Nota Schuldhulpverlening 2025-2028
Tekst van het document
Nota Schuldhulpverlening 2025 - 2028
Inhoud 1. Voorwoord
3
5. Samenwerken met én voor Delft
22
2. Inleiding
4
2.1 Landelijke en Delftse situatie 2.2. Visie op schuldhulpverlening 2.3. Opbouw beleidsnota
6 6 7
5.1 (Financiële) partners in de stad 5.2 Andere ‘signaalpartners’ 5.3 Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid
23 23 24
6. Wat zijn onze ambities?
25
3. Ontwikkelingen binnen schuldhulpverlening
9
7. Wat gaan we doen?
27
3.1. Verkorting aflostermijn regelingen schuldsanering 3.2 Basisdienstverlening 3.3 Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden en (IBO) 3.4 Hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma
10 10 11 12
7.1 Maatregelen bij ambitie 1 7.2 Maatregelen bij ambitie 2 7.3 Maatregelen bij ambitie 3 7.4 Maatregelen bij ambitie 4
28 29 30 34
4. De Delftse praktijk
13
8. Indicatoren
36
4.1 Preventie 4.2 Geldzaken voor Elkaar 4.3 De Financiële Winkel van Delft 4.4 Speciale doelgroepen 4.5 Aanvullende voorzieningen 4.6 Doorontwikkeling schuldhulpverlening 4.7 Weigeren schuldhulpverlening 4.8 BKR-registratie
14 14 15 19 19 21 21 21
9. Financiën
40
9.1 Subsidies 9.2 Bijzondere bijstand budgethulp
41 41
Lijst met afkortingen
42
Colofon
44
Nota Schuldhulpverlening
2
1. Voorwoord Geldzorgen of schulden hebben effect op álle aspecten van het dagelijks leven. Ze kunnen invloed hebben op de gezondheid, het werk, het sociale leven en soms zelfs de woonsituatie van mensen. Ze kunnen de levens van individuen, van hele gezinnen ontwrichten. Daarom is het zo belangrijk dat we Delftenaren helpen om geldzorgen en schulden zoveel mogelijk te voor komen. En heeft iemand toch schulden? Dan willen we ervoor zorgen dat die zo snel mogelijk worden gestabiliseerd en opgelost. Hoe we dat als gemeente doen, leest u in deze nieuwe nota schuldhulpverlening. Sinds de vorige nota, die eind 2018 verscheen, is er veel gebeurd. De coronapandemie, de onthulling van de toeslagenaffaire, de stijgende woonlasten en hoge inflatie hebben grote impact op het leven van veel inwoners. Meer mensen hebben financiële problemen en de zorgen over (dreigende) schulden nemen toe. We willen dat iedereen volwaardig kan meedoen in onze samenleving. Financiële rust en zekerheid zijn daarvoor belangrijke voorwaarden. Wie met financiële problemen te maken heeft, weet niet altijd waar die terecht kan voor hulp. Daarnaast is de stap naar het vragen om hulp vaak groot. Voor veel mensen heerst er nog een taboe op het hebben van schulden, waardoor zij te lang
alleen blijven rondlopen met hun schulden en zorgen. En soms vertrouwen ze de overheid niet, of niet meer. Allemaal factoren die ertoe leiden dat inwoners niet of te laat hulp zoeken. Dat maakt de problemen vaak nog erger. Ook de komende periode zetten we ons daarom in om zoveel mogelijk mensen te bereiken met de beschikbare ondersteuning. En om zoveel mogelijk drempels weg te nemen die belemmeren om hulp te durven vragen. Hoe we dat doen? Bijvoorbeeld door met inwoners in gesprek te gaan over wat zij van ons nodig hebben. Maar ook door meer zichtbaar te zijn, dichtbij de Delftenaar. En door intensiever samen te werken met partners en bestaande netwerken rond mensen. Zo vergroten we niet alleen de bekendheid van beschikbare hulpverlening. Ook stimuleren we mensen zo om toch steun te zoeken. We zorgen dat hulp laagdrempelig beschikbaar is en bieden passende begeleiding, zodat mensen schuldenvrij kunnen blijven. In deze nota lichten we toe hoe we dit gaan doen. Dit doen we als gemeente, samen met onze partners, zoals professionals van de welzijnsorganisatie of vrijwilligers in de thuisadministratie. Alleen door samen de schouders eronder te zetten, kunnen we echt het verschil maken. En Delftenaren perspectief bieden op een duurzame schuldenvrije toekomst. Waarin ze volwaardig kunnen meedoen aan onze samenleving.
Joëlle Gooijer Wethouder Jeugd en Onderwijs, Armoede, Ouderen, Inclusief Samenleven
Nota Schuldhulpverlening
3
2. Inleiding
Nota Schuldhulpverlening
4
In Delft willen we dat een leven met financiële problemen niet gelijk staat aan een leven zonder toekomstmogelijkheden. Met gericht schuldhulpverleningsbeleid zetten we in op stabiele bestaanszekerheid en toekomstperspectief. Dit door waar mogelijk te voorkomen dat schulden ontstaan, oplopen en door te zorgen dat deze worden opgelost. Schulden leiden vaak tot andere zorgen. Bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, woonsituatie en relaties. Vaak is er sprake van stress, van zorgen om rond te kunnen komen en van schaamte. Schaamte zorgt ervoor dat mensen niet over hun financiële zaken durven te praten. Dit terwijl hulp en ondersteuning in een vroeg stadium zwaardere problematiek kunnen voorkomen. ‘Life-events’ zoals werkeloosheid en echtscheidingen zorgen ervoor dat mensen financiële problemen kunnen krijgen. In de praktijk is zichtbaar dat deze gebeurtenissen – en daarmee het wegvallen van inkomen – in combinatie met de huidige krapte op de woningmarkt met name leiden tot financiële problemen. Het tekort aan woningen zorgt voor lange wachtlijsten. Daarnaast maken de hoge huurprijzen het lastig voor iedereen om een betaalbare woning te krijgen. Persoonlijke factoren zoals chronische ziekte of psychische problemen zorgen ervoor dat mensen financiële problemen krijgen.
Daarnaast zijn sommige groepen mensen – waaronder jongeren, ouderen, ondernemers, laaggeletterden en mensen met een lichtverstandelijke beperking – ‘extra’ kwetsbaar om in armoede terecht te komen. Daarnaast hebben de verschillende crisissen van de afgelopen jaren (Covid-19, de stijgende energieprijzen en de torenhoge inflatie) ook hun sporen achtergelaten. Hierdoor zijn meer mensen (ook werkenden) in financiële
1 2
Schaarste: hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen; Mullainathan, Shafir (2013) Purpose, 2022
problemen terechtgekomen, met alle gevolgen van dien voor mens en maatschappij. Deze financiële problemen kunnen leiden tot schulden. Dit geldt voor veel Delftse inwoners. De complexiteit van het onderwerp raakt daarmee de leefwereld van zowel individuen als gezinnen en die van jongeren en ouderen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het hebben van geldzorgen of schulden (en daarmee het leven in armoede) stress en sociaal isolement kan veroorzaken. Zo ervaren mensen met geldzorgen en schulden dat zij hun autonomie, en daarmee de regie op het eigen leven, kwijtraken. Dit kan vervolgens leiden tot mentale en fysieke (gezondheids)problemen1. Het hebben van financiële problemen zorgt er ook voor dat de weg naar participatie en werk wordt belemmerd. Wantrouwen richting de overheid speelt ook een grote rol in het niet (willen) aanvragen of accepteren van hulp. Men is vaak terughoudend. Vooral na de toeslagenaffaire is het vertrouwen in de overheid aanzienlijk gedaald. Dit geldt met name bij de getroffen ouders, maar ook onder een bredere groep burgers. De drempel om te erkennen dat het niet lukt om geldzaken weer op orde te krijgen ligt hoog. Evenals de drempel om bij de gemeente aan te kloppen2.
Onder invloed van schaarste leven mensen meer van dag tot dag. Hierdoor nemen zij soms minder doordachte beslissingen. Het gevoel van zelfredzaamheid wordt daarmee negatief beïnvloed. Dit staat op gespannen voet met uitgangspunten van zelfredzaamheid, autonomie en het nemen van verantwoordelijkheid. Uitgangspunten die veelal centraal hebben gestaan in beleid en de uitvoeringspraktijk van de financiële hulpverlening. Het wordt steeds duidelijker dat het voor mensen in kwetsbare situaties niet altijd realistisch is om hier een beroep op te doen3. Ook wordt duidelijk wat de impact van financiële schaarste is op het doen- en denkvermogen van mensen onder stress. Een voorbeeld hiervan is dat er soms onverstandige beslissingen worden genomen als het om geld gaat, waardoor mensen uiteindelijk in de schulden raken. In dit geval ontstaan schulden door het eigen handelen. Desondanks willen wij ons de komende jaren nog meer inzetten om mensen met (problematische) schulden nóg eerder en sneller te helpen. Wij houden daarbij, naast de schuldenaar, ook het perspectief van de schuldeiser(s) in ogenschouw. Zowel op landelijk als lokaal niveau is er veel aandacht voor het tegengaan van financiële problemen en daarmee het versterken van de belangrijke voorwaarde voor bestaanszekerheid.
Als gemeente voelen we de noodzaak en verantwoordelijkheid om inwoners de mogelijkheid te bieden volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving door de financiële zorgen (zoveel als mogelijk) weg te nemen en een perspectief te bieden om uit de schulden te blijven of te komen. We doen dit samen met onze partners. We realiseren ons dat we niet alle problemen kunnen voorkomen en niet alle inwoners zich willen laten helpen. Toch willen we het maximale doen wat in onze mogelijkheden ligt. 3
(SCP 2020; WRR 2017).
Nota Schuldhulpverlening
5
We hebben daarbij extra oog voor jongeren, ouderen, ondernemers met schulden, laaggeletterden, anderstaligen en mensen met een lichtverstandelijke beperking (LVB). We nemen de vorige Nota Schuldhulpverlening als vertrekpunt en maken een verbinding met de Nota Armoede4.
2.1 Landelijke en Delftse situatie Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) presenteert jaarlijks gedetailleerde cijfermatige resultaten over het aantal Nederlandse huishoudens met geregistreerde problematische schulden. Op 25 november 2024 zijn er cijfers beschikbaar over de periode tot januari 2023.
Afbeelding 1 huishoudens met geregistreerde problematische schulden in Delft
Huishoudens met geregistreerde problematische schulden in Delft (%), 2023-01 Legenda minder dan 5,0 5,0 tot 7,0 7,0 tot 9,0 11,0 of meer onbekend
Sinds 2021 is landelijk een toename van het aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden te zien: van 7,7% in 2021, 8,1% in 2022 naar 8.8% (726.210 huishoudens) in 2023. Volgens het CBS komt dit vooral omdat schulden bij de Belastingdienst (onder meer ontstaan door toeslagen) in deze periode langer open zijn blijven staan5. Ook in Delft (met 104.572 inwoners) is tussen 2021 en 2023 sprake van een toename van 0,7% in het aantal mensen met geregistreerde problematische schulden tot 2023. Van 6,7% in 2021, 6,9% in 2022 naar 7,4% in 2023 (4.480 huishoudens). Net als op landelijk niveau bestaat de grootste groep met geregistreerde problematische schulden in Delft uit mensen die loon ontvangen als werknemer (37,9%), gevolgd door mensen met een bijstandsuitkering (19,2%) en daarna de mensen die loon/winst ontvangen als zelfstandigen (16,3%).
4 5
In de wijk Buitenhof wonen relatief de meeste mensen die onder de armoedegrens leven. Daarmee is het risico op schulden in deze wijk groter dan elders. 20,7% van de huis houdens heeft daar een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, waarvan 12,4% (920 huishoudens) geregistreerde problematische schulden heeft. De problemen zijn groot, de doelgroep omvangrijk en uit bovenstaande gegevens blijkt dat een daling nog niet is ingezet.
2.2. Visie op schuldhulpverlening In onze Sociale Visie 2018-2022 hebben we beschreven hoe we inwoners ondersteuning en zorg bieden die ze nodig hebben, samen met partners. Als het gaat om schuldenproblematiek ligt de nadruk in deze visie op het voorkomen van schulden en het zo vroeg mogelijk bieden van brede ondersteuning zodat mensen weer overzicht en ruimte krijgen om te werken aan een perspectief. Het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samen werken aan
Nota Armoede Vermogen van huishoudens - Materiële welvaart in Nederland 2024 | CBS
Nota Schuldhulpverlening
6
Delft’ onderstreept het belang om samen te werken met partners om inwoners met financiële problemen zo vroeg en goed mogelijk te helpen om andere problemen te voorkomen. We blijven ons inzetten voor verbetering en blijven zoeken naar manieren om de impact van schulden zoveel mogelijk te beperken en schuldhulpverlening te optimaliseren. De uitgangspunten van de nieuwe sociale basis nemen we mee in de verdere uitwerking en uitvoering van deze nota. In deze visie beschrijven we hoe wij onze rol zien bij het voorkomen van schuldenproblematiek en het oplossen hiervan. We proberen daarbij in onze gemeentelijke dienstverlening zoveel mogelijk aan te sluiten bij de leefwereld van de inwoner en te werken aan een integrale oplossing. We besteden daarmee ook aandacht aan andere sociaal-maatschappelijke oor zaken die (mogelijk) hebben geleid tot het ontstaan van schulden en aan factoren die het oplossen van schulden (eventueel) bemoeilijken. Andersom kijken we bij andere problemen of ook schulden een rol spelen.
“Het hebben van geldzorgen of schulden heeft een grote impact op de levens van mensen en hun gezinnen en gaat vaak samen met problemen op andere leefgebieden. Daarom bieden we zo vroeg mogelijk hulp om beginnende schulden te voorkomen of klein te houden. Omdat er altijd (externe) factoren buiten onze invloedsfeer blijven bestaan die leiden tot problematische schulden, zullen we de schuldenproblematiek niet volledig kunnen voorkomen. Daarom helpen en begeleiden we mensen met problematische schulden zo snel mogelijk zodat er rust ontstaat en ruimte voor perspectief. Dit doen we door de juiste instrumenten aan te reiken om zo goed mogelijk te kunnen reageren op veranderende omstandigheden. Hierbij hebben we aandacht voor het doen- en denkvermogen van de betrokkene en voor eventuele problemen op andere leefgebieden. Samen met partners en het persoonlijk netwerk van de betrokkene begeleiden we hen en lossen we deze problemen op. We zetten daarbij in op een duurzame schuldenvrije toekomst.”
2.3. Opbouw beleidsnota De raad stelt elke vier jaar een beleidsnota schuldhulpverlening vast. Deze verplichting volgt uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De Wgs is kaderstellend en omschrijft wat gemeenten moeten realiseren, maar laat ruimte voor eigen invulling zolang aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De belangrijkste voorwaarde is dat de schuldhulpverlening integraal moet worden opgepakt. Schulden komen namelijk zelden alleen. Ze gaan vaak gepaard met andere problemen, zoals werkeloosheid, laaggeletterdheid en een slechte gezondheid. De beleidsnota moet in ieder geval aangeven welke resultaten de gemeente in de betreffende periode wil behalen, hoe we de kwaliteit van de integrale schuldhulpverlening waarborgen, hoe de aanpak van schuldhulpverlening eruit komt te zien, de streeftijd voor het vaststellen van een hulpvraag en hoe de samenwerking met schuldeisers eruitziet. Hiermee voldoen we aan de wettelijke eisen rondom de resultaten, kwaliteit, wachttijden en hulpverlening. De vorige beleidsnota schuldhulpverlening liep tot en met 20226. In november 2023 is de raad geïnformeerd over het uitstel van de nieuwe nota schuldhulpverlening. Dit omdat er een aantal landelijke ontwikkelingen in 2023 en 2024 plaats zouden vinden die gevolgen hebben voor de gemeentelijke schuldhulpverlening.
Zo werd onder meer de aflosperiode gehalveerd en is een nieuwe koers bepaald die de basis van de gemeentelijke schuldhulpverlening overal (grotendeels) op gelijke voet zou brengen door verschillen in het aanbod en bereik tussen gemeenten te verkleinen.
6
2049933 College van B en W - nota schuldhulpverlening voor ondernemers Gemeente Delft (notubiz.nl)
Nota Schuldhulpverlening
7
In deze beleidsnota staan onze visie, ambities en maatregelen voor inwoners van Delft met geldzorgen en/of financiële problemen. De komende vier jaar zetten we ons huidige beleid rondom (het voorkomen van) schuldenproblematiek voort. We formuleren vier ambities om schulden waar mogelijk te voorkomen en inwoners met (problematische) schulden eerder en beter te helpen. Wij willen: 1. dat inwoners kunnen omgaan met geld; 2. meer inwoners met geldzorgen en/of beginnende betaal achterstanden eerder bereiken en laagdrempelig hulp bieden; 3. meer inwoners helpen met het oplossen van problematische schulden en snel perspectief bieden op een duurzame schuldenvrije toekomst; 4. vanuit onze rol als publieke schuldeiser geen onnodig hoge schulden veroorzaken en de totstandkoming van schuld regelingen niet in de weg staan.
Daarnaast werken we in de totstandkoming van deze nota ook nauw samen met onze partners in de stad. Zoals aangegeven is het niet realistisch om te denken dat schulden volledig kunnen worden voorkomen of worden opgelost. Er zullen altijd (externe) factoren zijn waar we geen invloed op hebben. Dit maakt dat er geen ‘best practice’ voorhanden is die de complexiteit van het hebben van financiële problemen volledig weg kan nemen. Toch blijven we ons hard maken om inwoners zo goed en zo snel mogelijk te helpen. Deze nota beschrijft hoe wij dit willen realiseren. Hierbij schetsen we eerst de landelijke ontwikkelingen. Daarna gaan we in op de huidige Delftse situatie en de samenwerking met partners. Ten slotte beschrijven we onze ambities, maat regelen en indicatoren om het effect van deze maatregelen in beeld te brengen.
In 2023 presenteerden we de eerste Nota Armoede in Delft. Armoede en schulden kunnen samengaan, maar dit is niet altijd het geval. Door de link tussen beide onderwerpen is de eerste ambitie uit deze nota gelijk aan een van de ambities uit de Nota Armoede. Aan deze ambities verbinden we in deze nota aanvullende maatregelen. Deze nota richt zich, net zoals de Nota Armoede, in het bijzonder op de specifieke doelgroepen jongeren, ouderen, ondernemers met schulden, laaggeletterden, anderstaligen en mensen met een lichtverstandelijke beperking (LVB). Dit omdat deze groepen kwetsbaarder zijn en een hoger risico lopen op financiële problemen én omdat we hen nog onvoldoende in beeld hebben.
Nota Schuldhulpverlening
8
3. Ontwikkelingen binnen schuldhulpverlening
Nota Schuldhulpverlening
9
Zowel op landelijk als lokaal niveau is er veel aandacht voor het onderwerp schuldhulpverlening. Ook zijn er veel ontwikkelingen in de maatschappij en de wetgeving. Het effect van het hebben van schulden op het welzijn van de mens is de afgelopen tijd steeds duidelijker geworden. Deze inzichten hebben gezorgd voor een aantal ingrijpende, maar belangrijke ontwikkelingen binnen de schuldhulpverlening. In dit hoofdstuk zullen we de belangrijkste (landelijke) ontwikkelingen kort in chronologische volgorde de revue laten passeren.
3.1. Verkorting aflostermijn regelingen schuldsanering Op 1 juli 2023 vond binnen de schuldhulpverlening een ‘historische’ verandering plaats. Per 1 juli werd de aflostermijn van zowel de wettelijke schuldsaneringsregelingen (Wsnp) en minnelijke schuldsaneringsregelingen (Msnp) gehalveerd. Sindsdien hoeven inwoners met problematische schulden die starten met een traject ‘maar’ 18 maanden af te lossen, in plaats van 36 maanden. Het doel van de verkorting is om mensen met schulden eerder perspectief te geven op een nieuwe start en om de drempel voor het zoeken van hulp te verlagen.
3.2 Basisdienstverlening Het kabinet, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de koepelvereniging voor schuldhulpverlening NVVK en de vereniging van directeuren in het sociaal domein Divosa hebben in maart 2024 een ‘basisdienstverlening schuldhulp verlening’ geformuleerd. Deze basisdienstverlening moet leiden tot een hulpaanbod dat toegankelijker is en in iedere gemeente
7
bestaat uit minimaal dezelfde elementen zodat verschillen tussen gemeenten onderling zoveel mogelijk beperkt blijft. Hoe gemeenten hun inwoners met schulden ondersteunen, bepalen gemeenten zelf. Het plan is een reactie op constateringen, zoals die van de Nationale Ombudsman, dat de toegankelijkheid van schuldhulpverlening sterk kan verschillen per gemeente. De introductie van een ‘basisdienstverlening’ trekt de dienstverlening op het gebied van schulden gelijk. Voor onder meer de implementatie van de basisdienstverlening kent het Rijk de € 40 miljoen die in 2023 incidenteel werd verstrekt aan gemeenten, vanaf 2024 structureel toe. Onder de basisdienstverlening valt onder andere een hulpaanbod dat toegespitst is op verschillende focusgroepen. Ook het standaard aanbieden van een saneringskrediet met aflostermijn van 18 maanden en het bieden van begeleiding en nazorg zijn onderdeel van de basisdienstverlening. Zo hebben de betrokken partijen afgesproken dat er bijvoorbeeld altijd persoonlijk contact wordt opgenomen als iemand na afronding van een schuldhulptraject opnieuw in de schulden dreigt te komen7.
Invoering van de basisdienstverlening moet zorgen voor een verdubbeling van het aantal mensen dat met hulp van de gemeente duurzaam schulden oplost. Er zijn namelijk voldoende mogelijkheden om binnen de bestaande decentrale kaders aan verbeteringen te werken. Van belang hierbij is dat enerzijds gezamenlijk erkend wordt dat de basisdienstverlening de beste kans biedt op succesvolle schuldhulp en anderzijds gemeente raden in staat stelt om hun controlerende taak nog beter uit te voeren. Om hiertoe te komen, worden de volgende stappen gezet: • Het maken van bestuurlijke afspraken waarin partijen zich committeren aan de inhoud van de basisdienstverlening om gezamenlijk te zorgen voor een zo goed mogelijke implementatie binnen decentrale stelsel; • Samenwerken aan een actieplan waarin elementen van de basisdienstverlening worden omgezet in concrete handvatten voor gemeenten. Zie afbeelding hieronder voor het actieplan met alle twintig elementen; • Zorgen voor een monitor die op lokaal niveau het resultaat en de kwaliteit van de schuldhulpverlening in kaart brengt, zodat gemeenten meer inzicht hebben op de impact van implementatie van de basisdienstverlening. Ook geeft het gemeenteraden meer inzicht waardoor zij de controlerende en sturende functie goed kunnen vervullen.
Hoofdstuk 7 gaat verder in op de basisdienstverlening, in hoeverre wij hier als gemeente al aan voldoen en welke stappen we nog te zetten hebben.
Basisdienstverlening schuldhulpverlening in iedere gemeente | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl
Nota Schuldhulpverlening
10
Afbeelding 2 overzicht elementen basisdienstverlening8
.
3.2.1 Data Delen Armoede en Schulden (DDAS) Het project Data Delen Armoede en Schulden (DDAS) is een invulling van de basisdienstverlening schuldhulpverlening en betreft een onderdeel van het plan om schuldhulpverlening te versterken. In het project werken de NVVK, Divosa, de VNG en het CBS samen om periodiek geautomatiseerde gegevens over armoede en schulden beschikbaar te stellen. Hiervoor wordt input gevraagd aan gemeenten. Dit leidt tot beter inzicht in cijfers zoals doorlooptijden en achtergrondkenmerken van 8
basiselementen1.pdf
specifieke doelgroepen, wat kan dragen aan gerichter beleid en effectievere hulpverlening.
3.3 Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden en Interdepartementaal Beleidsonderzoek Armoede en Schulden (IBO) In 2021 had 7,6% van de Nederlandse huishoudens geregistreerde problematische schulden. Dit percentage is
sinds 2015 nauwelijks gedaald. Mede daarom is in de afgelopen kabinetsperiode (Rutte-IV) toenmalig minister Schouten voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioen gestart met de aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden9. Deze meerjarige aanpak had als doel om het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030 te halveren ten opzichte van 2015. Hiervoor zijn verschillende maatregelen genomen. In het verlengde daarvan werd ook opdracht gegeven voor een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO). Dit is een ambtelijk en onafhankelijke onderzoek waar beleidsopties worden ontwikkeld10. Het doel van dit IBO was om meer inzicht te krijgen in het ontstaan, de opstapeling van en de gevolgen van problematische schulden bij huishoudens en de effectiviteit van schuldhulpverlening om vervolgens te komen tot beleidsopties. De resultaten van dit rapport zijn op 27 juni 2024 aangeboden aan de Kamer. In het IBO-rapport staan zes essentiële maatregelen en veertien praktische maatregelen voor een betere schuldenaanpak. Het rapport is landelijk positief ontvangen.
Hieronder volgen de zes essentiële maatregelen uit het rapport11: • Integraal schuldenoverzicht: Een centraal schuldenoverzicht bundelt alle schulden van een huishouden, biedt gecontroleerde toegang voor hulpverleners en deurwaarders, en ondersteunt vroegsignalering, terwijl privacy-obstakels onder de huidige AVG-regels zijn weggenomen. • Eén loket voor overheidsincasso: 1 vorderingsoverzicht, 1 gezamenlijke betalingsregeling, 1 partij die gemachtigd is om maatwerk te bieden. Wordt op termijn uitgebreid met medeoverheden (maatregel is al in gang gezet).
9
https://open.overheid.nl/documenten/ronl-6b3b1f4caacf55dd31f7f7ef473d65702c112fb2/pdf 10 18 TAAKOPDRACHTEN IBO’S | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid 11 Naar een beter werkende schuldenketen - met bijlagen 1 t/m 10 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
Nota Schuldhulpverlening
11
• Zorgplicht gerechtsdeurwaarders: Deurwaarders moeten schuldenoploop voorkomen, debiteuren doorverwijzen naar schuldhulp bij beperkte betaalcapaciteit en worden hiervoor beloond met een sociaal tarief. • Collectief afbetalingsplan: De schuldbemiddelaar verdeelt de afloscapaciteit over schuldeisers, pauzeert incasso-activiteiten en is verplicht schuldhulp te adviseren bij te hoge schuldenlast, vergelijkbaar met vroegsignalering. • Verbeteren kwaliteit schuldhulp: Om de kwaliteit van schuldhulp te verbeteren en gemeentelijke verschillen te verkleinen, wordt een verplicht traject van leren en verbeteren gestart, waarbij de NVVK-gedragscodes, convenanten en basisdienstverlening wettelijk worden vastgelegd voor gemeenten en schuldeisers, evenals minimumeisen voor budgetbegeleiding, -beheer en nazorg. • Eén helder schuldentraject: De nieuwe regeling begint met een automatisch moratorium en duidelijke regels voor de verdere afwikkeling, waarbij gemeenten schuldregelingen bindend kunnen maken als 2/3 van de schuldeisers instemt, met ruimte voor bezwaar en beroep. Het centraliseren van schuldregeling wordt ook als beleidsoptie wordt overwogen.
In het regeerprogramma12 van 13 september 2024 is dit hoofdlijnenakkoord verder uitgewerkt. Hierin geeft het kabinet aan met een integraal pakket aan met een Nationaal programma Armoede en Schulden te komen om het aantal huishoudens met problematische schulden terug te dringen. In dit programma wordt voorgebouwd op het IBO. Verder wil het kabinet onder andere samen met gemeenten mensen met geldzorgen op buurtniveau helpen, maatregelen nemen om de kwaliteit van schuldhulpverlening te verbeteren en de verschillen tussen gemeenten verkleinen, investeren in vroegsignalering en afspraken maken met schuldeisers om meer schulden te voorkomen. Dit betekent dat de ‘Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden’ van het vorige kabinet over gaat in het Nationaal programma Armoede en Schulden. In hoeverre de plannen van het kabinet invloed hebben op de uitvoering van schuldhulpverlening door gemeenten is nog niet bekend. In het voorjaar van 2025 wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitwerking ervan.
3.4 Hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma Op 16 mei 2024 is het nieuwe hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet gepubliceerd. Hierin is aandacht voor het verbeteren van de (gemeentelijke) schuldhulpverlening waarbij de focus zal liggen op de aanpak van de problematiek bij de bron.
12 Regeerprogramma kabinet-Schoof | Publicatie | Rijksoverheid.nl
Nota Schuldhulpverlening
12
4. De Delftse praktijk
Nota Schuldhulpverlening
13
De gemeentelijke schuldhulpverlening wordt in Delft namens het college uitgevoerd door de Financiële winkel van Delft (Financiële Winkel). Dit gebeurt in samenwerking met verschillende partners, waaronder vrijwilligersorganisaties. In dit hoofdstuk beschrijven we de huidige Delftse praktijk rondom het voorkomen en oplossen van financiële problemen.
4.1 Preventie Het doel van preventie is om financiële zorgen en problemen zoveel mogelijk te voorkomen, maar ook om te voorkomen dat financiële problemen erger worden.
Communicatie In Delft leggen we de focus allereerst op het zoveel mogelijk voorkomen van schulden. Voorkomen is immers beter dan genezen. Hierbij richten we ons op iedereen, omdat iedereen hiermee te maken kan krijgen. Dit doen we door blijvend in te zetten op het vereenvoudigen van de eigen communicatie met inwoners om hen beter en eerder te bereiken en zo nodig toe te kunnen leiden naar hulp. Door het vereenvoudigen van de communicatie willen we ons bereik, en daarmee onze vindbaarheid, vergroten, het taboe rondom financiële problemen doorbreken en de Financiële Winkel nog meer onder de aandacht brengen.
Week van het Geld Tijdens de landelijke Week van het Geld wordt jaarlijks aandacht besteed aan educatie en bewustwording over geldzaken. De week is bedoeld door kinderen en jongeren (en hun ouders). De Week van het Geld is een initiatief van het platform Wijzer in geldzaken. Wijzer in geldzaken wil kinderen en jongeren (en hun ouders) voorbereiden op een toekomst waarin ze financieel zelfstandig kunnen zijn. De Week van het Geld speelt daarbij een belangrijke rol, doordat het de ontwikkeling van financiële
vaardigheden bij kinderen en jongeren stimuleert, zowel thuis als op school. De gemeente Delft doet sinds 2020 mee aan de Week van het Geld. Samen met organisaties uit de stad maken we elk jaar een programma zodat kinderen en jongeren, in elk geval in deze week, financiële educatie krijgen op school, thuis of in de buurt. Uit recente rapporten blijkt dat de financiële situatie van veel jongvolwassenen zorgwekkend is. Zij hebben vaak moeite om hun uitgaven in balans te houden, kampen met schulden bij familie of doen aankopen op afbetaling. Om deze redenen blijven we ons inzetten voor een bredere betrokkenheid bij de Week van het Geld in Delft.
Nederlandse Schuldhulproute Om schulden zoveel mogelijk te voorkomen of in een vroeg stadium aan te pakken, werken we sinds 2018 samen met Geldfit. Sinds 2020 is Geldfit geïntegreerd in de Nederlandse Schuldhulproute (NSR). Samen met gemeenten, bedrijven en andere partners werkt de NSR aan een Nederland zonder geldzorgen. Zij proberen inwoners op verschillende manieren toe te leiden naar de juiste hulp. Via Geldfit kunnen inwoners (zowel particulieren als onder nemers) aan de hand van een vijftal vragen anoniem vaststellen of zij financiële problemen hebben en (indien dat het geval is) ontvangen zij een passend advies bij hun situatie. Is sprake van financiële problemen, dan wordt de inwoner doorverwezen
naar de Financiële Winkel en/of vrijwilligersorganisaties in Delft die hulp kunnen bieden. Geldfit is een manier voor inwoners om laagdrempelig te zoeken naar beschikbare hulp. Door de aansluiting bij Geldfit hopen we dat meer inwoners de weg naar hulp weten te vinden en zich hiervoor (het liefst tijdig) aanmelden. Ook biedt Geldfit hulpmiddelen en tips over geld om inwoners verder op weg te helpen.
4.2 Geldzaken voor Elkaar De formulierenbrigade van Delft voor Elkaar, Humanitas thuisadministratie en ISOFA SchuldHulpMaatje Delft zijn orga nisaties die, met inzet van vrijwilligers, inwoners ondersteunen bij hun administratie, financiën en schulden. Zij zijn daarbij aanvullend en ondersteunend aan de beroepskrachten in de keten. Deze organisaties hebben een bestaand netwerk binnen de gemeenschap en zijn vertrouwd met de lokale context. Daarnaast kennen ze de mensen ook vaak persoonlijk. Dit stelt hen in staat om snel, vroegtijdig en effectief contact te leggen met inwoners die geldzorgen of schulden hebben, maar die mogelijk terughoudend zijn om direct naar de gemeente te stappen. Zij staan inwoners bij als het gaat om hulp bij het op orde brengen van de administratie en/of financiën. Inwoners kunnen hiervoor trainingen volgen en thuis begeleiding krijgen. Een getrainde vrijwilliger biedt hierbij hulp door te luisteren naar waar de schoen wringt en samen te zoeken naar oplossingen. Ook wordt hulp geboden bij het inzichtelijk maken en op orde brengen van de inkomsten en uitgaven en wordt er geholpen bij diverse aanvragen, zoals het aanvragen van toeslagen. De nabijheid en de persoonlijke benadering van vrijwilligersorganisaties kunnen de drempel voor het zoeken van hulp bij inwoners
Nota Schuldhulpverlening
14
verlagen. Door het bieden van deze hulp vervullen deze organisaties een belangrijke rol in het voorkomen en oplopen van financiële problemen en in het bereiken van inwoners. Sinds maart 2023 zijn ISOFA SchuldHulpMaatje Delft, Delft voor Elkaar en Humanitas Thuisadministratie Delft gestart met een gezamenlijk loket ‘Geldzaken voor Elkaar’. Dit loket is bedoeld om de toegankelijkheid en vindbaarheid van de preventieve hulpverlening bij schulden voor alle inwoners van Delft te vergroten. Zij vormen hiermee tevens het voorliggend veld. De ondersteuning van en samenwerking met deze externe partijen is daarmee van grote toegevoegde waarde. Geldzaken voor Elkaar heeft daarnaast een website met informatie over verschillende life-events om inwoners te informeren over de gevolgen hiervan en advies.
Doelgroep vrijwilligersorganisaties In de praktijk is de werkdruk van beroepskrachten hoog en is er sprake van wachtlijsten. Onder andere hierdoor ontvangen de organisaties van Geldzaken voor Elkaar regelmatig doorverwijzingen of aanmeldingen van inwoners zelf met financiële of administratieve problemen én problematiek die te zwaar en complex is voor begeleiding door vrijwilligers. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om onbehandelde verslavingsproblematiek, multi-problematiek of als inwoners geen leervermogen hebben. De ondersteuning van deze organisaties is immers in principe tijdelijk. Vrijwilligersorganisaties toetsen in hun intakeproces zelf of de situatie passend is voor ondersteuning door vrijwilligers, maar het is van groot belang dat verwijzers zich hier ook van bewust blijven.
4.3 De Financiële Winkel van Delft De Financiële Winkel van Delft spant zich in om inwoners met (problematische) schulden te ondersteunen. Dit doet zij door middel van 100%-betaalregelingen, schuldbemiddeling of schuldsanering. Verder biedt de Financiële Winkel ook voor lichting. Dit onder meer in het kader van het in balans brengen van inkomsten en uitgaven, om financiële zelfredzaamheid te bereiken. Daarnaast probeert de Financiële Winkel door preventie (onder meer financiële educatie door voorlichting en trainingen), vroegsignalering, budgetbeheer en het bieden van ondersteuning bij de aanvraag voor bewindvoering om (problematische) schulden te voorkomen of zo snel mogelijk aan te pakken. De Financiële Winkel is als schuldhulpverlenende organisatie lid van de NVVK en heeft als kerntaak het regelen van schulden. Om lid te worden moet de dienstverlening aan bepaalde voorwaarden voldoen die middels een audit gecontroleerd worden. Het doel van de Financiële Winkel is om een helpende hand te bieden en de regierol te nemen bij het voorkomen én oplossen van (problematische) schulden bij inwoners, veelal in de vorm van een schuldregeling (schuldbemiddeling of saneringskrediet). Alle inwoners van de gemeente Delft die 18 jaar of ouder zijn en financiële problemen hebben, hebben recht op schuldhulpverlening. Dat geldt ook voor de zelfstandige ondernemers.
De Financiële Winkel kan verschillende producten inzetten voor hulp bij schulden, zoals een intakegesprek, crisisinterventie, voorlichting, trainingen, stabilisatie, saneringskredieten, minnelijke regelingen en het bieden van nazorg.
Nota Schuldhulpverlening
15
Nota Schuldhulpverlening
16
Cijfers Financiële Winkel Landelijk is het aantal aanmeldingen voor hulp bij de financiële situatie gestegen van 75.553 in 2022, naar 79.514 in 202313. Ook in Delft zien we in 2023 een stijging in het aantal aanmeldingen (478) bij de Financiële Winkel ten opzichte van 2022 (391). De inzet om meer mensen te bereiken door onder meer vroegsignalering lijkt effect te hebben. In 2022 heeft 80% van deze aanmeldingen geleid tot een intake. In 2023 betrof dit 66%. Deze daling is vooral te wijten aan het feit dat niet iedere aanmelder verschijnt op het gesprek; we proberen dan te achterhalen wat de oorzaak hiervan is, zodat de aanmelder alsnog op gesprek komt. Bovendien blijkt dat niet iedere aanmelder uiteindelijk gebruik wil of kan maken van het aanbod van de Financiële Winkel. We hebben mede hierdoor nog meer ingezet op de laagdrempeligheid, aanpassingen van het intakeproces en het vergroten van de zichtbaarheid. 46% van deze intakes heeft in 2022 geleid tot een schuldregeling. In 2023 betrof dit 29%. Dit is hoger dan het landelijk gemiddelde van 28%, maar lager dan het jaar ervoor en lager dan we beogen.
Vroegsignalering In 2018 zijn we in Delft als een van de eerste gemeenten begonnen met vroegsignalering. Sinds 2021 is dit een wettelijke taak van gemeenten. Vroegsignalering is een samenwerking tussen de gemeente en vastelastenpartners (ook wel signaalpartners). Dit zijn op dit moment woningverhuurders, zorg verzekeraars, energieleveranciers en waterbedrijven. Zodra één van deze signaalpartners een achterstand constateert bij een Delftse inwoner (en de sociale incassoprocedure niet heeft
geholpen), dan wordt dit doorgegeven aan een speciaal team binnen de Financiële Winkel. De Financiële Winkel benadert de bewoner daarna actief om een hulpaanbod te doen. Dit zodat problemen vroegtijdig worden onderkend en inwoners met financiële zorgen tijdig in beeld worden gebracht. Zo kunnen we in een vroegtijdig stadium een oplossing aanbieden en verdere escalatie voorkomen. Het bieden van een hulpaanbod gebeurt op verschillende manieren: door het versturen van een kaart of e-mail, het telefonisch benaderen van de inwoner of door middel van een huisbezoek. Inwoners hebben daarna de keuze om het hulp aanbod te accepteren of niet. Als we de inwoners met betaalachterstanden bereiken, doen we er alles aan om hen ervan te overtuigen het hulpaanbod te accepteren, zodat financiële problemen niet problematisch worden.
die gemeenten verrichten om mensen met dreigende schulden te bereiken, lopen echter uiteen. Het kabinet heeft geen richt lijnen meegegeven waar deze aanpak aan moet voldoen. Het verschil in aanpak heeft ook te maken met het budget en de mankracht die de gemeente beschikbaar stelt. Een aanbeveling van de ombudsman aan gemeenten is om hun communicatie beter aan te laten sluiten bij de leefwereld van de burger en zo de kans op het krijgen van contact te vergroten. De ombudsman roept op met name te investeren in persoonlijk contact. Vroegsignalering biedt gemeenten namelijk de mogelijkheid om écht in gesprek te gaan met burgers en te luisteren naar hun verhaal. Zo kunnen ze de hulp bieden waar veel huishoudens behoefte aan hebben. Mede daarom wordt de minister opgeroepen om samen met gemeenten en vastelastenpartners minimumvereisten voor de aanpak van vroegsignalering af te spreken14.
Onderzoek Nationale Ombudsman Landelijk wordt ook veel aandacht besteed aan vroegsignalering. Zo heeft de Nationale Ombudsman in 2023 een onderzoek gedaan naar de effectiviteit van vroegsignalering. Het onderzoeksrapport met de titel ‘Hoe eerder hoe beter’ verscheen in februari 2024. De Nationale Ombudsman concludeert hierin dat sprake is van te grote verschillen in de werkwijze van gemeenten om inwoners met financiële problemen te helpen: Gemiddeld duurt het vijf jaar voordat iemand met schulden zelf bij zijn of haar gemeente aanklopt voor hulp. Tegen die tijd is de schuld vaak opgelopen tot gemiddeld € 40.000 per persoon, met in veel gevallen wel vijftien schuldeisers. Gemeenten zijn daarom verplicht om inwoners met schulden proactief hulp aan te bieden vanuit de aanpak vroegsignalering. De inspanningen
Voor de uitvoering van vroegsignalering ligt een goede basis in Delft. Toch zien we nog mogelijkheden om vroegsignalering en de samenwerking met signaalpartners door te ontwikkelen. Daarom is dit een van de maatregelen voor de komende jaren. Dit is in deze nota verder uitgewerkt in hoofdstuk 7.
Minnelijke schuldhulpverlening: van intake naar plan van aanpak Een inwoner met een schuldhulpvraag kan zichzelf aanmelden bij de Financiële Winkel. Dit kan zowel digitaal als telefonisch door te bellen naar 14015. Als de inwoner een begeleider, bewindvoerder of budgetbeheerder heeft, kunnen zij de aanmelding ook voor de inwoner doen. Het eerste gesprek
13 De cijfers - Jaarverslag 2023 (nvvk.nl) 14 Gemeenten moeten meer doen om burgers met dreigende schulden te bereiken | Nationale Ombudsman
Nota Schuldhulpverlening
17
waarin de hulpvraag wordt vastgesteld, vindt maximaal binnen vier weken plaats nadat de inwoner een melding heeft gedaan bij de Financiële Winkel of, in het geval van vroegsignalering, nadat de inwoner het aanbod voor een intakegesprek heeft geaccepteerd. Is er sprake van een dreigende (crisis)situatie, dan vindt binnen drie werkdagen na de melding het eerste gesprek plaats om de hulpvraag vast te stellen. Hiervoor is een noodprocedure ingesteld, zodat iemand in een crisissituatie zo snel mogelijk geholpen wordt. In deze fase is vaak al sprake van (problematische) schulden bij de inwoner en ligt de focus op het oplossen van de bestaande problemen. Na de intake wordt de inwoner geholpen om de inkomsten en uitgaven in balans te brengen (stabilisatiefase). Hierbij is het van belang dat de inkomsten worden gemaximaliseerd en de uitgaven tot een minimum worden beperkt. Daarnaast mag ook geen sprake zijn van een crisissituatie. Zodra de situatie ‘stabiel’ is, inzichtelijk is gemaakt wat de totale schuld is, de betreffende schuldeisers en de afloscapaciteit is berekend, wordt overgegaan tot het treffen van een schuldregeling. Aan de hand van de afloscapaciteit wordt een voorstel voor afkoop aan de schuld eisers gedaan. Indien schuldeisers niet vrijwillig akkoord gaan, kan de rechter de redelijkheid van weigering toetsen en hen alsnog dwingen akkoord te gaan middels een dwangakkoord.
Wanneer de vrijwillige (minnelijke) schuldregeling niet geslaagd is, kan de rechter worden gevraagd om de klant toe te laten tot het wettelijk schuldregelingstraject (Wsnp). De inwoner wordt geholpen met een structurele oplossing voor de schulden. Dit kan door middel van een saneringskrediet of een schuldbemiddeling: • In geval van een saneringskrediet wordt een keer berekend wat iemand kan aflossen. Na een akkoord met alle schuld
eisers worden de schulden in één keer afbetaald. Om dit te kunnen betalen, sluit de inwoner een saneringskrediet af bij de Gemeentelijke Kredietbank. De inwoner heeft dan nog maar één schuldeiser en moet het krediet daarna binnen 18 maanden aflossen. • In geval van een schuldbemiddeling wordt de afloscapaciteit berekend en wordt dat bedrag maandelijks gespaard voor een periodieke aflossing van de schulden. Gedurende de schuldregeling vindt regelmatig een herberekening van de afloscapaciteit plaats. Als blijkt dat de afloscapaciteit is veranderd, bijvoorbeeld omdat het inkomen is gestegen of gedaald, verandert het aflosbedrag ook. Na 18 maanden schelden schuldeisers de restschuld kwijt. Waar mogelijk, zetten we in op een saneringskrediet omdat het hebben van één schuldeiser dit veel schuldenrust geeft bij inwoners en dit zowel voor schuldeisers als schuldhulpverleners leidt tot minder administratieve belasting. Als schuldhulpverlening wordt ingezet, krijgt de inwoner een beschikking met een plan van aanpak. Vanaf het moment dat de inwoner wordt toegelaten tot schuldhulpverlening, heeft deze een inlichting- en medewerkingsplicht.
Dit betekent onder andere het tijdig aanleveren van noodzakelijke informatie- en bewijsstukken die de Financiële Winkel zelf niet kan verkrijgen, het nakomen van afspraken zoals vastgelegd in de schuldenovereenkomst, geen nieuwe schulden aangaan (onder andere door de inzet van verplicht budgetbeheer) en het houden aan de bepalingen van het plan van aanpak in de schuldenovereenkomst. De schuldhulpverlening die de Financiële Winkel biedt, wordt integraal benaderd. Dit betekent dat er verder wordt gekeken
Nota Schuldhulpverlening
18
dan alleen de schulden. In de praktijk blijkt namelijk vaak dat de inwoner met schulden op meer gebieden problemen heeft, bijvoorbeeld in relatie tot werk of gezondheidsproblematiek. De schuldhulpverlener vraagt in het eerste gesprek niet alleen naar de schulden, maar brengt ook de rest van de situatie in kaart. Is er sprake van meervoudige problematiek, dan wordt gespecialiseerde hulp ingeschakeld. Is er sprake van ernstige meervoudige problematiek, dan wordt de klant ‘warm’ over gedragen naar Delft Support. Deze maakt vervolgens samen met de Financiële Winkel één plan om zowel hulp bij schuldenproblematiek als bij de andere problemen te kunnen bieden. In de basisdienstverlening van de Financiële Winkel wordt geen onderscheid gemaakt op basis van de samenstelling van het huishouden van de inwoner die hulp vraagt. Het maakt dus niet uit of iemand alleenstaand is, samenwoont of (minderjarige) kinderen heeft. Hulpverlening wordt integraal ingezet en de inzet bij crisissituaties is geregeld.
4.4 Speciale doelgroepen Ondernemers In de vorige nota is de groep zelfstandig ondernemers opgenomen als aandachtspunt. Dit naar aanleiding van de nieuwe Wgs (2021), maar ook door de oproep van de Nationale Ombudsman en de NVVK aan gemeenten. Destijds is besloten dat de gemeente Delft de wettelijke taak om schuldhulpverlening aan kleine zelfstandig ondernemers en zzp’ers aan te bieden zelf zou uitvoeren vanuit de Financiële Winkel. De Financiële Winkel is op deze manier het schuld
hulploket voor alle inwoners van Delft en werkt nauw samen met Bureau Zelfstandigen en samenwerkingspartners uit de stad. Het loket van de Financiële Winkel biedt schuldhulpverlening aan zelfstandige ondernemers15 met een levensvatbare onderneming. Dat houdt in: een minnelijk traject met alle bijbehorende fases. Bij het niet lukken van een minnelijk traject ontvangt de ondernemer hulp bij het aanvragen van de Wsnp. Ondernemers met een niet-levensvatbare onderneming worden ondersteund bij de beëindiging van de onderneming ter voorkoming van faillissement. Dit is belangrijk, omdat dit een langdurig proces is. Een faillissement is een gerechtelijk beslag op het vermogen. Als een eenmanszaak failliet gaat, is die persoon ook privé failliet en verantwoordelijk voor de schulden. Een doorstart maken is in dit geval moeilijk. Als een bedrijf een bv of nv is, gaat alleen het bedrijf failliet en wordt die persoon privé niet aansprakelijk gesteld. Dat is tevens de reden waarom zij geen schuldhulp verlening in de zin van een schuldenregeling krijgen aangeboden. Net als voor particulieren is de toegang tot schuldhulpverlening voor ondernemers vrij toegankelijk. Het afbetalen van het BBZ- of saneringskrediet is de verantwoordelijkheid van de ondernemer. Deze wordt daarin begeleid door de schuldhulpverlener van de Financiële Winkel en mogelijk een budget beheerder of vrijwilliger.
Een uitgebreidere uitleg over de werking en het proces van schuldhulpverlening voor deze groep is opgenomen in de nota schuldhulpverlening voor ondernemers16.
Jongeren In Delft wordt ook uitvoerig aandacht geschonken aan hulp aan jongeren met schulden die nog geen startkwalificatie hebben. Met het Jongeren Perspectieffonds ( JPF), dat samenwerkt met de Financiële Winkel, krijgen Delftse jongeren een schuldenvrij toekomstperspectief geboden. Deze jongeren komen vaak niet in aanmerking voor reguliere schuldhulptrajecten. Daardoor lopen zij vast op gebied van werk en school. Het bieden van toekomstperspectief wordt aangepakt vanuit twee gebieden. Dit gebeurt enerzijds door de jongeren te ontzorgen van hun schuldenlast (uitgevoerd door de Financiële Winkel) en anderzijds door het bieden van toekomstperspectief met individuele coaching en door jongeren weer deel te laten nemen aan scholing en/of werk (uitgevoerd door de Jongeren academie). Tot 2024 was er ruimte voor veertien jongeren binnen het JPF. Sinds 2024 is dit aantal bijna verdubbeld omdat de raad hier vorig jaar extra budget voor beschikbaar heeft gesteld.
4.5 Aanvullende voorzieningen Budgetbeheer Voor inwoners die een beroep doen op schuldhulpverlening of die dreigen in financiële problemen te komen, zet de gemeente ondersteuning in, in de vorm van budgetbeheer om (problematische) schulden te voorkomen of om ervoor te zorgen dat de financiële problemen niet groter worden. Enerzijds gaat het om inwoners in de schuldhulpverlening (SHV). Anderzijds kunnen ook inwoners die de vaste lasten niet op tijd betalen en (nieuwe) betalingsachterstanden oplopen, zonder een SHV-traject,
15 Zelfstandige ondernemers zijn: Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en ondernemers handelend onder een eenmanszaak of vennootschap onder firma (vof ). 16 https://delft.notubiz.nl/document/9514454/1/2049933+College+van+B+en+W+-+nota+schuldhulpverlening+voor+ondernemers
Nota Schuldhulpverlening
19
in aanmerking komen voor budgetbeheer. Met ingang van 1 januari 2024 hebben we nieuwe overeenkomsten met in totaal negen budgetbeheerders afgesloten. Deze overeen komsten hebben een looptijd van drie jaar. Alle inwoners die budgetbeheer aanvragen, moeten via de aangewezen verwijzers een noodzakelijkheidsverklaring bij de gemeente indienen. De gemeente heeft een samenwerkings verband met acht verwijzers. De unit ‘regiehouderschap budgetbeheer’ van de Financiële Winkel en het signalenteam budgetbeheerder van de gemeente hebben een signalerende rol. Zij gaan de door de gemeente ingezette budgetbeheertrajecten bij onze budgetbeheerders monitoren. Met als doel de samenwerking te versterken en de dienstverlening van onze budgetbeheerders voor onze inwoners te optimaliseren.
Bewindvoering Het monitoren gebeurt door het uitvoeren van kwaliteits onderzoeken die steekproefsgewijs plaatsvinden. De focus van het kwaliteitsonderzoek ligt met name op de controle van aanmelding en het nakomen van de verplichting die aan het budgetbeheer verbonden zijn. Bij een gebleken verschil of tekortkoming in de geleverde dienstverlening, kan dit leiden tot uitbreiding van het kwaliteitsonderzoek. Daarnaast kan ook een verbeterplan worden opgesteld door aanmelder, de betalingen worden opgeschort of kan een terugvordering van betaalde vergoedingen plaatsvinden. Wanneer blijkt dat de aanmelder de werkzaamheden voor het toegewezen pakket niet (volledig) heeft uitgevoerd, kan de gemeente ook een boete opleggen aan de aanmelder ter hoogte van het bedrag dat de cliënt te veel heeft betaald.
Beschermingsbewind (of onderbewindstelling van goederen) is het behartigen van de financiële belangen van inwoners wanneer men als gevolg van lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, wanneer er sprake is van verkwisting, of wanneer er problematische schulden zijn. De rechter stelt beschermingsbewind in op aanvraag van iemand zelf, van een naaste (zoals een partner of familielid) of de gemeente. De gemeente heeft geen invloed op de toekenning van het beschermingsbewind of de keuze van de beschermingsbewindvoerder. Beschermingsbewind is een ingrijpend middel dat de gemeente of een andere betrokkene alleen aanvraagt en adviseert als dat het beste bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoner past.
Als budgetbeheer, budgetbegeleiding of -coaching volstaan, hebben die de voorkeur. De ‘bewindvoerdersdesk’ van de Financiële Winkel heeft een regiehoudende rol op de in-, door- en uitstroom van beschermingsbewind op grond van verkwisting of het hebben van problematische schulden (of op grond van lichamelijke of geestelijke toestand met het hogere schuldentarief ). Zij zijn het directe aanspreekpunt voor bewindvoerders en maken vaste samenwerkingsafspraken. Beschermingsbewind wordt uitgesproken voor onbepaalde tijd. Schuldenbewind, specifiek gericht op mensen met problematische schulden die niet in staat zijn deze zelf te beheren of op te lossen, wordt uitgesproken voor vijf jaar. De bewindvoerdersdesk focust zich op een effectieve en efficiënte in-, door- en uitstroom van de eerdergenoemde beschermingsbewinden.
Nota Schuldhulpverlening
20
Naast de gemaakte samenwerkingsafspraken met de beschermingsbewindvoerders en de rechtbank maakt de gemeente gebruik van het adviesrecht. Door middel van dit adviesrecht wil de gemeente meer zicht geven in de instroom van inwoners in schuldenbewind. Op die manier kan de gemeente haar regierol bij de aanpak van schuldenproblematiek beter vervullen. De ‘bewindvoerdersdesk’ zorgt voor een intensieve samen werking met bewindvoerders (en rechtbanken) en, waar mogelijk, snellere (schuld)hulpverlening voor de inwoners.
4.6 Doorontwikkeling schuldhulpverlening De Financiële Winkel heeft de afgelopen jaren de schuldhulp verlening verbeterd door extra aandacht te besteden aan de volgende punten: • Jaarlijkse bijscholing van medewerkers waarin relevante trainingen op gebied van financiële coaching, sociale vaardig heden en nieuwe wet- en regelgevingen worden gevolgd; • Vereenvoudigen van communicatie, zowel in contact met inwoners, als ook via de website, brieven en e-mails; • Uitvoering periodieke kwaliteitscontroles door een onafhankelijk team binnen de gemeente voor hogere nauwkeurigheid en consistentere afhandeling van schuldhulpverleningstrajecten; • Versterken van de samenwerking en optimaliseren van de dienstverlening van budgetbeheerders door de unit regie houderschap budgetbeheer en het signalenteam budget beheer; • Versterken van de samenwerking met partners. Zo is er binnen de Financiële Winkel een bewindvoerdersdesk opgericht met als doel een betere afstemming en een snellere doorverwijzing;
• Meer ruimte geven aan maatwerkoplossingen door flexibeler te zijn in het aanbieden van hulp of ondersteuning, afgestemd op de individuele behoeften van de inwoner; • Aanvraagproces voor schuldhulpverlening is vereenvoudigd en deels gedigitaliseerd. Met bovenstaande punten zijn stappen gezet richting een verbeterde en toegankelijkere schuldhulpverlening. Dit blijft een continu proces waarbij nog een aantal stappen noodzakelijk is voor een goede basis. We blijven ons, ook de komende jaren, inzetten voor verdere optimalisatie en innovatie binnen onze schuldhulpverlening.
4.7 Weigeren schuldhulpverlening Op grond van de Wgs bestaan er drie redenen waarom de Financiële Winkel schuldhulpverlening kan weigeren: • als geen sprake is van een verblijfsstatus (absolute weigeringsgrond); • als iemand al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulp verlening (optioneel); • als een inwoner frauduleus heeft gehandeld (optioneel). Gemeenten hebben beleidsvrijheid om te bepalen of recidive en frauduleus handelen gronden zijn om schuldhulpverlening te weigeren. Schuldhulpverlening moet in principe toegankelijk zijn voor alle inwoners. Echter, als een inwoner het afgelopen jaar schuldhulpverlening heeft gehad, kán de inwoner wel worden geweigerd. Bij het opnieuw aanvragen van een traject is de situatie van de inwoner leidend. Er kunnen namelijk verschillende oorzaken zijn dat iemand voortijdig stopt met een schuldhulpverleningstraject. De weigeringsgrond recidive
is als ‘kan’ bepaling opgenomen in de Beleidsregel Schuldhulpverlening 2021. De schuldhulpverlener kan zich daar gemotiveerd op beroepen als daarvoor aanleiding is. Hier wordt in de praktijk bij uitzondering gebruik van gemaakt.
4.8 BKR-registratie De Wgs en de Wet financieel toezicht (Wft) verplichten gemeenten om aan Stichting BKR door te geven als schuldhulp wordt gegeven en deze gegevens bij BKR te registreren. Na afloop van schuldhulp wordt de inwoner afgemeld maar is de registratie nog vijf jaar zichtbaar. Momenteel is er sprake van een landelijke discussie over de gemeentelijke schuldenregistratie. Vijf jaar is een lange periode en kan inwoners belemmeren om een nieuwe start te maken nadat zij een schuldhulp verleningstraject hebben afgerond. Tegelijkertijd kan de registratie ook bescherming bieden en recidive voorkomen. Gemeenten hebben de bevoegdheid om af te wijken van de vijf jaar registratie en een schuldhulpregistratie van inwoners uit het BKR-register te verwijderen indien dit niet proportioneel is. Momenteel wordt in Delft maatwerk geboden. De BKRregistratie kan bijvoorbeeld worden verwijderd na een traject als de inwoner zijn leven financieel op orde heeft en een BKR-registratie de inwoner in de weg staat. Uit de derde voortgangsrapportage Aanpak, geldzorgen armoede en schulden17 wordt duidelijk dat de registratie- en bewaartermijn landelijk herzien wordt. Naar verwachting wordt de bewaartermijn van zes maanden de norm. Dan zal ook de huidige werkwijze rondom de BKR-registratie binnen de gemeente Delft worden aangepast.
17 Bijlage 1- 3e Voortgangsrapportage Aanpak geldzorgen, armoede en schulden | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
Nota Schuldhulpverlening
21
5. Samenwerken met én voor Delft
Nota Schuldhulpverlening
22
De samenwerking met partners is essentieel om inwoners met geldzorgen of schulden te bereiken en te helpen. In hoofdstuk 4 beschreven we al de rol van Geldzaken voor Elkaar en Geldfit. Maar er zijn meer organisaties met wie we samenwerken.
5.1 (Financiële) partners in de stad
de Financiële Winkel, Delft Support en de gemeentelijke beleidsafdeling) actuele ontwikkelingen op lokaal en landelijk gebied met onze partners. Het overleg is nadrukkelijk ook bedoeld om elkaar periodiek te ontmoeten, kennis uit te wisselen en te werken aan verbetering van de uitvoering.
Ondernemersklankbord (OKB) Delft Support Vaak staat schuldproblematiek niet op zichzelf. Verschillende teams binnen Delft Support ondersteunen inwoners met hulpvragen op het gebied van zorg, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en/of bij meervoudige problematiek. Binnen het Sociaal Team van Delft Support helpen financieel specialisten inwoners als geldzorgen of schulden onderdeel zijn van de problematiek. Het Sociaal Team brengt de psychosociale hulpverlening, financiële hulp en dienstverlening in alle facetten samen, wat zorgt voor een snellere en doeltreffendere hulp verlening naar cliënten toe. Sinds 2021 is de samenwerking in de keten van onder meer vroegsignalering, de Financiële Winkel en de financieel specialisten van Delft Support geïntensiveerd. Als sprake is van problematische schulden, schakelen de financieel specialisten van Delft Support met de Financiële Winkel. Andersom weten de schuldhulpverleners van de Financiële Winkel de financieel specialisten (en andere teams binnen Delft Support) ook goed te vinden als sprake is van complexe meervoudige problematiek.
Beleidsoverleg ‘Hulp bij financiële problemen’ Drie keer per jaar organiseren we het beleidsoverleg ‘hulp bij financiële problemen’. Binnen dit overleg bespreken we met alle partners uit het veld van schuldhulpverlening (de partners van Geldzaken voor Elkaar, bewindvoerders, budgetbeheerders,
Stichting Ondernemersklankbord is een landelijk netwerk verdeeld in 17 regionale teams. Het één van de grootste, onafhankelijke non-profitorganisaties die zich belangeloos inzet voor ondernemers. Ondernemers in het midden- en klein bedrijf kunnen met elke ondernemingsvraag bij het OKB terecht en worden door een OKB-adviseur persoonlijk begeleid in een klankbordtraject van een half jaar. Het OKB-netwerk bestaat uit adviseurs met ondernemerservaring. Het zijn allemaal oud-ondernemers, managers of specialisten op hun vakgebied. Om faillissement te voorkomen biedt het OKB hulp bij het op orde krijgen van de administratie. Het ondernemersklankboard is een betrouwbare partij voor de Financiele Winkel voor Ondernemers om mee samen te werken voor extra hulp en begeleiding aan ondernemers.
5.2 Andere ‘signaalpartners’ Het is van belang dat zoveel mogelijk instanties alert zijn op (mogelijke) financiële problemen bij mensen. Daarom werken we nauw samen met andere ‘signaalpartners’ (niet te verwarren met vastelastenpartners vanuit vroegsignalering). Dit is bijvoorbeeld het geval met de Rechtbank Den Haag. De Rechtbank Den Haag zet schuldenfunctionarissen in om mensen met schulden in contact te brengen met schuldhulpverleners van de gemeente met als doel zo bij te dragen aan een oplossing van de schuldenproblematiek.
Nota Schuldhulpverlening
23
Verder zijn we eerder gestart met de voorbereidingen om samen te werken met andere partners die een belangrijke rol kunnen hebben om inwoners met geldzorgen of schulden eerder in beeld te krijgen, zoals werkgevers en zorgorganisaties.
Werkgevers Uit onderzoek blijkt dat werknemers met schulden vaker last hebben van stress en concentratieproblemen. Ze worden vaker ziek en zijn minder productief18. Dit brengt extra risico's en kosten met zich mee voor werkgevers. In de afgelopen jaren hebben we communicatiemiddelen ontwikkeld. Deze zijn verspreid onder verschillende werkgevers. Daarnaast is er ook een website ontwikkeld.