CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

natuurenmilieu.nl/app/uploads/NM2024-Onderzoek-Tekort-aan-groen-in-Nederlandse-steden.pdf

Commissie Ruimte en Verkeer 16 januari 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Natuur & Milieu - Publicatie rapport 'Tekort aan groen in Nederlandse steden' (nr. 2450673)22.093 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Tekort aan groen in Nederlandse steden Onderzoek naar de verstening van Nederlandse gemeenten

Inhoud Samenvatting Opzet onderzoek Resultaten Conclusie Aanbevelingen

1. Inleiding 1.1 Het belang van groen in de stad 1.2 Nederlandse gemeenten zijn versteend 1.3 Veel aandacht voor vergroening 1.4 Onderzoek naar verstening

2. Opzet onderzoek 2.1 Scope van het onderzoek 2.2 Data 2.3 Normen voor groen en de mate van verstening 2.4 Leeswijzer

3. Resultaten 3.1 Verstening in G32-gemeenten in 2024 3.2 Trend verstening G30-gemeenten 2019–2024 3.3 Trend verstening G4-gemeenten in 2019–2024

4. Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies 4.2 Aanbevelingen

5. Bijlagen

3 3 3 4 4

5 5 6 6 8

9 9 9 10 10

11 11 15 18

20 20 21

23

Bijlage 1: Boomkroonbedekking 23 1.1 Boomkroonbedekking als aanvullende indicator voor groen 23 1.2 Norm voor boomkroonbedekking 24 1.3 Resultaten analyse boomkroonbedekking 24 1.4 Conclusie boomkroonbedekking 26

Bijlage 2: Stappenplan voor gemeenten Stap 1 Ambitie/doel vaststellen Stap 2 Bepaal je opgave Stap 3 Werk met vergroenings-scenario’s per gebied/wijk

27 28 29

Bijlage 3: Data op gemeenteniveau Alkmaar Almere Alphen aan den Rijn Amersfoort Amsterdam Apeldoorn Arnhem Breda Delft Deventer Dordrecht Ede Eindhoven Emmen Enschede Groningen Haarlem Haarlemmermeer Leeuwarden Leiden Maastricht Nijmegen Rotterdam ’s-Gravenhage ’s-Hertogenbosch Tilburg Utrecht Venlo Westland Zaanstad Zoetermeer Zwolle

31 31 32 32 33 33 34 34 35 35 36 36 37 37 38 38 39 39 40 40 41 41 42 42 43 43 44 44 45 45 46 46 47

29

6. Bronnenlijst

48

Colofon

50

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

2

Samenvatting Voldoende groen in onze steden is geen vrijblijvende luxe, maar absolute noodzaak. Groene steden zijn essentieel voor het tegengaan van hitte- en wateroverlast, voor het welzijn en de gezondheid van bewoners en voor de biodiversiteit. Toch blijkt uit dit onderzoek van Natuur & Milieu en architecten- en ingenieursadviesbureau Sweco dat meer dan de helft van de buurten in de 32 grootste Nederlandse gemeenten versteend is. Deze verstening is de afgelopen vijf jaar – in de periode 2019 tot 2024 – sterk toegenomen. In de nabijheid van iedere woning zou voldoende groene openbare ruimte moeten zijn. Een versteende omgeving is immers niet goed voor de bewoners en voor de natuur.

Opzet onderzoek In dit rapport beschrijven we de verstening in 2024 van de openbare ruimte van de 32 grootste gemeenten. De trend in verstening over de afgelopen vijf jaar (de periode 2019 tot 2024) is onderzocht aan de hand van 30 gemeenten. De trendanalyse is voor 30 gemeenten gedaan, omdat de data voor de gemeenten Groningen en Enschede in 2019 niet compleet bleken. Alle buurten binnen deze gemeenten vanaf vijfhonderd woonadressen zijn onderzocht op basis van luchtfoto’s en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). De BGT is een digitale kaart van Nederland waarop de fysieke leefomgeving – zoals gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen – eenduidig is vastgelegd. De mate van verstening van een buurt is getoetst aan twee normen: 1. De beschikbaarheid van minstens 75 m² openbaar groen per woning in de buurt. ‘Groen’ betekent in dit onderzoek dat het niet (te veel) versteend is. In de Nota Ruimte (2004) wordt 75 m² groen per woning als ondergrens gezien. 2. De aanwezigheid van ten minste 1 hectare aaneengesloten openbaar groen gebied in de buurt. Voor de waarde van groen voor biodiversiteit en voor ontspanning en welzijn van mensen, is het van belang dat het groen aaneengesloten is. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert dat er minstens 1 hectare nodig is.

Buurten die niet aan een van deze normen voldoen, noemen we in dit rapport ‘versteend’. Een buurt moet dus zowel voldoende vierkante meter groen per woonadres, als voldoende aaneengesloten groen hebben om als ‘niet versteend’ aangemerkt te worden. Deze twee normen zijn relevant om de mate van verstening van een buurt te bepalen, maar zeggen niets over de kwaliteit van het openbaar groen. Hierover doet dit onderzoek geen uitspraak.

Resultaten Versteende buurten in G32-gemeenten in 2024 Uit dit onderzoek blijkt dat 1.104 buurten (54 procent) in de 32 grootste gemeenten van Nederland (G32gemeenten) in 2024 versteend zijn. In de grootste vier gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) is zelfs 70 procent van de buurten versteend. Een versteende buurt wil dus zeggen dat er minder dan 75 m² groen per woonadres is, en/of er een aaneengesloten groen gebied van ten minste 1 hectare ontbreekt. Dit betekent dat in 2024 in de G32-gemeenten ongeveer 3,6 miljoen mensen in een versteende omgeving wonen. Dat komt met name doordat er te weinig groen (minder dan 75 m²) per woonadres is in deze buurten. Een kwart van de buurten heeft zelfs minder dan 30 m² openbaar groen per woonadres en valt daarmee ruim onder de norm.

Trend in verstening in G30-gemeenten Ondanks de toenemende aandacht voor de waarde van groen en vergroening, zijn minder buurten gaan voldoen aan de groennormen. Het aantal buurten dat voldoet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres in de G30, nam sinds 2019 met

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

3

7 procent af. Bij de G4-gemeenten was dit zelfs 13,6 procent. Bovendien nam het gemiddelde aantal vierkante meters groen per woonadres in de G30gemeenten met 24,2 procent af. Dit wijst op een neerwaartse trend in de hoeveelheid openbaar groen per woonadres. Hiervoor zijn twee oorzaken: 1. E  en lichte afname in het oppervlak openbaar groen. Dit oppervlak nam af met ruim 658 hectare (2,5 procent) in de G30. Bovendien krimpt de openbare ruimte en ontstaat er steeds meer private ruimte binnen de onderzochte buurten; in totaal is er 232 hectare openbare ruimte verdwenen, een daling van 0,4 procent. 2. T  egelijkertijd groeit het aantal inwoners per gemeente, en groeit het groen in de openbare ruimte niet mee. Er kwamen tussen 2019 en 2024 namelijk ruim 234.000 woningen bij in de onderzochte buurten. Groen groeide niet mee met het aantal woningen. Hierdoor komt er steeds meer druk op het beschikbare groen. Er is ook een lichte daling van 0,9 procent te zien in het aantal buurten waar bewoners toegang hebben tot een gebied van meer dan 1 hectare openbaar aaneengesloten groen. Deze toenemende verstening heeft nadelige gevolgen voor mensen en dieren in de stad. Het zorgt voor minder weerbaarheid tegen wateroverlast en hittestress. Het leidt tot meer verstoring van het leefgebied van dieren. En de leefomgeving voor bewoners wordt minder aantrekkelijk en gezond.

Conclusie In dit rapport concluderen we dat meer dan de helft van de buurten niet voldoende groen heeft en dat groen niet meegroeit met het aantal woningen. Uit dit onderzoek blijkt dat meer dan de helft (54 procent) van de buurten in de G32 versteend is. Deze verstening is de afgelopen vijf jaar – in de periode 2019 tot 2024 – in de G30 met 7,6 procent toegenomen.

Aanbevelingen Als we nu niet ingrijpen, verstenen buurten steeds verder en verdwijnen de voordelen van groen in de stad steeds meer uit het zicht. Natuur & Milieu roept de rijksoverheid en gemeenten op aan de slag te gaan om deze negatieve trend te keren en buurten te vergroenen.

Rijksoverheid De resultaten van dit onderzoek laten zien hoe hard landelijke regie nodig is. Alleen de rijksoverheid kan ervoor zorgen dat er voldoende vergroening is in alle buurten en alle steden. En alleen de rijksoverheid kan zorgen voor een gelijk speelveld voor ontwikkelaars. Natuur & Milieu heeft hierom de volgende aanbevelingen: • Ontwikkel een nationaal programma voor groen in en om de stad en zorg dat daarvoor voldoende geld beschikbaar is. Hiervoor kan het bestaande programma Groen in en om de Stad uitgebreid worden met haalbare doelen en afspraken over de te realiseren vergroening. Nu is dit programma vooral gericht op leren en ondersteuning. • Maak groennormen wettelijk verplicht via instructieregels in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL, onderdeel Omgevingswet). • Kwantificeer de baten van vergroening (zoals een verbetering in de gezondheid van inwoners van groene buurten, of stijgende vastgoedwaardes). Richt een instrument in waardoor een deel van de baten worden afgeroomd bij baathouders, zoals vastgoedeigenaren, en beschikbaar komen voor vergroening door gemeenten.

Gemeenten Veel gemeenten weten groenambities niet waar te maken doordat er geen harde groennormen en te weinig financiële middelen zijn. Hiervoor kunnen gemeenten middelen afromen bij projectontwikkelaars en ze kunnen fondsen ontwikkelen voor bovenwijkse voorzieningen. Ook kunnen gemeenten stijgende WOZ-inkomsten inzetten voor vergroening. Om groenambities harder te maken, kan het Omgevingsplan worden aangepast. Verder is in Bijlage 2 een stappenplan opgenomen hoe gemeenten de vergroeningsopgave kunnen aanpakken.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

4

1. Inleiding 1.1 Het belang van groen in de stad

door klimaatverandering in Nederland zorgt voor bijna 250 extra sterfgevallen per jaar.vi

Planten en dieren in de stad Groene en natuurrijke steden hebben veel voordelen voor zowel de mens als de natuur. In steden wonen mensen, wordt gewerkwt en gerecreëerd. Maar ook planten en dieren leven in de stad. Denk aan de huismus, de egel, vleermuizen, vlinders of de gierzwaluw. Niet alleen in het buitengebied staat de biodiversiteit onder druk, want ook diverse diersoorten die in de stad voorkomen gaan in aantallen achteruit.i Uit onderzoek van Sovon blijkt dat van de 83 vogelsoorten die veel in stede voorkomen er meer soorten in aantallen achteruit zijn gegaan.

Wateroverlast ontstaat wanneer regen niet meer kan worden afgevoerd, bijvoorbeeld in de bodem of via het riool. In de stad komt wateroverlast vaker voor. Door de verharde oppervlaktes kan regenwater niet gemakkelijk in de bodem zakken. Door klimaatverandering komen hevige buien steeds vaker voor en duren ze langer, waardoor ook de wateroverlast toeneemt.vii Uit onderzoek van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) blijkt dat de wateroverlast in 2021 in ZuidLimburg werd versterkt door zware en langdurige regenval als gevolg van klimaatverandering.viii

Deze achteruitgang heeft diverse oorzaken. Het is bijvoorbeeld steeds moeilijker voor vogels om nesten te bouwen door stadsvernieuwing en moderne bouwmethoden. Daarnaast verdwijnen groene, rommelige en kruidenrijke hoekjes waar insecten leven die essentieel zijn voor het voeren van jonge vogels.ii Het groen levert voedsel, schuilgelegenheid en vaak ook een plek voor de voortplanting. Daarom is een groene stad, waarin we natuurinclusief bouwen en de natuur de ruimte geven, heel belangrijk voor het voortbestaan van de vele diersoorten die de stad rijk is.

De risico’s op hittestress en wateroverlast blijven toenemen doordat steden steeds voller worden gebouwd en verstenen, in combinatie met klimaatverandering.

Groene steden zijn weerbaarder tegen klimaatverandering Naast het belang van groene steden voor planten en dieren, is er ook de urgentie om steden ‘klimaatadaptief’ te maken. Ofwel: steden zo in te richten dat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Door klimaatverandering wordt het warmer en komen hittegolven vaker en langduriger voor. Dit kan leiden tot hittestress bij bewoners, met serieuze gezondheidsproblemen tot gevolg.iii In versteende steden is het dan gevaarlijk warm doordat de bebouwing en bestrating veel warmte vasthouden. Op warme dagen kan in binnenstedelijke gebieden de temperatuur tot wel 8ºC toenemen ten opzichte van gebieden buiten de stad: het zogenoemde hitte-eiland effect.iv,v Uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat hitte

Groen in de stad leidt tot een lagere temperatuur in steden. En bomen zorgen voor schaduw en verkoeling. Hierdoor hebben mensen minder last van warmte of zelfs hittestress.ix Daarnaast vermindert groen in de stad de wateroverlast. In groen kan de neerslag in de bodem wegzakken.x De afvoercapaciteit van het riool wordt dan minder belast. En dit vermindert weer het risico op overstromingen, waterschade en riooloverstorten – waarbij regenwater samen met afvalstoffen zoals ontlasting, urine, en resten van medicijnen en drugs in het milieu terechtkomt.

Groen is goed voor de gezondheid van inwoners Tot slot heeft een groene woonomgeving een positief effect op de mentale en fysieke gezondheid van inwoners. Een groene woonomgeving zorgt voor een betere mentale gezondheid door verlaagde niveaus van depressie, stress en angst. Daarnaast werkt een groene omgeving uitnodigend om te bewegen en te ontspannen. Dit draagt bij aan de vermindering van hart- en vaatziekten en overgewicht.xi Kinderen in groene wijken hebben bijvoorbeeld 15 procent minder vaak last van overgewicht.xii Daarnaast filteren bomen en planten schadelijke fijnstofdeeltjes uit de lucht.xiii

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

5

1.2 Nederlandse gemeenten zijn versteend Groen in en om de stad kent vele voordelen en vergroening kan bijdragen aan oplossingen voor de diverse opgaven in en rond steden: verhogen van biodiversiteit, verbeteren van gezondheid, en betere aanpassing tegen klimaatverandering. Meerdere onderzoeken tonen echter aan dat er momenteel onvoldoende groen in de stad is om volledig te profiteren van de voordelen die het met zich meebrengt. Uit onderzoek van Natuur & Milieu uit 2021 bleek al dat meer dan de helft (53 procent) van de buurten in de 32 grootste Nederlandse gemeenten te versteend is.xiv Onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit 2023 bevestigt dat beeld. In het onderzoek van PBL wordt getoetst hoeveel procent van de buurten in Nederland voldoet aan de richtlijn van 75 m² openbaar groen per huishouden. Slechts 36 procent van alle buurten in Nederland blijkt te voldoen aan deze norm. Het PBL-rapport duidt dat er juist in wijken met een lage sociaaleconomische status weinig groen is. Ook blijkt uit dit rapport hoe groot de verschillen zijn in groen tussen wijken met hogere en lagere bewonersdichtheden.xv Verder blijkt uit de resultaten van de Groene Stad Challenge, waaraan 124 gemeenten deelnemen, dat de vergroening van de stedelijke leefomgeving stagneert.xvi

1.3 Veel aandacht voor vergroening Nederland is sterk verstedelijkt en de bevolking blijft groeien. In het regeerprogramma van het kabinetSchoof wordt het streven vermeld om jaarlijks 100.000 woningen bij te bouwen.xvii Bovendien wordt de meeste bevolkingsgroei verwacht in stedelijke gebieden.xviii Hierdoor is het risico op verdichting in de stad groot. Vergroening van Nederlandse steden krijgt veel aandacht. Bewoners(groepen) vergroenen straten, gevels en daken. De meeste gemeenten en ook de rijksoverheid onderschrijven het belang van groen in en om de stad. Zij zetten zich in om bouwen en vergroenen aan elkaar te koppelen, zodat het bouwen van meer woningen niet leidt tot minder groen. Ook zetten ze in op een verdere vergroening van de openbare ruimte. Landelijk is de ‘vergroeningsopgave’ ondergebracht binnen de programmatische aanpak Groen in en om de Stad (GIOS). Op 31 mei 2024 is als onderdeel van deze aanpak een handreiking uitgebracht. Daarin worden aan gemeenten en provincies vrijblijvend adviezen gegeven over het meenemen van vergroening in het maken van hun plannen. In de handreiking staan richtlijnen voor de aanleg en het behoud van groen op verschillende schaalniveaus; zie figuur 1.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

6

Overzicht Handreiking Groen In en Om de Stad

Gebouw/perceel

Menselijke maat

Stimuleer verduurzaming en vergroening • Landelijke maatlat • Natuurinclusiviteit • Ontsteende tuinen

Straat

Buurt

Stimuleer verduurzaming en vergroening • Landelijke maatlat • Natuurinclusiviteit • Ontsteende tuinen

Stuur op kwaliteit van de leefomgeving • Zicht op continue groenvoorziening • Maatwerk per straat • Stimuleren diversiteit leefomgeving • Natuurinclusiviteit Stuur op kwaliteit van de leefomgeving • Zicht op continue groenvoorziening Stuur op kwaliteit van • Maatwerk per straat de gemeenschap • Stimuleren diversiteit leefomgeving • Landelijke maatlat • Natuurinclusiviteit

• Koele verblijfsplek 200m2 • Groene ontmoetingsplek

Wijk

Stuur op kwaliteit van de gemeenschap • Landelijke maatlat • Koele plek 200 m2 • Groene ontmoetingsplek

Sturen op kwaliteit • Kwantitatief normeren

Sturen op kwaliteit • Kwantitatief normeren

Stad

Stuur op systeem • Groenstructuurplan • Opgave per wijk stellen

Systeem

Stuur op systeem • Groenstructuurplan • Opgave per wijk stellen

Regio

Stuur op systeem • Focus op verbindingen met (groen, natuur, Stuur op buitengebied systeem • Focus oprecreatief) verbindingen met buitengebied (groen, • recreatief) 350-500 m2groen per woning natuur, • 350-500binnen m2 groen per een straal van 5 km woning

Figuur 1: Overzicht groen in en om de stad uit de handreiking GIOS.xix

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

7

Op dit moment werkt de rijksoverheid aan de nieuwe Nota Ruimte. Dit document is een vervolg op de Nationale Omgevingsvisie uit 2020 en heeft als doel deze verder te concretiseren.xx In het voorontwerp van de Nota Ruimte van 19 juni 2024 staat dat een aantrekkelijke, schone en beweegvriendelijke leefomgeving met voldoende groen in en om de stad voor heel Nederland van cruciaal belang is. Daarom zou – aldus de rijksoverheid – de groenopgave moeten worden uitgewerkt in verstedelijkingsstrategieën. Zo kan groen meegroeien met de verstedelijking. Daarnaast wordt onderzocht of er een norm voor de hoeveelheid groen kan worden vastgelegd en gehandhaafd.xxi Ook gemeenten hebben visies, ambities en beleid voor vergroening. Ze hebben veelal een beschermde groenstructuur en werken met natuureisen voor nieuwbouw. Maar in de praktijk blijkt het voor gemeenten moeilijk om voldoende te vergroenen. Tweeëntwintig grote gemeenten melden dat de beschikbare financiële middelen onvoldoende zijn om de stedelijke groenopgave adequaat uit te voeren.xxii Ondanks alle steun voor vergroening bij Rijk en gemeenten, zijn er geen harde normen, specifieke criteria of verplichtingen voor groen in de stad.xxiii Niet op landelijk niveau en zeer zelden op lokaal niveau. De Europese Herstelverordening, gericht op het herstellen van de natuur en de biodiversiteit, stelt echter wél wettelijk eisen aan vergroening.

Lidstaten zijn verplicht ervoor te zorgen dat er tegen 2030 in alle steden en voorsteden geen nettoverlies is van stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking ten opzichte van het jaar waarin de verordening in werking trad (2024).xxiv

1.4 Onderzoek naar verstening In het rapport Stad van Steen uit 2022 concludeerde Natuur & Milieu dat de 32 grootste gemeenten van Nederland te versteend zijn. Gezien de aandacht die er is voor vergroening, de huidige bouwopgave en verdere verstedelijking wordt er in dit nieuwe onderzoek gekeken naar trends in de verstening van de grootste gemeenten van Nederland over de afgelopen vijf jaar (2019-2024). Het onderzoek is uitgevoerd in een samenwerking tussen Natuur & Milieu en architecten- en ingenieursadviesbureau Sweco. Centraal staat de vraag: in hoeverre neemt verstening van de openbare ruimte in de grootste gemeenten van Nederland toe of af? Dit onderzoek is een vervolg op de publicatie van Natuur & Milieu uit 2022. Waar Stad van Steen data uit 2021 gebruikte, is dit onderzoek gebaseerd op gegevens uit 2019 en 2024. Hiermee richt dit onderzoek zich op de trend van verstening. We willen onderzoeken in hoeverre de aandacht die er is voor vergroening leidt tot dalende trends in verstening, door middel van het onderzoeken van de meest recent beschikbare cijfers. Met de resultaten uit dit onderzoek willen we de rijksoverheid en gemeenten overtuigen van de noodzaak om meer regie te nemen op vergroening. In Bijlage 2 is een stappenplan opgenomen om gemeenten te ondersteunen bij vergroening.

De roep om een nationale groennorm groeit. Zo ondertekenden in september 2021 Nederlands grootste bouwbedrijven, groene organisaties, diverse gemeenten en banken ons manifest voor een natuurstandaard voor nieuwbouw.xxv Ook de ANWB spreekt zich uit voor vergroening van steden en is bezorgd over het toenemende groentekort voor recreatie.xxvi Daarnaast namen in februari 2024 voormalige ministers Christianne van der Wal en Hugo de Jonge een rapport in ontvangst met een verkenning van groennormen.xxvii Kamerleden ontvingen dit najaar (2024) brieven van gemeenten, groene organisaties, ANWB, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en bouwbedrijven over de noodzaak van duidelijke regels, een programmatische aanpak voor vergroening en extra financiering.xxviiixxix

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

8

2. Opzet onderzoek 2.1 Scope van het onderzoek De focus van dit onderzoek ligt op de openbare ruimte in de bebouwde kom. De inrichting en het beheer van groen in de openbare ruimte vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De focus op groen in de openbare ruimte maakt het mogelijk om te onderzoeken hoe gemeentelijk beleid doorwerkt in de mate van vergroening. Door deze afbakening vallen tuinen, andere private ruimtes als gebouwen en ook het buitengebied buiten de scope van dit onderzoek. In dit rapport beschrijven we de mate van verstening van de openbare ruimte van de 32 grootste gemeenten in 2024. Dit zijn gemeenten met ten minste 100.000 inwoners (G32).xxx We voeren voor 30 gemeenten een trendanalyse uit van het openbare stadsgroen over de afgelopen vijf jaar: de periode 2019 tot 2024. Gemeenten Groningen en Enschede zijn niet meegenomen in de trendanalyse omdat de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) van deze gemeenten in 2019 incompleet bleek. Door het ontbreken van data uit 2019 kon er voor deze twee gemeenten geen goede vergelijking gemaakt worden tussen 2019 en 2024 in openbaar groen. De trendanalyse is dus uitgevoerd voor 30 grote Nederlandse gemeenten.

Er is ook een trendanalyse uitgevoerd voor de vier grootste gemeenten: Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht, gezamenlijk bekend als de G4.1 In dit onderzoek analyseren we buurten in de grootste gemeenten. Een stad of gemeente is ingedeeld in wijken, en binnen deze wijken bevinden zich buurten. Hiervoor zijn de buurtgrenzen gebruikt zoals gedefinieerd in de wijk- en buurtkaart van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Buurtgrenzen kunnen over tijd veranderen door bijvoorbeeld een administratieve herindeling of stedelijke ontwikkeling. Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van de buurtindeling die het CBS in 2023 vaststelde, aangezien dit de meest recente buurtgrenzen betreft. Dit betekent dat exact dezelfde buurten op basis van gelijke buurtgrenzen met elkaar zijn vergeleken in 2019 en 2024. In dit onderzoek worden alleen buurten meegenomen met ten minste vijfhonderd woningen (aparte woonadressen).2 Hierdoor blijven buurten met een minder stedelijk karakter (vaak in het buitengebied) buiten beschouwing.

2.2 Data Voor dit onderzoek heeft architecten- en ingenieursadviesbureau Sweco voor de jaren 2019 en 2024 een dataset samengesteld.3 De gebruikte data zijn afkomstig van de Basisregistratie Grootschalige Topografie en zijn op 20 centimeter nauwkeurig.4 De BGT is een digitale kaart van Nederland waarop de fysieke leefomgeving – zoals gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen – eenduidig is vastgelegd. Op basis van de BGT is in dit onderzoek ieder oppervlak binnen de openbare ruimte vanaf 20 cm² binnen de bebouwde kom en openbare ruimte geclassificeerd als ‘versteend’ of ‘niet-versteend’. Fietspaden, overwegen, inritten, bestrating en parkeervakken (allemaal mits daadwerkelijk verhard) zijn voorbeelden van functies die zijn aangemerkt als versteend. Bermen, bomen, houtwallen, water, onverharde paden, sportvelden en parken zijn voorbeelden van functies die zijn aangemerkt als niet-versteend. Het onderzoek is kwantitatief van aard: het zegt niets over de kwaliteit van het groen.

1) De G4-gemeenten zijn ook onderdeel van en meegenomen in de analyse van de G32. 2) Een aantal buurten had in 2024 meer dan vijfhonderd woonadressen terwijl dit in 2019 nog niet het geval was. Deze buurten zijn in de trendanalyse ook meegenomen. 3) In dit onderzoek is een andere dataset gebruikt dan de data in Stad van Steen uit 2022. Er is door een andere methode geen nette vergelijking te maken tussen de data uit dit onderzoek en uit het voorgaande onderzoek van Natuur & Milieu. Om deze reden worden er geen vergelijkingen gemaakt tussen resultaten uit dit en het vorige onderzoek. 4) De dataset uit 2019 is gebaseerd op de BGT van januari 2019. De dataset uit 2024 is gebaseerd op de BGT van juni 2024. | Architecten| Tekort aan groen | SwecoenNederland | Tekort aan Natuur Natuur & Milieu & Milieu ingenieursadviesbureau Sweco groen Nederland in Nederlandse steden in Nederlandse - december steden2024 - december 2024

9

2.3 Normen voor groen en de mate van verstening In dit onderzoek beoordelen we of buurten versteend zijn op basis van twee normen: Norm 1: Minimaal 75 m² openbaar groen per woonadres in de eigen buurt. Dit is de hoeveelheid openbaar groen die per woonadres beschikbaar is in de buurt. Daar waar veel mensen wonen, kan het behoorlijk druk worden in het groen. Door het aantal woningen mee te wegen houden we hier rekening mee. In de Nota Ruimte (2006) is een ondergrens genoemd voor het minimale oppervlak groen per woning: 75 m². xxxi,xxxii Per buurt bepalen we in dit onderzoek het aantal vierkante meters openbaar groen per woonadres en vergelijken dit met het minimum van 75 m². Dit wordt bepaald aan de hand van het oppervlak van de buurt (openbare ruimte; dit is exclusief gebouwen, (dak)tuinen, gevelgroen of andere private ruimte), het aantal vierkante meter dat niet is versteend, en het aantal woningen in die buurt. Norm 2: De aanwezigheid van minimaal één aaneengesloten groen gebied van ten minste 1 hectare in dezelfde buurt. De aanwezigheid van een groen gebied van minimaal 1 hectare. Voor de biodiversiteit en voor ontspanning en welzijn van mensen is het ook van belang dat het groen niet versnipperd is.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert, gebaseerd op Europees onderzoek, dat er minstens 1 hectare aaneengesloten groen nodig is om deze effecten te realiseren.xxxiii In dit onderzoek bekijken we in welke buurten inwoners direct toegang hebben tot minimaal 1 hectare aaneengesloten groen. Hierbij kan één aaneengesloten stuk groen, zoals een stadspark van meer dan 1 hectare, in meerdere buurten meetellen wanneer het oppervlak buurtgrenzen overschrijdt.

In dit rapport wordt een buurt als versteend beschouwd wanneer deze niet aan één of beide normen voldoet. Om niet als versteend te worden aangemerkt, moet een buurt aan beide normen voldoen. Door te normeren per woning wordt er rekening gehouden met drukte en het aantal bewoners dat gebruikmaakt van het groen. Een norm voor de omvang van een groen gebied houdt rekening met versnippering en de belevingswaarde van groen. Ook bieden aaneengesloten stukken groen meer kansen voor dieren. Dit onderzoek gaat enkel over kwantiteit van groen in gemeenten. De kwaliteit van groen is ook essentieel, maar inrichting, diversiteit en beheer zijn in dit onderzoek niet meegenomen.

2.4 Leeswijzer In hoofdstuk 3 worden de resultaten beschreven. Allereerst wordt een situatieschets gegeven van de G32-gemeenten in 2024. Vervolgens is de trend in verstening uiteengezet voor 30 grote gemeenten op basis van beide bovengenoemde normen. In de derde paragraaf van hoofdstuk 3 kijken we naar de trend in vergroening voor de G4: Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam. Hoofdstuk 4 beschrijft de conclusies en aanbevelingen. In de bijlages wordt achtergrond geboden over boomkroonbedekking in G32-gemeenten, is een praktische handreiking voor vergroening opgenomen gericht aan gemeenten, en zijn data op gemeenteniveau weergegeven.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

10

3. Resultaten In dit resultatenhoofdstuk wordt in paragraaf 3.1 de situatie van verstening in 2024 in de G32-gemeenten beschreven. In paragraaf 3.2 wordt de trend in verstening weergegeven voor de periode 2019 tot 2024 op basis van de G30-gemeenten. In de trendanalyse zijn gemeenten Groningen en Enschede niet meegenomen omdat de Basisregistratie Grootschalige Topografie van deze gemeenten in 2019 incompleet bleek. De trendanalyse is dus uitgevoerd voor 30 grote Nederlandse gemeenten. Er is ook een trendanalyse uitgevoerd voor de vier grootste gemeenten: Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht, gezamenlijk bekend als de G4.

3.1 Verstening in G32-gemeenten in 2024 In de G32-gemeenten zijn er 2.026 buurten met minstens vijfhonderd woonadressen. Dit zijn de buurten die binnen dit onderzoek vallen. In het jaar 2024 ging dit om meer dan 3,1 miljoen woningen; hier wonen ongeveer 6,6 miljoen mensen. Totaal aantal buurten en mensen

Buurten zonder Buurten die niet aaneengesloten groen voldoen aan de norm ≥75m² openbaar van ≥ 1 hectare groen per woonadres per buurt

2.026 buurten

1.091 buurten

224 buurten

3,1 miljoen woonadressen 1,8 miljoen woonadressen 250.000 woonadressen 6,6 miljoen mensen

3,7 miljoen mensen

535.000 mensen

Tabel 1: Totaalbeeld van de 32 grootste Nederlandse gemeenten in 2024.

Norm 1: Hoeveelheid groen in de buurt per woning Van de 2026 onderzochte buurten voldoen er 1.091 niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woning (53 procent). In deze buurten bevinden zich 1.763.282 woningen. Hier wonen ongeveer 3,7 miljoen mensen. Tabel 2 laat zien hoeveel buurten per gemeente: ver onder de 75 m² per woonadres scoren; in de buurt van deze grens liggen; en erboven zitten. Hieruit blijkt dat 12,9 procent van de buurten minder dan 15 m² openbaar groen heeft per woonadres en een kwart van de buurten minder dan 30 m²; zij vallen daarmee ruim onder de norm. In de gemeenten Amsterdam, Arnhem, Dordrecht, Haarlem, Den Haag en Tilburg bevinden zich relatief veel buurten met minder dan 15 m² openbaar groen per woonadres.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

11

Gemeenten

0 -< 15 m2 15 -< 30 m2 30 -< 45 m2 45 -< 60 m2 60 -< 75 m2 75 -< 90 m2

≥ 90 m2

Alkmaar

2,2%

11,1%

11,1%

4,4%

8,9%

8,9%

53,3%

Almere

0,0%

1,1%

1,1%

5,3%

10,6%

11,7%

70,2%

Alphen aan den Rijn

0,0%

4,0%

14,0%

14,0%

12,0%

12,0%

44,0%

Amersfoort

9,5%

4,1%

17,6%

12,2%

16,2%

2,7%

37,8%

Amsterdam

30,2%

15,4%

11,8%

10,9%

5,9%

6,2%

19,5%

Apeldoorn

4,5%

2,3%

13,6%

4,5%

2,3%

13,6%

59,1%

Arnhem

19,4%

8,1%

1,6%

3,2%

8,1%

4,8%

54,8%

Breda

0,0%

7,5%

12,5%

7,5%

5,0%

10,0%

57,5%

Delft

5,9%

21,6%

13,7%

15,7%

17,6%

3,9%

21,6%

Deventer

9,3%

9,3%

7,0%

2,3%

2,3%

2,3%

67,4%

Dordrecht

14,9%

17,0%

12,8%

6,4%

6,4%

0,0%

42,6%

Ede

2,5%

12,5%

10,0%

17,5%

12,5%

15,0%

30,0%

Eindhoven

12,5%

15,0%

13,8%

7,5%

12,5%

5,0%

33,8%

Emmen

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

4,2%

95,8%

Enschede

2,0%

17,6%

3,9%

11,8%

11,8%

7,8%

45,1%

Groningen

11,5%

16,4%

9,8%

4,9%

6,6%

4,9%

45,9%

Haarlem

23,8%

18,8%

16,3%

17,5%

8,8%

3,8%

11,3%

Haarlemmermeer

2,4%

0,0%

4,9%

4,9%

2,4%

9,8%

75,6%

Leeuwarden

10,9%

17,4%

6,5%

6,5%

15,2%

2,2%

41,3%

Leiden

6,8%

9,1%

15,9%

13,6%

22,7%

2,3%

29,5%

Maastricht

5,7%

8,6%

2,9%

2,9%

5,7%

11,4%

62,9%

Nijmegen

2,8%

25,0%

5,6%

2,8%

0,0%

8,3%

55,6%

Rotterdam

9,9%

15,5%

11,3%

7,0%

7,0%

4,2%

45,1%

’s-Gravenhage

27,0%

20,0%

16,0%

8,0%

5,0%

2,0%

22,0%

’s-Hertogenbosch

0,0%

5,1%

8,5%

10,2%

13,6%

3,4%

59,3%

Tilburg

21,9%

9,5%

10,5%

14,3%

13,3%

10,5%

20,0%

Utrecht

11,8%

17,2%

16,1%

3,2%

10,8%

10,8%

30,1%

Venlo

5,3%

10,5%

10,5%

5,3%

18,4%

10,5%

39,5%

Westland

2,7%

27,0%

8,1%

21,6%

13,5%

13,5%

13,5%

Zaanstad

0,0%

2,7%

5,4%

13,5%

10,8%

5,4%

62,2%

Zoetermeer

0,0%

0,0%

6,3%

0,0%

12,5%

6,3%

75,0%

Zwolle

4,5%

4,5%

4,5%

6,8%

6,8%

2,3%

70,5%

Gemiddelden

12,9%

12,2%

10,5%

9,0%

9,3%

6,7%

39,5%

Tabel 2: Percentage buurten in G32-gemeenten per klasse voor vierkante meters openbaar groen per woonadres.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

12

Figuur 2: E  en straat zonder openbaar groen in de meest versteende buurt van Tilburg: de Schildersbuurt (Google Streetview).

Norm 2: Aaneengesloten groen van ten minste 1 hectare

Grote verschillen tussen onderzochte gemeenten in 2024

Van alle onderzochte buurten hebben er 224 geen aaneengesloten groen gebied, waartoe ook water wordt gerekend, van ten minste 1 hectare. Het gaat hier om 11 procent van alle onderzochte buurten. In deze buurten staan 253.570 woningen. Hier wonen ongeveer 535.000 mensen. Dit zijn voornamelijk buurten die ook lager scoren dan 75 m² groen per woonadres. Dertien buurten zonder aaneengesloten groen van minstens een hectare hebben wél meer dan 75 m² groen per woonadres. Ook deze buurten noemen wij versteend.

Er zijn grote verschillen tussen de buurten in de onderzochte gemeenten; zie tabel 3. Er zijn met name verschillen wat betreft de norm van 75 m² groen per woning. Zo voldoen alle onderzochte buurten in de gemeente Emmen aan beide normen. Emmen heeft dus geen versteende buurten. Ook valt op dat de inwoners van Emmen gemiddeld 317 m² openbaar groen per woning tot hun beschikking hebben. Dat is veel ten opzichte van bijvoorbeeld Haarlem, dat gemiddeld 44 m² openbaar groen per woonadres heeft. Ook in Almere, Zoetermeer en Haarlemmermeer is relatief weinig verstening en voldoen bijna alle buurten aan beide normen. Haarlemse buurten scoren niet goed op de groennorm van 75 m² per woning: 85 procent haalt deze norm niet. Haarlem wordt hierin gevolgd door Den Haag, Amsterdam en Delft met respectievelijk 76, 75 en 74 procent van de buurten die de normen niet halen.

Verstening in G32-gemeenten in 2024 Van alle onderzochte buurten voldoen er 211 (10 procent) aan geen van beide normen. Dit zijn alle buurten die geen aaneengesloten openbaar groen gebied van ten minste 1 hectare in de buurt hebben en niet voldoen aan de norm van 75 m² groen per woning. 1.091 buurten voldoen niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres, en 13 buurten die hier wel aan voldoen hebben geen aaneengesloten stuk groen van minstens 1 hectare. Hiermee voldoen 1.104 buurten niet aan één of beide normen en zijn daarmee versteend. Dit betekent dat in 2024 54 procent van de buurten in de G32-gemeenten versteend is.

Opvallend is dat in zeven gemeenten (Alkmaar, Almere, Breda, Emmen, Leiden, Zaanstad en Zoetermeer) de inwoners van alle buurten een gebied van minstens 1 hectare aaneengesloten groen in de buurt hebben. Er zijn ook gemeenten zoals Tilburg, Eindhoven en Haarlem waar de inwoners van veel buurten minder toegang hebben tot aaneengesloten groen. Respectievelijk 42, 28 en 23 procent van de buurten heeft hier geen groot aaneengesloten groen gebied van ten minste 1 hectare.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

13

Figuur 3: In de buurt Azobe in Dordrecht is veel openbaar groen: per woonadres 252 m2 (Google Streetview).

Gemeente

Aantal & percentage buurten dat niet voldoet aan de norm ≥ 75 m² openbaar groen per woonadres

Aantal & percentage buurten zonder een gebied van ≥ 1 hectare aaneengesloten groen

Alkmaar

17

37,8%

0

0,0%

Almere

17

18,1%

0

0,0%

Alphen aan den Rijn

22

44,0%

2

4,0%

Amersfoort

44

59,5%

11

14,9%

Amsterdam

251

74,3%

27

8,0%

Apeldoorn

12

27,3%

5

11,4%

Arnhem

25

40,3%

14

22,6%

Breda

13

32,5%

0

0,0%

Delft

38

74,5%

4

7,8%

Deventer

13

30,2%

2

4,7%

Dordrecht

27

57,4%

10

21,3%

Ede

22

55,0%

8

20,0%

Eindhoven

49

61,3%

22

27,5%

Emmen

0

0,0%

0

0,0%

Enschede

24

47,1%

7

13,7%

Groningen

30

49,2%

4

6,6%

Haarlem

68

85,0%

18

22,5%

Haarlemmermeer

6

14,6%

4

9,8%

Leeuwarden

26

56,5%

6

13,0%

Leiden

30

68,2%

0

0,0%

Maastricht

9

25,7%

4

11,4%

Nijmegen

13

36,1%

3

8,3%

Rotterdam

36

50,7%

2

2,8%

’s-Gravenhage

76

76,0%

10

10,0%

’s-Hertogenbosch

22

37,3%

1

1,7%

Tilburg

73

69,5%

44

41,9%

Utrecht

55

59,1%

4

4,3%

Venlo

19

50,0%

4

10,5%

Westland

27

73,0%

6

16,2%

Zaanstad

12

32,4%

0

0,0%

Zoetermeer

3

18,8%

0

0,0%

Zwolle

12

27,3%

2

4,5%

Tabel 3: Totaalbeeld van de resultaten van G32-gemeenten op basis van twee verschillende normen in 2024.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

14

3.2 Trend verstening G30-gemeenten 2019–2024 Trend G30-gemeenten totaal Tabel 4 bevat totaalgegevens over de demografische ontwikkeling in de G30-gemeenten, evenals de ontwikkeling van private en openbare ruimte in de buurt en het openbaar groen. Hieruit blijkt dat het aantal woonadressen en inwoners van deze gemeenten de afgelopen periode met

8,7 procent is gestegen. Verder valt op dat de openbare ruimte licht afneemt met 0,4 procent, de private ruimte met 0,6 procent toeneemt en dat het openbaar groen met 2,5 procent afneemt. Het aantal bewoners in buurten neemt toe, terwijl het beschikbare openbare groen juist vermindert.

Totaalgegevens G30

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten

1.914

1.914

0

0,0%

Aantal woonadressen

2.684.513

2.918.850

234.337

8,7%

Aantal mensen

5.664.322

6.158.774

494.451

8,7%

Totaal buurtoppervlak in m²

933.220.492

933.220.492

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

408.219.686

410.543.801

2.324.115

0,6%

Openbare ruimte in de buurt in m²

525.000.805

522.676.690

-2.324.115

-0,4%

Openbaar groen in de buurt in m²

264.958.143

258.374.502

-6.583.640

-2,5%

Tabel 4: Trend in buurteigenschappen in de G30.

Trend in vierkante meters openbaar groen per woonadres Tabel 5 toont de trend in het aantal vierkante meters openbaar groen per woonadres in de G30. Opvallend is dat het aantal buurten dat voldoet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres met 7 procent is afgenomen. Bovendien daalde het

aantal vierkante meters groen per woonadres met 24,2 procent. Dit wijst op een neerwaartse trend in de hoeveelheid openbaar groen per woonadres, ondanks het feit dat het aantal buurten dat voldoet aan de norm minder sterk afnam.

Categorie

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Gemiddeld m² groen per woonadres alle buurten

129

97

-31

-24,2%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² openbaar groen per woonadres per buurt)

943

877

-66

-7,0%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² openbaar groen per woonadres per buurt)

49,3%

43,3%

/

/

Tabel 5: Trend in vierkante meters openbaar groen per woonadres in G30-gemeenten.

Trend in buurten met een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare Er is een lichte afname van 0,9 procent van het aantal buurten in de G30 waar inwoners direct toegang hebben tot een gebied van aaneengesloten groen van ten minste 1 hectare in de eigen buurt.

In zestien buurten verdween tussen 2019 en 2024 het enige aaneengesloten openbaar groene gebied van ten minste 1 hectare.

Categorie

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

1.717

1.701

-16

-0,9%

Tabel 6: Trend in de G30 van buurten met een gebied van aaneengesloten openbaar groen van ten minste 1 hectare.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

15

Trend verschillen tussen gemeenten Bij 22 gemeenten neemt het aantal buurten dat voldoet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres af. Bij twee gemeenten is een toename zichtbaar. En bij zes gemeenten is er geen verandering in 2024 ten opzichte van 2019. Gemeente

Aantal buurten dat voldoet aan de norm ≥75 m² openbaar groen per woonadres

In veertien gemeenten daalt het aantal buurten dat voldoet aan de norm van ten minste 1 hectare aaneengesloten groen in de buurt, terwijl in drie gemeenten een toename zichtbaar is. Bij de overige dertien gemeenten is er hierin geen verandering.

Percentage buurten dat voldoet aan de norm ≥75 m² openbaar groen per woonadres

Percentage buurten met Aantal buurten met een gebied een gebied van ≥1 hectare aaneengesloten groen van ≥1 hectare aaneengesloten groen

2019

2024

2019

2024

Verschil

2019

2024

2019

2024

Verschil

Alkmaar

30

28

66,7%

62,2%

-6,7%

45

45

100,0%

100,0%

0,0%

Almere

81

77

86,2%

81,9%

-4,9%

94

94

100,0%

100,0%

0,0%

Alphen aan den Rijn

27

28

54,0%

56,0%

3,7%

46

48

92,0%

96,0%

4,3%

Amersfoort

31

30

41,9%

40,5%

-3,2%

63

63

85,1%

85,1%

0,0%

Amsterdam

102

87

30,2%

25,7%

-14,7%

315

311

93,2%

92,0%

-1,3%

Apeldoorn

33

32

75,0%

72,7%

-3,0%

41

39

93,2%

88,6%

-4,9%

Arnhem

37

37

59,7%

59,7%

0,0%

50

48

80,6%

77,4%

-4,0%

Breda

28

27

70,0%

67,5%

-3,6%

40

40

100,0%

100,0%

0,0%

Delft

16

13

31,4%

25,5%

-18,8%

48

47

94,1%

92,2%

-2,1%

Deventer

31

30

72,1%

69,8%

-3,2%

41

41

95,3%

95,3%

0,0%

Dordrecht

20

20

42,6%

42,6%

0,0%

38

37

80,9%

78,7%

-2,6%

Ede

21

18

52,5%

45,0%

-14,3%

33

32

82,5%

80,0%

-3,0%

Eindhoven

34

31

42,5%

38,8%

-8,8%

59

58

73,8%

72,5%

-1,7%

Emmen

24

24

100,0%

100,0%

0,0%

24

24

100,0%

100,0%

0,0%

Haarlem

15

12

18,8%

15,0%

-20,0%

62

62

77,5%

77,5%

0,0%

Haarlemmermeer

36

35

87,8%

85,4%

-2,8%

37

37

90,2%

90,2%

0,0%

Leeuwarden

22

20

47,8%

43,5%

-9,1%

41

40

89,1%

87,0%

-2,4%

Leiden

18

14

40,9%

31,8%

-22,2%

44

44

100,0%

100,0%

0,0%

Maastricht

26

26

74,3%

74,3%

0,0%

32

31

91,4%

88,6%

-3,1%

Nijmegen

21

23

58,3%

63,9%

9,5%

32

33

88,9%

91,7%

3,1%

Rotterdam

38

35

53,5%

49,3%

-7,9%

70

69

98,6%

97,2%

-1,4%

‘s-Gravenhage

26

24

26,0%

24,0%

-7,7%

91

90

91,0%

90,0%

-1,1%

‘s-Hertogenbosch

39

37

66,1%

62,7%

-5,1%

59

58

100,0%

98,3%

-1,7%

Tilburg

35

32

33,3%

30,5%

-8,6%

63

61

60,0%

58,1%

-3,2%

Utrecht

47

38

50,5%

40,9%

-19,1%

88

89

94,6%

95,7%

1,1%

Venlo

20

19

52,6%

50,0%

-5,0%

34

34

89,5%

89,5%

0,0%

Westland

10

10

27,0%

27,0%

0,0%

32

31

86,5%

83,8%

-3,1%

Zaanstad

29

25

78,4%

67,6%

-13,8%

37

37

100,0%

100,0%

0,0%

Zoetermeer

13

13

81,3%

81,3%

0,0%

16

16

100,0%

100,0%

0,0%

Zwolle

33

32

75,0%

72,7%

-3,0%

42

42

95,5%

95,5%

0,0%

Tabel 7: Trend van buurten in de G30 die voldoen aan 75 m² openbaar groen per woonadres en aaneengesloten groen van ≥ 1 hectare.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

16

Tabel 8 geeft echter een zorgelijker beeld. Hier is te zien dat het openbare groenoppervlak en het gemiddelde aantal vierkante meters groen per woonadres in de G30-gemeenten afneemt. Voor alle gemeenten gemiddeld is dit een afname van 24,2 procent. Verder is het opvallend dat er een sterke dalende trend is in de hoeveelheid openbaar groen bij een aantal gemeenten die over het algemeen goed scoren op de groennormen in dit onderzoek. Bijvoorbeeld in Haarlemmermeer, dat goed scoort Gemeente

op de normen, daalt het gemiddelde aantal vierkante meters openbaar groen per woonadres met bijna 29 procent. Ook Almere scoort in 2024 goed op de normen, maar laat wel een flinke afname zien van 60 procent in het gemiddelde aantal vierkante meters groen per woonadres. Voor gemeenten met veel openbaar groen, blijkt het lastig het groen te behouden.

Het m² openbaar groen per gemeente

Het gemiddelde m² openbaar groen per woonadres per gemeente

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Alkmaar

5.675.088

5.730.896

55.808

1,0%

139

122

-17

-12,3%

Almere

13.112.702

10.642.578

-2.470.124

-18,8%

374

146

-228

-61,0%

Alphen aan den Rijn

4.932.367

4.955.716

23.349

0,5%

161

122

-39

-24,0%

Amersfoort

4.544.628

4.649.064

104.436

2,3%

106

84

-22

-21,0%

Amsterdam

23.295.546

23.023.048

-272.497

-1,2%

73

54

-19

-25,8%

Apeldoorn

9.836.351

9.396.264

-440.087

-4,5%

163

145

-18

-11,1%

Arnhem

10.180.338

10.030.009

-150.329

-1,5%

155

144

-10

-6,7%

Breda

9.836.955

9.354.878

-482.077

-4,9%

126

115

-11

-8,8%

Delft

2.772.320

2.847.997

75.677

2,7%

65

61

-4

-6,7%

Deventer

6.397.191

6.160.227

-236.964

-3,7%

178

138

-39

-22,0%

Dordrecht

4.103.287

4.081.600

-21.687

-0,5%

103

85

-18

-17,1%

Ede

4.046.102

3.958.492

-87.611

-2,2%

108

86

-22

-20,7%

Eindhoven

9.969.948

9.522.611

-447.337

-4,5%

109

86

-23

-21,2%

Emmen

11.632.608

11.544.341

-88.267

-0,8%

379

317

-62

-16,3%

Haarlem

3.100.321

3.127.176

26.855

0,9%

49

44

-5

-10,2%

Haarlemmermeer

8.352.345

7.995.250

-357.096

-4,3%

194

139

-56

-28,6%

Leeuwarden

7.587.659

7.462.687

-124.973

-1,6%

130

121

-9

-6,7%

Leiden

4.804.239

4.798.200

-6.039

-0,1%

88

80

-8

-8,8%

Maastricht

7.776.634

7.924.641

148.007

1,9%

163

149

-14

-8,5%

Nijmegen

10.602.462

10.980.325

377.863

3,6%

171

158

-12

-7,2%

Rotterdam

33.322.130

32.482.426

-839.704

-2,5%

151

124

-27

-17,9%

’s-Gravenhage

14.464.988

14.597.622

132.634

0,9%

102

83

-19

-18,5%

’s-Hertogenbosch

8.652.745

8.746.624

93.879

1,1%

144

131

-13

-8,8%

Tilburg

4.967.227

4.716.561

-250.666

-5,0%

79

64

-15

-19,1%

Utrecht

13.413.995

12.702.527

-711.468

-5,3%

126

77

-49

-39,1%

Venlo

3.698.802

3.573.130

-125.672

-3,4%

107

99

-8

-7,8%

Westland

2.500.276

2.268.480

-231.796

-9,3%

106

59

-48

-44,8%

Zaanstad

7.789.044

7.562.901

-226.143

-2,9%

135

111

-24

-17,5%

Zoetermeer

6.179.799

6.152.664

-27.135

-0,4%

111

107

-4

-3,2%

Zwolle

7.410.045

7.385.568

-24.478

-0,3%

148

137

-10

-7,0%

Tabel 8: Trend in het vierkante meters openbaar groen en het openbaar groen per woonadres per gemeente. Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

17

Trend in de verstening in de G30 Een buurt is in dit onderzoek versteend wanneer hij niet aan één van de twee normen voldoet. Versteende buurten in 2019: • Van alle onderzochte buurten in de G30 (1.914 in totaal), voldeden 971 buurten niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres. • Vijf buurten die hier wel aan voldeden, hadden geen aaneengesloten stukken groen van minstens 1 hectare. • 192 (10 procent) van de buurten voldeden aan geen van beide normen. Dit waren alle buurten zonder aaneengesloten openbaar groen gebied van ten minste 1 hectare in de buurt en die niet voldeden aan de norm van 75 m² groen per woning. • In 2019 waren in totaal 976 (51,0 procent) buurten versteend.

Versteende buurten in 2024: • In 2024 voldoen 1.037 buurten niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres. • Dertien buurten die hier wel aan voldoen, hebben geen aaneengesloten stukken groen van minstens 1 hectare. • Van alle onderzochte buurten voldoen er 200 (10,4 procent) aan geen van beide normen. Dit zijn alle buurten die geen aaneengesloten openbaar groen gebied van ten minste 1 hectare in de buurt hebben en niet voldoen aan de norm van 75 m² groen per woning. • In 2024 zijn in totaal 1.050 buurten (54,9 procent) versteend.

Dat betekent een toename in versteende buurten in 30 grote gemeenten van 7,6 procent (74 buurten).

3.3 Trend verstening G4-gemeenten in 2019–2024 Trend G4-gemeenten totaal Tabel 9 bevat gegevens over de demografische ontwikkeling binnen de G4-gemeenten, evenals de ontwikkeling van private en openbare ruimte in de buurt en het openbare groen. Zo blijkt dat het aantal woonadressen en inwoners in deze gemeenten de afgelopen periode met bijna 10 procent is gestegen. Dit is een snellere stijging dan

in de andere 30 grote gemeenten. Daarnaast zien we in de G4-gemeenten dat de openbare ruimte iets afneemt met 0,7 procent, de private ruimte iets toeneemt met 1,2 procent en het openbaar groen ook licht daalt met 2,0 procent. Het valt ook op dat het oppervlakte openbaar groen sneller terugloopt dan de openbare ruimte.

Totaalgegevens G4

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten

602

602

0

0,0%

Aantal woonadressen

1.159.825

1.271.130

111.305

9,6%

Aantal mensen

2.447.231

2.682.084

234.854

9,6%

Totaal buurtoppervlak in m²

287.264.359

287.264.359

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

109.183.997

110.471.800

1.287.803

1,2%

Openbare ruimte in de buurt in m²

178.080.362

176.792.559

-1.287.803

-0,7%

Openbaar groen in de buurt in m²

84.496.659

82.805.624

-1.691.035

-2,0%

Tabel 9: Trend in buurteigenschappen in de G4.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

18

Trend in vierkante meters openbaar groen per woonadres In tabel 10 is de trend weergegeven van het aantal vierkante meters openbaar groen per woonadres in de G4-gemeenten. Opvallend is dat het aantal buurten dat voldoet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres met 13,6 procent is afgenomen. Bovendien nam het gemiddelde aantal

vierkante meters groen per woonadres in de 30 grote gemeenten met 25,2 procent af. Het gemiddelde aantal vierkante meters groen per woonadres loopt in de G4-gemeenten dus iets sneller terug dan in de G32-gemeenten.

Categorie

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Gemiddeld m² openbaar groen per woonadres

113

85

-29

-25,2%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² openbaar groen per woonadres per buurt)

213

184

-29

-13,6%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² openbaar groen per woonadres per buurt)

35,4%

30,6%

/

/

Tabel 10: Trend in vierkante meters openbaar groen per woonadres in de G4-gemeenten.

Trend in buurten met een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare In de G4-gemeenten is er een lichte afname te zien van 0,9 procent in het aantal buurten waarin

inwoners toegang hebben tot een gebied van aaneengesloten groen van ten minste 1 hectare.

Categorie

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

564

559

-5

-0,9%

Tabel 11: Trend in het aantal buurten zonder een gebied van ≥ 1 hectare aaneengesloten groen in de G4-gemeenten.

Trend in de verstening in de G4-gemeenten Een buurt is in dit onderzoek versteend wanneer hij niet aan één van de twee normen voldoet. Versteende buurten in 2019: • 389 van de 602 onderzochte buurten (64,6 procent) voldeden niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres. • 38 van deze 389 buurten hadden daarnaast geen aaneengesloten stuk groen van minstens 1 hectare. - In 2019 waren er in totaal 389 buurten (64,6 procent) versteend.

Versteende buurten in 2024: • 418 van de 602 onderzochte buurten (69,4 procent) voldoen niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres. • 2 buurten die hier wel aan voldoen hebben geen aaneengesloten stukken groen van minstens 1 hectare. • In 2024 zijn er in totaal 420 buurten (69,7 procent) versteend.

Dat betekent een toename van versteende buurten in G4-gemeenten met 8 procent. In bijlage 3 zijn per gemeente kerncijfers gepresenteerd op basis waarvan deze trendanalyse is uitgevoerd.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

19

4. Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies Dit rapport beschrijft de verstening in 2024 van de openbare ruimte van de G32. De trend in verstening over de afgelopen vijf jaar (de periode 2019 tot 2024) is onderzocht aan de hand van de G30. In dit onderzoek spreken we van een versteende buurt wanneer de buurt niet aan een van de volgende normen voldoet: 1) M  inimaal 75 m² openbaar groen per woonadres in de eigen buurt; 2) De aanwezigheid van minimaal één aaneengesloten groen gebied van ten minste 1 hectare in de eigen buurt.

Ruim de helft van de onderzochte buurten is versteend Uit de resultaten blijkt dat in 2024 54 procent van het totale aantal buurten in G32-gemeenten is versteend, en dus te weinig (openbaar) groen heeft. Ruim 3,5 miljoen mensen in de grootste gemeenten van Nederland wonen in een versteende omgeving. Dat komt met name doordat in deze buurten te weinig groen per woonadres is. Een kwart van de buurten heeft minder dan 30 m² openbaar groen en valt ruim onder de norm. Ook valt op dat er grote verschillen zijn tussen buurten in de hoeveelheid openbaar groen per woonadres. De versnippering van het aanwezige groen is beperkt: bijna 90 procent van de buurten heeft een aaneengesloten groen gebied van ten minste 1 hectare.

Verstening in de G4-gemeenten nog een stuk urgenter In de G4-gemeenten is in 2024 70 procent van de buurten versteend. Dit is grotendeels te wijten aan het lage aantal vierkante meters groen per woonadres. We zien hiermee dat vergroening in de grote steden een stuk urgenter is.

Verstening G30-gemeenten neemt toe en groen groeit niet mee met aantal woningen Ondanks de toenemende aandacht voor groen en vergroening, nam in de periode 2019-2024 de verstening in 30 grote gemeenten in Nederland met 7,6 procent toe. In de G4-gemeenten was dat zelfs met 8 procent. Minder buurten voldoen aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres in de eigen buurt, doordat de hoeveelheid groen per woonadres is afgenomen. Dit wordt vooral veroorzaakt door de toename van het aantal woonadressen. Bij het realiseren van nieuwe woningen groeit groen dus niet mee. Nieuwbouwprojecten duren lang en tijdens de voorbereiding en uitvoering kan de vergroening onder druk komen te staan, ondanks hoge groene ambities bij de start. Wanneer de businesscase van bouw- en renovatieprojecten onder druk komt te staan, kan groen al snel als ondergeschikt gezien worden, wat ten koste gaat van de ruimte voor groen. Ook door het voller bouwen van bestaande buurten (inbreiding) gaat veel groen verloren. Het aantal woonadressen groeide met bijna 9 procent in de G30. Daardoor nam de druk op de bestaande hoeveelheid groen snel toe. Binnen de onderzochte buurten zijn er 234.000 extra woningen gerealiseerd in de periode 2019-2024. Tegelijkertijd nam de beschikbare hoeveelheid openbaar groen af met 2,5 procent.

In de G30 nam het aantal vierkante meters openbaar groen per woonadres met maar liefst 24,2 procent af. Deze scherpe daling is illustratief voor de druk op het groen. Deze toegenomen druk is slecht voor mens en dier in de stad. Het kan resulteren in minder positieve gezondheidseffecten van groen in de omgeving, verstoring van de aanwezige dieren en slechtere aanpassing aan klimaatverandering. Ook het aantal buurten waar bewoners toegang hebben tot een gebied van meer dan 1 hectare openbaar groen, daalt licht met 0,9 procent.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

20

Verschillen in verstening tussen G30- en G4-gemeenten In de G4-gemeenten zijn de trends vergelijkbaar met die in de G30-gemeenten. Het gemiddelde aantal vierkante meters groen per woonadres daalt in de G4 iets sneller dan in de G30, met afnames van respectievelijk 25,2 en 24,2 procent. De resultaten laten zien dat het aantal inwoners in de G4gemeenten met 10 procent iets sneller groeit dan in de 30 grote gemeenten, waar de groei 9 procent is. In zowel G4-gemeenten als in de 30 grote gemeenten neemt het aantal buurten met toegang tot een aaneengesloten groen gebied af met 0,9 procent.

4.2 Aanbevelingen In dit rapport concluderen we dat meer dan de helft van de buurten niet voldoende groen heeft en dat groen niet meegroeit met het aantal woningen. Dit blijkt niet alleen uit de groennormen die in dit onderzoek zijn gebruikt, maar ook uit de absolute vermindering van openbaar groen in buurten. Dit is niet alleen zorgwekkend voor het klimaatadaptatief maken van wijken, het verbeteren van de gezondheid van bewoners en het versterken van de biodiversiteit. Het staat ook haaks op de Europese Herstelverordening, die wettelijk voorschrijft dat er tegen 2030 geen nettoverlies van stedelijke groene ruimte mag zijn.xxxiv De negatieve trend van de afgelopen vijf jaar moet omgebogen worden naar een positieve trend. Veel gemeenten hebben doelen, visies en beleid voor vergroening. In veel buurten zijn bewoners bezig met vergroening. Ook is vergroening vaak onderdeel van nieuwbouwplannen of herinrichting. Toch zijn de resultaten nog niet goed.

Uit het rapport van de Rekenkamer Utrecht blijkt dat hiervoor diverse redenen zijn: financiële tekorten of onzekerheden, capaciteitstekort, knelpunten in de organisatie, onduidelijkheid over taken en een ongunstige businesscase voor vergroening (in vergelijking met mobiliteit of woningbouw).xxxv Ook de Rekenkamer van Rotterdam publiceerde in 2024 een kritische analyse van het Rotterdamse groenbeleid.xxxvi Natuur & Milieu roept de rijksoverheid op om de regie te pakken en gemeenten om aan de slag te gaan om deze negatieve trend te keren en buurten te vergroenen. Dit is belangrijk, want groen heeft een belangrijke maatschappelijke waarde. Het leidt tot minder gezondheidsschade en minder klimaatschade. Als we nu niet ingrijpen, verstenen buurten steeds verder en verdwijnen de voordelen van groen in de stad steeds meer uit het zicht.

Rol van de rijksoverheid Landelijke regie De resultaten van dit onderzoek onderstrepen de noodzaak van landelijke regie. Hiermee kan de rijksoverheid ervoor zorgen dat er voldoende vergroening is in alle buurten en alle steden. En alleen de rijksoverheid kan zorgen voor een gelijk speelveld voor ontwikkelaars. Natuur & Milieu heeft hierom de volgende aanbevelingen: • Ontwikkel een resultaatgerichte landelijke programmatische aanpak voor groen in en om de stad waarin afspraken worden gemaakt over de te realiseren vergroening in gemeenten. Hiertoe kan het bestaande (rijks) programma Groen in en om de Stad worden verbreed. Dit programma is nu vooral gericht op het ondersteunen van gemeenten; een nationaal kader van bestuurlijke afspraken (incl. financiering) ontbreekt nog. • Maak groennormen wettelijk verplicht via instructieregels in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL, onderdeel Omgevingswet). Een landelijke norm geeft duidelijkheid en kan zo processen versnellen op gemeentelijk niveau. De huidige instructieregels voor verstedelijking (Ladder duurzame verstedelijking; eveneens onderdeel van BKL), leidt tot een enorme druk op woningbouw binnen de bebouwde kom. Door het ontbreken van een groennorm raakt de verhouding tussen verdichting en vergroening verder uit balans.

• Kwantificeer de baten van vergroening (zoals een verbetering in de gezondheid van inwoners van groene buurten, of stijgende vastgoedwaardes). Richt een instrument in waardoor een deel van de baten wordt afgeroomd bij baathouders en beschikbaar komt voor vergroening door gemeenten. Veel gemeenten willen wel vergroenen maar krijgen de financiering niet altijd rond. De gemeente is voor vergroening vaak afhankelijk van andere financiers zoals provincie, het Rijk en de EU. De rijksoverheid wil in 2026 bezuinigen op de bijdrage aan gemeenten, wat de vergroeningsopgave moeilijker maakt. Bezuinigen op dergelijke publieke middelen is onverstandig. Uit onderzoek van Rebel blijkt dat gemeenten in 62 procent van de gevallen de kosten van vergroeningsmaatregelen dragen. Dat terwijl de baten vaak ook op landelijk niveau zichtbaar worden – zoals verbeterde gezondheid door meer groen – of bij private partijen zoals vastgoedeigenaren.xxxvii

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

21

In het regeerprogramma van het kabinet-Schoof is de ambitie opgenomen om een planbatenheffing of een vergelijkbaar instrument in te zetten, waardoor een deel van de winst door de stijging van grondwaarde naar de overheid gaat. Vergroening zou een belangrijk bestedingsdoel moeten zijn voor deze middelen. Ook financiële middelen voor klimaatadaptatie en rioolbeheer kunnen gekoppeld worden aan de vergroeningsopgave. Vergroeningsmaatregelen zullen per slot van rekening ook leiden tot een betere klimaatadaptatie in steden. Ook is het noodzakelijk dat de gelden die in het regeerprogramma staan voor woningbouw in de NOVEX-gebieden, kunnen worden aangewend voor groen in diezelfde gebieden. De rijksoverheid staat voor een uitdaging bij het maken van het Natuurherstelplan waarin ze beschrijft hoe Nederland aan de Europese Herstelverordening gaat voldoen. Hierin wordt ook beschreven hoe Nederland gaat zorgen voor groenere steden in 2030 en daarna5.

Rol van gemeenten Er is een dalende trend in het openbare groen in veel gemeenten. Veel gemeenten hebben ambities en beleid voor vergroening maar geen harde groennormen. Ze beschermen hun bestaande groenstructuur en werken vaak met eisen in de vorm van punten voor nieuwbouwprojecten. Vergroeningsbeleid voor versteende wijken, of het garanderen dat groen voldoende meegroeit bij nieuwbouw, is nog zeldzaam maar wel hard nodig. Ook ontbreken de financiële middelen bij veel gemeenten om hun groenambities te verwezenlijken

Hiervoor doet Natuur & Milieu de volgende aanbevelingen: • Naast extra middelen van het Rijk kunnen gemeenten ook zelf extra financiering regelen: - Room middelen af bij projectontwikkelaars en zet deze middelen in voor vergroening. Een aantal gemeenten doet dit al. Zij ontwikkelen bijvoorbeeld een fonds voor bovenwijkse voorzieningen. Dit zijn voorzieningen die uitgaan boven het belang van het desbetreffende (bouw) project. De baten hiervan, zoals gezondheid en recreatie, zijn van algemeen nutxxxviii. Hier moeten de ontwikkelaars geld in storten om mee te betalen aan voorzieningen die verder van het projectgebied af liggen maar waarvan bewoners wel gebruikmaken, zoals wegen en groen. Een dergelijk fonds is in alle gemeenten nuttig - Gemeenten kunnen ook waardestijging van vastgoed (woningen, winkels, horeca, bedrijfspanden) en daarmee stijgende WOZinkomsten inzetten voor vergroeningsdoeleinden. In Bijlage 2 beschrijven we een concreet stappenplan voor gemeenten.

Kwantiteit en kwaliteit In dit rapport gaat het alleen over de verstening van het grondoppervlak en over het oppervlakte groen per buurt. Voor behoud en herstel van biodiversiteit en voor de belevings- en gebruikswaarde van mensen, is ook de kwaliteit van het groen van groot belang. Hierbij gaat het om de inrichting, de plantkeuze en om het beheer. Denk bijvoorbeeld aan het planten van bomen, struiken en lage planten, aan het zorgen voor bloeiende planten in ieder seizoen, en aan het voorkomen van eenvormige gazons, intensief maaien en barrières voor dieren. Ook voor de belevingswaarde is variatie van groot belang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/NM2024-Onderzoek-Tekort-aan-groen-in-Nederlandse-steden.pdf