Rapport verbreed GRP
Tekst van het document
In grote delen van Nederland daalt de bodem: De verwachte daling en stijging van het oppervlak van Nederland voor het jaar 2050 ten opzichte van de huidige situatie (bron: Rijkswaterstaat, NAM)
Bodemdaling (rood) en -stijging (blauw) Delft verplaatsingsrange minus of plus 2 mm per jaar (bron: InSAR-metingen SkyGeo)
35
Als beheerder van de openbare ruimte streeft de gemeente naar de ontwateringsdieptes zoals opgenomen in tabel 5-2 in paragraaf 5.3.1. Het zijn gewenste ontwateringsdieptes, omdat het gezien de historische groei van veel situaties niet altijd mogelijk is zijn deze ontwateringsdieptes daadwerkelijk te behalen. Daarnaast zijn de grondwaterstanden en daarmee de haalbare ontwateringsdiepten gebieds- en/of wijk afhankelijk.
Maatregelen bij structurele grondwateroverlast Zoals hiervoor beschreven beoordeelt de gemeente eerst of er sprake is van structurele overlast veroorzaakt door afwijkende grondwaterstanden in openbaar gebied.
Inzicht in grondwatersituatie Voor een zorgvuldige afhandeling zal de gemeente (mede) onderzoeken waar oplossingen voor de problemen kunnen liggen. Daarbij neemt de gemeente de volgende aspecten mee: • of er geen andere partij (particulier, hoogheemraadschap, provincie) verantwoordelijk is voor het probleem; • of de mogelijke maatregel doelmatig is en niet leidt tot nieuwe knelpunten.
De gemeente beschikt over een uitgebreid grondwatermeetnet van 210 actieve peilbuizen waarmee de gemeente de grondwaterhuishouding monitort. Deze metingen worden o.a. gebruikt voor analyse en beoordeling van klachten. De grondwaterstanden zijn in te zien via de gemeentelijke website. De analyseresultaten uit dit meetnet vormen de basis om toekomstige grondwateroverlast en/of –onderlast, zowel in bestaand gebied als bij toekomstige werken of nieuwbouw tijdig te herkennen en zoveel mogelijk te voorkómen. Het grondwatermeetnet richt zich op het structureel verzamelen van grondwaterstanden. Bij toekomstige projecten worden 2 jaar vóór de realisatie peilbuizen geplaatst om voldoende relevante grondwaterinformatie van deze locatie te verkrijgen. Eén of meerdere peilbuizen kunnen indien gewenst na realisatie van het project blijven staan om deze vervolgens op te nemen in het grondwatermeetnet.
De gemeente hanteert voor de aanpak van structurele grondwateroverlast de volgende gedragslijn.
Tabel 5-6 Gedragslijn grondwateroverlast Ontwateringsdiepte
Gedragslijn
< 50 cm - maaiveld
Als er bij groot onderhoud van de riolering of de weg kansen zijn, worden maatregelen meegenomen om grondwateroverlast te voorkomen of te beperken.
Tussen 50 cm en 70 cm - maaiveld
Als er bij groot onderhoud van de riolering of de weg kansen zijn, wordt onderzocht of het gewenst en mogelijk is om maatregelen te nemen om grondwateroverlast te voorkomen of te beperken.
Meer dan 70 cm maaiveld
In beginsel worden er geen maatregelen genomen.
Hiermee wordt het meetnet geleidelijk aan verdicht en wordt specifiekere grondwatersysteemkennis verzameld.
Grondwatervoorzieningen De gemeente heeft op verschillende locaties drainage- en infiltratiestelsels om de grondwaterstanden te reguleren. Voor zover het de voorzieningen in de openbare ruimte betreft is de gemeente verantwoordelijk voor het: • Controleren van de staat van de voorzieningen. • Controleren van het functioneren van de voorzieningen. • Regulier onderhouden van de voorzieningen.
Bij structurele problemen op zowel particulier als openbaar terrein streeft de gemeente naar een gezamenlijke en doelmatige (maatwerk) oplossing. De maatregelen wordt in beginsel bij rioolvernieuwing gerealiseerd.
Het beheer en onderhoud van de drainage/infiltratieleidingen wordt planmatig en waar mogelijk op basis van meldingen en de metingen met het grondwatermeetnet uitgevoerd. Drainagesystemen in groengebieden en het onderhoud daarvan staat los van de rioleringszorg. De gemeente streeft ernaar dat grondwatervoorzieningen in groengebieden en grondwatervoorzieningen voor de rioleringszorg elkaar niet nadelig beïnvloeden. Daarvoor worden specifieke beoordelingen uitgevoerd. Dit valt niet binnen het vGRP. 36
De particulier is verantwoordelijk voor de controle en het onderhoud van de grondwatervoorzieningen op het eigen terrein.
in de regio en het onregelmatig zwellen van de ondergrond (bodemstijging). Dit kan ongewenste effecten op gebouwen, constructies, waterkeringen en infrastructuur tot gevolg hebben. Om dergelijke ongewenste situaties en mogelijke schade te voorkomen heeft Delft in 2017 besloten te starten met een zeer geleidelijke en zorgvuldige afbouw van de grondwateronttrekking. Er zijn nu vier afbouwstappen gezet (in 2017, 2018, 2019 en 2020) en een vijfde afbouwstap is voorbereid om door te voeren zodra metingen aantonen dat dit zonder schade of overlast voor de omgeving mogelijk is.
Grondwaterkwaliteit De grondwaterzorgplicht heeft primair betrekking op de grondwaterkwantiteit en niet op de -kwaliteit. Kwaliteits aspecten zijn relevant indien bij ingrepen in het grondwater systeem er een risico bestaat op verspreiding van (bodem) verontreinigingen, bijvoorbeeld als gevolg van tijdelijke of permanente bemalingen of via lozing van verontreinigende stoffen op het oppervlaktewater. Ook kan er sprake zijn van kwaliteitsverlies door kwel of brak water, die effect hebben op flora en fauna en de levensduur van ondergrondse infra structuur. Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet in 2022 krijgt de gemeente meer verantwoordelijkheid met betrekking tot de grondwaterkwaliteit en bodemsaneringen. In de planperiode 2022-2026 zal de gemeente zich hierop nader bezinnen en bepalen hoe daarmee op het gebied van riolering & stedelijk water moet worden omgegaan.
Om eventuele effecten van de afbouw van de grondwateronttrekking op wateroverlast voor te zijn, heeft de gemeente komende jaren budget vrijgemaakt om op gevoelige locaties aanvullende drainage aan te leggen.
5.3.3 Grondwatermaatregelen bij rioolvervanging Bij werken in de openbare ruimte zoals het vervangen van oude riolering is de gemeente alert op ongewenste stijging van de grondwaterstand als gevolg van het wegvallen van de drainerende werking van oude lekkende riolen en kelders (voorlichting). De gemeente zorgt bij voorkeur voor compensatie hiervan, zodat de gewenste ontwateringsdieptes worden bereikt, maar is hiertoe niet verplicht. De gemeente laat voorafgaand aan de werkzaamheden aan de eigenaren van de omliggende panden weten welke werkzaamheden uitgevoerd gaan worden en welke gevolgen deze werkzaamheden mogelijk hebben voor de grondwaterstanden. Communicatie hierover is maatwerk. Als er drainage mee gelegd wordt, biedt de gemeente aan dat ontwateringsmiddelen vanaf particulier terrein aangesloten kunnen worden op het drainagestelsel.
De voornoemde vermindering van onttrokken grondwater, die plaatsvindt met toestemming van de provincie Zuid-Holland, wordt in de komende jaren en na instemming van de Provincie verder voortgezet. De afbouw van de onttrekking wordt door de buurgemeenten ondersteund met een jaarlijkse financiële bijdrage. Deze bijdrage heeft de gemeente Delft nodig voor de monitoring van de grondwaterdynamiek op basis van honderden peilbuizen en satellietbeelden. De gemeente Delft kan zo op tijd zien of er problemen ontstaan en bepalen of een volgende afbouwstap verantwoord is. Vooralsnog is er weinig invloed van de afbouw van de onttrekking waargenomen, maar naar verwachting van de gemeente gaat de kritische periode waarin effecten wel zichtbaar gaan worden aanbreken. De verwachting is dat de buurgemeenten in de komende planperiode (financieel) blijven bijdragen aan het monitoren van de grondwaterstand en het onderzoeken van de mogelijke gevolgen van droogvallende fundering en de effecten daarvan.
Bronneringswater Bronneringswater en water afkomstig uit WKO’s vallen voor lozing beide onder Besluit lozen buiteninrichting (Blbi). Het Hoogheemraadschap is bevoegd gezag voor de grondwateronttrekkingen, o.a. tijdens bouwwerkzaamheden. Bij het verlenen van de vergunning houdt het Hoogheemraadschap rekening met alle belangen in de omgeving die kwetsbaar zijn voor grote veranderingen in de grondwaterstand, zoals bebouwing, wegen en de groenvoorziening. Ook wordt nagegaan of bodemverontreinigingen niet verplaatsen. Lozing van bronneringswater vindt bij voorkeur, in overleg met het Hoogheemraadschap, plaats op het oppervlaktewater. Als dit niet mogelijk is kan Daarna in overleg met de gemeente en het Hoogheemraadschap worden overwogen om op de RWA-riolering te lozen. In geval van verontreinigd grondwater kan lozing op de afvalwaterriolering noodzakelijk zijn. De ODH vergunt dit. Voor lozing van bronneringswater op de afvalwater- of hemelwaterriolering is ook toestemming nodig van de gemeente.
5.3.4 Grondwateronttrekkingen Op de locatie van DSM in Delft-Noord vindt sinds 1916 een grondwateronttrekking plaats. Oorspronkelijk werd het grondwater gebruikt als koelwater voor de industrie maar dat was na 2009 niet meer nodig. De onttrekking is toen overgegaan naar de Gemeenschappelijke Regeling Beheer Grondwateronttrekking Delft-Noord (GR) en sinds begin 2016 ligt het eigenaarschap en beheer bij de gemeente Delft. De grondwateronttrekking verstoort de natuurlijke grondwaterstanden in de regio, werkt bodemdaling in de hand en kost jaarlijks veel geld. Redenen voor Delft om de onttrekking te willen verminderen en te streven naar het geheel stopzetten ervan op termijn. Het plotseling stoppen van de onttrekking kan leiden tot abrupt stijgende ondiepe grondwaterstanden en waterdruk 37
Warmte- en koudeopslag (WKO) Het grondwater dat vrijkomt bij de ontwikkeling van WKO-bronnen mag in overleg met het hoogheemraadschap van Delfland en de Gemeente op de riolering geloosd worden. Het grondwater dat vrijkomt bij het tweejaarlijks onderhoud dient geretourneerd te worden in de bodem. Binnen het NAD wordt er een projectgroep opgezet om gezamenlijk te kijken hoe om te gaan met indirecte lozingen waaronder de WKO- lozingen. In de “Nota bevordering doelmatige werking zuiveringtechnische werken 2016” staat ook beschreven hoe met WKO-lozingen omgegaan dient te worden.
Naast extreme neerslag zullen ook de periodes van droogte naar verwachting in lengte toenemen. Hierdoor zakt de grondwaterstand verder uit met risico’s voor funderingen, verhardingen, groenvoorzieningen en bodemdaling tot gevolg. De opgave voor de gemeente hierin bevat onder meer: • Herkennen van periodes die leiden tot uitzakken van de grondwaterstand. • Het hebben van voldoende wateraanvoer om peilbeheer te handhaven. • Voldoende dichtheid van sloten om uitzakking van de grondwaterstand in risico gebieden zoveel mogelijk te voorkomen.
5.5.3 Grondwater & klimaatverandering Als gevolg van klimaatverandering worden buien naar verwachting intenser. Dit betekent dat er in kortere tijd meer neerslag valt dan in de huidige situatie. Door het vergroenen van de openbare ruimte, toepassen van halfverhardingen en de inzet van waterbergingsvoorzieningen, zal een klein deel van het regenwater in de bomen kunnen treden. Actief inzetten op infiltratie van neerslag in de bodem kan alleen na het vergroten van de infiltratiecapaciteit van de ondergrond. In Delft is er zonder ingrepen sprake van klei- en veengronden en hoge grondwaterstanden.
Oplossingen worden gevonden in een met elkaar samen hangende boven- en ondergrondse inrichting, waarbij harde technische oplossingen worden gecombineerd met groeneen blauwe thema’s en ecologische aspecten.
Oppervlaktewater Het oppervlaktewater is een gezichtsbepalend element in de stad en bepaalt mede de cultuurhistorische en stedelijke identiteit en kwaliteit. Dit geldt niet alleen voor de binnenstad. Ook in de wijken daaromheen is water een beeldbepalend element dat bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving. Schoon oppervlaktewater maakt de stad niet alleen aantrekkelijk, het draagt ook bij aan de gezondheid, klimaatbestendigheid ervan en de biodiversiteit daarin. Door in te zetten op schoon en zichtbaar oppervlaktewater dat voldoende ruimte krijgt in bestaande en nieuwe gebieden en dat meedoet in het functioneren van HWA- en drainage/infiltratievoorzieningen willen we leven met water meer gangbaar maken. Water moet op een structurele, aantrekkelijke en met de stad harmoniërende manier de plaats kunnen terugkrijgen die ze in het verleden heeft moeten inleveren. De visie op het zorg dragen voor het oppervlaktewater richt zich op de volgende doelen: • Het bijdragen aan voldoende bergings- en afvoercapaciteit om hemelwater en grondwater te kunnen vasthouden en/of te kunnen afvoeren. • Het bijdragen aan de kwaliteit van het oppervlaktewater, de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving, de waterbodem, en van een goede ecologie door planmatig beheer en onderhoud.
• Het wegnemen van knelpunten in de bergings- en afvoercapaciteit van watergangen en duikers door het HHD en het zo nodig ontvlechten van gecombineerde duikers en regenwaterriolering ten gunste van een transparant beheer en onderhoud en een doelmatig functionerend systeem. • Het benutten van de potentie van stedelijk water als belangrijke ruimtelijke drager voor een goed verblijfsklimaat passend bij de gebiedskenmerken van de verschillende wijken. • Water draagt in een belangrijke mate bij aan de ecologische kwaliteit en de daarin gestelde ambities/doen van de gemeente.
38
5.4.1 Samenwerking
5.4.2 Oppervlaktewater kwantiteit
Het Hoogheemraadschap en de Gemeente hebben ieder een duidelijke eigen verantwoordelijkheid in het waterbeheer. In de dagelijkse praktijk is het Hoogheemraadschap verantwoordelijk voor het peilbeheer (het afvoeren van water en het op niveau houden van het waterpeil in de sloten) en voor beheer en onderhoud van waterkeringen, de boezemwateren in de binnenstad, (hoofd)waterlopen en sloten, waaronder het jaarlijks schonen, baggeren, kroos-vrijmaken en het vuilvrij maken van lozingspunten en duikers. Daarbij bewaakt het Hoogheemraadschap ook de (zwem)waterkwaliteit.
De afvoercapaciteit van het oppervlaktewater en van de riolering beïnvloeden elkaar. Daarom is het noodzakelijk om ook in gezamenlijkheid naar waterkwantiteit te kijken en de opgaven die daaruit voortvloeien als gezamenlijke opgave aan te pakken.
Waterveiligheid
De gemeente draagt zorg voor resterende ongeveer 6 tot 10% oppervlaktewater in Delft en het onderhoud aan de walkanten en oevers, baggeren en vuilvrij maken van lozingspunten en de constructie van duikers. Daarnaast staat de gemeente aan de lat voor het constructieve beheer en onderhoud aan duikers. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het natte profiel van de duikers. Naast de Gemeente en het Hoogheemraadschap zijn in het poldergebied ten oosten van de A13 perceeleigenaren zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud aan hun sloten en ontwateringsvoorzieningen. De verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap reikt tot en met de hoofdwaterloop. Gemeente en Hoogheemraadschap zullen de samenwerking rond gezamenlijke verantwoordelijkheden en opgaven verder gaan structureren en inbedden in beide organisaties en overlegstructuren. Het opzetten van een gezamenlijke “wateragenda” of een “programma water” gaat helpen om structureel integraal te werken, voldoende breed te kijken, koppelkansen tussen opgaven te benutten en risico’s te vermijden. Daarnaast zal er (als onderdeel van het watertoetsproces) nadrukkelijker aandacht worden gegeven aan het vasthouden aan gemaakte afspraken en het (alleen) gemotiveerd en in onderling overleg afwijken van gemaakte afspraken en (beleids)keuzes.
Ook zal de technische impact van het afwijken van gemaakte afspraken/vigerend beleid nadrukkelijker in de afwegingen worden betrokken en meegewogen. Tot eind 2021 is het waterbeheerplan5 nog van kracht. Vanaf 2022 wordt voor de planperiode 2022-2027 het waterbeheerplan6 actueel. Daarnaast wordt de herpolderingsovereenkomst geactualiseerd en treedt het Stroomgebiedbeheerplan3 voor de laatste KRW-planperiode in werking. Ook spelen de uitkomsten uit de OAS Harnaschpolder, de woningbouwopgave, de watersysteemanalyses een rol in mogelijk noodzakelijke beleidsaanpassingen die tijdens de planperiode van het vGRP moeten worden doorgevoerd. De gemeente zet in op het oppakken van een gezamenlijke verantwoordelijkheid en vroegtijdige wederzijdse afstemming.
39
Veilig en beheerst water gaat ook om veilige kades in de stad. Waterkeringen horen aan bepaalde normen te voldoen, die door het Hoogheemraadschap periodiek worden getoetst. Keringen die niet voldoen worden opgehoogd of versterkt om de situatie te verbeteren, bij voorkeur in combinatie met onderhoud aan de openbare ruimte. Een voorbeeld hiervan zijn waterkeringen waarop een weg ligt. Maatschappelijk is het wenselijk dat het ophogen van de waterkering gelijktijdig met het onderhoud en/of de herprofilering van de weg plaatsvindt. Zo besparen we kosten en voorkomen we onnodige hinder voor bewoners en bedrijven.
Duikers In de gescheiden gerioleerde gebieden komt het met enige regelmaat voor dat duikers en regenwaterriolering op elkaar zijn aangesloten of dat duikers zelfs onderdeel uitmaken van de regenwaterriolering. Ook komt het voor dat de gemeentelijke riolering via een overstortvoorziening rioolwater loost op de duiker. Gemeente en Hoogheemraadschap zullen, mede op basis van de uitkomsten uit de OAS Harnaschpolder, bepalen in hoeverre de voornoemde gecombineerde functies doelmatig zijn en/of een onwenselijke impact hebben op de afvoercapaciteit van de riolering of het oppervlaktewater. Op basis daarvan worden eenduidige afspraken gemaakt om zoveel mogelijk binnen de gebiedsgerichte aanpak grijze gebieden op te helderen en knelpunten op te lossen. Wanneer functies gecombineerd blijven of wanneer er door aanpassingen nieuwe situaties ontstaan (bijvoorbeeld binnen de ambitie om water meer zichtbaar te maken en lange duikers op te heffen), zullen daarover concrete beheer en onderhoudsafspraken en afspraken over eventuele financiële consequenties worden gemaakt en vastgelegd.
Wateroverlast door neerslag
Schoon en gezond water
Bij wateroverlast door neerslag is sprake van twee situaties: het gaat hierbij om overstromingen vanuit het oppervlaktewater en overlast vanuit het riool en/of afstromend regenwater. De gemeente heeft voor wateroverlast in 2019 een zogeheten “stresstest” uitgevoerd. Op basis van die modelberekeningen voor het huidige en toekomstig klimaat (2050). Deze berekeningen zijn uitgevoerd met gebruikmaking van een riolerings- en een oppervlaktewatermodel. Door het combineren van de rekenresultaten zijn de impact van het oppervlaktewatersysteem op het functioneren van de riolering en de impact van de riolering op het functioneren van het oppervlaktewatersysteem in beeld gebracht.
In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) staat dat alle lidstaten moeten voldoen aan de doelen voor chemische en ecologische waterkwaliteit. Voor de aangewezen KRW-waterlichamen geldt een resultaatverplichting, voor de overige wateren een inspanningsverplichting. Alle overheden (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) staan samen aan de lat voor het behalen van de doelstellingen uit de KRW. Ieder neemt maatregelen binnen de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Voor alle wateren geldt: dat minimaal geen achteruitgang van de waterkwaliteit mag plaatsvinden. De komende planperiode worden de doelen en maatregelen verder uitgewerkt ten behoeve van het nieuwe Stroomgebiedsbeheerplan (SGBP3) voor de periode 2022-2027.
Op basis van deze berekeningen zijn de risico’s voor wateroverlast (peiljaar 2020) vanuit het riool en/of door afstromend regenwater goed in beeld.
Waterkwaliteit Een gesloten afvalwaterketen Bij werken aan het riool of bij aanpassingen in de openbare ruimte bekijkt de gemeente, mede beschouwd vanuit het gemeenschappelijke belang met het HHD, of het mogelijk is om de situatie verder te verbeteren. Dit zijn onder andere maatregelen zoals afkoppelen van verhard oppervlak, aanleg van grotere (eco)duikers, verminderen van het aantal duikers, het inkorten van de lengtes van duikers (beperken dood water), realiseren van ruimte voor water en het treffen van doorspoelvoorzieningen om de kwaliteit van het watersysteem duurzaam te verbeteren. Er wordt voor de gehele stad gestreefd naar nog doelmatiger samenwerken bij onderhoud en beheer van het water. Het NAD heeft als ambitie om een gesloten watersysteem te creëren. Het afvalwater wordt zodanig gezuiverd dat het effluent op het oppervlaktewater kan worden geloosd (Zoetwaterfabriek). Ook willen we op een duurzame manier omgaan met hemel- en grijswater door het een dubbele functie mee te geven. Oppervlaktewater kwaliteit en belevingswaarde De kwaliteit van het oppervlaktewater wordt beïnvloed door een groot aantal factoren, waaronder de afvoer van afvalwater, hemelwater en grondwater.
De Gemeente en het Hoogheemraadschap zetten zich in voor duurzaam schoon en gezond water door het oppervlakte- en grondwater schoon te maken en te houden en waar mogelijk watergangen en oevers natuurvriendelijk in te richten.
Waterkwaliteit is een belangrijk aandachtspunt binnen de waterhuishouding van de gemeente. Wanneer het HHD moet voldoen aan waterkwaliteitseisen kan dit gevolgen hebben voor de riool overstorten die daarop zijn aangesloten. Het moeten beperken van emissie uit de riolering op het oppervlaktewater kan de gemeente voor zeer hoge onvoorziene investeringskosten plaatsen. Als uitgangspunt geldt dat bij rioolvervangingen door het HHD wordt bepaald of de waterkwaliteit in de huidige situatie voldoet en of rioolvervangingsplannen een negatieve of positieve impact hebben op de waterkwaliteit. Hierbij wordt gekeken naar de chemische waterkwaliteit. Wanneer de waterkwaliteit niet voldoet of er een negatieve impact van plannen wordt verwacht wordt bij rioolvervangingsprojecten door Gemeente en HHD samen opgetrokken om tot oplossingen te komen.
Algemene eisen aan gemengde overstorten Het aanzien van gemengde riool overstorten op het oppervlaktewater worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Het aantal overstorten (fysieke constructies) mag niet toenemen; • De emissie uit de bestaande overstorten mag vergeleken met de huidige situatie niet toenemen. • Afkoppelen mag geen negatieve impact hebben op de waterkwaliteit.
Chemische waterkwaliteit Voor de chemische waterkwaliteit gelden twee soorten normen voor zowel KRW-waterlichamen als overige wateren: • Normen voor prioritaire stoffen. Dit zijn Europese normen, voor Nederland zijn deze vastgelegd in het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 (Bkmw 2009). • Normen voor specifieke verontreinigende stoffen. Dit zijn Nederlandse normen en vastgelegd in de Regeling monitoring kaderrichtlijn water (MR Monitoring). 40
Ecologische waterkwaliteit
In december 2021 worden deze vastgesteld door de Provincie Zuid-Holland en vastgelegd in regionale waterplannen en het waterbeheerplan 2022-2027 van Delfland.
Voor KRW-waterlichamen zijn de huidige ecologische doelen, en ook de normen voor de ecologie-ondersteunende stoffen, vastgelegd in het Ontwerp KRW-programma Hoogheemraadschap van Delfland 2016-2021.
Natte Ecologische Zones De ecologische doelen, alsook de normen voor de ecologie-ondersteunende stoffen, voor de periode 2022-2027 zijn vastgelegd in het Ontwerp KRW-programma Hoogheemraadschap van Delfland 2022-2027 en zal worden verankerd in het Waterbeheerplan 2022-2027 van HHD.
Bij de ecologische waterkwaliteit gaat het onder andere over de biodiversiteit die aanwezig is in en rond de watergangen. Delfland wil samen met de regio verder gaan met het aanleggen van een ecologisch netwerk met o.a. natte ecologische zones (NEZ). Deze worden aangelegd in logische structuren en zoveel mogelijk verspreid over het oppervlak van Delfland. Dit betekent dat er ook binnen Delft een zoekopgave ligt.
Bij de ecologische waterkwaliteit van KRW-waterlichamen kijken we naar: • vier biologische kwaliteitselementen: fytoplankton (algen), waterplanten (overige watervegetatie), macrofauna (met het blote oog zichtbare ongewervelde dieren, zoals slakken en libellen) en vissen; • een aantal biologie-ondersteunende parameters: fosfaat- en stikstofgehalte in het water, concentratie van zuurstof, chloride (zoutgehalte), zuurgraad, temperatuur en doorzicht. Voor de overige wateren leidt het Hoogheemraadschap ook ecologische doelen af.
Onderstaande plaatje geeft ter illustratie van voornoemde een overzicht van de KRW-waterlichamen, zoals die zijn beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021 van het Hoogheemraadschap van Delfland, alsmede de Bestuursovereenkomst schoon en gezond water Delfland 2015-2021. KRW-waterlichamen in Delft zijn de Oost- en West Boezem en de Karitaatmolensloot. Deze zijn weergegeven in bijlage A4 onderdeel B6.
41
Zwemwaterkwaliteit
De samenwerkende partners laten zich inspireren door verdienmodellen en gaan flexibel en transparant om met investeringen. Gemeenten en Hoogheemraadschap zullen vanuit NAD steeds nauwer met elkaar gaan samenwerken richting één kaderstellende en faciliterende maatschappelijke onderneming die regie houdt op de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid van de watercyclus, maar ruimte laat voor initiatief en innovatie.
De provincie Zuid-Holland wijst jaarlijks de zwemwaterlocaties in natuurwater aan. Dit zijn de officiële locaties waar regelmatig de kwaliteit en veiligheid van het water wordt beoordeeld tijdens het zwemwaterseizoen (1 mei tot 1 oktober). Voor deze aangewezen locaties gelden normen voor zwemwater in oppervlaktewater. Deze normen zijn te vinden in bijlage 1 van de Europese Zwemwaterrichtlijn.
De verwachting is dat in de toekomst steeds meer energie en grondstoffen uit het afvalwater zullen worden teruggewonnen. Voor het gebied van Delfland is daarbij zoet water ook een belangrijke grondstof.
Voor 2021 zijn de volgende zwemwaterlocaties aangewezen: • Delftse Hout; • Waterspeeltuin Tanthof; • Naturistencamping Delft (niet openbaar toegankelijk). Gemeente en Hoogheemraadschap spannen zich in om door middel van metingen de (zwem)waterkwaliteit te monitoren, de oorzaken van een achterblijvende waterkwaliteit te analyseren en deze door het nemen van maatregelen in de riolering en het oppervlaktewater te verbeteren of consolideren.
Daarnaast blijft de riolering ervoor zorgen dat de volksgezondheid, de leefomgeving en het milieu duurzaam worden veiliggesteld en beschermd. Het verbeteren van de waterkwaliteit en het anticiperen op klimaatveranderingen zullen een belangrijke rol (blijven) spelen.
Klimaatadaptief bouwen 5.4.4 Beheer en onderhoud watergangen Het beheer en onderhoud van het grootste en belangrijkste deel van het oppervlaktewater is in handen van het Hoogheemraadschap. Daarmee is de gemeente voor wat betreft het functioneren van de riolering en de drainage-/infiltratiesystemen, en daarom ook het al dan niet ontstaan van hinder en overlastsituaties, sterk afhankelijk van het Hoogheemraadschap. De samenwerking op het gebied van beheer en onderhoud van watergangen zal zich onder andere toespitsen op dit besef en de noodzaak om hieraan door middel van praktische en transparante afspraken verdergaande invulling te geven. Daarbij wil de gemeente inzetten op kwaliteitsbaggeren om de doorstroming, ecologische kwaliteit en beleving te verbeteren.
In 2018 heeft de gemeente Delft het convenant Klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland ondertekend en volgt sindsdien het convenant. Bouwbedrijven, gemeenten, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties en projectontwikkelaars gaan samen werken aan bebouwing die beter bestand is tegen weersextremen en bodemdaling. Het convenant is erop gericht om nieuwe ontwerpprincipes en standaarden te ontwikkelen, innovaties te stimuleren en meer proeflocaties mogelijk te maken. Verder wil het de ‘klassieke aanbestedingen’ ombuigen tot nieuwe manieren van financiering zoals een klimaathypotheek. In de nieuwe ontwerpprincipes worden uitgangspunten vastgelegd die leiden tot minder wateroverlast en hittestress, minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling, en meer biodiversiteit. De coalitie legt deze principes vast in een ‘programma van eisen’ voor klimaatadaptief bouwen dat vanaf begin 2019 gehanteerd wordt. Verder wordt er een methode ontwikkeld waarmee je kunt bepalen of een bouwproject aan de norm voor klimaatadaptief bouwen voldoet. Komende planperiode gaan we verder met het implementeren van klimaatadaptief bouwen.
5.5 Duurzaamheid & circulariteit Duurzaamheid en circulariteit zijn ook voor de gemeentelijke watertaken belangrijk. Op landelijk niveau zijn afspraken gemaakt in onder andere het Klimaatakkoord (49% reductie van broeikasgassen in 2030), Grondstoffenakkoord (Nederland circulair in 2050) en het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie (Nederland klimaatbestendig en water robuust in 2050).
Duurzaam doen Het instrumentarium van Duurzaam GWW biedt gemeenten een praktische werkwijze om duurzaamheid in GWW-projecten een plaats te geven, gebaseerd op de volgende vijf basisprincipes: 1. Vertaal de duurzaamheidsdoelen van je organisatie naar projecten en opgaves. 2. Neem duurzaamheid zo vroeg mogelijk mee, het liefste al in het integrale gebiedsontwikkeling stadium. In de planfase
Watercyclus sluiten Vanuit de visie van het NAD wordt gestreefd naar een gesloten watercyclus: De afvalwaterketen ontwikkelt richting een watercyclus waarbij alle partijen het fysieke systeem centraal stellen. Dat vraagt om samenwerking met verschillende partijen zoals drinkwaterbedrijven, energiebedrijven, onderzoeksinstellingen en particuliere initiatieven. 42
liggen namelijk de grootste duurzaamheidskansen. Benut kansen om samen met andere partijen duurzaamheidsdoelen te bereiken. 3. Focus per project of opgave op thema’s waar de meeste duurzaamheidswinst te behalen is. 4. Creëer ruimte voor innovaties en nieuwe duurzame oplossingen door ruimte te laten om zelf met oplossingen te komen. Zo krijgen markt en innovaties meer kansen. 5. Om duurzaamheid op uniforme wijze te toetsen, is er een set instrumenten gekozen, zodat duurzaamheid op een consistente wijze getoetst en geborgd wordt. Maak gebruik van het gezamenlijk instrumentarium zoals Omgevingswijzer, Ambitieweb, CO2-Prestatieladder en DuboCalc. Deze principes kunnen worden toegepast in projecten op het gebied van de gemeentelijke watertaken.
Materiaalgebruik Ten aanzien van keuzes met betrekking tot (circulair) materiaalgebruik volgt de gemeente de pilots die landelijk en in de regio lopen. Voor materialen die voor langere tijd in de ondergrond moeten functioneren blijft ‘degelijkheid’ een hele belangrijke eigenschap. Voor de riolering is het toepassen van gerecyclede grondstoffen van belang, maar het is alleen minder opportuun om voorop te lopen met de riolering, omdat het materiaal in de grond ligt en de levensduur zo ontzettend belangrijk is. Optie is om bijvoorbeeld in andere sectoren proeven te doen en lessen te trekken over de levensduur van gerecyclede producten. Bewezen ontwikkelde producten kunnen dan worden ‘overgeheveld’ naar de rioleringssector. In de planperiode zal de gemeente zich verder bezinnen op een doelmatige implementatie van duurzaamheid en circulariteit en de werkprocessen en het concretiseren daarvan in de riolering en stedelijk waterprojecten. Degelijkheid, langdurige functionaliteit, eenvoud en een lage frequentie beheer en onderhoud zijn hierbij zwaarwegende aspecten.
Duurzaamheid en circulariteit in Delft In oktober 2017 is de duurzaamheidsstrategie “Bouwen aan een duurzaam Delft, strategische keuzes op weg naar 2040” vastgesteld. Hierin zijn vier pijlers voor een duurzame samenleving benoemd: • Energieneutraal. • Klimaat adaptief. • Groen, blauw & gezond. • Circulaire economie.
Voor de rioleringszorg betekent dit dat ten aanzien van materiaalgebruik het gemeentelijke duurzaamheids-, circulariteits- en aanbestedingsbeleid wordt gevolgd.
5.6 Participatie & communicatie
In de visie “Op weg naar een circulaire economie in 2050” zijn de ambities van de gemeente voor wat betreft circulariteit in 2050 beschreven. Dat betekent onder andere: • Geen gebruik van primaire grondstoffen. • Geen afval.
Er wordt aangesloten bij de Delftse participatieaanpak zoals die is beschreven in “Delfts doen”. Onderscheid wordt gemaakt tussen participatie en communicatie. Participatie zal op hogere abstractieniveaus, op het gebied van visievorming en strategieën, plaatsvinden tussen de Gemeente, buurgemeenten (NAD-samenwerking), het Hoogheemraadschap en de Technische universiteit. Communicatie zal plaatsvinden op het niveau van de zorgplichten en de daarmee samenhangende onderwerpen.
Voor een actueel beeld van de ambities wordt verwezen naar de voornoemde visie. Vooral op de thema’s Klimaat adaptief, Groen en Blauw kan vanuit riolering en stedelijk water een bijdrage worden geleverd aan de duurzaamheidsstrategie. Primair wordt ingezet een brug te slaan tussen de meer abstracte strategieën en visies en de technische- en locaties specifieke kennis die aanwezig is. Daarmee wordt beoogd (gebied specifieke) realistische ambities na te jagen die in de praktijk ook daadwerkelijk een kans van slagen hebben. Door daarnaast in toenemende mate samen te werken in het integrale management van riolering-, water- en klimaat gerelateerde maatregelen in de openbare ruimte wordt beoogd duurzaamheid en circulariteit meer bewust, concreet en in zoveel mogelijk projecten een concrete plaats en invulling te geven. Dit resulteert er ook in dat de boven- en ondergrond steeds meer in samenhang met elkaar worden ingericht.
Communicatie tijdens campagnes & via de (digitale) media De gemeente sluit periodiek aan bij landelijke voorlichtingscampagnes gericht op een juist gebruik van de riolering. Daarnaast plaatst de gemeente geregeld artikelen in het regionale weekblad over rioleringszaken. Ook verstrekt de gemeente algemene- en projectgebonden informatie over de riolering en het oppervlaktewater via de gemeentelijke website en wordt de klimaatmaat ingezet bij het geven van (praktisch) advies en voorlichting in de wijk/buurt.
Communicatie bij projecten Informatievoorziening rond projecten moet professioneel gebeuren. Hinder tijdens werkzaamheden aan de riolering moet zo goed mogelijk worden gecommuniceerd en daarnaast 43
worden beperkt. Als onderdeel van de voorbereiding van projecten vindt door de afdeling Realisatie afstemming plaats met andere overheidsdiensten (binnen en buiten de gemeente) en kunnen bewoners tijdens informatiemomenten hun vragen en inbreng kwijt. Daarnaast wordt voorafgaand aan de uitvoering van projecten een communicatieplan opgesteld, hierin is o.a. een snelle afhandeling van vragen en meldingen tijdens de werkzaamheden gewaarborgd. Bij omvangrijke, langdurige projecten of projecten met veel omgevingsimpact wordt een omgevingsmanager aangesteld. Op projectniveau wordt er gecommuniceerd via bewonersinformatiemomenten, projectwebsite, project app of bewonersbrieven. Bovenstaande werken we uit in een communicatie- en participatieplan.
Communicatie over klimaatadaptatie Door middel van publicaties op de gemeentelijke website en in het lokale nieuwsblad wil de gemeente inwoners en bedrijven informeren over en aanzetten tot het juist gebruik van de riolering. Tevens zal worden gepubliceerd over klimaatverandering, de gevolgen daarvan voor de riolering en de openbare ruimte en de noodzaak om als perceel eigenaar/-bewoner maatregelen op eigen terrein te treffen om hinder of overlast in extreme situaties te beperken. Bij het vaststellen van de nieuwe hemelwater-/grondwaterverordening zal een overzicht worden gepubliceerd van de verdeling van verantwoordelijkheden tussen gemeente en inwoners. In de wijken is de Klimaatmaat actief die bewoners adviseert over het nemen van maatregelen op eigen terrein. De klimaatmaat heeft de gemeente als sparringpartner. Voorafgaand aan (riolerings)werkzaamheden, die een wijziging van het systeem en daaraan verbonden een wijziging van gebruik en gedrag betekenen, worden inwoners hierover geïnformeerd. Via reactie mogelijkheden tijdens bewonersavonden voorafgaand aan werkzaamheden worden inwoners in het planvormingsproces betrokken.
Communicatie over grondwater De gemeente hecht belang aan een goede voorlichting richting inwoners inzake de taken en verantwoordelijkheden van de particulier in relatie tot de zorgplicht grondwater. De communicatie hierover vindt plaats door informatievoorziening via de gemeentelijke website. Bij ingrepen in het openbare gebied (bijvoorbeeld rioolvervanging) informeert de gemeente de inwoners voorafgaand aan de werkzaamheden over de mogelijke wijzigingen in de grondwaterstand, over de maatregelen die de gemeente treft en de maatregelen die de bewoners of bedrijven zelf kunnen treffen om grondwateroverlast en/of –onderlast te bestrijden.
44
6
Wat gaan we doen (maatregelentabellen)
6.1 Inleiding
Rioolreparatie, -vervanging en -renovatie
In dit hoofdstuk zijn de maatregelen beschreven die de gemeente treft om de doelen voor de rioleringszorg te behalen. Deze bestaan enerzijds uit de vereiste reguliere activiteiten voor de instandhouding en vervanging van de voorzieningen, Anderzijds zijn er specifieke onderzoeken en beleidsmatige activiteiten die de komende periode worden opgepakt, al dan niet vanuit het NAD-samenwerkingsverband.
Voor planmatige reparatie, de vervanging of renovatie van riolen, gemalen, persleidingen en drukriolering is een investeringsplanning opgesteld. De uitgangspunten die voor het opstellen van deze planning zijn gehanteerd zijn vermeld in bijlage A4 onderdeel B3.
Aanleg Alle panden zijn aangesloten op de riolering of hebben een IBA. Nieuw aan te leggen riolering, inclusief de in verband met deze nieuwe aanleg noodzakelijke aanpassingen van het bestaande rioolstelsel, wordt gefinancierd vanuit de projectontwikkeling, zodat de kosten voor deze aanleg niet ten laste komen van de rioleringszorg. De lasten voor het onderhoud en de vervanging van deze riolen komen te zijner tijd wel ten laste van de rioleringszorg.
6.2 Investeringen De investeringen worden als volgt ingedeeld: • Vervangingsinvesteringen; • Verbeteringsinvesteringen. Met maatregelen wordt bedoeld het uitvoeren van ingrepen in het rioolsysteem waarbij de volgende activiteiten worden onderscheiden: • Verbeteren; • Repareren; • Vervangen; • Renoveren; • Aanleg.
Klimaat adaptieve maatregelen Bij aanleg en waar dat mogelijk is ook bij renovatie en vervanging wordt rekening gehouden met klimaatadaptieve maatregelen. De kosten voor uitvoering van deze water gerelateerde maatregelen in de openbare ruimte die meeliften op en/of bijdragen aan rioleringsmaatregelen zijn meegenomen in de vervangingskosten. In de volgende tabel zijn de geplande maatregelen in de planperiode en de kosten vermeld.
Navolgend wordt een overzicht gegeven van de investeringen die voor de planperiode 2022-2026 zijn voorzien.
Verbetermaatregelen In de planperiode 2017-2021 waren diverse verbetermaatregelen gepland. Deze maatregelen waren in 2020/2021 nog niet allemaal afgerond. Voor de planperiode 2022-2026 is ervan uitgegaan dat de betreffende maatregelen alsnog worden uitgevoerd voor zowel die in 2020 nog niet waren afgerond. Voor de uitgaven is ervan uitgegaan dat er geen aanvullende middelen nodig zijn. Er zijn geen nieuwe verbetermaatregelen vastgesteld. 45
Tabel 6-1 Te realiseren maatregelen in planperiode 2022-2026 Project
Verwachte periode van uitvoering
Voorhof oost
2023 – 2024
Voorhof west
2025 – 2026
Tanthof oost
2022 – 2023
Tanthof west
2025 – 2026
Buitenhof noord
2024
Buitenhof midden
2025
Buitenhof zuid
2026
Westerkwartier fase 2
2022
Westerkwartier fase 3
2022 – 2023
Hof van Delft fase 2
2022 – 2023
Hof van Delft fase 3
2023 – 2024
Indische buurt diverse projecten
2026
Gemaal Slauerhofflaan
2022
Gemaal van Houtenstraat
2024
De jaarlijkse kosten voor onderhoud bedragen circa € 1.850.000,--. De kosten voor reparaties en herstelwerkzaamheden (laatste bullet) zijn, opgenomen in de bestaande exploitatie. In bijlage A4 onderdeel B3 zijn de uitgangspunten vermeld die zijn gehanteerd voor het opstellen van de planning en het ramen van de kosten voor reinigen en inspecteren.
Taakveld facilitair
6.3 Beheeractiviteiten De ambities voor het taakveld onderhoud zijn dat de onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het goed functioneren van het systeem, waarbij een bewuste afweging wordt gemaakt tussen prestaties, risico’s en kosten (assetmanagement). Het reinigen en inspecteren zijn tot op heden vooral afgestemd op de planning van werkzaamheden in de ‘openbare ruimte’ op basis van de leeftijd van de riolering en het tijdstip van de laatste reiniging/inspectie. Bij het plannen van reiniging en inspecties zal vanaf de komende planperiode worden nagegaan of differentiatie in de frequentie van reinigen en inspectie mogelijk is om de middelen doelmatiger in te zetten en deze bijvoorbeeld ook af te stemmen op de toestand van de riolen en/of het tempo waarin vervuiling optreedt. In het onderhoud zijn de volgende posten opgenomen: • Veegdienst (betreft aandeel ten laste van riolering); • Wegenonderhoud vaste post t.b.v.
herstel wegdek (betreft aandeel ten laste van riolering); • Energiekosten gemalen; • Reinigen en inspecteren gemalen; • Reinigen vrijverval gemengd en vuilwater riolen, hemelwater riolen en duikers; • Beheer huisaansluitingen; • Inspecteren gemengde en afvalwater riolen en hemelwater riolen; • Reinigen en inspecteren duikers; • Geurfilters; • Klein onderhoud en dagelijks onderhoud; • Bediening gemalen; • Onderhoud openbaar toilet; • Reparaties en herstelwerkzaamheden.
46
De geplande activiteiten binnen het taakveld ‘facilitair’ zijn: • Transport van afvalwater naar de waterzuivering en de verrekening van bijdragen van buurgemeenten voor de doorvoer via het rioolstelsel van Delft; • Communicatie; • Software Beheerpakket en licenties overige tool voor riolering; • Begunstiger Stichting Rioned; • Zorgen voor 100% operationeel zijn van Beheerpakket; ∙ Bijhouden van revisies; ∙ In beeld brengen van niet geregistreerde voorzieningen; ∙ Voldoen aan wettelijke eisen WIBON; ∙ GWSW; ∙ Grondwater in relatie op fundering. • Meldingen registratie en zodanig inrichten en vastleggen dat data kan worden bevraagd ten behoeve van het signaleren van trends in het systeem functioneren; • Activiteiten in verband met het verstrekken van gegevens in het kader van de WIBON; • Organisatie aspecten; ∙ Invullen rol beheerder; ∙ Werken met jaarprogramma’s, uitvoeringsagenda watertaken; ∙ Implementeren Plan Do Check Act cirkel, eerste stappen risico-gestuurd beheer en onderhoud; • Proceskosten voor klimaatadaptieve maatregelen (Groene of groenblauwe daken, verminderen verhardingsoppervlak (Operatie Steenbreek), KlimaatStraaD, waterbewustzijntrajecten, enz.) De jaarlijkse kosten bedragen € 173.000,--. De laatste vijf bullets zijn aandachtpunten binnen de normale gang van zaken.
De kosten voor het softwarebeheerpakket riolering bedragen 1/3 van de jaarlijkse kosten voor het integrale beheerpakket.
Vergunningen en verordeningen De omgevingsdienst Haaglanden (ODH) blijft de controle van de afvalwaterlozingen op het riool op basis van de verleende Wm-vergunningen verzorgen. Lozingen op de riolering worden gereguleerd en gecontroleerd als het meer dan alleen huishoudelijk afvalwater betreft. Dit gebeurt door vergunningen en AmvB’s. De huishoudelijke en hemelwaterlozingen worden niet gecontroleerd. Over het concrete takenpakket van het ODH, de te leveren inspanning en de daaraan verbonden kosten worden periodiek nieuwe afspraken gemaakt.
6.4 Onderzoek
3. Strategie ATS In de planperiode wordt de rioleringsstrategie in relatie tot de woningbouwopgave verdiept en geconcretiseerd tot doelmatige lokale en eventuele regionale maatregelen. De inzet daarvan is om door middel van ‘slim sturen’ grote investeringskosten in uitbreiding van bergings- en afvoercapaciteit te voorkomen. 4. Aandeel en impact rioolvreemd water In de planperiode wordt lopende de projecten onderzoek uitgevoerd naar het aandeel en de impact van rioolvreemd water op het functioneren van de riolering. Het lekdicht maken van de riolering wordt meegenomen in de vervangingsopgaven. In dit kader wordt ook de impact van het overstortgedrag van de riolering op de waterkwaliteit betrokken (hier ligt een verbinding met actie 3 en 10). 5. Onderzoek afstroming over maaiveld bij extreme neerslag. De basis voor dit inzicht is gelegd in het kader van de Klimaatadaptatiestrategie Delft en de OAS-Harnaschpolder. Binnen de (integrale)planvorming zal afstroming over maaiveld gecombineerd met opgaven en kansen in de openbare ruimte een prominentere plaats krijgen. Beschikbare rekenresultaten en inzichten zullen in dat kader waard at nodig is worden verfijnd. 6. Metingen: 6.1 Het bemeten van het grondwater via het grondwater meetnet, het analyseren van de meetdata en het in toenemende mate toepassen van analyseresultaten bij afwegingen en ontwerptrajecten wordt voortgezet.
6.2 In de planperiode wordt een rioleringsmeetplan opgesteld dat op termijn moet gaan voorzien in een operationeel rioleringsmeetnet en de beschikbaarheid van accurate meetdata. 6.3 Het bemeten van de bodemdaling en -stijging wordt voortgezet. 7. Afkoppelen In de planperiode wordt aan de hand van de vervangingsplanning en eerder geformuleerd beleid geïnventariseerd waar en wanneer zich kansen voordoen voor het realiseren van gescheiden afvoer van hemelwater, eventueel gekoppeld aan een klimaatadaptie inrichting van de openbare ruimte, en wordt in overleg met het HHD de haalbaarheid daarvan beoordeeld. 8. Aanleg drainage In de planperiode wordt aan de hand van de vervangingsplanning en eerder geformuleerd beleid (Grondwatervisie en Drainage in verband met afbouw grondwateronttrekking Delft noord) geïnventariseerd waar en wanneer drainage kan worden mee gelegd. Dit eventueel in combinatie met gescheiden hemelwaterafvoer of maatregelen in de openbare ruimte Een en ander wordt uitgewerkt in een concrete planning om de gestelde doelen te realiseren.
Onderzoeksactiviteiten bestaan uit de volgende onderdelen: • Inventarisaties, (in)metingen, en dergelijke; • Berekeningen; • Monitoring; • Rioolinspecties. De ambities voor het taakveld onderzoek luiden op hoofdlijnen als volgt: • Data vormt in toenemende mate de basis voor onze werkzaamheden, voor de (integrale) afwegingen die we maken en voor de activiteiten die we uitvoeren. Daarom moet de (beheer)data actueel, compleet, voldoende gedetailleerd en betrouwbaar zijn. Verzamelde beheerdata wordt op orde gehouden, centraal opgeslagen en ontsloten. • Het inzicht in het rioleringssysteem (areaal, toestand en functioneren) is op orde. • Onderzoeksinspanningen zijn afgestemd op het goed functioneren van het systeem, waarbij een bewuste afweging wordt gemaakt tussen prestaties, risico’s en kosten (assetmanagement). • Monitoringsprogramma’s/metingen: ∙ In de riolering geven een goed inzicht in het feitelijk gedrag van de riolering, waardoor in combinatie met een daarop afgestemd rekenmodel de doelmatigheid van maatregelen wordt verhoogd. ∙ In het grondwatermeetnet geven een goed inzicht in de grondwaterdynamiek, waardoor via analyse inzicht wordt verkregen in kans- en risicolocaties en de doelmatigheid van maatregelen wordt verhoogd.
∙ Aan zettingen geven een beeld van de bodemdaling en/of bodemstijging, waardoor (gecombineerd met voornoemde meetgegevens) inzicht wordt verkregen in kans- en risicolocaties en de doelmatigheid van maatregelen wordt verhoogd. De volgende activiteiten zijn voorzien op grond van de gewenste situatie, de toetsing van de huidige situatie en de gekozen strategie in de voorgaande hoofdstukken. 1. BRP’s In de planperiode wordt een aantal BRP’s geactualiseerd tot SSW’s waarmee het huidige functioneren in de riolering in beeld wordt gebracht en er verbetermaatregelen worden ontworpen richting het gewenste gedrag van de riolering. 2. OAS In de planperiode wordt de OAS-Harnaschpolder (Optimalisatie afvalwatersysteem) afgerond en wordt de spin-off uit deze studie meegenomen in de planvorming. Daarnaast worden er in NAD-samenwerkingsverband werkzaamheden verwacht die erin moeten resulteren dat het integrale rekenmodel actueel blijft.
47
9. Waterstructuurvisie Na het afronden van de geplande verbetermaatregelen volgens de OAS Delft en na het vaststellen van de watersysteemanalyse (WSA) wordt de situatie samen met Delfland geëvalueerd en worden afspraken gemaakt voor eventuele aanvullende maatregelen. Deze maatregelen kunnen worden verwerkt in een nieuwe Waterstructuurvisie (geactualiseerd Stedelijk waterplan) en worden meegenomen in de planning, voorbereiding en uitvoering van maatregelen. 10. Onderzoek: 10.1 Het beproeven van (beheer)data en het uitvoeren van acties voor het actualiseren van gegevens, het verzamelen, centraal opslaan en ontsluiten van aanvullende data. 10.2 Onderzoek ter onderbouwing van adviezen m.b.t. rioolbeheer. Onder meer wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor reiniging en inspectie van persleidingen en drainageleidingen. 11. In de planperiode wordt, mede afhankelijk van de uitkomsten uit actie 3, een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden de hoofdgemalen en/of het collecteurriool over te dragen aan het HHD. 12. In de planperiode wordt er een verkenning uitgevoerd naar risico-gestuurd onderhoud en risico-gestuurde integrale planvorming. De navolgende tabel bevat een planning van de onderzoeks activiteiten.
Tabel 6-2 Te verrichten onderzoeken in planperiode 2022-2026 Omschrijving
Planjaar
Toelichting
1. BRP’s
Planperiode
Gemiddeld 3 BRP’s per planperiode actualiseren tot SSW
2. OAS
Planperiode
Oppakken spin-off
3. Strategie ATS
2021 – 2022
4. Rioolvreemd water
Planperiode
Lopende projecten
5. Afstroming over maaiveld
Planperiode
Als onderdeel van planvorming
6. Meten en monitoren
Jaarlijks
Continueren en structureren
7. Afkoppelen
Planperiode
Binnen bestaande exploitatie
8. Aanleg drainage
Planperiode
Binnen bestaande exploitatie
9. Waterstructuurvisie
2023
10. Onderzoek
Jaarlijks
T.b.v. beheerdata en technisch specialistisch advies
11. Overdracht hoofdgemalen
2025
Verkenning
12. Risico gestuurd onderhoud
2025
Verkenning
48
6.5 Beleidsmatige activiteiten & planvorming Plannen zijn onmisbare onderdelen van een doelmatig rioolbeheer. De plannen geven richting aan de activiteiten en maatregelen die nodig zijn om de systemen goed te laten functioneren. Onderscheid wordt gemaakt in: strategische planvorming waarin beleid wordt vastgelegd, tactische planvorming waarin de activiteiten en maatregelen worden geoptimaliseerd waarin de werkwijze wordt beschreven om de gestelde doelen op doelmatige wijze te realiseren en operationele planvorming, die vooral gericht is op de uitvoering op de kortere termijn. De planvormen kunnen zowel een eenmalig als een cyclisch karakter hebben. De plannen vormen ook een schakel in de planning en control cyclus. De gemeente beschikt over diverse plannen. Een overzicht daarvan is gegeven in bijlage A4 onderdeel B8. In de planperiode wordt een aantal van deze plannen geactualiseerd. Ook is voorzien dat er een bijdrage wordt geleverd aan het actualiseren van beheerplannen voor de andere assets in de openbare ruimte waaronder groen, wegen en civiele constructies.
In de planperiode zijn op grond van de gewenste situatie, de toetsing van de huidige situatie en de gekozen strategie in de voorgaande hoofdstukken de volgende activiteiten voorzien: • Opstellen operationele programma’s • Opstellen uitvoeringsagenda water t.b.v. integrale samenwerking met HHD • Planvorming en verankering van beleid en regels in het kader van de Omgevingswet • Verbeteren, uniformeren en standaardiseren meldingenregistratie. • Bijdragen aan beheerplannen Groen, wegen, civiele constructies • Verhogen kwaliteit van data en data-gestuurde/risico-gestuurde afwegingen. • Het volgen van ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit en het signaleren van bewezen techniek/ bewezen producten die (binnen NAD-pilot) kunnen worden toegepast. • Opstellen Omgevingsprogramma riolering. De navolgende tabel geeft een samengevat overzicht van deze activiteiten.
Tabel 6-3 Opstellen plannen in planperiode 2022-2026 Omschrijving
Planjaar
Geraamd bedrag
Toelichting
1. Tactiek rioolbeheer aanvullen
2022 en daarna actualiseren
Onderdeel bestaande exploitatie
Alleen tijd en onderdeel uren in exploitatie
2. Opstellen jaarprogramma en operationele plannen
Jaarlijks
Onderdeel bestaande exploitatie
Alleen tijd en onderdeel uren in exploitatie
3. Meetplannen en meldingen
Invulling in overleg met Delfland en NAD
Onderdeel bestaande exploitatie
Nog bespreken in NAD-verband
4. Voorbereiden beleid 2020 Delta beslissing Ruimtelijk Adaptatie
Invulling in overleg met NAD
Onderdeel bestaande exploitatie
Nog bespreken in NAD-verband
5. Bijdragen aan plannen en volgen van ontwikkelingen
Doorlopend
Onderdeel bestaande exploitatie
Alleen tijd en onderdeel uren in exploitatie
6. Verhogen kwaliteit data en data-/risico gestuurde afwegingen
Doorlopend
Onderdeel bestaande exploitatie
Alleen tijd en onderdeel uren in exploitatie
7. Omgevingsvisie (deel stedelijk water), omgevingsprogramma riolering en omgevingsplan
2025 en daarna elke 5 jr.
€ 50.000
Betreft de planperiode 2027 - 2031
49
7 Financiën en organisatie 7.1 Inleiding Om de werkzaamheden in te bedden in de wet- en regelgeving en te faciliteren sluiten we aan bij de Omgevingswet, kijken we met een creatieve (andere) blik naar kosten, houden we de economische ontwikkelingen goed in beeld, en zorgen we ervoor dat we onze beslissingen baseren en/of kunnen toetsen aan betrouwbare (big) meet data. Duurzaamheid betekent voor ons óók toekomstbestendig en robuust, dus met de nadruk op een lange levensduur. In dat kader focussen wij ons op de vervanging(spiek) in de riolering, de waterkwaliteit en het breder kijken dan alléén ons eigen systeem en/of belang. In dit kader verbreden wij onze blik vanuit de riolering naar de openbare ruimte. Klimaatadaptatie, een klimaat adaptieve inrichting van bestaande en nieuwe gebieden en een prominente plaats voor water in ruimtelijke ontwikkelingen zijn verbonden aan ons werkveld en verdienen onze aandacht en input. In dat kader mogen wij ons best wat vrijmoediger profileren. We hebben een goed verhaal uit te dragen. En zeker niet in de laatste plaats; de wereld om ons heen is volop in beweging. We moeten bij blijven. Energietransitie, circulaire economie, technologische ontwikkelingen en particuliere initiatieven, we blijven ze volgen en staan open voor kansen.
Onder verwijzing naar het BBV en de gemeentelijke financiële verordening wordt navolgend beschreven op welke wijze wij omgaan met de financiële en personele middelen.
7.2 Uitgangspunten financiële middelen De kosten voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken zijn onderverdeeld in de volgende posten. • Exploitatielasten (waaronder personeelskosten); • Groot onderhoud • Vervangingsinvesteringen; • Verbeteringsinvesteringen (waaronder klimaatadaptieve maatregelen). De kosten van nieuwe aanleg bij gebiedsontwikkeling worden niet meegenomen, omdat deze worden bekostigd uit de exploitatie van de nieuwbouw ontwikkeling. Om de voornoemde kosten te kunnen betalen heft de gemeente rioolheffing. Deze rioolheffing is kostendekkend over een periode van 50 jaar. De gemeente streeft er naar de rioolheffing zoveel mogelijk stabiel te houden. Voornamelijk de investeringen kunnen jaarlijks behoorlijk fluctueren. Hierdoor ontstaan er jaarlijks tekorten of overschotten. Door daar waar mogelijk de investeringen te spreiden in de tijd, kunnen pieken in de investeringen worden afgevlakt. De Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stelt dat de rioolheffing maximaal kostendekkend mag zijn (de gemeente mag besluiten om een deel van de kosten uit andere middelen te financieren). Het is toegestaan om voor toekomstige (riool)vervangingen of groot onderhoud een (spaar) voorziening in het leven te roepen en voor deze toekomstige uitgaven te sparen. Een meer dan 100% kostendekkende rioolheffing is niet toegestaan.
Gemeente Delft maakt gebruik van een (spaar)voorziening voor vervangingsinvesteringen en de eventueel gelijktijdig benodigde verbeteringsinvesteringen aan de riolering en/of klimaatadaptieve maatregelen. Onderdeel van de exploitatielasten is een bedrag dat wordt gedoteerd aan de voorziening.
50
7.2.1 Heffingseenheden
Vanuit de voorziening worden de investeringskosten gefinancierd. Als de voorziening negatief staat, wordt het tekort geactiveerd (geleend).
Als gevolg van nieuwbouw gaat het aantal heffingseenheden de komende jaren toenemen. Voor de periode 2020 tot en met 2030 is de te verwachten groei per jaar bekend. Dit betreft een toename van in totaal circa 10.000 eenheden en heeft een significant effect op de te verwachten inkomsten in de toekomst. In verband met de onzekerheid die bij deze groei gepaard gaat is afgesproken 80% van de verwachte groei op te nemen in de kostendekkingsberekening.
De gemeente Delft beschikt ook over een reserve. In de reserve komt het verschil in bedrag tussen de baten en lasten. Doelstelling is om een minimale stand van de reserve van € 500.000,- aan te houden. Dit bedrag dient als buffer voor onvoorziene uitgaven. Om te bepalen hoeveel kosten de gemeente heeft en welke inkomsten daar vanuit de rioolheffing tegenover moeten staan is een kostendekkingsplan (KDP) opgesteld. De uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het opstellen van het KDP zijn: • Het KDP start in 2022 (als peiljaar van de kosten geldt het jaar 2021); • Het KDP heeft een looptijd van 50 jaar; • Indexatie (inflatie) is buiten beschouwing gelaten, daarom zijn renteopbrengsten ook niet van toepassing; • Indien de beschikbare middelen in de voorziening onvoldoende zijn om de investeringen volledig te kunnen bekostigen, worden de resterende investeringskosten geactiveerd.
Bij activering van investeringen (nieuwe kapitaallasten) vindt de afschrijving lineair plaats, met een rentepercentage van 1,5% (interne rekenrente); • Geactiveerd kosten voor vervangings- en verbeterings investeringen ten behoeve van riolering, drainage, gemalen (bouwkundig) en voor klimaatadaptatie maatregelen worden financieel (lineair) afgeschreven over 50 jaar; • Geactiveerd kosten voor mechanisch/elektrische vervangingen van pompen en gemalen worden financieel (lineair) afgeschreven over 15 jaar; • Geactiveerd kosten voor vervangingen van persleiding worden financieel (lineair) afgeschreven over 80 jaar; • De exploitatielasten zijn gebaseerd op de vastgestelde exploitatielasten in de begroting voor het jaar 2021. Dit is inclusief: ∙ De bestaande kapitaallasten (van geactiveerde investeringen uit het verleden) zijn opgenomen in de post exploitatielasten en niet apart benoemd in het KDP; ∙ De kwijtschelding rioolheffing; • De BTW (21%) lasten zijn meegerekend als een vast bedrag van € 710.000,--; • Vanaf 2022 worden de perceptiekosten (RBG-kosten), van € 350.000,-- doorbelast aan het GRP; • De VAT kosten zijn standaard meegenomen in de eenheidsprijzen die zijn gehanteerd om de investeringskosten te bepalen.
51
Tabel 7-1 Groei heffingseenheden Jaar
Saldo geplande toe-/afname woningen
Saldo geplande toe-/afname woningen * 80%
2020
472
378
2021
1451
1161
2022
718
574
2023
911
729
2024
676
541
2025
887
710
2026
1071
857
2027
1062
850
2028
843
674
2029
928
742
2030
999
799
Totaal
10018
8014
7.3 Opbouw van de rioolheffing De gemeente Delft kent zowel een (vast) eigenarendeel als een gebruikersdeel voor de rioolheffing. Het gebruikersdeel is in de basis voor ieder perceel gelijk, tenzij de van het perceel afgevoerde hoeveelheid afvalwater meer bedraagt dan 500 m3 per jaar. Voor percelen van waaruit meer dan genoemde 500 m3 per jaar geloosd wordt is de hoogte van de rioolheffing afhankelijk gemaakt van de lozingshoeveelheid (kostenveroorzaker betaalt). Voor de kostendekkingsberekening wordt de differentiatie voor lozers groter dan 500 m3 niet gemaakt. Bij het opstellen van de jaarlijkse begroting, wordt de differentiatie in de rioolheffing bepaald en gelijktijdig met de begroting vastgesteld. Sinds 2018 is er geen tariefswijziging doorgevoerd. Het te hanteren tarief vanaf 2018 tot en met 2021 bedraagt € 219,98. Het eigenarendeel bedraagt € 171,78 en het gebruikersdeel (tot en met 500 m3) € 48,20.
7.4 Lasten
Tabel 7-2 Exploitatielasten in 2021