Rapport verbreed GRP
Tekst van het document
Rapport verbreed GRP Gemeentelijk rioleringsplan Delft 2022-2026
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Voorbereiding op de omgevingswet 1.3 Status & geldigheidsduur 1.4 Leeswijzer
3 3 5 5 6
2. Water in onze gemeente (huidige situatie) 2.1 Inventarisatie voorzieningen 2.2 Toestand van de riolering 2.3 Functioneren van de systemen 2.4 Klimaatadaptatie 2.5 Huidige situatie in het perspectief van het vorige GRP
7 7 10 11 12
3. Hoe is het afgelopen jaren gegaan (evaluatie) 3.1 Resultaten evaluatie planperiode 2017-2021 3.2 Terugblik op personele en financiële aspecten 3,3 Successen in de afgelopen jaren 3.4 Aandachtspunten
14 14 15 15 16
5. Hoe gaan we er komen (uitwerking strategie) 20 5.1 Afvalwater 20 5.2 Hemelwater 26 5.3 Grondwater 31 5.5 Duurzaamheid & circulariteit 42 5.6 Participatie & communicatie 43
13
4. Aan welke opgaven werken we (visie & strategie) 17 4.1 Inleiding 17 4.2 Klimaatadaptatie en duurzaam omgaan met water 17 4.3 Verminderen kwetsbaarheid van de organisatie 19 4.4 Minder-meerkosten 19
2
6. Wat gaan we doen (maatregelentabellen) 6.1 Inleiding 6.2 Investeringen 6.3 Beheeractiviteiten 6.4 Onderzoek 6.5 Beleidsmatige activiteiten & planvorming
45 45 45 46 47 49
7. Financiën en organisatie 7.1 Inleiding 7.2 Uitgangspunten financiële middelen 7.3 Opbouw van de rioolheffing 7.4 Lasten 7.5 Kostendekkingsberekening 7.6 Personele middelen
50 50 50 51 52 54 56
A1 Verklarende woordenlijst & afkortingen A2 Reacties instanties A3 Besluit vaststelling A4 Memorie van onderbouwing & toelichting
57 61 62 63
1 Inleiding 1.1 Aanleiding
1.1.1 De gemeentelijke watertaken Elke gemeente in Nederland heeft drie watertaken als het gaat om de (afval)waterketen in de gemeente. Deze taken worden ook wel zorgplichten genoemd. Het betreft: de afvalwaterzorgplicht, de hemelwaterzorgplicht en de grondwaterzorgplicht. Deze zorgplichten vormen de basis van het gemeentelijk beleid rondom afval- hemel-, en grondwater. Het Hoogheemraadschap heeft vervolgens de zorgplicht voor het zuiveren van stedelijk afvalwater. Gemeente en Hoogheemraadschap zijn volgens de Waterwet verplicht tot samenwerking om te komen tot doelmatig waterbeheer. Dit geldt nadrukkelijk voor de taken met betrekking tot het zelfstandig beheer van inname, inzameling en zuivering van afvalwater.
Delft moet een fijne stad zijn om in te wonen, te werken en te verblijven. De stad en regio trekken mensen aan, waardoor er meer druk op de stad ontstaat. Om een sterke, gezonde en prettige stad te blijven, moet Delft wat doen om die druk op te vangen. Meer huizen en meer ruimte voor bedrijven, en tegelijk ook investeren in de kwaliteit van de wijken, de woonomgeving en de voorzieningen. Kortom: inzetten op sterke en leefbare woonwijken voor iedereen, meer diversiteit en meer duurzaamheid in wijken en buurten. De Delftse koers in 12 keuzes (omgevingsvisie) en de Sustainable Development Goals die zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen beschrijven die de wereld – en dus ook Delft – een betere plek maken in 2030 zijn daarbij richtinggevend.
Afvalwaterzorgplicht Bij het inrichten van de fysieke leefomgeving en het borgen dat deze leefomgeving bijdraagt aan de gezondheid van iedere Delftenaar, hoort ook aandacht voor water. Vanuit de gemeentelijke watertaken, waarin de drie zorgplichten zijn onder gebracht, kunnen we een wezenlijke bijdrage leveren aan deze ambities. Dit verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) beschrijft hoe we de aankomende jaren (vanaf 2022 tot en met 2026) invulling zullen geven aan onze watertaken en hoe dit bijdraagt aan onze ambities. Daarmee geeft het vGRP ook een onderbouwing van de rioolheffing.
De gemeente is verantwoordelijk voor de doelmatige inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. Traditioneel doet de gemeente dit door het aanleggen en onderhouden van een rioleringsstelsel. Dat stelsel vervoert, in tegenstelling tot de decentrale voorzieningen, afvalwater van huishoudens en bedrijfspanden naar de waterzuivering. De laatste jaren is er ook aandacht voor decentrale waterzuivering, waarbij afvalwater lokaal gezuiverd en hergebruikt of geloosd wordt.
Vanuit het Netwerk waterketen Delfland (NAD) is een gezamenlijke blauwdruk voor het vGRP opgesteld. Voorliggend vGRP Delft 2022-2026 is daarop gebaseerd. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft deelgenomen aan het proces om te komen tot de huidige invulling van dit plan. In het kader van de besluitvorming hebben de Provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Delfland gereageerd op het plan.
3
Hemelwaterzorgplicht
1.1.2 vGRP geeft invulling aan zorgplichten
De gemeente is verantwoordelijk voor de doelmatige inzameling en verwerking1 van afvloeiend hemelwater (regen, sneeuw en hagel) dat op openbaar terrein terecht komt2. Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de verwerking en vertraagde afvoer van hemelwater. Er zijn verschillende manieren waarop gemeentes invulling geven aan deze inspanningsverplichting. Uitgangspunt is het gescheiden inzamelen en afvoeren van hemelwater. Het hemelwater gescheiden van de vuile afvalwaterstroom verwerken is een meer duurzame invulling van de zorgplicht dan gemengd inzamelen. Het gemengd inzamelen en verwerken van hemelwater en vuilwater is een erfenis uit het verleden die vooral in de oudere delen van de stad nog vaak voorkomt. Nadeel van gemengde verwerking is dat schone waterstromen vuil worden en dat de kans groter is dat de openbare ruimte en inwoners met vuil afvalwater in aanraking komen.
Voldoen aan de zorgplichten is een wettelijke vereiste voor gemeenten. Hóe we voldoen aan de zorgplichten mogen we zelf bepalen. In dit vGRP beschrijven we daarom hoe wij invulling geven aan onze zorgplichten. We hebben een visie, met bijbehorende ambities voor ons waterbeleid: We willen een gezonde, aantrekkelijke gemeente met een hoge en duurzame ruimtelijke kwaliteit zijn. Die visie en ambities vormen de basis voor de strategie en de maatregelen die per zorgplicht terug te vinden zijn in dit vGRP.
1.1.3 Verantwoordelijkheden in het waterbeheer Naast de zorgtaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater werken wij samen met het Hoogheemraadschap ook aan het stedelijk (oppervlakte)waterbeheer. Door zaken gezamenlijke aan te pakken willen wij een duurzaam, schoon, gezond en veilig watersysteem en een vitale aantrekkelijke leefomgeving realiseren.
Waterbeheer Grondwaterzorgplicht
In de dagelijkse praktijk is het Hoogheemraadschap van Delfland verantwoordelijk voor het peilbeheer (het afvoeren van water en het op niveau houden van het waterpeil in de kanalen, grachten en sloten) en voor beheer en onderhoud van waterkeringen en sloten. Daarbij bewaakt het Hoogheemraadschap ook de (zwem) waterkwaliteit en verzorgt het voor de hele regio de zuivering van het afvalwater. De gemeente draagt zorg voor de riolering, het onderhouden van kades, het constructief onderhouden van duikers, inlaten en spoelvoorzieningen en het onderhouden van oevers.
De verantwoordelijkheden van de gemeente op het gebied van grondwater zijn genuanceerder dan de andere twee zorgplichten: er geldt een inspanningsverplichting (‘zoveel mogelijk’) in plaats van de resultaatverplichting (afvalwater) of de inspanningsverplichting (hemelwater) wanneer perceeleigenaren hemelwater redelijkerwijs niet kúnnen afvoeren naar het oppervlaktewater of de bodem (hemelwaterzorgplicht). In het kort stelt de grondwaterzorgplicht de gemeente niet verantwoordelijk voor de grondwaterstand. Wel is de gemeente in sommige gevallen verantwoordelijk voor het zo veel mogelijk beperken van structurele nadelige gevolgen van grondwateroverlast (te hoge) of -onderlast (te lage grondwaterstand)3. De gemeente is verplicht haar grondwaterzorgplicht na te komen om structurele nadelige gevolgen van grondwateroverlast zo veel als mogelijk te beperken. Zij kan hierop worden aangesproken.
Het vGRP vormt de primaire basis voor de samenwerking tussen de gemeente en het Hoogheemraadschap. Het in de nieuwe planperiode te actualiseren Stedelijk waterplan zal o.a. de actuele afspraken bevatten tussen ons en het Hoogheemraadschap om de verschillende wateropgaven integraal aan te pakken.
1 Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuivering technisch werk. 2 In sommige gevallen heeft de gemeente ook de verantwoordelijkheid voor het hemelwater van particulier terrein. Dat is alleen het geval wanneer er redelijkerwijs niet van de particulier verwacht kan worden dat hij zelf die verantwoordelijkheid draagt, zie hoofdstuk 5: Hemelwaterzorgplicht 3 De volledige wettekst luidt als volgt: de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het hoogheemraadschap of de provincie behoort. (Artikel 3.6 Waterwet)
4
1.2 Voorbereiding op de omgevingswet
die mogelijk volgen uit lopende studies, worden in de periode verder uitgewerkt en krijgen te zijner tijd een plaats in het op te stellen Stedelijk waterplan en de onderliggende uitvoeringsprogramma’s.
Naar verwachting wordt in 2022 de Omgevingswet van kracht. Onder deze Omgevingswet vervalt de planverplichting om een vGRP op te stellen. Gemeenten blijven wél verplicht hun zorgplichten te vervullen en de financiën te verantwoorden. Deze verplichtingen zullen een plaats krijgen in de Omgevings visie, het Omgevingsplan of -programma (de wetgever suggereert in dit kader een Gemeentelijk rioleringsprogramma). Bijlage A4 onderdeel B1 gaat uitgebreider in op het wettelijk kader rondom ons vGRP en de samenhang met de Omgevingswet.
Voor dit nieuwe plan kiezen wij voor een looptijd van vijf jaar: Van 2022 tot en met 2026. Om maatwerk te kunnen blijven leveren nemen we tussentijds regelmatig de stand van zaken op en stellen we waar nodig het plan bij. Daarin nemen we ook de uitkomsten mee van lopende studies. Halverwege de looptijd vindt er een tussentijdse evaluatie plaats. De financiële delen van dit plan evalueren we elk jaar. Als uit de lopende studies en/of nieuwe inzichten en opgaven nieuwe (investerings) maatregelen komen, moeten daarvoor budgetten worden aangevraagd bij de besturen van de Gemeente en het Hoogheemraadschap.
Om voor te sorteren op de implementatie van de Omgevingswet, hebben we dit vGRP alvast ingericht om als input voor de instrumenten van de Omgevingswet te kunnen dienen. Het hoofdstuk over de opgaven (visie & strategie) heeft een relatie met de Omgevingsvisie; de uitwerking van de strategie (beleid), de maatregelen en middelen heeft een relatie met het Omgevingsprogramma, en de beschrijving van de instrumenten (verordeningen) heeft een relatie met het Omgevingsplan.
Dit plan en de uitkomsten van tussentijdse evaluaties zijn ook voortschrijdend input voor de implementatie en het tot uitvoer brengen van de Omgevingswet. Nieuwe inzichten kunnen worden meegenomen in actualisaties van de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma of het Omgevingsplan. Dit vGRP, dat vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is vastgesteld, valt tot het in werking treden van de Omgevingswet onder de planverplichting voor de gemeentelijke rioleringszorg zoals vastgelegd in de Wet Milieubeheer art. 4.22. De hierin beschreven procedure is bij het opstellen van dit plan gevolgd. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft dit vGRP geldig totdat de periode is verstreken waarvoor het plan is vastgesteld of tot het moment dat de gemeente het plan laat vervallen.
1.3 Status & geldigheidsduur Dit gemeentelijk rioleringsplan vervangt het Gemeentelijk Rioleringsplan Delft 2017-2021 – Uitwerking van de gemeentelijke watertaken op het gebied van afval-, hemel- en grondwater – dat eind 2021 verloopt. De activiteiten uit het vGRP 20172021 die nog niet of deels zijn uitgevoerd en nog steeds nodig zijn, zijn overgenomen in dit nieuwe plan. Nieuwe maatregelen
vGRP 2017-2021
Programma riolering 2027-2031
vGRP 2022-2026
Financiële evaluatie 2022
Financiële evaluatie 2023
Financiële evaluatie 2024
Tussentijdse evaluatie 2024
Figuur 1-1. Looptijd vGRP 2022-2026 en evaluatiemomenten
5
Financiële evaluatie 2025
Financiële evaluatie 2026
Eind evaluatie 2026
1.4 Leeswijzer Dit vGRP bevat de wettelijk verplichte onderdelen van het vGRP en gaat in op de invulling van de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het bevat voor de planperiode een beschrijving van de situatie, het beleid, de maatregelen en de benodigde middelen voor de komende planperiode. Achtereenvolgens komen aan de orde: • Water in onze gemeente (hoofdstuk 2), waarin we beschrijven wat de huidige situatie is met betrekking tot afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Dan gaat het niet alleen om de voorzieningen die aanwezig zijn, de toestand ervan en het functioneren, maar ook over het proces van klimaatadaptatie en de verantwoordelijkheden in het waterbeheer. • Hoe is het de afgelopen jaren gegaan (hoofdstuk 3), met een evaluatie van de vorige planperiode van het gemeentelijk rioleringsplan. • De opgaven waar we de komende planperiode aan werken (hoofdstuk 4), zoals verbeteren van de kwaliteit (een up-to-date rioleringsstelsel, een betrouwbare positie op het afvalwaterknooppunt in de regio, klimaatadaptatie, een duurzaam watersysteem en waterkwaliteit), verminderen van kwetsbaarheid en beheersbaar houden van kosten. • Hoe gaan we er komen (hoofdstuk 5) beschrijft de strategie die we volgen met betrekking tot het afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater in Delft.
Dit hoofdstuk bevat ons beleid en geeft richting aan de activiteiten die we de komende planperiode gaan uitvoeren om onze doelen te bereiken. • De maatregelen die we gaan treffen zijn beschreven in het hoofdstuk ‘Wat gaan we doen’ (hoofdstuk 6). Het betreft investeringen, beheermaatregelen en beleidsmatige activiteiten. • Financiën en organisatie (hoofdstuk 7) bevat het kostendekkingsplan en geeft naast een beschrijving van de benodigde financiële middelen ook een beschrijving van de personele middelen.
6
2
Water in onze gemeente (huidige situatie)
2.1 Inventarisatie voorzieningen
2.1.1 Zuiveringskringen Een zuiveringskring beslaat het gebied waarvan het rioolwater wordt gezuiverd op één (centrale) rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). De aanwezige voorzieningen voor inzameling, transport en zuivering van het stedelijke afvalwater en hemelwater in de zuiveringskring kunnen worden beschouwd als één systeem. De onderstaande figuur geeft een overzicht van de zuiveringskringen binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland.
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de aanwezige voorzieningen voor riolering, oppervlaktewater en grondwater, waarbij vanuit het perspectief van de zuiveringskringen steeds verder wordt ingezoomd tot op het gemeentelijke niveau. Bij dit overzicht wordt een beschrijving gegeven van de toestand en het functioneren van deze voorzieningen. Ook gaat dit hoofdstuk in op de stand van zaken in het proces van klimaatadaptatie. Het hoofdstuk eindigt met de toetsing van de huidige situatie aan de doelen van de gemeentelijke watertaken.
Figuur 2-1 Begrenzing van de zuiveringskringen binnen Delfland 7
Binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn vier zuiveringskringen te onderscheiden: Harnaschpolder, De Groote Lucht, Nieuwe-Waterweg en Houtrust.
helder beeld te geven van waar de grenzen van ons systeem, onze verantwoordelijkheden en daarmee de grenzen van dit plan liggen, geeft bijlage A4 onderdeel B2 een overzicht van het scopegebied dat met dit GRP wordt afgedekt. Dit wordt gedaan door een overzicht te geven van de gemalen (systeem uit) en injectiepunten (systeem in).
Het rioolstelsel van Delft voert het afvalwater af naar de zuivering Harnaschpolder. Daardoor maakt Delft onderdeel uit van de zuiveringskring Harnaschpolder. De zuivering Harnaschpolder is eigendom van het Hoogheemraadschap. Delfluent Services BV draagt zorg voor het beheer en onderhoud van de zuivering Harnaschpolder inclusief het daarbij behorende transportsysteem.
2.2.2 Oppervlaktewatersysteem Voor Delft is een gezond oppervlaktewatersysteem van essentieel belang. In de oude binnenstad vormt het water in de grachten een essentieel en gezichtsbepalend element. Dit water, met verbindingen naar Pijnacker- Nootdorp, Midden-Delfland, Den Haag, Rotterdam en het Westland, bepaalt mede de cultuurhistorische en stedelijke identiteit van Delft. Ook in andere wijken, waarbij de watergangen zijn gerealiseerd om het gebied droog te leggen voor gebruik en bebouwing, heeft water een belangrijke functie, onder meer voor de opvang van regenwater.
Het afvalwater dat in Delft wordt verzameld wordt door middel van een aantal gemalen in het collecteurriool gepompt en via het hoofdrioolgemaal Kruitmolenpad verpompt naar de zuivering. Naast ons eigen afvalwater verwerkt ons rioolstelsel ook nog het afvalwater dat vanuit buurgemeenten op ons stelsel wordt geloosd. De bovenstaande figuur geeft een overzicht van het rioleringssysteem, het collecteurriool en het transportsysteem.
Het watersysteem van Delft bestaat uit een boezemsysteem en verschillende poldersystemen. De polders wateren af via een oppervlaktewatersysteem en malen via poldergemalen uit op de boezem. Voor de Delftse watergangen worden in het Waterplan drie ambitieniveaus onderscheiden. Deze ambitie niveaus zijn in de periode tussen 2003 en 2015 bereikt en worden sindsdien in stand gehouden en gemonitord.
Overname- en overdrachtspunten (gemalen) De afvalwatersystemen van onze gemeente en de andere gemeenten in het NAD zijn onderling met elkaar verbonden en zijn, in bepaalde gevallen zelfs, met elkaar verweven. Om een
Figuur 2-2 Overzicht riolering en transportsysteem Delft
8
Tabel 2-1 Overzicht aanwezige voorzieningen
Via de riool-overstorten en de hemelwateruitlaten heeft het rioleringssysteem invloed op de kwaliteit van het oppervlaktewater en de hoeveelheid water die in dat systeem geborgen en daarlangs afgevoerd moet worden. Voor wat betreft de bergings- en afvoercapaciteit van het oppervlaktewater in de wijken buiten de binnenstad geldt dat het oppervlaktewatersysteem de grenzen van de beschikbare capaciteit heeft bereikt. Dit blijkt onder andere uit de watersysteemanalyse die het Hoogheemraadschap heeft uitgevoerd en het verdrinken van overstorten tijdens langdurige of hevige neerslag. In het Centrum ligt een kantelstuw in het oppervlaktewatersysteem. Deze kantelstuw is een belangrijke schakel in de waterveiligheid.
Vrijvervalstelstel Omschrijving
Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van de objecten waaruit het (afval)watersysteem in onze gemeente is opgebouwd. Het areaal vertegenwoordigt naar verwachting een vervangingswaarde van 260 tot 280 miljoen euro. In bijlage A4 onderdeel B2 zijn figuren, tabellen en tekeningen opgenomen die de beschrijving van de aanwezige voorzieningen (nader) duiden.
Eenheid
113 km
Hoofdriool gemengde riolering
120 km
Hoofdriool hemelwaterriolering
140 km
Hoofdriool DT- of DIT-riolering
19 km
Persleiding (transport)
2.1.3 Aanwezige voorzieningen riolering en water
Hoeveelheid
Hoofdriool vuilwaterriolering
31 km
Inspectieputten
12.273 stuks
Spoelwaterinlaten
Geen stuks
Hoofdrioolgemalen
5
Rioolgemalen
54 stuks
Tunnelgemalen
11 stuks
Overstorten (gemengd stelsel, inclusief randvoorzieningen)
166 stuks
Afsluiters Regenwater uitlaten gescheiden stelsel Randvoorzieningen hemelwater (lamellenfilter) Kolken Lijngoten Waterdoorlatende verharding (4 straten)
stuks
71 stuks 1494 stuks 3
stuks
26.600 stuks 1,5
km
18.000 m2
Mechanische riolering Omschrijving
Hoeveelheid
Eenheid
Minigemalen (drukrioolstelsel)
133 stuks
Persleidingen en drukriolering
10 km
Particuliere voorzieningen Omschrijving
Hoeveelheid
Eenheid
Warmte-koude opslagsystemen (WKO’s)
- stuks
Individuele behandeling afvalwater (IBA)
7
stuks
Grondwatervoorzieningen Omschrijving
Hoeveelheid Eenheid
Drainageleidingen
66 km
Grondwaterpeilbuizen actief
210 stuks
Grondwaterpeilbuizen buiten gebruik
38 stuks
Bemalen drainage
10 stuks
Oppervlaktewaterwater Omschrijving
9
Hoeveelheid Eenheid
Peilbemalingen
3
Binnenwater
85 ha
stuks
Recreatief binnenwater
55 ha
Oppervlakte waterbodem (baggeren)
140 ha
Het boezemwater in de binnenstad valt, samen met alle waterlopen ten westen van de A13, onder de verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap. In het poldergebied ten oosten van de A13 vallen de hoofdwaterlopen onder de verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap en de overige waterlopen onder de verantwoordelijkheid van de perceel eigenaren. Ongeveer 5 tot 10% van het (resterende) oppervlaktewater binnen de Delftse beheergrenzen behoort tot het areaal van de gemeente Delft.
De inspectieresultaten zijn tot aan de transitie in 2020 vastgelegd overeenkomstig NEN 3399 ‘Classificatiesysteem bij visuele inspectie van riolen’. Na 1 januari 2020 vindt inspectie plaats overeenkomstig NEN-EN 13508-2. Deze norm reikt een methodiek aan voor het waarnemen en het in genormeerde omschrijvingen en codes registreren van toestandsaspecten. Sinds 2020 beschikt de gemeentelijke rioolbeheerder via de geregistreerde waarnemingen over gemeten of geschatte waarden binnen bepaalde toleranties (eerder waren dit globale klassen) en detailinformatie. Op basis daarvan vindt (door de rioolbeheerder) classificatie, beoordeling en beslissing plaats. De nieuwe inspectiemethodiek versnelt de analyse en beslismogelijkheden van de rioolbeheerder, verhoogt de kwaliteit van gemaakte keuzes (meer gegevens, minder onzekerheid) en past in de ontwikkelingen op het gebied van bigdata-analyse en machine-learning.
Ten aanzien van de duikers binnen de Delftse eigendoms-/ beheergrenzen wordt opgemerkt dat het duikers betreft die in eigendom zijn van de gemeente Delft en waarop de gemeente het constructieve beheer en onderhoud uitvoert. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het natte profiel. Voor stuwen gelden geen gedeelde verantwoordelijkheden. Deze vallen volledig onder de verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap. In overeenstemming met de bepalingen in het Besluit lozingen buiten inrichtingen (Blbi) zijn in bijlage A4 onderdeel B2 de kenmerken van overstorten en uitlaten opgenomen, zodat deze zonder vergunning mogen lozen op het watersysteem.
2.2 Toestand van de riolering Op basis van de planmatig uitgevoerde inspecties heeft de gemeente inzicht in de toestand van de vrijverval riolering. Zie Figuur 23 voor de lengtes van uitgevoerde rioolinspecties per jaar.
De resultaten van de inspecties zijn hieronder weergegeven en geven een indicatie van de staat van het stelsel: • 81% van de riolering is geïnspecteerd. • In 44% van de geïnspecteerde strengen zijn schadebeelden aangetroffen. Dit betreft waarschuwingsmaatstaven of ingrijpmaatstaven op waterdichtheid, stabiliteit of afstroming. • In 32% van deze geïnspecteerde strengen is een schadebeeld met hoge prioriteit aanwezig. Dit betreft ingrijpmaatstaven op waterdichtheid, stabiliteit en afstroming. Deze strengen worden onderverdeeld in risicoriolen en niet-risicoriolen. • Op basis van de inspecties kan gesteld worden dat binnen het huidige areaal riolering geen sprake is van structureel achterstallig onderhoud. Wel wordt de naderende vervangingspiek zichtbaar uit de inspectieresultaten.
70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0
<2010
2011
2012
2013
2014
2015 Jaar van inspectie
Figuur 2-3 Lengte geïnspecteerde riolering in meter per jaar
10
2016
2017
2018
2019
2020
Het categoriseren van ‘risico-riolen’ en ‘niet-risico riolen’ is maatwerk. De gemeente legt op basis van o.a. technische- en maatschappelijke afweging vast welke gebieden en/of welke riolen als wel en niet risicovol worden gekwalificeerd en prioriteert op basis daarvan de te nemen maatregelen.
het hydraulisch functioneren van de riolering, zijn verbetermaatregelen ontworpen. Deze verbetermaatregelen worden planmatig en waar dat mogelijk is gecombineerd met reguliere vervangingswerkzaamheden uitgevoerd. In het kader van het BRP Slauerhofflaan en de voorbereiding van de rioolvervangingen in Voorhof en Buitenhof zijn verkenningen uitgevoerd naar de toepassing van nieuwe berekeningsbuien en de effecten daarvan op het theoretisch functioneren van de riolering en de impact daarvan op eerder ontworpen hydraulische verbetermaatregelen. In het kader van de OAS-Harnaschpolder is een integraal rekenmodel opgesteld waarin riolering en oppervlaktewater met elkaar zijn gekoppeld. Met behulp van dit rekenmodel worden onder andere verkenningen uitgevoerd naar de effecten van toekomstige zwaardere neerslag ten gevolge van klimaatverandering.
In bijlage A4 onderdeel B2 is een kaart opgenomen waarop de aanlegjaren van de riolering zijn aangegeven. Ook wordt er een overzicht gegeven van de toestand van de riolering die op basis van de uitgevoerde inspecties is vastgesteld en welke riolering als gevolg van gemaakte afwegingen als ‘risico-riolen’ zijn gecategoriseerd.
2.3 Functioneren van de systemen 2.3.1 Rioolsysteem Het theoretisch functioneren van de gemeentelijke systemen wordt met een frequentie van 1x per 5 tot 10 jaar getoetst. In dit kader worden Systeemoverzichten stedelijk water (SSW’s, voorheen Basisrioleringsplannen (afgekort BRP’s) opgesteld en worden optimalisatiestudies afvalwatersystemen (OAS-studies) verricht. Deze studies geven inzicht in het huidige functioneren van de systemen, en geven aan welke maatregelen er moeten worden genomen om de gewenste prestaties met het systeem te bereiken. In toenemende mate worden de modelberekeningen (theorie) aangevuld met de analyse van metingen aan het praktijk functioneren of meldingen over het ontstaan van (ernstige) water-op-straat situaties of wateroverlast.
Van enkele plaatsen is bekend dat zich bij hevige regenval problemen kunnen voordoen. De knelpuntenkaart in bijlage A4 onderdeel B4 geeft hiervan een overzicht. Op basis van de maatregelplanning wordt systematisch aan het oplossen van deze problemen gewerkt. Locaties waar in de afgelopen planperiode problemen met water-op-straat en/of wateroverlast zijn opgelost zijn o.a. Hof van Delft, Westerkwartier en Rotterdamseweg. Aan het oplossen van de problematiek in het Bagijnhof en de Nieuwe plantage wordt nog gewerkt.
Praktijk functioneren Om inzicht te krijgen in het praktijk functioneren van de gemeentelijke voorzieningen en om niet afhankelijk te zijn van alleen theoretische modellen is het rioleringssysteem op strategische locaties van meetpunten voorzien. De navolgende tabel geeft een beeld van het gemeentelijke (riolering)meetnet. Onderscheid is gemaakt tussen gemeentelijke en Hoogheemraadschap meetpunten.
Theoretisch functioneren Op basis van de vigerende BRP’s en/of de uitgevoerde modelberekeningen wordt geconcludeerd dat de riolering in principe hydraulisch goed functioneert. Voor de locaties waar dat vooralsnog niet het geval was, dat wil zeggen de locaties die niet voldoen aan de maatstaf bij de functionele eis aan
Tabel 2-2 Overzicht meetvoorzieningen Type meetpunt
Meetgegevens
Beheerder
Aantal
Overstorten
Duur en tijdstip
Gemeente
25 (+12)
Gemalen
Niveau en debiet
Gemeente
40
Grondwaterpeilbuizen
Niveaumeting
Gemeente
210
Oppervlaktewater
Niveaumeting
Gemeente
4
Eindgemalen
Niveau en –debiet
Hoogheemraadschap
2
Zuiveringen
Niveau en –debiet
Hoogheemraadschap
1
Neerslagmeter
Neerslag
Gemeente
5
11
De voornoemde meetvoorzieningen zijn in een breed tijdsbestek gerealiseerd en dekken hoofdzakelijk de randen van het systeem of bemeten specifieke probleemgebieden. Van een volledig meetvraag-dekkend meetnet is vooralsnog geen sprake. Om meer inzicht in en grip op het daadwerkelijk functioneren van de riolering te krijgen en om modelberekeningen te kunnen valideren is de gemeente zich wel op de realisatie van een omvangrijker rioleringsmeetnet aan het voorbereiden. De verzamelde meetdata die vanuit het meetnet beschikbaar komt wordt niet (automatisch) gevalideerd en wordt vooralsnog in beperkte mate gebruikt voor analyse en vergelijking met het theoretische functioneren van de riolering.
2.3.3 Waterkwantiteit
Effect van vuilemissie op de ontvangende wateren
Daarnaast blijft het zaak om bij verdere ontwikkelingen de kansen om het systeem verder te verbeteren in beeld te houden, zodat ook in de toekomst het watersysteem robuust blijft bij hevige piekneerslag.
Zowel op de polders als op de boezem vinden overstortingen plaats vanuit de riolering. Vooral de polder Vrijenban (Indische buurt, Vrijenbansekade), de Bieslandse Bovenpolder (van Miereveltlaan), Voordijkshoornse polder (van Houtestraat) en de Hoge Abtswoudse polder (Krakeelpolder) zijn kwetsbaar voor waterkwaliteitsknelpunten. Voor het grootste deel van het Delftse oppervlaktewater geldt het ambitieniveau ‘water als belevingsgoed’. Dit houdt in dat niet zozeer de waterkwaliteit als wel de esthetica (uiterlijk en geur) aandacht verdient. Op basis van de OAS Delft variantenstudie 2010 heeft de gemeente tussen 2010 en 2020 diverse maatregelen getroffen om de te hoge emissie uit de riolering op het oppervlaktewater te beperken. Voorbeelden daarvan zijn het aanpassen van gemaalcapaciteiten, het realiseren van een RTC-calamiteitensturing op het collecteurriool en de hoofdgemalen en het afkoppelen van verhard oppervlak. Sinds het nemen van deze maatregelen zijn er geen studies meer uitgevoerd die het theoretische effect van deze maatregelen op de vuilemissie op het oppervlaktewater in beeld hebben gebracht.
Uit de watersysteemanalyse Delft en verificatie van de rekenresultaten aan de praktijksituatie wordt geconcludeerd dat het watersysteem op hoofdlijnen voldoet aan de gestelde eisen en grotendeels in staat is om zware piekneerslag op te vangen. Ook wordt geconcludeerd dat de afvoercapaciteit van het watersysteem in grote lijnen in orde is. Zeer lokaal kunnen er bij zware neerslag evengoed wel inundaties optreden. Volgens de normering van de Provinciale Waterverordening dient zich in het huidige klimaatscenario een tweetal knelpunten aan. • De laaggelegen delen van de Reinier de Graaflaan; • Het natuurgebied/sportvelden in de Kerkpolder.
2.4 Klimaatadaptatie Het proces van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA, zie bijlage A4 onderdeel B1) omvat een aantal stappen die gemeenten cyclisch doorlopen om te komen tot een water-robuuste en klimaatbestendige inrichting van Nederland in 2050. In het kader van de stresstesten is een Wolkanalyse uitgevoerd. Als onderdeel van het DPRA-proces heeft er een risicodialoog plaatsgevonden op de thema’s wateroverlast, hittestress, droogte en overstroming. Deze dialoog heeft geleid tot de Delftse klimaatadaptatiestrategie. Deze strategie omvat geen uitvoeringsplan. Daarnaast heeft de gemeente het convenant klimaatadaptief bouwen ondertekend. In het kader van de OAS-Harnaschpolder worden in samenwerkingsverband met NAD-partners stresstesten uitgevoerd op basis van een geïntegreerd riolering-/oppervlaktewatermodel. Deze stresstesten verfijnen de uitkomsten uit voornoemde analyse. De resultaten uit deze OAS zijn niet meegenomen in dit vGRP.
Vanuit de praktijk zijn er geen structurele knelpunten in het watersysteem bekend bij de Gemeente of het Hoogheemraadschap die duiden op een niet acceptabele vuilemissie op het oppervlaktewater ten gevolge van de aanwezige voorzieningen voor de riolering.
2.3.2 Waterkwaliteit De nieuwe watersysteemanalyse Delft die is opgesteld door het Hoogheemraadschap geeft input aan het stroomgebiedsbeheerplan (SGBP). De maatregelen van het SGBP2 en de verwachte situatie aan het eind van de planperiode daarvan worden te zijner tijd geëvalueerd. De resultaten en conclusies daaruit vormen input voor nieuwe plannen. In het netwerk ‘Schoon en gezond water’ zijn de doelen voor de lokale wateren besproken. Voor de gemeenten zijn maatregelen denkbaar op het gebied van emissiereductie, de waterbeheerpraktijk, inrichting (ecologisch netwerk) en anticiperen op de toekomst.
12
Daarnaast zijn er analyses uitgevoerd op de meetdata uit het gemeentelijke grondwatermeetnet.
2.5 Huidige situatie in het perspectief van het vorige GRP
Geconcludeerd wordt dat in de huidige situatie aan de meeste maatstaven wordt voldaan. We hebben vergeleken met de vorige planperiode aanzienlijke verbeterstappen gezet en inhaalslagen op het gebied van rioolvervangingen gemaakt. Ook wordt het streven naar continue verbetering van processen steeds meer zichtbaar en begint dit vruchten af te werpen. Voor de aspecten waarmee aan de maatstaven wordt voldaan is het dus zaak ervoor te zorgen dat we daaraan blijven voldoen (consolideren). Voor de andere maatstaven geldt dat er nog activiteiten moeten worden ontplooid om het gewenste kwaliteitsniveau te halen. Daarna is het de opgave om dat niveau vast te houden.
We werken en toetsen onze werkzaamheden op basis van de Do-Fe-Ma-Me-methode. Die gaat uit van Doelen, Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden. Deze methode houdt onder andere in dat we de huidige situatie toetsen aan de functionele eisen die wij als gemeente voor de drie watertaken (afval-, hemel- en grondwater) hebben geformuleerd. Aan de hand van maatstaven wordt bepaald in hoeverre aan de functionele eisen wordt voldaan. Maatstaven maken de functionele eisen toetsbaar. De maatstaven die terugblikkend op het vorige GRP nog niet voldoen aan de gestelde ambities verdienen de komende planperiode extra aandacht om deze, mits dat doelmatig is, alsnog naar het gewenste niveau te brengen. Deze paragraaf bevat de conclusies van die toetsing. De volledige beschrijving van de toetsing en van de daarbij gehanteerde Doelen, Functionele Eisen, Maatstaven en Meetmethoden zijn te vinden in bijlage A4 onderdeel B4.
De maatstaven waaraan op dit moment nog niet wordt voldaan en een toelichting daarop zijn weergegeven in de navolgende tabel. Er zijn geen maatstaven waar op dit moment nog helemaal niet aan wordt voldaan.
Tabel 2-3 Maatstaven waaraan gedeeltelijk wordt voldaan. Code
Maatstaven
Toelichting
2c
Het effect van lozingen op het watersysteem is acceptabel voor de gemeente en de waterbeheerder (HHD).
Voorheen was er te weinig afstemming met het Hoogheemraadschap over de impact van rioleringsmaatregelen op het oppervlaktewater. Sinds 2020 bespreekt de gemeente tijdens reguliere afstemmings-momenten rioleringsplannen met het Hoogheemraadschap en wordt eraan gewerkt om problemen tijdens de vergunningverlening voor te zijn en/ of op te lossen.
3b
Ongedierte en stank leiden niet tot structureel verminderd welzijn of gevaren voor de volksgezondheid.
De onderhoudsfrequentie en het aantal keer dat geurfilters worden vervangen ligt hoger dan theoretisch verwacht. De voorzieningen worden in de praktijk zwaarder belast dan voorzien.
3c
De kwaliteit van het object vormt geen risico voor het functioneren van het systeem en/of voor de leefomgeving.
De beoordelingsmaatstaf is naar boven bijgesteld (kritischer).
4b
De vaste en variabele beheergegevens zijn actueel, betrouwbaar, compleet en toegankelijk en zijn (op termijn) uniform en uitwisselbaar.
Er zijn aanzienlijke verbeterstappen gezet. De beheerdata is veel meer op orde en het meldingen-systeem is aangepast. Er wordt echter nog niet volledig aan de standaarden voldaan die RioNed voorschrijft en die de gemeente daarvoor als maatstaf hanteert.
4i
Het verder professionaliseren van rioleringsbeheer als lerende organisatie.
Het omgaan met en het borgen van geleerde lessen en het vasthouden en gestructureerd uitwisselen van kennis in de organisatie is een aandachtspunt. Er zijn vanaf 2019 diverse initiatieven ter verbetering ondernomen, maar het ‘nieuwe-normaal’ stelt andere eisen aan deze initiatieven.
7c
Doelstellingen zijn gericht op anticiperen op klimaatverandering en bodemdaling.
De gemeente heeft bij projecten meer dan voorheen aandacht voor klimaatverandering en bodemdaling. Dit gebeurt vooralsnog ad hoc. De stap naar structurele aandacht, denken vanuit gebieden in plaats vanuit bouwlocaties, aansluiten bij het ‘DNA’ van gebieden (karakteristieke kenmerken, kansen en risico’s) en een eenduidige aanpak moet nog worden gezet. Het beheerplan civiel, waarin aandacht is voor bodemdaling en ophogen van wegen in bepaalde gebieden, is hiervoor een handvat.
7d
Er is voldoende aandacht voor onderzoek en kennisdeling.
Er is voldoende aandacht voor onderzoek en kennisdeling. Deze kennisdeling vindt plaats binnen een kernteam. Het doorgeven en borgen van gedeelde kennis naar de afdelingen vergt nog aandacht. In bredere zin (bijvoorbeeld aan kennisdeling tijdens landelijke symposia) is er vanuit de gemeente weinig aan innovatie en kennisdeling gedaan.
13
3
Hoe is het afgelopen jaren gegaan (evaluatie)
3.1 Resultaten evaluatie planperiode 2017-2021
oplossingen wordt gedacht. Op het gebied van vergunningverlening zijn nog procesmatige verbeteringen wenselijk.
Het systeem is schoon (planmatig gereinigd), heel en veilig
Uit de evaluatie die is uitgevoerd op basis van het vGRP 2017-2021 en die is uitgevoerd door de ambtelijke organisatie van de Gemeente en het Hoogheemraadschap blijkt dat we aanzienlijke verbeterstappen hebben gezet, inhaalslagen hebben gemaakt en processen steeds beter op orde hebben. Navolgend worden de behaalde resultaten per functionele eis beschreven
De technische staat van de objecten waaruit het systeem bestaat is in beeld en is zodanig dat deze geen risico voor het functioneren van het systeem of voor de omgeving vormt. Beoordelingsmaatstaven zijn naar boven bijgesteld. Op locaties waar geurhinder werd ondervonden zijn geurfilters geplaatst. Aandacht vergen de naderende vervangingspiek en de onderhoudsfrequentie van de geurfilters die hoger blijkt dan gedacht.
Het systeem is compleet en juist aangelegd Alle percelen in Delft zijn inmiddels door middel van een systeem gerioleerd. De gemeente heeft zich ingespannen om de voorbereiding en uitvoering van projecten zorgvuldig te laten verlopen, zodat de systemen ook juist zijn gerealiseerd. Daarnaast is extra inspanning geleverd om de juistheid, actualiteit en betrouwbaarheid van beheerdata te vergroten. Via monitoring wordt het functioneren van systemen gevolgd of getoetst.
Het systeem functioneert naar behoren Het systeem functioneert voor het grootste deel naar behoren. Daar waar dat nog niet zo is zijn oorzaken van de achterblijvende prestaties in beeld en/of wordt er aan verbetermaatregelen gewerkt. Het resultaat daarvan is dat het contact van mensen met rioolwater beperkt is en dat grondwateroverlast en/of gevolgschade daarvan ook beperkt zijn. Gekoppeld aan reguliere rioolvervangingsprojecten levert de gemeente inspanningen om de hoeveelheid rioolvreemd water dat door de riolering wordt verwerkt te beperken. Hierbij worden lekke riolen en foutaansluitingen aangepakt. Door middel van deze werkwijze neemt de hoeveelheid rioolvreemd water op termijn substantieel af. De samenwerking met het Hoogheemraadschap is geïntensiveerd, waardoor de waterpartners eerder met elkaar in gesprek zijn dan voorheen en er sneller richting integrale(re)
Het werkproces is op orde Er wordt voldaan aan de wet- en regelgeving en op de handhaving daarvan. In het kader van de beschikbaarheid, actualiteit, betrouwbaarheid, compleetheid van (vaste en variabele) beheergegevens in een database en de uitwisselbaarheid daarvan zijn grote verbeterstappen gezet. Ook het meldingssysteem is getransformeerd richting de vigerende standaarden en biedt handvatten om de dienstverlening naar een hoger niveau te tillen. In het kader van de OAS Harnaschpolder wordt er gewerkt aan een integraal rekenmodel waarin zowel de rioleringssystemen als het oppervlaktewatersysteem van alle NAD-partijen, waaronder de gemeente Delft, zijn samengebracht. Een soortgelijke exercitie is nog niet eerder op deze schaal uitgevoerd, en biedt de gemeente kansen om steeds nauwkeuriger te werken aan strategievorming en verbetermaatregelen. Er zijn diverse acties uitgevoerd om het tekort aan capaciteit op te vangen. Als gevolg daarvan zijn er momenteel voldoende mensen, middelen, kennis en kunde beschikbaar om de zorgtaken uit te voeren. Het verder ontwikkelen van integrale processen en inhoudelijke afstemming vraagt om doorontwikkeling.
14
Incidenten of calamiteiten zijn adequaat afgehandeld en hebben geleid tot dienstgericht klantcontact en het leren van lessen uit de bestudering van de voorgevallen incidenten. Het omgaan met en borgen van geleerde lessen en het beschikbaar stellen van kennis in de organisatie vergt nog aandacht. Dit hoort bij het steeds meer integraal werken, het verder professionaliseren van het rioleringsbeheer en de daarbij horende taken.
De inwoners zijn tevreden Op basis van feedback en het ontbreken van meldingen blijkt dat de inwoners tevreden zijn over de manier waarop de gemeente de riolering in normale omstandigheden beheert, over de wijze waarop wordt omgegaan met meldingen en over de manier waarop wordt gehandeld in bijzondere omstandigheden.
Als resultaat hiervan zijn er voldoende mensen, middelen, kennis en kunde beschikbaar om de taken uit te voeren. In principe zijn verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden bij alle (intern) betrokken duidelijk en vindt interne en externe afstemming/samenwerking adequaat plaats. Wel bestaat de behoefte om elkaar als teams die actief zijn in de openbare ruimte beter te informeren, te betrekken en elkaar bij integrale opgaven te vinden. Dit met het uitgangspunt dat er met integrale projecten meer waarde kan worden toegevoegd aan de openbare ruimte, hinder kan worden beperkt en middelen doelmatig worden ingezet. De (benodigde)uitgaven zijn actueel, betrouwbaar, en compleet in beeld. Daarnaast zijn de (benodigde) inkomsten uit de rioolheffing transparant en juridisch verankerd in de gemeentelijke organisatie. De uitgaven voor de gemeentelijke zorgplichten zijn, op de middellange termijn, in balans met de inkomsten en minder meer (in overeenstemming met de doelstelling in BAW).
De financiën zijn op orde De gemeente heeft een actueel en compleet beeld van de inkomsten en uitgaven. De uitgaven voor de gemeentelijke zorgplichten zijn, op de middellange termijn, in balans met de inkomsten en er sprake van minder meerkosten (in overeenstemming met de doelstelling in het BAW). De bekostiging van de vervangingspiek rond 2025, de impact van de woningbouwopgaven op het rioleringssysteem en van klimaat adaptieve maatregelen vergen aandacht.
Vanuit het vorige vGRP moet rekening worden gehouden met budgetreserveringen voor de bekostiging van de vervangingspiek rond 2025, met daarbij budgetreserveringen voor de bekostiging van klimaat adaptieve maatregelen en het realiseren van een bijdrage vanuit ontwikkelingen aan systeemwijzigingen die de toename van het afvalwateraanbod op termijn mogelijk moeten maken. Dit geldt niet alleen voor de periode tot 2025/2028 maar ook verder voor de langere termijn. Bij de formulering van de strategie voor het nieuwe vGRP wordt hieraan richting gegeven.
De waterketen is klaar voor de toekomst Er wordt een bewuste verbinding gelegd met het watersysteem (breed denken) en het streven naar verbetering. Op het gebied van bodemdaling, klimaatadaptatie en het integraal vervangen van de openbare ruimte bevat de toekomst nog een aantal uitdagingen. Een deel van deze uitdagingen wordt in NAD-samenwerkingsverband opgepakt of ‘voorgekookt’. Dit zorgt voor kennisdeling, kennisname en beproeving van ontwikkelingen, uniformiteit in strategieën, aanpak en uitvoering. Naast deze samenwerking is er een aparte samenwerking in het kader van klimaatadaptatie met een eigen samenwerkingsagenda en zijn reguliere overleggen met het Hoogheemraadschap geïnitieerd en vindt er afstemming plaats in het kader van de Watertoets. Op beleidsniveau krijgt het ‘toekomst bestendig maken van de waterketen’ op een steeds natuurlijke wijze vorm.
3.3 Successen in de afgelopen jaren Behaalde successen zijn te verdelen naar twee categorieën. Enerzijds betreft dit de successen die de gemeente heeft behaald binnen de NAD-samenwerking. Anderzijds betreft dit de successen die binnen de gemeentelijke organisatie zijn gerealiseerd.
Successen in de NAD-samenwerking Zowel landelijk als regionaal blijkt de samenwerking in de waterketen een succes en worden de beoogde structurele besparingsdoelstellingen behaald. Een aantal succesvolle en lopende projecten binnen het NAD zijn: • Samenwerking op het gebied van onderhoud en beheer van riolering en de gezamenlijke opzet en aanbesteding van reiniging & inspectie, relining en aanbevelingen over vetvangers/bacteriën. • De Optimalisatiestudie Afvalwater Systeem (OAS) Harnaschpolder.
3.2 Terugblik op personele en financiële aspecten Het tekort aan capaciteit is opgevangen door het inzetten van twee samenwerkingspartners (ingenieursbureaus), die sinds maart 2020 aan de slag zijn. Daarnaast is er actief ingezet op het doorschuiven van functies, het aannemen van nieuwe medewerkers op vrijvallende plaatsen, het bestendigen en uitbreiden van netwerken en het delen/vastleggen van kennis. 15
• Het opstellen van een integraal rekenmodel (riolering en oppervlaktewater) binnen de OAS. • Het opzetten van Realtime Control (RTC) voor het collecteurriool in Delft. • Het gezamenlijke beheer en onderhoud van gemalen in de gemeenten Delft, Pijnacker-Nootdorp en Leidschendam-Voorburg. • Het installeren van een transitieteam voor de langetermijn visie. • Het actualiseren van de vGRP blauwdruk op de omgevingswet en actuele thema’s.
Successen binnen de gemeentelijke organisatie Een aantal succesvolle projecten en/of trajecten binnen de gemeentelijke organisatie zijn: • De gerealiseerde inhaalslag in rioolvervangingen. • Het oplossen van een aantal stankoverlastsituaties door het plaatsen van geurfilters. • De gerealiseerde verbeterstappen op het gebied van data beschikbaarheid en uitwisselbaarheid. • Het opvangen van het capaciteitstekort en actief inzetten op het doorschuiven van functies, het aannemen van nieuwe medewerkers op vrijvallende plaatsen, het bestendigen en uitbreiden van netwerken en het delen/vastleggen van kennis. • Tevreden inwoners over de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de zorgtaken, en de wijze waarop wordt omgegaan met meldingen en bijzondere situaties.
3.4 Aandachtspunten Daarnaast is op de onderdelen strategie, doelgericht beheer, uitgangspunten, voorzieningen en inkomsten een aantal aandachtspunten benoemd. Deze aandachtspunten, waaronder het bereiken van KRW-doelen, het benutten van karakteristieke gebiedskenmerken, integraal en risico-gestuurd werken, zijn gesignaleerd tijdens de evaluatie van het vGRP 2017-2021 maar zijn gebaseerd op voortschrijdend inzicht en een blik op de toekomst. Daarom is ervoor gekozen om deze aandachts punten mee te nemen in de uitwerking van de strategie zoals die is beschreven in hoofdstuk 5. De evaluatierapportage is opgenomen in bijlage A4 onderdeel B4.
16
4
Aan welke opgaven werken we (visie & strategie)
4.1 Inleiding Als gemeente Delft hebben we in samenwerking met de andere NAD-gemeenten en het Hoogheemraadschap een aantal thema’s gekozen waaraan wij gezamenlijk en individueel op de korte- en lange termijn gaan samenwerken en waarbij de gezamenlijke en individuele inspanningen elkaar zullen ver sterken. Per thema hebben we als NAD-samenwerkings partners speerpunten benoemd en uitgewerkt naar een visie en een strategie. In de visie leggen we gezamenlijk vast wat we willen (wat willen we bereiken). In de strategie leggen we gezamenlijk vast hoe we dat willen bereiken en hoever we binnen de planperiode van het vGRP daarmee willen komen. De gezamenlijke speerpunten zijn in de navolgende paragrafen toegepast op Delft beschreven en worden in de hoofdstukken 5 en 6 (strategie en maatregelen) nader uitgewerkt. Bijlage A4 onderdeel B8 geeft een overzicht van de daarbij gehanteerde brondocumenten.
omgeving en maakt het benutten van economische kansen mogelijk. Waterveiligheid regelen we preventief door sterke dijken en kaden.
Onze strategie: • We zoeken in samenwerking met het HHD naar robuuste (ruimtelijke) oplossingen voor de waterkeringen in o.a. de cultuurhistorische binnensteden. • Innovatieve manieren van dijk en kadeversterking dragen bij aan de haalbaarheid van een hoger veiligheidsniveau. • We beperken schade door overstromingen in geval doorbreken van primaire of regionale waterkeringen door water robuust te bouwen met oog op meerlaagse veiligheid op lange termijn. • De na te streven veiligheidsniveau ’s van regionale keringen worden nadat de bestemming van een gebied is veranderd heroverwogen in relatie tot de veranderde bestemming van het achterland.
Zoetwatervoorziening in relatie tot droogte Onze visie
Als rode draad door deze thema’s heen loopt het op een zo doelmatig mogelijke wijze in stand houden en zo nodig aanpassen van de voorzieningen waarmee wij invulling geven aan onze zorgtaken ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater.
Zoet water moet zoveel als mogelijk worden vastgehouden om verdroging tegen te gaan en om de maatschappelijke, economische en ecologische functies te waarborgen. Door klimaatontwikkeling worden droge perioden steeds langer en komen deze steeds vaker voor. Daarom gaan we zuiniger om met ons zoete water.
4.2 Klimaatadaptatie en duurzaam omgaan met water
Onze strategie
Onder het thema “klimaatadaptatie en duurzaam omgaan met water” stellen wij de kwaliteit en weerbaarheid (toekomst bestendigheid) van het Delftse watersysteem in het middelpunt. Speerpunten daarin zijn:
Waterveiligheid Onze visie: Waterveiligheid is een eis bij alle ruimtelijke ontwikkelingen en planvorming. Waterveiligheid resulterend in meerlaagsveiligheid is een primaire voorwaarde voor een goede en veilige leef 17
In de ruimtelijke planvorming dragen ontwikkelingen positief bij aan de hoeveelheid zoet water in het gebied. Droogte wordt bestreden door het vasthouden van water: • We benutten hemelwater dat in een gebied valt voor periodes van droogte, door dit waar mogelijk vast te houden, (ondergronds) te bergen en her te gebruiken. We maken het watersysteem veerkrachtig door het waar dat mogelijk is vergroten/benutten van de sponswerking van de stad. Op specifieke locaties vullen we het grondwater aan uit het oppervlaktewater om daardoor te lage grondwaterstanden
tegen te gaan. Hiermee borgen we dat er voldoende water is voor groen, beperken we hittestress en beschermen we houten paalfunderingen. • We houden zoetwater zo lang mogelijk vast, door het in het gebied te verdelen en/of te laten circuleren. • We laten de vraag naar zoetwater beter aansluiten bij het aanbod van zoetwater, door hergebruik, zelfvoorzienendheid en besparing te stimuleren. • We willen het gezuiverde water uit de AWZI’s hergebruiken in de zoetwaterkringloop.
• We benutten door slim sturen de bestaande bergingscapaciteit in de rioolstelsels zo optimaal mogelijk.
Waterkwaliteit Onze visie Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen en planvorming wordt rekening gehouden met de ecologische- en fysische waterkwaliteit, zodat deze bij voorkeur verbeterd of minimaal gelijk blijft aan de bestaande situatie. Gestreefd wordt naar een goede waternatuur in daarvoor aangewezen wateren en een goede waterbeleving in de stad en het rondom aangewezen zwemwater.
Extreme neerslag Onze visie Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen en planvorming worden wateroverlast risico’s als gevolg van extreme neerslag gesignaleerd, geadresseerd en onder voorwaarden (gerelateerd aan de risicodialoog en aan de risicobenadering/risicocategorieën zoals beschreven in de Klimaatadaptatiestrategie Delft) geaccepteerd. Het streven is om wateroverlast door extreme neerslag in gebouwen en woningen te beperken tot een frequentie van eens in je leven. Wanneer de benodigde middelen hiervoor ontoereikend blijken te zijn, zullen prioritaire gebieden voorrang krijgen. In aansluiting op de Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s wordt hiervoor een herhalingstijd van 1x per 100 jaar gehanteerd in bestaand gebied. Bij stadsuitbreidingen ligt de ambitie hoger op eens per 1.000 jaar.
Onze strategie Bij ruimtelijke ontwikkelingen en planvorming voor bestaand stedelijk gebied nemen wateroverlast-risico’s bij voorkeur af of blijven minimaal gelijk aan de bestaande situatie. In dit kader en verwijzend naar meer groen in de stad, ruimte voor (het infiltreren van) water, gezondheid, het beperken van hittestress en minder materiaal gebruik (circulariteit) gaan wij de ‘onthardingsopgave’ extra kracht bijzetten. • We richten het stedelijke gebied en de openbare ruimte zodanig in dat dit leidt tot meer ruimte voor water en infiltratie. • We benutten en/of vergroten waar dat mogelijk is de sponswerking van het bestaande bebouwde gebied door in te zetten op het vergroenen van daken, tuinen en openbare ruimte. Daartoe brengen we eerst de karakteristieke kenmerken van de gebieden in kaart en bepalen we daarna kansen en uitdagingen om hieraan concreet invulling te geven. • We breiden in samenwerking met het HHD de capaciteit van het boezemstelsel uit voor een betere berging en afvoer van overtollig water. • We anticiperen op extreme neerslag door ruimte te geven voor waterberging en door waterrobuust te bouwen. • We verlagen de druk op het boezemstelsel tijdens extreme neerslag, door water in het boezemland te bufferen en overlast in het veenweidegebied onder voorwaarden te accepteren.
Onze strategie • We dringen de lozingen vanuit de riolering op het oppervlaktewater zo ver mogelijk terug. Hiermee willen we een toename van overstortingsvolumes door heftigere buien compenseren en ruimte op de RWZI’s vrijmaken voor de woningbouwopgave. Dit bereiken we door af te koppelen waar dat technisch haalbaar en doelmatig is. Zuurstofrijk regenwater ververst het oppervlaktewater en draagt zo bij aan een betere waterkwaliteit. • We streven ernaar om in samenwerking met het Hoogheemraadschap de KRW-doelen te bereiken. • We stemmen de gebruiksfuncties van het water en de omliggende openbare ruimte af op de hoogst haalbare waterkwaliteit. • We stimuleren de aanleg van natuurvriendelijke oevers en we beperken het aantal duikers en de lengte van duikers, waardoor de zichtbaarheid van water wordt geoptimaliseerd.
Schoon en gezond water Vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn ecologische en chemische doelen gesteld voor grotere wateren, de aangewezen ‘KRW-lichamen’. De kwaliteit van deze KRW-wateren is ook afhankelijk van de kwaliteit van de kleinere wateren, ‘overige wateren’ genoemd. In het netwerk ‘Schoon en gezond water’ werken Delfland met gemeenten en andere gebiedspartners samen aan de waterkwaliteit.
Hitte Onze visie Het voorkomen van hittestress is niet onze primaire taak, maar ons beleid ten aanzien van hemelwater en grondwater zijn wel een belangrijke schakel in het beperken van hittestress. We leveren vanuit water en riolering waar dat doelmatig is wel een bijdrage aan het beperken van hittestress door op een slimme manier om te gaan met hemelwater, en het voorzien in voldoende, en voldoende diep oppervlaktewater.
18
Onze strategie
Onze strategie
We beperken de risico’s veroorzaakt door klimaatverandering en ruimtelijke ontwikkelingen: • We veranderen door o.a. ontharden en planten van bomen in de openbare ruimte, het vergroenen van gebouwen en/of het stellen van eisen aan schaduwwerking de omstandigheden in de stad om het hitte-eiland effect te beperken. • We zetten in op meer oppervlaktewater, het behouden van bestaande bomen die nu al schaduw leveren en de aanplant van meer nieuwe bomen die naarmate ze ouder worden in schaduw gaan voorzien. Dit intensieve groen levert ook tijdens warme dagen een fijne leefomgeving op.
De strategie geeft aan hoe de kwetsbaarheid van de afzonderlijke organisaties willen verminderen. Speerpunten daarin zijn: • We zorgen voor draagvlak binnen de organisaties, voldoende kennis, personele capaciteit en competenties om dit aan te pakken. • Partijen geven ruimte om te komen tot de maatschappelijk meest gewenste oplossingen; organisatiegrenzen staan die oplossingen niet in de weg. • We werken steeds inniger samen in waterketenteams per zuiveringsregio. • We zorgen via gestandaardiseerd gegevensbeheer, uniforme uitwisseling van data, en metingen aan onze systemen voor een betrouwbare dataset op basis waarvan data gestuurde beslissingen mogelijk zijn. • Het gezamenlijke NAD-gemalenbeheer professionaliseert verder en wordt op een geschikt moment uitgebreid naar meer gemeenten.
Bodemdaling Onze visie Door de verandering in denken van “het peil volgt de functie” naar “het functioneren aanpassen aan het peil “(in de binnenstad is aanpassen aan de nieuwe omstandigheden vaak het hoogst haalbare) willen we zettingen/bodemdaling remmen. Vanuit water en riolering dragen we waar dat doelmatig is bij aan het beperken van bodemdaling.
4.4 Minder-meerkosten
Onze strategie
Onze visie
We signaleren risico’s en we nemen maatregelen om maatschappelijke schade door zetting/bodemdaling te voorkomen: • We streven naar een stabiel oppervlakte waterpeil in de historische binnenstad en/of historische kernen om zettingen, verzakkingen, funderingsschade, en andere gevolgen van wateronderlast en wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. • We streven naar gebied gerichte grondwaterpeilen om grondwater onderlast en overlast zoveel mogelijk te voorkomen. • Bij stedelijke vernieuwingen herstructureren we wijken die gevoelig zijn voor bodemdaling om schade aan woningen te beperken. • We voorkomen voor zover dat in onze gebieden mogelijk is de bouw van nieuwe wijken op plaatsen met een slappe bodem. Wanneer we bouwen op een slappe bodem doen we dat op een bodemdaling bestendige manier.
Onder het thema kosten “minder-meerkosten” zorgen wij ervoor dat de investeringen die wij doen in verhouding zijn tot de maatschappelijke meerwaarde (waterwinst) die ze creëren.
4.3 Verminderen kwetsbaarheid van de organisatie Onze visie Onder het thema verminderen van de kwetsbaarheid van de organisatie stellen wij ons als samenwerkende organisaties dienstbaar op ten aanzien van water, de burger en naar elkaar. Het NAD is een netwerkorganisatie die steeds inniger gaat samenwerken als ware het één organisatie. De verstrengeling met gemeenten en Hoogheemraadschap is en blijft voorlopig zodanig noodzakelijk om de visie te realiseren dat het NAD een hybride organisatie blijft die is opgebouwd vanuit de gemeentelijke, hoogheemraadschaps- en drinkwaterbedrijfsorganisaties. 19
Onze strategie • We erkennen dat waterwinst niet altijd in geld is uit te drukken en dat de gerealiseerde winst niet altijd terugvloeit naar onze eigen organisaties. Een tevreden burger en een aantrekkelijke stad en verzilverde meekoppelkansen zijn ook winst. • Er is ruimte voor een lichte stijging van de rioolheffing om klimaatadaptatieve maatregelen mogelijk te maken. • We werken toe naar een uniformere wijze van administreren en onderbouwen van gemaakte kosten, zodat die gemakkelijker met elkaar te vergelijken zijn en zodat we van elkaar kunnen leren.
5
Hoe gaan we er komen (uitwerking strategie)
5.1 Afvalwater
afvalwater vanaf het overnamepunt is vervolgens de taak van het Hoogheemraadschap.
De gemeente werkt aan een gezonde, leefbare en duurzame stad door in te zetten op een goed functionerend en robuust rioolsysteem waarmee wordt voorgesorteerd op de ontwikkelingen van de toekomst. Liggend op een knooppunt in het regionale afvalwatertransportsysteem streeft de gemeente naar het optimaal inzamelen, ontvangen, verwerken en transporteren van de hoeveelheid te zuiveren afvalwater. Schoon en vuil water worden zoveel mogelijk gescheiden gehouden en vanuit het perspectief van circulariteit hergebruikt. Daarnaast wordt aansluiting gezocht bij de KRW.
5.1.1 Wijze van inzameling Alle percelen en lozers binnen het gemeentelijk grondgebied waar afvalwater vrijkomt, moeten zijn voorzien van een voorziening. In het stedelijk gebied zijn panden aangesloten op het vrijvervalstelsel. In het buitengebied wordt het huishoudelijk afvalwater hoofdzakelijk ingezameld met drukriolering. Waar dit niet mogelijk of niet doelmatig is, dient het huishoudelijk afvalwater te worden verwerkt met een lokaal behandelingssysteem. Het type voorziening wordt op basis van een doelmatigheidsafweging in samenwerking tussen Gemeente en Hoogheemraadschap bepaald.