CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

RO Rotterdamseweg 13, Delft (2-2-2021)

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake definitieve verklaring van geen bedenkingen Rotterdamseweg 13C (nr. 2150967)14.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Rotterdamseweg 13, Delft

Februari 2021

Definitief

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Rotterdamseweg 13 Delft

Plannaam: Plantype: Datum:

Rotterdamseweg 13 Delft Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning Februari 2021

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING PROJECTGEBIED ............................................................................................................................... 4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 5 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE ................................................... 7 2.1

BESCHRIJVING PROJECTGEBIED EN OMGEVING ................................................................................................... 7

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2

RUIMTELIJKE ONTWIKKELING ........................................................................................................................ 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 16

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 23 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID .................................................................................................................................................... 23 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 24 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 28 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 30 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 35 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 39 6.2 6.3

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 39 WATERTOETSPROCES.................................................................................................................................. 40

HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 41 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 42 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

HET RIJK .................................................................................................................................................. 42 PROVINCIE ZUID-HOLLAND .......................................................................................................................... 42 HOOGHEEMRAADSCHAP DELFLAND ............................................................................................................... 42 OVERIGE OVERLEGPARTNERS ........................................................................................................................ 42 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 42

BIJLAGE BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ........................................................... 43 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 43 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 43 QUICKSCAN NATUURWAARDEN ............................................................................................................ 43 BOMEN-EFFECT-ANALYSE ................................................................................................................... 43 REACTIE HOOGHEEMRAADSCHAP .......................................................................................................... 43 REACTIE VOOROVERLEG ...................................................................................................................... 43

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Achter de woning aan de Rotterdamseweg 13 te Delft bevindt zich een binnenterrein. Initiatiefnemer is voornemens op dit binnenterrein een bungalow te realiseren. Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘TU-Noord (de noordelijke Wippolder)’ heeft het perceel de bestemming ‘Tuin’. Het verzoek is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan, aangezien op gronden met de bestemming ‘Tuin’ geen woningen gerealiseerd mogen worden. In het verleden bestond een plan om ter plaatse twee woningen te realiseren. De vergunning hiervoor is verleend. De plannen zijn inmiddels echter gewijzigd, mede in overleg met omwonenden. Daartoe is het plan aangepast naar het realiseren van één woning in de vorm van een bungalow. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied is gelegen aan de Rotterdamseweg 13 te Delft. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Delft, sectie H, perceelnummer 8084. In figuur 1.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van Delft weergegeven.

Figuur 1.1

Ligging van het projectgebied in het dorpsgebied van Delft (Bron: ArcGIS)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘’TU-Noord (de noordelijke Wippolder). Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 19 april 2007 door de gemeenteraad van de gemeente Delft. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.2 Uitsnede van het geldende bestemmingsplan (Bron: gemeente Delft)

1.3.2

Beschrijving bestemmingen

De gronden in het projectgebied zijn bestemd als ‘Tuin’. Gronden met deze bestemming mogen uitsluitend worden gebruikt voor tuin en activiteiten ten dienste van de bestemming van de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. In en op deze gronden mogen uitsluiten aan- en uitbouwen, bijgebouwen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 1.3.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan ‘TU-Noord (de noordelijke Wippolder)’, aangezien op gronden met de bestemming ‘Tuin’ geen woningen gerealiseerd mogen worden. Om de gewenste woning te kunnen realiseren, wordt bij een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 30 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het initiatief op de betreffende locatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Bro van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggend project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 8; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit zal voor een ieder ter inzage worden gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 7.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.

9.

1.5

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.7; voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 5 is aandacht besteed aan diverse relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 5.3.

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt er een planbeschrijving van de gewenste situatie gegeven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het rijk, de provincie ZuidHolland en de gemeente Delft beschreven. In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het aspect water. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2

DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE

2.1

Beschrijving projectgebied en omgeving

2.1.1

Historische ontwikkeling

De Rotterdamseweg is gelegen in een van de oudste gedeelten van de stad Delft. Nabij de rivier de Schie. Aan het verlengde van dit water, de ‘Delf’, is de stad Delft ontstaan. In de strook tussen de Schie en de Rotterdamseweg werd in 1251 het klooster Koningsveld gesticht op een plek waar eerder een grafelijk hof heeft gelegen. De Rotterdamse weg was lange tijd een landelijke weg, met op enige afstand van de stad boerderijen. Langs Hertog Govertkade en Kanaalweg (aan de noordzijde van het projectgebied) loopt het RijnSchiekanaal. Dit provinciaal kanaal tussen Delft en Leiden is eind 19e eeuw ontstaan als verbetering van een bestaande vaarroute. De Scheepmakerij vormt de kop van een langgerekte strook tussen de Delftse Schie en de Rotterdamseweg. De combinatie van bedrijven met woningen langs de Scheepmakerij geven het noordelijk deel van de Delftse Schie een specifieke sfeer. In de 16e eeuw is langs de Scheepmakerij een wat meer aaneengesloten bebouwing ontstaan met scheepswerfjes en daaraan gerelateerde woningen en bedrijfjes. Aan de Scheepmakerij en verder in zuidelijke richting ontstonden later meerdere bedrijven, die afgewisseld werden met daaraan gerelateerde woningen, van zowel bedrijfsvoerders als arbeiders. Aan de Hertog Govertkade en de Rotterdamseweg waren enkele uitspanningen, blekerijen en tuinderijen gevestigd.

Aan de Kanaalweg bevonden zich enkele buitenplaatsen die zich uitstrekten tot de lijn waar later de achtergrens van de percelen aan de Mijnbouwstraat zou komen te liggen. Op één van die buitenplaatsen werd in 1847 een bedrijf in stoomwerktuigen gesticht waarvan de fabrikantenvilla (Kanaalweg 1, direct ten noorden van het projectgebied) nog aanwezig is. Vanaf het begin van de 19de eeuw kwam er meer bebouwing. Deels in de vorm van ‘herenhuizen’, aan Hertog Govertkade en Rotterdamseweg, maar aan de laatstgenoemde straat en met name aan daarop uitkomende doodlopende straatjes, ook in de vorm van arbeiderswoningen. Vanaf het begin van de 20ste eeuw kwamen er ‘betere’ woningen, soms zelfs villa’s, onder meer bedoeld voor medewerkers aan de Technische Hogeschool. De zeer afwisselende bebouwing, zowel in stijl als in hoogte (variërend tussen ca. 4 meter en 14 meter) is van grote afstand zichtbaar en vormt een voor de stad Delft waardevol beeld. Langs de Hertog Govertkade zijn grote statige herenhuizen gebouwd en naar het zuiden toe langs de Rotterdamseweg wordt woningbouw afgewisseld met een enkele winkel of een kantoor. Op het binnenterrein zijn verschillende kleinere en grotere bedrijven gevestigd. Het binnenterrein wordt gekenmerkt door een willekeurig samenkomen van voor- en achterkanten van woningen.

De in oorsprong middeleeuwse stedenbouwkundige structuur is een ontginningsstructuur die wordt bepaald door de Schie en daarop gerichte evenwijdige verkavelingblokken. Binnen die blokken werd de structuur bepaald door evenwijdige lijnen, gevormd door sloten en paden en lanen. Voor de aansluiting van enkele verkavelingblokken waren wigvormige stroken nodig. Nog steeds zijn enkele van die oude lijnen in de stedenbouwkundige structuur herkenbaar. 2.1.2

Projectgebied

Het projectgebied bevindt zich aan de Rotterdamseweg 13, binnen de bebouwde kom van Delft. Het projectgebied is gelegen in de wijk ‘Noordelijke Wippolder’. Deze wijk is gelegen ten zuiden van het centrum van Delft. Het perceel betreft een binnenterrein en wordt dan ook omgeven door tuin- en woonpercelen behorende bij de omliggende woningen. De Rotterdamseweg is ten westen van het projectgebied gelegen. Deze vormt samen met de rivier de Schie, die aan de noordzijde van het gebied stroomt, de belangrijkste ruimtelijke structuurdrager van het gebied. Aan de overzijde van de Schie (ten noorden van het projectgebied) is het centrum van Delft gelegen. Vanuit functioneel oogpunt is het projectgebied gelegen in overwegend woongebied. In ondergeschikte mate komen er andere functies voor, waaronder kleinschalige bedrijvigheid en enkele maatschappelijke functies.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing Het projectgebied betreft een binnenterrein waar langs de randen een aantal schuren en duivenhokken (tot twee lagen) staan. Het overige gedeelte van het terrein bestaat uit gras met daarop enkele bomen en struikgewas. De gehele oppervlakte van het perceel bedraagt circa 600m2. Een weergave van de ligging en globale begrenzing van het projectgebied is in figuur 2.1 weergegeven. Foto’s van het perceel zijn in figuur 2.2 weergegeven. Hierbij dient te worden vermeld dat twee van de drie schuren, die op de foto’s te zien zijn, reeds zijn gesloopt.

Figuur 2.1

Situatie van het projectgebied (Bron: Google Maps)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

Figuur 2.2

Foto’s van het projectgebied (Bron: Zeeuwse Jongens Architecten)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Ruimtelijke ontwikkeling

Voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een bungalow op een binnenterrein, dat gelegen is tussen bestaande woningen. Het binnenterrein heeft een rommelige uitstraling. De voorheen aanwezige schuur is inmiddels gesloopt en het terrein om de gewenste woning zal volledig worden ingericht als tuinen behorende bij de woning. In onderstaande figuren zijn respectievelijk een kavelindeling, plattegrond en gevelschets weergegeven.

Figuur 3.1

Kavelindeling van de gewenste situatie (Bron: Adviesbureau Delfshaven)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

Figuur 3.2

Plattegrond van de gewenste inrichting (Bron: Adviesbureau Delfshaven)

Figuur 3.3

Geveldoorsnede woning (Bron: Adviesbureau Delfshaven)

De woning wordt op het achterste deel van de kavel gebouwd. Het gaat om een bungalow, met een hoogte van 3,2 meter en een platte afdekking. De totale oppervlakte van de woning bedraagt circa 150 m 2. De woning zal bestaan uit een woonkamer, keuken, hal en toilet, twee slaapkamers, twee badkamers, een gang en tot slot een technische ruimte een ruimtes voor een droger een wasruimte en een kast. De ontsluiting van de woning zal plaatsvinden op de Rotterdamseweg. De woning wordt ook op deze zijde georiënteerd. Door de bouw van de woning wordt het binnenterrein op een goede kwalitatieve wijze ingevuld.

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de gemeentelijke nota Parkeernormen 2018. In deze nota staat hoe voldaan kan worden aan de parkeerbehoefte bij bouwontwikkelingen. Het parkeerbeleid van de gemeente is erop gericht om binnen haar mogelijkheden voor alle doelgroepen in de stad voldoende parkeerplaatsen beschikbaar te hebben om eventuele schaarste aan parkeerruimte op een zo goed mogelijke wijze te verdelen. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat het parkeren op eigen ontwikkellocatie wordt opgevangen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing 3.2.2

Parkeren

In voorliggend geval wordt er aangesloten bij de parkeercijfers zoals opgenomen in de gemeentelijke nota Parkeernormen 2018. In onderstaande tabel is een overzicht van de parkeernormen weergegeven. Met betrekking tot parkeren dient te worden vermeld dat de bestaande woning aan de Rotterdamseweg 13 mee moet worden genomen in de berekening, aangezien er voor deze woning momenteel geen parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar zijn. In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte uit de parkeernota weergegeven.

Figuur 3.5

Overzicht parkeernormen gemeente Delft (Bron: Gemeente Delft)

Met betrekking tot voorliggend project komt een en ander op het volgende neer: • •

functie: woning > 130 m2 (twee woningen, de bungalow én de bestaande woning) zone: schil binnenstad

Met betrekking tot bovenstaande gegevens geldt voor beide woningen een parkeernorm van 1,4 parkeerplaatsen per woning. Dit geeft en totale parkeerbehoefte van 2,8, afgerond 3 parkeerplaatsen. Op het eigen terrein (het gebied voor de bungalow, zie afbeelding 3.1) is voldoende ruimte om in deze behoefte te kunnen voorzien. 3.2.3

Verkeersgeneratie

De gemeentelijke parkeernota kent geen cijfers ten aanzien van de verkeersgeneratie. Op basis van de CROWpublicatie ‘toekomstbestendig parkeren (publicatie 381, december 2018) geldt voor een vrijstaande woning (koop, huis, vrijstaand) op basis van een zeer sterk stedelijke gemeente (Gemeente Delft, bron: CBS) en ligging in het gebied ‘schil centrum’ een gemiddelde verkeersgeneratie van 6,8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Deze woning wordt ontsloten door een bestaande in- en uitrit op de Rotterdamseweg. Deze in- en uitrit is op een veilige en overzichtelijke wijze aangelegd. Gezien de wijze van ontsluiting, de capaciteit van de Rotterdamseweg en het feit dat er op desbetreffende weg een maximum snelheid van 30 kilometer per uur geldt, zijn er vanuit verkeerskundig oogpunt geen belemmeringen te verwachten. De beperkte extra verkeersgeneratie kan op een eenvoudige en veilige wijze afgewikkeld worden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Opgaven van nationaal belang In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Zuidvleugel/ Zuid-Holland zijn: •

•

•

• • •

Het verbeteren van Den Haag internationale stad, de stad/Mainport Rotterdam en de Greenports Westland- Oostland, Boskoop en Duin- en Bollenstreek door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de bereikbaarheid, het faciliteren van de woningbouwopgave, het uitvoeren van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer en het Bereikbaarheidspakket Zuidvleugel, het oppakken van het nationale programma Rotterdam-Zuid en het opstellen van de Rijksstructuurvisies Nieuwe Westelijke Oeververbinding en Haaglanden; Vernieuwen en versterken van de Mainport Rotterdam door het ontwikkelen van een efficiënt multimodaal logistiek netwerk in samenhang met de andere Nederlandse zeehavens, de haven van Antwerpen en achterlandknopen in lijn met de MIRT-verkenning Antwerpen-Rotterdam; Versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma), het behouden van het kustfundament en het samen met decentrale overheden uitvoeren van de gebiedsgerichte deelprogramma’s Rijnmond-Drechtsteden, Kust, Rivieren en Zuidwestelijke Delta van het Deltaprogramma; Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma’s Veiligheid, Zoet water en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma; Het aanwijzen van leidingstroken voor (toekomstige) buisleidingen van nationaal belang van en naar de Mainport Rotterdam; Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380

kV);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing •

Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden (waaronder de Biesbosch en de Nieuwkoopse plassen). Daarnaast kent de regio belangrijke cultuurhistorische waarden (de Limes).

4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

De SVIR laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. De realisatie van de woning raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR. Ladder voor duurzame verstedelijking In meerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is uitgesproken dat kleinschalige woningbouw geen stedelijke ontwikkeling is als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (o.a. ABRS 18 december 2013, 201302867/1/R4 waarbij het ging om 6 woningen en ABRS 8 april 2015, 201401119/1/R1 waarbij het ging om 9 woningen). Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet in de realisatie van één grondgebonden woning. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraken van de Afdeling is in voorliggend geval dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Er hoeft dan ook geen verdere toetsing plaats te vinden aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking”.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland

4.2.1.1 Algemeen Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • •

• •

INTRODUCTIE op het omgevingsbeleid, waarin opgenomen de kaartbeelden en beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur; de ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: AMBITIES EN STURING. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. een beschrijving van de OMGEVINGSKWALITEIT van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. de samenhangende BELEIDSKEUZES voor de fysieke leefomgeving. Dit bestaande beleid is integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving.

Met betrekking tot de bovenstaande onderdelen uit de Omgevingsvisie zijn op verschillende onderdelen beleidsbeslissingen genomen. In het kader van dit plan zijn met name de beleidsbeslissingen ‘Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied’ en ‘verstedelijking en wonen’ van belang. De beleidsbeslissingen zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie werken door naar regels in de omgevingsverordening. In voorliggend geval is met name artikel 6.10 lid 1 (Stedelijke ontwikkelingen) van de omgevingsverordening van belang. Op de genoemde beleidsbeslissingen en regels wordt hieronder ingegaan. 4.2.1.2 Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgezicht In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie is zich bewust dat er grenzen zitten aan de mogelijkheden om te verdichten.

Het bepalen of de woningbehoefte binnen de bebouwde ruimte opgevangen kan worden, is niet alleen een technische afweging (is het fysiek mogelijk om de woningbehoefte te accommoderen) maar bevat ook kwalitatieve elementen. Afweging: Beter benutten en opwaarderen leidt tot een intensiever, compact ruimtegebruik. Een effect daarvan is dat functies en activiteiten beter met elkaar in verband worden gebracht. Artikel 6.10 (Stedelijke ontwikkelingen) “Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening;” 4.2.1.3 Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur onder andere uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied. De provincie heeft de ambitie om alle woningen in Zuid-Holland in 2035 CO2-neutraal en vóór 2050 klimaatrobuust ingericht en ingepast te laten zijn. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woonen leefomgeving in Zuid-Holland. Nieuwe woningen zijn energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering (heftige regenbuien, perioden van droogte en hittestress) en bodemdaling. 4.2.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie en omgevingsverordening Zuid-Holland Voorliggend plan voorziet in de bouw van één woning die wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Het is daarmee in overeenstemming is met de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte binnen de provincie Zuid-Holland en de gemeente Delft (zie ook paragraaf 4.4.2). Daarnaast wordt er gebouwd op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied, waarmee sprake is van effectief en compact ruimtegebruik. Met betrekking tot het aspect duurzaamheid wordt opgemerkt dat de woning niet op het gasnetwerk worden aangesloten. De ruimte rond de woning wordt overwegend groen ingericht. Dit heeft positieve gevolgen met betrekking tot onder andere hemelwaterberging en hittestress.

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Omgevingsverordening Zuid-Holland verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 4.2.2

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland.

4.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De in dit kader belangrijkste beleidsdocumenten worden hierna behandeld. 4.3.1

Ruimtelijke structuurvisie ‘Ontmoetingen met Delft 2030’ (2009)

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Delft heeft in 2009 de Ruimtelijke structuurvisie ‘Ontmoetingen met Delft 2030’ vastgesteld. In de structuurvisie is de lange termijnvisie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Delft tot 2030 weergegeven. De structuurvisie bestaat uit 4 delen: Een eerste ontmoeting: In dit onderdeel wordt de historische ontwikkeling van de stad en een aantal actuele trends en ontwikkelingen in de samenleving, leefomgeving, economie en het klimaat omschreven. Hiermee wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Delft in een breder perspectief gezet. Verbonden dynamische duurzame stad: In dit onderdeel wordt de missie voor Delft met de zes daarbij behorende ruimtelijke kwaliteiten van Delft, welke sturend zijn voor de toekomstige (ruimtelijke) ontwikkeling van de stad beschreven. Gelaagde stad: In dit onderdeel wordt de gewenste versterking van de ruimtelijke kwaliteit van Delft uitgewerkt in drie lagen: stedelijk niveau, buurtniveau en regionaal niveau. Uitvoeringsstrategie:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing In de uitvoeringsstrategie wordt aangegeven op welke wijze, in samenwerking met alle betrokkenen, invulling wordt gegeven aan de realisatie van de visie. 4.3.1.2 Strategie: ‘verdichten en verdunnen’ In het tweede deel (verbonden dynamische duurzame stad) zijn zes ruimtelijke kwaliteiten van Delft geschetst. Om deze kwaliteiten te versterken is een strategie opgesteld. Om als stad te blijven ontwikkelingen, is het nodig dat er, zij het op beperkte wijze, blijven wordt gebouwd. Er moet duurzaam en slim worden omgegaan met de beschikbare ruimte. Dit kan door meer te doen met dezelfde ruimte, oftewel door te verdichten. Tegelijkertijd moet de kwaliteit van de groene buitenruimte worden vergroot. Om dit te bereiken, wordt er gekozen voor creatieve aanpakken die innovatieve en onorthodoxe oplossingen creëren voor het combineren of stapelen van meerdere functies, zoals wonen, werken, groen en parkeren. Hierbij wordt als eis gesteld dat de gekozen oplossingen er mede toe bijdragen dat de gemeente Delft de gemeente blijft met het meest efficiënte en effectieve energiegebruik. 4.3.1.3 De gelaagde stad Delft is een gelaagde stad, die zich op drie schaalniveaus presenteert: op stedelijke niveau, op het niveau van de buurten en wijken en op regionaal niveau binnen de Zuidvleugel van de Randstad.

Elk schaalniveau kent zijn eigen kwaliteiten, dynamiek en verbondenheid met de omgeving. Dit is van belang als wordt gekeken naar de gewenste toekomstige ontwikkeling van de stad. De visie op Delft in 2030 is gepresenteerd in drie perspectieven: • • •

verbonden stad met een eigen identiteit; veelkleurig palet van buurten en wijken; veelzijdig knooppunt in de Randstad Zuidvleugel.

Per perspectief wordt aangegeven welke ruimtelijke kwaliteit wordt nagestreefd en welke opgaven er vervolgens nodig zijn om dit te bereiken. Met betrekking tot dit initiatief is met name het perspectief ‘veelkleurig palet van buurten en wijken’ van belang. Het projectgebied is gelegen in een gebied aangeduid met ‘vooroorlogse stedelijke schil’. In figuur 4.2 is dit visueel weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

Figuur 4.2

Uitsnede van de visiekaart van de structuurvisie (Bron: gemeente Delft)

Historische binnenstad en schil Het woonmilieu van het historisch hart van de stad en de directe omgeving is centrumstedelijk. Hier wordt in een dynamische, historische setting gewoond tussen een mix van functies: toerisme, cultuur, kleinschalige bedrijvigheid, detailhandel en horeca. Het ruimtelijk beeld is in hoofdzaak dat van laagbouw, straten, grachten en pleinen en verspreid liggende speelvoorzieningen. Door de nabijheid van alle functies is dit gebied voor velen aantrekkelijk om te wonen. 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie In de structuurvisie is aangegeven dat er in de stad gebouwd moet worden, zij het op beperkte wijze. Hierbij moet duurzaam en slim worden omgegaan met de beschikbare ruimte. Voorliggend initiatief sluit hier op aan, aangezien een (verrommeld) binnenterrein wordt getransformeerd tot een perceel voor een woning. Het betreft hierbij inbreiding, waarbij zuinig en zorgvuldig met de beschikbare ruimte wordt omgegaan. Door een groene invulling van de tuin wordt bijgedragen aan het voornemen de groene buitenruimte te versterken. Met dit initiatief wordt er gebruik gemaakt van hoogstaande duurzaamheidsmaatregelen, hierdoor wordt aangesloten op de wens om de energie efficiënt en effectief te gebruiken. Geconcludeerd kan worden dat het initiatief in overeenstemming is met de Structuurvisie ‘Ontmoetingen met Delft 2030’. 4.3.2

Woonvisie Delft 2016-2023

4.3.2.1 Algemeen Het gemeentelijk woonbeleid is vastgelegd in de Woonvisie Delft 2016-2023. Deze woonvisie is gericht op een betere afstemming van vraag en aanbod. Voor het behalen van de ambities uit de woonvisie wordt ingezet op

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing de realisatie van een forse bouw- en transformatieopgave tot 2023. Het aantal inwoners groeit tot 2023 met 12.000 personen, die samen 9.000 extra huishoudens vormen. Er dienen zowel gestapelde als grondgebonden woningen te worden gebouwd, vooral voor doorstromers, kenniswerkers (werknemers bij de TU of Delftse kennisbedrijven en young professionals/afstudeerders van de TU) ouderen en kwetsbare groepen. Uitgangspunt is hierbij de ontwikkeling van een hoogwaardige stedelijke woonkwaliteit met ruimte voor groen en ontmoetingsmogelijkheden voor jong en oud. Goede energieprestaties, een goed binnenklimaat en zorgvuldig materiaalgebruik zijn tevens belangrijke voorwaarden. Delft is ook een solidaire kennisstad; een stad van mensen die bij elkaar horen en elkaar steunen met voldoende en kwalitatief goede woningen. Geconcludeerd kan worden dat het aanbod van woningen in Delft niet aansluit op de vraag. Er zijn meer goedkope woningen dan de doelgroep die erop is aangewezen. Gezien de behoefte kent de Delftse woningmarkt tekorten in het middeldure en dure segment en laat het marktruimtemodel ook zien dat er met name in het topsegment ruimte is. Voor een betere balans is een stevige verschuiving noodzakelijk naar woningaanbod dat bijdraagt aan meer diversiteit en een aantrekkelijk levendig karakter van de stad.

Figuur 4.3

Marktruimtemodel Delft (Bron: Stec groep, 2016)

4.3.2.2 Deelgebied Wippolder Het projectgebied is gelegen in de wijk Wippolder. In de Wippolder zijn buurten met een sterke identiteit: zowel architectonisch als sociaaleconomisch. Kenmerkend voor de wijk is de diversiteit van de bebouwing als de (zorgvuldige) inrichting en afstemming van de openbare ruimte op de bebouwing. Het is een gebied met hoofdzakelijk vooroorlogse woningen, kleine winkeltjes en horeca. Er is een sterke scheiding tussen de noordelijke woonbuurten (waar het projectgebied gelegen is) en de TU-campus. Door de bewuste variatie in bebouwingstypen, de mix van studenten en andere kenniswerkers is het een vitale wijk die zich altijd ververst. Het zijn buurten waar mensen zich de stoep toe-eigenen: het bruist waar het moet bruisen en het is rustig waar het rustig is. De fiets is het belangrijkste vervoermiddel in deze dicht op elkaar gepakte wijk. Vooral ook omdat in deze wijk zich spontaan enkele ‘studentenkwartieren’ hebben ontwikkeld. Een gedeelte van de Wippolder vergrijst. Het is de opgave de binding van de bewoners aan de wijk te combineren met het verleiden naar seniorenwoningen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Delft 2016-2023 Het initiatief voorziet in de bouw van een grondgebonden bungalow op een inbreidingslocatie. Gezien het feit dat Delft een groeiende stad is past de woning binnen het woningbouwprogramma. Door de opzet en indeling van de woning, met een groot vloeroppervlakte, de aanwezigheid van werkkamers en de aanwezigheid van een slaap- en badkamer op de begane grond, is de woning geschikt voor veel doelgroepen. Waaronder ouderen en starters. Door het duurzame ontwerp wordt er bijgedragen aan de wens om goede energieprestaties te leveren. Specifiek voor de Wippolder geldt dat het een vitale buurt betreft met een sterke diversiteit en eigen identiteit. Door de bouw van de woning tussen oudere woningen wordt de diversiteit vergroot. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de Woonvisie Delft 20162023. 4.3.3

Welstandsnota Delft 2016

4.3.3.1 Algemeen De gemeente Delft beschikt over een eigen welstandsnota. Delft is een van de mooiste steden van Nederland en vanwege haar historisch karakter van de binnenstad voor velen een bezoek waard. Het is ook aantrekkelijk om er te verblijven en er te wonen en te werken. Stadsschoon is onlosmakelijk verbonden met het karakter van Delft. Het welstandstoezicht gaat bij uitstek over de schoonheid van stad en land. Het gaat dus over esthetische aspecten van het exterieur van gebouwen, als wezenlijk onderdeel van het streven naar ruimtelijke kwaliteit. Hierbij wordt gelet op de schoonheid van het gebouw zelf en op de relatie van het gebouw met zijn omgeving. Ruimtelijke kwaliteit heeft met name betrekking op de verschijningsvorm en plaatsing van gebouwen en objecten binnen een stedenbouwkundige context. Het uiterlijk en de plaatsing van een nieuw bouwwerk moet tenminste aan redelijke eisen van welstand voldoen (maar meer mag ook). De advisering is in Delft opgedragen aan de Commissie voor Welstand en Monumenten (W&M). 4.3.3.2 Werking De welstandsregels in Delft vallen uiteen in de onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5.

beoordelingscriteria; Welstandsniveaus Toepassingsgebieden (welstandskaart) Welstandsvrije bouwwerken Sneltoetscriteria

De beoordelingscriteria zijn onderverdeeld in drie criteria. Afhankelijk van de ligging het gebied in een welstandsniveau, wordt bepaald welke beoordelingscriteria van toepassing zijn, Het projectgebied is gelegen in een gebied met een globaal welstandsniveau. Dit betekent dat de volgende criteria van toepassing zijn: Criterium A: Stedenbouwkundige samenhang Een ontwerp voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer: • het bouwwerk passend is in de bestaande of toekomstige omgeving • de kwaliteit van het openbaar gebied wordt gerespecteerd of versterkt • de bestaande doorzichten en zichtlijnen gerespecteerd worden • bij markante en belangrijke stedenbouwkundige plekken voldoende uitdrukking wordt gegeven aan het belang van de locatie Criterium B: Evenwichtig gevelbeeld Een ontwerp voldoet aan redelijke eisen van welstand wanneer • het karakter van de bestaande gevelwanden wordt gerespecteerd of versterkt • de verhoudingen in de gevels evenwichtig van opbouw zijn

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing •

eventuele ingrepen in een bestaande gevel in goede verhouding tot elkaar en tot het geheel van de gevel staan.

In figuur 4.4 is de ligging van het projectgebied weergegeven.

Figuur 4.4

Ligging van het projectgebied op basis van de Welstandsnota (Bron: Gemeente Delft)

4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Het bouwplan is ter toetsing worden voorgelegd aan de Commissie voor Welstand en Monumenten. De commissie heeft een positief advies op het bouwplan gegeven. 4.3.4

Nota Groen 2012-2020

4.3.4.1 Algemeen In 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Groen Delft 2012-2020 en het daarbij horende Uitvoeringsprogramma nota Groen Delft 2012-2020 vastgesteld. Het beleid is niet bedoeld als bindend kader maar moet ervoor zorgen dat het groenbelang voldoende wordt betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt beschreven welke groene kwaliteiten in het projectgebied bestaan, verloren gaan of worden toegevoegd. Het beleid is onder meer gericht op het versterken van biodiversiteit, goed openbaar groen en het handhaven van een evenwichtige verhouding tussen groen, bebouwing en verharding, gebaseerd op zowel de ruimtelijke, sociale, ecologische, economische en fysische waarden van groen. Het beleid streeft naar een samenhangend, verbonden en fijnmazig groen netwerk. 4.3.4.2 Wippolder De Wippolder wordt aangeduid met het gebiedstype ‘woonomgeving stedelijk’. Kenmerkend zijn het mozaïek van buurtjes met een eigen karakter en een hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid. De groene uitstraling is door het parkeren voornamelijk geënt op de (gevel)tuinen van de bewoners. In en op het trottoir staan klimplanten om de straten op te fleuren. In de hoofdstraten staan bomen, maar er is geen sprake van een doorgaande laanbeplanting.

Aan de rand van de schil liggen grotere groene plekken en parken, die een belangrijke ontmoetings- en recreatieve functie hebben voor de omwonenden. In deze woonomgeving komen met name vogels, kleine zoogdieren en insecten voor. 4.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan de Nota Groen 2012-2020 Het projectgebied betreft een binnenplaats en heeft daarom weinig invloed op de groene uitstraling van de wijk langs de straten. In het gebied zijn een schuur, enkele bomen en struikgewas gelegen. Op de binnenplaats staat een karakteristieke kastanje. Bij de nieuwe inrichting van het gebied zal de karakteristieke kastanje

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing behouden blijven. De overige bomen (bestaande uit een berk en een eik met beide een doorsnede van 20-30 cm, en struiken) zullen worden verwijderd. Bij de nieuwe inrichting wordt het perceel echter groen ingericht, waardoor per saldo de kwaliteit van het terrein op het gebied van groen gelijk zal blijven. Geconcludeerd wordt dat het initiatief daarmee in overeenstemming is met de Nota Groen 2012-2020.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

In een ruimtelijke onderbouwing moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het besluit milieu-effectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie projectgebied

5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken

Stedelijk gebied

Buitenstedelijk gebied

1 of 2 rijstroken 200 m 250 m 3 of 4 rijstroken 350 m 400 m 5 of meer rijstroken 350 m 600 m De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); • wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). In voorliggend geval bevinden zich in de omgeving van het projectgebied enkel 30 km/uur wegen. Aangezien deze wegen geen zone in het kader van de Wet geluidhinder hebben, kunnen deze wegen verder geen wettelijke beperkingen opleggen bij de realisatie van nieuwe woningen. In het kader van een jurisprudentie moet wel bekeken worden wat de akoestische effecten van deze wegen zijn op de woningen en of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De voorkeurswaarde voor geluidsgevoelige bebouwing zoals woningen bedraagt 48 dB. Ten aanzien hiervan wordt opgemerkt dat de nabijgelegen Rotterdamseweg, Mijnbouwstraat en Kanaalweg een matige verkeersintensiteit kennen. Tevens wordt de geplande woning op het binnenterrein afgeschermd door omliggende (hogere) bebouwing. Verwacht wordt dan ook dat aan de voorkeurswaarde wordt voldaan. Ten noorden van het projectgebied, aan de overzijde van de Schie, is de Zuidwal gelegen. Het betreft een weg met vier rijstroken binnen stedelijk gebied, waardoor er een geluidszone geldt van 350 meter.

De afstand van de woning tot de Zuidwal bedraagt circa 100 meter, waarmee niet aan de afstand zoals opgenomen in artikel 74 van de Wgh wordt voldaan. Door Buijvoets- bouw en geluidsadvisering is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting als gevolg van de Zuidwal.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing Opgemerkt wordt dat het onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van het ‘oude’ bouwplan, welke uitging van twee woningen. De betreffende woningen lagen echter op een kortere afstand tot de relevante wegen dan de woning in het nieuwe plan. Daarom wordt gesteld dat de resultaten bruikbaar worden geacht. In dit geval worden daarnaast enkel de rekenpunten op 1,5 m hoogte opgenomen, aangezien er geen sprake meer is van een verdieping. De geluidsbelasting LDEN ten gevolge van de Zuidwal bedraagt maximaal 48 dB op de noordwestgevel (rekenpunt 1) op een hoogte van respectievelijk 1.5 meter. Hiermee wordt aan de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan. Ook op de overige gevels en in rekenpunten is de geluidsbelasting lager dan de voorkeurswaarde. Een hogere waarde is niet benodigd. Alle andere gevels liggen geluidluw (LDEN <- 48dB), waardoor ook wordt voldaan aan het geluidbeleid van de gemeente Delft. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai De dichtstbijzijnde spoorweg ‘Delft-Schiedam’ is gelegen op circa 350 meter van het projectgebied. Deze spoorlijn is ter plaatse echter in een tunnel gelegen. De dichtstbijzijnde tunnelmond is gelegen op ruim 600 meter van het projectgebied. Op grond van het Besluit geluidhinder zijn alle belangrijke spoorlijnen in Nederland voorzien van een geluidzone.

De omvang van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. Uit het geluidsregister is gebleken dat de geluidsbelasting van de spoorlijn ‘DelftSchiedam’ ten hoogste 64ndB bedraagt. Uit het Besluit geluidhinder geldt dat spoorwegen met een geluidsbelasting tussen de 61 en 66ndB een geluidzone van 300 meter hebben. Het projectgebied is gelegen op een ruimere afstand dan de benodigde afstand. Railverkeerslawaai vormt dan ook geen belemmering voor het initiatief. 5.1.2.3 Industrielawaai Ten zuiden van het projectgebied is het bedrijventerrein ‘Schieoevers’ gelegen. Het bedrijventerrein is gelegen op ruim 300 meter afstand van het projectgebied. Op het bedrijventerrein zijn bedrijven tot maximaal milieucategorie 4.2 toegestaan. Voor bedrijven in milieucategorie 4.2 geldt een maximale richtafstand van 300 meter. Aan deze afstand wordt voldaan. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op industrielawaai als gevolg van individuele bedrijven. Hier wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie projectgebied

In voorliggend geval is door Linge Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een asbestonderzoek conform NEN 5706 uitgevoerd. Op de belangrijkste resultaten wordt nader ingegaan. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. Analyseresultaten asbest

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing Er is door het lab geen asbest kleiner dan 20 mm aangetoond in de mengmonster van de opgebrachte grond en de puinhoudende, oorspronkelijke bovengrond. Tevens is er bij het veldwerk visueel nergens asbest groter dan 20 mm waargenomen. Het puin in de oorspronkelijke bovengrond van de locatie aan de Rotterdamseweg 13 is niet verontreinigd met asbest. Bij de ontwikkeling van de locatie en het benodigde grondverzet hoeft dan ook geen rekening te worden gehouden met asbest.

Analyseresultaten grond Opgebrachte bovengrond • De puinhoudende, opgebrachte bovengrond van het terrein is matig verontreinigd met lood en zink; Oorspronkelijke bovengrond • De puinhoudende, oorspronkelijke bovengrond van het terrein is sterk verontreinigd met lood en zink. Uitgaande van het heterogene, sterke verontreiniging over het gehele perceel bedraagt het oppervlak van de sterke verontreiniging 550m2. Bij een dikte van de verontreinigde laag van 0,5 meter komt het volume van de grond waarin voor lood en zink de interventiewaarde overschreden kan worden op 275m3. De metalen vormen daarmee een geval van ernstige verontreiniging. De hoogste gehaltes aan lood en zink liggen boven de Lokale Maximale Waarden uit de Nota bodembeheer van de gemeente Delft. Olie •

Er zijn twee boringen gezet op de locatie waar bij eerder onderzoek olie in de grond is aangetroffen. Sterk verhoogde gehaltes aan olie zijn nu niet meer aangetoond. Het hoogst gemeten oliegehalte ligt onder de tussenwaarde van 2.600mg/kg ds.

Analyseresultaten grondwater •

In het grondwater zijn verhoogde gehalten aan molybdeen, kwik en zink aangetoond. Enkel het gehalte aan zink overschrijdt de streefwaarde. De tussenwaarde voor nader onderzoek wordt voor geen van de gemeten gehalten overschreden.

Aanbevelingen De verontreiniging met metalen in de oorspronkelijke bovengrond vormt een belemmering voor de bouw van de woning. De verontreiniging zal gesaneerd moeten worden. Sanering door middel van het aanbrengen van verharding of bebouwing is mogelijk en toegestaan. De grond die vrijkomt uit de fundering van de woning of het cunet van de verharding zal als verontreinigd afgevoerd moeten worden. Daar waar de bodem in de toekomst onverhard blijft zal een schone leeflaag van tenminste 1,0 meter aangebracht moeten worden. 5.2.3

Conclusie

Omgevingsdienst Haaglanden dient in te stemmen met het BUS-saneringsplan. Met inachtneming van de aanbevelingen en met de voorwaarden van Omgevingsdienst Haaglanden vormt het aspect ‘bodem’ geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling. Opgemerkt wordt dat het bodemonderzoek gebaseerd is op het oude plan, welke uitging van twee woningen. Het nieuwe plan is echter kleinschaliger. Bovendien komt de nieuwe woning volledig op dezelfde locatie als het oude plan beoogd was. De resultaten van het onderzoek worden dan ook bruikbaar geacht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Rotterdamseweg 13, Delft Ruimtelijke onderbouwing

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: 1. woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; 2. woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; 3. kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.

Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie projectgebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Een uitgebreid onderzoek naar luchtkwaliteit kan dan ook achterwegen worden gelaten. Bovendien blijkt uit de NO2 en PM10 concentratiekaarten dat er op dit moment geen overschrijdingen zijn voor NO2 en PM10 binnen het plangebied. In onderstaande figuren is het een en ander weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10939102/1