Rapport Delftse Rekenkamer Samenwerking TU Delft - gemeente Delft
Tekst van het document
Dit is een risico, aangezien verloop van betrokkenen voorkomt, zowel aan de gemeente als de TU-zijde. Als contacten en dossiers niet goed worden gedocumenteerd en overgedragen, kan er een situatie ontstaan waarbij kostbare kennis en efficiëntie verloren gaat. Het borgen van kennis en kunde in beide organisaties is een punt van aandacht om een duurzame samenwerking op lange termijn te kunnen realiseren. 3.3. Ontwikkelingen 3.3.1. Bevindingen De TU Delft is de laatste jaren sterk gegroeid. In de afgelopen 15 jaar is het aantal studenten bijna verdubbeld. Hoewel het aantal studenten sterk is gegroeid sinds het begin van deze eeuw, is het aanbod aan studentenwoningen niet gelijkmatig meegestegen. Er is dan ook een studentenwoningtekort in Delft24 Vanuit de gemeente bestaat de wens om meer studentenwoningen te bouwen in Delft. Dit onderwerp heeft eerder geen plek gekregen binnen het convenant, maar staat inmiddels wel op de samenwerkingsagenda van thema 1. Uit de gesprekken komt echter naar voren dat er op dit moment nog geen gedragen belang en aanpak bestaat op het dossier studentenhuisvesting. Dit komt met name vanuit direct betrokkenen bij de gemeenten naar voren in de casus ‘Campus Zuid’ (zie kader hieronder). Kader 3. Geen eenduidig beeld bij aanpak studentenhuisvesting in ontwikkeling Campus Zuid
24
Landelijke monitor studentenhuisvesting 2021 (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
30
Zowel geïnterviewden vanuit de TU als de gemeente geven te kennen dat studentenhuisvesting een onderwerp is dat beide partijen aangaat. De gemeente en de TU Delft hebben volgens betrokkenen wisselende beelden bij het belang dat er in de praktijk wordt gehecht aan het onderwerp. Met betrekking tot de ontwikkeling van Campus Zuid is nu afgesproken dat er een haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd naar de mogelijkheden op het gebied van tijdelijke studentenhuisvesting. Volgens betrokkenen vanuit de gemeente hadden er meer afspraken gemaakt mogen worden over de toevoeging van permanente studentenhuisvesting. Dit is niet gebeurd. Vanuit het perspectief van de TU Delft is de toevoeging van permanente studentenhuisvesting daarentegen geen onderwerp van discussie geweest. Betrokkenen bij deze casus vanuit TU-zijde geven aan niet bekend te zijn met expliciete verzoeken van de gemeente om meer permanente studentenhuisvesting op Campus Zuid te ontwikkelen. De gemeenteraad van Delft ziet mogelijkheden – en noodzaak – om studentenhuisvesting als onderwerp op te nemen in het convenant.
De raad heeft dan ook een motie aangenomen waarin zij stelt dat “studentenhuisvesting in de samenwerking tussen gemeente en universiteit, gezien de tekorten en de verantwoordelijkheden van de TU Delft hierin, één van de centrale thema’s zou moeten zijn”.25 De raad wil hierbij het huidige convenant actualiseren “om gezamenlijk de huidige en toekomstige tekorten studentenwoningen in te lopen en de verantwoordelijkheden van de TU Delft vast te leggen”.26 De groei van de TU Delft brengt ook andere ontwikkelingen met zich mee, zoals de aanwezigheid van meer studenten in de stad en de invloed hiervan op de leefbaarheid. Al langere tijd is er nauw contact tussen gemeente, TU Delft en andere partijen (zoals studentcommunities en de politie) rond de OntvangstWeek (OWee). De versteviging van deze samenwerking wordt als een positieve ontwikkeling ervaren. Toch zijn er ook uitdagingen. Mede doordat door corona meer mensen thuis zijn, is de overlast van studenten toegenomen op verschillende plekken in de stad. Rond de zomer van 2021 bleek er een aantal hotspots te zijn waar meer overlast was dan wenselijk. Dat heeft geleid tot de oprichting van de Taskforce Woonoverlast (zie onderstaand kader). Kader 4.
Samenwerking in Taskforce Woonoverlast Concrete overlastsituaties in de zomer 2021 rondom studenten hebben ertoe geleid dat er op voorspraak van betrokken bestuurders een Taskforce Woonoverlast is opgericht. Hierin werkt de gemeente zowel op bestuurs- als directieniveau samen met TU Delft, politie en DUWO aan het dossier woonoverlast langs twee sporen: 1) het aanpakken van panden waar sprake is van excessieve woonoverlast (meer korte termijn); en 2) het versterken van de bewustwording en gedragsverandering bij studenten, gericht op preventie en cultuurverandering (meer lange termijn).
25 26
Motie ‘actualiseren convenant TU Delft – Gemeente Delft’, d.d. 18 november 2021. Motie ‘actualiseren convenant TU Delft – Gemeente Delft’, d.d. 18 november 2021.
31
Wat volgens betrokkenen de samenwerking tussen de gemeente en de TU Delft complex maakt op dit thema is het verschil in rol en aanwezigheid van (publiekrechtelijke) instrumentaria. De gemeente beschikt binnen dit dossier over mogelijkheden: van bemiddeling en mediation tot een gedragsaanwijzing van de burgemeester. Voor de TU Delft geldt daarentegen dat zij, hoewel ze zich verantwoordelijk voelt, wettelijk weinig handvaten heeft om iets met druk te bereiken ten aanzien van overlast. Op dit moment wordt er via de taskforce gezocht naar mogelijkheden voor de TU om ook vanuit haar eigenstandige verantwoordelijkheid instrumentaria en acties in te zetten op het dossier. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan het weren van studenten bij activiteiten op de campus. 3.3.2. Analyse Studentenhuisvesting en woonoverlast zijn twee onderwerpen waarop de samenwerking zou moeten kunnen inspelen. De samenwerking dient hier voldoende flexibel voor te zijn. De recente samenwerking op het dossier woonoverlast laat zien dat deze flexibiliteit aanwezig is. De oprichting van de taskforce toont aan dat er snel geschakeld kan worden op het moment dat er zich urgente situaties voordoen. Dit wordt, zo stellen we vast, mede ingegeven door het feit dat aan zowel gemeente- als TU-Delft kant bestuurlijk prioriteit is gegeven.
Ook zorgt de aanwezigheid van een geformaliseerde samenwerkingsstructuur ervoor dat in korte tijd de juiste mensen met elkaar aan tafel komen te zitten om een aanpak te ontwikkelen op het dossier. Het grootste inhoudelijke knelpunt voor de komende jaren lijkt te liggen rond studentenhuisvesting. Hoewel studentenhuisvesting een onderwerp is waarvan beide partijen het belang inzien, vergt het bepalen van een gedeeld beeld op de aanpak ervan aandacht. Dit onderwerp wordt op dit moment sterker verankerd in concrete samenwerkingsinitiatieven maar zeker de gemeente(raad) ziet de noodzaak om rond studentenhuisvesting actiever samen te werken met de TU Delft. In het kader van de alsmaar toenemende woningnood en de toename van studenten van Delft zouden beide partijen er goed aan doen op dit thema een gedeelde visie en aanpak voor de samenwerking te ontwikkelen. 3.4. Toetsing op het normenkader – hoe wordt samengewerkt? Groen: aan de vastgestelde norm is geheel voldaan Oranje: aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de vastgestelde norm is niet voldaan Aspect
Hoe wordt samengewerkt?
Norm
1. Er zijn afspraken gemaakt over de organisatie, werkwijze en overige randvoorwaarden ter realisatie van de ambities en doelen. 2. Herleidbaar is wat de gemeente en wat de TU Delft doet ter uitvoering van de afspraken. 3. Er zijn voldoende middelen ter beschikking (capaciteit en geld) gesteld om de doelen te kunnen realiseren. 32
4. De gemeente heeft de uitvoering van de afspraken in de ambtelijke organisatie geborgd. 5. De organisatie en werkwijze worden uitgevoerd zoals afgesproken. 6. Er wordt periodiek gemonitord op ontwikkelingen die de afgesproken ambities, doelen, organisatie, werkwijze en randvoorwaarden van de samenwerking kunnen beïnvloeden op basis waarvan zo nodig tot bijstelling van de afspraken wordt overgegaan. De samenwerkingsstructuur is vastgelegd in het convenant. Er is een duidelijke organisatie op het geheel van het convenant en een werkwijze opgezet per deelthema. Daarmee is aan de eerste norm geheel voldaan. Binnen de thema’s is vastgelegd welke partij een project trekt, bijvoorbeeld op basis van belangen of als meest logische partij. Daarnaast is er aandacht voor het feit dat beide partijen hun eigen rol behouden naast het convenant. Daarmee is aan de tweede norm geheel voldaan. Hoewel de organisatie en de uitvoering dus zijn vastgelegd in het convenant zijn er – in ieder geval aan de kant van de gemeente – niet altijd voldoende mensen en middelen beschikbaar om alle doelen te realiseren. Gemeentelijke middelen voor activiteiten die voortvloeien uit de samenwerking worden bekostigd vanuit budgetten die voor de doelstellingen in de programmabegroting beschikbaar zijn.
Met het vaststellen van de Programmabegroting 2022-2025 heeft de raad gekozen voor bezuinigingen op die budgetten waardoor er, met name voor thema 3, minder middelen beschikbaar zijn. Ook is er geen financiële paragraaf in het convenant opgenomen, waardoor budgetten en de inzet van personen ook niet zijn vastgelegd in afspraken. Daarmee is aan de derde norm niet voldaan. De structuren van de samenwerking zijn vastgelegd in de ambtelijke organisatie, maar de uitvoering is op dit moment ook nog persoonsafhankelijk. Continuïteit in de organisatie is hiermee niet altijd geborgd. Daarmee is aan de vierde norm gedeeltelijk voldaan. De uitvoering verloopt volgens afspraak tussen beide partijen. Het is duidelijk welke partij het initiatief neemt en het is over het algemeen voldoende helder welke verantwoordelijkheden beide partijen hebben. Daarmee is aan de vijfde norm geheel voldaan. Nieuwe ontwikkelingen worden wisselend opgepakt binnen de staande samenwerking. De toenemende druk op studentenhuisvesting heeft aandacht in de samenwerking maar met name vanuit de gemeente bestaat de behoefte om hier nog sterker een gezamenlijke visie op te ontwikkelen. Wanneer de gemeente en de TU elkaar beter vinden in een gezamenlijke visie is aanpassing of verbreding van de samenwerking mogelijk. Dit komt naar voren op het thema woonoverlast. Daarmee is aan de zesde norm gedeeltelijk voldaan.
33
4. Wat is het resultaat van de samenwerking? In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de resultaten van de samenwerking. Hierbij wordt gekeken naar resultaten vanuit de ambities en doelen, en de structuur van de samenwerking (paragraaf 4.1). Ook de monitoring en evaluatie komt in dit hoofdstuk aan bod (paragraaf 4.2). Ten slotte wordt in paragraaf 4.3 een toetsing gedaan op het normenkader. 4.1. Resultaten van de samenwerking 4.1.1. Bevindingen Binnen de samenwerkingsthema’s van het convenant zijn er verschillende resultaten van de samenwerking zichtbaar vanaf 2016. Hieronder wordt een greep uit de resultaten per thema toegelicht. Thema 1: stad als campus, campus als stad27 TNO MEC Lab De Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) heeft een nieuw lab voor Materialen, Energie en Constructie (MEC). Binnen thema 1 en 2 is samengewerkt tussen de TU Delft en de gemeente om het gebouw te bouwen en op te leveren. De bouw van het lab is gestart in april 2020. Hoofdkantoor Oldelft Ultrasound Naast het TNO MEC Lab biedt de campus van de TU Delft onderdak aan nog een bedrijfsgebouw: het hoofdkantoor van Oldelft Ultrasound. Ook bij dit pand heeft de gemeente samengewerkt met de TU Delft om dit project te realiseren.
Anterieure overeenkomst Campus Zuid De anterieure overeenkomst rond Campus Zuid wordt door verschillende betrokkenen genoemd als een resultaat van de samenwerking en is ook als aparte casus bestudeerd in dit onderzoek. In de anterieure overeenkomst zijn afspraken gemaakt tussen de gemeente en TU Delft over het verplichte kostenverhaal van de gemeente, hetgeen verzekerd moet zijn voordat de RO-procedure kan worden opgestart.. De gebiedsontwikkeling op Campus Zuid beoogt de volgende resultaten op te leveren: • De ontwikkeling van een nu nog braakliggend terrein met een impuls voor onderwijshuisvesting en een impuls voor de werkgelegenheid (met zowel ruimte voor volwassen bedrijven als voor incubators28, startups en scale-ups). • De ontwikkeling van tijdelijke huisvesting. Permanente studentenhuisvesting kan alleen worden ontwikkeld op de gronden die in het bezit zijn van de gemeente aan de randen van het terrein. Thema 2: ecosysteem voor kennis en economie Quantum Delft
27
Samenwerkingsagenda TU en Gemeente, juni 2021 Incubators ondersteunen startups door het bieden van zaken als services, kantoorruimte of laboratoria. YES!Delft is een voorbeeld van een incubator. 28
34
Quantum Delft is in samenwerking tussen de gemeente Delft, TU Delft, TNO en QuTech opgericht als netwerk om de ontwikkeling van het quantum cluster verder te stimuleren en aan te jagen. 29 NEXT Delft Startups en scale-ups willen hun innovaties het liefst verder ontwikkelen op de TU Delft Campus. Zo blijven ze in de buurt van de TU Delft en andere belangrijke samenwerkingspartners. Acceleratorgebouw NEXT Delft voorziet in deze behoefte. Binnen de samenwerking is gewerkt aan de ontwikkeling en financiering van het concept en het landen van bedrijven in het gebouw. Gezamenlijke acquisitie Royal Haskoning/DHV Royal HaskoningDHV is een ingenieursbureau met meer dan 100 kantoren in 30 landen. Het bureau heeft besloten om zich vanaf 2024 met 800 medewerkers te vestigen op de TU Delft Campus. Hierbij wordt ook de inhoudelijke samenwerking met de TU Delft versterkt om hiermee het kennisecosysteem verder te laten groeien en te verankeren op de campus en in de stad.30 Concreet zit de meerwaarde voor de TU Delft en de stad volgens betrokkenen op: • De toename van werkgelegenheid (circa 800 fte) door een kennispartner van de TU Delft waarbij ook ruimte wordt geboden aan startups die passen bij de business. • De aantrekkingskracht die een grote partij als Royal Haskoning/DHV vervolgens weer heeft op andere bedrijven en startups.
• Het feit dat een historisch karakteristiek pand (Mijnbouw) duurzaam wordt vernieuwd op een cruciale plek in de stad; daar waar campus en stad elkaar ontmoeten. Dit proces is in nauwe samenspraak met de omwonenden tot stand gekomen. De ambitie is ook om de horeca open te stellen voor de hele stad. Thema 3: universitaire gemeenschap, stad en inwoners Het subthema Denken en Onderzoeken staat centraal in het werken aan de Civic University. Studenten worden via vakken en projecten gekoppeld aan opdrachten of vraagstukken van de stad. Een groeiende groep docenten draait hierin mee, alsmede een groeiend aantal studenten. Opdrachtgever kan de gemeente zijn, maar ook andere sociale partners. Studenten hebben bijvoorbeeld een analyse gemaakt van de Kuyperwijk, een bomenatlas van Delft gemaakt, voorstellen gedaan om van “kijkgroen” naar “beweeg-groen” te komen in de parken van de stad. De inspanningen voor de City Deal Kennis Maken vanuit de gemeente en de TU delft vallen ook onder thema 3. Hier is onder meer een stadslab opgezet voor de wijk Tanthof waar divers onderzoek is gedaan en diverse bewonersavonden zijn georganiseerd. Er zijn challenges geweest op de thema’s hoogbouw en de publieke ruimte. Dit is een greep uit de voorbeelden.
In het kader van het subthema Laten Zien verschijnt vier keer per jaar een dubbele pagina in de Delft op Zondag over relevante projecten, onderzoek en vrijwilligerswerk door studenten in de stad Delft. Dit is een gezamenlijk inspanning van de gemeente en de TU 29
Jaarstukken gemeente Delft (2020) ‘Royal HaskoningDHV kiest voor TU Delft campus’, Royal HaskoningDHV, https://global.royalhaskoningdhv.com/nederland/nieuws/nieuwsberichten/royal-haskoningdhv-kiest-voortu-delft-campus, d.d. 3 maart 2020. 30
35
Delft. Ook organiseert WIJStad bij wijze van outreach diverse pop-up events om Delftenaren ergens in de stad laagdrempelig kennis te laten maken met wetenschappers en vice versa, plus het jaarlijkse event Meet the Professor dat plaatsvindt ter gelegenheid van elke Dies Natalis van de universiteit. Hierbij bezoeken hoogleraren van de TU Delft Delftse basisscholen voor een gastles. Studenten Vrijwilligerswerk Delft (SVD) Studenten Vrijwilligerswerk Delft is een koppelingsplatform voor vrijwilligerswerk. Studenten Vrijwilligerswerk Delft heeft in juli 2020 een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de TU Delft en de gemeente, als onderdeel van het convenant. Het doel van deze samenwerking is om de vraag naar vrijwilligerswerk en het aanbod van vrijwilligerswerk beter op elkaar af te stemmen. OWee (OntvangstWeek) De OWee (OntvangstWeek) is de introductieweek voor nieuwe studenten in Delft. Voor de organisatie van de OntvangstWeek wordt nauw samengewerkt met de gemeente en de TU Delft om studenten kennis te laten maken met de universiteit, maar vooral ook met de stad. Dit is vooral het afgelopen jaar van belang geweest vanwege de strenge coronaregels. Betrokkenen geven aan dat er nauw is samengewerkt om de OWee op zo’n manier in te richten dat de week door kon gaan op een veilige manier. Hier is onder andere een extra teststraat voor ingericht op de campus.
Samenwerking rond overlast door studenten De gemeente en de TU Delft werken samen in het tegengaan en voorkomen van woonoverlast door studenten in de stad. Hiervoor is in 2021 een taskforce opgericht, ook in samenwerking met de politie en de studentenhuisvester DUWO. De taskforce heeft tot doel om de stijgende overlast, vooral rond studentenhuizen, aan te pakken door te handhaven en studenten te wijzen op hun verantwoordelijkheid.31 Betrokkenen stellen dat het goed is dat de TU Delft hier ook aan meewerkt, ook al heeft zij formeel gezien geen verantwoordelijkheid voor het gedrag van haar studenten ‘achter de voordeur’. Het convenant en de korte lijnen maken toch dat de TU Delft z’n rol pakt en mogelijkheden zoekt in het tegengaan van studentenoverlast middels de taskforce. Omdat dit samenwerkingsinitiatief recent is opgezet, zijn concrete resultaten nog beperkt. Er worden al wel dossiers opgebouwd rond hotspots en studenten worden bewust gemaakt van de rol die zij spelen in de stad. Ook wordt er gewerkt met een scheurkalender met tips en suggesties en is er een student journey die aan studenten duidelijk maakt wat er van hen wordt verwacht als inwoner van de stad. In de Programmabegroting Delft 2022-2026 is aangegeven dat de uitvoering van thema 3 (universitaire gemeenschap, stad en inwoners) vanaf 2022 meer gefocust zal zijn.
Dit omdat er enkel nog budget beschikbaar is voor het voortzetten van de subsidierelatie met Studenten Vrijwilligerswerk Delft (SVD) in het kader van de programmalijn Helpen & de stad. Vanuit de doelstelling onderwijs wordt er ingezet op de City Deal Kennis Maken.
31
‘Samen werken tegen woonoverlast’, gemeente Delft, https://www.delft.nl/nieuws/samen-werken-tegenwoonoverlast, d.d. 18 november 2021.
36
Thema 4: gezamenlijke public affairs agenda Resultaten van de public affairs agenda zijn minder expliciet te maken. Betrokkenen geven wel aan dat gesignaleerd wordt wie waar aan welke bestuurstafel plaats heeft. Zo is het voor de gemeente en de TU Delft mogelijk om een ‘gedeeld verhaal van de stad’ te delen. Op deze manier hoeft niet elke partij aan elk overleg of elke samenwerking deel te nemen om voldoende op de hoogte te blijven of haar belangen vertegenwoordigd te zien. De inzet op een gezamenlijk public affairs verhaal is vooral relevant voor thema 2, waarbij het gaat om branding en acquisitiekracht naar buiten toe. De agenda komt, tijdens het schrijven van dit rapport, minder terug bij thema’s 1 en 3. Dit betekent niet dat het gezamenlijk optrekken op het vlak van public affairs ook op deze thema’s in de toekomst relevant kan zijn. Samenwerking als resultaat Resultaten van de samenwerking zijn niet alleen te vinden in de concrete resultaten van de thema’s, maar de structuur en de inrichting ervan is al een resultaat op zich. Betrokkenen waarderen dat door het convenant meer inzicht is in elkaars en de gezamenlijke ambities, doelen en belangen. Aangezien de thema’s zo zijn georganiseerd dat de counterparts van de organisaties bij elkaar zitten kan er sneller onderling worden geschakeld.
Tot aan 2016 bestond de samenwerking uit losse lijntjes en was het voor veel medewerkers lastig om een goede ingang te vinden in de andere organisatie. Door de intensivering van de samenwerking vinden betrokkenen elkaar beter en kunnen ook ad hoc initiatieven gemakkelijker worden opgepakt, bijvoorbeeld op de aanpak van de woonoverlast. Daarnaast is het voor beide partijen waardevol dat medewerkers meer inzicht krijgen in de wijze waarop de andere organisatie intern is ingericht en dat zij weten hoe de besluitvormingsprocessen daar lopen. Dit zorgt voor meer wederzijds begrip, bijvoorbeeld als er voor een project gewacht moet worden op een beslissing vanuit de andere partij. 4.1.2. Analyse De samenwerking heeft in de afgelopen jaren verschillende resultaten opgeleverd en andere projecten staan op de planning om te worden gerealiseerd. Het formaliseren van de samenwerking via het convenant en het optuigen van een uitvoeringsstructuur heeft dus gezorgd voor concrete opbrengsten op de samenwerkingsthema’s. Betrokkenen geven wel aan dat de uitvoering van projecten gehinderd kan worden door het uitblijven van mensen en middelen vanuit de gemeente. Thema 3 wordt in de komende jaren zelfs verder afgebouwd aan gemeentezijde, omdat er geen budget meer beschikbaar is. Dit maakt het minder aannemelijk dat alle ambities en doelen binnen dit thema zullen worden gerealiseerd.
In het kader van de andere twee thema’s kan ook niet met zekerheid worden gezegd wat er gerealiseerd gaat worden, aangezien de huidige planning van projecten niet doorloopt tot het einde van het convenant. Daardoor is het mogelijk dat projecten wel worden gerealiseerd in de toekomst, maar dat dit niet zal gebeuren onder de vlag van het convenant. De resultaten die al zijn behaald of op dit moment zijn gepland of worden uitgevoerd bieden een goede basis voor samenwerking in de toekomst. Vooral binnen het eerste thema kunnen projecten worden gerealiseerd, ook door impulsen van buitenaf 37
zoals vanuit de Metropoolregio. Dergelijke impulsen kunnen ervoor zorgen dat deze projecten kunnen worden gerealiseerd ondanks de budgetbeperkingen van de gemeente. Om de projecten en doelen binnen het tweede thema te behalen zijn naast financiële impulsen ook andere impulsen nodig, zoals het blijvend ontwikkelen van het verhaal van Delft. Daarnaast is de aangebrachte structuur tussen counterparts in de samenwerking een belangrijk resultaat. De kracht van deze samenwerking zit in de persoonlijke relatie. Dit maakt de samenwerking tegelijkertijd kwetsbaar bij verloop van betrokkenen. Ook nieuwe medewerkers moeten terug kunnen vallen op de structuren die zijn opgezet tussen de TU Delft en de gemeente. 4.2. Evaluatie resultaten en samenwerking 4.2.1. Bevindingen Evaluatie van resultaten Evaluatie op de voortgang van resultaten vindt plaats via de samenwerkingsstructuur. De overkoepelende overleggen binnen de thema’s (het vijftaloverleg, het afstemmingsoverleg en een opdrachtgeversoverleg) houden zicht op de resultaten van de projecten en programma’s op projectniveau. Deze resultaten worden vanuit de thema’s teruggekoppeld naar het directeurenoverleg, de bestuurlijke bila’s en de stuurgroep. Binnen het directeurenoverleg wordt gemonitord op thema 1 en 2 en de stuurgroep kijkt naar het convenant als geheel.
De wijze waarop over resultaten informatie wordt verschaft verschilt wel per thema en is afhankelijk van de aard van het thema. Binnen de samenwerking in thema 1 is afgesproken om minimaal twee keer per jaar te monitoren bij het opstellen van de samenwerkingsagenda. Dan kijken de betrokken wat er is afgerond, wat er nieuw is bijgekomen en wat de status is van lopende projecten/doelstellingen. Thema 2 wordt gemonitord door een lijst bij te houden met ‘successen’ die gekoppeld kunnen worden aan de inzet op het convenant. In thema 3 wordt meer verhalend gecommuniceerd over resultaten binnen de stad. Zo krijgt de raad ieder jaar vanuit WIJStad een boekje met verhalen vanuit studenten en onderzoekers over wat er aan projecten gebeurd is in de stad. Elk kwartaal wordt vanuit thema 3 ook een spread van twee pagina’s met ontwikkelingen in de Stadskrant gedeeld. Evaluatie van de samenwerking In juli 2021 is er een interne evaluatie van het convenant TU Delft – gemeente Delft verschenen. Dit is de eerste keer sinds 2016 dat het convenant is geëvalueerd, het is geïnitieerd omdat de looptijd van het convenant halverwege is. Hierbij zijn verschillende betrokkenen vanuit beide partijen geïnterviewd over de belangrijkste doelen, de inhoud, de governance en de toekomst van de samenwerking. Dit heeft geresulteerd in elf lessen voor het vervolg van de samenwerking.
In hoofdstuk 2 werd al aangegeven dat er in deze interne evaluatie inhoudelijk is aanbevolen om ook studentenhuisvesting een plek te geven in de samenwerking.
38
Daarnaast gaan er nog twee aanbevelingen direct in op het onder de aandacht brengen van resultaten en het blijvend leren binnen de samenwerking, namelijk32: • Er wordt aanbevolen om meer aandacht te geven aan communicatie met betrekking tot het doel en de resultaten van het convenant. • Er wordt aanbevolen om jaarlijks de inhoud van de overlegstructuur te evalueren binnen de themateams/pijlers, voor zover dat nog niet gebeurt. 4.2.2. Analyse De samenwerking wordt geëvalueerd via de structuur die is opgezet. In de eerste plaats worden resultaten in de thema’s zelf gemonitord. Daarnaast zijn er voldoende escalatiemogelijkheden ingebouwd richting directie en bestuur om eventueel bij te sturen. Omdat de aard van de opgave per thema wel verschilt, vindt de monitoring in de eigenstandige thema’s wel op een andere manier plaats. Zo wordt in thema 1 meer projectmatig geëvalueerd en wordt binnen thema 3 meer ingezet op het overbrengen van het verhaal voor de stad. Niet alleen de resultaten worden geëvalueerd. Recent, ongeveer vijf jaar na de start van het convenant, vond ook een interne evaluatie plaats op de samenwerking als geheel. Hierbij zijn lessen geformuleerd voor het vervolg van de samenwerking.
Zowel inhoudelijk, met de vraag of er aan de ‘juiste’ onderwerpen wordt gewerkt, als meer procesmatig; met de vraag of de structuur van de samenwerking doelmatig is voor het realiseren van de beoogde resultaten. 4.3. Toetsing op het normenkader – wat is het resultaat van de samenwerking? Groen: aan de vastgestelde norm is geheel voldaan Oranje: aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de vastgestelde norm is niet voldaan Norm Aspect Wat levert de samenwerking op?
1. De afgesproken ambities en doelen zijn gerealiseerd of aannemelijk is dat deze gerealiseerd gaan worden. 2. De samenwerking en de resultaten daarvan worden periodiek geëvalueerd.
Hoewel er resultaten worden gerealiseerd is het op dit moment niet aannemelijk dat alle actielijnen gerealiseerd gaan worden zoals aanvankelijk beoogd. Met name rond thema 3 komt naar voren dat de samenwerking aan gemeentezijde vanwege bezuinigingen op de budgetten verder wordt afgebouwd. Wel lijkt het aannemelijk dat projecten binnen thema 1 kunnen worden gerealiseerd, mede doordat er gebruik wordt gemaakt van financiële impulsen buiten de partijen om. Hiermee is er aan de eerste norm gedeeltelijk voldaan.
32
Interne evaluatie convenant TU Delft – Gemeente Delft, d.d. 21 juli 2021. Dit document is ingezien.
39
We stellen daarnaast vast dat de resultaten worden gemonitord en geëvalueerd via de samenwerkingsstructuur: binnen de thema’s en op het totaal van de samenwerking. Ook is de samenwerking als geheel geëvalueerd waarbij er lessen zijn getrokken voor het nog meer verduurzamen van de samenwerking. Deze aanbevelingen zijn gericht op het in gezamenlijkheid blijvend leren van de samenwerking. Daarmee wordt aan de tweede norm voldaan.
40
5. Wat is de rol van de raad in de samenwerking? In dit hoofdstuk wordt de rol van de raad bij de samenwerking met de TU Delft uiteengezet. We kijken eerst naar de rol en de betrokkenheid van de raad bij het formuleren van ambities en doelen ten aanzien van de samenwerking en de rolverdeling tussen het college en de raad (paragraaf 5.1). Vervolgens staan we stil bij de informatievoorziening vanuit het college aan de raad (paragraaf 5.2). Tot slot wordt in paragraaf 5.3 een toetsing uitgevoerd op het normenkader. 5.1. Betrokkenheid en rolverdeling 5.1.1. Bevindingen Betrokkenheid bij ontwikkeling convenant De raad is in april 2016 geïnformeerd over het convenant dat getekend zou gaan worden met de TU Delft.33 De raad is vervolgens in november 2016 geïnformeerd over het tekenen van het convenant.34 Hierin wordt benadrukt dat het advies van de commissieDeetman, ‘Delft, parel in de Randstad’ als startpunt dient voor het convenant. Daarbij was het doel om een vruchtbare samenwerking te laten ontstaan met een sterke verbinding tussen stad en universiteit.
Het convenant volgt op eerdere afspraken over een gezamenlijke strategische agenda voor de stad.35 De uitwerking van de vier thema’s in de kwartiermakersadviezen is in oktober 2017 voorgelegd aan de gemeenteraad.36 Vervolgens is hierover een gesprek georganiseerd waarin de gemeenteraad en het college de inhoud van de kwartiermakersadviezen op de agenda hadden staan. Rolverdeling De uitvoering van het convenant en de inhoud hiervan zijn een collegebevoegdheid. De raad is bij de uitvoering dan ook niet actief betrokken. Wel is de raad betrokken op het moment dat het moet, zoals bij het aanpassen van bestemmingsplannen of het opstellen van beleidskaders. De raad wordt ook daadwerkelijk in positie gebracht op het moment dat dit noodzakelijk is vanuit de raadsbevoegdheden. Ook kan de raad aangeven wat hij belangrijk vindt ten aanzien van de samenwerking, bijvoorbeeld in de vorm van moties. De gemeenteraad ziet bijvoorbeeld mogelijkheden om studentenhuisvesting op te nemen in het convenant. Hier is in november 2021 een motie over aangenomen.37 Deze rolverdeling tussen college en raad, en ook tussen gemeente en TU is expliciet uiteengezet in het convenant.
Hierin is opgenomen dat de besluitvorming rondom het convenant zal verlopen via de formele lijnen van beide organisaties.38 College en raad behouden hiermee hun eigenstandige rol en bevoegdheden in het kader van te nemen besluiten over de samenwerking. Op deze manier heeft de raad ook invloed op de 33
‘Aanbieding Jaarstukken 2015, Staat van Delft 2016, Kadernota 2016’, d.d. 28 april 2016. ‘Convenant TU Delft – Gemeente Delft’, d.d. 1 november 2016. 35 Ibid. 36 ‘Thema-adviezen TU Delft – Gemeente Delft’, d.d. 31 oktober 2017. 37 Motie ‘Actualiseren Convenant TU Delft – Gemeente Delft’, d.d. 18 november 2021. 38 ‘Thema-adviezen TU Delft – Gemeente Delft’, d.d. 31 oktober 2017. 34
41
budgettaire kaders waarbinnen het college uitvoering geeft aan de samenwerking omdat de raad jaarlijks de Programmabegroting vaststelt. 5.1.2. Analyse De raad is aan de voorkant actief geïnformeerd over de ontwikkeling van het convenant. De raad heeft hierbij mogelijkheden gehad om een zienswijze over het convenant en de invulling hiervan uit te spreken. Ook heeft de raad de mogelijkheid om het convenant middels moties aan te passen of te actualiseren en heeft de raad hier ook gebruik van gemaakt de afgelopen tijd. Tenslotte stelt de raad de budgettaire kaders vast waartoe het college zich moet zien te verhouden. Met het vaststellen van de Programmabegroting 2022-2025 heeft de raad besloten dat de uitvoering van thema 3 van het convenant vanaf 2022 een beperkter omvang zal hebben. Dit omdat er enkel nog budget beschikbaar is voor het voortzetten van de subsidierelatie met Studenten Vrijwilligerswerk Delft (SVD) in het kader van de programmalijn Helpen & de stad. Doordat de uitvoering van het convenant vervolgens een collegebevoegdheid is, is de gemeenteraad niet actief betrokken bij de uitvoering van het convenant. De raad ervaart dit niet als niet als een probleem en is zich voldoende bewust van de afspraken over het samenspel tussen de raad en het college voor wat betreft de uitvoering. 5.2. Informatievoorziening 5.2.1.
Bevindingen De raad wordt geïnformeerd over de samenwerking met TU Delft via een aantal kanalen. Hieronder worden deze informatiekanalen verder toegelicht. Planning en Control-cyclus In de planning en control (P&C) documenten wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang en resultaten van projecten die o.a. met de TU Delft worden uitgevoerd. De resultaten worden in de documenten niet expliciet gekoppeld aan het convenant; resultaten die horen bij verschillende thema’s worden gekoppeld aan de lopende gemeenteprogramma’s, zoals ‘goed wonen’ of ‘bereikbare en leefbare stad’. Er is dan ook geen paragraaf met aparte verantwoording over de resultaten van het convenant in de P&C-documenten.39 College van Burgemeester en Wethouders De raad wordt ook direct door het college geïnformeerd over de voortgang van de samenwerking. Zo worden collegeberichten en raadsinformatiedocumenten uitgegeven (recent bijvoorbeeld in het kader van de taskforce Woonoverlast40) en is er af en toe een moment van informatie bij commissievergaderingen. Vóór corona was het gebruikelijk fysieke bijeenkomsten te organiseren voor de raad om te laten zien waar TU Delft mee bezig is en dat de samenwerking daarvoor van belang is. Zoals voor veel activiteiten geldt ook hiervoor dat fysieke bijeenkomsten in de afgelopen twee jaar bijna niet mogelijk zijn
39 40
Jaarstukken 2020, gemeente Delft. Afdoening toezegging ‘rapporteren over intensivering aanpak woonoverlast’, d.d. 18 november 2021.
42
geweest. Raadsleden worden verder geïnformeerd via de projecten en de uitvoering van beleid. Raadsleden geven aan dat het convenant niet structureel op de agenda staat en dat de informatievoorziening die zij vanuit het college over de voortgang van de samenwerking ontvangen relatief beperkt is. De informatievoorziening van TU Delft vindt – in ogen van raadsleden – meer plaats in de vorm van presentaties dan in de vorm van het open gesprek. Uit het groepsinterview met de raad komt naar voren dat raadsleden ervaren dat zij op dit moment niet voldoende worden meegenomen door het college in de uitvoering en de resultaten van de samenwerking. Zo reageerden alle raadsleden die aanwezig waren bij het groepsinterview negatief op de stelling: ‘Als raad worden wij goed geïnformeerd over de opbrengsten van de samenwerking met de TU Delft’. TU Delft De raad ontvangt ook vanuit de TU Delft informatie over de uitvoering van het convenant. Zo krijgt de raad de verhalen te lezen die worden opgehaald in thema 3. Ook zijn er aparte bijeenkomsten van de raad met de TU Delft. Er is bijvoorbeeld minimaal één keer per jaar een bijeenkomst met de rector magnificus van de universiteit en ook worden raadsleden regelmatig uitgenodigd op de campus om kennis te nemen van de verschillende ontwikkelingen op de universiteit.
Raadsleden geven aan vooral informatie over het convenant te ontvangen vanuit de TU Delft, in vergelijking met de informatievoorziening vanuit het college. Dit wordt als onwenselijk beschouwd. 5.2.2. Analyse De uitvoering van de samenwerking is een collegebevoegdheid. De samenwerking is echter van een dusdanig strategische importantie voor de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelen dat het goed is voor de raad om blijvend inzichtelijk te maken hoe de samenwerking verloopt en bijdraagt aan de gemeentelijke beleidsdoelen. Raadsleden ervaren de huidige informatievoorziening echter als te beperkt en willen graag meer informatie over de samenwerking en de resultaten. Het convenant heeft geen standaard plek op de agenda, waardoor de informatievoorziening niet structureel plaatsvindt. De huidige informatievoorziening middels de P&C-cyclus, waarin de projecten niet onder de vlag van het convenant worden gepresenteerd, maakt het voor de raad onduidelijk wat de samenwerking precies oplevert en hoe dit bijdraagt aan de beleidsprioriteiten De raad wordt verder wel geïnformeerd via collegeberichten en bijeenkomsten met de TU Delft, maar deze informatie is vooral ad hoc en gericht op afzonderlijke activiteiten en niet op de samenwerking in zijn geheel. De huidige informatievoorziening is voor raadsleden, naar eigen zeggen, te beperkt.
Raadsleden zien mogelijkheden om dit te versterken door de samenwerking structureler op de agenda met het college te plaatsen.
43
5.3. Toetsing op het normenkader – wat is de rol van de raad in de samenwerking? Groen: aan de vastgestelde norm is geheel voldaan Oranje: aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan Rood: aan de vastgestelde norm is niet voldaan Aspect Wat is de rol van de raad in de samenwerking?
Norm
1. De raad is betrokken geweest bij het formuleren en evalueren van de gemeentelijke ambities en inhoudelijke doelen. 2. Er zijn op papier concrete afspraken gemaakt over de rolverdeling tussen het college en de gemeenteraad en deze afspraken worden in de praktijk nageleefd. 3. De raad vraagt en krijgt periodiek en tijdig de informatie die hij nodig heeft om de voortgang van de samenwerking te kunnen volgen en inhoudelijke prioriteiten aan het college mee te geven
De raad is voldoende meegenomen aan de voorkant van de samenwerking. Omdat de uitvoering verder een collegebevoegdheid is, is de raad niet actief betrokken bij de uitvoering van de samenwerking. De raad wordt beperkt expliciet bij de evaluatie van de strategische doelen betrokken. Hier ligt wel de vraag onder in hoeverre de raad hierbij betrokken moet zijn. Wel heeft de raad mogelijkheden om inhoudelijke prioriteit aan te geven , bijvoorbeeld in de vorm van moties. Hier wordt gebruik van gemaakt. Tenslotte heeft de raad invloed op de budgettaire kaders waarbinnen het college de samenwerking vormgeeft. De budgetten voor thema 3 zijn versoberd met het vaststellen van de meest recente programmabegroting. Daarmee is aan de eerste norm gedeeltelijk voldaan. In het convenant is vastgelegd dat beide partijen (de TU Delft en de gemeente) hun eigen besluitvormingsroutes blijven hanteren. De rollen en taken van het college en de raad veranderen daarmee niet. De afspraken rond de taakverdeling zijn helder vastgelegd in het convenant en worden nageleefd. Daarmee is aan de tweede norm geheel voldaan. Omdat de samenwerking met de TU van dusdanig strategisch belang is, moet de raad vanuit zijn rol voldoende beeld hebben bij de wijze waarop de samenwerking verloopt, en hoe deze bijdraagt aan de gemeentelijke beleidsdoelen.
De informatievoorziening is in de ogen van de raad nog te beperkt om de voortgang van de samenwerking te kunnen volgen en inhoudelijke prioriteiten aan het college mee te geven. Resultaten en doelen in de P&C-documenten worden niet expliciet gekoppeld aan het convenant. Het is daarmee voor raadsleden niet altijd duidelijk wat er onder de vlag van de samenwerking wordt bereikt en wat hiervoor is gedaan en hoe dat zich verhoudt tot de gemeentelijke beleidsdoelen. De informatiebehoefte van de raad zit op een meer structurele agendering van de samenwerking en het aangaan van een actieve dialoog tussen college, TU en raad. Daarmee wordt er op dit moment niet voldaan aan de derde norm.
44
Bijlage 1: toelichting bij de thema’s Thema 1: stad als campus, campus als stad De specifieke acties om de ambitie te verwezenlijken worden in het kwartiermakersadvies van thema 1 gebundeld in vier punten: de gebiedsontwikkeling in drie deelgebieden (TU-Noord, TU-Midden en TU-Zuid); de vastgoedontwikkeling; infrastructuur (ook met de Metropoolregio en het Rijk); en parkeren. Onderdeel van de actielijn zijn bijvoorbeeld doelen rondom studentenhuisvesting op verschillende plekken in de stad en doelen rond het openbaar vervoer. De actielijnen van thema 1 zijn verder uitgewerkt in een samenwerkingsagenda. In deze agenda worden projecten geclusterd onder de hoofddoelen bereikbare campus, levendige campus, campus van de toekomst, samenwerking en overig.41 Hier vallen vooral projecten onder met een gebiedsontwikkelingsaspect, zoals de anterieure overeenkomst voor Campus Zuid, een tijdelijk onderwijsgebouw op Campus Midden, en de inrichting van de ecozone. Thema 2: ecosysteem voor kennis en economie Binnen het thema staan zes ontwikkellijnen centraal: kennis en talent, communities en netwerken, acquisitie, branding, marketing en communicatie, hospitality en fysieke ontwikkelruimte. De focus ligt hierbij op drie toonaangevende clusters (robotica, quantum computing en circulair) en op drie locaties (TU-Noord, TU-Zuid en Schieoevers).
De actielijnen van thema 2 worden in 2021 herijkt tot een vijfjarenplan. Voorlopend is voor 2021 een Jaarplan opgesteld, waarin de focus wordt gelegd op vijf actielijnen: strategische acquisitie en het behoud van bedrijven, vestigingsklimaat, marketing, public affairs en de governance van de samenwerking. Onder thema 2 zijn doelen uitgewerkt rond het aantrekken en behouden van bedrijven voor de nieuwe bedrijfslocaties die worden ontwikkeld, zoals de Biotech Campus en NeXt!Delft. Ook worden startups42 ondersteund die groeien in Delft. Hiervoor worden bijvoorbeeld acquisitieplannen en beleid rond scale-ups43 opgesteld, businesscases ontwikkeld, stappen gezet voor een marketingalliantie, en wordt er gewerkt aan public affairs en governance.44 Thema 3: universitaire gemeenschap, stad en inwoners Binnen de context van het thema focust de TU Delft zich op het concept van the civic university, wat wordt opgepakt in samenhang met de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden via het LDE-samenwerkingsverband. The civic university als concept focust zich op de maatschappelijke impact van wetenschap, waarbij de universiteit samenwerkt met de maatschappij om opgaven en vraagstukken aan te pakken en op te lossen.
41
Samenwerkingsagenda TU en gemeente Delft, juni 2021. Startups zijn snelgroeiende, jonge bedrijven. Vaak zijn dit bedrijven met een nieuw, technologisch innovatief product/dienst/proces. 43 Scale-ups zijn opgeschaalde startups van ten minste 5 jaar oud en met ten minste 10 miljoen dollar omzet. 44 Jaarplan 2021 thema 2 convenant, TU Delft en gemeente Delft. 42
45
In 2020 is het kwartiermakersadvies uitgewerkt in een plan van aanpak voor de periode 2020 tot 2022. Dit plan kent vier thema’s: Helpen & de Stad (vrijwilligerswerk), Denken & de Stad (studenten betrekken bij vraagstukken uit de stad), Onderzoeken & de Stad (onderzoek gericht op Delft), en Laten zien & de Stad (communicatie richting de stad). Hieronder vallen projecten als het versterken van banden met studentenorganisaties, het stimuleren van citizen en community engaged onderzoek, het verder ontwikkelen van het Stadslab (waarbij kennisopgaven in wijken worden gekoppeld aan studenten, docenten en onderzoekers), het organiseren van de OWee en het communiceren over ontwikkelingen en projecten met de stad. Ook is de City Deal Kennis Maken opgenomen in thema 3. Thema 4: gezamenlijke public affairs agenda Uit interviews komt naar voren dat de gezamenlijke public affairs agenda meer binnen de andere thema’s wordt ontwikkeld. Dit gebeurt vooral rond thema 2 – dat onder andere focust op acquisitie – en rond activiteiten gericht op externe partners, zoals het Rijk of de provincie. Hierbij is het van belang dat de TU en de gemeente met een gezamenlijk of elkaar ondersteunend verhaal aan tafel zitten, ook wanneer slechts één van de partners aan tafel zit.
46
Bijlage 2: achtergrond bij de cases Hierna wordt voor de drie cases die in de verdiepende fase onderzocht zijn een korte beschrijving en bevindingen (bulletsgewijs) op de onderzochte aspecten gegeven. Case 1: Anterieure overeenkomst Campus Zuid Korte beschrijving In november 2021 is de anterieure overeenkomst voor Campus Zuid getekend tussen de gemeente en de TU Delft. De totstandkoming van de anterieure overeenkomst wordt door betrokkenen omschreven als een langdurig traject waarbij nauw is samengewerkt op verschillende niveaus en vanuit verschillende perspectieven (o.a. ruimtelijk, economisch, volkshuisvestelijk en met een tegengesteld zakelijk belang). Deze casus is een voorbeeld van samenwerking binnen thema 1 van het convenant. Waarom wordt er samengewerkt?
Hoe wordt er samengewerkt?
Wat is het resultaat van de samenwerking?
Wat is de rol van de raad in de samenwerking?
• Vanuit convenant thema 1: stad als campus, campus als stad. • Gezamenlijk belang ten aanzien van werkgelegenheid voor de stad (vanuit valorisatie voor TU Delft). • Uiteenlopende belangen t.a.v.: → De zakelijke component vanuit de eigenstandige rollen van beide partijen→ De component studentenhuisvesting. Hierbij bestaan wisselende beelden over de mate waarin dit een discussiepunt is bij deze ontwikkeling. • Er is een gezamenlijke projectgroep die is ontstaan vanuit de staande structuur van convenantthema 1. • De samenwerking is met name ambtelijk georganiseerd (evenknieën bij beide organisaties, betrokkenheid vanuit het vijftaloverleg, onderdeel van de gezamenlijke samenwerkingsagenda). • Als aandachtspunt komt naar voren dat het op orde houden van capaciteit, kennis soms lastig is. • De ontwikkeling van een nu nog hoofdzakelijk braakliggend terrein naar een volwaardige campus met een impuls voor onderwijshuisvesting en een impuls voor de werkgelegenheid (met zowel ruimte voor volwassen bedrijven als voor incubators, startups en scale-ups). Hiermee wordt invulling gegeven aan de gezamenlijke ambitie om een innovatief ecosysteem te creëren met ruimte voor onderwijs, onderzoek en bedrijvigheid. • De ontwikkeling van tijdelijke huisvesting.
Permanente studentenhuisvesting kan alleen worden ontwikkeld op de gronden die in het bezit zijn van de gemeente aan de randen van het plot. • De raad en de stad worden meegenomen in de ontwikkelplannen rondom TU (bijeenkomsten. P&C-cyclus). • Bij het vaststellen van het bestemmingsplan heeft raad een formele rol. • Idee dat het niet leeft tot aan formele betrokkenheid (in vorm van vragen). • Recente motie (november 2021) over studentenhuisvesting, kan gekoppeld worden aan deze ontwikkeling.
47
Case 2: Acquisitie van Royal HaskoningDHV Korte beschrijving Op 24 september 2020 heeft Royal HaskoningDHV de koopovereenkomst ondertekend van het monumentale faculteitsgebouw van Mijnbouw op de TU Delft Campus. Dit betekent dat deze organisatie zich in 2024 met circa 800 medewerkers zal gaan vestigen in Delft. Zowel betrokken vanuit de gemeente Delft als de TU Delft die in het kader van dit onderzoek zijn gesproken geven aan dat het aantrekken van RHDHV een mooi resultaat is binnen thema 2 van het convenant: ‘Ecosysteem voor kennis en economie’. Diverse geïnterviewden spreken van een gezamenlijk succes. Waarom wordt er samengewerkt?
Hoe wordt er samengewerkt?
Wat is het resultaat van de samenwerking?
Wat is de rol van de raad in de samenwerking?
• Vanuit convenant thema 2: Ecosysteem voor kennis en economie. • Het gemeentelijke belang t.a.v. werkgelegenheid en het belang van de TU t.a.v. het versterken van het ecosysteem komen hier bij elkaar. Hierbij komt er 800 fte naar Delft. • Zakelijk belang voor TU (pand van TU)/belang voor gemeente om locatie goed in te passen (bestemmingsplan, omgeving, parkeren). • Samenwerking is opgebouwd via de staande structuur van het convenant. Initiatief is opgepakt als regulier onderwerp binnen thema 2. • Aandachtspunt voor de gemeente Delft bij dit traject is dat de gemeente slechts beperkt een economisch marketing verhaal voor de stad had klaar liggen. Met de TU is afgesproken hierop te investeren om vergelijkbare kansen ook op te pakken. Er komt echter naar voren dat er ook nu beperkt capaciteit en kennis aanwezig is binnen de gemeente om een dergelijk verhaal te ontwikkelen ten behoeve van nieuwe kansen. • Kennis vanuit dit traject is op papier beperkt geborgd aan gemeentezijde (door verloop van betrokken medewerkers). • De toename van werkgelegenheid (circa 800 fte) door een kennispartner van de TU Delft waarbij ook ruimte wordt geboden aan startups die passen bij de business. • De aantrekkingskracht die een grote partij als Royal HaskoningDHV vervolgens weer heeft op andere bedrijven en startups.
• Het feit dat een historisch karakteristiek pand (Mijnbouw) een nieuw (verduurzaamd) elan krijgt op een cruciale plek in de stad; daar waar campus en stad elkaar ontmoeten. De ambitie is ook om de horeca open te stellen voor de hele stad. • De raad speelt geen directe rol in het samenwerkingsinitiatief maar is hierover wel geïnformeerd via de P&C-cyclus en via presentaties (toelichting op ruimtelijke ingrepen)
48
Case 3: Samenwerking rond overlast van studenten Korte beschrijving Gedurende de coronaperiode zien de gemeente en de TU een zekere stijging van het aantal meldingen rondom woonoverlast. Dit vraagt om een gerichte aanpak bij de zogenoemde hotspots, in samenwerking met de TU Delft, studentenverenigingen, politie, DUWO en particuliere eigenaren van overlast gevende panden. Om de samenwerking hierop te verstevigen hebben de TU en de gemeente op initiatief van de rector magnificus en met de besturen van de meest betrokken studentenverenigingen gesproken over de noodzaak om woonoverlast harder aan te pakken. Naast het met elkaar inzoomen op concrete overlastsituaties wordt er gewerkt aan een meer duurzame, structurele oplossing die vraagt om wederzijds begrip en die moet leiden tot ander handelen en ander gedrag. Hiertoe is de Taskforce Woonoverlast opgericht waarin samen wordt gewerkt met TU Delft, politie en DUWO langs twee lijnen: 1. Het versterken van de bewustwording en gedragsverandering bij studenten, gericht op preventie en cultuurverandering. 2. Het aanhaken van panden waar momenteel sprake is van excessieve woonoverlast.45 Waarom wordt er samengewerkt?
Hoe wordt er samengewerkt?
Wat is het resultaat van de samenwerking?
Wat is de rol van de raad in de samenwerking?
45
• Vanuit convenant thema 3: Universitaire gemeenschap, stad en inwoners. • Samenwerking gestart na toenemende overlast door studenten tijdens de coronaperiode waarin mensen vaker thuis waren. • Op dit dossier wordt een gezamenlijk belang erkend: slecht imago studenten (TU) i.c.m. leefbaarheidsproblematiek in wijken (gemeente). • Initiatief vanuit bestuurders TU en gemeente. • Taskforce met gemeente, TU, politie, DUWO (ambtelijke taskforce -> praat bestuurlijk bij). Het helpt volgens betrokken dat de structuur vanuit het convenant op thema 3 al stond. • Er wordt samen gewerkt langs twee sporen: 1) Handhaving; 2) Langetermijngedragsverandering. • Hoewel een gezamenlijk belang wordt onderkend is er geen sprake van een gelijkwaardige beschikbaarheid over de inzet van (publiekrechtelijke) instrumentaria ten behoeve van de handhaving. • Resultaten nog beperkt zichtbaar vanwege korte tijd samenwerking. • Wat al wel gebeurt: zichtbaarheid in wijken, actieve ronde langs hotspots, versterking driehoek TU, gemeente, studentencommunity en gelieerde instanties. • In de breedte van samenwerking op dit thema: profilering goede buren van elkaar (social media, website, burendag). • Recente informatievoorziening: voortgangsbrief met acties (november 2021). Hierbij is ook benadrukt dat er een paar flinke overlastsituaties zijn waar aan gewerkt wordt.
Afdoening toezegging ‘rapporteren over intensivering aanpak woonoverlast’, d.d. 18 november 2021
49
Bijlage 3: overzicht van geïnterviewde personen Verkenningsfase Technische Universiteit Delft Liaison community relations Manager innovatie-ecosysteem TU Delft Campus Programmacoördinator samenwerking gemeente-TU Delft Directeur Innovation & Impact Center Hoofd Community engagement and outreach Voorzitter en Rector Magnificus, College van Bestuur TU Delft Gebiedsontwikkelaar TU Delft Campus Zuid (Campus and Real Estate) Gemeente Delft Senior project- en programma-manager Gemeentedirecteur Ruimte en Economie Senior adviseur kenniseconomie Burgemeester gemeente Delft Programmamanager/ opdrachtgever IBOR Gemeentedirecteur Samenwerking en Veiligheid Strategisch adviseur economische ontwikkeling Verdiepingsfase Casus: anterieure overeenkomst Campus Zuid Extern adviseur vastgoed- en gebiedsontwikkelingsprojecten Programmamanager/ opdrachtgever IBOR Casus: acquisitie Royal HaskoningDHV Manager innovatie-ecosysteem TU Delft Campus Senior adviseur economie/business relation (uit dienst) Casus: samenwerking rond overlast door studenten Liaison community relations Beleidsmedewerker Education Logistics Vice Rector Magnificus, College van Bestuur Programmamanager Openbare Orde & Veiligheid Programmamanager Wonen & Wijken Gemeentedirecteur Samenwerking en Veiligheid Raadssessie Negen raadsleden van: CDA, D66, GroenLinks, Hart voor Delft, STIP, VVD
50