CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport rekenkameronderzoek Effecten Coronacrisis Delft

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 13 januari 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Rekenkamerrapport effecten coronacrisis (2145861) (met concept raadsvoorstel voor advies vanuit commissie)19.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

22

een eerdere fase al afgelast. Dit betekende in de praktijk dat er alleen ruimte was voor kleinschalige evenementen met een versnelde procesgang. Doordat de terrassen uitgebreid waren, was de ruimte voor evenementen in de stad echter beperkt. De evenementenindustrie is hard getroffen. De evenementensector is voor de gemeente daarom een zorgpunt. De gemeente is coulant omgegaan met de evenementensubsidies voor 2020. Als evenementen door corona werden geannuleerd, konden organisatoren de al gemaakte kosten opvoeren en subsidie daartoe laten vaststellen zonder verantwoording van de (vóór coronatijd) gevraagde prestaties van de gemeente.55 Organisatoren kregen in het geval van annulering de keuze om hun geplande evenement in 2021 uit te voeren, of dit op een alternatieve manier te doen (bijvoorbeeld online). Organisatoren van geannuleerde evenementen waar uitstel of alternatieve programmering niet mogelijk bleek (bijvoorbeeld door last minute annulering) hadden de mogelijkheid om de reeds gemaakte kosten tot een maximum van de verstrekte subsidie op te voeren. Grondslag voor het verlenen van vergunningen voor evenementen in coronatijd vanuit de gemeente waren de landelijke richtlijnen, die telkens aan verandering onderhevig waren.

De gemeente vroeg organisaties die evenementen wilden organiseren verschillende varianten van plannen in te dienen en keek dan welk van de plannen mogelijk was. 5.4 Analyse Algemeen De horeca-, toerisme- en evenementensector kenmerken zich door de samenkomst van grote groepen mensen die onderling positieve interactie hebben. In coronatijd zijn deze samenkomsten niet of nauwelijks op een ‘reguliere’ manier mogelijk geweest. De landelijke maatregelen om besmettingen met het virus te voorkomen waren erop gericht om menselijk verkeer en drukte in te perken. Aangezien de kern van horeca, toerisme en evenementen de samenkomst van (grote) groepen mensen is, zijn deze sectoren daarom moeilijk verenigbaar met infectieziektebestrijding en -preventie. Hoewel de gemeente in coronatijd heeft geprobeerd te stimuleren dat het bezoek aan Delft enigszins op peil bleef, was dat lastig voor de gemeente omdat zij ook niet te veel bezoekersstromen wilde. Horeca Horecaondernemers zijn hard geraakt door de coronacrisis. Voor de gesproken horecaondernemers is dat niet anders: inkomsten zijn weggevallen, en alleen in de zomerperiode van 2020 hebben ondernemers inkomsten gehad. Hoewel horecaondernemers ideeën hebben voor alternatieve activiteiten, bijvoorbeeld het doen van digitale bierproeverijen en het verkopen van bierpakketten, leveren deze activiteiten weinig op.

Uit de gesprekken met de horecaondernemers blijkt dat het wegvallen van inkomsten vooral wordt opgevangen door Rijksmaatregelen. De gemeente heeft ook voor deze sector vooral een belangrijke loketfunctie vervuld zodat ondernemers zo snel mogelijk

55

Gemeente Delft, tweede financiële vertaling impact coronacrisis 2020 Gemeente Delft, 1 oktober 2020.

23

hun aanvragen voor Rijksmaatregelen konden indienen en financiële ondersteuning kregen. De maatregelen die de gemeente voor horecaondernemers heeft genomen (terrassenuitbreiding, kwijtscheldingen), worden door de ondernemers gewaardeerd. Uit de gesprekken komt wel naar voren dat een deel van de horecaondernemers hier minder baat van heeft dan anderen, gezien het ontbreken van een terras bij sommige ondernemers. De gesproken horecaondernemers zijn tevreden over het regelmatige contact en de betrokkenheid van de gemeente (wethouders, burgemeester, ambtenaren). De KHN afdeling Delft spreekt regelmatig met de gemeente en heeft ook contact met raadsleden. De mate van invloed van de KHN afdeling Delft in deze gesprekken is beperkt tot bijvoorbeeld (kleine) wijzigingen in kwijtschelding van regionale belastingen. Dit komt volgens de KHN afdeling Delft vooral doordat de invloed van de gemeente op wat landelijk besloten wordt klein is: de burgemeester kan alleen in beperkte mate signalen doorspelen via de veiligheidsregio. Een verbeterpunt voor de gemeente ligt in de handhavingsstrategie als het gaat om de boa’s in burger. KHN afdeling Delft is kritisch over de wijze waarop de gemeente hen heeft ingezet, en het feit dat zij en horecaondernemers niet in het proces zijn betrokken.

Verder heeft de gemeente een structuur opgezet om belangen in de binnenstad naast elkaar te leggen en lokale afwegingen te maken. De belangenafweging werd lastiger naarmate de situatie langer duurde. Dit kan komen doordat in het begin van de coronacrisis nog een gevoel van toegenomen saamhorigheid in Nederland was. Wanneer een crisis langer duurt legt dit druk op de lange termijn voor mensen en worden tegengestelde belangen zichtbaar.56 Toerisme Aangezien Delft een redelijk grote toeristeninstroom heeft, die voor een groot deel is komen stil te liggen, is de toeristensector ook een zorg voor de gemeente. De toeristische sector is veelomvattend: hieronder vallen horeca, hotels en toeristische instellingen. Ook voor deze sector is de steun die de gemeente kan bieden beperkt. Voor een enkele toeristische instelling heeft de gemeente steun geboden door middel van de tijdelijke subsidieregeling coronamaatregelen maatschappelijke organisaties. Hiervan is de Porceleyne Fles een voorbeeld. Het Platform Toerisme Delft speelt een adviserende rol voor de gemeente, en heeft een functie als denktank. Het overleg tussen de partners onderling en met de gemeente heeft nut gehad, maar de crisis duurt veel langer dan verwacht.

Het effect van de samenwerking van het platform met de gemeente en onderling tussen verschillende partners wordt pas zichtbaar als de toeristische attracties weer open mogen. Binnen de taskforce herstelplan bezoekerseconomie bedenkt de gemeente in samenwerking met ondernemers hoe de bezoekerseconomie van de stad kan worden hersteld. De toeristische sector maakt daar

56

SCP, Een jaar met corona, maart 2021

24

een belangrijk onderdeel van uit. De gemeente zit als facilitator in de taskforce en de ondernemers hebben een actieve rol in de samenwerking. Evenementen Over de evenementensector heeft de gemeente zorgen omdat deze hard is geraakt door de coronacrisis doordat er nauwelijks evenementen mochten plaatsvinden. Voor de evenementensector heeft de gemeente vooral een rol gespeeld in het meedenken met organisaties hoe evenementen (vooral in de zomer) toch op een kleinschalige manier of online plaats konden vinden. Daarvoor moesten organisatoren plannen bij de gemeente indienen. Een mogelijke valkuil hierbij is dat vooral de organisatoren die bekend zijn met de gang van zaken bij de gemeente de juiste weg weten te bewandelen, bijvoorbeeld doordat zij al goed contact met wethouders hadden. Organisatoren die de weg binnen de gemeente moeilijker vinden, hebben daardoor mogelijk minder de kans gehad om hun evenement (op een alternatieve manier) plaats te laten vinden. De gemeente is ook coulant omgegaan met de evenementensubsidies van 2020. Evenementen-organisatoren konden het deel van de subsidie behouden dat betrekking had op kosten die ze al gemaakt hadden. Bij de structurele subsidies is er ook coulance in de prestaties toegepast. Organisatoren kregen de keuze om hun geplande evenement in 2021 uit te voeren, of dit op een alternatieve manier te doen.

Algemene bevindingen ▪ Horeca, toerisme en evenementen zijn in Delft in ernstige mate geraakt doordat de landelijke coronamaatregelen erop waren gericht om het samenkomen van groepen mensen te voorkomen. ▪ De gemeente had te maken met een dilemma: Aan de ene kant wilde de gemeente de horeca-, toerisme- en evenementensector ondersteunen om bezoekers te trekken, maar aan de andere kant ook drukte in Delft vermijden. Bevindingen horeca ▪ De gemeente heeft maatregelen genomen om horecaondernemers te ondersteunen zoals het mogelijk maken van terrassenuitbreiding en het kwijtschelden van belastingen. ▪ De horecaondernemers en KHN afdeling Delft zijn over het algemeen tevreden over de door de gemeente genomen maatregelen. ▪ Gesproken horecaondernemers en KHN afdeling Delft zijn positief over de nauwe betrokkenheid van de gemeente. De gemeente vraagt horecaondernemers hoe het gaat, en wijst hen actief op (nieuwe) ondersteuningsmaatregelen (o.a. TONK). ▪ De afweging en keuze van de gemeente op het vlak van toezicht en handhaving voor de inzet van boa’s in burger, leidde tot ontevredenheid bij horecaondernemers en KHN afdeling Delft. ▪ De gemeente heeft de structuur opgezet om belangen in de binnenstad naast elkaar te leggen en lokale afwegingen te maken. De belangenafweging werd lastiger naarmate de situatie langer duurde.

25

Bevindingen toerisme ▪ De taskforce bezoekerseconomie heeft in coronatijd initiatieven in de stad ondersteund. Het Platform Toerisme Delft heeft als adviseur voor de gemeente en denktank een belangrijke rol gespeeld voor de toeristensector in Delft. ▪ De gemeente heeft oog voor het herstel van de Delftse toeristische sector, zo blijkt onder meer uit het herstelplan bezoekerseconomie. Bevindingen evenementen ▪ De gemeente is coulant omgegaan met de evenementensubsidies van 2020. ▪ Bij het verlenen van evenementenvergunningen ging de gemeente uit van landelijke richtlijnen en vroeg organisatoren verschillende varianten van plannen in te dienen.

26

6.

Detailhandel en andere ondernemers

Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste gevolgen van de coronacrisis voor de detailhandel en andere ondernemers en de rol die de gemeente daarbij speelde. Paragraaf 6.1 beschrijft de belangrijkste feiten en paragraaf 6.2 bevat de analyse van deze feiten uitmondend in een aantal bevindingen. 6.1 Feitenparagraaf detailhandel en andere ondernemers Ondersteuning ondernemers De gemeente voerde tijdens de coronacrisis de Rijksregelingen zoals de Tozo en de TONK uit. De gemeente heeft van ondernemers in de gemeente Delft gehoord dat de gemeente dit snel opgezet heeft. Ook gesproken ondernemers bevestigen dit. Daarnaast had de gemeente een rol in de informatievoorziening naar ondernemers via de website van de gemeente Delft. Burgemeester en wethouders hebben in de coronacrisis nauw contact gehouden met ondernemers om ze te wijzen op regelingen, maar ook om hoop en perspectief te bieden. Daarnaast gebruikt de gemeente het platform Chainels voor landelijke en lokale informatievoorziening aan het Delftse bedrijfsleven. Ook heeft de gemeente online platformen Support voor Ondernemers en Support Delft waar ondernemers hulp kunnen vragen of aanbieden. De vier gemeentelijke accountmanagers zijn beschikbaar voor vragen van ondernemers.

Ten slotte is de gemeente Delft is in samenwerking met het Delftse bedrijfsleven aan het kijken wat de mogelijkheid is om herstel van deze crisis te versnellen.57 Lokale maatregelen voor de gemeente Delft betroffen onder meer de lokale belastingen. Op 24 maart 2020 besloot het college om lokale maatregelen die betrekking hadden op lokale belastingen en de lokale economie zouden kunnen ondersteunen te inventariseren.58 De Regionale Belasting Groep (RBG) werd door het college aangewezen als de verantwoordelijke uitvoerder van deze inventarisatie. Uit de inventarisatie kwam onder meer dat de mogelijkheden voor kwijtschelding van de OZB wettelijk beperkt waren, maar dat uitstel mogelijk was. Op 19 mei 2020 kwam het college met een voorstel aan de gemeenteraad inzake lokale economie-fiscale maatregelen.59 Hierin stelde het college de gemeenteraad voor om de Verordening reclamebelastingen Delft 2020 in te trekken. De kosten van € 235.000,- werden in eerste instantie bekostigd uit de algemene reserve. Later vond per raadsbesluit een verrekening plaats met de coronareserve. Voor enkele branches zijn specifieke besluiten genomen. Zo besloot het college op 24 maart 2020 over noodmaatregelen voor de logistiek naar aanleiding van brieven van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, en brancheorganisaties voor transport, handel en logistiek Nederland.

In de brieven stond het verzoek om venstertijden te verruimen en nachtelijke bevoorrading toe te staan ten bate van de transport- en logistieksector. Het college ging akkoord met de genoemde adviezen in de nota.60 57

Gemeente Delft, Reactiebrief (4232284) maatregelen Coronacrisis, 16 april 2020.

58 Gemeente Delft, memo (4208656) mogelijkheden van lokale belastingen i.v.m. gevolgen

corona problematiek, 19 maart 2020. Gemeente Delft, raadsvoorstel (426477) aan de gemeenteraad inzake lokale economie-fiscale maatregelen, 19 mei 2020. 59

60 Gemeente Delft, nota (4223234) noodmaatregelen logistiek, 23 maart 2020.

27

De gemeente zag het als haar rol de Delftse kracht te verbinden en faciliteren, door de initiatieven gericht op onder andere het stimuleren van lokaal inkopen, te ondersteunen.61 Een voorbeeld van een initiatief waren de blauwe lopers. Daarbij konden geopende ondernemers een blauwe loper voor hun ingang leggen. De gemeente wilde de initiatieven ook structureren, en heeft hiervoor twee taskforces opgezet om de initiatieven samen met de stad te beoordelen. Het proces rondom het structureren van initiatieven loopt nog steeds. Zoals in hoofdstuk 3 geschetst hadden ondernemers in de binnenstad te maken met beperkende coronamaatregelen, bijvoorbeeld over het niet mogen plaatsen van reclameborden op straat. Dit leidde in sommige gevallen tot frictie, maar volgens de gemeente namen de meeste ondernemers hun verantwoordelijkheid en werden de maatregelen nageleefd. Warenmarkt Tijdens de coronacrisis kon de warenmarkt doorgang blijven vinden. Dit gold alleen voor de food-sector. Er was één uitzondering in maart, toen het te druk was. De non-foodsector mocht door landelijke maatregelen lange tijd niet op de markt staan. De omzet van de foodsector van de markt heeft niet geleden onder de coronacrisis, maar is volgens de marktmanager zelfs gestegen. Non-food heeft lange tijd geen omzet gehad, en dit was ook in de zomerperiode waarin zij open mochten matig.

Elke week had de gemeente een overleg met de marktmanager over de invulling van de coronamaatregelen en om de veiligheid van de bezoekers te waarborgen. Zo is de markt verplaatst naar een ander terrein en is er eenrichtingsverkeer aangebracht. Het uitgangspunt voor de gemeente was dat de warenmarkt een zelfstandig orgaan is. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor naleving van de landelijke regels. In het begin van de crisis plaatsten marktondernemers een medewerker met een geel hesje die er bij de desbetreffende stand voor zorgde dat mensen afstand hielden in de rijen. Daarnaast heeft de markt drie gastheren/gastvrouwen op drukke punten op de markt neergezet om te zorgen dat de bezoekersstroom van de wachtstroom gescheiden werd. De gesprekken verliepen in goede harmonie. Er was op een aantal punten een meningsverschil over de manier van toezicht en handhaving op de markt. Daarnaast werd het eenrichtingsverkeer ingevoerd zonder dit vooraf te communiceren aan de Stichting Marktpromotie Delft, de marktmanager en ondernemers. Ook was er een meningsverschil over de financiering van deze maatregel. In eerste instantie moest de markt dit zelf bekostigen, terwijl het vanuit de gemeente werd opgelegd. De lasten voor de handhaving bedroegen in 2020 ongeveer € 35.000,- voor de markt. Dit ging voornamelijk om het plaatsen van dranghekken en inzet van personeel.

De gemeente heeft vanaf 1 januari 2021 de kosten voor het eenrichtingsverkeer op zich genomen.

61

Gemeente Delft, Raadsinformatiebrief Actuele stand van zaken corona november 2020, 11 november 2020

28

6.2 Analyse De gemeente heeft voor ondernemers in de gemeente vooral een belangrijke rol gespeeld in het uitvoeren van Rijksregelingen zoals de Tozo en de TONK. De snelheid waarmee de gemeente (nieuwe) Rijksregelingen uitvoert is daarbij belangrijk, omdat de Rijksregelingen de grootste impact hebben op individuele ondernemers en bijdragen aan de ‘overlevingskans’ van hun bedrijf. Dit verschilt per gemeente. De gemeente hoorde van ondernemers dat de gemeente dit snel geregeld heeft. Het idee achter deze regelingen was ook dat de gemeentes ondernemers snel kon helpen. De werkeloosheid en faillissementen vallen vooralsnog mee in de gemeente Delft. Een risico is dat dit groeit als de Rijkssteun wegvalt. “Je verdient helemaal niks. Gelukkig is er de Tozo-regeling, anders was ik failliet.” Citaat respondent straatinterview Ook heeft de gemeente een belangrijke rol in de informatievoorziening naar ondernemers toe. Daarnaast ondersteunt de gemeente de ondernemers door het niet opleggen van reclamebelasting. De burgemeester, het college en betrokken ambtenaren hebben ingezet op rechtstreeks en intensief contact met ondernemers. Ze spraken ondernemers aan op hun medeverantwoordelijkheid om de stad open te houden. Het was zoeken naar een balans tussen toezicht en handhaving en de leefbaarheid van de stad (zie ook hoofdstuk 3). Het directe contact werd gewaardeerd.

Voor ondernemers waren diverse maatregelen moeilijk te accepteren. In veel gevallen ging de discussie over het toezicht en handhaving in de gemeente Delft. Er waren meningsverschillen over de invulling van de coronamaatregelen tussen de (markt)ondernemers en de gemeente. Hierbij ging het onder meer om de invoering en financiering van het eenrichtingsverkeer op de markt. Bevindingen ▪ De gemeente heeft in de ondersteuning van ondernemers vooral een belangrijke rol in het uitvoeren van Rijksregelingen en de informatievoorziening. De gemeente Delft heeft de steun aan ondernemers snel opgezet. ▪ De gemeente ondersteunt de ondernemers onder meer door het niet opleggen van reclamebelasting. ▪ Zowel bestuurlijk als ook ambtelijk was er intensief contact met ondernemers in de stad. Ondernemers waardeerden de rechtstreekse contacten. Dat neemt niet weg dat er ook enkele meningsverschillen waren over de invulling van de coronamaatregelen.

29

7.

Cultuur en sport

Dit hoofdstuk beschrijft de maatregelen en gevolgen van de coronacrisis voor de Delftse samenleving op het gebied van cultuur en sport. Twee organisaties, Theater de Veste en Museum Prinsenhof, worden ter illustratie in dit hoofdstuk uitgelicht. Paragrafen 7.1 en 7.2 beschrijven de belangrijkste feiten en paragraaf 7.3 bevat de analyse van deze feiten uitmondend in een aantal bevindingen. 7.1 Feitenparagraaf cultuur Opstart maatregelen Op 12 mei 2020 beantwoordde het college schriftelijke vragen van een raadsfractie ten aanzien van cultuurparticipatie in tijden van corona.62 Hieronder viel de mogelijkheid om net als voor sport ook deelname aan cultuur weer mogelijk te maken voor de jeugd. In haar antwoord gaf het college aan dat dit mogelijk is mits in de uitwerking (van cultuuractiviteiten) dezelfde criteria zouden gelden als voor buitensport. In een brief van het college van 7 juli 2020 aan de Cultuurtafel Delft gaf het college een overzicht van maatregelen die de gemeente nam voor culturele instellingen.63 Dit waren de volgende maatregelen: de uitstel van betaling van gemeentelijke belastingen, de uitstel van betaling van huren, de kwijtschelding van huren voor drie maanden (indien de organisatie een huurcontract had met de gemeente Delft) en coulance ten aanzien van de prestatieafspraken zoals vastgelegd in de subsidiebeschikkingen.

Huurkwijtschelding De raad besloot op 9 juli 2020 om de huur en erfpacht van diverse maatschappelijke organisaties in de periode maart tot en met mei 2020 kwijt te schelden.64 Het betrof een bedrag van € 510.000,-. De gemeente wilde met deze maatregel een voorbeeld geven en andere verhuurders stimuleren dit voorbeeld te volgen. Ook speelde een rol dat zonder deze kwijtschelding mogelijk het voortbestaan van organisaties in gevaar zou komen, waardoor de gemeente ook de financiële verliezen van oninbare huren zou moeten dragen en er leegstand dreigde. Alleen organisaties die een huurrelatie met de gemeente hadden kwamen in aanmerking. Voor cultuur was het advies om 100 procent huur kwijt te schelden gedurende drie maanden. Dit betrof onder meer atelierpanden, theaters en presentatie-instellingen.

Gemeente Delft, beantwoording schriftelijke vragen (4258944) ingevolge ex artikel 39 Reglement van orde gemeenteraad m.b.t. cultuurparticipatie en cultuureducatie in tijden van corona, 12 mei 2020. 63 Gemeente Delft, brief van het college aan de Cultuurtafel (4317515): ‘Covid-19-crisis raakt het Delftse culturele leven hard’, 7 juli 2020. 64 Gemeente Delft, Raadsvoorstel en – besluit Kwijtschelding van huur en erfpacht van gemeentelijke objecten, 9 juli 2020. 62

30

Theater de Veste Theater de Veste is een voorbeeld van een culturele organisatie die drie maanden huur kwijtgescholden heeft gekregen door de gemeente voor 2020. Doordat De Veste huurkwijtschelding van de gemeente kreeg in plaats een subsidie, kon De Veste ook gebruikmaken van het Fonds Podiumkunsten. Daarnaast maakte het theater gebruik van het Cultuurfonds met een kickstartregeling. Dit is een werkwijze die ook door culturele instellingen in andere gemeenten zo werd toegepast. De coronamaatregelen hebben op theater De Veste een grote impact gehad, net als op veel andere culturele instellingen. Het organiseren van voorstellingen in coronatijd was niet mogelijk, of met een zeer beperkt aantal bezoekers. Om te voldoen aan de landelijke richtlijnen kon De Veste subsidie aanvragen om het theater anders in te richten. Daar heeft de Veste ook op in gezet. Het was voor de Veste daarom een tegenvaller toen in juni 2020 het nieuws kwam dat er maar dertig bezoekers bij voorstellingen mochten zijn. De Veste had gerekend op 100 bezoekers, wat mogelijk was met inachtneming van de anderhalve meter. Pas later in de zomer werd het mogelijk om 100 bezoekers te ontvangen. Ondanks het beperkte aantal bezoekers wilde De Veste graag open zijn en activiteiten voeren voor inwoners van Delft en omstreken om het contact met het publiek te onderhouden.

Daar was ook financiële ondersteuning voor vanuit de gemeente en verschillende fondsen. In sommige gevallen waren artiesten of gezelschappen niet in staat om voor dertig personen te spelen. Van juni tot en met november 2020 is er wel een aantal voorstellingen geweest. Deze voorstellingen werden door het publiek goed ontvangen en de coronaproof theaterervaring werd met een 8,7 beoordeeld door de bezoekers. Hoewel het fijn was dat de Veste open was, leverden deze voorstellingen financieel nauwelijks iets op. Op 5 november 2020 gaf theater De Veste via een brief aan dat ze de eerdere financiële tegemoetkoming in 2020 nog niet nodig hadden gehad, maar dat de uitdaging in 2021 zou liggen. Daarom vroeg het theater het college om zekerheid en steun vanwege een tekort in de begroting 2021, bijvoorbeeld in de vorm van een garantstelling voor huurkwijtschelding. Het college gaf daarop aan theater de Veste aan notie te nemen van het risico op het tekort en tezamen met het theater naar oplossingen te zoeken. Daarbij houden beiden de continuïteit van het theater voor ogen.1

31

Museum Prinsenhof Net als theaters, mochten ook musea geen of veel minder bezoekers ontvangen. Het museum Prinsenhof heeft daarom aanpassingen moeten doen aan de route in het toegangsbeleid. Ook leidde de grote vermindering in bezoekers tot minder inkomsten. Voor het Prinsenhof leidde dat niet tot een directe consequentie voor de liquiditeitspositie omdat het een gemeentelijk museum is. Voor veel andere musea is dat anders. Dat geeft aan de ene kant comfort voor het Prinsenhof, maar aan de andere kant zet de terugval in inkomsten van het museum de gemeentefinanciën onder druk. Het museum kan daardoor direct of indirect te maken krijgen met eventuele bezuinigingen die nodig zijn om de gemeentefinanciën weer op orde te brengen. Tijdens corona was er een verandering in bezoekersgroepen van het Prinsenhof. Traditioneel zijn museumbezoekers vooral oudere Nederlanders en internationale bezoekers. Internationaal bezoek had het museum in coronatijd niet meer. Ouderen zijn wat terughoudend in het bezoek vanwege het gezondheidsrisico. Daarnaast zijn ze vaak afhankelijk van openbaar vervoer en kunnen ze in de coronacrisis minder makkelijk reizen. De bezoekers tijdens coronatijd waren vooral jonge gezinnen.

Tijdelijke subsidieregeling Bovenop de bovengenoemde maatregelen besloot het college op 14 juli 2020 tot het instellen van een tijdelijke subsidieregeling coronamaatregelen maatschappelijke instellingen.65 De subsidieregeling vormt een aanvulling op bestaande regelingen en het college wilde door het beschikbaar stellen van een bedrag van uiteindelijk € 500.000,maatschappelijke organisaties ondersteunen die een cruciale betekenis hebben voor de maatschappelijke en publieke economische infrastructuur van Delft op het gebied van cultuur, erfgoed, sport en kinderboerderijen. Per organisatie was afhankelijk van diverse criteria eenmalig € 50.000,- tot € 80.000 beschikbaar. De subsidieregeling was breed toegankelijk voor de maatschappelijke instellingen. Een van de eisen van de regeling was dat organisaties 50 procent van hun eigen vermogen zouden inzetten om gebruik te kunnen maken van de regeling.66 In de beginperiode dat de subsidieregeling in werking trad waren het vrijwel alleen gesubsidieerde partijen vanuit cultuur die aanvragen indienden bij de gemeente (zie bijlage 2 voor een overzicht). De meeste organisaties hadden al een subsidierelatie met de gemeente. Uitzonderingen zijn kinderboerderijen, de Porceleyne Fles en twee maatschappelijke ondernemingen die zich bezighouden met re-integratie (zie hoofdstuk 4); zij hebben ook een subsidie ontvangen.

Gemeente Delft, Collegebesluit Subsidieregeling corona maatregelen maatschappelijke organisaties, 14 juli 2020. 66 Gemeente Delft, Collegebesluit Subsidieregeling corona maatregelen maatschappelijke organisaties, 14 juli 2020. 65

32

Uit een enquête onder organisaties die de subsidieregeling hebben gebruikt blijkt dat men tevreden is over de ondersteuning en het meedenken vanuit de gemeente, op een enkeling na waarvan de aanvraag is afgewezen. Het college heeft de subsidieregeling op 12 januari 2021 verlengd en deze verruimd en versoepeld. Het college informeerde de raad hierover op 14 januari 2021.67 De bedragen die organisaties kunnen aanvragen zijn verhoogd, en waar organisaties in 2020 50 procent van hun eigen vermogen moesten inzetten, is dat in 2021 verlaagd naar 25 procent. De organisaties die beroep kunnen doen op de subsidieregeling zijn uitgebreid met sociaal ondernemers en maatschappelijke initiatiefnemers, buurthuizen, verhuurders van recreatieve en culturele ruimten, dierenopvang en scouting. “Ik vond het heerlijk: in de bioscoop zat je maar met 30 man in een grote zaal.” “Ik was het afgelopen jaar niet gericht op bioscoop of theater en als het nog niet fijn voelt laat ik het ook nu nog maar even zitten.” Citaten respondenten straatinterviews Regeling voor makers Het Rijk heeft in 2020 aandacht voor makers van theater, muziek, beeldende kunst en andere cultuuruitingen gevraagd en gemeenten de opdracht en het budget gegeven om dit uit te werken. Subsidies richten zich in 2020 op instellingen die het werk van makers laten zien, maar de makers zelf worden daarmee nog nauwelijks ondersteund.

De gemeente heeft een kader geschetst voor de ondersteuning van makers en het culturele veld gevraagd hoe zij vinden dat dit het beste zou kunnen. Hier is in 2020 vooralsnog € 200.000 voor gereserveerd vanuit de coronareserve voor 2021. Voor het college is het belangrijk dat het werk van makers zichtbaar is en blijft voor publiek, en het college wil zich ook richten op makers in de regio. In 2021 is er een regeling die zich richt op de makers van theater, muziek, beeldende kunst en andere cultuuruitingen. Dit moeten makers zijn die echt getroffen worden door de coronacrisis en het moet gaan om de broodwinning van iemand. 7.2 Feitenparagraaf sport Op 21 april 2020 informeerde het college met een brief Delftse sportverenigingen en stichtingen over landelijke en lokale steunmaatregelen.68 De noodverordening van 1 juli 2020 zorgde voor een versoepeling van de maatregelen. Het college informeerde de raad op 7 juli 2020 met een raadsinformatiebrief over de stand van zaken.69 In deze brief sprak het college uit dat er minder sprake was van een crisissituatie. Per 1 juli was naast de buitensport ook de binnensport weer toegestaan. Binnensportaccommodaties, waaronder sportscholen, mochten hun deuren weer openen en wedstrijden en toernooien waren weer mogelijk.

Raadsinformatiebrief (4455979) verlenging en wijziging tijdelijke subsidieregeling coronamaatregelen maatschappelijke organisaties, 14 januari 2021. 68 Brief college (4239301) aan sportverenigingen en -stichtingen in Delft, 21 april 2020. 67

69

Gemeente Delft, Raadsinformatiebrief, Actuele stand van zaken corona, 7 juli 2020.

33

Sportverenigingen kregen in de loop van de coronacrisis te maken met meerdere aanscherpingen en versoepelingen, bijvoorbeeld over het toegestane aantal sporters, verschillen tussen jeugd en volwassenen, mogelijkheden tot competitie en aanwezigheid van toeschouwers. Deze variatie was lastig voor sportverenigingen en voor de gemeente. De sportkoepels hebben volgens het college een goede rol gespeeld; als er een nieuwe maatregel van het Rijk kwam, dan hadden ze dit snel vertaald. In de crisisfase had de gemeente nauw contact met verenigingen. De gemeente was ervoor verantwoordelijk om sportclubs te vragen plannen in te dienen waarmee clubs moesten laten zien dat ze voldeden aan coronarichtlijnen; het zogeheten Protocol verantwoord sporten.70 De gemeente moest een andere pet opzetten en bepalen of sportclubs wel voldeden aan coronarichtlijnen. De plannen zijn snel behandeld door de gemeente. Een enkele vereniging moest haar aanvraag nog aanpassen. “Hiervóór ging ik naar fitness, maar dat gaat nu nog steeds niet.” “Door buiten sporten had ik meer contact met die groep mensen.” Citaten respondenten straatinterviews Bij sportverenigingen heeft de gemeente in een latere fase een enquête uitgevoerd dan bij cultuur, omdat de gevolgen van corona voor sport in eerste instantie leken mee te vallen. Bij sport zitten de problemen meer bij de inkomsten uit kantines die wegvallen.

Leden zijn over het algemeen wel contributie blijven betalen en sponsoren zijn trouw gebleven aan verenigingen. “Ik ben zoveel mogelijk naar buiten gegaan, maar een van mijn favoriete plekken, de kruidentuin bij De Papaver, was helaas dicht.” “Ik vond het wel lastig en probeerde met mensen af te spreken om maar wat te gaan wandelen.” Citaten respondenten straatinterviews In 2020 hoefde binnensport van maart tot 1 juli geen huur te betalen en voor de kwijtschelding van veldhuren konden verenigingen de (landelijke) TVS-regeling gebruiken. Er zit wel verschil tussen binnen- en buitensport. Binnensportverenigingen hebben te maken met ledenverlies doordat zij over een lange periode te maken hebben gehad met beperkingen. Deze verenigingen moeten daarom een inhaalslag maken om het verlies aan leden en de daarmee samenhangende opbrengsten uit contributie in te halen. Buitensportverenigingen hebben veelal accommodaties in eigendom, en hebben daardoor hoge kosten. Om deze kosten te dekken zijn buitensportverenigingen afhankelijk van kantineopbrengsten. Dit heeft een langere periode stil gelegen. De gemeente heeft aanspraak gemaakt op de landelijke TVS-regelingen voor (gedeeltelijke) huurkwijtschelding van gemeentelijke sportvelden. Tennis en hockey zijn geprivatiseerd, en hebben zelf een aanvraag ingediend. Daar is nu in 2021 een nieuwe regeling voor.

Er is volgens de gemeente geen enkele vereniging die er zo slecht voor stond dat deze bijna een faillissement had. 70

NOC*NSF, Protocol Verantwoord Sporten. Verkregen op 12 mei 2021 van: https://nocnsf.nl/sportprotocol.

34

7.3 Analyse Algemeen Net als voor de horeca-, toerisme- en evenementensector, zijn de landelijke maatregelen ten behoeve van infectiebestrijding en -preventie onverenigbaar met de ‘gebruikelijke’ activiteiten van de cultuur- en sportsector. In coronatijd was het niet of nauwelijks mogelijk groepen bezoekers in het museum, het theater, filmhuis/bioscoop of bibliotheek te ontvangen en waren teamsporten en binnensporten grotendeels niet mogelijk. Ook het in groepsverband beoefenen van de amateurkunst was veelal niet mogelijk. De samenkomst van groepen mensen is niet alleen nodig voor het voortbestaan van sportverenigingen en culturele organisaties: het samenkomen van groepen mensen en het daaruit vloeiende sociale contact vormen de basis van sport en cultuur. De gemeente heeft met de sectoren cultuur en sport meegedacht en maatregelen ingevoerd om beide sectoren te ondersteunen (o.a. door huurkwijtschelding en een tijdelijke subsidieregeling). De Rijksmaatregelen zorgen er vooralsnog voor dat de financiële impact op sport en cultuur meevalt, maar er zijn (bijvoorbeeld bij het theater) wel zorgen over de toekomst. Cultuur De culturele sector ondervindt een grote impact van de coronacrisis op zijn dagelijkse activiteiten. Het theater en het museum hebben slechts in beperkte mate bezoekers kunnen ontvangen.

Culturele instellingen zoals het theater en het Museum Prinsenhof proberen om activiteiten op een alternatieve (online) manier te organiseren. Dit toont creativiteit en zorgt voor kennisontwikkeling, maar is financieel niet rendabel. Door de Rijkssteun lijkt het er wel op dat culturele instellingen overeind kunnen blijven. Daarnaast helpen de maatregelen van de gemeente ook om culturele instellingen te ondersteunen. Uit de gesprekken blijkt ook een betrokken houding van de gemeente naar culturele instellingen: zeker in het begin van de coronatijd is er veel onderling contact geweest. De organisaties die de subsidieregeling hebben gebruikt waren tevreden over de ondersteuning en het meedenken vanuit de gemeente. Een positieve constatering is ook dat er in Delft nog geen maatschappelijke of culturele instellingen zijn omgevallen. Een onzekerheid voor de culturele sector is in welke mate publiek na de coronacrisis terug zal keren naar theaters, musea en andere culturele instellingen.71 Sport De sportsector is geraakt door de coronacrisis omdat georganiseerde sportuitoefening (vooral binnensport) minder heeft kunnen plaatsvinden. Hierdoor heeft buitensport inkomsten uit kantineomzet misgelopen, en heeft (vooral) binnensport te maken gehad met ledenverlies. Naast binnensport was ook teamsport vaak niet mogelijk in verband met het houden van 1,5 meter afstand.

De jeugd was hier echter grotendeels van uitgezonderd, waardoor (team)sport toch deels heeft kunnen plaatsvinden in coronatijd. De gemeente kreeg tijdelijk een regie- en toezichtrol op de landelijk vereiste coronaplannen van de sportverenigingen. De financiële impact verschilde per sporttype. De gemeente kon voor buitensport, als eigenaar van gemeentelijke sportvelden, aanspraak maken op landelijke Berenschot, Corona, cultuur en gemeenten: Informatiegids over gemeentelijke coronasteun aan de lokale culturele infrastructuur, februari, 2021. 71

35

regelingen voor onder andere huurkwijtschelding. Voor sportverenigingen met gemeentelijke accommodaties heeft de gemeente weliswaar huren kwijtgescholden, maar weegt het wegvallen van inkomsten uit kantines zwaar. Toch lijkt de impact van de coronacrisis voor de sportsector (vooralsnog) mee te vallen: leden van sportverenigingen betalen doorgaans hun contributie door en ook sponsoren zijn over het algemeen trouw aan de vereniging. Daarom verwacht de gemeente geen grote (structurele) veranderingen. Bevindingen cultuur ▪ De gemeente heeft via huur, erfpacht of subsidie een financiële relatie met maatschappelijke organisaties. Deze organisaties konden gebruik maken van de tijdelijke subsidieregeling ‘coronamaatregelen maatschappelijke instellingen’ die door de gemeente is opgetuigd. Huurkwijtschelding was mogelijk voor huurders van gemeentelijke accommodaties. ▪ De gemeente heeft een kader geschetst voor de ondersteuning van culturele organisaties die geen vaste relatie hebben met de gemeente (‘makers’) aangezien zij vaak geen aanspraak kunnen maken op bestaande (landelijke) regelingen. ▪ De financiële impact op De Veste is in 2020 opgevangen door huurkwijtschelding door de gemeente en subsidies van twee fondsen. De grootste financiële klap verwacht het theater in 2021. Het college heeft aangegeven samen naar oplossingen te willen zoeken.

Voor museum Prinsenhof valt de financiële impact (vooralsnog) mee aangezien het museum onderdeel is van de gemeente. Bevindingen sport ▪ De gemeente kreeg een regierol in het toezicht op coronaplannen van sportverenigingen en moest bepalen of de plannen voldeden aan landelijke richtlijnen. ▪ De financiële impact op sportverenigingen in 2020 is grotendeels opgevangen door steunmaatregelen en lijkt daarom mee te vallen. Voor binnensport heeft de gemeente de huren kwijtgescholden van maart tot 1 juli 2020, voor gemeentelijke buitensportaccommodaties heeft de gemeente gebruik kunnen maken van landelijke regelingen. ▪ De coronacrisis heeft binnen- en buitensport op een andere manier geraakt. Vanwege de beperkingen mocht er weinig georganiseerd worden. Daardoor heeft buitensport te maken gehad met tegenvallende kantineopbrengsten en binnensport met meer ledenverlies.

36

8.

Conclusies en aanbevelingen

Conclusies en aanbevelingen rekenkameronderzoek coronacrisis Delft De coronacrisis is in eerste plaats een gezondheidscrisis, een uitbraak van een infectieziekte, die door de overheid is geclassificeerd in de hoogste categorie (A). Op grond van wet- en regelgeving was het aan de nationale overheid en op regionaal niveau aan de voorzitter van de veiligheidsregio om maatregelen te nemen. De besluitvorming rond de gezondheidscrisis vond vooral op bovengemeentelijk niveau plaats. Daarnaast namen burgemeester, college en raad besluiten om de negatieve effecten van de coronacrisis tegen te gaan of te mitigeren. De Delftse Rekenkamer heeft onderzocht welke besluiten en maatregelen het gemeentebestuur heeft genomen, wat de verwachte effecten van de coronacrisis op lange termijn zijn voor Delft en welke lessen de gemeente voor de toekomst kan trekken. De hoofdconclusie is dat burgemeester, college en ambtelijke organisatie van Delft in kort tijdsbestek en op onderling afgestemde wijze de crisisaanpak ter hand hebben genomen. Ze hebben actief contact gelegd en geluisterd naar de zorgen en wensen van inwoners en organisaties. De burgemeester en het college hebben de noodzakelijke besluiten genomen om op lokaal niveau de economische en maatschappelijke effecten van de crisis te mitigeren.

De gemeente Delft trof financiële steunmaatregelen zoals huurkwijtschelding, het niet opleggen van reclamebelasting en het versoepelen van regels en voorwaarden over bijvoorbeeld terrassen en verstrekte subsidies. De gemeente werd hiervoor deels gecompenseerd door het Rijk. De maatregelen met veruit de grootste impact werden echter op rijksniveau getroffen en waren met name gericht op inkomensondersteuning en continuïteit van organisaties. De gemeente had een uitvoerende rol. Op basis van indicatoren zoals de afname van het aantal faillissementen en de beperkte toename van werkloosheid en bijstand, is de slotsom dat de financieeleconomische impact in 2020 en 2021 in Delft vooralsnog beperkt is. De sociaalmaatschappelijke impact in Delft uit zich onder meer in toegenomen eenzaamheid en een scherpere tweedeling in de Delftse samenleving. De coronacrisis heeft een beroep gedaan op de creativiteit en veerkracht van Delft en doet dat nog steeds. Het onderzoek leidt tot een aantal conclusies en aanbevelingen. We maken daarbij de driedeling besluiten en maatregelen, effecten en leerpunten: Besluiten en maatregelen Deelconclusie 1 College en raad van Delft hebben door een reeks aan besluiten ondernemers en organisaties in Delft ondersteund. Naar mening van geraadpleegde ondernemers en organisaties heeft dat in voldoende mate plaatsgevonden.

Maatschappelijke, culturele en sportorganisaties ontvingen steun van de gemeente door huurkwijtschelding, coulance bij de subsidievoorwaarden en extra subsidies. Commerciële organisaties in sectoren als detailhandel, horeca, toerisme en evenementen kregen ruimte om – binnen de mogelijkheden van de coronaregels – hun primaire activiteit uit te voeren. Hoewel er soms sprake was van discussie en frictie tussen gemeente en organisaties,

37

geven alle geraadpleegde organisaties aan dat de lijnen met burgemeester en wethouders kort waren. De meeste geraadpleegde organisaties zijn ook tevreden over de ondersteuning door de gemeente. De gemeente Delft was net als andere gemeenten financieel in staat om deze hulp te bieden, omdat het Rijk deels compensatie bood voor de gederfde inkomsten en extra uitgaven. Aanbeveling 1 (aan het college en de raad): Bepaal of en hoe de gemeente ondersteuning blijft bieden aan maatschappelijke, culturele en sportorganisaties, en houd daarbij rekening met het afbouwen van de Rijkssteun. Deelconclusie 2 Bij verschillende besluiten speelde het dilemma dat sectoren zoals detailhandel, horeca, toerisme, evenementen, cultuur en sport leunen op het samenbrengen van groepen mensen, terwijl het gemeentebestuur juist drukte in Delft wilde vermijden. Afwegingen voor de gemeente waren ingewikkeld: de gemeente wilde bezoekersstromen beperken, maar waar mogelijk sectoren ook de kans geven om ‘reguliere’ activiteiten op aangepaste wijze doorgang te laten vinden (o.a. door terrassenuitbreiding of alternatieve vormen van evenementen). Aanbeveling 2 (aan het college): Neem in de evaluatie van de crisis mee welke lessen zijn geleerd en hoe het college bij toekomstige crises mogelijke dilemma’s en tegengestelde belangen in kaart wil brengen en deze in samenhang wil behandelen.

Deelconclusie 3 De gemeente heeft een structuur opgezet om belangen in de binnenstad naast elkaar te leggen en lokale afwegingen te maken. Deze belangenafweging werd lastiger naarmate de situatie langer duurde. De gemeente heeft, om een kentering in de houding van studenten te bewerkstelligen, ook een overlegstructuur met studentenverenigingen en de TU Delft opgezet. Aanbeveling 3 (aan het college): Behoud ook na coronatijd de overlegstructuren die zijn vastgelegd, bijvoorbeeld met studentenverenigingen en de TU Delft, om zicht te houden op (kwetsbare) groepen inwoners. Deelconclusie 4 Het democratisch besluitvormingsproces verliep moeizamer, maar is wel doorgegaan ten tijde van de crisis. Zowel de burgemeester als het college van B&W hebben de raad tijdig en volledig geïnformeerd. Er ontstond, conform wet- en regelgeving, in de beginfase een meer top-down gerichte vorm van sturing. De rol van de raad was tijdelijk beperkter. Zo had de raad minder zicht op latente vragen van inwoners en organisaties. Vanaf de zomer van 2020 kwam de raad meer in positie.

38

Aanbeveling 4 (aan de raad en het college): Bespreek hoe de raad de volksvertegenwoordigende en kaderstellende rollen weer volledig kan gaan invullen. Bespreek wat nodig is om daarvoor in positie gebracht te worden. Neem in het verlengde daarvan als raad de rol in het democratische besluitvormingsproces weer meer in. Effecten Deelconclusie 5 Hoewel de impact van de coronacrisis groot is, is de continuïteit van Delftse organisaties gedurende de crisis niet in gevaar gekomen. Vrijwel alle Delftse organisaties in sectoren die leunen op samenkomst van (groepen) mensen hebben hun primaire activiteit niet of nauwelijks kunnen uitvoeren, of hooguit in aangepaste vorm. Het gaat daarbij om het sociaal domein, horeca, toerisme, evenementen, detailhandel, cultuur en sport. In beginsel was hun bestaanszekerheid hierdoor in het geding, maar door rijkssteunmaatregelen zijn de financiële effecten beperkt. Het Rijk heeft door financiële ondersteuning aan Delftse organisaties en inwoners gezorgd voor continuïteit en bestaanszekerheid. Het is een bovengemeentelijke crisis, die vooral door bovengemeentelijke maatregelen zoals NOW, Tozo en TVL, is aangepakt. Deze maatregelen waren erop gericht om de negatieve financiële effecten van de coronacrisis te dempen, zodat organisaties en inwoners financieel overeind bleven.

De structuur van organisaties en medewerkers moest intact blijven, ook al konden organisaties en medewerkers hun primaire activiteit niet uitvoeren. Ondanks de grote impact van de coronacrisis is de continuïteit van de Delftse organisaties tot nu toe niet in gevaar gekomen. Doordat de Rijkssteun afgebouwd gaat worden, ontstaat nu wel onzekerheid voor verschillende sectoren. Aanbeveling 5 (aan het college): Breng de onzekerheden en risico’s in kaart die binnen de verschillende sectoren ontstaan door de afbouw van Rijkssteun en speel hier waar mogelijk op in. Deelconclusie 6 De coronacrisis heeft bestaande maatschappelijke problemen zoals tweedeling en eenzaamheid vergroot. Daarnaast zijn leerachterstanden en achterstanden in sociale vaardigheden en burgerschapskennis bij kinderen en jongeren aandachtspunten. Bij studenten en groepen met een lagere sociaaleconomische status is de mentale gezondheid verminderd. Groepen die mede als gevolg van de coronacrisis in de schulden zijn geraakt, kunnen hiervan ook op langere termijn problemen ondervinden. Ten slotte was er gedurende de coronacrisis geen waarneembare toename in meldingen van huiselijk geweld en seksuele uitbuiting bij kinderen, maar leeft de vrees dat voorvallen door het wegvallen van contactmomenten onder de radar zijn gebleven.

De rol en verantwoordelijkheden van de gemeente bij deze vraagstukken zijn niet altijd duidelijk, waardoor het onzeker is of deze effecten voldoende aandacht van de gemeente krijgen. Voor bijvoorbeeld het aanpakken van eenzaamheid heeft de gemeente in crisistijd vooral een rol gespeeld in het subsidiëren van initiatieven van welzijnsinstellingen.

39

Aanbeveling 6 (aan het college): Blijf in gesprek met de stakeholders (o.a. GGD, politie, TU Delft en andere zorg- en onderwijsinstellingen) van de doelgroepen die het meest zijn getroffen door de coronacrisis om zicht te krijgen op de maatschappelijke effecten van de coronacrisis en de problemen voor deze doelgroepen die mogelijk op langere termijn ontstaan. Bepaal op basis daarvan in hoeverre deze gevolgen aandacht van de gemeente moeten krijgen. Deelconclusie 7 De financieel-economische effecten voor Delft lijken op de langere termijn vooralsnog beperkt. Wel is de toerismesector door nog vele onzekerheden een aandachtsgebied. Door de ruime steun kunnen veel commerciële en maatschappelijke organisaties, na het afschalen van beperkende coronamaatregelen, in beginsel hun bedrijfsvoering weer als vanouds oppakken. Er zijn voorbeelden van veerkracht en creativiteit tijdens de crisis en dat geeft ook goede hoop voor de situatie na de crisis. Hoe het herstel zal plaatsvinden en hoelang dit duurt, is onzeker. Door de onzekerheden rondom (buitenlands) toerisme blijft de toerismesector in Delft een aandachtsgebied De toerismesector loopt bovengemiddeld risico in deze herstelperiode: het is onzeker of de buitenlandse toeristen snel en in vergelijkbaar grote getalen naar Delft zullen komen. Wellicht kan het groeiende aandeel binnenlandse toeristen dat enigszins compenseren.

Aanbeveling 7 (aan het college): Blijf ook na de coronacrisis actief in gesprek met ondernemers en instellingen over de financieel-economische effecten van de coronacrisis. De toerismesector verdient daarin extra aandacht. Leerpunten Deelconclusie 8 Hoewel het college aandacht had voor de lange termijn en er bijvoorbeeld gebruik werd gemaakt van scenarioanalyse, werd dit niet omgezet in een strategisch langetermijnperspectief voor raad en inwoners. Bij de crisisaanpak lag de focus van burgemeester en college vanzelfsprekend op de korte termijn. Toen bleek dat de crisis langer duurde en ook langer gepaard ging met voortdurende onzekerheden, ontstond bij organisaties, inwoners en gemeenteraad behoefte aan een langetermijnperspectief. Hoewel het college door middel van de opgestelde scenario’s in combinatie met het handelingsperspectief ook oog had voor de lange termijn, lag de aandacht van het college vooral bij de korte termijn. Het college heeft de opgestelde scenario’s als achtergrond en toetsingskader gebruikt, maar niet voorgelegd aan de raad. Aanbeveling 8 (aan het college): Deel bij eventuele volgende crises gemaakte scenario’s met de raad en inwoners, en zet deze om in een strategisch langetermijnperspectief (bestaande uit bijvoorbeeld best case en worst case scenario’s, bepalende variabelen, risico’s, en sturingsmogelijkheden voor de gemeente).

40

Deelconclusie 9 De gemeente zocht naar een balans tussen enerzijds toezicht en handhaving en anderzijds het effect van de maatregelen op de leefbaarheid. De naleving van coronamaatregelen door sommige ondernemers, door sommige inwoners in het algemeen en door sommige groepen studenten in het bijzonder, ging niet altijd vanzelf. Het vroeg van de burgemeester een duidelijke en strikte lijn (die soms ook haaks stond op de rol als ‘burgermoeder’). Het was voor buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) zoeken naar de juiste manier om naleving te bevorderen. Duidelijke communicatie vanuit de gemeente over wat de maatregelen inhielden, waar de grens lag en hoe de handhaving eruit zou zien, was hierin een leerpunt voor de gemeente. Aanbeveling 9 (aan de burgemeester): Wees bij eventuele volgende crises in de communicatie duidelijk over de soms tegengestelde belangen en effecten bij noodzakelijke maatregelen met betrekking tot toezicht en handhaving. Dit geldt zowel in de richting van ondernemers en inwoners als in de richting van handhavers. Deelconclusie 10 De gemeente Delft heeft in 2021 zowel bestuurlijk als ambtelijk een grote sprong gemaakt op het vlak van digitalisering. Diverse betrokkenen waarderen de voortgang op dit gebied en wensen het goede uit deze digitaliseringslag te behouden.

Aanbeveling 10a (aan het college en de raad): Behoud de positieve aspecten van digitalisering (o.a. de mogelijkheid van digitale raadsvergaderingen, andere bijeenkomsten en thuiswerken) en borg dit in (werk)processen. Aanbeveling 10b (aan de raad): Kies in het democratische proces zoveel mogelijk voor fysieke bijeenkomsten omdat ontmoetingen met burgers belangrijk zijn om inzicht te krijgen in latente vragen en sommige burgers drempels ervaren voor digitaal contact. Ter afsluiting heeft de DRK een generieke aanbeveling, gericht aan zowel het college van B&W als aan de gemeenteraad. Deze is de volgende: Neem met het oog op toekomstige crises de tijd om te reflecteren op deze crisisperiode alsmede op de verschillende activiteiten en sectoren waar de coronacrisis invloed op heeft gehad en nog zal houden.

41

Bestuurlijke reactie van het college

Geachte heer Castenmiller, Met belangstelling hebben wij kennis genomen van uw rapport ‘Effecten coronacrisis Delft’. In uw hoofdconclusie stelt u dat burgemeester, college en ambtelijke organisatie van Delft in kort tijdsbestek en op onderling afgestemde wijze de crisisaanpak ter hand hebben genomen. In een periode die gekenmerkt wordt door zorgelijke en ingewikkelde problemen, nemen wij graag notie van deze positieve kwalificatie. Uw onderzoek heeft zich vooral gericht op de effecten van de coronacrisis voor het beleid van de gemeente. Daarmee heeft u inzicht gegeven in de gevolgen van de verschillende (rijks)maatregelen op de diverse sectoren en groepen in de Delftse samenleving. Dit vinden wij waardevol. De gevolgen van het opschalen naar het GRIP-4 niveau voor rol en werkwijze van de gemeente zijn niet in het onderzoek betrokken. Het buiten beschouwing laten van de inspanningen van de organisatie en het bestuur op dit punt, doet ons inziens wel afbreuk aan de herkenbaarheid. Op sommige punten in de rapportage wordt context gemist in de beschrijving van problemen en spanningen die zich in de praktijk voordeden. Daarnaast gaat het om een crisis die grillig verloopt en veel langer duurt, dan in het begin werd voorzien. Het onderzoek beslaat de periode maart 2020 tot eind 2020, met op bepaalde punten een uitloop naar mei 2021.

42

De onderzoeksvragen en het normenkader werden medio 2020 opgesteld. Na die periode moesten verwachtingen over het verloop van de crisis en de mate van beheersbaarheid steeds worden bijgesteld, op basis van wat zich in de praktijk voordeed. Hoewel de vraag naar een lange termijn perspectief legitiem is, hebben niet alleen wij, maar vele anderen (overheden en onderzoeksinstituten) moeten concluderen dat het opstellen van een lange termijn perspectief niet alleen bijna onmogelijk is, maar geen meerwaarde heeft, omdat deze crisis zich kenmerkt door een zeer hoge mate van onvoorspelbaarheid met een grote variatie aan onvoorziene aspecten, waarvan het einde ook nu nog niet te voorspellen lijkt. Uw deelconclusie en aanbeveling over een lange termijnvisie (deelconclusie 8) begrijpen wij vanuit een theoretisch normenkader, maar delen wij niet als een leerervaring uit de afgelopen periode. Verschillende aanbevelingen in uw rapport wijzen op het belang van het volgen van de ontwikkelingen in een sector of bij bepaalde kwetsbare groepen in relatie tot de effecten van de coronacrisis (aanbevelingen 1, 3, 5, 6 en 7). Uit de beschrijving van de bevindingen en de deelconclusies over de acties van het college en de raad voor deze sectoren en groepen, blijkt dat de lijnen met de burgemeester, wethouders en ambtenaren kort waren.

Dit zien wij als één van de belangrijkste factoren die snel en juist handelen in een crisis mogelijk maken. Bovendien sterkt het ons in de overtuiging dat er binnen Delft een stevige netwerkstructuur aanwezig is, waar de gemeente goed op is aangesloten. De crisis heeft ons op dit punt iets zeer wezenlijks getoond over Delft als georganiseerde en betrokken samenleving, waar wij dankbaar voor zijn. Wij onderschrijven het belang van uw aanbeveling, maar zien geen noodzaak om aparte structuren of monitorsystemen op te zetten, omdat wij de reguliere netwerken, overleggen en informatiekanalen hiervoor kunnen benutten. Wij hebben de raad hierover al geïnformeerd in de raadsinformatiebrief van 28 september jl. (kenmerk 4651461). In deelconclusies 2 en 9 en de daaruit volgende aanbevelingen wijst u op dilemma’s die kunnen ontstaan als gevolg van verschillende belangen tussen ondernemers en de gemeente en door de verschillende rollen van de gemeente (zoals faciliterend versus handhavend). In feite is dit niet crisisgebonden, maar doet zich dit fenomeen vaker voor. Wij onderschrijven uw aanbeveling om in de communicatie duidelijk te zijn, vooral als het gaat om handhavend optreden. U beveelt aan om te bespreken hoe de raad de kaderstellende en volksvertegenwoordigende rol weer volledig kan invullen (aanbeveling 4). Wij werken daar uiteraard graag aan mee.

Overigens zijn wij van mening dat de raad zijn kaderstellende rol goed heeft kunnen uitoefenen.

43

Dit geldt zowel bij het overgrote deel van de corona-gerelateerde zaken, voor zover deze aan de raad waren, zoals kaders voor kwijtschelding huur en erfpacht en wijziging van de APV-verordening, alsmede ook bij niet-corona gerelateerde zaken, zoals de programmabegrotingen en kaderstellende beleidsvisies. Het besluitvormingsproces van de raad over deze kaders is, weliswaar digitaal, via de gangbare procedures doorlopen. Uw aanbeveling om het positieve van de digitalisering te behouden, onderschrijven wij (aanbeveling 10a). In overleg met de Griffie zullen wij nagaan wat dit betekent voor de werkprocessen. Tot slot richt u een generieke aanbeveling aan college en raad om met het oog op toekomstige crises te reflecteren op deze crisisperiode en op de verschillende activiteiten en sectoren waar de coronacrisis invloed op heeft gehad en nog zal houden. Wij nemen deze aanbeveling ter harte, met de aantekening dat een crisis als deze pandemie vooralsnog mogelijk uniek is qua type crisis en impact. De leermomenten uit deze crisis zullen meegenomen worden in het toekomstig functioneren van de gemeentelijke organisatie.

Eén van de belangrijkste leringen die wij uit de afgelopen periode hebben opgedaan is wat wij eerder al noemden: het vertrouwen dat we kunnen hebben in het stevige netwerk van betrokken en constructieve organisaties (zoals ondernemers, welzijns- en onderwijsinstellingen) en groepen mensen in Delft. In een crisis als deze hebben we elkaar heel erg nodig en is samen meer dan een woord gebleken. We zijn hen allen en onze medewerkers heel veel dank verschuldigd voor hun grote inzet onder moeilijke omstandigheden, ook soms in persoonlijke zin. Een crisis biedt bij uitstek leermomenten, wij spreken daarom onze waardering en dank uit voor dit onderzoek. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft, M. Berger Loco-secretaris

M. Huijsmans Loco-Burgemeester

44

Bestuurlijk nawoord van de rekenkamer In de bestuurlijke reactie op het onderzoeksrapport wordt geregeld gewezen op het unieke en in hoge mate onvoorspelbare karakter van de coronacrisis, dat het College van B&W aanleiding geeft om verschillende kanttekeningen bij enkele aanbevelingen te plaatsen. Het spreekt voor zich dat wij ons bewust zijn van het bijzondere karakter van de crisis. Juist omdat we ons daar rekenschap van geven, willen we toch in ons nawoord bijzondere aandacht vestigen op twee aanbevelingen: ‘Aanbeveling 1: Bepaal of en hoe de gemeente ondersteuning blijft bieden aan maatschappelijke, culturele en sportorganisaties, en houd daarbij rekening met het afbouwen van de Rijkssteun.’ In de bestuurlijke reactie wordt op deze aanbeveling niet apart inhoudelijk gereageerd (alsmede op aanverwante aanbeveling 5: ‘Breng de onzekerheden en risico’s in kaart die binnen de verschillende sectoren ontstaan door de afbouw van Rijkssteun en speel hier waar mogelijk op in’). Het onderzoek liet in diverse sectoren een grote mate van afhankelijkheid zien van rijkssteun en daarmee grote mogelijke risico’s; aangezien deze rijkssteun op de langere termijn niet is gegarandeerd, terwijl de crisis vooralsnog onvoorspelbaar blijft.

We delen de algemene opmerking van het college dat de gemeente goede netwerkstructuren en korte lijnen in de stad heeft om de vinger aan de pols te houden, maar gerichte reactie op genoemde aanbevelingen is wat ons betreft gewenst. ‘Aanbeveling 8: Deel bij eventuele volgende crises gemaakte scenario’s met de raad en inwoners, en zet deze om in een strategisch langetermijnperspectief (bestaande uit bijvoorbeeld best case en worst case scenario’s, bepalende variabelen, risico’s, en sturingsmogelijkheden voor de gemeente).’ Dat het verdere verloop van de crisis onmogelijk te voorspellen is, maakt deze aanbeveling niet theoretisch. Het feit dat de crisis grillig is, ontslaat het college niet van de verplichting mensen en organisaties in de stad zoveel mogelijk proactief mee te nemen in de scenario’s waarop zij haar beleidskeuzes baseert. Dat kan afstemmen van verwachtingen gemakkelijker maken, wederzijds begrip versterken, uitdagen om met de gemeente mee te denken over oplossingen en anderen in staat stellen vroegtijdig voorbereidingen te treffen.

Met vriendelijke groet, Dr. P. Castenmiller

Voorzitter Delftse Rekenkamer

45

Bijlage 1.

Geraadpleegde personen

Gemeente Delft ▪ Gemeentesecretaris ▪ Burgemeester ▪ Wethouder Economie, Cultuur, Grondzaken en vastgoed ▪ Wethouder Wonen, Wmo en sport (ook armoedebeleid) ▪ Raadsleden ▪ Raadsgriffier ▪ Concerncontroller ▪ Intern coördinator coronamaatregelen en directiesecretaris ▪ Beleidsmedewerker strategie ▪ Senior auditor ▪ Programmeur veiligheid ▪ Programmeur cultuur, sport, welzijn en gezondheid Overige organisaties ▪ Theater de Veste, financieel directeur ▪ Museum Prinsenhof, directeur bedrijfsvoering ▪ Toerisme platform Delft/Porceleyne Fles, directeur ▪ KSV Sanctus Virgilius (studentenvereniging), voorzitter ▪ Café de Oude Jan, voorzitter KHN en uitbater ▪ Bierhuis de Klomp, uitbater ▪ Stichting Warenmarkten Delft, marktmanager

46

Bijlage 2.

Overzicht verleende subsidies

Tabel 1: Overzicht verleende subsidies in het kader van de tijdelijke subsidieregeling maatschappelijke organisaties. Organisatie Aangevraagd bedrag Verleende subsidie Vogel- en egelopvang Delft

€5.000,00

€5.000,00

Stichting Korico Stichting World Art Delft

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10780977/1