Ontwerp Warmteplan Delft
Tekst van het document
Ruiven
Schieweg
Combinatie van
Voor de buurten bedrijventerrein Technopolis en bedrijventerrein Rotterdamseweg-Zuid is
warmtenetten en
een warmtenet een geschikte optie, zeker als dit gecombineerd kan worden met een
elektrische
warmtenet op de TU-Campus. De buurt Ackersdijk is buitengebied, hier liggen individuele
warmtepompen
all-electric opties voor de hand.
Combinatie van
In deze wijk zijn veel nieuwbouwplannen, gasopties vallen hierdoor af voor de buurten
warmtenetten en
Schieweg-Noord en Schieweg-Zuid. Door de combinatie van bestaande bouw en nieuw-
elektrische
bouw is het lastig om een eenduidige oplossing te geven voor de hele wijk. In het buiten
warmtepompen
gebied Schieweg-Polder ligt een individuele aanpak voor de hand. Voor de buurten die volgens de Startanalyse uitkomen op een LT-warmtenet en volgens het CEGOIA-basisscenario uitkomen op all-electric, zijn er mogelijk kansen voor kleinschalige warmtenetten in combinatie met individuele warmtepompen.
Tanthof-Oost
Voornamelijk
De Startanalyse geeft als uitkomst warmtenetten voor deze wijk. In het CEGOIA-basis
elektrische
scenario komt in deze wijk uit op elektrische warmtepompen, maar met een kleine
warmtepompen
kostenafstand tot het warmtenet. In de scenario’s met kostenoptimale isolatie komt deze wijk voornamelijk uit op warmtenetten. De buurt bedrijventerrein Tanthof-Oost heeft andere type gebouwen, deze komt in alle scenario’s uit op all-electric en met een grote kostenafstand tot het warmtenet.
Tanthof-West
Abtswoude
Voornamelijk
De Startanalyse geeft als uitkomst warmtenetten voor deze wijk. In het CEGOIA-basiss-
elektrische
cenario komen veel buurten uit op all-electric, echter met een kleine kostenafstand tot het
warmtepompen,
warmtenet. In de scenario’s met kostenoptimale isolatie komt deze wijk voornamelijk uit
maar ook warmte-
op warmtenetten. Het bedrijventerrein Tanthof-West en de Afrikabuurt komen in het
netten
basisscenario en bijna alle andere scenario’s uit op een warmtenet.
Elektrische
Dit is een buitengebied met weinig woningen, typisch geschikt voor een individuele aanpak.
warmtepomp
De Startanalyse geeft aan dat deze buurt geschikt is voor een LT-warmtenet, in het CEGOIA-basisscenario komt deze buurt uit op all-electric. Mogelijk zijn er in deze buurt kansen voor kleinschalige warmtenetten in combinatie met individuele warmtepompen.
24
4 Selectie van eerste buurten In 2050 moeten alle buurten in Delft klimaatneutraal zijn. De gemeente Delft heeft een belangrijke rol in deze transitie, maar kan niet in elke buurt tegelijk aan de slag. Daarom hebben we een prioritering gemaakt: welke Delftse buurten zijn het meest kansrijk om in de periode tot 2030 met de warmtetransitie aan de slag te gaan? In de volgende fase gaan we in deze buurten samen met onze inwoners een buurtpaspoort maken. Zo bepalen we in welke buurt we starten met het opstellen van het warmte-uitvoeringsplan.
4.1 Hoe zijn de eerste buurten geselecteerd? Om tot een prioritering van buurten te komen, hebben we alle 90 Delftse buurten punten gegeven op verschillende criteria.
Vervolgens hebben we ieder criterium een weging gegeven. We vermenigvuldigen deze score met de weging van de criteria om tot een totaalscore te komen. De buurten met de hoogste totaalscore zijn het meest kansrijk om te beginnen met de transitie naar aardgasvrij.
Figuur 7 – Criteria waarop de buurten punten hebben gescoord
25
Criteria Een buurt kan om verschillende redenen kansrijk zijn om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. We hebben in overleg met de projectgroep, de klankbordgroep en de stuurgroep bepaald welke criteria we gebruiken. Figuur 7 laat zien welke criteria we hebben gehanteerd om de eerste buurten te selecteren. We lichten deze criteria hieronder verder toe. Bijlage E gaat in op de scoringsmethodiek.
Betaalbaarheid Een van de uitgangspunten voor het Warmteplan Delft is dat aardgasvrij voor iedereen betaalbaar moet zijn (Gemeente Delft, 2018). Daarom zijn buurten waar overstappen op aardgasvrij het meest betaalbaar is, kansrijk om op korte termijn met de warmtetransitie aan de slag te gaan. We hanteren twee criteria: de laagste nationale kosten (zie hoofdstuk 3.5) en de laagste eindgebruikerskosten (de kosten voor de bewoner). De eindgebruikerskosten zijn alle kosten die de bewoner betaalt voor de omschakeling naar het aardgasvrij verwarmen van de woning. De kosten voor de eindgebruiker bestaan uit: • investeringen; • doorlopende kosten; • belastingen.
Voor een deel van de investeringen zijn subsidies beschikbaar (ISDE). Om de eindgebruikerskosten van verschillende technieken goed met elkaar te kunnen vergelijken, rekenen we de investeringen met bijbehorende afschrijftermijn om naar jaarlijkse kosten. De kosten voor de eindgebruiker zijn moeilijk om algemeen te bepalen. Deze zijn sterk afhankelijk van allerlei factoren, zoals de mate van isolatie van de woning en het gedrag van bewoners. CE Delft heeft voor alle Delftse buurten een inschatting gemaakt van de gemiddelde jaarlijkse eindgebruikerskosten per woning voor de aardgasvrije warmtetechniek. We geven meer prioriteit aan buurten waar deze kosten het laagst zijn. We hebben de eindgebruikerskosten berekend voor eigenaar-bewoners. In de situatie van huurwoningen worden de eindgebruikerskosten verdeeld over enerzijds de woningcorporatie of particuliere verhuurder en anderzijds de huurder. De verhuurder draagt het overgrote deel van de investeringsen onderhoudskosten, terwijl de huurder de maandelijkse energierekening betaalt.
Eindgebruikerskosten Figuur 8 – De verschillende kostenposten die bijdragen aan de eindgebruikerskosten Investeringen
Doorlopende kosten
Subsidies
Belastingen
ISDE
BTW
Netaanpassingen
Woningaanpassingen
Warmtetechnieken
Afsluiten aansluiting gas
Isolatiemaatregelen
Verwarmingstechnieken
Energiekosten gas, warmte & elektra
Verzwaren aansluiting elektra
Ventilatie
Elektrisch koken
Tarieven netbeheerder: verzwaring elektra
Bijdrage aansluiting warmtenet
Afgiftesysteem warmtenet
Verwarming warm tapwater
Tarieven warmtenet: vastrecht en afleverset
Verwarminsgkoppelingen
Koelingstechnieken
Onderhoudskosten technieken
Belastingen op gas- en elektriciteitsprijs
26
Energierechtvaardigheid en energiearmoede Een van de uitgangspunten voor het Warmteplan Delft is dat een aardgasvrije stad niet mag leiden tot een grotere welvaartsongelijkheid (Gemeente Delft, 2018). De gemeenteraad van Delft heeft het college opgedragen als uitgangspunt op te nemen dat de energietransitie moet bijdragen aan het bevorderen van energierechtvaardigheid. Daarbij heeft de gemeenteraad gevraagd om het bevorderen van energierechtvaardigheid een van de selectiecriteria te maken voor het bepalen van de fases voor het aardgasvrij maken van de buurten (Gemeente Delft, 2020). Het uitgangspunt hierbij is dat huishoudens die niet kunnen investeren in het verduurzamen van hun woningen op de lange termijn worden geconfronteerd met stijgende energiekosten. Ook kunnen zij niet profiteren van subsidies, wooncomfort en verbeterde gezondheid. Om energiearmoede tegen te gaan, moeten we daarom prioriteit geven aan het verduurzamen van woningen met een slechte energetische waarde, waar de meest kwetsbare mensen leven. Op deze manier vormt de energietransitie een kans om energiearmoede aan te pakken. Daarom zouden we de warmtetransitie juist kunnen starten in die buurten met een relatief hoog aandeel energiearmoede. Energiearmoede is onderdeel van het criterium betaalbaarheid.
Daarom hebben we na overleg met de projectgroep, klankbordgroep en de stuurgroep besloten om energiearmoede niet mee te nemen als apart criterium voor de selectie van eerste buurten. Betaalbaarheid is een van de belangrijkste uitgangspunten in de energietransitie. Ook bij het maken van de warmte-uitvoeringsplannen zijn betaalbaarheid en energierechtvaardigheid belangrijke aandachtspunten. Bij het opstellen van de warmte-uitvoeringsplannen onderzoeken we daarom welke doelgroepen te maken krijgen met een stijging of daling in de energie-uitgaven. Ook moeten we in de uitvoeringsplannen voldoende financiële regelingen en waarborgen opnemen, zodat iedereen kan meedoen met de energietransitie. Een andere manier waarop we als gemeente energiearmoede willen aanpakken, is door een isolatieprogramma voor de gehele stad op te zetten. Dat doen we na het vaststellen van het Warmteplan. Uit het participatieproces voor dit Warmteplan komt duidelijk naar voren dat vrijwel alle participanten vinden dat de gemeente stadsbreed beleid moet maken om het energieverbruik en daarmee de kosten voor energie te verminderen. En dus niet alleen voor de buurten die als eerste aan de beurt zijn in de transitie naar aardgasvrij. Daarnaast vindt de projectgroep dat de gemeente huishoudens die te maken hebben met energiearmoede het beste kan ondersteunen met het toepassen van isolatiemaatregelen.
In de klankbordgroep werd bovendien genoemd dat energiearmoede een breed vraagstuk is, dat niet met aardgasvrij wordt opgelost. Overigens blijkt dat de buurten met de hoogste energiequotes8 op basis van de andere criteria toch ook in de selectie van de eerste buurten zitten (zie ook Figuur 9). Met de hierboven genoemde aanpak is invulling gegeven aan de moties over energiearmoede en energierechtvaardigheid. Figuur 9 – Percentage van de huishoudens met een hoge energiequote in de gemeente Delft. Huishoudens met een hoge energiequote besteden 8% of meer van hun inkomen aan de gas- en elektriciteitsrekening. Hoe lichter de buurt, hoe meer huishoudens een hoge energiequote hebben. Bron: dego.vng.nl
8
Hoge energiequote: wanneer een huishouden minstens 8% van het inkomen besteedt aan de gas- en elektriciteitsrekening
27
CO2-reductie De gemeente Delft stelt het Warmteplan op om de CO2-uitstoot terug te dringen. Daarom geven we prioriteit aan de buurten waar de meeste CO2-besparing per woning kan worden behaald. We kijken naar de cumulatieve CO2-besparing per woning tussen 2030 en 2050, waarbij we aannemen dat de woning vanaf 2030 is overgestapt op een aardgasvrije techniek. Een uitgebreide toelichting op de berekeningsmethode van de CO2-reductie staat in bijlage A van notitie Resultaten fase 2.9
Robuustheid Als in een buurt een bepaalde aardgasvrije warmtetechniek duidelijk de laagste nationale kosten heeft, biedt dit zekerheid om in deze buurt op deze warmtetechniek in te zetten. We noemen de uitkomst dan robuust (of zeker). De uitkomst in een buurt is robuust als deze in meerdere scenario’s van het CEGOIA-model op dezelfde warmtetechniek uitkomt, maar ook wanneer een bepaalde warmtetechniek duidelijk goedkoper is dan andere warmtetechnieken.
Uitvoerbaarheid De warmtetransitie moet op korte termijn uitvoerbaar (realiseerbaar, haalbaar) zijn. Daarom is het niet aan te raden de warmtetransitie te beginnen in buurten die uitkomen op hernieuwbaar gas. De hernieuwbare gassen groengas en waterstof kunnen namelijk zeker tot 2030 geen significante rol spelen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Ook de toekomstige beschikbaarheid en prijs van deze gassen zijn zeer onzeker, waardoor waterstof en groengas ook na 2030 voor de gebouwde omgeving naar verwachting alleen een logische optie zijn als er geen andere reële warmtealternatieven voorhanden zijn (MinBZK, 2021).
Lopende projecten energietransitie Drie ontwikkelingen in Delft die al lopen, zijn van grote invloed op het Warmteplan. Dit zijn de ontwikkeling van het Open Warmtenet Delft (OWD), de aanleg van de WarmtelinQ en de aanleg van de bron Geothermie Delft (GTD). Het Open Warmtenet Delft is een warmtenet dat wordt ontwikkeld door Netverder samen met de vier grote Delftse woningcorporaties. In eerste instantie ontwikkelen zij dit voor de hoogbouw van de corporaties (ca. 5000 woningen) in Voorhof en Buitenhof. Dankzij een verzwaring van het ontwerp naar het zogenaamde “Future Proof ” scenario is het warmtenet geschikt voor alle 15.000 woningen in Voorhof en Buitenhof. Het Open warmtenet kan van warmte worden voorzien vanuit WarmtelinQ en de geothermie bron aan de Rotterdamseweg. De beoogde WarmtelinQ-leiding transporteert restwarmte uit het Rotterdamse havengebied naar Den Haag en Leiden. Deze leiding wordt momenteel ontwikkeld door de Gasunie. De leiding loopt door Delft via de Prinses Beatrixlaan. Als de leiding gerealiseerd is, kan de gebouwde omgeving in Delft relatief eenvoudig gebruik maken van de restwarmte uit het havengebied. Er wordt al meer dan tien jaar geprobeerd om bij de TU Delft een geothermieput te realiseren. De ondergrond is er geschikt voor.
Inmiddels is er een consortium bestaande uit TU Delft, Engie, Shell en EBN onder de naam Geothermie Delft actief bezig om het project op te starten. Het traject om de juiste vergunning, subsidie en financiering te krijgen is erg lastig. De gemeente faciliteert dit proces waar mogelijk. Als de bron gerealiseerd is, kan GTD duurzame warmte leveren aan de TU Delft en aan het open warmtenet.
Initiatieven en wijkverbetering De gemeente Delft wil in de warmtetransitie aansluiten op bestaande ontwikkelingen. In een aantal buurten staat de komende jaren sociale/economische buurtverbetering op de planning, zoals in het programma Kansen voor Buitenhof. Ook is het logisch om juist in die buurten te starten waar al een lokaal energie-initiatief aanwezig is. Lokale initiatieven kunnen namelijk het vliegwiel worden voor de warmtetransitie in de gemeente (ECW, 2020). Energie-initiatieven die we hebben meegenomen, zijn het Open Warmtenet Delft, geothermie TU Delft en energie-initiatief Bedrijvenkring Schieoevers.
9
Meekoppelkansen Bij het prioriteren van buurten letten we ook op de aanwezigheid van meekoppelkansen. Dit zijn momenten in de planning van andere activiteiten in buurten (bijvoorbeeld investeringen in de infrastructuur) (ECW, 2020). Het kan kansrijk zijn om de warmtetransitie te beginnen in buurten waar meekoppelkansen zijn. Bij geplande werkzaamheden, bijvoorbeeld aan de riolering of het gasnet, kunnen we dan alvast ruimte vrijhouden voor een warmtenet.
De notitie Resultaten fase 2 is gepubliceerd op https://www.delft.nl/milieu/energie/delft-aardgasvrij/Warmteplan.
28
Contracteerbaarheid In buurten waar een relatief klein aantal partijen een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het contracteren van de warmtevraag eenvoudiger. De gemeente hoeft dan maar met een beperkt aantal partijen afspraken te maken. In buurten waar veel gebouwen in eigendom zijn van één of enkele woningcorporaties, is de contracteerbaarheid hoog. Een hoge mate van contracteerbaarheid kan het proces versnellen en beperkt voor de gemeente en warmteleveranciers de transactiekosten voor het contracteren van de warmtevraag (ECW, 2020). Als we de warmtetransitie in buurten met een hoge contracteerbaarheid beginnen, kunnen we mogelijk grote stappen zetten in de warmtetransitie. Een hoog aandeel private huur in de buurt kan een belemmering vormen. Wel moeten we er rekening mee houden dat de warmtetransitie zowel proces matig als financieel veel vraagt van woningcorporaties. Woning corporaties kunnen niet al hun woningen tegelijk aanpakken. Ook de corporaties verwachten op dat vlak financiële bijstand van het Rijk.
Weging van de criteria De bovenstaande criteria zijn niet allemaal even belangrijk. Ook kunnen voor verschillende stakeholders andere criteria doorslaggevend zijn. Tabel 3 geeft de wegingsfactoren van de verschillende criteria weer. De gemeente heeft deze bepaald, naar aanleiding van gesprekken met de projectgroep en de klankbordgroep. Ook de input uit de stadsgesprekken hebben we hierin meegenomen. Mede daardoor hebben we het criterium lage eindgebruikerskosten een zware weging gegeven. Ook het criterium ‘Aansluiten bij energie-initiatieven’ krijgt een hoge weging, omdat de energietransitie hier al in gang is gezet. Een hoge wegingsfactor is ook toegekend aan ‘aansluiten bij buurten waar integrale wijkverbetering plaatsvindt’. Dit zijn de buurten waar de gemeente al bezig is met sociale, economische en fysieke verbetering van de leefomgeving. Hierdoor krijgen de inwoners een integraal verhaal van de gemeente, corporaties en nutsbedrijven, in plaats van verschillende boodschappen.
Het criterium gasvernieuwing is laag gewaardeerd, omdat dit geen grote kostenbepalende factor is. De gasleidingen in de buurt moeten immers blijven liggen totdat de laatste woning is overgeschakeld op het warmtenet of op all-electric. Dat is over ongeveer tien jaar. Vaak moeten de gasleidingen al voor die tijd vervangen zijn in verband met het vervangingsprogramma van gietijzeren leidingen. Werk met werk maken is dan niet aan de orde. Tabel 3 – Weging van de criteria. De betekenis van de scores 1 t/m 5 zijn: 1- beetje belangrijk, 2- redelijk belangrijk, 3- belangrijk, 4- zeer belangrijk, 5- uitermate belangrijk.
Criterium
Weging
Nationale kosten
3
Eindgebruikerskosten
5
CO2-reductiepotentieel
3
Meerdere scenario’s CEGOIA
2
Kostenafstand
1
Beschikbaarheid hernieuwbaar gas
3
Aansluiten bij lopende energieprojecten
5
Aansluiten bij nieuwbouw / wijkverbetering
5
Geplande werkzaamheden: riolering
4
Geplande werkzaamheden: gasnet
1
% corporatiebezit
4
% private huur
2
Als we de criteria en de weging met elkaar vermenigvuldigen en dan bij elkaar optellen, komen we tot een totaalscore per buurt (zie Bijlage F en Figuur 10).
29
Figuur 10 – Totaalscore per buurt. Hoe hoger de score, hoe kansrijker om te starten
4.2
Eerste buurten
Het Klimaatakkoord geeft als doelstelling om in 2030 ongeveer een vijfde van de gebouwenvoorraad te verduurzamen. De gemeente Delft wil bij dit tempo aansluiten en voor 2030 voor de eerste 20% van de gebouwen warmte-uitvoeringsplannen maken. We hebben dertien buurten geselecteerd als voorlopige eerste buurten. Dit zijn buurten met de hoogste score, die samen optellen tot 20% van de woningequivalenten (woningen en andere gebouwen, zoals kantoren, scholen en winkels) in Delft. We hebben nog geen volgorde bepaald. Deze buurten zijn: • Het Rode Dorp • Gillisbuurt • Aart van der Leeuwbuurt • Juniusbuurt • Fledderusbuurt • Buitenhof-Noord
• Mythologiebuurt • TU-Noord • Roland Holstbuurt • Reinier de Graafbuurt • Kuyperwijk-Zuid • Multatulibuurt • TU-Campus In deze buurten gaat de gemeente samen met de betrokkenen aan de slag om invulling te geven aan het buurtpaspoort. Vanuit de buurtpaspoorten bepalen we welke buurt het meest geschikt is om als eerste een warmte-uitvoeringsplan voor op te stellen. De volgorde van de buurten staat nog niet vast en bovendien is deze lijst niet in beton gegoten: er kunnen nog buurten worden toegevoegd of omgewisseld als daar redenen voor ontstaan. Dit wordt dan duidelijk in het vervolgtraject in de warmteuitvoeringsplannen.
30
4.3
Potentiële CO2-reductie van het aardgasvrij maken van deze buurten
Het doel van de transitie naar aardgasvrij verwarmen is om de CO2-uitstoot te verminderen. Daarom hebben we berekend wat de CO2-reductie is van het aardgasvrij maken van de woningen10 in bovengenoemde dertien buurten. In 2019 was de CO2-uitstoot van alle woningen in Delft 161 kton/jaar. Dit zijn de emissies voor zowel het verwarmen van de woning als het elektriciteitsverbruik. Deze emissies zullen afnemen door drie ontwikkelingen: afname van de CO2-emissie van elektriciteit; • het aardgasvrij maken van de geselecteerde buurten; • verduurzaming in de overige buurten. De CO2-emissie van elektriciteit neemt af tussen nu en 2030 (van 132 kg/GJ tot 33,3 kg/GJ (PBL, 2019)) door onder andere de toename van zon- en windenergie. De totale CO2-emissie van de woningen in Delft neemt hierdoor af. Deze autonome CO2-reductie bedraagt circa 51 kton in 2030 ten opzichte van 2019 (32%). Wanneer alle woningen in de dertien geselecteerde buurten aardgasvrij zijn gemaakt in 2030, zorgt dit voor een extra CO2-reductie. Deze reductie is onder andere afhankelijk van de bron waarmee het warmtenet gevoed wordt. Dit is nu nog niet bekend. Waarschijnlijk worden nieuwe warmtenetten gevoed door geothermie en/of warmte uit WarmtelinQ. Wanneer het warmtenet gevoed wordt door geothermie, zorgt het aardgasvrij maken van de geselecteerde buurten voor een reductie van circa 11 kton/jaar.
Wanneer het warmtenet met warmte van WarmtelinQ wordt gevoed, is deze reductie circa 14 kton/jaar. Als we uitgaan van een combinatie van 20% geothermie en 80% Warmtelinq is de CO2-reductie circa 13 kton/jaar (8%). We gaan er hierbij vanuit dat de woningen gebruikmaken van de techniek met de laagste nationale kosten (zoals aangegeven in paragraaf 3.5). In dit geval is de totale CO2-reductie voor alle woningen in Delft in 2030 64 kton/jaar ten opzichte van 2018, ofwel een reductie van 40%.
In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken om de totale CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. Het doel voor de gebouwde omgeving is een reductie van ongeveer 38% ten opzichte van 2015 (PBL, 2019). Als deze dertien Delftse buurten aardgasvrij worden, is de reductie voor woningen 40% (ten opzichte van 2019) dus groter dan het doel voor de gebouwde omgeving uit het Klimaatakkoord.11 In de buurten die niet bij de eerste dertien buurten horen, moeten we ook verduurzamingsstappen nemen, zoals isolatie en hybride warmtepompen. Daardoor neemt de CO2-uitstoot nog verder af. Figuur 11 - De jaarlijkse CO2-emissie en potentiële CO2-reductie voor woningen in de gemeente Delft. Hierbij nemen we aan dat het toekomstige warmtenet voor 20% voorzien wordt door geothermie en voor 80% door warmte uit WarmtelinQ.
CO2-emissies gemeente Delft 180 160 -38%
140 Doel klimaatakkoord
120 100
Isoleren in alle buurten
80 60 40 20 0
2019
2030
Jaarlijkse CO2-emissie Emissiereductie elektriciteit Reductie eerste buurten aardgasvrij
10 De CO2-emissie en reductie berekenen we alleen voor woningen. Voor utiliteit zijn de werkelijke verbruikscijfers niet bekend en daarom kunnen we geen goede inschatting van de huidige CO2-emissies voor utiliteit doen. 11 Mogelijk is de percentuele CO2-reductie hoger wanneer utiliteit ook wordt meegenomen. De buurten TU-campus en TU Noord behoren tot de eerste dertien buurten en hebben beiden relatief veel utiliteitsbouw.
31
5
Aan de slag met het Warmteplan
De visie die we beschrijven in dit Warmteplan geeft richting voor de komende dertig jaar. Het vervolg op het Warmteplan bestaat uit twee sporen: 1. Opstellen van de warmte-uitvoeringsplannen voor de eerste buurten; 2. Een stadsbrede aanpak voor alle buurten om aan de slag te gaan met het verminderen van energieverbruik en CO2-uitstoot.
5.1 Stappen naar een warmte uitvoeringsplan In deze paragraaf blikken we vooruit naar de periode ná het vaststellen van het Warmteplan. We beschrijven de stappen om te komen tot warmte-uitvoeringsplannen voor de eerste buurten. Een warmte-uitvoeringsplan is een concreet plan om tot een schone, betrouwbare en betaalbare warmtevoorziening in een specifieke buurt te komen. Nadat we het plan samen met buurtbewoners en bedrijven hebben opgesteld, leggen we het voor aan het bestuur van de gemeente Delft. We onderscheiden vier fasen om tot een warmte-uitvoeringsplan te komen: Fase 1: buurtpaspoort; fase 2: ambities, afbakening en randvoorwaarden; fase 3: ontwerp; fase 4: go! Vanaf fase 1 betrekken we bewoners en andere partijen in de wijk (waaronder winkeliers, horeca, bedrijven en instellingen zoals scholen, welzijnsorganisaties et cetera) bij het ontwikkelen van het warmte-uitvoeringsplan. Voor de leesbaarheid hebben we het hieronder over ‘bewoners’, maar daarmee bedoelen we ook diegenen die in de buurt werken.
Fase 1 Buurtpaspoort In dit Warmteplan hebben we alle buurten van Delft ingedeeld in twee categorieën. De eerste categorie bestaat uit buurten
waarvoor we vóór 2030 een warmte-uitvoeringsplan willen gaan maken. De tweede categorie bestaat uit buurten die na 2030 aan de beurt komen. Voor de buurten die in de eerste categorie vallen, maken we een buurtpaspoort.
De buurt in beeld Met behulp van informatie over fysieke en sociale kenmerken van de buurt, in combinatie met andere plannen die in de buurt spelen, maken we een zogenaamd ‘buurtpaspoort’. Dat paspoort geeft een compleet beeld van de buurt. Het is een verdiepingsslag op het beeld van de buurt dat we in het Warmteplan hebben geschetst. Bij het opstellen van dit Warmteplan hebben we ook rekening gehouden met de fysieke kenmerken van de buurten, waaronder het aantal woningen, het type woningen, de energielabels en energievraag van woningen, de WOZ-waarde en hoe de ondergrond eruitziet. Daarnaast voegen we in het buurtpaspoort sociale en sociaaleconomische kenmerken toe, zoals veiligheidsbeleving, sociale cohesie, buurtinitiatieven, financiële draagkracht van inwoners van de buurt en bewustzijn over duurzaamheid. We gaan daarvoor in gesprek met de bewoners, zodat we hen leren kennen en van hen horen wat er speelt in de buurt. Daarnaast brengen we de overige plannen van de gemeente Delft in de buurt in kaart. Zo wordt inzichtelijk waar kansen liggen om op aan te sluiten of waar plannen elkaar kruisen.
32
Fase 2 Bepalen ambities, afbakening en randvoorwaarden In de tweede fase stemmen we samen met de buurt de volgende onderwerpen af: • Geografische begrenzing; • ambitie; • inhoudelijke afbakening; • rolverdeling en randvoorwaarden. Hieronder lichten we deze onderwerpen toe.
Geografische begrenzing In deze tweede fase bepalen we eerst voor welk geografisch gebied we een warmte-uitvoeringsplan maken. Een plan hoeven we niet noodzakelijk voor één CBS-buurt op te stellen. Zo’n geografisch gebied bestaat uit woningen en bedrijven die een logisch cluster vormen. Een voorbeeld is hetzelfde type gebouwen uit dezelfde bouwperiode, waarvan we verwachten dat deze geschikt zijn voor dezelfde warmtetechniek. Zodoende kan het zijn dat we een warmte-uitvoeringsplan opstellen voor een gebied dat groter of juist kleiner is dan een CBSbuurt.
Ambitie Vervolgens bepalen we samen met bewoners van het gekozen gebied welke ambitie we nastreven: kiezen we voor geheel aardgasvrij of voor aardgasvrij-ready? In het geval van aardgasvrij-ready focust het warmte-uitvoeringsplan in eerste instantie op isolatiemaatregelen (in combinatie met ventilatie). In een later stadium stellen we dan een tweede warmte-uitvoeringsplan op om tot schone warmte te komen.
Inhoudelijke afbakening Ook bepalen we de inhoudelijke afbakening met elkaar: welke onderwerpen vallen binnen het warmte-uitvoeringsplan en welke onderwerpen niet? We beantwoorden vragen als: welke warmtetechnieken overwegen we wel en niet? En welke eisen en kaders liggen er al uit eerdere besluiten of bestaande afspraken?
Rolverdeling en randvoorwaarden Bovendien bepalen we in deze fase wat de rolverdeling van de bewoners en andere betrokkenen is. Met hen stellen we de randvoorwaarden op voor het warmte-uitvoeringsplan.
Fase 3 Ontwerp In de ontwerpfase schrijven we samen met alle betrokkenen het warmte-uitvoeringsplan.
Techniek en maatregelen Als startpunt voor het gesprek gebruiken we het voorstel voor een aardgasvrije warmtetechniek uit het Warmteplan. Dit voorstel toetsen we aan de huidige situatie. Op die manier bepalen we of dit de juiste oplossing is richting aardgasvrij. Daarbij bekijken we ook de impact van de aardgasvrije warmtetechniek in en om de woning.
Kosten Vervolgens onderzoeken we wat alle kosten zullen zijn voor de verschillende partijen. Daarom stellen we een business case van het gebied op. De gemeente Delft ondersteunt bij het zoeken naar financieringsmogelijkheden, zoals bijvoorbeeld een (rentevrije) lening of een subsidie vanuit het Rijk. De gemeente Delft heeft geen mogelijkheid tot subsidiëren.
Haalbaarheid Daarnaast kijken we in de ontwerpfase naar de haalbaarheid van het warmte-uitvoeringsplan. Aspecten die we hierin meenemen zijn de planning, overlap met andere plannen en bijvoorbeeld of er voldoende mensen zijn voor de uitvoering.
Risicoanalyse Om een goed beeld te krijgen van alle risico's in het warmte-uitvoeringsplan maken we een risicoanalyse. Om deze risico’s waar mogelijk uit te sluiten, bedenken we mogelijke tegenmaatregelen.
Fase 4 Go! In de laatste fase stellen het college en de raad het warmteuitvoeringsplan vast. We zien het warmte-uitvoeringsplan als een programma zoals bedoeld in de Omgevingswet. De Omgevingswet treedt waarschijnlijk op 1 juli 2022 in werking, maar vooruitlopend op de inwerkingtreding kunnen we het programma alvast vaststellen. Het warmte-uitvoeringsplan dient als input voor het Omgevingsplan. De gemeenteraad beslist over het omgevingsplan.
33
De voorlopige tijdsplanning van het warmte- uitvoeringsplan Het opstellen van het warmte-uitvoeringsplan tot en met het akkoord zal ongeveer twee jaar in beslag nemen. Vervolgens zijn er naar schatting acht jaar nodig voor het afronden van de daadwerkelijke uitvoering. Het opstellen van een warmte-uitvoeringsplan van fase 1 tot en met fase 4 inclusief de uitvoering duurt dus ongeveer tien jaar (zie Figuur 12). We houden daarvoor de richtlijn aan vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Enthousiast? De warmtetransitie is een mooie uitdaging die Delftse inwoners ook veel kansen biedt. Denk dan aan het besparen van maandelijkse energiekosten of het creëren van een comfortabelere woning. Natuurlijk zijn er Delftse buurten die niet in de categorie buurten vallen waar de gemeente voor 2030 aan de slag wil. Maar ook deze buurten hebben de mogelijkheid om een warmte-uitvoeringsplan op te stellen. Wanneer bewoners enthousiast zijn en er een initiatief in een buurt ontstaat of een buurt openstaat voor het opstellen van een warmte-uitvoeringsplan, dan wil de gemeente Delft daar graag op inspelen. Samen met inwoners en met positieve energie kunnen we de warmtetransitie in Delft versnellen!
Figuur 12 – De voorlopige tijdsplanning van een warmte-uitvoeringsplan
5.2
Stadsbrede aanpak
Wat doen we met buurten die nog niet aan de beurt zijn? Ook in de buurten waar we voorlopig nog niet starten met aardgasvrij, willen we alvast zoveel mogelijk CO2-uitstoot verminderen. Dit is nodig om de doelstelling van het Klimaatakkoord te halen, de energierekening te verminderen en om alle inwoners van Delft perspectief op een comfortabeler huis te bieden. Dit kan door verschillende maatregelen te nemen. De gemeente stimuleert en ondersteunt energiebesparende maatregelen nu al met het Energieloket Delft en de samenwerking met energie coöperatie Deelstroom Delft en het Platform Energietransitie Delft.
Isoleren Isolatie van een woning is een hele goede manier om minder energie te verbruiken en geld te besparen. Daarnaast kan je in een goed geïsoleerde woning comfortabeler wonen. Het is mogelijk om vloeren, muren en daken te isoleren. Daarnaast kan het glas vervangen worden door hr++ glas. Welke maatregelen een inwoner het best kan toepassen en hoe snel de investering zich terugverdient, verschilt per woning. Voor advies over de isolatiemogelijkheden van een woning of bedrijfspand kunnen inwoners een adviesgesprek plannen bij het Energieloket. Op het gebied van isoleren zijn veel ontwikkelingen. Zo is heeft de overheid recent een Isolatiestandaard ontwikkeld en is er een oproep voor een Nationaal Isolatie Programma. Ook het landelijke subsidiebeleid wijzigt nog regelmatig.
34
Isoleren en de Wet Natuurbescherming Bij het nemen van energiemaatregelen zoals isoleren moeten gebouweigenaren rekening houden met de Wet Natuurbescherming. Het gaat daarbij vooral om gebouwbewonende diersoorten die in een spouwmuur, onder het dak of op andere plekken in een gebouw verblijven. Door onderhoud, renovatie en na-isolatie kunnen verblijfsplaatsen voor vogels en vleermuizen verloren gaan. Zo gaan geregeld vleermuizen in spouwmuren dood als gevolg van spouwmuurisolatie. Het is noodzakelijk om tijdig te onderzoeken of er soorten voorkomen en te zorgen voor alternatieven voor deze beschermde diersoorten. Als er beschermde soorten voorkomen, moet de provincie een ontheffing voor de Wet Natuurbescherming toekennen, voordat eigenaren kunnen starten met onderhoud, renovatie en verduurzaming van een woning. Gaat het om een project waarvoor een omgevingsvergunning nodig is? Dan moet de provincie een verklaring van geen bedenkingen afgeven. Het totale traject kan twee jaar in beslag nemen. Het begint met een onderzoek naar welke beschermde soorten mogelijk verblijven in het gebouw. Daarna volgt een plan van aanpak voor een alternatief en een periode van gewenning voor de vogels en/of vleermuizen. De lange doorlooptijd is mede nodig omdat er twee zomers mee gemoeid zijn: een voor het onderzoek door een erkend ecoloog en een voor de gewenning aan alternatieve verblijfplekken.
Omdat dit voor particuliere woningeigenaren niet werkbaar en ook nog eens kostbaar is, gvaan we in overleg met de Omgevingsdienst Haaglanden soortmanagement plannen maken. We zijn al begonnen in de wijken Voorhof en Buitenhof. In zo’n plan worden protocollen opgenomen over hoe en wanneer de werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Ook staat erin welke maatregelen we samen met de eigenaren moeten treffen om voldoende verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen te behouden in de stad. Zo hoeft er niet elke keer een aparte vergunning te worden aangevraagd.
Hybride warmtepomp Een andere mogelijkheid om het verbruik van aardgas flink te verminderen voordat een woning geheel aardgasvrij wordt, is om als tussenstap een hybride warmtepomp te installeren. De hybride warmtepomp is een verwarmingssysteem dat samenwerkt met de reguliere hr-ketel op gas. De hybride warmtepomp is vooral geschikt voor woningen die al enigszins geïsoleerd zijn. De hybride warmtepomp zorgt voor besparing op de gasrekening, maar heeft ook elektriciteit nodig om te werken. Het gasverbruik zal dus dalen en het elektriciteitsverbruik zal stijgen. Per saldo levert dit bij een goed ontworpen en geïnstalleerd systeem wel een kostenbesparing op. De rijksoverheid heeft een subsidieregeling voor hybride warmtepompen, wat betekent dat inwoners de investering in veel gevallen kunnen terugverdienen. Een hybride warmtepomp is een goede optie op het moment dat: een bewoner nu voor de keuze staat om een nieuwe installatie te nemen omdat de cv-ketel aan vervanging toe is; en er nog geen warmte-uitvoeringsplan wordt opgesteld voor de betreffende buurt.
Zonnepanelen Een maatregel die inwoners altijd kunnen nemen, is het plaatsen van zonnepanelen op oppervlakken waar dat technisch en juridisch mogelijk is. Inmiddels is de prijs van zonnepanelen zo laag dat zij de investering ruimschoots terugverdienen. Om het plaatsen van zonnepanelen te stimuleren, organiseert de gemeente groepsinkoopacties via het Energieloket Delft. Als het eigen dak van een inwoner niet geschikt is voor het plaatsen van zonnepanelen, kunnen zij ook deelnemen aan een van de gezamenlijke zonnepanelenprojecten van de lokale energiecoöperatie Deelstroom Delft.
Elektrisch koken Bij de aanschaf van een nieuwe keuken of een nieuw fornuis kunnen inwoners alvast overstappen op elektrisch koken. Het gemiddelde verbruik van een gasfornuis in Nederland is 37 m3 gas per jaar. Dat is niet heel veel, maar alle kleine beetjes helpen om de CO2--uitstoot terug te dringen. Inductie is de meest energiezuinige vorm van elektrisch koken. Niet alle pannen zijn geschikt voor een inductiekookplaat.
35
Samenvattend Als inwoners nu al maatregelen willen nemen, adviseren we allereerst om voor informatie en advies naar het Energieloket Delft te gaan. De adviseurs van het Energieloket kunnen bepalen wat de actuele mogelijkheden zijn en wat de meest voor de hand liggende geen spijt-maatregelen zijn voor de specifieke situatie. Er zijn voldoende mogelijkheden om direct met de aanschaf van zonnepanelen aan de slag te gaan. Op het gebied van isolatie is nog beleid in ontwikkeling. Wel zijn er nu al subsidiemogelijkheden en de mogelijkheid tot een Energie
bespaarlening bij het Nationale Warmtefonds. In de loop van 2022 verwachten we een nationaal of lokaal isolatieprogramma. Handelingsperspectief voor bewoners in elke buurt Figuur 13 laat voor alle Delftse buurten de voorlopige voorkeurstechniek zien. Hierbij benadrukken we dat de warmteoplossing voor een gehele buurt niet de meest logische oplossing hoeft te zijn voor alle gebouwen in een buurt. Zeker wanneer de bebouwing divers is, kan de techniek per type bebouwing verschillen.
Figuur 13 – Voorkeurstechnieken per buurt
Er zijn verschillende mogelijkheden voor huurders en woning eigenaren die nu al aan de slag willen met aardgasvrij worden. Welke stappen bewoners kunnen nemen, verschilt per voorkeurstechniek. • Huurders kunnen naar het Energieloket om te kijken wat de mogelijkheden zijn voor energiebesparing in een huurwoning. Via het energieloket of 015 Duurzaam kunnen zij een adviesgesprek met een energiecoach aanvragen. • Ook eigenaar-bewoners kunnen terecht bij het Energieloket. Opties om te verduurzamen zijn isoleren, zonnepanelen en elektrisch koken. • Op Delft.nl/aardgasvrij staat, zodra dat bekend is, waar de gemeente binnenkort start met een warmte-uitvoeringsplan in een buurt.
• Als all-electric de voorkeurstechniek is in de buurt, dan kunnen woningeigenaren overwegen om hun huis te verwarmen met een elektrische warmtepomp, of eerst over te stappen op een hybride warmtepomp. • Als een warmtenet de voorkeurstechniek is in de buurt, dan komt er mogelijk een warmtenet. Als de cv-ketel aan vervanging toe is, kunnen woningeigenaren overwegen om een cv-ketel te huren (flexibele huurcontracten kunnen meestal zonder boete vroegtijdig worden stopgezet) of leasen om kosten te besparen. • Als hernieuwbaar gas de voorkeurstechniek is in de buurt, dan kunnen woningeigenaren overwegen om hun huis te verwarmen met een hybride warmtepomp.
36
Ook staan wij, als gemeente, open voor initiatieven vanuit een groep bewoners uit een buurt of straat. Zij kunnen gezamenlijk met een plan bij de gemeente komen. Als zo’n plan bij de gemeente aangemeld gemeld wordt zullen we samen kijken welke stappen we kunnen ondernemen.
5.3
Middelen en samenwerking
Voor de uitvoering van het Warmteplan is een groot aantal partijen, financiële middelen en regelgeving nodig. In deze paragraaf benoemen we deze, beschrijven we wat ze inhouden en of ze al beschikbaar zijn.
Wat kost de warmtetransitie? Het aardgasvrij maken van circa 77.500 woningequivalenten tussen nu en 2050 brengt kosten met zich mee. De totale nationale meerkosten van aardgasvrije technieken ten opzichte van de hr-ketel in de hele gemeente Delft zijn ongeveer 26 miljoen euro per jaar. Dit is een schatting van de nationale meerkosten in 2050 op basis van het CEGOIA-model van CE Delft. Daarbij nemen we aan dat alle woningen en utiliteitsgebouwen overstappen op de aardgasvrije techniek die het CEGOIA-model aan die buurt heeft toegewezen. Voor de kosten van de referentie (hr-ketel) nemen we aan dat de gasprijs in 2050 bijna vier keer zo hoog is vergeleken met de huidige situatie. De meerkosten zijn in 2050 waarschijnlijk lager dan in 2030, omdat in 2030 de gasprijs nog relatief laag is. Voor woningen die nu al op een warmtenet zijn aangesloten, nemen we in de berekening geen extra kosten mee om aardgasvrij te worden. CE Delft heeft de eindgebruikerskosten van de aardgasvrije warmtetechnieken in de gemeente Delft berekend. Op basis van modellen en berekeningen zijn alleen gemiddelden te geven. Bewoners die meer informatie willen over de kosten die zij zelf moeten maken om aardgasvrij te worden, kunnen terecht op www.verbeterjehuis.nl. De gemiddelde eindgebruikerskosten van aardgasvrije warmtetechnieken ligt in Delft tussen de €1.600 en €5.500 per woning per jaar.
De jaarlijkse eindgebruikerskosten voor een hr-ketel liggen in de gemeente Delft tussen €1.300 en €2.900 per woning per jaar. Gemiddeld liggen de kosten voor een aardgasvrije techniek dus hoger dan voor de hr-ketel op aardgas. Om dit kostenneutraal te maken, hebben we nog meer maatregelen nodig, om het verschil in kosten te overbruggen. 12
Welke middelen zetten we in? Energieloket Delft Het Energieloket Delft wordt uitgevoerd door het Regionaal Energieloket. Bij het Energieloket kunnen inwoners en ondernemers terecht met al hun vragen over energie. Hoe isoleer ik mijn woning? Welke verwarmingsinstallatie is geschikt voor mijn pand? Van welke financiële regelingen kan ik gebruikmaken? Ook verzorgt het Energieloket energiewebinars. Regelmatig organiseert het Energieloket groepsinkoopacties voor bijvoorbeeld zonnepanelen of isolatiemaatregelen.
Isolatieprogramma In 2022 moet er meer duidelijk worden over een isolatieprogramma. Mogelijk komt er een Nationaal Isolatie Programma zoals Consumentenbond, Energie-Nederland, Koninklijke Bouwend Nederland, Natuur & Milieu en de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie bepleiten.12 Anders willen wij een lokaal Isolatie Uitvoeringsplan voor de gehele stad gaan maken. Dit is een vervolgactie voor na het vaststellen van het Warmteplan. Een belangrijk onderwerp bij het isolatieplan is het tegengaan van energiearmoede.
Samenwerking met andere partijen Woningcorporaties Het grootste gedeelte van de buurten die als eerste in aanmerking komen voor aardgasvrij, bestaat uit huurwoningen. Dit betekent voor de vier grote woningcorporaties in Delft een forse investeringsopgave. Uit de bijeenkomsten met de projectgroep blijkt dat de corporaties deze investering niet zonder meer kunnen doen. Hiervoor is bijvoorbeeld subsidie van het Rijk nodig, zoals de Renovatieversneller en de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen. Of de verhuurdersheffing moet komen te vervallen, om de corporaties meer investeringscapaciteit te geven. Ook moeten de plannen op voldoende draagvlak van de huurders kunnen rekenen. Hierbij komt het vraagstuk van de betaalbaarheid weer aan bod. In de warmte-uitvoeringsplannen vormen de woningcorporaties en hun huurders een aparte categorie. Een nauwe samenwerking tussen gemeente en corporaties blijft belangrijk.
https://www.natuurenmilieu.nl/themas/kenniscentrum/nationaal-isolatie-programma-in-regeerakkoord-2021/
37
Beheerders van infrastructuur De energietransitie is een enorme ingreep in de bestaande infrastructuur en daarmee de openbare ruimte. Voor het aanleggen van warmtenetten, het verwijderen van gasleidingen, het verzwaren van de elektriciteitskabels en het plaatsen van transformatorstations en warmteoverdrachtstations gaat de openbare ruimte van de stad op de schop. Op sommige plaatsen zelfs meerdere keren, bijvoorbeeld omdat we gasleidingen pas kunnen verwijderen wanneer het warmtenet functioneert. Al deze werkzaamheden in de openbare ruimte zorgen ook voor extra kosten voor het gemeentelijk beheer van de openbare ruimte. Zo heeft de afdeling Beheer Openbare Ruimte bijvoorbeeld geraamd dat de meerkosten voor het verleggen van het rioolstelsel in Voorhof en Buitenhof voor het warmtenet circa € 3 miljoen euro bedragen. Deze extra kosten bij vervanging zijn niet opgenomen in de beheerbudgetten. Ook de kosten voor toezicht en reparaties kunnen we niet bekostigen uit de huidige budgetten voor beheer en onderhoud. Wij gaan ervan uit dat de kosten voor het verzwaren van het elektriciteitsnet en het verwijderen van de gasinfrastructuur via de exploitatie van de netbeheerder Stedin lopen. Voor de samenwerking tussen alle leidingbeheerders sluiten we aan bij de bestaande kabel- en leidingoverleggen onder regie van de gemeente.
Lokale initiatieven Platform Energietransitie en Deelstroom De gemeente werkt samen met twee lokale initiatieven die zich inzetten voor de energietransitie, namelijk Stichting Platform Energietransitie Delft en energiecoöperatie Deelstroom Delft. Deze twee niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) richten zich op de inwoners van Delft en helpen hen met het nemen van energiebesparende maatregelen. Het Platform Energietransitie richt zich met name op de lokale planvorming en bewustwording in de stad. Deelstroom organiseert vooral gezamenlijke zonnepanelenprojecten en heeft een team van energiecoaches opgeleid. Ook coördineert Deelstroom hun inzet. De samenwerking met de gemeente is op projectmatige basis. De gemeente heeft daken van gemeentelijke gebouwen beschikbaar gesteld voor gezamenlijke zonprojecten van Deelstroom.
In 2019 hebben Deelstroom en het Platform Energietransitie met de gemeente bij de rijksoverheid een eenmalige specifieke uitkering Regeling Reductie Energiegebruik aangevraagd en gekregen. Daarmee hebben zij particuliere huiseigenaren in de hele stad in staat gesteld om energiewebinars te volgen, energiecoaches te boeken en kleine energiebesparende maatregelen vergoed te krijgen met cadeaubonnen. Voor de in 2021 gekregen eenmalige specifieke uitkering Regeling Reductie Energiegebruik Woningen voert Deelstroom de coördinatie van de energiecoaches uit voor de huurders in Delft. Voor het uitvoeren van een stadsbreed isolatieprogramma en de verdere uitrol van zonnepanelen op daken ligt het voor de hand dat we weer samenwerken met deze twee organisaties. Energiecoöperatie Deelstroom Delft kan in de toekomst ook een rol vervullen bij lokale gezamenlijke energiesystemen, als in de warmte-uitvoeringsplannen blijkt dat huiseigenaren dit wensen.
Benodigde landelijke randvoorwaarden Om het Warmteplan uit te voeren, hebben de gemeente en inwoners en bedrijven ondersteuning nodig van de rijksoverheid.
Procescapaciteit Om het ambitieniveau van het Klimaatakkoord en dit Warmteplan waar te maken, hebben we een flinke toename van de beschikbare personele capaciteit nodig. Met de huidige bezetting in Delft kunnen we in de komende tien jaar twee warmte-uitvoeringsplannen maken, terwijl het Warmteplan uitgaat van circa twaalf uitvoeringsplannen in de komende tien jaar. Met het Klimaatakkoord krijgen gemeenten te maken met nieuwe taken. Dit leidt tot extra lasten in de bestuurlijke en ambtelijke uitvoering. Om het akkoord uit te voeren, hebben het Rijk en decentrale overheden de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om advies gevraagd. In het onderzoek ‘Van Parijs naar praktijk’ concludeert de raad onder andere dat de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord voor gemeenten stijgen van € 450 miljoen in 2022 tot € 599 miljoen in 2024. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: • sector gebouwde omgeving 60%; • elektriciteit 15%; • mobiliteit 10%; • landbouw 5%; • overige kosten 10%.
38
De hoogte van de uitvoeringslasten neemt jaarlijks toe, doordat ook het aantal plannen toeneemt dat gemeenten moeten uitvoeren. De raad adviseert de bekostiging voor de periode 2022-2024 vorm te geven via een specifieke uitkering van het Rijk aan gemeenten en deze voor 10% te laten bestaan uit een vast bedrag. De uitkering moet mogelijk maken dat gemeenten al vanaf volgend jaar aan de slag kunnen gaan met eigen geen spijt-maatregelen die zij snel en eenvoudig kunnen uitvoeren. Wat dit betekent en hoe de kosten worden ondervangen is onderwerp van de kabinetsformatie. Vertaald naar Delft is voor de procescapaciteit nu circa € 1,6 miljoen per jaar nodig, oplopend naar 2,6 miljoen per jaar in 2030.
waar het gasnet binnen een bepaalde tijd verdwijnt. Dat is nu nog niet geregeld. De huidige Gaswet en Elektriciteitswet zijn verouderd. Deze wetten zijn er niet op toegerust om de gaslevering aan gebouwen te beëindigen en om meerdere lokale energieinitiatieven mogelijk te maken. Het wetsvoorstel Energiewet moet de huidige Gaswet en Elektriciteitswet 1998 vervangen en een modern en geactualiseerd kader bieden. Deze wet moet de energietransitie ondersteunen en stimuleren en tegelijkertijd bijdragen aan het doel van een schone energievoorziening die veilig, betrouwbaar, betaalbaar en ruimtelijk inpasbaar is.
Betaalbaarheid
Ook de huidige Warmtewet, waarin de regelgeving rond warmtenetten is opgenomen, is niet meer actueel. De nieuwe Warmtewet 2.0 (Wet collectieve warmtevoorziening) moet meer regelen voor het aanleggen van nieuwe warmtenetten. Een voorbeeld is dat de gemeente een (eigen) warmtebedrijf mag aanwijzen of specifieke eisen kan stellen, zoals de duurzaamheid van de warmte en het tempo waarin het wordt aangelegd. Ook de mogelijkheid voor een open warmtenet van een netbeheerder, waar meerdere energieleveranciers op kunnen opereren, moet nog goed worden geregeld. Daarnaast is het belangrijk dat de overheid grip of sturing krijgt op de prijsvorming naar de inwoners.
Het uitgangspunt bij de energietransitie voor de inwoners is woonlastenneutraliteit en niet meer kosten dan anders. Daar waar energiearmoede heerst is het de bedoeling om de woonlasten te verminderen. Dit is ook weer gebleken bij de stadsgesprekken en de vergaderingen met de klankbordgroep. Betaalbaarheid is het belangrijkste punt dat de bewoners van Delft keer op keer naar voren brengen. Duurzame warmtetechnieken zijn op dit moment meestal duurder dan verwarmen met aardgas. Om de transitie betaalbaar te maken, zijn er in de meeste buurten aanvullende subsidies, kostenverlagingen en nieuwe financieringsmogelijkheden nodig. Zowel voor eigenaarbewoners als voor verhuurders en warmtebedrijven. Ook voor deze financiële instrumenten zijn wij afhankelijk van de rijksoverheid. Gemeente Delft heeft niet voldoende middelen om de onrendabele top van de energietransitie te financieren. Op dit ogenblik zijn er landelijk de regeling Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH), de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) en het Nationaal Warmtefonds met de Energiebespaarhypotheek en de Energiebespaarlening. Tegen de tijd dat wij het eerste warmte-uitvoeringsplan gaan afronden, moet duidelijk zijn of dit voldoende is voor een woonlastenneutrale oplossing.
Ten slotte is het belangrijk dat er een duidelijke richtlijn komt voor isoleren. De rijksoverheid heeft een isolatiestandaard en streefwaarden ontwikkeld, zodat elke woningeigenaar weet welk isolatieniveau uiteindelijk wenselijk is. Deze zijn echter nog niet in wet- of regelgeving verankerd.
Regelgeving Alle bestaande gebouwen hebben nu recht op een gasaan sluiting (volgens de Gaswet). Als uiteindelijk grote delen van de gebouwde omgeving geen gebruik meer maken van het gasnet, is het erg duur om voor een paar aansluitingen het gasnet te laten liggen. Uiteindelijk moeten er instrumenten komen om ook de laatste gasaansluitingen af te sluiten. In het Klimaat akkoord is afgesproken dat gemeenten mogen gaan aanwijzen 39
Verwijzingen CBS, 2019. Kerncijfers wijken en buurten, sl: sn CBS, 2021. Energie-indicatoren naar regio, 2018. [Online] Available at: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2021/02/ energie-indicatoren-naar-regio-2018 [Geopend 19 april 2021]. ECW, 2020. Handreiking voor lokale analyse: Verrijking Startanalyse ten behoeve van de transitievisie warmte, Utrecht: Expertisecentrum Warmte. ECW, sd Warmtenetten. [Online] Available at: https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/technische+oplossingen/techniekfactsheets+energiebronnen/ warmtenetten/default.aspx [Geopend 17 juni 2021]. Gemeente Delft, 2018. Delft aardgasvrij: Eindverslag participatiebijeenkomsten, Delft: Gemeente Delft. Gemeente Delft, 2020. Motie 8.1-1 Betaalbaarheid warmtenet voor eindgebruikers, Delft: Gemeente Delft. Gemeente Delft, 2020. Motie 8.5-1 Prioriteiten in het Warmteplan, Delft: Gemeente Delft. Gemeente Delft, 2020. Motie: Prioriteiten in het warmteplan (17 december 2020), Delft: Gemeente Delft. Infinitus, sd Project Regie open warmtenet Delft, sl: Infinitus. Klimaatmonitor, sd Gasgebruik gebouwde omgeving 2019 - Delft. [Online] Available at: https://klimaatmonitor.databank.nl/Jive?workspace_guid=c5da05e9-16c8-4545-8a7c-f2a69eae0b7a [Geopend 17 05 2021]. MinBZK, 2021. Stand van zaken Klimaatakkoord Gebouwde omgeving 12 januari 2021, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Ministerie van BZK, 2021. Brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer der Staten Generaal d.d. 18 maart 2021, Den Haag: Tweede kamer der Staten Generaal. PBL, 2019. Effecten ontwerp Klimaatakkoord, Den Haag: PBL. PBL, 2019. Klimaat- en Energieverkenning, sl: PBL.
Rijksoverheid, 2019. Klimaatakkoord, Den Haag: Rijksoverheid. SDG Nederland, 2021. Sustainable Development Goals Nederland. [Online] Available at: https://www.sdgnederland.nl/ [Geopend 2021]. WarmtelinQ, sd Project WarmtelinQ. [Online] Available at: https://www.warmtelinq.nl/project [Geopend 2020].
40
A
Enquêteresultaten
41
De resultaten van de enquête onder de inwoners van Delft over ‘Delft aardgasvrij?’
U leest hieronder een korte samenvatting van de enquêteresultaten. Er zijn soms flinke verschillen in antwoorden tussen de verschillende wijken. In deze korte versie kan daar echter geen aandacht aan worden besteed. Kijk voor een uitgebreid verslag van de resultaten op www.delft.nl.
Ruim 1800 inwoners hebben de enquête ingevuld, waarvan ca. 1.400 vanuit het Delft Internet Panel (DIP). Daarnaast hebben ruim 400 bewoners gereageerd via de website van de gemeente Delft.
Wie zijn de deelnemers aan de enquête? Van alle deelnemers aan de enquête heeft een kwart een eenpersoons huishouden, bijna 50% een tweepersoons. Nog een kwart bestaat uit huishoudens van 3 of meer personen. Ruim 20% is jonger dan 34 jaar, ruim 30% tussen 34 en 54,45% is ouder dan 55 jaar.
Inleiding Eind 2020 heeft gemeente Delft een enquête over Delft aardgasvrij verzonden. De enquête maakte onderdeel uit van de campagne Delft Aardgasvrij om inwoners te betrekken bij dit onderwerp. Delft heeft als doel om in 2050 aardgasvrij en energieneutraal te zijn. Om dit te bereiken stelt de gemeente een warmteplan op. In het warmteplan komt te staan hoe we Delft stapsgewijs aardgasvrij willen maken. Met de enquête krijgt de gemeente inzicht in de vragen, zorgen en meningen van inwoners over aardgasvrij. Daarmee kunnen we bij de verdere uitwerking van het warmteplan rekening houden.
1/3
Hoe wonen de deelnemers in Delft? Ruim 60% van de deelnemers heeft een koopwoning, waarvan 20% een koopappartement binnen een VvE. 30% Van de deelnemers huurt een woning van een corporatie, waarbij het grotendeels om appartementen gaat. De overige deelnemers woont anderszins. De huurwoningen zijn doorgaans 80-100 m2 groot, de koop-woningen zijn doorgaans wat groter.
koopwoning
huurwoning
kleiner dan 81m2
11
62
81 tot en met 100m2
21
28
101 tot en met 150m2
47
9
meer dan 151m2
21
1
totaal
100
100
Hoe kookt u? uitgesplitst naar resp. met een koop- of huurwoning koopwoning (n=900)
61%
huurwoning (n=514)
38% 77%
21%
67%
totaal (n=1.440) 0%
20%
op aardgas
1% 1%
32% 40%
60%
80%
elektrisch/inductie/keramisch
1% 100%
anders, namelijk
Meningen over gemeentelijke en landelijke doelstelling gelijk verdeeld Wat opvalt in het diagram is, dat 46% van de deelnemers de gemeente graag minimaal ziet aansluiten bij de landelijke doelstelling. 30% Van de deelnemers vindt de doelstellingen niet realistisch, 10% is het er helemaal niet mee eens. De deelnemers die bij deze vraag open antwoorden hebben gegeven, vallen met name in deze laatste twee categorieën. Veel van deze deelnemers vinden dat het relatief schone aardgas moet blijven zolang er geen goede alternatieven zijn. Ook zorgen om de verwachte hoge kosten, de groei van ‘kolenstroom’ die nodig zal zijn, het tekort aan duidelijke informatie en oude woningen en monumenten waar niet veel mag, worden vaak genoemd. Het aandeel kopers (ruim 40%) is hierbij groter dan het aandeel huurders (ruim 30%). 5,9% geen van bovenstaande uitspraken 7,8% sluit aan bij mijn mening is het er helemaal niet mee eens
Wat is het energiegebruik van de respondenten? Het energiegebruik van een huishouden hangt af van een aantal factoren, zoals de grote van de woning, de isolatiegraad, de samenstelling van het huishouden en de mate van energiezuinig gedrag. Sommige mensen draaien de thermostaat wat hoger als het kouder wordt, andere trekken een warme trui aan. Grof gezegd kan gesteld worden dat het energiegebruik in grotere (doorgaans koop-) woningen hoger is dan in kleinere (vaker huur-) woningen.
Cv-ketel of anders? Van de deelnemers verwarmt 84% de woning met een Cv-ketel op aardgas. Andere manieren van verwarmen komen veel minder voor. In appartementencomplexen, zowel in huur als in VvE’s, wordt vaak verwarmd via collectieve blokverwarming op aardgas. In Voordijkshoorn en Voorhof is er relatief veel stadsverwarming. Opvallend is dat met name jongeren (18-24) gaskachels noemen.
46,3% ziet graag dat Delft vooroploopt om aardgasvrij te worden/ ziet graag dat Delft aansluit bij landelijke doelstellingen om uiterlijk in 2050 aardgasvrij te zijn
10% heeft hier nog geen mening over
Koken op aardgas of elektrisch? De meeste deelnemers koken nog op aardgas.Wat opvalt is dat eigenaren van koopwoningen meer elektrisch(inductie of keramisch) koken dan huurders. Uit de enquête blijkt daarnaast dat mensen tot 55 jaar veel vaker op inductie koken dan ouderen.
30% vindt de doelstellingen niet realistisch
Genomen en te nemen energiebesparende maatregelen Vanzelfsprekend is bij huurwoningen de verhuurder verantwoordelijk voor de maatregelen aan de woning zelf. Veel huurders nemen wel zelf kleinere maatregelen om energie te besparen door ledlampen (70%), lage kamertemperatuur (60%), tochtstrips (ruim 30%) en energiezuinige apparaten (ca. 35%). Bij de kopers is al veel gebeurd of wil men iets doen aan glas-(80%), dak-(70%) vloer-(60%) en spouw-(50%)isolatie van de woning. Ruim 30% heeft al zonnepanelen geplaatst. De deelnemers die niets gedaan hebben of willen doen, noemen de ouderdom van de huizen waardoor isoleren heel duur of niet mogelijk is (in geval van monumenten). Een kleine 30% overweegt een warmtepomp, maar ook veel mensen geven aan niets te zien in een warmtepomp, of in aardgasvrij. Oudere deelnemers geven aan ‘de tijd wel uit te zitten’ zonder iets te doen.
Hieronder een aantal quotes die de teneur van de vele open antwoorden weergeven. Zowel van de deelnemers die het eens zijn met aardgasvrij … “Ik ben benieuwd naar plannen van de gemeente, bijvoorbeeld voor buurtwarmtepompen.”
2/3
“Goed plan, nu nog uitvoeren”
“Ik ben wel van mening dat het noodzakelijk is maar denk dat het niet haalbaar is.”
Belangrijkste redenen voor kopers om hun woning aardgasvrij te maken Opvallend is hoe de reden ‘beter voor het milieu’ eruit springt. Uit de enquête bleek verder dat, opgesplist naar leeftijdscategorieen, het laatste antwoord, ‘Ik zie geen redenen om mijn woning aardgasvrij te maken’, opvallend vaker gegeven door mensen van 45 jaar en ouder gegeven wordt. Jonge dertigers noemen, opvallend vaker dan deelnemers in andere leeftijden, naast het milieu ook ‘besparen van kosten’ en ’investeren in de waarde van mijn huis’.
… als van deelnemers die het er niet mee eens zijn. Vooral deelnemers die het er niet mee eens zijn, hebben open antwoorden gegeven. Daarom van hen wat meer quotes.
“Ik ben 77 jaar. Ik ga liever in de laatste jaren genieten van mijn spaarcenten.”
“De informatievoorziening is slecht. Ik zie door de bomen het bos niet meer.”
“Wij wonen in een monument en mogen niets aanpassen volgens monumentenzorg.”
Tot slot Met deze enquêteresultaten heeft de gemeente meer inzicht gekregen in de vragen, zorgen en meningen van Delftenaren over het onderwerp ‘Delft aardgasvrij’. We zien dat een redelijk aantal mensen zich kunnen vinden in die doelstelling, maar dat er ook veel mensen zijn die daar vraagtekens bij hebben of het er helemaal niet mee eens zijn. Met name de zorgen over kosten zijn groot. In de verdere ontwikkeling van het Warmteplan Delft zullen we rekening houden met deze bevindingen. Dat zal niet altijd makkelijk zijn.We zullen de ontwikkeling naar een aardgasvrije stad samen met bewoners zorgvuldig en stapsgewijs vormgeven. Zodanig, dat de stappen die we in die ontwikkeling maken, voor heel veel mensen acceptabel zijn.
“Van het gas af is een utopie, een grote geldverspiller en achteruitgang van comfort. Isoleer je huis.”
Kennis van aardgasvrij wonen 50% van de kopers onder de deelnemers heeft zich al wel verdiept in het aardgasvrij maken van de woning, maar heeft nog niets gedaan. Circa een kwart plant iets te gaan doen, heeft al iets gedaan of is, voor een klein deel, al aardgasvrij. Een ander kwart van de kopers heeft zich nog niet in het onderwerp verdiept.Van de huurders heeft 50% zich nog niet verdiept. Daar wacht men vanzelfsprekend de plannen van de verhuurder af. Opvallend is de leeftijdscategorie van 35- 44 jarigen; daarvan is een kleine 30% al bijna tot helemaal aardgasvrij. Meedoen aan een initiatief voor aardgasvrij wonen Ruim 40% van de deelnemers zou mee doen aan een initiatief om aardgasvrij te wonen. Een kleine 25% is het daarmee (zeer) oneens. Ruim 35% weet het nog niet of heeft geen mening. Wat zijn voor u redenen om nu al uw woning aardgasvrij te maken? (gevraagd aan respondenten met een eigen koopwoning)