CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage inzamelvarianten Royal HaskoningDHV

Commissie Ruimte en Verkeer 19 januari 2023, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - Afdoening toezegging toezenden rapporten Avalex nieuw beleid (nr. 2251676)15.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Kengetallen uit die rapportage zijn, met uitzondering van de containergerelateerde kosten, omgerekend naar kosten per huishouden en toegespitst op de gemeentelijke situatie. Ombouwkosten van inwerpzuilen voor ondergrondse containers zijn toegespitst op de containeraantallen zoals die binnen iedere Avalexgemeente aanwezig zijn.  Bij wijziging naar een Diftar systeem zijn voor (inpandige) verzamelcontainers eveneens ombouw/aanpassingskosten gehanteerd, gelijk aan die van het ombouwen van een inwerpzuil (€1.000 per container). Dit betreft meer een stelpost en is afhankelijk van de specifieke situatie en beleidskeuze: o er kan worden gekozen voor een ombouw om een inpandige verzamelcontainer met toegangssysteem; o er kan worden gekozen voor een uitpandige voorziening middels een ondergrondse container met inwerpzuil en toegangscontrole. o eventueel kan er ook voor worden gekozen de bestaande voorzieningen (tijdelijk) te behouden en een verrekening in de afvalstoffenheffing voor de desbetreffende bewoners op te nemen. Dit gaat wel uit van een solidariteitsbeginsel tussen de bewoners van het object.  Structurele meerkosten en een deel van de investeringskosten worden per aansluiting berekend en zijn voor iedere gemeente gelijk gehouden.

Het andere deel van de investeringskosten is afhankelijk van het aantal verzamel- en ondergrondse containers dat voorzien moet worden van een inwerpopening.  Voor de investeringskosten van Diftar is geen rekening gehouden met investeringen voor minicontainerinzameling en bijbehorende aanpassing van de inzamelvoertuigen aangezien de minicontainers (grotendeels) reeds zijn voorbereid middels een chip. Service  De resultaten betreffen een kwalitatieve inschatting. Met name de inschatting van de gevraagde inspanning van de burger is daarbij het minst objectief. Daarentegen zijn de voorzieningendichtheid en het aantal ophaalrondes meer feitelijkheden. Hieronder volgen twee resultatenkaarten, één voor de Avalex stedelijkheidsklasse A-gemeenten (Delft, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk) en één voor de Avalex stedelijkheidsklasse C-gemeenten (MiddenDelfland, Pijnacker-Nootdorp en Wassenaar). Daarna volgt een nadere duiding per gemeente.

1-6-2022

BI2268-IB-RP-220211-2242

25

Projectgerelateerd Avalex klasse A-gemeenten: Inschatting effect nieuwe inzamelvarianten op milieu, service en kosten Let op: scope van inschatting betreft alleen de stromen restafval, GFT, OPK en PMD die huis-aan-huis of in milieuparken wordt ingezameld

Belangrijkste conclusie: Het doorvoeren van HNI is een goede basis om milieuprestaties verder te verbeteren in klasse A-gemeenten maar leidt tot verhoging van kosten als dat volledig gehanteerd wordt. Door mogelijk te combineren met nascheiding in hoogbouwwijken kunnen effectief kosten bespaard worden; dit levert bovendien naar verwachting meer PMD op. Een Diftarsysteem levert potentieel nog betere milieuresultaten, met daarbij mogelijk een verlaging in afvalbeheerkosten. De resultaten voor Diftar zijn onzeker omdat er nog geen precedent bestaat voor gemeenten met deze hoogbouwklasse.

RESULTATEN AFVALSCHEIDING EN HOEVEELHEID FIJN RESTAFVAL

JAARLIJKSE KOSTEN AFVALBEHEER REST , PMD, GFT EN OPK PER AANSLUITING

- Bandbreedte resultaten

% afvalscheiding

- Bandbreedte resultaten

30 %

30 %

34 %

-2%

43 %

40 %

→

207 kg -4%

-1%

€154

*

*

*

-16%

-16%

-18%

Freq.verl. Restafval

HNI

Diftar

Diftar + freq.verl restafval

Diftar + HNI Nascheiding

* Bovenkant bandbreedte betreffen resultaten uit gegevens interne rapportage Eureco

SERVICE

+2%

*

*

*

Freq.verl. Restafval

HNI

Diftar

Diftar + freq.verl restafval

Diftar + HNI

Nascheiding

* Onderkant bandbreedte betreffen resultaten uit gegevens interne rapportage Eureco

KPI: KG OPBRENGST GESCHEIDEN STROMEN PER EURO

Baseline

Freqverl. restafval

HNI

Diftar

Diftar + freqverl.

Diftar + HNI

Na-scheiding

Aantal ophaalrondes per jaar

🡒

🡖

🡒

🡒

🡖

🡒

🡒

Voorzieningdichtheid

🡒

🡒

🡕

🡒

🡒

🡕

🡒

Inspanning voor burgers

🡒

🡒

🡖

🡒

🡒

🡖

🡕

1-6-2022

-4%

-5% Baseline

Baseline

-3%

-13%

Netto kosten per aansluiting

→

effect op kg/inw fijn restafval

+3%

33 %

→

vier stromen

40 %

BI2268-IB-RP-220211-2242

26

Projectgerelateerd Toelichting klasse A-gemeenten De overzichtskaart geeft de effecten op milieu, service en kosten weer. De combinatie van het gehanteerde basisjaar, status van uitrol van systeemwijzigingen als gevolg van eerdere beleidswijzigingen en de Covid-19 pandemie maken dat de cijfers enkel indicatief en richtinggevend dienen te worden geïnterpreteerd.

behuizing niet op). Bij tegenvallende scheidingsresultaten kan Diftar dan ook leiden tot hogere kosten. 

In een optimistisch scenario voor Diftar (aangegeven met * in de bandbreedte) geldt dat op basis van gegevens uit een Eurecorapportage blijkt dat de hoeveelheid restafval met circa 25% – 35% zou kunnen dalen ten opzichte van de huidige situatie (bovenkant bandbreedte in milieuresultaten). Met dit resultaat zouden de afvalbeheerkosten in alle Diftarscenario’s dalen ten opzichte van de huidige situatie; Circa -5% in het geval van Diftar+HNI, circa -10% in het geval van Diftar en circa – 15% in het geval van Diftar+frequentieverlaging.

Frequentieverlaging van restafvalinzameling kan als alternatief voor HNI worden ingezet. Dit bespaart kosten, maar vermoedelijk is het aanvullend scheidingsrendement beperkt, waardoor de KPI het laagst uitvalt voor dit alternatief. Gemeenten kunnen hier mogelijk een afweging maken op basis van hoe ver HNI al is uitgerold binnen de gemeente en het belang van kostenbesparing en milieuwinst.

Nascheiding: In verhouding tot de opbrengst aan PMD maken de Aklasse gemeenten relatief hoge kosten voor de inzameling ervan. Dit maakt het nascheidingsscenario aantrekkelijk: de relatief efficiënte inzameling bespaart kosten en levert bovendien meer PMD op. Burgers hoeven zich bovendien minder in te spannen. Toch kan dit scenario ook een belemmering zijn voor verdere ontwikkeling van brongescheiden stromen, waardoor de voortgang naar de VANGdoelstellingen beperkt kan zijn.

Voor de klasse A-gemeenten geldt daarbij dat er geen vergelijkbare gemeenten met Diftar zijn. De belangrijkste observaties: 

1-6-2022

Het verder doorvoeren van HNI leidt naar verwachting tot een lichte verbetering van de afvalscheding, maar daarbij ook tot een verhoging van de kosten. Hoewel de inzameling van alle stromen efficiënter zal verlopen dient er geïnvesteerd te worden in inzamelvoorzieningen voor die stromen. De meerkosten hiervan zijn hoger dan de verminderde verwerkingskosten door minder restafval. Het is ook de verwachting dat het serviceniveau min of meer gelijk blijft. Er wordt meer inspanning gevraagd maar er worden ook meer voorzieningen aangeboden om afval goed te scheiden. Een Diftarsyteem (in combinatie met het verder doorvoeren van HNI) levert de hoogste afvalscheiding op. Afhankelijk van de verdere systeemkeuzes kan Diftar naar verwachting leiden tot een lichte kostenreductie. Doordat er geen vergelijkbare A-klasse gemeenten met Diftar zijn, is het effect op afvalscheiding hier onvoldoende bekend. De Diftar-effecten zijn hier derhalve inschattingen op basis van de Diftar-effecten van andere gemeenten waarbij de aanname is gedaan dat het scheidingseffect van Diftar kleiner wordt naar mate de verstedelijking toeneemt (immers: Diftar lost bijvoorbeeld het probleem van gebrekkige scheidingsmogelijkheden in kleine

BI2268-IB-RP-220211-2242

27

Projectgerelateerd Avalex klasse C-gemeenten: Inschatting effect nieuwe inzamelvarianten op milieu, service en kosten Let op: scope van inschatting betreft alleen de stromen restafval, GFT, OPK en PMD die huis-aan-huis of in (wijk)containers wordt ingezameld

Belangrijkste conclusie: Op basis van onze analyse kan de verdere uitrol van HNI zonder verhoging van kosten leiden tot verbetering van de afvalscheidingsresultaten. De combinatie van dit systeem met Diftar is mogelijk een interessanter scenario: dit leidt tot een substantieel betere afvalscheiding en zou gemiddeld leiden tot een vergelijkbaar kostenniveau per aansluiting ondanks de investeringskosten (o.a. door minder verwerkingskosten voor restafval).

RESULTATEN AFVALSCHEIDING EN HOEVEELHEID FIJN RESTAFVAL

JAARLIJKSE KOSTEN AFVALBEHEER REST , PMD, GFT EN OPK PER AANSLUITING

- Bandbreedte resultaten

47 %

% afval-

48 % 50 %

scheiding vier stromen

61 %

61 %

63 % 47 %

*

*

→

*

→

effect op kg/inw fijn restafval

-2% Baseline

*

*

-26%

-31%

*

186 kg

Freq.verl. Restafval

-6% HNI

-26% Diftar

Diftar + freq.verl restafval

0%

Diftar + HNI Nascheiding

* Onderkant bandbreedte betreffen resultaten uit gegevens interne rapportage Eureco

* Bovenkant bandbreedte betreffen resultaten uit gegevens interne rapportage Eureco

SERVICE

KPI: KG OPBRENGST GESCHEIDEN STROMEN PER EURO Baseline

1-6-2022

Freqverl. restafval

HNI

Diftar

Diftar + freqverl.

Diftar + HNI

Na-scheiding

Aantal ophaalrondes per jaar

🡒

🡖

🡒

🡒

🡖

🡒

🡒

Voorzieningdichtheid

🡒

🡒

🡕

🡒

🡒

🡕

🡒

Inspanning voor burgers

🡒

🡒

🡖

🡒

🡒

🡖

🡕

BI2268-IB-RP-220211-2242

28

Projectgerelateerd Toelichting klasse C-gemeenten kunnen dalen ten opzichte van de huidige situatie (bovenkant bandbreedte in milieuresultaten). Met die resultaten zouden de afvalbeheerkosten in alle Diftarscenario’s dalen ten opzichte van de huidige situatie: circa -15% in Diftar of Diftar+frequentieverlaging, circa -30% in het geval Diftar+HNI (onderkant bandbreedte jaarlijkse kosten afvalbeheer).

De overzichtskaart geeft de effecten op milieu, service en kosten weer. De combinatie van het gehanteerde basisjaar, status van uitrol van systeemwijzigingen als gevolg van eerdere beleidswijzigingen en de Covid-19 pandemie maken dat de cijfers enkel indicatief en richtinggevend dienen te worden geïnterpreteerd. De belangrijkste observaties: 

HNI is al vrij breed geïmplementeerd in de verschillende klasse Cgemeenten, maar verdere uitrol ervan leidt nog wel tot een verbetering van de scheidingsprestaties. Bovendien is het HNI-scenario vergelijkbaar in netto kosten, doordat de verminderde verwerkingskosten voor restafval grotendeels de extra investeringskosten compenseren. Het is ook de verwachting dat het serviceniveau min of meer gelijk blijft. Er wordt meer inspanning van burgers gevraagd maar er worden ook meer voorzieningen aangeboden.

Diftar (in combinatie met het verder doorvoeren van HNI) levert de beste afvalscheidingsresultaten op. In dit model levert het, ondanks de meerkosten voor invoering ervan ook kostenbesparing op ten gevolge van de vermindering van de hoeveelheid restafval. Dit maakt een Diftar-scenario ook de meest kosten-efficiënte maatregel: per euro uitgegeven kan de opbrengst aan gescheiden stromen met circa 35% toenemen.

In een optimistisch scenario van Diftar (aangegeven met * in de bandbreedte) geldt dat op basis van gegevens uit een Eurecorapportage blijkt dat de hoeveelheid restafval met circa 45%-60% zou

1-6-2022

Doordat HNI al redelijk ver doorgevoerd is heeft frequentieverlaging restafval betrekking op relatief weinig huishoudens. De toepassing ervan leidt tot een lager afvalscheidingsresultaat dan HNI tegen vergelijkbare kosten, waarmee het een minder aantrekkelijk alternatief is.van restafvalinzameling kan als alternatief voor HNI worden ingezet. Dit bespaart kosten, maar vermoedelijk is het aanvullend scheidingsrendement beperkt, waardoor de KPI het laagst uitvalt voor dit alternatief. Gemeenten kunnen hier mogelijk een afweging maken op basis van hoe ver HNI al is uitgerold binnen de gemeente en het belang van kostenbesparing en milieuwinst.

Nascheiding: Bij nascheiding nemen de netto beheerkosten af, omdat de inzamelkosten voor bronscheiding hoger liggen dan de inzamelkosten voor restafval en PMD (dit is overigens exclusief de versnelde afschrijving van bestaande inzamelmiddelen voor bronscheiding). Het scheidingsrendement van dit alternatief is echter relatief laag, met name bij laagbouwaansluitingen. De doorontwikkeling van het scheiden van die stromen kan daarbij mogelijk achterop raken. Deze variant leent zich daarom vooral voor situaties waarin weinig mogelijkheden zijn voor burgers om te scheiden, zoals bij hoogbouwaansluitingen.

BI2268-IB-RP-220211-2242

29

Projectgerelateerd

Tabel 5-1 – Toelichting en duiding per gemeente Gemeente

Aandachtspunten en advies  Er is in Delft reeds veel geïnvesteerd in de implementatie van HNI. Op basis van bovenstaande resultatenkaart kan worden geconcludeerd dat de koppeling van HNI met Diftar tot verdere verbetering van de scheidingsresultaten leidt. Echter ook nascheiding leidt tot relatief goede resultaten. Bij de verdere uitrol van HNI kan dit eventueel ter overweging worden meegenomen.

Delft

 Ongeveer 15% van de huishoudens bevindt zich in de binnenstad, waar beperkingen gelden voor vrachtverkeer en voor het installeren van (ondergrondse) containers voor gescheiden stromen. Door deze beperkingen leent dit gebied zich goed voor nascheiding.  Als invoering van Diftar zou worden overwogen dient nader onderzocht te worden hoe dat eventueel gecombineerd kan worden met nascheiding (bijv. op basis van verwachte hoeveelheid PMD waar vervolgens geen tarief op gehanteerd wordt) zodat burgers die minder scheidingsmogelijkheden hebben geen nadeel ondervinden.

LeidschendamVoorburg

 In Leidschendam-Voorburg zijn veel (laagbouw)-huishoudens aangesloten op HNI-inzameling; dit heeft geresulteerd in een beter scheidingsresultaat: de hoeveelheid PMD groeide van 2,1 naar 8,3 kg /inwoner. Tegelijk daalde deze opbrengst in de milieuparken van 5,9 naar 2,8 kg / inwoner. Het is goed om deze resultaten nader te analyseren op wijkniveau. Bij uitblijven van verbetering in scheidindsresultaten bij de milieuparken kan nascheiding mogelijk een alternatief zijn voor de milieuparken, waarbij de positieve trend in gescheiden inzameling bij laagbouwwoningen voortgezet wordt.  Leidschendam-Voorburg kent wel relatief hoge inzamelkosten voor PMD. Dit maakt dat nascheiding van PMD hierdoor relatief aantrekkelijk wordt. Voor een kostendekkende inzamelvergoeding voor brongescheiden PMD-inzameling dient het scheidingsresultaat nog wel aanzienlijk te worden verbeterd en/of dient te worden gezocht naar een besparing op de inzamelkosten.

Rijswijk

MiddenDelfland

 In Rijswijk is Het Nieuwe Inzamelen relatief minder ver doorgevoerd en is het hoogbouwpercentage het hoogst van alle Avalex-gemeenten. Uit de berekeningen blijkt dat het verder uitrollen van HNI (bij laagbouw) netto tot een kleine kostenverlaging leidt door de inzamelvergoeding voor gescheiden ingezameld PMD. Wanneer dit zou worden gecombineerd met nascheiding in de hoogbouwwijken, waar relatief weinig gescheiden PMD-opbrengst verwacht wordt, kunnen de kosten voor afvalinzameling mogelijk worden verlaagd en de afvalscheiding verder worden verbeterd.  In Midden-Delfland is Het Nieuwe Inzamelen volledig doorgevoerd en worden relatief goede afvalscheidingsresultaten behaald. Eventuele invoering van Diftar kan daarbij nog tot een verdere verbetering leiden van de scheidingsresultaten maar het ligt daarbij voor de hand om eerst de uitrol van HNI middels een gewenningsperiode te laten uitkristaliseren en op basis daarvan tot eventuele vervolgstappen over te gaan. Overigens blijkt uit marktonderzoek dat bij 71% van de respondenten in Midden-Delfland een tariefprikkel voor restafval geen weerstand wordt verwacht13.  Hoewel de PMD-opbrengst per burger relatief hoog is, zijn de inzamelkosten ook relatief hoog. De inzamelvergoeding dekt daarmee de kosten slechts voor de helft. Daardoor zou nascheiding leiden tot een kostenbesparing maar daar staat ook minder PMD tegenover.

PijnackerNootdorp

Wassenaar

13

 Recentelijk is in Pijnacker-Nootdorp Het Nieuwe Inzamelen grotendeels doorgevoerd. Eventuele invoering van Diftar kan daarbij nog tot een verdere verbetering leiden van de scheidingsresultaten maar het ligt daarbij voor de hand om eerst de uitrol van HNI middels een gewenningsperiode te laten uitkristaliseren en op basis daarvan tot eventuele vervolgstappen over te gaan. Uit marktonderzoek blijkt dat 77% van respondenten in deze gemeente geen bezwaar heeft tegen een tariefprikkel12.  Gemeente Wassenaar is begin 2022 volledig overgestapt op nascheiding. Nascheiding leidt daarbij naar verwachting tot iets lagere kosten. Tegelijkertijd zal ook nascheiding niet leiden tot realisatie van de VANGdoelstellingen. Diftar kan dan nog steeds voor Wassenaar een effectieve maatregel zijn, zeker omdat volgens marktonderzoek 79% daar geen bezwaar tegen heeft12. Hoe een dergelijk systeem gecombineerd kan worden met nascheiding dient nader onderzocht te worden. Mogelijk kan voor het berekenen van een restafvaltarief uitgegaan worden van een standaardhoeveelheid PMD die in de stroom restafval aanwezig is.

Klantonderzoek Avalex 2021. Markteffect B.V. i.o.v. Avalex

1-6-2022

BI2268-IB-RP-220211-2242

30

Projectgerelateerd

6

Afwegingskader voor gemeenten

De VANG-doelstelling van 100 kg restafval per jaar lijkt voor de Avalex-gemeenten vooralsnog niet binnen handbereik. Ook met andere beleidskeuzes zoals in dit rapport onderzocht is de VANG-doelstelling nog een flinke opgave. Hieronder volgt voor de meest relevante beleidskeuzes een afwegingskader. Het betreft Diftar, HNI en nascheiding. Uiteindelijk geldt dat afvalscheiding staat of valt met het gedrag van de burger. Dit vereist aanvullende gedragsbeïnvloeding middels gerichte communicatie en handhaving. Diftar - tariefdifferentiatie Diftar staat voor gedifferentieerde tarieven. Met Diftar kiezen gemeente voor een principe van “betalen per aanbieding”. Bewoners hebben dan zelf invloed op de afvalstoffenrekening die zij betalen. Er is niet langer één vast bedrag, maar een vast en een variabel deel. Dat variabele deel wordt bepaald door hoe vaak (of hoeveel) een bewoner restafval aanbiedt. Een gemeente kan kiezen voor verschillende grondslagen van Diftar, namelijk: 1. Afrekenen o.b.v. volume (evt. in combinatie met frequentie en/of gezinsgrootte) 2. Afrekenen o.b.v. gewicht (evt. in combinatie met frequentie en/of gezinsgrootte) 3. Afrekenen o.b.v. dure zak / aantal inworpen / aantal ophaal momenten (evt. in combinatie met gezinsgrootte).

Afrekenen op basis van gewicht vergt een relatief nog grotere investering in inzamelmiddelen en -voertuigen dan afrekenen op basis van volume/frequentie. Daar waar bij volume/frequentie nog oplossingsmogelijkheden in bijvoorbeeld binnenstedelijke gebied gecreëerd kunnen worden met de dure zak, bestaat die escape bij Diftar op basis van gewicht niet. Duurzaamheid

Dienstverlening

Financieel

Juridisch

Laagbouw Diftar leidt tot een significante vermindering van de hoeveelheid restafval en een verhoogde scheiding van papier/karton, PMD en GFT.

De beleving van het gemak voor de bewoner neemt af. Vooral voor de dienstverlening aan bewoners die weinig motivatie hebben om te scheiden of voor bewoners die in hun woning beperkt zijn in hun capaciteit (geen ruimte om te scheiden of door fysiek beperking).

Afvalbeheerkosten in gemeenten met Diftar zijn het laagst. Echter bestaat een risico dat de opbrengsten vanuit de ASH teruglopen doordat afgerekend wordt met een tarief per lediging/gewicht. Het is cruciaal om de juiste balans tussen inkomsten en kosten te vinden. Door goed scheidingsgedrag kan het aantal aanbiedingen lager uitpakken dan begroot waardoor inkomsten vanuit ASH worden misgelopen.

Een gemeente is verplicht één grondslag te hanteren voor het tariferen van de afvalstoffenbelasting. Indien een gemeente kiest voor Diftar, dan dient dit principe voor de gehele gemeente te gelden.

De kwaliteit van de gescheiden afvalstromen komt daarbij wel onder druk te staan, omdat het financieel aantrekkelijk is voor de burger om zo min mogelijk restafval te deponeren. Restafval verdwijnt daarom sneller als residu in de containers voor PMD, papier/karton of GFT. Maatregelen zoals handhaving en communicatie om goed scheidingsgedrag te ontplooien zijn daarom cruciaal. Hoogbouw Vooral in de hoogbouw komt de kwaliteit van de gescheiden afvalstromen onder druk te staan. Het is financieel aantrekkelijker om zo min mogelijk restafval te deponeren. Restafval verdwijnt daarom sneller in de containers voor PMD, papier/karton of GFT. Flankerende maatregelen zoals handhaving en communicatie om goed scheidingsgedrag te ontplooien zijn daarom ook hier cruciaal.

1-6-2022

Maatregelen qua gedragsverandering en het faciliteren van scheidingsgedrag zijn dan belangrijk. Diftar is aantrekkelijk voor bewoners die goed afval scheiden en voor die gemeenten die de bewoners hiervoor willen belonen.

Investeringen zijn nodig voor een (digitaal) pasjessysteem, aanpassingen aan containers (en evt. inzamelvoertuigen) en communicatiecampagnes.

Maatregelen in het kader van het beschermen van persoonsgegevens (noodzakelijk voor het registreren en afrekenen van aanbiedgedrag) zijn voorwaardelijk. De gemeente dient de grondslag voor het gebruik van persoonsgegevens te verantwoorden. Hoogbouw In het geval van hoogbouwgebieden is het hanteren van één grondslag voor het tariferen van de afvalstoffen-belasting extra complex omdat er vaker een variatie is in inzamelsystemen. Er is bijvoorbeeld een combinatie van (ondergrondse) containers, zakkeninzameling en/of (inpandig) rolcontainers. Deze diversiteit maakt een harmonisatie en een objectieve grondslag voor Diftar gecompliceerder.

BI2268-IB-RP-220211-2242

31

Projectgerelateerd

Reflectie kwaliteit grondstoffen onder druk door Diftar Een landelijke dataset/benchmark is (nog) niet beschikbaar, maar veel gemeenten meldden dat het aantal afgekeurde GFT, PMD en papier/kartonvrachten is toegenomen - vooral na invoering van Diftar. Gemeente Nijmegen heeft in 2021 onderzoek laten doen naar de kwaliteit van afvalscheiding. Met 77 kilo restafval per inwoner bedroeg het scheidingspercentage 72 procent. Dat is hoog, maar omdat de gescheiden stromen (vooral PMD, textiel en GFT) vervuild is door afval dat daar niet thuishoort, is het recycling percentage laag: 55 procent van de inhoud van de PMDzak was recyclebaar. Nascheiden van PMD Bij nascheiding wordt het PMD niet separaat ingezameld, maar met het overige restafval afgevoerd. De verwerker scheidt (een groot deel van de) PMD van het restafval gescheiden en stelt dit beschikbaar voor recycling. De keuze voor nascheiding is interessant voor een gemeente als er beperkte ruimte is voor voorzieningen zowel in de woningen / tuinen als in de openbare ruimte. Duurzaamheid Laagbouw In de laagbouw scheidt men overwegend veel en kwalitatief goed PMD. Het is niet aannemelijk dat het recycle rendement stijgt door de nascheiding van PMD. Door het scheiden van PMD dragen bewoners zelf bij aan het succes van afval scheiden, recyclen en hergebruiken.

Dat kan als een stimulans werken om naast PMD ook andere stromen goed te scheiden. Het communicatie-potentieel van PMD-bronscheiding is groot: bewoners geven vaak aan dat ze door het scheiden van plastic pas echt zien hoeveel minder restafval ze hebben. Dit biedt kansen voor verdere scheiding van de andere fracties. Hoogbouw In de hoogbouw scheidt men minder PMD dan in de laagbouw, bovendien blijft de kwaliteit van het gescheiden PMD achter. Het is aannemelijk dat het recycle rendement stijgt door de nascheiding van PMD.

Dienstverlening

Financieel

Juridisch

Voor mensen die afval scheiden kan het verwarrend zijn wat wel en niet in het PMD hoort – niet al het plastic mag namelijk bij het PMD. Voor hen geeft nascheiding dus iets meer gemoedsrust.

De logistieke kosten voor inzameling van PMD vallen weg, evenals de kosten voor verzamelcontainers. Deze winst is minder als de scheidingsresultaten hoog zijn, en inzamelroutes daardoor efficiënt ingericht zijn.

Laagbouw

Verder is het mogelijk dat verwerkers, vanwege de vele investeringen in nascheidingsinstallaties, eerder geneigd zijn om vooral restafval rijk aan PMD aan te nemen – of hier een betere verwerkingsprijs voor te bieden dan restafval afkomstig van huishoudens waar brongescheiden PMD inzameling plaatsvindt.

Er bestaat een vergoeding voor de inzameling van PMD. De vergoeding voor bron- of nascheiding verschilt. Gemeenten mogen kiezen voor een combinatie van bron- en nascheiding van PMD, maar komen alleen in aanmerking voor een nascheidingsvergoeding als de bronscheiding van PMD in hoogbouw eindigt. Inzameling van PMD in de laagbouw is dan toegestaan. Een fysieke en administratieve scheiding van het restafval is dan noodzakelijk – dit moet vastgelegd worden in een verordening of uitvoeringsbesluit.

Voor bewoners in de laagbouw met voldoende ruimte voor een extra PMDcontainer is de verandering minimaal. Voor bewoners met minder ruimte is deze verandering prettiger. Hoogbouw Bewoners in de hoogbouw hebben vaak geen eigen PMD-container, maar hebben wel te maken met kleinere huishoudens en dus minder opslagruimte voor een (extra) gescheiden afvalstroom. Dit maakt het voor bewoners in de hoogbouw aantrekkelijker om niet aan bronscheiding van PMD te doen.

Verder blijkt uit de afkeur van vrachten dat PMD in stedelijk gebied vaak te vervuild is. Dit is risicovol omdat een gemeente geen vergoeding uit het Afvalfonds krijgt als de verwerker meer dan 15 procent vervuiling constateert.

Vergoedingsafspraken voor brongescheiden PMD zijn een heikel punt. Voor 2022 zijn er momenteel (februari 2022) nog geen afspraken over de vergoeding. Voor nagescheiden PMD zijn deze afspraken wel gemaakt. Duidelijk is wel dat vervuiling leidt tot afkeur, wat ten koste gaat van de inzamelvergoeding en tot geschil kan leiden tussen gemeente, inzamelaar en acceptant (verwerker).

Reflectie Diftar in relatie met nascheiden Nascheiding richt zich hoofdzakelijk op het nascheiden van de PMD-stroom. Vooralsnog ligt nascheiding in combinatie met Diftar daarom niet direct voor de hand. Immers, bewoners moeten betalen voor het aanbieden van restafval terwijl ze niet in staat worden gesteld om PMD gescheiden in te zamelen. Echter, wanneer analoog aan kwijtscheldingsbeleid een aantal inworpen vergelijkbaar met de hoeveelheid (brongescheiden) PMD gratis aan bewoners ter beschikking wordt gesteld, dan stimuleert Diftar nog steeds scheiding van de overige fracties. De service-impact is dan ook relatief klein. PMD betreft veelal ‘fast-consumer’ producten (artikelen met een hoge / dagelijkse omloopsnelheid), terwijl de andere fracties als wegwerpglas, papier en textiel een lagere omloopsnelheid kennen. Overigens kent de voormalige gemeente Loppersum (nu Eemsdelta) wel de combinatie Diftar met nascheiding (zonder aantal gratis aanbiedingen). 1-6-2022

BI2268-IB-RP-220211-2242

32

Projectgerelateerd

Het Nieuwe Inzamelen Met HNI versobert de service op restafval en verbetert of behoudt de service op papier/karton, GFT en PMD. Dit betekent dat het deponeren van restafval op afstand in gemeenschappelijke verzamelcontainers moet plaatsvinden (= brengservice). Inzameling van papier/karton, GFT en PMD gebeurt huis-aan-huis (= haalservice). HNI is niet opportuun voor de hoogbouw waar enkel sprake is van verzamelcontainers. Dit omdat inwoners al gewend zijn om het restafval weg te brengen naar verzamellocaties. Door plaatsing van extra verzamelcontainers voor grondstoffen kan de loopafstand voor bewoners afnemen, waardoor die service verbetert. NB Voor de hoogbouwlocaties met inpandige inzameling kan gekozen om de gescheiden stromen GFT, papier/karton en PMD inpandig te organiseren en restafval te verplaatsen naar verzamelcontainers in de openbare ruimte. Duurzaamheid

Dienstverlening

Financieel

Juridisch

HNI leidt tot een vermindering van de hoeveelheid restafval en een verhoogde respons op de reststromen.

Het servicegemak blijft voor de bewoner min of meer gelijk. Enerzijds wordt meer inspanning gevraagd maar anderzijds worden er meer voorzieningen geboden.

HNI leidt tot lagere verwerkingskosten van restafval en hogere opbrengsten van papier/karton en PMD.

Mogelijk is een aanpassing in de verordening of Uitvoeringsbesluiten nodig. Dit is nodig indien daar een specifiek serviceniveau is vastgesteld (over aantal keer ophalen)

Het borgen van de kwaliteit van het gescheiden afval is voorwaardelijk. Maatregelen als communicatie en handhaving doelgericht op gedragsverandering om goed scheidingsgedrag te ontplooien zijn daarom belangrijk.

Bij een hoog scheidingsrespons van papier, GFT en PMD neemt de hoeveelheid restafval wel af (en dus kan de bewoner de bezoeken aan een verzamelcontainer voor restafval minimaliseren).

De logistiek neemt toe. Het vermeerderen van de inzamelroutes voor grondstoffen dient dus te geschieden met routeoptimalisatie om deze kosten te beperken. Een risico is dat de kwaliteit van PMD verslechtert door de aanwezigheid van meer reststoffen wat kan leiden tot afkeur (waarbij de gemeente de inzamelvergoeding misloopt)

Reflectie servicedifferentiatie in combinatie met nascheiding. HNI is minder opportuun indien een gemeente PMD nascheidt. De idee dat restafval dient te worden weggebracht om, het serviceniveau ervan te verminderen en zo afvalscheiding te stimuleren, lijkt niet te rijmen met de idee van nascheiding van restafval welk mede inspeelt op het gemak voor de burger. Als de keuze voor nascheiding plaatsvindt, nadat HNI al is ingevoerd dan kunnen gemeenten ervoor kiezen om de PMD-containers “om te katten” naar een andere fractie. Er is dan geen sprake meer van HNI. PMD containers in de openbare ruimte kunnen dan bijvoorbeeld worden vervangen door glas of textiel.

1-6-2022

BI2268-IB-RP-220211-2242

33

Projectgerelateerd

Bijlage A – Overzicht en toelichting inzamelvarianten Onderstaand is een overzicht opgenomen van de resultaten van de inventarisatie van inzamelvarianten inclusief een toelichting waarom deze na de werksessie wel en niet zijn opgenomen. Tevens is voor iedere inzamelvariant een icoon opgenomen waarmee de variant herkenbaar wordt.

Mogelijke variant

Opgenomen of niet?

Nadere toelichting

Omgekeerd inzamelen (HNI) Restafval ‘op afstand’ in ondergrondse of verzamelcontainers; gescheiden stromen aan huis

Opgenomen als scenario

Omgekeerd inzamelen is het restafval op afstand en gescheiden stromen aan huis inzamelen. Omgekeerd inzamelen is al het uitgangspunt van het bestaande beleid van Avalex ‘Het Nieuwe Inzamelen’ (HNI) en daarmee een relevante variant. Deze variant zal als extra scenario worden toegevoegd voor de gebieden waar het nog niet (geheel) toegepast is.

Laagfrequente restafvalinzameling Restafval eens per 4 weken ingezameld

Opgenomen als scenario

Nascheiding Restafval en PMD in één afvalzak, scheiding bij verwerker

Opgenomen als scenario

PMD+ en Organisch Natte Fractieinzameling In plaats van resp. restafval+PMD en GFT.

Niet opgenomen

In deze variant dienen burgers te scheiden op basis van een droge en natte fractie in plaats van restafval+PMD en GFT. Daarmee wordt kwaliteitsverbetering van de aangeboden stromen beoogd. Echter is voor deze variant op het moment van deze analyse te weinig praktijkdata beschikbaar, en is het op dit moment niet realistisch in te voeren bij de verwerkers. Daarnaast draait dit concept op een psychologisch effect van het ‘afschaffen’ van de term ‘restafval’. Het uitgangspunt om de natte fractie gescheiden in te zamelen is in de praktijk nu ook feitelijk ook al zo met gescheiden GFT inzameling.

Diftar Tarief per hoeveelheid of keer dat restafval aangeboden wordt

Opgenomen als scenario

Diftar is een tariefsysteem dat steeds meer in Nederlandse gemeenten gebruikt wordt, waarmee het aanbieden van restafval wordt ontmoedigd. De variant wordt niet toegepast of overwogen in de Avalex-gemeenten, door het hoge potentieel ten opzichte van andere varianten is er de behoefte om het effect in kaart te brengen.

Beloonsysteem ‘Afval loont’-concept; restitutie/verlaging per aanbod gescheiden fractie

Niet opgenomen

Tariefprikkel

Verwerking

Inzameling / service

Tabel 6-1 - inzamelvarianten en verwerking in scenario's

1-6-2022

Icoon

HNI

Door laagfrequente inzameling wordt service op restafvalinzameling ook verlaagd, waardoor men eerder geneigd is tot het scheiden van afval. Deze variant is alleen van toepassing voor minicontainerinzamelin en kan niet gecombineerd worden met restafval op afstand.

Laagfrequent

Bij nascheiding worden restafval en PMD samen ingenomen en bij de verwerker machinaal nagescheiden. Binnen de Avalex-gemeenten is nascheiding een alternatief dat meer besproken wordt omdat het tot betere milieu en kosten resultaten zou leiden en het bovendien minder inspanning van burgers vergt.

Na scheiding

€

Diftar

Met het afval loont-concept worden vergoedingen aangeboden voor gescheiden stromen die burgers aanbieden. Deze variant wordt in de praktijk vrijwel niet toegepast en eerdere experimenten met het systeem bleken financieel niet haalbaar.

BI2268-IB-RP-220211-2242

34

Projectgerelateerd

Bijlage B - Verdieping kostenkengetallen model Hieronder volgt een toelichting op de kostenkentallen zoals gehanteerd in het rekenmodel.

1. Verwerkingskosten Onderstaand is een tabel met tarieven opgenomen die binnen de scenario’s is gehanteerd. De verwerkingskosten zijn berekend door de te verwerken stromen te vermenigvuldigen met onderstaande prijzen. Tabel 1 - Prijzen en vergoedingen gehanteerd voor verwerkingskosten. Negatieve prijs betekent opbrengst Stroom

Prijs / vergoeding

Bron

Restafval verwerkingstarief

86,74 euro / ton

Tarievenblad Avalex 2022

Restafval verbrandingsbelasting

33,58 euro / ton

Rijkswaterstaat

GFT

63,07 euro / ton

Tarievenblad Avalex 2022

Papier

-100 euro / ton

Gemiddelde prijs van afgelopen 5 jaar

PMD

-245 euro / ton

Nedvang-vergoeding van 2020

2. Containerkosten De kosten die gemaakt worden voor containers worden apart berekend en bijgehouden. De containerkosten worden berekend door voor iedere gemeente het aantal minicontainers, verzamelcontainers en ondergrondse containers te vermenigvuldigen met hun respectievelijke prijzen die gelden voor de jaarlijkse kapitaalkosten en de onderhoudskosten. Prijzen onderhoud en kapitaallasten per container We hanteren de volgende prijzentabel voor onderhoud en kapitaallasten voor iedere container. Deze tarieven gelden in de baseline en in de doorgerekende scenario’s. Tabel 2 - Onderhoudskosten en kapitaallasten per inzamelmiddel Inzamelmiddel Minicontainer

Verzamelcontainer

Ondergrondse container

Post

Prijs

Bron

Onderhoudskosten

2 euro / jaar / container

Expert opinion RHDHV

Kapitaallasten

1,97 euro / jaar / container

DVO Avalex 2021

Onderhoudskosten

50 euro / jaar / container

Expert opinion RHDHV

Kapitaallasten

13 euro / jaar / container

DVO Avalex 2021

Onderhoudskosten

718 euro / jaar / container

DVO Avalex 2021

Kapitaallasten

496 euro / jaar / container

DVO Avalex 2021

Aantal containers: Baseline Voor de baseline geldt dat het aantal containers dat binnen iedere gemeente gehanteerd wordt rechtstreeks afkomstig is uit de DVO 2021. Mutatie aantal containers in scenario’s In andere inzamelvarianten kan het aantal containers wijzigen. In dit model is het uitgangspunt dat alleen scenario’s met verdere uitbreiding van HNI een significante impact hebben op de containerstand binnen iedere gemeente, omdat het in dat geval een direct gevolg is van de inzamelvariant. Dit betekent dat voor de andere varianten het aantal containers hetzelfde blijft als in het baseline-scenario. In het model zijn daarvoor per stroom de volgende uitgangspunten genomen:

1-6-2022

BI2268-IB-RP-220211-2242

35

Projectgerelateerd

Tabel 3 - Wijziging containerstand als gevolg van verdere uitvoer HNI Stroom

Wijziging containerstand

Restafvalinzameling

In archetype L2 en H2 wordt alle restafvalinzameling gemigreerd naar inzameling door middel van ondergrondse containers. Het aantal containers wordt bepaald door het gemiddeld aantal aansluitingen per ondergrondse containers dat in de gemeente geldt.

Gescheiden stromen (GFT, OPK, PMD)

In archetype L2 en H2 worden stromen die in de baseline niet worden ingezameld wel apart ingezameld. In L2 door middel van minicontainers, in H2 door middel van verzamelcontainers. Het aantal extra containers wordt bepaald door het gemiddeld aantal containers per aansluiting dat in de gemeente geldt.

PMD in geval van nascheiding

Voor alle archetypen wordt aangenomen dat het aantal inzamelmiddelen naar 0 gaat.

In het model wordt niet uitgegaan van desinvesteringskosten die het gevolg zijn van de vermindering / afdanking van containers die niet meer gebruikt worden. Daarmee blijft de vroegtijdige afschrijving van containers buiten beeld.

3. Inzamelkosten en kosten Voor de inzamelkosten is onderscheid gemaakt in aantal routes, inzamelfrequentie en routeprijs (directe kosten per route). Het product van deze componenten voor iedere stroom leidt tot de inzamelkosten. Routeprijs inzameling Volgens de DVO_2021 zijn de inzamelkosten per route constant voor alle gemeenten en afvalstromen. De volgende prijzen zijn daarbij gehanteerd voor zowel de huidige situatie als de toekomstige situatie. De prijs betreft de directe kosten die gelden voor de inzameling in 2022: personeels- en voertuigkosten, exclusief opslag bedrijfsvoeringkosten en exclusief containerkosten. Tabel 4 - Kosten en inhoud van containers gebruikt in Avalex-gebied. Kosten zijn gebaseerd op DVO 2021. De inhoud is op basis van eigen expertise Kostenpost

Prijs

Inhoud per container

Kosten route minicontainer

1.420 euro / route

160 liter

Kosten route verzamelcontainer

1.420 euro / route

1.100 liter

Kosten route ondergrondse container

790 euro / route

5.000 liter

Inzamelfrequentie en routes huidige situatie Voor het berekenen van de inzamelkosten van de huidige situatie is uit de DVO van 2021 van Avalex voor iedere gemeente, afvalstroom en inzamelmiddel de inzamelfrequentie en het aantal routes bepaald dat geldt voor 2021. Inzamelfrequentie in scenario’s De inzamelfrequentie wordt direct beïnvloed door de twee scenario’s waarbij de restafvalinzameling verlaagd wordt. In die scenario’s is uitgegaan van een verlaging naar 13 keer per jaar (oftewel, een keer in de 4 weken). Deze frequentie is gebaseerd op toepassing bij vergelijkbare gemeenten en onze expertise binnen huishoudelijke afvalinzameling in Nederland. Aantal routes in scenario’s In het model is het aantal routes in de scenario’s nader verfijnd tot het product van container-efficiëntie (het aantal containers dat een inzamelvoertuig per dag kan ledigen) en het aantal containers. Het aantal containers is reeds toegelicht in paragraaf 2. Voor de container-efficiëntie zijn de volgende uitgangspunten genomen in alle verschillende scenario’s: 1-6-2022

BI2268-IB-RP-220211-2242

36

Projectgerelateerd

Tabel 5 - Wijziging container-efficiency voor berekening wijziging inzamelkosten Stroom

Basis verandering container-efficiency

Toelichting verandering container-efficiency.

Restafval

Container-efficiëntie neemt evenredig toe met afname ingezameld restafval

Het uitgangspunt is dat restafval nu efficiënt wordt ingezameld. De container-efficiency neemt daarmee evenredig toe met de afname van de vulgraad van het scenario t.o.v. het huidige scenario. Het uitgangspunt is dat de gescheiden stromen nu niet optimaal worden ingezameld; en daarmee de kosten pas toenemen als de vulgraadgrenzen worden overschreden. Per archetype wordt vastgesteld hoe ‘vol’ de containers gemiddeld zitten (zie voor kengetallen die voor containers aangehouden zijn tabel 4.12). In de regel geldt: 

GFT, OPK en PMD (inclusief vervuiling)

Container-efficiëntie neemt af afhankelijk van vulgraadanalyse

Als de maximale vulgraad in het scenario overschreden wordt, neemt de container-efficiëntie evenredig af met het toegenomen volume Als de vulgraad 75% van de maximale vulgraad overschrijdt, neemt de container-efficiëntie evenredig af vermenigvuldigd met 75%. Als de vulgraad in het scenario de 50% van de maximale vulgraad, neemt de container-efficiëntie evenredig af vermenigvuldigd met 50%.

Bovenstaande principes houden in dat pas als de vulgraad in de buurt komt van het gestelde vulgraad-maximum, komt bij de gescheiden stromen, de container-efficiëntie afneemt en de inzamelkosten zullen toenemen.

Voor het berekenen van de vulgraad voor iedere stroom, vermenigvuldigen we de jaarlijkse containerinhoud. Dat is het aantal containers maal (x) de inzamelfrequentie (zie boven), maal (x) de inhoud van de containers maal (x) opgehaald tonnage maal (x) dichtheid. Tabel 6 - Dichtheden per stroom en maximale vulgraad gehanteerd voor berekenen vulgraad Stroom

Dichtheid (ongeperst)

Maximale vulgraad

Restafval

120 kg / m3

75%

GFT

750 kg / m3

20%

Oud papier en karton

120 kg / m3

80%

PMD

120 kg / m3

80%

4. Kosten Diftar Er zijn 3 scenario’s waarbij er sprake is van Diftar. Deze scenario’s brengen behoorlijke organisatorische veranderingen teweeg, waarbij de registratie op gebruikersniveau moet worden uitgebreid. Dit houdt onder anderen in dat op containerniveau gebruiksregistratie moet plaatsvinden en er is sprake van communicatiekosten en kosten voor een nieuw facturatiesysteem. Om de kosten in te schatten is gebruik gemaakt van de rapportage in opdracht van NVRD (2021)14. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen (eenmalige) investeringskosten die over 10 jaar kunnen worden afgeschreven en structurele meerkosten die worden gemaakt. 14

Financiële implicaties van Diftar VANG support, Stantec (2021)

1-6-2022

BI2268-IB-RP-220211-2242

37

Projectgerelateerd

Investeringskosten In de uitwerking naar de situatie van Avalex zijn de investeringskosten gedimensioneerd naar kosten per aansluiting en kosten per container. Deze kosten zijn weergegeven in onderstaande tabellen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen aansluitingsafhankelijke kosten en containerafhankelijke kosten. Deze laatste categorie bevat de kosten voor aanpassing van ondergrondse en verzamelcontainers voor restafval zodat het aantal inworpen kan worden afgerekend. Voor de eenmalige kosten is uitgegaan van een afschrijving van 10 jaar. Noot: voor aanpassing bij restafvalminicontainers zijn in dit model geen investeringskosten opgenomen. Deze kosten betreffen de aanpassing van de inzamelvoertuigen, deze moeten de lediging van onafhankelijke minicontainers kunnen registreren, en in geval van afrekening op basis van gewicht, ook kunnen wegen. Daarnaast moeten minicontainers zijn uitgerust met een chip zodat die uitgelezen kan worden. Uit gesprekken met Avalex bleek dat een aantal inzamelvoertuigen al was uitgerust met een registratiesysteem en dat de meeste minicontainers ook van een chip zijn voorzien. Omdat de precieze stand nog onduidelijk is, is deze post buiten beschouwing van dit model gelaten. Tabel 7 - Overzicht eenmalige kosten per aansluiting voor invoering Diftar (o.b.v.

Eindrapportage Stantec financiële implicaties Diftar met bewerking vanuit bedrijfsvoering Avalex) afgeschreven over 10 jaar

Kostenpost

Kosten per aansluiting – inschatting Avalex (gebruikt voor kosteninschatting)

Inrichting facturatiesysteem

€0,60

Extra inzet communicatie invoering

€1.21

Inzet afvalcoach*

€0,91

Extra inzet handhaving tijdens invoeringsperiode

€0,91

Extra inzet reiniging tijdens invoeringsperiode

€0,27

Aanpassen openbare prullenbakken

€0,00

Projectleiding*

€5.02

Uren inzet eigen organisatie

-

Totaal

€9,51

Tabel 8 – Kosten voor aanpassing containers Kostenpost

Kosten per container

Kosten aanpassing ondergrondse restafvalcontainer en verzamelcontainers

1-6-2022

1.000

BI2268-IB-RP-220211-2242

38

Projectgerelateerd

Structurele meerkosten in exploitatie Uit de NVRD-rapportage zijn de structurele kosten gedimensioneerd naar kosten per aansluiting. Op basis van intern overleg met Avalex is daarbij aangenomen dat bepaalde kosten zoals communicatie geen aanvullende kostenpost met zich meebrengt ten opzichte van de huidige kosten. De uitsplitsing van invoering van Diftar is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 9 - Overzicht structurele meerkosten Diftar per aansluiting (o.b.v. Eindrapportage Stantec financiële implicaties Diftar met bewerking vanuit bedrijfsvoering Avalex) Kosten per aansluiting Inschatting Avalex

Kostenpost

Extra kosten facturatie

€3,00

Extra kosten administratie €0,30 Extra inzet communicatie

-

Extra inzet handhaving

-

Extra inzet reiniging

-

Totaal structurele meerkosten

€3,30

5. Kosten Afkeur In onderstaande tabel is een gevoeligheidsanalyse opgenomen van een reductie in afkeur van PMD ten opzichte van de baseline. Effect van afkeur op hoeveelheid restafval en afvalbeheerkosten A-gemeenten

C-gemeenten

Restafvalhoeveelheid (kg/inw)

Afvalbeheerkosten rest, gft, opk, pmd (EUR / huishouden)

Restafvalhoeveelheid (kg/inw)

Afvalbeheerkosten rest, gft, opk, pmd (EUR / huishouden)

Baseline (huidig scenario)

207

€154

186

€196

Afname bij 25% minder afkeur

-1,8 kg restafval per inw; -0,8%

-€1,25 per huish; -0,8%

-2,3 kg restafval per inw; -1,3%

-€2,12 per huish; -1,1%

Afname bij 50% minder afkeur

-3,5 kg restafval per inw; -1,7%

-€2,51 per huish; 1,6%

-4,7 kg restafval per inw; -2,5%

-€4,25 per huish; -2,2%

1-6-2022

BI2268-IB-RP-220211-2242

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12237772/1