waar fatbikes zichtbaarder zijn in het straatbeeld en bezit en uitstraling extra betekenis krijgen. Zij benoemen ook dat de keuze voor een fatbike soms ook door ouders wordt ondersteund vanuit het idee ‘mee kunnen doen’ of status in de omgeving. Zelfbeeld werkt als versterker van andere gedragsbepalers. Het kan groepsnormen uit de directe sociale omgeving bevestigen en automatismen in stand houden: gedrag dat past bij wie je bent, vraagt minder bewuste aanpassing.

Veilig rijden vraagt dan niet alleen aandacht, maar ook het loslaten van een beeld van jezelf dat in de groep of op straat betekenis heeft gekregen.

Bewust afstand nemen van het fatbike-imago In de gesprekken zien we dat zelfbeeld ook de andere kant op kan werken. Sommige jongeren kiezen bewust niet voor een fatbike, omdat zij zich niet willen associëren met het imago en het (‘asociale’) gedrag dat zij ermee verbinden.

27

4. Weerstand door een opgeplakt label Op straat worden nageroepen, boze blikken of zelfs een fles naar het hoofd: het stigma van ‘asociaal’ en ‘roekeloos’ kleeft aan veel jongeren op een fatbike. Zulke labels lijken vaak het tegenovergestelde effect te hebben van wat de omgeving beoogt. Wanneer jongeren door media, buurtbewoners of handhavers structureel over één kam worden geschoren, kan dit leiden tot twee verschillende, maar samenhangende reacties (labelingtheorie; Bernburg, 2019).

5. De fysieke omgeving bepaalt het speelveld Waar automatismen, peers, zelfbeeld en weerstand verklaren waarom jongeren (niet) mee bewegen, bepaalt de fysieke omgeving vooral hoe makkelijk dat kan en hoe vergevingsgezind de situatie is. Op kruispunten, rotondes, drukke fietspaden en rond scholen stapelen handelingen zich op: kijken, inschatten, positie kiezen, snelheid aanpassen. In de gesprekken komt steeds terug dat op zulke momenten fouten (te hard, te laat remmen, geen overzicht) meer gevolgen kunnen hebben.

Ten eerste kan zo’n label reactance oproepen. Reactance is een actieve vorm van weerstand die ontstaat als jongeren het gevoel hebben dat hun keuzevrijheid of autonomie wordt ingeperkt. Het label voelt onrechtvaardig (‘De media laat vooral incidenten zien, niks positiefs’, ‘Ze zien me toch al als fout’), waardoor de neiging ontstaat om juist niet mee te bewegen met wat van hen wordt verwacht. De hakken gaan in het zand. Niet omdat jongeren bewust onveilig willen rijden, maar omdat het label wordt ervaren als een vorm van verdachtmaking: je bent ‘fout’ voordat je iets hebt gedaan.

De e-bike als fysieke omgeving Niet alleen de straat bepaalt de marge; ook de e-bike zelf is onderdeel van de fysieke omgeving. Bij fatbikes is snelheid makkelijk beschikbaar (snel optrekken, opvoeren of gashendel), en door budgetmodellen en gespreid betalen is de aanschafdrempel laag. Tegelijk verkleinen remproblemen en de kwaliteit van onderdelen de speelruimte: stoppen en bijsturen vragen meer, terwijl jongeren geregeld doorrijden met remmen in slechte staat of zelf sleutelen met matige onderdelen.

Ten tweede kan labeling het zelfbeeld beïnvloeden. Als de buitenwereld je consequent ziet als een roekeloze fatbiker, kan dat beeld onderdeel worden van hoe je jezelf gaat zien. De motivatie om aan de norm van ‘verantwoord rijden’ te voldoen neemt af, omdat die norm toch niet haalbaar lijkt. Het negatieve label wordt dan een soort vrijbrief: als je toch al wordt gezien als probleem, waarom zou je dan nog moeite doen om het tegendeel te bewijzen? De fatbike kan zo verschuiven van een praktisch vervoermiddel naar een symbool van verzet. In het ene geval gaat het om bewust tegensturen vanuit boosheid of frustratie (reactance); in het andere geval om gedrag dat past bij een opgelegd beeld (labeling). In beide gevallen wordt roekeloos rijgedrag niet afgeremd, maar juist versterkt.

Zo ontstaat een mismatch die gedrag in de hand werkt: snelheid wordt laagdrempelig, corrigeren wordt juist moeilijker. Vooral op de plekken waar jongeren zelf al aangeven dat de marge klein is.

6. Emoties kleuren hoe jongeren rijden In de gesprekken komt terug dat emoties het rijgedrag vooral in het moment kunnen beïnvloeden. Jongeren noemen haast (naar school, werk) en irritatie (door andere weggebruikers) als situaties waarin ze minder geduld hebben en eerder risico’s nemen. Ook beschrijven zij dat er onderweg soms een competitie-element ontstaat in de groep (‘wie kan sneller?’ of ‘wie kan het beter?’), waardoor tempo maken en ‘laten zien' zwaarder wegen dan rustig doorrijden.

28

Emoties kunnen ook kort afremmen, maar vooral wanneer een risico persoonlijk en direct wordt ervaren. Een valpartij of duidelijke schrikreactie maakt het gevaar tijdelijk concreet. Dat effect is meestal niet blijvend: na zo’n moment nemen automatismen en gewoontes het gedrag weer over. Daarnaast spelen ook positieve emoties mee. Het vrijheidsgevoel, plezier met vrienden en het gevoel van gemak en controle maken snelheid aantrekkelijk en versterken het ‘meegaan’ in het moment. 7.

Kunnen bepaalt wat haalbaar is onderweg Om veilig te 'kunnen' rijden zijn er drie dingen belangrijk: beschikken jongeren over middelen, hebben zij de vaardigheden om veilig te rijden en hoe schatten zij zelf in waar zij goed in zijn. Als je weinig te besteden hebt, koop je sneller een goedkopere ebike, die ook qua kwaliteit minder is. Veel jongeren krijgen een ebike van familie, eventueel via gespreid betalen. Kleine onderdelen zoals remblokjes zijn goedkoop verkrijgbaar, maar jongeren ervaren reparatie al snel als duur of als gedoe. Grotere reparaties worden uitgesteld, mogelijk zonder dat ze weten wat het werkelijk kost. Daardoor rijden veel jongeren door met gebreken. Vaardigheden zijn ook niet zwart-wit. Jongeren kunnen fietsen. Maar drukke rotondes en kruispunten vragen meer: anticipatie op auto's, timing bij remmen, goed positioneren. Dit zijn vaardigheden die komen met ervaring. Sommige jongeren hebben dit nog niet volledig in de hand, vooral als zij jong zijn of niet gewend zijn aan drukke verkeerssituaties of aan een zwaardere fiets. Tegelijk schatten jongeren hun eigen vaardigheden in als goed. Ze zeggen dat kinderen jonger dan zijzelf beter niet op een fatbike kunnen stappen of dat ‘kleine kinderen de fiets amper kunnen hanteren’. Daaruit concluderen zij dat ze het zelf beter kunnen. Die

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://open.overheid.nl/documenten/9757d487-ba18-454b-a1ed-f489f5eb8f67/