CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W – ontwerpbestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) (nr. 2208122)34.138 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

blad 78 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

4.6.3

Conclusie Er zijn maatregelen beschikbaar om trillingshinder te mitigeren. Deze wordt specifiek ingevuld op basis van nader onderzoek bij de verdere uitwerking. Dit is in lijn met de voorgeschreven gebiedsgerichte spelregels in het Spelregelkader. Het vervolgonderzoek en eventueel benodigde maatregelen zijn geborgd in de regels. Het aspect 'trillingen' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

4.7

Geur

4.7.1

Kader Delft heeft geen eigen geurbeleid waarmee eventuele geurhinder beoordeeld kan worden. Wel zijn er in het verleden ontwikkelingen geweest binnen de geurcontouren van DSM. Er is dus wel sprake van een Delftse praktijk. Naast deze Delftse praktijk is er provinciaal beleid voor geurhinder. Hoewel dit beleid niet directief is voor Delft en dus niet bindend, is het wel relevant als referentiekader. Uitgangspunt van het provinciaal beleid is het voorkomen van nieuwe hindersituaties, in het beleid is beschreven dat de hindergrens ligt bij een geurniveau van 0,5 OU/m3 bij 98 percentiel. De Delftse praktijk is iets ruimer. Bij binnenstedelijke ontwikkelingen rondom DSM accepteren we enige geurhinder zo lang er geen sprake is van ernstige hinder. Twee voorbeelden zijn de bestemmingsplannen voor de ontwikkelingen aan de Laan van Altena in 2014 en de Pastoor van Askerk in 2019. In beide gevallen gaat het om nieuwe woningen waarbij de geurbelasting boven de 0,5 OU/m3 als 98 percentiel komt, maar de Hedonische waarde (een maat voor de geurbeleving) H=-1 niet wordt overschreden. Deze waarde wordt door Delft nog acceptabel geacht voor nieuwe bestemmingen. Hierbij is op grond van het provinciale geurbeleid sprake van 0 – 12% geurgehinderden, is er geen sprake van ernstige hinder en zijn klachten onwaarschijnlijk.

De provincie heeft (als bevoegd gezag voor DSM) in deze gevallen ingestemd met het bestemmingsplan en zich niet verzet tegen de daarvoor verleende vergunning. In Delft zijn de laatste jaren geen ontwikkelingen geweest waar een andere (strengere) afweging is gemaakt. Samenvattend kennen we hierdoor in Delft voor nieuwe situaties een uitvoeringspraktijk waarbij de 12% hindergrens (H=-1 als 98 percentiel) feitelijk als drempelwaarde geldt voor het kunnen projecteren van nieuwe woningen. De toepassing van die H=-1 waarde is daarmee de facto verworden tot het Delftse geurbeleid.

4.7.2

Onderzoek Voor de ontwikkeling van Nieuwe Haven is de geurbelasting van het bedrijf Hordijk relevant. In het bestemmingsplan moet onderbouwd worden dat de geurbelasting vanwege Hordijk geen belemmering vormt voor de nieuwe woningen en andersom, dat de nieuwe woningen niet de geurruimte van het bedrijf beperken. Hierover is ook in paragraaf 4.2 informatie opgenomen. De ontwikkelingen van Laga en Nautilus betreffen geen geurgevoelige objecten. De Delftse uitvoeringspraktijk vormt het beoordelingskader voor de mogelijkheid van menging van de activiteiten van het bedrijf met de realisatie van woningen. De geurbelasting is onderzocht door de gemeente (zie Bijlage 21). In de memo van de gemeente wordt het onderzoek van Bureau Blauw uit 2020 aangehaald naar de geurbelasting van Hordijk op het deelgebied Nieuwe Haven. Uitgangspunt bij dit onderzoek is de huidige bedrijfsvoering met in de komende jaren een groei van de productie met 30%. Dit is een worst-case scenario waarbij de productie van Hordijk groeit en er geen maatregelen genomen worden tegen de geuremissies. De productiegroei van 30% is ook gebruikt bij het bepalen van de toekomstige geluidscontouren van Hordijk. De geurcontouren worden weergegeven in onderstaand figuur.

blad 79 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

Figuur 4.10: Geurcontouren Hordijk, bron: Bureau Blauw, rapportnr. BL2020.10023.01-V01, december 2020 (figuur 5.2 p. 20). De nieuwbouwlocatie ligt voor het grootste deel binnen de 0,5 OU/m3 contour maar in het geheel buiten de 2,0 OU/m3 contour bij 98-percentiel. Bureau Blauw heeft tevens onderzocht wat de hedonische waarde is voor de 6 verschillende geurbronnen bij Hordijk. Uitgangspunt hierbij is de geurconcentratie (in OU/m3) waarbij de hedonische waarde van H=-1 bereikt wordt. Hoe hoger de geurconcentratie hierbij is, hoe minder hinderlijk de geur is, er is dan ‘meer geur’ nodig om dezelfde negatieve beleving te krijgen. Voor 4 van de 6 bronnen bedraagt de geurconcentratie (voor H=-1) 2,0 OU/m3 of meer (range: 2,0 – 6,3) bij 2 van de 6 bronnen bedraagt de geurconcentratie (voor H=-1) minder dan 2,0 OU/m3 (1,6 en 1,7). Hierbij is de koeltoren veruit de bron met de grootste geuremissie (80% van het totaal). Deze bron is bovendien het dichtst bij Nieuwe Haven gelegen. De bronhoogte is vergelijkbaar met die van de andere bronnen. Voor deze bron is de H=-1 waarde vastgesteld op 2,3 OU/m3 . De emissies van de 2 bronnen met een H=-1 waarde láger dan 2,0 bedragen slechts 9% van het totaal. Het gewogen gemiddelde van deze drie bonnen (voor H=-1) is 2,2 OU/m3 .

Op grond van het voorgaande concluderen wij dat bij een totale geurbelasting van 2,0 OU/m3 als 98 percentiel geur, er geen overschrijding plaatsvindt van de Hedonische waarde H=-1. De verwachting is dat deze beleidslijn ook de basis vormt voor het vaststellen van de aanvaardbare geur door een activiteit op nieuwe geurgevoelige gebouwen in het omgevingsplan onder de Omgevingswet (als bedoeld in artikel 5.92 Bkl). Maatregelen Maatregelen zijn niet nodig om te voldoen aan de Delftse beleidspraktijk. Het is echter bekend dat Hordijk nog maatregelen moet nemen tegen de uitstoot van pentaan. Hierdoor zal waarschijnlijk in de toekomst de geurbelasting dalen. Over de beperking van de blad 80 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

pentaanemissies lopen gesprekken met de omgevingsdienst. Nieuwe bedrijvigheid Voor nieuwe bedrijven binnen Kabeldistrict en Nieuwe Haven geldt het provinciale beleid.

4.7.3

Conclusie De geurbelasting op de woningen in Nieuwe Haven als gevolg van Hordijk overschrijdt de hindergrens zoals die in het provinciaal beleid is opgenomen voor nieuwe ontwikkelingen. De geurbelasting is echter wel in lijn met de geurbelasting die is toegestaan bij ontwikkelingen rondom DSM. Daarmee beschouwt Delft deze ontwikkeling als passend binnen de huidige uitvoeringspraktijk voor geur, waarbij de hedonische waarde van H=-1 als uitgangspunt wordt gebruikt. Met dit bestemmingsplan bestendigen we deze beleidslijn. Daarmee wordt een ruimere lijn gevolgd dan in het provinciale geurbeleid, maar een consistente lijn met eerdere bestemmingsplannen. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

4.8

Externe veiligheid

4.8.1

Kader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats onbeschermd aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: Lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.

Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): De afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

blad 81 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

Figuur 4.11: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport. Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals in onderstaande figuur weergegeven.

Figuur 4.12: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico.

4.8.2

Onderzoek Kabeldistrict Kabeldistrict bevindt zich binnen 200 m vanaf de provinciale weg N470 waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Daarom zijn risicoberekeningen uitgevoerd door AVIV, de complete rapportage is meegenomen in Bijlage 18. De provinciale weg is de enige relevante risicobron voor het deelgebied Kabeldistrict. Hieronder worden de conclusies gepresenteerd: Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Het groepsrisico is zowel in de huidige als de toekomstige situatie groter dan 10% van de oriëntatiewaarde. Door de voorgenomen ontwikkeling neemt het groepsrisico minder dan 10% toe en blijft het onder de oriëntatiewaarde. Hierdoor kan de verdere

blad 82 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Wel dient advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio en moet ingegaan worden op de mogelijkheden voor bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Nieuwe Haven Het plangebied Nieuwe Haven ligt in de nabijheid van Hordijk EPS Verpakkingen en Isolatieproducten BV waar op grond van de milieuvergunning uit 2010 gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. De gevolgen op de ontwikkeling van Nieuwe Haven zijn in beeld gebracht door Aveco de Bondt (zie Bijlage 17). Hordijk is de enige relevante risicobron voor het deelgebied Nieuwe Haven. Sinds 13 februari 2009 valt de inrichting niet meer onder de werkingsfeer van het Bevi. Dit betekent dat het milieuaspect externe veiligheid wettelijk gezien niet relevant is en dat er geen risico's zijn ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het milieuaspect externe veiligheid beoordeeld en is op basis van de onderzoeken en onderbouwingen die onderdeel van de vergunning uitmaken, geconcludeerd dat het plangebied Nieuwe Haven buiten de door de brandweer geadviseerde risicozone voor brand (20 meter) van Hordijk ligt. Dit levert in het kader van externe veiligheid geen belemmeringen op voor de ontwikkeling van Nieuwe Haven.

Tevens wordt de bedrijfsvoering van Hordijk in het kader van externe veiligheid niet belemmerd door het planvoornemen. Verantwoordingsplicht groepsrisico In het kader van het vooroverleg heeft de Veiligheidsregio Haaglanden een reactie op het plan gegeven en hieraan een advies verbonden met betrekking tot externe veiligheid bij het bestemmingsplan Schieoevers Noord. In het advies worden de volgende risicobronnen en scenario's benoemd: 1. 2.

Transport van gevaarlijke stoffen over de N470 (Kruithuisweg) en rijksweg A13 (zie onderstaande tabel); en Brand bij MPM International Oil Company.

Tabel 4.4: Eigenschappen transport gevaarlijke stoffen (weg) (bron: Vooroverlegreactie Veiligheidsregio Haaglanden).

De ergst denkbare scenario's voor deze risicobronnen zijn een plasbrand van een tankwagen met brandbare vloeistoffen, een BLEVE van een tankwagen met brandbaar gas en het volledig vrijkomen van de inhoud van een (tank)wagen met een giftige vloeistof en een brand met gevaarlijke stoffen bij MPM International Oil Company. Door de aanwezigheid van deze risicobronnen kunnen binnen het plangebied hitte-, druk- en/of giftige effecten optreden. De kans dat deze scenario's plaatsvinden is zeer klein. Om de effecten van incidenten te beperken en de zelfredzaamheid van de aanwezigen te verbeteren, worden de volgende maatregelen geadviseerd: A. blad 83 van 135

Afschakelbare ventilatie (effectbeperking); Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

B. Vluchtweg van risicobron af (verhogen zelfredzaamheid); C. Voorbereiding interne organisatie (verhogen zelfredzaamheid); D. Risicocommunicatie (verhogen zelfredzaamheid); E. Bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen (maatregelen t.b.v. de hulpverlening). De bovenstaande maatregelen kunnen een positieve bijdrage leveren aan het groepsrisico en de bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De genoemde maatregelen kunnen in het bestemmingsplan niet geregeld worden, maar het bestemmingsplan vormt tevens geen belemmering voor het realiseren van deze maatregelen. De Veiligheidsregio benoemt daarnaast de risico's van brand als gevolg van verdichting en functiemenging. In het bestemmingsplan is daarom opgenomen dat bij ontwikkelingen nabij bestaande categorie 4 bedrijven (namelijk Prysmian, Hordijk en Dyckerhof Basal) de Veiligheidsregio om advies gevraagd moet worden indien binnen 50 meter vanaf de perceelsgrens van de bedoelde drie bedrijven wordt gebouwd. Daarnaast wordt geadviseerd om de Veiligheidsregio te betrekken bij verdere ontwikkelingen op het vlak van energietransitie. Hiermee heeft de gemeente ingestemd. Nadere uitwerking van de reactie is opgenomen in paragraaf 7.1. Veiligheidszone In het bestemmingsplan wordt een veiligheidszone toxisch en weg opgenomen.

Veiligheidszone weg bepaalt dat geen kwetsbare gebouwen (lees woningen) mogen worden gebouwd binnen deze zone. Deze keuze volgt vanuit het MER en loopt vooruit op de Omgevingswet. In de systematiek van de Omgevingswet worden gebieden aangewezen langs routes waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd waar niet zondermeer zeer kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. Deze verplichting volgt niet vanuit de huidige wetgeving, maar is toegevoegd door de gemeente in de geest van de Omgevingswet. De realisatie van nieuwe woningen reikt niet tot aan deze zone.

4.8.3

Conclusie De bovenstaande beschouwingen tonen aan dat het aspect 'externe veiligheid' geen belemmering vormt voor het onderhavige bestemmingsplan. Er is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio Haaglanden. Met het advies is tevens aan de verantwoordingsplicht groepsrisico voldaan. Externe veiligheid is daarmee geborgd in het onderhavige bestemmingsplan.

4.9

Kabels, leidingen en overige infrastructuur In het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die planologisch beschermd dienen te worden. Met overige kabels en leidingen wordt rekening gehouden in de uitvoeringsfase. De bescherming van de spoortunnel is geregeld in de Spoorwegwet. Op grond van artikel 19 van de Spoorwegwet is een vergunning vereist om binnen de begrenzing van de hoofdspoorweg bouwwerken of andere opstallen op te richten en onder meer kabels, leidingen of beplantingen aan te brengen. Daarmee is geborgd dat bij de bouw- en grondwerkzaamheden rekening gehouden wordt met de aanwezigheid van de spoortunnel. Gelet hierop is het niet noodzakelijk om in het bestemmingsplan ook een regeling voor de bescherming van de spoortunnel op te nemen. Bij de toetsing van vergunningaanvragen op grond van artikel 19 van de Spoorwegwet wordt door ProRail beoordeeld welke maatregelen in acht moeten worden genomen. Het aspect 'kabels, leidingen en overige infrastructuur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

blad 84 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

4.10

Bodem

4.10.1

Kader De Wet bodembescherming stelt regels om de bodem en het grondwater te beschermen. Doel van de wet is bewerkstelligen dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de functie die in het betreffende gebied wordt toegestaan. Er worden verschillende klasses in de bodemkwaliteit onderscheiden met een verschillend niveau van toegestane verontreiniging in de bodem. Indien de bodem te sterk verontreinigd is voor de beoogde functie, moet een sanering uitgevoerd worden. De wijze van saneren en de afspraken daarover worden in een zogenaamde BUS-procedure uitgevoerd en gerapporteerd. Voor het toepassen van grond en baggerspecie is het Besluit Bodemkwaliteit van belang, waaronder geregeld is welke kwaliteit grond toegepast kan worden voor welke functie. Het wettelijke kader kent een eigen vergunningtraject waarin rapportages over bodemkwaliteit, toe te passen grond en eventuele saneringen worden gemaakt en getoetst door het bevoegd gezag.

4.10.2

Onderzoek Kabeldistrict Vanaf de jaren negentig van de 20e eeuw zijn diverse onderzoeken uitgevoerd naar de bodemkwaliteit van het plangebied Kabeldistrict. In 2021 is in een vooronderzoek een bundeling van de verschillende onderzoeken opgenomen (Bijlage 44). Dit is vervolgens beoordeeld door de gemeente, deze beoordeling is opgenomen in Bijlage 26. Uit het vooronderzoek blijkt dat ter plaatse van de locatie meerdere ernstige verontreinigingen voorkomen. In het vooronderzoek is een overzicht opgenomen van de verontreinigingen die in de bodem van de projectlocatie zijn aangetroffen. Deze verontreinigingen kunnen onderverdeeld worden in drie categorieën: 1.

De diffuus heterogeen verontreinigde ophooglaag die binnen de gehele projectlocatie aanwezig is. De laag bestaat voor een deel uit meer dan 50% antropogene materialen. Dit deel van de ophooglaag betreft daarmee geen bodem. Deze laag is aanwezig ter plaatse van Schieweg 15, Schieweg 60, de huidige openbare ruimte (Schieweg) en de loskade langs de Schie. 2. Historische gevallen van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie, inclusief restverontreinigingen van eerder uitgevoerde bodemsaneringen. Deze verontreinigingen zijn aanwezig ter plaatse van de Schieweg 15, de huidige openbare ruimte (Schieweg) en de loskade langs de Schie. 3. Nieuwe verontreinigingen, inclusief restverontreinigingen van gesaneerde nieuwe verontreinigingen. Deze verontreinigingen zijn alleen ter plaatse van Schieweg 60 aanwezig. Nieuwe verontreinigingen zijn verontreinigingen die overwegend na 1987 zijn veroorzaakt. Op deze verontreinigingen is zorgplicht van toepassing. Geen van de verontreinigingen is als spoedeisend aangeduid, zodat geen directe sanering noodzakelijk is. Wel dient voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden een sanering plaats te vinden. Een saneringsplan daarvoor is nog niet opgesteld. De bodemkwaliteit is onvoldoende voor het realiseren van een woonfunctie, maar is voldoende in beeld.

Daarmee vormt het aspect bodem geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan, maar dient wel sanering volgens het wettelijke kader uitgevoerd te worden. Nieuwe Haven Ter plaatse van Nieuwe Haven hebben diverse fabrieken en bedrijven gestaan. Er is daarom in de periode vanaf 1992 een aantal bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze zijn opgenomen in bijlagen 13, 14, 15, 37, 45, 46 en 47.. Het overzicht hiervan is opgenomen in de Memo blad 85 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

Beoordeling bodemkwaliteit locatie Schiekwartier (Rotterdamseweg 202) – Nieuwe Haven (zie Bijlage 28). De onderzoeken hebben inzichtelijk gemaakt dat sanering van de bodem noodzakelijk was, omdat er ernstige verontreinigingen in de bodem aanwezig zijn. Op de locatie Octatube is in 2014 een sanering uitgevoerd overeenkomstig een BUS-melding (groen omlijnd in onderstaand figuur). De locatie van Substrate is in 2016-2017 gedeeltelijk gesaneerd (blauw gemarkeerde deel). Het oostelijke deel van deze locatie dient nog gesaneerd te worden (geel omlijnde deel). Voor de bodemsanering op deze locatie is een saneringsplan opgesteld. De saneringsdoelstelling is erop gericht om de risico's voor verspreiding en contact weg te nemen, zodanig dat de bodemkwaliteit geschikt is voor het nieuwe gebruik. Hiervoor is (westelijke deel) en wordt (oostelijke deel) mobiele verontreiniging (zoals olie) verwijderd en waar nodig worden de immobiele verontreinigingen (zoals zware metalen) verwijderd of geïsoleerd.

Figuur 4.13: Weergave fasering bodemsanering (bron: gemeente Delft, 2021). De sanering van de locatie Octatube uit 2014 betrof een ontgraving en het afvoeren van verontreinigde grond tot een diepte van 1 meter onder het toenmalige maaiveld. Ter plaatse van de ontgraven grond is een nieuwe isolerende leeflaag aangebracht, eveneens van 1 meter. De sanering is als afgerond beschouwd door het bevoegd gezag en daarmee is het terrein geschikt voor de beoogde woonfunctie. Het westelijke gedeelte van de locatie Substrate is eveneens gesaneerd. Hier is een groot deel van de overtollige grond in de bodemlaag tot 1,5 meter onder het originele maaiveld herschikt. De overtollige verontreinigde en niet herschikbare grond (gemiddeld een laag van 1 meter) is afgevoerd of tijdelijk in depot geplaatst. Ter plaatse is een gemiddeld 1 meter dikke isolerende leeflaag aangebracht. De sanering is bijna helemaal als afgerond beschouwd door het bevoegd gezag. Alleen is in het noordwesten van het plangebied in het grondwater een te hoge concentratie vinylchloride aangetroffen. In overleg met het bevoegd gezag wordt dit gemonitord tot en met 2024. Indien noodzakelijk worden eerder maatregelen getroffen om de gevolgen van de verontreiniging te beperken als de werkzaamheden voor het bouwen voor 2024 gestart worden.

Dit is geregeld in het saneringsplan en de afspraken die daarover gemaakt zijn met het bevoegd gezag. Het oostelijke gedeelte van de locatie Substrate is nog niet gesaneerd. Voor de locatie is wel een saneringsplan opgesteld. Ook hiervoor is voorgesteld een schone leeflaag van blad 86 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

gemiddeld 1 meter aan te brengen tot het nieuwe maaiveld. Eventueel is het ook mogelijk de verontreiniging te isoleren door verharding of te realiseren bebouwing aan te brengen. Daarbij dient dan de isolerende maatregel in stand te blijven. In het bestemmingsplan is daarom geregeld dat bij grondroerende werkzaamheden dieper dan de leeflaag een vergunning van het bevoegd gezag nodig is. Aan de zuidwestkant van het plangebied is de bodem niet nader onderzocht. Hier wordt geen wijziging van de functie mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Daarom is een onderzoek hier niet noodzakelijk. Aan de zuidwestkant van het plangebied is de bodem niet nader onderzocht of gesaneerd. Hier wordt geen wijziging van de functie mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Daarom is een onderzoek voor deze bestemming niet noodzakelijk. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op dit terreindeel hebben verontreinigingen aangetoond. Op basis van deze onderzoeken is in 2013 door het bevoegd gezag een beschikking ernst & spoed opgesteld. Bij het huidige gebruik in de categorie “ander groen, bebouwing, infrastructuur, industrie is vastgesteld dat er geen sprake is van onaanvaardbare risico’s; geen onaanvaardbare risico’s voor mens, het ecosysteem en/of verspreiding van verontreinigd grondwater. Saneringsmaatregelen zijn daarom niet in de beschikking opgelegd bij behoud van het gebruik.

Bij een bestemmingswijziging in een latere fase naar een ander (gevoeliger) gebruik moet opnieuw bekeken worden of sanerende maatregelen wel noodzakelijk zijn. Met deze beschikbare informatie en de opgenomen regeling voor het niet zonder vergunning dieper graven dan de leeflaag bieden voldoende bescherming. Daarmee vormt het aspect bodem geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Laga De gemeente heeft voor Laga separaat een beoordeling opgesteld van de bodemkwaliteit (zie Bijlage 27 en Bijlage 30). Op de locatie is sprake van een ophooglaag met daarin concentraties van enkele zware metalen boven de interventiewaarde. De sterk verhoogde gehalten zijn aangetroffen in een volume dat groter is dan 25 m3 . Hierdoor is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Deze verontreiniging wordt alleen aangetroffen in de ophooglaag en is aanwezig vanaf maaiveld tot circa 1,0 m-mv. Indien ter plaatse van het geval van ernstige bodemverontreiniging graafwerkzaamheden plaatsvinden, moet een saneringsplan (BUS-melding) ingediend worden bij het bevoegd gezag, de Omgevingsdienst Haaglanden. De saneringswerkzaamheden moeten uitgevoerd worden door een BRL7001 gecertificeerde aannemer en begeleid worden door een BRL6001 erkend milieukundig begeleider Ten behoeve van het bestemmingsplan is redelijkerwijs in kaart gebracht wat de bodemkwaliteit is.

De bodem is geschikt te maken voor de beoogde bestemming. Afhankelijk van de definitieve inrichting wordt (een deel van) de verontreinigde grond verwijderd. Met behulp van de bodemonderzoeken zijn op dit moment zoveel mogelijk de risico's inzichtelijk gemaakt.

4.10.3

Conclusie Op basis van de onderzoeken en saneringen die plaatsgevonden hebben in het plangebied kan geconcludeerd worden dat de bodemkwaliteit in een deel van het gebied Nieuwe Haven voldoende is om de functie wonen te realiseren. In een deel van het gebied dient nog een sanering uitgevoerd te worden voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden. In dit bestemmingsplan zijn regels opgenomen die het in tact laten van de leeflaag regelen, zodat contact met en verspreiding van vervuilde onderliggende lagen uit het gebied voorkomen wordt. Voor Kabeldistrict is voldoende inzichtelijk welke verontreinigingen in de bodem aanwezig zijn. Hier dient een saneringsplan opgesteld te worden volgens de Wet bodembescherming

blad 87 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

en het Besluit Uniforme Sanering (BUS).

4.11

Explosieven Voor het deelgebied Kabeldistrict is door Saricon een analyse gedaan naar de verwachting op het aantreffen van niet gesprongen explosieven (zie Bijlage 16). Na beoordeling van de risico's acht Saricon het treffen van maatregelen in relatie tot het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten niet noodzakelijk. In het deelgebied Nieuwe Haven heeft in grote delen al grondroering plaatsgevonden in het kader van een bodemsanering. Wel dienen de risico's op het aantreffen van niet gesprongen explosieven inzichtelijk gemaakt te worden voorafgaand aan de werkzaamheden. Dit is verplicht vanuit de ARBO-wetgeving en behoeft daarom niet specifiek geregeld te worden in het bestemmingsplan. Het aspect 'explosieven' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

4.12

Water

4.12.1

Kader Sinds 2003 is het doorlopen van de watertoets wettelijk verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg met de initiatiefnemer en de waterbeheerder, aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt. Gezien de ligging aan verschillende zijden van de Schie is voor Kabeldistrict en Nieuwe Haven separaat een watertoets opgesteld (zie Bijlage 56 en 58). Binnen Nieuwe Haven is voor de roeivereniging Laga en het noordoostelijke deel een eigen watertoets opgesteld (zie Bijlage 57 en 59). De conclusies en aanbevelingen uit deze toetsen worden hieronder per deelgebied uiteengezet.

4.12.2

Toetsing Kabeldistrict Waterberging Het verhard oppervlak binnen het plangebied neemt af. De exacte invulling van de binnenhoven is nog niet bekend, maar de afname van verhard oppervlak door water en groenzones in het park en in het weefsel leidt tot zeker 2,2 ha minder verhard oppervlak. De afname van verhard oppervlak leidt ertoe dat vanuit de beleidsregels van het hoogheemraadschap van Delfland een compenserende waterberging niet nodig is. Dit blijkt ook uit de watersleutel. Vanuit het Convenant klimaatadaptief bouwen is een waterberging van 50 mm voor het verhard oppervlak voorgeschreven. Bij de ontwikkeling is ervoor gekozen om de waterberging op bouwveldniveau te realiseren en in de openbare ruimte, naast de 50 mm waterberging voor de verharding van de openbare ruimte, de extra buffer om wateroverlast en schade bij een 90 mm bui in het straatprofiel plek te geven. Waterberging van de bouwvelden wordt primair gezocht op de daken. Berging voor de terreinverharding van de binnenhoven kan worden gevonden in groenvoorzieningen van de binnenhoven of in ondergrondse berging (bijvoorbeeld infiltratiekratten). In de openbare ruimte is waterberging voorzien in de wegfundering, oppervlaktewater, groenstroken, waterpleinen, wadi’s en op straat. De precieze invulling van de waterberging wordt uitgewerkt in een waterhuishoudkundig plan.

Daar waar ontgraving ten behoeve van aanleg van waterberging dieper reikt dan de 1,0 tot 1,1 m-mv (-0,5/0,6m NAP) zullen aanvullende saneringsmaatregelen getroffen moeten worden.

blad 88 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

Afvoer hemel- en afvoerwater De waterberging en de afvoer voorzieningen voor het regenwater binnen het plangebied worden ingericht op het bergen en vertraagd afvoeren van 50 mm neerslag. Bij een bui van 90 mm dient schade aan panden voorkomen te worden en dienen de hoofdwegen berijdbaar te blijven voor hulpdiensten (< 30 cm water op straat). Het extra water dat bij een 90 mm bui valt wordt deels geborgen binnen het straatprofiel en in de evt. overcapaciteit van waterbergingen en wordt deels versneld afgevoerd richting het oppervlaktewatersysteem van het hoogheemraadschap. Het watersysteem van het Kabeldistrict, oppervlaktewater en regenwater, dient aangesloten te worden op de omliggende polders. Opties zijn de ringsloot, welke een peil van -1,33 m NAP heeft en de polder ten westen van het spoor, die een peil van -2,70 m NAP heeft. Uit afstemming met de gemeente Delft blijkt dat het vuilwater aan de zuidwestzijde van het Kabeldistrict kan worden aangeboden aan het gemeentelijk stelsel. Hier ligt een put die de afvoer op -4,13 m NAP via een leiding met diameter 600mm mogelijk maakt. Waterkwaliteit Om de waterkwaliteit in het te realiseren oppervlaktewater binnen het plangebied goed te houden, wordt geadviseerd de mogelijkheden te onderzoeken om dit op een robuuste manier aan te sluiten op het omliggende watersysteem.

Indien er onvoldoende ruimte beschikbaar is om een robuuste koppeling met het systeem te maken, dient overwogen te worden om het oppervlaktewater in het plan te laten vervallen en de gereserveerde ruimte in te zetten als bijvoorbeeld een droge waterberging (bijv. een wadi). Grondwater Bij het ontwerp van het Kabeldistrict dient aandacht te zijn voor de grondwaterstanden en de zettingsgevoeligheid van de ondergrond binnen het plangebied en in de omgeving. In de huidige situatie komt lokaal (te) hoge grondwaterstanden voor in verhouding tot de functies in het gebied. Daarnaast vinden de ontwikkelingen plaats op een kleiige ondergrond en is er sprake van behoud van bestaande bebouwing met (deels) houten paalfundering. Aangezien het plan op een later tijdstip nog nader ingevuld wordt met stedenbouwkundige plannen, zijn nog geen keuzes gemaakt ten aanzien van de toekomstige bouw- en vloerpeilen. Geadviseerd wordt om in een waterhuishoudingsplan een drainageontwerp en een peilenvoorstel met geotechnisch onderzoek uit te werken, rekening houdend met bovenstaande risico’s binnen het plangebied. Dit is technisch oplosbaar en vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Door het globale karakter van het plan biedt het voldoende mogelijkheden om hieraan nadere invulling te geven.

Waterveiligheid Voor de ontwikkeling zijn (grondroerende) werkzaamheden en objecten (kelders) in de kernzone beschermingszone van deze keringen voorzien. Aan de noordzijde en oostzijde van het plangebied bevindt zich een kering. De kering aan de noordzijde van het plangebied betreft een polderkade, met een kruinhoogte van 0,6 meter boven het hoogste aangrenzende polderpeil. De kruinhoogte is -0,9 mNAP, ca. 90 cm onder maaiveld. Binnen de kernzone van de polderkade wordt bebouwing aangebracht. De bebouwing betreft hoogbouw met en zonder kelder. In verband met de fundering zullen bij alle raakvlakken werkzaamheden nodig zijn die de polderkade raken. Omdat het omliggende maaiveld tijdens realisatie en na uitvoering van de werkzaamheden hoger blijft dan de kruinhoogte van de kade ontstaan er geen risico’s voor de waterveiligheid. Het hoogheemraadschap van Delfland heeft gedurende het watertoetsproces aangegeven dat er geen garantie kan worden gegeven dat het aanleggen van kelders in de kernzone van de polderkade vergunbaar is. blad 89 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

De werkzaamheden binnen de kernzone van de kade zijn vergunningplichtig. De kering aan de oostzijde van het plangebied betreft de regionale kering van de Schie. Raakvlakken met deze keringen betreffen mogelijke graafwerkzaamheden in de beschermingszone van de kering (aanleg Schieplein en mogelijke ondiepe ontgraving in de parkstructuur). Voor werkzaamheden die binnen de beschermingszone plaatsvinden is eveneens een vergunning benodigd. Waterkeringen worden in het onderhavige bestemmingsplan beschermd door middel van een dubbelbestemming.

4.12.3

Toetsing Nieuwe Haven Waterberging Er is een toename van verhard oppervlak in het plangebied, maar er is voldoende mogelijkheid om maatregelen te treffen waarmee waterberging gecreëerd kan worden. Uit de watersleutel volgt dat de waterbergingsopgave 6557 m2 is als open water gerealiseerd wordt, en 1312 m3 als water op andere manieren vastgehouden wordt. In het plangebied kan water oppervlakkig geborgen worden in wadi’s, infiltratiekratten en ondergrondse bergingen. Hiermee kan invulling gegeven worden aan de Richtlijn toepassen vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding in het watertoetsproces. In de regels van het bestemmingsplan is dan ook een voorwaardelijke verplichting rondom het bergen van water opgenomen. Ook kan er extra water geborgd worden op daken door middel van groene of blauwe daken, waarbij meer effectieve berging gerealiseerd kan worden met blauwe daken. Alle waterbergingsopties zijn hieronder weergegeven in een kaart en tabel. De totale capaciteit van deze bergingsopties is 806 m3 , dit houdt in dat een additioneel deel van 511 m3 op een andere manier geborgen moet worden om aan de benodigde 1312 m3 te komen. Deze berging moet gerealiseerd worden onder de wegconstructie of als een ondergrondse bergingsconstructie.

Aanvullend op de waterberging volgt uit het “Convenant klimaatadaptief bouwen” dat onder meer door de provincie Zuid-Holland en de gemeente Delft is ondertekend, dat in het plangebied geen schade op mag treden aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u). Dit is een aandachtspunt voor de ontwerp- en realisatiefase. Het maaiveld wordt zo ingericht dat water oppervlakkig kan afvoeren naar de Schie in het geval de bergingen volledig zijn gevuld.

blad 90 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

Figuur 4.14: Opties voor waterberging in het deelgebied. Bron: Watertoets Nieuwe Haven. Laga Voor de toename aan verhard oppervlak dient een waterbergingsvoorziening t.b.v. een waterberging met een vertraagde afvoer richting het oppervlaktewater te worden gerealiseerd. Een aantal opties is hiervoor geschikt, waaronder een groenblauw dak en een ondergrondse wateropslag (eventueel met waterdoorlatende verharding). In het plangebied is sprake van een toename van het verhard oppervlak van naar schatting 1.100 m2 . De Watersleutel van Hoogheemraadschap van Delfland geeft aan dat hiermee 107,3 m3 waterberging gecreëerd moet worden. In het huidige ontwerp lijkt voldoende mogelijkheid en ruimte te zijn en in mogelijk kan de waterberging (gedeeltelijk) buiten het plangebied, in hetzelfde of een lagergelegen peilgebied plaatsvinden. Hiermee kan invulling gegeven worden aan de Richtlijn toepassen vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding in het watertoetsproces. In de regels van het bestemmingsplan is dan ook een voorwaardelijke verplichting rondom het bergen van water opgenomen. Aanvullend op de waterberging volgt uit het “Convenant klimaatadaptief bouwen” dat onder meer door de provincie Zuid-Holland en de gemeente Delft is ondertekend, dat in het plangebied geen schade op mag treden aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u).

Dit is een aandachtspunt voor de ontwerp- en realisatiefase. Octatube Het gebied heeft een areaal van 4397 m2 . Deze is in de uitgangssituatie planologisch volledig verhard, en blijft dat in de toekomstige situatie ook. De watersleutel berekent een compensatieopgave van 211 m2 oppervlaktewater voor klimaat 2050. Aangezien er in het gebied geen oppervlaktewater aanwezig is, en er geen goed ontsloten oppervlaktewater binnen de perceelsgrenzen gegraven kan worden, ligt de keuze voor alternatieve waterberging meer voor de hand. De opgave is dan 42.1 m3 waterberging. Deze opgave is uitwisselbaar met de waterbergingsopgave vanuit het gemeentelijk beleid. Afvoer hemel- en afvoerwater De bodemopbouw in het plangebied leent zich niet goed voor het infiltreren van hemelwater. Daarom moet elke wadi of waterberging uitgerust worden met drainage en een slokop en gekoppeld zijn aan een HWA systeem. Overtollig hemel- en grondwater kan vanuit de waterberging vertraagd afgevoerd worden naar de boezem, of naar het bestaande HWA in de Rotterdamseweg. Dit uitgangspunt moet afgestemd worden met het Hoogheemraadschap van Delfland en afdeling beheer openbare ruimte van de gemeente Delft. Hierbij moet ook de constructieve veiligheid van de kadeconstructie meegenomen worden. Laga Infiltratie van hemelwater is in het plangebied beperkt mogelijk, vanwege een slecht doorlatende bodem.

Daarom zal het hemelwater na waterberging bij voorkeur worden geloosd op het aanliggende boezemwater (de Schie) aan de westzijde van het plangebied. De vuilwaterafvoer moet worden aangesloten op het bestaande gemengde rioolstelsel aan de Rotterdamseweg. Octatube Ten oosten van het plangebied ligt parallel aan de Rotterdamseweg een tweetal strengen gemengde riolering, alsook een hemelwaterafvoer. Hemelwater dient gescheiden te worden ingezameld van het afvalwater. In afstemming met de gemeente kan worden gekeken op welke streng het vuilwaterriool kan worden aangesloten bij eventuele ontwikkelingen. Hemelwater moet, conform de visie en het beleid van zowel HHD en de gemeente Delft, zo veel als mogelijk worden vastgehouden. Overtollig hemelwater zal worden geborgen, blad 91 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

geïnfiltreerd of hergebruikt waar mogelijk, en uiteindelijk worden overschotten vertraagd afgevoerd. Indien het neerslagvolume de waterberging overstijgt, kan het hemelwater oppervlakkig naar de openbare ruime worden afgevoerd. In lijn met de duurzaamheidsvisie en het convenant dient tenminste 50 liter waterberging per m2 verharding (gebouwen of terreinverharding) te worden gerealiseerd. De berging is na volledige vulling in niet eerder dan 24 uur, en uiterlijk in 48 uur weer leeg en beschikbaar voor de volgende bui. Een alternatief is een gestuurde berging die zorgt voor lediging voor aanvang van een volgende bui. Ten aanzien van waterkwaliteit wordt door de ontwikkeling geen verslechtering verwacht. Het vasthouden, afkoppelen en bergen van hemelwater draagt bij aan het voorkomen van overstorten van gemengde rioolwaterstelsels op het oppervlaktewater. Het toepassen van uitlogende materialen in de schil van gebouwen dient te worden voorkomen. Waterkwaliteit Voor het afvalwater kan gebruik worden gemaakt van het huidige rioolstelsel. Hiermee wordt geen extra berging gerealiseerd. De waterkwaliteit en ecologie krijgt voldoende aandacht binnen de ontwikkeling. Er wordt aanbevolen om tijdens de ontwikkeling van de Nieuwe Haven te kijken naar schuilplaatsen voor vissen. De steigers van roeivereniging Laga lijken hiervoor een goede optie.

Laga De omvang van de steiger en vlonder valt buiten de voorwaarden van de Algemene Regels en is daarom vergunningsplichtig. Negatieve effecten op de ecologie en waterkwaliteit moeten worden beperkt en daar waar mogelijk worden verbeterd. Hiervoor is daarom een vergunningplicht voorgeschreven. Octatube Ten aanzien van waterkwaliteit wordt door de ontwikkeling geen verslechtering verwacht. Het vasthouden, afkoppelen en bergen van hemelwater draagt bij aan het voorkomen van overstorten van gemengde rioolwaterstelsels op het oppervlaktewater. Het toepassen van uitlogende materialen in de schil van gebouwen dient te worden voorkomen. Grondwater Met het bestaande maaiveld wordt niet voldaan aan de ontwateringseis van 70 cm (eis uit het GRP). Om de lokale grondwaterstanden in het plangebied beter inzichtelijk te maken wordt aanbevolen om aanvullende metingen te doen in het plangebied. Deze zijn benodigd voor de verdere uitwerking van de ruimtelijke aanpassingen. Laga Gebaseerd op de beschikbare gegevens is de verwachting dat het bouwpeil van de gebouwen voldoende hoog kan worden om de gewenste ontwateringsdiepte te behalen. Het gebouw dient waterdicht te zijn om (grond)wateroverlast te voorkomen.

Om de lokale grondwaterstanden in het plangebied beter inzichtelijk te maken is het aan te raden om aanvullende grondwaterstandmetingen en doorlatendheidsmetingen in het plangebied uit te voeren. Deze zijn benodigd voor de verdere onderbouwing en uitwerking van de ruimtelijke aanpassingen. De bouwhoogte is tevens van belang om goed aan te sluiten op de aanliggende waterkering. Vanuit waterhuishoudkundig oogpunt gaat de voorkeur uit naar het ophogen van het terrein zonder drainage toe te passen. Bij een ophoging dient rekening te worden gehouden met de stabiliteit op de omgeving. Octatube Het huidige maaiveld varieert in hoogte tussen de 0,20 m NAP in het noordoosten, tot ca. -0,25 m NAP in het zuidwesten (bron: AHN4). Dit resulteert in een drooglegging tussen de 0,6 blad 92 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

– 0,2 meter. De grondwaterstand wordt beïnvloed door het waterpeil in de Schie, alsook het lagergelegen waterpeil in de naastgelegen Zuidpolder van Delfgauw waar -2,16 m NAP wordt gehanteerd. Hierdoor ligt de grondwaterstand mogelijk dieper dan het waterpeil van de Schie. Aanvullende metingen moeten vaststellen wat de ontwateringsdiepte is en in welke mate er ophoging nodig is om te voldoen aan de gemeentelijke ontwateringseisen conform het GRP. De bodemopbouw in het gebied bestaat uit ca. 0,5 m zand, met direct daaronder een veenlaag van 3 meter (bron: Dinoloket, TNO). Een tweede zandlaag bevindt zich tussen de 3,5 – 5 m -mv, gevolgd door meerdere veen- en kleilagen. Dit maakt de bodem zettingsgevoelig en is een aandachtspunt bij het bepalen van het bouwpeil en de ontwatering. De ondiepe kleilaag maakt het niet mogelijk om hemelwater volledig op de kavel te verwerken. Hier moet bij de klimaatopgave rekening mee worden gehouden. Waterveiligheid Het plangebied ligt buitendijks, waardoor het bouwpeil een extra aandachtspunt is vanwege mogelijk hoogwater. Het gebied ligt rond 0,00 m NAP en daarmee op voldoende hoogte t.o.v. het waterpeil. Het plangebied ligt binnen de beschermingszone en kernzone van de regionale waterkering (Rotterdamseweg). Het verrichten van werkzaamheden is daarom vergunningplichtig.

Waterkeringen worden in het onderhavige bestemmingsplan beschermd door middel van een dubbelbestemming. Vergunningen Er is een watervergunning nodig voor het lozen vanaf nieuw verhard oppervlak en nieuwe lozingen van afgekoppelde verharding. Tevens is er een watervergunning vereist voor het eventueel lozen van water vanuit nieuwe waterbergingen op het oppervlaktewatersysteem. Als laatste is er ook een watervergunning nodig voor werkzaamheden in de beschermingszone van de Rotterdamseweg. Laad en loswal Voor de kade bij de Nieuwe Haven tegenover Hordijk blijft een laad- en loswal aanwezig. Deze is opgenomen in de verbeelding van het onderhavige bestemmingsplan.

4.12.4

Conclusie Het hoogheemraadschap is door de gemeente betrokken bij de waterhuishoudkundige indeling van het gebied. Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.

4.13

Natuur

4.13.1

Kader De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). De beoordeling is opgesplitst in beschermde soorten en beschermde gebieden.

4.13.2

Soortbescherming QuickscanKabeldistrict

blad 93 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

Voor Kabeldistrict is door Van der Goes en Groot (2020) een ecologische QuickScan opgesteld, de volledige toets is opgenomen in Bijlage 38. Het deelgebied is in potentie geschikbt voor de aanwezigheid van de volgende soorten: Vogels. Grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen. Vogels In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. In het plangebied kunnen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voorkomen, namelijk die van Ransuil, Kerkuil en Gierzwaluw. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze vogelsoort(en) noodzakelijk. Worden tijdens vervolgonderzoek volgens geldende richtlijnen dergelijke verblijfplaatsen gevonden, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door vogels met jaarrond beschermde nesten (Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is.

De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Grondgebonden zoogdieren Daarnaast komen mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren voor die zijn beschermd als ‘andere soort’. Het gaat om de Steenmarter. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is onderzoek naar voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten noodzakelijk. Worden tijdens de veldinventarisatie één of meer van deze soorten aangetroffen, dan dient een ontheffingsaanvraag te worden ingediend. Vleermuizen In het plangebied kunnen verblijvende vleermuizen voorkomen. Omdat negatieve effecten door de werkzaamheden niet uit te sluiten zijn, is vervolgonderzoek naar voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen noodzakelijk. Worden tijdens de veldinventarisatie één of meer soorten aangetroffen, dan is een ontheffing benodigd. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. Vervolgonderzoek Kabeldistrict (exclusief Suezgebouw) Op basis van de QuickScan is ecologisch vervolgonderzoek uitgevoerd door Van der Goes en Groot in 2020.

Het 'Suezgebouw' is behandeld in een apart onderzoek (zie de volgende paragraaf), dit is namelijk de eerste concrete ontwikkellocatie. Er zal per ontwikkelfase nog vervolgonderzoek uitgevoerd moeten worden gezien de lange doorlooptijd van de realisatie. Dit is geborgd in het vergunningenspoor. Het onderzoeksrapport voor Kabeldistrict is meegenomen in Bijlage 33. Vanuit de QuickScan volgt dat nader onderzoek benodigd is voor de volgende beschermde soorten: Ransuil, Kerkuil en Gierzwaluw. Steenmarter. blad 94 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

Vleermuizen. De Ransuil, Kerkuil en Steenmarter zijn niet aangetroffen tijdens de veldinventarisatie. Tijdens de inventarisatie zijn wel de Gierzwaluw, Bosuil en vleermuizen aangetroffen. Tabel 4.5: Uitkomsten nader ecologisch onderzoek Kabeldistrict.

Voor de jaarrond beschermde nestlocatie van de Gierzwaluw is een ontheffing benodigd voorafgaand aan werkzaamheden die de verblijfplaats aantasten. Voor het mogelijke aantasten van de verblijfplaatsen van vleermuizen is ook een ontheffing benodigd. Bij de ontheffingsaanvraag dienen passende mitigerende en compenserende maatregelen te worden beschreven. In het vervolgonderzoek wordt aangegeven dat gezien de geplande werkzaamheden en de mogelijkheden om geschikte voorzieningen te plaatsen, benodigde ontheffingen kunnen worden verkregen. Vervolgonderzoek Suezgebouw (Kabeldistrict) Door Van der Goes en Groot (2020) is een nader onderzoek uitgevoerd bij het Suezgebouw, het volledige rapport is opgenomen in Bijlage 35. Het Suezgebouw is separaat onderzocht omdat dit de eerste concrete ontwikkellocatie is. In het plangebied komen geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vogels voor. Bij het Suez gebouw zijn alleen langsvliegende en foeragerende vleermuizen waargenomen. Vanwege het ontbreken van verblijfplaatsen van vleermuizen en/of andere beschermde gebruiksfuncties die in betekenende mate worden aangetast, is het niet nodig ontheffing aan te vragen in het kader van Wnb. Tabel 4.6: Uitkomsten nader ecologisch onderzoek Suezgebouw.

blad 95 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)

Gemeente Delft Projectnummer 0465128.100

Figuur 4.15: Ligging van het Suezgebouw in het rode kader. QuickScanNieuwe Haven Voor Nieuwe Haven is door Van der Goes en Groot (2020) een ecologische QuickScan opgesteld, de volledige toets is opgenomen in Bijlage 39. Het deelgebied is in potentie geschikt voor de aanwezigheid van de volgende soorten: Amfibieën. Vogels. Grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen. Amfibieën Gezien de uitgevoerde toetsing, kunnen van de amfibieën en grondgebonden zoogdieren alleen ‘vrijgestelde’ soorten aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Vogels In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door vogels met jaarrond beschermde nesten (Sperwer, Huismus, Buizerd), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

Vleermuizen Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken. In het plangebied kunnen verblijvende vleermuizen voorkomen. Omdat negatieve effecten blad 96 van 135

Ruimte - Antea Nederland B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11240258/1