CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid

Commissie Ruimte en Verkeer 1 september 2022, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (nr. 2227376)17.072 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

onderwijs gezondheid wonen werk veiligheid nationaal programma leefbaarheid en veiligheid onderwijs gezondheid wonen werk veiligheid Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

2 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

2

Context/Analyse

7

3

Doelstellingen

14

4

Wat gaan we doen?

16

5

Sturing

39

6

Monitoring

43

7

Financiën

46

Bijlagen

48

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 3

4 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Fotografie: Rob Acket

1 Inleiding In een aantal gebieden in Nederlandse steden staan de leefbaarheid en veiligheid onder druk en stapelen problemen als werkloosheid, armoede, onderwijsachterstanden, woonproblematiek en een slechte gezondheid zich op. Veel mensen kampen met een combinatie van problemen. Ze leven van een uitkering, hebben schulden, zijn klein behuisd en hebben (jeugd)zorg nodig. Ofschoon er in deze gebieden hard wordt gewerkt om deze problemen het hoofd te bieden, is een extra inzet nodig om daadwerkelijk het verschil te kunnen maken. Daarom start het Kabinet het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, met als doel om de negatieve spiraal door middel van een gebiedsgerichte inzet te doorbreken. Een structurele verbetering van de leefbaarheid en veiligheid van kwetsbare gebieden start met het bieden van toekomstperspectief aan bewoners. Het is onhoudbaar dat jongeren uit de ene wijk in een stad significant minder kansen hebben dan jongeren uit andere gebieden in diezelfde stad en dat de plaats waar je woont of opgroeit bepalend is voor hoe je verdere carrière en levenspad eruitzien.

In aanvulling op het generieke beleid op het terrein van wonen, werken, inkomen, onderwijs, veiligheid en gezondheid is een gebiedsgerichte inzet nodig voor het verbeteren van de kwaliteit van de woningvoorraad en de leefomgeving, en zijn extra inspanningen nodig voor het stimuleren van scholing en participatie op de arbeidsmarkt. Een omgeving zonder een toekomstperspectief maakt jongeren kwetsbaarder voor de verleidingen van een georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Dat moet worden voorkomen. Gelet op de breedte van de problematiek in kwetsbare wijken vraagt de aanpak een brede inzet van het Kabinet; een integrale aanpak op gebiedsniveau gericht op de vraagstukken die zich daar aandienen. Het is cruciaal dat interventies op de verschillende beleidsdomeinen op elkaar aansluiten. De minister voor VRO is coördinerend minister voor dit programma en heeft ook de verantwoordelijkheid voor de rijksinzet in het fysieke domein. Daarnaast zijn de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Justitie en Veiligheid, de minister voor Rechtsbescherming en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan zet.

Hierbij gaat het om de verantwoordelijkheid voor en de uitvoering van de interventies, die op grond van het Coalitieakkoord op het eigen beleidsterrein binnen deze gebieden plaatsvinden. Daarmee bieden we bewoners kansen voor een betere toekomst en versterken we het vertrouwen in de overheid.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 5

6 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Fotografie: Rob Acket

2 Context/Analyse 2.1 Wat is er aan de hand De meest recente cijfers van de Leefbaarometer laten zien dat leefbaarheid verder verbetert in Nederland. Steeds meer mensen beoordelen hun woonomgeving als goed tot uitstekend en minder mensen beoordelen die als zwak of onvoldoende. Haaks op deze positieve ontwikkeling staat in een aantal gebieden in Nederlandse steden de leefbaarheid steeds meer onder druk. Deze trend is al enige jaren aan de gang. Een aantal van de meest kwetsbare wijken raakt steeds verder achterop. In deze gebieden is sprake van een hardnekkige problematiek en staat de leefbaarheid structureel onder druk. Dit heeft tot gevolg dat achter de positieve trend contrasten schuilgaan en de verschillen tussen leefbare en deze kwetsbare wijken in een aantal steden de afgelopen jaren zijn toegenomen.1 Deze groeiende kloof was voor het vorige Kabinet aanleiding om een aantal onderzoeken te laten uitvoeren om beter zicht te krijgen op de problematiek.2 Hieruit blijkt dat een aantal gebieden in Nederlandse steden te maken heeft met een concentratie en stapeling van problemen op het gebied van onderwijs, werkloosheid, armoede (inkomen en schulden), gezondheid, de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, veiligheid en georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Veelal gaat het hierbij om dezelfde gebieden waar ook de leefbaarheid structureel onder druk staat.

Figuur 1: Ontwikkeling gemiddelde score Leefbaarometer 2002-2020 (terugkijkend vanuit 2020)

uitstekend

verbetering

zeer goed goed kleine verbetering

ruim voldoende voldoende zwak

geen ontwikkeling

onvoldoende ruim onvoldoende 0

2002

2008

2012 2014

2016 2018 2020

(zeer) onvoldoende

zwak

(ruim) goed tot voldoende uitstekend

Bron: Leefbaarometer 3.0 In gebieden met een ‘(zeer) onvoldoende’ score in de Leefbaarometer is de problematiek hardnekkig en is sprake van een constant onvoldoende niveau van leefbaarheid. De gebieden die in 2020 ‘onvoldoende’ of lager scoren, hebben dat gemiddeld genomen gedurende de gehele periode gedaan. Ze zijn er niet of nauwelijks op vooruitgegaan, terwijl de gebieden die in 2020 hoger scoren gemiddeld genomen wel een verbetering hebben laten zien. Het gaat om gemiddelden. Er zullen individuele gebieden zijn waarvoor de stilstand niet opgaat.

De situatie in deze kwetsbare gebieden kenmerkt zich in fysieke zin door een eenzijdige woningvoorraad. Er is sprake van relatief veel slechte woningen, die kampen met onderhoudsgebreken en minder

1

Kamerstukken II, 2021/2022, 30 995, nr. 880, d.d. 14 april 2022. Atlas.Research en In.Fact.Research, Leefbaarheid in Nederland 2020; een analyse op basis van de Leefbaarometer 3.0.

2

Onder andere Verwey-Jonker Instituut (2021), Perspectief bieden. Bouwstenen voor de gebiedsgerichte aanpak van leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare gebieden.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 7

duurzaam zijn, in een kwaliteitsarme openbare ruimte. Bewoners hebben een lagere gemiddelde levensverwachting, leven aanzienlijk langer in slechte gezondheid, er wonen veel huishoudens met problematische schulden, met geen of laagbetaald werk, bij jongeren is sprake van onderwijsachterstanden en door het ontbreken van perspectief worden jongeren kwetsbaarder voor de verlokkingen van de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. In het onderzoek ‘Perspectief bieden’ van het Verwey-Jonker Instituut constateren de onderzoekers dat in kwetsbare gebieden mensen wonen die bovengemiddeld kampen met armoede, schulden, gezondheidsproblemen, overlast, schrale woonomstandigheden en gevoelens van onveiligheid. Jongeren die in deze kwetsbare gebieden opgroeien hebben een grotere kans op een lager schoolniveau, op voortijdig schoolverlaten, een lager betaalde baan en het vertonen van normoverschrijdend gedrag. Dit gaat samen met een afbrokkelend vertrouwen in de overheid, mede uit teleurstelling over overheidsbeleid dat voor hun situatie onvoldoende is gebleken. Burgers keren zich af van de instituties, aldus de onderzoekers. Uit de onderzoeken blijkt dat er reden tot zorg is over een groeiende kansenongelijkheid. De effecten van Covid-19 deden deze ongelijkheid verder groeien.

De pandemie veroorzaakte meer eenzaamheid, armoede, werkloosheid en schulden bij kwetsbare huishoudens en groepen aan de basis van de arbeidsmarkt. Bij mensen onder de 70 jaar was het risico voor mensen met een laag inkomen om te sterven 3,8 keer zo groot. Vooral mensen in kwetsbare gebieden stierven; zij waren al minder gezond en leefden ook ongezonder.3 Onderzoek van de Erasmus universiteit toont aan dat geboren worden in een kwetsbare wijk een negatieve invloed heeft op de rest van je leven. ‘Kinderen die opgroeien in een kansarme woonwijk verdienen in de toekomst minder dan kinderen uit vergelijkbare inkomensgroepen die in betere woonwijken wonen’, luidt een conclusie uit het onderzoek.4 Het gaat om 19 gemeenten met 20 stedelijke focusgebieden die geografisch over heel Nederland verspreid liggen en waar in totaal ruim 1,2 miljoen mensen wonen, te weten: Leeuwarden-Oost, Groningen Noord, Arnhem Oost, Heerlen Noord, Breda Noord, Eindhoven Woensel-Zuid, Tilburg Noordwest, Schiedam Nieuwland-Oost, Rotterdam-Zuid, Den Haag Zuidwest, Amsterdam Zuidoost, Amsterdam Nieuw-West, Zaandam Oost, Lelystad Oost, Utrecht Overvecht, Nieuwegein Centrale-As, Vlaardingen West, en Delft West, Dordrecht West en Roosendaal-stad5. Dit zijn voor de goede orde niet alle kwetsbare gebieden in Nederlandse steden, en het is ook niet een ‘top 20’.

Ook in andere steden doen zich een uiteenlopende combinatie en cumulatie van (grootstedelijke) problemen voor die om een aanpak vragen, weliswaar vaak met een andere intensiteit en omvang en in een specifieke lokale context. Het Kabinet staat in zijn zorgen over de leefbaarheid in deze gebieden niet alleen. Het sluit aan bij de oproep die 15 burgemeesters eerder hebben gedaan in hun ‘Manifest Kom op voor de meest kwetsbare gebieden’ en ‘Dicht de Kloof!’.6

3

NRC, opinie, 1 april 2022, Ongelijkheid in gezondheid is een nationaal probleem, Lodewijk Asscher, Ron Meyer en Marco Pastors.

4

Erasmus University Rotterdam (2020), Een ongelijke verdeling van kansen

5

De precieze gebiedsbepaling en -aanduiding in Vlaardingen, Dordrecht, Delft en Roosendaal wordt nog uitgewerkt.

6

Kom op voor de meest kwetsbare gebieden (2020), Urgente oproep 15 burgemeesters voor ondersteuning om tweedeling tegen te gaan; Dicht de kloof! (2021), 15 burgemeesters en maatschappelijke partners.

8 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

2.2 Wat is hiervan de oorzaak? Concentratie van sociale problematiek in wijken met een eenzijdige, goedkope woningvoorraad De verslechterde leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare gebieden heeft meerdere oorzaken. Onderzoek van Platform317 wijst uit dat de combinatie van de economische crisis in het vorige decennium, de decentralisaties (Jeugdwet, Participatiewet, Wet Maatschappelijke Ondersteuning) en extramuralisering in het sociaal domein (de instroom van kwetsbare bewoners uit de maatschappelijke opvang, beschermd wonen en geestelijke gezondheidszorg), gekoppeld aan de stelselwijziging in de volkshuisvesting (Woningwet 2015), een groot beslag heeft gelegd op kwetsbare wijken. De inzet op het terrein van herstructurering en de leefbaarheidsactiviteiten van woningcorporaties werden hierdoor sterk ingeperkt. De afgelopen jaren zijn gemeenten en lokale partners er onvoldoende in geslaagd om effectieve antwoorden te ontwikkelen op de cumulatie van problemen in kwetsbare gebieden. Hoewel het sociaal domein, als gevolg van de decentralisaties in 2015, bij gemeenten aan omvang en importantie won, leidde dat in deze gebieden niet tot het resultaat waar vooraf op werd ingezet.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau concludeert voor wat betreft de decentralisaties, dat de verwachtingen bij de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet ‘te hoog gespannen’ waren.8 Een combinatie van bezuinigingen en een verkokerde beleidspraktijk staan op lokaal niveau een meerjarige, integrale gebiedsgerichte aanpak in de weg, aldus het Verwey-Jonker Instituut.9 In wijken met veel corporatiewoningen groeit de instroom van mensen die hulp of ondersteuning nodig hebben. Waar de woningen in deze gebieden ooit goed en betaalbaar onderdak boden voor mensen die in de stad werkzaam waren -de middenklasse- worden deze woningen door het vertrek van deze huishoudens naar alternatieve (grotere en betere woningen in) nieuwe wijken of omliggende gemeenten, in toenemende mate bewoond door groepen die uitsluitend zijn aangewezen op de goedkope sector. De concentratie van kwetsbare groepen in de sociale huursector is de afgelopen jaren verder toegenomen en neemt steeds sneller toe.10 Corporaties krijgen in toenemende mate te maken met zorgvragen voor ondersteuning van hun huurders.

Tegelijkertijd vonden er bezuinigingen plaats op de professionele inzet en sociale infrastructuur in deze wijken, zoals op wijkagenten en het opbouw- en jongerenwerk.11 Deze ontwikkelingen zetten de leefbaarheid in de sociale huursector onder druk, met name in de stedelijke focusgebieden. Corporaties zijn verplicht om hun vrijkomende sociale huurwoningen toe te wijzen aan hun doelgroepen. Zo kunnen ook de huishoudens met de laagste inkomens in een betaalbare woning wonen. Het toepassen van de toewijzingsregels (passend toewijzen) leidt er echter ook toe dat de goedkoopste corporatiewoningen doorgaans naar de minst draagkrachtige (en vaak meest kwetsbare) bewoners gaan. Hoewel dit de betaalbaarheid ten goede komt, staan deze woningen vaak bij elkaar in de buurt. Dat zorgt -ondanks de beschikbaarheid van instrumentarium als de vrije ruimte in passend toewijzen of de mogelijkheden voor vestigingsbeleid in de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiekvoor de ruimtelijke concentratie van de bovengenoemde problemen. De spreiding van aandachtsgroepen over de gemeenten in de regio schiet daarom tekort. Hierdoor komen veel van deze groepen terecht bij de centrumgemeenten, met een concentratie in de kwetsbare gebieden.

7

Platform31 (2017), Kwetsbare wijken in beeld.

8

Sociaal en Cultureel Planbureau (2020), Sociaal domein op koers? Verwachtingen en resultaten van vijf jaar decentraal beleid.

9

Verwey-Jonker Instituut (2021), Perspectief bieden, Bouwstenen voor de gebiedsgerichte aanpak van leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare gebieden, onder verwijzing naar: Uyterlinde, M., M. Fokkema & E. Can, Platform31 (2020), Werken aan opgaven in de wijk. Gebiedsgerichte organisatiemodellen in vier gemeenten.

10

In Fact Research & Circusvis (2020), Veerkracht in het corporatiebezit: De update: Een jaar later, twee jaar verder.

11

Id. Verwey-Jonker Instituut (2021). Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 9

Tenslotte toont onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut aan dat, hoewel ondermijnende criminaliteit en internationale drugscriminaliteit grenzeloos zijn, criminele organisaties vrijwel altijd lokaal geworteld zijn. Het zijn vooral de kwetsbare stadswijken die een voedingsbodem vormen voor drugshandel en andere vormen van de georganiseerde ondermijnende criminaliteit. Een opeenstapeling van problemen als armoede, een gebrek aan rolmodellen en weinig perspectief op de arbeidsmarkt maken mensen gevoelig voor betrokkenheid bij ondermijnende criminaliteit.12 Criminaliteit legt een onevenredige druk op kwetsbare wijken. Soms is de criminaliteit zichtbaar aanwezig, maar vaak blijft het verborgen achter de façade van een winkel of woning. Aangezien de ontwikkelingskansen van mensen met een lage sociaaleconomische status kleiner zijn, is er meer voedingsbodem voor alternatieve criminele paden.13 Jongeren breken hun school of studie vaker af vanwege het ‘snelle geld’ van de criminaliteit. Beleid dat is gericht op het verminderen van negatieve buurteffecten wordt door onderzoekers wel eens als niet effectief beschouwd. Het voorkomen van buurteffecten zou in Nederland bescheiden zijn ten opzichte van andere persoon gerelateerde aspecten.

Recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau toont echter aan dat er wel degelijk een significante invloed is van de buurt, zeker voor kinderen en adolescenten. Hun kansen zijn er slechter. Ook nemen in kwetsbare wijken, boven een bepaald omslagpunt van concentraties van kwetsbare huishoudens, de problemen sterk toe. Daarnaast is een gangbare veronderstelling dat sociale menging zou leiden tot waterbedeffecten in andere wijken. Doordat huishoudens meer verspreid komen te wonen is dat volgens het Planbureau niet het geval.14 Gebiedsgericht beleid, gemengde wijken en een lange adem kunnen dan ook daadwerkelijk bijdragen aan de situatie van individuele huishoudens.

Verminderde (beleids)aandacht aan rijkskant en te weinig (fysieke) investeringen Met uitzondering van een inzet in het Nationaal Programma Rotterdam Zuid was de Rijksoverheid op het terrein van de leefbaarheid in kwetsbare gebieden de afgelopen jaren minder in beeld. Het gebrek van een lange adem in beleid speelt deze gebieden parten. Continue aandacht en een structurele inzet (in plaats van een projectencarrousel) zijn van belang, maar dat is de laatste jaren onvoldoende van de grond gekomen. In een aantal gebieden is met de komst van de Regio Deals, de eerste tranche van het Volkshuisvestingsfonds en de inzet van middelen uit de Woningbouwimpuls, inmiddels wel een nieuwe aanzet gedaan. Figuur 3: Tijdlijn 75 jaar stedelijke vernieuwing 56 wijken

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid

40 wijken

Grotestedenbeleid

Wederopbouw

1950

1960

1970

1980

1990

2000

2010

2020

Stadsvernieuwing

Specifieke gebiedgerichte betrokkenheid Rijk (o.a. NPRZ, CityDeals, Woondeals, Regiodeals)

Bron: Platform31 - Bewerkte versie van: 75 jaar stedelijke vernieuwing - update 2022 (Kennisdossier)

12

Verwey-Jonker Instituut (2020), Een wereld in wijken te winnen, over de justitiële functie bij sociale achterstand.

13

Tops en Torre (2014), Wijkenaanpak en ondermijnende criminaliteit. Verwey Jonker Instituut (2019); Weerbare wijken tegen ondermijning.

14

SCP (2021), Opgroeien in een kwetsbare wijk, over buurteffecten en persoonlijke ervaringen van jongens en jonge mannen.

10 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De aard van de fysieke woonomgeving dicteert vaak de sociale problemen in kwetsbare gebieden. In een aantal gebieden is de afgelopen jaren slechts beperkt fysiek geïnvesteerd. Het stedelijk vernieuwingsbeleid is afgebouwd en corporaties richtten zich vooral op hun eigen bezit en minder dan voorheen op de leefbaarheid in de wijk. Tegelijkertijd manifesteren zich in de particuliere woningvoorraad onderhoudsproblemen, komt de verduurzaming bij particuliere woningeigenaren met een laag inkomen maar moeizaam van de grond en is er sprake van malafide verhuur. De aantrekkingskracht op bijvoorbeeld middenklasse huishoudens, of zogenoemde sociale stijgers binnen de wijk, is daardoor onder druk komen te staan. Weliswaar is de stad in trek bij woningzoekenden en is de woningmarkt in veel steden oververhit, maar de keerzijde van dit proces is verdringing; kwetsbare en kansarme bewoners zijn aangewezen op deze minder gewilde buurten, met als gevolg dat de sociaal-ruimtelijke ongelijkheid binnen steden verder toeneemt. Het aanpakken van de woningvoorraad in kwetsbare gebieden is een opgave die maar beperkt wordt opgepakt door de markt. Vooral in de focusgebieden buiten de Randstad hebben marktpartijen weinig belangstelling om te investeren in slechte particuliere woningen.

Daarnaast komt het nogal eens voor dat de exploitatie van woningen op een manier plaatsvindt die maatschappelijk onwenselijk is en de problemen in de particuliere voorraad, en ook in de directe woonomgeving, verergert (malafide verhuur). Dit uit zich onder meer in slecht onderhoud en overbewoning. Een aantal woningcorporaties is volgens de koepel van woningcorporaties Aedes niet in staat om de volledige herstructureringsopgave in kwetsbare gebieden (alleen) op te pakken. De woningcorporaties in een aantal stedelijke focusgebieden zijn niet allemaal voldoende draagkrachtig om deze investeringsopgave uit eigen middelen te financieren. Ook wordt in voorkomende gevallen een beroep gedaan op woningcorporaties om te investeren in het particuliere deel van de voorraad. De woningvoorraad in veel stedelijke focusgebieden kenmerkt zich door gespikkeld bezit: hierbij is het bezit van woningcorporaties en particulieren gemengd in een wijk, complex of in een rij van woningen. Grootschalig investeren in de eigen woningvoorraad én in het gebied gelegen particulier bezit (bijvoorbeeld door middel van inponding) gaat hun investeringsvermogen dan vaak te boven.15 Eigenaar-bewoners met een laag inkomen ontbreekt het aan middelen, of zij zien onvoldoende meerwaarde van een investering in onderhoud.

En ook gemeenten ‘worstelen met hun financiële situatie’ en zien onvoldoende mogelijkheden om de herstructureringsopgave voor hun rekening te nemen.16

Gebrekkige samenwerking tussen sectoren en actoren Om tot een structurele verbetering van de leefbaarheid in wijken te komen, is het belangrijk in het fysieke domein te investeren en dit te verbinden met een sociaaleconomische aanpak en met een aanpak op veiligheid; een samenspel tussen fysieke en sociale ingrepen, aangevuld met een aanpak van normstelling en handhaving.17 In de uitvoeringspraktijk komt de samenwerking tussen overheden, corporaties, politie, zorg- en welzijnsorganisaties, scholen en andere maatschappelijke organisaties en werkgevers die in deze gebieden werkzaam zijn, moeilijk van de grond. De samenhang tussen fysieke en sociale programma’s is voor individuele partijen vaak lastig te leggen, waardoor de opgaven in deze gebieden niet goed genoeg wordt opgepakt. Het gevolg is een versnipperde en een nauwelijks domein overstijgende aanpak.

15

Aedes (2020), Woningcorporaties hebben onvoldoende geld voor al hun opgaven.

16

Rebel Strategy & Development BV (2021), Synthese analyse 16 stedelijke vernieuwingsgebieden: totaalbeeld. Interbestuurlijke programma Gebiedsgerichte aanpak Leefbaarheid en Veiligheid.

17

Zie ook het essay ‘Richting’ van het Verwey-Jonker Instituut, waarin wordt gepleit voor een ‘sociaal-repressieve’ aanpak. Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 11

Ook op het niveau van een huishouden is de hulpverlening in Nederland doorgaans goed georganiseerd en worden gezinnen met een hulpvraag goed geholpen. Het gaat echter vaak mis wanneer de situatie uitzonderlijk is door een stapeling van problemen. Deze situatie doet zich juist in kwetsbare gebieden nog al eens voor. Het bestaan van veel problemen leidt tot een dichtheid van hulpverlenende instanties, waarbij het risico van langs elkaar heen werken op de loer ligt. De oorzaak hiervan heeft te maken met verschil van inzicht tussen instanties over de analyse van wat precies het probleem is dat moet worden aangepakt, uiteenlopende doelstellingen, een andere werkwijze, de organisatievorm waarvoor moet worden gekozen, de planning, het verschil in (financiële) prioriteit, of andere standpunten over hoe de inbreng van bewoners moet worden geregeld. Daarnaast heeft de decentralisatie in het sociaal domein niet tot simpelere financieringsstructuren geleid. De voorwaarden waaronder organisaties hun financiering ontvangen lopen uiteen. Dit leidt ertoe dat de beleidsuitvoering plaatsvindt in aparte eenheden, die vanwege andere doelen, regels en middelen, los van elkaar opereren, terwijl ze wel over hetzelfde onderwerp gaan.

Tenslotte heeft de nadruk op zelfredzaamheid van bewoners en nabijheid van instanties in de wijk bij de decentralisaties in het sociaal domein de hulpvraag van kwetsbare groepen onderschat. De inzet van wijkteams op het terrein van welzijn, zorg en hulpverlening hebben dit probleem niet kunnen wegnemen. In het verlengde hiervan zijn ook het burgerinitiatief en de aanwezigheid van actieve burgers die zich inzetten voor de buurt om gemeenschapsactiviteiten te organiseren niet evenredig verdeeld over verschillende wijken. In veel kwetsbare gebieden komt dit moeizamer van de grond dan elders.

12 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid Fotografie: en Veiligheid Rob| Acket 13

3 Doelstellingen De centrale doelstelling van het Nationaal Programma is om de leefbaarheid en veiligheid van de meest kwetsbare gebieden in Nederland in 15-20 jaar tijd op orde te brengen en het perspectief van de bewoners te verbeteren. Dit vraagt om een langjarige, integrale en doelgerichte inzet van het Kabinet, waarbij, als dat nodig is, een onorthodoxe aanpak van de vraagstukken die zich in de gebieden aandienen niet uit de weg wordt gegaan.

Om deze doelstelling te realiseren zet dit programma in op drie ER-subdoelen 1

Het verbeteren van de fysieke leefomgeving

 Het doel is het realiseren van meer kwalitatief goede woningen in een gemengde wijk waar het veilig en leefbaar wonen is.

2

Het bieden van een beter perspectief

 De inzet is erop gericht dat meer kinderen en jongeren in staat worden gesteld hun talenten te ontwikkelen; meer mensen worden begeleid naar werk, het aantal problematische schulden wordt teruggedrongen en dat meer mensen naar elkaar omzien. Verbeteringen op de terreinen wonen, werken en leren dragen ook bij aan een afname van de zorgvragen in deze gebieden.

3

Het vergroten van de veiligheid

 Het doel is dat minder jongeren afglijden in de criminaliteit en dat gebieden weerbaarder worden tegen georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Voorkomen moet worden dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen in een kwetsbare positie de (georganiseerde en ondermijnende) criminaliteit in gaan, daar steeds verder in verstrikt raken en zich doorontwikkelen tot geharde criminelen. Deze doelen staan niet op zichzelf maar hangen onderling met elkaar samen. Wonen in een klein, gehorig huis met een groot gezin, of een stressvolle thuissituatie, heeft gevolgen voor het concentratievermogen van kinderen, of de mogelijkheid om huiswerk te maken. Een langere schooldag of huiswerkklassen zijn in deze gebieden daarom extra gewenst. Een ander voorbeeld is dat jongeren eerder de straat opzoeken als het thuis klein en druk is. De georganiseerde misdaad speelt hierop in en probeert “hangjongeren” te rekruteren. Mensen die zich een betere woning en een betere buurt kunnen veroorloven trekken weg. Er is synergie tussen de fysieke en de sociale maatregelen. Een fysieke aanpak is nodig om de sociale interventies te ondersteunen en draagt bij aan de veiligheid, en vice versa. Een gelijktijdige sociale inzet en een preventieve aanpak, die voorkomt dat jongeren in de criminaliteit belanden, helpt bewoners vooruit en draagt bij aan het geloof in een betere toekomst.

Investeren in het woningaanbod, goede scholen, werk, voorzieningen en de openbare ruimte zorgt ervoor dat resultaten die in het sociaal domein worden gehaald daadwerkelijk in de wijk zelf landen. Zonder investeringen in goede woningen en een verbetering van de fysieke leefomgeving vertrekken sociale stijgers, waarna hun plek wordt ingenomen door nieuwe kwetsbare huishoudens. Andersom beklijft het resultaat van meer woningen in het middensegment en gemengde wijken niet, als er niet ook in het sociaal domein interventies plaatsvinden voor de huidige bewoners. Dit is een belangrijke voorwaarde voor een structurele verbetering van 20 gebieden in Nederlandse steden die te maken hebben met grootstedelijke problematiek.

14 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Figuur4: Kaart met de twintig stedelijke focusgebieden

Stad Amsterdam Amsterdam Arnhem Breda Delft Dordrecht Den Haag Eindhoven Groningen Heerlen Leeuwarden Lelystad Nieuwegein Roosendaal Rotterdam Schiedam Tilburg Utrecht Vlaardingen Zaandam

Gebied/wijk Zuidoost Nieuw-West Oost Noord West West Zuidwest Woensel-Zuid Noord Noord Oost Oost Centrale-As -stad Zuid Nieuwland-Oost Noordwest Overvecht West Oost

Bron: BZK/VRO

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 15

4 Wat gaan we doen?

Om deze doelen te realiseren hanteren we voor kwetsbare gebieden de volgende actielijnen:

1. Samenhangende aanpak We zorgen voor een integrale aanpak met regie en een solide juridische basis. Wat we doen... • Gemeenten en lokale partners maken integrale uitvoeringsprogramma’s voor hun gebied. • In de stedelijke focusgebieden worden allianties opgezet o.l.v. de burgemeester. Het Rijk participeert hierin. • Meer ruimte creëren voor experimenten en maatwerk; waar relevant kan de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek worden aangevuld. • Onderzoeken of rijksmiddelen meer ontschot en gebiedsgericht kunnen worden ingezet.

• De voortgang en vastlopers periodiek bestuurlijk bespreken. • Kennis en praktijkervaring delen op www.wijkwijzer.org. • Dashboard Zicht op Wijken. • Het kennis- en leernetwerk uitbreiden en doorontwikkelen. • Lokale partners ondersteunen met onder andere een Expertpool, de Flexpoolwoningbouw en een vraagbaakfunctie.

2. Woningen en wijken

3. Meedoen

4. Veiligheid

We verbeteren slechte woningen en zorgen voor meer gemengde wijken.

We zorgen dat meer bewoners kunnen meedoen in de samenleving.

We investeren in preventie jeugdcriminaliteit en weerbaarheid.

Wat we doen...

Wat we doen...

Wat we doen...

• Bestuurlijke akkoorden per provincie sluiten over o.a. de herstructureringsopgave. • Prestatieafspraken maken met corporaties over de herstructurering in kwetsbare gebieden. • Inzetten Volkshuisvestingsfonds, Woning-bouwimpuls en het Nationaal Isolatieprogramma. • Herzien van de Huisvestingswet 2014. • Verkennen noodzaak en geschiktheid van selectieve woningtoewijzing in stedelijke focusgebieden.

• Inzetten programma Kansrijke Start. • Structurele versterking van scholen met veel leerachterstanden. • Stimuleren deelname aan voor- en vroegschoolse educatie en versterken kwaliteit. • Verrijken school en omgeving. • Intensiveren aanpak geldzorgen, armoede en schulden. • Onderzoek naar andere werkwijzen in de Participatiewet. • Versterken van de veerkracht van personen en groepen in kwetsbare omstandigheden. • Terugdringen gezondsheidsachterstanden met een integrale preventieve aanpak. • Via regiodeals bijdragen aan de brede welvaart in gebieden.

• Inzet programma ‘Preventie met Gezag’. • Versterken jeugdstrafrechtketen. • Afgepakt geld, zoveel mogelijk een publieke bestemming geven, met name wijken die het meest lijden onder criminaliteit. • Met het dashboard ‘Zicht op Ondermijning’ risicofactoren voor ondermijnende criminaliteit in een gebied inzichtelijk maken.

Figuur 5: Actielijnen programma Leefbaarheid en Veiligheid

16 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

4.1 Actielijn 1 | We zorgen voor een integrale aanpak met duidelijke regie en een adequaat juridisch instrumentarium 4.1.1

Een integrale aanpak en adequate regelgeving Sectoraal beleid is toereikend voor het overgrote deel van de Nederlanders in gebieden en wijken, maar voor stedelijke focusgebieden schiet dit tekort. Vanuit vrijwel alle beleidsdomeinen wordt in deze gebieden al veel gedaan, maar daar waar problemen zich opstapelen, is sectoraal beleid niet toereikend. Naast en in aanvulling op sectorale interventies is een integrale aanpak nodig voor de opgaven die meerdere beleidsterreinen raken (van onderwijs, wonen en sociale zaken tot justitie en zorg), zodat problemen van een gezin, wijk of buurt daadwerkelijk kunnen worden opgelost. Een integrale aanpak ‘dwingt’ om opgaven in een breed perspectief te bekijken en aan te pakken. Het is een werkwijze waarin ministeries, maatschappelijke organisaties, gemeenten, bedrijven en bewoners met een gezamenlijk doel voor ogen samenwerken en investeren in een gebied. De behoeften van bewoners en de mogelijkheden van professionals die in het gebied werkzaam zijn om op deze behoeften in te spelen, staan hierbij centraal. Het gaat er niet om alles en iedereen met elkaar te verbinden, maar wel te borgen dat relevante partijen hun eigen taak zo goed mogelijk kunnen uitvoeren en goed aansluiten op andere partijen.

Bijvoorbeeld verschillende schoolsoorten die elkaar opvolgen, verbindingen tussen onderwijs of werk enerzijds en hulpverlening anderzijds, en aansluiting van hulpverleners op elkaar. Voorkomen moet worden dat partijen naar elkaar gaan kijken en als iemand wil doorpakken, hij of zij tegen wetten, regels en professionele praktijken van andere terreinen aanloopt. Dit vraagt ook afstemming aan rijkskant. Om in deze gebieden daadwerkelijk het verschil te kunnen maken, is het nodig om, naast een sectorale inzet op het terrein van bestaanszekerheid, kansengelijkheid, veiligheid en wonen, ook over de grenzen van het eigen departementale beleidsterrein heen te kijken en de opgaven integraal op te pakken. Daar waar regelgeving ontoereikend is voor het oplossen van de problematiek en een integrale aanpak in de weg staat, willen we meer ruimte creëren voor experimenten en maatwerk. We vernieuwen het juridisch instrumentarium en onderzoeken of rijksmiddelen meer ontschot en gebiedsgericht kunnen worden ingezet. Hierbij betrekken we ook de motie Ceder die de regering verzoekt om in het programma de schotten tussen beleidsbudgetten weg te halen en rijksregels aan te passen die een integrale aanpak in de weg staan.18

Acties Adequaat juridisch instrumentarium • Onderdeel van de rijksinzet is om met gemeenten in kaart te brengen wat er nodig is om in de stedelijke focusgebieden daadwerkelijk tot doorbraken te kunnen komen. In 2021 heeft het ministerie van BZK -in het verlengde van de evaluatie van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek- een uitvraag gedaan naar knelpunten in wet- en regelgeving, die een gebiedsgerichte, integrale aanpak van de leefbaarheid en veiligheid belemmeren. Op de uitvraag zijn door gemeenten en andere partijen ruim 100 voorstellen voor verbetering bij het ministerie ingediend. Het Strategisch Beraad Sociaal Domein, dat tweewekelijks bij elkaar komt en waarin alle relevante departementen en een afvaardiging van gemeenten zijn vertegenwoordigd, werkt voorstellen uit om vanuit gemeenten aangedragen knelpunten, waar (verkokerde) regels in de weg zitten, tot een oplossing te brengen. • De uitkomst van dit traject zal uitwijzen of aanvullende experimenteerruimte nodig is. Daarvoor kan, daar waar relevant, de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek worden aangevuld.

18

Kamerstukken II, 2021/22, 35 925 VII, nr. 24. Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 17

• In een laboratoriumachtige setting zal in kaart worden gebracht waar regelgeving knelt. Hierbij wordt de mogelijkheid geboden om te beproeven of door een andere inzet van de huidige beschikbare middelen, of het bieden van uitzonderingen op knellende regels, tot betere resultaten kan worden gekomen. De 20 stedelijke focusgebieden kunnen door de betrokken departementen hierbij worden beschouwd als hun experimenteeromgeving. • Interventies van departementen op grond van hun eigen beleidsverantwoordelijkheid landen (ook) in de stedelijke focusgebieden. Gelet op de meervoudigheid van de opgave in deze gebieden zal worden nagegaan of, en zo ja hoe, dit beter kan worden gestroomlijnd. • In het verlengde van het ambtelijke Strategisch Beraad wordt twee à drie keer per jaar een Brede Regietafel Sociaal Domein onder voorzitterschap van de minister van BZK georganiseerd. • Het lokaal bestuur wordt meer bewust gemaakt van de huidige mogelijkheden van het bestuurlijk juridisch instrumentarium bij een gebiedsgerichte aanpak, zoals preventief fouilleren, de wet Bibob en het sluiten van woningen bij het aantreffen van wapens.

De concentratie van grootstedelijke problemen in de stedelijke focusgebieden brengt met zich mee dat er veel professionals in het gebied werkzaam zijn. Bij het verbinden van fysieke en sociale opgaven zijn gemeentebestuurders, de rijksoverheid, woningcorporaties, justitiële partners, scholen, werkgevers, zorginstellingen en maatschappelijke organisaties allemaal van betekenis; ieder vanuit een eigen organisatie met eigen belangen, verantwoordelijkheden, financieringsstromen en verantwoordingsystemen. In de uitvoeringspraktijk wordt nog vaak sectoraal gewerkt. Dat maakt de aanpak minder effectief. Binnen de breedte van de sociaal-fysieke aanpak stuiten professionals in de wijk op schurende stelsels, financiële regelingen waar gemeenten voor ‘gewone’ wijken wel mee uit de voeten kunnen, maar die onvoldoende aansluiten bij de opgaven die zich in een stedelijk focusgebied voordoen.

Acties Een integrale aanpak • Gemeenten stellen in overleg met lokale partners een integraal uitvoeringsprogramma op voor het stedelijk focusgebied. • We vragen gemeenten die deelnemen aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid een alliantieoverleg te organiseren, onder aanvoering van de burgemeester, met betrokkenheid van lokale partijen, zodat de problemen van de stedelijke focusgebieden integraal kunnen worden aangepakt. • Het Rijk participeert in deze lokale allianties met een rijksvertegenwoordiger vanuit de ministeries van BZK, OCW, JenV, SZW of VWS. • Eénmaal per jaar zal een bestuurlijk overleg plaatsvinden tussen de burgemeesters van gemeenten met een stedelijk focusgebied en het Kabinet / minister voor VRO over het functioneren van de samenwerking, de voortgang en eventuele vastlopers. Ook andere betrokken bewindspersonen zullen hiervoor worden uitgenodigd. • Tweemaal per jaar vindt over de voortgang van het programma een overleg plaats met een vertegenwoordiging van de stedelijke focusgebieden, het Rijk, de VNG en koepelorganisaties.

18 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Samenhangende aanpak criminele netwerken in Zaandam Oost In de Zaanse wijken Poelenburg en Peldersveld deden zich de afgelopen jaren grote problemen voor rondom de uitbuiting van arbeidsmigranten en het witwassen van geld via de handel in vastgoed en malafide bedrijven, zoals de glazenwassersbranche. Woningen werden massaal opgekocht als lucratief verdienmodel voor de huisvesting van veelal kwetsbare arbeidsmigranten. Netwerken halen letterlijk met busjes vol mensen uit met name Bulgarije, zetten ze in het hele land aan het werk voor hun bedrijven en huisvesten ze –voor enorme huurprijzen (vaak ingehouden van hun loon)– met velen tegelijk in hun eigen woningen in deze wijken. Dit trekt een zware wissel op de leefbaarheid en de veiligheid en legt druk op het onderwijs aan een toch al kwetsbare populatie kinderen. Begin 2022 is gestart met het opzetten van een integraal interventieteam. Een samenwerking tussen verschillende overheidsinstellingen (NAI, Politie, Gemeente, Nelastingdienst, RIEC) die als doel heeft de criminele netwerken en verdienmodellen te verstoren. Daarnaast wordt nu gekeken hoe binnen de huidige regelgeving beter gecontroleerd kan worden op kentekens van dure auto’s. Met het Volkshuisvestingsfonds worden overlastgevende panden teruggekocht en verduurzaamd.

De inzet van de Wet opkoopbescherming en -na van kracht worden- de Wet goed verhuurderschap dragen eraan bij dat dit soort situaties ook in de toekomst worden voorkomen.

4.1.2

We zorgen voor een goede kennisinfrastructuur Een integrale gebiedsaanpak ontwikkelt zich in de uitvoeringspraktijk op basis van de opgaven die zich aandienen, beschikbare kennis, actuele urgentie en de op dat moment voorhanden zijnde mogelijkheden. Er bestaat geen blauwdruk of ‘handboek’ hoe dit vorm te geven. Bovendien heeft elk gebied zijn eigen context, opgaven en karakteristieken. Wel zijn er goede voorbeelden zoals het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, dat deelname in de maatschappij als uitgangspunt heeft, te beginnen met dagbesteding: school of werk. Ook is er in opdracht van het ministerie van BZK onderzoek gedaan naar aanpakken in steden in de ons omringende landen. De uitkomsten daarvan zijn betrokken bij het opstellen van dit programma. Investeren in samen leren, het ontwikkelen van kennis en goede voorbeelden breed toegankelijk maken zijn essentieel om stappen vooruit te maken. Er is inmiddels in samenwerking met kennisinstellingen een kennis- en leernetwerk WijkWijzer opgezet voor een integrale aanpak van vraagstukken in kwetsbare wijken: • Er is onderzoek gedaan naar de behoefte aan en het aanbod van kennis en leervormen op het gebied van gebiedsgericht werken. • Er zijn verschillende leerkringen opgezet en er is een Kenniskamer Leefbaarheid en Veiligheid ingericht met deelnemers van de overheid, wetenschap en kennisinstituten.

• Daarnaast zijn diverse onderzoeken verricht naar eerdere en bestaande wijkaanpakken in Nederland en in omringende landen (o.a. Rotterdam-Zuid, Wenen en Mechelen). • Het rapport ‘Perspectief Bieden; bouwstenen voor een gebiedsgerichte aanpak van leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare wijken’19 bevat de resultaten van deze verkennende onderzoeken en biedt handelingsperspectieven voor gemeenten en andere partijen die bij een gebiedsgerichte aanpak zijn betrokken.20 Daarmee wordt tevens invulling gegeven aan de motie Boulakjar21, waarin de regering wordt verzocht de geleerde lessen vanuit de Mechelse methode in dit programma mee te nemen. • Met een consortium van kenniscentra als Platform 31, Movisie, Verwey-Jonker Instituut, Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid en netwerken als het LSA voor bewoners en LPB voor wijkwerkers is het leernetwerk WijkWijzer opgericht.

19

Verwey-Jonker Instituut (2021), ‘Perspectief Bieden; bouwstenen voor een gebiedsgerichte aanpak van leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare gebieden.

20

Hierbij gaat om internationaal vergelijkend onderzoek en de aanpak in Rotterdam-Zuid, en een wetenschappelijke analyse van publicaties over wijkgericht werken: Verwey-Jonker Instituut (2019), Kwetsbare wijken in België, Duitsland en Denemarken. Verwey-Jonker Instituut (2021), Kwetsbare wijken.

21

Kamerstukken II 2021/22, 35 925 VII, nr. 126. Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 19

Acties Kennis en leernetwerk Leefbaarheid en Veiligheid • We brengen kennis en praktijkervaringen die voor een gebiedsgerichte aanpak van Leefbaarheid en Veiligheid relevant zijn samen op de website van WijkWijzer (www.wijkwijzer.org), het platform voor leefbare en veilige wijken. • Met een consortium van kenniscentra als Platform 31, Movisie, Verwey-Jonker Instituut, Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid en netwerken als het LSA voor bewoners en LPB voor wijkwerkers wordt het leernetwerk WijkWijzer doorontwikkeld. Leertrajecten gericht op een integrale wijkaanpak en de opzet van een innovatieprogramma maken daar deel van uit. • Herstructurering wordt een belangrijk thema van het Kennis- en leernetwerk. Er wordt een leeragenda ontwikkeld, waarin de geleerde lessen op het gebied van herstructurering uit de focusgebieden worden gedeeld met andere gebieden. • Het Kennis- en leernetwerk WijkWijzer wordt uitgebreid met kennispartners die specifiek kennis op het fysieke domein voor gemeenten beschikbaar kunnen maken. Tevens worden koppelingen gelegd met andere relevante kennis- en leernetwerken (b.v. Samenwerkingsplatform Sociaal Domein i.o., Maatwerk Multiprobleemhuishoudens, kennis en leerprogramma Aardgasvrije Wijken). Ondersteuning • Om partners in de stedelijke focusgebieden te ondersteunen bij hun gebiedsgerichte aanpak, zetten we een Expertpool op.

Het gaat daarbij om mensen met gezag, visie en creativiteit, relevante ervaring op lokaal en/of Rijksniveau, en met ervaring in een gebiedsgerichte, integrale aanpak, die lokale allianties kunnen ondersteunen in de fase van verkenning, ontwerp en/of uitvoering en bij het verstevigen van een effectieve samenwerking tussen partners. • We vergroten meer specifiek de kennis en capaciteit bij medeoverheden om de aanpak van de fysieke leefomgeving kracht bij te zetten. Gemeenten kunnen de Flexpools-woningbouw, behalve voor de ondersteuning op het terrein van de woningbouw, ook inzetten voor de realisatie van herstructureringsprojecten. De middelen voor de Flexpools zijn afkomstig uit het Programma Woningbouw. • De expertise die aanwezig is binnen departementen en kenniscentra komt beschikbaar voor gemeenten, onder meer via uitbreiding van de vraagbaakfunctie van WijkWijzer. • Op de website van WijkWijzer komt het dashboard Zicht op Wijken beschikbaar, dat gemeenten inzicht geeft in de relevante data op het gebied van het fysieke domein (wonen en duurzaamheid), het sociaaleconomische domein (onderwijs, gezondheid, zorg, jeugd, werk en inkomen) en veiligheid.

• Het rapport ‘Perspectief Bieden; bouwstenen voor een gebiedsgerichte aanpak van leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare wijken’, wordt aangevuld met een afwegingskader dat gemeenten helpt bij het vormgeven van hun integrale aanpak. • Voor de ondersteuning van gemeenten komt in 2022 het ‘Praktijkboek Slagvaardige wijkaanpak’ beschikbaar, dat vanuit het kennis- en leernetwerk WijkWijzer voor gemeenten wordt ontwikkeld. • Parallel daaraan worden door het consortium van kenniscentra nieuwe leervormen voor de integrale gebiedsgerichte aanpak aangeboden (b.v. wijk-werkateliers). Ook marktpartijen krijgen de gelegenheid specifiek op de werkwijze van het programma toegesneden leervormen via WijkWijzer aan te reiken. • De verschillende ondersteuningsmogelijkheden die vanuit (het kennis- en leernetwerk van) het programma beschikbaar zijn, worden opgenomen in een toegankelijk overzicht. • De expertise met betrekking tot buurtmaken, community building, buurtpreventie- en gemeenschapsvorming en de ervaringen met wijkbedrijven en wijkcoöperaties worden voor gemeenten en lokale partners ontsloten via de ABCD-academie en de Academie voor Buurtmakers.

20 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Onderzoeksagenda • Om de ‘lerende aanpak’ van leefbaarheid en veiligheid te stimuleren, wordt een onderzoeksagenda opgesteld. • We gaan onderzoek doen naar hoe investeringen in de kwaliteit van de openbare ruimte kunnen bijdragen aan (een beter gevoel van) leefbaarheid, veiligheid en gemeenschapszin voor bewoners in kwetsbare gebieden. Hierbij wordt ook het in de stedelijke focusgebieden aanwezige cultureel erfgoed betrokken. • Ook onderzoeken we welke fysieke elementen in de leefomgeving bijdragen aan de kwetsbaarheid en onveiligheid van gebieden en wat ‘voorspellende’ (fysieke) factoren zijn die kunnen leiden tot leefbaarheidsrisico’s en nieuwe kwetsbare gebieden. Het resultaat is een ‘Handreiking preventie leefbaarheid en veiligheid’ voor stedelijke ontwikkeling. • Door middel van actieonderzoek wordt de voortgang in de 20 stedelijke focusgebieden en de impact van interventies gevolgd, mede ten behoeve van de voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 21

22 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Fotografie: Rob Acket

4.2 Actielijn 2 | We verbeteren slechte woningen en zorgen voor meer gemengde wijken Volkshuisvesting is gemeenschappen bouwen. Investeren in de fysieke leefomgeving is nodig om een oorzaak van de negatieve spiraal in kwetsbare gebieden te doorbreken. Het investeren in de kwaliteit van de woningvoorraad22 en de inrichting van een buurt conform PKVW-uitgangspunten en met inachtneming van de principes van veilig ontwerp en beheer (Crime Prevention Through Environmental Design, CPTED) zijn een bewezen effectieve manier om de leefbaarheid en veiligheid in buurten te verbeteren. Dit doen we via herstructurering van kwalitatief slechte woningen. Van een diverse woningvoorraad, naar huur/koop en prijsklasse, profiteren zowel nieuwe als bestaande bewoners. De leefbaarheid en veiligheid verbetert en het draagvlak voor voorzieningen neemt toe door de komst én het behoud van meer draagkrachtige groepen. De aanpak van de woningvoorraad is bepalend voor het toekomstperspectief van een gebied, maar is ook een kostbare interventie. Het verbeteren van de fysieke woonomgeving in kwetsbare gebieden heeft een positief neveneffect op de sociaaleconomische en veiligheidspijlers. Om tot een meer gedifferentieerde woningvoorraad te komen in kwetsbare wijken is herstructurering noodzakelijk. De herstructureringsopgave in Nederland is groot.

Onder herstructurering wordt verstaan: vervangende nieuwbouw, intensieve en grootschalige renovatie en verduurzaming en transformatie van vastgoed naar woningen. Om dit te bereiken pakken we met de Nationale Woon- en Bouwagenda tot 2030 minimaal 2,7 miljoen woningen van de bestaande woningvoorraad aan via verschillende programma’s: • Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma wordt ingezet op de verduurzaming van 2,5 miljoen woningen tot 2030. Het gaat hierbij om 1 miljoen woningen van verhuurders, het verduurzamen van 750.000 koopwoningen met de slechtste labels (E, F, G) samen met gemeenten en het verduurzamen van nog eens 750.000 koopwoningen op eigen initiatief van woningeigenaren. • Vanuit het Nationaal transformatieplan wordt ingezet om het aantal transformaties van vastgoed naar woningen van 10.000 per jaar op te schroeven naar 15.000 per jaar. • Hiernaast streven we naar vervangende nieuwbouw van ongeveer 25.000 particuliere woningen in kwetsbare gebieden. Vanuit het voorliggende programma is de inzet hier aan bij te dragen met vervangende nieuwbouw van circa 16.500 particuliere woningen in de stedelijke focusgebieden. 23

4.2.1

Bestuurlijke akkoorden met provincies en prestatieafspraken woningcorporaties Samen met het programma Woningbouw maken we, op basis van het inzicht in de brede opgave, op nationaal niveau en per provincie bestuurlijke akkoorden met de provincies over de woningbouw. Hiertoe maken we voor de zomer eerst indicatieve afspraken met de provincies, waarna de provincies de afspraken in regionaal verband bespreken met gemeenten en marktpartijen. In oktober worden de afspraken vastgelegd in een bestuurlijk akkoord. De afspraken uit het bestuurlijk akkoord worden via de al bestaande regionale samenwerkingsverbanden door de provincies doorvertaald naar gemeenten. In de afspraken met de provincies worden naast de woningbouwafspraken ook de herstructureringsopgaven meegenomen.

22

AEDES (2020), Veerkracht in het corporatiebezit.

23

De ongeveer 25.000 particuliere woningen in kwetsbare gebieden worden aangepakt met inzet van de middelen van dit Kabinet uit het Volkshuisvestingsfonds (€600 miljoen). De circa 16.500 particuliere woningen in stedelijke focusgebieden is gebaseerd op basis van de verdeling van de eerste tranche VHF.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 23

Woningcorporaties staan voor leefbare wijken waar het prettig wonen is. De leefbaarheid in kwetsbare gebieden staat onder druk. Vaak is er in deze kwetsbare gebieden, waaronder de stedelijke focusgebieden, ook veel corporatiebezit. Het verbeteren van de leefbaarheid vraagt om een integrale aanpak onder regie van de gemeente. Van corporaties vraagt dit om door te gaan met een actieve betrokkenheid in de aanpak van problemen in de fysieke leefomgeving en samenwerking met maatschappelijke partners in het sociaal domein. Van de gemeente vraagt dit afspraken over zorg en begeleiding. Corporaties spelen een belangrijk rol bij het realiseren van de doelstelling uit dit programma om de fysieke leefomgeving te verbeteren. Hierbij gaat het om het realiseren van meer kwalitatief goede, veilige en duurzame woningen in een gemengde wijk waar het veilig en leefbaar wonen is. Corporaties dragen zorg voor de verhuur, bouw- en verbeterprogramma’s en de huisvesting van doelgroepen. Ook investeren ze in wijkbeheer en leefbaarheid, en garanderen de veiligheid in wonen door de aanpak van schimmel, loden leidingen, asbest en brandveiligheid. De aftopping van de bijdrage die corporaties aan leefbaarheid mogen besteden is inmiddels afgeschaft.

In aanvulling daarop en in ruil voor de afschaffing van de Verhuurderheffing (VHH) worden vóór de zomer 2022 bindende landelijke afspraken met de sector en de VNG gemaakt. Corporaties zullen hun toegenomen investeringscapaciteit ook inzetten voor de opgaven op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. We maken met corporaties prestatieafspraken om extra te investeren in leefbaarheid, waarbij een gemengde samenstelling van wijken door middel van herstructurering één van de maatregelen is. We maken afspraken om woningen fors te verbeteren en te verduurzamen. We bieden zittende corporatiehuurders de kans om, onder nader te bepalen voorwaarden, een woning te kopen, om hen een start te geven op de koopmarkt. Daarnaast investeren we in sociaal beheer en samenwerking met bijvoorbeeld scholen en politie. We schorten de markttoets voor deze kabinetsperiode op om woningcorporaties te stimuleren middenhuurwoningen te bouwen. De inzet is om de middelen van de corporatiesector optimaal in te zetten voor de volkshuisvestelijke opgave om zo wijken leefbaarder te maken. Waar nodig krijgen corporaties projectsteun. De woningcorporaties brengen deze steun met elkaar op, op basis van de waarde van hun woningbezit. Als onderdeel van het programma Een (t)huis voor iedereen wordt toegewerkt naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in iedere gemeente.

Dit betekent dat gemeenten met minder dan 30% sociale huur in de bestaande woningvoorraad bij nieuwbouw moeten gaan bijdragen aan dit streven. Bij het maken van de woondeals houden we rekening met gemeenten waar het toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is. Hier wordt gekeken hoe het mogelijk is om woningen toe te voegen voor huishoudens met een middeninkomen.

Acties • Per provincie wordt een bestuurlijk akkoord gesloten. Hierbij wordt de herstructureringsopgave en het oplossen van knelpunten meegenomen. • We maken prestatieafspraken met woningcorporaties op landelijk en lokaal niveau die bijdragen aan herstructurering in kwetsbare gebieden om te komen tot meer gemengde wijken. • We schorten de markttoets voor deze kabinetsperiode op om woningcorporaties te stimuleren middenhuurwoningen te bouwen. • Er wordt toegewerkt naar meer balans in de woningvoorraad met een streven naar 30 procent sociale huurwoningen in iedere gemeente, met uitzondering van de meeste stedelijke focusgebieden waar wordt gekeken naar mogelijkheden om woningen toe te voegen voor middeninkomens.

24 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

4.2.2

Financieel en juridisch instrumentarium De herstructureringsopgave in Nederland is divers en is niet met één instrument te realiseren. De drie belangrijkste financiële instrumenten die gemeenten kunnen gebruiken om deze opgave aan te pakken zijn het Volkshuisvestingsfonds, de Woningbouwimpuls en het Nationaal Isolatieprogramma. De middelen worden complementair ingezet om het maximale maatschappelijke effect te behalen. Volkshuisvestingsfonds Het Volkshuisvestingsfonds (VHF) is gericht op herstructurering van de bestaande, met name particuliere, woningvoorraad in kwetsbare gebieden. Met de beschikbare middelen van €600 miljoen (t/m 2026) leveren we een bijdrage aan de herstructurering van circa 25.000 particuliere woningen in kwetsbare gebieden. Dit is aanvullend op de eerste tranche van het Volkshuisvestingsfonds uit 2021 waarmee al 22.000 woningen de komende 10 jaar worden geherstructureerd. In het najaar van 2022 worden de exacte contouren van het fonds bekend gemaakt. In 2023 gaat de volgende tranche voor nieuwe aanvragen open. Net als bij de eerste tranche kunnen gemeenten dan een aanvraag doen voor een toekenning, waarbij zal worden voorgesorteerd op projecten die zijn ingebed in een integrale gebiedsgerichte aanpak met interventies op het fysieke-, sociaaleconomische- en veiligheidsdomein.

De samenwerking tussen gemeenten en woningcorporaties is hierbij een pre, omdat er vaak sprake is van gemengde VvE’s en gespikkeld bezit van woningcorporaties in wijken. Woningcorporaties pakken de verbeteropgave voor hun eigen woningen op. Het VHF is hoofdzakelijk gericht op de aanpak van slechte particuliere woningen in kwetsbare gebieden. De aanpak van de te herstructureren corporatiewoningen wordt geregeld via de afspraken die in het kader van de afschaffing van de Verhuurderheffing worden gemaakt. Wel blijft er aandacht voor gespikkeld bezit. Voor het VHF zijn gebieden waar de leefbaarheid onder druk staan leidend. Het gaat hierbij om gebieden die gemiddeld laag score op indicatoren met betrekking tot woningkwaliteit, sociaaleconomische kenmerken en veiligheid. Een belangrijk aandachtspunt bij het VHF zal zijn in welke mate de belangen van de zittende bewoners van een gebied zijn meegenomen in de plannen. Dit kan gaan over aspecten zoals het recht van terugkeer en herhuisvestingsfaciliteiten. Ook de mate waarin bewoners van een gebied participeren in de voorgenomen ontwikkelingen wordt een belangrijk punt van beoordeling. Bij de verdere uitwerking van de contouren van het VHF wordt nadrukkelijk gekeken naar de andere middelen die ingezet kunnen worden voor het aanpakken van de bestaande woningvoorraad.

Verduurzaming van de woningvoorraad door renovatie van bestaande woningen krijgt hierdoor een minder centrale rol in de tweede tranche van het VHF. Dit wordt ondervangen door inzet van middelen uit het Nationaal Isolatieprogramma. Tenslotte wordt nagegaan op welke manier het onttrekken van incourante woningen en toevoegen van kwalitatief goede woningen, die bijdragen aan het creëren van gemengde leefbare wijken, de nadruk kan krijgen in het VHF. Ook blijft er aandacht voor de aanpak van openbare ruimte en collectieve maatschappelijke voorzieningen.

Actie • We zetten het Volkshuisvestingsfonds in om een bijdrage te leveren aan de herstructurering van kwalitatief slechte woningen en de directe leefomgeving in kwetsbare gebieden, waaronder de stedelijke focusgebieden.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 25

Woningbouwimpuls Het doel van de Woningbouwimpuls (WBI) is het sneller bouwen van meer betaalbare woningen. We zorgen ervoor dat er meer woningbouwprojecten financieel haalbaar zijn. Met de WBI worden onrendabele toppen gedekt om het woningaanbod te vergroten. Voor de vierde tranche van de WBI is €300 miljoen beschikbaar en deze wordt in augustus 2022 opengesteld. Voor de stedelijke focusgebieden kan de WBI eraan bijdragen om tot een meer gemengde woningvoorraad te komen. In eerdere tranches van de WBI heeft een aantal stedelijke focusgebieden al een aanvraag toegekend gekregen.

Actie • In afstemming met het programma Woningbouw stimuleren we de stedelijke focusgebieden om met de WBI extra woningen toe te voegen (aan de verdichtingsopgaven) om te komen tot meer gemengde wijken. De focusgebieden volgen hierbij de reguliere aanvraagprocedure.

Verduurzaming woningen De aanpak van bouw- en onderhoudstechnische gebreken van de woningvoorraad is ook een goed moment om energiebesparende maatregelen door te voeren. Hierbij is het zaak om de opgaven waar in het gebied toch al aan gewerkt wordt op elkaar aan te sluiten en de beschikbare geldstromen aan elkaar complementair te maken. De verduurzamingsopgave waar corporaties de komende jaren voor staan kunnen ook worden benut om een meer divers woningaanbod te realiseren, bijvoorbeeld wanneer door verduurzaming een sociale woning aan het middensegment kan worden toegevoegd. Verduurzaming kan hierbij de katalysator zijn voor de fysieke aanpak. In het Nationaal isolatieprogramma dat begin april naar de Tweede Kamer is gestuurd, wordt de verbinding gelegd met het voorliggend programma.24 Het Experimentenprogramma Verduurzaming Kwetsbare Wijken en de City Deal Energieke Wijken laten zien dat verduurzaming een extra impuls kan geven aan kwetsbare gebieden en - huishoudens. Naast een meer comfortabele woning voor bewoners hebben lagere energielasten, in combinatie met het voornemen uit het Coalitieakkoord om de sociale huur voor mensen met een laag inkomen te verlagen, een direct effect op hun inkomenspositie.

Actie • We ontwikkelen samen met gemeenten en corporaties in de stedelijke focusgebieden aanpakken waarmee kwetsbare mensen in koop- en huurwoningen kunnen deelnemen aan het verduurzamen van hun woning. Hierbij is aandacht voor ontzorging, passende financieringsvormen en de wijze waarop het Nationaal Isolatieprogramma en het VHF complementair zijn. Hierin staat centraal een persoonlijke en gebiedsgerichte benadering, die aansluit bij de vraagstukken van kwetsbare huishoudens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11672566/1