CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Regionaal programma Laaggeletterdheid Haaglanden 2021-2024

Commissie Sociaal Domein en Wonen 10 juni 2021, gemeente DelftBij agendapunt: 2119364 College van B en W – regionaal programma laaggeletterdheid Haaglanden 2021-20249.280 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ARBEIDSMARKTREGIO HAAGLANDEN

REGIONAAL PROGRAMMA LAAGGELETTERDHEID 2021-2024

Den Haag, Delft, Westland, Rijswijk en Midden-Delfland ꟾ maart 2021

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

Inhoudsopgave 1. INLEIDING ......................................................................................................... 3 2. LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN ............................................................................ 4 2.1 GEMAAKTE BESTUURSAFSPRAKEN .................................................................................. 4 2.2 UITVOERING WET INBURGERING TERUG NAAR GEMEENTEN .................................................. 4 2.3 WET TAALEIS ........................................................................................................... 5 3. REGIONALE STAND VAN ZAKEN ........................................................................... 7 3.1 STANDPUNTEN BIJ BESTEDING WEB-MIDDELEN ................................................................ 7 3.2 SAMENWERKINGSPARTNERS ......................................................................................... 7

3.2.1 Taalhuizen.................................................................................................... 7 3.2.2 Stichting Lezen&Schrijven ............................................................................. 8 3.2.3 ‘Doe Weer Mee!’ ........................................................................................... 8 3.2.4 Lokale partners............................................................................................. 9 3.3 OVERLEGSTRUCTUREN ............................................................................................... 9

3.3.1 Regionaal Haaglandenoverleg....................................................................... 9 3.3.2 Subregionaal overleg per leslocatie .............................................................. 9 3.3.3 Lokale taalketenoverleggen .......................................................................... 9 4. HET REGIONALE PROGRAMMA LAAGGELETTERDHEID 2021-2024 ......................... 10 4.1 AMBITIE ............................................................................................................... 10 4.2 DOELGROEPEN ....................................................................................................... 11 4.3 DOELSTELLINGEN VANUIT HET BESTUURSAKKOORD .......................................................... 13 4.4 MEER MENSEN BEREIKEN MET EEN AANBOD OP MAAT ....................................................... 14

4.4.1 ‘Doe Weer Mee!’ ......................................................................................... 14 4.4.2 ‘Doe Weer Mee!’: Doorontwikkeling ............................................................ 14 4.5 WETEN WAT WERKT: INVESTEREN IN KWALITEIT............................................................... 16

4.5.1 Verhogen van het bereik............................................................................. 17 4.5.2 Deelname trajecten..................................................................................... 17 4.5.3 Maatschappelijke impact: Verbetering van zelfredzaamheid ....................... 17 4.6 SAMEN AAN DE SLAG ONDER REGIE VAN GEMEENTEN ....................................................... 18 5. FINANCIËN ...................................................................................................... 21 5.1. WEB-MIDDELEN ................................................................................................... 21 5.2. MIDDELEN VOOR ‘DOE WEER MEE!’ ........................................................................... 21 5.3. REGIEMIDDELEN .................................................................................................... 22 BIJLAGE: TAALPARTNERS PER GEMEENTE ................................................................ 23 1

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

BIJLAGE: TAALNIVEAUS EN BEGRIPPEN .................................................................... 24 BIJLAGE: CONVENANT .......................................................................................... 26

2

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

1. Inleiding De gemeenten Den Haag, Delft, Rijswijk, Westland en Midden-Delfland werken in Haaglanden al jaren nauw samen om laaggeletterdheid terug te dringen. Zij doen dit middels een samenwerkingsverband binnen de arbeidsmarktregio Haaglanden1. De gemeenten werken niet alleen samen met elkaar, maar bijvoorbeeld ook met ROC Mondriaan, scholen, (taal)vrijwilligersorganisaties, welzijnsinstellingen, bibliotheken en werkgevers. Er worden goede resultaten geboekt, maar laaggeletterdheid is een moeilijk en blijvend probleem. In Nederland zijn naar schatting 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder die moeite hebben met basisvaardigheden als lezen, schrijven, rekenen en het gebruik van digitale middelen. Zo’n 1,3 miljoen hiervan zijn tussen de 16 en 65 jaar. Het niveau van taalvaardigheid waarover ze beschikken, ligt onder het taalniveau dat iemand normaal gesproken heeft aan het einde van het vmbo of mbo 1, 2 of 3. Vaak hebben deze zogenoemde laaggeletterden ook moeite met rekenen en digitale vaardigheden. Laaggeletterdheid zorgt ervoor dat je niet optimaal mee kan doen in de samenleving. Het niet voldoende kunnen lezen en schrijven leidt er bijvoorbeeld toe dat mensen niet naar de huisarts gaan, niet met overheidsinstanties communiceren, problemen krijgen op hun werk of niet kunnen voorlezen aan hun kinderen.

Uit onderzoeken blijkt dat laaggeletterden vaker gezondheidsproblemen hebben of met financiële problemen te maken krijgen. De gemeenten Den Haag, Delft, Rijswijk, Westland en Midden-Delfland werken samen binnen de arbeidsmarktregio Haaglanden. De gemeente Den Haag is hierbij contactgemeente. Landelijk zijn er 35 arbeidsmarktregio’s. Er was afgesproken dat elke arbeidsmarktregio een regionaal programma laaggeletterdheid opstelt. We werken binnen Haaglanden al langer samen op basis van onderlinge afspraken. Nu leggen we deze afspraken ook vast in een regionaal programma. Allereerst zetten we uiteen wat de landelijke en regionale ontwikkelingen over laaggeletterdheid zijn. We gaan hierbij dieper in op trends en leggen uit bij welke landelijke doelstellingen we aansluiten. Vervolgens geven we een toelichting op de uitgangspunten, doelstellingen en de doelgroepen van ons regionale programma. We beschrijven per doelstelling waar we de komende jaren voor staan en wat we er voor gaan doen. Verder laten we in dit regionale programma zien hoe we de uitvoering organiseren om deze doelen te halen, hoe we het financieel regelen en hoe we samenwerken binnen de regio.

1 Waar we in dit programma alleen Haaglanden schrijven, bedoel we de arbeidsmarktregio Haaglanden. 3

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

2. Landelijke ontwikkelingen Gemeenten voeren een deel uit van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) 2. Het gaat om het deel dat betrekking heeft op cursussen die gericht zijn op de Nederlandse taal en rekenen. Sinds 2018 zijn daar ook de opleidingen digitale vaardigheden bij gekomen3. Om de taken vanuit de WEB uit te kunnen voeren, ontvangen gemeenten middelen van het Rijk. Deze middelen mogen ingezet worden om zowel formeel als non-formeel aanbod te organiseren voor volwassenen die niet inburgeringsplichtig zijn. Voor beide vormen van aanbod gelden er kwaliteitseisen en eindtermen. Het belangrijkste onderscheid is dat formeel aanbod leidt tot een erkend diploma of certificaat, terwijl dat bij non-formeel aanbod niet het geval is.

2.1 Gemaakte bestuursafspraken De gemeenten in Haaglanden deden in de jaren 2016-2019 mee met het landelijke actieprogramma Tel mee met Taal. De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Binnenlandse Zaken (BiZa), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben gedurende 2019 nieuwe bestuursafspraken gemaakt, waarbij drie doelstellingen centraal stonden: 1. Meer mensen bereiken met een aanbod op maat, vooral de groep met Nederlands als moedertaal. 2. Weten wat werkt: investeren in kwaliteit. 3. Samen aan de slag onder regie van gemeenten. Om deze doelstellingen te bereiken hadden de partijen een aantal maatregelen bedacht. Eén van die maatregelen was om gemeenten in de arbeidsmarktregio’s een regionaal programma te laten opstellen waarin invulling wordt gegeven aan die doelstellingen. Vanwege uiteenlopende oorzaken zijn de bestuursafspraken in de zomer van 2020 opgezegd. Aangezien de doelstellingen vanuit de bestuursafspraken wel aansloten bij de ambities van de arbeidsmarktregio (AMR) Haaglanden, hebben de Haaglandse gemeenten afgesproken om alsnog een regionaal programma op te stellen. Hiermee sluiten we ook aan bij de intentie van de wetgever, aangezien het vanuit de WEB de bedoeling was dat gemeenten in regionaal verband afspraken zouden vastleggen.

2.2 Uitvoering Wet Inburgering terug naar gemeenten Gemeenten bereiden zich voor op de nieuwe Wet inburgering. In deze nieuwe wet krijgen gemeenten de regie om inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk mee te laten doen, het liefst via betaald werk. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2022. De belangrijkste wijzigingen zijn als volgt: •

De regie op inburgering gaat terug naar gemeenten.

2

Zie artikel 7.3,1, 1 e lid, onderdeel b t/m onderdeel f, van de WEB.

3

In 2018 zijn digitale vaardigheden via een ministeriële regeling toegevoegd als onderdeel van ‘overige educatie’. 4

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

• • • • •

Het leenstelsel wordt afgeschaft voor zover het statushouders betreft; gemeenten kopen in. Voor gezins- en overige migranten blijft het leenstelsel in stand. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de afname van een brede intake die leidt tot een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Gemeenten ontzorgen inburgeraars in de eerste periode, ze betalen onder meer de huur en kosten voor verzekeringen via de bijstand. Er gelden hogere eisen voor inburgering, waaronder een hogere taaleis. Ontheffing van inburgering anders dan op medische gronden is alleen nog mogelijk bij hoge uitzondering.

De gemeenten in Haaglanden bereiden zich in regionaal verband voor op de implementatie van de nieuwe Wet Inburgering. Daarnaast hebben zij aandacht voor de zogenaamde “ondertussengroep”. Dit zijn de mensen die na 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden en nog niet voldaan hebben aan hun inburgeringsplicht. Aangezien de nieuwe Wet inburgering een aantal keren is uitgesteld, is deze groep steeds groter aan het worden. Zij vallen nog onder de huidige Wet inburgering, waarbij de regie bij de inburgeraar zelf ligt en de eisen om een inburgeringsdiploma te halen onder het niveau van geletterdheid liggen. Een deel van hen heeft de potentie en ambitie om door te leren onder de WEB.

2.3 Wet taaleis In 2016 is de Wet taaleis ingevoerd. De wet stelt dat bijstandsgerechtigden voldoende Nederlands moeten beheersen om te kunnen participeren naar vermogen. Er is een minimum taalniveau vastgesteld, vergelijkbaar met het niveau van groep 8 van de basisschool. Bijstandsgerechtigden die nog niet op dit taalniveau zitten, hebben de inspanningsverplichting om dit taalniveau alsnog te bereiken. Gemeenten hebben de wettelijke taak hier op toe te zien en waar nodig te handhaven. Onder bijstandsgerechtigden die niet aan de Wet taaleis voldoen, bevinden zich enkel mensen met Nederlands als tweede taal (NT2), waaronder veel laagopgeleiden. Intussen hebben er meerdere evaluaties van de Wet taaleis plaatsgevonden4. Daaruit zijn enkele conclusies getrokken: •

De gedachte achter de Wet taaleis wordt door gemeenten ondersteund. Gemeenten en bijstandsgerechtigden erkennen beide het belang van taalontwikkeling om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Desondanks wordt de Wet taaleis beperkt toegepast door gemeenten.

4 Eindevaluatie van de Participatiewet door SCP, november 2019, in opdracht van het ministerie van SZW; De evaluatie van de

Taaleis: “Taal als middel of als doel? Evaluatie van de Taaleis in de Participatiewet” door Significant Public, juli 2019 i n opdracht van het ministerie van SZW, https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2019D47137&did=2019D47137 en een onderzoek naar de uitvoering van de Wet taaleis door CBS in opdracht van het ministerie van SZW, https://www.cbs.nl/nlnl/maatwerk/2019/03/bus-n-wet-taaleis-2018

5

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

•

•

Gemeenten ervaren het wettelijk regime van de Wet taaleis namelijk als rigide en zij hebben andere instrumenten ter beschikking voor zowel activering als handhaving van taalontwikkeling. De Wet taaleis helpt vooralsnog niet om tot taalontwikkeling te komen van laaggeletterden met Nederlands als eerste taal (NT1).

Het ministerie voorziet nu een aantal wetswijzigingen waarbij er (meer) beleidsvrijheid komt om handhaving van de Wet taaleis te organiseren en er komt beleidsvrijheid om de uitvoering van de Wet taaleis te koppelen aan andere activiteiten die gericht zijn op activering en re-integratie.

6

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

3. Regionale stand van zaken 3.1 Standpunten bij besteding WEB-middelen De huidige besteding van de WEB-middelen is gebaseerd op de volgende regionale uitgangspunten: -

-

-

-

Met de middelen wordt een goed aanbod aan basisvaardigheden neergezet bij een professionele organisatie met kwalitatief goede docenten, kwalitatief hoogwaardig lesmateriaal en jarenlange ervaring met de diverse doelgroepen. Het aanbod wordt neergezet door een instelling voor middelbaar beroepsonderwijs (MBO) om de aansluiting naar vervolgonderwijs, bijvoorbeeld met een MBO-opleiding, te versoepelen. De instelling is ingebed in de regionale infrastructuur en werkt op meerdere vlakken samen met gemeenten. Niet alleen rondom de WEB, maar bijvoorbeeld ook ten aanzien van inburgering, praktijkleren, schakeltrajecten voor statushouders, de aanpak voor voortijdig schoolverlaten en leerwerkarrangementen voor bijstandsgerechtigden. De instelling beschikt over meerdere fysieke locaties in de regio Haaglanden met meerdere lesruimten. Een divers en doorlopend aanbod van trajecten basisvaardigheden wordt gewaarborgd door de beschikbare WEB-middelen gericht en niet versnipperd in te zetten.

3.2 Samenwerkingspartners 3.2.1 Taalhuizen

De afgelopen jaren zijn er in heel Nederland veel Taalhuizen opgezet. Vaak vanuit een samenwerking tussen gemeente, bibliotheek en welzijnsinstelling. Veelal kenmerkt de verhouding zich door een opdrachtgevende rol vanuit de gemeente, waarna de bibliotheek daadwerkelijk invulling geeft aan het Taalhuis. Soms worden er welzijnsinstellingen in betrokken. De dienstverlening van een Taalhuis varieert en is afhankelijk van de gemeente waar deze zich bevindt. Het gaat in de regel altijd om een herkenbare, fysieke plek in een gemeente waar volwassenen terecht kunnen met vragen over het verbeteren van hun basisvaardigheden. Het Taalhuis is daarmee hét informatiepunt voor vragen over taal en alles wat daarmee samenhangt. Zo hebben medewerkers van het Taalhuis in beeld welk cursusaanbod er is op het gebied van basisvaardigheden, kunnen daar informatie over verstrekken en zorgen voor toeleiding. Daarnaast zetten veel Taalhuizen nadrukkelijk in op de werving en training van taalhuisvrijwilligers en taalmaatjes5. Een taalhuisvrijwilliger wordt actief binnen het Taalhuis, terwijl taalmaatjes gekoppeld worden aan inwoners die hun taal in de praktijk willen oefenen. De gemeenten Den Haag, Delft, Westland, Midden-Delfland en Rijswijk hebben intussen allen Taalhuizen en/of Taalinformatiepunten.

5

Een taalmaatje is een vrijwilliger die activiteiten onderneemt met iemand die de Nederlandse taal beter wil leren, waarbij he t belangrijkste doel is om Nederlandse taal te oefenen. 7

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

Den Haag Delft Westland Rijswijk MiddenDelfland

Verstrekken informatie taalaanbod

Actief doorverwijzen naar taalaanbieders

Opleiden matchen taalmaatjes

+ + + + +

+ + + + +

+ + + *

en

Begeleiden taalmaatjes

+ + + *

*In Rijswijk worden de taalhuisvrijwilligers op- en begeleid door het Taalhuis en St. Welzijn Rijswijk voert de op- en begeleiding en matching van de taalmaatjes uit.

3.2.2 Stichting Lezen&Schrijven

De gemeenten in Haaglanden hebben de afgelopen jaren in meer of mindere mate gebruik gemaakt van het aanbod en de expertise van de Stichting Lezen en Schrijven. De Stichting Lezen en Schrijven opereert landelijk en adviseert en ondersteunt gemeenten in de verschillende arbeidsmarktregio’s. Zij brengt hierbij verschillende instrumenten onder de aandacht bij gemeenten, die ingezet kunnen worden binnen de aanpak van laaggeletterdheid. Het gaat afwisselend om instrumenten die zij zelf ontwikkeld hebben en bewezen instrumenten van partners. De Haaglandse gemeenten willen de komende jaren blijven samenwerken met de Stichting Lezen en Schrijven. Hierbij is afgesproken om gezamenlijk een beroep te doen op: 1. de advies- en ondersteuningsfunctie van de Stichting Lezen en Schrijven bij het ontwikkelen van beleid, waarbij in ieder geval aandacht is voor: ▪ Het verhogen van het bereik van met name Nederlandstalige laaggeletterden: Advies en begeleiding bij het opzetten van communicatie strategieën en het gebruik van de Toolkit ‘Ik wil leren’ in samenwerking met ‘Doe Weer Mee!’ en de Taalhuizen in Haaglanden; 2.

de faciliterende rol van de Stichting Lezen en Schrijven ten aanzien van kennisdeling en het aanjagen van innovatie door in ieder geval in zetten op: ▪ het delen van goede voorbeelden en innovatieve ontwikkelingen; ▪ het organiseren van actieve kennisuitwisseling tussen regionale en lokale partners (voorlichting en kennisbijeenkomsten); ▪ advies en begeleiding van pilots voor het oplossen van dilemma’s en knelpunten in de aanpak (procesbegeleiding, organiseren van change-labs en werkateliers). Naast bovenstaande inzet van de Stichting Lezen en Schrijven kunnen gemeenten afzonderlijk lokale afspraken maken, waarbij de lokale behoeften leidend zijn. 3.2.3 ‘Doe Weer Mee!’

De wervingscampagne ‘Doe Weer Mee!’ heeft een regionaal karakter en de gemeenten van de arbeidsmarktregio Haaglanden leveren ieder een bijdrage aan deze campagne. ‘Doe Weer Mee!’ 8

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

richt zich op meerdere (WEB-)doelgroepen en spant zich in het bijzonder in om laaggeletterden te bereiken die Nederlands als moedertaal hebben. Deze doelgroep is vaak moeilijk te motiveren deel te nemen aan een lees-, schrijf- of rekencursus. Gevoelens van schaamte spelen hierbij een grote rol. ‘Doe Weer Mee!’ wil dit bereiken door vooral gebruik te maken van de taalambassadeurs die door het vertellen van hun eigen verhaal, mensen kunnen overtuigen van het nut ook een cursus te gaan volgen. ‘Doe Weer Mee!’ is aanwezig bij diverse manifestaties in de regio en verspreidt informatie via bijvoorbeeld scholen, CJG’s en huisartsenposten. 3.2.4 Lokale partners

De gemeenten in Haaglanden werken samen met zowel regionale als lokale partners waar het gaat om taalaanbod. De samenwerking met lokale partners is vaak heel specifiek en lokaal gericht. Hierbij gaat het vaak om bibliotheken, welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties en migrantenorganisaties. In de bijlage staat een overzicht opgenomen van taalpartners per gemeente.

3.3 Overlegstructuren De samenwerking tussen gemeenten en taalaanbieders in de regio Haaglanden komt verder tot uitdrukking in de wijze waarop de overlegstructuren georganiseerd zijn, namelijk via: 3.3.1 Regionaal Haaglandenoverleg

De verschillende gemeenten treden periodiek in overleg met ROC Mondriaan als taalaanbieder en het uitvoeringsteam van de wervingscampagne ‘Doe Weer Mee!’ om de voortgang op de taaltrajecten en de werving van deelnemers te monitoren. Indien nodig kan bijsturing plaatsvinden op het niveau van werkafspraken, die aangescherpt of bijgesteld moeten worden, of kan worden geschoven in het aanbod als gevolg van een veranderende behoefte. 3.3.2 Subregionaal overleg per leslocatie

Het WEB-aanbod wordt in Haaglanden per leslocatie georganiseerd. Hier liggen praktische redenen, geografie en schaal aan ten grondslag. Zo zijn er leslocaties in Den Haag, Delft en Westland. De gemeenten Den Haag en Westland voeren eigenstandig overleg over de monitoring, sturing en resultaten van het taalaanbod, terwijl Delft, Rijswijk, Midden-Delfland en Pijnacker-Nootdorp6 hiervoor gezamenlijk bij elkaar komen. 3.3.3 Lokale taalketenoverleggen

Gemeenten en haar partners investeren nadrukkelijk in actieve samenwerkingsverbanden. In de praktijk worden de samenwerkingsverbanden vaak taalketens genoemd. De samenwerking kent meerdere dimensies, waarbij we in ieder geval onderscheid maken tussen strategische samenwerking en samenwerking die concreet gericht is op het bereik en toeleiding van laaggeletterden. In Den Haag, Delft, Westland en Rijswijk komen taalpartners periodiek samen in taalketenoverleggen om actuele onderwerpen te bespreken en gezamenlijke acties te formuleren. 6 Pijnacker-Nootdorp maakt onderdeel van een andere arbeidsmarktregio, maar dit laat onverlet dat zij gebruik kunnen maken van hetzelfde aanbod als, in dit geval, de gemeenten Delft, Rijswijk en Midden Delfland. Hiervan is sprake, zowel historisch gezien als op dit moment. 9

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

4. Het regionale programma Laaggeletterdheid 2021-2024 4.1 Ambitie De gemeenten in Haaglanden stellen dat basisvaardigheden een middel zijn om inwoners naar vermogen mee te laten doen in de samenleving waarbij zij zo goed mogelijk kunnen wonen, werken en leven binnen Haaglanden. Inwoners gaan hierbij op een goede manier om met geld, gezondheid, opvoeding, werk en vrije tijd. Met deze hoofdambitie zetten we er op in dat inwoners in Haaglanden: -

mee kunnen doen met activiteiten in hun omgeving; communicatie vanuit de gemeente en andere overheden begrijpen; zich onderdeel voelen van de samenleving; weten hoe ze er een gezonde levensstijl op kunnen nahouden en wat te doen bij ziekte; de tijd en ruimte hebben om hun kinderen goed op te voeden; verstandige keuzes kunnen maken als het om geld gaat; weten wanneer het goed is om hulp te vragen en waar ze terecht kunnen met hun vragen over geld, gezondheid, opvoeding, werk en vrije tijd; mee kunnen komen met technologische ontwikkelingen; op een goede en veilige manier hun werk kunnen uitvoeren.

Door invulling te geven aan bovenstaande ambitie versterken we niet alleen de zelfredzaamheid van inwoners, maar dringen we ook maatschappelijke kosten terug die we als samenleving maken als gevolg van gezondheidsproblemen, schulden, werkloosheid en beperkte basisvaardigheden. We maken de voordelen van basisvaardigheden inzichtelijk voor potentiële deelnemers aan trajecten basisvaardigheden, zonder daarbij de nadruk te leggen op het traject zelf. Verbeteren van basisvaardigheden kan een middel zijn om inwoners in hun kracht te zetten, hun zelfvertrouwen te vergroten, assertiever te laten zijn waardoor zij beter voor zichzelf kunnen opkomen, maar ook tijdig om hulp kunnen vragen. Het ontwikkelen van digitale vaardigheden en het volgen van digitaal onderwijs waren voor het uitbreken van corona al belangrijk, maar de lockdowns onderstrepen dat nog eens extra. Nu inwoners thuis zitten, worden zij nog afhankelijker van digitale communicatiemiddelen. Door in te zetten op digitale vaardigden stellen we inwoners niet alleen in staat onderwijs te volgen, maar kunnen zij vanuit huis ook beter communiceren met werkgevers, collega’s, overheidsinstanties, vrienden en familie. We zoeken naar mogelijkheden om het aanbod in de samenleving zelf te organiseren, zoals bij scholen en werkgevers. Niet het aanbod, maar de inwoner en zijn behoefte staat centraal.

We stimuleren het aanbod op lokale leslocaties ofwel vindplaatsen opdat een nieuwe of niet mobiele doelgroep eerder een cursus gaat volgen. Dit maakt het mogelijk om een contextrijk programma te organiseren dat aansluit bij de leervragen, zodat de leerstof direct toepasbaar wordt. Het lokaal georganiseerde taalaanbod kan tevens een opmaat zijn naar opleidingen gericht op integrale niveauverhoging of een vervolgopleiding op de centrale locaties.

10

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

Het verbeteren van basisvaardigheden vraagt om maatwerk. Elke inwoner heeft een eigen behoefte en een eigen ontwikkelperspectief. In veel gevallen laat de behoefte en het ontwikkelperspectief zich helemaal niet vertalen naar ‘Leer lezen en schrijven’ of ‘Ga aan de slag met een oplossing voor je complexe problematiek op het gebied van gezondheid, financiën, werk en opvoeding’. Voor een groot deel van de inwoners geldt namelijk dat de problemen helemaal niet zo groot zijn7. Deze inwoners hebben op sommige onderdelen wel basisvaardigheden, maar missen op andere onderdelen net dat niveau om praktische handelingen te verrichten zoals het invullen van formulieren, te communiceren via social media en internet of het aanmelden voor cursussen en opleidingen. We benaderen deze groep vanuit de leervraag die zij hebben, waarbij het in de basis uiteindelijk niet gaat om taalverwerving of verwerving van andere basisvaardigheden op zichzelf, maar juist om hetgeen zij kunnen nadat er taalverwerving heeft plaatsgevonden. Daarom construeren we het aanbod op vorm en inhoud om de leervraag en leerdoelen heen. Hierbij stemmen we af met met organisaties binnen de taalketens over een aanbod dat past bij de vraag van de inwoner.

4.2 Doelgroepen 4.2.1 Over welke doelgroep hebben we het?

Er worden verschillende definities gebruikt voor laaggeletterdheid en verschillende manieren om het niveau van taalbeheersing uit te drukken. In Haaglanden gaan we uit van het Raamwerk NT2 (A1, A2, B1, B2, C1 en C2). Voor Nederlandstaligen gebruiken we de standaarden en eindtermen VE (Instroom, 1F, 2F). In regionaal verband hanteren we de definitie dat iedereen die onder het niveau B1/2F opereert, laaggeletterd is. We sluiten hiermee aan bij de definities en omschrijvingen, zoals deze ook worden gehanteerd door de Stichting Lezen en Schrijven. Het taalniveau zegt iets over hoe goed je kunt lezen en schrijven. Een kind dat van de basisschool afkomt zit op taalniveau 1F. Iemand van 15 jaar of ouder die op of onder taalniveau 2F zit, noemen we laaggeletterd. Je hebt taalniveau 2F of hoger nodig om zelfstandig mee te doen in onze samenleving. Een kind dat vmbo of mbo-niveau 2 of 3 afrondt, zit meestal op taalniveau 2F. Komt iemand uit het buitenland? Dan meten we het taalniveau anders. Het taalniveau is dan A1, A2, B1, B2, C1 of C2. Daarbij is A1 het laagst en C2 het hoogst. We noemen iemand uit het buitenland laaggeletterd als het Nederlandse taalniveau onder B1 ligt. Bij de geformuleerde definitie tekenen we aan dat een deel van de vluchtelingen en andere immigranten strikt genomen niet laaggeletterd is.

Zij beheersen de Nederlandse taal nog niet, omdat zij daar eenvoudigweg de tijd nog niet voor hebben gehad. De uitgangssituatie van deze groep is, rekeninghoudend met het leervermogen, anders dan bij personen van wie de moedertaal Nederlands is. Desondanks valt deze groep van vluchtelingen en immigranten onder de reikwijdte van dit regionale programma. De schatting is dat ongeveer 1,33 miljoen Nederlanders in de leeftijdscategorie 16 tot 65 jaar tot de doelgroep van de WEB behoren. Van deze 1,33 miljoen heeft 1,06 miljoen ook moeite met 7Marian Janssen-de Goede: De doelgroep in beeld. Werving van Nederlandssprekende laaggeletterde volwassenen. Onderdeel van

artikelenserie Leren in de educatie, Lesgeven, begeleiden en faciliteren. Onder (eind)redactie van E. Bohnenn, I. Den Hollander, R. Thijssen en B. Vaske. Den Haag: Stichting Expertisecentrum Oefenen.nl, 2019. Zie ook: https://oefenen.nl/wpcontent/uploads/2019/08/artikel-3-de-doelgroep-in-beeld.pdf 11

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

rekenen. Daarnaast hebben we nog een groep van 0,44 miljoen die alleen moeite heeft met rekenen. De kans dat een laaggeletterde onvoldoende digitale vaardigheden heeft, is ongeveer 3 keer zo groot als bij een niet laaggeletterde. Zo zijn er 300.000 mensen die nooit een computer gebruiken8. Het landelijk percentage laaggeletterdheid ligt gemiddeld op 12% 9. Meer specifiek voor Haaglanden geldt dat het percentage laaggeletterdheid op 18% ligt. Een onderzoek van CINOP in 2017 heeft uitgewezen dat de percentage laaggeletterdheid in Den Haag op 24% ligt. Waar er overeenkomsten kunnen zijn in de mate van taalvaardigheid zijn er grote verschillen waar het gaat om sociaal-maatschappelijke achtergrond, gezinssituatie en daginvulling. Dit staat nog los van de verschillen in leerbaarheid, motivatie en vindbaarheid. 4.2.2 Wat zijn de aandachtsgroepen?

Bijstandsgerechtigden De redenen dat inwoners een beroep moeten doen op een bijstandsuitkering lopen uiteen. Het kan zijn dat er passende vacatures ontbreken of dat iemand te maken heeft met belemmerende sociaal-medische omstandigheden, maar de oorzaak kan ook gelegen zitten in een beperkte taalbeheersing. Eén van de belangrijkste werknemersvaardigheden is de beheersing van de Nederlandse taal in woord en geschrift. Als de, met name mondelinge, taalbeheersing onvoldoende is, is de kans op een bijstandsuitkering bijna drie keer zo hoog als bij iemand die de Nederlandse taal voldoende beheerst. Ouders van (jonge) kinderen Als ouders minder taalvaardig zijn, is de kans groter dat kinderen een taalachterstand hebben of oplopen. Daarnaast kan de ouder, door de eigen beperkte taalvaardigheid, een minder grote rol vervullen in de algehele ontwikkeling van een kind. Of het nu gaat om samen huiswerk maken, gezamenlijk een boek lezen, leuke dingen ondernemen of contacten met instellingen en instanties. Bijkomend probleem is dat deze ouders vaak onvoldoende tijd hebben of ervaren om zichzelf te ontwikkelen naast de tijd die de opvoeding van de kinderen in beslag neemt. Mede omdat bij hen relatief vaak sprake is van multi-problematiek. Werkenden Hoewel laaggeletterdheid deelname in de maatschappij vaak in de weg staat, hebben de meeste laaggeletterden gewoon betaald werk.

Hierbij gaat het om ongeveer 740.000 mensen. Het is moeilijk hen te vinden en/of te herkennen, omdat ze op het oog gewoon functioneren. En nog moeilijker om hen te overtuigen van het nut van een cursus, omdat ze het zelf lang niet altijd ervaren als een probleem. Dat neemt niet weg dat we ook aandacht voor deze groep willen hebben, omdat zij, in veel gevallen, een meer kwetsbare positie hebben op de arbeidsmarkt en

8 Baay, P., Buisman, M., & Houtkoop W. (2015). Laaggeletterden: achterblijvers in de digitale wereld?: Vaardigheden van burgers en aanpassingen voor overheden: ecbo en Buisman, M., Allen, J., Fouarge, D., Houtkoop, W., & Van der Velden, R. (2013), PIAAC: Kernvaardigheden voor werk en leven: Resultaten van de Nederlandse survey 2012. Den Bosch: ecbo. 9 Zie ook: www.geletterdheidinzicht.nl. 12

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

net als veel laaggeletterden kwetsbaarder zijn ten aanzien van geld, gezondheid, opvoeding en vrije tijd. NT1 Meer dan de helft van de laaggeletterden in Nederland is Nederlandstalig, heeft in Nederland (basis)onderwijs gevolgd en heeft in meer of mindere mate moeite met lezen, schrijven en andere basisvaardigheden. Deze groep schaamt zich vaak voor de beperkte lees- en schrijfvaardigheden en doet er vaak van alles aan om dit verborgen te houden. De doelgroep NT1 vraagt daarom een andere aanpak en benadering dan bijvoorbeeld NT2’ers. Niet alleen bij werving en activering, maar ook in de methodisch-didactische aanpak van het leerproces, waarbij het – vaak traumatische – schoolverleden, de schaamte en weinig realistische ideeën over leren lezen en schrijven een rol spelen10. EU-arbeidsmigranten De regio Haaglanden kent al vele jaren een instroom van EU-arbeidsmigranten. Hoewel er een hoog verloop is bij arbeidsmigranten, wordt ook steeds duidelijker dat veel arbeidsmigranten hier blijven voor langere tijd. Dit maakt het belang van de beheersing van de Nederlandse taal groter, omdat zij, en mogelijk hun kinderen, daarmee ook echt onderdeel worden van de Nederlandse samenleving. Om hen te laten meedoen in de Nederlandse samenleving is het van belang dat zij Nederlands gaan beheersen. Bovendien is het van belang op de werkvloer.

Zo is een toenemend aantal arbeidsmigranten werkzaam in branches waar veiligheid van groot belang is. Het is dan cruciaal dat zij in staat zijn veiligheidsinstructies, gesproken of schriftelijk, op te volgen. Kwetsbare doelgroepen Bij kwetsbare doelgroepen gaat het om groepen die minder zelfredzaam zijn. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals het hebben van schulden, verslavingsproblemen, problemen in de relationele sfeer met partner of gezin, een licht verstandelijke beperking of een probleem op een ander leefdomein of multiproblematiek. Een tekort aan basisvaardigheden helpt niet bij het overwinnen van problemen. Onderzoek wijst uit de mensen met verminderde zelfredzaamheid onevenredig vaak minder taalvaardig zijn. De hiervoor genoemde aandachtsgroepen zijn niet gerangschikt op basis van prioriteit en sluiten anderen niet uit van deelname. De aandachtsgroepen zijn onderscheiden om maatwerk te kunnen leveren in het taalaanbod.

4.3 Doelstellingen vanuit het bestuursakkoord We zetten in ieder geval in op de doelstellingen, zoals die voortgekomen zijn uit de, onder 2.1 genoemde, landelijke bestuursafspraken van 2019, namelijk: 1. Meer mensen bereiken met een aanbod op maat 2. Weten wat werkt: investeren in kwaliteit. 3. Samen aan de slag onder regie van gemeenten.

10 Zie ook: https://www.lezenenschrijven.nl/sites/default/files/2020-09/Het_recht_op_leren_-_ook_voor_NT1-ers.pdf 13

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

Hoewel de bestuursafspraken zijn opgezegd, zijn er wel landelijke ontwikkelingen op het gebied van kwaliteit en monitoring die we volgen. De bestuursafspraken sluiten ook bij de visie en doelstellingen die de gemeenten in Haaglanden hebben en de wijze waarop zij uitvoering geven aan de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). We nemen de drie doelstellingen uit het opgezegde bestuursakkoord dan ook als uitgangspunt voor het formuleren van regionale doelen, waarbij we wel nadrukkelijk regionale accenten leggen. We hebben de doelstellingen uitgewerkt in de volgende paragrafen.

4.4 Meer mensen bereiken met een aanbod op maat 4.4.1 ‘Doe Weer Mee!’

De gemeenten in Haaglanden hebben de afgelopen jaren veel laaggeletterden weten te bereiken via de regionale wervingscampagne ‘Doe Weer Mee!’. De wervingscampagne was en is hard nodig, omdat een deel van de laaggeletterden moeilijk te bereiken is. In de regel zijn volwassenen met Nederlands als moedertaal (NT1’ers) met een beperkte taalvaardigheid moeilijker te bereiken. Dit kan samenhangen met schaamte, maar ook met de benadering. Veelal hebben deze mensen hun leven zo ingericht dat zij 'ermee kunnen leven'. Onder hen zijn veel werkenden. Om onder meer deze doelgroep te bereiken en voor te lichten, organiseren de gemeenten in Haaglanden al enkele jaren de regionale wervingscampagne ‘Doe Weer Mee!’ Haaglanden. ‘Doe Weer Mee!’ is er op gericht om inwoners zelfredzamer te maken. Het is niet zo zeer het taaltraject zelf dat ‘Doe Weer Mee!’ onder de aandacht brengt bij inwoners met een lage taalvaardigheid, maar het perspectief waarin zij zelfstandig en actief kunnen meedoen in de samenleving. Daarnaast zet ‘Doe Weer Mee!’ gericht en actief in op de werving rondom vindplaatsen11, waarbij toeleiders (mensen uit de omgeving van de laaggeletterde) en werkgevers gemobiliseerd worden om laaggeletterden te stimuleren een taalcursus te volgen. Hierbij is de inzet van taalambassadeurs (laaggeletterden die een taalcursus zijn gaan volgen) cruciaal gebleken.

Zij zijn ervaringsdeskundigen en vervullen een voorbeeldfunctie. Daardoor kunnen zij aan toeleiders en werkgevers goed uitleggen wat het betekent om laaggeletterd te zijn. ‘Doe Weer Mee!’ werkt ook samen met Taalhuizen en de Stichting Lezen en Schrijven. Door regionale samenwerking met alle gemeenten in Haaglanden bundelen we onze kracht en zijn we in staat om meer laaggeletterden te bereiken en richting een traject basisvaardigheden te begeleiden. 4.4.2 ‘Doe Weer Mee!’: Doorontwikkeling

Hoewel er goede resultaten zijn geboekt met ‘Doe Weer Mee!’ is er nog steeds meer bereik mogelijk. Nog steeds signaleren gemeenten minder taalvaardige inwoners in hun dienstverlening. Het kan gaan om bijstandsgerechtigden waarbij een beperkte taalvaardigheid een terugkeer naar de arbeidsmarkt in de weg staat, om WMO cliënten waar beperkte taalvaardigheid

11 Denk bij vindplaatsen bijvoorbeeld aan bedrijven, leerwerkloketten, UWV, Wijkservicepunten, maatschappelijke opvang, CJG’s, Gezondheidscentra, Huisartsenpraktijken, Ziekenhuizen, Welzijnsorganisaties, Sociale Werkvoorzieningen, zelforganisaties, Taalhuizen, Scholen, Voedselbanken, maar ook aan markten, beurzen, festivals, braderieën en dergelijke. 14

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

zelfredzaamheid in de weg staat, maar bijvoorbeeld ook om inwoners die een uitweg proberen te vinden uit schuldenproblematiek. We zien de afgelopen jaren steeds meer een verschuiving van NT1 naar NT2. Dit komt niet doordat het aantal laaggeletterden onder de NT1 doelgroep terugloopt, maar vooral doordat zij een stuk moeilijker te bereiken zijn. De komende jaren zetten we in op innovatie ten aanzien van de werving van de NT1 doelgroep. Het convenant dat ten grondslag ligt aan ‘Doe Weer Mee!’ liep in 2020 af. De gemeenten in Haaglanden hebben de intentie om de wervingscampagne te continueren en door te ontwikkelen. Binnen de doorontwikkeling zetten we in op: • • •

•

•

•

•

Nieuwe manieren om met name NT1-deelnemers te bereiken. De urgentie hiervoor is door corona nog meer ontstaan. Het werven en inzetten van taalambassadeurs die zelf een verleden als laaggeletterde hebben. Meer aandacht voor rekenvaardigheden en digivaardigheden, waarbij het doel tweeledig is. Inwoners te stimuleren de reken- en digivaardigheden te verbeteren met praktische toepassingsvormen (bijvoorbeeld mailen en internetgebruik), maar ook om meer laaggeletterden te vinden en te activeren (met name NT1). Het in kaart brengen van nieuwe vindplaatsen die zo dicht mogelijk bij de doelgroep liggen, waarbij we in ieder geval denken aan plekken waar partijen zorg verlenen (huisartsen, WMO zorgaanbieders, enzovoort), waar ondersteuning is georganiseerd voor inwoners met financiële problemen, kinderopvanginstellingen, werkgevers en (basis)onderwijsinstellingen. Het maken van afspraken met werkgeversservicepunten en ondernemersverenigingen om werkgevers gericht te benaderen om laaggeletterde werknemers te vinden en door te leiden naar taalaanbod of andere cursussen die gericht zijn op het verbeteren van basisvaardigheden. Meer focus door wervingsactiviteiten te clusteren op basis van de aandachtsgroepen die we onderscheiden hebben in dit regionale programma.

Het gaat hierbij niet alleen om het bereiken van inwoners die nog moeten leren lezen en schrijven of inwoners met diverse complexe problemen, maar ook om hen die een meer bescheiden leervraag hebben. We vermijden stigmatisering en problematisering door te differentiëren in de werving. In sommige gevallen kan de oproep zijn “Wilt u leren lezen en schrijven”, maar in andere gevallen kan het gaan om een oproep “Wilt u leren omgaan met sociale media”. Hierbij houden we er rekening mee dat potentiële deelnemers worden tegengehouden door schaamte en een problematisch schoolverleden. We zoeken verdere samenwerking met het digi-spreekuur, het Informatiepunt Digitale Overheid en de provinciale agenda op dit onderwerp. Iedereen moet toegang hebben tot de dienstverlening van de overheid. Ook als je geen internet hebt of niet digitaal vaardig bent. Het digi-aanbod is er voor iedereen, ook voor mensen die het (soms) lastig vinden om met computers en apps te werken. Hierbij verkennen we ook de mogelijkheden voor de inzet van de digi- telefoonlijn. 15

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

•

•

De ontwikkeling van de communicatielijn ‘Ik wil leren’, waarbij ‘Doe Weer Mee!’, de stichting Lezen & Schrijven en de partners in de lokale taalnetwerken de handen in ineen slaan. De communicatielijn is er op gericht om communicatiemateriaal nog meer toegankelijk en herkenbaar te maken voor de doelgroepen. Hierbij kan gedacht worden aan (digitale) posters, folders, formulieren en (online) advertenties. We zetten er op in om: - Experts, zowel professionals als vrijwilligers, nog beter te leren laaggeletterden te herkennen en door te verwijzen. - Werkgevers bewuster te maken van laaggeletterde werknemers en hier actie op te laten ondernemen. - De overheidscommunicatie verder te verbeteren, waarbij ‘Doe Weer Mee!’ kan ondersteunen bij het begrijpelijk maken van teksten. - Naar aanleiding van corona meer gebruik te maken van digitale toepassingen.

4.5 Weten wat werkt: investeren in kwaliteit Om te weten wat werkt en te kunnen investeren in kwaliteit monitoren, evalueren en sturen we op: a. Verhogen van het bereik b. Deelname trajecten c. Maatschappelijke impact: Verbetering van vaardigheden en zelfredzaamheid De monitoring en sturing op bovengenoemde onderdelen vond de afgelopen jaren al plaats. We gaan die monitoring en sturing de komende jaren intensiveren en gerichter inzetten. Dit doen we door aan te sluiten op de landelijke monitoring en de maatschappelijke impactmetingen die de afgelopen jaren zijn gedaan in Den Haag te verbreden naar de regio Haaglanden. Er zit een volgtijdelijkheid in het bevorderen van basisvaardigheden bij inwoners. Allereerst dienen we inwoners te bereiken om ze te verleiden, te stimuleren en te overtuigen. De gemeenten in Haaglanden hebben hierbij de overtuiging dat hierbij niet de taalcursus op zichzelf te veel benadrukt moet worden, maar de positieve sociaal-maatschappelijke effecten die het bevorderen van taalvaardigheid heeft. Taal geldt als middel en niet als doel.

16

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

4.5.1 Verhogen van het bereik

Inwoners in Haaglanden worden op verschillende manieren bereikt door de gemeenten en haar partners. Zij kunnen bijvoorbeeld worden doorverwezen naar taaltrajecten via taalhuizen, werkgeversservicepunten, loketten bij de gemeente en samenwerkende (taal)partners. Veelal is dit lokaal georganiseerd. Regionaal gezien is de wervingscampagne ‘Doe Weer Mee!’ het belangrijkste instrument. Alle partijen streven gezamenlijk naar een zo hoog mogelijk bereik, waarbij er voor de eerder genoemde doelgroepen altijd trajecten beschikbaar moeten zijn om te voorkomen dat zij op een wachtlijst komen. We meten de resultaten enerzijds door de wervingsactiviteiten en vindplaatsen van ‘Doe Weer Mee!’ bij te houden en deze anderzijds te koppelen aan resultaten in termen van het aantal inwoners dat via deze weg wordt doorgeleid naar een taalcursus. 4.5.2 Deelname trajecten

Op landelijk niveau wordt er in 2021 een pilot uitgevoerd rondom het monitoren van deelnamegegevens aan WEB-trajecten. Het rijk, de VNG en gemeenten onderzoeken welke gegevens vastgelegd dienen te worden en op welke manier deze ontsloten kunnen worden. Na de pilot zal verdere uitrol plaatsvinden. Gemeenten in Haaglanden gaan in navolging van het landelijke beleid de volgende gegevens bijhouden in de periode 2021 – 2024: 1. Aantal deelnemers(per gemeente, uitgesplitst naar geslacht en leeftijd) aan een WEBtraject. 2. NT1 of NT2. 3. Type traject. De samenwerkende gemeenten onderzoeken in 2021 hoe deze gegevens regionaal verzameld, verwerkt en ontsloten kunnen worden. Het gaat om gegevens die niet op persoonsniveau herleidbaar zijn, maar op geaggregeerd niveau worden aangeleverd (via de gemeente of aanbieder). Het betreft een traject waarbij we veel zorgvuldigheid zullen moeten betrachten, aangezien het gaat om het verwerken van persoonsgegevens. 4.5.3 Maatschappelijke impact: Verbetering van zelfredzaamheid

Uiteindelijk gaat het bij het verwerven van taal- en rekenvaardigheden, alsmede digitale vaardigheden, om de impact die het heeft op het dagelijks leven. Het beschikken over deze vaardigheden draagt bij aan mogelijkheden om te kunnen meedoen in de maatschappij en draagt bij aan de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, zelfredzaamheid en sociale inclusie. Er is een relatie te leggen tussen geletterdheid en psychische gezondheid, fysieke gezondheid, financiële vaardigheden, opvoeding & ouderbetrokkenheid, contactvaardigheden, zelfsturing, arbeidsvaardigheden, betaalde banen en startkwalificatie. De gemeente Den Haag heeft in 2019 al besloten om op kleinere schaal te monitoren wat het maatschappelijke effect is van taalcursussen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de monitor Volwasseneneducatie. Deze monitor wordt op steeds meer plekken in het land met succes 17

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

gebruikt. Zo is, op basis van een wetenschappelijke steekproef, in Den Haag gebleken dat 66% van de deelnemers aan taaltrajecten na twaalf weken een betere taalbeheersing heeft. Tevens krijgt deze groep een betere positie in de maatschappij en arbeidsmarkt, omdat de zelfredzaamheid toeneemt. De maatschappelijke impact en zelfredzaamheid wordt gemeten aan de hand van indicatoren, waarbij in ieder geval de volgende zes – landelijk vastgestelde – indicatoren gemeten worden, namelijk: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Taal. Digitale vaardigheden. Mate van assertiviteit. Ontmoeten & Ondernemen. Natuur- en Sport. Arbeidsmarktpositie.

De gemeenten in Haaglanden bereiden de monitor Volwasseneneducatie voor in de eerste helft van 2021, waarna implementatie volgt in de tweede helft van 2021. De huidige planning, ook afhankelijk van het verloop van de corona-crisis, is om in de periode 2021-2024 te monitoren welke maatschappelijke impact de taaltrajecten hebben. De evaluatie van de monitor maakt onderdeel uit van dit regionale programma. Daarnaast verkennen we of we de bovengenoemde zes indicatoren verder willen aanvullen. Daarbij is het van belang om een goede selectie te maken, die aansluit op wat we daadwerkelijk willen weten en meten. We houden oog voor de praktische uitvoerbaarheid van metingen. Aanvullend op bovenstaande zes indicatoren kunnen één of meer van de volgende indicatoren worden meegenomen in de monitor: 7. Wijk- en verenigingsleven. 8. Doorstroom vervolgonderwijs. 9. Psychische gezondheid. 10. Fysieke gezondheid. 11. Financiële vaardigheden. 12. Opvoeding & Ouderbetrokkenheid. 13. Contactvaardigheden. 14. Zelfsturing. 15. Arbeids- en opvoedingsvaardigheden.

4.6 Samen aan de slag onder regie van gemeenten Gemeenten in Haaglanden organiseren in de periode 2021-2024 zowel op regionaal als lokaal niveau een divers aanbod van taal- en rekencursussen, trainingen digitale vaardigheden en ondersteuning door taalvrijwilligers. 4.6.1 Samenwerking op regionaal niveau

Regionaal werken de gemeenten nauw samen met ROC Mondriaan. Door middelen niet te versnipperen is het mogelijk om met grotere groepen te werken, professionele inzet van docenten te borgen en te differentiëren in het aanbod. Binnen de samenwerking is er 18

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

voortdurend sprake van monitoring, vinden er geregeld evaluatiemomenten plaats en sturen gemeenten voortdurend bij. De komende jaren zetten we in op: • •

• • • • •

Monitoring en impactmeting. Meer lokaal cursusaanbod dat plaatsvindt in de samenleving zelf (bijvoorbeeld scholen en werkgevers) als centraal aanbod niet aansluit of als er een opstap gewenst is naar aanbod dat centraal wordt georganiseerd. Meer taalervaringsstages. Inzet op (werving van) eerder genoemde doelgroepen, met name specifieke aandacht voor de NT1-doelgroep. Co-creaties van taalaanbod met werkgevers en stimuleren van trajecten taal op de werkvloer. We zetten meer in op digitale vaardigheden door het aanbod integraal onderdeel uit te laten maken van alle taaltrajecten. We werken toe naar een integrale aanpak, waarbij er niet alleen doorgeleid wordt naar taalaanbod, maar ook naar activiteiten die gericht zijn op het verbeteren van de zelfredzaamheid ten aanzien van bijvoorbeeld gezondheid, opvoeding, werk en financiën. Tijdens integrale gespreksvoering staat de leervraag van de inwoner centraal, waarbij gedifferentieerd kan worden in het aanbod van taalverhoging tot het volgen van een cursussen in het gebruik van social media, leren e-mailen, werkbriefjes invullen en het voeren van gesprekken met een leidinggevende of leerkrachten van kinderen.

Onder hoofdstuk 4.5 hebben we reeds aangegeven op welke wijze we de systemen ontwikkelen om tot monitoring en sturing te komen op de deelname aan de trajecten en de impact die de trajecten hebben. We geven bovengenoemde activiteiten een plaats in de systeemontwikkeling, waarbij we ons realiseren dat het proces wat langere tijd in beslag zal nemen waarin we steeds nieuwe mijlpalen bereiken. De voortgang is mede afhankelijk van landelijke en coronaontwikkelingen, waarbij de volgorde is dat de systeemontwikkeling wordt afgerond, er op basis van prestatie-indicatoren nulmetingen worden verricht en er uiteindelijk SMART doelstellingen worden geformuleerd. De lokale besturen zullen bij nieuwe ontwikkelingen of het bereiken van mijlpalen geïnformeerd worden. 4.6.2 Kennisdeling op regionaal niveau

De meeste gemeenten in Haaglanden hebben op lokaal niveau veel kennis en ervaring opgedaan met verschillende activiteiten om laaggeletterdheid te verminderen. Gemeenten kunnen nog steeds veel van elkaar leren en daarom organiseren we in de periode 2021 - 2024: -

Een kennisdelingssessie tussen de verschillende taalhuizen in de regio. We hebben vier verschillende taalhuizen binnen de arbeidsmarktregio Haaglanden. Hoewel er overeenkomsten bestaan tussen de taalhuizen, zijn we er van overtuigd dat de taalhuizen veel van elkaar kunnen leren. De ondersteuningsorganisatie Probiblio heeft hier een start mee gemaakt. Hier willen we graag op voortborduren.

19

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

-

-

-

Op beleidsniveau delen we kennis en ervaring waar het gaat om de Wet taaleis en de invoering van de nieuwe wet Inburgering. Waar mogelijk stemmen we (uitvoerings)beleid op elkaar af. Een congres of andersoortig evenement waarbij we alle lokale taalketenoverleggen bij elkaar brengen en taalpartners kennis en ervaring laten uitwisselen over de meest relevante thema’s. Hierbij kan het gaan om de taalprogramma’s met lokale partners, zoals maatschappelijke (zelf)organisaties en welzijnsinstellingen, maar bijvoorbeeld ook om het trainen en koppelen van taalmaatjes en de duurzame inzet van taalvrijwilligers en taalmaatjes. Er vindt periodiek overleg tussen lokale taalpartners (b.v. taalscholen, migrantenorganisaties, gemeenten) via zogenaamde taalketenoverleggen.

20

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

5. Financiën Voor het regionaal programma zijn drie budgetten van belang, namelijk: 1. WEB-middelen 2. Middelen voor ‘Doe Weer Mee!’ 3. Regiemiddelen laaggeletterdheid

5.1. WEB-middelen De gemeenten in Haaglanden ontvangen in 2021 € 4.534.522 aan WEB budget. Dit betreft een specifieke uitkering aan de contactgemeente van de arbeidsmarktregio. De WEB-middelen variëren per jaar. De verdeling van het WEBbudget, vanuit centrumgemeente Den Haag, over de gemeenten in 2021 staat opgenomen in de onderstaande tabel, namelijk: Beschikbare WEB-middelen 2021 Den Haag Delft Rijswijk Midden-Delfland Westland Totaal

€ 3.549.767 € 444.283 € 222.894 € 36.573 € 281.005 € 4.534.522

5.2. Middelen voor ‘Doe Weer Mee!’ De gemeenten in Haaglanden financieren ‘Doe weer Mee!’ gezamenlijk. De onderlinge verdeelsleutel is gebaseerd op de verdeling van het WEB-budget, maar de bijdrage wordt gefinancierd uit de eigen gemeentelijke middelen. Dit leidt in 2021 tot de volgende tabel: Verdeelsleutel

Budget

WEB

Percentage

per

Bijdrage

‘Doe

2021

gemeente

Mee!’

Den Haag

€ 3.549.767

78,28%

€ 69.512,64

Delft

€ 444.283

9,80%

€ 8.702,40

Rijswijk

€ 222.894

4,92%

€ 4.368,96

Midden-Delfland

€ 36.573

0,80%

€ 710,40

Westland

€ 281.005 € 4.534.522

6,20%

€ 5.505,60

100%

€ 88.800,00

Totaal

21

Weer

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

5.3. Regiemiddelen Tenslotte ontvangt de arbeidsmarktregio Haaglanden een decentralisatie-uitkering van het rijk, die er op gericht is om laaggeletterdheid in de regio te verminderen. Het gaat om een bedrag dat jaarlijks kan afwijken van het onderstaande bedrag. Deze middelen laten we ten goede komen aan regionale activiteiten die dit regionaal programma ondersteunen. Jaarlijks maken de gemeenten in Haaglanden keuzes hierin, mede ingegeven door het beschikbare bedrag, en leggen zij prioriteiten in dat betreffende jaar vast. In 2021 bedragen de regiemiddelen € 249.000. In onderstaande tabel staat een bestedingsplan opgenomen voor 2021. Begroting 2021 Monitoring en impactmeting Digitale vaardigheden en digitalisering onderwijs Versterken taalvaardigheden op het werk

€ 15.000 € 70.000 € 70.000

Wervingsactiviteiten Co-financiering regionale ontwikkelingen Totaal

€ 30.000 € 64.000 € 249.000

De co-financiering van regionale ontwikkelingen kan betrekking hebben op kennisdeling en kennisontwikkeling tussen lokale taalketens, (versterking van de rol) van Taalhuizen, het stimuleren van projecten in het kader van Tel mee met Taal en ontwikkelen van nieuw of extra aanbod voor specifieke doelgroepen.

22

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

Bijlage: Taalpartners per gemeente Taalketenpartners per gemeente Den Haag Delft • Taal aan Zee • X-tra • Bibliotheek/Taalhuis • Taal in de Buurt • Samen Haags • Commerciële taalaanbieders • ’t Gilde • Haagse Hogeschool • St. Vluchtelingenwerk Zuidwest Nederland • St. Yasmin • St. Lezen en Schrijven • Doe Weer Mee! • Taal+ school van ROC Mondriaan

Westland

• DOK • Delftse

Rijswijk

• Werkgroep Bestrijding • Bibliotheek,

migrantenorganisaties

• Delft voor Elkaar • Participe • Pact tegen de armoede • ’t Gilde Samenspraak • Haagse Hogeschool • Doe Weer Mee! • Taal+ school van ROC Mondriaan

Laaggeletterdheid • Patijnenburg Werkstroom • Vitis Welzijn • Bibliotheek, Taalhuis • Doe Weer Mee! • Vluchtelingenwerk Westland • Taal+ school van ROC Mondriaan

• • • • • • • •

23

Taalhuis St. Rijswijkse Kinderopvang St. Welzijn Rijswijk Commerciële taalaanbieders Sociaal Wijkteam WSP St. Lezen en Schrijven Doe Weer Mee! Taal+ school van ROC Mondriaan

Midden Delfland • Taalhuis • Doe Weer Mee!

• Taal+ school van ROC Mondriaan

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

Bijlage: Taalniveaus en begrippen Taalniveaus zijn onderhevig aan naamsveranderingen. Er wordt meestal gebruik gemaakt van een Europese indeling voor volwassenen (A1, A2, B1 etc.) De commissie Meyerink heeft een niveauindeling gemaakt op een F-schaal, waarbij het Nederlandse onderwijs het uitgangspunt is. Voor de verschillende niveaus in deze schaal zijn eindtermen geformuleerd op het terrein van lezen, schrijven, spreken, luisteren, rekenen en digitale vaardigheden. Niveauvergelijking Referentiekader taal – Raamwerk Nederlands Niveaus 1F 2F 3F Referentie kader taal Niveaus A1 A2 B1 B2 Raamwerk Nederlands

4F

C1

C2

De term Laaggeletterd wordt gebruikt voor personen met een taalbeheersing onder niveau 2F/A2. Voor goed functioneren op de arbeidsmarkt is niveau 2F/B1 vereist. 1F : Vergelijkbaar met eindniveau basisschool. Cursisten kunnen b.v.: - een moeilijker formulier invullen - e-mailen - een werkverslag schrijven - iets opzoeken op internet 2F: Vergelijkbaar met eindniveau vmbo en mbo 1,2 en 3. Cursisten kunnen b.v.: - instromen op MBO niveau 4 - zakelijke brieven schrijven met behulp van standaardformuleringen - duidelijke meningen en gevoelens beschrijven - beschikken over een grotere woordenschat - teksten nuanceren en begrijpen - relaties in teksten benoemen 3F : Vergelijkbaar met eind MBO-4 en Havo 4F: vergelijkbaar met VWO-eindniveau Opleidingen NT1 (Nederlands als eerste taal) Autochtone inwoners spreken en verstaan het Nederlands wel, maar kunnen moeite hebben met lezen en schrijven. Dit levert problemen op bij het werk maar ook in de privésfeer. Cursussen Nederlands voor hen noemen we NT1. De cursussen NT1 zijn bedoeld om de taalvaardigheid van autochtone Nederlanders op een zodanig niveau te brengen dat de deelnemer een landelijke

24

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

eindtoets kan halen. Daaraast is er een groep inwoners die het kunnen meedoen in de samenleving als primair doel heeft. Opleidingen NT2 (Nederlands als tweede taal) Inwoners met een migratieachtergrond hebben vaker moeite met de beheersing van alle taalonderdelen. Niet alleen lezen en schrijven in het Nederlands is lastig, het is ook moeilijk om een gesprek te voeren of te begrijpen wat een ander zegt. Soms zijn deze inwoners ook onbekend met de Nederlandse gewoonten. Cursussen Nederlands voor hen noemen we NT2 Opleidingen. NT2 zijn bedoeld om de taalvaardigheid van anderstaligen te verbeteren en zijn gericht op analfabete, laagopgeleide en hoogopgeleide anderstaligen. Deelnemers kunnen op vijf niveaus aan de opleiding meedoen. Het is mogelijk om de NT2-opleiding af te sluiten met certificaten of een staatsexamen op de niveaus Alfa a, b en c en A1, A2, B1 en B2. Formeel aanbod Dit aanbod kenmerkt zich door regelgeving t.a.v. deskundigheid docenten, groepsgrootte, toetsen en het programma. De vorm is een vaste lesgroep. Dit aanbod past in de eisen die het ministerie van OCW stelt. Non-formeel aanbod Dit aanbod kenmerkt zich door het ontbreken van een diploma-erkenning en het ontbreken van een examenprotocol. Wel gelden er nog steeds kwaliteitseisen vanuit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB).

Vanuit de WEB gelden er minimale eisen aan de kwaliteit van docenten, cursusprogramma’s, cursistenbegeleiding en groepsgroottes. Informeel leren Burgers maken geen gebruik van 'aanbod', maar zijn (al dan niet geholpen door iemand in het eigen netwerk) actief om de taal te leren, Hierbij maakt men gebruik van bijvoorbeeld het netwerk, beschikbare methodes, internet en televisie. Taalmaatjes, taalcafés, conversatiegroepen, leesgroepen, vrijwilligerswerk kunnen allemaal geschaard worden onder informeel aanbod. Situationeel leren/contextueel leren Laaggeletterden komen in bepaalde situaties niet verder of zelfs in de problemen omdat zij de taal niet begrijpen of onvoldoende kunnen rekenen. Er kan dan gericht worden ingezet op het leren van noodzakelijke begrippen, die van belang zijn voor die bepaalde situatie, zonder het algemeen Nederlands taalniveau centraal te stellen. Bijvoorbeeld Nederlands op de werkvloer, Taal en rekenen bij schuldhulpverlening, taal bij computergebruik. Taal is dan integraal onderdeel van de begeleiding.

25

Regionaal Programma Laaggeletterdheid 2021-2024

Bijlage: Convenant Convenant Verminderen laaggeletterdheid arbeidsmarktregio Haaglanden 2021-2024 Het doel van het convenant is de wervingscampagne onder de naam ‘Doe Weer Mee!’ te faciliteren door middel van een samenwerkingsverband met de gemeenten in de arbeidsmarktregio Haaglanden. De deelnemende gemeenten leveren op basis van dit convenant een bijdrage aan het verminderen van laaggeletterdheid in de arbeidsmarktregio Haaglanden door het uitvoeren van activiteiten en projecten. 1. Begripsomschrijving a) Taalambassadeurs: voormalig laaggeletterden, die laaggeletterden werven, aanspreken en stimuleren tot het gaan leren lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. b) Deelnemende partijen in de arbeidsmarktregio Haaglanden: de gemeenten Delft, Den Haag, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland. c) Erkende onderwijsinstellingen: een onderwijsinstelling zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1. lid b, artikel 1.3.1 eerste lid van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. d) Laaggeletterden: volwassen inwoners van de gemeenten in de arbeidsmarktregio Haaglanden van 18 jaar en ouder, die het lezen en schrijven van de Nederlandse taal onder niveau 2F (NLQF) ofwel B1 (CEF) beheersen, voor het Nederlands als eerste taal respectievelijk Nederlands als tweede taal. e) Partijen voor deelname aan het overleg: bovengenoemde deelnemende en uitvoerende partijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10122092/1