Rapport Delftse Rekenkamer Onderhoud onderbouwd - mei 2026
Tekst van het document
Onderhoud onderbouwd Onderhoud en vervanging civiele kunstwerken Delft
Mei 2026
Inhoud Deel I. Rekenkamerrapport Onderhoud onderbouwd
5
Belangrijkste conclusies
5
Aanbevelingen aan de gemeenteraad
7
Bestuurlijke reactie
8
Deel II. Onderzoeksbijlage Onderhoud onderbouwd.
11
1
Inleiding
12
1.1. Achtergrond
12
1.2. Doelstelling
12
1.3. Onderzoeksvragen
12
1.4. Verantwoording onderzoeksproces
13
1.5. Leeswijzer
14
2. Analytisch kader
15
2.1. Inleiding
15
2.2. Analyse aan de hand van zes aspecten
15
3. Inventarisatie en analyse
17
3.1. Inleiding
17
3.2. Areaal en informatie
17
3.3. Doelstellingen
21
3.3.1. Ambitie beeldkwaliteitsniveau
21
3.3.2. Duurzaamheidsambities
23
3.4. Planvorming 3.4.1. Integrale duurzaamheidsbenadering
23 26
3.5. Personele aspecten
29
3.6. Financiële aspecten
30
3.7. Communicatie
34
4. Bevindingen op de zes aspecten
36
4.1. Areaal en informatie
36
4.2. Planvorming en doelstellingen
37
4.3. Personele aspecten
38
4.4. Financiële aspecten
38
4.5. Communicatie
39
Bijlage Geconsulteerde personen en geraadpleegde bronnen
40 4
Deel I. Rekenkamerrapport Onderhoud onderbouwd De gemeente Delft moet de komende jaren veel bruggen, kades en muren onderhouden of vervangen. Veel van deze bouwwerken zijn oud en naderen het einde van hun levensduur. Dit gebeurt terwijl er beperkt budget is, hoge ambities bestaan en er druk is op de beschikbare capaciteit. De DRK heeft onderzocht hoe het beheer en de vervanging van deze civiele kunstwerken is georganiseerd en de wijze waarop de raad hierbij wordt betrokken. De focus ligt op de komende tien jaar, met lessen uit het verleden. De centrale onderzoeksvraag van DRK is: Heeft de gemeente Delft inzicht in de opgave die onderhoud en vervanging van haar civiele kunstwerken met zich meebrengen en op welke wijze en met welk resultaat stuurt de gemeente Delft op deze opgave? Het onderzoek is uitgevoerd door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Hieronder volgen de conclusies en aanbevelingen. De reactie van het college is integraal opgenomen. Deel II bevat de onderbouwing en beantwoording van de onderzoeksvragen (onderzoeksbijlage). Belangrijkste conclusies 1. Verbeteringen in beheer, maar ook knelpunten Delft heeft veel (ruim 1100) vaak oude en soms monumentale kunstwerken. Ruim 25% van de kunstwerken, waarvan een grootste deel uit bruggen en kades bestaat, is voor 1970 gebouwd, wat aanzienlijk ouder is dan het landelijk gemiddelde (20%).
Ongeveer tien jaar geleden was er weinig geld en personeel, waardoor de kwaliteit achteruitging. In de afgelopen jaren is dit verbeterd doordat extra geld en personeel beschikbaar kwam. Vooral in de binnenstad zijn mooie stappen gezet. Toch is geld soms onbedoeld en ongewild niet volledig uitgegeven, onder andere door een gebrek aan inschrijvingen op aanbestedingen. Hierdoor zijn werk en kosten, met bijbehorende risico’s, deels doorgeschoven naar de toekomst. Aanbestedingen met weinig inschrijvers worden onder andere veroorzaakt door gebrek aan capaciteit bij aannemers, krapte op de markt (ook andere overheden hebben grote onderhoudsopgaven), gebrek aan ervaren personeel voor opdrachten met specialistisch karakter (metselwerk) en door het omvangrijke pakket aan eisen wat de Gemeente Delft meeneemt in de aanbesteding (waaronder gebruik van specialistisch elektrisch materieel), waar niet alle aannemers aan kunnen voldoen. 2. Meer planmatig werken, maar financiële onzekerheid blijft Sinds 2019 werkt de gemeente meer planmatig in plaats van alleen risico gestuurd. Dit geeft beter inzicht in toekomstig onderhoud en kan ook leiden tot efficiencyverbetering en minder overlast. Dankzij extra geld kon extra onderhoud worden gedaan en vanaf 2023 zijn achterstanden ingelopen.
5
Er blijven echter risico’s door stijgende bouwkosten, beperkte indexatie van de investeringen en mogelijke financiële tegenvallers. Het beheer van civiele constructies heeft een meerjarig karakter aangezien deze assets een lange levensduur hebben en relatief veel financiële middelen vragen. Dit impliceert dat de benodigde budgetten ook meerjarig robuust zullen moeten zijn. Aangezien de financiële situatie van de gemeenten op de middellange termijn sterk onzeker is en ook de investeringen in maatschappelijke ambities als duurzaamheid de nodige middelen vergen, is het zinvol om de mogelijke invloed van financiële tegenvallers op het beheer goed in beeld te houden. Daarom is er naast de betere planmatige sturing ook de noodzaak om meerjarig voldoende middelen te reserveren. 3. Te weinig bestuurlijke aandacht voor de lange termijn Het beheerplan civiele constructies kijkt tot 2027. Voor daarna is er weinig duidelijkheid, terwijl er grote onzekerheden zijn, zoals financiën en kosten van ambities. Dit maakt het lastig om goed vooruit te plannen, personeel in te zetten en tijdig politieke keuzes te maken. De Nota Kapitaalgoederen geeft inzicht in de gemiddelde kosten voor onderhoud en vervanging van de openbare ruimte over de periode van minimaal één keer de levensduur van alle assets. Deze Nota is echter (nog) niet bestuurlijk vastgesteld. 4.
Behoefte aan algeheel totaalbeeld van de kwaliteit De gemeente inspecteert alle kunstwerken regelmatig en heeft veel informatie. Op basis hiervan worden toekomstige maatregelen met bijbehorende planning opgesteld en worden benodigde budgetten geraamd. De raad heeft momenteel echter geen actueel en overzichtelijk totaalbeeld van de algehele kwaliteit van de civiele kunstwerken. Daardoor is de raad niet goed in staat om goede keuzes te maken. Vanuit de kaderstellende rol van de raad bestaat er echter wel behoefte aan een actueel en overzichtelijk totaalbeeld van de algehele kwaliteit van de kunstwerken. Hiermee kan de raad goede keuzes maken over geld, (maatschappelijke) prioriteiten en risico’s. De gemeente werkt inmiddels aan een beter digitaal beheersysteem dat dit overzicht kan gaan bieden. 5. Maatschappelijke doelen krijgen meer aandacht, maar vragen nog bredere uitwerking Bij beheer wordt steeds meer rekening gehouden met veiligheid, bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid. Zo wordt bij onderhoudscontracten het belang van klimaatbeheersing en materiaalgebruik meegenomen. Bij vervanging en groot onderhoud kunnen de maatschappelijke doelen als duurzaamheid en circulariteit echter nog beter worden gekwantificeerd. In het algemeen valt op dat de doelstellingen voor maatschappelijke ambities weinig kwantitatief zijn en daarmee beperkt te monitoren.
6
Aanbevelingen aan de gemeenteraad 1. Vraag het college om een beheerplan, inclusief financiële opgave, met een horizon tot 2040 (het huidige loopt tot 2027) met zicht op: • De actuele voortgang van het onderhoudsprogramma van de civiele kunstwerken (op schema, voor, achter, uitdagingen etc.); • Risico’s en financiële gevolgen in geval van uitstel; • Opgaven en risico’s voor 2028–2040, met aandacht voor personeel en financiën. Het bestuurlijk vaststellen van een Nota Kapitaalgoederen, openbare ruimte, inclusief bandbreedtes met verwachte benodigde investeringen per tijdvak, zal meer inzicht geven in de financiële consequenties voor de langere termijn. 2. Bepaal samen met het college welke maatschappelijke ambities prioriteit hebben, hoeveel financiële middelen hiervoor beschikbaar zijn en volg de voortgang. 3. Bespreek op basis daarvan hoe toekomstige opgaven financieel haalbaar blijven, ook bij tegenvallers. Kijk bij besluiten meer naar kosten en risico’s op de lange termijn, bijvoorbeeld door indexatie van de investeringen en financiële buffers. 4. Vraag het college om een terugkoppeling betreffende de redenen van lage participatie van aannemers in de aanbesteding en vraag een bijbehorend plan van aanpak om deze te verbeteren. Samenwerking met andere opdrachtgevers, bijvoorbeeld door afstemming van opgaven en uitwisseling van kennis, kan helpen.
Daarnaast kan het bundelen van projecten en het nu al toegepast gebruik van raamovereenkomsten helpen. Het wijkgericht uitvoeren van activiteiten, wat nu al is ingevoerd, is hier een mooi voorbeeld van.
7
Bestuurlijke reactie
Ruimte en Economie Stadsbeheer en Realisatie bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door
Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft
Delftse Rekenkamer ter attentie van de heer Castenmiller Postbus 78 2600 ME Delft
Datum
Onderwerp
19-05-2026
Bestuurlijke reactie Rekenkamerrapport Onderhoud onderbouwd
Internet www.delft.nl Telefoon 14015
Ons kenmerk
6492762 Uw brief van
13 april 2026 Uw kenmerk
DRK2026-010 Bijlage
Geachte heer Castenmiller, Met interesse hebben wij kennis genomen van uw rapport ‘Onderhoud onderbouwd’ over het onderzoek naar onderhoud en vervanging van civiele kunstwerken in Delft. Het college waardeert dat u dit onderzoek hebt uitgevoerd en de aandacht die u heeft voor dit onderwerp. In uw conclusies geeft u aan dat er de afgelopen jaren verbeteringen in het beheer van de civiele kunstwerken zijn uitgevoerd, maar dat er ook knelpunten zijn. Net zoals u constateert het college dat er op dit moment sprake is van een gespannen markt. Het college is zich hiervan bewust en is continu bezig met het aantrekkelijk blijven van de gemeente als opdrachtgever. Het college onderschrijft uw aanbeveling om meerjarig inzicht te hebben in de benodigde investeringen, hierbij gaat het niet alleen om het inzicht maar ook om het reserveren van voldoende middelen. Het college doet dit via het integraal beheerplan openbare ruimte, dat momenteel wordt opgesteld. Het voornemen is om hierna de nota kapitaalgoederen te actualiseren, waarin de lange termijninvesteringen in beeld worden gebracht. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de diverse P&C producten geven wij u inzicht in de staat van het areaal en of er sprake is van achterstallig onderhoud. In het op te stellen integraal beheerplan zal het college aandacht blijven besteden aan de kwaliteit van het areaal.
In het rapport schrijft u dat in het groot onderhoud rekening gehouden kan worden met duurzaamheid en circulariteit. Dit is voornamelijk mogelijk bij vervanging van het kunstwerk. Ten aanzien van de aanbevelingen geven wij graag de volgende reactie: Aanbeveling 1: Vraag het college om een beheerplan, inclusief financiële opgave, met een horizon tot 2040 (het huidige loopt tot 2027) met zicht op: • De actuele voortgang van het onderhoudsprogramma van de civiele kunstwerken • Risico’s en financiële gevolgen in geval van uitstel;
Datum
19-05-2026
•
Opgaven en risico’s voor 2028-2040, met aandacht voor personeel en financiën
Het college onderschrijft het belang van een meerjarig inzicht in de onderhouds- en vervangingsopgave en geeft hier op de volgende wijze invulling aan: o Het integraal beheerplan openbare ruimte voor vier jaar vast te stellen met een doorkijk naar 20 jaar. Elke vier jaar wordt dit integraal beheerplan (op assetniveau) geactualiseerd. o Het college gaat na het opstellen van het integraal beheerplan, werken aan een update van de nota kapitaalgoederen openbare ruimte. Ook dit plan zal één keer in de vier jaar geactualiseerd worden en geeft een doorkijk voor minimaal 1x de levensduur van alle assets. Risico’s krijgen hierin ook een plek. o In de reguliere p&c producten wordt ingegaan op wijzigingen in de planning van werkzaamheden en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen en risico’s. Aanbeveling 2: Bepaal samen met het college welke maatschappelijke ambities prioriteit hebben, hoeveel financiële middelen hiervoor beschikbaar zijn en volg de voortgang. Bij (aanbestedingen van) het beheer en onderhoud van de openbare ruimte wordt bepaald op welke wijze de grootste maatschappelijke meerwaarde kan worden behaald, passend bij de opgave.
Het college onderschrijft dat voor (nieuwe) maatschappelijke ambities het niet alleen gaat om het vaststellen van de ambities maar ook om het beschikbaar stellen van de daarvoor benodigde middelen bovenop de gelden die nodig zijn voor het beheer en onderhoud. Aanbeveling 3: Bespreek op basis daarvan hoe toekomstige opgaven financieel haalbaar blijven, ook bij tegenvallers. Kijk bij besluiten meer naar kosten en risico’s op de lange termijn, bijvoorbeeld door indexatie van de investeringen en financiële buffers. Het college onderschrijft dit, daarom worden sinds 2025 structurele investeringen (zoals investeringen komend uit de beheerplannen) geïndexeerd. Aanbeveling 4: Vraag het college om een terugkoppeling betreffende de redenen van lage participatie van aannemers in de aanbesteding en vraag een bijbehorend plan van aanpak om deze te verbeteren. Samenwerking met andere opdrachtgevers, bijvoorbeeld door afstemming van opgaven en uitwisseling van kennis, kan helpen. Daarnaast kan het bundelen van projecten en het nu al toegepast gebruik van raamovereenkomsten helpen. Het wijkgericht uitvoeren van activiteiten, wat nu al is ingevoerd, is hier een mooi voorbeeld van. Het college onderkent de gespannen markt in de civieltechnische sector. Dit speelt niet alleen in Delft, maar is een landelijk probleem.
Dat is de reden dat wij deelnemen aan verschillende landelijke kennisnetwerken bijvoorbeeld binnen het CROW. Ook werken we samen met de provincie voor het onderhoud van bruggen over de Schie. 2/3
Datum
19-05-2026
Ten slotte heeft het college naar aanleiding van het advies bekeken bij welke aanbesteding sprake was van lage participatie door aannemers. De contracten waar weinig inschrijvers op waren, waren zeer specifieke uitvragen voor het onderhoud in de binnenstad. Op dit moment zien wij daarom geen aanleiding om een plan van aanpak op te stellen.
Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,
M Berger
MA Huijsmans
3/3
Deel II. Onderzoeksbijlage Onderhoud onderbouwd.
11
1
Inleiding
1.1. Achtergrond De Delftse Rekenkamer (DRK) doet onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid van het gemeentebestuur. Belangrijke opgaven doen zich de komende jaren voor op het gebied van de infrastructuur, onder meer wat betreft het onderhoud en de vervanging van civiele kunstwerken. Aangezien veel van deze kunstwerken het einde van hun levensduur naderen, dienen zich belangrijke beleidskeuzes aan omtrent de aanpak van deze opgaven. De financiële consequenties van deze opgaven staan op gespannen voet met andere opgaven waar de gemeente voor staat. Bovendien spelen maatschappelijke ambities en eisen rond duurzaamheid, klimaatneutraliteit en circulariteit een steeds grotere rol in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn veelal kostenverhogend. Praktische uitdagingen doen zich in de uitvoering van werken voor vanwege tekorten aan arbeidskrachten en bouwmaterialen. Samenwerking met andere partijen op regionaal en landelijk niveau lijken volgens de DRK essentiële ingrediënten om de opgaven het hoofd te bieden. Deze ontwikkelingen geven de DRK aanleiding om meer zicht te willen krijgen op de kwaliteit van het areaal, de wijze waarop de gemeente Delft het onderhoud en de vervanging van de civiele kunstwerken aanpakt en op welke wijze de gemeenteraad hierbij wordt betrokken en in positie wordt gebracht om beleidsmatige keuzes te kunnen maken. 1.2.
Doelstelling De DRK heeft een tweeledig doel met het onderzoek: 1. Meer zicht aan de gemeenteraad geven op de opgave en het gevoerde beleid met betrekking tot het onderhoud en de noodzakelijke vervanging van civiele kunstwerken. 2. Handvatten geven aan de gemeenteraad hoe desgewenst bij te sturen op de opgave die vele euro’s, maar ook belangen en leefbaarheid en veiligheid van de stad raakt. 1.3. Onderzoeksvragen De centrale onderzoeksvraag van de DRK is: Heeft de gemeente Delft inzicht in de opgave die onderhoud en vervanging van haar civiele kunstwerken met zich meebrengen en op welke wijze en met welk resultaat stuurt de gemeente Delft op deze opgave? De DRK stelt een onderzoek in drie delen voor waarbij antwoord wordt gegeven op onderstaande vragen:
12
1. Welk zicht heeft de gemeente op de kwaliteit van onderhoud van de civiele kunstwerken in Delft en daaruit voortvloeiend op de kosten van het onderhoud of eventuele vervanging daarvan voor de komende tien jaar? 2. Hoe zijn het beleid (beheerplan civieltechnische kunstwerken), de financiële kaders en de informatievoorziening aan de gemeenteraad in dit kader ingericht en vormgegeven ook met het oog op de toekomst? 3. Hoe kunnen de gemeenteraad en het college de opgaven die het onderhoud en de vervanging van de civiele kunstwerken met zich meebrengen verder versterken? De antwoorden op de vragen leveren conclusies en aanbevelingen op die betrekking hebben op de rol van de gemeente en de gemeenteraad zelf. Omschrijving civiele kunstwerken Civiele kunstwerken worden in de offerteaanvraag omschreven als ‘bouwwerken die door de mens zijn gemaakt en een functionele rol vervullen in de infrastructuur. Dit omvat constructies zoals bruggen, tunnels, sluizen, viaducten, kades, stuwen, dijken en waterkeringen’. Circa 80% van de bruggen en viaducten in het gemeentelijk grondgebied is in beheer bij de gemeente1. Daarnaast is er een groot aantal andere beheerders, zoals Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap Delfland, de provincie Zuid-Holland, TU Delft en particulieren. In het onderzoek richten we ons op de civiele kunstwerken in beheer bij de gemeente. 1.4.
Verantwoording onderzoeksproces Het onderzoek is op een gestructureerde wijze uitgevoerd waarbij achtereenvolgens de volgende stappen zijn gezet Inventarisatie van beschikbare documenten, verkregen via de gemeente en vanaf internet Nadere gesprekken met enkele ambtelijke medewerkers naar aanleiding van de beschikbare documenten. Deze gesprekken waren bedoeld om nadere toelichting te krijgen op de informatie en om hieraan duiding te kunnen geven Nader gesprek met betrokken wethouders om meer inzicht te krijgen in beleidsontwikkelingen en hierbij gemaakte afwegingen Toelichting op de eerste resultaten in een overleg met de DRK Groepsgesprek met raadsleden uit de Commissie Leefomgeving. Doel van het gesprek was enkele eerste bevindingen toe te lichten en zicht te krijgen op de wijze waarop de raad momenteel sturing geeft aan en geïnformeerd wordt over het gemeentelijk beleid ten aanzien van het beheer Opstellen van het conceptrapport met de belangrijkste conclusies en aanbevelingen en toelichting op het analytisch kader en de uitgevoerde inventarisatie
1
Bron: Offerteaanvraag Delftse Rekenkamer.
13
-
Dit conceptrapport gaat vervolgens de fasen van ambtelijk en bestuurlijk wederhoor in.
1.5. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft kort het analytisch kader van het onderzoek waarin onder meer wordt ingegaan op bredere achtergronden van het beheer van infrastructuur en waarin de inventarisatie en analyse van het gemeentelijk beheer aan de hand van zes aspecten wordt geïntroduceerd. Hoofdstuk 3 gaat in op de inventarisatie en analyse van het beheer. Bronnen hiervoor zijn de verschillende beleids- en andere documenten ten aanzien van het gemeentelijk beheer, aangevuld met andere informatie uit de gevoerde gesprekken. De analyse is uitgevoerd aan de hand van zes aspecten. Ook externe bronnen zijn gebruikt om de bevindingen in een breder kader te kunnen plaatsen. Hoofdstuk 4 geeft een resumé van de bevindingen op de zes aspecten. In de bijlage staat een overzicht van de geconsulteerde personen en de geraadpleegde bronnen.
14
2. Analytisch kader 2.1. Inleiding Leidraad voor de analyse is maatschappelijk efficiënt en effectief assetmanagement. Dit vereist inzicht in de staat van het areaal, de factoren die op de kwaliteit van invloed zijn en de kosten van verschillende maatregelen in het kader van onderhoud en vervanging op de korte en de langere termijn. Ook zal het assetmanagement rekening moeten houden met de verschillende maatschappelijke kosten en baten van onderhoud, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en verkeersveiligheid. Idealiter wordt hierbij de totale levensduur van de assets in beschouwing genomen. Een belangrijke constatering is dat het infrastructuurbeheer in Nederland de laatste jaren sterk is geëvolueerd van een technische en functionele opgave naar een maatschappelijke opgave (figuur 2.1). Het gaat niet uitsluitend over de technische staat en de mate waarin in dit geval kunstwerken aan hun functie voldoen. Maatschappelijke aspecten als duurzaam en circulair beheer worden steeds belangrijker, evenals de mate waarin communicatie en participatie met burgers en andere stakeholders plaatsvindt. In het verlengde hiervan ligt dat de gemeente in het verzorgend beheer verschillende afwegingen kan maken, bijvoorbeeld focus op de kortere termijn of de langere termijn en het hanteren van verschillende kwaliteitsniveaus (historische binnenstad versus ‘buitengebied’).
Ook kunnen risicoafwegingen van belang zijn bij te maken keuzes door de gemeente. Figuur 2.1 Infrastructurele opgaven: van technisch via functioneel naar maatschappelijk
Bron: EIB 2.2. Analyse aan de hand van zes aspecten De toets van het gemeentelijk beheer is uitgevoerd aan de hand van zes aspecten. 2 Deze zes aspecten weerspiegelen de uiteenlopende belangen (zowel inhoudelijk als procesmatig) die een rol spelen bij het uitvoeren van onderhoud en vervanging van civiele kunstwerken. Onderstaande aspecten worden hierbij onderscheiden: -
2
Areaal en informatie Dit betreft onder meer de compleetheid en actualiteit van de gegevens over het areaal, bijvoorbeeld het aantal kunstwerken, de bouwjaren, huidige kwaliteit, resterende levensduur.
Hierbij is aangesloten op de methode die door de Rekenkamer WVOLV is toegepast (gemeenten Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg).
15
-
-
-
-
-
Doelstellingen Hier gaat het onder meer om de ambities van de gemeente, niet alleen wat betreft de technische kwaliteit, maar ook om maatschappelijke aspecten als duurzaamheid. Ook de stabiliteit van de doelstellingen is van belang. Planvorming Van belang is hoe de gemeente tot plannen komt voor het dagelijks en planmatig beheer van de civiele kunstwerken, hoe de gemeentelijke organisatie hierop is ingericht en hoe tot afwegingen richting de uitvoering wordt gekomen. Personele aspecten Dit betreft de mate waarin de personele capaciteit kwantitatief en kwalitatief is toegerust op de activiteiten die het beheer van de civiele kunstwerken met zich mee brengt. Ook de wijze waarop externe capaciteit wordt ingezet speelt hier een rol. Financiële aspecten Het gaat hier om de wijze waarop wordt zorg gedragen voor voldoende financiële middelen voor onderhoud en vervanging. Ook de wijze waarop kostenramingen tot stand komen is hierbij van belang, waaronder het al of niet uitvoeren van nacalculaties. Communicatie Dit betreft de wijze waarop communicatie en participatie met stakeholders wordt vormgegeven
Overkoepelend is van belang in welke mate de gemeenteraad bij bovenstaande aspecten wordt betrokken en bij cruciale afwegingen rond het beheer in positie wordt gebracht. De analyse van het beheer is gericht op de ontwikkelpunten voor de toekomst. Om goed zicht te krijgen op hoe de gemeente in de komende jaren grip kan houden op de beheeropgave van civiele kunstwerken, is enerzijds van belang om de ontwikkelingen in de afgelopen jaren te beschouwen en anderzijds rekenschap te geven van de trends die de komende jaren op de gemeente afkomen en die consequenties kunnen hebben voor het beheer. Figuur 2.2 geeft dit schematisch weer. Figuur 2.2 Schematische aanpak analyse LEREN VAN HET VERLEDEN → VOORBEREIDEN OP DE TOEKOMST
Waar kom t de gem een t e van daan ?
Waar st aat de gem een t e nu?
Waar w il de gem een t e n aart oe?
Bron: EIB
16
3. Inventarisatie en analyse 3.1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de zes aspecten die van belang zijn bij asset management: - Areaal en informatie - Doelstellingen - Planvorming - Personele aspecten - Financiële aspecten - Communicatie Figuur 3.1 geeft op hoofdlijnen weer hoe het proces rond het beheer van kunstwerken is georganiseerd. Figuur 3.1 Stroomschema beheer kunstwerken
Bron: Gemeente Delft De inventarisatie en analyse is gebaseerd op een groot aantal documenten en cijfermateriaal rond het beheer van civiele kunstwerken door de gemeente Delft. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met de ambtelijke organisatie en met de betrokken wethouders.3 3.2. Areaal en informatie De gemeente Delft is verantwoordelijk voor het beheer van ruim 1.100 civiele kunstwerken, die samen een lengte van meer dan 37 kilometer beslaan (tabel 3.1). Het grootste deel van deze kunstwerken bestaat uit bruggen en kade-/vleugelmuren.4
3
Een overzicht van de gesprekspartners en de geraadpleegde documenten is opgenomen in de bijlage.
4
De informatie over het areaal is afkomstig uit inventarisatiegegevens die van de gemeente zijn ontvangen.
17
Tabel 3.1 Aantal civiele kunstwerken in de gemeente Delft, 2024 Type object Brug Kade- en vleugelm uur Dam w an d Tun n el St eiger/vlon der Geluidsscherm Viaduct Overig Totaal
Aantal
%
Lengte in m1
%
414 430 124 5 33 23 9 89
37% 38% 11% 0% 3% 2% 1% 8%
5.129 17.725 6.304 202 658 2.933 572 3.688
14% 48% 17% 1% 2% 8% 1% 10%
1.127
100%
37.211
100%
Bron: Inventarisatiegegevens kunstwerken gemeente Delft Merendeel van de civiele kunstwerken heeft een verkeersfunctie Een aanzienlijk deel (40%) van de civiele kunstwerken is ontworpen voor (brom)fietsers en voetgangers, terwijl ongeveer 17% van de kunstwerken wordt gebruikt voor gemengd verkeer.5 Naast de essentiële bijdrage van civiele kunstwerken aan het verkeer, vervullen civiele kunstwerken ook andere belangrijke functies. Zo wordt 15% van de kunstwerken, met name de kademuren, ingezet als grondkering en speelt 6% van de kunstwerken een belangrijke rol in de waterhuishouding. Bouwjaren van kunstwerken gemeente Delft wijken deels af van landelijk gemiddelde Figuur 3.2 toont de bouwjaarverdeling van civiele kunstwerken in de gemeente Delft en in heel Nederland.6 Ruim een kwart van de Delftse kunstwerken is voor 1970 gebouwd, terwijl over heel Nederland ruim 20% van de kunstwerken uit deze periode stamt. Het verschil kan grotendeels worden toegeschreven aan het bovengemiddeld aantal monumentale kunstwerken in Delft. Verder komt het aantal civiele kunstwerken dat tussen 1950 en 1990 is gebouwd redelijk overeen met het landelijk gemiddelde. Het aandeel civiele kunstwerken dat tussen 1990 en 2020 is gebouwd ligt in de gemeente Delft wel aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde.
De civiele kunstwerken na 2020 zijn niet opgenomen in de figuur omdat deze statistiek op landelijk niveau ontbreekt. Na 2020 heeft de gemeente Delft per saldo 39 kunstwerken toegevoegd aan het bestaande areaal.
5
Gemeente Delft (2024), Inventarisatiegegevens kunstwerken.
6
TNO (2023), Vernieuwingsopgave infrastructuur; Gemeente Delft (2024), Inventarisatiegegevens kunstwerken.
18
Figuur 3.1 Verdeling civiele kunstwerken Delft en Nederland naar bouwjaarklasse (%) 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% < 1950
1950-1970
1970-1990 Delft
1990-2010
2010-2020
Nederlan d
Bron: Inventarisatiegegevens gemeente Delft en TNO, bewerking EIB Kade- en vleugelmuren kennen relatief oud aanlegjaar Figuur 3.3 toont de bouwjaarklasseverdeling per type civiel kunstwerk in de gemeente Delft. Driekwart van de kade- en vleugelmuren is aangelegd voor 1990. Dit betekent dat een groot deel van de kade- en vleugelmuren in de komende 20 jaar het einde van de theoretische levensduur nadert. Hierbij moet worden aangemerkt dat de technische levensduur hoger kan zijn dan de theoretische levensduur door uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden. De bruggen in het beheer van de gemeente Delft kennen daarentegen uiteenlopende aanlegjaren. Circa 35% van de bruggen is bijvoorbeeld aangelegd na 2010. Voor de damwanden en de overige kunstwerken7 geldt dat respectievelijk 25 en 36% van de objecten is aangelegd voor 1950.
7
Onder overige objecten worden beschermde taluds, bolwerken, leuningen, plateaus, schanskorven, stuwen en trappen verstaan.
19
Figuur 3.3 Bouwjaarklasseverdeling per type civiel kunstwerk gemeente Delft (%) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30%
20% 10% 0%
< 1950
1950-1970
1970-1990
1990-2010
2010-2020
> 2020
Bron: Inventarisatiegegevens gemeente Delft De staat van civiele kunstwerken wordt gemonitord vanuit vier invalshoeken De kwaliteit van het areaal wordt op vier verschillende manieren gemonitord: reguliere inspecties, visuele inspecties, constateringen/meldingen van burgers en een schouw tijdens schoonmaakwerkzaamheden. De inspecties vormen hiermee het uitgangspunt voor de beheercylus die in figuur 3.1 is weergegeven. De reguliere inspecties worden minimaal één keer in de zeven jaar uitgevoerd door een extern inspectiebureau. Bij deze inspecties ligt de focus op de technische kwaliteit van de constructie. De visuele inspecties worden door medewerkers van de gemeente uitgevoerd. Tijdens deze inspecties wordt gekeken naar het beeldkwaliteitsniveau en naar de zichtbare staat van de objecten (bijvoorbeeld scheurvorming). Zowel de reguliere als de visuele inspecties worden volgens het beheerplan civiele constructies getoetst aan de hand van de CROW-systematiek8. Aspecten die niet vertegenwoordigd zijn in de beoordelingssystematiek (bijvoorbeeld leuninghoogte) kunnen op initiatief van een adviseur vanuit de gemeente worden toegevoegd aan het inspectierapport. Tot slot hebben inwoners de mogelijkheid om schade of andere constateringen te melden bij de gemeente Delft.
Behoefte aan algeheel totaalbeeld van de kwaliteit Bij de beoordeling van de civiele kunstwerken kijkt de gemeente zowel naar de technische kwaliteit als naar de beeldkwaliteit. De resultaten van de monitoring worden per object in een Exceloverzicht vastgelegd, inclusief de benodigde maatregelen. Op basis daarvan worden de maatregelen gepland. Het is in het onderzoek echter lastig gebleken om een geaggregeerd overall beeld van de actuele kwaliteit van het areaal te verkrijgen. Dit heeft onder meer te maken met de wijze waarop gegevens momenteel worden vastgelegd (met 8
CROW is een kenniscentrum voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer. Zij hebben een beoordelingskader geïntroduceerd om de staat van civiele kunstwerken te beoordelen.
20
name in Excel). Uit de gesprekken blijkt wel dat de gemeente bezig is met het vervangen van het beheersysteem, waardoor het inzicht in de huidige staat in belangrijke mate kan worden verbeterd. Vanuit de kaderstellende rol van de raad is het hebben van een geaggregeerd overall beeld van belang. Op basis hiervan kan de raad keuzes maken over de kaders, zoals de benodigde budgetten, (maatschappelijke) prioriteiten en risico’s. Het college kan dit verder uitwerken in de uitvoering op het niveau van onderhoudsmaatregelen per object. 3.3. Doelstellingen 3.3.1. Ambitie beeldkwaliteitsniveau Ambitieniveau B voor de binnenstad en ambitieniveau C voor de rest van Delft De gemeente Delft heeft voor alle civiele kunstwerken een ambitie vastgesteld ten aanzien van het beeldkwaliteitsniveau. Dit niveau is de minimale staat waarin de gemeente de kunstwerken wil onderhouden. Het ambitieniveau bestaat uit de vijf gradaties: A+ (uitstekend), A (goed), B (redelijk), C (matig) en D (slecht). De gemeente heeft ervoor gekozen om alle kunstwerken in de binnenstad minimaal te onderhouden op ambitieniveau B en alle kunstwerken in de rest van Delft minimaal te onderhouden op ambitieniveau C.9 Dit betekent dat ongeveer 56% van de civiele kunstwerken minimaal op matig niveau wordt onderhouden, terwijl ruim 44% op redelijk niveau wordt onderhouden (zie figuur 3.4).
De gemeente onderneemt direct actie wanneer kunstwerken door deze ondergrens dreigen te zakken. Het bereiken van de ondergrens betekent expliciet dat 10% van de onderdelen van een kunstwerk op beeldkwaliteitsniveau B (binnenstad) of C (rest van Delft) mag zitten. Uit de gesprekken met medewerkers blijkt dat civiele kunstwerken bij het plegen van onderhoud in de praktijk altijd worden gebracht op beeldkwaliteitsniveau A (conform de systematiek). Op deze manier kan de technische levensduur van civiele kunstwerken met preventief onderhoud effectief worden verlengd.
9
Gemeente Delft (2023), Beheerplan Civiele Constructies 2024-2027.
21
Figuur 3.4 Ambitieniveau bij onderhoud en vervanging civiele kunstwerken, N=1.127 0,4%
44,2%
55,5%
A (goed) - R+ (goed)
B (voldoen de) - R (basis)
C (m at ig) - R- (sober)
Bron: Inventarisatiegegevens gemeente Delft, bewerking EIB Kade- en vleugelmuren worden grotendeels onderhouden op ambitieniveau B Figuur 3.5 toont de verdeling van het ambitieniveau per type civiel kunstwerk binnen de gemeente Delft. Het valt op dat bijna 85% van de kade- en vleugelmuren minimaal wordt onderhouden op ambitieniveau B, terwijl alle andere kunstwerken grotendeels worden onderhouden op ambitieniveau C. Dit impliceert dat de kade- en vleugelmuren grotendeels in de binnenstad liggen. De andere typen kunstwerken zijn veelal in het overige deel van de stad aangelegd. Figuur 3.5 Ambitieniveauverdeling per type civiel kunstwerk gemeente Delft (%) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
A (goed) - R+ (goed)
B (voldoen de) - R (basis)
C (m at ig) - R- (sober)
Bron: Inventarisatiegegevens gemeente Delft, bewerking EIB 22
3.3.2. Duurzaamheidsambities De gemeente Delft hanteert een duurzaamheidsbenadering op basis van vier pijlers: Groen, blauw en gezond, de energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie.10 Met name voor de laatste drie pijlers zijn ambities vastgesteld door de gemeente Delft. Deze ambities komen tot uiting in de planvorming middels het ambitieweb, zoals beschreven in de volgende paragraaf. De gemeente Delft wil energieneutraal zijn in 2050 Het thema energietransitie omvat het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen die daarmee gepaard gaat in verschillende levensfasen van het kunstwerk. De ambitie van de gemeente Delft is om in lijn met het Parijsakkoord volledig energieneutraal te zijn in 2050.11 Gemeentelijke circulariteitsambities zijn in lijn met nationale doelstellingen Circulariteit verwijst naar het hergebruik van secundaire materialen. De doelstelling van de gemeente Delft is om in lijn met de nationale doelstelling een volledig circulaire economie te realiseren voor 2050.12 Om deze hoofddoelstelling te behalen zijn er een aantal tussendoelstellingen gesteld. Zo wil de gemeente voor 2025 100% inkoop van circulaire goederen realiseren.13 Daarnaast wil de gemeente Delft voor 2030 50% minder verbruik van grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) bewerkstelligen.
De gemeente Delft streeft ernaar om voor 2050 volledig klimaatadaptief te zijn Klimaatadaptatie omvat het nemen van maatregelen om de omgeving weerbaar te maken voor de gevolgen van klimaatverandering. De gemeente Delft streeft ernaar om in 2050, conform de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie, volledig klimaatadaptief te zijn. De gemeente Delft is deels gebouwd op een veenbodem die jaarlijks tussen de 0,2 en 3mm zal zakken.14 Ook leidt klimaatverandering naar verwachting tot meer wateroverlast en hittestress. 3.4. Planvorming Sinds 2019 meer planmatig beheer en onderhoud Sinds het beheerplan civiele kunstwerken 2019-2023 wordt een meer planmatige benadering gehanteerd ten aanzien van het onderhoud en beheer van civiele kunstwerken.15 Deze benadering leidt tot regelmatig onderhoud waardoor de gemiddelde levensduur van kunstwerken wordt verlengd en hoge kosten voor groot onderhoud en vervanging in veel gevallen kunnen worden vermeden. In de beheerperiode voor 2019 was
10
Gemeente Delft (2019), Beheervisie Openbare Ruimte; Gemeente Delft (2017), Bouwen aan een duurzaam Delft.
11
Gemeente Delft (2024): Routekaart Delft klimaatneutraal 2050
12
Gemeente Delft (2020), Op weg naar een circulair Delft in 2050.
13
Gemeente Delft (2017), Bouwen aan een duurzaam Delft.
14
Gemeente Delft (2019), Klimaatadaptatiestrategie Delft; Gemeente Delft (2017), Bouwen aan een duurzaam Delft.
15
Gemeente Delft (2019), Beheerplan civiele kunstwerken 2019-2023
23
het beheer van civiele kunstwerken gebaseerd op risicosturing. Hierbij wordt pas ingegrepen als het echt noodzakelijk is met soms nadelige effecten als functieverlies, overlast, kapitaalvernietiging, verhoogde kans op aansprakelijkheidstelling en inefficiënte bedrijfsvoering. Met risico gestuurd beheer worden er dus geen preventieve maatregelen getroffen om de levensduur van kunstwerken te verlengen. Dit heeft er toe geleid dat de kwaliteit van veel kunstwerken in de periode voor 2019 achteruit is gegaan. Tijdens de beheerplanperiode 2015-2018 werd wel al onderscheid gemaakt tussen de kwaliteitseis voor de binnenstad en de rest van Delft.16 Voor de rest van Delft gold dat civiele constructies geen D mochten scoren op de beleidsaspecten ‘duurzaamheid’ en ‘veiligheid’. Aanvullend moest verplicht onderhoud worden gepleegd bij civiele constructies in de binnenstad die een D scoorden op het beleidsaspect ‘welstand’. Met de planmatige benadering die de gemeente Delft nu hanteert kan het grote investeringen voor vervangingsopgaven spreiden over tijd. Daarnaast voorkomt de gemeente Delft dat essentiële kunstwerken voor de infrastructuur, zoals bruggen, voor lange tijd moeten worden afgesloten.
De gemeente Delft hanteert langetermijnvisie ten aanzien van financiën De Nota Kapitaalgoederen (niet bestuurlijk vastgesteld) geeft inzicht in de gemiddelde kosten voor onderhoud en vervanging van de openbare ruimte over de periode van minimaal één keer de levensduur van alle assets. De gemeente Delft houdt ook rekening met de vervangingspiek na 2044. In deze periode gaat een groot aandeel van de objecten het einde van de levensduur bereiken. De gemeente Delft wil op deze vervangingspiek anticiperen door de levensduur van objecten te verlengen middels frequenter onderhoud. De renovatie van bruggen en kades in de binnenstad die voor de komende jaren in de begroting zijn opgenomen zijn onderdeel van deze langetermijninvesteringen. Sterke discontinuïteit in de onderhouds- en vervangingsopgaven na 2028 Figuur 3.6 toont de onderhouds- en vervangingsmaatregelen voor de verschillende typen civiele kunstwerken die de gemeente Delft beheert. In het kader van de lange termijnvisie brengt de gemeente Delft, naast de opgaven tijdens de beheerperiode, tevens de opgaven na de beheerperiode in beeld. Uit de figuur blijkt dat de grootste opgave tijdens de beheerperiode (2025-2027) nog bij bruggen ligt, terwijl na de beheerperiode tevens veel budget vrijgemaakt wordt voor het onderhoud en de vervanging van kade-, keer-, en vleugelmuren.
Wat verder opvalt is dat er een sterke discontinuïteit in de opgaven zit tussen de verschillende jaren. Met name na 2029 fluctueert het budget dat vrijgemaakt dient te worden voor het onderhoud en de vervanging van civiele kunstwerken stevig. Nog niet alle opgaven zijn definitief vastgelegd. Zo zijn de vervangingsmaatregelen na de beheerperiode voor een groot deel al vastgelegd, terwijl het conserveren, herstellen en reinigen van onderdelen van civiele kunstwerken nog niet helemaal is gepland.
16
Gemeente Delft (2015), Beheerplan Civiele Constructies 2015-2018.
24
Inventarisatie opgaven door onderzoek en monitoring De omvangrijke vervangings- en renovatieopgaven die veel infrabeheerders in Nederland hebben zullen een belangrijk beslag leggen op de benodigde financiële en personele middelen. Om hierin nadere afwegingen te kunnen maken, gaan diverse opdrachtgevers over op meer uitgebreid onderzoek naar de kwaliteit van constructies en de resterende levensduur. Ook wordt sterker ingezet op monitoring en sensoring om de belasting van de infrastructuur goed te kunnen blijven volgen. In de praktijk kunnen deze aanvullende acties leiden tot inzichten dat de infrastructuur er beter bij ligt dan gedacht.17 Het omgekeerde is uiteraard ook mogelijk. Van belang is dat het periodiek en nauwkeurig volgen van de actuele kwaliteit mogelijkheden biedt tot optimalisering van de vervangings- en renovatieopgaven. Figuur 3.6 Budget voor maatregelen18 ten behoeve van de typen civiele kunstwerken naar planjaar, in duizenden euro’s (€) 2.500
2.000
1.500
1.000
500
0 2025 Bruggen
2026
2027
2028
2029
Kade, keer- en vleugelm uren
2030
2031
St eiger/vlon der
2032
2033
2034
Dam w an den
2035
Overig
Bron: Inventarisatiegegevens gemeente Delft, bewerking EIB Wijkgerichte aanpak zorgt voor betere afstemming met andere assets Tijdens de afgelopen beheerperiode (2019-2023) is de stap gezet naar een wijkgerichte aanpak. Dit houdt in dat de vervanging van de verschillende assets19 beter op elkaar wordt afgestemd. In de komende beheerperiode wordt de wijkgerichte aanpak integraal uitgewerkt in de beheerplanning. Binnen deze aanpak worden alle assets in een wijk vervangen door de gemeente. Om de vervanging van assets op elkaar af te stemmen, is 17
Dit kwam onder meer naar voren bij uitgebreid nader onderzoek door de gemeente Amsterdam naar de staat van bruggen en kademuren. Maatregelen hebben betrekking op conserveren, herstellen, verwijderen en vervangen van civiele kunstwerken.
18
19
Wegen, riolering, groen, technische systemen, ondergrond en civiele kunstwerken.
25
een overlegstructuur opgezet. Volgens de adviseur biedt deze werkwijze aanzienlijke efficiëntievoordelen. Aannemers hoeven namelijk slechts één periode in een wijk te werken om het civiel onderhoud uit te voeren. Vervanging krijgt groter gewicht bij maatregelen De inspecties geven een beeld van de technische maatregelen die in de komende jaren nodig zijn om de kwaliteit van de civiele constructies op peil te houden. In de periode 20252029 heeft ruim de helft van de maatregelen betrekking op regulier onderhoud en groot onderhoud (figuur 3.7). In de periode 2030-2035 is sprake van een relatieve verschuiving naar vervangen. Meer dan 70% van de technische maatregelen betreft dan vervangingswerkzaamheden.20 Het aandeel van conserveren en herstellen is dan veel lager dan in de komende paar jaar. Figuur 3.7 Verdeling technische maatregelen naar aard, 2025-2029 en 2030-2035 100% 90% 80% 70%
60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2025-2029
Con serveren en h erst ellen
2030-2035
Vervan gen
Bron: Inventarisatiegegevens gemeente Delft, bewerking EIB 3.4.1. Integrale duurzaamheidsbenadering Bij de uitvraag van (raam)contracten voor onderhoud van civiele kunstwerken worden randvoorwaarden gesteld op basis van een ambitieweb.21 Op basis van de randvoorwaarden kan een fictieve korting op de inschrijfprijs worden gegeven. Hieronder wordt ingegaan op de mate waarin de energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie invloed hebben op het beheer van civiele kunstwerken.
Het gaat hier om gedeeltelijke vervanging. Het vervangen van een slijtlaag of een leuning valt hier bijvoorbeeld onder.
20
21
Gemeente Delft (2024), Ambitieweb: Deelopdracht raamovereenkomst onderhoud civiele kunstwerken 2025-2028.
26
Gemeente Delft stelt hoge eisen aan energie- en klimaatmitigatie bij uitvraag In de uitvraag van raamcontracten voor het onderhoud van civiele kunstwerken wordt gevraagd om ambitieniveau 3 ten aanzien van energie- en klimaatmitigatie. Dit houdt in dat inschrijvende partijen moeten aantonen dat zij de hoogst haalbare prestatie leveren op het gebied van energie- en CO2-reductie. Deze prestatie moet dus aanvullend op de minimumeisen die zijn vastgelegd in de MVI-criteria en de SEB routekaart worden geleverd. Daarnaast moet voor het behalen van niveau 3 worden ingezet op de volgende drie de subthema’s: energie- en CO2-besparing, duurzaam opgewekte energie inzet en energieopwekking binnen het project. Gemeente Delft ziet nog knelpunten rondom emissieloos materieel De gemeente Delft geeft een fictieve korting op de inschrijfprijs voor aannemers die gebruik maken van emissieloos materieel. Uit de gesprekken met medewerkers blijkt echter dat er nog weinig gebruik gemaakt wordt van emissieloos materieel. De ervaring bij de gemeente is dat emissieloos materieel dat wordt gebruikt bij het onderhoud van civiele kunstwerken relatief zwaar is. Hierdoor kan emissieloos materieel vaak niet worden gebruikt bij werkzaamheden in de binnenstad. Verder zijn elektrische alternatieven voor vrachtwagens en bestelbussen nog relatief duur, waardoor nog vaak wordt gekozen voor conventionele voertuigen.
De gemeente Delft hanteert hoge circulariteitseisen in aanbesteding De gemeente Delft geeft invulling aan de doelstellingen ten aanzien van circulariteit door een fictieve korting te geven aan partijen die circulariteit integraal opnemen in de aanbesteding. Bij de uitvraag van raamcontracten verlangt de gemeente Delft naar ambitieniveau 3 op het gebied van materialen en circulariteit (figuur 3.8). Hiermee stelt de gemeente Delft een hoge ambitie ten aanzien van circulariteit. Aanvullend op de minimumeisen die zijn vastgelegd in de marktvisie, de inkoopstrategie en de MVI-criteria wordt in het aanbestedingsproces gestuurd op de laagste milieubelasting van materialen (MKI) en zo min mogelijk primair en niet-hernieuwbaar grondstoffengebruik.
27
Figuur 3.8 Ambitieweb voor raamovereenkomsten onderhoud civiele kunstwerken Delft En ergie en klim aat m it igat ie 3 Bereikbaarh eid
2
Mat erialen en circularit eit
1
Sociale relevan t ie
0
W elzijn en gezon dh eid
Nat uur
Milieueffect en
Ruim t elijke kw alit eit
Bron: Ambitieweb onderhoud civiele kunstwerken (2025-2028), bewerking EIB Klimaatadaptatie kan worden meegewogen bij contracten voor vervanging of groot onderhoud Voor de raamcontracten voor het onderhoud van civiele kunstwerken worden niet alle criteria uit het ambitieweb van het CROW22 meegenomen. Zo is klimaatadaptatie geen onderdeel van het ambitieweb bij de uitvraag voor onderhoud. Om volledig klimaatadaptief te worden heeft de gemeente Delft wel een risicoanalyse opgesteld om inzichtelijk te maken waar de knelpunten als gevolg van klimaateffecten liggen.23 Uit de analyse volgen twee onaanvaardbare risico’s die mogelijk raken aan het beheer van civiele kunstwerken en op korte termijn onderzoek en maatregelen vergen, die bij vervanging of eventueel het groot onderhoud meegenomen kunnen worden. In de eerste plaats kan klimaatverandering leiden tot een ontoegankelijke hoofdinfrastructuur door wateroverlast op straat of uitzettende delen (bruggen, spoor, e.d.). Dit zorgt ervoor dat essentiële gebruiksfuncties zoals zorg- en onderwijsgebouwen niet bereikbaar zijn.24 Ten tweede is er geen alternatieve route voor fietsverkeer wanneer fietstunnels onder water lopen als gevolg van wateroverlast. In het beheerplan civiele kunstwerken wordt weinig aandacht besteed aan het mitigeren van deze klimaatrisico’s.
Bij vervanging of groot onderhoud kan tevens het gunningscriterium ‘financiering’ worden meegenomen. Het opnemen van dit criterium kan ertoe leiden dat opdrachtnemers maatschappelijke kosten en baten van ontwerpkeuzes meenemen in hun beslissing. Ook worden partijen met het criterium aangezet om bij grote investeringen de toekomstbestendigheid van het ontwerp in ogenschouw te nemen.
22
CROW (2024), Ambitieweb duurzaam GWW
23
Gemeente Delft (2019), Klimaatadaptatiestrategie Delft.
24
Idem, p. 62-63.
28
Het opzetten van een ambitieweb voor dit type maatregelen kan hierbij zinvol zijn. 3.5. Personele aspecten Om de opgaven op het gebied van onderhoud en vervanging te kunnen realiseren is voldoende personele capaciteit nodig. De capaciteitsvraag speelt op verschillende niveaus: - Beleid en beheer - Projectvoorbereiding, inkoop en aanbesteding - Projectleiding en toezicht - Uitvoering Op elk van deze niveaus kan sprake zijn van de inzet van eigen personeel, van inhuur van personeel of van uitbesteding. Bij de toets op de personele aspecten wordt naar verschillende aspecten gekeken. Naast kwantiteit (voldoende bezetting) spelen daarbij ook kwaliteit (bijvoorbeeld voldoende dossierkennis) en continuïteit een rol. Verder is van belang onderscheid te maken in taken met een projectmatig belang en taken met een projectoverstijgend belang. De gemeente Delft heeft ambtelijke capaciteit bij beheerafdeling fors uitgebreid Uit de gesprekken met medewerkers blijkt dat de gemeente Delft de ambtelijke capaciteit op de afdeling Stadsbeheer en Realisatie fors heeft uitgebreid met 1,5 voltijdsbanen (fte). Tot 2023 waren binnen de beheerafdeling één asset- manager en twee adviseurs actief, waarvan één zich richtte op het beheer van wegen en de ander zich focuste op het beheer van civiele kunstwerken.
Deze ambtelijke bezetting was niet toereikend om de benodigde werkzaamheden voor het beheer van civiele kunstwerken weg te zetten. Sinds 2023 heeft de gemeente Delft met de extra ambtelijke capaciteit binnen de beheerafdeling een inhaalslag kunnen maken op het beheer van civiele kunstwerken. De huidige afdelingsmanager en strategisch adviseur geven aan dat er momenteel dan ook voldoende gekwalificeerd personeel op de beheerafdeling zit om de opgave ten aanzien van civiele kunstwerken adequaat te vervullen. Weinig inschrijvingen op specialistische metselwerken De gemeente Delft hanteert twee soorten raamcontracten voor het onderhoud van civiele kunstwerken: één contract voor metselwerk25 en één contract voor overige werkzaamheden. De raamcontracten bieden garantie en continuïteit bij technische werkzaamheden. Daarnaast bespaart het uitzetten van raamcontracten de beheerafdeling veel tijd ten opzichte van meervoudige uitvragen voor ieder afzonderlijk object, aangezien het volledige onderhoud van metselwerken en overige werkzaamheden in een keer kan worden uitbesteed. De gemeente Delft ervaart weinig problemen bij het aanbesteden van de overige werkzaamheden, terwijl de inschrijvingen op specialistische metselwerken wel beperkt blijven.
De inschatting van medewerkers is dat de inschrijvingen op metselwerken deels achterblijven door de beperkte instroom bij aannemers vanuit gespecialiseerde technische opleidingen.
25
Gemeente Delft (2024), Kwalitatieve gunningscriteria metselwerk.
29
Raamcontracten voor ingenieursdiensten verkleinen risico op tekort aan projectleiders De gemeente Delft sluit twee raamcontracten met ingenieursbureaus zodat er optimaal gebruik kan worden gemaakt van de kennis in de markt. Hierbij wordt één raamcontract specifiek ingezet voor technisch advies en onderzoek. Dit omvat onder andere reken- en tekenwerk voor objecten en werkvoorbereiding. Het andere raamcontract is uitgezet voor ondersteunend beleidsadvies voor de gehele afdeling Stadsbeheer en Realisatie. Deze ingenieurs kunnen helpen bij het opstellen van beleidsstukken als de ambtelijke capaciteit niet toereikend is. Daarnaast kan het ingenieursbureau een adviserende rol vertolken bij het maken van beleid. Gemeente Delft laat ontbindende voorwaarden in raamcontracten opnemen Uit de gesprekken met medewerkers blijkt dat de gemeente Delft altijd ontbindende voorwaarden laat opnemen bij het afsluiten van raamcontracten. De gemeente heeft op deze manier de vrijheid om het contract met de huidige aannemer te ontbinden en op zoek te gaan naar een nieuwe aannemer. Het is tot op heden echter nog niet voorgekomen dat een contract met een aannemer is ontbonden. De ontbindende voorwaarden zorgen volgens de gemeente wel voor extra toewijding vanuit aannemers om goed werk te leveren.
Arbeidsmarkt in de infrastructuur blijft op middellange termijn onder druk staan Ook na de horizon van het huidige beheerplan blijft er een belangrijke opgave op het gebied van onderhoud en vervanging. Personele problemen hebben in het verleden een rol gespeeld bij het kunnen realiseren van deze opgave. Daarom is van belang zicht te hebben op de consequenties van de toekomstige opgave voor de benodigde capaciteit, zowel bij de eigen organisatie als bij marktpartijen. Op de middellange termijn blijft er spanning staan op de arbeidsmarkt in de infrastructuursector.26 Ook andere opdrachtgevers als Rijkswaterstaat, de waterschappen en de netwerkbedrijven hebben omvangrijke opgaven, onder meer op het gebied van vervanging, onderhoud en renovatie. Deze partijen zien belangrijke obstakels op het gebied van de maakbaarheid van deze opgaven op de middellange termijn. Deze obstakels kunnen ook bij de realisatie van de opgaven in de gemeente Delft spelen. 3.6. Financiële aspecten De uitgaven voor het beheer van civiele constructies zijn in lijn met het BBV onderverdeeld in twee categorieën: exploitatiekosten en investeringen.27 De exploitatiekosten hebben betrekking op de kosten die gemaakt moeten worden om civiele constructies in de gewenste staat te onderhouden. De gemeente maakt bij het verrichten van onderhoud vanuit exploitatie onderscheid tussen regulier en groot onderhoud.
Het regulier onderhoud bestaat uit jaarlijkse reinigingen, kleinschalig onderhoud, storingsonderhoud en nader onderzoek. Groot onderhoud wordt daarentegen verricht wanneer de technische staat van een kunstwerk een bepaalde grenswaarde nadert en daarom moet worden hersteld. Als een kunstwerk het einde van de levensduur nadert, dient
26
EIB (2025), Trends op de bouwarbeidsmarkt 2025-2029.
27
Gemeente Delft (2025), Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
30
vervangingsonderhoud te worden gepleegd. Voor het vervangingsonderhoud van kunstwerken moeten investeringen worden gedaan. Exploitatiekosten groeien mee met de uitbreiding van het areaal In figuur 3.9 zijn de werkelijke exploitatiekosten voor de periode 2018-2023 afgezet tegen de begrote en geraamde exploitatiekosten voor de periode 2024-2028. De kosten voor het groot onderhoud zijn tussen 2018 en 2023 geleidelijk toegenomen, terwijl de kosten voor het regulier onderhoud zich relatief stabiel ontwikkelen over tijd. De kapitaallasten nemen sterk toe over tijd. Dit hangt deels samen met de investeringspiek ten behoeve van het vervangingsonderhoud die tussen 2023 en 2026 heeft plaatsgevonden. Vanaf 2023 zijn beschikbare investeringsbedragen substantieel toegenomen Figuur 3.10 toont de werkelijke investeringen voor het vervangingsonderhoud van civiele kunstwerken over de periode 2018-2023 en de begrote/geraamde investeringen voor toekomstige jaren (2024-2028). De investeringsbedragen nemen vanaf 2023 aanzienlijk toe ten opzichte van voorgaande jaren. Deze impuls is vooralsnog voorzien tot en met 2026 en is met name het gevolg van de inhaalslag die de gemeente Delft heeft moeten maken op het beheer van civiele constructies. Voor de jaren daarna blijven de opgaven echter groot, zoals te zien in figuur 3.5.
Figuur 3.9 Gerealiseerde exploitatiekosten (2018-2023), begrote exploitatiekosten (20242025) en geraamde exploitatiekosten (2026-2028) ten behoeve van civiele kunstwerken naar kostensoort (duizenden euro’s) 3.000
2.500
2.000
1.500
1.000
500
0 2018
2019
2020
2021
Gerealiseerd Regulier on derh oud
2022
2023
2024
2025
Begroot Groot on derh oud
2026
2027
2028
Geraam d
Kapit aallast en
Bron: Jaarstukken 2018-2023 en programmabegroting 2025-2028, bewerking EIB
31
Figuur 3.10 Gerealiseerde investeringen (2018-2023), begrote investeringen (2024-2025) en geraamde investeringen (2026-2028) ten behoeve van civiele kunstwerken, in duizenden euro’s 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Gerealiseerd
2025
Begroot
2026
2027
2028
Geraam d
In vest erin gen
Bron: Jaarstukken 2018-2023 en programmabegroting 2025-2028, bewerking EIB Vóór 2023 heeft de gemeente een gebrek aan ambtelijke capaciteit op de afdeling Stadsbeheer en realisatie ervaren. Hierdoor was er te weinig ambtelijke capaciteit om voldoende onderhoud- en vervangingswerkzaamheden weg te zetten in de markt. Sinds 2023 is er 1,5 fte bijgekomen op de afdeling. Deze toename van de capaciteit heeft geleid tot meer ambtelijke inzet ten behoeve van bestedingen voor het vervangingsonderhoud. In de kadernota 2024 is aanvullend budget beschikbaar gesteld voor bruggen over de Schie De investeringsgelden worden tussen 2024 en 2028 aangewend voor het vervangen van kleine civiele constructies (zoals fiets- en voetgangersbruggen, steigers en vlonders), groot onderhoud bij drie bruggen over de Schie, het onderhoud bij historische kunstwerken met monumentale status en ‘speciale’ projecten. De speciale projecten omvatten grotendeels de vervanging van kademuren, damwanden en kleine bruggen. Op basis van de initiële berekening was het beschikbaar gestelde investeringsbudget onvoldoende, daarom is bij de actualisatie van het beheerplan om aanvullende dekking gevraagd. De raad heeft dit verzoek gehonoreerd en in het beheerplan is vervolgens een aanvullende investering beschikbaar gesteld.
Uitgesteld onderhoud bruggen over de Schie leidt tot lagere gerealiseerde investeringen In figuur 3.11 worden de gerealiseerde exploitatiekosten en investeringsbedragen afgezet tegen de eerder begrote bedragen voor deze posten. Tussen 2018 en 2022 zijn de gerealiseerde investeringen ruim onder de begrote investeringen gebleven. De reden voor dit verschil ligt deels bij het uitgestelde groot onderhoud van twee bruggen over de Schie. Het benodigd budget voor het groot onderhoud van deze twee bruggen bedraagt
32
€ 5 miljoen. De gemeente heeft voor het beheer en onderhoud van de drie beweegbare bruggen over de Schie een overeenkomst gesloten met de provincie Zuid Holland, aangezien de provincie beschikt over de expertise in beweegbare bruggen. Het contract omvat de bediening, maar ook het regulier en groot onderhoud. Daarnaast kent Delft ook veel civiele kunstwerken met een monumentale status in de binnenstad. Het vervangingsonderhoud voor deze kunstwerken is gecompliceerd en leidt tevens vaak tot vertragingen. Dit hangt grotendeels samen met het gebrek aan ambtelijke capaciteit bij de beheerafdeling, waar tot 2023 sprake van was. Een groot deel van de vervangingsopgave in de binnenstad is voltooid in 2023. Vandaar dat een groot deel van de begrote investeringen vanuit eerdere jaren tot besteding zijn gekomen in 2023. Dit is dan ook de reden dat de gerealiseerde investeringsbedragen in 2023 ver uitkomen boven de jaarschijf 2023 maar binnen het totale door de raad beschikbaar gestelde krediet Beheerplan Civiele constructies. Verder moet bij de onderbesteding worden aangemerkt dat er momenteel vanuit wordt gegaan dat gemeentebreed 70% van de geplande investeringen ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.28 Op deze manier wordt er geen beslag gelegd op de financiële ruimte voor kapitaallasten.
Dit betekent overigens niet dat de kapitaallasten voor investeringen Civiele Kunstwerken (of andere investeringen) maar voor 70% worden geraamd. Alle kapitaallasten worden volledig geraamd met een centrale stelpost binnen het programma financiën. Figuur 3.11 Gerealiseerde en begrote exploitatiekosten en investeringen (2018-2023), in duizenden euro’s 6.000
5.000
4.000
3.000
2.000
1.000
0 2018
2019
2020
2021
2022
2023
2018
2019
Exploit at iekost en Gerealiseerd
2020
2021
2022
2023
In vest erin gen Begroot
Bron: Jaarstukken 2018-2023, bewerking EIB
28
Gemeente Delft (2025), Kadernota 2026.
33
Aandacht voor kostenontwikkelingen van belang Anders dan bij de exploitatiekosten worden de investeringsbedragen niet standaard geïndexeerd. Indexatie van investeringen op basis van een onderbouwd verzoek vinden wel plaats en worden voorgelegd aan college en raad. In de conceptbegroting 2026-2029 is opgenomen dat voor het investeringsprogramma en de Strategische investeringsagenda jaarlijks bepaald moet worden of voldoende rekening is gehouden met kostenstijgingen als gevolg van inflatie. Deze aandacht voor kostenontwikkelingen is van belang om voldoende budgetten te kunnen reserveren voor de toekomstige opgaven. Bouwkostenstijgingen als gevolg van externe factoren worden als onoverkomelijk beschouwd De gemeente Delft houdt op voorhand geen rekening met externe factoren die kunnen leiden tot bouwkostenstijgingen. Uit de gesprekken met medewerkers van de gemeente blijkt dat er in het verleden verschillend is omgegaan met bouwkostenstijgingen binnen lopende (raam)contracten. In principe hebben aannemers geen recht op een volledige verdiscontering van de kostenstijgingen. Daarom wordt er tussen de gemeente en aannemers vaak het gesprek gevoerd over de mate waarin kostenstijgingen kunnen worden gecompenseerd. Het grootste risico voor de gemeente Delft ligt echter bij toekomstige opdrachten die al wel zijn begroot, maar waarvan de prijs nog niet vast staat.
Hier kunnen kostenoverschrijdingen plaatsvinden als gevolg van extreme bouwkostenstijgingen. De gemeente zou dit risico kunnen verkleinen door de investeringsbedragen mee te indexeren of een buffer aan te houden voor grote financiële risico’s. 3.7. Communicatie Burgers kunnen melding maken van schade aan civiele kunstwerken De stem van burgers wordt door de gemeente Delft ingezet bij het beheer van civiele kunstwerken. Inwoners van Delft kunnen melding maken van schade of andere constateringen bij de gemeente. Op basis van deze meldingen kan de gemeente Delft een inspectie uitvoeren en actie ondernemen. Daarnaast toetst de gemeente Delft de tevredenheid van burgers ten aanzien van het beheer van civiele kunstwerken middels de survey Delft Internet Panel (DIP). Tot slot blijkt uit de gesprekken dat burgers inspraak hebben bij het uitkiezen van een kunstenaar die bijvoorbeeld een ontwerp maakt van een (muur)schildering. Verdere versterking samenwerking met andere beheerorganisaties biedt kansen Delft neemt deel aan een kennisnetwerk assetmanagement, wat onderdeel is van Regioingenieurs. Hierin wisselen assetmanagers uit verschillende delen van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag kennis met elkaar uit over het beheer van de openbare ruimte.