Kadernota 2026
Tekst van het document
Tijdelijke gymzaal GGZ (Bestaand beleid) Voor de bouw van het sportcentrum Maria Duystlaan worden de huidige scholen en gymzaal gesloopt aan de Maria Duystlaan 2-4. Er is in dit gebied geen andere gymzaal (binnen de verwijsafstand) beschikbaar. Op het terrein van de GGZ kan een tijdelijke voorziening worden gerealiseerd. Deze kadernota stelt hiervoor middelen beschikbaar, namelijk € 800.000 verspreid over vier jaar. Planvormingskosten Sportcentrum Maria Duyst (Bestaand beleid) In deze kadernota zijn aanvullende middelen gereserveerd om de realisatie van het sportcentrum Maria Duystlaan medio 2028 door Sportfondsen mogelijk te maken. In juni 2021 heeft het college een besluit genomen over het Ontwikkelplan Maria Duystlaan. Onderdeel van die besluitvorming waren twee overeenkomsten (samenwerkingsovereenkomst en overeenkomst financiële kaders) tussen de gemeente Delft en Sportfondsen Delft. Betreft "uitvoeren en afmaken". Oplossen geluidsproblematiek OPEN (Bestaand beleid) Deze kadernota stellen wij in 2025 en 2026 eenmalig middelen beschikbaar om de geluidsoverlast door activiteiten van OPEN voor omwonenden tegen te gaan, ook vanwege de wettelijke verplichting hiertoe. Het gaat om een financiële bijdrage voor het aanbrengen van geluidsisolatie van in totaal € 234.000.
53
Aanvulling sanering sportpark Tanthof (Bestaand beleid) De Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) heeft de gemeente, naar aanleiding van een handhavingsverzoek, een last onder dwangsom opgelegd in verband met de sanering van een geval van bodemverontreiniging op Sportpark Tanthof-Zuid. De saneringswerkzaamheden moeten vóór 1 september 2025 zijn uitgevoerd. Om de bron van de bodemverontreiniging en daarmee het risico op herhaling van bodemverontreiniging weg te nemen, worden de betreffende velden vervroegd vervangen door kunstgrasvelden. Voor de extra kosten van afvoer en verwerking van de vervuilde grond moet het budget worden opgehoogd. Wissellocatie VMBO (Bestaand beleid) Op het vmbo Krakeelpolder is een ruimte-overschot, dat kan worden ingezet als wissellocatie voor de uitvoering van het IHP. Om dit geschikt te maken als wissellocatie is een eenmalige investering nodig, die gedekt wordt vanuit de reserveringen in het IHP 2025-2028. Daarnaast wordt ruimte gevonden binnen het programma Samenleven, Onderwijs en Cultuur. Wissellocaties algemeen (Bestaand beleid) Bij een bouw of bij renovatie is tijdelijke huisvesting nodig, die lastig te vinden is in een compacte stad als Delft. Middelen vanuit de bestaande reserve Onderwijshuisvesting worden beschikbaar gesteld.
Mocht blijken dat deze ontoereikend zijn, dan worden eventuele extra kosten binnen het programma Samenleven, Onderwijs en Cultuur opgevangen. Delft-West: Rijke Leerdag, cultuur, wijkuniversiteit, SMD (Opgaven) Het Rijk heeft € 12,3 miljoen voor 4 jaar toegekend voor uitvoering van de aanvraag Regio Deal. Voorwaarde hierbij is dat de gemeente samen met partners ook € 12,3 miljoen cofinanciering bijdraagt. In het kader van deze Regio Deal wordt subsidie verstrekt aan 6 initiatieven, w.o. Rijke Leerdag, cultuur, wijkuniversiteit en SMD. Hiervoor was reeds € 148.000 begroot. Conform de besluitvorming over de subsidiebeschikkingen 2025 in het college van 17 december 2024 worden lasten (€ 1,194 miljoen subsidie) en baten (€ 983.000 inkomsten regiodeal) in de begroting 2025 verhoogd. Voor de 6 initiatieven is een bijdrage benodigd uit de reservering Delft-West (€ 539.000) (zie ook programma’s Duurzame stad, Werk en inkomen, Economie en vastgoed en Financiën). 9. Werk en inkomen Oekraïne (Sociaal domein) Voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne ontvangt de gemeente middelen vanuit het Rijk, die niet volledig besteed worden. De middelen die vrijvallen, worden gereserveerd voor de beoogde bouw van flexwoningen aan de Brasserskade. Vanuit programma Werk en Inkomen wordt een voordeel ingeboekt van € 3 miljoen.
Dit voordeel van € 3 miljoen wordt gestort in de reserve Beleid & Uitvoering, bedoeld voor de flexwoningen aan de Brasserskade. Per saldo heeft dit geen effect op het meerjarenbeeld.
54
BUIG (Sociaal domein) Incidentele vrijval van de middelen die worden overgehouden op de loonkostensubsidie en Werkse!. Arbeidsparticipatie (Sociaal domein) Structurele vrijval doordat minder inwoners op een arbeidsparticipatieplaats geplaatst zijn dan vooraf ingeschat. Wet Inburgering uitvoeringskosten (Sociaal domein) Middelen vanuit het Rijk zijn ontoereikend voor de uitvoering van de Wet Inburgering. Om de wet te kunnen blijven uitvoeren, worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Hiermee voorkomen we dat de gemeente geconfronteerd wordt met een gebrek aan inburgering en bijbehorende maatschappelijke en financiële gevolgen. Studietoeslag (Sociaal domein) Het Rijk heeft sinds 1 april 2022 veranderingen doorgevoerd in de studietoeslag. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor studietoeslag zijn verruimd. De normbedragen voor de studietoeslag worden nu ook landelijk bepaald en liggen hoger dan de bedragen die we als gemeente eerder verstrekten. Het Rijk heeft geen extra middelen beschikbaar gesteld voor gemeenten om deze studietoeslag te kunnen dekken. Het structureel tekort op deze post neemt toe met € 250.000. Ook andere studentensteden kampen met een tekort op deze post. De financiële consequenties 2025 en 2026 zijn verwerkt in deze kadernota.
Daarna is het afhankelijk van de uitkomsten van de lobby bij het Rijk en wordt op basis van de ervaringscijfers van de gemeente nader bezien hoeveel eventueel extra structureel nodig is. Delft-West: Buurtfabriek (Opgaven) Het Rijk heeft € 12,3 miljoen voor 4 jaar toegekend voor uitvoering van de aanvraag Regio Deal. Voorwaarde hierbij is dat de gemeente samen met partners ook € 12,3 miljoen cofinanciering bijdraagt. In het kader van deze Regio Deal wordt subsidie verstrekt aan 6 initiatieven, w.o. de buurtfabriek. Hiervoor was reeds € 199.000 begroot. Conform de besluitvorming over de subsidiebeschikkingen 2025 in het college van 17 december 2024 worden lasten (€ 1,062 miljoen subsidie) en baten (€ 904.000 inkomsten regiodeal) in de begroting 2025 verhoogd. Voor de 6 initiatieven is een bijdrage benodigd uit de reservering Delft-West (€ 539.000) (zie ook programma’s Duurzame stad, Samenleven, onderwijs en cultuur, Economie en vastgoed en Financiën). 10. Economie en vastgoed Actief grondbeleid (Moties en toezeggingen) Hiermee wordt een invulling gegeven van de motie Actief Grondbeleid. Om dit vorm te geven, is extra personeel bij de afdeling Vastgoed noodzakelijk. De inzet is deels te verhalen op
55
projecten, daarnaast is er een financiële consequentie. Met het oog op herprioritering en minder inzet op andere onderwerpen, staat tegenover de uitbreiding voor de afdeling Vastgoed voor dat laatste deel een even grote gemeentebrede bezuinigingsopdracht van € 510.000 voor 2025, oplopend naar € 680.000 in 2026 tot € 850.000 vanaf 2027. Daarmee wordt het voorstel budgetneutraal (zie ook programma’s Goed wonen en Financiën). Duurzame toekomst van Westvest 9 en herhuisvesting Erfgoed (Moties en toezeggingen en Investeringen) In eerdere kadernota's en de Programmabegroting 2025-2028 is besloten om voorbereidingen te treffen voor de herhuisvesting van Erfgoed Delft. Deze kadernota wordt besloten dat Erfgoed haar dienstverlenings- en publieksconcept voortaan gaat uitvoeren op een nieuwe, zichtbare en publiek toegankelijke locatie op de Westvest 9. Hiermee wordt invulling gegeven aan de vastgestelde Erfgoednota en vindt verduurzaming en verbetering plaats van het monument Westvest 9. De investering voor verbouwing, verduurzaming en primaire inrichting bedraagt € 10,137 miljoen. Verder speelt een vereiste investering van € 0,3 miljoen voor inventaris van de publieksruimten en algemene kantoorvoorzieningen voor de nieuwe ruimten. Daarnaast zijn geactualiseerde exploitatielasten aan de orde.
Een nadere specificatie hiervan is te vinden in een separaat raadsstuk dat over dit onderwerp aan de raad wordt gezonden. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de motie 'Duurzame toekomst van Westvest 9 / Herhuisvesting Erfgoed Delft' (zie ook programma's Samenleven, onderwijs en cultuur en Overhead). Plan Instandhoudingsonderhoud Theater de Veste en Plan Instandhoudingsonderhoud Theater de Veste – kapitaallasten (Moties en toezeggingen en Investeringen) De raad heeft het college de opdracht gegeven een voorstel voor de tijdelijke instandhouding in deze op te nemen. Deze kadernota besluiten we middelen beschikbaar te stellen voor de instandhouding van Theater de Veste, zodat we het gebouw de komende jaren kunnen blijven inzetten voor het theater. Het gaat om € 1.955.000. De afschrijvingstermijn van deze investering is conform de financiële verordening 25 jaar, terwijl op dit moment voortzetting van 15 jaar is beoogd. Red de REV (Moties en toezeggingen) In deze kadernota besluiten wij om onze inzet op het programma betaalbare bedrijfsruimte te continueren. Dit draagt bij aan het accent Economische kracht en een bruisende stad. En betreft de uitvoering van de motie 'Red de REV: programma betaalbare bedrijfsruimte'.
Vastgoedbedrijf analyse (Bestaand beleid) Als eigenaar van de panden zien wij dat de onderhoudslasten voor het klein onderhoud van het gemeentelijke vastgoed blijven stijgen, waardoor wij genoodzaakt zijn de dotatie aan de onderhoudsvoorziening structureel op te hogen (€ 195.000 structureel). Omdat daarnaast ook exploitatielasten (fluctuerend over de verschillende jaren) hoger zijn, is de dotatie per saldo lager (zie ook programma Overhead). Evenementen (Bestaand beleid) Bij evenementen kan sprake zijn van enorme stijgende kosten en continuïteitsproblemen. Voor
56
2026 en 2027 gaan we elk jaar nog € 150.000 toekennen zodat het bestaande evenementenaanbod wordt behouden, toekomstbestendig is en dat er ruimte is voor nieuwe initiatieven in de wijken die bijdragen aan een volwaardig aanbod. Delft-West: Boostlabs (Opgaven) Het Rijk heeft € 12,3 miljoen voor 4 jaar toegekend voor uitvoering van de aanvraag Regio Deal. Voorwaarde hierbij is dat de gemeente samen met partners ook € 12,3 miljoen cofinanciering bijdraagt. In het kader van deze Regio Deal wordt subsidie verstrekt aan 6 initiatieven, w.o. boostlabs. Hiervoor was reeds € 80.000 begroot. Conform de besluitvorming over de subsidiebeschikkingen 2025 in het college van 17 december 2024 worden lasten (€ 850.000 subsidie) en baten (€ 680.000 inkomsten regiodeal) in de begroting 2025 verhoogd. Voor de 6 initiatieven is een bijdrage benodigd uit de reservering Delft-West (€ 539.000) (zie ook programma’s Duurzame stad, Samenleven, onderwijs en cultuur, Werk en inkomen en Financiën). 11. Financiën, algemene dekkingsmiddelen en overhead Actief grondbeleid (Moties en toezeggingen) Hiermee wordt een invulling gegeven van de motie Actief Grondbeleid. Om dit vorm te geven, is extra personeel bij de afdeling Vastgoed noodzakelijk. De inzet is deels te verhalen op projecten, daarnaast is er een financiële consequentie.
Met het oog op herprioritering en minder inzet op andere onderwerpen, staat tegenover de uitbreiding voor de afdeling Vastgoed voor dat laatste deel een even grote gemeentebrede bezuinigingsopdracht van € 510.000 voor 2025, oplopend naar € 680.000 in 2026 tot € 850.000 vanaf 2027. Daarmee wordt het voorstel budgetneutraal (zie programma’s Goed wonen en Economie en vastgoed). Inzet reserve Maatschappelijke opvang/Beschermd wonen/Begeleiding (Sociaal domein) Delft vervult een centrumgemeentefunctie in de DWO-regio en ontvangt middelen voor de DWOregio. Als middelen overblijven, dan worden deze opgenomen in de bestemmingsreserve Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Deze kadernota wordt besloten om het regiodeel van de reserve te actualiseren en voor de reguliere kosten maatschappelijke opvang en wonen middelen te onttrekken uit de bestemmingsreserve Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Voor het regiodeel wordt een vrijval van € 6,2 miljoen voorgesteld, waarvan € 3 miljoen ten gunste van Delft. Het resterende deel van €3,2 miljoen wordt na besluitvorming van de raad over de Kadernota 2026 aan de overige regiogemeenten uitgekeerd (zie programma Gezonde en sociale stad). Delft-West: onttrekking Algemene reserve (Opgaven) Het Rijk heeft € 12,3 miljoen voor 4 jaar toegekend voor uitvoering van de aanvraag Regio Deal.
Voorwaarde hierbij is dat de gemeente samen met partners ook € 12,3 miljoen cofinanciering bijdraagt. In het kader van deze Regio Deal wordt subsidie verstrekt aan 6 initiatieven (zie programma’s Duurzame stad, Samenleven, onderwijs en cultuur, Werk en inkomen en Economie en vastgoed). Conform de besluitvorming over de subsidiebeschikkingen 2025 in het college van 17 december 2024 worden lasten (subsidies) en baten (inkomsten regiodeal) in de
57
begroting 2025 verhoogd. Voor de 6 initiatieven is een bijdrage benodigd uit de reservering Delft-West (€ 539.000). MJOP Facilitair (Bestaand beleid en Investeringen) Om het facilitaire deel van het gemeentelijk vastgoed op orde te houden, zijn meerjarige stortingen en onttrekkingen uit een egalisatiereserve noodzakelijk. Onderdeel van het MeerJaren OnderhoudsPlan (MJOP) is een investering ad € 650.000 voor de wettelijk verplichte ledverlichting (uitvoering in 2025-2026). Correctie meicirculaire 2024 Nationaal actieplan dakloosheid en WMO beschermd wonen regio (Sociaal domein) Bij de meicirculaire 2024 is besloten structureel € 379.000 voor Maatschappelijke Opvang (MO) en structureel € 1,08 miljoen voor Beschermd Wonen (BW) in de bestemmingsreserve MO-BW te storten. Nu worden deze middelen onttrokken en als budget geraamd in het programma Gezonde en sociale stad. Gemeentefonds – groei van de stad (Maatregelen Handelingsperspectief) De prognose van de baten vanuit het Gemeentefonds is geactualiseerd voor de groei van de stad. Voorheen werd de raming voor de groei alleen tot en met jaar t+2 geraamd (waarbij t het lopende jaar is). Vanaf nu nemen we de geprognosticeerde groei van de maatstaven mee van de afdeling Onderzoek en Statistiek: naast t+2 (2027) ook t+3 (2028) en t+4 (2029).
Dat doen we voor 90% (2027) en voor 80% (2028 en 2029) vanwege de onzekerheden die bij prognoses meespelen. Reservering – Groei van de stad (Reservering (t.l.v. Gemeentefonds – Groei van de stad) Meerjarige financiële ruimte wordt gecreëerd van € 4 miljoen voor 2027 en € 7,5 miljoen per jaar voor 2028 en 2029. De dekking hiervoor wordt gevonden door de extra Gemeentefondsbaten die we verwachten door de groei van de stad en andere maatregelen uit het handelingsperspectief. Gemeentefonds – verrekening oude jaren (Maatregelen Handelingsperspectief) De prognose van de baten vanuit het Gemeentefonds is geactualiseerd voor de verrekening oude jaren. Jaarlijks past het Rijk een verrekening voor oude jaren toe, die standaard positief uitpakt. Op basis van een meerjarige analyse is het verantwoord dat we dit voortaan ook ramen. Inzet stelpost Inflatiecorrectie investeringen (Investeringen) Het voorstel Adaptieve mobiliteitsagenda (zie programma Bereikbare stad) wordt budgetneutraal verwerkt door dekking ten laste van de stelpost Inflatiecorrectie. Inzet stelpost Nominale ontwikkeling (Opgaven)
58
Het voorstel Actualisatie businesscase Programma Schieoevers (zie programma Goed wonen) wordt budgetneutraal verwerkt door dekking ten laste van de stelpost Nominale ontwikkeling. Realistisch ramen o.b.v. rekeningresultaten 2021-2024 (Maatregelen Handelingsperspectief) Op basis van een analyse van jaarrekeningresultaten is het verantwoord om het incidentele begrote bedrag van € 2,35 miljoen in 2025 voor 2026 en verder op € 2,5 miljoen te ramen. De verhoging is mogelijk door verder gestegen parkeeropbrengsten. De nadere verdeling wordt in de programmabegroting 2026-2029 verwerkt. Ook komende jaren blijft het realistisch ramen een belangrijk speerpunt. Inzet Incidentele dekkingsmiddelen (Opgaven) Het voorstel Vrijgeven gereserveerde middelen verwerving Schieweg 13 (zie programma Goed wonen) wordt budgetneutraal verwerkt door dekking ten laste van de incidentele dekkingsmiddelen voor cofinanciering. Duurzame toekomst van Westvest 9 en herhuisvesting Erfgoed (Moties en toezeggingen en Investeringen) In eerdere kadernota's en de Programmabegroting 2025-2028 is besloten om voorbereidingen te treffen voor de herhuisvesting van Erfgoed Delft. Deze kadernota wordt besloten dat Erfgoed haar dienstverlenings- en publieksconcept voortaan gaat uitvoeren op een nieuwe, zichtbare en publiek toegankelijke locatie op de Westvest 9.
Hiermee wordt invulling gegeven aan de vastgestelde Erfgoednota en vindt verduurzaming en verbetering plaats van het monument Westvest 9. De investering voor verbouwing, verduurzaming en primaire inrichting bedraagt € 10,137 miljoen. Verder speelt een vereiste investering van € 0,3 miljoen voor inventaris van de publieksruimten en algemene kantoorvoorzieningen voor de nieuwe ruimten. Daarnaast zijn geactualiseerde exploitatielasten aan de orde. Een nadere specificatie hiervan is te vinden in een separaat raadsstuk dat over dit onderwerp aan de raad wordt gezonden. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de motie 'Duurzame toekomst van Westvest 9 / Herhuisvesting Erfgoed Delft' (zie ook programma's Samenleven, onderwijs en cultuur en Economie en vastgoed). Vastgoedbedrijf analyse (Bestaand beleid) Als eigenaar van de panden zien wij dat de onderhoudslasten voor het klein onderhoud van het gemeentelijke vastgoed blijven stijgen, waardoor wij genoodzaakt zijn de dotatie aan de onderhoudsvoorziening structureel op te hogen (€ 195.000 structureel). Omdat daarnaast ook exploitatielasten (fluctuerend over de verschillende jaren) hoger zijn, is de dotatie per saldo lager (zie ook programma Economie en Vastgoed). Besparing uitvoeringskosten Informatisering en automatisering (Maatregelen Handelingsperspectief) Binnen Informatievoorziening zijn besparingsmogelijkheden bezien.
Op basis van voorgaande jaren is naar huidige inzichten vanaf 2026 een besparing van € 100.000 structureel te realiseren binnen de afdeling Informatietechnologie.
59
Besparing uitvoeringskosten Juridische zaken (Maatregelen Handelingsperspectief) Binnen de afdeling Juridische Zaken wordt een besparing gerealiseerd door (na een pensionering) een vacature voor een parttime juridisch adviseur niet te vervullen. Dit levert lagere kosten op van in 2025 € 25.000 (gedeeltelijk jaar) en vanaf 2026 structureel € 65.000 (volledig jaar).
60
BIJLAGE C1: 1E ALGEMENE RAADSBEGROTINGSWIJZIGING 2026
Separaat document.
61
BIJLAGE C2. TOELICHTING OP 1E ALGEMENE RAADSBEGROTINGSWIJZIGING 2026 De begrotingswijziging In de Algemene Raadsbegrotingswijziging (ARB) zijn budgetneutrale voorstellen opgenomen en/of besluiten die geen effect hebben op de beleidsdoelstellingen en die niet leiden tot aanpassing van het begrotingssaldo. Leeswijzer bij de ARB: • • •
In een ARB zijn de lasten en baten op totaalniveau in alle jaren aan elkaar gelijk. Dit betekent dat een ARB per saldo geen effect heeft op het begrotingssaldo. Wel kan het niveau van de lasten en/of de baten per programma wijzigen. In de kolommen ‘lasten’ en ‘baten’ betekent een negatief bedrag lagere lasten (=voordeel) of lagere baten (=nadeel). Een positief bedrag betekent hogere lasten (=nadeel) of hogere baten (=voordeel). In de kolom ‘saldo’ betekent een negatief bedrag een nadeel en een positief bedrag een voordeel voor het begrotingssaldo.
Tekstuele toelichting op de begrotingswijziging Hierna volgt een toelichting op de mutaties in de ARB. 1. Wijkcentra subsidie samenleving versus huurbaten vastgoed De gemeente is eigenaar van zeven wijk- en twee jongerencentra. In 2015 zijn afspraken gemaakt over het gebruik, beheer en verhuur van deze wijkcentra op basis van een nationale openbare aanbesteding. De panden zijn door de gemeente Delft aan Sportfondsen beschikbaar gesteld (verhuurt) middels afgesloten huurovereenkomsten. De maatschappelijke partners, verenigingen, bewoners etc. boeken de ruimtes via het gemeentelijk Zoek & Boek systeem en ontvangen daarvoor een factuur van de gemeente. Sportfondsen ontvangt geen huurinkomsten en de exploitatiebijdrage aan Sportfondsen is daarom gelijk aan de huur. Onderdeel van de afspraken is tevens een beheer- en exploitatieovereenkomst met Sportfondsen voor het leveren van accommodatiebeheerdiensten. Geconstateerd is vanuit zowel juridisch-, fiscaal advies en financiën dat de huidige constructie van beschikken en huurovereenkomsten / beheer- en exploitatieovereenkomst aanpassing behoeft. In afwachting van een toekomstbestendige oplossing is de huurovereenkomst ontbonden en wordt de hieraan gerelateerde exploitatiebijdrage niet verleend. De begroting voor 2025 en 2026 wordt hierop aangepast 2.
Joods erfgoed In 2025 is de subsidieregeling 'Bescherming, behoud en beleving Joods erfgoed' opgesteld. Deze regeling maakt het mogelijk dat partijen die zich inzetten voor het Delftse Joodse erfgoed financiële ondersteuning kunnen krijgen. Een voorstel of initiatief moet zowel ten goede komen aan behouden of beleven van Joods erfgoed in brede zin van het woord, als aan de verbinding van het Joods erfgoed met Delft en haar inwoners. Door middel van besluitvorming bij de jaarrekening 2023 is € 50.000 gestort in de reserve Cultureel erfgoed. Middels deze begrotingswijziging stellen we voor om genoemd bedrag weer te onttrekken aan de reserve en als budget op te nemen binnen programma Samenleven, onderwijs en cultuur.
62
3. Samenvoegen budgetten emancipatie/integratie, eigen kracht jeugd en antidiscriminatie Vanwege efficiëntie op de budgetten, wordt voorgesteld om de kleine budgetten samen te voegen aan het grote budget. 4. Overzetting budget i.v.m. boeking op verkeerde deelproject Er is budget vanuit de septembercirculaire gemeentefonds 2024 toegewezen voor 2025 en 2026 aan media en letteren. Echter deze middelen zijn abusievelijk terechtgekomen bij inkomensregeling. Door middel van deze mutatie wordt het budget op de juiste plaats geraamd. 5. SPUK Oekraïne 2025 Met deze wijziging worden de verwachtte baten en lasten voor de SPUK Oekraïne in de begroting opgenomen voor het jaar 2025. 6. Lau Mazirel Vorig jaar is een onderzoek gestart in verband met het uitbreiden van de woonlocatie Lau Mazirel. De uitgaven die nu worden gemaakt vallen onder programma Goed wonen en niet onder programma Schone en veilige stad. Daarom wordt dit budget verschoven van programma. 7. Vleermuistoren De kosten voor de vleermuistoren bedragen € 71.000. De subsidie ‘Alternatieve verblijfplaatsen vleermuizen 2024’ van de provincie dekt hiervan € 11.000. Dit houdt in dat een bedrag van per saldo € 60.000 wordt geactiveerd. De structurele kapitaallasten worden gedekt uit de beschikbare middelen voor duurzaamheid (programma Duurzame stad).
63
BIJLAGE D: OVERZICHT MOTIES EN TOEZEGGINGEN Deze bijlage biedt een overzicht van de stand van zaken van moties en toezeggingen, die samenhangen met de cyclusdocumenten. Hieronder wordt ingegaan op moties en toezeggingen waarover we een actuele stand van zaken kunnen geven. In andere gevallen komen wij hier terug in de nieuwe programmabegroting of via separate raadsstukken. In de Kadernota 2026 zijn de financiële consequenties van moties en toezeggingen verwerkt, voor zover daar aanvullende middelen voor nodig zijn. Voor een toelichting verwijzen we naar bijlage B van de Kadernota 2026. Het betreft de volgende moties en toezeggingen: Tabel: moties en toezeggingen
Voorgesteld wordt om de volgende moties en toezeggingen als afgedaan te beschouwen: • • • • •
Motie 4.1.17 Lichte programmatische aanpak in alle wijken. Motie 241107.6.2.2 Gemeente Delft als culturele aanjager Toezegging T22110.4.1.12 Lichte programmatische aanpak in 5 wijken. Toezegging T230112.4.6.1 Onderzoek Joods Vastgoed. Toezegging T240627.5.3.6 In beeld brengen kosten indexeren bijzondere bijstand.
64
•
Toezegging T250306.6.3.1 Specificatie besteding vooruit gehaalde 30 miljoen onderwijshuisvesting (IHP Onderwijs).
Actuele stand van zaken moties M7.6.1 Aanpak luchtkwaliteit en regionale samenwerking GGD In deze kadernota wordt een incidenteel bedrag beschikbaar gesteld voor 2025. De GGD komt eind 2025 met een uitwerking welke interventies ze aanbeveelt voor de verbetering van de luchtkwaliteit. Binnen de huidige beschikbare middelen zetten we in op 1) monitoring en analyse van de luchtkwaliteit, 2) voorlichting over luchtverontreiniging en gezondheidseffecten, 3) breiden we de bewustwordingscampagne over houtstook uit en stellen we richtlijnen op voor aanbesteding en vergunningen voor voertuigen en transportdiensten. Binnenkort wordt een inhoudelijke raadsbrief aangeboden. M6.2.5. Motie Dierenwelzijn in de Delftse Begroting De raad heeft het college verzocht dierenwelzijn op te nemen in de begroting, door middel van duidelijke doelstellingen, meetbare resultaten en voortgang op de nota Dierenwelzijn. Dit is onderdeel van de actualisatie van de nota Dierenwelzijn, naar verwachting ontvangt de raad eind 2025 deze nota. M6.1.16 Toekomst voor kinderboerderijen De afgelopen periode zijn de waterspeeltuinen op de kinderboerderijen opgeknapt. Gezien de beperkte financiële ruimte wordt afgezien van verdere investeringen en extra ondersteuning voor de exploitatie van beide kinderboerderijen. M241107.6.2.2 Gemeente Delft als culturele aanjager We stellen voor deze motie als afgedaan te beschouwen.
Om te voldoen aan het verzoek van de gemeenteraad om de aanjagende rol voor de uitvoering van het cultuurkader voor te zetten, voorzien we in een subsidieregeling voor kleine organisaties en makers die bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen. De ambitie is om met een subsidieregeling innovatie aan te jagen en het cultureel potentieel te benutten van kleine organisaties en makers waarvoor geen culturele subsidieregelingen meer zijn. De subsidieregeling geldt in 2025 en 2026 en wordt bekostigd vanuit de beschikbare middelen voor 2025 (€ 75.000). Gezien de beperkte financiele ruimte worden er voor 2026 geen extra middelen beschikbaar gesteld. In 2026 verkennen we de continuering van deze subsidieregeling vanaf 2027. M240627 5.1.1 Breng de brede welvaart in beeld De inzet is erop gericht om de gevraagde scan (hoe Delft ervoor staat wat betreft brede welvaart) in juni a.s. naar de raad te sturen. Zo wordt er duidelijk op welke aspecten van brede welvaart de gemeente goed scoort en waar het beter kan, ook ten opzichte van andere gemeenten in de regio. Het doel van de foto/scan is om de resultaten met de gemeenteraad te bespreken en te bepalen welke indicatoren voor de volgende bestuursperiode kunnen worden toegepast.
M5.3.2 Motie Samen sterker; Verhoog de Giften Recentelijk heeft behandeling plaatsgevonden van het wetsvoorstel 'Participatiewet in Balans' in de Tweede Kamer, met als doel een (gedeeltelijke) inwerkingtreding per 1 januari 2026. Nu is
65
besloten over deze wet wordt een voorstel uitgewerkt voor de raad over de giftengrens in de bijstand. Actuele stand van zaken toezeggingen T230112.4.6.1 Onderzoek Joods vastgoed Het verzoek om deze toezegging af te doen, is tegelijkertijd gedaan met het verzoek tot vaststelling van de subsidieregeling Bescherming, behoud en beleving Joods erfgoed. Indien de toezegging nog niet is afgedaan bij de vaststelling van de subsidieregeling, dan kan dit alsnog plaatsvinden. T230420.4.7.2 en T241107.6.2.5 Gasthuisplaats Nadat een bureaukeuze is gemaakt, ontvangt de raad een raadsinformatiebrief voor afdoening van beide toezeggingen. Dit zal rond de zomer zijn, naar verwachting in juli. T240627.5.3.6 In beeld brengen kosten indexeren bijzondere bijstand We stellen voor om deze toezegging af te doen. Het budget voor de Bijzondere Bijstand wordt intussen jaarlijks geïndexeerd op basis van de uitgangspunten voor de nominale ontwikkelingen. Bij het doen van de toezegging was dit een aantal jaar niet gedaan. Bij de Najaarsrapportage 2025 wordt op basis van de realisatie en de prognose bezien of het budget toereikend is en of bijsturing benodigd is. T250306.6.3.1 Specificatie besteding vooruit gehaalde 30 miljoen onderwijshuisvesting (IHP Onderwijs) Hieronder is de specificatie voor de periode 2026-2028 opgenomen: Tabel: Specificatie voor de periode 2026-2028
Naar aanleiding van de vanuit de raad gestelde vraag of er in deze projecten nog te schuiven valt het volgende. Bij de planning van alle huisvestingsprojecten zien we dat we bepaalde kosten eerder verwachten dan gedacht. Hoewel dat ook indicatief is en de planning daarmee nog steeds niet 100% vaststaat, vinden we het verstandig tijdig met deze investeringen rekening te houden. Als we dat niet zouden doen, zou het risico worden gelopen dat de raad komende jaren meerdere keren een tussentijds ‘acuut’ voorstel zou moeten vaststellen. Dat is zowel vanuit financiële prudentie als vanuit het budgetrecht van de raad niet wenselijk.
66
Aanvullend wordt meegegeven dat in het in het IHP Onderwijs 2025-2041 voor deze locaties ook jaarschijven voor 2029-2031 zijn voorzien. Activeringen (en kapitaallasten) zijn conform de Financiële Verordening aan de orde vanaf het jaar volgend op de oplevering van de investering voor een locatie. Zoals toegelicht in het raadsvoorstel IHP zijn de jaarschijven na 2028 onderdeel van integrale afwegingen van de raad. Dat speelt wanneer de volgende vierjaarsperiode is vast te stellen.
67
BIJLAGE E: UITGANGSPUNTEN VOOR DE PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 Deze bijlage bevat de uitgangspunten voor het opstellen van de Programmabegroting 20262029. Financiële positie Het behoud van een duurzaam financieel gezonde gemeente is een randvoorwaarde voor het opstellen en uitvoeren van de Programmabegroting 2026-2029. In de programmabegroting geven wij nader inzicht in de financiële positie en beantwoorden wij de volgende vragen. Bij het beantwoorden van de vragen maken we duidelijk welke specifieke informatie, zoals financiële kengetallen, we gebruiken. A. Zijn we financieel wendbaar en weerbaar (ook op de langere termijn)? • •
Financiële kengetallen (Besluit Begroting en Verantwoording), inclusief een toelichting en vergelijking met de signaleringswaarden uit het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) Inzicht in reserves en voorzieningen
B. Kunnen we de financiële risico's aan? • •
Weerstandsratio (benodigd en beschikbaar weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel) Weerstandsnorm uit het GTK 2020 Gemeenten
C. Is er ruimte voor nieuw beleid? • • •
Toelichting begroting en meerjarenraming (onder andere begrotingssaldo en structureel evenwicht, informatie over stelposten en taakstellingen, verhouding bestaand en nieuw beleid) Renterisico en kasgeldlimiet (Wet Financiering decentrale overheden) EMU-saldo
Nominale ontwikkeling De begroting van Delft wordt geraamd in constante prijzen. Dit betekent dat het begrotings- en meerjarenbeeld jaarlijks wordt aangepast aan het prijspeil voor het nieuwe begrotingsjaar. Bij het aanpassen van het prijspeil houden we rekening met de actuele loon- en prijsontwikkeling. Het gaat dan om de budgetten voor salariskosten, materiële kosten (inclusief verbonden partijen, subsidies en vastgoed), investeringen en de tarieven. Een deel van de inkomsten die de gemeente ontvangt via het gemeentefonds, is bedoeld om prijs- en loonstijgingen (de zogenoemde nominale ontwikkeling) op te vangen. De hoogte van dit bedrag hangt af van de groei van de Nederlandse economie, gemeten via het bruto binnenlands product (pBBP). De actuele indices voor het BBP staan in het Centraal Economisch Plan (CEP, februari 2025) van het Centraal Planbureau (CPB). Deze cijfers worden gebruikt voor een
68
raming in de Voorjaarsnota van het Rijk, om een eerste inschatting te maken van de financiële ruimte voor gemeenten. Deze inschatting wordt nader uitgewerkt en concreet verdeeld over de gemeenten in de meicirculaire van het gemeentefonds. Op basis van de meicirculaire bepalen we hoeveel middelen er beschikbaar zijn voor nominale ontwikkeling en doen we een voorstel voor de toe te kennen indexeringen 2026 in de Programmabegroting 2026-2029. Voor de ontwikkeling van de salariskosten in 2026 (loonontwikkeling en pensioenpremie) gebruiken we de nieuwe CAO die is afgesloten voor de periode 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027 (6,7% + € 35 voor 2 jaar) en het premiebeleid van het ABP. Omdat de CAO op tijd beschikbaar is, is een inschatting op basis van de index Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers: 1,8% (bron: CEP 2025) niet benodigd. Voor de budgetten voor goederen en diensten (van derden) hanteren we als uitgangspunt een compensatie van 2,1%. Dit is gebaseerd op de index voor materiële overheidsconsumptie. Voor de tarieven geldt een maximale stijging van 2,6%, in lijn met de consumentenprijsindex (bron: CEP 2025). Voor verbonden partijen, subsidies en voor de onderhoudskosten van het vastgoed gelden in de programmabegroting de volgende indexeringspercentages. •
•
•
Verbonden partijen dienen voorafgaand aan het begrotingsjaar een ontwerpbegroting in bij de deelnemende gemeenten/aandeelhouders. Tot nu toe is de nominale ontwikkeling gebaseerd op een gewogen gemiddelde van drie indices: de loonvoet sector overheid, de prijsontwikkeling op overheidsconsumptie (IMOC) en de prijsontwikkeling op overheidsinvesteringen (lBOl). De weging van deze indices is respectievelijk 60%, 20% en 20%. De totale bijdrage aan de verbonden partij (inclusief indexatie) wordt gebaseerd op de ontwerpbegrotingen en de beschikbare zienswijzen. Vanaf de Kaderbrief Gemeenschappelijke Regelingen 2027 wordt ingezet op een nominale ontwikkeling die aansluit bij de (nieuwe) systematiek voor het gemeentefonds op basis van het BBP. Voor uitgaande subsidies wordt compensatie gegeven voor een gewogen gemiddelde van de salarisontwikkeling (op basis van de index Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers) en materiële kostenontwikkeling (op basis van de index Prijs materiële overheidsconsumptie). Uitgangspunt is dat 70% van de subsidie betrekking heeft op salarissen en 30% op materiële kosten. Dit is een generieke compensatie die geen rekening houdt met de specifieke kosten per subsidieontvanger. Voor het Vastgoedbedrijf hanteren we bij het aanpassen van de begroting de nominale ontwikkelingen, die specifiek van toepassing zijn op vastgoed.
Op basis van de uitgangspunten van de Vastgoedanalyse worden de nominale ontwikkelingen voor het Vastgoedbedrijf bepaald. Het Vastgoedbedrijf huurt een aantal panden van derden. Externe partijen passen de huur jaarlijks aan op basis van bestaande contracten. Om de ramingen en de werkelijke huurkosten in overeenstemming te brengen, wordt het vastgoedspecifieke percentage voor huurkosten toegepast.
Bij investeringsprojecten moet vooraf rekening worden gehouden met de benodigde indexering, gedurende de gehele looptijd van het project. Dit is onderdeel van het voorstel om een investeringsproject te starten en middelen daarvoor toegekend te krijgen. In uitzonderlijke gevallen kan bij een investeringsproject desondanks extra inflatiecorrectie noodzakelijk zijn, door
69
vertraging of boventrendmatige prijsstijging. We hebben daarvoor in de Kadernota 2024 (€ 6 miljoen incidenteel voor ontvangen rijkssubsidies) en via de Programmabegroting 2025-2028 (€ 223.000 structureel voor het investeringsprogramma) extra middelen gereserveerd. Elk jaar beoordelen we of het noodzakelijk is om investeringsbudgetten op te hogen en om investeringen te herfaseren. Dat is onderdeel van het actualiseren van het investeringsprogramma. Bij deze beoordeling betrekken we investeringen in de beheerplannen, grondexploitaties en bijvoorbeeld de businesscase Schieoevers. Ook investeringen in de onderwijshuisvesting worden daarbij bekeken. Daar worden de geraamde investeringsbedragen aangepast, aan de hand van de meest recente index voor utiliteitsbouw, zoals gepubliceerd in het Bouwkostenkompas. De uitkomsten zijn onderdeel van het voorstel voor de bouwsteen Investeringen in de nieuwe begroting. Daarbij houden we rekening met de beschikbare financiële ruimte voor loon- en prijsontwikkeling. Onroerendezaakbelasting (OZB) Bij de OZB gaat het om drie belastingen: • • •
OZB-eigenaren woningen (OZB EW) OZB-eigenaren niet-woningen (OZB ENW) OZB-gebruikers niet-woningen (OZB GNW)
Voor het opstellen van de voorstellen voor de OZB-tarieven gebruikt de gemeente een rekenmodel met als uitgangspunt de sturing op de totale OZB-opbrengst. Dit is onafhankelijk van de waardeontwikkeling van objecten. De Regionale Belastinggroep levert jaarlijks voor het rekenmodel een dataset die bestaat uit gegevens over: • •
De totale WOZ-waarde en waardeontwikkeling van woningen in eigendom en van nietwoningen in eigendom en gebruik. De correctiefactoren voor bezwaar, oninbaarheid en leegstand.
In het rekenmodel zijn de volgende bestuurlijke keuzes verwerkt: Indexering van de totale opbrengst Een voorstel voor inflatiecorrectie vanaf 2026 wordt voorbereid met inachtneming van het actuele percentage voor de consumentenprijsindex (CPI) in 2024, 2025 en 2026. De opbrengst van deze inflatiecorrectie maakt deel uit van de nominale ontwikkeling en draagt bij aan de bekostiging van de loon- en prijsbijstelling om uit te komen op het prijspeil 2026. Negatieve maatstaf in het gemeentefonds In het gemeentefonds is voor de belastingcapaciteit per gemeente een negatieve maatstaf opgenomen. Dit betekent een korting op de algemene uitkering op basis van een inschatting van de lokale opbrengst van de OZB. Jaarlijks berekenen de beheerders van het gemeentefonds deze maatstaf opnieuw op basis van de waarde onroerende zaken (WOZ) en een landelijk rekentarief. Bij de indexatie van de totale OZB-opbrengst houden we rekening met een gewogen gemiddelde van de ontwikkeling van de negatieve maatstaf en de stijging van de CPI.
70
Verdeling Het aandeel van iedere belasting in de totaalopbrengst: • • •
OZB EW: 51,45%, OZB ENW: 28,23% OZB GNW: 20,32%
Correctiefactoren De toerekening van de correctiefactoren voor bezwaar, oninbaar en leegstand. Areaal Voor de extra inkomsten als gevolg van areaaluitbreiding in het begrotingsjaar 2025 volgt een voorstel in de Programmabegroting 2026-2029. Na het bepalen van de nieuwe tarieven wordt de opbrengst van het nieuwe areaal toegevoegd aan de totaalopbrengst. Deze opbrengst krijgt hiermee het karakter van een meeropbrengst (de WOZ-waarde van het nieuw areaal wordt niet toegevoegd aan de totale WOZ-waarden voor de tariefberekening, waardoor geen dempend effect ontstaat op de belastingtarieven). Gesloten circuits Reiniging, Riolering, Omgevingsvergunningen Voor de gesloten circuits gaan we ervan uit dat het tarief kostendekkend is en dat alle kosten die we maken voor het gesloten circuit ook ten laste worden gebracht van het gesloten circuit. Dit betekent dat behalve de directe kosten van afvalstoffeninzameling en- verwerking en het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) rekening wordt gehouden met inflatiecorrectie, perceptiekosten van de RBG, oninbaarheid en areaaluitbreiding. Perceptiekosten Perceptiekosten zijn de uitvoeringskosten die z?n verbonden aan de betreffende heffing. Deze worden toegerekend aan de via het tarief te verhalen kosten, als het gaat om een heffing met een maximaal toegestane kostendekkendheid van 100%.
Dit z?n met name de rioolheffingen en de afvalstoffenheffing en de leges. B? de belastingen (OZB, toeristenbelasting, parkeerbelasting, precario, reclamebelasting) gaat het om tarieven zonder limiet en is de kostendekkendheid dus niet relevant. Bij riool, afval en omgevingsvergunningen berekenen we de perceptiekosten door in de tarieven. Een voorstel voor aanpassing van de tarieven van de woonlasten is onderdeel van de Programmabegroting 2026-2029. Financieel toezicht provincie Zuid-Holland Op basis van de gemeentewet moet de begroting structureel en reëel in evenwicht zijn. Structureel evenwicht houdt in dat structurele lasten gedekt worden door structurele baten (per jaarschijf). Lasten en baten moeten reëel geraamd zijn. Concreet houdt dit in dat we een goede inschatting maken van hoeveel taken kosten, hoeveel opbrengsten binnenkomen en hoeveel eventueel bespaard kan worden met het nemen van maatregelen.
71
Aandachtspunten hierbij zijn: • • • • • • • •
Verwerking van de terugloop van de algemene uitkering vanaf 2026. Verschuiving van de ingangsdatum voor de eigen bijdrage Wmo naar 1 januari 2027. Raming van aanvullende middelen voor jeugdzorg vanaf 2026 (commissie van wijzen, 2021). Afspraken over rapport Groeipijn (deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd, 2025). Raming middelen voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE-regeling na 2025). Eventuele overschotten op specifieke uitkering opvang Oekraïners zijn incidenteel. Bezuinigingen moeten worden benoemd en concreet toegelicht. Het totaal van (mutaties van) de reserves dient aan te sluiten met: o De staat van de reserves. o Het overzicht van incidentele baten en lasten en structurele reservemutaties.
Sociaal domein Voor het sociaal domein hanteren we een financieel kader dat bestaat uit middelen uit de programma's Gezonde en sociale stad (Wmo, Jeugd), Samenleven, onderwijs en cultuur en Werk en inkomen (participatie). Een actueel overzicht van het financieel kader is onderdeel van begroting en jaarstukken. De uitgaven die nodig zijn voor het sociaal domein en de inkomensverstrekkingen ramen we op basis van lokale ramingen. BBV De gemeentelijke boekhoudvoorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn geactualiseerd. Eind 2023 en in 2024 heeft de commissie BBV notities geactualiseerd waarmee rekening moet worden gehouden: • • •
•
Notitie Rente (verwerkt vanaf de Programmabegroting 2025-2028). Notitie Grondbeleid (verwerkt vanaf de Programmabegroting 2025-2028). Notitie Overhead. Tot de kosten van overhead worden op grond van deze notitie de kosten gerekend die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Dit is op zichzelf niet nieuw. Uitgangspunt blijft verder ook dat uitvoeringslasten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taakvelden. Wel nieuw is dat de omvang en de samenstelling van de overhead afhankelijk zijn van de karakteristieken van een organisatie. Dit biedt enige ruimte voor gemeente-specifiek maatwerk, bijvoorbeeld bij opgavegericht werken. De gemeentespecifieke keuzes met betrekking tot overhead worden vastgelegd in de Financiële verordening en een nota Overhead. Vanaf de Programmabegroting 2026-2029 houden we hier vervolgens rekening mee. In de loop van 2025 wordt gewerkt aan een actualisatie van de nota Overhead. Notitie Structurele en incidentele baten en lasten. De notitie is geactualiseerd aan de hand van de notitie incidenteel/structureel van het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv). Met de uitkomsten houden we rekening in het overzicht Incidentele baten en lasten.
Verder is het aantal taakvelden (met name in het sociaal domein) uitgebreid. Dit heeft geen budgettair effect en wordt volgens deze aanpassing in de regelgeving verwerkt in de
72
Programmabegroting 2026-2029. Ook de balanscodes zijn aangepast vanwege nadere eisen vanuit het CBS. Deze nieuwe balanscodes -die niet leiden tot extra lasten- verwerken we in de jaarstukken 2025. Overige uitgangspunten • •
• •
•
De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2025 en afrekeningen over oude jaren. In principe is de stijging van de algemene uitkering als gevolg van de groei van de stad (inwoners, woningen) bestemd voor de stijging van de kosten die samenhangen met deze groei. Het inzetten van extra inkomsten als gevolg van de groei van de stad voor andere zaken kan alleen nadat vaststaat dat de integrale kosten van de groei structureel zijn geraamd in de begroting. De omslagrente 2026 berekenen we bij de begroting door het saldo van de rentelasten en -baten te delen door de boekwaarde van de vaste activa. Bij de raming van financieringsbehoefte houden we op basis van de investeringsplanning, ervaringscijfers over de realisatie en de liquide middelen rekening met een gemiddeld investeringsvolume per jaar (bruto). Hierbij houden we rekening met het gefaseerd (oplopend) besteden van ontvangen rijkssubsidies voor woningbouw, infrastructuur en de energietransitie. Op basis van de herfasering en actualisering van het Investeringsprogramma 2025-2028 bepalen we voor de Programmabegroting 20262029 het gemiddelde investeringsvolume. Voor de uitgaande subsidies is in de Programmabegroting 2025-2028 een overzicht opgenomen (zie paragraaf Verbonden partijen en subsidies).
In het overzicht zijn de subsidieontvangers en de bedragen waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeld (overeenkomstig artikel 4:23, derde lid onder c, algemene wet bestuursrecht). In de loop van 2025 is gebleken dat voor Stichting Omroep Delft en Stichting Delfts Peil een te laag bedrag is vermeld in het overzicht van de programmabegroting. Dit overzicht wordt voor 2025 aangepast voor Stichting Omroep Delft van € 150.000 naar € 152.500 en voor Stichting Delfts Peil van € 350.000 naar € € 365.000. Dit past binnen de financiële kaders voor de subsidies, die reeds zijn opgenomen in de programmabegroting bij de individuele programma's. In het jaarverslag volgt een overzicht van de werkelijk verstrekte subsidiebedragen, inclusief een toelichting op eventuele afwijkingen.
73
COLOFON
Dit is een uitgave van: Gemeente Delft Postbus 78, 2600 ME Delft Telefoon 14015 www.delft.nl
74