Rapport Delftse Rekenkamer Beleving en beleid -mei 2026
Tekst van het document
Beleving en beleid Rekenkameronderzoek over Delft-West
Mei 2026
Inhoud Overzicht gebruikte termen in dit rapport
3
Deel I. Rekenkamerrapport Beleving en beleid
4
Over Delft-West Conclusies Aanbevelingen Bestuurlijke reactie
4 5 7 9
Deel II. Onderzoeksresultaten Beleving en beleid
14
1.
14
Achtergrond en context 1.1. Aanleiding voor het onderzoek 1.2. Doel van het onderzoek en vraagstelling 1.2.1. Het perspectief van de wijk 1.2.2. De blik van buiten en de rol van de raad
2.
Wat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties vinden 2.1. Opbrengsten straatinterviews 2.1.1. Opzet straatinterviews 2.1.2. Uitkomsten 2.2. Opbrengsten groepsgesprekken 2.2.1. Opzet groepsgesprekken 2.2.2. Uitkomsten 2.3. Beantwoording onderzoeksvragen 1 en 2
3.
Het beleid: Gebiedsplan Wij West 3.1. 3.2. 3.3.
4.
Ervaringen uit andere NPLV-gebieden 4.1. 4.2.
5.
Gebiedsplan Wij West Uitvoeringsstructuur Beantwoording onderzoeksvraag 3 NPLV in Schiedam, Vlaardingen en Nieuwegein Beantwoording onderzoeksvraag 4
De rol van de gemeenteraad 5.1. 5.2. 5.3. 5.4.
Uitdagingen en opgaven De focus op Delft-West en effecten op de rest van de stad Sturing en controle door de gemeenteraad Beantwoording onderzoeksvraag 5 en 6
Bijlage 1: Verantwoording onderzoek
14 16 17 17 18 18 18 18 20 20 21 24 26 26 30 32 34 34 37 40 40 41 43 45 48
2
Overzicht gebruikte termen in dit rapport Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV): Het NPLV is een aanpak van ministeries, gemeenten, bewoners en lokale partners. Het doel is om de leefbaarheid en veiligheid in 20 kwetsbare gebieden in Nederland weer op orde te krijgen en het perspectief van bewoners te verbeteren. Delft-West is één van de 20 NPLV-gebieden. Alliantie Wij West: Een vast en verplicht onderdeel van het NPLV is een publiek-private alliantie. Voor Delft-West is dit de alliantie Wij West. Hierin werken gemeente, maatschappelijke en private partners en bewoners werken samen aan doelen, ambities en een langjarig programma. Alliantieraad Wij West: Aan het hoofd van de Alliantie Wij West staat de Alliantieraad. Dit orgaan bestaat uit vertegenwoordigers van een deel van de betrokken organisaties. Bij de opzet van de governance is de uitwerking door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties leidend geweest. Gebiedsplan Wij West: Met het gebiedsplan Wij West bedoelen wij alle beleidsplannen en ambities voor Delft-West in de periode 2023 tot en met 2043. Dit beperkt zich dus niet tot het document Gebiedsplan Wij West, maar heeft ook betrekking op de beleidsplannen die daarvoor kwamen en daarop volgden. Een volledig overzicht van bestudeerde documenten is opgenomen in de bijlagen.
Regio Deal Delft-West: Met een Regiodeal werkt het Rijk samen met één of meer regionale partijen om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in een regio te verbeteren. De Regio Deal draagt bij aan de bredere doelstellingen van het gebiedsplan Wij West door middel van zes specifieke interventies, welke aangedragen zijn door maatschappelijke partijen. De focus is het verbinden van onderwijs en arbeidsmarkt, arbeidsmarkt en wijk (bewoners), en onderwijs met wijk (bewoners). Speciale Uitkering (SPUK) kansrijke wijk: Met deze middelen ondersteunt het Rijk lokale NPLV-allianties bij het versterken van de leefbaarheid en veiligheid in hun gebied. Het doel van de programmalijn Kansrijke Wijk is sterk verbonden met het onderdeel ‘meedoen in de samenleving’ van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Het programma richt zich op interventies die bijdragen aan het doorbreken van de vicieuze cirkel van gestapelde problematiek door inzet op interventies op het gebied van re-integratie, het voorkomen van geldzorgen, het vergroten van de kansengelijkheid voor kinderen en jongeren en inzet op veerkracht en weerbaarheid. Preventie met Gezag: In het programma Preventie Met Gezag werken zorg- en veiligheidsketens samen om te voorkomen dat jongeren van 8 tot en met 27 jaar in aanraking komen met ondermijnende criminaliteit of daarin doorgroeien.
Dit gebeurt met een breed pakket aan inspanningen gericht op het voorkomen, signaleren en aanpakken van jeugdcriminaliteit. De positieve ontwikkeling van jongeren worden gestimuleerd en waar nodig worden grenzen gesteld.
3
Deel I. Rekenkamerrapport Beleving en beleid Over Delft-West Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw heeft Delft in hoog tempo nieuwe woonwijken ontwikkeld. De belangrijkste uitbreidingen vonden plaats aan de zuidwestkant van de stad, wat resulteerde in de wijken Voorhof, Buitenhof en Tanthof. De woon- en leefkwaliteit in deze wijken waren altijd kwetsbaar en zijn dat gebleven. In deze wijken is sprake van sociale en economische achterstand. Dat zien we terug in relatief hoge werkloosheid, lage inkomens, schuldenproblematiek, gevoelens van onveiligheid, sociale overlast en vervuiling van de openbare ruimte.1 Dit onderzoek gaat over de uitdagingen die ervaren worden in de Voorhof, Buitenhof en Tanthof. Deze wijken worden gezamenlijk als Delft-West aangeduid. In het onderzoek is nadrukkelijk het perspectief van de betrokkenen zelf – inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie – centraal gesteld. De mensen vormen het startpunt, niet het beleid. Hun perspectief is vergeleken met de visies, plannen en programma’s die voor DelftWest zijn gemaakt. Deze visies, plannen en programma’s voor Delft-West komen samen in het Gebiedsplan Wij West. In dit onderzoek is ook gekeken naar de betrokkenheid van de gemeenteraad bij de ontwikkelingen in Delft-West. In het onderzoek komt naar voren dat de inwoners overwegend positief oordelen over hun wijk.
Zo zijn zij goed te spreken over de indeling van de publieke ruimte. Ook vinden zij het voorzieningenniveau voldoende. Tegelijkertijd zien inwoners ook verbeterpunten, die vooral betrekking hebben op de veiligheid in de wijk. Dat betreft zowel het verkeer als criminaliteit en overlast. Inwoners zijn over het algemeen ontevreden over de mate waarin deze onderwerpen ook worden erkend door de gemeente. Inwoners zijn niet (goed) op de hoogte van wat de gemeente doet. Zij kennen het gebiedsplan Wij-West en de daarin opgenomen ambities en activiteiten niet of nauwelijks. Dat is deels verklaarbaar doordat het programma nog maar net is gestart en doordat een deel van de inzet bestaat uit bestaand beleid. Maar duidelijk is dat de opbrengsten beperkt zichtbaar zijn. Dit is opvallend, aangezien communicatie en zichtbaarheid belangrijke pijlers zijn in het uitvoeringsprogramma. Het programma is er nog niet in geslaagd om bij inwoners spontane bekendheid op te roepen.
1
Beschrijving van de context overgenomen uit de offerteaanvraag van de Delftse Rekenkamer
4
Dit onderzoek is in opdracht van de Delftse Rekenkamer uitgevoerd door Berenschot. Hieronder volgen de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer. De reactie van het college is integraal opgenomen. In deel II zijn de bevindingen van het onderzoek uitgebreid beschreven. Conclusies 1. Over het gevoerde beleid in relatie tot de ervaren uitdagingen In de wijken leven zorgen. Het is positief dat deze terugkeren in het beleid. Er is zeker sprake van waardering voor, en tevredenheid over de verschillende initiatieven en het gebiedsplan. Verschillende initiatieven hebben direct impact en helpen in het succesvol aangaan van uitdagingen die ervaren worden. Vooral rondom kansrijk opgroeien wordt een positieve ontwikkeling gezien. Tegelijkertijd zijn de (ervaren) uitdagingen in Delft-West hardnekkig en niet snel en eenvoudig oplosbaar. Een lange adem is noodzakelijk. Bijna alle betrokkenen zijn zich hiervan bewust, maar spreken wel de behoefte uit aan zichtbare voortgang. De opgaven in Delft-West verschillen sterk tussen buurten en doelgroepen. Wat in de ene buurt of voor de ene doelgroep werkt, sluit elders minder goed aan. In dit verband wordt vooral gewezen op Tanthof-West. Over het algemeen waren inwoners daar meer tevreden over de wijk dan inwoners van de andere wijken.
Verder ervaren sommige vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties dat er vooral veel geïnvesteerd wordt in enkele grote projecten, die het gevolg zijn van de (vereiste) gemeentelijke cofinanciering binnen de Regiodeal. Het is volgens hen niet altijd duidelijk of deze aansluiten bij de behoeften van de inwoners in Delft-West. 2. Over de bewonersparticipatie en het draagvlak Bewoners zien nog niet altijd vooruitgang, zij hebben beperkt beeld bij wat er gebeurt en herkennen hun eigen inbreng soms niet terug. Er is weinig terugkoppeling over wat er met de input uit bewonersparticipatie gedaan wordt. Dat belemmert de opbouw van vertrouwen en het gevoel van gezamenlijke beweging. Dat terugkoppeling bij participatie beter kan, was ook een conclusie van het eerdere Delftse Rekenkameronderzoek naar duurzame participatie.2 De uitvoering leunt vooral op professionals en maatschappelijke organisaties binnen de Alliantie, aangevuld met een kleine groep betrokken bewoners. Hoewel er goede initiatieven van inwoners zijn, is er nog meer te halen aan energie uit de wijk zelf en worden
2
Zie: https://delft.raadsinformatie.nl/document/14390337/1
5
ondernemers nog niet vanzelfsprekend betrokken. Daardoor blijft het risico bestaan dat participatie vooral door een kleine groep wordt gedragen. 3. Over de aansluiting tussen de beleving door de inwoners en het beleid Het gebiedsplan Wij West sluit goed aan op de zorgen in Delft-West en levert zichtbare resultaten op, vooral bij kansrijk opgroeien en samenwerking tussen partijen. Tegelijkertijd blijft de opgave hardnekkig en zijn meer maatwerk, transparantie en betrokkenheid van bewoners, organisaties en ondernemers nodig. De gemeentelijke rol is niet voor iedereen duidelijk. Dat kan ten koste gaan van draagvlak voor deze gebiedsaanpak. De gemeenteraad krijgt voortgangsinformatie, maar beter inzicht in middelen, bestedingen en resultaten, samen met scherpere monitoring, is essentieel voor effectieve sturing voor de korte en de lange termijn. 4. Over de uitvoeringsstructuur en besluitvorming binnen het gebiedsplan Door de uitvoeringsstructuur van het gebiedsplan weten betrokken partijen elkaar steeds beter te vinden. Daardoor wordt er in Delft-West, maar ook op andere plekken, beter samengewerkt. Het programmabureau wordt gezien als een cruciale schakel voor de netwerksamenwerking. Kanttekening hierbij is dat de huidige uitvoeringsstructuur van Wij West onvoldoende transparant is. Zo is niet duidelijk hoe leden van de Alliantieraad geselecteerd en benoemd worden.
Daarnaast willen partners, bewoners en gemeenteraad meer zicht op: a. hoe de besluitvorming voor programma’s en regelingen in het verleden plaatsvond en plaats gaat vinden, b. hoe besluitvorming over de uitvoering, initiatieven en projecten in het plaatsvond en plaats gaat vinden en c. wanneer en op welke wijze de verschillende betrokkenen (Alliantieraad, programmabureau, gemeente) in de tussentijd beoordelen of projecten succesvol zijn en door moeten gaan. Tweede kanttekening is dat de gemeentelijke rol nog niet scherp is gepositioneerd. De uitvoering steunt nu sterk op rijksmiddelen en netwerkafspraken. Zonder uitgesproken commitment van de gemeente over haar rol en inzet op lange termijn blijft de aanpak kwetsbaar. 5. Over de sturende en controlerende rol van de gemeenteraad De in het Gebiedsplan opgenomen ambities en middelen leiden er toe dat de ontwikkelingen in dit gebied veel aandacht krijgen van de raad. Dit is in de ogen van raadsleden gerechtvaardigd vanwege de stapeling van opgaven die om langdurige inzet vragen. Wel is het van belang om richting de rest van de stad goed uit te leggen waarom 6
Delft-West extra aandacht krijgt, om het bredere draagvlak niet onder druk te zetten. In dit verband noemen raadsleden als risico dat andere wijken elders in Delft minder aandacht ervaren. De raad mist inzicht in de verdeling van middelen en aandacht over de hele stad, en een stevige verantwoording over de (relatieve) opbrengst van de bijzondere inzet in Delft-West. Raadsleden willen de voortgang aandachtig (kunnen) volgen en hebben daarvoor behoefte aan duidelijkheid over rolverdeling, financieringsstromen en een mix van kwantitatieve en kwalitatieve monitoring. Door de lange looptijd van het gebiedsplan bestaat risico dat kennis en rond Delft-West en het gebiedsplan verloren gaan bij raadswisselingen. Aanbevelingen Het gevoerde beleid binnen het gebiedsplan in relatie tot de ervaren uitdagingen (Alliantieraad) 1. Richt de uitvoering specifieker op de verschillen tussen buurten binnen de wijken en doelgroepen. Maak concreet welke inzet in welke straten en buurten nodig is en leg daarbij de prioriteit waar de opgaven het grootst zijn. Bewonersparticipatie en draagvlak (Alliantieraad) 2. Vergroot de zichtbaarheid van resultaten door nadrukkelijker te laten zien wat er wordt gerealiseerd. Werk met herkenbare oplevermomenten in de wijk.
Investeer in concrete en realistische verwachtingen bij bewonersparticipatie en geef duidelijke terugkoppeling over wat er met bewonersinput gebeurd is. 3. Investeer in participatie door bewonersinitiatieven actief te ondersteunen, drempels te verlagen en waar nodig kleine vergoedingen mogelijk te maken. Betrek ondernemers structureel als partner, zodat ook hun rol in de wijk sterker wordt benut. Uitvoeringsstructuur en besluitvorming binnen het gebiedsplan (Alliantieraad) 4. Maak de uitvoeringsstructuur en financiële stromen transparanter. Leg helder vast wie beslist, op basis van welke criteria, en hoe middelen worden ingezet. Maak dit overzicht voor iedereen toegankelijk, bijvoorbeeld door het op de projectwebsite te plaatsen.
7
De sturende en controlerende rol van de gemeenteraad (gemeenteraad) 5. Spreek je als gemeenteraad duidelijk uit over de rol en inzet van de gemeente op langere termijn binnen Wij West. Onderschrijf als raad dat een gebiedsplan om goede redenen een doorlooptijd van 20 jaar heeft: een lange adem is noodzakelijk om de hardnekkige problematiek van Delft-West te doorbreken. 6. Maak als gemeenteraad beter gebruik van de vele informatie die er al is over de voortgang van projecten binnen het gebiedsplan en wees realistisch over hoe snel resultaten zijn te verwachten. 7. Aansluiten bij de leefwereld van bewoners en zicht houden op voortgang vraagt om een mix van kwalitatieve en kwantitatieve verantwoording. Denk als college aan een compact, terugkerend dashboard met kernindicatoren, cijfers over het bereik van activiteiten en inzicht in bestedingen voor fysiek en sociaal, naast verhalende inzichten uit de leefwereld van bewoners, met zichtbare en merkbare verbeteringen in de omgeving. En ga hier als gemeenteraad het gesprek over aan met college en (vooral) ook met betrokkenen in de wijken, om actief vinger aan de pols te houden over de voortgang. De vertegenwoordigende rol van de gemeenteraad (gemeenteraad) 8. De gemeenteraad vertegenwoordigt ook de inwoners van Delft-West.
Heb aandacht voor een duidelijke uitleg naar de rest van de stad over waarom extra investeren in Delft-West tijdelijk noodzakelijk is en hoe dit past binnen een uitgebreidere stadsbrede aanpak. 9. Om de vertegenwoordigende rol van de raad goed te kunnen uitvoeren, is het belangrijk om inwoners in hun eigen omgeving op te zoeken (scholen, sportverenigingen, buurthuizen). Daarbij kan actief samengewerkt worden met de uitvoeringsstructuur rondom het gebiedsplan Wij West, zoals de Alliantieraad.
8
Programma's en Projecten
Bestuurlijke reactie
bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Mark Rothuizen Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft
Telefoon 0623031780 mrothuizen@delft.nl
Aan de Delftse Rekenkamer
Internet www.delft.nl Telefoon 14015
Datum
Onderwerp
19-05-2026
Bestuurlijk wederhoor Beleving en beleid
Ons kenmerk Uw brief van
24-04-2026 Uw kenmerk
DRK2026-012 Bijlage
Geachte heer/mevrouw, Het college heeft kennisgenomen van het rapport van de Delftse Rekenkamer ‘Beleving en beleid – Rekenkameronderzoek over Delft-West’. Het college dankt de Delftse Rekenkamer voor het zorgvuldige onderzoek en de waardevolle aanbevelingen. De aanbevelingen sluiten in belangrijke mate aan bij de koers die is ingezet en de wijze waarop in de Alliantieraad nu gestuurd wordt op verdere versterking van de aanpak. Wij herkennen de noodzaak om scherp te blijven op focus, zichtbaarheid, samenwerking en verantwoording. Tegelijkertijd willen we een aantal algemene opmerkingen maken om de conclusies van het rapport in het perspectief van de ontwikkeling en context van het programma te plaatsen. Daarna geven wij kort onze reactie per aanbeveling. Algemene opmerkingen Het Nationaal programma Delft West kende een vliegende start Als gemeente nemen wij actief deel aan de Alliantie Wij West en de Alliantieraad, waarin we met maatschappelijke organisaties, ondernemers en bewoners werken aan een duurzame verbetering van leefbaarheid en veiligheid in de wijken. Delft heeft in 2022 groen licht gekregen om, samen met drie andere gemeenten, aan te sluiten bij een omvangrijk en langjarig Rijksprogramma, het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
Wij hebben ons als college hier hard voor gemaakt omdat we zagen dat de problematiek in Delft West onze inzet en investeringen te boven ging. We zijn er trots op dat dit gelukt is en we in de Voorhof, Buitenhof en Tanthof West noodzakelijke stappen zetten in samenwerking met en deels
Datum
19-05-2026
financiering van het Rijk. Het aanhaken bij een bestaand programma betekent dat we in korte tijd zowel de noodzakelijke kaders hebben moeten ontwikkelen – zoals het startdocument, gebiedsplan en de uitvoeringsagenda – als kans moesten benutten die zich voordeden, zoals het aanvragen van subsidies en het opstarten van interventies. Deze fase heeft energie en betrokkenheid losgemaakt bij partners en bewoners. De financiële middelen en de zichtbaarheid van het programma hebben verwachtingen gewekt over het tempo van de veranderingen in Delft West. Het college begrijpt deze verwachtingen en hecht eraan te benadrukken dat de opgave in Delft West vraagt om een consistente inzet over een langere periode, waarbij zichtbare resultaten en structurele verbeteringen hand in hand moeten gaan. Delft West is een gebied waar de sociale basis versterking vraagt. Het is daarom van belang dat het programma niet alleen inzet op afzonderlijke interventies, maar ook op het duurzaam versterken van netwerken, voorzieningen en onderlinge samenwerking. Het college herkent de signalen van bewoners en professionals over het belang van een stevige basis en ziet dit als een essentieel onderdeel van de verdere ontwikkeling van het programma. Het programma komt in een nieuwe fase Binnen de Alliantie Wij West is in de afgelopen periode gewerkt aan het opbouwen van een gezamenlijke structuur en werkwijze.
Het programmabureau, de Alliantieraad en de samenwerking met partners hebben zich in korte tijd ontwikkeld. Het college ziet dat partners elkaar steeds beter weten te vinden, maar ook dat een volgende stap nodig is om de gezamenlijke slagkracht verder te vergroten. Nu zijn activiteiten nog deels georganiseerd langs lijnen van projecten en financiering, terwijl de opgave vraagt om een sterkere gezamenlijke focus op maatschappelijke doelen en impact. Het college beschouwt de komende periode dan ook als een fase van doorontwikkeling en verdieping. Daarbij zetten wij, samen met onze partners in de Alliantie Wij West, onder leiding van de Alliantieraad, in op een beweging naar meer doel- en impactgericht werken. Dit betekent onder andere dat partners nadrukkelijker mede-eigenaarschap nemen voor de opgaven in Delft West, en dat de Alliantieraad steviger gaat sturen op de beoogde maatschappelijke effecten. De nieuwe programmadirecteur van het Programmabureau Wij West heeft de ontwikkelopdracht gekregen om hiermee aan de slag te gaan, inclusief het aanpassen van de huidige structuur. Het college heeft vertrouwen in deze ontwikkelrichting en ziet dat de eerste stappen hierin al zijn gezet. De aanbevelingen van de Delftse Rekenkamer bieden daarbij waardevolle aanknopingspunten om deze beweging verder
2/5
Datum
19-05-2026
te versterken. Aanbevelingen Aanbeveling: Het gevoerde beleid binnen het gebiedsplan in relatie tot de ervaren uitdagingen Het college herkent deze aanbeveling niet. Er is reeds een beweging ingezet naar wijkgerichter werken. In het gebiedsplan is vastgelegd dat acht focusbuurten extra aandacht nodig hebben op basis van data en op basis van bewonersperspectief. De uitvoering is hierop in vier focusbuurten al georganiseerd. Samen met onder andere wijkregisseurs van de gemeente, welzijnspartners, corporaties en politie zijn er leefbaarheid-overleggen en werken we aan een middellange termijnagenda voor deze buurten. Ook maken we elk jaar een wijkuitvoeringsagenda met partners waarin we met elkaar vastleggen welke acties we in dat jaar gaan uitvoeren in de buurt. Dat kan gaan om bijvoorbeeld een afvalaanpak, extra toezicht, buurtinitatieven ondersteunen en het creëren van ontmoetingsplekken. Aanbeveling: Bewonersparticipatie en draagvlak Het college herkent dat de zichtbaarheid van programma en resultaten beter kan. Er wordt via de nieuwsbrief, via social media en via de wijkkranten al veel gedeeld over het programma, maar bewoners die meer willen weten over de achtergronden van het Nationaal Programma Wij West kunnen nog beter bediend worden. We willen dit op een centrale plek inzichtelijk maken.
We werken onder andere aan een vernieuwde programmawebsite waarin we de verhalen van bewoners en professionals bundelen en we het netwerk inzichtelijk maken. Daarnaast is er een communicatiewerkgroep gestart met partners als de woningcorporaties, DOK en de TU Delft om gezamenlijk meer te delen over het programma en haar resultaten op verschillende kanalen. Tegelijkertijd zien wij ook dat er verschillende behoeftes van bewoners zijn ten aanzien van informatie die zij willen ontvangen. Wij willen u erop wijzen dat het doel van het programma niet is dat elke bewoner het programma Wij West kent. Met een deel van de bewoners gaat het goed, en een deel heeft geen behoefte mee te doen of te participeren. Het belangrijkste doel is dat bewoners in de toekomst ervaren dat ze in een veiligere en leefbare buurt wonen en dat zij ervaren dat zij dezelfde kansen hebben als andere bewoners in Delft.
3/5
Datum
19-05-2026
Ten aanzien van het ondersteunen van bewonersinitiatieven bevestigen wij dat dit een essentieel onderdeel is van de Wij West-aanpak. Wij zijn in gesprek met de bewonersgroep die zich hard maakt voor het Wijkmanifest. Het Wijkmanifest is ontstaan uit gesprekken en gedeelde ervaringen van bewoners uit verschillende NPLV-wijken in het land, met steun van LSA Bewoners. We willen hier samen met hen handen en voeten aan geven voor uitvoering van een Delftse versie van het Wijkmanifest. Daarnaast investeren we in Delft West al volop in bewonersinitiatieven, groot en klein, zoals de Buurtfabriek en de straatmaatjes. Ook werken wij toe naar een structurelere betrokkenheid van ondernemers als partner in de Alliantieraad, Aanbeveling: Uitvoeringsstructuur en besluitvorming binnen het gebiedsplan De werkwijze in Delft West is afgeleid van de eisen voor deelname aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. De Alliantieraad en een gezamenlijk Programmabureau zijn eisen van het Rijk. Ook het overgrote deel van de middelen komt van verschillende ministeries. De gemeente is kassier van deze aangevraagde middelen en de Alliantieraad beschouwt waar op welk doel extra inzet noodzakelijk is. In die geest vragen we als gemeente namens de Alliantie Wij West middelen aan en voeren we met partners uit. In de jaarlijkse begroting en jaarrekening kunt u de middelen vinden.
Met betrekking tot de uitvoeringsstructuur heeft de programmadirecteur nu de opdracht van de Alliantieraad de uitvoeringsstructuur aan te scherpen. Wij zullen de uitkomsten met u delen en ook inzichtelijk maken via de website voor bewoners en partners. Aanbevelingen aan gemeenteraad Onderstaand gaan wij kort in op de aanbevelingen voor de gemeenteraad en hoe het college vanuit zijn rol hieraan bij kan dragen. Aanbeveling: De sturende en controlerende rol van de gemeenteraad Het college ondersteunt de aanbeveling richting de gemeenteraad om de lange adem van het gebiedsplan expliciet te onderschrijven. De problematiek in Delft-West vraagt om een consistente inzet over een langere periode. De constatering dat veel informatie beschikbaar is, wordt gedeeld. Het college neemt de aanbeveling over om te komen tot een compacte en samenhangende monitoringssystematiek. De jaarlijkse voortgangsrapportage zal voorzien worden van een duidelijke managementsamenvatting. Deze ontvangt u voor de zomer. Na de zomer zal de Alliantieraad onder leiding van het Programmabureau Wij West starten met gesprekken met alliantiepartners over de impact op de doelen in Wij West. Dit wordt een jaarlijkse cyclus van evalueren en vooruitkijken.
4/5
Datum
19-05-2026
Wij hechten aan goede informatievoorziening aan de raad en aan deelname van de raad in Wij West. Daarom ontvangt u de komende periode een uitnodiging voor deelname aan gesprekken die gaan over impact maken in Wij West. Aanbeveling: De vertegenwoordigende rol van de gemeenteraad Het college onderschrijft het belang van heldere communicatie naar de gehele stad over de inzet in Delft West. Wij blijven uitleggen waarom extra investeringen tijdelijk nodig zijn en hoe deze passen binnen een bredere, inclusieve stadsontwikkeling. Dit draagt bij aan draagvlak en begrip. In de nieuwe voortgangsrapportage 2025 zal ook een hoofdstuk voorkomen met geleerde lessen die van toepassing kunnen zijn voor de rest van de stad. Delft West is immers ook een plek waar we innovatief proberen het verschil te maken. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,
M Berger
AM Zwart
5/5
Deel II. Onderzoeksresultaten Beleving en beleid 1. Achtergrond en context 1.1. Aanleiding voor het onderzoek Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw heeft Delft, net als veel andere gemeenten, in hoog tempo nieuwe woonwijken ontwikkeld. De belangrijkste uitbreidingen vonden plaats aan de zuidwestkant van de stad, wat resulteerde in de wijken Voorhof, Buitenhof en Tanthof. In de Voorhof lag aanvankelijk een nadruk op hoogbouw, waardoor de wijk lange tijd bekendstond als één van de dichtstbevolkte gebieden van Nederland. In latere uitbreidingsprojecten, zoals Buitenhof en Tanthof, werd minder gekozen voor hoogbouw. Het hoge tempo van bouwen ging in de beginperiode ten koste van de kwaliteit van de woningen. Hoewel de bouwkwaliteit in de loop der jaren is verbeterd, blijven bepaalde delen van de Voorhof kwetsbaar; dit uit zich onder meer in hoge energielasten voor inwoners. De leefkwaliteit in deze wijken is over de jaren niet overal verbeterd. In enkele gebieden is sprake van sociale en economische achterstand. Dat zien we terug in relatief hoge werkloosheid, lage inkomens, schuldenproblematiek, gevoelens van onveiligheid, sociale overlast en vervuiling van de openbare ruimte.3 Dit onderzoek gaat over de uitdagingen die ervaren worden in Delft-West.
In het onderzoek is nadrukkelijk het perspectief van de betrokkenen zelf – inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie – centraal gesteld. Dat perspectief is vergeleken met de visies, plannen en programma’s die voor Delft-West zijn gemaakt. De mensen waren het startpunt, niet het beleid. Daarna is gekeken hoe de gemeenteraad op een goede manier bij de ontwikkelingen in Delft-West betrokken kan zijn en blijven. De visies, plannen en programma’s voor Delft-West komen samen in het Gebiedsplan Wij West. Dit plan richt zich op de structurele verbetering van de leefkwaliteit in de wijken Voorhof, Buitenhof en Tanthof-West in Delft-West. Binnen die wijken zijn zeven focusbuurten aangewezen (figuur 1). Dit zijn buurten die extra aandacht krijgen, omdat er meerdere problemen (zoals gezondheid) en risicofactoren (zoals criminaliteit) samenkomen.
3
Beschrijving van de context overgenomen uit de offerteaanvraag van de Delftse Rekenkamer
14
Figuur 1: De drie wijken en de zeven focusbuurten in Delft-West (bron: Gebiedsplan Wij West 2023-2043, p. 29, focusbuurten in afwijkende kleuren)
Maatschappelijke uitdagingen zoals die in Delft-West komen op meerdere plekken in Nederland voor. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (hierna: NPLV) investeert in gebieden met opgaven op het gebied van onderwijs, armoede, gezondheid en wonen. Delft-West is één van de twintig NPLV-gebieden in Nederland. Het gebiedsplan Wij West is het startpunt voor de NPLV-aanpak, met investeringen in vijf thema’s: •
kansrijk opgroeien;
•
bestaanszekerheid;
•
fijn en veilig wonen;
•
plek voor iedereen;
•
in vertrouwen samenwerken.
De gedachte achter het gebiedsplan is om via een lerende aanpak voort te bouwen op ‘wat werkt’ en op professionele – en ervaringskennis. In samenhang met de NPLV-aanpak is in 2024 een Regio Deal gesloten tussen de rijksoverheid en de gemeente Delft. Dit geld is bestemd voor zes specifieke initiatieven: de Buurtfabriek, New Future Lab, Circulair Ambachtscentrum, Rijke Leerdag, WijkUniversiteit en Smart Makers Delft. Het gaat volgens om “laagdrempelige initiatieven die gericht zijn op impactvolle ontmoetingen, het 15
vergroten van zelfregie en een betere aansluiting van onderwijs en training op de arbeidsmarkt. Alle met een actieve rol en inbreng van bewoners” (aanvraag Regiodeal). Binnen het gebiedsplan Delft-West wordt gebruik gemaakt van de Regio Deal, de SPUK Kansrijke Wijk, Preventie met Gezag en het Volkshuisvestingsfonds. Dit komt in hoofdstuk 3 uitgebreider aan bod. In een periode van twintig jaar wordt via verschillende initiatieven geïnvesteerd in DelftWest. Alleen al de breedte van het plan en de looptijd zijn een goede aanleiding voor dit rekenkameronderzoek. Daarnaast klinkt vanuit de gemeenteraad de wens om grip te houden en te kunnen sturen en controleren. Tot slot is het met de aandacht en het geld die naar Delft-West gaan de vraag wat dat betekent voor de integraliteit van de stad en het voorkomen van negatieve gevolgen in andere wijken en buurten. 1.2. Doel van het onderzoek en vraagstelling Dit onderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de uitdagingen die inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in Delft-West ervaren en hoe deze zich verhouden tot de huidige beleidsplannen en ambities uit het gebiedsplan. Daarbij staat de optiek van deze betrokkenen centraal, met speciale aandacht voor hun opvattingen over de aanpak van sociale problemen, fysieke uitdagingen en het bevorderen van sociale veiligheid.
Met het onderzoek wil de rekenkamer achterhalen in hoeverre de plannen aansluiten bij de lokale behoeften, welke kansen er zijn om bestaande positieve initiatieven te versterken en hoe de maatschappelijke veerkracht in deze gebieden kan worden behouden en uitgebouwd. In dit onderzoek wordt als definitie van maatschappelijke veerkracht gehanteerd “het vermogen van een samenleving om voor elkaar te zorgen, in goede en minder goede tijden”. Daarnaast beoogt het onderzoek om, vanuit deze ervaringsgerichte input, praktische conclusies en aanbevelingen te formuleren die relevant zijn voor de rol van de gemeente en gemeenteraad in dit proces. Omdat de beleidsuitvoering zich nog in een vroege fase bevindt, richt het onderzoek zich niet op resultaten of opbrengsten, maar op het verbeteren van de toekomstige betrokkenheid van de raad en de effectiviteit van de beleidsinrichting voor de komende jaren. Dit om ervoor te zorgen dat de integrale aanpak die het gebiedsplan beoogt, duurzaam vorm krijgt en daadwerkelijk gedragen wordt door de lokale gemeenschap.
16
1.2.1.
Het perspectief van de wijk
Het eerste deel van het onderzoek gaat over het perspectief van inwoners en hoe het beleid in het algemeen en het gebiedsplan in het bijzonder hierop aansluit. Daarbij horen deze deelvragen: 1. Welke uitdagingen ervaren inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in deze gebieden? 2. Welke opvattingen hebben deze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties over de bijdrage van de gemeente om deze uitdagingen succesvol aan te kunnen gaan? 3. Ervaren inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties dat de plannen van de gemeente hun voldoende ondersteunen in het versterken van de maatschappelijke veerkracht in deze gebieden? In hoofdstuk 2 worden de ervaringen, wensen en behoeften inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties die opgehaald zijn uit de gesprekken op straat en de groepsgesprekken uiteengezet. Hoofdstuk 3 gaat in op de plannen en doelen van Wij West, inclusief de manier waarop de organisatie en verantwoordelijkheden zijn ingericht. 1.2.2. De blik van buiten en de rol van de raad Het tweede deel van de onderzoeksvragen gaat over wat er geleerd kan worden van de manier van werken en de organisatie in andere NPLV-gebieden en over de rol van de gemeenteraad in sturing en zicht op de voortgang voor de lange termijn. Daarbij horen deze deelvragen: 4. Welke lessen zijn er te trekken uit vergelijkbare projecten c.q.
wijkgerichte aanpakken in andere gemeenten? 5. Welke risico’s en uitdagingen brengt de uitvoering van de plannen met zich mee voor het bewaken en bevorderen van de sociale en maatschappelijke situatie in andere wijken van Delft? 6. Welke aandachtspunten en suggesties voor de sturende en controlerende verantwoordelijkheden van de raad kunnen worden onderscheiden? Hoofdstuk 4 beschrijft de ervaringen in drie andere NPLV-gebieden – in Schiedam, Nieuwegein en Vlaardingen – en de lessen die Delft hieruit kan trekken. In hoofdstuk 5 wordt de rol van de gemeenteraad op dit moment en gedurende de looptijd van het gebiedsplan besproken. Ook komt in dit hoofdstuk aan de orde hoe de investeringen en plannen in Delft-West zich tot de rest van de stad verhouden.
17
2. Wat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties vinden In dit hoofdstuk wordt uiteengezet wat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties vinden. Dit is gebaseerd op gesprekken die op straat gevoerd zijn met inwoners van Delft-West en groepsgesprekken die gehouden zijn met georganiseerde inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Daarnaast worden onderzoeksvraag 1 en 2 beantwoord. 2.1. Opbrengsten straatinterviews 2.1.1.
Opzet straatinterviews
Om beeld te krijgen van de belevingswereld van inwoners van de wijk is gekozen voor een participatieve aanpak waarbij inwoners actief in de wijk benaderd zijn. Op deze manier kon gewaarborgd worden dat er een gevarieerde groep inwoners wordt gesproken en is voorkomen dat de ‘usual suspects’ aan tafel zitten. De aanpak was om inwoners op straat te benaderen rondom winkelcentra en supermarkten, aangevuld met bezoeken aan buurthuizen en de bibliotheek. Deze interviews zijn op verschillende dagdelen gehouden om een brede groep respondenten te spreken. Verder zijn de opbrengsten uit de interviews besproken met de wijkregisseurs van de drie wijken in Delft-West. Als laatste zijn er ook groepsgesprekken geweest met inwoners waarin de inzichten zijn aangescherpt. 2.1.2. Uitkomsten Hieronder worden de overkoepelende inzichten uit de gesprekken die zijn gevoerd beschreven. In totaal zijn er 59 verschillende inwoners geïnterviewd gevarieerd in leeftijd en woonduur in Delft met een lichte oververtegenwoordiging van inwoners met een hogere leeftijd (Zie bijlage 2).Hieruit zijn een aantal rode draden gehaald over de meningen van inwoners over Delft-West. Dit is verder ingekleurd door eigen observaties naar aanleiding van aanwezigheid op verschillende plekken in Delft-West.
Tevredenheid over ruimte en voorzieningen Allereerst is de algemene indruk van de wijken van inwoners overwegend positief. Van de inwoners die een cijfer geven, geeft een ruime meerderheid (77%) een voldoende. Als redenen waarom inwoners positief zijn over hun wijk, komen primair de volgende punten terug: •
Rust en veiligheid: “Rustige buurt en groen”, “Fijn contact met buren”.
•
Voorzieningen dichtbij: Supermarkt, winkels en openbaar vervoer.
•
Groenvoorziening: Parken, speelplaatsen en de algemene opzet van de wijk.
18
De positieve punten in de wijk zitten voornamelijk in het ruimtelijke domein. Over het algemeen wordt de indeling van de publieke ruimte in de wijken als iets positiefs ervaren en vinden inwoners het voorzieningenniveau voldoende. Verbeterpunten: veiligheid, criminaliteit en overlast Tegelijkertijd zien inwoners ook verbeterpunten: •
Verkeersveiligheid: te fietsvriendelijkheid.
•
Openbare ruimte: scheve stoepen, slecht bijgehouden groen, weinig speeltuinen.
•
Overlast van jongeren en hangplekken.
•
Criminaliteit en onveiligheid: fietsendiefstal, fatbikes, hangjeugd.
hard
rijden,
gevaarlijke
kruispunten,
gebrek
aan
• Perceptie dat de gemeente niet luistert. De verbeterpunten zitten veel rondom het thema veiligheid, enerzijds specifiek gericht op het verkeer en anderzijds op criminaliteit en overlast. Deze wordt voornamelijk gekoppeld aan de overlast van jongeren op straat. Inwoners zijn over het algemeen ontevreden over de mate waarin deze onderwerpen ook worden erkent door de gemeente. Uit de gesprekken ontstaat niet het beeld dat inwoners zien dat de gemeente hierop (effectief) vooruitgang boekt. Op het gebied van veiligheid geven sommige inwoners zelfs aan eerder beperktere handhaving te zien. De gemeente moet volgens de inwoners voornamelijk met de volgende dingen aan de slag: •
Meer handhaving en zichtbare aanwezigheid van BOA’s/politie op straat.
•
Verkeersmaatregelen om de veiligheid te verbeteren zoals aanleggen van drempels, vluchtheuvels en opstellen van extra snelheidsbeperkingen.
•
Verbetering van groenonderhoud en onderhoud van speeltuinen.
•
Extra voorzieningen voor de buurt, denk aan buurthuizen, activiteiten voor jongeren en meer (verschillende) winkels.
•
Door een aantal worden woningbouw gerelateerde thema’s genoemd zoals verduurzaming van huizen en het opknappen van de kwaliteit van huizen. Als inwoners gevraagd wordt wat de gemeente al doet in de wijk, blijken ze beperkt in staat hier antwoord op te geven. Uit de gesprekken komt naar voren dat mensen niet (goed) op de hoogte zijn van wat de gemeente doet of wat het NPLV-programma Wij West inhoudt. Bij het stellen van een open vraag op straat werden geen punten genoemd over het NPLVprogramma, m.u.v. inwoners die vanuit een professionele of formele rol betrokken waren bij de gemeente of het programma. Dat inwoners geen overzicht hebben van het beleid in de wijk is deels verklaarbaar door de beginfase van het programma en doordat een deel van de inzet bestaat uit bestaand beleid 19
of activiteiten die voor inwoners niet direct aan de gemeente zijn te koppelen. Tegelijkertijd wijst dit op beperkte zichtbaarheid en op het ontbreken van een concrete succesbeleving. Dit is opvallend, aangezien communicatie en zichtbaarheid belangrijke pijlers zijn in het uitvoeringsprogramma en het betrekken van inwoners in de monitoring expliciet aandacht krijgt. Het programma is er nog niet in geslaagd om bij inwoners spontane bekendheid op te roepen als wordt gevraagd naar interventies. Als er dingen werden gekenmerkt als verbeteringen vanuit de gemeente was het vaak specifiek, denk aan de aanleg van een bruggetje in de wijk, of dingen waarbij de uitvoering niet volledig onder de verantwoordelijkheid van de gemeente valt zoals de aanleg van het warmtenet of woningbouwprojecten. Daarnaast waren er meerdere inwoners vrij negatief over (het uitblijven van) een bijdrage van de gemeente in de verbeteringen voor de wijk in zowel het fysieke als sociale domein. Als laatste is het goed te vermelden dat er tussen de wijken verschil was. Met name Tanthof-West viel op. Over het algemeen waren inwoners meer tevreden over de wijk ten opzichte van de andere wijken. Door een aantal inwoners is aangegeven dat een groot deel van de wijk ook niet aansluit bij het beeld van een NPLV- of aandachtswijk.
Met name mensen vanuit de randen van de wijk gaven aan niet dezelfde problematiek te ervaren maar juist tevreden te zijn over het groen, de veiligheid en de buurtbewoners. Zij woonden aan de randen van de wijk waar voornamelijk gezinnen woonden met een koopwoning. In gesprekken werd vaak gewezen op het beeld dat de wijk toch voornamelijk vanwege de Bikolaan toegevoegd was aan het programma. Verder is het belangrijk te noemen dat tijdens de gesprekken ook een aantal inwoners gesproken die ‘afgehaakt’ overkwamen. Dit uitte zich in beperkte betrokkenheid bij het beleid van de gemeente, negativiteit over de voortang in de wijk en een negatief beeld over de gemeente . Het bleek erg lastig om in gesprek te komen met deze groep inwoners die vaak aangaf niet hun mening (meer) te willen geven omdat er geen vertrouwen was dat dit een verandering teweeg zou kunnen brengen. Mogelijk is dit ook te verklaren door onderzoeksmoeheid, hier is geen expliciet onderzoek naar gedaan. Hierdoor is het beperkt gelukt om een uitgebreid beeld vanuit deze groep op te halen. 2.2. Opbrengsten groepsgesprekken 2.2.1. Opzet groepsgesprekken Naast de gesprekken met inwoners zijn er groepsgesprekken gevoerd met ondernemers en maatschappelijke organisaties, om aanvullende inzichten op te halen. Zij zijn tenslotte de ogen en oren in de wijk en hebben (grotendeels) als taak om hun achterban te kennen.
Daarnaast hebben zij veel kennis in huis over wat zij kunnen bijdragen om de opgaven in 20
Delft-West aan te pakken en ook wat zij nodig hebben om dit goed te kunnen doen. Door het organiseren van groepsgesprekken, waar deze organisaties ook met elkaar in contact kwamen, konden er in korte tijd veel inzichten opgehaald worden. Er zijn zes groepsgesprekken georganiseerd langs twee lijnen. Ten eerste groepsgesprekken met de maatschappelijke organisaties die in de wijken actief zijn (drie in totaal, één per wijk). Ten tweede groepsgesprekken met de maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met verschillende thema’s binnen de wijken (drie in totaal, één per thema). De thema’s waren 1) fysieke maatregelen en ingrepen in de wijk, 2) ondernemerschap en werkgelegenheid en 3) sport en beweging. Deze thema’s waren nog onderbelicht in lopende en geplande onderzoeken, maar raken wel aan de verantwoordelijkheden van de gemeente binnen Delft-West. In totaal is er met 25 vertegenwoordigers van ondernemingen en maatschappelijke organisaties gesproken. Een verdere toelichting over de opzet van de groepsgesprekken is opgenomen als onderdeel van bijlage 2. 2.2.2. Uitkomsten Ervaren uitdagingen binnen het sociaal-maatschappelijk domein In alle gesprekken komen uitdagingen binnen het sociaal-maatschappelijk domein naar voren. Gesprekspartners beschrijven een clustering of stapeling van sociale problematiek in Delft-West, vaak gecentreerd rondom armoede.
Zij zien dat deze problematiek groter wordt, onder andere door bezuinigingen van de gemeente op het welzijnswerk. Voor een deel van de inwoners met sociale problematiek is er sprake van ‘stil overleven’: er is veel leed achter de voordeur, maar de inwoner is moeilijk te bereiken. Deze problematiek blijft uit beeld. Taalbarrières en een algemeen wantrouwen richting de overheid maakt het nog ingewikkelder om deze inwoners te helpen. Sommige gesprekspartners vinden dat de gemeente de basis niet op orde heeft in het sociaal domein. Daarmee bedoelen zij dat de gemeente het basisniveau van sociale zekerheid niet kan bieden aan de inwoners van Delft. Soms heeft dit als gevolg dat de hulpbehoefte van inwoners uit zicht blijft bij de gemeente. Op andere momenten komen inwoners terecht bij initiatieven vanuit de NPLV-aanpak Wij West, terwijl zij eigenlijk vanuit de reguliere hulpstructuren ondersteund hadden moeten worden. Deze initiatieven worden geconfronteerd met complexe sociale problematiek bij inwoners, die verder gaat dan waarvoor zij zijn opgericht. Deze initiatieven kunnen inwoners niet verder helpen, waardoor sommigen tussen wal en schip vallen.
21
Gesprekspartners signaleren verder dat er relatief veel alleenstaande vrouwen en ouderen wonen in Delft-West. Zij onderstrepen het belang om hen extra en gerichte ondersteuning te bieden, maar vinden dat dit nog te weinig gebeurt. Ook zijn er relatief veel kinderen en jongeren bij wie er sprake is van beperkte ouderbetrokkenheid. Dat is de actieve samenwerking tussen ouders en de omgeving om de ontwikkeling en het leerproces van een kind te ondersteunen. Daarnaast is er sprake van criminaliteit, wat zorgt voor (een gevoel van) onveiligheid in de wijken. Ervaren uitdagingen binnen het ruimtelijke domein Ook in het ruimtelijke domein worden uitdagingen ervaren. Gesprekpartners benadrukken dat er te weinig voorzieningen zijn in Delft-West. Als voorbeelden worden supermarkten op loopafstand, culturele voorzieningen en ontmoetingsplekken genoemd. Sportvoorzieningen zijn er maar beperkt, ze liggen ver van de woonwijken en zijn soms slecht onderhouden. Soms wordt er geïnvesteerd in nieuwe ontmoetingsplekken, terwijl de bestaande ontmoetingsplekken niet verbeterd worden. Gesprekspartners begrijpen dit niet, omdat er bij inwoners juist behoefte is om elkaar op de bestaande ontmoetingsplekken te treffen. Gesprekspartners schetsen dat sommige woningen oud en slecht onderhouden zijn. Tegelijkertijd zijn er regelmatig werkzaamheden waar overlast door ervaren wordt.
Temeer omdat partijen betrokken bij werkzaamheden niet goed met elkaar afstemmen, waardoor werkzaamheden elkaar steeds opvolgen. Een integrale aanpak zou voor inwoners meer rust opleveren. Verder is er in Delft-West veel hoogbouw waardoor mensen dicht op elkaar wonen. Zwerfafval zorgt voor een rommelig straatbeeld en overlast voor inwoners. Gesprekspartners zien dit als een hardnekkig probleem. Waardering voor, en tevredenheid over initiatieven en het gebiedsplan, maar ook kritische reflecties In de gesprekken wordt waardering voor, en tevredenheid over verschillende initiatieven binnen het gebiedsplan uitgesproken. Gesprekspartners zien dat de Rijke Leerdag veel mogelijkheden biedt voor kinderen en jongeren. Ook de buurtcoaches weten steeds meer mensen te bereiken. In algemene zin wordt er positief gekeken naar de initiatieven die raken aan kansrijk opgroeien voor kinderen en jongeren. Andere positieve initiatieven waarnaar verwezen wordt, zijn de leesochtenden in de bibliotheek, het werk van Stichting Welbevinden Delft en de pilots rondom het tegengaan van zwerfafval. Daarnaast wordt benadrukt dat deze opsomming niet compleet is en er veel initiatieven lopen. Tegelijkertijd zijn er ook kritische reflecties. Gesprekspartners vinden dat de optelsom van de initiatieven en het gebiedsplan niet voldoende is om een perspectief te bieden voor alle 22
eerder beschreven uitdagingen. Ook ervaren sommige gesprekspartners dat er veel geïnvesteerd wordt in enkele grote projecten, zoals bijvoorbeeld door gemeentelijke cofinanciering binnen de Regiodeal, terwijl het onduidelijk is of dit aansluit bij de behoeften van de inwoners in Delft-West. De verschillende partijen weten elkaar steeds beter te vinden door de netwerksamenwerking, mede dankzij het programmabureau Gesprekspartners die zelf partij zijn binnen het gebiedsplan zien dat er steeds vaker en beter samengewerkt wordt. Zij waarderen hoe binnen het gebiedsplan een netwerksamenwerking gestimuleerd wordt en zij weten elkaar beter te vinden. Als positief voorbeeld wordt het domeinoverstijgend werken genoemd, waarbij verschillende partijen bij een fysieke opgave (het verduurzamen van vastgoed) ook sociale partners betrokken hebben om zo sociale opgaven in kaart te brengen. Verschillende deelnemers benadrukken de grote waardering die zij hebben voor het werk van het programmabureau (zie hoofdstuk 3.2) en de belangrijke schakelrol die het speelt in het faciliteren van de netwerksamenwerking. Zij zien het programmabureau als een randvoorwaarde om de samenwerking ook op de langere termijn vorm te geven, omdat er nog meer tijd nodig is voordat dit vanzelfsprekend wordt voor de verschillende partners. Tegelijkertijd is er ook nog ruimte voor verbetering.
Ook al weten partijen elkaar beter te vinden, wordt er soms nog steeds langs elkaar heen gewerkt. Er kan vaker een integrale aanpak gehanteerd worden. Daarnaast lijken ondernemers nog geen vanzelfsprekende partner binnen het gebiedsplan, terwijl zij dat wel willen zijn. Er is behoefte aan meer transparantie binnen het gebiedsplan Wij West In alle gesprekken was veel aandacht voor de uitvoeringsstructuur van het gebiedsplan Wij West. Gesprekspartners vinden deze structuur onduidelijk. Sommigen begrijpen niet hoe het NPLV-programma, de Regiodeal, de Woontopafspraken en de verschillende specifieke uitkeringen (SPUK’s) zich tot elkaar verhouden (zie hoofdstuk 3.1). Het is niet duidelijk wat de rol van de Alliantieraad Wij West is binnen het gebiedsplan en hoe deze Alliantieraad zich verhoudt tot het programmabureau en de gemeente Delft (zie hoofdstuk 3.2). Ook vragen gesprekspartners zich af wie verantwoordelijk is voor het vaststellen van een visie en het voeren van de regie hierop. Deze onduidelijkheid zorgt ervoor dat er afstand wordt ervaren vanuit de gesprekspartners ten opzichte van het gebiedsplan en de Alliantieraad. Naast onduidelijkheid over de uitvoeringsstructuur is er ook onduidelijkheid over de beschikbare middelen en de besluitvorming erover. Gesprekspartners weten niet welke middelen er beschikbaar zijn binnen het programma en door wie deze middelen 23
beschikbaar worden gesteld. Sommigen spreken over volledige financiering vanuit het Rijk, anderen over cofinanciering vanuit de gemeente en weer anderen over inzet vanuit alle betrokken maatschappelijke partijen. Er is een sterke behoefte aan meer inzicht en overzicht hierover. Daarnaast is het voor gesprekspartners onduidelijk hoe besluitvorming over het toewijzen van middelen plaatsvindt. Zowel de betrokken partijen als de afwegingskaders die gehanteerd worden, zijn voor gesprekspartners onduidelijk. Er is onvrede over inwonersparticipatie binnen het gebiedsplan Wij West In alle gesprekken kwam onvrede naar voren over de inwonersparticipatie binnen het gebiedsplan Wij West. Gesprekspartners schetsen dat inwoners vooral in de beginfase van het gebiedsplan intensief betrokken zijn, maar weinig van de eigen input terugzien in de plannen. Het gevoel heerst dat inwonersparticipatie iets is om ‘af te vinken’, in plaats van een integraal aspect van planvorming binnen het gebiedsplan. Omdat inwoners geen of beperkte terugkoppeling krijgen over wat er met input gedaan wordt, zorgt de bewonersparticipatie voor wantrouwen in plaats van vertrouwen in het programma. Gesprekspartners geven ook aan dat er werkende initiatieven zijn vanuit inwoners, die geen ruimte krijgen binnen het gebiedsplan.
Voor sommigen ontstaat het beeld van Wij West als een ‘professionals feestje’, waarbinnen de inwoners geen gelijkwaardige partners zijn. Daarnaast komt een deel van deze professionals niet uit Delft, wat het gevoel van vervreemding versterkt. 2.3. Beantwoording onderzoeksvragen 1 en 2 Met de opbrengsten van de straatinterviews en de groepsgesprekken worden de eerste twee onderzoeksvragen beantwoord. Deze synthese beschrijft op hoofdlijnen wat er opgehaald is. Welke uitdagingen ervaren inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in deze gebieden? De uitdagingen die worden ervaren spelen zich af dicht bij de eigen belevingswereld. Binnen het sociale domein zijn deze uitdagingen uiteenlopend. Het gaat om uitdagingen die mensen op individueel niveau ervaren, zoals eenzaamheid, armoede, kansenongelijkheid onder jongeren, taalbarrières en beperkte mogelijkheden om deel te nemen aan de maatschappij. Er spelen ook uitdagingen in de gezamenlijke sfeer. Het gaat dan om (een gevoel van) onveiligheid, criminaliteit en overlast. Ook binnen het fysieke domein worden uitdagingen ondervonden. Verkeersveiligheid, zwerfafval, straatonderhoud en groenonderhoud zijn centrale thema’s die invloed hebben 24
op een prettige leefomgeving in Delft-West. Daarnaast zijn voorzieningen een terugkerend thema. Sommigen benadrukken dat de nabijheid van voorzieningen een positief punt is aan Delft-West. Voor anderen is het gebrek aan basisvoorzieningen, zoals winkels, een struikelblok, vooral doelgroepen die zich minder goed kunnen verplaatsen. Er is behoefte aan meer ontmoetingsplekken voor alle doelgroepen en het beter onderhouden van ontmoetingsplekken die er al zijn. Dit betreft ook sportvoorzieningen. Welke opvattingen hebben deze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties over de bijdrage van de gemeente om deze uitdagingen succesvol aan te kunnen gaan? In algemene zin is er voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties nog veel onduidelijk over welke bijdrage de gemeente levert om deze uitdagingen succesvol aan te gaan. Individuele inwoners hebben überhaupt weinig beeld bij wat de gemeente doet in Delft-West. Deze inwoners zijn niet goed op de hoogte van het gebiedsplan Wij West, waardoor het ook niet zorgt voor herkenning. Georganiseerde inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties hebben een beter beeld bij wat de gemeente doet, maar vinden dat er te weinig transparantie is. Onder andere over de uitvoeringsstructuur en het besluitvormingsproces.
Daarnaast constateren zij dat inwonersparticipatie in de huidige vorm niet bijdraagt aan gelijkwaardige samenwerking. Bij georganiseerde inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties is er waardering voor, en tevredenheid over verschillende initiatieven en het gebiedsplan. Zij zien dat verschillende initiatieven een directe bijdrage leveren aan het succesvol aangaan van de uitdagingen die ervaren worden. Vooral rondom kansrijk opgroeien wordt een positieve ontwikkeling ervaren. Daarbij wordt wel de kanttekening geplaatst dat de optelsom van de verschillende initiatieven nog niet genoeg lijkt te zijn om de doelstellingen te halen. Daarnaast is er niet genoeg ruimte voor initiatieven vanuit de inwoners zelf.
25
3. Het beleid: Gebiedsplan Wij West In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe het gebiedsplan Wij West beleidsmatig in elkaar zit: hoe de papieren werkelijkheid voor Delft-West eruit ziet. Dit is gebaseerd op documenten (zie bijlage 2) en gesprekken die zijn gevoerd met enkele leden van de Alliantieraad en de wijkregisseurs van de gemeente Delft. Aan het eind van het hoofdstuk wordt onderzoeksvraag 3 beantwoord. 3.1. Gebiedsplan Wij West Doelen en ambities Het gebiedsplan Wij West is het overkoepelende plan voor Delft-West waarin verschillende programma’s samenkomen voor de wijken Voorhof, Buitenhof en Tanthof-West. De doelen en ambitie van het gebiedsplan Wij West zijn in eerste instantie uitgewerkt in het startdocument.4 Vervolgens zijn deze verder aangescherpt en vertaalt naar een DoelenInspanningen-Netwerk in het gebiedsplan Wij West.5 Tabel 1 : hoofddoelen en subdoelen/ER-doelen (schuingedrukt) van het gebiedsplan Wij West Hoofddoelen
Subdoelen/ER-doelen
1. Kansrijk opgroeien: de jeugd krijgt de kans om het beste uit zichzelf te halen.
1.1 Elke jongere haalt een startkwalificatie. 1.2 Elke jongere krijgt de kans om op zoek te gaan naar het eigen talent, in een veilige omgeving (leren en spelen). 1.3 We voorkomen dat jongeren crimineel gedrag vertonen en/of zich aansluiten bij criminele organisaties. 1.4 Elke jongere voelt zich onderdeel van de samenleving/ gemeenschap, bijvoorbeeld door lidmaatschap van een vereniging (sport, cultuur) of andere communities.
2. Bestaanszekerheid: alle inwoners hebben bestaanszekerheid.
2.1 Inwoners hebben een (vaste) betaalde baan die kansen biedt. 2.2 Inwoners die niet werken, ontdekken en ontwikkelen talenten en vaardigheden. 2.3 Elke inwoner krijgt de kans om onbelemmerd mee te doen in de samenleving. 2.4 Inwoners voelen zich gezond.
3. In Delft-West is het fijn en veilig wonen.
3.1 Voor iedereen is er een duurzame woning. 3.2 De buitenruimte is verbeterd. 3.3 Er is minder overlast in Delft-West. 3.4 De wijk is veerkrachtig.
4. Voor iedereen is er plek om te wonen, leren en werken.
4.1 Wensen en behoeften van inwoners over wonen staan centraal. 4.2 Er is voldoende ruimte voor ondernemen, voorzieningen en ontmoeting.
5. Vanuit vertrouwen trekken we samen op en kijken we naar elkaar om.
5.1 We benutten de kracht van lokale activiteiten. 5.2 Meer inwoners ervaren gemeenschapszin. 5.3 We organiseren welzijn, zorg, activering en ondersteuning dichtbij en laagdrempelig. 5.4 we trekken vanuit gelijkwaardigheid met inwoners op zodat zij meer invloed uitoefenen op wat er in hun eigen omgeving/buurt gebeurt en zich medeeigenaar voelen.
4 Samen maken wij West, 21 maart 2023 5 Gebiedsplan Wij West 2023 – 2043, 21 november 2023
26
Centraal staat de ambitie dat iedereen veilig en gezond kan wonen. Dat alle inwoners mee kunnen doen in de samenleving en bovendien hun talenten kunnen benutten. Hier zijn vijf hoofddoelen uit voortgekomen. Deze zijn vervolgens geconcretiseerd aan de hand van subdoelen en zogenaamde ER-doelen. De subdoelen dragen bij aan het hoofddoel. ERdoelen zijn doelen die een richting aangeven om het hoofddoel te bereiken. De doelen zijn opgenomen in tabel 1. Programma’s en regelingen Delft-West is onderdeel van het NPLV. In dit programma werken ministeries, gemeenten, inwoners en lokale partners aan het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in twintig gebieden, waaronder Delft-West. Door deel te nemen aan het NPLV-programma, zijn er door middel van regelingen, aanvullende middelen beschikbaar voor Delft-West. Bij sommige regelingen, krijgen NPLV-gebieden extra punten bij de beoordeling van een aanvraag. Andere regelingen zijn specifiek bedoeld voor de NPLV-gebieden. Binnen het gebiedsplan Delft-West wordt gebruik gemaakt van de Regio Deal, de SPUK Kansrijke Wijk, Preventie met Gezag en het Volkshuisvestingsfonds. In het programma Preventie Met Gezag werken zorg- en veiligheidsketens samen om te voorkomen dat jongeren van 8 tot en met 27 jaar in aanraking komen met ondermijnende criminaliteit of daarin doorgroeien.
Preventie met Gezag wordt binnen de NPLV-gebieden concreet toegepast via lokale maatregelen die domeinen verbinden, vroegsignalering versterken en jongeren perspectief bieden. Met de middelen uit het Volkshuisvestingsfonds kunnen gemeenten en regio’s investeren in herstructurering van de woningvoorraad in de meest kwetsbare gebieden met als doel om de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren. Het gaat bijvoorbeeld om de vervanging van bestaande woningen door nieuwe woningen, ingrijpende verbouwingen en het opknappen van de openbare ruimte. Verduurzaming maakt een belangrijk onderdeel uit van al deze plannen. In drie aanvraagronden werden er middelen beschikbaar gesteld voor wijken in Delft-West. In 2023 voor het verduurzamen van Voorhof, in 2024 voor de Multatulibuurt en in 2025 voor de Pijperring. In december 2023 heeft de gemeente Delft een toekenning ontvangen vanuit de SPUK Kansrijke Wijk. Met deze middelen ondersteunt het Rijk lokale NPLV-allianties bij het versterken van de leefbaarheid en veiligheid in hun gebied. In Delft-West is een aanvraag gedaan voor de volgende thema’s: het Jonge Kind, Preventie van Armoede en Schulden, Re-integratie, Veerkracht en Weerbaarheid, en Gezonde Omgeving. Daarnaast is een integrale aanvraag gedaan voor de doorontwikkeling Cultuurhuis, de doorontwikkeling van wijkcentra naar Huizen van de Buurt en de Brugfunctionaris op school. 27
In november 2024 sloot de gemeente Delft de Regio Deal Delft-West met het Rijk. Met een Regiodeal werkt het Rijk samen met één of meer regionale partijen om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers in een regio te verbeteren. De Regio Deal draagt bij aan de bredere doelstellingen van het gebiedsplan Wij West (zie doelen en ambities) door middel van zes specifieke interventies, welke aangedragen zijn door maatschappelijke partijen. Initiatiefnemers uit de stad geven een aanvullende impuls aan de onderdelen onderwijs en arbeidsmarkt om doelgericht te werken aan inkomen en talentontwikkeling. De initiatieven zijn: 1) Circulair Ambachtsnetwerk, 2) De Buurtfabriek, 3) Delft Boost Lab, 4) Rijke Leerdag, 5) Smart Makers Delft, en 6) Wijkuniversiteit. Naast deze programma’s en regelingen zijn er ook bredere regelingen voor heel Delft waar binnen Delft-West ook gebruik van wordt gemaakt. Ten eerste de Woningbouwimpuls, een bijdrage aan projecten met extra aandacht voor de bouw van betaalbare woningen. Ten tweede de aanpak energiearmoede, om huishoudens te ondersteunen die het hardst getroffen worden door de stijgende energieprijzen. Uitvoering, projecten en initiatieven Het gebiedsplan Wij West kent een grote hoeveelheid projecten en initiatieven die worden ingezet om de doelstellingen te halen.