CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Commissie Algemeen 19 mei 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief BMC-rapport ‘Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft’ (2151996).15.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Rapport Gemeente Delft

BMC Januari 2020 Dick te Winkel Jurjen Weemstra Tamara Bakker Projectnummer: PO008695 Classificatie: vertrouwelijk Status: definitief BMC Advies B.V. P.O. box 490 3800 AL Amersfoort

Databankweg 26 3821 AL Amersfoort

T +31 (0)33 496 52 00 www.bmc.nl

KVK 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01

Inhoud Hoofdstuk 1

Aanleiding ............................................................................. 3

Hoofdstuk 2

Vraagstelling ......................................................................... 4

Hoofdstuk 3

Verantwoording werkwijze ...................................................... 5

Hoofdstuk 4

Samenvatting ........................................................................ 6

Hoofdstuk 5

Omgevingsanalyse ................................................................. 8

5.1

Kaders cultuurbeleid ........................................................................ 8

5.2

Stedenbouwkundige en economische beleidskaders ............................. 9

5.3

Demografische ontwikkelingen........................................................ 12

5.4

Algemene sectorale ontwikkelingen en trends ................................... 13

5.5

Huidige voorzieningenniveau podiumkunsten .................................... 17

5.6

Benchmark................................................................................... 21

5.7

Onderzoek cultuurpubliek............................................................... 25

Hoofdstuk 6

De schouwburg over 20 jaar ................................................. 31

Hoofdstuk 7

Het toekomstige voorzieningenniveau voor podiumkunsten ....... 33

Hoofdstuk 8

Variantenstudie ................................................................... 36

Hoofdstuk 9

Conclusies en advies ............................................................ 45

Bijlage 1

Gesproken partijen..................................................................... 46

Bijlage 2

Toelichting potentieel cultuurpubliek............................................. 47

Bijlage 3

Plankaart Schieoevers Noord ....................................................... 57

Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

2/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Hoofdstuk 1

Aanleiding

De gemeente Delft heeft de ambitie om tot 2040 15.000 woningen en 10.000 banen aan de stad toe te voegen. Voor deze verstedelijkingsopgave wordt bekeken hoe bepaalde gebieden in Delft getransformeerd kunnen worden. Hierbij ligt de focus op Schieoevers-Noord en het gebied rondom NS-station Delft-Zuid. Maar er wordt ook gekeken naar kleinere locaties elders in de stad. Het is van belang om binnen deze gebiedsontwikkeling een passend voorzieningenniveau te realiseren, onder andere op het gebied van cultuur. Op deze wijze kan ook in de toekomst worden voorzien in een aantrekkelijk leef- en werkklimaat in Delft. Om die reden heeft de gemeente BMC gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de wenselijkheid van een nieuw theater of een multifunctionele zaal binnen de beoogde demografische en stedenbouwkundige ontwikkelingen. De navolgende rapportage is de uitkomst van dit onderzoek.

3/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Hoofdstuk 2

Vraagstelling

De gemeente Delft heeft BMC gevraagd onderzoek te doen naar de wenselijkheid van een nieuw theater of een multifunctionele zaal voor podiumkunsten in Delft. Uit deze vraag vloeien een aantal deelvragen voort:  Welk voorzieningenniveau op het gebied van podiumkunsten hoort bij de toekomstige stad, rekening houdend met de gemeentelijke beleidsdoelstellingen, het ‘culturele profiel’ van de stad, de groei van de bevolking, de wijziging van de bevolkingssamenstelling en de economische ambities?  Hoe verhoudt het huidige en het gewenste toekomstige voorzieningenniveau op het gebied van podiumkunsten zich tot sectorale trends en ontwikkelingen?  Hoe verhoudt het huidige en het gewenste toekomstige voorzieningenniveau op het gebied van podiumkunsten zich tot het voorzieningenniveau en aanbod in de grotere regio en de te verwachten ontwikkelingen in Den Haag, Rijswijk, Zoetermeer, Gouda en Rotterdam?  In welke mate kan het gewenste voorzieningenniveau op het gebied van podiumkunsten in Delft straks onderscheidend zijn binnen de grotere regio? Hoe kan Delft in dit opzicht haar profiel aanscherpen?  Welk inhoudelijke concept past bij een nieuw theater of multifunctionele zaal in Delft (programmaprofiel, capaciteit, aantal zalen, combinatie met andere functies)?  Welke waarde kan een nieuw theater of multifunctionele zaal toevoegen aan de stad en specifiek aan de (nieuwe) wijk

Schieoevers?  Hoe verhoudt een nieuw theater of multifunctionele zaal zich ten opzichte van Lijm en Cultuur?  Hoe verhoudt de ontwikkeling van een nieuw theater of multifunctionele zaal zich tot de gemeentelijke beleidsdoelstelling om in de stad ‘de basis op orde te hebben’?  Hoe kan de huidige theaterfunctie van de Veste worden geïntegreerd in een eventuele nieuwe ontwikkeling?  Welke inhoudelijke, organisatorische en facilitaire uitgangspunten en randvoorwaarden gelden er voor de ontwikkeling van een nieuw theater of multifunctionele zaal?  Welke stappen moeten er op hoofdlijnen worden gezet om te komen tot de ontwikkeling van een nieuw theater of multifunctionele zaal?

4/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Hoofdstuk 3

Verantwoording werkwijze

De navolgende rapportage is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de gemeente. Zowel aan het begin van het traject als tussentijds hebben we de voortgang van ons onderzoek besproken in een ‘projectgroep’ bestaande uit BMC en diverse betrokken beleidsadviseurs van de gemeente Delft (zie bijlage 1). Het onderzoek van BMC gaat over het toekomstige voorzieningenniveau voor de podiumkunsten. In het kader van dit onderzoek definiëren wij een ‘podiumkunstenvoorziening’ als een locatie die min of meer permanent is ingericht om podiumkunstenvoorstellingen op professionele wijze te faciliteren en die zelf actief en structureel programmeert. Deze definitie is vanzelfsprekend enigszins arbitrair, maar noodzakelijk om onder meer een goede vergelijking te kunnen maken met het voorzieningenniveau in steden met een vergelijkbare schaalgrootte als Delft. Wij zijn ons onderzoek gestart met het verzamelen van alle relevante (gemeentelijke) beleidsstukken en van demografische gegevens. Tevens hebben wij gesprekken gevoerd met diverse vertegenwoordigers van culturele organisaties (zie bijlage 1 voor een overzicht). In een volgende stap hebben wij mede op basis van de verzamelde informatie een omgevingsanalyse uitgevoerd.

Bij deze analyse hebben we gekeken naar de inhoudelijke, economische en stedenbouwkundige beleidskaders die van invloed zijn op de ontwikkeling van podiumkunsten in Delft op dit moment, alsmede voor de middellange en lange termijn. Tevens hebben we een aantal algemene trends en ontwikkelingen die zich voordoen in de sector van de podiumkunsten in beeld gebracht. We hebben een inventarisatie gemaakt van het voorzieningenniveau op het gebied van podiumkunsten in Delft en deze vergeleken met de situatie in een aantal steden van vergelijkbare schaalgrootte. Ook hebben we de ontwikkelingen van het voorzieningenniveau in de grotere regio, waarin Delft is gelegen, bezien. Ten slotte hebben we het potentiële publiek voor podiumkunsten in Delft in kaart gebracht. Op basis van de resultaten van de omgevingsanalyse hebben wij het gewenste voorzieningenniveau op het gebied van podiumkunsten op de middellange en lange termijn geschetst. Daarin hebben wij in het bijzonder aandacht besteed aan het door Theater de Veste ontwikkelde visieconcept van het ‘Theater van de Toekomst’. Het gewenste voorzieningenniveau hebben wij uitgewerkt in een viertal mogelijke scenario’s voor de toekomst. Daarna hebben we aan ons onderzoek een aantal conclusies verbonden en een advies aan de gemeente geformuleerd.

5/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Hoofdstuk 4

Samenvatting

De gemeente Delft heeft de ambitie om 15.000 woningen toe te voegen aan de stad. Bovendien wil de gemeente de economische positie versterken met nieuwe werklocaties, die moeten leiden tot 10.000 extra banen. De Agenda Delft 2040 is de drager voor deze transformatie. De vraag die nu voorligt is welk voorzieningenniveau op het gebied van podiumkunsten bij deze ambitie hoort, of meer specifiek: of het wenselijk is om in het kader van deze ontwikkeling een nieuwe theatervoorziening en/of een multifunctionele zaal in Delft te realiseren. Qua cultuurbeleid zet de gemeente in op een sterke culturele basis. Cultuur dient de stad aantrekkelijker te maken voor bewoners en bedrijven. Daartoe wenst de gemeente het cultuurbudget te verruimen en dit zo in te zetten dat alle inwoners – ook in de wijken – er profijt van hebben. Daarnaast maakt de gemeente zich hard voor een goed, divers uitgaansaanbod in Delft. In dat kader wordt onder meer onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van de realisatie van een poppodium. De gemeente streeft er tevens naar om samen met de culturele partners een meer onderscheidend aanbod te realiseren, dat past bij de uitstraling van Delft als kennisstad en dat specifieke toeristische doelgroepen aanspreekt.

Als we het huidige voorzieningenniveau in Delft op het gebied van podiumkunsten in termen van capaciteit (aantal stoelen) en kwaliteit van de faciliteiten vergelijken met een aantal steden van vergelijkbare schaalgrootte, valt op dat Delft achterblijft bij het voorzieningenniveau van de referenten. Delft onderscheidt zich daarentegen in positieve zin met een meer inhoudelijk aanbod van professionele podiumkunsten en cross-overs. Theater de Veste speelt hierin als initiator en facilitator een cruciale rol. Dit wordt zowel door het publiek als door de professionals in de sector gewaardeerd. Omdat de grotere regio (Rotterdam, Den Haag) reeds voorziet in een compleet aanbod aan professionele podiumkunsten en in kwalitatief hoogstaande voorzieningen met voldoende capaciteit nu en in de toekomst, zou Delft zich verder moeten versterken met de programma’s waarmee zij reeds onderscheidend is, dus: vooral inzetten op een kwalitatieve ontwikkeling en minder op schaalvergroting. Dit laat echter onverlet dat een uitbreiding van het aantal theaterstoelen vanwege de te verwachten bevolkingsgroei gewenst is. Er liggen voor Delft kansen om zich met het vernieuwende concept ‘Theater van de toekomst’ blijvend te onderscheiden, niet alleen in de regio, maar ook landelijk.

In dit concept worden podiumkunsten door middel van cross-overs verbonden met onder andere wetenschap, technologie, innovatie, vernieuwing (Delft als ‘kennisstad’), en maatschappelijke en actuele relevantie: inhoudelijk én in verschijningsvorm. Theater de Veste heeft hiertoe reeds een goede aanzet gegeven.

6/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Om het concept ‘Theater van de toekomst’ vorm te kunnen geven zal Delft moeten investeren in vernieuwing van de podiumkunsteninfrastructuur. De huidige huisvesting van Theater de Veste sluit steeds minder aan bij de eisen van deze tijd op het gebied van functionaliteit, comfort en beleving. Ook is het aantal stoelen voor de aard en schaal van de programmering te beperkt. Een upgrade en uitbreiding binnen de structuur van het huidige gebouw is naar de waarneming van BMC niet mogelijk. Dit maakt nieuwbouw op termijn onvermijdelijk. Een podiuminfrastructuur die past bij de ambitie die Delft tentoonspreidt bestaat ten minste uit een nieuwe theaterzaal met een capaciteit van minimaal 800 stoelen die qua faciliteiten volledig is aangepast aan de eisen van deze tijd, een multifunctionele zaal met een flexibele capaciteit (250 stoelen/800 staanplaatsen) voor kleinere producties en/of producties die geen klassieke ‘theatersetting’ behoeven of wensen, en voor (pop)muziek, en een ‘vestzaktheater’ voor kleine, intieme voorstellingen. Om tot de realisatie van de voornoemde podiuminfrastructuur te komen zijn er vier oplossingsrichtingen denkbaar: a. volledige nieuwbouw op de huidige locatie van De Veste; b. volledige nieuwbouw op een andere locatie in het stadscentrum; c. volledige nieuwbouw in een (her)ontwikkelingsgebied buiten het stadscentrum; d.

vernieuwbouw op de huidige locatie van De Veste met een nieuwe ‘satelliet-zaal’ in een (her)ontwikkelingsgebied buiten het centrum. Volledige nieuwbouw op de huidige locatie van De Veste is in beginsel alleen mogelijk bij een bredere herontwikkeling van die locatie. Dit zal onder meer consequenties hebben voor de direct aan De Veste grenzende bebouwing. De procedures die hiermee samenhangen zullen, voor zover ze op bestuurlijk en politiek draagvlak kunnen rekenen, complex zijn en zeer veel tijd in beslag nemen. De kosten van deze ontwikkeling zullen naar verwachting aanzienlijk hoger zijn dan de feitelijke investering in de nieuwbouw van De Veste. Een verkenning met de gemeentelijke beleidsadviseurs stedenbouw heeft vooralsnog tot de conclusie geleid dat er in de binnenstad geen andere locaties beschikbaar zijn die voldoen aan de ruimtelijke en logistieke eisen van een nieuwe podiumkunstenvoorziening. Het ontwikkelingsgebied Schieoevers Noord (zie bijlage 3) biedt daarentegen wel (beperkte) mogelijkheden voor volledige nieuwbouw van een podiumkunstenvoorziening. BMC adviseert de gemeente Delft nu eerst variant c nader uit te (laten) werken.

7/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Hoofdstuk 5

Omgevingsanalyse

In dit hoofdstuk kijken wij naar de ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op het toekomstige voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft. Wij gaan hierbij achtereenvolgens in op de kaders van het cultuurbeleid, de stedenbouwkundige beleidskaders, algemene sectorale trends en ontwikkelingen, demografische aspecten en het huidige voorzieningenniveau in Delft. Tevens hebben wij in dit hoofdstuk de resultaten van een benchmark met betrekking tot het voorzieningenniveau in andere steden opgenomen, alsmede de resultaten van een onderzoek naar het (potentiële) cultuurpubliek in Delft. 5.1 Kaders cultuurbeleid De gemeente Delft zet in op een sterke culturele basis. Cultuur dient de stad aantrekkelijker te maken voor bewoners en bedrijven. Daartoe wenst de gemeente het cultuurbudget te verruimen en dit zo in te zetten dat alle inwoners – ook in de wijken – er profijt van hebben. Daarnaast maakt de gemeente zich hard voor een goed, divers uitgaansaanbod in Delft. In dat kader wordt onder meer onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van de realisatie van een poppodium. De gemeente blijft bestaande sterke cultuurpartners – zoals Theater de Veste en OPEN (DOK en VAK) – ondersteunen, maar wil ook ruimte bieden aan kleinere initiatieven.

Samen met partners in de stad en de regio wil de gemeente werken aan een sterke culturele basis die ook kleinere culturele spelers ondersteunt bij het ontwikkelen van activiteiten voor iedereen. De gemeente streeft ernaar om samen met de culturele partners het aanwezige onderscheidende aanbod verder uit te bouwen, zodanig dat het past bij de uitstraling van Delft als kennisstad en specifieke toeristische doelgroepen aanspreekt. Inhoudelijk samenwerken wordt gestimuleerd, ook met andere domeinen, zoals het sociaal domein. Via een laagdrempelig aanbod van cultuur in de wijken wordt ook ingezet op cultuureducatie. De (regio)gemeenten Den Haag, Rijswijk, Westland, Wassenaar, LeidschendamVoorburg, Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delftland hebben samen een ‘cultureel regioprofiel’ opgesteld. Doel van dit regioprofiel is om de sector, de makers en het publieksbereik (en daarmee ook de regio) verder te versterken. De gemeenten wensen op dit gebied samen te werken met het Ministerie van OCW en de landelijke cultuurfondsen. In dit kader worden drie zogenoemde ‘proeftuinen’ onderscheiden: a. Cultuuranker-methodiek naar de regio b. Internationale hub voor makers en talent c.

Samenwerking en zichtbaarheid Bronnen: ‘Cultuurkader Delft 2016-2019, Focus op cultuur’, ‘Coalitieakkoord Delft 2018 – 2022, De toekomst in uitvoering’, ‘Programma bestuur 2018-2022, Voorbereid op de toekomst’ en ‘Regioprofiel Haaglanden 2018’.

8/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

5.2 Stedenbouwkundige en economische beleidskaders De gemeente Delft heeft de ambitie om 15.000 woningen toe te voegen aan de stad. Bovendien wil de gemeente de economische positie versterken met nieuwe werklocaties, wat moet leiden tot 10.000 extra banen. De Agenda Delft 2040 is de drager voor deze transformatie. Daarbij wordt voorrang gegeven aan de ontwikkeling van de zone rond station Delft Campus (v.h. Delft Zuid), Schiehallen en omgeving, Nieuwe Haven en Gelatinebrug. In de optiek van de gemeente biedt Delft Zuid op termijn mogelijkheden om een nieuw stedelijk en levendig zwaartepunt in de stad te zijn met wonen en werk in hoge dichtheid, sterk gericht op het openbaar vervoer. Het station kan zich ontwikkelen tot een vervoersknooppunt met ook regionale betekenis. De uitdaging hierbij is om in de compacte stad die Delft is functies zo veel mogelijk te combineren. In het bijzonder ten aanzien van het gebied Schieoevers Noord is vastgesteld dat de identiteit van dit gebied, de strategische ligging, de kansen voor verdichting, de ov-bereikbaarheid en de reeds bestaande bedrijfsactiviteiten gezamenlijk een stevige grondslag vormen voor een herontwikkeling van dit gebied op korte termijn. Daarbij wordt voortgebouwd op de rijke industriële geschiedenis van Schieoevers. Het ‘ontwikkelplan’ voor dit deel van de stad stelt vijf uitgangspunten centraal: 1.

Ruimte voor innovatieve maakindustrie 2. Levendig gemengd stedelijk gebied 3. Gezonde en duurzame omgeving 4. Goede verbindingen en nieuwe mobiliteit 5. Sociaal inclusief en cultureel divers. Hierbij wordt gedacht aan een mix van stedelijke (maatschappelijke) voorzieningen, stuwende en verzorgende bedrijven, en ook horeca en toeristisch aanbod. Bovendien is er ruimte voor sport, cultuur en onderwijs in de planvorming. In het ‘ontwikkelplan’ is opgenomen dat er naast de bestaande podia behoefte is aan nog een cultuurpodium, om ook de TU Delft te voorzien. Daarbij wordt gedacht aan een podium voor creativiteit, cultuur en commerciële zaken. Het vernieuwende en levendige karakter van Schieoevers Noord zou hier goed bij passen en het kan een ‘belangrijk nieuw icoon’ voor dit gebied worden. Hiervoor is 3.000 m2 nodig. Om ruimte te besparen wil de gemeente onderzoeken of en hoe dit te combineren is met bestaande ruimtes, zoals de nieuwe vmbo- en mbo-school, Lijm & Cultuur, het Kruithuis en/of de TU Delft. De potentie van Filmhuis Lumen en Theater de Veste om uit te breiden wordt door de gemeente onderkend. Schaalvergroting is op de huidige locaties van deze instellingen echter niet vanzelfsprekend op te lossen. Daarnaast wordt momenteel een nieuw popbeleid ontwikkeld, dat kan resulteren in ruimtebehoefte op het gebied van popmuziek.

Een en ander dient uitdrukkelijk te worden betrokken bij de herontwikkeling van Schieoevers Noord. Delft zet in op gemengde wijken en buurten, op mogelijkheden voor ontmoeten binnen en buiten, op uitnodigende plekken waar meerdere functies zoals horeca, cultuur, voorzieningen, werken en wonen samenkomen.

9/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

De accommodaties en gebouwen kennen zo veel mogelijk een multifunctioneel gebruik, waardoor ook mogelijkheden voor ‘natuurlijk ontmoeten’ ontstaan, wat ook het sociale klimaat in de buurt/wijk ten goede komt. Versterking van de economische positie van Delft dient onder meer te worden bereikt door groei van de toeristische sector: groei van de aantallen toeristen, het verlengen van de verblijfsduur, het verhogen van de bestedingen en het vergroten van de waardering voor de stad. Delft is een krachtig merk. De stad heeft internationaal een sterke naam als stad van historie, Delfts Blauw, Oranje en Vermeer, én als kennisstad en broedplaats van innovatie. Een belangrijk uitgangspunt voor beleid is dat de bezoeker in Delft de Gouden Eeuw en de iconen beleeft. Daar ligt de kracht van Delft. Daarom wordt ingezet op een (verder) versterken van de iconen, als pijlers van de toeristische sector, om het onderscheidend vermogen ten opzichte van vergelijkbare bestemmingen te vergroten. Daarbij moet de Delftse innovatie op maatschappelijk en technologisch vlak een verbindende rol spelen. Een belangrijke doelgroep zijn de zogenoemde ‘creatieve en inspirerende volwassenen’. Deze groep is vaak hoog opgeleid, maar heeft als gevolg van het grote aandeel jongeren nog niet altijd een hoog inkomen. Ze zijn geïnteresseerd in vernieuwing, moderne kunst en andere culturen.

Specifiek voor de binnenstad van Delft is door de gemeente een visie geformuleerd, die wordt uitgewerkt in vier programmalijnen: a. Economie in beweging. Ervoor zorgen dat de economie van de binnenstad goed draait vereist creatief ondernemerschap. Deze lijn is leidend. b. Cultureel podium. Het gebruik van de binnenstad als cultureel podium vergroot de aantrekkingskracht en verblijfskwaliteit. Deze programmalijn is vooral gericht op het consequent uitdragen en zichtbaar maken van het gewenste beeld van de binnenstad van Delft. Het inzetten van ‘de stad als podium’ met de binnenstad als ‘huiskamer’. De intensivering in de popcultuur en het project Blauw passen uitstekend in de visie op de waarde van cultuur voor de (binnen)stad. c. Gastvrij, verbonden en ontsloten. Het verleiden van mensen om naar Delft te komen en het zorgen voor een aangenaam leefklimaat vraagt om een servicegerichte benadering en zichtbare verbetering. d. Netwerk en partnerschap. Ten behoeve van het tot stand komen van een stedelijke ‘Omgevingsvisie’ heeft de gemeente onder de bewoners van Delft een onderzoek uitgevoerd naar de beleving van en de wensen ten aanzien van hun leefomgeving.

Gevraagd naar het gewenste karakter van Delft in de toekomst plaatsten de respondenten van de enquête (1.801 respondenten op dit thema) ‘Delft als cultuurstad’ op de tweede plaats (53%), na ‘werkstad’ (79%), maar voor ‘studentenstad’ (40%) en ‘toerismestad’ (28%). Tevens werd gevraagd welke voorzieningen (1.976 respondenten op dit thema) men dicht in de buurt wenste te hebben. Hierbij werd gevraagd zeven soorten voorzieningen te rangschikken naar prioriteit. Slechts 5% noemde cultuur, tegenover bijvoorbeeld 51% winkels voor dagelijkse boodschappen.

10/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

De meeste respondenten vinden het niet erg als het cultureel aanbod gecentreerd is in het centrum en dus wat verder weg is. Zij stellen dat Delft klein genoeg is om deze voorzieningen alsnog eenvoudig te kunnen bereiken. Onderstaande kaart toont aan waar de mogelijkheid bestaat om voorzieningen te clusteren of juist decentraal in de wijk te plaatsen. Hoe feller de kleur oranje, hoe hoger de mogelijke dichtheid van voorzieningen.

Bronnen: ‘Coalitieakkoord Delft 2018-2022, De toekomst in uitvoering’, ‘Toeristische visie Delft 2017-2020’, ‘Visie en agenda binnenstad 2020. Binnenstad vitaal en gastvrij’, ‘Kadernota ISD III Basis 2017-2030. Sterke basis voor een sociale stad’. ‘In gesprek met de stad Delft. Op weg naar een Omgevingsvisie’ (2019), ‘Woonvisie Delft 2016’, ‘Impactanalyse verstedelijkingsopgave Delft: Delft 2040. Ruimte voor keuzes’ (2018), ‘Schieoevers Noord, Delft. Ontwikkelplan 2019 en ‘Advies Stipo, Levend Schieoevers Noord’ (2019).

11/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

5.3 Demografische ontwikkelingen De bevolking van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag 1 neemt in de periode 2017-2030 naar verwachting toe met ruim 192.800 personen tot ongeveer ruim 2.519.500. Dit is een groei van ruim 8%.

Zoals al eerder genoemd zal volgens diverse bevolkingsprognoses ook de bevolking in Delft blijven groeien. Op 1 januari 2018 telde Delft 102.253 inwoners. Volgens de Dienst Onderzoek & Statistiek van de gemeente Delft zal het aantal inwoners groeien naar 115.002 inwoners in 2040, een toename van 12.749 inwoners (12,5%). Andere prognoses (PBL/CBS en Primos) laten zelfs nog meer groei zien. Dezelfde prognose is ook uitgesplitst naar leeftijdsgroepen. De toename van het aantal 0- tot en met 19-jarigen bedraagt 3.200 (17,2%). De toename van het aantal 20- tot en met 64-jarigen bedraagt ruim 3.500 (5,2%) De groep 65-plussers zal het meest toenemen: er wordt een groei voorspeld van 6.000 (37,7%). Hieronder de prognose naar leeftijd in absolute aantallen.

Deze metropoolregio beslaat het meest verstedelijkte deel van de provincie Zuid-Holland en bevat 23 gemeenten. 1

12/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

5.4 Algemene sectorale ontwikkelingen en trends In deze paragraaf beschrijven wij een aantal belangrijke ontwikkelingen en trends die zich in algemene zin aftekenen in de podiumkunstensector. Deze factoren vormen de context waarbinnen de ontwikkeling van het podiumkunstenaanbod in Delft op langere termijn moet worden bezien. Hierbij dient wel te worden aangetekend dat de werkelijke invloed van de genoemde trends en ontwikkelingen altijd medebepaald wordt door lokale omstandigheden. Bovendien hebben wij het hier over een toekomstperspectief dat zich minimaal uitstrekt over tien jaar. Daarin kunnen trends en ontwikkelingen zich wijzigen. Denk bijvoorbeeld aan de effecten die de laatste economische crisis heeft gehad op de podiumkunstensector. a. Digitalisering van de samenleving Met de verregaande digitalisering van de samenleving is kennis en vermaak thans voor iedereen thuis beschikbaar. Een en ander betekent dat het aanbod van kunst en cultuur ook op andere, vaak meer individuele wijze kan worden beleefd. De digitalisering biedt mogelijkheden om content op verschillende manieren aan te bieden. Ook heeft het grote invloed op de communicatie met publiek en non-publiek.

13/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Door de individualisering, die samenhangt met de zich steeds verder uitbreidende digitale wereld, groeit tegelijkertijd (weer) de behoefte aan echte ontmoeting, verbinding, persoonlijk contact, zingeving en gemeenschapszin. Voortschrijdende digitalisering speelt ook een rol in de ontwikkeling van de theatertechniek (bijvoorbeeld op het gebied van hijstechniek en belichting). Dit vraagt om nieuwe investeringen in de hard- en software van theaters en in permanente (bij)scholing van personeel. b. Meer cross-over Het verschil tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur verdwijnt. Was er vroeger sprake van een door de ‘elite’ bewust in stand gehouden scheiding tussen ‘echte kunst’ en ‘vermaak’, tegenwoordig vermengen de diverse kunstdisciplines zich moeiteloos. Cross-over (mix van stijlen en disciplines) speelt een belangrijke rol in de beleving en waardering van kunst en cultuur, en draagt ook bij aan de toegankelijkheid ervan. De grote populariteit van veelal multidisciplinaire festivals is hier een voorbeeld van. Het maakt de moderne consument ook tot een ‘cultuuromnivoor’. De ene dag naar een museum, de volgende dag naar een musical of popconcert. c. Meer concurrentie De vrijetijdsmarkt kent veel concurrentie. Nederlanders hebben het druk en er is maar weinig tijd voor uitgaan. Uit een recent SCP-onderzoek blijkt dat Nederlanders per week gemiddeld over 45 uur vrije tijd beschikken.

Mediagebruik (vooral: televisiekijken) is met 19 uur per week (= 40% van de vrije tijd) de meest gekozen vrijetijdsbesteding. Sociale contacten staan met 9 uur per week op de tweede plaats, het beoefenen van hobby's met 6 uur op de derde plek. Per week zijn Nederlanders verder ruim 3,5 uur voor hun vrije tijd onderweg. Dat is meer dan er overblijft voor uitgaan, waarvoor uiteindelijk slechts een kleine 3 uur per week resteert. Daarbij kan de consument in die beperkte vrije tijd kiezen uit een steeds groter wordend aanbod van culturele en vrijetijdsactiviteiten. d. Demografische aspecten De Randstad is populair en zal dat naar verwachting ook blijven. Daarmee groeit de druk op de woningmarkt en het voorzieningenniveau in dit deel van Nederland. Door de hoge vastgoedprijzen verandert de sociale structuur van de binnensteden. Binnen de bevolkingsopbouw ontstaat er een steeds groter wordende groep van vitale senioren met relatief veel vrije tijd. Tegelijkertijd groeit ook de groep van mensen die vanwege hun leeftijd in een isolement geraken en/of kampen met gezondheidsproblemen en zingevingsvragen. Daarnaast groeit de diversiteit in de samenleving op het gebied van cultuur, godsdienst en etnische afkomst. De bevolkingsgroepen met een westerse of niet-westerse migratieachtergrond hebben minder of geen affiniteit met het ‘reguliere cultuuraanbod’.

14/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

e. Veranderende politieke opvattingen over rol overheid Niet alleen vanwege de veranderende economische omstandigheden, maar ook door gewijzigde politieke opvattingen over de inzet van publieke middelen voor culturele en cultureel-maatschappelijke activiteiten is subsidie geen vanzelfsprekendheid meer. Deze situatie dwingt tot een herbezinning op de rol van de overheid in het culturele en cultureel-maatschappelijke veld en vraagt tegelijkertijd om meer ‘ondernemerschap’ aan de kant van de instellingen. f.

Minder gesubsidieerd aanbod

Uit het onderzoek ‘De staat van cultuur’ van de Boekmanstichting en het SCP (2015) blijkt dat – mede door landelijke bezuinigingen – vanaf 2011 een sterke daling in het totale aanbod van podiumkunstenvoorstellingen is opgetreden: ruim 14% minder. De daling van het aantal voorstellingen en concerten was het grootst bij de kleinere podia, de klassieke genres (klassieke muziek, opera, ballet en toneel) en de theaters buiten de Randstad. Het aantal bezoekers daalde aanvankelijk mee, maar lijkt zich nu weer te stabiliseren en bij het genre ‘klassiek’ weer toe te nemen. g. De schouwburg verliest zijn ‘gidsfunctie’ De theaters en hun directeuren zijn niet langer de vanzelfsprekende schakels tussen vraag en aanbod. De traditionele intermediaire taak van de schouwburg is verdwenen: gezelschappen regelen zelf een speelplek, makers zoeken direct contact met publiek, publiek zoekt op internet zelf uit waar het heen wil en koopt als het interesse heeft zijn tickets online – inclusief de optie om het gebodene gewoon vanaf de tablet te consumeren. Het publiek laat zich steeds minder leiden door het seizoenprogramma van een instelling en laat zich minder beïnvloeden door het vanzelfsprekende gezag van kenners en instituties.

Tegelijkertijd zetten theaters in op versterking van de ‘beleving’ van een avond theater door een rijke variatie aan context- en randprogrammering, waarmee de zelf producerende rol van theaters toeneemt. In hoofdstuk 6, ‘Theater van de toekomst’, staan we hier uitgebreid bij stil. h. Producties reizen minder Theaterproducties blijven in toenemende mate op een vast en/of een beperkt aantal locaties staan, met name in de Randstad. Het publiek reist in dat geval naar de voorstelling. Voor duurdere producties betekent dit een forse besparing op de kosten. i.

Belang cultuureducatie

In een tijd waarin de individualisering nog verder toeneemt, de verschillen tussen arm en rijk weer groter worden, de polarisatie in de samenleving sterker wordt, culturen en opvattingen meer tegenover elkaar komen te staan en materiële consumptie domineert, wordt het grote belang van cultuureducatie, met name binnen het primaire onderwijs, algemeen erkend.

15/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Cultuureducatie is een belangrijk instrument voor persoonlijke ontwikkeling en voor het creëren van sociale cohesie. Deze erkenning vertaalt zich ook in het feit dat cultuureducatie op dit moment een belangrijk speerpunt is in het beleid van de rijksoverheid. Door middel van stimuleringsregelingen als ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ en ‘Muziekimpuls’ geeft de landelijke overheid hier vorm aan. Cultuureducatie (en amateurkunstbeoefening) wordt, mede vanwege het laagdrempelige karakter ervan, steeds vaker ingezet om ook andere beleidsdoelstellingen te verwezenlijken, met name waar het gaat om het bevorderen van participatie, welzijn, sociale cohesie, veiligheid en gezondheid, bijvoorbeeld op wijkniveau. Dit leidt tot meer decentralisatie van culturele activiteiten en tot nieuwe samenwerkingsverbanden van culturele instellingen, het onderwijs, welzijns- en bewonersorganisaties en zorgaanbieders. j.

Van aanbodgerichte programmering naar vraaggerichte activiteiten

De opvatting over de betekenis van het theater voor de lokale gemeenschap verandert. Het klassieke vraaggerichte aanbod maakt steeds meer plaats voor activiteiten die specifiek gericht zijn op de lokale gemeenschap of waarin de lokale gemeenschap actief participeert. Theaters ontwikkelen zich met name in de middelgrote steden tot ‘gemeenschapshuizen van de 21e eeuw’. Opvallend is dat de theaters die deze omslag hebben bewerkstelligd het doorgaans ook financieel beter doen dan theaters die vooralsnog blijven vasthouden aan de ouderwetse manier van programmeren. Ook dit punt komt verder aan bod in hoofdstuk 6, ‘Theater van de toekomst’. k. Toenemend belang regio Voor de meeste gemeenten geldt dat zij geen volledig cultureel aanbod kunnen bieden. De bevolking en/of het (potentiële) publiek zijn vaak te klein van omvang om grote investeringen te legitimeren. Het is dan aantrekkelijk om samen te werken met andere gemeenten en met de provincie. Er zijn inmiddels twaalf regio’s rond grote steden gevormd die gezamenlijke cultuurplannen hebben, zoals de drie noordelijke provincies, de vier grootste steden in Nederland, ZuidLimburg en Twente. De Raad voor Cultuur en ook de minister ondersteunen dit. l.

Meer samenwerking binnen de lokale culturele infrastructuur

In samenhang met het toenemende belang van de regio zien we nog een aantal trends op het gebied van samenwerking binnen de lokale culturele infrastructuur.  In samenhang met de clustering van accommodaties: bundeling van organisaties. Soms in de vorm van samenwerkingsverbanden waarin backofficetaken gezamenlijk worden uitgevoerd, bijvoorbeeld ten aanzien van gebouw- en/of collectiebeheer, inkoop, systeembeheer en administratieve taken; soms ook verdergaand.  Onder druk van bezuinigingen zijn veel culturele organisaties gedwongen om minder afhankelijk te worden van subsidies en meer draagvlak te zoeken bij het bedrijfsleven (sponsoring) en de bevolking (hogere particuliere bijdragen, meer vrijwilligerswerk). Er is sprake van stijgende marketingbudgetten in de strijd om de gunst van het publiek. 16/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Flexibilisering van de organisatie. Veel organisaties proberen toe te groeien naar een kleine(re) kern van vaste professionals, met daaromheen een flexibele schil van freelancers, vrijwilligers en samenwerkingspartners. Flexibele netwerkorganisaties lijken de toekomst te hebben. Nieuwe samenwerkingsvormen op het snijvlak van publiek en privaat. Steeds vaker zien we commerciële organisaties de exploitatie van cultuuraccommodaties overnemen, waarbij de overheid zich beperkt tot het formuleren van een culturele opdracht en daarvoor een budget meegeeft. Tussenvormen zijn er ook: commerciële organisaties die de exploitatie van een cultuurgebouw verzorgen, waarbij een culturele instelling met subsidie van de overheid de programmering verzorgt.

5.5 Huidige voorzieningenniveau podiumkunsten In deze paragraaf beschrijven wij het voorzieningenniveau op het gebied van podiumkunsten in algemene zin in Delft en in de grotere regio. Tevens beschrijven wij in het kort een aantal voor de toekomst relevante ontwikkelingen. 5.5.1 Voorzieningenniveau podiumkunsten Delft

Locatie

Activiteiten

Capaciteit (zit- en staanpl.)

Bezoekersaantal

Subsidie gemeente

Theater de Veste

binnenstad

zitpl: 500 (1 zaal)

83.500 (2018)

ja

Rietveld theater

binnenstad

professioneel podiumkunstenaanbod en amateurkunst kleinschalig podiumkunstenaanbod

zitpl: 100 staanpl: -

±16.000 (2016)

ja

OJV De Koornbeurs

binnenstad

zitpl: staanpl: 135

n.n.b.

nee

Steck

binnenstad

nee

binnenstad

zitpl: staanpl: 250 zitpl: staanpl: 300

±15.000

Cultuurlab

jongerenvereniging met culturele en horeca-activiteiten muziekpodium, club, bar muziekpodium, sport, dans en theater

n.n.b.

nee

NB Naast de in het voornoemde overzicht genoemde podia kent de stad nog een aantal voorzieningen, die incidenteel gebruikt worden voor theater- en/of muziekvoorstellingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor Lijm & Cultuur. BMC acht het echter niet opportuun deze voorzieningen in de rapportage mee te nemen als ‘volwaardige’ podiumfaciliteiten, omdat ze niet als zodanig zijn ingericht en/of omdat de bedrijfsvoering zich primair richt op andere activiteiten dan het structureel programmeren van podiumkunstenvoorstellingen.

17/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

5.5.2 Theater de Veste Theater de Veste is in Delft de belangrijkste aanbieder van professionele podiumkunstenvoorstellingen. Onder ‘professionele podiumkunsten’ verstaan we het aanbod van professionele podiumkunstengezelschappen en -uitvoerenden, zoals dat wordt gepresenteerd in het Nederlandse theater- en/of schouwburgcircuit. De Veste beschikt thans over één theaterzaal met een capaciteit van 500 stoelen. Op jaarbasis worden circa 180 professionele podiumkunstenvoorstellingen geïnitieerd, waarmee 55.000 bezoeken worden gegenereerd. Naast het professionele podiumkunstenaanbod biedt De Veste een belangrijk podium voor amateurvoorstellingen en een huis voor allerlei andere culturele en maatschappelijke activiteiten, zoals lezingen en debatten. Het totale aantal bezoeken aan De Veste lag in 2018 rond de 85.000 per jaar. De Veste onderscheidt zich in het landelijke schouwburgcircuit omdat het een schouwburg is met een programma dat ook ruimschoots plek biedt aan en publiek heeft voor meer uitdagende genres en typen voorstellingen (toneel, dans, jeugdtheater) en meer vernieuwende voorstellingen. Dat dit aanbod door het publiek wordt gewaardeerd blijkt uit de relatief hoge bezoekaantallen (60% bezetting). De faciliteiten van De Veste zijn voor een stad met meer dan 100.000 inwoners ‘suboptimaal’ te noemen.

De functionaliteit van het gebouw is gebrekkig: zo is het vanwege het ontbreken van een goede interne geluidsisolatie niet mogelijk om tegelijkertijd in het gebouw meerdere activiteiten te faciliteren. Ook is het toneel te ondiep en ontbreekt er voldoende zijtoneel, waardoor verschillende grotere producties niet gepresenteerd kunnen worden. Daarnaast is de gehele uitstraling van het theater erg gedateerd, waardoor het feestelijke gevoel dat hoort bij een theaterbezoek ontbreekt. Ten slotte is de stedenbouwkundige kwaliteit van de directe omgeving tamelijk schamel. Gegeven deze omstandigheden levert De Veste naar de mening van BMC puur op kwaliteit en het onderscheidende karakter van het programma een goede prestatie. De huidige zaalcapaciteit (500 stoelen) is eigenlijk te beperkt om bij het huidige hoogwaardige aanbod goede financiële afspraken te kunnen maken met de impresariaten/gezelschappen. Veel van deze producties en gezelschappen (denk bijvoorbeeld aan topgezelschappen en ‘grote namen’ op het gebied van dans, cabaret, toneel, muziek en musicals) kunnen alleen in de zalen met grotere capaciteit (700+) spelen in verband met de minimaal benodigde recetteopbrengst – die niet gehaald kan worden bij een te kleine stoelencapaciteit. Een verhoging van de zaalcapaciteit voorziet daarnaast dus gelijk in een betere bediening van de (vraag van de) Delftse inwoners.

Gelet op de aard van het programma-aanbod ontbeert De Veste ook een kleine multifunctionele (vlakkevloer)zaal. Een dergelijke zaal is in de eerste plaats van belang om (vernieuwend) aanbod van jonge makers binnen diverse disciplines te kunnen programmeren. Maar een kleine zaal biedt ook betere faciliteiten voor bijvoorbeeld intieme muziekoptredens, lezingen en voordrachten, die nu vaak noodgedwongen in het ‘Theatercafé’ plaatsvinden. 18/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Daarnaast vergroot een kleine zaal de mogelijkheden voor samenwerking, allianties en verhuringen op sociaal-maatschappelijk en educatief vlak. Theater de Veste heeft haar eigen beleid als volgt geformuleerd. In het bedrijfsplan 2017-2020 van De Veste staan drie K’s centraal: Kerk, Kunst en Kennis. Met Kerk wordt bedoeld dat De Veste een prominente ontmoetingsplek wil zijn. De programma-activiteiten moeten uitnodigen om met elkaar in gesprek te gaan. Communityvorming is een belangrijk speerpunt. De tweede K, van Kunst, kent drie programmalijnen, die onderscheid aanbrengen in het aanbod: 1. Mens en maatschappij 2. Innovatie, techniek en wetenschap 3. Delftse verhalen Binnen Kunst wil De Veste met diverse partners een aantal zaken verbreden en vernieuwen. Onder andere door het realiseren van cross-overs met andere disciplines in contextprogramma’s, zoals discussies, talkshows en workshops. Ook de samenwerking met andere partijen in de stad is hierbij van belang, zoals met DOK en VAK, het Rietveld Theater, met organisaties op het gebied van amateurkunst, het onderwijs en met landelijke gezelschappen. De ambitie binnen de laatste K, van Kennis, zijn (culturele) activiteiten, gericht op wetenschap, technologie en maatschappij.

Dit aanbod draagt, naast het kwaliteitsaanbod op het gebied van podiumkunsten, bij aan de onderscheidende positie van Theater de Veste ten opzichte van steden als Den Haag en Rotterdam, en zelfs in het land. Het genre ‘theatercollege’ en ‘debat’ is toegevoegd aan het theaterprogramma van Theater de Veste. Hierin zijn activiteiten als Professoren in de Theaterarena, Science Battles, kindercolleges en Filosofische Cafés een vaste waarde geworden. Theater de Veste heeft in samenwerking met partijen als de TU Delft, Studium Generale, Bèta Balie en Klassewerk een breed en innovatief aanbod op dit gebied ontwikkeld. In 2019 heeft Theater de Veste de aanzet voor haar meerjarenbeleidplan geformuleerd, uitgewerkt in het concept ‘Theater van de toekomst’. Hierin wordt de beleidslijn van vernieuwing en innovatie verder uitgebouwd. BMC onderschrijft deze beleidslijn, in die zin dat het geschetste concept aansluit bij de toekomstige ontwikkelingen die BMC in de theatersector voorziet. In hoofdstuk 6 staan we hier ook nog bij stil. Binnen het concept ‘Theater van de toekomst’ wordt de veranderende vraag van het publiek beschreven: het publiek van nu heeft behoefte aan ander aanbod naast theater, zoals activiteiten op het gebied van filosofie, wetenschap, debat, food en festival.

Het theater wordt meer en meer een plek waar mensen elkaar écht live ontmoeten, van gedachten wisselen, de maatschappij bezien, reflecteren én samen ontspannen.

19/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Theater de Veste wil zich als het ‘Theater van de toekomst’ verhouden tot ontwikkelingen op het gebied van nieuwe media, digitalisering, de behoefte aan context en kennis van de wereld om ons heen, de afstand tot ‘echt’ contact, brede smaakontwikkeling en kruisbestuiving tussen hoge en lage cultuur. 5.5.3 Voorzieningenniveau podiumkunsten grotere regio Afstand in km

Delft

Aantal inwoners 103.000

Schiedam

78.000

12

Theater aan de Schie (702/204), Wennekerpand (204)

Vlaardingen

72.500

14

Stadsgehoorzaal (650/155)

Rotterdam

644.500

15

Theater Rotterdam (900/160), Luxor (1.535/900), Theater Zuidplein (580/165), Hofpleintheater (496/200), LantarenVenster (300), Theater Walhalla (70), Ahoy (16.500), Poppodium Annabel, Rotown (250)

Rijswijk

53.500

4

Rijswijkse Schouwburg (688/125)

Den Haag

538.000

8

Het Nationale Theater (680/345/160/75), Zuiderstrandtheater (1.007), Circustheater (1.800), Paard (1.100/300), (Diligentia (500/,100), Theater Dakota (184), (Korzo (204)

Zoetermeer

125.000

13

Stadstheater Zoetermeer (780/174), Cultuurpodium Boerderij (750)

0

Voorzieningenniveau podiumkunsten2 Zie 5.5.1

5.5.4 Relevante ontwikkelingen voor de middellange en lange termijn Voor de middellange en lange termijn zijn de volgende ontwikkelingen nog relevant:  Ahoy Rotterdam wordt in 2020 uitgebreid met de RTM-stage, een concertzaal (7.000), die ook kan wordt omgebouwd tot naar een theatersetting (2.750).

Met dit overzicht pretenderen wij geen volledigheid te bieden. Zo vinden er ook podiumkunstenvoorstellingen plaats op tijdelijke locaties (denk bijvoorbeeld aan festivals). 2

20/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

  

Den Haag realiseert aan het Spui een nieuw onderwijs- en cultuurcomplex (OCC), dat onderdak gaat bieden aan het Residentie Orkest, het Nederlands Dans Theater, het Koninklijk Conservatorium en het Dans- en Muziekcentrum. Opening in 2021. Paard Den Haag onderzoekt thans de mogelijkheden voor een uitbreiding van het poppodium met een nieuwe middenzaal. In Zoetermeer zijn er plannen om Cultuurpodium Boerderij te revitaliseren (nieuwe locatie + uitbreiding capaciteit). In Delft zelf wordt er een tijdelijk theater gebouwd op Delft Campus Zuid. De bedoeling is dat hier vanaf maart 2021 een spektakelmusical over Willem van Oranje vertoond wordt. Het theater zal 80 meter lang en 45 meter breed worden en plek bieden aan 1.300 bezoekers.

5.6 Benchmark Atlas voor Gemeenten constateert op basis van haar cijfers in 2018 dat het aanbod theater en letteren in Delft achterblijft ten opzichte van het gemiddelde in Nederland. Op andere disciplines scoort Delft juist weer ver boven het gemiddelde. Dit blijkt met name op te gaan voor erfgoed en beeldende kunst. Hierop scoort de stad tweemaal zo hoog als gemiddeld in Nederland. Om dit beeld verder in te kleuren wordt in deze paragraaf het voorzieningenniveau op het gebied van podiumkunsten in kaart gebracht voor vijf vergelijkbare steden. In overleg met de gemeente Delft is op basis van onder andere inwoneraantal, bevolkingssamenstelling en historiciteit gekomen tot de volgende selectie: Haarlem, Leiden, Dordrecht, Maastricht en Deventer. De onderstaande punten zijn in de benchmark opgenomen. Introductie steden:  inwoneraantal;  samenstelling inwoners op vastgestelde punten (leeftijd en nationaliteit);  ligging ten opzichte van andere steden;  te verwachten ontwikkelingen/voorziene transformatieopgaven. Podiumkunstenaanbod:  aantal en aard podiumkunstenvoorzieningen;  capaciteit van de desbetreffende voorzieningen. Indien beschikbaar zijn deze per voorziening nog aangevuld met:  aantal voorstellingen op jaarbasis;  aantal bezoekers op jaarbasis. Een eerste inventarisatie van de gegevens is gemaakt op basis van deskresearch.

De uitkomsten hiervan zijn vervolgens ter controle voorgelegd aan de afdelingen Cultuur van de desbetreffende gemeenten. De kerncijfers per gemeente worden gepresenteerd in de infographic op de volgende pagina. Niet van alle gemeenten bleek de aanvulling in bezoekcijfers of aantal voorstellingen compleet of eenduidig beschikbaar. Wat we hier wel hebben kunnen ophalen wordt in de bijgaande tabellen weergegeven.

21/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

22/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Tabellen aantal voorstellingen en voorzieningen (voor zover beschikbaar; anders weggelaten) Dordrecht Voorziening

Bibelot Kunstmin Energiehuis

Deventer Voorziening

Zalen

Grote zaal Kleine zaal Ketel 1 (KM) Machine 3 (KM) Popcentrale Ketel 2 (ToBe)

Zalen

Deventer Schouwburg Theater Bouwkunde Burgerweeshuis Grote zaal Café Festivals

Maastricht Voorziening

Muziekgieterij

Aantal Aantal voorstellingen op bezoekers op jaarbasis jaarbasis 180 38.400 112 49.056 97 10.156 18 1.218 50 6.842 185 7.515 42 4.150

Aantal Aantal Opmerkingen voorstellingen op bezoekers op jaarbasis jaarbasis 219 62.572 Cijfers 2016, exclusief overige programmering. 118 11.212 Cijfers 2017, inclusief twee buitenevenementen. 114 26.904 Excl. overig programma en besloten verhuren. 53 3.775 10 28.759

Zalen Aantal Aantal voorstellingen op bezoekers op jaarbasis jaarbasis 224 70.638

23/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Leiden Voorziening

Aantal Aantal voorstellingen op bezoekers op jaarbasis jaarbasis 147.965 537 Leidse Schouwburg/Stadsgehoorzaal Totaal 83.796 287 Voorstellingen/concerten 12.464 72 Amateurkunstvoorstellingen 5.587 43 Coproducties 46.119 135 Commerciële activiteiten 78.765 235 Totaal Gebr. De Nobel 109 Concerten 103 Danceproducties 14 Overig 9 Verhuringen 21.553 Totaal Theater Ins Blau 9.808 72 Professionele voorstellingen 7.204 55 Amateurkunstvoorstellingen 4.541 Evenementen en verhuringen 3.950 80 Totaal Imperium 1.500 32 Voorstellingen Imperium 2.250 45 Voorstellingen derden 200 3 Dialogen festival Type activiteiten

Conclusies: Een aantal zaken valt op wanneer we kijken naar deze vergelijking. Hieronder worden deze benoemd, geclusterd naar enerzijds profiel van de steden en anderzijds de aanwezige podiumkunstenvoorzieningen en de kenmerken daarvan. Profiel steden:  Transformatieopgaven steden: waar de meeste geselecteerde steden een groei in inwoneraantal voorzien en hierop op diverse manieren anticiperen, verwacht Maastricht juist een daling. De Nederlandse bevolking groeit als gevolg van toename van migratie en een dalend sterftecijfer. Met name in de Randstad komen er veel inwoners bij. NoordNederland en Limburg wijken hiervan af door de mate van vergrijzing. In Limburg is het geboortecijfer bovendien het laagst van heel Nederland (1,06 kind per vrouw i.p.v. 1,59 kind per vrouw gemiddeld).  Qua inwonersprofiel lijken de twee studentensteden Leiden en Maastricht het meest op Delft, waarbij wel opgemerkt moet worden dat er in Delft meer niet-westerse immigranten wonen.  Veel steden zijn onderdeel van een breder stedelijk gebied en/of een regio. Wat hierbij opvalt is dat Leiden kiest voor een eigen cultureel regioprofiel, los van Den Haag en de regio. Podiumkunstenvoorzieningen:  Kijken we sec naar aantallen stoelen en staanplaatsen, dan valt op dat deze in Delft redelijk overeenkomen met de beschikbare capaciteit in Deventer. Alle overige steden voorzien in meer stoelen.

Interessant is om het aantal inwoners per stoel/staplaats te berekenen. 24/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

In Delft en Deventer komt dit het hoogst uit met respectievelijk 55 en 58 inwoners per plek. In Maastricht (42), Dordrecht (43), Haarlem (44) en Leiden (31) moeten de stoelen met veel minder inwoners gedeeld worden. Daarnaast ligt bijvoorbeeld het kwaliteitsniveau van de voorzieningen in met name Dordrecht (Kunstmin en Energiehuis) aanzienlijk hoger dan in Delft. Delft voorziet niet in een goed geoutilleerde vlakkevloerzaal met een passende capaciteit (200-250 stoelen en meer capaciteit bij een opstelling zonder stoelen) waar het professionele aanbod van vernieuwende makers en gezelschappen gepresenteerd kan worden, en waar festivals, popmuziek en ander vernieuwend aanbod getoond kan worden. Delft voorziet niet in een ‘regulier’ professioneel poppodium, zoals bijvoorbeeld Leiden met Gebroeders De Nobel, Dordrecht met Bibelot of Haarlem met het Patronaat. De multifunctionele zaal ‘Centrale’ van Lijm en Cultuur leent zich met een maximale capaciteit van 750 bezoekers wel voor popconcerten, maar is hiervoor niet standaard geoutilleerd.

Toelichting cijfers:  De aantallen hebben betrekking op uitvoering en niet op beoefening. Oefenruimtes, studio’s en dergelijke voor amateurkunstenaars zijn dus buiten beschouwing gelaten.  Bij voorzieningen met multidisciplinair aanbod is naar het aantal plaatsen in theateropstelling (stoelen) gekeken. Vaak is er in een concertopstelling (zit- en staanplaatsen) ruimte voor meer bezoekers. Zalen die enkel muziek programmeren worden meegeteld op basis van het aantal plekken staand.  Er is alleen gekeken naar indoorfaciliteiten. In enkele gevallen wordt ook het buitenterrein benut voor festivals, maar dit valt buiten de scope (en is ook vaak lastig in beeld te brengen).  Ruimtes zoals cafés/foyers et cetera, die enkel zijn bedoeld voor verhuringen en niet voor culturele programmering, zijn ook buiten de inventarisatie gelaten.  Op Haarlem na hebben alle gemeenten ons voorzien van feedback op de verzamelde gegevens. 5.7 Onderzoek cultuurpubliek In dit laatste onderdeel van de omgevingsanalyse brengen we de samenstelling en wensen en behoeften van het (mogelijke) cultuurpubliek in de stad in kaart. Dit vormt een belangrijk ingrediënt voor de ontwikkeling van plannen voor het toekomstige voorzieningenniveau podiumkunsten, waarbij oog is voor voldoende aansluiting bij de inwoners. We schetsen een beeld van de verschillende doelgroepen in Delft.

Eerst op zichzelf staand en vervolgens in relatie tot heel Nederland en ten opzichte van de omliggende grote steden Rotterdam en Den Haag. Zo wordt duidelijk wat het eigen profiel is van de stad. Deze inventarisatie doen we op basis van het Whizesegmentatiemodel. Alle 7,7 miljoen huishoudens in Nederland worden hierbij ingedeeld in 11 segmenten en 59 subsegmenten. Dit gebeurt op basis van gemeenschappelijke kenmerken, voorkeuren en gedrag.

25/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Aan de basis liggen meer dan 300 bronnen op het gebied van demografie, socioeconomie, interesses, lifestyle, mentaliteit, mediagedrag, vrijetijdsbesteding et cetera. Een rijke informatiebron die concrete aanknopingspunten biedt voor ontwikkeling van het voorzieningenniveau in de stad. Een toelichting van de segmenten zit in de bijlage. De samenstelling van Delft Figuur 1 hieronder laat zien dat de groepen Jong en Hoopvol (B), Volks en Uitgesproken (C) en Bescheiden Ouderen (D) het meest vertegenwoordigd zijn in de stad. De eerste twee springen er duidelijk uit, voor de derde geldt dat de afstand tot andere groepen slechts klein is. De drie groepen hebben gemeen dat hun welvaartsniveau aan de lage kant is; qua leeftijd zijn ze opeenvolgend. De redenen voor het lagere welvaartsniveau zijn dan ook uiteenlopend. Onder de groep Jong en Hoopvol (B) vallen de studenten, die naast hun studie slechts in deeltijd of helemaal niet werken. De groep Volks en Uitgesproken (C) is gemêleerd. Hieronder vallen net afgestudeerden die aan het begin van hun carrière staan, maar ook mensen van middelbare leeftijd, deels arbeidsongeschikt verklaard en deels werkzaam in praktisch geschoolde banen. De groep Bescheiden Ouderen (D) bestaat uit 65+’ers met een beperkt pensioen (AOW en soms een klein aanvullend pensioen).

Alle drie zijn het wel uitdagender groepen voor kunst en cultuurbezoek, aangezien beperkte financiën een grote drempel kunnen vormen. Voor de groepen Volks en Uitgesproken (C) en Bescheiden Ouderen (D) geldt tevens een lager opleidingsniveau. waarvan bekend is dat dit een sterke samenhang vertoont met een lagere cultuurparticipatie.

Figuur 1 bezoekersgroepen in Delft in procenten

26/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Figuur 2 geeft zicht op de spreiding van de doelgroepen in de stad. Te zien is bijvoorbeeld dat de mensen uit de groep Jong en Hoopvol (B) met name in de binnenstad en de direct omliggende wijken wonen, dat de groep Dromen en Rondkomen (A) vooral te vinden is in de wijken Buitenhof en Voorhof en dat er een hoge concentratie Volks en Uitgesproken (C) en Bescheiden Ouderen (D) is in Wippolder.

Figuur 2 Kaart met Whize-segmenten in Delft

27/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Delft ten opzichte van heel Nederland Een vergelijking met de rest van Nederland laat zien dat van de drie bovenstaande doelgroepen alleen de groep Jong en Hoopvol (B) relatief gezien oververtegenwoordigd is. Wellicht een open deur, maar er zijn in Delft meer studenten dan in de rest van Nederland. Voor de andere twee grote doelgroepen geldt dit niet; deze zijn in Nederland gemiddeld nog net iets meer aanwezig dan in Delft. De twee doelgroepen Dromen en Rondkomen (A) en Stedelijke Dynamiek (E) zien we wel vaker terug in Delft dan gemiddeld in Nederland. De eerste is de laagste groep in welvaart. De culturele diversiteit binnen dit segment is groot. Het is een brede groep wat betreft leeftijd, maar ze zijn het vaakst tussen de 30 en 50 jaar. De groep Stedelijke Dynamiek (E) zit wat hoger qua welvaart én opleidingsniveau. Een deel studeert nog aan de universiteit, een deel is al aan het werk met een bachelor of master op zak. Beide groepen hebben gemeen dat zij graag wonen in stedelijk gebied, waar alle voorzieningen om de hoek zijn.

Figuur 3 Inwonersamenstelling Delft ten opzichte van Nederland

Delft ten opzichte van Den Haag Vergelijken we de stad Delft met Den Haag, dan valt op dat van de drie groepen hierboven alleen nog de groep Jong en Hoopvol (B) vaker voorkomt in Delft. Eerder zagen we al dat deze groep in Delft meer dan een kwart van alle inwoners behelst en daarmee veruit de grootste groep is. In Den Haag komt deze groep met 14,9% pas op de derde plek. De twee groepen die graag in de stedelijk gebied vertoeven (Dromen en Rondkomen, A en Stedelijke Dynamiek, E) staan op plek 1 en 2. We zien deze groepen in Den Haag verhoudingsgewijs ruim twee keer zo vaak terug als in Delft. Ook de doelgroep Luxe Leven (K), een oudere welgestelde doelgroep, is in Den Haag meer aanwezig dan in Delft. Voor de overige doelgroepen geldt dat zij in Delft procentueel gezien meer aanwezig zijn, de een in sterkere mate dan de andere.

28/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Figuur 4 Inwonersamenstelling Delft ten opzichte van Den Haag

Delft ten opzichte van Rotterdam Kijken we naar Rotterdam, dan zien we hetzelfde beeld terug voor zover het de groep Jong en Hoopvol (B) betreft. Deze is sterk oververtegenwoordigd en net als in de vergelijking met Den Haag in Delft bijna twee keer zo groot. Wat betreft de doelgroepen Dromen en Rondkomen (A) en Stedelijke Dynamiek (E) kan gezegd worden dat, hoewel deze in Delft vaker voorkomen dan in de rest van Nederland, deze in beide grote omliggende steden nog sterker vertegenwoordigd zijn. Kijkend naar de overige groepen valt op dat met name diegenen met een hoger welvaartsniveau in Delft vaker voorkomen dan in Rotterdam.

Figuur 5 Inwonersamenstelling Delft ten opzichte van Rotterdam

Focus op doelgroepen vanuit ambities gemeente Delft Door bovenstaande informatie te combineren met de gemeentelijke doelstellingen wordt duidelijk op welke groepen de focus dient te liggen bij de ontwikkeling van een nieuwe podiumkunstvoorziening. Zie ook bijlage 2 voor een nadere uitleg bij de profielen. 29/57 Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft

Een groep die in ieder geval niet mag ontbreken is Jong en Hoopvol (B), de grootste in Delft en hier significant meer aanwezig dan gemiddeld in Nederland of in de omliggende grote steden. Daarmee is het een groep die Delft zeer kenmerkt. Studenten uit de voorgaande groep groeien na hun afstuderen door naar de doelgroep Stedelijke Dynamiek (E). In de woonvisie Delft 2016-2023 staat beschreven dat de Metropoolregio Rotterdam Den Haag er nog onvoldoende in slaagt om deze high-potentials vast te houden. Naast economie (banen) en bereikbaarheid, verdienen ook aantrekkelijke woonmilieus de nodige aandacht. Cultuur en dus de eventueel nieuwe podiumkunstenvoorzieningen kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Gezien het hoge percentage studenten liggen er bij uitstek kansen voor Delft in het vasthouden van deze groep na het afstuderen en zodoende om de positie van Delft als kennisstad verder te verstevigen. Het is dan ook een strategische keuze, gebaseerd op de toekomstige stedelijke ontwikkelingen, om te focussen op deze hoogopgeleide, jonge doelgroep. Hierbij dient echter wel rekening gehouden te worden met sterke concurrentie van de omliggende steden. Naast de twee bovenstaande groepen heeft de gemeente Delft aangegeven graag ook de doelgroep Plannen en Rennen (I) te verdiepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10975122/1