Nota Zienswijzen Kalverbos oktober 2025
Tekst van het document
Nota Zienswijzen Samenvatting en beantwoording zienswijzen Ontwerp-omgevingsvergunning Uitbreiding van het pomphuis op de locatie Kalverbos 20 te Delft
Gemeente Delft oktober 2025
Inleiding In deze Nota van Zienswijzen worden de ingekomen zienswijzen in het kader van de uitbreiding van het pomphuis op de locatie Kalverbos 20 te Delft weergegeven en voorzien van een beantwoording. In deze Nota van Zienswijzen zal inhoudelijk op de zienswijzen worden ingegaan en of de zienswijzen aanleiding geven de ontwerp omgevingsvergunning aan te passen. Voordat inhoudelijk op de zienswijzen wordt ingegaan wordt eerst kort het verloop van de gevolgde procedure omtrent de ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp verklaring van geen bedenkingen (ovvgb) weergegeven. Op 13 december 2022 is een omgevingsvergunning aangevraagd voor het uitbreiden van het pomphuis 2e fase op de locatie Kalverbos 20 in Delft. Deze aanvraag is bij de gemeente Delft geregistreerd onder dossiernummer Z2022-003054. Op www.omgevingsloket.nl is de aanvraag geregistreerd onder aanvraagnummer 7459437.Dit hebben wij gepubliceerd op https://zoek.officielebekendmakingen.nl en in de lokale krant “Delft op zondag”. Op grond van artikel 4.3 Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht in deze zaak van toepassing totdat de procedure is afgerond, omdat de aanvraag is gedaan vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Aan de hand van de aangevraagde activiteiten hebben wij vastgesteld dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is, zoals bedoeld in paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Omdat het project afwijkt van het geldende bestemmingsplan is voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist. De gemeenteraad van Delft heeft op 30 januari 2025 de benodigde ovvgb afgegeven voor het project “Kalverbos 20”. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de ontwerp omgevingsvergunning, tezamen met de daarbij behorende bijlagen, vanaf 27 februari 2025 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Op dinsdag 25 maart is een informatieavond in het stadskantoor gehouden over het proces en de procedure. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Omdat de initiatiefnemer en belanghebbenden nog met elkaar in gesprek waren over een eventuele aanpassing van het plan, hebben zij langer de tijd gekregen om een zienswijze naar voren te brengen, namelijk tot 24 april 2025. In totaal zijn 5 zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn ingediend door omwonenden en een belangenvereniging. De schriftelijke zienswijze is hieronder weergegeven.
De NAW-gegevens worden niet weergegeven omdat deze beschermd zijn op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De zienswijzen hebben daarom een nummer gekregen, daarnaast is de datum en het registratienummer weergegeven van de ingekomen zienswijze. Nr. 1 2 3
Registratienummer Naam Z2022-003054-013 Indiener 1 Z2022-003054-012 Indiener 2 Z2022-003054-011 Indiener 3
Datum brief/ datum ontvangst 10-04-2025 09-04-2025 09-04-2025 2
4 5
Z2022-003054-010 Z2022-003054-009
Indiener 4 Indiener 5
09-04-2025 07-04-2025
Zienswijzen In dit onderdeel zijn de Zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. Hierbij wordt ook steeds aangegeven of de reactie leidt tot een aanpassing van de omgevingsvergunning. De reacties betreffen deels algemene belangen en deels persoonlijke of zakelijke belangen. De reacties zijn geanonimiseerd in verband met de betrokken privacybelangen (Wet bescherming persoonsgegevens). Nr. 1
Registratienummer Z2022003054-013
Indiener 1
3
1.
Samenvatting
Indiener 1 vindt dat de belangen van omwonenden onvoldoende zijn meegewogen. Dit is in strijd met artikel 3:4 van de Awb. Zo wordt nauwelijks aandacht besteed aan de geringe afstand tot woningen en woonarken (minder dan 20 meter), de lichthinder van de glazen aanbouw, de verstoring van rust, uitzicht, privacy en leefcomfort, schade aan stadsnatuur: verstoring en verkleining van leefgebieden, herhaalde bezwaren die in het besluit onbesproken blijven en de cultuurhistorische betekenis van het Kalverbos als rustpunt in de stad. In dit geval zijn de lasten voor bewoners, omwonenden en stadsnatuur – qua geluid, licht, verkeer en waardevermindering – buitenproportioneel ten opzichte van het private belang van een initiatiefnemer. Dit maakt het besluit juridisch kwetsbaar. Daarnaast ontbreekt een objectieve onderbouwing van de noodzaak van horeca op deze plek. Er is geen behoefteonderzoek uitgevoerd en het bestaande horecaaanbod in de binnenstad is reeds ruim en gevarieerd. Bovendien wordt er veel horeca te koop of ter overname aangeboden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet nut en noodzaak worden onderbouwd. Dat is hier niet gebeurd. Voor woonarken geldt bovendien dat akoestische isolatie technisch lastig en kostbaar is.
Bewoners die hebben juist geïnvesteerd in thermische verduurzaming worden nu geconfronteerd met een structurele verslechtering van hun woonklimaat – zonder compensatie of mitigatie. De effecten op omwonenden – rust, privacy, uitzicht, geluid, verkeer – worden niet gewogen. Alternatieven zijn niet onderzocht. Er is geen sprake van mitigerende maatregelen of compensatie. Het algemeen belang van een gezonde en leefbare woonomgeving wordt ondergeschikt gemaakt aan het commerciële belang van een initiatiefnemer.
Beantwoording
Uitzicht, privacy, lichthinder Er wordt onderkend dat het realiseren van een aanbouw en een terras enige gevolgen heeft voor het uitzicht en de privacy bij de woonarken van omwonenden. Deze woonarken liggen in een stedelijke omgeving direct grenzend aan een openbaar park waarbij een woonsituatie die vrij is van enige inkijk nu eenmaal niet kan worden gegarandeerd. Verder bestaat er volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling geen blijvend recht op vrij uitzicht (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5649).
4
Naar aanleiding van de zienswijzen en gesprekken met de omwonenden heeft de aanvrager een nieuwe terrastekening aangeleverd waarbij het terras is gedraaid en daardoor verder van de woonarken af komt te liggen zodat de gevolgen voor het uitzicht en de privacy worden beperkt. In het landschapsontwerp is daarnaast aan de zijde van de woonarken groen en een verhoging meegenomen, om zo eventuele geluidsoverlast en gevolgen voor de privacy te beperken. Gelet op de ligging van de woonarken ten opzichte van het bouwplan, stellen wij ons op het standpunt dat de privacy niet onevenredig zal worden aangetast en het restaurant ook niet tot onevenredige lichthinder leidt. Initiatiefnemer is daarnaast bereid om aanvullende maatregelen te treffen om resterende zorgen van de omwonenden over lichthinder weg te nemen. Hierbij valt te denken aan de beplanting/struiken/bomen in de tuin maar ook aan jaloezieën in de aanbouw. Stadsnatuur Wij stellen ons op het standpunt dat het bouwplan geen schade voor stadsnatuur met zich mee zal brengen. Bij de aanvraag zijn twee quickscans ecologie van Ecoresult gevoegd, van 4 juni 2021 en 25 januari 2024. In deze onderzoeken wordt onder andere geconcludeerd dat negatieve effecten op beschermde soorten en functies op voorhand zijn uit te sluiten. Voorts geldt een algemene en de specifieke zorgplicht.
Flora en fauna mag niet onnodig vernield, verstoord of gedood worden. Het plan voldoet verder aan de beleidsnota ‘Natuurinclusief bouwen en ontwikkeling’. Afhankelijk van de omvang en de ligging van het bouwproject wordt in dit beleid een te behalen puntenscore voorgeschreven, mede in relatie tot de kansen van voorkomen van soorten in de stad en de bijbehorende biotopen. De initiatiefnemer heeft vervolgens de vrijheid om een eigen mix van maatregelen te kiezen dan wel vergelijkbare maatregelen voor te stellen. Er worden diverse maatregelen getroffen aan de gevels, het dak en de omgeving. De terrasverharding zal worden gecompenseerd met een sedumdak en een waterinfiltratiesysteem. Daarnaast wordt een vogeltuin, een vlindertuin en een insectenhotel toegepast. Er worden maatregelen in de omgeving getroffen, door bijvoorbeeld insectenstenen te verwerken in het gebied met vlinderbeplanting, insectenhotels/insectenhopen en/of vogel en vleermuiskasten aan de bomen te plaatsen. Geluid Zie beantwoording onder indiener 1, onder punt 5. Verkeer Zie beantwoording onder indiener 1, punt 8. 5
Noodzaak horeca Omdat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is geen verplichting om de ladder voor duurzame verstedelijking te doorlopen of een behoefte onderzoek uit te voeren. Echter, ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, zal gemotiveerd moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. In het kader van uitvoerbaarheid moet hiertoe aandacht worden besteed aan de behoefte aan het plan. Het plan zal geen zodanige leegstand tot gevolg hebben dat dit tot een vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening tot een onaanvaardbare situatie zal leiden. De meeste restaurants in Delft zijn rondom de grote pleinen in de binnenstad gevestigd. Uit de ruimtelijke onderbouwing en de stedenbouwkundige advisering blijkt dat het gebruik van het pand voor horeca past bij de directe omgeving. Op deze locatie is al ondergeschikte horeca toegestaan. Een kunstcentrum met een restaurant erboven is een passende invulling van dit monumentale object en is een aanvulling op het cultuuraanbod in Delft. Bij deze passende invulling past ook horeca. Door de beoogde invulling wordt een combinatie van cultuur en horeca aangeboden, hetgeen aantrekkelijk is voor bewoners en bezoekers van de stad. Deze ontwikkeling in het Kalverbos draagt bovendien bij aan het spreiden van bezoekers die naar de stad komen.
Compensatie Niet gebleken is dat sprake zal zijn van een structurele verslechtering van woonklimaat. Omdat het plan niet zal zorgen voor een onevenredige toename van geluidshinder voor omwonenden, is het aanbrengen van geluidsisolatie niet nodig. In de zienswijze wordt de gestelde waardevermindering van woningen als gevolg van het verlenen van planologische medewerking aan het onderhavige project verder niet onderbouwd. Daarbij voorziet titel 4.5 van de Awb hiervoor in een afzonderlijke procedure. Een beweerdelijk gestelde waardevermindering van de woningen vormt geen toetsingskader binnen het onderhavige project. Aanpassing
Naar aanleiding van de zienswijzen en gesprekken met de omwonenden heeft de aanvrager een nieuwe terrastekening aangeleverd, waarbij het terras is gedraaid en daardoor verder van de woonarken af komt te liggen. Het terras wordt gedraaid, waardoor het langtijdgemiddelde geluid in de dagperiode met 1 dB(A) en in de avond- en nachtperiode met 3 dB(A) afneemt ten opzichte van de oude situatie.
2
Samenvatting
Indiener 1 voert aan dat de ruimtelijke onderbouwing gebrekkig is en in strijd is met artikel 2.12, eerste lid, sub a onder 3 van de Wabo. 6
De ruimtelijke onderbouwing is niet gebaseerd op een objectieve analyse van de omgeving maar op beleidsambities en wensdenken. Een integrale belangenafweging ontbreekt. De ruimtelijke kwaliteit is onvoldoende onderbouwd. De onderbouwing spreekt over versterking van gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde, maar dit wordt nergens onderbouwd. In werkelijkheid neemt de gebruikswaarde alleen toe voor de exploitant, maar niet voor bewoners. De belevingswaarde neemt af door drukte, terrasinrichting en inkijk. De toekomstwaarde is onzeker door het ontbreken van voorwaarden of exploitatiemodel. De ruimtelijke onderbouwing is inhoudelijk onvoldoende beleidsmatig ondeugdelijk en juridisch niet houdbaar. Het plan voldoet niet aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening en miskent het belang van een veilige, gezonde en evenwichtige fysieke leefomgeving, zoals dat zowel onder de Wabo als in de geest van de Omgevingswet wordt vereist. Beantwoording
Op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3, van de Wabo kan, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met (1) een goede ruimtelijke ordening en (2) indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. De onderbouwing van de afwijking en de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan is weergegeven in de toelichting van de ontwerp omgevingsvergunning, welke onlosmakelijk deel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing. Daarin is ingegaan op de gebruiks- en belevingswaarden van het pomphuis. Het betreffende horecapaviljoen versterkt de gebruiks- en belevingswaarde van het pomphuis. De uitbreiding wordt op passende wijze in de groene omgeving ingebed. Het paviljoen is daarbij een goede aanvulling op de huidige bebouwing, en diens gebruiksmogelijkheden, waarbij de karakteristieke waarden van het pomphuis door de zorgvuldige uitwerking van het paviljoen niet verstoord worden. Het paviljoen draagt juist bij aan de toekomstwaarde van de bestaande bebouwing. De lichte transparante aanbouw laat het historische gebouw in zijn waarde. Door de beoogde invulling wordt een combinatie van cultuur en horeca aangeboden, hetgeen aantrekkelijk is voor bewoners en bezoekers van de stad.
De functies cultuur en ondergeschikte horeca zijn voorzien in de planregels. Wij stellen ons op het standpunt dat het voorgenomen bouwplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De naar voren gebrachte zienswijze
7
kan daarom niet tot het oordeel leiden dat dit bouwplan niet gerealiseerd kan worden. Aanpassing 3
Samenvatting
Beantwoording
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. Indiener 1 voert aan dat het plan forst afwijkt van het bestemmingsplan ‘Binnenstad 2012’. De uitbouw bedraagt 9,5 meter waar slechts 3,5 meter is toegestaan. Ook wordt zelfstandige horeca toegevoegd, terwijl het bestemmingsplan alleen ondergeschikte horeca toelaat. Deze forse afwijkingen worden ten onrechte als “klein” of “passend” gepresenteerd, zonder toereikende ruimtelijke motivering. Daarbij omschrijft het bestemmingplan dat de locatie aangemerkt is als ‘Creatief Grachtengebied’. Een sfeergebied waarbij de nadruk ligt op een gemengd gebruik met statige woningen en creatieve bedrijven. Het plan stelt expliciet dat in de vooral op wonen gerichte gebieden, zoals het ‘Creatief Grachtengebied’ geen toename van horeca is toegestaan. De woonfunctie in dit gebied moet behouden blijven. De op de verbeelding aangegeven bestemming en de daarbij behorende regels zijn bepalend voor het antwoord op de vraag of een bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. De toelichting bij het bestemmingsplan is niet bindend. Op de bestemming ‘Gemengd-Creatief Grachtengebied’ zijn verschillende activiteiten toegestaan, waaronder bedrijven, culturele voorzieningen en ondergeschikte horeca. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan.
Op basis van het stedenbouwkundig advies stellen wij ons op het standpunt dat het plan gezien dient te worden in verhouding tot het gehele complex: het pomphuis met de voormalige reinwaterkelder. Uit het door ons ingewonnen stedenbouwkundig advies van 23 juli 2024 volgt dat sprake is van een evenwichtig plan, gelet op de lichte constructie in relatie tot het monumentale pomphuis. De lichte transparante aanbouw laat het historische gebouw in zijn waarde. Uit dit advies kan worden geconcludeerd dat zowel de functie als de bouwkundige uitbreiding aanvaardbaar zijn.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan.
8
4
Samenvatting
Indiener 1 voert aan dat er niet is getoetst aan actuele beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving. Hoewel de aanvraag wordt getoetst op basis van de Wabo, dient zij beleidsmatig te voldoen aan de actuele doelstelling van de Omgevingswet 2024. De wet verlangt een gezonde, veilige en aantrekkelijke fysieke leefomgeving. De plannen doen daar aantoonbaar afbreuk aan: ze leiden tot geluidsoverlast, afname van groen en verstoring van ecologisch en cultuurhistorische waarden. Het toestaan van de bouw van een restaurant met groot terras in een van de weinige groene gebieden in de Delftse binnenstad staat haaks op Delfts groen- en biodiversiteitsbeleid en -ambities. Indiener 1 voert aan dat het plan haaks staat op provinciaal en gemeentelijk beleid en dit beleid selectief en onjuist wordt toegepast.
Provinciaal beleid wordt onjuist toegepast: er is geen culturele beleving, maar een commerciële horeca; de locatie is geen onbenutte en onbebouwde grond, maar het is onderdeel van beschermd cultuurhistorisch groen. Participatie – een kernwaarde in het provinciale beleid – is vier jaar lang achterwege gebleven. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet doorlopen: er is geen onderzoek gedaan naar leegstand of alternatieve locaties. De Omgevingsvisie Delft 2040 stelt dat monumenten beschermd moeten worden en dat aanpassingen de historische waarde niet mogen schaden. De forse uitbreiding van het monument doet hier juist afbreuk aan. Het plan gaat rechtstreeks in tegen de doelen in de Omgevingsvisie door intensivering van horeca in een groen rustgebied, nabij kwetsbare woningen en erfgoed. De visie benadrukt het belang van leefbare, rustige woonwijken. De geplande ontwikkeling leidt tot structurele overlast en inbreuk op de woonkwaliteit. In de Visie Toerisme Delft 2030 is sprake van ‘destinatiemanagement’: de juiste bezoeker, op de juiste plek, op het juiste moment. Deze locatie is ongeschikt en er is geen lokaal draagvlak. De Ruimtelijk-Economische Visie Delft 2030 richt zich op innovatieve bedrijvigheid. Deze horecaontwikkeling levert hieraan geen aantoonbare bijdrage.
Het ontwerpbesluit neemt de ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende rapporten vrijwel klakkeloos over als motivering voor vergunningverlening. Daarmee miskent de gemeente haar eigen verantwoordelijkheid om op onafhankelijke wijze te toetsen of het plan past binnen een 9
goede ruimtelijke ordening. De inhoudelijke beoordeling blijft steken op het niveau van gewenste beleidsambities, zonder toetsing aan de ruimtelijke en maatschappelijke werkelijkheid ter plaatse. • Woonvisie 2023–2028: De visie stelt dat woonkwaliteit, leefomgeving en sociale cohesie uitgangspunten zijn bij afwegingen in bestaande buurten. Grootschalige horecaontwikkeling nabij woonfuncties wordt niet genoemd als wenselijk of passend. In plaats daarvan wordt het belang van rust, veiligheid en balans benadrukt. • Beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024–2027: Dit beheerplan benoemt stadsparken nadrukkelijk als zones voor rust, ontmoeting en ecologie. Ontwikkelingen in parken mogen geen afbreuk doen aan biodiversiteit of gebruikswaarde voor bewoners. De aanleg van een terras en uitbouw op een voormalige groenstructuur gaat hier duidelijk tegenin. • Visie Groen en Biodiversiteit 2040: Deze visie behandelt de stad als ecosysteem en benoemt het belang van schaduw, open bodem, stiltegebieden en leefruimte voor dieren. Nieuwe ontwikkelingen moeten natuur inclusief zijn, bijdragen aan koelte, luchtkwaliteit en biodiversiteit. Een horecavoorziening met grote bezoekersstroom en verharding werkt dit direct tegen.
• Toekomstvisie Kalverbos en omgeving: Deze visie benoemt het Kalverbos expliciet als rustpunt in de binnenstad, met behoud van cultuurhistorische waarden, kleinschaligheid en doorwaadbaarheid. Grote horeca, zeker met een publieke terrasfunctie, past hier aantoonbaar niet binnen. • Beleidsregels cultuurhistorisch waardevolle groengebieden 2013: Het Kalverbos is in deze beleidsregels expliciet aangewezen als cultuurhistorisch waardevol groengebied. Doel van de beleidsregel is het beschermen van deze gebieden tegen aantasting, onder meer door ruimtelijke ingrepen of intensief gebruik. De voorgestelde horecaontwikkeling is in strijd met dit doel. Ze leidt tot toename van verharding, bezoekersdruk en verstoring van de rust, wat rechtstreeks indruist tegen het toetsingskader van deze beleidsregel. Daarbij geldt dat vergunningverlening in dergelijke gebieden alleen mogelijk is als er geen sprake is van onevenredige aantasting van cultuurhistorische waarden – wat hier wel het geval is. • Algemene vergroeningdoelstellingen van de gemeente Delft: De gemeente stelt in diverse beleidsdocumenten dat vergroening, klimaatadaptatie en het behoud van bestaande groene structuren prioriteiten zijn. Commerciële ontwikkelingen die leiden tot intensiever ruimtegebruik en 10
verstening in historische parken gaan rechtstreeks in tegen deze doelstellingen. In plaats van vergroening en ecologische versterking, leidt dit plan tot privatisering van groene openbare ruimte, verminderde biodiversiteit en verlies aan rust en schaduw. Strijd met het Geluidbeleid Delft De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het gemeentelijke geluidbeleid, zoals vastgelegd in het Ontwerp-Geluidbeleid 2025–2028 en de Beleidsregels voor nieuwe initiatieven (januari 2025). Volgens dit beleid stelt de gemeente Delft zich expliciet ten doel om: • een gezonde fysieke leefomgeving te waarborgen; • de geluidshinder zoveel mogelijk te beperken; • en de nachtelijke rust van bewoners te beschermen. Het beleid erkent dat terrassen en horeca behoren tot de belangrijkste bronnen van omgevingsgeluid en benadrukt daarom de noodzaak om bewonersbescherming voorop te stellen. Er wordt gesteld dat nieuwe ontwikkelingen bij voorkeur moeten leiden tot een afname van geluid in plaats van een toename. Indien een toename van geluid onvermijdelijk is, dient deze inhoudelijk gemotiveerd én aantoonbaar gecompenseerd te worden – bijvoorbeeld met een geluidluwe zijde of mitigerende maatregelen aan de bron. De voorgenomen horecavoorziening in het Kalverbos staat op meerdere fronten haaks op het eigen beleid van de gemeente Delft.
Zowel op het gebied van cultuurhistorie, vergroening, leefkwaliteit, geluidsbeheersing als energieinfrastructuur (netcongestie) worden fundamentele beleidsdoelstellingen genegeerd of ondergraven. Het plan zet niet alleen druk op een kwetsbaar stuk stadsnatuur, maar leidt ook tot een onnodige belasting van het reeds overvolle elektriciteitsnet, zonder aantoonbare maatschappelijke meerwaarde of draagvlak in de omgeving. Vergunningverlening onder deze omstandigheden zou niet alleen strijdig zijn met vastgestelde kaders, maar ook het vertrouwen in zorgvuldig en consequent bestuur ernstig schaden. Het is dan ook van groot belang dat deze ontwikkeling wordt heroverwogen in het licht van het volledige gemeentelijke beleidskader.
11
Beantwoording
Aanpassing
Voor het bouwplan is de ruimtelijke onderbouwing opgesteld. In de ruimtelijke onderbouwing is ingegaan op relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. De ruimtelijke onderbouwing maakt integraal en onlosmakelijk onderdeel uit van onze motivering voor het afwijken van de ter plaatse geldende planologische regels. De ruimtelijke onderbouwing dient hierbij daarom als ingelast en herhaald te worden gezien. Tevens is er door de afdeling ruimtelijke ordening een advies uitgebracht op deze ruimtelijke onderbouwing, waarbij eveneens is getoetst aan relevante beleidsstukken. In de reactie op specifieke onderdelen in deze nota van zienswijzen wordt ook op deze beleidsstukken ingegaan. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan.
12
5
Samenvatting
Indiener 1 voert aan dat het akoestisch onderzoek onvolledig en niet representatief is. Het akoestisch onderzoek dat is opgenomen in de “Ruimtelijke onderbouwing Uitbreiding Pomphuis” (Peutz, maart 2024) is onvolledig en geeft geen realistisch beeld van de te verwachten geluidsbelasting in de relatief stille omgeving, waaronder op de woonarken op 20 meter afstand van het terras. Meerdere relevante geluidsbronnen worden structureel buiten beschouwing gelaten, terwijl deze in de praktijk nadrukkelijk bijdragen aan de totale geluidsbeleving en mogelijke hinder. Bovendien wordt in het rapport uitgegaan van lage bronvermogens welke normaliter gebruikt worden bij een klein terras. De uitspraak van de rechtbank Overijssel uit 2022 (ECLI:RBOVE:2022:3581) laat zien dat van hogere bronvermogen mag worden uitgegaan. In die casus werd een bronvermogen van 71dB (A) nog te laag bevonden. Het ging hier om 50 terras bezoekers. Het rapport beperkt zich vrijwel uitsluitend tot het terrasgeluid, en zelfs dat wordt summier behandeld.
De volgende aspecten ontbreken volledig: • Weg- en tramverkeer in de directe omgeving (Kalverbos, Wateringsevest, Nieuwe Plantage); • Bezoekersstromen, inclusief aankomst, vertrek, groepsvorming, roepen, lachen, brommers en fietsen; • Afvalverwerking (containers, glas, vrachtauto’s); • Achteruitrijsignalering van de vrachtwagens; • Installatiegeluid van technische voorzieningen zoals ventilatie en koeling; • Geluid van meubilair (stoelen en tafels die worden verplaatst of opgeruimd); • Industriegeluiden van DSM; • Cumulatieve geluidsbelasting met andere bestaande geluidsbronnen; • Bepaling van achtergrondniveaus (Geluidsbelastingkaarten van de gemeente Delft); • Reflecties van water en de gebouwen; Opvallend is de vermelding van een overschrijding van 4 dB op de maximale streefwaarde aan de gevel van een woning. Deze overschrijding wordt afgedaan als acceptabel omdat het “slechts vier keer per dag” zou voorkomen en “geen slaapverstoring” zou veroorzaken. Dit is een ongegronde 13
aanname. Elke overschrijding van de streefwaarde vereist een serieuze inhoudelijke afweging, wat in dit geval niet is gebeurd. Bovendien is het opmerkelijk dat het berekende geluidsniveau in de avond lager uitvalt dan overdag, terwijl het terras op exact dezelfde plek ligt en niet kleiner wordt. Dit roept vragen op over de aannames en methodologie van het rekenmodel. Daarbij komt dat het pad richting de parkeergelegenheid op slechts 2 meter afstand van de gevel van de woonarken ligt. In de avond zullen bezoekers die het terras of restaurant bezoeken of verlaten over dit pad lopen. Deze geluidsbron – voetstappen, gesprekken, afscheid– is direct verbonden aan de horecagelegenheid maar volledig buiten het rapport gehouden. Dit heeft directe impact op het wooncomfort en de geluidsbeleving van omwonenden. Het akoestisch onderzoek is onvolledig, niet representatief en juridisch ongeschikt als onderbouwing voor vergunningverlening. Belangrijke geluidsbronnen zijn weggelaten, het gebruikte bronvermogen is te laag, en een overschrijding van 4 dB wordt ten onrechte gebagatelliseerd. Volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Handreiking industrielawaai moet een volledig en realistisch geluidsbeeld worden gepresenteerd. Dat is hier niet het geval.
Wij verzoeken u het onderzoek aan te vullen of volledig opnieuw uit te voeren, en pas daarna een besluit te nemen.
14
Beantwoording
Het akoestisch onderzoek van DGMR van 5 december 2022 en 1 juli 2025 maakt onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning. DGMR is te beschouwen als een deskundige op het gebied van geluid. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling mag een bestuursorgaan een besluit om af te wijken van het bestemmingsplan baseren op het advies van een door dat bestuursorgaan benoemde deskundige, indien uit dat advies blijkt welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan naar voren zijn gebracht. Het onderzoek bepaalt de geluidsoverdracht van het terras naar de omliggende geluidsgevoelige bestemmingen. De inpasbaarheid wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening getoetst aan de relevante streef- en grenswaarden uit de VNG-publicatie. In de akoestische onderzoeken wordt geconcludeerd dat met het gebruik als restaurant met terras, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wij zijn van mening dat voldoende is aangetoond dat het bouwplan niet zal zorgen voor een onevenredige toename van geluidshinder voor omwonenden. De VNG-publicatie kent twee omgevingstypen, gemengd gebied en rustige woonwijk. Het pomphuis tezamen met de woonboten liggen nabij bedrijfsbestemmingen en het bedrijventerrein.
De woonbestemmingen daaromheen liggen nabij drukke doorgangswegen. Dat de Wateringsevest wordt aangemerkt als locatie waar de geluidsbelasting hoger ligt door gemeentelijke wegen in het Geluidbeleid gemeente Delft 2025, bevestigt het uitgangspunt van het DGMRonderzoek dat aangesloten kan worden bij de typering van gemengd gebied. Tot slot heeft het Kalverbos en het gebied rondom op grond van de bestemmingsplanregels de gebiedsaanduiding: ‘geluidszone - industrie’. In dit geval is daarom sprake van gemengd gebied en gelden de daarbij horende toetswaarden. De relevante bronnen in het akoestisch onderzoek zijn de keukenafblaas, het laden en lossen (tweemaal per dag) van goederen en afval en het rijden van- en naar de leveranciersingang met rolcontainers. Daarnaast is het stemgeluid van de gasten op het terras en eventuele muziek een dominante bron. De representatieve bedrijfssituatie betreft de situatie waarbij het restaurant in de dag- en avondperiode geopend is, met een maximale bezetting van 80 gasten tijdens de lunch en 80 gasten tijdens het diner. De inpasbaarheid van het terras – dat tevens ruimte biedt voor 80 gasten - is hierbij tevens beoordeeld. Uit het onderzoek volgt dat voor de reguliere bedrijfssituatie aan de streefwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit de VNGpublicatie wordt voldaan. De standaardsituatie waarbij 80 15
bezoekers op het terras zitten zonder muziekgeluid voldoet aan de streefwaarde uit de VNG-publicatie. Er wordt echter niet voldaan aan de streefwaarde voor het maximale geluidniveau. Het maximale geluidniveau overschrijdt op twee woningen de streefwaarde van 70 dB(A). Voor de woonboot aan Kalverbos 12 geldt een maximaal geluidniveau op de gevel van 74 dB(A) in de dagperiode. Dit wordt veroorzaakt door de rolcontainer die er langsrijdt voor laden en lossen. Voor de woonboot aan Kalverbos 14 geldt daardoor een maximaal geluidniveau op de gevel van 71 dB(A). In de avond- en nachtperiode wordt voor beide woonboten wel voldaan aan de streefwaarden. Het betreft aldus een overschrijding van 4 dB die enkel in de dagperiode voorkomt. In de avond- en nachtperiode wordt wel aan het geluidsniveau voldaan. Vanwege de minimale en kortdurende overschrijding is deze aanvaardbaar. Het laden en lossen vindt uitsluitend kortdurend tijdens de dagperiode plaats. In de dagperiode zijn er ook veel activiteiten in de omgeving. Daarnaast is uitsluitend tijdens de dagperiode sprake van een overschrijding, hetgeen betekent dat dit ook niet zal leiden tot slaapverstoring. Bovendien sluit het Activiteitenbesluit de beoordeling van de maximale geluidniveaus ten gevolge van laad- en losactiviteiten in de dagperiode uit, zodat het bedrijf ook aan de voor haar geldende voorschriften kan voldoen.
In dit geval kan het maximale geluidniveau van 74 dB(A) in de dagperiode dus als aanvaardbaar worden beschouwd. Uit het voornoemde akoestisch onderzoek volgt tevens dat een situatie met feesten wat geluid betreft niet inpasbaar is. Feesten en partijen zijn daarom binnen de normale bedrijfsvoering niet toegestaan. In de door indiener genoemde uitspraak van de rechtbank Overijssel van 29 november 2022, ECLI:RBOVE:2022:3581 was sprake van gebruik van een kantine bij een sportcomplex als café, waarbij tevens sprake was van maximaal 20 keer per jaar zaalverhuur ten behoeve van besloten feesten en partijen. In het akoestisch onderzoek werd uitgegaan van een bezetting op het terras van 12 personen, terwijl bij een reële invulling van de maximale bezetting plaats was op het terras voor 50 personen. Ook waren maximale geluidniveaus niet meegenomen in het onderzoek. Wij stellen ons op het standpunt dat een omgevingsvergunning voor dit café niet vergelijkbaar is met het voorliggende plan voor een restaurant bij de watertoren in het Kalverbos. Niet alleen omdat feesten en partijen binnen de normale bedrijfsvoering niet zijn toegestaan, maar ook omdat de aard en doelgroep van de horecaexploitatie wezenlijk verschilt. Voorts is in de standaardsituatie uitgegaan van een restaurant waar zittend wordt gegeten.
Op grond van het bovenstaande zijn de geluidsonderzoeken voor het Kalverbos zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Zo is uitgegaan van de maximale bezetting 16
met 80 personen en is het maximale geluidsniveau mee beoordeeld. Op 23 juni 2025 heeft de aanvrager een nieuwe tekening voor de terrasindeling ingebracht, waarbij het terras is gedraaid. In deze nieuwe situatie is het geluid in de dagperiode met 1 dB(A) afgenomen en in de avond- en nachtperiode met 3 dB(A). Er is uitgegaan van gebruik van het terras tot 23.00 uur door 80 personen, waarvan 50% sprekend. Het geluid bij feestgebruik blijft boven de toelaatbare grenswaarden en dus zijn feesten en partijen binnen de normale bedrijfsvoering niet toegestaan. De volgende voorwaarden worden in de vergunning opgenomen voor de feesten en partijen die op grond van de APV op jaarbasis wel zijn toegestaan: Ter plaatse van geluidsgevoelige gebouwen: 1. mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet hoger zijn dan 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode; 2. mag het maximale geluidsniveau niet hoger zijn dan 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode; 3. wordt bij de bepaling van genoemde geluidsniveaus ook het stemgeluid van personen op het terrein van de inrichting beschouwd; 4. worden bij de bepaling van het maximale geluidsniveau laad- en losactiviteiten in de dagperiode buiten beschouwing gelaten. Aanpassing
De zienswijze leidt tot aanpassing van het plan. Naar aanleiding van de zienswijzen en gesprekken met de omwonenden heeft de aanvrager een nieuwe terrastekening aangeleverd, waarbij het terras is gedraaid en daardoor verder van de woonarken af komt te liggen. Het terras wordt gedraaid, waardoor het langtijdgemiddelde geluid in de dagperiode met 1 dB(A) en in de avond- en nachtperiode met 3 dB(A) afneemt ten opzichte van de oude situatie.
6
Samenvatting
Licht-, geur- en ongediertehinder – onvoldoende onderbouwd, nadelig voor leefomgeving en natuur De geplande aanbouw bestaat grotendeels uit glas en zal permanent worden verlicht, met name in de avonduren. In de ruimtelijke onderbouwing ontbreekt elke toetsing aan geldende normen of de wettelijke zorgplicht om lichthinder te voorkomen (zoals vereist onder het Activiteitenbesluit milieubeheer). Het is niet bekend of wordt voldaan aan de normen genoemd in de richtlijn lichthinder van Nederlands Stichting van Verlichtingskunde (NSVV). 17
Ook worden geen mitigerende maatregelen genoemd, zoals afscherming, automatische dimfuncties of beperking van gebruiksuren. Voor de direct omliggende woonarken en monumentale woningen betekent dit een verstoring van de nachtelijke rust, toenemende inkijk en verlies van duisternis in een tot nu toe rustige, schaduwrijke omgeving. Ook geurhinder vormt een belangrijk risico. Naast de geur van het bereiden van eten, zijn in de plannen afvalcontainers gesitueerd op slechts 15 meter van woonboten. Zeker in de zomer zal dit leiden tot stankoverlast door etensresten en horeca gerelateerd afval. Hierdoor kunnen de buitenruimtes, de tuinstroken, van de woonarken onbruikbaar worden. En er is geen aandacht besteed aan de risico’s van ongedierte. De combinatie van voedselafval, open water en korte afstand tot woningen maakt de kans op overlast door met name ratten zeer reëel. Ratten voelen zich thuis in waterrijke gebieden en worden sterk aangetrokken door voedselresten. Ook dit aspect had in de beoordeling van leefbaarheid en milieu meegenomen moeten worden. Licht, geur en ongedierte zijn essentiële aspecten voor een gezonde, veilige en leefbare omgeving. De huidige ruimtelijke onderbouwing negeert deze factoren volledig.
Wij verzoeken de gemeente daarom om aanvullend onderzoek te laten uitvoeren naar lichtemissie, geurbelasting en ongediertepreventie, en passende mitigerende maatregelen op te nemen in het besluit. Beantwoording
Geur: De keuken zal worden voorzien van een luchtbehandelingskast. In het Omgevingsplan zijn eisen opgenomen waaraan de afvoer van geur bij voedselbereiding moet voldoen. Dit kan via een afvoer of een geurinstallatie. Het bouwwerk zal aan deze eisen moeten voldoen. Ongedierte: In de uitwendige scheidingsconstructie worden geen openingen gemaakt die breder zijn dan 10 mm met uitzondering van een afsluitbare opening en een opening die uitmondig is van een voorziening voor luchtverversing, de afvoer van rook of ont- beluchting. Deze openingen breder dan 10mm in uitwendige scheidingsconstructie worden voorzien van ongedierte werende voorzieningen. De afvalbakken van het restaurant worden naast de Watertoren geplaatst. Daar zijn de huidige vuilcontainers nu ook geplaatst. Het is in Nederland voor voedselverwerkende bedrijven bovendien verplicht om HACCP en/óf een sectorspecifieke hygiënecode te hanteren. Bedrijven 18
moeten de bestrijding van ongedierte in hun HACCP-plan meenemen. Licht: Zie beantwoording onder indiener 1, onder punt 1. Gelet op het bovenstaande vinden wij aanvullend onderzoek naar lichtemissie, geurbelasting en ongediertepreventie niet noodzakelijk. Aanpassing 7
Samenvatting
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. In strijd met Delfts groen- en biodiversiteitsbeleid en ambities en voldoet niet aan eisen natuurinclusief bouwen In veel beleidsstukken benadrukt de gemeente het belang van stadsgroen voor de sociale cohesie, de fysieke en mentale gezondheid, de stadsnatuur, het voorkomen van wateroverlast en hittestress en vermindering van geluidsoverlast. De binnenstad is echter sterk versteend en het weinige groen is “sober”. Er is vooral een tekort aan struiken, die belangrijk zijn voor de biodiversiteit (Beheerplan Groen, Water en Recreatie 2024-2027; Visie groen en biodiversiteit). Het Kalverbos is een van de weinige rijke groene plekken in de binnenstad met veel struiken, leefgebied voor zgn. icoonsoorten als de merel en de egel. De gemeente wil nieuwe leefgebieden voor deze soorten aanleggen (Visie groen en biodiversiteit), maar staat tegelijkertijd toe dat een bestaande biotoop verstoord wordt door een restaurant. De gemeente stelt zich verder ten doel in de Visie Groen en Biodiversiteit om “minimaal” te voldoen aan het niveau van de Basis Kwaliteit Natuur (BKN). Belangrijke oorzaken van biodiversiteitsverlies zijn volgens de BKN o.a. versnippering en verkleining van het leefgebied en verstoring door menselijke activiteiten (Kennisdocument Basiskwaliteit Natuur, 2024).
Dat zijn precies de effecten die een restaurant zou hebben op het Kalverbos: een komen en gaan van mensen, verkeer, en kunstmatige verlichting die een bewezen negatieve impact heeft op nachtactieve soorten. Het Coalitieakkoord 2022-2026 kondigt verder aan dat overbodig versteend oppervlak vergroend moet worden. Een restaurant met terras heeft het tegenovergestelde effect: groen wordt versteend. De gemeente is niet alleen voornemens om dit toe te staan, het is ook onduidelijk welke eisen ze stelt aan de duurzaamheid van het project. 19
Volgens het Kader Natuurinclusief Bouwen moet de gemeente een minimale puntenscore vaststellen voor een bouwproject, vast te stellen op basis van (dier)soorten en hun leefgebieden, en de ligging ten opzichte van de stedelijke ecologische hoofdstructuur. Gezien het bovengenoemde zou ze hoge eisen moeten stellen voor de plannen voor Kalverbos 20. In plaats daarvan accepteert ze dat de plannen onvoldoende punten voor natuurinclusief bouwen halen, zoals blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing (Peutz), met de vage belofte dat daar in de uitwerking “invulling aan [wordt] gegeven”. De voorgestelde “maatregelen in de omgeving” ten behoeve van wormen en insecten lijken totaal niet in verhouding te staan tot de schade. Het lijkt ons onwaarschijnlijk dat de drukte en late openingstijden in een zeldzame groene plek gecompenseerd kunnen worden door duurzaam te bouwen. Maar dat zelfs hier blijkbaar geen strenge eisen aan gesteld worden, en dat de initiatiefnemer geen opdracht voelt de natuur serieus op te nemen in de plannen, is tekenend.
8
Beantwoording
Zie beantwoording onder indiener 1, onder punt 1, onder stadsnatuur.
Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan.
Samenvatting
Parkeerdruk, overlast en privacy schending – onjuiste aannames en gebrekkige onderbouwing De onderbouwing van het parkeerbeleid is gebaseerd op onrealistische aannames. Er wordt uitgegaan van parkeren in de Prinsenhofgarage waar de voetgangersingang op 450 meter afstand zit, terwijl zich op slechts 90 meter afstand aan het Kalverbos openbare parkeerplaatsen bevinden. In de praktijk zullen bezoekers eerder kiezen voor deze nabijgelegen plekken. De verplichting om parkeerkaarten aan te schaffen voor de parkeergarage zal dit gedrag niet wezenlijk veranderen. Hierdoor zal de parkeerdruk aanzienlijk toenemen. Omwonenden ervaren nu al forse overlast door bezoekers van koffiehuis Het Kalf, volle parkeerplekken, parkeren buiten de vakken en ontoereikende handhaving. Deze overlast speelt zich bijna dagelijks af tussen 06:30 uur en 14:00 uur. Met de komst van een nieuwe horecavoorziening 20
zal deze druk zich uitbreiden naar de middag en avond, en naar omliggende straten. Een vergelijkbare situatie bestaat in het Agnetapark, waar sinds de komst van horeca aanzienlijke parkeeroverlast is ontstaan. Ook daar werd verwezen naar de Prinsenhofgarage, maar in de praktijk wijken bezoekers uit naar omliggende straten. De parkeerproblematiek wordt inmiddels breed erkend, onder meer via online beoordelingen van gasten over de bereikbaarheid en het gebrek aan parkeerruimte. Dit toont aan dat de gekozen oplossing niet effectief is. Ook het fietsparkeren is problematisch. Volgens de regels moet dit op eigen terrein gebeuren. De ruimte tussen de watertoren en de tuinen van de woonarken is slechts 2 meter – te smal voor fatsoenlijke voorzieningen. Geparkeerde fietsen en passerende bezoekers zullen de toegang blokkeren en zorgen voor privacy verlies. De huidige plaatsing van fietsnietjes rondom de toren betekent dat bezoekers direct langs de entrees naar de woonarken bewegen. Dit veroorzaakt structurele hinder, geluidsoverlast en inkijk. Het verhoogde pad biedt vrij zicht op lagergelegen woonarken. Dit vraagt om mitigerende maatregelen, en zorgt voor een vermindering van woongenot. Bovendien blijkt uit kadastrale gegevens dat de grond rond de toren geen eigen terrein is.
Bezoekersstromen en bijkomend geluid bij de fietsparkeerplek (stemgeluid, afscheid nemen, fietskettingen, brommers) zijn niet meegenomen in de onderbouwing. Zeer zorgwekkend is de locatie voor laden en lossen: een smal voetgangersgebied dat pal langs de gevels van twee monumentale woningen loopt. De route is circa 50 meter, en vrachtwagens zouden hier achteruit inrijden onder begeleiding. Dit is onrealistisch en niet handhaafbaar. Het veroorzaakt een gevaarlijke situatie voor voetgangers, kinderen, fietsers en huisdieren. De impact van zware vrachtwagens is groot: trillingen, lawaai en manoeuvres hebben directe invloed op de woonkwaliteit. De gemeente had de verantwoordelijkheid om realistische scenario’s te berekenen en passende voorschriften te stellen. In plaats daarvan is gekozen voor een modelmatige benadering die geen recht doet aan de werkelijkheid.
21
Conclusie Het parkeer- en mobiliteitsbeleid is gebaseerd op theoretische modellen en wensdenken, zonder aansluiting op de feitelijke situatie. In Delft blijkt al dat vergelijkbare maatregelen – zoals bij het Agnetapark – niet functioneren en tot overlast leiden. Er is geen rekening gehouden met bestaande knelpunten zoals ruimtegebrek, parkeerdruk, handhavingsproblemen en de nabijheid van woonarken en monumentale huizen. De huidige plannen leiden tot onveiligheid, structurele overlast en aantasting van de woonkwaliteit. De gemeente heeft daarmee haar zorgplicht verzaakt en de belangen van omwonenden onvoldoende beschermd. Beantwoording
In de van de ontwerpomgevingsvergunning deel uitmakende ruimtelijke onderbouwing is voorts gemotiveerd dat het project in overeenstemming is met de gemeentelijke parkeernormen en over voldoende parkeerruimte beschikt. Bij de beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid hoeft alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. Een eventueel bestaand tekort kan als regel buiten beschouwing worden gelaten. Dit houdt in dat slechts rekening dient te worden gehouden met de toename van parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan ten opzichte van de reeds bestaande parkeerbehoefte (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1285). Op een maatgevend moment (werkdagochtend, werkdagmiddag, zaterdagmiddag en zondagmiddag) leidt het plan tot een extra parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats. Op de werkdagavond, koopavond, zaterdagavond neemt de parkeerbehoefte toe met 2 parkeerplaatsen. Deze parkeerbehoefte ontstaat vanuit bezoekers. Een van de voorwaarden om de vergunning te kunnen verlenen is dat er uitrijkaarten geregeld worden voor het parkeren in de Prinsenhofgarage. Deze moeten aantoonbaar gemaakt worden bij de aanvang van het gebruik van het pand.
Voor werknemers is er een afspraak gemaakt met ParkerenDelft, voor het gebruik van drie parkeerplaatsen in de Prinsenhofgarage. Om te waarborgen dat in de nodige parkeerruimte wordt voorzien én deze in stand wordt gehouden, is daarom in de voorwaarden bij deze omgevingsvergunning opgenomen dat tenminste 3 weken voor de aanvang van het gebruik van het pand 5 parkeerabonnementen voor parkeergarage De Prinsenhof worden overgelegd.
22
Op basis van de uitgevoerde onderzoeken zal een groot deel van de bezoekers reeds uit de omgeving komen, en/of op andere wijze dan met eigen auto naar het restaurant gaan. Op korte loopafstand is bus en tramhalte Nieuwe Plantage gelegen. Een groot deel van de bezoekers van het beoogde paviljoen zal – zeker ingeval bezoekers niet uit de directe omgeving komen - niet uitsluitend naar de binnenstad van Delft gaan om naar het paviljoen te gaan. Naar alle verwachting is dit bezoek complementair aan het bezoeken van het kunstcentrum of de verdere binnenstad van Delft. Hiermee is het ook te verwachten dat dit niet tot nauwelijks leidt tot extra verkeer, en dat dit ook geen sterke druk legt op de parkeersituatie in de omgeving van het plangebied. Als onderdeel van de omgevingsvergunning van 31 mei 2022 voor het verbouwen van het monumentale pomphuis en de reinwaterkelder naar een kunstcentrum Radius worden rondom de watertoren 16 fietsnietjes geplaatst. Dit geeft ruimte voor 32 fietsen. Met het realiseren van 32 fietsparkeerplaatsen wordt ruimschoots voldaan aan de parkeernorm. Er ontstaat door de huidige ontwikkeling een minimale extra parkeerbehoefte voor 2 fietsen, in aanvulling op de reeds aanwezige 16 fietsnietjes. Met het realiseren van 2 extra fietsnietjes kan worden voorzien in de fietsparkeeroplossing.
Wij stellen ons op het standpunt dat de ruimte rondom de watertoren genoeg ruimte biedt om deze 2 extra fietsnietjes te realiseren. Om te waarborgen dat in de nodige fietsparkeerruimte wordt voorzien én deze in stand wordt gehouden, is in de voorwaarden bij deze omgevingsvergunning opgenomen dat tenminste 3 weken voor de aanvang van het gebruik 2 extra fietsnietjes worden gerealiseerd. Met de toename van de parkeerbehoefte vindt geen onevenredige aantasting plaats van de parkeersituatie in de openbare ruimte en daarmee de woon- en leefsituatie. Derhalve kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Laden en lossen gebeurt via de openbare weg ten noorden van de Reinwaterkelder. Op de openbare weg wordt tot het trafostation (Kalverbos 8) gereden. Het verdere transport gaat via het looppad of via de tuin met behulp van karretjes naar binnen. Voor het laden en lossen wordt als voorschrift opgenomen dat de vrachtauto's achteruitrijden en dat dit onder begeleiding moet plaatsvinden. Dit is namelijk een potentieel gevaarlijke verkeersbeweging. Helemaal omdat er op verschillende momenten van de dag veel fietsers rijden op de route Wateringsevest-Nieuwe Plantage. Geluid van de vrachtwagens en het laden en lossen is onderzocht in het akoestisch onderzoek van DGMR. Aanpassing
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan.
23
9
Samenvatting
Onzekerheid over exploitatie – risico op onevenredige gevolgen en precedentwerking De vergunningverlening betreft een zelfstandige horecavoorziening met een aanzienlijk terras, midden in een cultuurhistorisch stadspark. Toch ontbreekt in de aanvraag en onderbouwing elk concreet gegeven over wie deze horecavoorziening zal exploiteren, welke openingstijden, doelgroep, bedrijfsconcept of gebruiks-vorm daaraan verbonden is. De gemeente verleent hiermee een ruimtelijke toestemming, terwijl het daadwerkelijke gebruik en de maatschappelijke impact onzeker zijn. Zonder concreet exploitatiemodel en onderbouwing van passend gebruik kan niet worden gegarandeerd dat: • Het restaurant aansluit bij de culturele functie van het pomphuis en het karakter van het park; • Het terrasgebruik beheersbaar blijft; • Er geen overlast of hinder ontstaat voor omwonenden en parkgangers; • Toekomstige exploitanten zich aan dezelfde uitgangspunten houden. Ten onrechte lijkt het plan alleen betrekking te hebben op het paviljoen, terwijl het deel uitmaakt van het watertorencomplex (pomphuis, kunstcentrum en toren). Deze vormen feitelijk één geheel, met gedeelde bezoekersstromen en gezamenlijke impact. Zorgwekkend is dat de ondernemer in het verleden, in strijd met de vergunning, grote feesten heeft toegestaan in en rond de watertoren en het pomphuis. Deze hebben tot ernstige overlast geleid.
Na een officiële waarschuwing en bestuurlijke boete zijn de activiteiten gestaakt. Het vertrouwen in de initiatiefnemer is daardoor beschadigd. In de huidige plannen ontbreekt juridische borging die herhaling voorkomt. De mogelijkheid van toekomstig evenementengebruik is reëel maar onbesproken. Door deze horecavoorziening in een beschermd stadspark toe te staan, ontstaat het risico op precedentwerking. Het besluit zet de deur open voor verdere intensivering, terwijl juist in kwetsbare gebieden zorgvuldigheid en 24
terughoudendheid vereist zijn. Een dergelijk besluit kan door initiatiefnemers als voorbeeld of argument worden gebruikt. Gelijke gevallen gelijk behandelen. Een concreet en veelgebruikt vergelijk is het Kruydt, dat eveneens gerealiseerd is als zelfstandige horecavoorziening in strijd met het geldende bestemmingsplan. Hoewel de vergunningverlening voor het Kruydt is omkleed met strikte voorwaarden en uitgebreide juridische borging, heeft deze afwijzing feitelijk precedentwerking gehad. Het wordt nu gebruikt als rechtvaardiging voor een vergelijkbare, maar minder goed onderbouwde horecaontwikkeling in het Kalverbos. En die vergelijking is zeer onzorgvuldig. De planologische impact verschilt enorm door onder andere de ligging op een terrein volledig omringd met bedrijfsruimtes, en de afstand van het restaurant ten opzichte van de omwonende (circa 50-60 meter), en de mogelijkheid om te parkeren op eigen terrein. De voorwaarde dat het restaurant geen café functie heeft, kan voor de voorziening in het Kalverbos niet opgaan gezien het restaurant ondersteunend moet zijn aan het kunstcentrum. Conclusie: De combinatie van onzekerheid, het ontbreken van juridische waarborgen, de brede impact van het watertorencomplex en het risico op precedenten maakt dit besluit maatschappelijk risicovol en ruimtelijk onzorgvuldig.
Wij verzoeken u pas een vergunning te verlenen als er een concreet, toetsbaar en juridisch geborgd exploitatieplan ligt – inclusief uitsluiting van grootschalige evenementen en maximale bescherming van de leefomgeving. Beantwoording
Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt voldoende duidelijk het type horecavoorziening, een restaurant met terras. Gelet op de Staat van Horeca activiteiten in bijlage 2 van het bestemmingsplan, wordt een restaurant gezien als categorie 1b ‘lichte horeca’. Dit zijn horecabedrijven die, gelet op hun activiteiten overwegend overdag en 's avonds zijn geopend en niet in de nacht. Dit hoofdzakelijk voor de verstrekking van etenswaren, maaltijden en dranken al dan niet in combinatie met het tegen vergoeding verstrekken van logies. Hierdoor veroorzaken zij slechts beperkte hinder voor omwonenden. Andere voorbeelden van deze categorie horeca zijn bijvoorbeeld een eetcafé of een kookstudio. Gelet op 2:28a, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft (APV) mogen horecabedrijven open zijn op zondag tot en met donderdag van 6:00 tot 1:00 uur, vrijdag en zaterdag van 6.00 tot 2.00 uur. Een terras mag 25
open zijn van 9.00 tot 1.00 uur. Naar aanleiding van de zienswijzen heeft de aanvrager aangegeven het terras om 23.00 uur te sluiten. Voor de overwegingen om medewerking te verlenen aan onderhavig omgevingsvergunning zullen wij dan ook expliciet uitgaan van een terras dat tot uiterlijk 23:00 zal worden gebruikt. Bij de beoordeling en daaruit voortvloeiende verlening van de vereiste exploitatievergunning uit artikel 2:27c, eerste lid APV zal dan ook toepassing worden gegeven aan artikel 2:28a, vierde lid, om de openingstijden te beperken en daarmee handhaafbaar te maken. Gelet op de stedenbouwkundige beoordeling is het bouwplan in samenhang met het monumentale complex van watertoren met pomphuis en omliggende omgeving beoordeeld. Het geven van feesten en partijen is binnen de reguliere bedrijfsvoering niet toegestaan. Wel kan de uitbater in voorkomende gevallen gebruikmaken van de regeling voor incidentele festiviteiten uit de Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft (artikel 4:7). Onder andere het aantal evenementen op jaarbasis en de uiterste eindtijd zijn daarbij aan voorwaarden gebonden. Verder zijn aan volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning verbonden: Ter plaatse van geluidsgevoelige gebouwen: 1. mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet hoger zijn dan 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode; 2.
mag het maximale geluidsniveau niet hoger zijn dan 70, 65 en 60 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode; 3. wordt bij de bepaling van genoemde geluidsniveaus ook het stemgeluid van personen op het terrein van de inrichting beschouwd; 4. worden bij de bepaling van het maximale geluidsniveau laad- en losactiviteiten in de dagperiode buiten beschouwing gelaten. Als de initiatiefnemer in strijd met de omgevingsvergunning, het Omgevingsplan of de bepalingen uit de APV handelt, kan hier handhavend tegen worden opgetreden. Elke ontwikkeling wordt op zichzelf beoordeeld en getoetst aan het geldende bestemmingsplan en beleid. Van een precedentwerking is geen sprake. Aanpassing 10
Samenvatting
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. Onnodige netbelasting door horeca-initiatief zonder draagvlak De geplande horeca-uitbreiding zal leiden tot een forse toename van het energieverbruik (keukenapparatuur, 26
terrasverwarming, verlichting, klimaatbeheersing) én tot teruglevering van zonne-energie via 100 m² zonnepanelen. In een regio met structurele netcongestie is dit onwenselijk. Schaarse netcapaciteit hoort beschikbaar te zijn voor maatschappelijke functies, woningbouw en verduurzaming – niet voor een commerciële horecavoorziening zonder aantoonbare behoefte of lokaal draagvlak. De gemeente dient een evenwichtige belangenafweging te maken (artikel 3:4, lid 2 Awb). In dit geval weegt het economische belang van een individuele exploitant niet op tegen de maatschappelijke nadelen van extra netbelasting, verstoring van de leefomgeving en het ontbreken van steun in de buurt. Deze ontwikkeling is niet doelmatig, niet duurzaam en niet gewenst. Beantwoording
Netcapaciteit behoort niet tot de fysieke leefomgeving, maar is een belang van de energievoorziening. Het realiseren ervan is een taak die bij de netbeheerder ligt. Gebrek aan netcapaciteit leidt vaak evenwel tot netverzwaring en uitbreiding. Dit heeft ook gevolgen voor de fysieke leefomgeving en de gebruiksmogelijkheden ervan. Gebrek aan netcapaciteit leidt vaak evenwel tot netverzwaring en uitbreiding. Dit heeft ook gevolgen voor de fysieke leefomgeving en de gebruiksmogelijkheden ervan. Omdat dit echter moet samenhangen met de fysieke leefomgeving, zal een gebrek aan netcapaciteit op zichzelf niet volstaan als weigeringsgrond voor een vergunning. Gelet op de capaciteitskaart van netbeheernederland is volgens de lokale netbeheerder Stedin in de gemeente Delft transportcapaciteit beschikbaar zonder wachtrij. (https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/) Nieuwe aanvragen voor een zware stroomaansluiting (meer dan 3x80 ampère) komen op een wachtlijst. Dit geldt voor grote bedrijven en instellingen. Kleine bedrijven zonder zware stroomaansluiting ondervinden geen gevolgen. Voor een restaurant met een bruto vloeroppervlak van circa 90 vierkante meter is niet de verwachting dat een zware stroomaansluiting nodig zal zijn.
Aanpassing 11
Samenvatting
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. Onvoldoende participatie en schijn van vooringenomenheid Vier jaar lang bleef elk contact met omwonenden uit. Slechts één informatieavond werd gehouden, waarna de initiatiefnemer zich volledig terugtrok – ondanks herhaalde oproepen van bewoners, raadsleden en de wethouder. Pas ná de ontwerpverklaring van geen bedenkingen werd opnieuw contact gelegd. Hoewel er inmiddels gesprekken 27
hebben plaatsgevonden, blijkt daaruit slechts beperkte bereidheid tot daadwerkelijke aanpassing van het plan. De initiatiefnemer heeft aangegeven het terras eventueel te willen verplaatsen naar een minder belastende locatie en wil afzien van nachtelijke openingstijden. Deze gebaren zijn op zichzelf welkom, maar blijven op cruciale punten onvoldoende. De omvang van het terras blijft bijvoorbeeld een punt van fundamenteel verschil: waar de initiatiefnemer eerder sprak over 80 zitplaatsen en nu 60 voorstelt. Onder bewoners is echter in principe géén draagvlak voor een zelfstandige horecavoorziening met een regulier terras. De voorkeur gaat uit naar een ondergeschikte horecafunctie, verbonden aan het kunstcentrum, passend binnen het culturele profiel van Radius – bijvoorbeeld met verruimde openingstijden bij lezingen, debatten of tentoonstellingen en dergelijke. Een klein terras van circa 10 tafels, in beperkte setting, zou daarbij kunnen passen. Het bouwen van een serre in het Kalverbos leidt tot verlies van waardevol groen en is in strijd met het biodiversiteitsbeleid en de doelstellingen van de gemeente Delft. De gemeente streeft ernaar om het Kalverbos groener en beter bereikbaar te maken, en benadrukt het belang van natuurinclusief bouwen.
Het vervangen van bestaand groen door bebouwing, zoals een serre, staat haaks op deze ambities en is daarom onnodig en geniet zeker niet onze voorkeur. Over tal van andere bezwaren – zoals geluidsbelasting, verkeer, afval en ecologische impact – wordt door de initiatiefnemer consequent heen gesproken, alsof deze bezorgdheden overdreven of niet relevant zouden zijn. Ook is er nog steeds geen sprake van een concreet exploitatieplan of juridische borging van gebruiksbeperkingen. Daarbij moet worden opgemerkt dat het terras nog altijd is ingetekend pal naast de woonarken, met de afvalvoorziening op slechts 15 meter van woningen. De suggestie dat de ligging ‘door de gemeente is ingetekend’ toont bovendien een afschuiving van verantwoordelijkheid, en laat zien dat de belangen van omwonenden in het ontwerptraject niet als uitgangspunt zijn genomen. De combinatie van late communicatie, summiere aanpassingen en het ontbreken van duidelijke randvoorwaarden bevestigt het beeld dat de participatie vooral formeel en achteraf is georganiseerd – niet als wezenlijk onderdeel van een zorgvuldige besluitvorming.