Monitoring CO2 Uitstoot en Energie gemeente Delft - kopie
Tekst van het document
Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft 2013-2020
Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft 2013-2020
Dit rapport is geschreven door: Emma Koster, Florian Hesselink, Thijs Scholten en Sinan Senel Delft, CE Delft, mei 2022 Publicatienummer: 22.220167.072 Gemeenten / Kooldioxide / Emissies / Energieverbruik / Hernieuwbare energie / Wonen / Werken / Verkeer / Monitoring Opdrachtgever: Gemeente Delft Alle openbare publicaties van CE Delft zijn verkrijgbaar via www.ce.nl Meer informatie over de studie is te verkrijgen bij de projectleider Emma Koster (CE Delft) © copyright, CE Delft, Delft
CE Delft Committed to the Environment CE Delft draagt met onafhankelijk onderzoek en advies bij aan een duurzame samenleving. Wij zijn toonaangevend op het gebied van energie, transport en grondstoffen. Met onze kennis van techniek, beleid en economie helpen we overheden, ngo’s en bedrijven structurele veranderingen te realiseren. Al 40 jaar werken betrokken en kundige medewerkers bij CE Delft om dit waar te maken.
1
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Inhoud Samenvatting
3
1
Inleiding 1.1 Methode 1.2 Beschikbare data in de Klimaatmonitor
6 7 9
2
CO2-emissies 2.1 Totale CO2-uitstoot 2.2 Werken 2.3 Wonen 2.4 Verkeer 2.5 Overige broeikasgassen
10 10 12 16 18 19
3
Energieverbruik 3.1 Totaal energieverbruik 3.2 Werken 3.3 Wonen 3.4 Verkeer
22 22 26 32 34
4
Hernieuwbare energie
37
5
CO2-uitstoot 1990 5.1 Methode 5.2 Resultaat
42 42 42
Literatuur
47
2
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Samenvatting In deze monitor rapporteren we de ontwikkelingen in de broeikasgasemissies, het energieverbruik en de lokale opwekking van hernieuwbare energie in de gemeente Delft. De rapportage gaat over de periode 2013-2020. Ook berekenen we de emissies van de gemeente in 1990 en kijken we waar Delft staat ten opzichte van dit peiljaar. Voor 2020 zijn nog niet alle cijfers bekend. Waar dat het geval is, zijn de voorlopige cijfers gearceerd weergegeven.
Broeikasgasemissies daalden in de monitoringsperiode met 23% Ten opzichte van 2013 is er in 2020 ongeveer 138 kton CO2-eq. minder uitgestoten. Dat is een daling van ongeveer 23%. Het verduurzamen van de (nationale) elektriciteitsmix zorgt voor ongeveer twee derde van de reductie. De industrie, publieke en commerciële dienstverlening zijn de belangrijkste bronnen van uitstoot in de sector werken. In de sector verkeer is met name het wegverkeer de bron van uitstoot; circa de helft hiervan komt van de snelwegen. Figuur 1 – CO2-uitstoot Delft, 2013-2020
Energieverbruik daalde met name in het verkeer, reductie in andere sectoren beperkt Het energieverbruik is tussen 2013 en 2020 met 680 TJ gedaald, een reductie van 9%. Ruim 80% van deze reductie vond plaats in het wegverkeer op snelwegen. In de andere sectoren was de reductie van energieverbruik een stuk kleiner: woningen gebruikten slechts 0,5% minder energie. In de sector werken was de reductie 3%.
3
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Figuur 2 – Energieverbruik Delft, 2013-2020
Productie van zonnestroom nam met 729% toe In de periode van 2013 t/m 2020 is de jaarlijkse lokale hernieuwbare energieproductie en het gebruik van biobrandstoffen toegenomen met ruim 131%. Met name de productie van hernieuwbare elektriciteit is sterk toegenomen (729%), dat komt in zijn geheel door een sterke toename van productie uit zonne-energie op woningen en grote daken. Het aandeel lokale hernieuwbare productie op het totale energieverbruik in 2020 was 1,7%. Als we daar biobrandstoffen bij optellen was dit 3,2%. Figuur 3 - Lokale hernieuwbare energieproductie Delft, 2013-2020
4
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Emissies waren in 2020 43% lager dan in 1990 In 1990 was de uitstoot van Delft 828 kton, in 2013 was dit 614 kton en in 2020 473 kton: een totaalreductie van 43%. Een groot deel van deze reductie, 156 kton, komt door het afschalen van afvalverwerking binnen de gemeentegrenzen. De verdeling van uitstoot over de sectoren is verder redelijk gelijk gebleven, maar de bron van uitstoot is veranderd. In 1990 werd er relatief veel minder uitgestoten voor het verbruiken van elektriciteit, en juist veel meer voor het gebruiken van aardgas en olie. De uitstoot van overige broeikasgassen zoals methaan, lachgas en fluorkoolwaterstoffen was in 2020 nog maar een kwart van wat het was in 1990. Figuur 4 - CO2-uitstoot Delft in 1990, 2013 en 2020
5
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
1 Inleiding Deze monitor presenteert de cijfers van het energieverbruik, de opwekking van hernieuwbare energie en de CO2-emissies over de jaren 2013-2020 voor gemeente Delft. Dit is de derde editie van een tweejaarlijkse monitoring. Dit zicht op de ontwikkeling van het energieverbruik, de opwekking van hernieuwbare energie en de CO2-emissies in de gemeente is ten behoeve van de sturing van het energie- en klimaatbeleid van de gemeente. Het rapport presenteert het totale energiegebruik en de CO2-uitstoot als uitsplitsingen daarvan. Hierin hanteren we uitsplitsingen naar energiedrager en naar categorie van gebruiker. De energiedragers zijn elektriciteit, gas, warmte en brandstoffen voor vervoer en verkeer. Met warmte bedoelen we collectieve warmte voor het verwarmen van woningen en bedrijfspanden. Deze warmte komt uit een warmtebron, zoals geothermieput of bedrijf met een warmteoverschot (restwarmte) en wordt via ondergrondse warmwaterleidingen naar de afnemers gebracht. De splitsing naar categorie gebruiker doen we op werken, wonen en verkeer. Deze sectoren splitsen we nader uit. Voor wonen hebben we het energiegebruik en de bijbehorende CO2-uitstoot van woningen uitgesplitst naar koopwoningen en huurwoningen. Het energiegebruik en de bijbehorende CO2-uitstoot van werken zijn uitgesplitst naar sectoren.
Deze uitsplitsing geeft de gemeente Delft de mogelijkheid om sectorspecifiek beleid te ontwikkelen. We hanteren de SBI-sectoren, in navolging van de Klimaatmonitor: — Commerciële dienstverlening: • handel (SBI G); • vervoer en opslag (SBI H); • horeca (SBI I); • informatie en communicatie (SBI J); • financiële dienstverlening (SBI K); • verhuur en handel van onroerend goed (SBI L); • specialistische zakelijke diensten (SBI M); • verhuur en overige zakelijke diensten (SBI N). — Publieke dienstverlening: • openbaar bestuur en overheidsdiensten (SBI O); • onderwijs (SBI P); • gezondheids- en welzijnszorg (SBI Q); • cultuur, sport en recreatie (SBI R); • overige dienstverlening (SBI S); • extraterritoriale organisaties (SBI U); • Rijkswaterstaat; • openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. — Industrie, energie, afval en water. — Landbouw, bosbouw en visserij (SBI A). Verkeer splitsen we uit naar wegverkeer snelwegen, wegverkeer exclusief snelwegen, binnen- en recreatievaart, mobiele werktuigen en railverkeer. Bij railverkeer betreft het alleen railverkeer met dieselaandrijving.
6
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
1.1
Methode We hanteren de cijfers uit de Klimaatmonitor1, zoals ook in de vorige monitor. Deze monitor kijkt terug tot 2013 en heeft hiermee een overlap met de vorige monitor. Toch verschillen de resultaten. Textbox 1 legt uit hoe dit komt. Ook de RES RotterdamDen Haag hanteert de Klimaatmonitor in hun monitor. Textbox 1 - Ontwikkelingen in de emissiecijfers in de Klimaatmonitor Deze monitor in vergelijking met voorgaande jaren In dit monitoringsrapport maken we - net als in de voorgaande rapportage - gebruik van de Klimaatmonitor. De Klimaatmonitor is een ‘levende’ database van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en bevat tal van gegevens over het lokale energiegebruik, de energieproductie en de CO2-emissies. De cijfers in de Klimaatmonitor zijn afkomstig van verschillende bronnen zoals het CBS en de Emissieregistratie, aangevuld met inschattingen die door de Klimaatmonitor zelf worden gemaakt. De Klimaatmonitor en het CBS voeren constant verbeteringen door aan de methodiek, om de energieverbruiken per sector en type brandstof te bepalen. Deze methodewijzigingen passen ze vervolgens met terugwerkende kracht toe op de volledige datareeks. Hierdoor kan het dus voorkomen dat de data zoals die in eerdere rapportages is gepresenteerd, voor bepaalde jaren afwijken van de data die nu voor deze jaren in de Klimaatmonitor staan.
Tussen de opeenvolgende monitoringsrapportages kunnen hierdoor kleine verschillen ontstaan. Ditzelfde geldt ook voor de gegevens die in deze rapportage gepresenteerd worden en de gegevens die terug te vinden zijn in de Klimaatmonitor. Tussen de vorige en deze monitoringsrapportage, dus sinds 2019, zijn er in de Klimaatmonitor meer dan dertig incidentele veranderingen gedaan. Onder andere het aanpassen van historische emissiefactoren door de Emissieregistratie zorgt voor kleine verschillen tussen de oude en huidige data. Verder gebruikt de Klimaatmonitor nu nieuwe methodieken voor bijvoorbeeld het berekenen van het gebruik van zonnestroom, bio-energie en wko. Ook zijn er in de tussentijd betere gegevensbronnen gekoppeld, bijvoorbeeld wanneer het CBS of Waterschappen nieuwe datasets publiceren, of er nieuwe onderzoeken beschikbaar zijn. Ten slotte zijn er administratieve fouten in datasets gecorrigeerd, en enkele fouten in formules verbeterd. Omdat deze veranderingen zijn gedaan, kiezen wij ervoor om de volledige datareeks voor de zichtperiode opnieuw uit de Klimaatmonitor te halen en dus ook met terugwerkende kracht te updaten. Op deze manier voorkom je dat de verschillen die te zien zijn tussen opeenvolgende jaren, enkel komen door een wijziging in de methodiek van de Klimaatmonitor in plaats van door veranderingen in het energiegebruik.
Het komt soms ook voor dat de Klimaatmonitor nieuwe uitsplitsingen introduceert, omdat er nieuwe of betere databases beschikbaar zijn gekomen, of juist stopt met het uitsplitsen van bepaalde gegevens omdat die niet meer beschikbaar zijn bij de oorspronkelijke bron. Verder werkt de Klimaatmonitor nieuwe gegevens bij via een bepaalde kalender. Dit hangt samen met onder andere het moment waarop het CBS nieuwe gegevens publiceert. Dit resulteert erin dat niet alle cijfers dezelfde actualiteit hebben. Zo zijn de cijfers over het elektriciteits- en gasgebruik van het voorgaande jaar veel vroeger beschikbaar dan de cijfers van verkeer en vervoer. Ook de status van de cijfers is niet op elk moment hetzelfde. Het CBS publiceert de voorlopige cijfers in de regel een jaar na dato en stelt twee jaar na dato de definitieve cijfers vast. Tussen de voorlopige en de definitieve cijfers van het CBS kunnen ook (kleine) verschillen zitten. De data voor 2020 zijn nog niet definitief vastgesteld. Een voorbeeld hiervan is de CBS-tabel die aan de basis ligt voor het aardgas- en elektriciteitsverbruik van bedrijven, die eind dit jaar wordt gepubliceerd: “In het derde kwartaal van 2022 worden de
________________________________ 1
7
De data is afkomstig van de Klimaatmonitor op 25-04-2022.
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
definitieve cijfers over 2020 en de voorlopige cijfers over 2021 gepubliceerd.” (zie toelichting bij StatLine Levering aardgas, elektriciteit via openbaar net; bedrijven, SBI2008). Ook de CBS-cijfers, waar de Klimaatmonitor de cijfers voor woningen op baseert, wordt dan definitief (zie toelichting bij StatLine - Energieverbruik particuliere woningen; woningtype en regio's). Op de website van Klimaatmonitor staat vermeld dat de cijfers voor 2019 eind november 2021 zijn aangepast op basis van de definitieve cijfers van het CBS (Energieverbruik woningen 2019 en 2020 (databank.nl). Conclusie: zowel dit rapport als het moment van raadplegen van de Klimaatmonitor is een momentopname van een consistente jaar-op-jaar monitoringsreeks, die er op een ander moment net iets anders uit kan zien, doordat er in de tussentijd nieuwe gegevens beschikbaar zijn gekomen.
1.1.1 Emissies van energiegebruik De meest directe vorm van energiegebruik is het verbranden van fossiele brandstoffen en de directe toepassing van de energie. Dit gebeurt bijvoorbeeld in woningen die verwarmen met een cv-ketel op aardgas, of in het verkeer bij voertuigen met een verbrandingsmotor. Ook industrie heeft directe emissies. Deze directe emissies heten Scope 1-emissies. Deze monitor neemt deze emissies volledig mee. Het gebruik van elektriciteit door woningen, bedrijven en het laden van elektrisch vervoer van het landelijke elektriciteitsnetwerk resulteert in indirecte emissies. Het elektriciteitsnetwerk levert een mix van elektriciteit van verschillende bronnen, zowel duurzaam als fossiel. De fossiele bronnen stoten broeikasgassen uit bij de productie van de elektriciteit. Deze uitstoot hoeft niet binnen de gemeentegrenzen plaats te vinden, maar is wel het gevolg van elektriciteitsgebruik binnen de gemeente. Dit zijn Scope 2-emissies. De monitor hanteert voor Scope 2-emissies de ‘verbruiksbenadering’. Hierbij wordt voor elektriciteit niet gekeken naar lokaal aanwezige centrales (bronbenadering), maar naar het elektriciteitsverbruik van alle sectoren vermenigvuldigd met de landelijke emissiefactor. De landelijke emissiefactor geeft aan hoeveel uitstoot in Nederland gemiddeld gepaard gaat met 1 kWh aan verbruik.
Deze methode is conform de regels van de IPCC Guidelines en het GHG Protocol for Cities. Andere verschillen tussen de bronbenadering en verbruiksbenadering liggen in warmtenetten (analoog aan elektriciteit wordt in de verbruiksbenadering gerekend met een emissiefactor van warmte geleverd aan Delftse eindgebruikers) en in luchtvaart (die telt niet mee in de verbruiksbenadering). Ten slotte zijn er Scope 3-emissies. Dit zijn de emissies van het gebruik van producten. De emissies die vrijkomen bij de productie van de producten kunnen ver buiten de gemeente- of landsgrenzen plaatsvinden. Scope 3-emissies zijn in deze monitor buiten beschouwing gelaten. De emissies van Delftse industrie of landbouw tellen uiteraard wel mee, onder Scope 1, ook als de producten niet binnen Delft gebruikt worden.
1.1.2 Emissies van andere broeikasgassen Anders dan in de vorige monitor, geeft dit rapport ook de uitstoten van andere broeikasgassen weer. Overige broeikasgassen (in het kort BKG) bevatten methaan (CH4), lachgas (N2O) en de gefluoreerde broeikasgassen (HFK’s, PFK’s en SF6). Verschillende sectoren stoten deze gassen uit, waaronder de afvalsector, de industrie en de landbouw. De data zijn beschikbaar in de Klimaatmonitor voor de periode na 2015 onder de categorie overige broeikasgassen.
8
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
De uitstoot van Overige BKG is gepubliceerd in CO2-equivalenten. Een CO2-equivalent, afgekort als CO2-eq, is een metrische maatstaf die wordt gebruikt om de uitstoot van verschillende broeikasgassen te vergelijken op basis van hun aardopwarmingspotentieel (Global Warming Potential, GWP). Hoeveelheden van andere gassen worden omgerekend naar de equivalente hoeveelheid van koolstofdioxide met hetzelfde aardopwarmingspotentieel. De CO2-equivalenten zijn berekend op basis van factoren die gepubliceerd zijn door IPCC in het vijfde beoordelingsrapport, in het kort AR5.
1.2
Beschikbare data in de Klimaatmonitor Om de CO2-uitstoten van aardgas- en elektriciteitsverbruik te berekenen, gebruikt de Klimaatmonitor de gegevens over de levering van aardgas en elektriciteit via het openbare net. De Klimaatmonitor geeft alleen gegevens van stadswarmte voor woningen. Hiervoor extrapoleert de Klimaatmonitor het aardgasverbruik van woningen naar de woningen die zijn aangesloten op een warmtenet. De data van CO2-uitstoot van verkeer en vervoer in de Klimaatmonitor zijn gebaseerd op verkeersintensiteiten. De verkeersintensiteiten zijn berekend op basis van verkeersmetingen voor de hoofdwegen en hoofdvaarwegen, en op basis van verdeelsleutels voor de onderliggende wegen en vaarwegen. Hierdoor worden de landelijke cijfers berekend en verdeeld over alle Nederlandse gemeenten, op basis van een verdeelmodel. De data van de sector verkeer en vervoer voor 2020 is nog niet beschikbaar in de Klimaatmonitor. Om te komen tot de totale uitstoot en andere vervolgberekeningen voor 2020, schatten we de uitstoot voor 2020 op basis van de data van 2019 uit de Klimaatmonitor. Hiervoor gebruiken we de landelijke statistieken om het effect van de COVID-19-pandemie te laten zien in 2020. De landelijke CBS-statistieken2 laten zien dat de CO2-uitstoot van verkeer licht toeneemt tot en met 2018 en bijna onveranderd blijft in 2019.
In 2020 daalt de CO2-uitstoot met 10% ten opzichte van de uitstoot in 2019, waarschijnlijk veroorzaakt door de COVID-19-pandemie. Deze landelijke trend van 2020 passen we toe op de verkeerscijfers van Delft om de impact van de COVID-19-pandemie te laten zien voor Delft.
________________________________ 2
CBS Statline: Verkeersprestaties motorvoertuigen; kilometers, voertuigsoort, grondgebied, opgehaald op 13/05/2022.
9
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
2 CO2-emissies Hoofdvraag: Hoe heeft de CO2-uitstoot van de gemeente Delft zich ontwikkeld in de periode 2013-2020? Dit hoofdstuk brengt de emissies van het energiegebruik in beeld, om te laten zien hoe Delft vordert met het bereiken van de doelstelling om in 2050 aardgasvrij te zijn. Dit splitsen we uit in de sectoren werken, wonen, verkeer en overige broeikasgasemissies, om de gemeente Delft te helpen met het ontwikkelen van een sectorspecifiek beleid.
2.1
Totale CO2-uitstoot In de periode 2013-2020 is de CO2-uitstoot met ruim 23% gedaald (zie Figuur 5). De grootste bijdrage aan de reductie van CO2-uitstoot komt door de afname van CO2-uitstoot door elektriciteitsverbruik. De CO2-uitstoot hiervan is namelijk met 36% gedaald. Sinds de laatste monitoringsstudie (CE Delft, 2019) daalde de uitstoot jaarlijks met ruim 18%. Deze afname in uitstoot van elektriciteit komt door de verduurzaming van de opwek ervan. In de periode van 2013 tot 2020 steeg het elektriciteitsverbruik met 5% (inclusief het eigen gebruik zon-pv) en de laatste twee jaar met 2%, zoals Figuur 19 laat zien. De reductie komt doordat de emissiefactor van elektriciteit in Nederland sterk afgenomen is, namelijk met 36,5% van 2013 tot 2020. Dit betekent dat de productie van elektriciteit minder uitstoot van broeikasgas veroorzaakt. Dit is een gevolg van een toename in de grootschalige duurzame elektriciteitsproductie. Figuur 5 – CO2-uitstoot naar energiedrager in kton CO2, Delft, 2013-2020
*
10
De cijfers voor verkeer in 2020 zijn nog niet gepubliceerd en zijn geschat op basis van landelijke cijfers. Daarom zijn deze transparant weergegeven in de grafiek.
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Tabel 1 - CO2-uitstoot naar energiedrager (kton CO2), Delft, 2013-2020
*
Energiedrager
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Elektriciteit (net)
241
255
271
258
234
230
189
154
Aardgas
210
211
204
205
206
199
186
190
Warmte
0
1
2
2
4
4
6
8
Verkeer en vervoer
144
141
140
129
117
116
116
105*
Totaal excl. overige broeikasgassen
595
607
617
594
560
549
498
457
Verandering t.o.v. 2013 (%)
0%
2%
4%
0%
-6%
-8%
-16%
-23%
De cijfers voor verkeer en vervoer in 2020 voor Delft zijn nog niet gepubliceerd in de Klimaatmonitor. Hier schatten wij de uitstoot in 2020 voor Delft op basis van de data van 2019 en op basis van de landelijke emissiecijfers van CBS voor verkeer in 2020.
Figuur 6 geeft de CO2-uitstoot van de sectoren wonen, werken, verkeer en overige broeikasgasemissies in kton CO2-equivalent. De percentages in de figuur geven de verdeling weer. Zoals eerder uitgelegd in Paragraaf 1.1.2, wordt de uitstoot van overige broeikasgassen omgerekend naar CO2-eq. om de uitstoot van verschillende broeikasgassen te kunnen vergelijken, op basis van hun aardopwarmingspotentieel. Tabel 2 bevat de cijfers per sector. De CO2-uitstoot van de sector werken bedraagt in 2020 75 kton. Deze uitstoot is in 2020 25% afgenomen ten opzichte van 2013 en levert daarmee de grootste reductiebijdrage van alle sectoren. Figuur 6 – CO2-uitstoot naar sector, Delft, 2013-2020
11
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Tabel 2 - CO2-uitstoot naar sector in kton CO2-eq. (kton CO2), Delft, 2013-2020 Sector
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Wonen (incl. eigen gebruik zonnepanelen)
150
154
151
145
140
137
130
126
Werken
301
312
327
320
303
296
251
226
Verkeer
144
141
140
129
117
116
116
105*
Overige broeikasgassen
19***
19***
19
20
20
17
16
16**
Totaal excl. overige broeikasgassen
595
607
617
594
560
549
498
457
Totaal incl. overige broeikasgassen
614
627
636
614
580
566
514
473
*
De cijfers voor verkeer in 2020 voor Delft zijn nog niet gepubliceerd in de Klimaatmonitor. Hier schatten wij de uitstoot in 2020 voor Delft op basis van de data van 2019 en op basis van de landelijke emissiecijfers van CBS voor verkeer in 2020. ** Cijfers voor overige broeikasgassen in 2020 voor Delft zijn nog niet gepubliceerd. We hanteren hier de cijfers uit 2019 als de voorlopige waarden. *** Overige emissies voor 2013 en 2014 zijn niet bekend. Indicatief hebben we daarom de cijfers van 2015 opgenomen.
2.2
Werken De uitstoot van de sector werken is 25% gedaald sinds 2013. Zoals Figuur 7 laat zien, komt dit vooral door de daling in de sectoren publieke- en commerciële dienstverlening. Sinds 2015 laten alle sectoren een dalende trend zien, met uitzondering van bouwnijverheid, die gelijk blijft in dezelfde periode. Sinds de laatste CO2-monitoringanalyse (CE Delft, 2019), dus in 2019 en 2020, is er een sterke afname in de sectoren publieke- en commerciële dienstverlening, namelijk gemiddeld 16% per jaar. Ook de CO2-uitstoot van de sector industrie is afgenomen met 18% in die twee jaar tijd. In 2020 is de reductie van emissies deels verklaarbaar door de impact van de COVID-19pandemie. Met name in de deelsector commerciële dienstverlening is de impact herkenbaar bij de sectoren vervoer en horeca, waarbij het afnamepercentage van de uitstoten hoger is dan het jaar daarvoor. Figuur 7 – CO2-uitstoot sector werken, naar sector, Delft, 2013-2020
12
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Tabel 3 - CO2-uitstoot sector werken, naar sector (kton CO2), Delft, 2013-2020 Deelsector
2013
2014
2015
Commerciële dienstverlening (SBI G-N)
76
75
Publieke dienstverlening (SBI O-S, U)
96
96
Industrie (SBI C)
124
Bouwnijverheid (SBI F) Landbouw (SBI A) Overig (SBI B, E) Totaal
2016
2017
2018
2019
2020
83
81
79
77
62
51
98
100
93
85
72
65
136
140
135
125
128
113
106
1
1
2
2
2
2
2
2
1
0
0
0
1
0
0
0
3
4
3
3
3
3
2
2
301
312
327
320
303
296
251
226
Het effect van de verduurzaming van elektriciteitsopwek en daarmee de verlaging van de emissiefactor is ook herkenbaar in de sector werken, met name na 2018 (zie Figuur 8). De CO2-uitstoot door elektriciteitsverbruik daalt met 34%, terwijl het elektriciteitsverbruik is toegenomen met 9%. De Klimaatmonitor geeft geen cijfers voor het warmtegebruik van bedrijven. De CO2-uitstoot van de warmteproductie staat daarom dan ook niet in de grafiek. Figuur 8 – CO2-uitstoot van de sector werken, naar energiedrager, Delft, 2013-2020
Tabel 4 - CO2-uitstoot van de sector werken, naar energiedrager, Delft, 2013-2020
13
Energiedrager
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Elektriciteit
182
195
208
200
181
181
147
121
Aardgas
119
117
118
120
122
115
104
105
Warmte
Dit is onbekend vanuit de Klimaatmonitor
Koude Houtstook
Deze worden over het algemeen niet goed gemonitord of zijn ruwe schattingen in de Klimaatmonitor
Totaal
301
312
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
327
320
303
296
251
226
2.2.1 Deelsector commerciële dienstverlening In de deelsector commerciële dienstverlening is de CO2-uitstoot in 2020 33% lager dan in 2013. De grootste bijdrage aan deze reductie komt van de groot- en detailhandel, met 38% reductie. Opvallend is dat in de sector informatie en communicatie de CO2-uitstoot 28% is toegenomen in dezelfde periode. Figuur 9 laat de afnemende trend zien, met name vanaf 2016. Zoals eerder genoemd, was de CO2-reductie in de sectoren horeca en vervoer in 2020 bijna twee keer zo hoog als het voorgaande jaar. Dit komt deels door de maatregelen tegen de COVID-19-pandemie waardoor veel horecazaken langdurig gesloten waren en vervoer sterk werd afgeraden voor een lange periode in 2020. Figuur 9 – CO2-uitstoot deelsector commerciële dienstverlening, naar sector (kton CO2), Delft, 2013-2020
Tabel 5 - CO2-uitstoot deelsector commerciële dienstverlening, naar sector (kton CO2), Delft, 2013-2020 Sector
14
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Groot- en detailhandel (SBI G)
30
29
30
30
28
27
22
18
Vervoer en Opslag (SBI H)
8
11
13
12
12
13
10
6
Horeca (SBI I)
12
12
13
12
11
11
10
8
Informatie en communicatie (SBI J)
5
4
6
7
8
9
5
6
Financiële instellingen (SBI K)
3
3
2
2
2
2
2
1
Onroerend goed (SBI L)
7
7
8
8
7
5
4
4
Advisering en onderzoek (SBI M)
11
9
10
10
9
10
8
7
Administratie etc. (SBI N)
1
1
1
1
1
0
0
0
Totaal
76
75
83
81
79
77
62
51
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
2.2.2 Deelsector publieke dienstverlening In de deelsector publieke dienstverlening is de CO2-uitstoot in 2020 32% minder dan in 2013. Figuur 10 geeft de CO2-uitstoot in de deelsector publieke dienstverlening weer per deelsector. De grootste bijdrage aan de reductie komt van de deelsector onderwijs, met 23% reductie in 2020 ten opzichte van 2013. Deze sector heeft ook het grootste aandeel in uitstoot. In de sectoren openbaar bestuur en defensie en cultuur en recreatie is de CO2-uitstoot in 2020 bijna gehalveerd ten opzichte van 2013. Figuur 10 – CO2-uitstoot deelsector publieke dienstverlening, naar sector, Delft, 2013-2020
Tabel 6 - CO2-uitstoot deelsector publieke dienstverlening, naar sector (kton CO2), Delft, 2013-2020 Sector
15
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Openbaar bestuur en defensie (SBI O)
10
9
11
12
10
8
6
5
Onderwijs (SBI P)
54
56
57
57
55
50
44
41
Gezondheids- en welzijnszorg (SBI Q)
23
23
21
21
20
18
15
13
Cultuur en recreatie (SBI R)
7
6
6
6
6
6
5
4
Overige dienstverlening (SBI S, U)
3
3
3
3
3
2
2
2
Totaal
96
96
98
100
93
85
72
65
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
2020
2.2.3 Overige deelsectoren In Delft speelt de CO2-uitstoot van industrie (SBI C) een belangrijke rol in de totale uitstootprestatie. De uitstoot van industrie is meer dan 20% van de totale CO2-uitstoot van Delft en meer dan 40% van de sector werken. Sinds 2015 is er een afnemende trend te zien, die resulteert in een reductie van 14,5% in 2020 ten opzichte van 2013. Figuur 11 – CO2-uitstoot overige deelsectoren, naar sector, Delft, 2013-2020
Tabel 7 - CO2-uitstoot overige deelsectoren, naar sector (kton CO2), Delft, 2013-2020 Sector
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
124
136
140
135
125
128
113
106
Bouwnijverheid (SBI F)
1
1
2
2
2
2
2
2
Landbouw (SBI A)
1
0
0
0
1
0
0
0
Overig (SBI B, E)
3
4
3
3
3
3
2
2
129
141
145
140
131
134
117
109
Industrie (SBI C)
Totaal
2.3
Wonen De emissies van wonen zijn dalend, zoals Tabel 8 en Figuur 12 laten zien. Met name de uitstoot door elektriciteitsgebruik is gedaald, met 43% in 2020 ten opzichte van 2013. Deze reductie komt vooral doordat de landelijke opwek van elektriciteit is verduurzaamd. De uitstoot door aardgasgebruik daalt, met name door het sinds 2014 toegenomen warmtegebruik vanuit collectieve bronnen, zoals een warmtenet. De uitstoot van aardgasverbruik is bijna 8% gedaald in 2020 ten opzichte van 2013. Maar het valt op dat het totale energiegebruik van aardgas en warmte bijna onveranderd blijft in deze periode, zoals weergeven in Figuur 28, terwijl we een afname zouden verwachten door het isoleren van woningen en het vervangen van oude woningen. De afnemende trend blijft gelijk in 2019 en 2020, na de laatste CO2-monitoringanalyse (CE Delft, 2019).
16
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Figuur 12 - CO2-uitstoot sector wonen naar energiedrager, Delft, 2013-2020
Tabel 8 - CO2-uitstoot sector wonen naar energiedrager (kton CO2), Delft, 2013-2020 Energiedrager
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Aardgas
91
94
86
84
83
84
82
84
Elektriciteit excl. eigen gebruik zonnepanelen
59
60
63
58
53
49
42
33
Warmte
0
1
2
2
4
4
6
8
Totaal
150
154
151
145
140
137
130
126
Als we de uitstoot uitsplitsen naar eigendomssituatie (Figuur 13) zien we dat iets meer dan de helft van de uitstoot door huurwoningen wordt veroorzaakt. Deze uitstootcijfers zijn exclusief de uitstoot voor warmte, omdat er daarover geen informatie beschikbaar is uitgesplitst naar eigendomssituatie. Figuur 13 – CO2-uitstoot sector wonen naar eigendom, excl. warmte, Delft, 2013-2020
17
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Tabel 9 – CO2-uitstoot sector wonen naar eigendom (kton CO2), excl. warmte, Delft, 2013-2020 Eigendom
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Huurwoningen
84
87
83
80
77
75
69
66
Koopwoningen
66
67
66
63
59
58
56
52
150
154
151
145
140
137
130
126
Totaal
Als we uitstoot voor gemiddelde huur- en koopwoningen vergelijken (Figuur 14), zien we dat de uitstoot van een gemiddelde Delftse huurwoning 600-800 kg CO2 per jaar lager is dan van een gemiddelde Delftse koopwoning. Ook hier is de uitstoot voor warmte niet meegenomen. Figuur 14 – CO2-uitstoot gemiddelde woning naar eigendom, excl. warmte, Delft, 2013-2020
Tabel 10 – CO2-uitstoot gemiddelde woning naar eigendom (kg CO2), excl. warmte, Delft, 2013-2020
2.4
Eigendom
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Huurwoning
2.813
2.903
2.729
2.612
2.483
2.427
2.218
2.095
Koopwoning
3.648
3.673
3.554
3.371
3.224
3.132
2.896
2.709
Verkeer Zoals Figuur 15 laat zien, was de CO2-uitstoot van verkeer in Delft in 2019 19% lager dan in 2013. Het grootste aandeel in deze reductie komt van wegverkeer op snelwegen, met een daling van 37% sinds 2013. De uitstoot vanaf 2017 tot en met 2019 was stabiel. De verkeersdata van 2020 zijn nog niet beschikbaar in Klimaatmonitor. We hebben deze geschat op basis van de data van 2019 en de landelijke ontwikkeling tussen 2019 en 2020 (zie Paragraaf 1.2). De COVID-19-pandemie speelde een grote rol in de verkeersintensiteit in 2020. Omdat het schattingen betreft, geven we de data van 2020 gearceerd weer in de grafieken in dit hoofdstuk. Tabel 11 toont de cijfers van Delft in de periode van 2013 tot en met 2020. De grootste bijdrage aan de reductie is van de deelsector wegverkeer snelwegen. De CO2-uitstoot in 2020 is 44% lager dan in 2013, rekening houdend met de schatting van de impact van de COVID-19-pandemie. De uitstoot van snelwegen laat een forse daling zien in 2016 en 2017.
18
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
We kunnen de sterke afname in 2016 koppelen aan de opening van de A4 tussen Schiedam en Delft in 2016 en het daardoor afnemende aantal files. Sinds de laatste CO2-monitoringanalyse (CE Delft, 2019), dus in de jaren 2019 en 2020, blijft de CO2-uitstoot bijna onveranderd, met uitzondering van de geschatte reductie in 2020 door de impact van de COVID-19-pandemie. Figuur 15 – CO2-uitstoot sector verkeer naar sector, Delft, 2013-2020*
* De uitstoot van 2020 is nog niet gepubliceerd. Daarom zijn de schattingen gearceerd weergeven.
Tabel 11 - CO2-uitstoot sector verkeer naar sector (kton CO2), Delft, 2013-2020 Deelsector
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020*
Wegverkeer snelwegen
85
80
77
66
55
54
53
48
Wegverkeer excl. snelwegen
47
48
50
51
50
50
50
44
Binnen- en recreatievaart
1
1
1
1
1
1
1
1
Mobiele werktuigen
12
12
12
11
11
12
13
13
144
141
140
129
117
116
116
105
Totaal
2.5
Overige broeikasgassen Deze paragraaf presenteert de uitstoot van overige broeikasgassen. Overige broeikasgassen in Delft bevatten methaan (CH4), lachgas (N2O) en de gefluoreerde broeikasgassen (HFK’s en SF6). Verschillende sectoren stoten deze gassen uit, waaronder de afvalsector, de industrie en de landbouw. Figuur 16 laat de uitstoot per sector zien voor de periode na 2015 onder de categorie overige broeikasgassen. Voor 2013 en 2014 nemen wij de data over van 2015. Tabel 12 bevat de cijfers per sector en de totale uitstoot per jaar in kton CO2-equivalenten. Zoals in Paragraaf 1.1.2 aangegeven, geeft een CO2-equivalent het aardopwarmingspotentieel (Global Warming Potential, GWP) van een broeikasgas ten opzichte van dat van CO2 om de uitstoot van verschillende broeikasgassen te vergelijken.
19
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Figuur 16 – Overige broeikasgasuitstoot naar sector, Delft, 2015-2019*
* De uitstoot van 2020 is nog niet gepubliceerd. De uitstoot van 2013 en 2014 is onbekend.
Tabel 12 - Overige broeikasgassenuitstoot naar sector (kton CO2-eq), Delft, 2015-2019 2013*
2014*
2015
2016
2017
2018
2019
2020*
Huishoudens
Sector
2
2
2
3
3
2
2
2
Industrie
2
2
2
2
3
5
4
4
Landbouw
2
2
2
2
2
3
3
3
Natuur
1
1
1
1
1
1
1
1
Publieke en commerciële dienstverlening
1
1
1
1
1
1
1
1
Verkeer
4
4
4
3
3
4
4
4
Overig
8
8
8
8
8
2
2
2
Totaal
19
19
19
20
20
17
16
16
In 2018 laat de uitstoot in de sector overig een forse reductie zien van 75%. De volgende subsectoren vallen onder de sector overig: verhuur en overige zakelijke diensten, delfstoffenwinning, openbaar bestuur en overheidsdiensten, gezondheids- en welzijnszorg, horeca, speciale zakelijke diensten, onderwijs, cultuur, sport en recreatie, overige dienstverlening, afvalstortplaatsen, financiële dienstverlening, verhuur en handel van onroerend goed en informatie en communicatie. Figuur 17 laat de ontwikkeling zien van overige broeikasgassen over de jaren. Net als bij de uitstoot van CO2, is ook een forse daling te zien in de uitstoot van overige broeikasgassen in Delft.
20
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Figuur 17 – Overige broeikasgasuitstoot naar broeikasgas, Delft, 2015-2019*
*
De uitstoot van 2020 is nog niet gepubliceerd in de Klimaatmonitor. Daarom nemen wij de data van 2019 over. De data van 2013 en 2014 zijn onbekend. Daarom nemen wij de data van 2015 over voor beide jaren.
Tabel 13 - Overige broeikasgasuitstoot naar broeikasgas (kton CO2-eq), Delft, 2015-2020* Sector
*
21
2013*
2014*
2015
2016
2017
2018
2019
2020*
Lachgas (N₂O)
5
5
5
6
6
3
3
3
Methaan (CH₄)
10
10
10
10
10
7
7
7
Fluorkoolwaterstoffen (HFK's)
3
3
3
3
3
3
3
3
Zwavelhexafluoride (SF₆)
1
1
1
1
1
3
3
3
Totaal
19
19
19
20
20
17
16
16
De uitstoot van 2020 is nog niet gepubliceerd in de Klimaatmonitor. Daarom nemen wij de data van 2019 over. De data van 2013 en 2014 zijn onbekend. Daarom nemen wij de data van 2015 over voor beide jaren.
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
3 Energieverbruik Hoofdvraag: Hoe heeft het energieverbruik van de gemeente Delft zich ontwikkeld in de periode 2013-2020? Dit hoofdstuk brengt het energieverbruik in de gemeente Delft in beeld, in de sectoren werken, wonen en verkeer.
3.1
Totaal energieverbruik Het is opmerkelijk dat de sector werken een lichte toename van 2,5% laat zien in 2020 ten opzichte van 2019. Men verwacht een afname door thuiswerken vanwege de COVID-19pandemie, maar alleen de deelsector commerciële dienstverlening laat een kleine afname zien. Dit is onvoldoende voor een totale afname van het energiegebruik van werken. Figuur 18 toont de lichte daling van het energiegebruik in de gemeente Delft in 2020 ten opzichte van 2013. Dit is ook opgenomen in Tabel 14. Het energiegebruik van de sector wonen blijft bijna onveranderd. In de sector werken is er sprake van een lichte daling in het energieverbruik. In de sector verkeer is er een sterke daling van 22% in 2019 en een nog sterkere daling van 35% in 2020 door de geschatte impact van de COVID-19-pandemie. Het is opmerkelijk dat de sector werken een lichte toename van 2,5% laat zien in 2020 ten opzichte van 2019. Men verwacht een afname door thuiswerken vanwege de COVID-19pandemie, maar alleen de deelsector commerciële dienstverlening laat een kleine afname zien. Dit is onvoldoende voor een totale afname van het energiegebruik binnen de sector werken.
De reductie van de uitstoten van de sector verkeer is deels verklaarbaar door lagere intensiteit van wegverkeer op de snelwegen binnen het grondgebied van Delft en door afnemende emissie per kilometer, met meer dan 10% daling in 2020 ten opzichte van 2013 (bron: CBS-Emissies naar lucht op Nederlands grondgebied; wegverkeer). Het energieverbruik van elektrische auto’s is hierin niet opgenomen, dus het is niet mogelijk om een conclusie te trekken wat betreft de elektrificering van voertuigen. Sinds de laatste CO2-monitoringanalyse (CE Delft, 2019), dus in de jaren 2019 en 2020, is er geen sprake van een afnemende trend van het energieverbruik. In alle sectoren is het energieverbruik licht toegenomen in 2020 ten opzichte van het verbruik in 2019, behalve bij de sector verkeer, waarin wij een daling van ruim 10% schatten in 2020 ten opzichte van 2019. Dit is te koppelen aan de COVID-19-pandemie. Het is opmerkelijk dat de sector werken een lichte toename van 2,5% laat zien in 2020 ten opzichte van 2019. Men verwacht een afname door thuiswerken vanwege de COVID-19pandemie, maar alleen de deelsector commerciële dienstverlening laat een kleine afname zien. Dit is onvoldoende voor een totale afname van het energiegebruik van werken.
22
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Figuur 18 - Energieverbruik naar sector (TJ), Delft, 2013-2020
*
De cijfers voor verkeer in 2020 zijn nog niet gepubliceerd en zijn geschat op basis van landelijke cijfers. Deze cijfers zijn daarom gearceerd weergegeven in de grafiek.
Tabel 14 - Totale energieverbruik per sector in TJ, Delft, 2013-2020*
*
Hoofdcategorieën
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Wonen (incl. eigen gebruik zonnepanelen)
2.058
2.109
2.011
1.989
2.013
2.028
1.990
2.047
Werken
3.464
3.475
3.513
3.583
3.598
3.551
3.269
3.352
Verkeer
2.143
1.993
1.956
1.805
1.707
1.753
1.754
1.586*
Totaal
7.665
7.577
7.480
7.377
7.318
7.332
7.012
6.985
De cijfers voor verkeer en vervoer in 2020 in Delft zijn nog niet gepubliceerd in de Klimaatmonitor. Daarom schatten wij de uitstoot in 2020 in Delft op basis van de data van 2019 en de landelijke emissiecijfers van CBS voor verkeer in 2020.
Het energieverbruik in de gemeente Delft wordt getoond per energiedrager in Figuur 19 en Tabel 15. Het elektriciteitsverbruik laat geen daling zien, terwijl het gasverbruik is afgenomen. Deze afname komt mede door het inzetten van collectieve warmtelevering in woningen. Deze trend is zichtbaar, ondanks de stijging van de woningvoorraad met ruim 5% in de gemeente Delft in dezelfde periode.
23
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Figuur 19 - Energieverbruik naar energiedrager, Delft, 2013-2020*
*
De cijfers voor motorbrandstoffen in 2020 zijn nog niet gepubliceerd en zijn geschat op basis van landelijke cijfers. Deze cijfers zijn daarom gearceerd weergegeven in de grafiek.
Tabel 15 - Totale energieverbruik naar energiedrager, Delft, 2013-2020 Energiedrager
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Aardgas
3.712
3.741
3.613
3.621
3.631
3.512
3.287
3.363
Elektriciteit (net en eigen gebr. zon-pv)
1.810
1.827
1.850
1.886
1.873
1.952
1.865
1.913
0
16
61
65
107
115
106
123
Warmte
*
24
Motorbrandstoffen
2.143
1.993
1.956
1.805
1.707
1.753
1.754
1.586*
Totaal
7.665
7.577
7.480
7.377
7.318
7.332
7.012
6.985
De cijfers voor motorbrandstoffen in 2020 in Delft zijn nog niet gepubliceerd in de Klimaatmonitor. Daarom schatten wij de uitstoot in 2020 in Delft op basis van de data van 2019 en de landelijke emissiecijfers van CBS voor verkeer in 2020.
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Het totale energieverbruik per inwoner daalt met ruim 13% in 2020 ten opzichte van 2013, zie Figuur 20 en Tabel 16. Dit komt door de daling in motorbrandstoffen- en aardgasverbruik in deze periode. In dezelfde periode is het elektriciteitsverbruik hetzelfde gebleven. Figuur 20 - Energieverbruik naar energiedrager per inwoner, Delft, 2013-2020
*
De cijfers voor motorbrandstoffen in 2020 zijn nog niet gepubliceerd en zijn geschat op basis van landelijke cijfers. Deze cijfers zijn daarom gearceerd weergegeven in de grafiek.
Tabel 16 - Totale energieverbruik naar energiedrager per inwoner (GJ/inwoner), Delft, 2013-2020*
*
25
Energiedrager
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Aantal inwoners
99.095
100.045
101.030
101.034
101.381
102.253
103.163
103.595
Aardgas
37
37
36
36
36
34
32
32
Elektriciteit (net en eigen gebr. zon-pv)
18
18
18
19
18
19
18
18
Warmte
0
0
1
1
1
1
1
1
Motorbrandstoffen
22
20
19
18
17
17
17
15*
Totaal
77
76
74
73
72
72
68
67
De cijfers voor motorbrandstoffen in 2020 in Delft zijn nog niet gepubliceerd in de Klimaatmonitor. Daarom schatten wij de uitstoot in 2020 in Delft op basis van de data van 2019 en de landelijke emissiecijfers van CBS voor verkeer in 2020.
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
3.2
Werken In de volgende figuren en tabellen brengen wij het energieverbruik in de sector werken in kaart. Figuur 21 laat zien dat er geen sprake is van een duidelijke trend in elektriciteitsverbruik over de jaren. Opmerkelijk is de sterke daling in aardgasverbruik van 9% in 2019 ten opzichte van 2018. In 2020 komt het verbruik weer iets dichter bij dat van 2018. Figuur 21 – Energieverbruik sector werken naar energiedrager, Delft, 2013-2020
Tabel 17 - Energieverbruik sector werken naar energiedrager (TJ), Delft, 2013-2020 Energiedrager
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Elektriciteit
1.366
1.393
1.419
1.456
1.438
1.520
1.437
1.486
Aardgas
2.098
2.082
2.094
2.127
2.160
2.031
1.831
1.866
Warmte
Dit is onbekend vanuit de Klimaatmonitor
Koude
Deze worden over het algemeen niet goed gemonitord of zijn ruwe schattingen in de Klimaatmonitor
Houtstook Totaal
3.464
3.475
3.513
3.583
3.598
3.551
3.269
3.352
Figuur 22 toont de verdeling van het energieverbruik in deelsectoren. Het energieverbruik daalt in de publieke dienstverlening, commerciële dienstverlening, landbouw en overig in de periode van 2013 tot en met 2020. Daar staat tegenover dat de uitstoot van bouwnijverheid en industrie in deze periode stijgt. Het elektriciteitsverbruik laat dezelfde toenemende trend zien in de sectoren commerciële dienstverlening en industrie, terwijl het elektriciteitsverbruik in dezelfde periode juist afgenomen is in de sectoren landbouw en publieke dienstverlening, zie Figuur 23.
26
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Figuur 22 – Energieverbruik sector werken naar sector, Delft, 2013-2020
Tabel 18 - Energieverbruik sector werken naar sector (TJ), Delft, 2013-2020 Deelsector
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Commerciële dienstverlening (SBI G-N)
777
725
771
786
815
823
743
705
Publieke dienstverlening (SBI O-S, U)
1.124
1.092
1.090
1.100
1.109
1.037
941
976
Industrie (SBI C)
1.516
1.615
1.610
1.653
1.621
1.640
1.542
1.622
Bouwnijverheid (SBI F)
12
10
16
17
23
22
21
25
Landbouw (SBI A)
9
6
1
1
6
4
3
2
Overig (SBI B, E)
26
28
25
26
24
25
19
22
3.464
3.475
3.513
3.583
3.598
3.551
3.269
3.352
Totaal
Figuur 23 – Elektriciteitsverbruik sector werken naar sector, Delft, 2013-2020
27
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Tabel 19 - Elektriciteitsverbruik sector werken naar sector (mln kWh), Delft, 2013-2020 Deelsector
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Commerciële dienstverlening (SBI G-N)
115
115
122
126
131
137
119
126
Publieke dienstverlening (SBI O-S, U)
117
114
113
129
123
117
116
116
Industrie (SBI C)
139
149
151
142
135
159
156
161
Bouwnijverheid (SBI F)
1
1
2
3
3
3
4
4
Landbouw (SBI A)
0
0
0
0
1
1
0
0
Overig (SBI B, E)
6
7
6
6
5
6
5
5
379
387
394
404
399
422
399
413
Totaal
Het gasverbruik binnen de sector werken daalt, met uitzondering van de deelsector industrie. De deelsectoren commerciële- en publieke dienstverlening laten een daling zien van respectievelijk 30% en 21% in 2020 ten opzichte van 2013. Figuur 24 – Gasverbruik sector werken naar sector, Delft, 2013-2020
Tabel 20 – Gasverbruik sector werken naar sector (mln m3), Delft, 2013-2020 Deelsector
28
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Commerciële dienstverlening (SBI G-N)
11
10
10
11
11
10
10
8
Publieke dienstverlening (SBI O-S, U)
22
21
22
20
21
19
17
18
Industrie (SBI C)
32
34
34
36
36
34
31
33
Bouwnijverheid (SBI F)
0
0
0
0
0
0
0
0
Landbouw (SBI A)
0
0
0
0
0
0
0
0
Overig (SBI B, E)
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
66
66
66
67
68
64
58
59
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
2020
3.2.1 Deelsector commerciële dienstverlening In de deelsector commerciële dienstverlening is de trend van het energieverbruik in de periode 2013-2020 vergelijkbaar met de trend van CO 2-uitstoot in dezelfde periode. Behalve van de subsector informatie en communicatie is in alle subsectoren een daling van het energieverbruik te zien met gemiddeld meer dan 20% in 2020 ten opzichte van 2013, zoals aangegeven in Figuur 25 en Tabel 21. Figuur 25 – Energieverbruik deelsector commerciële dienstverlening naar sector, Delft, 2013-2020
Tabel 21 - Energieverbruik deelsector commerciële dienstverlening naar sector (TJ), Delft, 2013-2020 Sector
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Groot- en detailhandel (SBI G)
285
259
259
268
279
278
258
253
Vervoer en Opslag (SBI H)
89
113
128
122
127
136
127
82
Horeca (SBI I)
130
125
131
128
128
130
128
118
Informatie en communicatie (SBI J)
44
38
51
56
69
81
49
76
Financiële instellingen (SBI K)
30
26
18
17
21
23
22
20
Onroerend goed (SBI L)
78
67
76
86
79
61
53
54
Advisering en onderzoek (SBI M)
108
87
96
95
97
109
101
95
Administratie etc. (SBI N)
12
11
12
13
14
6
5
6
777
725
771
786
815
823
743
705
Totaal
29
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
3.2.2 Deelsector publieke dienstverlening In de deelsector publieke dienstverlening is de trend van het energieverbruik in de periode 2013-2020 vergelijkbaar met de trend van CO2-uitstoot in dezelfde periode. In alle subsectoren, behalve onderwijs, is een daling van het energieverbruik te zien met gemiddeld bijna 30% in 2020 ten opzichte van 2013, zoals aangegeven in Tabel 22 en Figuur 26. Figuur 26 – Energieverbruik deelsector publieke dienstverlening naar sector, Delft, 2013-2020
Tabel 22 - Energieverbruik deelsector publieke dienstverlening naar sector (TJ), Delft, 2013-2020 Sector
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Openbaar bestuur en defensie (SBI O)
100
90
99
118
109
85
77
74
Onderwijs (SBI P)
630
642
648
645
654
618
571
623
Gezondheids- en welzijnszorg (SBI Q)
272
267
237
228
236
223
194
192
Cultuur en recreatie (SBI R)
84
65
72
78
81
83
72
61
Overige dienstverlening (SBI S, U)
37
28
33
31
29
28
27
25
1.124
1.092
1.090
1.100
1.109
1.037
941
976
Totaal
30
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
2020
3.2.3 Overige deelsectoren Het energieverbruik in de sector industrie is toegenomen met 7% in 2020 ten opzichte van 2013. Dat komt vooral door de toename in elektriciteitsverbruik binnen deze sector van 16% in deze periode. Dit is ondanks een dip in het energieverbruik in 2019, te zien in Figuur 27. Deze dip is niet te verklaren op basis van de data uit de Klimaatmonitor. Figuur 27 – Energieverbruik overige deelsectoren, Delft, 2013-2020
Tabel 23 - Energieverbruik overige deelsectoren naar sector (TJ), Delft, 2013-2020 Sector
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Industrie (SBI C)
1.516
1.615
1.610
1.653
1.621
1.640
1.542
1.622
Bouwnijverheid (SBI F)
12
10
16
17
23
22
21
25
Landbouw (SBI A)
9
6
1
1
6
4
3
2
Overig (SBI B, E)
26
28
25
26
24
25
19
22
1.563
1.659
1.652
1.697
1.673
1.692
1.584
1.671
Totaal
31
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
3.3
Wonen Figuur 28 laat zien dat het totale energieverbruik van woningen in de gemeente Delft bijna hetzelfde blijft over de periode 2013-2020. Het aantal woningen in Delft is met 5% toegenomen tussen 2013 en 2020 (bron: CBS-Kerncijfers Wijken en buurten, databank.nls). Een belangrijke trend is de toenemende warmtelevering vanuit collectieve bronnen, zoals een warmtenet in woningen sinds 2014. Figuur 28 – Totale energieverbruik woningen naar energiedrager, Delft, 2013-2020
Tabel 24 - Energieverbruik sector wonen naar energiedrager (TJ), Delft, 2013-2020 Energiedrager
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Aardgas
1.658
1.519
1.494
1.472
1.481
1.456
1.497
1.658
Elektriciteit excl. eigen gebruik zonnepanelen
444
434
431
430
435
432
428
427
Warmte
16
61
65
107
115
106
123
16
Totaal
2.109
2.011
1.989
2.013
2.028
1.990
2.047
2.109
Het valt op dat er een dalende trend is in het gemiddelde aardgas- en elektriciteitsverbruik in zowel de koop- als huursector in Delft. Figuur 29 en Figuur 30 laten de trend zien over de periode van 2013 tot en met 2020. Dit wordt vooral veroorzaakt door het verduurzamen van de woningvoorraad in Delft, bijvoorbeeld door het isoleren van bestaande woningen en het bouwen van nieuwe gebouwen met een hoge energieprestatie. Bij de koopwoningen zien we een sterkere afname in vergelijking met de huurwoningen. Hoogstwaarschijnlijk komt dat deels doordat de woningeigenaren meer bereid zijn om in de koopwoningen te investeren dan in huurwoningen.
32
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Figuur 29 – Gemiddeld aardgasverbruik woningen naar eigendom, Delft, 2013-2020
Tabel 25 - Gemiddeld aardgasverbruik (m3) woningen naar eigendom, Delft, 2013-2020 Woning
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Huurwoning
1.246
1.219
1.163
1.110
1.106
1.083
1.068
1.069
Koopwoning
1.654
1.670
1.514
1.453
1.469
1.433
1.333
1.370
Figuur 30 – Gemiddeld elektriciteitsverbruik woningen naar eigendom, Delft, 2013-2020
Tabel 26 - Gemiddeld elektriciteitsverbruik (kWh) woningen naar eigendom, Delft, 2013-2020
33
Woning
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Huurwoning
2.199
2.151
2.114
2.096
2.071
2.046
2.004
1.971
Koopwoning
3.060
2.966
2.887
2.837
2.803
2.748
2.651
2.682
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
3.4
Verkeer Van de sector verkeer zijn de data van 2020 nog niet beschikbaar in Klimaatmonitor. Deze data hebben we geschat, zoals beschreven in Paragraaf 1.2. Daardoor worden de data van 2020 gearceerd weergeven in de grafieken in dit hoofdstuk. Zoals Figuur 31 laat zien, is er in de sector verkeer sprake van een dalende trend van het energieverbruik van 2013 tot 2017. Daarna blijft het energieverbruik bijna onveranderd tot 2019, zoals ook voor de CO2-uitstoot. In 2020 schatten wij, vanwege de COVID-19-pandemie, op basis van de landelijke trend een daling van 26% in het energieverbruik voor de sector verkeer. Figuur 31 – Energieverbruik in verkeer (incl. snelwegen), Delft, 2013-2020*
*
De cijfers voor verkeer in 2020 zijn nog niet gepubliceerd en zijn geschat op basis van landelijke cijfers. Daarom zijn deze cijfers gearceerd weergegeven in de grafiek.
Tabel 27 - Energieverbruik in verkeer (incl. snelwegen) (TJ), Delft, 2013-2020* Sector
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020*
Wegverkeer snelwegen
1.277
1.143
1.080
930
805
818
814
0
Wegverkeer excl. snelwegen
708
687
709
713
741
765
764
8
Binnen- en recreatievaart
8
8
9
8
8
8
8
0
149
154
158
154
153
162
168
173
0
0
0
0
0
0
0
681
Mobiele werktuigen Scheepvaart en visserij Railverkeer (alleen diesel) Totaal *
1
1
0
0
0
0
0
725
2.143
1.993
1.956
1.805
1.707
1.753
1.754
1.586
De cijfers voor verkeer en vervoer in 2020 in Delft zijn nog niet gepubliceerd in de Klimaatmonitor. Daarom schatten wij de uitstoot in 2020 in Delft op basis van de data van 2019 en de landelijke emissiecijfers van CBS voor verkeer in 2020.
In dit beeld ontbreekt het elektriciteitsverbruik van elektrische voertuigen. De data van elektrische voertuigen is niet in deze figuren opgenomen, maar wel bij onder andere commerciële dienstverlening (publieke laadpalen) en huishoudens (thuisladen). Om een beeld te geven van de toenemende inzet van elektrische voertuigen, presenteren wij in
34
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Figuur 32 de landelijke cijfers van het aandeel elektrische personenauto’s in de samenstelling van het landelijke wagenpark volgens de Klimaat- en Energieverkenning 2021 (KEV) en de verwerking door het CEREM-model van CE Delft. In 2020, 2,4% van het energieverbruik gemeten in diesel-equivalenten elektrisch werden gerede door elektrische auto’s, deze percentage betreft ook elektrisch gereden kilometers door hybride auto's. Figuur 32 - Landelijke samenstelling wagenpark volgens KEV en percentage elektrische auto’s, 2013-2020
Tabel 28 - Landelijke samenstelling wagenpark volgens KEV en percentage elektrische auto's (% van MJ energieverbruik), 2013-2020
Benzine
35
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
57,6%
59,5%
59,5%
61,2%
62,1%
64,9%
66,4%
68,0%
Ethanol
1,9%
2,0%
2,2%
1,9%
2,0%
2,7%
3,2%
4,4%
Diesel
35,7%
33,7%
34,0%
32,4%
31,3%
27,8%
25,3%
22,3%
Biodiesel
1,0%
1,2%
0,9%
0,6%
0,9%
1,5%
1,8%
1,3%
Biodiesel (fossiel)
0,1%
0,1%
0,0%
0,0%
0,1%
0,1%
0,1%
0,1%
LPG
3,6%
2,7%
2,3%
2,2%
1,9%
1,6%
1,4%
1,3%
Elektriciteit
0,1%
0,6%
0,8%
1,4%
1,5%
1,1%
1,6%
2,4%
Aardgas
0,1%
0,2%
0,2%
0,2%
0,3%
0,3%
0,3%
0,2%
Totaal
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
100,0%
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
In Figuur 33 wordt het aandeel van biobrandstoffen in wegverkeer (inclusief snelwegen) en mobiele werktuigen weergeven. Het inzetten van biobrandstoffen in verkeer komt voort uit EU-regelgeving en wordt vooral meegenomen in doelstellingen om energieneutraal te worden. Daardoor is er een sterke toename van biobrandstoffen in wegverkeer in Delft sinds 2016 en is het aandeel verdubbeld in 2019 ten opzichte van 2013. Figuur 33 – Aandeel biobrandstoffen in wegverkeer (incl. snelwegen) en mobiele werktuigen Delft, 2013-2020*
*
De cijfers voor verkeer in 2020 zijn nog niet gepubliceerd en zijn geschat op basis van landelijke cijfers. Daarom zijn deze cijfers gearceerd weergegeven in de grafiek.
Tabel 29 - Aandeel biobrandstoffen in wegverkeer (incl. snelwegen) en mobiele werktuigen Delft, 2013-2020*
*
36
Beschrijving
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020*
Aandeel biobrandstoffen in wegverkeer (incl. snelwegen) en mobiele werktuigen
2,9%
3,5%
3,0%
2,3%
3,0%
4,8%
6,0%
6,6%
De cijfers voor verkeer en vervoer in 2020 in Delft zijn nog niet gepubliceerd in de Klimaatmonitor. Daarom schatten wij de uitstoot in 2020 in Delft op basis van de data van 2019 en de landelijke emissiecijfers van CBS voor verkeer in 2020.
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
4 Hernieuwbare energie Hoofdvraag: Hoe heeft de opwekking en het gebruik van hernieuwbare energie (op het grondgebied van Delft) zich ontwikkeld in de periode 2013-2020? Dit hoofdstuk geeft de productie van hernieuwbare energie op het grondgebied van Delft weer in de periode 2013-2020. Figuur 34 laat de toenemende productie van hernieuwbare energie in Delft zien. Met name na 2018 neemt dit toe. Het bijmengen van biobrandstoffen in verkeer beslaat bijna 50% van de totale productie van hernieuwbare energie. In 2020 is de productie van hernieuwbare energie fors toegenomen, met 240% ten opzichte van 2013. Dit is exclusief het inzetten van biobrandstoffen in verkeer. Inclusief het bijmengen van biobrandstoffen wordt de toename ruim 131% in 2020 ten opzichte van 2013. Figuur 34 – Lokale productie van hernieuwbare energie naar energiedrager en het bijmengen van biobrandstoffen in verkeer, Delft, 2013-2020*
*
De cijfers voor verkeer van 2020 zijn nog niet gepubliceerd in Klimaatmonitor en zijn daarom gearceerd weergegeven in de grafiek.
Tabel 30 – Lokale productie van hernieuwbare energie naar energiedrager en het bijmengen van biobrandstoffen in verkeer (TJ), Delft, 2013-2020* Energiedrager
37
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020*
Elektriciteit
7
9
12
19
26
35
49
58
Warmte
28
47
52
57
49
59
60
60
Biobrandstoffen
61
70
58
42
51
84
104
104
Totaal
96
126
122
118
126
178
213
222
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
De impact van de lokale energieopwekking op het energieverbruik wordt weergeven in Figuur 35. Het aandeel van hernieuwbare energie neemt toe sinds 2013, met de sterkste toename in jaren 2018 en 2019, ook dankzij het afnemende energieverbruik over dezelfde periode. Figuur 35 – Totale energieverbruik en aandeel hernieuwbaar (incl. snelwegen en biobrandstoffen), Delft, 2013-2020*
*
De cijfers voor verkeer van 2020 zijn nog niet gepubliceerd in Klimaatmonitor en zijn daarom gearceerd weergegeven in de grafiek.
Tabel 31 – Totale energieverbruik en aandeel hernieuwbaar (incl. snelwegen en biobrandstoffen) (TJ), Delft, 2013-2020* Beschrijving
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
96
126
122
118
126
178
213
222
Totaal energieverbruik (incl. snelwegen)
7.665
7.577
7.480
7.377
7.318
7.332
7.012
7.153
Aandeel hernieuwbaar in totaal
1,2%
1,7%
1,6%
1,6%
1,7%
2,4%
3,0%
3,1%
Hernieuwbare energie (incl. biobrandstoffen)
*
2020*
De cijfers voor verkeer en vervoer in 2020 in Delft zijn nog niet gepubliceerd in de Klimaatmonitor. Daarom schatten wij de uitstoot in 2020 in Delft op basis van de data van 2019 en de landelijke emissiecijfers van CBS voor verkeer in 2020.
In 2019 publiceerde CBS de opgewekte zonnestroom per gemeente, RES-regio en provincie in 2018. In 2020 publiceerde CBS de opgewekte zonnestroom per (sub)RES-regio en provincie in 2018 en 2019. Voor de jaren daarvoor maakt de Klimaatmonitor een schatting gebaseerd op het opgesteld vermogen van grote (groter dan 15Kw) en kleine pv-systemen per gemeente, zoals gepubliceerd door CBS. Een technische opmerking is dat de productie van zonne-energie sinds 2019 uitgesplitst wordt naar grote daken. Voor voorgaande jaren is dat nog opgenomen in de categorie ‘zonne-energie overige daken en opstellingen’. In de berekeningen en grafieken van deze studie hebben wij de data van ‘zonne-energie overige daken’ overgenomen onder de categorie ‘zonne-energie grote daken’.
38
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Op het grondgebied van Delft speelt zonne-energie op de daken van woningen een belangrijke rol. Zoals weergeven in Figuur 36 en opgenomen in Tabel 32 vormt dit bijna 70% van de lokale productie van hernieuwbare elektriciteit in 2020 terwijl de zonne-energieproductie in woningen meer dan zeven maal hoger ligt in 2020 ten opzichte van 2013. Figuur 36 – Lokale hernieuwbare elektriciteitsproductie, Delft, 2013-2020
Tabel 32 - Lokale productie van hernieuwbare elektriciteit (TJ), Delft, 2013-2020 2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Zonne-energie woningen
Beschrijving
5
7
10
12
16
21
29
39
Zonne-energie grote daken (>15 kWp)
2
2
2
8
10
14
19
19
Zonne-energie overige daken en opstellingen
0
0
0
0
0
0
1
0
Totaal
7
9
12
19
26
35
49
58
De productie van hernieuwbare warmte is toegenomen met 114% sinds 2013, met uitzondering van het jaar 2017, zie Figuur 37. Het beeld is echter waarschijnlijk niet compleet, omdat voor wko-bodemenergie alleen een benadering van het verbruik van bodemwarmte in de utiliteitsector bekend is vanuit de Klimaatmonitor. Het gaat om open warmte/koudeopslagsystemen (wko) die geregistreerd staan in het Landelijk Grondwater Register en databronnen van provincies. Voor gesloten bodemenergiesystemen zijn er geen gegevens in de Klimaatmonitor beschikbaar.
39
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Figuur 37 - Lokale hernieuwbare warmteproductie, Delft, 2013-2020*
*
De cijfers van 2020 zijn nog niet gepubliceerd in Klimaatmonitor. Daarom nemen wij de data van 2019 over. Deze cijfers zijn daarom gearceerd weergegeven in de grafiek.
Tabel 33 - Lokale hernieuwbare warmteproductie (TJ), Delft, 2013-2020* Beschrijving
*
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020*
Ondiepe bodemenergie (WKO/WP)
28
47
52
57
49
59
60
60
Diepe bodemenergie (geothermie)
0
0
0
0
0
0
0
0
Biogas
0
0
0
0
0
0
0
0
Biomassa
0
0
0
0
0
0
0
0
Afvalverbranding (biogene deel)
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
28
47
52
57
49
59
60
60
De cijfers van 2020 zijn nog niet gepubliceerd in Klimaatmonitor. Daarom nemen wij de data van 2019 over.
Zoals eerder aangegeven, speelt het bijmengen van biobrandstoffen in wegverkeer en mobiele werktuigen een rol bij de energieneutraliteit van de gemeente Delft. In de jaren 2018 en 2019 is het lokaal gebruik van biobrandstoffen sterk toegenomen tot 70% in 2019 ten opzichte van 2013. De data hiervan voor 2020 zijn nog niet beschikbaar in de Klimaatmonitor.
40
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
Figuur 38 – Lokaal gebruik biobrandstoffen, Delft, 2013-2020*
*
De cijfers van 2020 zijn nog niet gepubliceerd in Klimaatmonitor en zijn daarom niet opgenomen in de grafiek.
Tabel 34 - Lokaal gebruik biobrandstoffen (TJ), Delft, 2013-2020* Beschrijving
*
41
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020*
Bijgemengd in wegverkeer
58
66
55
40
47
77
94
94
Bijgemengd in mobiele werktuigen
3
4
3
2
4
7
10
10
Biogas ingezet in verkeer
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
61
70
58
42
51
84
104
104
De cijfers voor verkeer en vervoer in 2020 in Delft zijn nog niet gepubliceerd in de Klimaatmonitor. Daarom schatten wij de uitstoot in 2020 in Delft op basis van de data van 2019 en de landelijke emissiecijfers van CBS voor verkeer in 2020.
220167 - Monitoring CO2-uitstoot en energie gemeente Delft – Mei 2022
5 CO2-uitstoot 1990 Hoofdvraag: Welke uitstoot had de gemeente Delft in 1990? Dit hoofdstuk geeft een inschatting van de uitstoot in 1990. De uitstoot in het jaar 1990 is een referentie voor besparingsdoelstellingen. Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in de uitstoot in dat jaar.
5.1
Methode Voor het jaar 1990 hebben we, in tegenstelling tot de periode 2013-2020, geen gemeentelijke uitstootcijfers volgens de verbruiksbenadering (voor toelichting op verbruiksbenadering, zie Paragraaf 1.1.1). Wel heeft de Emissieregistratie gegevens volgens de bronbenadering (Rijksoverheid, lopend). Deze data is dus exclusief elektriciteitsverbruik, maar inclusief elektriciteitsopwek. Om aan te sluiten bij de verbruiksbenadering, halen we de emissies voor het opwekken van elektriciteit eruit, net als enkele andere, kleinere emissies voor productgebruik (Scope 1). Denk daarbij aan bijvoorbeeld de uitstoot door het roken van sigaren en sigaretten. Vervolgens benaderen we de emissies voor elektriciteitsverbruik met de volgende methode: we berekenen het Delftse aandeel in de uitstoot van Nederland in 1990, wederom op basis van de Emissieregistratie. Het aandeel van Delft in de totale uitstoot, exclusief uitstoot door elektriciteitsopwekking, in 1990 was circa 0,37%. Dit aandeel vermenigvuldigen we met de totale uitstoot door elektriciteitsopwekking van Nederland in 1990 (39,6 Mton) (PBL, 2021). Zo becijferen we dat Delft in 1990 147 kton CO2-equivalenten uitstootte voor het verbruik van elektriciteit. Er zijn meerdere manieren waarop we de uitstoot voor elektriciteitsverbruik kunnen schatten.