Kindcentra Tanthof-West PUK
Tekst van het document
Plan Uitwerkingskader (PUK) Kindcentra Tanthof-West Versie 20.11.2023
PUK - Kindcentra Tanthof-West
De bestaande schoolgebouwen in Tanthof-Oost en -West zijn toe aan vernieuwing. Er is besloten om in TanthofWest op de bestaande schoollocatie aan de Bikolaan nieuwbouw te realiseren voor 2 kindcentra en bijbehorend bewegingsonderwijs. De kindcentra combineren op een eigentijdse manier basisschool, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en peuterspeelzaal. Tezamen met de doorontwikkeling van het bewegingsonderwijs vraagt dit meer ruimte, maar ontstaan ook kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. In dit Plan Uitwerkingskader (PUK) wordt nader beschreven wat de visie en ambitie van de gemeente is bij de herontwikkeling van de locatie en of en zo ja in welke mate van het vastgestelde beleid of het bestemmingsplan kan worden afgeweken. Het PUK is geen definitief plan, maar vormt het vertrekpunt voor het gesprek met de onderwijsinstellingen, architect en omgeving.
Ligging in de stad
Landschap & bebouwingsstructuur
n
olaa Bik
locatiegrens
Zichtbare fietsenstalling
Zicht op het park
Verouderde inrichting Veel verharding
Harde overgangen gemarkeerd door hekwerken
Fietsroute
Groenstructuur onderbroken
Park
Angolastraat
Afwisseling laag en opgaand groen
Lage goot
• De locatie is centraal gelegen in Tanthof-West (wijk) en Afrikabuurt-Oost en goed bereikbaar, met name te voet en op de fiets. In aansluiting op de uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan van de wijk is de auto daarbij ondergeschikt en zijn de langzaamverkeersroutes en de verbinding met het groen hier belangrijk. • De autoluwe bouwblokken zijn op basis van de kenmerkende orthogonale verkavelingsstructuur rondom de Bikolaan gegroepeerd binnen de groen blauwe hoofdstructuren die de buurt aan de noord- en zuidkant begrenzen. • Via noordelijke en zuidelijke fietsbruggen komen doorgaande fietsroutes uit bij de Bikolaan. De Angolastraat is er daar 1 van en loopt aan de westzijde direct langs de locatie. • De doorgaande wegen begrenzen de buurt aan de oosten west kant. Het parkeren voor dit deel van de buurt is hier aan gekoppeld en geconcentreerd op twee grote parkeerterreinen. Ook wordt hier de aansluiting gevonden met het OV. • De Bikolaan verbindt beide zijden en zorgt voor een formele route naar de locatie en bestaande voorzieningen in de buurt. Tegelijkertijd zijn er door de bouwblokken diverse informele routes.
Hagen
Zicht op straat
Galerijen met trappenhuizen in de straat
Hekwerk beeldbepalend Knip
Verharde "voortuin"
Angolastraat
Smal woonerf Kleinschaligheid
Laag hekwerk
Continue groenen boomstructuur
Bikolaan
Vrij van parkeren Geen doorgaand verkeer, inrichting wel gericht op de auto
Breed trottoir Groenstructuur onderbroken
Verharde speelplek voor de buurt en informeel schoolplein
Geen interactie tussen bebouwing en groen
Blinde kopgevel(s)
Blinde zij- en achterkanten rondom kreekzone
Hangplek Anonieme entree
Fietsroute naar omliggende buurten
Hondenuitlaatplaats
Bouwhoogtes
Park
Slecht verlicht, onveilig gevoel
Geen formele doorgaande route
Gebruik
Play
Park n
ninge
zie Voor Plein n
olaa Bik
• De entrees van de buurt aan de oost- en westzijde van de Bikolaan worden gemarkeerd door 2 hoge poortgebouwen van 5 lagen plus kap. • De achterliggende gestapelde bebouwing met voorzieningen in de plint aan de noord-oostkant van de Bikolaan is plat afgedekt en zorgt mede door de maat en schaal voor een meer stedelijk karakter. • Ondanks een iets kleinere maat en schaal van de gestapelde bebouwing met kap aan de zuidkant van de Bikolaan, blijft sprake van een meer stedelijke karakter. O.a. door het relatief smalle profiel met galerijen aan de straat en nadrukkelijke positionering van de trappenhuizen. Deze zijn één laag minder hoog dan de bouwblokken. • De achterliggende bebouwing aan beide zijden kenmerkt zich door een meer menselijke maat met overwegend lagere grondgebonden woningen met kap aan smalle veelal verharde woonerven. Uitzondering is de Angolastraat. De begroeide rand van het schoolplein is hier mede bepalend voor het groene karakter. • De huidige school is plat afgedekt en bestaat uit 1 laag. De gymzaal is hierbij iets hoger. HAT-eenheden met zicht op plein
• De Bikolaan fungeert als centrale openbare ruimte waar de buurtvoorzieningen aan zijn gelegen en zorgt tegelijkertijd voor de verbinding tussen de aanliggende bouwblokken. • Het grootste deel van het schoolplein ligt nu aan de oostkant van de locatie. De buitenruimte sluit hier aan op kleine “achtertuinen” van de gestapelde HAT-eenheden met middencorridor. M.u.v. de commerciële plint aan het Bikoplein is de begane grond in gebruik door veelal tijdelijke bewoners van Perspektief. • M.u.v. twee groenbuffers aan de oost- en westkant van de locatie is de buitenruimte erg versteend, voorzien van formele speelplekken en wordt deze nadrukkelijk begrensd door hekwerken en schuttingen. Tezamen met de scherpe formele overgangen tussen verharding, groen en water oogt de inrichting van de buitenruimte gefragmenteerd en verouderd. • De Krajicek playground en speeltuin in het park zijn belangrijk voor de buurt maar fungeren tevens als uitloop van het formele schoolplein. Hierdoor kent ook het park een hoge verhardingsgraad en ontbreekt een sterke relatie tussen de bebouwing, park en groen blauwe hoofdstructuur.
2 grote bomen op plein
Robuust opgaand groen met bomen op eigen terrein
Schutting voor het groen
Lager en minder robuust groen op perceelsgrens
Fietsenstalling in speelzone
Plein tot op perceelsgrens Afkalvende groenbuffer op plein
Schoolplein
Verhard plein Hoog hekwerk
Schoolplein
Weinig schaduw Hoog hekwerk
Trafo
Visie & ambitie
5. Betekenisvol landschap in de buurt
Tanthof is van oudsher ontwikkeld in samenhang met het oorspronkelijke landschap. Door de hoge verhardingsgraad en oriëntatie van bebouwing komt dat op de bestaande schoollocatie niet tot zijn recht ondanks de ligging aan de groen blauwe hoofdstructuur. Middels vergroening en heroriëntatie is het de ambitie om de nieuwe bebouwing en buitenruimte te verbinden met het omliggende landschap, de groen blauwe kwaliteiten hiervan ook tot uitdrukking te laten komen in de directe woon- en leeromgeving en aansluiting te zoeken op bestaande (groen)structuren.
De nieuwe kindcentra aan de Bikolaan vormen een belangrijke bouwsteen voor een toekomstbestendig voorzieningenhart in Tanthof-West. In de visie van de gemeente gaat het bij de herontwikkeling van de bestaande schoollocatie niet alleen om het realiseren van nieuwe onderwijsgebouwen, maar juist ook om de meerwaarde voor de directe omgeving en de bijdrage aan buurt, wijk en stad. In aansluiting op de “10 principes voor het bouwen” drijft de visie op 7 ambities welke in het volgende hoofdstuk verder worden uitgewerkt. Onderstaande visiekaart voorziet daarbij in een beeldende samenvatting van deze uitwerking.
6. Een sterk hart voor Tanthof-West
1. Kindcentra voor de toekomst
In Tanthof wordt ingezet op de concentratie van economische en sociaal maatschappelijke voorzieningen in het hart van de wijken. Dit draagt bij aan het in stand houden en versterken van het voorzieningenniveau in de directe nabijheid van mensen. Zoekende naar een gezonde mix is dit ook belangrijk om als aantrekkelijke centrale ontmoetingsplek te kunnen blijven fungeren en om een bijdrage te kunnen leveren aan de leefbaarheid en veiligheid in wijk en buurt. De Bikolaan is hierbij de belangrijkste levensader en bepalend voor ontmoeting en uitstraling van de buurt. De nieuwe bebouwing en buitenruimte dragen hier maximaal aan bij en zoeken een nadrukkelijke interactie met de openbare ruimte en relatie met bestaande voorzieningen rond het Bikoplein.
Delft wil ieder kind een aangename en veilige leeromgeving bieden. Met de nieuwe kindcentra aan de Bikolaan kan dit op een eigentijdse manier worden vormgegeven en kan dit worden gegarandeerd voor de toekomst. De nieuwbouw is daarbij in staat om zich aan te passen aan een veranderende visie op onderwijs of veranderend gebruik. Dit vraagt om een adaptief en flexibel gebouw dat aansluiting blijft vinden met de buitenruimte en de directe omgeving. Toekomstbestendigheid vraagt tevens om een hoogwaardige kwaliteit zowel van het gebouw(ontwerp) als van techniek, materialen, afwerking en detaillering.
2. Een duurzame, klimaatbestendige en gezonde leeromgeving
Bij herontwikkeling van de schoollocatie kan actief worden gewerkt aan een duurzaam en toekomstbestendig Delft. De nieuwe kindcentra en buitenruimte versterken daarbij de gezondheid en het welbevinden van mens en dier. Gelet op de hoge verhardingsgraad wordt ingezet op meer groen en minder verharding. Niet alleen belangrijk voor klimaatadaptatie en biodiversiteit, maar ook voor het creëren van een gezonde en aantrekkelijke leeromgeving. Met de vernieuwing van de verouderde onderwijsgebouwen kan tegelijkertijd de milieubelasting aanzienlijk worden verlaagd en liggen er kansen voor hergebruik van materialen en grondstoffen of het sluiten van kringlopen.
Locatiegrens Bebouwingsrichting Hoofdentree (indicatief) Verplichte voorgevelrooilijn Optionele verspringing Uiterste voorgevelrooilijn Hoekaccent (onderzoek) Variabele rooilijn Oriëntatie op & interactie met park Vergroening: buitenruimte & gebouw Verbinding door middel van groene dak-, gevel-, en grondoppervlakken Groene karakter Angolastraat behouden Groenstructuur Bikolaan versterken
7. Delftenaren maken de stad
De bewoners, bedrijven en organisaties in Tanthof hebben veel kennis en inzichten die waardevol zijn voor de herontwikkeling van de bestaande schoollocatie. Delft zoekt graag de samenwerking en afstemming om tot een gezamenlijke leer- en leefomgeving te komen. Door de denkkracht uit de wijk en buurt hierbij in te zetten, ontstaan plannen met draagvlak en meerwaarde. Tegelijkertijd versterkt dit de inbedding binnen de lokale context en de aansluiting op de rest van de stad.
3. Zorgvuldig ingepast in de buurt
De nieuwbouw wordt ruimtelijk en programmatisch opgevat als onderdeel van het (voorzieningen)hart van de buurt. Vanuit een meer stedelijk karakter rondom het Bikoplein wordt ontworpen richting een dorps karakter in de Angolastraat. Tegelijkertijd is het de ambitie om de ligging aan de groen blauwe hoofdstructuur beter te benuttten en een sterkere wisselwerking met het park te zoeken. Een intensiever programma gecombineerd met ruimte voor spelen en landschap vraagt om een compact gestapeld ontwerp met oog voor menselijke maat en zorgvuldige overgangen naar de directe woonomgeving. Op basis van beeld- en omgevingskwaliteit wordt daarbij gezocht naar verbinding tussen het ontwerp van gebouw en buitenruimte en de bestaande context.
4. Voetganger op één en goed bereikbaar met de fiets
In Delft wordt prioriteit gegeven aan voetgangers en fietsers. Dit sluit goed aan op de kenmerkende stedenbouwkundige structuur van Tanthof en de vele voet- en fietsverbindingen die er zijn. De auto is in veel gebieden al ondergeschikt; zo ook in dit deel van de Afrikabuurt-Oost. De straten zijn autoluw, veelal ingericht als woonerf en niet bestemd voor doorgaand verkeer. Het parkeren is daarbij aan de buitenranden van de buurt geconcentreerd vanwaar de voorzieningen goed te voet bereikbaar zijn. Hierdoor is er in beginsel al sprake van een rustige verkeersveilige omgeving. Bij herontwikkeling wordt deze situatie behouden en waar mogelijk versterkt.
Wateropgave klimaatbeleid Vertragende & beleefbare waterafvoer Wadi (indicatief) Natuurvriendelijke oever Ruimtelijk programmatische verbinding met Bikoplein (onderzoek) Vernieuwing HAT-complex (onderzoek) Sprekende kopgevels (onderzoek) Aantrekkelijk entreegebied Bikolaan als verbindende openbare ruimte Bestaande voorzieningen
Het ruimtelijk beleid van Delft wordt samengevat in de zogenaamde "10 principes voor het bouwen in Delft". Met pictogrammen wordt per ambitie aangegeven aan welke beleidsprincipes een bijdrage wordt geleverd. Lokale opgaven koppelen
Delft is verbonden met natuur
Delft is een gezonde en verbonden stad
In Delft wordt het bedacht en gemaakt
Stad van korte afstanden
Delft is historie
Delft is duurzaam en energieneutraal
Delft is een gastvrije stad
Delft, wonen voor iedereen
Delft is creativiteit en innovatie
Uitwerking van de ambitie
In dit hoofdstuk worden de 7 ambities (wensen) verder uitgewerkt. In de basis is dit uitnodigend en richtinggevend voor het ontwerp en participatieproces. Om hier binnen op een minimale kwaliteit te kunnen sturen zijn concrete randvoorwaarden (eisen) opgesteld. In aansluiting op het vastgestelde ruimtelijk beleid leggen deze randvoorwaarden een koppeling met de specifieke opgave en locatie. Daar waar de gemeente ruimte ziet om van beleid of bestemmingsplan af te wijken, zijn onderzoeksvragen geformuleerd. De antwoorden op deze onderzoeksvragen kunnen dienen als onderbouwing voor het gemotiveerd afwijken van beleid of bestemmingsplan. Ook zijn er verdiepingsvragen geformuleerd die gaan over de kwaliteit van de ontwikkeling. De antwoorden op deze vragen helpen bij het voeren van het goede gesprek, de verdere uitwerking en het maken van de juiste afwegingen. Onderwijsinstellingen, architect, omgeving en gemeente zoeken elkaar daarbij op, want samen maken we de stad!
1. Kindcentra voor de toekomst Delft Kennisstad is nog niet voor iedereen in de stad toegankelijk, maar moet dit wel worden. Het onderwijs speelt daarbij de belangrijkste rol omdat de school een formeel en informeel netwerk biedt voor kinderen en hun ouders. Delft zet zich in om ieder kind de kans te geven op een goede start en om veilig en gezond op te groeien. Dat betekent goed en toegankelijk onderwijs, waarbij talentontwikkeling wordt gestimuleerd en jongeren die (tijdelijk) extra zorg en aandacht nodig hebben worden ondersteund.
Eigentijdse en gezonde leeromgeving Bron: Next Architects - Kindcentrum Cartesius in Utrecht
De nieuwbouw van de kindcentra geeft optimaal invulling aan deze visie op onderwijs en zorgt voor een veilige en gezonde leeromgeving. De gebouwen zijn daarbij van hoogwaardige kwaliteit en toekomstbestendig. Dit vraagt om grote mate van adaptiviteit en flexibiliteit. Leegstand van (delen van) gebouwen moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Samenwerking met andere (sociaal maatschappelijke) partijen biedt hierbij kansen, mits goed geregeld en passend bij de aard van het onderwijs. Ook BSO, peuterspeelzaal en KDV maken onderdeel uit van deze veilige en gezonde leeromgeving. Tezamen met het onderwijsprogramma is dit de basis van de nieuwe kindcentra. Hoewel met 2x 350 kinderen het leerlingenaantal gelijk is aan het oorspronkelijke aantal kinderen op deze locatie, vraagt deze nieuwe eigentijdse opzet en programmering wel meer ruimte. Dit geldt ook voor het bewegingsonderwijs, waarbij één gymzaal niet meer toereikend is. De wensen en eisen die aan gebouwen voor (bewegings)onderwijs worden gesteld zijn veranderd sinds 40 jaar geleden en moeten ook weer minimaal 40 jaar mee.
Interne en externe relaties versterken het gebouwontwerp Bron: KOW - IKC Remigius in Duiven
De PvE’s van beide kindcentra vormen het uitgangspunt voor de nieuwe opzet en het benodigde programma. Concreet betekent dit dat er meer volume zal terugkomen op deze locatie. Dat vraagt om een slim en compact ontwerp, waarbij de vormgeving en schaalgrootte van belang is voor de herkenbaarheid en identificatie van leerlingen met ‘hun’ kindcentrum. De gebruikskwaliteit voor kinderen en medewerkers staat daarbij voorop. Verder is het belangrijk dat het gebouw goed toegankelijk is voor alle kinderen en ouders. Bij het ontwerpen wordt dan ook rekening gehouden met de adviezen uit het ‘Handboek voor Toegankelijkheid’. Daarnaast is het uitgangspunt dat leerlingen les krijgen in gebouwen met een fris, gezond en prestatie bevorderend binnenklimaat en dat de buitenruimte dit ondersteunt en versterkt. Hierbij wordt vanuit de ambitie voor een groen blauw schoolplein gezocht naar een goede balans tussen verharde en onverharde buitenruimte. De bebouwing en buitenruimte worden zodanig ontworpen dat leerlingen actief worden aangezet tot bewegen en in beweging blijven. Door bij de nieuwe gymzalen gebruik te maken van afwijkende maten, moderne inrichting en flexibele indeling kan hier maximaal op worden ingespeeld.
Bron: Zoetmulder Schoots architecten - IKC Meeroevers in Meerstad
Met 2 nieuwe kindcentra in Tanthof-West en 1 nieuw kindcentrum in Tanthof-Oost is er op basis van de prognoses meer dan voldoende plek voor alle kinderen uit Tanthof, ook in de toekomst. Mocht er onverwacht toch sprake zijn van een substantiële groei, dan zullen de kindcentra eerst het aantal kinderen van buiten Tanthof gaan beperken. Mocht dit voor Tanthof-West toch onvoldoende zijn, dan zou extra ruimte buiten deze locatie nodig kunnen zijn. De bestaande onderwijslocatie aan de Derde Werelddreef 29 lijkt een voor de hand liggende plek, maar zou op termijn ook aantrekkelijk kunnen zijn voor andere functies. Dit zelfde geldt voor de bestaande onderwijslocatie in Tanthof-Oost. Dit vraagt dus om een zorgvuldige afweging om al dan wel of niet een strategische reserve in de wijk te behouden.
2. Een duurzame, klimaatbestendige en gezonde leeromgeving
Bron: KOW - IKC Remigius in Duiven
De bestaande schoollocatie is grotendeels bebouwd en verhard. Slechts 7,5% van het kavel is groen en er zijn relatief weinig (grote) bomen. Dit maakt de plek gevoelig voor hittestress en wateroverlast. Het klimaatbeleid van Delft is er juist op gericht om dit te voorkomen en te zorgen voor een groenere adaptieve omgeving om ook in de toekomst de leefbaarheid te kunnen blijven garanderen. Gelet op het (onderwijs)programma en de centrale ligging in de buurt is dat op deze locatie extra belangrijk.
Bouwkunde en techniek zijn adaptief, flexibel en toekomstbestendig. Bron: Zoetmulder Schoots architecten - IKC Meeroevers in Meerstad
Randvoorwaarden • Compact gebouw waarbij de massaopbouw, schaalgrootte en vormgeving zorgt voor herkenbaarheid en identificatie met de verschillende (onderwijs)programma’s. • De kindcentra zijn grondgebonden en het merendeel van de netto bruikbare speelruimte per kindcentra bevindt zich op maaiveldniveau. • Minimaal klasse B uit het PvE Frisse Scholen, met uitzondering van natuurlijk licht waar het bouwbesluit voor wordt gevolgd. • Het gebouw moet zodanig worden gerealiseerd dat wanden makkelijk kunnen worden verplaatst (adaptiviteit). De draagconstructie moet zo zijn opgezet dat adaptiviteit van indeling mogelijk is. • Het interieur dient flexibel te worden ontworpen, zodat in verschillende werkvormen kan worden gewerkt (flexibiliteit). • De bebouwing en de buitenruimte stimuleren beweging, spelen en een gezonde levensstijl. • Delen van het gebouw moeten kunnen worden afgesloten voor avond-, weekend- en vakantiegebruik en voor alternatieve benutting bij leegstand. Verdiepingsvraag • Kan het minimum van 600 m2 netto bruikbare speelruimte per onderwijsinstelling worden vergroot zonder dat dit ten koste gaat van een kwalitatieve en landschappelijke inpassing van gebouw en buitenruimte in de buurt en de ambities voor vergroening van de locatie.
Bomenverordening Delft Het uitgangspunt is om bestaande bomen te behouden. In een boombesparend plan wordt aangegeven op welke manier behoud van bestaande bomen gegarandeerd kan worden. Gelet op de omvang en het voorkomen van hittestress is dit voor grotere bomen extra van belang. Als kap toch onvermijdelijk is, geldt voor vergunningplichtige bomen een herplantplicht.
Gebouwontwerp afgestemd op bestaande bomen
Een groenere adaptieve inrichting is niet alleen belangrijk voor de leefbaarheid. Het kan ook bijdragen aan een aantrekkelijke en gezonde leeromgeving, zeker wanneer groen (en water) zichtbaar en beleefbaar wordt gemaakt in gebouw en buitenruimte en kinderen spelenderwijs bekend en vertrouwd kunnen raken met de natuur. Een groen blauw schoolplein stimuleert dit en nodigt tegelijkertijd uit tot bewegen en gezond gedrag.
Mede gelet op het stevige gebouwde programma, de noodzaak tot verhard oppervlak (zoals fietsenstallingen, toegangs- en onderhoudspaden), de behoefte om ook verharde speelruimte te gebruiken en dit vanwege de toegankelijkheid en veiligheid soms beter te willen verlichten, ligt hier een grote uitdaging. Dit vraagt om meervoudig ruimtegebruik en slimme oplossingen of toepassingen.
Groene buitenruimte met bomen die voor schaduw op het plein zorgen
Ten opzichte van de huidige situatie vraagt dit om het verlagen van de verhardingsgraad, extra groenoppervlak en interactie van gebouw en buitenruimte met het groen. Waar mogelijk wordt het groenoppervlak voorzien van inheemse (opgaande) beplanting en wordt ruimte gemaakt voor (grotere) bomen. Hierbij liggen ook kansen om nadrukkelijker de wisselwerking te zoeken met het park en de groen blauwe hoofdstructuur die door de bestaande verhardingen en hekwerken nu in feite op afstand liggen. Naast het toevoegen van groen zou water hierbij als verbindend element kunnen worden gebruikt door het hemelwater bijvoorbeeld vast te houden op de locatie en zichtbaar af te wateren richting de hoofdwatergang. Beleidsregel Klimaatadaptief Bouwen Ook als de verhardingsgraad wordt verlaagd geldt op basis van het gemeentelijk klimaatbeleid een wateropgave; o.a. het op eigen terrein vasthouden en verwerken van 70 mm water per uur en volledige afkoppeling van het hemelwaterriool.
Hoe dan ook wordt de biodiversiteit bevorderd en de bebouwing en buitenruimte natuurinclusief ontworpen en ingericht. Hierbij wordt gezocht naar een goede balans tussen gebruikswaarde, belevingswaarde en ecologische waarde om tot een aantrekkelijke en veilige leer- en leefomgeving te komen. Zowel voor huidige en toekomstige gebruikers als de flora en fauna in het gebied.
Bron: BDG architecten - Beweegplein Groevenbeek in Ermelo
Bij een duurzame ontwikkeling is het tevens belangrijk om negatieve milieueffecten te voorkomen of deze zo veel mogelijk te beperken, zuinig te zijn op energie en zorgvuldig om te gaan met materialen en grondstoffen. Delft daagt de ontwerpers van gebouw en buitenruimte hierbij uit om maximaal bij te dragen aan de energietransitie en te komen met ambitieuze plannen voor circulariteit. Randvoorwaarden • Het groenoppervlak op maaiveld wordt vergroot en staat waar mogelijk in verbinding met bestaand en/of omliggend groen. • Bij het toevoegen van extra groenoppervlak kan naast het maaiveld ook gebruik worden gemaakt van de gevels en/of het dak, mits in aansluiting op de ambities sprake blijft van een doelmatige en evenwichtige verdeling tussen maaiveld en gevel-/ dakoppervlak. • Het groenoppervlak wordt robuust vormgegeven en zo veel mogelijk aaneengesloten. Versnippering en restgroen worden hierbij voorkomen. • Eventuele herplantplicht voor vergunningplichtige bomen wordt op de locatie vervuld. • Er wordt geen onnodige verharding toegepast en wanneer noodzakelijk wordt eerst bezien of halfverharding kan worden toegepast. • Ten aanzien van natuurinclusief bouwen wordt ingezet op biotopen voor de volgende icoonsoorten: mussen, laatvlieger, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. Ten aanzien van de buitenruimte wordt tevens ingezet op de doelsoort(groep) wilde bijen en/of vlinders.
• Door de ontwerper(s) van de kindcentra wordt in overleg met de gemeentelijke groendeskundige(n) een inrichtings- en beplantingsplan voor de buitenruimte opgesteld. • De ontwikkeling is energieneutraal (BENG3 = 100%) en de belasting op het bestaande elektriciteitsnet wordt zoveel mogelijk beperkt. De initiatiefnemer dient hier te komen door de stappen te doorlopen uit de ‘Leidraad Energiesysteem ontwerp Nieuwbouw (2023)’.
Verdiepingsvragen • Hoe kan het gebouwde onderwijsprogramma tezamen met de verharde buitenruimte op een evenwichtige en kwalitatieve manier worden verenigd met de ambities voor een groen blauw schoolplein en vergroening van de locatie? • Hoe kan de klimaatopgave worden ingezet om een (nadrukkelijkere) verbinding te leggen met het park en de groen blauwe hoofdstructuur? • Is het mogelijk om aan de kant van het park en langs de Bikolaan en Angolastraat de oppervlakte tussen de voorgevelrooilijn en perceelsgrens voor minimaal 50% groen in te richten? • Hoe kunnen middels het ontwerp van bebouwing en buitenruimte de juiste biotopen of leefgebieden voor de icoonsoorten van het gebied worden gerealiseerd? • Kunnen fundering, gebouwdelen of materialen van de bestaande gebouwen en buitenruimte worden hergebruikt? • Kan het gebouw worden ontworpen met een Milieuprestatie voor Gebouwen (MPG) van 0,5? • Is het mogelijk om te ontwikkelen binnen het CO2carbon budget en de gebouwen hierbij gedurende de levenscyclus niet meer dan 220 kg CO2/m2 te laten uitstoten?
3. Zorgvuldig ingepast in de buurt
Overall wordt Tanthof gekenmerkt door een groen dorps karakter met lucht, ruimte en menselijke maat. Zoals uit de inleidende beschrijving van de karakteristiek blijkt, is dit vooral aan de noord-westkant van de locatie terug te zien rondom de groen blauwe hoofdstructuur en in de Angolastraat alwaar kleinschaligheid en het groen bepalend zijn voor het straatbeeld. In afwijking van het overall beeld sluit de zuid-oostkant van de locatie juist aan op een meer stedelijk karakter wat ontstaat door de hogere en meer gestapelde bebouwing, grovere korrel en steviger massaopbouw. Deze gradiënt geldt als uitgangspunt voor de inpassing van het nieuwe programma op de locatie. Gelet op de beoogde functie, betekenis en relatie met het Bikoplein wordt de nieuwbouw binnen de bredere stedenbouwkundige context wel opgevat als onderdeel van het (voorzieningen)hart van de buurt. Tegelijkertijd bestaat de ambitie om de buitenruimte nadrukkelijker
te koppelen aan het park en de groen blauwe hoofdstructuur. Het ontwerp van gebouw en buitenruimte speelt hier in beide gevallen qua massaopbouw, positionering en oriëntatie op in.
Bron: Next Architects - Kindcentrum Cartesius in Utrecht
In aansluiting op de verkaveling van de buurt volgt de nieuwbouw hierbij het kenmerkende orthogonale stramien van de buurt. Ook langs de Bikolaan, die ter plaatse van de locatie juist iets schuin ligt ten opzicht van dit stramien. Hierdoor ontstaat aan deze zijde overmaat om een uitnodigender groene voorzone te realiseren en/ of ruimte voor een verspringende rooilijn. Twee of maximaal drie bouwlagen zijn goed inpasbaar en in feite ook noodzakelijk gelet op het nieuwe programma en de combinatie met de ambities en randvoorwaarden. Omdat de locatie aan 3 zijden en op relatief korte afstand wordt omsloten door woonbebouwing zijn de overgangen naar de bestaande omgeving daarom erg belangrijk. Op basis van het huidige bestemmingsplan is de bebouwing tot op de randen van de locatie toegestaan. Hiermee wordt onvoldoende aansluiting gevonden op de stedenbouwkundige context met bijbehorende karakteristiek en is een kwalitatieve inpassing van het beoogde programma niet vanzelfsprekend of geborgd. Bij hogere bebouwing wordt in dit geval dan ook om een grotere afstand tot de omgeving, meer groen en versterking van landschappelijke structuren en kwaliteiten in de buurt gevraagd. Per zijde is aansluitend op de karakteristiek zorgvuldig gekeken naar de minimale kwaliteit. Dit is vervolgens doorvertaald in specifieke randvoorwaarden per zijde.
Bikolaan In basis kent de Bikolaan een ruim basisprofiel bestaande uit een rijbaan met aan weerszijden een herkenbare begeleidende boom- en groenstructuur en een loopzone aansluitend op de bestaande bebouwing. Ter plaatse van de locatie loopt de boomstructuur weliswaar door, maar is de begeleidende groenstructuur op maaiveld verworden tot breed trottoir. In afwijking van het basisprofiel zou bebouwing hier ook dichter op de Bikolaan gebouwd kunnen worden. Beide situaties zijn ongewenst.
BP
Een zorgvuldige inpassing in de buurt vraagt juist meer ruimte in het profiel. Niet alleen om aansluiting te vinden bij de bestaande gebouwde context, maar ook om een aantrekkelijke voorzone te realiseren waar voldoende ruimte is voor groen en voor het halen en brengen van kinderen. Door de hogere veelal gestapelde bebouwing, galerijen aan de straat en trappenhuizen tot nagenoeg op de weg komt het profiel minder ruimtelijk over en krijgt het een meer stedelijk karakter. 2 of 3 bouwlagen kunnen hierbinnen goed worden ingepast. Binnen de vrijheid om zowel te kiezen voor een kap als platte afdekking is het wel belangrijk om qua hoogte aansluiting te vinden op het kenmerkende asymmetrische straatprofiel, waarbij aan de zuidkant van de Bikolaan sprake is van een flauwere kap dan aan de noordkant waar de locatie aan grenst. De continuïteit van bebouwing langs de Bikolaan is belangrijk voor de begeleidende werking naar het Bikoplein en het versterken van de relatie hiermee. Mede gelet op de eerder beschreven gradiënt en de ambitie om de buitenruimte meer te koppelen aan het park en de groen blauwe hoofdstructuur, wordt langs de Bikolaan dan ook een verplichte voorgevelrooilijn voorgeschreven die aansluiting vindt op de kop van het naastgelegen HAT-complex. Om een rustig straatbeeld te houden mag deze voorgevelrooilijn éénmaal naar voren verspringen.
Dit kan de zichtbaarheid vanaf het Bikoplein vergroten of de mogelijkheid bieden om een (hoofd)entree te accentueren. Tegelijkertijd kan hiermee aan weerszijden beter op de bestaande bebouwing worden aangesloten.
Angolastraat Het profiel van de Angolastraat is minder ruim. De locatie grenst hierbij direct aan een smal woonerf met lage veelal grondgebonden (huur)woningen. Dit zorgt voor een zekere kleinschaligheid en menselijke maat, wat wordt versterkt door het groene karakter. De groene buitenrand op de locatie is hier mede bepalend voor, maar biedt zeker ook de mogelijkheid tot interactie met de school en het schoolplein. Zicht op de straat en buitenruimte zorgen hier voor minder anonimiteit.
BP
De ambitie is om deze karakteristiek in de Angolastraat te behouden en waar mogelijk te versterken. Nieuwbouw direct tegen de Angolastraat aan is daarbij ongewenst ondanks dat dit nu is toegestaan op basis van het huidige bestemmingsplan. Dit staat niet in verhouding tot het kleinschalige profiel en biedt ook onvoldoende ruimte om het groene karakter te behouden. In beginsel dient hiertoe ruimte voor bomen en andere robuuste opgaande beplanting op maaiveld te worden gevonden. Aanvullend hierop kunnen ook de mogelijkheden voor groene gevels (en daken) worden onderzocht. Het is hoe dan ook belangrijk om bij een hoger wordende bouwmassa meer afstand tot de bestaande woningen aan te houden. Binnen de vrijheid om zowel te kiezen voor een kap als platte afdekking geldt het kenmerkende kapprofiel van de woningen in de Angolastraat hierbij als uitgangspunt. HAT-complex Aan de oostzijde staat het gestapelde HAT-complex erg dicht op de locatie en wordt de overgang gevormd door direct aangrenzende "achtertuinen" van slechts 3 meter diep. Op de rand van de locatie is nu een groenbuffer aanwezig die aan de kant van de scholen voor een groot deel aan het zicht wordt onttrokken door een schutting.
BP
Het resterende deel wordt langzaam gekannibaliseerd door het schoolplein. Beide situaties zijn ongewenst. De ambitie is om hier vanuit een integraal ontwerp van de buitenruimte te zoeken naar een meer eenduidige overgang waarbij vanuit de locatie meer de nadruk zal liggen op functionaliteit en doelmatigheid, maar vanuit het HAT-complex tegelijkertijd de nodige (beeld)kwaliteit wordt gevraagd. De positionering van de huidige buitenruimte zorgt aan deze zijde voor een geruime afstand tussen HATcomplex en het bestaande schoolgebouw. Op basis van het bestemmingsplan kan nieuwe en hogere bebouwing echter tot op de rand van het perceel worden gebouwd. Dit is ongewenst, zeker wanneer sprake is van een meer gestapeld programma. Door ook aan deze zijde het kenmerkende kapprofiel van de Angolastraat te
hanteren, kan binnen een gelijkwaardige minimale afstandsmaat op een beter woon- en leefklimaat vanuit het HAT-complex worden aangestuurd en tegelijkertijd worden gezocht naar een kwalitatieve overgang naar de locatie waarbij bomen, robuust opgaand groen en de bufferende werking hiervan nog steeds van belang kunnen zijn. Te meer het HAT-complex hier ook op de verdieping uitzicht biedt op de nieuwe bebouwing en de buitenruimte. Aangezien deze zijde niet direct grenst aan de openbare ruimte wordt deze tussenruimte wel meer als "achtererf" beschouwd. Dit maakt deze tussenruimte ook meer geschikt voor bijgebouwen, fietsenstalling, bergingen, e.d. Door dit landschappelijk in te passen en gebruik te maken van groene gevels en daken kan op een functionele en efficiënte manier toch een kwalitatieve groene overgang worden gecreëerd. Te samen met een bomenrij en/of groene gevels en daken op het hoofdgebouw kan dit een samenhangend geheel vormen en ook op de hogere verdiepingen van het HATcomplex als zodanig worden ervaren.
Beeldkwaliteit Binnen de stedenbouwkundige context met reeds beschreven karakteristiek, de maximale bouwhoogte van 3 lagen en zorgvuldige overgangen naar de directe omgeving is er relatief veel vrijheid om het nieuwe programma te ontwerpen. De afzonderlijke programma's worden echter wel in samenhang en als éénheid ontworpen. Ten behoeve van de oriëntatie en herkenbaarheid zijn beide kindcentra en het bewegingsonderwijs hierbinnen wel als aparte entiteiten te onderscheiden. De (hoofd)entrees kunnen de vindbaarheid en adressering daarbij onderstrepen. Voor een zorgvuldige inpassing in de buurt wordt aansluiting gezocht bij de stedenbouwkundige opzet en karakteristieken van de buurt. Maat en schaal, vorm, verkavelingsrichting, oriëntatie, gevelopbouw, afdekking, materiaalgebruik, kleurstelling en detaillering zijn hierbij belangrijke elementen. De architectuur moet hier een passend antwoord op geven en aansluiten op meerdere karakteristieke (ontwerp)elementen uit de buurt. Een opeenstapeling van afwijkingen is hier ongewenst.
Groene daken en gevels voor berging en stalling
Park Onder ambitie 2 en 5 wordt de nodige aandacht gevraagd voor een sterkere wisselwerking en interactie met het park en de groen blauwe hoofdstructuur. Doordat de tegenoverliggende woonbebouwing op geruime afstand staat, kan een stapeling van 2 tot 3 bouwlagen aan deze zijde goed worden ingepast. Tegelijkertijd mag dit niet ten koste gaan van de lucht, ruimte en menselijke maat in deze zone. Dit vraagt dan ook om een zorgvuldige massaopbouw, evenwicht en verbinding tussen landschap en gebouw. Deze heroriëntatie vraagt ook om weloverwogen positionering en programmering van de gebouweenheden en buitenruimte aan deze zijde. Om het park en de groen blauwe hoofdstructuur verder te kunnen versterken en de noodzaak tot verharde buitenruimte hierin te voorkomen geldt een uiterste voorgevelrooilijn die ook aan deze zijde aansluit op de kop van het HAT-complex. In tegenstelling tot de verplichte voorgevelrooilijn mag de bebouwing hier wel terugspringen.
In aansluiting op de functie en het beoogde gebruik is het ook belangrijk om bij een compacte stapeling van programma een zekere luchtigheid en speelsheid in het ontwerp te krijgen en een zware gesloten bouwmassa zonder dieptewerking of plasticiteit te voorkomen. Zeker langs de Bikolaan en aan het park zal een grote mate van openheid moeten bijdragen aan de interactie met de openbare ruimte.
Speelsheid en plasticiteit van het gebouw Bron: KOW - IKC Remigius in Duiven
De hoofdmassa blijft bepalend voor de kwaliteit van het straatbeeld en openbare ruimte. Bijgebouwen, overkappingen, bergingen en/of fietsenstallingen, e.d. zijn hieraan ondergeschikt worden zorgvuldig gepositioneerd en/of landschappelijk ingepast. Inpandige opties worden hierbij eerst onderzocht. Dit geldt ook voor (klimaat)installaties, trafo's, e.d., waarbij plaatsing op het dak soms ook om extra kwaliteit vraagt. Omgevingskwaliteit Naast de beeldkwaliteit is het voor een goede inpassing in de buurt ook belangrijk om de nodige aandacht te schenken aan de omgevingskwaliteit. In aanvulling op de eerder beschreven groene en landschappelijke elementen gaat het hier bijvoorbeeld ook om geluids-, warmte- en/of schaduwoverlast ten opzichte van de buurt. Dit kan van grote invloed zijn op de nieuwe volumes, de inrichting van de buitenruimte en de positionering van beide. Tijdens het ontwerpproces dient hier al rekening mee te worden gehouden door o.a. in een zo vroeg mogelijk stadium akoestisch onderzoek uit te voeren en te werken met bezonningsstudie(s). De resultaten hiervan zijn ook belangrijk om expliciet te duiden tijdens het participatieproces en zullen uiteindelijk bijdragen aan een betere omgevingskwaliteit. Randvoorwaarden basis • Hoofdmassa heeft maximaal 3 bouwlagen. • Bebouwing volgt in basis de orthogonale bebouwingsrichting van de buurt.
• Compacte hoofdmassa, met openheid en zekere luchtigheid en speelsheid in het gebouwontwerp. Waar nodig wordt hierbij een schaalverkleining toegepast. • De 3 hoofdelementen (2 kindcentra en bewegingsonderwijs) worden als eenheid ontworpen, maar zijn wel herkenbaar als aparte entiteiten. • De hoofdmassa is bepalend voor de kwaliteit van het straatbeeld en de openbare ruimte. • (Hoofd)entrees zijn goed zichtbaar en bereikbaar vanaf de openbare ruimte. • De architectuur van de nieuwbouw vindt op basis van meerdere karakteristieke (ontwerp)elementen aansluiting op de buurt. • Hekwerken of andere erfafscheidingen zijn niet prominent aanwezig, worden alleen gebruikt wanneer noodzakelijk, zijn niet hoger dan nodig, max. 1 meter hoog voor de voorgevelrooilijn en worden, wanneer zichtbaar vanaf de openbare ruimte, voorzien van een haag of andere robuuste opgaande beplanting, maar liever helemaal vervangen door een groene landschappelijke oplossing of slimme combinatie tussen bebouwing en terreininrichting. • Inpandige containerruimte • Uitvoeren bezonningsstudie(s) • Uitvoeren akoestisch onderzoek waarbij getoetst wordt aan de richtwaarden voor geluid die staan in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (dat is inclusief stemgeluid, het maximale geluidsniveau en verkeersaantrekkende werking).
Randvoorwaarden Bikolaan
• • • •
• •
• • •
Minimaal 2,5 meter vanaf perceelsgrens onbebouwd. Verplichte voorgevelrooilijn; de (hoofd)bebouwing wordt minimaal 50% van de breedte van het perceel in voorgevelrooilijn A en/of B gebouwd. Voorgevelrooilijn A: aansluitend op kopgevel HATcomplex > maximale bouwhoogte bedraagt 12 meter (= 3 bouwlagen). Voorgevelrooilijn B: Minimaal 4 meter voorbij voorgevelrooilijn A (eenmalig) > maximale bouwhoogte 8 tot 12 meter (= 2 tot 3 bouwlagen) mits passend binnen het kapprofiel van de Bikolaan.
Gebouw en buitenruimte hebben een sterke oriëntatie op en interactie met de Bikolaan. Zorgen voor groene landschappelijke overgangen tussen verharde buitenruimte en openbare ruimte; minimaal een haag of andere robuuste opgaande beplanting. Geen (grote) fietsenstalling tussen voorgevelrooilijn en perceelsgrens. Zichtbare fietsenstalling achter voorgevelrooilijn landschappelijk inpassen en/of omzoomen met haag of andere robuuste opgaande beplanting. Minimaal 1 hoofdentree aan Bikolaan.
Randvoorwaarden Angolastraat • • • •
Randvoorwaarden park
Minimaal 4 meter vanaf perceelsgrens onbebouwd. Behoud van groen en kleinschalig karakter woonerf, met ruimte voor interactie met gebouw en buitenruimte. Hoe hoger de bebouwing hoe groter de afstand tot tegenoverliggende woningen; Bebouwing binnen kapprofiel woningen: 41 graden vanaf “voortuin” woningen Angolastraat.
• •
•
•
Zorgen voor groene landschappelijke overgangen tussen verharde buitenruimte en openbare ruimte; minimaal een haag of andere robuuste opgaande beplanting. Fietsenstalling landschappelijk inpassen en/of omzoomen met haag of andere robuuste opgaande beplanting.
Randvoorwaarden HAT-complex • Minimaal 7 meter vanaf de perceelsgrens onbebouwd (alleen hoofdgebouw). • Lagere (vrijstaande) bijgebouwen of overkappingen zijn wel dichter op de perceelsgrens inpasbaar mits deze binnen het uitgezette kapprofiel vallen, worden voorzien van een groen dak en opgaande omzoomende beplanting wanneer dit van belang is voor een groene overgang naar het HAT-complex en daar voor gelegen "achtertuinen". • Hoe hoger de bebouwing hoe groter de afstand tot het HAT-complex. • Bebouwing binnen kapprofiel woningen: 41 graden vanaf “achtertuin” HAT-complex (=perceelsgrens).
•
Zorgen voor groene landschappelijke overgang tussen "achtertuinen" HAT-complex en daaraan grenzende buitenruimte en nieuwe bebouwing.
•
• •
Uiterste voorgevelrooilijn C: aansluitend op kopgevel HAT-complex Gebouw en buitenruimte hebben een sterke oriëntatie op en interactie met het park en groen blauwe hoofdstructuur. Zorgen voor groene landschappelijke overgangen tussen verharde buitenruimte en openbare ruimte; minimaal een haag of andere robuuste opgaande beplanting. Geen (grote) fietsenstalling tussen voorgevelrooilijn en perceelsgrens Zichtbare fietsenstalling achter voorgevelrooilijn landschappelijk inpassen en/of omzoomen met haag of andere robuuste opgaande beplanting.
Onderzoeksvraag • Kan bebouwing in het park zorgen voor een betere inpassing in de buurt en een sterkere wisselwerking tussen gebouw, buitenruimte en het landschap, zonder afbreuk te doen aan de bestaande kwaliteiten en deze juist te versterken bijvoorbeeld door het groenoppervlak (op maaiveld) en de landschappelijke betekenis binnen het plangebied te vergroten? Verdiepingsvragen • Onderzoek met profielen en impressies op ooghoogte de overgangen naar de bestaande bebouwing en openbare ruimten. • Wat betekent de nieuwbouw voor de privacy, bezonning en uitzicht van omwonenden in de buurt? Wat verandert er voor de buurt? • Liggen er kansen en/of mogelijkheden om de bestaande nutsvoorzieningen in de openbare ruimte in aansluiting op het nieuwe gebouwontwerp en buitenruimte beter in te passen? • Hoe kunnen kindcentra en buitenruimte zodanig worden ingepast dat geluidsoverlast naar de omgeving zoveel mogelijk beperkt wordt?
4. Voetganger op één en goed bereikbaar met de fiets Door de centrale ligging in Tanthof-West en bestaande (langzaamverkeers)routes is de locatie van nature goed bereikbaar voor voetganger en fietser. Deze actieve vormen van vervoer bevorderen de gezondheid en verkleinen de verkeersonveiligheid rondom de kindcentra. Mede gelet op het verzorgingsgebied en het parkeren op afstand, komt een groot aandeel kinderen al te voet of op de fiets naar de kindcentra. Om het autogebruik in en rond de buurt niet te bevorderen, zullen geen extra parkeerplaatsen of kiss and ride voorzieningen worden gerealiseerd. De auto blijft op afstand. Er zijn aan de buitenranden van de buurt 2 parkeerterreinen voor gemengd gebruik. Deze bieden nu en in de toekomst ruimte voor het halen en brengen van kinderen en het parkeren van personeel. Deze parkeerterreinen zijn vanuit de wijk en daarbuiten goed te bereiken en het autogebruik conflicteert hier niet met de directe omgeving van de kindcentra. Uit recent parkeeronderzoek blijkt dat beide parkeerterreinen voldoende ruimte bieden voor de parkeervraag van het nieuwe programma. Om te zorgen voor veilige en aantrekkelijke looproutes van de parkeerterreinen naar de kindcentra zou de inrichting van de openbare ruimte, met name de Bikolaan, nadrukkelijker kunnen worden afgestemd op de voetganger (en fietser).
Dit sluit naadloos aan op het gedachtegoed van Joost Váhl, die als stedenbouwkundige betrokken was bij de oorspronkelijke ontwikkeling van Tanthof: "De man die naar zijn werk moet met de auto, moet wijken voor de moeder die haar kind lopend naar school brengt’’ Gelet op de functie en het gebruik is de auto al ondergeschikt in de Bikolaan, maar komt dit nog niet tot uitdrukking in de inrichting. Herinrichting van de openbare ruimte valt echter buiten de scope van dit project, maar zou van grote meerwaarde zijn voor zowel de kindcentra als de rest van de buurt waar veelal op afstand wordt geparkeerd.
Inrichting openbare ruimte afgestemd op voetganger en fietser Bron: OKRA landschapsarchitecten - Binnenstad Assen
Met het stimuleren van de fietser is tegelijkertijd meer dan voldoende ruimte nodig voor het stallen van fietsen. De stallingen worden op een logische manier gepositioneerd en afgestemd op de fiets- en looproutes, entree(s) van de bebouwing en toegang(en) tot het perceel.
Verder wordt voorzien in voldoende overmaat in de buitenruimte om op piekmomenten het halen en brengen van kinderen goed te kunnen faciliteren en om eventueel mede-/avondgebruik van gemeenschappelijke ruimten (bijvoorbeeld gymzaal) door derden op te vangen. Dit vraagt mogelijk extra ruimte voor het stallen van fietsen of alternatieve positionering hiervan. Randvoorwaarden • Het ontwerp van de gebouwen en de buitenruimte behoudt en versterkt waar mogelijk de bereikbaarheid en toegankelijkheid van voetganger en fietser. • Er worden geen extra parkeerplaatsen of kiss&ride voorzieningen op of direct rond de locatie aangelegd. • Op eigen terrein komen minimaal 462 fietsparkeerplekken welke op een logische plaats verdeeld worden over de twee kindcentra. Het aantal is bepaald op basis van 700 leerlingen en de norm van 6,6 per 10 leerlingen*. Deze norm is inclusief 0,4 plekken per 10 leerlingen voor medewerkers. • De buitenruimte kent een zekere overmaat voor het kort neerzetten van fietsen ten behoeve van het halen en brengen van kinderen zonder hierbij loopen/of fietsroutes te blokkeren. • Routing logistiek en afvalinzameling blijft gekoppeld aan de Bikolaan alwaar ook in een bereikbare aanbiedplek wordt voorzien. *Deze norm komt overeen met de Delftse norm die volgt uit de Nota
Parkeernormen 2018 – Update 2021 en wordt bevestigd in eerder onderzoek (Memo Antea Group d.d. 19 maart 2021) uitgevoerd in het kader van de zoektocht naar één centrale schoollocatie in Tanthof. Na vaststelling van de Nota Parkeernormen 2023 kan een andere normering van toepassing zijn.
Verdiepingsvragen • Op welke wijze kan vanuit het ontwerp van de bebouwing en de buitenruimte een bijdrage worden geleverd aan een verkeersveilige schoolomgeving? • Op welke wijze kan vanuit het ontwerp van de bebouwing en de buitenruimte een bijdrage worden geleverd aan het verbeteren van de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de locatie (of omgeving) voor voetgangers en fietsers? • Welke afspraken kunnen gemaakt worden met de scholen om het autogebruik van medewerkers en ouders (bij halen en brengen) verder te minimaliseren en verkeersveilig gedrag te promoten?
5. Betekenisvol landschap in de buurt Tanthof-West is ontworpen en gebouwd op het oorspronkelijke polderlandschap wat kenmerkend is voor de positionering van de bouwblokken en groen blauwe hoofdstructuur in de wijk. Waar de bouwblokken veelal de rechtlijnige polderverkaveling volgen, zijn de watergangen, geïnspireerd op het krekenpatroon van de cultuur historische ondergrond, omgevormd tot een stelsel van parkachtige singels. Deze veelal oost west lopende landschapsstructuren, die ook ecologisch waardevol zijn, verbinden de afzonderlijke woonbuurten en zijn bepalend voor het groene karakter in de wijk. Iedere woning ligt binnen 120 meter van de groen blauwe hoofdstructuur.
Door het landschap meer de buurt in te trekken kan ook een sterkere verbinding worden gemaakt met de groenstructuur langs de Bikolaan die nu redelijk geïsoleerd in de buurt ligt. Vanuit de groen blauwe hoofdstructuur, kan de biodiversiteit in de buurt worden verhoogd en worden gezorgd voor een rijkere flora en fauna langs de Bikolaan en op het groene Bikoplein. Hierbij is het van belang de onderbroken groenstructuur langs de Bikolaan te versterken, bijvoorbeeld door grotere plantvakken rondom de bestaande bomen en/of een groene landschappelijke overgang tussen bebouwing en openbare ruimte. In het oorspronkelijke stedenbouwkundig ontwerp was hier in de wijk destijds al veel aandacht voor. Hierbij werd door Joost Váhl o.a. gezocht naar de betekenis van groen bij de overgang tussen openbaar en privé, het versterken van de relatie tussen mens en groene omgeving en ecologische meerwaarde. Kleine hoogteverschillen waren daarbij een belangrijk middel om de biodiversiteit en flora en fauna te bevorderen.
Ligging aan de groen blauwe hoofdstructuur
Door de interne oriëntatie van veel buurten en bouwblokken is de interactie met de groen blauwe hoofdstructuur niet altijd optimaal en de groene uitwerking hiervan niet vanzelfsprekend. Dat geldt ook voor de locatie die op zichzelf erg versteend is en door het verharde sport- en speelveld niet direct aan het groen of water is gelegen. Met uitzondering van de Bikolaan kennen de omliggende woonstraten in dit deel van de Afrikabuurt-Oost daarbij weinig groen. Herontwikkeling van de locatie biedt dus kansen om het landschap de buurt in te trekken zodat dit ook in de directe nabijheid meer zichtbaar en beleefbaar is. Door de centrale ligging kan met een klimaatadaptieve aanpak de betekenis verder worden vergroot; niet alleen op de locatie maar ook daar buiten. Dit vraagt mogelijk ook om toevoeging van groen en water in het verharde park. Groen en spelen zouden hier kunnen worden gecombineerd en met een wadi kan het water ook hier langer worden vastgehouden. In combinatie met versterking van de groen blauwe hoofdstructuur, bijvoorbeeld door de aanleg van een natuurvriendelijke oever, kan tegelijkertijd de ecologische betekenis worden vergroot. Herinrichting van de openbare ruimte valt echter buiten de scope van dit project, maar zou in deze van grote betekenis kunnen zijn voor zowel de kindcentra als de rest van buurt.
Joost Váhl. Notities en schetsen over de relatie tussen woning en beplanting, Het Nieuwe Instituut, VAHL39-22
Het groen langs de Angolastraat draagt ook bij de verbinding tussen de groen blauwe hoofdstructuur en de Bikolaan, maar is vooral van belang voor het (groene) karakter van deze kleinschalige woonstraat. Dit dient te worden behouden. Zeker bij wat hogere nieuwbouw kan opgaande beplanting hier voor een welkome buffer en/ of aantrekkelijke groene overgang zorgen. Tegelijkertijd draagt dit bij aan het behoud van de menselijke maat en zorgt dit voor groene begeleiding van de doorgaande fietsroute naar de Bikolaan.
Oriëntatie op en interactie met de groen blauwe omgeving kan tevens voor een aantrekkelijker en prestatie bevorderend schoolklimaat zorgen. Door het groen meer het gebied in te trekken en te combineren met de klimaatopgave ontstaat een extra bouwsteen voor de realisatie voor een sterk en aantrekkelijk hart van Tanthof-West. Zeker als hierbij oog is voor spelen, bewegen en ontmoeten vanuit de buurt. Hierbij is het de kunst om het landschap in te zetten als verbindend element tussen bebouwing, buitenruimte en omgeving en deze vloeiend in elkaar te laten overlopen.
Symbiose tussen landschap en bebouwing
Randvoorwaarden • Groen en water zijn zichtbaar en beleefbaar en zorgen voor verbinding tussen de groen blauwe hoofdstructuur, park en groenstructuren in de buurt. • Zorgen voor oriëntatie op en interactie met het groen en water. • De groenstructuur langs de Bikolaan versterken. • Het groene karakter van de Angolastraat handhaven en waar mogelijk versterken. Verdiepingsvragen • Hoe kan het landschap sterker worden verbonden met de nieuwe bebouwing en buitenruimte en hoe kan hierbij meerwaarde voor de bestaande (woon) omgeving worden gecreëerd? • Is het mogelijk om een minimale boomkroonbedekking van 30% (liefst nog hoger) te realiseren (mogelijk liefst nog een hoger percentage) in verband met de koeling van de omgeving, een beter luchtmilieu, mentale en fysieke gezondheid?
De herontwikkeling van de bestaande schoollocatie biedt kansen om vanuit de ruimtelijke opgave bij te dragen aan de sociaal-maatschappelijke opgave. Vanuit dat oogpunt is het voor de nieuwe kindcentra belangrijk om ook aandacht te hebben voor initiatieven en activiteiten in de wijk of buurt, het stimuleren van ontmoeting en het vergroten van de sociale cohesie. Zowel de bebouwing als de buitenruimte kunnen daarin faciliterend zijn. Op die manier kan de ontwikkeling van grote meerwaarde zijn voor de wijk en een belangrijke bijdrage leveren aan de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Deze ambitie sluit naadloos aan op het programma "Samen maken wij West" waarin het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid voor Delft West (waaronder Tanthof-West) verder wordt uitgewerkt.
Met het behoud van het onderwijsprogramma in het centrum kan tegelijkertijd een impuls worden gegeven aan het bestaande voorzieningencluster. Door het tussenliggende HAT-complex ontbreekt een directe relatie en wisselwerking met het groene Bikoplein. De aansluiting van de kindcentra op de Bikolaan en interactie hiermee is daardoor extra belangrijk en vraagt eigenlijk ook om een integrale aanpak van de openbare ruimte. Ten aanzien van het HAT-complex kan worden gesteld dat herprogrammering en of herinrichting van de plint, het opwaarderen van de koppen, doorbraken of andere meer fundamentele aanpassingen van grotere betekenis zouden zijn. Dit zou zelfs voor een nieuw speelveld kunnen zorgen, wat mogelijk om een andere positionering en oriëntatie van de nieuwe bebouwing en buitenruimte vraagt. Verdiepend onderzoek en uitvoering hiervan valt echter buiten de scope van dit project. Wanneer er gedurende de ontwikkeling kansen en/of mogelijkheden ontstaan zal wel worden overwogen of dit kan worden meegenomen of separaat (liefst parallel) kan worden opgepakt.
6. Een sterk hart voor Tanthof-West De Afrikabuurt-Oost en dan met name het zuidelijk deel rondom de Bikolaan wijkt in enkele opzichten af van de omliggende buurten in Tanthof-West. De buurt is minder ruim opgezet, heeft een hogere bevolkingsconcentratie en wordt gekenmerkt door kleinere woningen. 80% is een sociale huurwoning. Door snelle wisseling van bewoners is er weinig binding met de buurt. Ook is er regelmatig sprake van overlast. Mede door een beperkt en eenzijdig winkelaanbod, met zo nu en dan leegstand, staat de leefbaarheid en veiligheid onder druk. Niet voor niets is deze buurt aangewezen als focusbuurt in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NP L&V).
HAT-complex en voorzieningencluster aan het groene Bikoplein
Los hiervan blijft het vanuit de fysieke kant belangrijk dat de nieuwe bebouwing en inrichting van de buitenruimte aantrekkelijk en uitnodigend wordt vormgegeven, waar mogelijk verschillende doelgroepen bedient, ruimte biedt voor interactie met de buurt en wijk, hier mee in verbinding staat en bijdraagt aan de sociale controle van de directe omgeving. Gelet op de blinde kopgevels en anonieme achterkanten rondom park en groen
blauwe hoofdstructuur is hier voor wat betreft dit laatste aan de noordkant van de locatie een belangrijke winst te behalen. Tegelijkertijd liggen hier kansen om een sterkere relatie te leggen met het groen en water, om de bebouwing en buitenruimte hier nadrukkelijker mee te verbinden en te zorgen voor een aantrekkelijkere speel- en ontmoetingsruimte. Met een integraal ontwerp waarin ook de openbare ruimte wordt meegenomen zou echt het verschil kunnen worden gemaakt, zowel voor de kindcentra als voor de buurt. Alles te samen kan hiermee worden gebouwd aan een sterk hart voor Tanthof-West met grote betekenis voor de Afrikabuurt-Oost.
•
•
buitenruimte hier wel rekening mee houden of op voorsorteren? Op welke manier kan synergie ontstaan tussen bebouwing, buitenruimte en openbare ruimte en kan dit bij (her)ontwikkeling van de locatie integraal worden ontworpen en uitgevoerd? Kunnen veiligheidskeurmerken, -handreikingen en/ of -richtlijnen van kennisinstituten worden gebruikt bij het sociaal veilig ontwerpen van de bebouwing en buitenruimte? Denk hierbij bijvoorbeeld aan Crime Prevention Through Environmental Design (CPTED) van de Stichting Veilig Ontwerp en Beheer (SVOB) of het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).
7. Delftenaren maken de stad! Plannen maken in de stad doe je niet alleen. Een goed initiatief vraagt om samenwerking en afstemming met bewoners, bedrijven en organisaties die ermee te maken hebben. Delft heeft daarom een eigen participatieaanpak ontwikkelt: Delfts Doen! Randvoorwaarden • Bebouwing en buitenruimte stimuleren ontmoeting en zijn multifunctioneel waar mogelijk. • Bebouwing en buitenruimte dragen bij aan het vergroten van de sociale veiligheid en controle. Onoverzichtelijke hoeken, nisjes en/of (half) overdekte hangplekken op en/of rond de locatie dienen te worden voorkomen. • De buitenruimte is (openbaar) toegankelijk waar mogelijk. • De bebouwing presenteert zich nadrukkelijk aan de Bikolaan; o.a. door positionering (hoofd)entree, actieve levendige plint, open representatieve gevel en aantrekkelijke uitnodigende voorruimte zonder (grote) fietsenstalling of hekwerken. • De bebouwing en buitenruimte zoekt aan de noordkant een nadrukkelijke interactie met het park en de groen blauwe hoofdstructuur en levert hier een belangrijke bijdrage aan het creëren van een aantrekkelijke speel- en ontmoetingsruimte. Onderzoeksvraag • Kan er ruimtelijke en programmatische uitwisseling plaatsvinden tussen de buitenruimte van de kindcentra, park en de groen blauwe hoofdstructuur en zo ja, welke randvoorwaarden horen hier dan bij?
Op basis van deze aanpak wordt een participatieplan opgesteld. Hierin worden afspraken gemaakt over wanneer en in welke fase participatie nodig en gewenst is, wie hierbij betrokken worden en welke kaders daarbij gelden. Ook worden afspraken gemaakt over het proces (o.a. wie is in de lead, wie is aanspreekpunt, hoe wat waar kan je participeren) en hoe de wisselwerking tussen planuitwerking en participatie zal worden vormgegeven. Op hoofdlijnen wordt daarbij onderscheid gemaakt in 3 fasen:
Verdiepingsvragen • Hoe kan het ontwerp van bebouwing en buitenruimte bijdragen aan versterking van de centrumfunctie en een sterkere relatie leggen met het bestaande voorzieningen cluster? • Kan aansluiting worden gevonden bij de opgaven in de omgeving en/of initiatieven uit de buurt of wijk bijvoorbeeld door gebruik te maken van de partners van Wij West? • Liggen er kansen om fysieke en/of programmatische wijzigingen aan het HAT-complex direct te laten meeliften op de (her)ontwikkeling van de locatie? En zo niet, kan het ontwerp van de bebouwing en
Fase 1 - Voorbereiding en ontwerp Dit is de fase waarin wordt nagedacht over het ontwerp van de kindcentra, de buitenruimte en de aansluiting op en wisselwerking met de omgeving. Participatie staat in het teken van kennisdelen, het inbrengen van (creatieve) ideeën of het uitten van zorgen om zodoende tot een zo breed mogelijk gedragen ontwerp te komen. Niet alleen voor direct omwonenden, maar ook voor bewoners, bedrijven en organisaties uit de rest van de buurt en wijk die kansen zien voor verbetering van de leef- en leeromgeving. Via een brede startbijeenkomst, waarin ook het PUK zal worden toegelicht, zal een formele aftrap van deze fase worden gegeven.
Fase 2 - Realisatie In deze fase start daadwerkelijk de bouw. Dit betekent bouwverkeer, mogelijke overlast enz. Deze fase zal voornamelijk informerend zijn en is primair bedoeld voor de direct omwonenden. In breder verband zal natuurlijk wel op gepaste momenten terugkoppeling worden gegeven over de voortgang van het project. Fase 3 - Nazorg De bouw is gereed, maar in de praktijk zijn er nog kleine onvolkomenheden of aanpassingen nodig. Dit wordt geïnventariseerd, ook bij omwonenden. Aansluitend hierop wordt beoordeeld of dit kan worden opgelost of aanpassing noodzakelijk is en wie (aannemer, kindcentra of gemeente) daarvoor aan de slag moet.
• • • •
Welke problemen en knelpunten zien bewoners, bedrijven en organisaties in hun buurt en hoe kan deze ontwikkeling daar op in spelen? Welke zorgen leven er bij omwonenden met betrekking tot de (her)ontwikkeling van de locatie? Hoe kan de (her)ontwikkeling een win-win situatie opleveren voor zowel de kindcentra als de buurt? Is de Delftse bouwapp geschikt voor het traject voorafgaand aan de realisatiefase?
Aanvullend op het participatieplan wordt er ook een communicatiekalender opgesteld. Hierin wordt afgesproken wie en wanneer welke communicatie, en in welke vorm, naar buiten brengt. Randvoorwaarden • De verdeling van bewoners, bedrijven en organisaties die meedenken moet evenwichtig zijn en representatief voor de buurt en wijk. • Er wordt gebruik gemaakt van het netwerk van Wij West. • De communicatie rondom de tijdelijke huisvesting (en daarmee horende verkeersbewegingen) mag niet worden vergeten en vraagt specifieke aandacht. Verdiepingsvragen • Welke opgaven en kansen zien bewoners, bedrijven en organisaties in hun buurt en hoe kan deze ontwikkeling daaraan bijdragen?