Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Het budget voor de energietransitie wordt grotendeels gedekt uit de specifieke uitkering CDOKE. In 2026 is dit € 4,3 miljoen.
25
bedragen x € 1.000 2025
2026
2027 2028 2029
Energietransitie - uitvoeringskosten (SPUK CDOKE)
3.801
4.269
3.866 3.488 3.453
Warmtenet (incl. Subsidie NetVerder en uitvoeringskosten)
3.027
Futureproof Warmtepompcentrale
4.000
Exploitatie
Kostenverhaal
170
Aanpak energiearmoede (SPUK)
990
900
120
863
883
400
Advies en begeleiding bij isolatiemaatregelen bij VvE's
220
110
Inzet reserve Beleid en uitvoering - Isolatieplan (Subsidies)
100
100
100
98
98
Aanpak energiearmoede (bijdrage gemeentefonds)
500 131
Lokale aanpak Isoleren (SPUK)
Inzet reserve Beleid en uitvoering - Warmte uitvoeringsplannen
445
445
p.m.
Inzet reserve Beleid en uitvoering - Klimaatmaat
98
98
12.949
6.470
-98
5.324 4.131 3.801
Uitgaven Raming bedragen x € 1.000 Verloop € 15 miljoen en middelen Fonds Delft 2040
Saldo
Beschikbaar
2024
2025
2026 2027 2028 2029
Reserve Beleid en uitvoering - Isolatieplan (cofinanciering aanvragen VHF)
5.500
1.550
-1.407
-717
-526
Reserve Beleid en uitvoering - Isolatieplan
2.000
-100
-100
-100
Reserve Beleid en uitvoering - Warmtenet
2.000
-500
-500
-500 -500
Reserve Energie in de wijken - Warmte uitvoeringsplannen
5.500
-98
-98
-98
ultimo 2029
Energie in de wijken
-98
-98
-853 -211
3.336 1.700
-98
Overig
0 4.915 0
Reserve Stad - Futureproof open warmtenet
3.784
-3.027
Reserve Stad - Futureproof Warmtepompcentrale
4.000
-4.000
Reserve Energie in de wijken - Voorbereidingskosten Warmtenet
200
Reserve Beleid en uitvoering - Motie STIP
430
Reserve Beleid en uitvoering - Flankerend beleid energiearmoede
343
-213
23.757
1.240
757 0 200 -220
-8.632
-1.635
-110
100
-131
0
- -809 1.464 1.451
11.008
Besteding Dekking komt meerjarig vanuit het Rijk, dat gemeenten financiert voor uitvoering van het Klimaatakkoord. Daarnaast worden projecten op isoleren en energiearmoede deels gedekt vanuit rijksregelingen op deze thema’s. De gemeente probeert optimaal gebruik te maken van deze regelingen. Daardoor komt het voor dat gedurende een jaar extra middelen beschikbaar komen.
26
FINANCIËLE POSITIE
27
BEGROTING IN ÉÉN OOGOPSLAG
28
29
INKOMSTEN EN UITGAVEN IN 2026 Inkomsten en uitgaven in 2026 De onderstaande tabel geeft het aan hoe het positieve begrotingssaldo van € 238.000 is opgebouwd door de inkomsten en uitgaven van de Programmabegroting 2026 per inkomstensoort en per kostensoort weer te geven. Inkomsten
Uitgaven
Bedragen x € 1.000
%
%
Gemeentefonds
316.890
58,9% Lonen en premies
Specifieke Rijksbijdragen
80.543
15,0% Personeel van derden
2.091
0,4%
Woonlastenheffingen
73.933
13,7% Sociale tegemoetkoming
177.570
33,0%
Parkeren
7.200
1,3% Subsidies
44.956
8,4%
Overige heffingen
10.731
2,0% Goederen en diensten
194.498
36,2%
Huren en pachten
6.556
1,2% Rentelasten en afschrijvingen
22.173
4,1%
Overige inkomsten
41.849
7,8% Dotaties voorzieningen+saldo reserves
3.246
0,6%
537.702
92.930
537.464
Inkomsten
De inkomsten van de gemeente Delft kunnen worden ingedeeld in twee categorieën: inkomsten van het Rijk en de eigen inkomsten.
30
17,3%
De inkomsten van het Rijk zijn de belangrijkste categorie en bestaan uit de uitkeringen uit het gemeentefonds en specifieke rijksbijdragen (bijvoorbeeld voor bijstandsuitkeringen). De eigen inkomsten omvatten de woonlasten (onroerendezaakbelasting (OZB), rioolheffing, afvalstoffenheffing), parkeerinkomsten, huuropbrengsten en overige inkomsten (onder meer rente/dividend, eigen bijdragen in het sociaal domein en verkoop gronden en panden).
Uitgaven
De uitgaven zijn gebaseerd op de geraamde lasten voor de beleidsprogramma's. Daarnaast is ook budget gereserveerd voor de gemeenteraad, Overhead en Financiën (algemene dekkingsmiddelen). De uitgaven betreffen salariskosten, uitkeringen, subsidies, programmatische uitgaven, rente en afschrijving en dotaties aan voorzieningen.
31
TOELICHTING OP FINANCIËLE POSITIE Begrotingssaldo De Programmabegroting 2026-2029 is het financiële kader voor de uitgaven en inkomsten van de gemeente Delft. In deze begroting zijn de voorstellen uit de Kadernota 2026 verwerkt en worden nieuwe voorstellen gedaan voor de reguliere bouwstenen. In de Kadernota 2026 staan de voorstellen voor het uitvoeren en afmaken van de koers die de afgelopen jaren is ingezet. Daarnaast zijn de maatregelen uit het Handelingsperspectief 2026 e.v. verwerkt en is financiële ruimte opgenomen voor nieuwe beleidskeuzes en investeringsopgaven uit de Strategische Investeringsagenda (SIA). Ook zijn de financiële effecten van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk toegelicht (demping ravijnjaar, accres en compensatie tekorten jeugdzorg). De nieuwe voorstellen in de begroting gaan over de bouwstenen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Moties en toezeggingen,, Gemeentefonds - meicirculaire 2025, Nominale ontwikkeling (loon- en prijsontwikkeling prijspeil 2026), Opgaven, Bijstellingen bestaand beleid (inclusief bestuurlijke accenten), Sociaal domein, Actualisering investeringsprogramma (inclusief herfasering), Herfasering reserves en voorzieningen, Woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing).
Omdat de belangrijkste keuzes zijn gemaakt in de Kadernota 2026 is het effect van de nieuwe voorstellen op het begrotings- en meerjarenbeeld beperkt. Door meevallers bij de bouwstenen Nominale ontwikkeling en Actualisering investeringsprogramma ontstaat extra financiële ruimte voor de volgende raadsperiode. Het resultaat is een reëel sluitende begroting voor 2026 met structureel evenwicht. Ook het meerjarenbeeld is positief tot en met 2029. Op de keuzes en de voorstellen in de begroting zijn de kortingen van het Rijk van grote invloed. Zo dalen vanaf 2026 de inkomsten van gemeenten uit het gemeentefonds structureel met € 1,9 miljard als gevolg van de gewijzigde normeringssystematiek (index op basis van de groei van het BBP in plaats van 'trap-op-trap-af'). Met de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk zijn weliswaar extra middelen beschikbaar gekomen, maar dit is onvoldoende voor herstel van de balans tussen taken en middelen en voor de jeugdzorg slechts tijdelijk. Omdat ook nieuwe taakstellingen zijn opgelegd voor de jeugdzorg ontstaan vanaf 2028 opnieuw tekorten bij de bekostiging door het Rijk. Door het rijksbeleid is de groei van het gemeentefonds onvoldoende voor de stijgende kosten als gevolg van de bevolkingsgroei, vergrijzing, inflatie, loonontwikkeling en toenemende druk op de gemeentelijke voorzieningen.
En omdat de aangekondigde vergroting van de lokale autonomie door een groter eigen belastinggebied niet van de grond is gekomen, moeten gemeenten zelf oplossingen vinden voor de reële afname van middelen. Dit heeft in het verleden geleid tot ombuigingen, zoals het versoberen van publieke voorzieningen, het verhogen van de onroerendezaakbelasting en het uitstellen van investeringen. Dit heeft geleid tot een stad met twee gezichten; enerzijds is Delft door het 32
prudente begrotingsbeleid financieel gezond, anderzijds staan het voorzieningenniveau en de openbare ruimte onder druk en wordt veel gevraagd van bewoners en bedrijven. Tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VNG (op 18 juni 2025) zijn de resoluties 'Onze inwoners verdienen beter!' en 'Jeugd' aangenomen. De resolutie 'Onze inwoners verdienen beter!' kondigt voorstellen aan voor de thema's bestaanszekerheid, migratie, wonen, energie en weerbaarheid. Ook blijft de inzet onverminderd groot om de financiële gaten voor gemeenten verdergaand te dichten. Dat betekent voldoende structurele middelen in het gemeentefonds en afspraken met het Rijk over herstel en borging van de balans tussen taken en middelen. Maar ook van gemeenten wordt een inspanning verwacht om bij te dragen aan de balans, onder andere door samen te werken en doelmatigheid te verbeteren. De resolutie 'Jeugd' verzoekt de VNG om een civiele procedure te starten als het demissionaire kabinet-Schoof op Prinsjesdag onvoldoende compensatie biedt voor de tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Tevens wordt gevraagd om afspraken te maken met het kabinet over compensatie voor de jaren 2025-2027 en adequate bekostiging vanaf 2028. De onzekerheid over de structurele financiële positie van gemeenten zal op korte termijn niet opgelost zijn.
Om financieel gezond te blijven, blijft een scherpe prioriteitsstelling noodzakelijk en zal tevens gezocht moeten worden naar lokale en regionale oplossingen. Met dit inzicht en ook de meerjarige reserveringen voor nieuwe beleidskeuzes en investeringen is Delft voorbereid op de toekomst. Begrotings- en meerjarenbeeld 2025-2029 Begroting en meerjarencijfers (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Programmabegroting 2025-2028
60
-4.087
Najaarsrapportage 2024 (17e begrotingswijziging 2024)
290
40
-4.196
75
-3.828
-10
-10
Septembercirculaire 2024 (19e begrotingswijziging 2024)
125
-10
2.801
682
-332
-1.070
Decembercirculaire 2024 (6e begrotingswijziging 2025) MPG (7e wijziging 2025)
251
1.435
2.279
2.011
2.050
151
128
84
22
-4
-1.859
-83
20
20
20
-982
234
-1.141
1.786
-2.842
Programmabegroting 2025-2028
Verbouwing theater Rietveld (8e wijziging 2025) Saldo Programmabegroting 2025-2028 Kadernota 2026 I. Bouwstenen (12e begrotingswijziging)
-11.328
-9.285
-13.472
-12.485
-12.372
II. Maatregelen Handelingsperspectief 2026 e.v. (12e begrotingswijziging)
8.925
3.915
7.015
8.615
9.215
III. Voorjaarsnota 2025 - Gemeentefonds
3.500
7.653
7.778
3.599
3.880
115
2.516
180
1.515
-2.119
Saldo Kadernota 2026 Programmabegroting 2026-2029 1. Moties en toezeggingen 2. Gemeentefonds - meicirculaire 2025
1.651
3. Nominale ontwikkeling 2026 (loon- en prijsontwikkeling prijspeil 2026) 4. Opgaven 5. Bijstellingen bestaand beleid (inclusief bestuurlijke accenten) 6. Sociaal domein 7. Actualisering investeringsprogramma (inclusief herfasering) 8. Herfasering reserves en voorzieningen 9. Woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing) Saldo Programmabegroting 2026-2029
33
1.766
-135
-5
-5
-5
-241
-31
1.151
1.377
400
445
126
3
-
-
-
-
-1.268
-404
-479
1.414 -1.485
-
-
-1.490
33
190
1.616
2.253
-1.322
-192
-2.152
-1.152
256
256
256
256
238
438
537
542
De tabel laat de opbouw zien van het begrotings- en meerjarenbeeld vanaf de vastgestelde Programmabegroting 2025-2028 tot en met de Programmabegroting 2026-2029. Over het uitvoeringsjaar 2025 volgt meer informatie in de Najaarsrapportage 2025, met name over de realisatie, afwijkingen, prognoses per begrotingsprogramma en de actuele benodigde inzet van de Algemene reserve. Het begrotingssaldo in het nieuwe begrotingsjaar 2026 is positief en structureel in evenwicht (structurele lasten worden gedekt door structurele baten). Door het positieve saldo van de Kadernota 2026 en meevallers bij de nominale ontwikkeling ontstaat extra financiële ruimte voor de volgende bestuursperiode. Deze ruimte is toegevoegd aan de stelposten Nominale ontwikkeling en Groei van de stad. In het meerjarenbeeld 2027 tot en met 2029 is geen sprake van tekorten dankzij de maatregelen uit het Handelingsperspectief 2026 e.v. en de positieve uitkomsten van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk. De middelen uit het gemeentefonds nemen weliswaar af vanaf 2028 (het 'ravijn'), maar hiervoor is voldoende compensatie beschikbaar dankzij het in Delft gevoerde begrotingsbeleid en meevallers bij enkele bouwstenen van de nieuwe begroting. De financiële ruimte als gevolg van de meevallers is toegevoegd aan de stelposten Nominale ontwikkeling en Groei van de stad.
Met de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk is het ravijnjaar voor gemeenten gedeeltelijk opgelost en opgeschoven naar 2028. Over de bekostiging van gemeenten door het Rijk bestaan nog veel onzekerheden. Afgewacht moet worden welke financiële ruimte er is bij het Rijk en welke keuzes het (nieuwe) kabinet maakt, bijvoorbeeld over de compensatie van tekorten (balans taken en middelen, inflatiecorrectie, jeugdzorg, Wmo), over de overheveling van specifieke uitkeringen en over wetgeving die nodig is voor uitvoering van de hervormingsagenda jeugd. Over het financiële kader voor de jeugdzorg vanaf 2028 is opnieuw advies gevraagd aan de commissie-Van Ark. Volgens de planning is het advies beschikbaar voor de Voorjaarsnota 2027 van het Rijk. Incidentele baten en lasten Als randvoorwaarde vanuit het financieel toezicht door de provincie geldt dat het nieuwe begrotingsjaar 2026, of een opvolgend jaar van de meerjarenraming, structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Dit betekent dat: 1. 2.
structurele lasten worden gedekt door structurele baten, ramingen volledig en realistisch zijn.
Om vast te stellen of sprake is van een structureel evenwicht, corrigeren we de begroting voor incidentele baten, lasten en reservemutaties. Na correctie is het structurele begrotingssaldo als volgt.
34
Begrotingsevenwicht (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Begrotingssaldo programma's Resultaat Programmabegroting 2026-2029
238
438
537
542
Incidentele baten en lasten programma's
12.443
4.533
3.627
1.749
Incidentele reservemutaties
-11.652
-3.512
5.803
8.173
1.029
1.459
9.967
10.464
Structureel begrotingsevenwicht
De positieve saldi betekenen dat de nieuwe begroting voor 2026 structureel in evenwicht is. Ook voor de jaren 2027 tot en met 2029 is het structureel evenwicht positief. Een overzicht van de incidentele baten en lasten in deze begroting is opgenomen bij de verzameloverzichten. Hierbij hoort ook het complete overzicht van toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Voor de beoordeling van het begrotingsevenwicht schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) het gebruik van het financiële kengetal Structurele exploitatieruimte voor. Dit kengetal vergelijkt de structurele baten en structurele lasten met de totale baten. In het begrotingsjaar 2026 is de structurele exploitatieruimte voor Delft 0,2% positief. Toelichting bouwstenen Hierna volgt een toelichting op de tabel met het begrotings- en meerjarenbeeld. Een toelichting op de verschillende voorstellen is opgenomen bij de beleidsprogramma's, de hoofdstukken Overhead, Financiën en/of de paragrafen. Kadernota 2026 De Kadernota 2026 (vastgesteld op 3 juli 2025) bouwt voort op de koers die de raad en voorgaande colleges hebben ingezet en geeft de kaders voor een evenwichtige opbouw van de groeiende stad – met kansen voor iedereen.
Voor de bestuurlijke accenten Delft kansrijk voor iedereen, Ruimte voor wonen, Een gezonde en veilige stad, Een duurzame stad en Economische kracht en bruisende stad en de langjarige opgaven Delft-West, Innovatiedistrict Delft en de energietransitie zijn bijstellingen verwerkt die bijdragen aan het uitvoeren en afmaken. Omdat de financiële ruimte beperkt is, zijn in deze kadernota vooral keuzes gemaakt voor noodzakelijke uitgaven. Ook zijn voor toekomstige ambities structurele middelen gereserveerd. Tevens zijn de maatregelen uit het Handelingsperspectief 2026 e.v. verwerkt. Deze maatregelen dragen bij aan verbetering van het begrotings- en meerjarenbeeld. Dit betreft een besparing op uitvoeringkosten, een voordeel als gevolg van realistisch ramen, extra inkomsten uit het gemeentefonds en een incidentele bijdrage uit de Algemene reserve. De voorstellen in de Kadernota 2026 zijn verwerkt en toegelicht in de beleidsprogramma's. De Strategische Investeringsagenda (SIA) geeft inzicht in de concrete investeringen die nodig zijn om de investeringsvraagstukken op de langere termijn – tot en met 2040 – te kunnen adresseren. Met dit inzicht en het afwegingskader voor investeringsbeslissingen (op basis van urgentie, financiële ruimte en uitvoeringskracht) kunnen in de volgende bestuursperiode nadere keuzes gemaakt worden voor de langere termijn.
Ten slotte is in de Kadernota 2026 een inschatting opgenomen van de effecten van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk. Door extra middelen voor demping van het ravijn (met 35
name het aandeel van de jeugdzorg), accres en de opvolging van het advies ‘Groeipijn’ van de commissie-Van Ark over de tekorten in de jeugdzorg (van 30 januari 2025) verbetert het begrotings- en meerjarenbeeld en is (incidentele) financiële ruimte beschikbaar voor de autonome groei van de kosten jeugdzorg (prijs-, volume- en intensiteitseffecten). De beheersing van de kosten blijft voor Delft een belangrijke opgave, specifiek in de jeugdzorg door uitvoering van de hervormingsagenda en ook voor het gehele sociaal domein door uitvoering van de transitie. In de begroting van Delft zijn hiervoor taakstellende opbrengsten geraamd. Programmabegroting 2026-2029 De nieuwe begroting kent een aantal bouwstenen. Voor zover de voorstellen bij deze bouwstenen een effect hebben in het lopende jaar 2025 zijn ze onderdeel van de Najaarsrapportage 2025. 1. Moties en toezeggingen Bij de raadsbehandeling van de Kadernota 2026 zijn 9 moties aangenomen, waarvan 5 mogelijk financiële consequenties hebben voor de Programmabegroting 2026-2029. De motie Onderzoek reserves (6.2.14A) verzoekt om voorafgaand aan de behandeling van de Programmabegroting 2026-2029 een analyse te delen over de reserves en de mogelijkheden voor herbestemming.
Aan de motie wordt in eerste instantie opvolging gegeven door in deze Programmabegroting 2026-2029 extra informatie op te nemen over de raadsbevoegdheden met betrekking tot instelling en inzet van reserves, een overzicht van het bestedingsdoel en een bestedingsoverzicht per bestemmingsreserve, waarmee tegelijk cijfermatig inzicht wordt geboden in de restant-saldi. Het eerste beeld is dat binnen de reserve Beleid en uitvoering enige financiële ruimte beschikbaar zal zijn, dit vergt echter nog verdere analyse. Een nadere cijfermatige duiding zal de raad voorafgaand aan de begrotingscommissie van 30 oktober 2025 ter beschikking worden gesteld. De motie Vroeg in beeld, vooruit in kansen (6.2.19) verzoekt om in de Programmabegroting 2026-2029 aandacht te besteden aan dienstverlening voor nuggers (nietuitkeringsgerechtigden) en bij de actualisatie van het visiedocument ‘Werken is het beste medicijn’ financiële ruimte op te nemen. Voor uitvoering van de motie is een budget geraamd van € 100.000 in 2026 (zie programma Werk en inkomen).
De motie Watertappunten bij speeltuinen (6.2.29) draagt op om bij nieuwe en te renoveren speelvoorzieningen de plaatsing van watertappunten te overwegen, in de Programmabegroting 2026-2029 extra geld te reserveren voor plaatsing en onderhoud van minimaal 5 watertappunten bij speelvoorzieningen en om klimaatmaatregelen te nemen bij het vernieuwen van speeltuinen. Voor uitvoering van de motie is een budget geraamd van € 35.000 in 2026 en € 5.000 vanaf 2027 (zie programma Schone en veilige stad). De motie Bestem realisatiestimulans voor betaalbare woningbouw (6.2.31) draagt op om een bestemmingsreserve Fonds Betaalbaar Wonen in te stellen en hierin de te ontvangen rijksmiddelen realisatiestimulans betaalbare woningbouw te storten. 36
In het raadsbesluit over de Programmabegroting 2026-2029 is een voorstel voor de instelling van een nieuwe bestemmingsreserve Betaalbaar Wonen opgenomen. De motie Een lerende aanpak voor opkomstbevordering bij verkiezingen (6.2.32) verzoekt om een budget van € 40.000 te ramen ten behoeve van een traject gericht op het verhogen van de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen. Voor uitvoering van de motie wordt in de Najaarsrapportage 2025 een budget geraamd van € 40.000 (zie programma Stad en bestuur). 2. Meicirculaire 2025 De meicirculaire is op 28 mei 2025 gepubliceerd en geeft aan wat de bijstellingen zijn in de Algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Een toelichting staat in de 'Bestuurlijke reactie meicirculaire 2025' (van 24 juni 2025, zaaknummer 2526343). De meicirculaire geeft een overzicht van de gevolgen van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk (demping ravijn, advies commissie-Van Ark, volume- en prijsaccres, afrekening BCF). Daarnaast is rekening gehouden met taakmutaties en bijstellingen van decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Bij de doorrekening van de effecten voor Delft zijn de maatstaven geactualiseerd. De financiële effecten op basis van deze circulaire zijn aanvullend aan de inschatting die in de Kadernota 2026 is opgenomen.
Ten opzichte van de kadernota verbetert het meerjarenbeeld omdat tegenover de taakstellingen voor jeugdzorg (Eigen bijdrage en Trajectduur) stelposten geraamd mogen worden. Dit is vanuit de financieel toezichthouder toegestaan omdat de verantwoordelijkheid voor de invulling bij het Rijk is belegd. De financiële ruimte die hierdoor ontstaat, is benodigd voor de autonome groei van de kosten van de jeugdzorg (zie programma Gezonde en sociale stad). 3. Nominale ontwikkelingen 2026 Op basis van de afgesproken uitgangspunten in de Kadernota 2026 zijn de middelen voor loon- en prijsbijstelling in de meicirculaire verdeeld. Hiermee is het prijspeil van de nieuwe begroting aangepast aan de verwachte ontwikkeling van lonen en prijzen in 2026. Rekening is gehouden met te betalen subsidies, bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en de stijging van de inkomsten uit leges, parkeerinkomsten en precario:
37
Voor de loonontwikkeling is rekening gehouden met de nieuwe cao die is afgesloten voor de periode 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027 (6,7% + € 35 voor 2 jaar) en het premiebeleid van het ABP. Voor de nieuwe nog af te sluiten cao in 2027 is een reservering opgenomen van € 1,5 miljoen. De materiële prijscompensatie betreft goederen en diensten (2,1%), Sociaal domein (5,17%), vastgoed (op basis van de uitgangspunten Vastgoedanalyse) en de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen (op basis van de ontwerp-begrotingen waarin rekening is gehouden met de taakstelling die is voorgesteld in de Kaderbrief GR'en 2026). Voor subsidies wordt compensatie toegevoegd op basis van een gewogen gemiddelde van de salarisontwikkeling (70% Index Prijs Overheidsconsumptie, beloning werknemers: 1,8%) en materiële kostenontwikkeling (30% Index Materiële Overheidsconsumptie: 2,1%). De tarieven van de Afvalstoffenheffing (2,8%) en Rioolheffing (1%) zijn gecorrigeerd om kostendekkend te blijven. Bij de OZB gebeurt dit op basis van een gewogen
gemiddelde van de consumentenprijsindex (CPI: 2,6%) en de negatieve maatstaf voor de belastingcapaciteit in het gemeentefonds (4,2%). Het gewogen gemiddelde geeft een indexatie van 3,78%. De overige baten (leges, precario, reclame, vastgoed) stijgen met de CPI van 2,6%. Voor de toeristenbelasting vindt geen ophoging plaats in afwachting van een evaluatie.
Voor inflatiecorrectie van toekomstige investeringen die gedekt worden met (al ontvangen) rijkssubsidies is een ophoging van de stelpost Inflatiecorrectie investeringen (€ 300.000 structureel) verwerkt. Voor het investeringsprogramma en de Strategische Investeringsagenda moet jaarlijks bepaald worden of voldoende rekening is gehouden met kostenstijging als gevolg van inflatie. Na verwerking van de voorstellen resteert financiële ruimte die is toegevoegd aan de stelpost Nominale ontwikkeling (2026: € 3,25 miljoen, 2027 e.v.: € 1,45 miljoen, 2028 e.v.: € 1,7 miljoen). In de volgende raadsperiode kan deze ruimte worden betrokken bij de integrale afweging van nieuwe voorstellen. 4. Opgaven In het hoofdstuk Focus op drie opgaven zijn de opgaven in samenhang met elkaar toegelicht. De invulling van de besteding van de beschikbare middelen (reserveringen Delft-West en IDD) is geactualiseerd. Ten opzichte van de Kadernota 2026 is geen sprake van wijzigingen die (cumulatief) van invloed zijn op het begrotings- en meerjarenbeeld. Aandachtspunten voor de langere termijn zijn het structurele karakter van de doelen en activiteiten, terwijl zowel de rijksmiddelen als de eigen middelen incidenteel zijn.
Voor de opgave Delft-West is de financiering van het programmabureau waarschijnlijk geborgd tot en met 2028 (via de – in de tweede helft van 2025 in te dienen – aanvraag specifieke uitkering Kansrijke wijken 2026 tot en met 2028). Er wordt daarnaast in de Alliantieraad gesproken over aanvullend benodigde middelen van de verschillende partners (waaronder de gemeente). De financiering van het programmabureau vanaf 2026 is – in afwachting van de toekenning – nog niet begroot. Het restant van de reservering van € 10 miljoen voor Delft-West is eind 2029 circa € 0,5 miljoen. In deze begroting is een voorstel opgenomen voor middelen (€ 310.000) bewegen spelen en ontmoeten Openbare Ruimte in Delft-West. Voor de cofinanciering wordt conform aanvraag regiodeal voor de jaren 2026 tot en met 2028 circa € 1,7 miljoen beschikbaar gesteld. De reservering voor de opgave Innovatiedistrict Delft van € 8 miljoen is geactualiseerd voor wat betreft de besteding in de komende jaren. Er resteert volgens deze fasering eind 2029 geen saldo. Er wordt gewerkt aan een ontwikkelstrategie inclusief een investeringsagenda met middelen die worden geïnvesteerd en de bijdrage daarvan aan de lange termijn doelstellingen. Dit zal ook na 2029 vragen om een bijdrage vanuit de gemeente die nog niet gekwantificeerd en begroot is.
Voor de opgave Energietransitie is rekening gehouden met de inzet van de bijdrage van € 4 miljoen uit de reserve Stad voor de overdimensionering van de warmtepompcentrale ten behoeve van toekomstige aansluitingen in de wijken Voorhof en Buitenhof. De komende jaren (tot en met 2028) lijken er voldoende middelen te zijn om de eerste fase (tot en met 2030) goed te kunnen aanpakken. Om de vastgestelde doelen voor 2050 te kunnen halen, zijn ook voor de tweede fase in de periode 2030 tot 2050 middelen nodig. Voor de periode 38
tot 2040 is dit indicatief berekend en betrokken bij de Strategische Investeringsagenda (horizon 2040), die als bijlage bij de Kadernota 2026 is opgenomen. Een voorstel voor de benodigde middelen wordt voorbereid. In de tweede helft van 2025 wordt een voorstel voor mogelijke deelname aan een Warmtebedrijf opgewerkt en aan de raad voorgelegd. 5. Bijstellingen bestaand beleid (inclusief bestuurlijke accenten) De keuzes voor nieuw beleid zijn al gemaakt in de Kadernota 2026. In de begroting zijn voorstellen verwerkt voor de invulling van de taakstelling realistisch ramen (€ 2,5 miljoen, budgetneutraal), areaaluitbreiding in de openbare ruimte (budgetneutraal), dekking van formatie Grond en vastgoed (€ 0,68 miljoen, budgetneutraal), baten Omgevingsvergunningen (-/- € 268.000 structureel) en een beperkt aantal technische correcties (aframing stelposten, verschuiving budgetten voor Red de REV en gedenkplek koloniaal en slavernijverleden, grondexploitaties Kop van de Buitenhof, Maria Duyst, Nieuw Delft). Tevens zijn voorstellen opgenomen voor een financiële bijdrage aan De Papaver ten behoeve van de renovatie en vergroting van de gebruiksmogelijkheden (€ 350.000, zie programma Duurzame stad) en capaciteit voor Inclusief samenleven (zie programma Samenleven, onderwijs en cultuur). 6.
Sociaal domein De uitgaven en inkomsten voor het sociaal domein zijn geraamd op basis van lokale ramingen. Ook is rekening gehouden met mutaties in de meicirculaire (taakmutaties, decentralisatie- en integratie-uitkeringen). Het actuele financiële kader op basis van de verplichte taakvelden voor het sociaal domein is nu als volgt (exclusief overhead).
39
Financieel kader Sociaal domein
2025
2026
2027
2028
2029
Gezonde en sociale stad
129.669
142.650
139.483
135.060
134.183
6.23 -Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal
18.210
20.107
19.176
18.686
17.686
6.60 - Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
4.826
5.342
4.128
2.639
2.644
399
408
558
558
560
1.410
2.084
1.319
1.179
1.179
6.713 - Dagbesteding (Wmo)
9.973
10.697
10.844
10.749
10.749
6.751 - Jeugdhulp ambulant lokaal
12.072
12.643
12.854
12.804
13.064
6.752 - Jeugdhulp ambulant regionaal
3.315
3.417
3.472
3.527
3.375
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
1.718
2.047
2.047
1.927
1.927
6.763 Jeugdhulp met verblijf landelijk
25.784
30.534
30.568
29.705
29.700
6.791 PGB Wmo
10.290
12.492
12.524
11.839
11.839
6.792 PGB Jeugd
766
923
933
965
965
6.811 - Beschermd wonen (Wmo)
954
1.028
1.034
1.034
1.034
6.711 - Huishoudelijke hulp (Wmo) 6.712 - Begeleiding (Wmo)
6.812 - Maatschappelijke en vrouwenopvang (Wmo)
322
632
622
537
537
6.821 - Jeugdbescherming
19.694
20.153
19.153
19.153
19.153
6.822 - Jeugdreclassering
11.138
10.434
10.478
10.124
10.130
6.91 Coördinatie en beleid Wmo
2.451
2.984
2.995
2.891
2.891
6.92 Coördinatie en beleid jeugd
356
442
452
444
444
7.1 - Volksgezondheid
5.991
6.283
6.326
6.299
6.306
Samenleven, onderwijs en cultuur
12.876
12.872
13.132
11.933
11.785
6.1 - Samenkracht en burgerparticipatie
12.876
13
13
12
12
Schone en veilige stad
1.680
1.680
1.680
1.680
1.680
6.3 - Inkomensregelingen
1.680
2
2
2
2
15
16
16
16
16
Stad en bestuur 6.3 - Inkomensregelingen Werk en inkomen
15
0
0
0
0
36.087
38.795
38.394
38.530
38.581
6.1 - Samenkracht en burgerparticipatie
-2.528
0
0
1
1
6.3 - Inkomensregelingen
10.155
10
9
10
10
6.4 - WSW en beschut werk
15.050
15
15
15
14
6.5 - Arbeidsparticipatie
13.410
14
14
14
14
180.328
169.358
166.121
161.165
160.240
In de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk zijn vanaf 2028 taakstellingen opgenomen voor de jeugdzorg, met name Eigen bijdrage jeugdzorg (Delft: -/- €1,2 miljoen) en Sturen op trajectduur jeugdzorg (Delft: -/- € 0,3 miljoen). Na overleg tussen VNG, ministerie van BZK en provinciaal financieel toezicht is afgesproken dat voor deze taakstellingen stelposten geraamd mogen worden. Reden hiervoor is dat de verantwoordelijkheid voor invulling van de taakstellingen bij het Rijk is belegd. De financiële ruimte die ontstaat door de stelposten Eigen bijdrage en Trajectduur wordt als dekking ingezet voor de volume- en intensiteitseffecten van de autonome groei van de kosten voor de jeugdzorg. in de Voorjaarsnota 2025 is nog geen oplossing geboden voor de tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Hiervoor heeft het demissionaire kabinet toegezegd dat uitsluitsel volgt in augustus bij de besluitvorming over de Miljoenennota 2026. Over het financieel kader voor de jeugdzorg vanaf 2028 (indexatie, nieuw financieel arrangement) volgt een nieuw advies van de commissie-Van Ark ten behoeve van de Voorjaarsnota 2027. Delft houdt rekening met een extra opbrengst (i.c. hogere baten en/of lagere lasten) van de Hervormingsagenda vanaf 2026 en met een verlaging van kosten als gevolg van investeringen in de transitie van de jeugdzorg. 40
7. Actualisering investeringsprogramma (herfasering) Het bestaande investeringsprogramma is geactualiseerd. Dit betreft met name de herfasering van de investeringsprojecten. Op basis van nieuwe ramingen ontstaan incidenteel voordelen als gevolg van lagere afschrijvingslasten. Toegevoegd zijn de nieuwe investeringen die in de Kadernota 2026 zijn opgenomen en aanvullingen op de Onderwijshuisvestingsinvesteringen. De investeringen in het kader van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs beslaan een fors deel (56%) van het huidige investeringsprogramma . Binnen deze investeringen is er een stelpost van 25% opgenomen voor extra locatiegebonden kosten. Een nadere toelichting staat in het programma Samenleven, onderwijs en cultuur (zie programma 8.3). Rekening is gehouden met inflatiecorrectie van bestaande investeringsprojecten in mobiliteit, onderwijshuisvesting, openbare ruimte, ICT en museum Prinsenhof. De prijzen in de bouwsector zijn door marktwerking en inflatie flink gestegen. Daarom zijn bij diverse investeringen de begrote bedragen aangepast. Pas bij een aanbesteding kunnen de inschrijvingen met de ramingen van aannemers worden vergeleken met de opgenomen bedragen in de gemeentelijke begroting. Bij de investering van museum Prinsenhof zijn de eerste ramingen binnen en worden deze geanalyseerd.
In het kader van realistisch ramen is een bijstelling opgenomen van de kapitaallasten die rekening houdt met de verwachte realisatie per jaar. Voor de nieuwe begroting is de bijstelling geactualiseerd en gebaseerd op een realisatie van 65%. Een nadere toelichting staat bij Investeringen. Voor de komende jaren wordt de Strategische InvesteringsAgenda gebruikt voor nadere voorstellen voor het investeringsprogramma. 8. Herfasering reserves en voorzieningen De bijstellingen van de onttrekkingen voor de concrete bestedingsvoorstellen ten laste van de reserveringen voor Delft-West en Innovatiedistrict Delft zijn verwerkt (zie bouwsteen Opgaven). Dat geldt ook voor de Energietransitie voor wat betreft de bijdrage uit de reserve Stad (Bijdrage Fonds Delft 2024 - Warmtepomp) en reserve Beleid en uitvoering (zie programma Duurzame stad). De jaarlijkse toevoeging aan de voorziening Wethouderspensioenen is opgehoogd met € 273.000. Na verwerking van alle voorstellen resteert financiële ruimte (in het geactualiseerde meerjarenbeeld) die gestort wordt in de Algemene reserve voor de reservering Groei van de stad (2026: € 1 miljoen, 2028: € 2 miljoen, 2029: € 1 miljoen). In de volgende raadsperiode kan deze ruimte worden betrokken bij de integrale afweging van voorstellen uit de Strategische Investeringsagenda. 9.
Woonlasten In 2026 worden de woonlasten, bestaande uit de onroerendezaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, aangepast voor inflatie, actuele kosten in de gesloten circuits en areaaluitbreiding. Voor de gesloten circuits Afvalstoffen en Riool is behoud van kostendekkendheid het uitgangspunt. 41
De stijging van de OZB opbrengst in 2026 is 3,78% en bestaat uit de inflatiecorrectie 2026 (€ 1,3 miljoen) en areaaluitbreiding (€ 255.000). Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn de toerekenbare kosten en de aantallen huishoudens geactualiseerd. Inclusief de inflatiecorrectie stijgt de afvalstoffenheffing met 2,8%. De rioolheffing stijgt, na inflatiecorrectie en een bijdrage uit de voorziening Riolering, met 1%. Financiële gezondheid Naast een positief begrotingssaldo en het voldoen aan de eis van structureel evenwicht zijn voor een compleet inzicht in de financiële gezondheid van de gemeente de volgende vragen relevant: 1. Zijn we financieel wendbaar en weerbaar (ook op de langere termijn)? Bij wendbaarheid gaat het erom hoe snel de gemeente de financiële huishouding kan afstemmen op veranderende opgaven en/of hoe snel de gemeente kan inspelen op nieuwe financiële verhoudingen. Bij weerbaarheid gaat het om de vraag hoe groot de financiële buffer is. 2. Kunnen we de financiële risico's aan? Hiervoor is het weerstandsvermogen bepalend ofwel de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. 3.
Is er ruimte voor nieuw beleid? De ruimte voor nieuw beleid wordt bepaald door het saldo van het begrotings- en meerjarenbeeld (inclusief taakstellingen en stelposten) dat is gebaseerd op realistische ramingen voor lasten, baten en reservemutaties. Daarnaast gaat het om het vrij aanwendbare deel van het reservevermogen. Voor de beantwoording van de vragen is aanvullende informatie beschikbaar in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en de paragraaf Financiering. Ad 1. Zijn we financieel wendbaar en weerbaar (ook op de langere termijn)? Wendbaarheid gaat over flexibiliteit van budgetten en beïnvloedbaarheid van beleid (medebewind, autonomie). Zo zijn lasten van afschrijving en rente weinig flexibel en is onderwijshuisvesting een wettelijke taak met beperkte beïnvloedbaarheid. Inkoop van maatschappelijke ondersteuning is flexibeler, maar voor aanvragen geldt een open einderegeling en bij aanvullende voorzieningen is weer meer ruimte voor eigen beleid. De weerbaarheid is onderdeel van de Algemene reserve en hangt samen met de wendbaarheid. Een lage wendbaarheid vraagt om een hogere weerbaarheid, omdat het aanpassen van de financiële huishouding dan meer tijd kost. Aanvulling van de Algemene reserve kan benodigd zijn als de weerbaarheidsreserve daadwerkelijk wordt ingezet.
Financiële kengetallen (BBV) De financiële kengetallen over belastingcapaciteit, grondexploitatie en structurele exploitatieruimte gaan over wendbaarheid. De kengetallen over schulden (netto schuldquote en gecorrigeerde netto schuldquote) en eigen vermogen (solvabiliteit) sluiten aan bij weerbaarheid.
42
Jaarreke ning 2024
Progn ose 2025
Progn ose 2026
Progn ose 2027
Progn ose 2028
Progn ose 2029
Netto schuldquote
32,2%
43,4%
48,5%
56,1%
62,8%
68,8%
Gecorrigeerd e netto schuldquote
19,7%
30,0%
36,6%
44,6%
51,9%
58,4%
Solvabiliteitsr atio
41,5%
46,9%
46,1%
46,7%
44,0%
42,4%
Kengetal grondexploit aties
0,3%
-1,2%
-1,1%
-1,0%
0,0%
0,0%
Structurele exploitatierui mte
6,7%
0,9%
0,2%
0,3%
1,8%
1,9%
Belastingcap aciteit
113,5%
120,0 %
116,9 %
116,9 %
116,9 %
116,9 %
Waarderings cijfer Door BBV voorgeschre ven Weerbaarhei d:
Wendbaarhe id:
De scores per kengetal zijn positief en overschrijden de signaleringswaarden uit het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) van de provincie niet. Een uitzondering geldt voor het kengetal Belastingcapaciteit, waarvoor de score als risicovol wordt gekwalificeerd. Dit kengetal geeft inzicht in de belastingdruk (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijk gemiddelde en daarmee in de ruimte voor belastingverhoging. De hoge score indiceert dat er weinig ruimte is voor verhoging van de belastingen. Op dit onderdeel is de wendbaarheid beperkt.
43
Een belangrijk aandachtspunt voor de beoordeling van de financiële positie is de meerjarige ontwikkeling van de stadsschuld. De verwachting is dat de schuld en daarmee ook de
schuldquotes de komende jaren gaan stijgen door de uitvoering van het investeringsprogramma en de afname van de liquide middelen. Hierdoor stijgt de financieringsbehoefte en, afhankelijk van de ontwikkeling van de rente, nemen ook de rentelasten toe. Bij de keuzes over de inhoud van het investeringsprogramma gaat het, naast de reguliere investeringen, de komende jaren ook over de investeringen die nodig zijn voor de groei van de stad (zie inventarisatie in de Strategische InvesteringsAgenda) en de investeringen waarvoor rijkssubsidies zijn ontvangen. Bij de keuze voor in uitvoering te nemen investeringen vindt een afweging plaats van enerzijds de urgentie, wensen en ambities en anderzijds de financiële mogelijkheden en de uitvoeringskracht van de organisatie. Het sturen op behoud van de financiële gezondheid is hierbij een randvoorwaarde. Dit wordt zichtbaar door monitoring van de ontwikkeling van financiële kengetallen. Reserves De totale omvang van de reserves is begin 2026 € 316,8 miljoen en bestaat uit bestemmingsreserves (€ 211,8 miljoen) waarvoor concrete bestedingsafspraken bestaan die zijn vastgesteld door de gemeenteraad en de Algemene reserve (€ 105 miljoen).
De Algemene reserve levert de dekking voor de benodigde weerstandscapaciteit die hoort bij het risicoprofiel, voor de buffer die is afgesproken in de Programmabegroting 2023-2026 en voor de bijdrage aan de incidentele dekkingsmiddelen. De buffer en de vrij besteedbare ruimte vormen de dekking voor investeringen in de stad die zijn afgesproken in de Kadernota 2023 (cofinancieringsbijdragen, reserveringen Delft-West, Innovatiedistrict Delft, museum Prinsenhof en Gelatinebrug en bijdragen aan het begrotingssaldo) en voor reserveringen die beschikbaar zijn voor de volgende bestuursperiode (€ 15 miljoen) en Groei van de stad (€ 23 miljoen). Met de motie Onderzoek reserves (6.2.14A) is verzocht om voorafgaand aan de behandeling van de Programmabegroting 2026-2029 een analyse te delen over de reserves en de mogelijkheden voor herbestemming. Hiervoor is bij het overzicht van de reserves extra informatie opgenomen over de raadsbevoegdheden met betrekking tot instelling en inzet van reserves, een overzicht van het bestedingsdoel en een bestedingsoverzicht per bestemmingsreserve. Het eerste beeld is dat binnen de reserve Beleid en uitvoering enige financiële ruimte beschikbaar zal zijn. Een nadere cijfermatige duiding zal de raad voorafgaand aan de begrotingscommissie van 30 oktober 2025 ter beschikking worden gesteld. Ad 2.
Kunnen we de financiële risico's aan? De financiële risico's zijn in kaart gebracht en gepresenteerd in het risicoprofiel in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. De totale omvang bedraag € 39,9 miljoen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de aanwezige risico's wordt uitgedrukt in een weerstandsratio. Voor Delft is de score 2,3. De beoordeling van deze score is uitstekend volgens de weerstandsnorm in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van de provincie (GTK 2020 Gemeenten).
44
Ad 3. Is er ruimte voor nieuw beleid? De weerbaarheid is op orde en toereikend voor beheersing van het risicoprofiel en voor de huidige omvang van de bestuurlijke opgaven en investeringen. Voor uitbreiding van bestaande ambities en toevoeging van nieuwe ambities is in de Kadernota 2026 structurele financiële ruimte gereserveerd. Dekking voor deze ruimte is gevonden in de extra middelen die Delft ontvangt uit het gemeentefonds voor de kosten van de groei van de stad. Daarnaast is ook nog incidentele dekking beschikbaar in de Algemene reserve en wordt nader onderzoek gedaan naar de incidentele ruimte in de bestemmingsreserves. Van belang is te onderkennen dat de wendbaarheid van de begroting onder druk staat. Tot en met 2028 gaat het voor Delft goed, maar vanaf 2029 is (opnieuw) bijsturing noodzakelijk. Aandachtspunt hierbij is de ontwikkeling van het investeringsprogramma en de kapitaallasten die naar hun aard minder makkelijk zijn bij te sturen. Om financieel gezond en wendbaar te blijven, is beheersing van het investeringsprogramma noodzakelijk. Dit betekent concreet dat, om op termijn niet volledig afhankelijk te zijn van schuldfinanciering, op termijn gestuurd moeten worden op begrotingsoverschotten. De uiteindelijke opgave en benodigde bijsturing is mede afhankelijk van keuzes die het Rijk maakt over de structurele bekostiging van gemeenten.
Hoe meer de VNG erin slaagt om afspraken te maken over de structurele verbetering van de balans tussen taken en middelen, hoe minder gemeenten moeten ingrijpen op de dienstverlening en voorzieningen voor inwoners en bedrijven.
45
FINANCIËLE BEGROTING 2026 EN MEERJARENBEELD 2027-2029 Baten en lasten per programma De tabellen hierna geven inzicht in de omvang van baten en lasten per programma en van stortingen in en onttrekkingen aan reserves. Zowel voor de realisatie op basis van Jaarstukken 2024, het lopende jaar 2025 als voor de Programmabegroting 2026-2029. Bij de programma's staat een toelichting op het beleid en het budget aan de hand van de 3 Wvragen: 'Wat willen we bereiken?', 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat mag het kosten?'. Bedragen x €1.000 Exploitatie
Realisatie 2024
Begroting 2025 na wijzigingen
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Baten
0
544.116
541.480
539.668
549.746
551.293
Lasten
0
536.690
550.409
542.603
547.070
546.364
Onttrekkingen
0
-64.478
-30.899
-15.040
-11.088
-7.855
Stortingen
0
62.064
21.732
11.656
13.226
12.120
Begrotingssaldo
0
9.841
238
449
537
664
Baten en lasten, toevoegingen en onttrekkingen De kolom Begroting 2025 geeft de stand van de begroting die nu in uitvoering is, inclusief door de raad vastgestelde begrotingswijzigingen. De besluitvorming over nieuwe mutaties in 2025, dus na vaststelling van de Kadernota 2026, is onderdeel van de behandeling van de Najaarsrapportage 2025. De mutatie van de reserves betreft de Algemene reserve en bestemmingsreserves. Een specificatie en toelichting is opgenomen bij het programma Financiën. Bedragen x €1.000
46
Exploitatie
Realisatie 2024
Begroting 2025 na wijzigingen
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Baten 02 Stad en bestuur
0
2.036
2.088
1.441
1.441
1.441
03 Duurzame stad
0
10.456
8.576
6.384
6.165
4.536
04 Bereikbare stad
0
7.433
7.613
6.993
6.883
6.883
05 Goed wonen
0
18.389
15.851
14.798
27.132
32.455
06 Schone en veilige stad
0
39.257
38.473
37.974
37.975
37.975
07 Gezonde en sociale stad
0
4.428
3.888
2.140
3.600
3.595
08 Samenleven, Onderwijs en Cultuur
0
11.274
10.526
10.145
9.895
7.648
09 Werk en Inkomen
0
80.601
73.939
73.939
73.939
73.939
10 Economie en Vastgoed
0
7.206
6.529
6.424
6.539
6.081
11 Overhead
0
6.500
6.767
6.767
6.767
6.767
12 Financiën
0
356.536
367.231
372.663
369.409
369.973
Totaal Baten
0
544.116
541.480
539.668
549.746
551.293
Lasten 01 Raad
0
2.986
2.947
2.947
2.943
2.942
02 Stad en bestuur
0
11.505
11.632
10.371
10.485
10.485
03 Duurzame stad
0
23.389
14.697
11.907
11.492
9.149
04 Bereikbare stad
0
11.496
12.379
12.183
12.324
12.929
05 Goed wonen
0
28.963
27.394
25.649
37.045
39.494
06 Schone en veilige stad
0
71.253
75.240
76.372
76.477
76.996
07 Gezonde en sociale stad
0
134.097
146.538
141.624
138.661
137.779
08 Samenleven, Onderwijs en Cultuur
0
60.259
60.530
61.469
63.111
62.067
09 Werk en Inkomen
0
116.689
112.734
112.333
112.468
112.520
10 Economie en Vastgoed
0
14.952
17.977
19.671
17.998
17.346
11 Overhead
0
54.011
54.386
53.608
54.080
54.536
12 Financiën
0
7.090
13.954
14.471
9.984
10.121
Totaal Lasten
0
536.690
550.409
542.603
547.070
546.364
0
-64.478
-30.899
-15.040
-11.088
-7.855
12 Financiën
0
62.064
21.732
11.656
13.226
12.120
Begrotingssaldo
0
9.841
238
449
537
664
Onttrekkingen 12 Financiën Stortingen
47
INVESTERINGEN Investeringen in het algemeen In het investeringsplan en het investeringsplan bedrijfsmiddelen staan de in uitvoering genomen investeringen, vervangingsinvesteringen en investeringen vanuit beheerplannen. Op de investeringsagenda staan de voornemens tot investeren. Voorafgaand aan de uitvoering hiervan wordt een uitvoeringsplan vastgesteld met een kostenraming en planning. Onder het overzicht gewijzigde investeringen staat het totaal aan toegekende en nog toe te kennen investeringsbedragen voor alle projecten over alle jaren. De afschrijvings- en rentelasten (kapitaallasten) die samenhangen met deze investeringen zijn opgenomen bij de programma's en opgenomen in de meerjarige begroting. Individuele investeringsprojecten zijn weergegeven en toegelicht in de programma’s onder de 3e Wvraag ‘Wat mag het kosten?’. Investeringsprogramma (bedragen x € 1.000) Investeringsprogramma PB 20262029
Toegekend budget na actualisatie
Realisatie t/m 2024
Beschikbaar bedrag na actualisatie
Jaarschijf 2026
Investeringsplan
502.922
91.117
411.805
78.330
Bedrijfsmiddelen
21.344
5.718
15.626
2.695
Investeringsagenda
125.335
-
125.335
5.146
Totaal investeringsprogramma
649.601
96.835
552.766
86.171
Mutaties investeringsprogramma Ten opzichte van de Programmabegroting 2025-2028 is het investeringsprogramma geactualiseerd. De aansluiting met de nieuwe begroting is in onderstaande tabel opgenomen.
48
(bedragen x € 1.000)
Toegekend bedrag
Mutaties investeringsprogramma Investeringsplan Toegekend bedrag Investeringsplan 2025-2028
421.349
Van 'Agenda' naar 'Plan'
81.010
Van "Plan' naar 'Bedrijfsmiddelen'
-3.612
Herinrichting Prinses Beatrixlaan
569
Rietveld theater
3.082
Kadernota 2026
45.566
Prijsindexaties
12.669
Vleermuizentoren Actualisatie IHP
60 18.942
Actualisatie OHP Actualisatie Investeringsplan (incl. afgeronde investeringen)
856 -78.429
Aanvulling speelplekken Delft West
510
Renovatie St.Papaver Toegekend bedrag investeringsagenda tot en met 2029
350 502.922
Bedrijfsmiddelen Toegekend bedrag Investeringsplan 2025-2028
16.969
Van "Plan' naar 'Bedrijfsmiddelen'
3.612
Kadernota 2026
650
Prijsindexatie
544
MJOP-facilitair
pm
Actualisatie bedrijfsmiddelen (incl. afgeronde investeringen)
-431
Toegekend bedrag investeringsagenda tot en met 2029
21.344
Investeringsagenda Toegekend bedrag Investeringsplan 2025-2028
156.641
Van 'Agenda' naar 'Plan'
-81.010
Kadernota 2026
4.920
Actualisatie IHP
40.083
Prijsindexatie
4.701
Toegekend bedrag investeringsagenda tot en met 2029
125.335
Totaal investeringsprogramma PB 2026-2029
649.601
Toelichting mutaties investeringsprogramma In vergelijking met de Programmabegroting 2025-2028 zijn door de raad nieuwe aanvullende besluiten genomen. In de Kadernota 2026 zijn investeringen opgenomen en geactualiseerd voor onder andere het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP). Daarnaast zijn de planning en de ramingen van het bestaande investeringsprogramma geactualiseerd, met name door herfasering op basis van realisatie. De toelichtingen op de investeringen staan in de programma's van de beleidsbegroting (derde W-vraag: 'Wat mag het kosten?'). Realisatie ten opzichte van begroting Jaarlijks is sprake van een afwijking tussen de geraamde investeringsbedragen en de daadwerkelijke realisatie. Analyse leert dat dit verklaard wordt door diverse (externe) factoren. Zoals beschikbaarheid van aannemers, beschikbaarheid van materieel, inspraak op 49
bestemmingsplannen en capaciteit. Op basis van de realisatie in de afgelopen jaren is nu de reële verwachting dat van het totale investeringsprogramma 2026-2029 circa 65% kan worden gerealiseerd. Vanwege de eerdergenoemde factoren is het niet mogelijk om vooraf aan te geven op welke specifieke investeringen dit betrekking heeft. In het begrotings- en meerjarenbeeld is daarom een bijstelling (stelpost) voor realistisch ramen opgenomen die aansluit bij de aanname dat in een jaar maximaal 65% wordt besteed. Voor de lagere kapitaallasten die hiervan het gevolg zijn, is een stelpost geraamd (zie programma Financiën).
50
Overzicht gewijzigde investeringen (bedragen × € 1.000) Verloop investeringen
Begroting 2026-2029 Programma
Stand Programmabegroting 2025-2028
594.959
Aanvulling tabel PB 2025-2028 (wel besloten):
3.927
Najaarsrapportage 2024:
363
Jaarrekening 2024 (afsluitingen):
-78.161
Kadernota 2026:
51.136
Reguliere goedgekeurde begrotingswijzigingen 2025:
3.711
Nog te besluiten voorstellen:
73.666
Renovatie St.Papaver
P3
350
Gelatineverbinding
P6
-4.759
Poptahof
P6
-50
Beheerplannen (prijsindexatie)
P6
1.740
Aanvulling speelplekken Delft West
P6
510
Archeologie - diverse apparatuur (omzetten naar exploitatie)
P8
-180
IHP CLD Molenhuispad - gymvoorzieningen
P8
7.200
IHP Delftse vrije school Widar
P8
2.596
IHP sporthal Westplantsoen
P8
9.900
IHP Bernadette Maria
P8
5.040
IHP Gabriël school
P8
4.680
IHP Herman Broereschool
P8
3.240
IHP PO school Schieoevers
P8
7.600
IHP Stelpost
P8
18.769
IHP (prijsindexatie)
P8
13.511
Museum Prinsenhof (prijsindexatie)
P8
2.119
OHP 2026 - Mgr. Bekkerschool
P8
144
OHP 2026 - Cornelius Musiusschool
P8
112
OHP 2026 - De Nieuwe Maan
P8
600
MJOP - facilitair
P11
pm
ICT Investeringen (prijsindexatie)
P11
544
Stand Programmabegroting 2026-2029
649.601 649.601 -
51
INVESTERINGEN PER PROGRAMMA Overzicht investeringen In het overzicht per programma wordt het integraal overzicht van de investeringen opgenomen. stenraming, planning) is vastgesteld. Voor alle investeringen geldt dat de afschrijvings- en rentelasten (kapitaallasten), die samenhangen met deze investeringen, zijn opgenomen bij de programma's en opgenomen in de meerjarige begroting.
52
Investeringen
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
(bedragen × € 1.000) Stad en bestuur
Fasering
2025
2026
2027
2028
2029
na 2029
-
70
59
-
-
Publieke dienstverlening Investeringen
Bedrijfsmiddelen
141
12
Meubilair
Bedrijfsmiddelen
300
49
51
50
50
50
50
Renovatie/vervanging Raadstafel
Bedrijfsmiddelen
150
-
150
-
-
-
-
Toegangscontrolesysteem
Bedrijfsmiddelen
Totaal Investeringen
410
-
-
410
-
-
-
1.001
61
201
530
109
50
50
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
2028
2029
(bedragen × € 1.000) Duurzame stad
Fasering
2025
2026
Energietransitie Vleermuizentoren
Plan
71
-
71
Energietransitie Vleermuizentoren (bijdragen derden)
Plan
-11
-
-11
Renovatie St.Papaver
Plan
350
Stapsgewijze verduurzaming vastgoedportefeuille
Plan
2.815
1.104
644
Waterplan / klimaatadaptatie
Plan
1.385
403
4.610
1.507
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
Totaal Investeringen
2027
na 2029
350
(bedragen × € 1.000) Bereikbare stad
517
550
-
-
172
270
270
270
-
876
1.137
820
270
-
Fasering
2025
2026
2027
2028
2029
na 2029 1.025
Adaptieve Mobiliteitsagenda
Plan
31.118
8.034
7.360
4.307
3.820
1.410
5.162
Adaptieve mobiliteitsagenda bijdragen derden
Plan
-8.885
-2.263
-4.449
-780
-615
-173
-605
Halteverplaatsing tramhalte Martinus Nijhofflaan
Plan
165
-
165
-
-
-
-
Halteverplaatsing tramhalte Martinus Nijhofflaan - bijdrage van derden
Plan
-83
-
-83
-
-
-
-
Reconstructie Buitenhofdreef
Plan
10.750
-
-
750
750
4.625
4.625
-
Reconstructie Buitenhofdreef bijdrage derden
Plan
-7.500
-
-
-
-
- -3.750 3.750
-
Herinrichting Prinses Beatrixlaan Plan Zuid
1.625
200
840
585
Idem - bijdrage van derden
Plan
-1.056
-380
Vervanging parkeerautomaten
Bedrijfsmiddelen
Totaal Investeringen
-130
-546
500
-
150
150
150
50
-
26.634
5.771
3.213
4.721
4.310
2.162
5.432
1.025
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
2029
na 2029
(bedragen × € 1.000) Goed wonen
Fasering
2025
2026
2027
2028
Ecologische zones TU Campus NZ en OW
Plan
1.000
43
50
250
500
157
-
-
Ecologische zones TU Campus NZ en OW - bijdrage derden
Plan
-1.000
-
-
-500
-
-500
-
-
Parkeerplaatsen Roland Holstlaan
Plan
410
55
-
-
355
-
-
-
53
Investeringen
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
(bedragen × € 1.000)
Fasering
Verwerving Schieweg 13
Plan
2.700
-
2.700
-
-
-
-
-
Verwerving Schieweg 13 bijdrage derden
Plan
-1.350
-
-1.350
-
-
-
-
-
1.760
98
1.400
-250
855
-343
-
-
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
(bedragen × € 1.000)
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
Schone en veilige stad
2025
Totaal Investeringen
Fasering
2026
2027
2028
2029
na 2029
Begraafplaatsen
Plan
200
-
100
100
-
-
-
-
Beheerplan civiele constructies
Plan
27.769
11.733
5.000
4.160
4.276
2.600
-
-
Beheerplan groen en water
Plan
9.476
1.592
1.945
2.022
2.021
1.896
-
-
Waterberging
Plan
3.000
605
598
599
599
599
-
-
Beheerplan openbare verlichting Plan
14.017
3.106
2.653
2.759
2.759
2.740
-
-
Beheerplan wegen
Plan
21.333
5.948
2.315
2.824
5.123
5.123
Gasthuisplaats
Plan
1.500
-
250
250
1.000
-
-
-
Gelatineverbinding
Plan
32.744
261
1.000
5.967
3.000
12.70 0
9.816
-
Gelatineverbinding - bijdrage derden
Plan
-18.999
-
-
1.040
-
-
17.959
-
Gevel tot gevel
Plan
6.362
641
1.500
1.560
1.560
1.101
-
-
GO-Openbare ruimte bovenplanse voorzieningen
Agenda
4.100
-
-
1.000
2.000
1.100
-
Poptahof
Plan
2.820
836
-106
-
-
2.090
-
-
Poptahof, Groenstrook abtswoudseweg (NIEUW)
Plan
50
-
50
-
-
-
-
-
Projecten Tramlijn 19
Plan
31.769
31.441
328
-
-
-
-
-
Bijdrage projecten Tramlijn 19
Plan
-3.423
-3.423
-
-
-
-
-
-
Reconstructie Ireneboulevard
Plan
500
-
-
500
-
-
-
-
Rioolinvesteringen kostenverhaal
Plan
9.950
4.507
3.500
1.943
-
-
-
-
Schieoevers bovenwijkse voorzieningen
Plan
2.100
-
-
-
2.100
-
-
-
Schieoevers voorzieningen
Agenda
3.400
-
-
-
500
-
2.900
-
Speelplekken
Plan
3.060
955
530
551
551
473
-
-
Aanvulling speelplekken Delft west
Plan
510
34
420
56
Stadsvernieuwing
Plan
1.290
381
230
230
225
224
-
-
Tractie
Bedrijfsmiddelen
1.112
-
278
278
278
278
-
-
Uitplaatsing Stedin 2020-2024
Plan
1.330
1.214
116
-
-
-
-
-
Uitbreiding Vulcanusweg
Plan
150
-
-
150
-
-
-
-
Verkeersvoorzieningen
Plan
1.860
298
380
394
394
394
-
-
Vervangen beheersystemen openbare ruimte
Bedrijfsmiddelen
600
-
550
50
-
-
-
-
158.580
60.095
21.251
23.71 7
25.44 2
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
Totaal
Investeringen (bedragen × € 1.000) Samenleven, onderwijs en cultuur
-
32.21 -4.143 8
Fasering
2025
2026
2027
2028
2029
na 2029
Archeologie - diverse apparatuur Plan
54
37
17
-
-
-
-
-
Binnen- en buitensport
Plan
180
120
60
-
-
-
-
-
Erfgoed - Publieksvoorzieningen Plan
300
-
-
-
200
100
-
-
16.100
9.118
6.982
-
-
-
-
-
IHP ISD/IGVO
54
Plan
Investeringen
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
(bedragen × € 1.000)
Fasering
IHP Bernadette Maria
Agenda
5.852
-
-
-
-
-
IHP CLD Hof van Delft
Agenda
14.630
-
-
-
-
209
-
5.852
IHP CLD Molenhuispad (gymvoorzieningen)
Plan
16.720
-
-
418
418
7.942
7.942
-
IHP Delfse Tuin
Plan
8.145
1.252
5.380
1.513
-
-
-
-
IHP Delftse Montessori
Plan
7.343
78
500
2.090
4.675
-
-
-
IHP Delftse Vrije School (Widar) Plan
6.028
-
-
603
2.712
2.713
-
-
IHP Gabriëlschool
Agenda
5.434
-
-
-
-
-
-
5.434
IHP Grotius Juniusstraat
Plan
33.338
-
100
105
1.045
2.090
IHP Grotius Juniusstraat -grond
Plan
3.240
-
-
-
-
-
3.240
-
IHP Herman Broereschool
Agenda
7.524
-
-
-
-
752
3.386
3.386
IHP Maurice Maeterlinckschool
Plan
15.490
197
300
363
7.315
7.315
-
-
IHP Maurice Maeterlinckschool - Plan grond
941
-
-
941
-
-
-
-
209 14.212
14.63 15.368 0
IHP Mercurius met sportzaal
Plan
30.312
4
50
261
523
523
IHP Pleysier/ISK
Plan
17.641
6.054
6.000
5.587
-
-
1.045 27.906 -
-
IHP PO-school SO
Agenda
8.360
-
-
-
-
-
-
8.360
IHP Sporthal Grotius
Agenda
6.633
-
-
-
-
363
3.135
3.135
IHP Sporthal Westplantsoen
Plan
22.990
-
-
418
418
11.07 7
11.07 7
-
IHP Stanislas VMBO /Junius (v)mbo-school vervroegd
Plan
21.135
39
50
52
105
418
IHP Tanthof complexen
Plan
32.075
609
500
1.568
5.225
10.45 0
13.72 3
IHP Stelpost
Agenda
69.402
-
3.255
5.146
7.809
12.16 0
14.91 26.122 0
523 19.948
Krakeelpolderweg - wissellocatie Plan
1.041
-
100
941
-
-
-
-
Kwaliteitsverbetering gymzalen (7x 700K)
Plan
5.091
45
655
732
732
732
732
1.463
Marlotlaan - wissellocatie
Plan
7.250
2.432
4.818
-
-
-
-
-
Nieuwelaan - wissellocatie
Plan
150
-
20
130
-
-
-
-
OHP 2025 1e inrichting Spinoza Plan ISK
335
-
335
-
-
-
-
-
OHP 2025 1e inrichting Mercurius college
Plan
115
-
115
-
-
-
-
-
OHP 2026 - uitbreiding Mgr.Bekkerschool
Plan
144
144
OHP 2026 - herstelkosten Cornelius Musiusschool
Plan
112
112
OHP 2026 - ingebruikname De Nieuwe Maan
Plan
600
600
Museum Prinsenhof
Plan
36.619
9.911
-
-
-
Rietveldtheater
Plan
RingPass velden
Plan
Sportaccommodaties KN2021
2.240
8.802
15.66 6
4.776
-
250
4.526
-
-
-
-
5.700
433
600
2.400
2.267
-
-
-
Plan
7.890
575
150
150
3.900
3.115
-
-
Sportpark Kerkpolder veld 51
Plan
1.000
-
500
500
-
-
-
-
Sportpark Kruithuisweg (Blue Birds)
Plan
4.600
279
821
1.750
1.750
-
-
-
-
-
Tijdelijke huisvesting Griegstraat Plan Totaal
Investeringen (bedragen × € 1.000)
55
363
-
363
-
-
-
425.653
23.512
40.723
46.71 6
49.00 5
59.95 9
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
Fasering
74.55 131.18 2 6
Investeringen
Toegekend bedrag
(bedragen × € 1.000)
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
Economie en vastgoed
2025
Duurzame toekomst Westvest 9 Plan
Realisatie t/m 2024
2026
2027
2028
2029
na 2029
3.804
5.958
325
50
Het nieuwe kantoor (HNK)
Plan
300
-
300
-
-
-
Inrichting Willem van Oranje
Plan
630
99
531
-
-
-
-
Instandhouding gemeentelijk vastgoed (OD177)
Plan
60
-
60
-
-
-
-
Instandhouding Theater de Veste
Plan
1.955
-
-
1.955
St. Agathaplein 4 ventilatie
Plan
Totaal
Investeringen
10.137
Fasering
-
150
35
115
-
-
-
-
13.232
134
4.810
7.913
325
50
-
Toegekend bedrag
Realisatie t/m 2024
Jaarschijf 2025 o.v.v. NJR25
(bedragen × € 1.000) Overhead
2025
-
Fasering
2026
3.012
2.725
153
134
pm
-
pm
pm
2027
2028
2029
na 2029
-
-
pm
pm
pm
Het nieuwe kantoor (HNK)
Bedrijfsmiddelen
MJOP-facilitair (overhead)
BM
MJOP-facilitair (samenleven)
BM
pm
-
pm
pm
pm
pm
pm
ICT Investeringen
Bedrijfsmiddelen
14.469
2.932
1.161
933
8.193
1.250
-
-
Verledden (HNK)
Bedrijfsmiddelen
650
30
620
-
-
1.687
-
-
Totaal
18.131
5.657
1.344
Totaal investeringsplan
649.601
96.835
73.818 86.171 89.059 95.616 75.891 132.211
56
8.193
1.250
-
INVESTERINGSOVERZICHT PROJECTEN MET RIJKSSUBSIDIES Overzicht projecten met rijkssubidies De afgelopen jaren zijn forse rijkssubsidies aangevraagd en toegekend. Deze subsidies vragen om cofinanciering van de gemeente en kennen, doordat er vaak een relatie ligt met het realiseren van aantallen nieuwe woningen, een lange doorlooptijd (soms 10 jaar). Een van de opbrengsten van het opstellen van een Strategische Investeringsagenda (SIA) is meer inzicht in de -indicatieve- fasering van de uitgaven van deze toegekende (rijks) subsidies. In onderstaande tabel is te lezen in welke -indicatieve- fasering de toegekende rijkssubsidies plus de cofinanciering gemeente naar verwachting uitgegeven wordt in de periode tm 2040. Ruim 67% (ca. € 108 miljoen) wordt pas uitgegeven na de huidige planperiode 2026 -2029. Dit is met name van belang omdat de onderstaande rijksbijdragen eind 2026 allemaal op de bankrekening van de gemeente gestort zijn en de inflatie voor de periode na 2027 rekening van de gemeente komt. In de Kadernota 2024 zijn daarvoor al beperkte reserveringen gedaan (zie reserve investeringsplan).
Op het huidige investeringsprogramma staan een drietal projecten die een relatie hebben met onderstaand overzicht: -programma Bereikbare Stad - Herinrichting Prinses Beatrixlaan Zuid -programma Goed Wonen - Verwerving Schieweg 13 -programma Schone en Veilig Stad - Gelatineverbinding De andere projecten worden opgenomen zodra er zicht is op concretere planning. Overzicht fasering uitgaven projecten met rijkssubsidies Bedragen x € 1.000
Inkomsten
Uitgaven
Specifieke subsidie :
Ontvange Nog te Totaal Cofinancierin Totaal n tm 2024 ontvangen toegekend g gemeente beschikbaa (2025/2026 e r ) rijksbijdrag e
Werkelijk Plannin Plannin Plannin Totaal uitgegeve g 2025 g 2030 g 2035 uitgave n tm 2024 tm 2029 tm 2034 tm 2040 n
Woningbouwimpul s - SISA C9
24.524
24.524
24.911
49.435
-
20.265
Gebiedsbudget SISA J106
1.350
1.350
1.350
2.700
-
2.700
Versnellingsgelden - SISA E104
33.005
39.649
72.654
38.743
111.397
-
32.065
79.332
Totaal
58.879
39.649
98.528
65.004
163.532
-
55.030
107.37 9
1.123
163.53 2
34%
66%
1%
100%
57
28.047
1.123
49.435 2.700 111.39 7
BELEIDSBEGROTING Inleiding beleidsbegroting De programmabegroting omvat tien programma's. Per programma worden de drie W-vragen beantwoord: 'Wat willen we bereiken?', 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat gaat het kosten?'. Bij de eerste W-vraag staan de indicatoren en een actualisering van de effecten en prestaties voor 2026. Bij de tweede W-vraag geven we een opsomming van de activiteiten die worden ondernomen om die effecten en prestaties te bereiken. De derde W-vraag laat de financiële vertaling per programma zien, inclusief een apart overzicht van de investeringen. In het Overzicht mutaties zijn de mutaties ten opzichte van de vorige begroting opgenomen. Nieuwe en nog te besluiten mutaties zijn toegelicht. Het meerjarige beeld, met rekeningcijfers over de afgelopen jaren en de begrote lasten, baten en reservemutaties tot en met 2029, is te vinden bij Overzichten, onderdeel Uitvoeringsinformatie - Baten en lasten per taakveld. De uitwerking van de drie opgaven (Delft-West, Innovatiedistrict Delft en energietransitie) en de inzet voor de bestuurlijke accenten komen in de programma's aan de orde. Indicatoren Met beleidsindicatoren laten we transparant en meetbaar zien wat we bereiken in onze stad. Vooraf leggen we een streefcijfer vast in de programmabegroting. Dit voorkomt achteraf spraakverwarring over doelbereiking.