CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Armoede

Raadsvergadering 15 juni 2023, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - Nota Armoede (nr. 2316200)12.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Armoede Werk aan de winkel!

Inhoud 1. Werk aan de winkel!

3

6. Armoedebeleid rijksoverheid

18

6.1 Rijksmaatregelen rondom armoede

19

7. Armoedebeleid Delft

21

7.1 Regelingen 7.2 Kindregelingen 7.3 Bereik regelingen 7.4 Regelingen energiekosten

22 23 23 24

8. Wat zijn onze ambities?

26

9. Wat gaan we doen?

28 29 31 32

2. Inleiding

4

2.1. Beleidsnota 2.2. Visie op armoede 2.3. Leeswijzer

5 6 6

3. Toelichting op begrippen

7

3.1 Armoede 3.2 Bestaanszekerheid 3.3 Kinderarmoede 3.4 Kansenongelijkheid 3.5 Energiearmoede

8 9 9 11 11

4. Armoede in Delft

12

9.1 Maatregelen bij ambitie 1 9.2 Maatregelen bij ambitie 2 9.3 Maatregelen bij ambitie 3

4.1 Kinderarmoede 4.2 Energiearmoede

13 13

10. Hoe meten we de resultaten?

33

5. Samenwerken aan Delft

14

11. Communicatie armoede (en schulden)

35

5.1 Lokale samenwerkingsverbanden 5.2 Onderzoek en landelijke samenwerkingsverbanden

15 16

12. Financiën

37

Colofon

40

Nota Armoede

2

1. Werk aan de winkel! We willen dat Delft een stad is met kansen voor iedereen. Een stad waar we oog voor elkaar hebben. Waar iedereen kan meedoen en zich kan ontwikkelen. Maar daar zijn we nog niet. Ook in onze stad zien we kansen­ ongelijkheid en dat het uitmaakt waar je wieg staat. En we zien de afgelopen jaren hoezeer mensen geraakt zijn door de energiecrisis, stijgende woonlasten en inflatie. Er is dus werk aan de winkel. We realiseren ons dat we als gemeente niet alle financiële zorgen en problemen van Delftenaren kunnen voorkomen of oplossen. De eerste verantwoordelijkheid om te voorzien in een bestaansminimum waarmee mensen de noodzakelijke uitgaven kunnen doen ligt bij het Rijk. Om inwoners die in armoede leven te ondersteunen maken we ons in Delft sterk voor goede hulpverlening, zodat mensen zich gezien weten en weer perspectief ervaren. We willen dat kinderen volwaardig mee kunnen doen en hun talenten kunnen ontwikkelen, onge­ acht het inkomen van hun ouders. Zo doorbreken we dat armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Daarin staan we als gemeente niet alleen. Samen met maat­ schappelijke- en vrijwillige organisaties en andere partijen in de stad werken we hard aan armoedebestrijding en het creëren van kansengelijkheid. In deze eerste armoedenota komt een aantal dingen samen. Wat verstaan we onder armoede, bestaanszekerheid en kansengelijkheid? Wat doet het Rijk? Wat weten we over armoede in Delft? We formuleren onze visie op armoede­ beleid en beschrijven welke maatregelen en ambities we daar aan verbinden. Daarmee hoop ik dat deze nota het nodige inzicht biedt van waaruit we met elkaar het goede gesprek kunnen voeren over of we de juiste dingen doen en wat nog nodig is. Zowel met inwoners en partners in de stad als met de gemeenteraad. De nota is dan ook niet in beton gegoten, maar dient als vertrek­ punt voor dit gesprek. En als basis voor de keuzes die we in de toekomst nog gaan maken. Joëlle Gooijer wethouder Jeugd, Ouderen en Armoede

Nota Armoede

3

2. Inleiding

Nota Armoede

4

Het thema armoede is heel actueel na twee jaar Covid-maatregelen, de huidige energiecrisis en mede als gevolg daarvan stijgende inflatie1. Hoewel de eerste verantwoordelijkheid bij het Rijk ligt om te voorzien in een bestaansminimum, willen we als gemeente dat iedereen mee kan doen in de samenleving. De gemeente zet daarom al jaren breed in op het gebied van armoede. In Delft proberen we daar waar we invloed op hebben, leven in armoede lichter te maken voor inwoners. Zo hebben we bijvoorbeeld geen directe invloed op de hoogte van het inkomen, maar ondersteunen we inwoners die nergens anders recht op hebben wel met een vangnetinkomen (bijstand). Daarnaast zetten we andere maatregelen in ter ondersteuning bij armoede, zoals regelingen vanuit de bijzondere bijstand. Ook bieden wij het toepassen van maatwerk (hulp afgestemd op de persoonlijke situatie van de klant) tijdens hulptrajecten en hulp bij het vinden van een baan (Nota Werk is het beste medicijn – RIS 1928596). We zetten in op preventie van financiële problemen en we bieden schuldhulpverlening aan. Delft heeft 104.572 inwoners. Net als buurgemeenten Rotterdam en Den Haag heeft Delft te maken met groot­­sted­elijke problematiek, zoals armoede. In Delft leven meer huis­houdens in armoede in vergelijking met het landelijk gemiddelde of gemeenten in de regio Haaglanden (met uitzon­ dering van Den Haag).

In Delft heeft 12,6% van de inwoners (exclusief studenten) een inkomen tot 110% van het sociaal minimum; landelijk is dit 10,4%.2 Het ontbreekt Delftenaren die moeilijk kunnen rondkomen of die schulden hebben aan bestaanszekerheid. Daardoor groeit een steeds groter aantal kinderen in onze stad op in armoede. Armoedebeleid is het gemeentelijk instrument om mensen die moeten rondkomen van een minimuminkomen (en hun kinderen) te ondersteunen.

1 In 2021 bedroeg de inflatie gemiddeld 2,7%. In september 2022 steeg de inflatie zelfs korte tijd naar 17,1% (de hoogste inflatie sinds de Tweede Wereldoorlog, volgens het CBS). 2 Het sociaal minimum = het minimale bedrag dat iemand nodig heeft om in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. De overheid heeft hiervoor een normbedrag opgesteld, dat ze ieder half jaar aanpast. In Delft hanteren we voor de meeste regelingen 110% van de bijstandsnorm.

2.1. Beleidsnota Tot op heden heeft Delft haar armoede-aanpak niet beschreven in een armoedenota met daarin een visie, ambities en maat­ regelen. Daardoor is het lastig om goed te monitoren of de huidige inzet ook goed werkt. Daarnaast is het voor inwoners en organisaties niet altijd duidelijk wat de gemeente precies doet op het gebied van armoede. Met deze Nota Armoede spelen wij in op de wens voor een beleidsdocument over de Delftse aanpak bij armoede. Om de omvang van armoede te kunnen monitoren en om bij te houden hoeveel inwoners er gebruik maken van de (armoede) maatregelen, is bij deze nota een armoedemonitor ontwikkeld. Deze is vormgegeven in een factsheet. Met de Nota Armoede zetten we ons huidige armoedebeleid voort en werken we aan het behalen van drie geformuleerde ambities: 1. Wij geven perspectief aan kinderen die opgroeien in armoede. 2. Wij zetten in op bestaanszekerheid voor kinderen en volwassenen. 3. Wij willen dat inwoners (jong en oud) goed kunnen omgaan met geld. Medio 2023 volgt daarnaast de nieuwe beleidsnota schuldhulp­ verlening. Armoede en schuldhulpverlening zijn aan elkaar gelinkt, maar armoede betekent niet altijd dat mensen schulden hebben. En andersom geldt dat schulden niet altijd leiden tot armoede (totdat de schulden aangepakt gaan worden).

In Delft kiezen we ervoor om twee aparte beleidsnota’s op te stellen voor armoede en schuldhulpverlening. Zo blijft duidelijk wat we doen op het gebied van armoede en wat we doen om inwoners met schulden te helpen.

Nota Armoede

5

2.2. Visie op armoede De gemeente is er voor de hele stad, voor alle Delftenaren. Wij hebben als gemeente de verantwoordelijkheid om alle inwoners – met een nadruk op kinderen – mee te laten doen in de samenleving en inwoners in armoede te ondersteunen. Het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samenwerken aan Delft’ legt daarbij het accent op het voorkomen van kansenongelijkheid en het vergroten van bestaanszekerheid. In de Sociale Visie 2018-2022 hebben we eerder beschreven hoe we in Delft gezamenlijk met partners werken aan een andere manier van zorg en ondersteuning die beter aansluit bij wat inwoners nodig hebben. Zodat iedereen binnen in het sociaal domein werkt vanuit één visie, die richting geeft aan het werk en de verdere transformatie ervan. Die visie stelt dat we zoveel mogelijk inwoners in armoede te willen bereiken en zo

vroeg mogelijk brede ondersteuning willen bieden bij bijvoor­ beeld schulden. Een visie beschrijft wat we op de langere termijn willen bereiken. Onze visie op armoede beschrijft onze ambities en hoe wij de toekomst voor ons zien met betrekking tot armoede: “Delft biedt kansen aan alle inwoners. Wij ondersteunen inwoners die in armoede leven zo breed mogelijk. Zodat iedereen mee kan doen in de samenleving. Ook maatschappelijke organisaties en andere partijen uit de stad hebben daarin een belangrijke rol. Initiatieven van deze partners vullen het hulpaanbod van de gemeente aan. Door samen te werken, vergroten we de zichtbaarheid van alle ondersteuning in de stad en onderzoeken we wat er beter kan. Het bestrijden van armoede onder kinderen heeft prioriteit. Kinderen moeten volwaardig kunnen meedoen en de kans krijgen om zich te ontwikkelen, ongeacht het inkomen van hun ouders.”

2.3. Leeswijzer In deze beleidsnota geven we aan wat de Delftse visie is op armoedebeleid, welke maatregelen wij inzetten en wat het bereik is van onze regelingen. Deze nota is ook bedoeld om aan te geven wat onze beleidsambities zijn voor de aankomende jaren (binnen de financiële kaders), met welke maatregelen wij deze ambities willen waarmaken en hoe wij het effect daarvan gaan meten. Verder gaan wij in op de Delftse (kinder)armoedecijfers en maakt de nota duidelijk wat de rol en verantwoordelijkheid van het Rijk is. De rol en verantwoordelijkheid van de gemeente staat beschreven in het hoofdstuk Armoedebeleid gemeente Delft. Voor het uitvoeren van de maatregelen uit de nota is goede, begrijpelijke communicatie een belangrijk instrument. Naast de Nota Armoede is daarom ook een communicatiestrategie uitgewerkt. Hierbij horen vijf communicatiedoelen, die staan beschreven in het hoofdstuk Communicatie. Het hoofdstuk Financiën geeft een overzicht van onze financiële middelen en hoe wij deze besteden.

Nota Armoede

6

3. Toelichting op begrippen

Nota Armoede

7

In het armoededebat komen de termen armoede, bestaanszekerheid, kinderarmoede en kansenongelijkheid vaak naar voren. Deze termen worden veelal door elkaar gebruikt. Dat maakt het soms ingewikkeld om vast te stellen wie waar verantwoordelijk voor is en wat bij welke term de beste aanpak is. Want de termen zijn sterk aan elkaar gelinkt, maar ze hebben alle vier een andere betekenis.

3.1 Armoede Armoede heeft verschillende oorzaken, zoals ‘life-events’ (bijvoorbeeld 18 jaar worden, scheiding, geboorte), onverwachte gebeurtenissen (zoals Covid-19-crisis, hoge energieprijzen, toenemende inflatie) of persoonlijke factoren (bijvoorbeeld chronische ziekte, psychische problemen, licht verstandelijke beperking). Daartegenover staan structurele oorzaken, zoals een inkomen waarvan mensen niet kunnen rondkomen, gebrek aan betaalbare huizen of een ingewikkeld toeslagenstelsel. In de kennisnotitie ’Armoede ramingen september 2022’ geeft 3

3 4 5 6

het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) aan hoe het komt dat armoedeproblematiek na een jarenlange daling in de cijfers weer snel groter wordt.3 Het SCP stelt dat meerdere factoren ervoor zorgen dat huishoudens met een laag of een midden­ inkomen steeds moeilijker rond kunnen komen: • De verdubbeling van het aantal mensen met een tijdelijke baan (CBS 2022a). • Het niet-indexeren van de aanvullende pensioenen (Caminada et al. 2021). • Recenter zijn de stijgende energieprijzen en • De stijgende inflatie als gevolg van de oorlog in Oekraïne.

Bron: https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2022/09/20/kennisnotitie-armoede-ramingen-september-2022.

CBS

SCP

Voor de afbakening van armoede gebruikt het CBS de lage-inkomensgrens5.

Het SCP spreekt van armoede wanneer mensen gedurende langere tijd niet de middelen hebben voor goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden.

Naast het inkomen worden aanvullende indicatoren gebruikt om de kans op armoede te beschrijven: verblijfsduur onder de inkomensgrens, de vermogenspositie, de omvang van de vaste lasten en het oordeel over de eigen financiële positie.

Armoede wordt gemeten op basis van een jaarinkomen. Iemand is arm als het jaarinkomen onder de armoedegrens6 blijft. Het inkomen kan dus een deel van het jaar hoger zijn dan de armoedegrens.

Bron: https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2022/09/20/kennisnotitie-armoede-ramingen-september-2022. Referentiebudgetten geven aan welke goederen en diensten burgers zich minimaal moeten kunnen veroorloven met het oog op volwaardige maatschappelijke participatie. Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/begrippen/lage-inkomensgrens. Bron: https://digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2019/waar-ligt-de-armoedegrens/.

Er zijn voor armoede verschillende definities te vinden en ook verschillende referentiebudgetten4 om de hoogte van de armoedegrens vast te stellen. De belangrijkste kenmerken zijn echter: moeite hebben om rond te komen (tekort aan financiële middelen) en sociale uitsluiting. We spreken van langdurige armoede als er sprake is van een armoedesituatie die ten minste vier jaar achtereen voortduurt. De Van Dale definieert armoede als volgt: Toestand van iemand die weinig of onvoldoende geld heeft om van te leven (tegenstelling: rijkdom): het is er armoe troef er heerst daar altijd grote armoede; in armoede leven; van armoe iets doen - omdat je niets beters kunt bedenken. In Nederland zijn er twee onderzoeksbureaus die over armoedecijfers rapporteren: het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) en het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau). Ze hebben beide een andere definitie en referentiebudget voor armoede. Doordat ze niet dezelfde definitie gebruiken, verschil­ len de gerapporteerde armoedecijfers onderling. Dat maakt het soms lastig om armoedecijfers en onderzoeken van deze bureaus met elkaar te vergelijken.

4

Referentiebudgetten geven aan welke goederen en diensten burgers zich minimaal moeten kunnen veroorloven met het oog op volwaardige maatschappelijke participatie.

Nota Armoede

8

In Delft verstaan we onder armoede: huishoudens met minimaal 1 jaar een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Deze definitie houden we aan, omdat dit ook de hoogte die we gebruiken voor de bijstandsnorm voor de regelingen die wij inzetten voor ons armoedebeleid.

voor onverwachte uitgaven. Dit zijn allemaal noodzakelijke voorwaarden om de rust en ruimte te vinden die nodig is om je als mens te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving.7 Dat neemt niet weg dat financiële rust nog steeds wel de basis is om de bestaanszekerheid te vergroten.

integraal armoede- en schuldenbeleid van belang dat is verweven met andere leefgebieden om de bestaanszekerheid van burgers te verbeteren.

3.2 Bestaanszekerheid

Bij armoede kijkt men vooral naar inkomen en/of het bezit van middelen, terwijl bestaanszekerheid betrekking heeft op verschillende leefgebieden van inwoners. Het is een breder begrip dan armoede. Waarbij soms de impact van het ene leefgebied het effect op andere leefgebieden versterkt, met als gevolg dat een inwoner nog kwetsbaarder wordt. Om de bestaanszekerheid van inwoners te kunnen vergroten, moet de gemeente daarom in de aanpak tegen armoede en schulden niet alleen naar inkomen kijken, maar ook naar de leefgebieden werk, wonen, sociale relaties en gezondheid. Daarvoor is een

We spreken van kinderarmoede als kinderen gevolgen ondervinden van het beperkte inkomen van hun ouders. Kinderarmoede is een complex probleem, omdat kinderen zelf niets aan de situatie kunnen veranderen. Terwijl armoede wel veel invloed heeft op verschillende aspecten in hun leven zoals op onderwijs, gezondheid, gezinsleven en sociale partici­ patie. Daarom gaat het bij het doorbreken van kinderarmoede om meer zaken dan alleen zorgen dat hun ouders meer financiële ruimte krijgen. Er moet ook gekeken worden naar het wel­ bevinden en de ontwikkeling van kinderen in armoede.

Als we over armoede spreken, dan horen we tegenwoordig steeds vaker de term bestaanszekerheid. Het is een term die in de afgelopen jaren steeds meer in de belangstelling is gekomen, maar die al veel langer bestaat. In 1983 is er in de Nederlandse grondwet zelfs een artikel opgenomen over bestaanszekerheid als grondrecht: Artikel 20: Bestaanszekerheid 1. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid. 2. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid. 3. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.

3.3 Kinderarmoede

Artikel 25 uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948 wijst naast financiële zekerheid ook op het belang van welzijn en gezondheid. Dit sluit beter aan bij hoe er vandaag de dag in Nederland naar bestaanszekerheid wordt gekeken. Bestaanszekerheid is niet alleen de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen, maar het plaatst financiële problemen in een breder perspectief. Zo vallen onder bestaanszekerheid ook de zekerheid om betaalbaar te wonen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen 7

Bron: https://www.divosa.nl/onderwerpen/bestaanszekerheid.

Nota Armoede

9

kunnen kinderen in armoede door geldgebrek van hun ouders minder vaak deelnemen aan sociale en culturele activiteiten, terwijl buitenspelen niet altijd aantrekkelijk is door de buurt waar ze in wonen. Kinderen en jongeren zijn meestal op de hoogte van de geld­­ problemen thuis, maar zien zichzelf niet altijd als arm en ze bedenken manieren om met hun situatie om te gaan. Dat neemt niet weg dat armoede soms negatieve emoties veroor­ zaakt, zoals gevoelens van uitsluiting, schaamte, angst, verdriet, afhankelijkheid, boosheid en jaloezie. Ook tonen kinderen gevoelens van bezorgdheid over de geldproblemen thuis, omdat zij dagelijks te maken krijgen met de financiële tekorten.12 Uit onderzoek blijkt dat kinderen en jongeren hun omstandigheden vaak proberen te verbergen door er niet met hun vrienden over te praten. Armoede is vaak een taboe-onderwerp en ‘armoede’ wordt als een onprettig woord ervaren.13 Kinderen tot en met 12 jaar hebben een verhoogd risico op armoede, omdat ouders onder andere minder uren gaan werken na de geboorte van hun kind, of soms zelfs helemaal (tijdelijk) stoppen met werken.8 In 2019 leefde 9% van kinderen in deze leeftijdsgroep in een arm huishouden. Vanaf 13 jaar, als de kinderen naar de middelbare school gaan, neemt het armoederisico onder kinderen weer af.

Dit komt omdat een deel van de ouders weer (meer uren) gaat werken en een aantal kinderen zelf een bijbaantje zoekt, zodat het besteedbare inkomen van het huishouden wordt aangevuld. In 2019 leefde 5,9% van de kinderen en jongeren in middelbare schoolleeftijd in armoede.9 8 9

Bron: Rapport: “Kansrijk armoedebeleid voor kinderen” blz. 17-18 / 2021 De Beleidsonderzoekers. Bron: Rapport: “Kansrijk armoedebeleid voor kinderen” blz. 17-18 / 2021 De Beleidsonderzoekers.

Armoede heeft een negatieve invloed op verschillende aspecten in het leven van kinderen.10 Kinderen uit gezinnen met een laag inkomen hebben een minder goede gezondheid (fysiek en mentaal) dan andere kinderen. Armoede heeft ook een negatief effect op prestaties in het onderwijs, omdat kinderen zich minder goed kunnen concentreren en hun ouders hen minder vaak stimuleren in hun ontwikkeling. Kinderen die opgroeien in armoede hebben vaker een minder stabiel gezinsleven en ze zijn minder tevreden (20% tegenover 8% bij kinderen die niet in armoede opgroeien11) over de liefde, aandacht en steun die ze van hun ouders ontvangen. Daar staat tegenover dat geld­problemen gezinnen soms juist ook hechter maken. Verder

Armoede heeft op kinderen een andere impact dan op vol­ wassenen. Zij hebben een grote kans op langetermijngevolgen voor onder meer hun ontwikkeling, gezondheid, opleidings­ niveau en levensduur. Het is daarom belangrijk om bij de aanpak van kinderarmoede te kijken naar maatregelen die een grote impact hebben op kinderen en hun uitganspositie verbeteren (intergenerationele armoede doorbreken). En te kijken naar wat kinderen en jongeren in armoede nodig hebben om op een volwaardige manier deel te kunnen nemen aan de samenleving.

10 Bron: Rapport: “Kansrijk armoedebeleid voor kinderen” blz. 19 / 2021 De Beleidsonderzoekers. 11 Bron: Rapport “opvoeden en opgroeien in armoede”. Blz. 14 / 2020 NJI.

12 Bron: Rapport: “Kansrijk armoedebeleid voor kinderen” blz. 20 / 2021 De Beleidsonderzoekers. 13 Bron: Rapport “opvoeden en opgroeien in armoede”. Blz. 15, 16 – 2020 NJI.

Nota Armoede

10

3.4 Kansenongelijkheid Kansenongelijkheid betekent dat niet iedereen dezelfde kansen krijgt. Uit een onderzoek van het CPB blijkt dat het opleidings­ niveau en het inkomen van ouders meer invloed hebben op de schoolprestaties van een kind dan een migratieachtergrond14. En dat als kinderen van laagopgeleide ouders of ouders met een laag inkomen op de basisschool met een achterstand beginnen, ze die hun hele schoolcarrière niet meer inhalen.15 Gelijkekansen­ beleid focust zich meestal op het onderwijs. Het Rijk stelt echter dat een gelijke kans geven aan ieder kind een opdracht is voor iedereen, niet alleen voor het onderwijs. Zij geeft aan dat de verbinding tussen de thuissituatie, de omgeving en de school – en daarmee de samenwerking tussen gemeenten, het onderwijs, maatschappelijke organisaties en de Rijksoverheid – erg belang­ rijk is.

3.5 Energiearmoede De meest gebruikte definitie voor energiearmoede is iemand die 10% van het inkomen uitgeeft aan energie om de woning voldoende te kunnen verwarmen om prettig te kunnen wonen. Energiearmoede is niet iets wat alleen speelt bij mensen die al in armoede leven, maar het treft ook nieuwe groepen.

14 Bron: https://www.kis.nl/artikel/schoolsysteem-faalt-bij-jongeren-met-migratie­ achtergrond. 15 Bron: https://www.cpb.nl/ongelijkheid-van-het-jonge-kind / CPB 2020.

Nota Armoede

11

4. Armoede in Delft

Nota Armoede

12

In 2020 leefden in Nederland 900.000 mensen in armoede, waaronder 221.000 kinderen. In Delft gaat het om 8200 inwoners (5400 huishoudens) met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, waaronder 1700 kinderen. In Delft is 110% de inkomensgrens die wij hanteren voor onze armoederegelingen, met uitzondering van de AV-Delft en de energietoeslag. In Delft heeft 12,6% van de inwoners een inkomen tot 110% van het sociaal minimum inkomen. Met 12,6% zitten we hoger dan het Nederlands gemiddelde (10,4%) en hoger dan de meeste regiogemeenten van Delft. De gemeente Den Haag scoort met 16% hoger dan Delft. Wel zijn de armoedecijfers in Delft – in lijn met de landelijke cijfers in de afgelopen vijf jaar – licht afgenomen tot de start van de energiecrisis en als gevolg daarvan de hoge inflatie. De grootste groep inwoners die leeft van een inkomen tot 110% is tussen de 45-65 jaar oud in Delft (37%). De mate van armoede verschilt per wijk in Delft. In de wijk Buitenhof wonen relatief de meeste mensen met een laag inkomen (20,7%).

houden met de manier waarop we over armoederegelingen communiceren. Denk aan taal en vindplaatsen.

4.1 Kinderarmoede Doordat we in Delft meer arme huishoudens hebben, leven er ook meer kinderen in armoede. In Delft ligt het percentage van kinderen onder de 18 jaar in huishoudens met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum 3,6 procentpunt hoger dan het landelijk gemiddelde. In Delft hebben we een percentage van 11,5%; landelijk ligt het op 7,9%. In Nederland is het percentage kinderen in huishoudens tot 110% van het sociaal minimum in

de afgelopen jaren (tot de start energiecrises en hoge inflatie) licht gedaald; dat geldt ook voor Delft.

4.2 Energiearmoede Uit onderzoek van TNO blijkt dat in 2022 naar schatting ruim 600 duizend huishoudens (ongeveer 510 duizend in 2020) in ons land in energiearmoede leefden: ze hebben hoge energie­ kosten, wonen meestal in een huis dat niet goed is geïsoleerd en hebben een laag inkomen.16 Uit datzelfde onderzoek blijkt dat in Delft 10,5% van de huishoudens een laag inkomen heeft en/of hoge energiekosten of een woning met een relatief lage energetische kwaliteit. Daarvan woont veruit de grootste groep huishoudens in de wijk Buitenhof (21,5%). Grafieken en meer Delftse (kinder)armoedecijfers staan vermeld in de Armoedemonitor Delft 2022 die bij deze nota ontwikkeld is.

De grootste groep inwoners die leeft van een inkomen tot 110% van het sociaal minimum inkomen is afhankelijk van een uitkering, waarvan de grootste gedeelte (36%) een bijstandsuit­ kering heeft. We scoren daarop hoger dan het landelijke per­ centage van 32%. In vergelijking met landelijke cijfers (14%) zijn er in Delft meer personen (19%) die niet rond kunnen komen als werknemer of zelfstandigen (werkende armen). Inwoners met een niet-Westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de groep inwoners met een laag inkomen. Dat betekent dat we hier rekening mee moeten 16 Bron: https://www.tno.nl/nl/newsroom/2023/01/energiearmoede-onder­ zoek-2022/.

Nota Armoede

13

5. Samenwerken aan Delft

Nota Armoede

14

De gemeente heeft bij de aanpak van armoede hulp nodig van inwoners, partners en maatschappelijke organisaties in de stad. Om inwoners de juiste ondersteuning te kunnen geven, is het belangrijk om te weten waar zij behoefte aan hebben en wat hen het meeste zou helpen. Een goede verbinding met inwoners is daarom belangrijk. Deze verbinding bereiken we door inwoners in armoede en met schulden actief op te zoeken op logische vindplaatsen. Denk aan bewonersbijeenkomsten en evenementen in de wijk zoals het gezondheidsfestival. Verder zijn bestaande lokale netwerken en sleutelfiguren belangrijk bij het bereiken van goede contacten met inwoners. Ook voor het opstellen van deze Nota Armoede hebben we signalen uit de stad opgehaald. Zo hebben we op verschillende bijeenkomsten gesproken met inwoners en zijn er gesprekken geweest met regisseurs publiek belang van de gemeente die veel met inwoners werken en spreken. Verder zijn verschillende lokale partijen en samenwerkingspartners betrokken om een duidelijk beeld te krijgen over welke problemen er in Delft spelen en om uit te vinden waar behoefte aan is.17 Ook zijn er signalen vanuit het programma Delft West in de nota verwerkt. Veel van de zaken die we van inwoners te horen kregen, hebben te maken met communicatie. Zo is er behoefte aan meer fysieke informatie (op locaties in de buurt) en informatie in eigen taal.

Maar ook het bespreekbaar maken van armoede en geldproble­ men (taboe) en het wegnemen van angst om geregistreerd te worden als probleemhuishouden kwamen vaker naar voren.

17 Verschillende lokale partijen en samenwerkingspartners: onder meer Pact tegen Armoede, scholen, Jeugdgezondheidszorg, Delft Support, Delft voor Elkaar, Humanitas, Isofa Schuldhulpmaatje, ISF (Interkerkelijk Sociaal Fonds), ASD (Adviesraad Sociaal Domein).

5.1 Lokale samenwerkingsverbanden Partners en maatschappelijke organisaties staan nauw in contact met inwoners. Zij hebben een belangrijke signalerende en doorverwijzende functie. Een goede samenwerking met deze partijen staat daarom centraal in ons armoedebeleid.

5.1.1 Samenwerking, subsidierelaties, noodfondsen De samenwerking met sociale partners en maatschappelijke organisaties in de stad vinden we erg belangrijk. Denk bijvoor­ beeld aan partners als Delft Support en Delft voor Elkaar. Zij fungeren vaak als vindplaats en doorverwijzers naar de gemeentelijke regelingen. Met de Voedselbank hebben we inten­ sief contact en een subsidierelatie. Ook met het Interkerkelijk Sociaal Fonds18 (noodfonds) en de Stichting Urgente Noden19 (noodfonds) hebben we een subsidierelatie. Hetzelfde geldt voor de kledingbank. Jaarlijks subsidiëren we activiteiten op het gebied van kinderarmoede of culturele participatie. Vrijwel alle partijen waaraan we subsidie verlenen of waarmee we samenwerken, hebben daarnaast ook andere financiers. Verder verwijzen we via de gemeentelijke webpagina ‘Als elke euro telt’ naar alle maatschappelijke organisaties in Delft die actief zijn op het terrein van armoede. Net als veel van deze organisaties is de gemeente aangesloten bij het Pact tegen de Armoede.

18 Bron: https://www.isfdelft.nl/wat-is-het-isf/. 19 Bron: https://urgentenodendelft.nl/.

Nota Armoede

15

5.1.2 Pact tegen Armoede20 Het Pact tegen Armoede is een actief netwerk. Het is een bundeling van krachten door verschillende maatschappelijke organisaties in Delft. De aangesloten partijen werken samen bij het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting in Delft. Het Pact richt zich op het faciliteren van ontmoeting tussen lokale partners om elkaar beter te leren kennen en elkaar te versterken in de aanpak van armoede. Maar ook het delen en benutten van kennis vanuit praktijkervaringen en ervaringskennis van mensen die in armoede leven. De rol van het kernteam (leiding op vrijwillige basis) is vooral het verbinden en activeren van (nieuwe) partners, ophalen van resultaten en zorgen voor continuïteit van het netwerk. Hiervoor organiseren zij onder andere vier keer per jaar themabijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten delen zij wat werkt in de praktijk en ze proberen zoveel mogelijk aan te sluiten bij leefwereld van de doelgroep. De gemeente Delft is ook één van de ondertekenaars van het Pact tegen Armoede. De gemeente heeft geen richtinggevende rol in het Pact. De gemeente heeft vanuit armoedebeleid wel meegedacht over nieuwe doelstellingen voor het Pact en hoe het Pact dit het beste kan bereiken.

Het is de wens van het kernteam om een professionaliseringslag te maken en de aankomende jaren meer te gaan inzetten op het bedienen van mensen in armoede in plaats van kennis uitwisselen tussen Pactleden. Het Pact gaat hiervoor een visiedocument opstellen. Zij willen gaan werken aan de volgende doelstellingen: • De partners stimuleren nieuwe organisatie-overstijgende samenwerkingen aan te gegaan. Partners aanmoedigen om actieve samenwerking te zoeken met andere partijen binnen

het Pact tegen Armoede: waar kan en wil een partner concreet aan bijdragen en hoe kunnen we elkaar helpen? • Partners verbinden aan gedeelde opgaves/doelen van het Pact tegen Armoede. • Slimme samenwerkingen die ondervertegenwoordigd zijn in het Pact aanjagen, zoals ondernemers. • Standaard samenwerken met ervaringsdeskundigen. • Meer inzichten bieden en kenbaar maken in botsing tussen leefwereld en systeemwereld, en er lokaal iets aan doen.

5.1.3 Delft-West In Delft wonen relatief de meeste mensen in armoede in de wijken Buitenhof (20,7%) en Voorhof (15,4%).21 Delft doet mee aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid met een programma in Delft-West (de wijken Voorhof, Buiten­ hof en een deel van Tanthof ). Met dit programma investeert het Rijk structureel en fors in het verbeteren van de leefbaar­ heid in twintig Nederlandse gemeenten. In de aankomende twintig jaar gaan we in Delft-West samen met inwoners, onder­ nemers, lokale organisaties en het Rijk werken aan problemen op het gebied van inkomen, wonen, gezondheid, leefbaarheid en veiligheid. Delft-West heeft vijf doelen opgesteld die het programma wil bereiken en die allemaal aansluiten bij bestaande thema’s binnen het sociaal domein: 1. De jeugd krijgt de kans om het beste uit zichzelf te halen. 2. Bewoners hebben bestaanszekerheid. 3. De wijken zijn leefbaar en veilig. 4. Voor iedereen is er een plek om te wonen en te werken. 5. We kijken naar elkaar om.

Een goede samenwerking vanuit armoedebeleid en de programma Delft-West is van belang, zodat de ambities en doelen rondom bestaanszekerheid en kansen voor jongeren op elkaar aansluiten.

5.2 Onderzoek en landelijke samenwerkingsverbanden Armoede is een onderwerp waar veel onderzoek naar gedaan wordt. Regelmatig komen er onderzoekrapporten met adviezen uit van onderzoekbureaus of de Nationale Ombudsman. Deze ontwikkelingen op het thema armoede en schulden zijn belang­ rijke input voor het Delfts beleid. Zo kunnen we elke keer de bevindingen en adviezen tegen een meetlat leggen over het armoedebeleid in Delft en bekijken wat wij daar van kunnen leren en toepassen. De toepassing van gedragswetenschappelijke kennis in beleid en de hulpverlening heeft eraan bijgedragen dat er tegenwoor­ dig anders wordt gekeken naar mensen in armoede of met schulden. Deze kennis is ook doorgevoerd in het beleid van de gemeente Delft. De ‘Schaarste-theorie’ van Harvard-econoom Mullainathan en Princeton-psycholoog Shafir en het rapport ‘Weten is nog geen doen’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zijn van grote invloed geweest op deze veranderingen. Deze wetenschappelijke literatuur stelt dat mensen in armoede en schulden meer bij de dag leven, minder goed in staat zijn om de aanpak van hun (geld)problemen te organiseren en minder doelbewust handelen.

20 https://www.delft.nl/inkomen/weinig-geld-gemeente-helpt/als-elke-euro-telt/pact-tegen-armoede. 21 Bron: Bijlage 1: Armoedemonitor – Effectsheet armoede Delft.

Nota Armoede

16

Er zijn in Nederland veel platforms en initiatieven rond armoede en hulp bij schulden. De gemeente Delft is bij een aantal daarvan aangesloten. Zo voeren we op dit moment verschillende van de beproefde aanpakken vanuit het Schuldenlab22 uit. Via de themagroep Armoede en Schuldhulpverlening van de G40gemeenten bespreken en onderzoeken we nieuwe werkwijzen om armoede en schuldhulpverlening beter te kunnen inrichten en uitvoeren. Ook via het Platform Schuldhulpverlening van Stimulansz zijn we met andere gemeenten in gesprek over deze onderwerpen. Om de resultaten van ons armoede- en schuldenbeleid te kunnen vergelijken met andere gemeenten, zijn we aangesloten bij de Benchmark armoede en schulden van Divosa.

22 SchuldenlabNL is opgericht om projecten die beproefd en effectief zijn, verder te brengen en (financieel) duurzaam te maken, maar ook om versnippering van initiatieven te voorkomen op het terrein van armoede en schulden.

Nota Armoede

17

6. Armoedebeleid rijksoverheid

Nota Armoede

18

Armoede staat hoog op de politieke agenda. Want ook in Nederland zijn er mensen die te weinig inkomen hebben om van rond te komen. Er zijn veel factoren van invloed op het ontstaan van armoede, waardoor het bestrijden van armoede een complex en langdurig proces is. In Nederland hebben het Rijk en gemeenten allebei hun eigen verantwoordelijkheden in het bestrijden van armoede.

6.1 Rijksmaatregelen rondom armoede Hulp aan de allerarmsten in Nederland was in de negentiende eeuw de taak van charitatieve instellingen. Ook na de invoering van de Armenwet in 1912 was het aanpakken van armoede in Nederland primair de taak van particuliere instanties. De over­­heid sprong alleen bij als dit niet voldoende was. De Armenwet uit 1912 heeft tot 1965 bestaan en is op een paar details na nooit veranderd. In 1965 voerde het Rijk de Algemene bijstandswet in en werd een bepaald bestaansminimum een recht. Daarmee werd armoede­bestrijding primair een overheidstaak. Hoewel armoedebestrijding een overheidstaak is geworden, is er ook nog steeds een belangrijke rol voor particuliere charitatieve instellingen. Tegenwoordig neemt het Rijk vele maatregelen om armoede te voorkomen en aan te pakken. Sinds 10 januari 2022 is er zelfs een minister voor Armoedebeleid aangesteld. Onder de portefeuille armoede valt ook schuldhulpverlening. De recente economische en maatschappelijke situatie heeft voor het Rijk de noodzaak vergroot om extra in te zetten op het doorbreken van (generatie)armoede en te zorgen dat iedereen kan rekenen op een stabiel en voldoende besteedbaar inkomen. Zodat iedereen kan meedoen in de samenleving en zichzelf kan ontwikkelen. Het Rijk heeft daarom een meerjarige aanpak ‘geldzorgen, armoede en schulden’ ontwikkeld die in

het bijzonder als doel heeft een halvering van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede in 2025 en een halvering van armoede en problematische schulden in het algemeen in 2030.23 Het Rijk wil deze doelstelling bereiken door in te zetten op de volgende ambities: 1. Een betere borging van bestaans- en inkomenszekerheid: een voldoende en stabiel inkomen is de basis. 2. Preventie van geldzorgen: goede voorlichting van jongs af aan, in alle levensfases en dichtbij om de juiste financiële keuzes te kunnen maken. 3. Een overheid die werkt voor mensen en voorziet in laagdrempelige, eenvoudige, mensgerichte financiële hulp en sociale incasso. 4. Maatregelen om (generatie)armoede te doorbreken zodat iedereen meedoet en vooruitkomt. 5. Realiseren dat meer mensen eerder en betere schuldhulp­ verlening ontvangen en sneller perspectief hebben op een financieel zorgeloze toekomst. In de factsheet Armoedeplan24 geeft het Rijk een overzicht van alle maatregelen en acties die zij inzet om deze ambities waar te maken.

23 Kamerbrief “Aanpak geldzorgen, armoede en schulden” – 12 juli 2022 Ministerie SZW. 24 Factsheet Armoedeplan (juli 2022) - https://www.rijksoverheid.nl/documenten/ brochures/2022/07/13/factsheet-armoedeplan.

Vanuit de meerjarige ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’ is begin 2023 een prijsplafond en koopkrachtpakket ingezet om bestaans- en inkomenszekerheid te verbeteren. Dit pakket bestond uit de volgende maatregelen:25 • Het wettelijk minimumloon en de gekoppelde uitkeringen zijn met 10,15% verhoogd. • De zorgtoeslag is extra verhoogd voor 1 jaar. • De huurtoeslag is structureel verhoogd. • Het kindgebonden budget is deels tijdelijk en deels structureel verhoogd. • Om werken structureel lonender te maken, is de arbeids­ korting verhoogd en het belastingtarief voor de eerste schijf verlaagd. • De energietoeslag wordt in 2023 opnieuw ingezet als tege­ moetkoming in de energiekosten voor de laagste inkomens. • De kostendelersnorm is gewijzigd, zodat jongeren tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendelende medebewoner voor hun huisgenoten. • Daarnaast krijgen huurders met een laag inkomen in een corporatiewoning per 1 juli 2023 een huurverlaging. Verder wordt er gewerkt aan plannen om het niet-gebruik van landelijke voorzieningen tegen te gaan. En in het coalitie­ akkoord is afgesproken om iedere vier jaar het sociaal minimum te herijken en vast te stellen of dit toereikend is om van te leven en mee te doen in de samenleving.

Uit het op 9 maart gepubliceerde Centraal Economisch Plan (CEP) 2023 26 komt naar voren dat door loongroei de koop­ kracht herstelt in 2023 en zelfs met 2,0% groeit in 2024. Maar tegelijkertijd neemt de armoede in 2024 juist toe met 25 Kamerbrief “Stand van zaken implementatieplan Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden”- 3 febr. 2023 Ministerie SZW. 26 Centraal Economisch Plan 2023: https://www.cpb.nl/centraal-econo­ misch-plan-cep-2023.

Nota Armoede

19

5,8%. In navolging hierop heeft het kabinet met de Tweede Kamer afgesproken te zoeken naar gerichte maatregelen voor 2024, waarmee huishoudens worden ondersteund die kwets­ baar zijn voor hoge prijsstijgingen. Bij de voorjaarsnota 2023 van het Rijk komt er meer duidelijkheid over de ondersteuning en koopkrachtmaatregelen. De gemeente Delft is blij dat het Rijk de meerjarige ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’ heeft ontwikkeld en een groot maatregelenpakket inzet om de bestaans- en inkomens­ zekerheid van Nederlanders te verbeteren. Zij zijn de partij die armoede kan voorkomen, terwijl de gemeente vooral bezig is met armoede ‘verzachten’. Maar in de komende jaren zal pas duidelijk worden hoe de verschillende maatregelen van het Rijk op de langere termijn gaan uitpakken. Eigenlijk is er een strategisch plan ‘Bestaanszekerheid’ voor de lange termijn nodig, waarvoor wordt gepleit in de essay ‘Bestaanszekerheid als belofte’ van de VNG.27 Ondertussen gaan wij hard verder met werken aan de Delftse ambities en het behalen van onze doelstellingen rondom armoede en bestaanszekerheid.

27 Essay VNG: Bestaanszekerheid als belofte: naar een lokale agenda bestaanszeker­ heid – maart 2023

Nota Armoede

20

7. Armoedebeleid Delft

Nota Armoede

21

Het is vooral de verantwoordelijkheid van het Rijk om financiële bestaanszekerheid te waarborgen, met uitkeringen voor levensonderhoud en het minimumloon. En een deel van de systemen en regelgeving voor armoedebestrijding wordt op landelijk niveau bepaald door organisaties als de Belastingdienst, DUO en het UWV. Het grootste gedeelte van de reguliere armoedebeleidsgelden van het Rijk gaat echter naar gemeenten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het armoedebeleid en de schuldhulp­ verlening. Zij zorgen voor een eigen armoedebeleid waarin zij beschrijven hoe ze mensen met een laag inkomen steunen. Ook het zorgdragen voor preventie en signalering van schulden en armoede valt onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid in welke regelingen zij inzetten en welke bijstandsnorm ze hanteren. Het Rijk laat verschillen tussen gemeenten toe zodat zij hun beleid kunnen afstemmen op de lokale omstandigheden. Maar daardoor bestaan er wel grote verschillen tussen gemeenten en is het lastig om ze onderling te vergelijken. We doen in Delft veel om inwoners die in armoede leven te ondersteunen en zetten zoveel mogelijk hulpmiddelen in daar waar we invloed op hebben. De regelingen zijn belangrijke instrumenten voor het beleid als het gaat om het vergroten van de bestaanszekerheid van mensen.

Maar ook de toeleiding naar werk is belangrijk om financiële zekerheid te creëren en deelname aan te maatschappij te bevorderen. Daarnaast is de samenwerking met partners in de stad erg belangrijk.

7.1 Regelingen Inwoners met een minimuminkomen krijgen met een regeling een (extra) vergoeding om te voorzien in de meest noodzakelijke behoefte aan voldoende inkomen, betaalbaar wonen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid hebben om een financiële

buffer op te bouwen voor onverwachte uitgaven. Veel van deze regelingen vallen onder de bijzondere bijstand. De gemeente verstrekt bijzondere bijstand op basis van artikel 35 en 36 van de Participatiewet. Deze bijstand is bedoeld voor bijzondere noodzakelijke kosten die niet via andere regelingen worden vergoed. Niet iedereen heeft recht op bijzondere bijstand. We hanteren verschillende inkomensgrenzen vanuit de bijstands­norm. Gemeenten in Nederland bepalen zelf de hoogte van de bijstandsnorm voor de regelingen die zij inzetten voor hun armoedebeleid. Meestal hanteren ze een bijstandsnorm tussen de 110 en 130%. Door nodige bezuinigingen in 2012 is de bijstandsnorm in Delft van 120 naar 110% gegaan (RIS 1236279). Deze 110% wordt nog steeds gehanteerd voor de meeste regelingen. Voor de AV-Delft (aanvullende zorg­ verzekering) hanteren we een inkomensgrens van 130% van de bijstandsnorm; voor de compensatie van energiekosten hanteren we 120 en 130%. We hebben een dertigtal regelingen en tegemoetkomingen in Delft voor mensen met een laag inkomen.28 Een aantal van de

28 Alle gemeentelijke regelingen en tegemoetkomingen op een rij: https://www.delft.nl/inkomen/weinig-geld-gemeente-helpt.

Nota Armoede

22

• Computerregeling: vergoeding voor een computer één keer per vier jaar per huishouden met schoolgaande kinderen vanaf groep 5 van de basisschool tot kinderen van 18 jaar middel­ bare school (vwo, havo, vmbo of mbo). • Fietsregeling: vergoeding voor een nieuwe fiets voor kinderen van 4 tot 8 jaar en van 8 jaar tot brugklas en vanaf brugklas tot 18 jaar. • Delftpas met schoolkostenregeling: gratis Delftpas met een tegoed voor de schoolkosten en vrijwillige ouderbijdrage voor kinderen van 4 tot en met 17 jaar. • Jeugdfonds Sport & Cultuur: vergoeding voor sport of culturele activiteiten (muziek maken en toneel) voor kinderen van 3 tot 18 jaar. meest aangevraagde regelingen zijn: • Algemene bijstand • Bijzondere bijstand • Kwijtschelden van gemeentelijke belastingen • Individuele studietoeslag • Individuele inkomenstoeslag • Hulp bij voorkomen van schulden en schuldhulpverlening • Collectieve ziektekostenverzekering voor mensen met een laag inkomen • Kortingen voor mensen met een laag inkomen, via de Delftpas die korting geeft op leuke activiteiten als sport en cultuur • Regeling voor kinderen, zoals het kindpakket inclusief voorzieningen voor sport of cultuur We communiceren met inwoners over alle regelingen via de uitgave Delft Actief29, social media, gemeentelijke webpagina’s en het boekje ‘Dit geldt voor u’.

7.2 Kindregelingen

7.3 Bereik regelingen

Armoede heeft invloed op verschillende aspecten in het leven van kinderen, zoals op onderwijs, gezondheid, gezinsleven en sociale participatie. De bestrijding van armoede onder kinderen is een belangrijke doelstelling van de gemeente. Wij willen dat kinderen volwaardig kunnen meedoen, ongeacht het inkomen van hun ouders. Als gemeente verzachten we de gevolgen van armoede voor kinderen door (financiële) ondersteuningsmaat­ regelen en het vergroten van kansen voor kinderen, bijvoor­ beeld in het onderwijs.

Het Rijk heeft in 2022 en 2023 een eenmalige energietoeslag in het leven geroepen. Dit is een vorm van categoriale bijzondere bijstand. Dit betekent dat er randvoorwaarden worden gesteld. Wie aan deze voorwaarden voldoet, kan de toeslag krijgen.

De kindregelingen zijn een belangrijk instrument als het gaat om het vergroten van de bestaanszekerheid en het tegengaan van kansenongelijkheid voor kinderen. In Delft hebben we een ‘kindpakket’ met regelingen die naast elkaar aangevraagd kunnen worden:30

In Delft komen inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm in aanmerking voor de energietoeslag. Inwoners tot 130% kwamen in 2022 ook in aanmerking voor een gedeel­ telijke gemeentelijke energietoeslag. Inwoners die door een schuldregeling een laag besteedbaar inkomen hebben, komen eveneens in aanmerking. Hoewel het Rijk heeft geadviseerd studenten niet mee te nemen in de regeling, komen studenten in Delft voor 2022 wel in aanmerking voor de regeling, mits ze een eigen energiecontract hebben.

29 Delft Actief: https://www.delft.nl/inkomen/uitkering/delft-actief. 30 Delftse gemeentelijke kindregelingen: https://www.delft.nl/zorg/jeugd-en-gezin/jij-doet-mee.

Nota Armoede

23

Vanaf 2023 is er ook een regeling gestart om huishoudens via de individuele bijzondere bijstand energiekosten voor het jaar 2022 te compenseren (RIS 2244553). Deze regeling is voor huishoudens die niet in aanmerking komen voor de eenmalige energietoeslag of die ondanks de energietoeslag toch nog in de problemen komen door de gestegen energiekosten. We doen incidenteel in 2022 en 2023 iets aan energiearmoede via het plan van aanpak Energiearmoede (RIS 2128623) en structureel via de Energietransitie. Want als inwoners maatregelen kunnen nemen om hun energieverbruik te verlagen, maken ze structu­ reel minder kosten. Dankzij de aanvraag energietoeslag en de individuele bijzondere bijstand energiekosten krijgen we meer mensen in armoede in beeld, zoals bijvoorbeeld de groep werkende armen. Deze kennis gaan we gebruiken, voor zover de Algemene verordening gegevensbescherming het toelaat, zodat we hen ook kunnen informeren over andere maatregelen op armoede en schulden vanuit de gemeente Delft.

7.4 Regelingen energiekosten We streven naar een zo groot mogelijk bereik van regelingen. Dat hebben we de afgelopen jaren gemonitord. In het onder­ zoek door de Delftse rekenkamer (najaar 2017) naar het Delftse armoedebeleid wordt geconcludeerd dat over het algemeen het bereik van de verschillende regelingen in Delft gemiddeld tot hoog is. Vooral ons bereik van de kindregelingen is hoog. Ook de AV-Delft en de Delftpas hebben een hoog bereik. Maar van andere regelingen wordt ook goed gebruik gemaakt. Het bereik van de verschillende regelingen wordt bepaald door de potentiële omvang van de doelgroep.

Tabel: Overzicht van bereik en kosten van de meest aangevraagde regelingen in 2021

Verstrekkingen

Inkomensgrens

Omvang doelgroep

Gebruik in 2021

In % van de doelgroep

uitgegeven budget in 2021

Kinderopvangkosten Sociaal Medische Indicatie (SMI)

110%

1000

83

8%

€ 745.000

Budgetbeheer, bewindvoering

geen

Niet bekend

1300

niet te bepalen

€1.853.000

Computerregeling

110%

250

216

86%

€ 97.000

Fietsregeling

110%

276

165

60%

€ 54.000

Individuele inkomenstoeslag

105%

2362

1486

63%

€ 652.000

Individuele studietoeslag

110%

onbekend

90

niet te bepalen

€ 127.000

Aanvullende uitkering jongeren onder 21 jaar

100%

onbekend

42

niet te bepalen

€ 84.000

AV Delft

130%

12012

6794

57%

€1.677.000

Overige vormen Individuele bijzondere bijstand

110%

5256

Jeugdsportfonds

110%

1287

664

56%

€ 160.000

Jeugdcultuurfonds

110%

1287

105

9%

€ 30.000

Gratis Delftpas voor kinderen, inclusief schoolkostenregeling

110%

1670

1670

100%

€ 238.000

Delftpas volwassenen31

110%

5256

2052

39%

€ 204.000

Totaal

€ 837.000

€6.758.000

De jaarkaart op de volgende bladzijde vanuit de Divosa Benchmark32 armoede en schulden 2021 geeft een goed beeld hoe Delft het doet rond regelingen in vergelijking met andere gemeenten.

31 De Delftpas is een pas voor alle inwoners van Delft. Voor mensen in armoede vergoeden wij de kosten voor de aanschaf van een Delftpas (€ 55,-) gedeeltelijk. De pas voor kinderen is gratis en daar zit ook een schoolkostenregeling op. De pas voor volwassenen kost € 5,-. 32 Divosa benchmark Armoede en Schulden: https://www.divosa-benchmark.nl/armoede-en-schulden/#!/.

Nota Armoede

24

Hoe zet Delft minimaregelingen in?

bijzondere bijstand

kinderen in armoede

volwassenen in armoede

Voor onverwachte noodzakelijke kosten,

Om kinderen te laten meedoen, zoals

Om mensen te laten meedoen, zoals geld

zoals bij ziekte, scheiding of verhuizing.

een laptop of sportvereniging.

voor internet of vervoer naar werk.

662 euro

Telt

Per jaar doen zij samen ongeveer

103.744

2890 aanvragen

279 aanvragen

inwoners

voor minimaregelingen

per 10.000 inwoners

Benchmarkgemiddelde

578 euro

560 euro

Benchmarkgemiddelde

447 euro

14 euro

Benchmarkgemiddelde

56 euro

Voor deze gemeente zijn dat

kwijtschelden belastingen

resterende minimaregelingen

collectieve zorgverzekering

Voor tegemoetkoming in kosten zoals

Een tegemoetkoming voor

Een collectieve zorgverzekering voor

riool- en afvalstoffenheffing.

gehandicapten of regelingen voor

mensen met een laag inkomen.

speciale doelgroepen.

Voor mensen met een minimum inkomen hebben gemeenten regelingen voor extra financiële ondersteuning.

Een gezin dat leeft op 120% van de bijstandsnorm heeft ongeveer

1844 euro per maand te besteden. Voor een alleenstaande is dat ongeveer 1291 euro. Dat is exclusief toeslagen maar inclusief vakantiegeld.

312 euro

Benchmarkgemiddelde

224 euro

0 euro

Benchmarkgemiddelde

34 euro

156 euro

Benchmarkgemiddelde

115 euro

*nvh = niet voorhanden. De cijfers zijn het Benchmark gemiddelde per jaar per huishouden in de doelgroep. De kosten van de collectieve zorgverzekering zijn ook onderdeel van de kosten van de bijzondere bijstand.

De gegevens in deze infographic komen uit de Divosa Benchmark Armoede & Schulden 2021. Kijk voor meer informatie op divosa-benchmark.nl/armoede-en-schulden

Nota Armoede

25

8. Wat zijn onze ambities?

Nota Armoede

26

Voor de thema’s (kinder)armoede en schulden zijn er voor deze collegeperiode een aantal concrete doelen en acties vastgelegd in het coalitieakkoord. We hebben ervoor gekozen om twee aparte beleidsnota’s op te stellen voor armoede en schuldhulpverlening te schrijven. De beleidsnota schuldhulpverlening volgt eind 2023. De doelen en acties rondom armoede uit het coalitieakkoord zijn voor de Nota Armoede vertaald in drie beleidsambities: 1. We geven perspectief aan kinderen die opgroeien in armoede Een te groot aantal kinderen in onze stad groeit op in armoede. Dat is een groot probleem, want juist de eerste levensjaren zijn zo bepalend voor wat mensen in hun leven kunnen bereiken. Wij willen kansenongelijkheid bij kinderen daarom zoveel mogelijk voorkomen en de kansen van kinderen in gezinnen met armoede verbete­ ren. Zodat kinderen volwaardig kunnen meedoen met onderwijs, participatie, zorg, wonen en werk, ongeacht het inkomen van hun ouders. 2. Wij zetten in op bestaanszekerheid voor kinderen en volwassenen Bestaanszekerheid raakt verschillende leefgebieden zoals werk, wonen, betaalbare zorg, school en sociale relaties. Delftenaren die moeilijk rondkomen of schulden hebben, krijgen te maken met onzekerheden op die verschillende leefgebieden.

Terwijl rust op deze leefgebieden een noodzakelijke voorwaarde is om de ruimte te vinden die nodig is om je als mens te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. Daarom zetten we in op bestaanszeker­ heid voor kinderen en volwassenen. Ook om te door­ breken dat armoede van generatie op generatie wordt

doorgegeven is het belangrijk om de bestaanszekerheid van inwoners te vergroten. 3. We willen dat inwoners (jong en oud) goed kunnen omgaan met geld Volgens het Nibud is iemand financieel redzaam wanneer hij weloverwogen keuzes maakt, zodanig dat financiën in balans zijn op zowel korte als lange termijn. Het in balans zijn van de inkomsten en uitgaven is belangrijk bij financiële zelfredzaamheid, maar ook het doorhebben wanneer dat niet meer het geval is en de weg naar hulp weten. Het gaat ook over het kunnen vinden van de juiste informatie en het tijdig inschakelen van hulp. Goed leren omgaan met geld gaat meestal niet vanzelf. Daarom is het belangrijk dat kinderen van jongs af aan financiële vaardi­gh­ eden aanleren zoals sparen, plannen en omgaan met verleidingen. Volwassen die niet financieel zelfredzaam zijn, kunnen alsnog leren hoe zij hun administratie op orde houden, hoe ze verantwoorde financiële keuzes kunnen maken, hoe ze financiële tekorten kunnen signaleren en leren om voorbereid te zijn op (on)voorziene gebeurtenissen.

Nota Armoede

27

9. Wat gaan we doen?

Nota Armoede

28

Om onze ambities waar te kunnen maken, zetten we het huidige armoedebeleid voort én zetten we vanaf 2023 verschillende aanvullende maatregelen in. Daarnaast blijven we in de aankomende jaren volgen wat er landelijk gebeurt op armoedebestrijding en zullen we toepasbare initiatieven voor Delft gebruiken, waar mogelijk. De maatregelen uit de Nota Armoede passen deze college­ periode binnen de financiële kaders. In de bijlage Voorstellen Bestaanszekerheid doen we nog enkele voorstellen met maatre­ gelen waarvoor in de huidige begroting bijzondere bijstand/ armoede geen financiële dekking is, maar die wel een grote bijdrage kunnen leveren aan de bestaanszekerheid van Delftse inwoners.

9.1 Maatregelen bij ambitie 1 ‘We geven perspectief aan kinderen die opgroeien in armoede’ 1. Intensiveren integraal kinderarmoedebeleid 2. Inzet ‘Speaking Minds’ voor input jongeren 3. Regelingen kinderarmoede onder de loep 4. Schoolontbijt en schoolfruit 5. Aansluiten bij alliantie kinderarmoede

9.1.1 Intensiveren integraal kinderarmoede­ beleid Verschillende onderzoeksrapporten adviseren dat integraal werken op het gebied van kinderarmoede noodzakelijk is. Daarom gaan we in Delft de komende jaren de samenwerking met relevante partners uit de stad op het thema armoede en schulden intensiveren.

We beginnen in 2023 met een aantal acties voor scholen (primair, voortgezet, mbo) en de Jeugdgezondheidszorg ( Jgz): • Intensiveren van de gemeentelijke samenwerking tussen armoedebeleid, onderwijsbeleid en jeugdbeleid, onder andere door nog meer af te stemmen met elkaar. • In gesprek met scholen over hoe we samen de strijd tegen armoede kunnen intensiveren. Welke rol zien zij voor zichzelf bij problemen rond armoede en schulden? Welke andere behoeften en/of ideeën hebben zij? Wat doen ze al aan financiële educatie? • In gesprek met Jeugdgezondheidszorg over hoe we samen de strijd tegen armoede kunnen intensiveren. Welke rol zien zij voor zichzelf bij problemen rond armoede en schulden? Welke andere behoeften en/of ideeën hebben zij? • Scholen en Jeugdgezondheidszorg hebben aangegeven behoefte te hebben aan meer informatie over armoede en schulden. De gemeente gaat daarom het volgende informatie­ pakket met scholen en Jeugdgezondheidszorg delen: • Signaallijst kinderarmoede • Handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’ • Informatie over gemeentelijke (armoede)(kind)regelingen • Informatie over andere Delftse hulp bij armoede • Informatie over hulp bij financiële problemen/schulden • Informatie over financiële educatie • Informatie over de lokale Week van het Geld

9.1.2 Inzet ‘Speaking Minds’ voor input jongeren We ondersteunen kinderen in gezinnen met armoede zoveel mogelijk met op het kind gerichte maatregelen. Om duidelijk te krijgen waar kinderen/jongeren behoefte aan hebben, betrekken we hen bij het opstellen van regelingen. Daarvoor is jeugdparticipatie nodig. Jeugdparticipatie betekent dat kinderen en jongeren actief meedoen, meepraten en meebeslissen bij zaken die voor hen belangrijk zijn en op plekken waar zij zelf deel van uitmaken.33 Speaking Minds is een initiatief van Stimulansz, Defence for Children en Save the Children. Het is een erkende methodiek om kinderen en jongeren actief te betrekken en jongeren­ participatie mogelijk te maken op het thema armoede en schulden. Het werkt als volgt: de gemeente komt met een gerichte hulpvraag en de jongeren buigen zich hierover. Onder leiding van ervaren trainers brengen zij advies uit aan de ge­ meente, de school en andere geïnteresseerden. Verder leren de jongeren tijdens het traject hoe beleid tot stand komt, op welke wijze zij hun stem kunnen laten horen en wat hen dit oplevert. In Delft hebben we al twee keer een Speaking Minds-project gedaan in 2020 en in 2021 (zie ook RIS 4209776). Inmiddels heeft de gemeente twee medewerkers via een train-de-trainer-traject laten opleiden om Speaking Minds uit te kunnen voeren.

In maart 2023 starten we met Speaking Minds op het Grotius College. Hier hebben we Speaking Minds al twee keer eerder uitgevoerd en het Grotius is erg enthousiast over dit project. Het is de bedoeling om Speaking Minds ook op andere scholen (bovenbouw primair onderwijs, voortgezet

33 Bron: https://www.nji.nl/ervaringskennis/wat-is-jeugdparticipatie.

Nota Armoede

29

onderwijs en mbo) uit te voeren. Er kunnen binnen de huidige capaciteit één tot twee projecten per jaar uitgevoerd worden.

9.1.3 Regelingen kinderarmoede onder de loep De gemeente heeft een uitgebreid kindpakket en ons bereik van de kindregelingen is hoog. We gaan onderzoeken of de doelgroep en professionals die met de doelgroep werken het huidige kindpakket afdoende vinden of dat zij nog onderdelen missen. Omdat we dat nu nog niet doen, gaan we bijvoorbeeld vanaf 2023 het gebruik van verjaardagboxen zoals Jarige Job promoten onder Delftse inwoners. 34

Daarnaast gaan we zorgen dat informatie rond armoede en financiële problemen voor kinderen en jongeren makkelijk te vinden is. Eén van de adviezen van Delftse jongeren uit het Speaking Minds-traject uit 2021 was: alle informatie over hulp bij geldproblemen op één website. Onder het communicatie­ plan Armoede valt daarom het aanpassen van de gemeentelijke pagina met de kindregelingen. Dit is nu een pagina met alleen informatie over het kindpakket. Het moet een pagina worden waarop alle relevantie informatie rondom armoede en financiële problemen voor kinderen en jongeren in Delft te vinden is. We willen jongeren betrekken bij de inrichting van de pagina. Naar aanleiding van de motie ‘Kinderarmoede’ (RIS M20220630.8.2.1) zijn op het kind gerichte maatregelen om kinderarmoede aan te pakken uitgewerkt. Bij het coalitie­ akkoord is voor 2023 eenmalig € 400.000 voor breder beschik­ bare middelen Kinderarmoede beschikbaar gesteld in het kader van het onderdeel ‘Delft kansrijk voor iedereen’. De uitwerking van deze maatregelen bieden we als bijlage Voorstellen Kinder­ armoede aan bij de Nota Armoede. 34 Weblink Delfts kindpakket: https://www.delft.nl/zorg/jeugd-en-gezin/ jij-doet-mee.

9.1.4 Schoolontbijt - schoolfruit In 2023 zijn we na de motie ‘Kinderarmoede’ (RIS M20220630.8.2.1) gestart met een pilot rondom schoolontbijt en schoolfruit op scholen. Dit valt onder de portefeuille onderwijs. Bij het coalitieakkoord is eenmalig in het kader van het onderdeel ‘Delft kansrijk voor iedereen’ voor 2023 € 50.000 gereserveerd voor schoolontbijt. Als de pilots succes­ vol zijn, zal er bekeken worden hoe schoolontbijt en schoolfruit structureel ingevoerd kunnen worden op scholen35.

9.1.5 Aansluiten bij de Alliantie Kinderarmoede in 2023 De Alliantie Kinderarmoede36 verenigt publieke en private partijen om een bijdrage te leveren aan het bestrijden van de gevolgen van armoede onder kinderen en te voorkomen dat er nieuwe gezinnen in armoede bijkomen. Er zijn geen kosten verbonden aan deelname, maar elke partner moet wel individueel bepalen wat deze als partner concreet gaat bijdragen aan het tegengaan van armoede in de eigen gemeente of vanuit de eigen organisatie. De tien opgaven en de Verandertheorie van de Alliantie zijn daarbij leidend.

9. Opgroeien in een kindvriendelijke omgeving 10. Signaleren en ondersteunen als werkgever Als we aansluiten bij de Alliantie Kinderarmoede zijn we onder­ deel van een groot platform waarin we kunnen kennisdelen en samenwerken. De gemeente zet al veel in op bovenstaande tien opgaven. In deze nota staan verschillende maatregelen die bij de tien opgaven aansluiten. We gaan de Nota Armoede gebruiken als document om aan te geven wat Delft doet aan het tegengaan van armoede. Aansluiten bij de Alliantie Kinderarmoede is niet alleen een logische stap vanuit armoedebeleid. Ook het programma voor Delft-West zal zich inzetten op verschillende van de tien op­ gaven van de Alliantie Kinderarmoede. Bij aansluiting onder­ tekent de wethouder armoede het convenant (de belofte) van de Alliantie. Ondersteuning van de Alliantie Kinderarmoede via een subsidie is ook een van de nieuwe maatregelen die het Rijk inzet ter versterking van kinderen in armoede. Inmiddels heeft de Alliantie Kinderarmoede 275 aangesloten partners, waar­ onder ongeveer zeventig gemeenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12805981/1