Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Op deze manier leggen we transparant rekenschap af over onze ambities. De streefcijfers van de lokale indicatoren geven in de regel minimaal beoogde waarden weer ('groter of gelijk aan'). Per programma staan de meest relevante indicatoren bij elkaar. Dit zijn de indicatoren uit het coalitieakkoord. De verplichte BBV-indicatoren (Besluit Begroting en Verantwoording) staan in bijlage Verplichte beleidsindicatoren BBV. Voor het inzicht in de financiële positie zijn ook financiële kengetallen opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Deze kengetallen zijn verplicht voorgeschreven in het BBV en gaan over wendbaarheid en weerbaarheid van de begroting en vermogenspositie.
58
1 RAAD Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2026
Lasten
2.947
Saldo
-2.947
59
1.1 WAT WILLEN WE BEREIKEN Algemeen De doelstelling van het programma Raad omvat het waarborgen van een democratisch bestuur, dat effectief, doelmatig, transparant en betrouwbaar functioneert. De betrokkenheid van inwoners bij het politiek bestuur van de gemeente is daarbij van wezenlijk belang voor het draagvlak van genomen besluiten. Beleidstoelichting De gemeenteraad heeft 39 leden die allemaal inwoner zijn van Delft. Gezamenlijk vertegenwoordigen zij alle inwoners van onze stad. De gemeenteraad is het hoogste bestuurlijke orgaan van de gemeente en vormt samen met de burgemeester en het college het bestuur van Delft. De gemeenteraad bepaalt de (financiële) kaders waarbinnen het college van burgemeester en wethouders het beleid voor Delft moet uitwerken en uitvoeren. Daarnaast controleert de gemeenteraad of het college het beleid naar behoren uitvoert en (onvoorziene) problemen afdoende aanpakt. Hierbij geeft de gemeenteraad ook invulling aan haar volksvertegenwoordigende rol door in actieve verbinding met de stad te staan. Bij deze taken worden de gemeenteraadsleden ondersteund door een aantal commissieleden.
60
1.2 WAT GAAN WE ERVOOR DOEN Algemeen Het programma Raad omvat de activiteiten en bijbehorende kosten die samenhangen met het goed functioneren van de gemeenteraad, waaronder de vergoedingen voor gemeenteraads- en commissieleden, fractievergoedingen, vergaderkosten, werk- en wijkbezoeken, voorlichtingsbijeenkomsten, de kosten voor de externe accountant, communicatiemiddelen en audiovisuele apparatuur, het budget van de Delftse Rekenkamer, de inzet van de Stadsbouwmeester en de ondersteuning en advisering door de medewerkers van de griffie. De griffie bestaat uit ambtenaren die de gemeenteraad ondersteunen. Naast de reguliere werkzaamheden, staat 2026 in het teken van de gemeenteraadsverkiezingen. Dit betekent dat er aandacht zal zijn voor opkomstbevordering en informatievoorziening voorafgaand aan de verkiezingen. Na de verkiezingen start er een nieuwe gemeenteraad die goed toegerust en geïnformeerd zal moeten worden om het werk te kunnen doen. Hierbij zal er aandacht zijn voor een zorgvuldig formatieproces en een uitgebreid inwerkprogramma. Delftse Rekenkamer (DRK) De DRK werkt voor de gemeenteraad en doet onafhankelijk onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentebeleid. Daarnaast adviseert de DRK de gemeenteraad over hoe het beleid en uitvoering beter kunnen. Via de commissie Rekening & Audit kan de raad inbreng geven voor toekomstige onderzoeken.
Stadsbouwmeester De stadsbouwmeester is een onafhankelijk adviseur van de gemeenteraad, het college en ambtelijke organisatie die de samenhang tussen verschillende projecten binnen de stad stimuleert en hierbij zo veel mogelijk samenwerkt met de stad. Hij heeft een vrije, inspirerende, verbindende en agenderende rol naar zowel de raad, het college als de ambtelijke organisatie en stimuleert het debat met de stad. De stadsbouwmeester is regelmatig aanwezig bij de bijeenkomsten van de raad, waaronder de raadswerkgroep Leefomgeving. Accountant De gemeente heeft een externe accountant die werkt voor de gemeenteraad en ook door de gemeenteraad wordt geselecteerd. Sinds medio 2024 is Deloitte de accountant. De accountant vormt een oordeel over het getrouwe beeld van de jaarstukken, inclusief de rechtmatigheidsverantwoording. Daarmee heeft de accountant een ondersteunende rol in de planning- en controlcyclus.
61
1.3 WAT MAG HET KOSTEN Overzicht baten en lasten Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Lasten
2.947
2.947
2.943
2.942
Saldo
-2.947
-2.947
-2.943
-2.942
Overzicht mutaties (bedragen × € 1.000)
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
-2.844
-2.844
-2.840
-2.839
Kadernota 2026
-45
-45
-45
-45
Nominale ontwikkeling
-58
-58
-58
-58
-2.947
-2.947
-2.943
-2.942
Raad Stand Programmabegroting 2025-2028
Totaal - Raad
Toelichting op de mutaties Kadernota 2026 (lasten -/- € 45.000) Als gevolg van de actualisering van de intern doorberekende tarieven voor vergaderkosten, zijn de vergaderkosten voor de raad gestegen en wordt voorgesteld het budget voor vergaderkosten structureel te verhogen.
Nominale ontwikkeling (lasten -/- € 58.000) De nominale ontwikkeling betreft de aanpassing van de budgetten aan het prijspeil voor 2026. Een nadere toelichting is opgenomen in het hoofdstuk Toelichting op financiële positie.
62
2 STAD EN BESTUUR Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2026
Baten
2.088
Lasten
11.632
Saldo
-9.544
Algemeen Het college van Delft staat voor de waarden van goed bestuur. Deze vormen het fundament van ons handelen en besluitvorming. Dit betekent dat we transparant zijn, gericht op een effectieve besteding van middelen en de legitimiteit van onze besluitvorming. Op deze manier geven we vorm aan het begrip betrouwbare overheid. We zijn benaderbaar en zichtbaar in de stad aanwezig. We geloven in een cultuur van inwoners aangenaam verrassen, door bijvoorbeeld vaker en sneller te telefoon te pakken. Ook als het antwoord nee is. Mensen maken de stad. De stad maken we met elkaar. Samen bepalen we hoe iedereen in Delft leeft, werkt en hoe Delft zich daardoor ontwikkelt. We zien dit uitdrukkelijk als gezamenlijke opgave van de gemeenteraad en het college. Daar waar het nodig is, willen we de kracht van de samenleving versterken. Daar waar die kracht al aanwezig is, willen we ruimte geven aan initiatieven, bijvoorbeeld via participatietrajecten waarbij omwonenden en ondernemers meedenken over de thema's werken én wonen, leefkwaliteit, bereikbaarheid, alsmede met het verstrekken van subsidies. Wij staan als raad en college voor de waarden van goed bestuur. Dat betekent voor ons dat we als college zichtbaar zijn, betrouwbaar zijn, verantwoordelijkheid nemen en echt luisteren. Wij willen meer met bewoners en bedrijven samen oppakken en zichtbaar zijn in de wijken.
Dus dichtbij alle Delftenaren en dichtbij de uitvoering. We werken samen met de stad en partners aan een aantrekkelijk Delft, ook voor toekomstige generaties. Tegelijkertijd: er gebeurt al veel moois in Delft. Met de aanpak 'Wij West – Gelijke kansen in Delft' bijvoorbeeld. Waarin we samen met bewoners, instellingen en organisaties uit Delft-West vorm en inhoud geven aan de opgaven, vanuit vertrouwen. Voor het toekomstbestendig versterken van de stad, werken we samen met, en behartigen we belangen bij, medeoverheden. Dit met oog voor de omgeving. Daartoe zorgen we ook dat we de kansen in beeld hebben die samenwerking op bovengemeentelijk niveau en in netwerkverbanden met zich mee kan brengen. Relevante beleidskaders In 2023 is het kader in de vorm van de visie op gemeentelijke dienstverlening opgesteld. Onder dit programma vallen de volgende onderwerpen: College van B&W, bestuurlijke samenwerking (inclusief verbonden stad), burgerzaken, basisregistraties, dienstverlening, verkiezingen, overige baten en lasten stad en bestuur en kostenverdeelstaat (ureninzet op het programma).
63
2.1 WAT WILLEN WE BEREIKEN Beleidsindicatoren
Stad en bestuur Met elkaar: vertrouwensscore B&W
Stand: 6,4
Streven: PB 2026
Streven: 2030 6,6
7,0
Deze indicatoren in de programmabegroting beslaan één jaar, terwijl de Staat van Delft (https://delft.notubiz.nl/document/14193854/1) een breder perspectief biedt door trends en ontwikkelingen op basis van deze indicatoren te analyseren. De gemeenteraad ontvangt de Staat van Delft eens per twee jaar.
Toelichting op de beleidsindicatoren Met elkaar: vertrouwensscore B&W We streven ernaar om tussen 2025 en 2030 het vertrouwen in het college van burgemeester en wethouders te laten stijgen naar het rapportcijfer 7. Dat is ambitieus, maar het laat zien waar we voor staan en waar we op inzetten. Dit betreft een gezamenlijke inspanning, waar we met het college en de hele ambtelijke organisatie hard voor werken. Gemeentelijke dienstverlening De gemeente blijft ook in de komende periode werken aan de uitvoering van de visie op dienstverlening, waarbij de volgende vier principes leidend zijn:
In onze dienstverlening werken we voor en samen met de stad. Om onze diensten voortdurend te verbeteren, gebruiken we de ervaringen en kennis van Delftenaren en het netwerk van partners en organisaties. We betrekken hen actief bij het ontwikkelen en toetsen ervan. We zijn er voor iedere Delftenaar. We leven ons in en hebben oog voor de mens en de situatie. Met onze inclusieve dienstverlening sluiten we aan op het belang van de stad én de behoeften van inwoners, ondernemers, organisaties en bezoekers. Onze dienstverlening is toegankelijk. We leveren passende dienstverlening voor iedereen, laagdrempelig en eenvoudig in gebruik. Mensen kunnen gemakkelijk gebruik maken van onze dienstverlening, ongeacht de eigen vaardigheden. Onze dienstverlening is eigentijds. We blijven kansen benutten voor mogelijkheden van nieuwe (digitale) oplossingen waar die meerwaarde hebben voor de Delftse dienstverlening.
Voor onze dienstverlening willen we het streefcijfer van 7,5 minimaal handhaven voor de komende jaren. Als input voor deze indicator gebruiken we de tweejaarlijks Omnibusenquête.
64
2.2 WAT GAAN WE ERVOOR DOEN Doelstellingen De stad maken we met elkaar De stad maken we met elkaar en dat komt binnen elke opgave tot uiting. We zetten in op het versterken van de kracht van onze inwoners . We stimuleren en faciliteren vrijwilligerswerk en ontwikkelen vrijwilligersbeleid met aandacht voor zichtbaarheid en waardering. We blijven ons met het uitvoeringsplan 'Samen maken we de stad' inzetten op vier lijnen: 1. We staan in contact met 'alle' Delftenaren 2. We geven initiatieven uit de stad meer ruimte (vanuit het besef dat niet alles kan) 3. We betrekken bewoners intensief en tijdig bij de energietransitie en fysieke plannen in de wijk 4. We willen de verbinding tussen student en stad vergroten Onze dienstverlening organiseren we steeds meer wijkgericht en burgernabij en in steeds meer functies is verbinding in de wijk en het opbouwen van netwerk en samenwerkingspartners een belangrijk onderdeel van het werk. We leren daarbij van de ervaringen in Delft-West, waar intensieve samenwerking met inwoners en partners centraal staat. Wijkregie wordt in heel Delft ingezet waardoor in iedere wijk leefbaarheidsoverleggen plaatsvinden en bewoners laagdrempelig op spreekuur kunnen komen.
Ook binnen de energietransitie zoeken we actief de samenwerking met de stad, onder andere door een brede raadpleging en meedenkgroep Warmteprogramma, het eerste warmteuitvoeringsplan (Multatulibuurt) en de inzet van energieambassadeurs. De verbinding tussen stad en studenten wordt groter en groter. Door onderdeel te zijn van de veerkrachtcoalitie versterken we de mentale gezondheid en veerkracht van onze studenten. We borgen deze aanpak binnen de gehele gemeentelijke organisatie. We vergroten het omgevingsbewustzijn van medewerkers door trainingen, inspiratiesessies en de ontwikkeling van een praktische toolkit met tips en instrumenten om de stad actief te betrekken bij het werk. Daarnaast verankeren we het gedachtengoed van 'Samen maken we de stad' duurzaam in beleid, programma’s en processen zoals het inwerk- en leiderschapsprogramma en trainingen rondom ambtelijk vakmanschap. Bovengemeentelijke samenwerking De verplaatsing van mensen van woning naar werk, school en voorzieningen gaat in onze regio vaak de gemeentegrens over. Delft heeft een bijzondere positie als middelgrote stad tussen Rotterdam en Den Haag, als stad met een centrumfunctie voor woonplaatsen in de omgeving en als stad met een technische universiteit. Veel gedecentraliseerde taken voeren we regionaal samen uit – vanwege verwevenheid, specialisatie en/of schaalvoordeel.
Deze positie maakt dat Delft een speler is in veel samenwerkingsverbanden en dat daar veel prioriteit naar uitgaat. We zijn ons bewust van het waardevolle contact met onze
buurgemeenten en we hebben belang bij de verbindende blik die daarbij vaak van ons gevraagd of gewaardeerd wordt. 65
In Delft liggen veel kansen die de spin-off van de Delftse kenniseconomie lokaal en bovenlokaal vergroten. We werken daaraan dan ook bestuurlijk samen met de omliggende gemeenten, zowel in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), als met Leiden en Dordrecht. Ook werken we samen met de provincie Zuid-Holland en met het Rijk. De Delftse inbreng in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag stemmen we regelmatig af met de Delftse Delegatie van gemeenteraadsleden, die lid zijn van de adviescommissies binnen de MRDH voor verkeer en economisch vestigingsklimaat. Op 11 juli 2025 heeft de MRDH het actieplan vastgesteld, met de verbeteringen van de samenwerking waartoe de samenwerkende gemeenten besloten hebben in de 10-jaarsevaluatie. De implementatie loopt door in 2026. De MRDH-visie op het economisch vestigingsklimaat en de mobiliteitsvisie worden begin 2026 vastgesteld, na een zienswijzeronde in 2025. Na de gemeenteraadsverkiezingen wordt de Strategische Agenda van de MRDH geactualiseerd. Ook met de provincie zijn we scherp op de wijze van samenwerking. Er is regelmatig ambtelijk en bestuurlijk contact over Delftse en regionale opgaven en we zorgen dat we elkaar niet verrassen met besluiten. Op nationale schaal biedt het G40-netwerk van (middel)grote steden ons een plek om op stedelijke vraagstukken kennis te vergroten en de koers voor bovenlokale belangenbehartiging te bepalen.
Een samenwerking waarbij de G40 en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) elkaar complementeren en versterken. We vertegenwoordigen Delft binnen de VNG in de algemene ledenvergaderingen. Daar bepalen gemeenten samen de koers voor contacten met het Rijk over rijksbeleid, regelgeving, uitvoeringskaders en financiering én maken we keuzes voor gezamenlijke gemeentelijke uitvoering (GGU). Met de VNG stellen we doelen voor de lange termijn op en nemen we initiatief voor samenhang in beleid tussen alle overheidslagen. Dat doen we vanuit onze contacten met inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen én onze kennis van de uitvoering. We vragen ook het nieuwe kabinet om samenwerking. Alleen samen kunnen we een slagvaardige overheid zijn, die doet wat het belooft en waar de burger op vertrouwt. Voor de (netwerk)samenwerkingen binnen de MRDH, G40 en VNG dragen we bij via contributie vanuit het programma Stad en bestuur. Delft is in meer (tijdelijke) netwerkverbanden actief. Ook is de gemeente partij in diverse publiekrechtelijke gemeenschappelijke regelingen, die een aantal gemeentelijke taken realiseren. De inhoudelijke advisering op bestuurlijke samenwerking en netwerkverbanden heeft betrekking op diverse doelstellingen in de programmabegroting. In de paragraaf Verbonden partijen is een overzicht opgenomen van onder andere gemeenschappelijke regelingen.
Lobby en Public Affairs Delft kent drie grote en langjarige opgaven. Om deze opgaven te realiseren hebben we andere partijen nodig. Afgelopen periode hebben college, organisatie en raad hard gewerkt om samen met andere partijen budgetten en ruimte te realiseren. Deze inzet werpt zijn vruchten af, zoals met de versnellingsgelden, Woningbouw Impuls, opname in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en Preventie met gezag. Maar we zijn er nog niet. Onze uitgangspositie biedt immers kansen, maar schept ook verplichtingen. We moeten nu 66
doorpakken. De komende jaren is daarom extra inzet nodig op lobby, belangenbehartiging en strategisch partnerschap. In 2025 zijn de public affairs-activiteiten versterkt en meer met elkaar in verband gebracht. We zijn actief aangehaakt bij de public affairs- en lobbynetwerken van MRDH, VNG en diverse thematische netwerken. De aanpak verloopt langs drie sporen: de inhoudelijke
lobbyprioriteiten, het verstevigen van de bilaterale en netwerksamenwerking en een passende organisatie. Daarbij zoeken wij slimme samenwerkingen op, met partners binnen de stad, zoals de TU Delft, en buiten de stad. Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in oktober 2025 en de daaropvolgende formatieperiode zullen wij hier gebruik van maken. De uitkomsten van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 kunnen voor het nieuwe bestuur aanleiding zijn om de gemeentelijke speerpunten te herijken. Gemeentelijke dienstverlening De komende periode werken we aan de volgende trajecten en ontwikkelingen op het gebied van dienstverlening: Voortzetten vervanging digitale dienstverleningsomgeving De gemeente gaat door met de vervanging van haar digitale dienstverleningsomgeving. Deze omgeving bevat applicaties die bepalend zijn voor de gemeentelijke dienstverlening en overkoepelen alle domeinen. Denk aan de digitale (aanvraag-)formulieren en de ontsluiting van de gegevens in backoffice-applicaties. Kortom, het omvat de hele infrastructuur van de digitale dienstverlening. Dit is een omvangrijk gemeentebreed verandertraject. Er zijn veel afhankelijkheden en wensen waar de gemeente rekening mee moeten houden, zoals toegankelijke en betrouwbare dienstverlening, architectuurprincipes en informatiebeveiliging.
Proactieve dienstverlening De gemeente streeft binnen de wettelijke kaders van informatiebeveiliging en privacy naar proactieve dienstverlening. Dit betekent bijvoorbeeld dat inwoners proactief worden geïnformeerd over diensten en regelingen waar zij recht op hebben, of deze – indien mogelijk – automatisch toegekend krijgen. Bedrijfsvoering Als gevolg van BBV-regelgeving voor overhead is net als vorige jaren een groot deel van de informatie over dit programma opgenomen bij het programma Overhead. Daarnaast verwijzen we voor een nadere invulling van wat we gaan doen naar de paragraaf Bedrijfsvoering.
67
2.3 WAT MAG HET KOSTEN Overzicht baten en lasten Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Baten
2.088
1.441
1.441
1.441
Lasten
11.632
10.371
10.485
10.485
Saldo
-9.544
-8.929
-9.044
-9.044
Overzicht mutaties (bedragen × € 1.000)
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
-9.158
-8.388
-8.375
-8.375
18
19
19
19
Nominale ontwikkeling
-303
-294
-293
-293
Reserves en voorzieningen
-273
-273
-273
-273
Actualisering kapitaallasten
67
12
-
-
105
-5
-122
-122
-9.544
-8.929
-9.044
-9.044
Stad en bestuur Stand Programmabegroting 2025-2028 Meicirculaire 2025
Bestaand beleid - overige mutaties Totaal - Stad en bestuur
Toelichting op de mutaties Nominale ontwikkeling (lasten -/- € 303.000) De nominale ontwikkeling betreft de aanpassing van de budgetten aan het prijspeil voor 2026. Een nadere toelichting is opgenomen in het hoofdstuk Toelichting op financiële positie. Reserves en voorzieningen (lasten -/- € 273.000) Dit betreft een actualisatie van de noodzakelijke storting in de voorziening Wethouders pensioenen. Actualisering kapitaallasten (lasten € 67.000) Op basis van de realisatie in 2024 is het investeringsprogramma geactualiseerd. De mutatie betreft het effect voor de kapitaallasten. Tevens is de stelpost voor de verwachte realisatie van het totale investeringsprogramma geactualiseerd (zie programma Financiën – Stelposten).
68
Overige mutaties (lasten € 105.000) De overige mutaties bestaan voornamelijk uit (personeels-)kosten die (budgetneutraal) worden herverdeeld tussen programma's.
Investeringen
Investeringen
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
Fasering
(bedragen × € 1.000) Stad en bestuur
Cat.
Publieke dienstverlening
BM
141
12
-
70
59
-
-
Meubilair
BM
300
49
51
50
50
50
50
Renovatie/vervanging Raadstafel
BM
150
-
150
-
-
-
-
Toegangscontrolesysteem
BM
Totaal
202 2027 2028 2029 6
410
-
- 410
-
-
-
1.001
61
201 530 109
50
50
Toelichting op de investeringen Publieke dienstverlening (€ 70.000) Aanpassingen van de publiekshal ter verbetering van de publieke dienstverlening. Meubilair (€ 50.000) Voor de benodigde (jaarlijkse) vervanging en aanschaf van meubilair voor de gemeentelijke huisvesting is € 50.000 beschikbaar. Toegangscontrolesysteem (€ 410.000) De vervanging van het toegangscontrolesysteem wordt geherfaseerd naar 2026.
69
3 DUURZAME STAD Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2026
Baten
8.576
Lasten
14.697
Saldo
-6.121
Algemeen Voor het leefbaar houden van de stad zijn alle duurzaamheidsthema’s van groot belang. Wij willen in 2050 klimaatneutraal en klimaatbestendig zijn. Dit geldt voor alle onderdelen die hieronder vallen: de energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en thema’s als water, natuur, biodiversiteit, schone lucht, geluid en bodemkwaliteit. De ambities zijn hoog. We zullen ook deze begrotingsperiode concrete stappen zetten die de eerder ingeslagen koers volgen. Voor de komende jaren liggen alle kansen bij de drie opgaven, in het bijzonder de energietransitie (zie hoofdstuk Focus op drie opgaven). Daarnaast draagt dit programma Duurzame stad bij aan de bestuurlijke accenten 'een gezonde en veilige stad' en, uiteraard, 'een duurzame stad'. Klimaatverandering en de energietransitie leidt tot onzekerheid onder bewoners. Want: kan ik het verduurzamen van mijn huis wel betalen, en welke maatregelen moet ik nemen? Gaat de rekening voor gas en elektriciteit verder omhoog? En zijn we in de toekomst wel verzekerd van genoeg energie? We merken dat we te maken krijgen met hogere temperaturen en heftiger regenbuien. Om de stad leefbaar te houden, moeten we maatregelen nemen. We zetten in de komende jaren concrete stappen om de stad prettig en gezond leefbaar te houden en onze energie en warmte duurzaam en betaalbaar te maken.
Wij vinden het belangrijk dat iedereen mee kan in de verschillende transities waar we voor staan. En wij nodigen Delftenaren uit om ook zelf maatregelen te nemen voor een duurzame toekomst, en waar nodig ondersteunen en stimuleren wij die. Relevante beleidskaders • Klimaatadaptatiestrategie Delft 2019 • Beleidsregel Klimaatadaptie voor nieuwbouw en renovaties • Visie Groen en Biodiversiteit 2024 • Kader Natuur Inclusief bouwen • Strategische Samenwerking Agenda Water • Uitvoeringsprogramma Schone Lucht Akkoord 2021 • Op weg naar een Circulair Delft in 2050 • Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050 • Warmteplan Delft 2021 • Plan van Aanpak Warmte uitvoeringsplannen • Regionale Energie Strategie 1.0 • Stadsanalyse zachte factoren • Isolatieplan Delft 2023 Onder dit programma vallen de volgende onderwerpen: milieubeheer/milieuadvisering, klimaatadaptatie, water, groen, biodiversiteit, geluid, bodem, 70
luchtkwaliteit, natuur- en milieueducatie, circulaire economie, Omgevingsdienst Haaglanden, energietransitie.
71
3.1 WAT WILLEN WE BEREIKEN Overzicht beleidsindicatoren Stand:
Streven: PB 2026
Streven in 2050
CO2-uitstoot in kiloton
-53%
-51%
-100%
% Delftenaren die naar eigen zeggen duurzaam bezig zijn
57%
67%
100%
Duurzame stad
Deze indicatoren in de programmabegroting beslaan één jaar, terwijl de Staat van Delft (https://delft.notubiz.nl/document/14193854/1) een breder perspectief biedt door trends en ontwikkelingen op basis van deze indicatoren te analyseren. De gemeenteraad ontvangt de Staat van Delft eens per twee jaar. Algemeen Wij willen een stad die op termijn klimaatneutraal, circulair, klimaatbestendig, gezond, groen en biodivers is. Dit zijn ambities die langere tijd om aandacht vragen. Klimaatverandering gaan we tegen bij de bron: we beperken de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) zo snel mogelijk. We gaan de gebouwde omgeving energiezuiniger maken. We richten de stad in op extremer weer, langere perioden van droogte en heftiger buien. We vergroenen en versterken de biodiversiteit. We verbeteren de luchtkwaliteit en verminderen geluidsoverlast. We gaan materialen hergebruiken en we gebruiken grondstoffen zo lang als mogelijk. Onze doelen (zie programma Bereikbare stad voor duurzame mobiliteit en duurzaam zoneren):
60% CO2-reductie in 2030 en klimaatneutraal in 2050. 10.000 woningen geïsoleerd van energielabel D, E, F en G naar energielabel A, B of C in 2030. 13 buurten zijn in 2030 gestart met een warmte-uitvoeringsplan. 40% van het geschikte dakoppervlak is in 2030 in gebruik voor zonnepanelen in 2030; dit is 100% in 2050. 100% circulair in 2050. Een klimaatbestendige stad in 2050.
Toelichting op de beleidsindicatoren CO2 -uitstoot in kiloton Dit betreft de totale CO2-emissies in kiloton CO2 per jaar van de sectoren 'verkeer en vervoer', 'zakelijk' en 'particulier'. Dit totaal wordt vergeleken met de CO2-uitstoot in 1990. Bron: klimaatmonitor. De visie van Delft is om klimaatneutraal te zijn in 2050: er wordt dan geen CO2 meer uitgestoten. Landelijk is het tussendoel in 2030 gesteld op 55% reductie ten opzicht van 1990, waarbij beleid zich richt op 60%. De CO2-uitstoot in 1990 was 823 kiloton en in 2022 was dit 439 kiloton, een reductie van 47%. Overigens wordt uitstoot van CO2 gerapporteerd met een jaar vertraging door de complexe achterliggende data. % Delftenaren die naar eigen zeggen duurzaam bezig zijn De Omnibusenquête brengt tweejaarlijks in beeld op welke manieren Delftenaren bezig zijn 72
met duurzaamheid. In 2023 gaf 57% van de inwoners aan ‘vaak’ of ‘altijd’ met de verschillende duurzame elementen bezig te zijn. De ambitie om dit percentage eind 2025 te verhogen, past bij de hoge inzet op verduurzamen. In 2026 zal dus geen monitoring plaatsvinden van deze indicator en houden we het streefcijfer gelijk aan dat van 2025.
73
3.2 WAT GAAN WE ERVOOR DOEN Doelstellingen Klimaatadaptie, groen/natuur en water Klimaatadaptatie, groen, biodiversiteit en water Vanuit de opgaven klimaatadaptatie, groen, biodiversiteit en water richten wij ons op drie sporen: de openbare ruimte, de gebiedsontwikkelingen en privégronden. In de openbare ruimte combineren wij deze opgaven zoveel mogelijk met de beheeropgave van onder andere de rioleringsvervanging en de mobiliteitsagenda. Hiervoor zetten we in op de 'van gevel-tot-gevel-aanpak' en aanpak van 100 plekken (zie Schone en veilige stad) voor het vergroenen van overbodige verharding om meer water te kunnen vasthouden, hittestress tegen te gaan en specifieke maatregelen voor het bevorderen van de flora en fauna en natuurbeleving in de stad. Daarnaast faciliteren en ondersteunen we initiatieven uit de stad om te vergroenen en de biodiversiteit te vergroten zoals dit is opgenomen in de uitvoeringsagenda’s klimaatadaptatie, groen & biodiversiteit en water. Voor de gebiedsontwikkelingen, renovatie en nieuwbouw hanteren we de beleidsregels klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen waardoor nieuwbouwontwikkelingen voldoen aan de huidige richtlijnen voor klimaatadaptief bouwen en biodiversiteit.
Bij het verduurzamen van woningen in de wijken Buitenhof en Voorhof wordt nader uitvoering gegeven aan het Soortmanagementplan (SMP) en wordt een SMP opgesteld voor de wijken Tanthof en Wippolder. Net als in 2025 worden op buurtniveau kansenkaarten natuur opgesteld en geven we invulling aan de Basis Kwaliteit Natuur (BKN). Monitoring van BKN wordt in lijn met landelijke aanpak uitgewerkt. Het vasthouden van water en het vergroenen van bedrijfs- en particuliere terreinen en gebouwen bij de privé-eigendommen vraagt om extra aandacht. Om mensen te verleiden en te helpen bij het klimaatadaptief, groen en biodivers maken van hun tuinen zetten we de samenwerking met onder meer de Klimaatmaat van duurzaamheidscentrum De Papaver voort. Ook blijft inzet met andere partijen op het gebied van onder meer vergroenen van buurten en moestuinen waarbij een koppeling wordt gelegd met subsidiemogelijkheden voor onder meer bijen- of andere natuurprojecten. Daarnaast ondersteunen we de vergroening van bedrijven op Schieoevers (Innovatiedistrict Delft) vanuit Werklandschappen van de toekomst. Dit alles draagt bij aan een toekomstbestendige stad voor mens, plant en dier. Met het Hoogheemraadschap van Delfland werken we samen aan de uitvoeringsagenda bij de in 2023 overeengekomen Strategische Samenwerking Agenda Water.
Hierin werken we onder meer aan het beperken van overlast door zware regenbuien, het vasthouden van water in drogere perioden, efficiënte beheerafspraken, verbetering van de waterkwaliteit door onder meer ecologisch baggeren en natuurlijk het zwemwater in de Grote Plas van de Delftse Hout. Samen met het Hoogheemraadschap onderzoeken we de effectiviteit op langere termijn van de kantelkeringen in het oostelijk deel van de binnenstad van Delft. We onderzoeken welke vervolgstappen nodig zijn voor de mogelijke vervanging van het systeem. De blauwalgproblematiek in de Grote Plas blijft een zorg doordat de zomers steeds warmer en droger worden. We blijven inzetten op het toepassen van verbeteringen en blijven nieuwe maatregelen onderzoeken. 74
Delftse Hout / Buytenhout / Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland Voor de doorontwikkeling van het regiopark Buytenhout willen we, samen met de gemeenten Zoetermeer en Pijnacker-Nootdorp en Staatsbosbeheer, Buytenhout als geheel nog beter op de kaart zetten. De gebieden in Buytenhout worden nog beter op de kaart gezet door het versterken van de identiteit en bekendheid ervan via social media. Daarnaast wordt gezamenlijk een monitoringssystematiek opgezet voor biodiversiteit. Voor de entree van de Delftse Hout bij de Korftlaan wordt een verkenning uitgevoerd waarvoor middelen zijn gereserveerd. Binnen het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland nemen we actief deel aan de Landschapstafel. We werken mee aan het gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarbij we invulling geven aan de hoofddoelstelling voor het versterken van het gebied als groenblauwe oase met natuur, landbouw en recreatie. We werken plannen uit voor het versterken van de toegangsroutes naar Midden-Delfland en het implementeren van de recreatievisie die is opgesteld. Ook onderzoeken we de mogelijkheden voor een goede inpassing van viersporigheid tussen Delft en Schiedam, als onderdeel van de MIRT-verkenning (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) Oude Lijn, al dan niet in NOVEXverband.
Het beheer van de natuur- en recreatiegebieden Midden-Delfland is belegd in de Coöperatief Beheer Groengebieden Midden-Delfland (CBG), in samenwerking met Staatsbosbeheer. Dit jaar wordt de samenwerking binnen de CBG en SBB geëvalueerd. Vanuit het Groenfonds – een compensatiefonds vanuit ruimtelijke ontwikkelingen in Delft, Midden-Delfland, Den Haag en Maassluis – wordt de lijn vanuit twee sporen gehandhaafd. Spoor 1 gaat over vergoedingen voor groenblauwe diensten. Spoor 2 betreft de relatie stad-land; hier wordt nader invulling aan gegeven door in te zetten op het versterken van het leefgebied voor bijen. NME, Participatie en groene samenwerking We zetten de samenwerking voort tussen gemeente en de natuur- en milieuverenigingen (onder andere via platform Groen). Met deze verenigingen vindt periodiek overleg plaats over onder andere beheer, inrichting, wensen en ontwikkelingen inclusief monitoring. Duurzaamheidscentrum De Papaver voert voor ons de activiteiten voor natuur- en milieueducatie uit. Ook voert de Papaver de Klimaatmaat uit, een initiatief dat bewoners helpt hun buitenruimte klimaatbestendig en groener te maken. Wij ondersteunen de Papaver de komende tijd bij het onderzoek naar hun toekomstplannen (zie programma Samenleving, onderwijs en cultuur). De Papaver zal starten met de renovatie en vergroting van de gebruiksmogelijkheden van het gebouw aan de Korftlaan.
Aangezien De Papaver een non-profit organisatie is en de inkomsten te beperkt zijn om de beoogde renovatie te bekostigen, is de renovatie alleen mogelijk met financiële steun vanuit derden, waaronder de gemeente en sponsoren. De Papaver wil de beoogde renovatie in twee fasen uitvoeren. In de eerste fase worden de meest noodzakelijke werkzaamheden en daaraan gekoppelde duurzaamheidsmaatregelen uitgevoerd en worden de gebruiksmogelijkheden vergroot wat een positief effect moet hebben op de maatschappelijke meerwaarde en de jaarlijkse exploitatie. De totale kosten van de renovatie fase 1 zijn begroot op € 682.000 waarvan de gemeentelijke bijdrage € 350.000 is.
75
Door de uitvoering van de renovatie wordt de toekomstbestendigheid van De Papaver beter gewaarborgd. Het aantal groene, educatieve activiteiten voor kinderen kan groeien evenals de mogelijkheden om bewoners te adviseren over vergroenen, omdat het beter gecombineerd kan worden met de verhuuractiviteiten. Daardoor verbetert ook de exploitatie. De Papaver kan daardoor bewoners (laagdrempelig) inspireren en concreet aanzetten tot duurzame keuzes en handelen vanuit een eigentijds en duurzaam gebouw. Geluid, luchtkwaliteit en bodem Geluid In 2026 gaat de gemeente door met de aanpak van geluidknelpuntlocaties bij de bestaande bebouwing. Ook is er beleid over hoe wij omgaan met geluid bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en inventariseren we waar er stille plekken zijn in de stad. Daarnaast treffen we voorbereidingen om de Basis Geluid Emissie in kaart te brengen. Dit is een nieuw wettelijk instrument voor het beheersen van geluid. Luchtkwaliteit De GGD heeft een regionale aanpak luchtkwaliteit opgesteld. Daar willen we uitvoering aan geven, samen met de maatregelen uit het uitvoeringsprogramma van het Schone Lucht Akkoord. In hoeverre dat mogelijk is, hangt af van het type maatregelen (die grotendeels eind 2025 bekend zullen zijn) en de financiële haalbaarheid. In samenwerking met de Luchtwachters Delft is een meetnet luchtkwaliteit opgezet. Dit heeft een doorlooptijd tot 2027.
Samen met de Luchtwachters Delft zijn er bijeenkomsten met de deelnemers (veelal inwoners) om de meetgegevens te bespreken. Net als voorgaande jaren wordt ook in 2026 de luchtkwaliteit in Delft gemonitord. Bodem In 2026 blijft één van de belangrijkste opgaven dat we zorgen voor een passende bodemkwaliteit bij alle gebiedsontwikkelingen in Delft. Daarnaast gaan we verder met het verbeteren van het bodeminformatiesysteem in aanloop naar het aanleveren van het bodemarchief naar de Basis Registratie Ondergrond. Verder wordt invulling gegeven aan het lokale bodembeleid door het implementeren van lokale bodemregels in het Omgevingsplan. Ook besteden we in 2026 aandacht aan het in kaart brengen van verontreiniging met lood in de bodem, zodat vervolgens met een gerichte aanpak de blootstelling aan lood in de grond zoveel mogelijk beperkt kan worden. Circulaire economie In 2024 zijn we gestart met de uitvoeringsagenda circulaire economie, die we jaarlijks actualiseren. De komende jaren gaan we verder op de ingeslagen weg. Met de koplopers (onder meer ondernemers, kennisinstellingen, bouwende partijen en inwoners) uit de stad starten we initiatieven die bijdragen aan het versnellen van de transitie naar een circulaire economie in Delft. Succesvolle initiatieven zetten we voort.
Initiatieven zijn gericht op het verminderen van het gebruik van grondstoffen, het sluiten van kringlopen, vergroten van de aandacht voor circulaire initiatieven, kennisontwikkeling en het opbouwen van een netwerk in Delft. We kijken bij de uitvoeringsagenda nadrukkelijk naar de kansen die er liggen binnen de drie grote opgaven van Delft: Delft-West, Innovatiedistrict Delft en de energietransitie. Samen met Avalex en stichting Stunt en andere partners bouwen we het circulair ambachtsnetwerk verder uit. Eén van de belangrijkste doelen hiervan is meer grof 76
huishoudelijk afval in Delft een waardevolle bestemming te geven (zie ook schone stad, project Waardevol grofvuil). Er zijn tot en met 2027 middelen beschikbaar voor de activiteiten voor circulaire economie. Energietransitie Delft pakt een actieve voortrekkersrol in de energietransitie. In het hoofdstuk Focus op drie opgaven staan de transitiepaden toegelicht. De strategische richting is vastgesteld in de Regionale Energie Strategie 1.0, Warmteplan Delft, Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050 en Energie Strategie Delft. Onderdeel van de opgave energietransitie is het programma met drie werkstromen, ondersteund door programmamanagement. Werkstroom 1. Stadsbreed in beweging Samen met inwoners, bedrijven en woningcorporaties werken we aan verduurzaming. Draagvlak voor de energietransitie is essentieel en begint met informeren. De campagne ‘Delft Doet Duurzaam’ is in 2024 gelanceerd en wordt continu verder uitgebouwd, offline en online. De Delftse Klimaatweek was bij de start in 2024 een succes, en wordt daarom ook de komende jaren doorgezet en doorontwikkeld. Zo werken we aan onze doelstelling dat meer Delftenaren naar eigen zeggen duurzaam bezig zijn. Een groot deel van het instrumentarium uit het Isolatieplan is inmiddels ontwikkeld. Subsidies zijn beschikbaar, en energieambassadeurs en het energieloket creëren een laagdrempelige toegang tot de aanwezige ondersteuning.
In 2026 zal nog meer dan voorheen de nadruk liggen op het succesvol onder de aandacht brengen van deze maatregelen. De VvEstrategie is hier een onderdeel van en richt zich specifiek op de circa 1.600 Delftse Verenigingen van Eigenaren (VvE's). In 2026 en verder zullen steeds meer woningeigenaren kunnen profiteren van de rijksbijdragen uit het Volkshuisvestingsfonds, die zijn omgezet in lokale subsidieregelingen. Door uitbreiding van het gebied dat onder de werking van een Soorten Management Plan valt, kunnen isolatiemaatregelen op een duurzame manier worden genomen. Ook het gebruik van biobased materialen wordt gestimuleerd, via de subsidieregeling. Om de doelstelling van circa 9.500 woningen aardgasvrij te behalen, wordt niet alleen gewerkt aan het warmtenet waarmee woningen duurzaam kunnen worden verwarmd, maar ook aan het stimuleren van duurzaam kraanwater en duurzaam koken. Conform het Plan van Aanpak voor energiearmoede (2024-2027) ligt de nadruk bij de bestrijding van energiearmoede bij de huurders van woningcorporaties. Daarbij wordt niet alleen met de huurders en de woningcorporaties samengewerkt, maar ook met energiecoöperatie 015 Duurzaam015Duurzaam. Tot 2027 zullen de energiehulpen van 015Duurzaam actief zijn. In 2024 is de Aanpak energiearmoede vastgesteld. Via 6 instrumenten werken we hard om energiearmoede en de gevolgen terug te dringen.
Omdat de groep ‘sociale huur’ verreweg de grootste doelgroep vormt, zetten we met de aanpak vooral in op huurders van sociale huurwoningen. Ook zetten we in op het verbeteren van de energetische kwaliteit van woningen. De instrumenten die we hiervoor inzetten, zijn een Convenant met subsidieregeling voor woningcorporaties, ondersteuning van VvE’s, energiehulpen van 015Duurzaam, een witgoedregeling en het studentenproject Holy Folie. 77
De witgoedregeling ligt nu stil inzake de kwestie rond het faillissement van Groupcard. De financiële consequenties die hier uit volgen zijn nog niet inzichtelijk voor de begroting van 2026. In december 2024 kondigde TenneT netcongestie aan voor vrijwel geheel Zuid-Holland. Naar verwachting duurt deze situatie tot circa 2035. Door naar alternatieven te helpen zoeken voor grootverbruiksaansluitingen, neemt Delft regie op het probleem dat hierdoor is ontstaan en ontstaan er kansen om projecten toch eerder te realiseren. In dat kader blijft de gemeente de ontwikkeling van Energy Hubs stimuleren.
Werkstroom 2: Techniek Door de overgang naar duurzame warmte en duurzame elektriciteit zijn aanpassingen in de infrastructuur nodig. De gemeente faciliteert deze projecten en is de verlener van de benodigde vergunningen. Zo gaat NetVerder de komende jaren verder met de daadwerkelijke aanleg van het warmtenet, terwijl Geothermie Delft B.V. de bovengrondse infrastructuur realiseert voor de geothermiebron op het terrein van TU Delft. Daarnaast bereidt de gemeente, samen met de partners, zich voor op fase 2 van het warmtenet, waarin de gemeente de regierol heeft. Dit vraagt om het ontwerpen en nemen van voor de gemeente nieuwe besluiten, zoals het vaststellen van een warmtekavel, het goedkeuren van een kavelplan en het formeel aanwijzen van het warmtebedrijf. Na de verkiezingen van maart 2026 zal de gemeenteraad een besluit nemen over de vraag of de gemeente in het warmtebedrijf wil deelnemen. Om het elektriciteitsnet gereed te maken voor de energietransitie vervangt Stedin het hoogspanningsstation in Tanthof. Daarnaast start Stedin met de voorbereidingen voor de verzwaring van de transformatorstations lager in het netwerk. Door het elektriciteitssysteem in een digitale versie te modelleren (digital twin), kan de gemeente in beeld krijgen welke interventies nuttig zijn om het systeem te versterken en daar het beleid op te formuleren, bijvoorbeeld op het gebied van batterijen.
Werkstroom 3: Warmte-uitvoeringsplannen De overgang naar aardgasvrije warmte verloopt in Nederland met behulp van warmteuitvoeringsplannen. Daarbij stelt een buurt het eigen warmte-uitvoeringsplan op in een participatieproces onder regie van de gemeente. In de warmte-uitvoeringsplannen wordt de samenhang met andere belangrijke uitdagingen in (kwetsbare) wijken zoveel mogelijk geborgd. Daarnaast komen de koppelkansen op tafel met de andere duurzame thema’s: klimaatadaptatie, groen/natuur en water en circulaire economie. Het eerste warmteuitvoeringsplan in de Multatulibuurt is in 2025 vastgesteld. De volgende warmteuitvoeringsplannen worden in Voorhof en Buitenhof opgesteld, te beginnen in de Roland Holstbuurt, de Aart van der Leeuwbuurt en de Pijperring. Dit hangt samen met het feit dat de tweede fase van het warmtenet (10.000 woningen van vooral particuliere eigenaren) in Voorhof en Buitenhof zijn beslag zal krijgen. Voor het succes van de warmteuitvoeringsplannen zijn de plannen van het warmtebedrijf en hun aanbod aan de inwoners van groot belang. Bij de ontwikkeling van de warmte-uitvoeringsplannen wordt dan ook nauw samengewerkt met NetVerder en andere partners. 78
Mobiliteitstransitie Ook de mobiliteitstransitie draagt bij aan een duurzame stad. Denk hierbij aan het terugdringen van het autogebruik, de zero-emissiezone, deelmobiliteit mogelijk maken, het bevorderen van het fietsgebruik en de voetganger op één. Met de uitvoering van de projecten uit het mobiliteitsprogramma en de adaptieve mobiliteitsagenda werken we niet alleen aan de mobiliteitstransitie (vanuit het accent 'ruimte voor wonen'), maar komen we ook stap voor stap dichter bij een duurzame stad. Zie de complete toelichting over mobiliteit in het programma Bereikbare stad.
79
3.3 WAT MAG HET KOSTEN Overzicht van baten en lasten Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Baten
8.576
6.384
6.165
4.536
Lasten
14.697
11.907
11.492
9.149
Saldo
-6.121
-5.523
-5.326
-4.613
Overzicht mutaties (bedragen × € 1.000)
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Stand Programmabegroting 2025-2028
-8.774
-4.302
-4.169
-3.853
Najaarsrapportage 2024
-1.067
-100
-
-
Kadernota 2026
-177
-243
-
-
Nominale ontwikkeling
-180
-173
-173
-175
Reserves en voorzieningen
3.952
-793
-1.028
-628
Actualisering kapitaallasten
64
28
1
-
61
25
8
8
-
35
35
35
-6.121
-5.523
-5.326
-4.613
Duurzame stad
Bestaand beleid - overige mutaties - renovatie De Papaver
Totaal - Duurzame stad
Toelichting op de mutaties Najaarsrapportage 2024 (lasten -/- € 1.067.000) In de Najaarsrapportage 2024 zijn middelen opgenomen voor herfasering Volkshuisvestingsfonds van 2025 naar 2026. Kadernota 2026 (lasten -/- € 177.000) In de kadernota zijn voorstellen opgenomen voor de energietransitie, groen en biodiversiteit, initiatiefvoorstel groene linten en vergroenen achter de gevel (12e begrotingswijziging 2025). Nominale ontwikkeling (lasten -/- € 180.000) De nominale ontwikkeling betreft de aanpassing van de budgetten aan het prijspeil voor 2026. Een nadere toelichting is opgenomen in het hoofdstuk Toelichting op financiële positie. 80
Reserves en voorzieningen (lasten € 3.952.000) Tijdens de opbouw van de Programmabegroting 2026-2029 zijn de bestedingen en het verloop van de reserves en voorzieningen geactualiseerd. Hieruit zijn een aantal aanpassingen naar voren gekomen. De aanpassingen van stortingen in en onttrekkingen aan de reserves leiden tot dezelfde aanpassingen van de lasten in de exploitatie waardoor deze actualisatie budgetneutraal is (zie ook programma Financiën). Actualisering kapitaallasten (lasten € 64.000) Op basis van de realisatie in 2024 is het investeringsprogramma geactualiseerd. De mutatie betreft het effect voor de kapitaallasten. Tevens is de stelpost voor de verwachte realisatie van het totale investeringsprogramma geactualiseerd (zie programma Financiën Stelposten). Overige mutaties (lasten € 61.000) De overige mutaties bestaan voornamelijk uit (personeels-)kosten die (budgetneutraal) worden herverdeeld tussen programma's. Renovatie De Papaver (lasten € 35.000, vanaf 2027) Om het gebouw waarin De Papaver is gevestigd in goede staat te houden is een renovatie noodzakelijk. Aangezien De Papaver een non-profit organisatie is en de inkomsten te beperkt zijn om de beoogde renovatie te bekostigen, is de renovatie alleen mogelijk met financiële steun vanuit derden, waaronder de gemeente en sponsoren.
De gemeentelijke bijdrage in de renovatie bedraagt € 350.0000 en leidt tot jaarlijkse extra kapitaallasten van € 35.000 vanaf 2027. Overzicht investeringen Investeringen
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
Fasering
(bedragen × € 1.000) Duurzame stad
Cat.
Energietransitie Vleermuizentoren
Plan
Idem (bijdragen derden) Renovatie St.Papaver
2026 2027 2028 2029 71
-
71
Plan
-11
-
-11
Plan
350
Verduurzaming vastgoedportefeuille
Plan
2.815
1.104
644
517 550
-
-
Waterplan / klimaatadaptatie
Plan
1.385
403
172
270 270 270
-
4.610
1.507
876 1.137 820 270
-
Totaal
350
Toelichting op de investeringen Renovatie St.Papaver (€ 350.000) Al langer heeft De Papaver de wens en is er de noodzaak om het gebouw te renoveren. Aangezien De Papaver een non-profit organisatie is en de inkomsten te beperkt zijn om de beoogde renovatie te bekostigen, is de renovatie alleen mogelijk met financiële steun vanuit derden, waaronder de gemeente en sponsoren. Stapsgewijze verduurzaming vastgoedportefeuille (€ 517.000) Voor de verduurzaming van de vastgoedportefeuille is een routekaart opgesteld. De routekaart is afgeleid van de visie 'Delft Energieneutraal 2050' en geeft weer hoe we onze vastgoedportefeuille in fases willen verduurzamen. 81
Waterplan / Klimaatadaptatie (€ 270.000) Voor aanvullende klimaatadaptieve maatregelen van projecten te financieren, waardoor wateroverlast in de toekomst wordt voorkomen, is in 2026 € 270.000 beschikbaar. Deze werkzaamheden combineren we zoveel mogelijk met onderhoudswerkzaamheden aan bestrating en/of riolering. Het gaat zowel om maatregelen voor het versnellen van afvoer van water in 'natte' gebieden als het (vertraagd) opnemen en vasthouden van water in 'droge' gebieden.
82
4 BEREIKBARE STAD Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2026
Baten
7.613
Lasten
12.379
Saldo
-4.766
Algemeen Delft wil komende jaren groeien in aantal inwoners en arbeidsplaatsen. Deze groei leidt tot meer mobiliteit en extra druk op de beschikbare ruimte. Om een gezonde doorgroei van de stad mogelijk te maken met een goede bereikbaarheid, is een nieuwe balans nodig tussen de toenemende vraag naar mobiliteit en de schaarse openbare ruimte in de stad. We zetten daarom in op de mobiliteitstransitie. Door meer in te zetten op actieve mobiliteit, zoals lopen en fietsen, en openbaar vervoer kunnen we de bestaande openbare ruimte beter benutten. Daarnaast zetten we in op het verschonen van mobiliteit. Zo dragen we bij aan de opgaven Innovatiedistrict Delft, Delft-West en de Energietransitie en de bestuurlijke accenten ‘een duurzame stad’, ‘ruimte voor wonen’, en ‘een gezonde en veilige stad’. Relevante beleidskaders
Mobiliteitsprogramma Delft 2040 Adaptieve Mobiliteitsagenda 2040 - update 2023 Beleidsregels Parkeernormen Delft
Beleidsregels Parkeervisie Schieoevers Noord Mobiliteitsvisie Schieoevers Noord Handelingsperspectief fietsparkeren Parkeerverordening Delft Uitvoeringsbesluit Parkeren Delft Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Privacyreglement en bewaartermijnen digitaal kentekenparkeren Regeling Parkeergarages Beleidsregels ontheffingverlening autoluwplus Beleidsregels ontheffingverlening milieuzone Delft Beleidsregels ontheffingen RVV Nota en beleidsregels autodelen Uitvoeringsbesluit Deeltweewielers 2022 Beleidsaanpak deeltweewielers in Delft
Onder dit programma vallen deze onderwerpen: verkeer en vervoer (verkeersvoorzieningen/verkeer), parkeren, fietsparkeren, fietsenstallingen, openbaar vervoer.
83
4.1 WAT WILLEN WE BEREIKEN Overzicht beleidsindicatoren
Bereikbare stad
Stand:
Streven: PB 2030
Streven: PB 2026
Bereikbaarheid: klantwaardering
7,5
7,9
8,5
Fietsen en lopen: klantwaardering
8,4
8,6
9,0
% Auto: aandeel verplaatsingen
19%
Minder auto <18%
Minder auto
% Fiets: aandeel verplaatsingen
46%
Meer fietsen >42%
Meer fietsen
% Lopen: aandeel verplaatsingen
27%
Meer lopen >33%
Meer lopen
% OV: aandeel verplaatsingen
3%
Meer OV >1%
Meer OV
Deze indicatoren in de programmabegroting beslaan één jaar, terwijl de Staat van Delft (https://delft.notubiz.nl/document/14193854/1) een breder perspectief biedt door trends en ontwikkelingen op basis van deze indicatoren te analyseren. De gemeenteraad ontvangt de Staat van Delft eens per twee jaar. Algemeen Mobiliteitstransitie We dragen bij aan een duurzame en veilige, bereikbare stad die verder groeit en zetten daarvoor verdere stappen in de mobiliteitstransitie. We doen dit onder andere door te zorgen voor een aantrekkelijke en verkeersveilige inrichting die uitnodigt om meer te lopen en te fietsen en minder de auto te gebruiken. Verduurzaming Vanuit de bereikbare stad dragen we bij aan de leefbaarheid door in te zetten op ruimteefficiënt en schoner vervoer. We maken zo ruimte vrij voor een andere invulling, zoals vergroening, spelen en ontmoeten en we verlagen de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) en stikstofoxiden (NOx). Netwerk en voorzieningen We vergroten de bereikbaarheid van onder andere Delft-West en het Innovatiedistrict Delft. Dit doen we door het realiseren van veilige en comfortabele fietsroutes die de wijken Buitenhof en Voorhof verbinden met andere delen van Delft en door voor- en natransport dat naadloos aansluit op de dienstregeling van tramlijn 19 naar de campus. Meer ruimte geven aan langzaam verkeer kan niet zonder goede stallingsvoorzieningen.
We zetten daarom ook in op het realiseren van voldoende stallingen. 84
Toelichting op de beleidsindicatoren Bereikbaarheid: klantwaardering over alle vervoersmiddelen Rapportcijfer van Delftenaren over de algemene bereikbaarheid in Delft. Bron: Omnibusenquête. Fietsen en lopen: klantwaardering Rapportcijfer van Delftenaren over specifiek de bereikbaarheid van fietsen en lopen in Delft. Bron: Omnibusenquête. Als input van deze indicator gebruiken we de tweejaarlijkse Omnibusenquête. Aandeel verplaatsingen Verplaatsingen van Delftenaren binnen Delft naar vervoersmiddel. Delftenaren geven het aandeel verplaatsingen weer van: auto (passagier), motor (passagier), brom/snorfiets, openbaar vervoer, fiets of lopen. Daarbij is de mogelijkheid een alternatief vervoermiddel aan te geven in de categorie 'anders'. Bron: Delft Internet Panel.
85
4.2 WAT GAAN WE ERVOOR DOEN Doelstellingen Mobiliteit Mobiliteitstransitie De verdere stappen die we zetten in de mobiliteitstransitie, doen we op basis van de kaders die zijn vastgelegd in het Mobiliteitsprogramma Delft 2040. Daarbij leggen we het accent op de drie opgaven: Delft-West, Innovatiedistrict Delft en energietransitie. Verduurzaming Delft is een compacte stad. De groei vindt plaats door inbreiding. De stad moet echter wel leefbaar blijven en daar is ruimte voor nodig. Vanuit mobiliteit willen we ruimte geven aan de stad door in te zetten op vervoerwijzen die minder ruimte nodig hebben. In ons mobiliteitssysteem staat daarom de voetganger op de eerste plaats. Dit is de schoonste vorm van vervoer en neemt de minste ruimte in. Daarnaast stimuleren we het gebruik van de (deel)fiets en het openbaar vervoer. Het gebruik van de (deel)auto blijft mogelijk, maar krijgt vaker te maken met een lagere prioriteit in het verkeerssysteem. Bij werkzaamheden benutten we kansen om het aantal parkeerplaatsen te verminderen. Netwerk en voorzieningen Bij het realiseren van de nieuwe verbindingen werken we onder andere met omliggende gemeenten en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) aan de Metropolitane Fietsroute Delft-Rotterdam Alexander. Zo verbinden we het Innovatiedistrict Delft met de regio.
We werken de verschillende tracédelen verder uit, waaronder de Gelatinebrug en de Ecofietsbrug over de A13, en maken we een start met de realisatie van het tracédeel op de campus van de TU Delft en langs de Schieweg. Daarnaast werken we met de MRDH en gemeenten Midden-Delfland en Westland de Metropolitane Fietsroute Delft-Naaldwijk verder uit. Voor een betere verbinding van de wijken Buitenhof en Voorhof met de andere delen van Delft zetten we met name in op een verbetering van oost-westverbindingen. We passen hiervoor bestaande infrastructuur aan en realiseren nieuwe verbindingen.
Maatregelen Mobiliteit In de uitwerking van bovengenoemde doelstellingen zijn maatregelen per aandachtsgebied gegroepeerd. Binnen elk aandachtsgebied worden verschillende maatregelen getroffen die allemaal hun bijdrage leveren aan verschillende doelstellingen. Daarom wordt niet per specifieke doelstelling maatregelen vermeld. Het geheel aan maatregelen biedt een antwoord op de combinatie van doelstellingen. Voetganger op één De voetganger staat in ons mobiliteitssysteem op de eerste plaats. Het voetgangersnetwerk is verder uitgewerkt in de Visie Voetganger op 1. Dit vormt de basis voor het uitwerken van maatregelen om het lopen aantrekkelijker te maken. Voor een deel gebeurt dit binnen 86
bestaande projecten, zoals Ruimte in de Binnenstad en de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid Campus. Daarnaast zijn aanvullend enkele routes opgenomen in de Adaptieve Mobiliteitsagenda 2026-2028. Ruimte in de binnenstad De openbare ruimte in de binnenstad krijgt een kwaliteitsimpuls. De eerste stap voor de uitbreiding van het autoluw-plusgebied is gezet, zodat parkeerplaatsen op straat kunnen worden verwijderd. We richten de vrijkomende ruimte anders in met onder andere groen, verblijfsruimte en verbetering van fietsparkeren. De bewoners en ondernemers worden direct betrokken bij het maken van de inrichtingsplannen. Per 1 januari 2026 zijn de toegangsregels voor de binnenstad aangescherpt. Zowel voor het (uitgebreide) autoluw-plusgebied als voor de logistieke zone. We houden vinger aan de pols van de effecten en passen aan als dit noodzakelijk is. Fietsparkeren Voor verplaatsingen binnen Delft is fietsen een belangrijke vervoerswijze. Het succes van de fiets brengt met zich mee dat er meer aandacht moet komen voor de gestalde fiets. Op basis van het Handelingsperspectief Fietsparkeren en de Uitvoeringsagenda Fietsparkeren willen we in 2026 een winkelpand omzetten naar een inpandige fietsenstalling. Of dit lukt is onder meer afhankelijk van de beschikbaarheid van een locatie op één van de aanrijroutes naar de binnenstad.
De maatregelen uit de Uitvoeringsagenda Fietsparkeren lopen parallel aan het project Ruimte in de Binnenstad. Daarnaast voeren we een globale verkenning uit naar de mogelijkheid voor een grootschalige inpandige stallingsruimte in de binnenstad. Met NS en ProRail werken we aan beheersbare, veilige en toekomstbestendige stallingen die efficiënt benut worden. De inzet is om de fietsenstallingen en de openbare ruimte rond het station zo goed mogelijk te laten functioneren en de aantrekkelijkheid voor fietsers te verhogen (zo veel en zo vaak mogelijk open). Financiën en veiligheid zijn daarbij belangrijke aspecten. We kijken hierbij of het 24/7 gratis stallen toekomstbestendig is. Duurzame Mobiliteit Bij het verduurzamen van mobiliteit werken we langs de lijnen van de 'trias mobilica': het Verminderen, Veranderen en Verschonen van mobiliteit. Het verminderen van mobiliteit vindt zijn uitwerking in de stedelijke planning en gebiedsontwikkelingen, door bijvoorbeeld het mengen van functies. In het programma Bereikbare Stad richten we ons op het veranderen en het verschonen van mobiliteit. Dit doen we in samenhang met het Schone Lucht Akkoord en het Programma Duurzame Mobiliteit van de MRDH. We leveren hiermee een belangrijke bijdrage aan de opgave energietransitie en het bestuurlijke accent 'duurzame stad'.
Veranderen van mobiliteit De basis voor het veranderen van mobiliteit ligt in het Mobiliteitsprogramma Delft 2040. Door prioriteit te geven aan het verbeteren van het voetgangers- en fietsnetwerk en in te zetten op een beter openbaar vervoer stimuleren we het gebruik van schone en actieve vormen van verplaatsen. Projecten waarmee we dit bereiken zijn opgenomen in de Adaptieve Mobiliteitsagenda. Verschonen van mobiliteit Bij het verschonen van mobiliteit werken we vooral aan het stimuleren van deelmobiliteit en het gebruik van elektrische auto's. 87
Deelmobiliteit Deelmobiliteit draagt bij aan de duurzame stad. Deelvoertuigen worden efficiënter gebruikt en door het delen van vervoermiddelen is minder parkeer- en stallingsruimte nodig. In 2025 is het beleid op hubs vastgesteld. Dit beleid werken we in 2026 verder uit. Voor een deel doen we dat via de Adaptieve MobiliteitsAgenda (AMA) in concrete initiatieven in de bestaande wijken en bij OV-haltes. En voor een deel sluiten we aan op de parkeer- en stallingsbehoefte in gebiedsontwikkelingen. Daarnaast kan deelmobiliteit een belangrijke rol vervullen bij regionale verplaatsingen. Met gemeenten in de regio Haaglanden onderzoeken we afstemming van beleid om de potentie van deelmobiliteit voor regionale verplaatsingen optimaal te benutten. Daarnaast is Delft partner van het landelijk programma Natuurlijk!Deelmobiliteit. Duurzaam zoneren Sinds 1 januari 2025 is de binnenstad een nul-emissiezone voor bestelwagens en vrachtwagens. Tussen nu en 1 januari 2030 geldt een overgangsperiode, na 1 januari 2030 dient alle logistiek in de binnenstad daadwerkelijk uitstootvrij te zijn. Het beleid rondom de nul-emissiezone is landelijk beleid: het convenant Uitvoeringsagenda Zero-Emissiezones. We werken samen met andere gemeentes, belangenpartijen en het ministerie van I&W aan het operationaliseren van deze uitvoeringsagenda.
Ook wordt nagedacht over het toekomstig beleid met betrekking tot uitstootvrije mobiliteit. Openbaar vervoer (OV) Met de start van het collegejaar 2026/2027 wordt de dienstregeling van tramlijn 19 uitgebreid naar de campus van de TU Delft. Aanvullend zijn afspraken gemaakt over de avond- en weekendbediening van de campus door buslijn 69 van EBS. In de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid TU Campus zijn afspraken gemaakt met de TU Delft en de MRDH over de monitoring van de tram en het voor- en natransport tussen station Delft Campus en de eindhalte van tramlijn 19 enerzijds en de bestemmingen op de campus anderzijds. Samen met Rijk en regio verkennen we de mogelijkheden en maatregelen voor een schaalsprong op de "Oude Lijn". De MIRT-verkenning is begin 2026 gereed. Het samenspel tussen de verstedelijkingsopgave, het verbeteren van de bereikbaarheid en het versterken van de landschappelijke kwaliteit is hierbij van belang. We werken onder andere samen met de Verstedelijkingsalliantie, de NOVEX Zuidelijke Randstad en het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Parkeren De ruimte in Delft is schaars en veel van deze ruimte wordt ingenomen door geparkeerde auto's. Met lage parkeernormen en de inzet op lopen, fietsen en deelmobiliteit willen we het ruimtebeslag door geparkeerde auto's verminderen.
Bij het uitvoeren van groot onderhoud of herinrichtingsprojecten onderzoeken we, samen met bewoners, de mogelijkheden om parkeerplaatsen op te heffen en zo ruimte te geven voor een kwalitatieve invulling, zoals vergroening, speelruimte of klimaatadaptieve maatregelen. In gebieden rondom het huidige gereguleerde gebied waar de parkeerdruk te hoog is, voeren we parkeerregulering in. Daarnaast zijn er gebieden waarvan we voorzien dat de parkeerdruk hoog gaat worden als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. Ook daar kunnen we voorbereidingen treffen om regulering proactief in te voeren. Dat zorgt voor voldoende 88