Paradijspoort C&A locatie Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Paradijspoort C&A locatie IMRO idn: NL.IMRO.0503.BP0086-2001 Datum vrijgeven (voor)ontwerp/vaststelling: [datum]
bestemmingsplan Paradijspoort C&A locatie
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Rapportage natuurinclusief ontwikkelen
4
Bijlage 2
Bezonningsstudie
36
Bijlage 3
Ecologische quickscan
63
Bijlage 4
Nader ecologisch onderzoek
91
Bijlage 5
Stikstofdepositieonderzoek
120
Bijlage 6
Akoestischonderzoek
146
Bijlage 7
Watersleutel
191
Bijlage 8
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
193
bestemmingsplan "Paradijspoort C&A locatie" (vastgesteld) 2
bestemmingsplan Paradijspoort C&A locatie
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Paradijspoort C&A locatie" (vastgesteld) 3
bestemmingsplan Paradijspoort C&A locatie
Bijlage 1 Rapportage natuurinclusief ontwikkelen
bestemmingsplan "Paradijspoort C&A locatie" (vastgesteld) 4
Paradijspoort 15 te Delft
G&G-advies 2022-126
Ecologische versterking en ontwikkeling
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Paradijspoort 15 te Delft Ecologische versterking en ontwikkeling
D. Overduin
2022
Opdrachtgever Maatschap Het Kantenhuis BV /Active Interest Holding BV
G&G-advies 2022-126
Datum Versie
24 oktober 2022 V4
Gecontroleerd door: F.N.M. van der Knaap De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Paradijspoort 15 te Delft
3
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
4
1.1
Aanleiding voor het advies ...................................................................................... 4
1.2
Doel van het advies.................................................................................................. 5
1.3
Het plangebied......................................................................................................... 5
1.4
Werkzaamheden ...................................................................................................... 5
1.5
Methode & context ................................................................................................. 5
Toekomstig biotoop en doelsoorten
8
2.1
Beschrijving toekomstige biotopen ......................................................................... 8
2.2
Potentiele soorten ................................................................................................... 8
2.3
Losse waarnemingen uit het verleden .................................................................... 9
2.4
Vogels....................................................................................................................... 9 2.4.1 Gierzwaluw .............................................................................................................. 10 2.4.2 Andere vogelsoorten ............................................................................................... 11
2.5
Vleermuizen ........................................................................................................... 11 2.5.1 Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis............................................... 12 2.5.2 Vleermuiskasten (of e.v.t. open houden van de spouw) ........................................ 13
2.6
3
4
Vliegende insecten................................................................................................. 16
Natuurinclusieve maatregelen
18
3.1
Gevel/dak van het gebouw .................................................................................... 18
3.2
Verblijven in gebouw ............................................................................................. 19
3.3
Omgeving van het gebouw .................................................................................... 22
3.4
Aanvullende maatregelen ..................................................................................... 23
Klimaatadaptatie
24
4.1
Extreme neerslag ................................................................................................... 24
4.2
Hitte ....................................................................................................................... 25
4.3
Droogte .................................................................................................................. 25
4.4
Bodemdaling .......................................................................................................... 26
5
Conclusies
27
6
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
28
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
1
Inleiding 1.1
Aanleiding voor het advies Er bestaan plannen een locatie aan de Paradijspoort 15 te Delft te her ontwikkelen. Delft ligt in de gelijknamige gemeente Delft in de provincie Zuid-Holland. Men is voornemens de bestaande bouw in de hoogte uit te breiden. Op de locatie is eerder een quickscan uitgevoerd door Tritium advies (BOUWMANS, 2019) en aanvullend daarop een vleermuisinventarisatie (MENGERS, 2021). In opdracht van Maatschap Het Kantenhuis BV /Active Interest Holding BV heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot een analyse uitgevoerd om te bepalen of en op welke wijze, binnen het door de gemeente Delft gestelde beleidskader, de natuur versterkt kan worden. Hierbij worden de mogelijkheden expliciet beoordeeld aan de hand van het van toepassing zijnde beleidskader. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek.
De ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
1.2
Doel van het advies Doel van het advies is om de natuurwaarden in het plangebied te versterken. Hiervoor is allereerst onderzoek gedaan om inzicht te krijgen in de reeds aanwezige natuurwaarden. Aan de hand hiervan is gekeken naar de mogelijkheden voor dit project. De natuur kan versterkt worden d.m.v. het inpassen van verschillende ecologische toepassingen. In dit rapport wordt een advies gegeven over welke toepassingen geschikt zijn/een meerwaarde hebben en hoe deze zijn in te passen in de plannen, daarbij tevens rekening houdend met de richtlijnen voor natuurinclusief bouwen van de gemeente Delft (GEMEENTE DELFT, 2021) voor het bevorderen van de biodiversiteit en vergroenen van de stad en de richtlijnen voor klimaatadaptatie (waterhuishouding in relatie tot klimaatverandering en de voorkoming van hittestress).
1.3
Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied ligt in het stadscentrum van Delft. Direct rond het plangebied ligt dichte stedelijke bebouwing, voornamelijk bestaand uit winkelpanden met bovenwoningen. Ten zuidoosten van het plangebied is een stadsgracht aanwezig.
1.4
Werkzaamheden Men is voornemens om boven de winkelbebouwing appartementen te realiseren. De werkzaamheden bestaan mogelijk uit het optoppen van het bestaande gebouw. Het is echter ook mogelijk dat wordt voorzien in sloop-nieuwbouw. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan voorbereid waarbij een bouwhoogte van maximaal 15 meter wordt toegestaan.
1.5
Methode & context Het plangebied is op 21 juni 2022 bezocht om de aanwezige biotopen en potenties te bekijken binnen het plangebied en in de directe omgeving daarvan. Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en verspreidingsinformatie van soorten (uit de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF) is bekeken welke soorten op dit moment aanwezig zijn rondom het plangebied en voor welke soorten potentie is in deze stedelijke omgeving. De waarnemingen van de afgelopen tien jaar in een straal van 250 meter rond het plangebied zijn verzameld vanuit de NDFF. Aanvullend is voor specifieke soorten de verspreiding binnen de gehele stedelijke omgeving van Delft onderzocht.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
Van boven naar beneden: Verbeelding van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan, de begrenzing van het plangebied en een visualisatie van het plan.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
De soortenlijst die hieruit voorkomt is een selectie omdat er ten aanzien van dit project allerlei (incidentele) waarnemingen van soorten zijn die verder niet in dit projectgebied kunnen gedijen. Aan de hand van het veldbezoek, de bureaustudie en de voorgenomen plannen is een keuze gemaakt voor doelsoorten waar de ecologische toepassingen op gericht kunnen worden. De ecologische toepassingen zijn waar mogelijk beoordeeld op het klimaatadaptieve karakter. Beleidskader Naast bovenstaande bronnen en literatuur is er specifiek rekening gehouden met de in het beleidskader van de gemeente Delft gestelde doelen en voorwaarden. Het document ‘Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen, kader voor ontwikkelingen’ is een handvat voor het natuurbeleid in de gemeente Delft. In dit document is gedefinieerd hoeveel en op welke wijze ‘(beleids)punten’ kunnen worden behaald voor natuurinclusief ontwikkelen. Voor dit middelgrote project is het doel om voor ‘verblijf’ minimaal 3 en voor ‘omgeving’ en dak/gevel beiden minimaal 4 punten te behalen. Alleen bij zwaarwegende argumenten mag hiervan afgeweken worden. Ten aanzien van het onderwerp ‘verblijf’ is een aantal onderwerpen verplicht gesteld. Alleen in geval van in het document benoemde ecologische redenen, kan van verschillende typen verblijven afgezien worden.
Voorbeelden van ecologische argumenten zijn afwezigheid van foerageerplekken of een project dat lager is/wordt dan de minimale hoogte waarop een nestkast opgehangen dient te worden. Desondanks dienen nestkasten voor Gierzwaluw, Spreeuw, Huismus en zomerverblijfplaatsen dus in overweging genomen te worden. Gezien de ligging van het projectgebied in stedelijk gebied, passen deze soorten in principe vanuit ecologisch perspectief goed bij natuurinclusief bouwen/ontwikkelen. De lijst geformuleerde natuurinclusieve toepassingen is niet restrictief. Nieuwe ideeën en toepassingen zijn, mits deze voldoen aan de basisvoorwaarden om de natuur in de stad te versterken, toegestaan.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
2
Toekomstig biotoop en doelsoorten In dit hoofdstuk worden de biotopen beschreven die in de toekomst aanwezig zullen zijn in het plangebied. Vervolgens wordt een selectie van in het verleden in de omgeving waargenomen soorten beschreven en worden op grond daarvan potentiele soorten genoemd waarvoor ecologische toepassingen kunnen worden aangebracht in de plannen om de toekomstige natuurwaarden te kunnen versterken.
2.1
Beschrijving toekomstige biotopen Bebouwing In de huidige situatie is het volledige plangebied bebouwd. In de toekomstige situatie zal hier eveneens sprake van zijn (ofwel door het optoppen van het bestaande pand ofwel door te voorzien in sloopnieuwbouw). Er gelden binnen het plangebied verschillende maximale bouwhoogtes (5, 10 en 15 meter). Het gebouw zal grotendeels bestaan uit woningen met daaronder winkels. Het materiaal waaruit het gebouw zal bestaan is nog niet bekend. Hieronder de elementen in de nieuwbouw waar toepassingen of aanpassingen mogelijk zijn: muren spouwmuren met open stootvoegen platte daken Bomen en bestrating De ruimte rond de gebouwen is bestraat/verhard. Er staan enkele bomen in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt in een autoluw winkelgebied. Wateren en oevers In het toekomstige plangebied zelf ontbreekt open oppervlaktewater. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt een stadsgracht.
2.2
Potentiele soorten Op basis van de toekomstige biotopen is een aantal soortgroepen uitgekozen waarvoor ecologische toepassingen kunnen worden aangebracht. Soortgroep keuze: Door de ligging van het plangebied in de stedelijke omgeving van Delft en de aanwezigheid van autowegen en veel menselijke activiteit in het plangebied zijn er voor grondgebonden soorten zoals verschillende soorten muizen of de Egel niet veel mogelijkheden in het plangebied en kan de omliggende infrastructuur gevaarlijk zijn. Vanwege ontbreken van natte biotopen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
en open water zijn ook de mogelijkheden voor amfibieën beperkt. Groenstructuren zijn te klein voor bijzondere of specialistische flora. Het advies is daarom om de focus te leggen op de vliegende dieren/diergroepen vogels, vleermuizen en vliegende insecten.
2.3 Selectie van waargenomen soorten uit het verleden
Losse waarnemingen uit het verleden Waargenomen soorten uit NDFF Dagvlinders Nachtvlinders Sprinkhanen Overige insecten Vleermuizen Vogels
Citroenvlinder, Atalanta, Gehakkelde aurelia. Huismoeder, Kolibrievlinder, Lindepijlstaart, Pauwoogpijlstaart. Grote groene sabelsprinkhaan O.a. diverse soorten bijen, hommels, wespen, wantsen, libellen en juffers. Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis Blauwe reiger, Gierzwaluw, Goudhaan, Grote/kleine mantelmeeuw, Huismus, Houtduif, Kauw, Kokmeeuw, Koolmees, Kuifeend, Merel, Oeverloper, Ooievaar, Putter, Slechtvalk, Spreeuw Vuurgoudhaan, Wilde eend, Grote gele kwikstaart, Zilvermeeuw, Zwarte roodstaart.
Bovenstaande waarnemingen uit de directe omgeving van het plangebied zijn een selectie uit het NDFF. Noemenswaardig is het lage aantal waarnemingen van Huismus en Spreeuw, vanwege het ontbreken van geschikt foerageergebied.
2.4
Vogels Om een gebied aantrekkelijk te maken voor vogels moet worden gekeken naar vier verschillende aspecten. Het betreft: Voedsel: vogels eten zaden, bessen en/of insecten. Veiligheid: Er moeten voldoende schuilmogelijkheden (groen/nestkasten/inbouwoplossingen) aanwezig zijn in (de directe van) het plangebied. Bij gevaar kunnen vogelsoorten zich hierin schuil houden of ze kunnen dienen als slaapplek. Voortplanting: Hang nestkasten op voor vogels die hier gebruik van maken, zoals holenbroeders. Voor vogels die een eigen nest maken moeten voldoende dichte struiken of klimplanten aanwezig zijn. Variatie: Zorg voor variatie in het plangebied. De voorkeur gaat uit naar aanplant van inheemse bomen en struiken. Elementen als een composthoop en een vijver zijn ook voorbeelden van variatie.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
Rekening houdend met deze vier basisvoorwaarden kan een plangebied geschikt(er) worden gemaakt voor specifieke soorten. Uiteraard is de keuze voor de vogelsoorten waarvoor maatregelen worden genomen afhankelijk van de ligging van het plangebied. Dit plangebied ligt de bebouwde kom met veel menselijke activiteit en relatief weinig groen t.o.v. een buitengebied. De vogelsoorten waarvoor in het plangebied ecologische toepassingen kunnen worden opgenomen zijn daarom urbane soorten en worden hieronder per alinea beschreven.
2.4.1
Gierzwaluw Op dit moment verblijven geen Gierzwaluwen in het plangebied. Het ophangen van nestkasten/of het inbouwen van kasten gericht op deze soort kan er voor zorgen dat Gierzwaluwen zich vestigen in het plangebied. Het ophangen van een nestkast is al voldoende voor de soort om zich te vestigen. Voedsel is vaak al aanwezig in de vorm van vliegende insecten, ook in de stedelijke omgeving. De vogels zijn verder uiterst mobiel en kunnen zeer grote afstanden afleggen om elders te jagen. De voorwaarden ‘veiligheid en variatie’ zijn minder van belang voor deze soort omdat de Gierzwaluwen in het luchtruim jagen (in een ruim gebied) of in de nestkast aanwezig zijn en geen andere elementen in het plangebied gebruiken. Het is van belang dat kasten voor Gierzwaluw worden geplaatst op noordelijke exposities. De inbouwkasten kunnen geplaatst worden in de buitenmuren (gericht op het noorden). Bij voorkeur groepsgewijs omdat de Gierzwaluw een koloniebroeder is.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
Voorbeeld van toepassing van inbouw Gierzwaluwnestkasten op een buitengevel van een appartementencomplex (foto’s F. van der Knaap).
2.4.2
Andere vogelsoorten Ook voor andere soorten is in het plangebied potentie aanwezig. Aanplant voor struweelvogels Groenstructuren in een daktuin en aan gevels bieden broedgelegenheid voor vogelsoorten als Merel, Winterkoning of Heggenmus. Spreeuw, Huismus en Slechtvalk Het beleid van de gemeente Delft gebiedt natuurinclusieve maatregelen voor Spreeuw, Huismus en Slechtvalk in overweging te nemen. Voor Spreeuw en Huismus is te weinig gunstig foerageergebied in de directe omgeving. Een daktuin of gevelbeplanting zal deze vogels incidenteel aantrekken, maar vermoedelijk onvoldoende om het ophangen van nestkasten te rechtvaardigen. Overigens maakt Spreeuw incidenteel ook gebruik van nestkasten gericht op Gierzwaluw. Voor de Slechtvalk is het toekomstige gebouw te laag om een nestkast op te hangen. Het is daarom beter voor andere soorten natuurinclusieve maatregelen te nemen.
2.5
Vleermuizen Vleermuizen maken op duidelijk te onderscheiden wijzen gebruik van een leefgebied. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
De vleermuisverblijfplaatsen zijn verder op te splitsen naar: kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf en (massa)winterverblijf. Elk type verblijf is in een andere periode van het jaar in gebruik en heeft een andere functie. Vleermuis doelsoorten In de directe omgeving van het plangebied zijn twee soorten vleermuizen vastgesteld. Het betreft Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis (NDFF 2012-2022). Binnen de bebouwde kom van Delft komen nog meer soorten vleermuizen voor. Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis verblijven doorgaans in bebouwing maar ook aangebrachte nestkasten. De leefwijze en mogelijkheden voor Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis worden daarom hierna besproken.
2.5.1
Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis De Gewone dwergvleermuis is de meest verspreide en talrijkste vleermuissoort in Nederland. Deze soort wordt beschouwd als hoofdzakelijk gebouwbewonend. Gedurende het hele jaar worden vooral van buiten toegankelijke spouwmuren en besloten ruimtes achter betimmeringen en daklijsten gebruikt. In het voorjaar en zomer (ongeveer tussen 15 mei en 15 juli) verblijven de vrouwtjes in kraamverblijven van tientallen dieren. De mannetjes bezetten in deze periode zomerverblijven en verblijven veelal alleen of met enkele dieren bij elkaar. In de nazomer en herfst is sprake van paargezelschappen. Dit is grof weg tussen 15 augustus en 1 oktober. In deze paarperiode bezetten mannetjes paarverblijfplaatsen waar ze een territorium hebben. De mannetjes vliegen in deze periode baltsend rond in hun territorium om vrouwtjes te lokken. In een paarverblijf kunnen in deze periode één mannetje met soms één tot enkele vrouwtjes aanwezig zijn. De winterperiode brengen de Gewone dwergvleermuizen soms in grotere aantallen in zogenaamde massawinterverblijven door. Deze massawinterverblijven worden al bezocht in de periode 1 augustus – 10 sept. In deze periode vallen de kraamkolonies met vrouwtjes en jongen uiteen. Rond de middernacht is dan zwermactiviteit rond deze massa winterverblijven zichtbaar. Deze activiteit neemt na 10 september weer af.
Tegen de winter (1 november) zullen de vleermuizen de winterverblijven bezetten. Hier zullen ze tot in maart aanwezig zijn. Foerageergebieden bevinden zich overwegend in besloten tot halfopen landschap binnen enkele kilometers van de verblijven. Het foerageergebied wordt via vaste en veelal beschutte vliegroutes bereikt, zoals bomenlanen, boszomen en watergangen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
Voorbeeld van een vleermuisinbouwkast (foto F. van der Knaap).
De Ruige dwergvleermuis is in ons land jaarrond een algemeen verspreide soort, met name ten noorden van de grote rivieren. Het leefgebied is zeer divers, maar de grootste aantallen bevinden zich in bosrijk of parkachtig gebied. Ruige dwergvleermuizen gebruiken uiteenlopende (tijdelijke) verblijfplaatsen, zoals boomholten, bastspleten, nestkasten, spouwmuren, houtstapels en kelders. Hoewel de soort in ons land ook ’s zomers verspreid wordt waargenomen, bevinden kraamkolonies zich vooral in Noord- en Oost-Europa (slechts één keer in Nederland). Vooral in het najaar is de Ruige dwergvleermuis nadrukkelijk aanwezig. De mannetjes bezetten het paarverblijf grofweg tussen 15 augustus en 1 oktober. Ze roepen dan vaak vanuit een vaste positie (zoals een open stootvoeg of een vleermuiskast). Hiermee proberen ze vrouwtjes te lokken. Een paarverblijf kan één mannetje met tot wel zes vrouwtjes bevatten.
2.5.2
Vleermuiskasten (of e.v.t. open houden van de spouw) Verblijfplaatsen voor vleermuizen kunnen makkelijk worden gecreëerd door het ophangen van vleermuiskasten. Bij het ophangen van vleermuiskasten moet men van te voren een aantal randvoorwaarden in acht nemen:
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
A. Door welke soorten zouden de vleermuiskasten gebruikt moeten gaan worden. B. Voor welke gebruiksfuncties worden de vleermuiskasten opgehangen. Elk type verblijf is in een andere periode van het jaar bezet en heeft andere functies en aantallen vleermuizen. Voor dit project kunnen meerdere kleine vleermuiskasten opgehangen worden. Deze kunnen groepsgewijs opgehangen worden en ook enige tientallen meters uit elkaar. Zo zijn de vleermuiskasten geschikt voor zowel territoriale mannetjes als voor vrouwtjes en jonge vleermuizen. Daarnaast kan er gekozen worden om ook enkele grotere kasten op te hangen. Deze bieden de mogelijkheid voor een kraamkolonie om zich te vestigen. Deze kraamkast moet op een zonnige gevel gepositioneerd worden voor een goed klimaat in de kast. Voorkeur is een kast met meerdere lagen en daardoor meerdere microklimaten.
Gewone dwergvleermuis
Ruige dwergvleermuis
kraamverblijf
grote kraamkast (op een zon beschenen muur)
n.v.t.
zomerverblijf
kleine vleermuiskast
kleine vleermuiskast
paarverblijf
kleine vleermuiskast
kleine vleermuiskast
open spouw (hoger op gebouw en op het noorden)
n.v.t.
(massa)winterverblijf
Vleermuisverblijven en vleermuiskasten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
Let bij het ophangen van vleermuiskasten op dat: de kasten niet scheef hangen. er een vrije uitvliegmogelijkheid is. Minimaal drie meter vrije ruimte onder de kast. verschillend gepositioneerd. Op verschillende posities t.o.v. de zon, en ook verschillende hoogtes op het gebouw. muren of gebouwdelen waar erg veel wind omheen trekt zijn minder geschikt. Windluwe plekken zijn geschikter. Wanneer technisch gezien de mogelijkheid bestaat om (delen van) de spouwmuur open te houden is dit zeer gunstig voor vleermuizen. Vleermuizen krijgen vaak via een open stootvoegen of via kieren onder de dakrand toegang tot spouwmuren. Een open spouw is ook geschikt als winterverblijf. De gebouwen in het plangebied zijn relatief hoog hebben een groot volume. Een gebouw neemt toe in geschiktheid als deze hoog is en een groot volume heeft.
Voorbeeld van een kraamkast voor vleermuizen tegen de gevel van een schoolgebouw (foto F. van der Knaap.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
2.6
Vliegende insecten Doelsoortgroepen In het verleden zijn vooral verschillende dagvlinders waargenomen in het plangebied (NDFF 2011-2021). Daarnaast zijn ook verschillende soorten nachtvlinders, bijen en wespen waargenomen (zie §2.2). Deze waarnemingen vormen een klein deel van wat op dit moment aan soorten insecten aanwezig is in en rond het plangebied. Wanneer men kijkt naar de verschillende soorten (vliegende) insecten zijn er een paar belangrijke groepen die als natuurinclusief doelsoort aangemerkt kunnen worden. Als de voorwaarden voor deze doelsoorten goed zijn, is het biotoop ook geschikt voor andere insecten. Bij vliegende insecten kunnen we vooral denken aan: bijen, wespen, hommels zweefvliegen dagvlinders (en rupsen) nachtvlinders Wind en zon Om het leefgebied voor vliegende insecten te verbeteren is een aantal zaken van belang. Voor een effectieve verbetering is van belang natuurinclusieve oplossingen in te passen in windluwe stukken. Daarnaast zijn veel insecten afhankelijk van genoeg zon. Windluwe en zon beschenen terreindelen zijn daarmee kansrijke locaties. Desondanks zijn er ook insecten die juist gedijen bij meer schaduwrijke (windluwe) plekken. Nectarbloemen Om een biotoop voor vlinders aantrekkelijk te maken is het belangrijk dat er nectarbloemen aanwezig zijn in of rond het plangebied.
Een daktuin, een geveltuin maar ook balkons van particulieren kunnen hierbij een gunstige rol spelen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
Insectenhotel en inbouwstenen Verschillende soorten wilde bijen, zoals de metselbijen, maskerbijen maar ook veel verschillende wespen, gebruiken holle stengels (zoals riet en gangen in hout) of holtes in stenen als nestplaats. Dit soort biotopen zijn aan te bieden door het plaatsen van insectenhotels of het inmetselen van insectenstenen. Houtstapels en takkenwal Het creëren van romelige hoekjes met stengels, doodhout, stenen en zand trekt insecten aan. Ook houtstapels en takkenwallen vormen een belangrijk element voor het voorkomen van verschillende insecten. In een eventuele daktuin zijn deze elementen als insectenbiotoop in te passen.
Voorbeeld van een insectenhotel (foto F. van der Knaap).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
3
Natuurinclusieve maatregelen Er zijn verschillende soorten en soortgroepen waarvoor maatregelen kunnen worden genomen waardoor het plangebied en haar omgeving ecologisch versterkt wordt. Een deel van de maatregelen voorkomt bovendien hittestress en draagt bij aan geleidelijke afvoer van regenwater (klimaatadaptief). Ter overweging is de duurzame/educatieve waarde van de maatregelen eveneens benoemd. Gezien de omvang van dit project, is het minimaal aantal te behalen punten voor dit plan: Gevel/dak 4 punten, verblijven in gebouwen 3 punten, omgeving 4 punten. Hieronder zal per onderdeel ingegaan worden op de gekozen maatregelen. Soms zijn meerdere maatregelen genoemd zodat een keuze gemaakt kan worden.
3.1
Gevel/dak van het gebouw Om vier punten te halen voor het onderwerp gevel/dak, zijn twee combinaties mogelijk (zie tabel 3). De eerste is door het plaatsen van een sedumdak (3 punten) in combinatie met het aanbrengen van gevelgroen (2 punten). Het is ook mogelijk om 2 keer gevelgroen aan te brengen (2 x 2 punten). Het moeten dan wel twee verschillende muren zijn, die elk afzonderlijk aan de voorwaarden voldoen. Bij het kiezen van gevelgroen is het van belang om met verschillende factoren rekening te houden. Soorten als Bosrank en Kamperfoelie zijn relatief kwetsbaar (qua beschadiging en standplaatsfactoren) en zijn daarom een voor de binnenstad minder geschikte keuze dan bestendige soorten als Vuurdoorn of Klimop. Vuurdoorn groeit niet heel snel en wordt niet hoger dan een meter of vier, maar kan behoorlijk oud worden. Klimop groeit sneller en hoger en kan muren binnen enkele jaren volledig bedekken. Klimop vergt meer onderhoud en laat na verwijdering sporen achter op de muur. Het is mogelijk Klimop (en Vuurdoorn) tegen rekken of soortgelijke constructies te laten groeien, maar ze kunnen ook zonder ondersteuning tegen een muur op groeien. Vuurdoorn en Klimop kunnen bovendien aan alle zijden van het gebouw geplaatst worden (zonnig tot schaduwrijk).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
Type
Soort(en)
Maatregel
Specificaties
Overweging
Dak/gevel Insecten (3 pnt.) Vogels
Sedumdak
Sedum, grassen, kruiden en heesters 15 - 30 cm Dik Zoveel mogelijk inheemse soorten Min. 30% ten opzichte van bebouwde opp.
Klimaatadaptief Nectarplant Schuilplaatsen
Dak/gevel Insecten
Gevelgroen
Vuurdoorn
Klimaatadaptief
Min 3 meter hoogte x 5 meter breedte 30 cm x 50 cm plantgat Kan op alle richtingen Hecht niet aan muur
Nectarplant Schuilplaatsen Nectarplant Trage groei
Klimop Min 3 meter hoogte x 5 meter breedte 30 cm x 50 cm plantgat
Klimaatadaptief Nectarplant Schuilplaatsen
Kan op alle richtingen Hecht aan muur
Snelgroeiend
(2 pnt.)
Vogels
Dak/gevel Insecten (2 pnt.) Vogels
Gevelgroen
Samenvatting van mogelijke ecologische toepassingen in de Paradijspoort op het onderdeel gevel/dak.
3.2
Verblijven in gebouw Om drie punten te behalen voor het onderwerp ‘verblijven’, zijn meerdere combinaties mogelijk (zie tabel 4). Het beleidskader van de gemeente Delft stuurt er op natuurinclusieve maatregelen te nemen voor een aantal specifieke soorten, indien dit ecologisch zinvol is. Voor dit project zijn dat, gezien de potentiele biotopen, vleermuizen en de Gierzwaluw. Voor de Gierzwaluw is de richtlijn dat er een keuze wordt gemaakt tussen het aanbrengen van neststenen of het inmetselen van kasten. Hoewel inmetselkasten het minst kwetsbaar zijn, gaan ook neststenen lang mee. Voor wat betreft de maatregelen voor vleermuizen zijn er meer opties. Er kunnen maatregelen worden toegepast voor zomerverblijven, winterverblijven en kraamverblijven. Spouwmuren toegankelijk maken en/of het inbouwen van kasten zijn duurzame oplossingen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
Type
Soort(en)
Maatregel
Verblijf (1 punt)
Gierzwaluw (Spreeuw) (Koolmees)
Nestgelegenheid Minimaal 6 inmetselkasten Min. 43 x 17,5 x 17,5 cm Tussen 4 en 40 meter hoogte Richting noorden of in schaduw van goot 3 meter vrije aanvliegroute Niet boven balkons, deuren en ramen
Duurzaam
Nestgelegenheid Minimaal 6 neststenen aan de muur Min. 43 x 17,5 x 17,5 cm Tussen 4 en 40 meter hoogte Richting noorden of in schaduw van goot 3 meter vrije aanvliegroute Niet boven balkons, deuren en ramen
Duurzaam
Verblijf (1 punt)
Dwergvleerm. Zomerverblijfpl. Minimaal 6 inmetselkasten Min. 50 x 20 x 2 cm Aan alle richtingen mogelijk Bij voorkeur op een donkere hoek Niet boven ramen Kasten moet recht hangen Bij voorkeur boven hoek Drie meter vrije ruimte onder de kasten
Duurzaam
Verblijf (1 punt)
Dwergvleerm. Zomerverblijfpl. Minimaal 6 kasten aan de muur Min. 50 x 20 x 2 cm Aan alle richtingen mogelijk Bij voorkeur op een donkere hoek Niet boven ramen Kasten moet recht hangen Bij voorkeur boven hoek Drie meter vrije ruimte onder de kasten Niet boven ramen of deuren of licht
Verblijf (1 punt)
Gierzwaluw (Spreeuw) (Koolmees)
Van der Goes en Groot
Specificaties
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Overweging
Ivm poepsporen
Ivm poepsporen
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
Verblijf (1 punt)
Dwergvleerm. Zomerverblijfpl. Minimaal 6 ruimtes in spouwmuur Duurzaam Min. 50 x 80 x 1,5 tot 2 cm Minimaal 3 meter (vrije) hoogte Richting noorden, zuiden of westen Via openstootvoegen (1,5 tot 2 cm breed) Glad materiaal opruwen of gaas Niet boven ramen of deuren of licht
Verblijf (1 punt)
Dwergvleerm. Zomerverblijfpl. Meerlaags gevelbetimmering Duurzaam Muur en binnenzijde van ruw materiaal Minimaal enkele vierkante meters ruimte Minimaal 3 meter (vrije) hoogte Invliegruimte 2 cm
Verblijf (1 punt)
Dwergvleerm. Zomerverblijfpl. Ruimte achter boeiboorden Duurzaam Muur als binnenzijde ruw materiaal Over (deel van de lengte) van het gebouw Minimaal 3 meter (vrije) hoogte Invliegruimte 2 cm Niet boven ramen of deuren of licht Minimaal 50 cm materiaalhoogte
Verblijf (2 pnt.)
Dwergvleerm. Kraamverblijf
Verblijf (2 pnt.)
Dwergvleerm. Winterverblijfpl. Ruimte in gehele spouwmuur Duurzaam Via openstootvoegen (1,5 tot 2 cm breed) Minimaal 3 meter (vrije) hoogte Alle richtingen Niet boven ramen of deuren of licht
Kast op > 4 meter hoogte Minimaal 3 meter (vrije) hoogte Min. 80 x 70 x 3 cm, gecompartimenteerd Richting het zuiden of het westen Bij voorkeur richting de stadsgracht Niet boven ramen of deuren of licht
Samenvatting van mogelijke ecologische toepassingen in de Paradijspoort voor het onderdeel verblijven.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
3.3
Omgeving van het gebouw Gezien de ligging van het plangebied in de stedelijke omgeving en het ontbreken van openbaar groen in de nabije omgeving, is in vooroverleg met de gemeente afgestemd dat de 4 punten voor ‘omgeving’ indien mogelijk gecompenseerd kunnen worden bij ‘verblijf’ en ‘gevel/dak. Het is daarbij aanvullend mogelijk om een deel van de in het beleidskader gestelde toepassingen voor ‘omgeving’ te vertalen naar het te ontwikkelen gebouw zelf. Specifieke toepassingen welke ook ecologisch zinvol zijn voor toepassing aan of op het gebouw zelf, zijn terug te zien in tabel 5. Er kunnen insectenhotels opgehangen geworden op (zonnige) muren. Het is ook mogelijk om insectenstenen in te metselen op zonbeschenen delen van de muur. Het voordeel van het inmetselen van stenen is dat deze langer meegaan dan insectenhotels aan de buitenkant van een gebouw. Daarnaast is het mogelijk een insectenbiotoop op het dak te plaatsen. In combinatie met een (gedeeltelijk) groen dak, ontstaat zo een gunstig biotoop voor insecten. Hoewel een insectenbiotoop op het dak minder zichtbaar is dan insectenhotels aan de muur, levert dit wel een zinvolle bijdrage aan de stadsnatuur.
Samenvatting van mogelijke ecologische toepassingen in de Paradijspoort voor het onderdeel omgeving.
Type
Soort(en)
Maatregel
Specificaties
Overweging
Omgeving Insecten (1 punt)
Insectenhotel
Min. 1 x 1 meter Op zonnige plek aan de muur Inbouwstenen
Verblijf Educatief
Omgeving Insecten
Insectenbiotoop
Op het dak
Verblijf
(2 pnt.)
Schuilplaatsen
Omgeving Insecten (2 pnt.) Vogels
Struiken op dak
Minimaal 50 vierkante meter Als dakbeplanting Inheemse soorten
Vleermuizen Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Klimaatadaptief Nectarplanten Schuilplaatsen Foerageerplek 2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
3.4
Aanvullende maatregelen Naast de in het gemeentelijk beleid genoemde toepassingen, zijn er nog aanvullende maatregelen die bij dit project genomen kunnen worden om de natuur in de stad te versterken.
Van der Goes en Groot
Platte daken zijn geschikt voor vogelsoorten als Scholekster en Visdief. Voor deze soorten kunnen grindbakken op worteldoek geplaatst worden op het dak. Deze broedplekken dienen minimaal 1 vierkanter meter te beslaan. Jonge vogels zijn kwetsbaar voor hittestress, het is daarom van belang om aanvullend schaduw te creëren (door bijvoorbeeld het plaatsen van een insectenbiotoop of door rioolbuizen neer te leggen). Het creëren en toegankelijk maken van loze ruimtes in gebouwen (zoals tussenspouwen) is een effectieve manier om extra vleermuizenverblijven te realiseren.
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
4
Klimaatadaptatie In de stedelijke omgeving van het projectgebied is de hittestress in de zomermaanden duidelijk voelbaar. De versteende omgeving biedt daarnaast beperkte afvoermogelijkheden bij extreme neerslag. In navolging van de gemeentelijke Klimaatadaptatie Strategie (2019) heeft de gemeente in oktober 2022 de beleidsregel “Klimaatadaptief bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkelingen en herstructurering” vastgesteld met betrekking tot klimaatadaptief bouwen. De beleidsregel is een nadere uitwerking van de gemeentelijke Klimaatadaptatie Strategie. Ook de afspraken uit het provinciale convenant dat de gemeente heeft ondertekend, zijn erin verwerkt. De beleidsregel staat ook wel bekend als de Delftse spelregels. In de Delftse strategie zijn 2 inhoudelijke speerpunten geformuleerd:
Veerkrachtig systeem met maximale sponswerking Geen toename van hittestress
Bovengenoemde speerpunten zijn in vijf thema’s verder uitgewerkt. De thema’s ‘extreme neerslag’, ‘hitte’, ‘droogte’ en ‘bodemdaling’ worden hieronder toegelicht. Het vijfde thema, ‘biodiversiteit’, is reeds apart behandeld in hoofdstuk 3.
4.1
Extreme neerslag De algemene ambitie aangaande extreme neerslag is dat er geen onveilige situaties ontstaan, geen schade ontstaat aan gebouwen en/of infrastructuur. Daarnaast dient voorkomen te worden dat de openbare ruimte en het watersysteem overbelast worden. Daartoe wordt in principe regenwater volledig vastgehouden waar het valt en hergebruikt voor andere doeleinden. De minimale eisen zijn: Het perceel is losgekoppeld van het hemelwaterriool. Regenwater wordt tot 70 mm in één uur opgevangen (piekopvang). Het afgekoppelde regenwater (dat voor 90% in kleine buien valt) wordt op het perceel voor 90% van het jaarvolume van 900 mm (dus 800 liter/m²) geïnfiltreerd en/of hergebruikt. Gezien er geen openbare ruimte in de omgeving is waar water opgevangen en geleidelijk afgevoerd kan worden, is het enkel mogelijk aan deze eis te voldoen door het aanbrengen van retentiebakken op het dak. Wateropvang op het dak kan onder een groen dak worden gerealiseerd. Zo wordt voldaan aan de ontwerpprincipes van ‘groen, tenzij’ en het vasthouden en bergen van water. Afhankelijk van de volume van de retentiebakken op het dak, kan worden voldaan aan de in het beleid genoemde eisen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
4.2
Hitte De algemene ambitie aangaande hitte is het streven dat ‘Delft niet warmer wordt dan in 2018’ en het algemene principe om dit te bereiken is, ‘groen tenzij’. Door het aanbrengen van groen wordt hittestress tegengaan. De minimale eis is: Het groen op het perceel heeft een omvang van minimaal 50% van het oppervlak. Aan deze eis kan voldaan worden door het aanbrengen van een (gedeeltelijk) groen dak in combinatie met gevelgroen. Er zijn verschillende mogelijkheden om te voorzien in (intensief) groen. Zo kan bijvoorbeeld de helft van het perceel met een groen intensief dak worden ingericht, maar ook een combinatie van maatregelen kan worden overwogen, denk daarbij bijvoorbeeld aan het realiseren van intensief en/of exensief groen op het dak en het aanbrengen van groene gevels. Hierdoor straalt het gebouw zelf minder hitte uit naar de omgeving en wordt bovendien extra schaduw gecreëerd. Naast deze minimale eis dient rekening gehouden te worden met de volgende ontwerpprincipes: Het voorkomen van hitte uitstraling door koelsystemen en andere installaties Het waar mogelijk gebruik van bouwmaterialen welke zo min mogelijk hitte uitstralen. Het voorkomen van luchtverontreiniging door het gebruik van schone energie. Het bevorderen van ventilatie in en tussen de gebouwen.
4.3
Droogte De algemene ambitie is om voldoende water vast te houden om het groen in de zomermaanden niet te laten verdorren. Het principe van ‘de stad als spons’ is het uitgangspunt. De minimale eisen zijn: 90% van de jaarlijkse neerslag van 900 mm (dus 800 liter/m²)) wordt geïnfiltreerd; het percentage is afhankelijk van de bodemopbouw en bebouwingspercentage. 200 liter water per m2 groen wordt los van het grondwater vastgehouden. Deze oplossing zorgt ervoor dat voor het groen geen drinkwater wordt aangewend in de zomermaanden. Omdat het plangebied reeds volledig bebouwd is en er geen openbaar groen in de omgeving aanwezig is, kan de neerslag niet worden geïnfiltreerd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
Maar door het aanbrengen van retentiebakken onder een groen dak, zie hoofdstuk 4.1, kan water conform de ontwerpprincipes worden vastgehouden en geborgen. Door het vasthouden van het water hoeft er in de zomermaanden bovendien geen drinkwater te worden gebruikt om het groen op het dak in leven te houden.
4.4
Bodemdaling De algemene ambitie is om bodemdaling bij de inrichting van een gebied te voorkomen. De inrichting van een gebied wordt hierbij zodanig afgestemd op de ondergrond dat bodemdaling in dat gebied en de omgeving daarvan wordt voorkomen. Bij het gebruik van zettingsgevoelige grond kan in de toekomst door bodemdaling schade ontstaan door vervanging van riolering, wegen en het ophogen van het maaiveld. De minimale eis is: Maatregelen nemen die voor een periode van 60 jaar schade door bodemdaling voorkomen en bewezen kosteneffectief zijn. Gezien het voornemen om de bestaande bebouwing op te toppen is het niet mogelijk maatregelen te nemen die bodemdaling tegen gaan.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
5
Conclusies Bij eventuele herontwikkeling van Paradijspoort 15 is het mogelijk om met natuurinclusieve maatregelen de natuur in de stad te versterken volgens de door de Gemeente Delft geformuleerde doelen en voorwaarden. Gezien de omvang van dit project, is het minimaal aantal te behalen beleidspunten als volgt: Gevel/dak (4 punten), ‘Verblijf’ (3 punten) en ‘Omgeving’ (4 punten). Ten aanzien van ‘Gevel/dak’ en ‘Verblijf’ is het mogelijk om aan de door de Gemeente Delft gestelde concrete eisen ten aanzien van deze onderwerpen te voldoen. Gezien de ligging van het plangebied in de stedelijke omgeving en het ontbreken van openbaar groen in de nabije omgeving, is in vooroverleg met de gemeente Delft afgestemd dat de vier te behalen beleidspunten voor ‘Omgeving’ gecompenseerd kunnen worden door het nemen van extra maatregelen binnen de onderwerpen ‘Gevel/dak’ en/of ‘Verblijf’. Rekening houdend met de toezegging dat de beleidspunten ten aanzien van ‘Omgeving’ gecompenseerd kunnen worden door het nemen van extra maatregelen voor ‘Gevel/dak’ en ‘Verblijf’, is het mogelijk om bij herontwikkeling van Paradijspoort 15 te voldoen aan de door de Gemeente Delft gestelde doelen en voorwaarden voor wat betreft natuurinclusief ontwikkelen.
Bij eventuele herontwikkeling van Paradijspoort 15 is het mogelijk om klimaatadaptieve maatregelen te nemen die bijdragen aan de gemeentelijke speerpunten ‘Veerkrachtig systeem met maximale sponswerking’ en ‘Geen toename van hittestress’. Door het nemen van klimaatadaptieve maatregelen is te voldoen aan de door de Gemeente Delft geformuleerde eisen ten aanzien de onderwerpen ‘Extreme neerslag’, ‘Hitte’ en ‘Droogte’. Maatregelen omtrent bodemdaling kunnen alleen genomen worden bij nieuwbouw op Paradijspoort 15. Indien men Paradijspoort 15 enkel zou optoppen, is het niet mogelijk extra maatregelen omtrent bodemdaling te nemen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Paradijspoort 15 te Delft
6
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BOUWMANS, L, 2019. QUICKSCAN FLORA EN FAUNA PARADIJSPOORT 15 TE DELFT. 1905/213/JOW-02. Tritium advies, Nuenen. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KATERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. DELFT, GEMEENTE, 2022. Beleidsregel Klimaatadaptief Bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkeling en herstructurering, Delft. DELFT, GEMEENTE. Delftse ambities en eisen op het gebied van klimaatadaptatie voor nieuwbouw, gebiedsontwikkeling en herstructurering (de Delftse spelregels), Delft. DELFT, GEMEENTE, 2021. Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen, kader voor ontwikkelingen (versie maart 2021), Delft. HELVERSEN & D. NILL, 2011.VLEERMUIZEN. ALLE SOORTEN VAN EUROPA EN NOORD-WEST AFRIKA. TIRION NATUUR.KWAK, R. EN LOUWE KOOIJMANS, J, 2021. NEDERLANDSE VOGELS EN HUN DOMEIN. KNNV, Zeist. MENGERS, R, 2021. PARADIJSPOORT 15 TE DELFT. INVENTARISATIE BESCHERMDE SOORTEN IN HET KADER VAN DE NATUURWETGEVING. G&G Rapport 2021139, Kwintsheul. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2021. www.bouwnatuurinclusief.nl Over natuurinclusief bouwen, een initiatief van Vogelbescherming Nederland.
www.checklistgroenbouwen.nl Informatieve website over groen bouwen, een initiatief van Vogelbescherming Nederland en Zoogdiervereniging. www.klimaatadapatatienederland.nl Kennisportaal klimaatadaptatie, een initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. www.scholeksterophetdak.nl Over Scholeksters op de het dak, een initiatief van SOVON en NIOO.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
2022-126
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Hazenkoog 35A Bovendijk 35-G 1822 BS Alkmaar 2295 RV Kwintsheul www.vandergoesengroot.nl
bestemmingsplan Paradijspoort C&A locatie
Bijlage 2 Bezonningsstudie
bestemmingsplan "Paradijspoort C&A locatie" (vastgesteld) 36
Bezonningstudie Ontwikkeling Paradijspoort 15 Delft P30322590e106 19 april 2023 Revisie 6
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
Project Locatie
Onderwerp Document Revisie Datum Status Opdrachtgever
Simulatie-expert
Ontwikkeling Paradijspoort 15 Delft
Bezonningsstudie P30322590e106 6 19 april 2023 Definitief Het Kantenhuis BV & Active Interest Holding BV Bella Donna 2 1181 RM Amstelveen SIMSTUDIO International Consultants Baron de Coubertinlaan 6 2719 EL Zoetermeer info@simstudio-ic.com www.simstudio-ic.com
P30322590e106
Page 1 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
1
INLEIDING
3
1.1
Paradijspoort 15
3
2
TOETSINGSKADER
4
3
LIGGING EN OMGEVING
5
4
BEZONNINGSANALYSE
6
4.1
Bezonningsanalyse op hoofdlijnen
6
4.2
Nadere bezonningsanalyse cluster 1
9
4.3
Nadere bezonningsanalyse cluster 8
10
4.4
Noordwest georiënteerde gevels
12
5
CONCLUSIE
15
6
BIJLAGE A - BEZONNINGSDIAGRAMMEN PARADIJSPOORT 15
17
P30322590e106
Page 2 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
1
Inleiding
1.1
Paradijspoort 15
Op verzoek van Het Kantenhuis BV & Active Interest Holding BV is een bezonningsonderzoek uitgevoerd voor de ontwikkelingsmogelijkheden ter plaatse van Paradijspoort 15 in Delft. In de huidige situatie heeft de bebouwing een hoogte tussen de 4,5m en 8,7m. Het voornemen bestaat om de mogelijkheden ter plaatse van de bebouwing gelegen aan de Paradijspoort 15 te Delft zodanig aan te passen dat het pand in de toekomst aangepast kan worden en is uit te breiden met woningen. Het nieuw op te stellen bestemmingsplan voor deze ontwikkeling, staat daarom een bouwhoogte van maximaal 15 meter toe. Mede vanwege de stedenbouwkundige inpassing in de omgeving, wordt aan de zijde van de Paradijspoort een setback gerealiseerd. De setback geldt voor bebouwing boven een hoogte van 10 meter en bedraagt tenminste 3 meter. De massastudie is in Figuur 1 weergegeven, waarbij de opbouw in het geel is weergegeven. Als gevolg van de herontwikkeling kan de bezonningssituatie bij omliggende objecten wijzigen. In deze rapportage wordt de huidige en toekomstige bezonningssituatie bij omliggende objecten als gevolg van de herontwikkeling van de Paradijspoort 15 geanalyseerd. In het vervolg van deze rapportage wordt ingegaan op: -
het toetsingskader; het plangebied en de omgeving; en de bezonningsanalyse.
De rapportage wordt afgesloten met een conclusie.
Figuur 1: Impressie ontwikkeling Paradijspoort 15.
P30322590e106
Page 3 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
2
Toetsingskader
Als het gaat over bezonning dan gaat het bij ruimtelijke plannen om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Voor bepaalde functies is voldoende bezonning wenselijk, zoals tuinen, terrassen of speelplekken. Voor bezonning en schaduwwerking gelden geen wettelijke normen. Om te toetsen of een ruimtelijke ontwikkeling zorgt voor een onaanvaardbare schaduwwerking wordt in Nederland, voor bebouwing hoger dan 25 meter, doorgaans gerefereerd aan de 'lichte' TNO-norm voor bezonning. Deze norm schrijft ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag voor in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in het midden van de vensterbank binnenkant raam van de woonkamer (zie TNO-rapport 2005-BBE-R036). De gemeente Delft heeft kenbaar gemaakt voor de ontwikkeling van de Paradijspoort 15 aan te sluiten bij de ‘lichte’ TNOnorm. Naast de TNO-norm beoordeling, worden ook bezonningsdiagrammen opgesteld voor de 4 seizoenen. Deze diagrammen geven inzicht in de bezonning van de gevels en (extra) schaduw op de omgeving. De toetsingsdagen zijn: -
22 december: de dag dat de zon het laagst staat; 21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat; 21 maart: de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 22 december en 21 juni in (zomertijd); 23 september: de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 21 juni en 22 december in (wintertijd).
De volgende tijdstippen worden gehanteerd: 9.00 uur, 12.00 uur, 15.00 uur, 18.00 uur. Op 21 december is 18.00 uur niet relevant, omdat de zon dan al onder is. In juni is 20.00 uur ook relevant. De zonsopgang en zonsondergang in Delft op de maatgevende toetsingsdagen zijn weergegeven in Tabel 1. Datum 19 februari 21 oktober
Zonsopgang 07:47 08:16
Zonsondergang 18:05 18:38
Aantal zonuren 10u 18min 10u 22min
Tabel 1: Zonsopgang en zonsondergang in Delft.
P30322590e106
Page 4 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
3
Ligging en omgeving
Het plangebied is gelegen aan de Paradijspoort 15 in Delft. Deze straat is gelegen in de binnenstad van Delft. Dit zorgt voor een dichte bebouwing rondom de onderzoek locatie. Aan de hand van de geldende bestemmingsplannen in de omgeving is bepaald welke gebouwen geanalyseerd moeten worden. Figuur 2 geeft een luchtfoto weer van de ontwikkeling en de omgeving. Het rood omlijnde gebied betreft de ontwikkellocatie. De geel omlijnde gebieden zijn de verschillende gebouwen met mogelijkheid tot wonen (op de verdiepingen). Op de begane grond van de verschillende functies zijn winkels gesitueerd. Deze geveldelen worden daarom niet meegenomen in de analyse. Aan de gevel van de appartementen van cluster 1 waar de nieuwe ontwikkeling effect op kan hebben zijn leefruimtes. In cluster 2 zijn alleen aan de oostzijde woningen aanwezig, het overige deel heeft een commerciële functie. Voor de totaliteit zijn zowel Cluster 5 en 7 ook toegevoegd. Gezien de afstand tussen de bouwlocatie en Cluster 5 zal het cluster geen verandering ondervinden. De woningen in Cluster 7 zijn noordwest georiënteerde gevels. In de huidige situatie zijn er geen woningen in Cluster 8. Cluster 8 is desondanks meegenomen, omdat conform het bestemmingsplan woningen op de verdiepingen zijn toegestaan.
Figuur 2: Luchtfoto locatie Paradijspoort te Delft, onderzoeklocatie en omliggende bebouwing gearceerd.
P30322590e106
Page 5 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
4
Bezonningsanalyse
Aan de hand van het toetsingskader zoals weergegeven in hoofdstuk 2, zijn de bezonningsdiagrammen geanalyseerd. In paragraaf 4.1 van dit hoofdstuk wordt de bezonningssituatie op hoofdlijnen beschreven. Wanneer hieruit volgt dat niet kan worden voldaan aan de 'lichte' TNO-norm, worden in de daaropvolgende paragrafen voor de desbetreffende woningen de exacte bezonningstijd in minuten weergegeven. In de gehele analyse wordt de huidige en toekomstige situatie beschreven. Buiten de toetsing van de TNO-norm zijn er ook bezonningsdiagrammen opgesteld voor de verschillende situaties. Deze zijn weergegeven in Bijlage A.
4.1
Bezonningsanalyse op hoofdlijnen
Uit de analyse volgt dat de woningen in Cluster 2, 3, 4, en 6 voldoen aan de ‘lichte’ TNO-norm. Voor een aantal (planologisch toegestane c.q. potentiële) woningen in de Clusters 1 en 8 wordt in de toekomstige situatie niet voldaan aan de ‘lichte’ TNO-norm. Voor de noordwest georiënteerde gevels in Cluster 5 geldt dat de voorgestelde ontwikkeling niet voor een afname van het aantal uren zorgt. Daar komt bij dat zowel in de huidige als in de toekomstige situatie geldt dat deze woningen niet voldoen aan de ‘lichte’ TNO-norm. Voor de noordwest georiënteerde gevels in Cluster 7 geldt dat de voorgestelde ontwikkeling een kleine afname veroorzaakt van het aantal uren bezonning. Deze verandering vindt plaats rond de dakrand. Zowel in de huidige als in de toekomstige situatie geldt dat de ramen van de woningen niet voldoen aan de ‘lichte’ TNO-norm. Figuur 3 en Figuur 4 geven de bezonning weer van cluster 8 op 19 februari. De resultaten voor 21 oktober zijn vergelijkbaar. In het figuur is met een cirkel aangegeven waar de op de gevel de bezonning veranderd voor cluster 8. Figuur 5 en Figuur 6 geven de bezonning weer voor cluster 1 op 21 oktober. De bezonning voor 19 februari is vergelijkbaar. In het figuur is met een cirkel aangegeven waar de op de gevel de bezonning veranderd voor cluster 1.
Op de clusters met woningen waarbij niet voldaan wordt aan de ‘lichte’ TNO-norm, wordt in paragraaf 4.2 en 4.3 nader ingegaan. In paragraaf 4.4 wordt daarnaast nader ingegaan op bezonningssituatie van de noordwest georiënteerde gevels uit cluster 5 en 7.
P30322590e106
Page 6 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
Figuur 3: Overschrijding gebieden ‘lichte’ TNO-norm op 19 februari, huidige situatie, cluster 8.
Figuur 4: Overschrijding gebieden ‘lichte’ TNO-norm op 19 februari, toekomstige situatie, cluster 8.
Aantal uren >2 1–2 <1
Lichtere norm Voldoet Voldoet niet Voldoet niet
P30322590e106
Page 7 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
Figuur 5: Overschrijding gebieden ‘lichte’ TNO-norm op 21 oktober, huidige situatie, cluster 1.
Figuur 6: Overschrijding gebieden ‘lichte’ TNO-norm op 21 oktober, toekomstige situatie, cluster 1.
Aantal uren >2 1–2 <1
Lichtere norm Voldoet Voldoet niet Voldoet niet
P30322590e106
Page 8 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
4.2
Nadere bezonningsanalyse cluster 1
Het exacte aantal bezonningsuren op de gevel zijn bepaald voor de huidige en de toekomstige situatie door per minuut de bezonning op de verschillende appartementen in het rekenmodel te bekijken. De indeling van de appartementen is weergegeven in Figuur 7. Het aantal bezonningsuren op de geveldelen zijn per toetsingsdag weergegeven in Tabel 2. Geveldeel 1 heeft een totale bezonningsduur in de toekomstige situatie van 1:52 uur. Ter indicatie, 8 minuten minder dan vereist is op basis van de ‘lichte’ TNO-norm voor woonkamers. Ten opzichte van de huidige situatie is sprake van een afname van circa 30 minuten. Opgemerkt wordt dat dit slechts de bezonningsduur in de ochtend is. Voor geveldelen 2 t/m 5 is in de toekomstige situatie de totale bezonningsduur 1:44 uur. Ter indicatie, dit is 16 minuten korter dan vereist is op basis van ‘lichte’ TNO-norm voor woonkamers. De afname ten opzichte van de huidige situatie bedraagt circa 30 minuten. 1 2 3 4 5
Figuur 7: Indeling gevel Paradijspoort 2 t/m 22.
P30322590e106
Page 9 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
Toetsingsdag:
19/Feb
21/okt
Situatie
Gevel deel
Start bezonning
Huidig
1
08:13
10:36
02:23
07:42
10:07
02:25
2
08:15
10:36
02:21
07:42
10:07
02:25
3
08:19
10:36
02:17
07:45
10:07
02:22
4
08:21
10:36
02:15
07:49
10:07
02:18
5
08:23
10:36
02:13
07:50
10:07
02:17
1
08:44
10:36
01:52
08:12
10:07
01:55
2
08:52
10:36
01:44
08:21
10:07
01:46
3 t/m 5
08:52
10:36
01:44
08:23
10:07
01:44
Toekomst
Eind bezonning
Totale bezonning
Start bezonning
Eind bezonning
Totale bezonning
Tabel 2: Bezonningsuren per geveldeel, Paradijspoort 2 t/m 22
4.3
Nadere bezonningsanalyse cluster 8
Het dient vermeldt te worden dat in de huidige situatie er zich geen woningen in cluster 8 bevinden. Cluster 8 is meegenomen in de analyse omdat conform het bestemmingsplan op de verdiepingen wonen toegestaan is. Voor de mogelijke woningen in cluster 8 is een nadere bezonningsanalyse uitgevoerd. Om het exacte aantal bezonningsuren op de gevel te bepalen in de huidige en toekomstige situatie, is per minuut gekeken naar de bezonning op de verschillende mogelijke gevels van appartementen. De indeling van de toetsing is weergegeven in Figuur 8. Het aantal bezonningsuren op de geveldelen zijn per toetsing dag weergegeven in Tabel 3. Voor de gevels van mogelijke woningen 1 en 2 is de totale bezonningsduur in de toekomstige situatie 1:37 uur, 23 minuten korter dan de beoogde duur conform de ‘lichte’ TNO-norm. Ten opzichte van de huidige situatie is sprake van een afname van circa 4:30 uur. Door de toekomstige opbouw wordt de middagzon weggenomen ter plaatse van deze geveldelen van deze twee mogelijke woningen. Gezien er in de huidige situatie geen woonfunctie aanwezig is, is de afname niet relevant. Potentiële toekomstige bewoners zijn niet bekend met de nu huidige situatie. Er kan gesteld worden dat de afwijking van de bezonningsduur ten opzichte van de ‘lichte’ TNO-norm daarmee aanvaardbaar is.
Verder is het niet duidelijk aan welke zijde van deze ruimte een eventuele toekomstige woonkamer wordt voorzien.
P30322590e106
Page 10 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
1 2 3
Figuur 8: Indeling gevel Pynepoort 4 t/m 16. Toetsingsdag:
19/Feb
21/okt
Situatie
Gevel deel
Start bezonning
Eind bezonning
Totale bezonning
Start bezonning
Eind bezonning
Totale bezonning
Huidig
1
11:11
17:20
06:09
10:44
16:52
06:08
2
11:11
17:08
05:57
10:44
16:40
05:56
3
11:11
17:16
06:05
10:44
16:47
06:03
1
11:13
12:50
01:37
10:44
12:21
01:37
2
11:13
12:50
01:37
10:44
12:21
01:37
3
11:13
13:42
02:29
10:44
13:10
02:26
Toekomst
Tabel 3: Bezonningsuren per geveldeel, Pynepoort 4 t/m 16.
P30322590e106
Page 11 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
4.4
Noordwest georiënteerde gevels
Op verzoek van omwonenden alsmede in het kader van een goede ruimtelijke ordening is ook een bezonningsanalyse uitgevoerd voor noordwest georiënteerde woningen gelegen aan de zuidzijde van de toekomstige ontwikkeling. Gezien de oriëntatie van de gevels ontvangen deze gevels op de toetsingsdagen bijna nooit direct zonlicht en bedraagt de bezonningsduur vaak minder dan 2 uur bezonning. Daarom vallen deze gevels volgens TNO buiten het toetsingskader. De extra geanalyseerde gevels komen uit cluster 5 en 7. De bezonning van deze gevels wordt weergegeven in Figuur 9 tot Figuur 12. De gevels van cluster 5 ondervinden geen verandering in de bezonning tussen de huidige en de voorgesteld toekomstige situatie. Grote delen van de gevels ontvangen reeds in de huidige situatie minder dan 2 uur zon op de toetsingsdagen. Sommige uitstekende delen van de gevel ontvangen op de toetsingsdagen (in de huidige en toekomstige situatie) tussen de 1 en 2 uur bezonning. De gevels van cluster 7 ondervinden kleine veranderingen in de bezonning. Zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie ontvangen alle ramen in de gevel minder dan één uur zon. Alleen rond de dakrand is een kleine verandering zichtbaar tussen de huidige en toekomstige situatie. Daarin verandert het aantal bezonningsuren voor deze plek van ‘1 tot 2 uur’ naar ‘minder dan 1 uur’ bezonning.
Figuur 9: Overschrijding gebieden ‘lichte’ TNO-norm op 19 februari, huidige situatie, cluster 5 & 7.
Aantal uren >2 1–2 <1
Lichtere norm Voldoet Voldoet niet Voldoet niet
P30322590e106
Page 12 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
Figuur 10: Overschrijding gebieden ‘lichte’ TNO-norm op 19 februari, toekomstige situatie, cluster 5 & 7.
Figuur 11: Overschrijding gebieden ‘lichte’ TNO-norm op 21 oktober, huidige situatie, cluster 5 & 7.
Aantal uren >2 1–2
Lichtere norm Voldoet Voldoet niet
P30322590e106
Page 13 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
<1
Voldoet niet
Figuur 12: Overschrijding gebieden ‘lichte’ TNO-norm op 21 oktober, huidige situatie, cluster 5 & 7.
Aantal uren >2 1–2 <1
Lichtere norm Voldoet Voldoet niet Voldoet niet
P30322590e106
Page 14 of 25
Bezonningsstudie Paradijspoort 15, Delft
5
Conclusie
Op verzoek van Het Kantenhuis BV & Active Interest Holding BV is een bezonningsonderzoek uitgevoerd voor de ontwikkelingsmogelijkheden ter plaatse van Paradijspoort 15 in Delft. In de huidige situatie heeft de bebouwing een hoogte tussen de 4,5m en 8,7m. Het toekomstige bestemmingsplan staat een bouwhoogte van maximaal 15 meter toe. Mede vanwege de stedenbouwkundige inpassing in de omgeving, wordt aan de zijde van de Paradijspoort een setback gerealiseerd. De setback geldt voor bebouwing boven 10 meter hoogte en bedraagt tenminste 3 meter. Voor het toetsen van bezonning en schaduwwerking bestaan geen wettelijke eisen. De gemeente Delft heeft kenbaar gemaakt dat voor de ontwikkeling van de Paradijspoort 15 aan te sluiten bij de ‘lichte’ TNO-norm. Deze norm schrijft ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag voor in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in het midden van de vensterbank binnenkant raam van de woonkamer. In de analyse is aangetoond dat de clusters 2, 3, 4, en 6 in de toekomstige situatie voldoen binnen het toetsingskader van de ‘lichte’ TNO-norm. Twee gevels in cluster 1 en 8 voldoen niet aan de ‘lichte’ TNO-norm. Daarnaast voldoen de noordwest georiënteerde gevels in cluster 5 en 7, zowel in de huidige als in de toekomstige situatie, niet aan de 2 uur bezonning. In cluster 1 gaat het om de bovenste verdieping van Paradijspoort 2 t/m 22.