CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Paradijspoort C&A locatie Bijlagen bij toelichting

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake bestemmingsplan Paradijspoort C&A locatie (nr. 2403030).15.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De bezonningstijd varieert over de lengte van de gevel. Aan de noordzijde van de gevel is de bezonning 1 uur en 52 minuten. De rest van de geveldelen heeft een bezonning van 1 uur en 44 minuten. Dit is 16 minuten onder de gestelde eis. De afname ten opzichte van de huidige situatie is ongeveer 30 minuten. In cluster 8 gaat het om de west georiënteerde gevel van de Pynepoort 4 t/m 16. Opgemerkt dient te worden dat in de huidige situatie er zich geen woningen bevinden. Cluster 8 is meegenomen in de analyse omdat conform het bestemmingsplan op de verdiepingen wonen toegestaan is. De bezonningduur van deze gevel in de toekomstige situatie is 1 uur en 37 minuten, wat 23 korter is als beoogd in de ‘lichte’ TNO-norm. Gezien er in de huidige situatie geen woonfunctie aanwezig is, is de afname niet relevant. Potentiële toekomstige bewoners zijn niet bekend met de huidige situatie. Er kan gesteld worden dat de afwijking van de bezonningsduur ten opzichte van de ‘lichte’ TNO-norm aanvaardbaar is. Voor de noordwest georiënteerde gevels in Cluster 5 geldt dat de voorgestelde ontwikkeling niet voor een afname van het aantal uren zorgt. Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie geldt dat deze woningen niet voldoen aan de ‘lichte’ TNO-norm.

Voor de noordwest georiënteerde gevels in Cluster 7 geldt dat de voorgestelde ontwikkeling een kleine afname veroorzaakt van het aantal uren bezonning. Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie geldt dat deze woningen niet voldoen aan de ‘lichte’ TNO-norm. De enige verandering in het aantal bezonningsuren is rondom de dakrand (en derhalve niet ter plaatse van de ramen). Daarmee is deze verandering acceptabel.

P30322590e106

Page 15 of 25

Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft

De ontwikkeling heeft conform de ‘lichte’ TNO-norm geen negatieve invloed op de bezonningsduur van woonkamers van feitelijk aanwezige appartementen in cluster 8. In het geval dat in de toekomst op de verdieping in cluster 8 gewoond gaat worden is de bezonningsduur 23 minuten korter ten opzichte van de ‘lichte’ TNO-norm op de betreffende gevel. Gezien de situatie wordt gesteld dat, mede gelet de binnenstedelijke omgeving, dit een acceptabele afwijking is. Verder is het niet duidelijk aan welke zijde eventueel de woonkamer wordt voorzien indien de verdiepingen bewoond gaan worden. Uiteraard is het aan de gemeente om hierover een besluit te nemen.

P30322590e106

Page 16 of 25

Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft

6

Bijlage A - Bezonningsdiagrammen Paradijspoort 15

P30322590e106

Page 17 of 25

Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft

21 maart, 09:00, huidige situatie

21 maart, 09:00, toekomstige situatie

21 maart, 12:00, huidige situatie

21 maart, 12:00, toekomstige situatie

P30322590e106

Page 18 of 25

Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft

21 maart, 15:00, huidige situatie

21 maart, 15:00, toekomstige situatie

21 maart, 18:00, huidige situatie

21 maart, 18:00, toekomstige situatie

P30322590e106

Page 19 of 25

Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft

21 juni, 09:00, huidige situatie

21 juni, 09:00, toekomstige situatie

21 juni, 12:00, huidige situatie

21 juni, 12:00, toekomstige situatie

P30322590e106

Page 20 of 25

Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft

21 juni, 15:00, huidige situatie

21 juni, 15:00, toekomstige situatie

21 juni, 18:00, huidige situatie

21 juni, 18:00, toekomstige situatie

P30322590e106

Page 21 of 25

Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft

21 juni, 20:00, huidige situatie

21 juni, 20:00, toekomstige situatie

23 september, 09:00, huidige situatie

23 september, 09:00, toekomstige situatie

P30322590e106

Page 22 of 25

Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft

23 september, 12:00, huidige situatie

23 september, 12:00, toekomstige situatie

23 september, 15:00, huidige situatie

23 september, 15:00, toekomstige situatie

P30322590e106

Page 23 of 25

Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft

23 september, 18:00, huidige situatie

23 september, 18:00, toekomstige situatie

22 december, 09:00, huidige situatie

22 december, 09:00, toekomstige situatie

P30322590e106

Page 24 of 25

Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft

22 december, 12:00, huidige situatie

22 december, 12:00, toekomstige situatie

22 december, 15:00, huidige situatie

22 december, 15:00, toekomstige situatie

P30322590e106

Page 25 of 25

bestemmingsplan Paradijspoort C&A locatie

Bijlage 3 Ecologische quickscan

bestemmingsplan "Paradijspoort C&A locatie" (vastgesteld) 63

Quickscan flora en fauna Paradijspoort 15 Delft

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Quickscan flora en fauna in opdracht van od205 T.a.v. mevrouw E. van der Laan – Reussink Schiehavenkade 158-160 3024 EZ ROTTERDAM betreffende de locatie Paradijspoort 15 te Delft documentkenmerk 1905/213/JOW-02 versie 1 vestiging Nuenen datum 29 augustus 2019

opgesteld door:

gecontroleerd door:

ing. L. Bouwmans

ing. A. Paulusse

Projectleider ecologie

Projectleider ecologie

Dit document is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven. Het document mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Door derden aangebrachte wijzigingen en/of toevoegingen dan wel oneigenlijk gebruik van het document vallen niet onder de verantwoording van Tritium Advies BV.

Tritium Advies BV Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Arkel >> Neer >> Nuenen >>

I.

www.tritium.nl

Prinsenbeek >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Inhoudsopgave pagina Inleiding

1

Bronnenonderzoek

3

Gebieden

3

Soorten

5

Veldbezoek

6

Resultaten

7

Flora

7

Vogels

7

Grondgebonden zoogdieren

8

Vleermuizen

9

Amfibieën, reptielen en vissen

10

Ongewervelden/ overige soorten

10

Conclusies

11

Beschermde gebieden

11

Soorten

11

Zorgplicht

12

Eindconclusie

13

Literatuurlijst

14

Bijlagen 1.

situatietekening plangebied

2.

fotobijlage veldbezoek van 30 juli 2019

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Inleiding In opdracht van od205 is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling aan de Paradijspoort 15 te Delft. Het voornemen bestaat om op de bestaande winkelbebouwing nieuwe appartementen te realiseren. Het plangebied betreft het kadastrale perceel van de gemeente Delft, sectie D, nummer 3559 en heeft een oppervlakte van 1.551 m².

Figuur 1: huidige situatie plangebied (blauw omlijnd) (bron: http://kadasterloep.nl)

Het plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Voor deze locatie wordt derhalve een juridisch-planologische procedure doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening. In het kader van deze procedure dient onder andere een quickscan flora en fauna te worden uitgevoerd. Hiermee kan worden voorkomen dat in strijd met de geldende natuurwetgeving wordt gehandeld. Doel van het onderhavige onderzoek is om te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). Het is noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. Op basis van de ecologische waarden van een planlocatie zal uit een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) blijken of er een overtreding te verwachten is van de Wnb. Tevens wordt vastgesteld of er meer soortgegevens nodig zijn door middel van inventarisatie en of er een uitgebreide studie noodzakelijk is naar de effecten van een ruimtelijke ingreep. In veel situaties zal het uitvoeren van een verkennend onderzoek echter reeds voldoende zijn om aan te tonen of een plan uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wnb te voorkomen.

pagina 1 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Uit onderstaande luchtfoto (figuur 2) kan worden opgemaakt dat het plangebied in de bebouwde kom van Delft is gelegen.

Figuur 2: luchtfoto van de omgeving van het plangebied (rood omcirkeld) (bron: Google Earth)

pagina 2 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Bronnenonderzoek Onderhavig onderzoek richt zich met name op soortenbescherming en in beperktere mate op het gebiedsbeschermingsdeel van de Wnb (Natura 2000). In het uitgevoerde bronnenonderzoek is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Onder andere is hierbij gebruik gemaakt van de zoogdierenatlas (Broekhuizen et al., 2016) en enkele digitale verspreidingsatlassen. De bevindingen van dit literatuuronderzoek zijn weergegeven in de navolgende twee paragrafen.

Gebieden In onderstaande figuur 3 is het plangebied met haar ecologisch waardevolle gebieden in highlights weergegeven. De donkergroene highlights betreffen het Natuurnetwerk Nederland (verder: NNN). Het Natura 2000-gebied is met de geelgroene kleur aangeduid. De Natura 2000-gebieden liggen grotendeels binnen het NNN. De Natura 2000-gebieden die geen onderdeel zijn van het NNN betreffen vooral agrarische gebieden en hebben een beperkter beschermingsregime. Van de gebieden die wel binnen NNN zijn gelegen worden, naast de specifieke soorten en habitattypen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), ook de wezenlijke kenmerken en waarden beschermd.

Figuur 3: plangebied en omgeving (rood omcirkeld) met relevante natuurgebieden (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten)

Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat het plangebied niet in Natura 2000-gebied is gelegen. Op 1,4 kilometer van het plangebied is een NNN-gebied gelegen.

pagina 3 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is op een afstand van circa 10,8 kilometer ten noordwesten van het plangebied gelegen en betreft De Solleveld en Kapittelduinen. Het tussen Den Haag en Ter Heijden gelegen Solleveld wijkt af van de meeste andere Zuid-Hollands duingebieden doordat het voor het overgrote deel bestaat uit ‘oude duinen’. Bijzonder in deze ontkalkte duinen zijn enkele heideterreintjes, die evenals andere landschapselementen herinneren aan het historische, agrarische gebruik. Het gebied is niet heel reliëfrijk en bestaat uit duinen, duinbossen, graslanden, duinheiden, struwelen, ruigten en plassen. Aan de binnenduinrand liggen een aantal oude landgoedbossen met een rijke stinzeflora. Ten noorden van de oude monding van de Maas liggen de Kapittelduinen. Dit gebied bestaat uit de ten oosten van het strand gelegen duinen, vochtige duinvalleien, duinplassen, duin- en landgoedbossen, graslanden, struwelen, ruigten en een aantal dijktrajecten. Het gebied ligt op de overgang van kust naar rivierengebied en meer landinwaarts worden de rivierinvloeden steeds duidelijker zichtbaar in de vegetatie. In het Staelduinse Bos liggen diverse bunkers. In het Natura 2000-gebied zijn verschillende doelsoorten opgenomen zoals de nauwe korfslak en de groenknolorchis.

In de navolgende figuur 4, overgenomen uit de kaart van het NNN van de provincie Zuid-Holland is wederom het aandachtsgebied omcirkeld. Ook uit deze figuur blijkt dat het plangebied niet in een beschermd gebied ligt. Het dichtstbijzijnde natuurgebied behorende tot het NNN is op een afstand van 1,4 kilometer ten noordoosten van het plangebied gelegen.

Figuur 4: kaart NNN en weidevogelgebied. Het plangebied en omgeving is rood omcirkeld (bron: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN)

Effecten beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. De provincie Zuid-Holland hanteert geen externe werking als het gaat om NNN. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met ruim 10,8 kilometer op grote afstand gelegen. Vanwege de beperkte aard van de ingreep (herontwikkeling binnen de bebouwde kom) en de grote afstand tot het Natura-2000 gebied valt een significant negatief effect niet te verwachten. Ook is er vanwege de beperkte aard van de werkzaamheden geen negatief effect te verwachten ten aanzien van het dichtstbijzijnde weidevogelgebied.

pagina 4 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Soorten Aan de hand van literatuuronderzoek is informatie verzameld over het voorkomen van soorten in de directe omgeving van het plangebied. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van voornoemde zoogdierenatlas. In deze atlas wordt het voorkomen van soorten aangegeven per atlashok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:84 / Y:447. In de werkatlas wordt het voorkomen van soorten per kilometerhok aangeduid. In de zoogdierenatlas wordt dit aangegeven per atlashok, met afmetingen van 5 bij 5 kilometer. Het plangebied is gelegen in kilometerhok X:84 / Y:447. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok c.q. het atlashok beslaat is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Uit gegevens van de zoogdieren verspreidingsatlas blijkt dat de volgende zoogdieren of sporen van deze soorten (o.a. in braakballen) (zowel inheems als uitheems) in de periode van 1989 tot 2019 zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: bosmuis, woelrat, huisspitsmuis, eikelmuis, laatvlieger, egel, haas, boommarter, dwergmuis, veldmuis, hermelijn, wezel, bunzing, beverrat, rosse woelmuis, watervleermuis, rosse vleermuis, muskusrat, konijn, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, bruine rat, mol, Amerikaanse rode eekhoorn en vos.

In de periode 2000-2019 blijkt uit de gegevens van de NDFF en Ravon dat de volgende soorten zijn waargenomen in de directe omgeving van het plangebied: gewone pad, vinpootsalamander, kleine watersalamander, bastaardkikker, meerkikker en bruine kikker.

pagina 5 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Veldbezoek Het plangebied is op 30 juli 2019 in de ochtend bezocht. Er was sprake van helder weer met windkracht 1 Bft en een temperatuur van circa 25 graden Celsius. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk informatie verzameld met betrekking tot de aanwezigheid of afwezigheid van beschermde soorten. De te verzamelen informatie bestaat onder andere uit zicht- en geluidwaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Op basis van terreinkenmerken is voorts beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek aangezien een quickscan een momentopname betreft. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal derhalve een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een winkelpand. Het pand ligt in de bebouwde kom van Delft.

De in bijlage 2 opgenomen foto’s geven een duidelijk beeld van de huidige situatie.

pagina 6 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Resultaten Onderstaand volgen de resultaten en eerste conclusies van het uitgevoerde veldbezoek in relatie tot het planvoornemen.

Flora Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Het plangebied bestaat uit een winkelpand waarvan de directe omgeving volledig bestraat is. Daarnaast zijn de omstandigheden van het plangebied voedselrijk, waardoor er geen beschermde soorten te verwachten zijn. Beschermde soorten komen namelijk vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het plangebied slechts voor een aantal soorten vogels geschikt is als onderdeel van het leefgebied. Het gebied is geschikt als foerageergebied, echter zullen niet alle vogelsoorten van het gebied gebruik maken. Met name voor vogels die in het “stedelijk gebied” voorkomen zijn binnen en rond het plangebied gunstige biotopen aanwezig. Voor bos-, weide-, struweel- en watervogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn één houtduif (Columba palumbus) en enkele kauwen (Corvus monedula) aangetroffen in de directe omgeving van het plangebied. Onder het dakoverstek van het pand is een kauw waargenomen. Deze open ruimte bevat echter geen geschikte verblijfplaatsen voor de huismus (Passer domesticus) of gierzwaluw (Apus apus) om in te verblijven. De ruimte is te groot voor deze soorten en biedt geen bescherming vanuit de voorzijde tegen eventuele predatoren. Daarnaast is het platte dak ongeschikt als verblijfplaats voor de eerdergenoemde soorten en vogelsoorten met een jaarrond beschermde verblijfplaats vanwege de afgedichte dakranden. Het plangebied zal niet als essentieel foerageergebied dienen, aangezien er in de directe omgeving vergelijkbare panden met platte daken aanwezig zijn.

De bomen die aanwezig zijn rondom en in het plangebied bevatten geen geschikte holtes voor vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. Ook zijn er geen nesten aangetroffen. Conclusie: een aantal vogelsoorten zal het plangebied met name benutten als foerageergebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten. Vergelijkbare gebouwen in de omgeving bieden voldoende alternatief. Wel wordt bij de voorgenomen bouwwerkzaamheden verwezen naar de in hoofdstuk 5 omschreven werkwijze.

pagina 7 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. In de omgeving van het plangebied komt de boommarter (Martes martes) voor. De boommarter leeft bij voorkeur in bossen. Boommarters verblijven voornamelijk in boomholten, konijnen-, vossen- of dassenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Aangezien het plangebied uit een winkelpand bestaat dat in de bebouwde kom van Delft is gelegen voldoet het pand niet aan de genoemde eisen voor het leefgebied van de boommarter. Daarnaast zijn er geen sporen in de vorm van vraatsporten, pootafdrukken en uitwerpselen (in de vorm van latrines) aangetroffen. Naast de boommarter komen er in de directe omgeving van het plangebied kleine marterachtigen zoals de bunzing (Mustela putorius), wezel (Mustela nivalis) en hermelijn (Mustela erminea) voor. De bunzing geeft de voorkeur aan gebieden met oppervlaktewater en schuilmogelijkheden zoals heggen, houtwallen en bosranden. De wezel geeft de voorkeur aan open, droge natuur- en cultuurlandschappen die dekking bieden door middel van bosschages, houtstapels of heggen. De hermelijn leeft graag in een hol en verplaatst zich langs lijnvormige elementen die dekking bieden zoals heggen, muurtjes en oeverlijnen.

Het plangebied is ongeschikt voor zowel de bunzing, wezel als hermelijn vanwege het ontbreken van voldoende dekking. Daarnaast ligt het plangebied in het centrum van Delft en zijn er geen sporen aangetroffen zoals holen, vraatsporen of uitwerpselen. Ook komt er in de omgeving van het plangebied de eikelmuis (Eliomys quercinus) voor. Eikelmuizen leven zowel in bomen en struiken als op de grond. Ze leven vooral in structuurrijke loofbossen in een glooiend gebied, het liefst begroeid met eiken, maar ze komen ook voor in naaldbossen, boomgaarden, kleinschalig agrarisch cultuurlandschap en parklandschap in dorpsranden. Ook struikgewas, hagen, tuinen, rotsen, muren en gebouwen kunnen bewoond worden door deze soort, mits er in de directe omgeving bos of struikgewas aanwezig is en de plek zelf voldoende beschutting biedt.. Vanwege het stedelijke karakter van het plangebied en de omgeving hiervan is het onwaarschijnlijk dat de eikelmuis in of om het pand voorkomt. Daarnaast biedt het gebouw onvoldoende beschutting, waardoor het plangebied ongeschikt is als leefgebied voor de eikelmuis. Er zijn geen sporen in de vorm van vraatsporen, pootafdrukken en uitwerpselen aangetroffen. In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van groenstroken en tuinen die als foerageergebied kunnen dienen voor algemeen voorkomende soorten.

Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroep.

pagina 8 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Vleermuizen Er is bebouwing aanwezig binnen het plangebied, waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen niet op voorhand uit te sluiten valt. Het dak van het winkelpand biedt geen mogelijkheid voor vleermuizen om in te verblijven, vanwege de afgedichte dakrand. Daarnaast betreft het een plat dak zonder openingen. Het uit baksteen opgetrokken winkelpand beschikt echter over open stootvoegen die toegang kunnen bieden aan kleine gebouwbewonende vleermuizen (gewone en ruige dwergvleermuis) tot eventuele verblijfplaatsen in de achterliggende spouwen. De gevels aan de voorzijde van de Paradijspoort en de Achtersack bevatten meerdere rijen open stootvoegen op verschillende hoogtes die groot genoeg zijn voor de gewone- of ruige dwergvleermuis om in te verblijven. Aangezien het voornemen bestaat om op de bestaande bebouwing appartementen te realiseren kan er bij het aanpassen of verwijderen van het dak verstoring van de mogelijk aanwezige verblijfplaatsen van deze soorten ontstaan. In de onderstaande figuur is aangegeven in welke gevels de geschikte open stootvoegen zich bevinden. In de onderstaande figuur is aangegeven waar zich voor vleermuizen geschikte open stootvoegen bevinden.

Figuur 5: de gevels met daarin de geschikte open stootvoegen voor vleermuizen (geel gemarkeerd). (bron: Google Earth)

In de bomen aanwezig op de grens van het plangebied zijn geen geschikte holtes of scheuren aanwezig die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Ook zijn er geen sporen zoals ontlasting of vraatsporen in de vorm van vlindervleugels gevonden. Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied door vleermuizen. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn zoals bomenrijen en grachten.

pagina 9 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Vleermuizen maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt. De bomenrijen en gracht ten zuiden van het plangebied kunnen dienst doen als vliegroute. De bomen en de gracht zullen echter niet worden aangetast door de voorgenomen plannen en kunnen dus blijven dienen als vliegroute. Conclusie: de aanwezige bebouwing is geschikt als vaste verblijfplaats voor kleine gebouwbewonende vleermuizen. Er dient aanvullend onderzoek te worden gedaan naar deze soortgroep. Mogelijk wordt er door vleermuizen gefoerageerd binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.

Amfibieën, reptielen en vissen Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën en reptielen aangetroffen en zijn er geen sporen van deze soortgroepen aangetroffen binnen het plangebied. Er is geen oppervlaktewater aanwezig, waardoor de aanwezigheid van beschermde vissen kan worden uitgesloten. De vinpootsalamander (Lissotriton helveticus) komt voor in de omgeving van het plangebied. Vinpootsalamanders worden aangetroffen in heidegebieden op hogere zandgronden en heuvellandschappen en planten zich voort in bronpoeltjes, bospoelen, drinkpoeltjes en zwakstromende beekjes. Op een afstand van circa 10 meter is een gracht aanwezig. De oever van deze gracht bestaat uit een hoge steenrand, waardoor amfibieën moeilijk kunnen migreren. Daarnaast is de omgeving van het winkelpand volledig bestraat, waardoor het plangebied niet geschikt is als leefgebied voor deze soort. Gezien de structuur van de gracht en het ontbreken van geschikt leefgebied is het uitgesloten dat de werkzaamheden een negatief effect hebben op deze soort. Conclusie: er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen en amfibieën voor in het plangebied. De eventuele aanwezigheid van niet beschermde soorten amfibieën zoals de gewone pad vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de afwezigheid van beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt. Conclusie: er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

pagina 10 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.

Beschermde gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. De provincie Zuid-Holland hanteert geen externe werking als het gaat om NNN. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met ruim 10,8 kilometer op grote afstand gelegen. Vanwege de beperkte aard van de ingreep (herontwikkeling binnen de bebouwde kom) en de grote afstand tot het Natura-2000 gebied valt een significant negatief effect niet te verwachten. Ook is er geen negatief effect te verwachten ten aanzien van het dichtstbijzijnde weidevogelgebied.

Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Vogels Er zijn geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden.

Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten.

pagina 11 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen Het winkelpand dat aangepast wordt ten behoeve van de realisatie van nieuwe appartementen is geschikt als vaste verblijf- of voortplantingsplaats voor kleine gebouwbewonende vleermuizen (gewone en ruige dwergvleermuis). Hier dient aanvullend onderzoek voor uitgevoerd te worden in de vorm van minimaal vijf veldbezoeken, waarvan drie in de periode 15 mei - 15 juli en twee in de periode 15 augustus - 1 oktober. Deze onderzoeken worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2017 van het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdierenvereniging. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van bomenrijen en watergangen. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.

Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden, zodat er geen vogels gaan broeden.

pagina 12 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: •

de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen;

•

nader onderzoek naar kleine gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk

•

om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen werkzaamheden overdag te worden uitgevoerd;

•

voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.

pagina 13 van 14

documentkenmerk: 1905/213/JOW-02, versie 1

Literatuurlijst Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij NDFF (2019) Geraadpleegd op 26 augustus 2019 via https://www.verspreidingsatlas.nl/ Ravon (2019) Geraadpleegd op 26 augustus 2019 via http://www.ravon.nl/ Zoogdiervereniging (2019) Geraadpleegd op 26 augustus 2019 via http://www.zoogdiervereniging.nl/ Stichting Kleine Marters (2019) Geraadpleegd op 26 augustus via https://www.stichtingkleinemarters.nl/ Natura 2000 gebieden in Nederland (2019) Geraadpleegd op 26 augustus 2019 via https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?main=natura2000

pagina 14 van 14

BIJLAGE 1:

Situatietekening : 1905/213/JOW-02, Paradijspoort 15 te Delft

Geplande situatie

pagina 1

Situatietekening : 1905/213/JOW-02, Paradijspoort 15 te Delft

Geplande situatie

pagina 2

BIJLAGE 2:

Fotobijlage: 1905/213/JOW-02, Quickscan flora en fauna Paradijspoort 15 te Delft Foto 1

Foto 2

Foto 3

pagina 1

Fotobijlage: 1905/213/JOW-02, Quickscan flora en fauna Paradijspoort 15 te Delft Foto 4

Foto 5

Foto 6

pagina 2

Fotobijlage: 1905/213/JOW-02, Quickscan flora en fauna Paradijspoort 15 te Delft Foto 7

Foto 8

Foto 9

pagina 3

Fotobijlage: 1905/213/JOW-02, Quickscan flora en fauna Paradijspoort 15 te Delft Foto 10

Foto 11

Foto 12

pagina 4

Fotobijlage: 1905/213/JOW-02, Quickscan flora en fauna Paradijspoort 15 te Delft Foto 13

Foto 14

Foto 15

pagina 5

Fotobijlage: 1905/213/JOW-02, Quickscan flora en fauna Paradijspoort 15 te Delft Foto 16

Foto 17

Foto 18

pagina 6

bestemmingsplan Paradijspoort C&A locatie

Bijlage 4 Nader ecologisch onderzoek

bestemmingsplan "Paradijspoort C&A locatie" (vastgesteld) 91

Paradijspoort 15 te Delft

G&G-rapport 2021-139

Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Paradijspoort 15 te Delft Inventarisatie beschermde soorten in het kader van de natuurwetgeving

R. Mengers

2021

Opdrachtgever Maatschap Het Kantenhuis BV /Active Interest Holding BV

G&G-rapport 2021-139

Datum Versie

1 december 2021 v2

Gecontroleerd door: F.N.M. van der Knaap

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Paradijspoort 15 te Delft

3

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

4

1.1

Aanleiding tot het onderzoek .................................................................................. 4

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 5

1.3

Ligging van het plangebied ...................................................................................... 5

1.4

Geplande werkzaamheden ...................................................................................... 5

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 5

Methode 2.1

6

Vleermuizen ............................................................................................................. 6 2.1.1 Veldbezoeken ............................................................................................................ 6 2.1.2 Relatie met het vleermuisprotocol ........................................................................... 8

3

4

Resultaten vleermuizen

10

3.1

Gewone dwergvleermuis....................................................................................... 10

3.2

Ruige dwergvleermuis ........................................................................................... 12

Effectbeoordeling en maatregelen

13

4.1

Vleermuizen ........................................................................................................... 13

4.2

Overige broedvogels .............................................................................................. 13

5

Conclusies en aanbevelingen

14

6

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

15

7

Bijlagen

16

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-139

Paradijspoort 15 te Delft

4

1

Inleiding 1.1

Aanleiding tot het onderzoek Er bestaan plannen bebouwing aan de Paradijspoort 15 te Delft, provincie Zuid-Holland her in te richten. De plannen bestaan uit het bouwen van appartementen bovenop de bestaande winkelbebouwing. Het is mogelijk dat vleermuizen verblijven binnen het plangebied. Ook is het mogelijk dat vleermuizen het plangebied gebruiken als onderdeel van hun leefgebied. De aanwezigheid van deze potentie werd aangegeven in een eerder uitgevoerde ‘ecologische quickscan’ (zie BOUWMANS, 2019). Om dit nader te onderzoeken heeft ‘Maatschap Het Kantenhuis BV /Active Interest Holding BV’ opdracht gegeven aan ecologisch onderzoeks- en adviesbureau Van der Goes en Groot een inventarisatie uit te voeren naar deze soorten. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode april-september 2021. De inventarisatie is uitgevoerd door medewerkers van bureau Van der Goes en Groot. Dit rapport doet verslag van het onderzoek.

Ligging van plangebied Paradijspoort 15 te Delft, rood omlijnd. Groene lijnen geven de potentie voor vleermuisverblijven aan.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-139

Paradijspoort 15 te Delft

1.2

5

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het voorkomen en de verspreiding van vleermuizen binnen het plangebied.

1.3

Ligging van het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het plangebied aangegeven. Het betreft een winkelpand opgetrokken uit baksteen, betonnen platen en glas. Het plangebied ligt in het stadscentrum van Delft. Direct rond de woningen ligt dichte stedelijke bebouwing, voornamelijk bestaand uit winkelpanden met bovenwoningen. Langs de zuidoostzijde van het plangebied loopt een stadsgracht.

1.4

Geplande werkzaamheden Bij de werkzaamheden is de planning om appartementen bovenop de huidige winkelbebouwing te plaatsen. Daarbij wordt mogelijk ook een deel van de bestaande bebouwing op de bovenlaag gesloopt of aangepast. Ecologisch gevoelige werkzaamheden betreffen sloop van de bebouwing met bijbehorend hak-, sloop- en breekwerk. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen, optische verstoring, belemmering door steigerbouw of gebruik van kunstlicht verstoring optreden van (beschermde) soorten.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de resultaten beschreven en wordt aangegeven welke soorten zijn aangetroffen binnen en eventueel nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden door de uit te voeren werkzaamheden welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn en of een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is. Ten slotte bevat hoofdstuk 5 de conclusies met noodzakelijke vervolgstappen. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 6 tenslotte, geeft een overzicht van de gebruikte literatuur. In de bijlages is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag. Eventueel zijn (indien relevant) verspreidingskaarten opgenomen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-139

Paradijspoort 15 te Delft

6

2

Methode 2.1

Vleermuizen Alle soorten vleermuizen zijn beschermd krachtens de Wnb onder het regime van de Habitatrichtlijn. Het doel van het onderzoek is om de aanwezigheid en de verspreiding van vleermuizen in het plangebied in kaart te brengen. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de richtlijnen uit het protocol voor vleermuisinventarisaties, zoals dat is opgesteld door het Vleermuisvakberaad (VLEERMUISVAKBERAAD, 2020). Voorafgaand aan het onderzoek is op grond van uitgevoerde ecologische quickscan, de aanwezige biotopen of bekende voorkomens nagegaan welke vleermuissoorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn binnen het onderzoeksgebied. Het onderzoek is op grond daarvan in dit geval met name gericht op de algemenere kleine gebouw bewonende soorten Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis. Uiteraard is ook op andere soorten gelet tijdens het onderzoek in het plangebied en zijn eventueel bezoekrondes en/of bezoektijden tussentijds aangepast aan bevindingen tijdens het veldwerk. Bij het aantreffen van ‘bijzondere’ soorten zoals bijvoorbeeld Meervleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Watervleermuis en Baardvleermuis, die mogelijk het plangebied gebruiken als verblijfplaats, worden rondes en rondetijden aangepast of worden extra rondes ingepland.

2.1.1

Veldbezoeken Door middel van veldwerk zijn de daadwerkelijke aanwezigheid en verspreiding van vleermuizen in het plangebied onderzocht. Er zijn vijf bezoeken volbracht in de periode mei tot en met september 2021. Het aantal bezoeken is op voorhand op grond van potentie van verwachte soorten en gebruiksfuncties bepaald. Bij onverwachte of afwijkende waarnemingen of grotere en bijzondere verblijfplaatsen wordt altijd een extra veldbezoek ingepland. Het plangebied kan door vleermuizen op verschillende manieren worden gebruikt, bijvoorbeeld als verblijfplaats, als (onderdeel van) een vliegroute of als foerageergebied. Deze gebiedsfuncties zijn tijdens het veldwerk onderzocht. Tijdens een veldverkenning (tijdens de quickscan) zijn relevante elementen zoals bijvoorbeeld begroeiing en randen daarvan, holtes in bomen, aanwezige lijnvormige beplanting en wateren in beeld gebracht en zijn delen van bebouwing nader op potentie beoordeeld (gaten, spleten, donkere delen).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-139

Paradijspoort 15 te Delft

7

Bij dit onderzoek en tijdens alle bezoekrondes is met behulp van een sterke zaklamp bij inspecteerbare delen van het plangebied en bij mogelijke verblijfplaatsen gezocht naar sporen van gebruik zoals keutels op verhardingen, poepstrepen bij gaten, vraatresten. Tijdens alle veldbezoeken is gekeken naar aanwezige vliegroutes en foerageergebieden in het plangebied. Deze gebruiksfuncties zijn vooral te verwachten in luwe delen van het plangebied en langs lijnvormige landschapselementen. Het terreingebruik door vleermuizen is op grond van de veldverkenning ’s nachts nader onderzocht door middel van langzaam surveilleren en posten met gebruik van batdetectors (Pettersson 240x en Echo Meter Touch Pro). Op de onderzoekslocatie was altijd visuele- en audioweergave van de opgevangen pulsen mogelijk en er was altijd de mogelijkheid geluiden en/of pulsen op te nemen met opnameapparatuur (Echo Meter Touch Pro). De eerste drie kraam-zomer (KZ1 t/m KZ3) bezoeken aan het begin van de zomer zijn met name gericht geweest op het in kaart brengen van uitvliegen en zwermactiviteit bij kraam- of zomerverblijven. Zwermactiviteit treedt met name aan het einde van de nacht op en wordt onderzocht door op kansrijke plekken te posten en/of door rustig door het plangebied surveilleren. Bij een avondbezoek wordt gepost op kansrijke plekken (uitvlieggaten).

Overzicht van de veldbezoeken ten behoeve van het vleermuisonderzoek in plangebied Paradijspoort 15 te Delft in 2021 per ronde (“KZ” = kraamkolonie- en zomerverblijfronde en “P” = paarverblijfronde).

Ronde / Datum

Tijd

Duur

Weersomstandigheden

Opzet

KZ1 21 mei

21:35-23:35

2 uur

Droog, bewolking 7/8, wind ZW-4, 12.5 °C

avondbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik

KZ2 15 juni

22:00-00:00

2 uur

Droog, bewolking 6/8, wind NO-2, 17.9 °C

avondbezoek kraamkolonies, zomerverblijven, terreingebruik

KZ3 28 juni

03:25-05:25

2 uur

Droog, bewolking 8/8, wind N-2, 20.2 °C

ochtendbezoek kraamverblijven, zomerverblijven, terreingebruik

P1 23 aug

00:00-02:00

2 uur

Droog, bewolking 4/8, wind N-3, 18.4 °C

middernachtbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik

P2 21 sept

20:40-22:40

2 uur

Droog, bewolking 8/8, wind W-2, 13.3 °C

avondbezoek paarverblijven, zwermactiviteit, terreingebruik

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

2021-139

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13700941/1