Kadernota 2026
Tekst van het document
Hiernaast is in Haaglanden-verband een verzoek aan gemeenschappelijke regelingen gedaan om een bezuiniging van 6,2% op de begroting te realiseren. Omdat de uitkomst daarvan nog hoogst onzeker is, nemen we de daadwerkelijke financiële impact daarvan mee in de Programmabegroting 2026-2029.
23
Tabel: Financiële specificatie van bouwsteen Bestaand beleid (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Vergaderkosten raad
45
45
45
45
45
Vertrouwenscommissie
55 64
3. Bestaand beleid (bestuurlijke accenten)
MJOP facilitair (t.l.v. incidentele dekkingsmiddelen) - storting reserve Dekking kapitaallasten
859
2.364
2.219
74
- storting reserve Dekking kapitaallasten
205
154
212
232
69
- Onderhoud
511
557
469
694
867
8.685
-2.325
-2.150
-250
-250
- storting/onttrekking reserve Gemeentelijke huisvesting Circulaire economie a. Groen en biodiversiteit b. Groen en biodiversiteit: geormerkte middelen Stichting Groenfonds
200 70
70
43
-183
Vastgoedbedrijf analyse
15
164
124
334
337
Omgevingsvergunningen ingediend
459
459
459
459
459
Beheerplan Buitensport
244
244
244
244
244
Tijdelijke gymzaal GGZ
50
350
200
200
150
150
Evenementen Opvang Oekraïnse ontheemden - flexwoningen (€ 3 miljoen, budgetneutraal)
0
Planvormingskosten Sportcentrum Maria Duyst
320
OPEN geluid
117
Waardevol grofvuil (€ 300.000, budgetneutraal) UPV zwerfafvalvergoeding - beheerkosten
7
UPV zwerfafvalvergoeding - overige baten
-434
Aanvulling sanering sportpark Tanthof Totaal
117 0
0
0
0
7
7
7
7
2.356
2.222
2.039
1.842
500 11.526
Sociaal domein Bij deze bouwsteen hebben we de vrijval vanuit reserve Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang verwerkt. Daarnaast spelen kostenstijgingen voor JGZ-ZHW. Ook verwerken we financiële ervaringscijfers en prognoses voor de autonome groei van de kosten van de jeugdzorg, BUIG, arbeidsparticipatie en de Wmo. Voor de tekorten in de jeugdzorg zijn middelen beschikbaar gesteld in de Voorjaarnota 2025 van het Rijk. We blijven sturen op beheersing van de kosten door uitvoering van de hervormingsagenda voor de jeugdzorg en de transitie van het sociale domein. Daarnaast ramen we extra middelen voor de uitvoeringskosten van de Wet Inburgering en vanwege hogere uitgaven Studietoeslag.
24
Tabel: Financiële specificatie van bouwsteen Sociaal domein (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
119
119
119
119
4. Sociaal domein Inzet reserve BW/MO
-3.000
JGZ
119
BUIG
-300
Arbeidsparticipatie
-250
-250
-250
-250
-250
Autonome groei jeugdzorg
2.592
6.821
6.821
3.321
3.321
Wet Inburgering uitvoeringskosten
210
210
210
210
210
Studietoeslag
250
250
-800
-1.500
-710
-1.000
-1.000
-1.179
5.650
6.190
2.400
2.400
Actualisatie WMO Totaal
Investeringen In deze kadernota leggen we de focus op het in stand houden van voorzieningen in de stad en noodzakelijke uitbreiding, om zo te voorzien in de groei van de stad. Voorbeelden hiervan zijn de instandhouding van Theater de Veste, de herhuisvesting van Erfgoed en sportvoorzieningen. NB: voor Theater de Veste geldt dat, volgens het aangenomen amendement, in komende jaren nog verder moet worden afgewogen wat voor de langere termijn nodig is voor mogelijke nieuwbouw. Vanuit het Meerjarenonderhoudsplan Facilitair maken we ook een investering mogelijk voor ‘verledding’ (aanleg ledverlichting). Dit draagt bij aan onze doelen voor verduurzaming. Voor twee investeringen zien we vanuit externe ontwikkelingen een dringende urgentie. Dat geldt voor de reconstructie van het kruispunt Buitenhofdreef/Pierre van Hauwelaan (verkeersveiligheid en betere toegankelijkheid) en de aanleg/omvorming van een voetbalveld op Sportpark Kerkpolder (om wachtlijsten te voorkomen). Het actualiseren van de investeringen van het IHP gebeurt in lijn met het IHP Onderwijs 20252041, waarover de raad in februari heeft besloten. In bijlage D (moties en toezeggingen) is de toegezegde specificatie van de toegevoegde investeringen van het IHP Onderwijs voor 20252028 opgenomen.
25
Tabel: Financiële specificatie van bouwsteen Investeringen (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
MJOP facilitair (€ 0,65 miljoen)
45
45
44
Adaptieve Mobiliteitsagenda 2040 (€ 0,682 miljoen t.l.v. stelpost Indexatie)
0
0
0
431
458
468
10
30
78
78
38
67
1. Moties
a Duurzame toekomst van Westvest 9 (€ 10,137 miljoen) b Westvest 9 - Herhuisvesting Erfgoed (€ 0,3 miljoen) Plan Instandhoudingsonderhoud Theater de Veste (€ 1,955 miljoen) Rec. Kruispunt Buitenhofdreef P. van Hauwelaan (€ 3,25 miljoen)
19
Verlenging gevel tot gevel aanpak (€ 0,6 miljoen)
26
Vrijgeven gereserveerde middelen verwerving Schieweg 13 (€ 1,35 miljoen) Veld 51 (€ 1 miljoen)
70
70
70
70
Wissellocatie VMBO (€ 1 miljoen, budgetneutraal)
0
0
0
0
0
0
0
0
70
565
699
783
IHP (€ 29,512 miljoen). Zie separatie specificatie. Wissellocaties (€ 0,15 miljoen, budgetneutraal) UPV zwerfafvalvergoeding (investering € 0,258 miljoen, budgetneutraal) Totaal
0
Strategische Investeringsagenda In het handelingsperspectief hebben we de Strategische Investeringsagenda (SIA) aangekondigd (zie Bijlage A). Vanaf dit jaar nemen we bij iedere kadernota een geactualiseerde SIA op. Voor een goed begrip is het van belang op te merken dat de SIA een indicatieve inventarisatie betreft en geen concreet investeringsplan, waarover in één keer beslissingen worden genomen. Het is een inventarisatie van investeringsvraagstukken die tussen nu en 2040 aan de orde (kunnen) zijn. De toekenning van investeringsbudgetten loopt via het budgetrecht van de raad. Om Delft goed voor te bereiden op de toekomst, blijft het nodig om te investeren. Investeringen in beleid zijn soms ook nodig om minder kosten te maken op andere terreinen of om de groei van het uitgavenniveau in de toekomst te beperken. Ook de schaarste aan middelen, ruimte en mensen maakt zorgvuldig kiezen en faseren nodig. We leggen daarbij de focus op noodzakelijke vervangingsinvesteringen en de investeringen in het IHP Onderwijs. Verder zijn we terughoudend met investeren. Ook blijven we inzetten op het benutten van de mogelijkheden van cofinanciering. Woonlasten In deze kadernota hebben we geen voorstellen opgenomen met stevige effecten voor de woonlasten.
We verwijzen hier daarom naar de licht dempende werking op de rioolheffing door de besparing op de uitvoeringskosten riolering (ad € 100.000 structureel) en de verhoging van de afvalstoffenheffing uit hoofde van ‘Waardevol afval’ (ad € 300.000 structureel). Reserveren: financiële ruimte creëren voor toekomstige jaren Gezien de grote financiële en inhoudelijke uitdagingen en (geopolitieke) onzekerheden vinden wij het van belang incidentele middelen beschikbaar te houden en ook structurele ruimte te reserveren voor toekomstige jaren. Dit is ook in lijn met de motie ‘Verantwoord begroten, ruimte voor de toekomst’, die de raad op 3 april 2025 heeft aangenomen. Het reserveren van middelen
26
in de kadernota is nodig om nieuwe investeringen1 en stijgende rentelasten op investeringen te kunnen inpassen. Ook in de toekomst zijn nieuwe investeringen beperkt mogelijk en vooral gericht op de noodzakelijke investeringen vanwege de groei van de stad. Daarnaast brengt de groei van de stad ook andere extra uitgaven met zich mee (zoals stijgende uitgaven voor uitvoerende taken). Vanuit de incidentele dekkingsmiddelen reserveren we in deze kadernota daarom minimaal € 15 miljoen. Verder wordt meerjarige financiële ruimte gecreëerd van € 4 miljoen voor 2027 en € 7,5 miljoen per jaar voor 2028 en 2029. De dekking hiervoor wordt in belangrijke mate gevonden door de extra Gemeentefondsbaten die we verwachten door de groei van de stad (zie verderop maatregel 3 uit het handelingsperspectief). Aanvullende dekking wordt gevonden in andere maatregelen uit het handelingsperspectief. Zo blijven we wendbaar en weerbaar en borgen we keuzemogelijkheden voor een nieuwe raad en een nieuw college. II. Maatregelen Handelingsperspectief In deze kadernota worden de volgende maatregelen uit het handelingsperspectief verwerkt. Maatregel 1: Besparing uitvoeringskosten We nemen maatregelen om de uitvoering van onze taken efficiënter te organiseren. Een nadere analyse van de uitvoeringskosten laat zien dat dit tot en met 2027 kan leiden tot structurele budgetverlagingen, die oplopen tot € 365.000.
Hiervan komt € 265.000 ten gunste van de algemene middelen. Het gaat om besparingsmogelijkheden op het gebied van informatisering/automatisering, juridische zaken en het sociaal domein. De besparing van € 100.000 op de uitvoeringskosten voor het sociaal domein hangt samen met de transitie naar een sterkere sociale basis en de herinrichting van het sociaal domein. Verder is er een structurele besparingsmogelijkheid op de kosten voor riolering van € 100.000. Omdat riolering een gesloten systeem is en kostendekkend moet blijven, zal deze besparing niet vrijvallen in de algemene middelen. Het vertaalt zich in een dempende werking op de ontwikkeling van de rioolheffing. Maatregel 2: Realistisch ramen op basis van jaarrekeningresultaten In de Programmabegroting 2025-2028 hebben we voor het realistisch ramen al incidenteel € 2,35 miljoen opgenomen. Vanuit een aanvullende analyse van jaarrekeningresultaten vinden we het verantwoord hiervoor vanaf 2026 structureel € 2,5 miljoen te ramen. Het aangepaste bedrag hangt vooral samen met verder toegenomen parkeeropbrengsten. Ook komende jaren blijft het realistisch ramen een belangrijk speerpunt.
1 Bij (nieuwe) investeringen is het goed te bedenken dat een investeringsbedrag niet gelijkstaat aan de
jaarlijkse kapitaallasten die voortvloeien uit de investeringen. Wanneer bijvoorbeeld uitgegaan wordt van een gemiddelde afschrijvingstermijn van 25 jaar, dan zouden (bij uitsluitend benutting voor investeringen) de reserveringen van € 7,5 miljoen een veelvoud aan investeringsruimte kunnen opleveren, zelfs beduidend meer dan de € 50 miljoen aan investeringen die in de praktijk tot dusver maximaal per jaar uitvoerbaar blijken te zijn.
27
Maatregel 3: Gemeentefonds De prognose van de baten vanuit het Gemeentefonds hebben we op deze onderdelen geactualiseerd: •
•
Groei van de stad. Voorheen werd de raming voor de groei alleen tot en met jaar t+2 geraamd (waarbij t het lopende jaar is). Vanaf nu nemen we de geprognosticeerde groei van de maatstaven mee van de afdeling Onderzoek en Statistiek: naast t+2 (2027) ook t+3 (2028) en t+4 (2029). Dat doen we voor 90% (2027) en voor 80% (2028 en 2029) vanwege de onzekerheden die bij prognoses meespelen. Verrekening oude jaren. Jaarlijks past het Rijk een verrekening voor oude jaren toe, die standaard positief uitpakt. Op basis van een meerjarige analyse is het verantwoord dat we dit voortaan ook ramen.
Maatregel 4: Inkomsten We zetten uiteraard de lobby voor extra baten voort. Daarbij richten we ons samen met andere gemeenten (via de VNG en de G40) op een hogere uitkering uit het Gemeentefonds. Ook benutten we alle mogelijkheden tot cofinanciering voor projecten. Zoals we in het handelingsperspectief al hebben toegelicht, zien we weinig potentieel voor extra inkomsten uit leges, aangezien de kostendekkendheid in de meeste gevallen al dicht bij de 100% ligt. Dit krijgt opnieuw aandacht bij het raadsvoorstel Belastingverordeningen 2026. Maatregel 5: Opschoning reserves Zoals eerder beloofd, hebben we mogelijke vrijval uit de Reserve Beschermd Wonen/ Maatschappelijke Opvang beoordeeld. Het incidentele positieve financiële effect daarvan is meegenomen onder de inhoudelijke bouwsteen (Sociaal domein). Maatregel 6: Risicoprofiel Omdat we de actuele omvang van risico’s in het risicoprofiel hebben genomen, is het risicoprofiel in het Jaarverslag 2024 gedaald van afgerond € 43 miljoen naar € 39 miljoen. Een nadere toelichting op de afzonderlijke componenten van het risicoprofiel staat in het Jaarverslag 2024. III. Impact van Voorjaarsnota 2025 van het Rijk In de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk zijn extra middelen opgenomen voor de opvolging van het advies ‘Groeipijn’ van de commissie Van Ark over de tekorten in de jeugdzorg (van 30 januari 2025).
Positieve effecten ontstaan met name in de jaren 2025, 2026 en 2027. Daarna zijn tegenover de extra middelen nieuwe, taakstellende kortingen voor de jeugdzorg opgenomen. De extra middelen in de Voorjaarsnota 2025 worden met de meicirculaire toegevoegd aan het gemeentefonds en verdeeld over de gemeenten. De uitkomst zorgt enigszins voor verlichting van de financiële druk bij gemeenten in de eerste jaren, maar biedt geen oplossing voor het structurele tekort als gevolg van het ravijn en de kostenstijging in de jeugdzorg. Ondanks de voorzichtig optimistische uitkomsten voor de eerste jaren, zijn we er dus nog niet en blijft de financiële positie van gemeenten zorgelijk. De komende periode blijft de VNG inzetten op het verder in balans brengen van taken en middelen.
28
De financiële ruimte die ontstaat door de Voorjaarsnota 2025 wordt benut als dekking voor de autonome groei van de kosten in de jeugdzorg. Tot en met 2027 is dit toereikend voor de ontwikkeling van prijs-, volume- en intensiteitseffecten. Vanaf 2028 is nog sprake van diverse onzekerheden, bijvoorbeeld over wetgeving die benodigd is voor uitvoering van de hervormingsagenda, aanvullende compensatie van de tekorten, de indexatie van jeugdzorgkosten en een nieuw financieel arrangement voor jeugdzorg. In reactie hierop is opnieuw advies gevraagd aan de commissie van Ark over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028 (gereed: begin 2027). Ook stelt de VNG een begrotingsadvies op (gereed: mei 2025). In afwachting van de adviezen en meer duidelijkheid van het Rijk nemen we de ontwikkeling van volume en intensiteit vooralsnog op als onderdeel van het risicoprofiel. In de tabel is opgenomen welke financiële effecten de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk naar verwachting heeft voor Delft. Tabel: Effecten van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk voor Delft Effecten Voorjaarsnota 2025 voor Delft
2025
2026
2027
2028
2029
2.521
2.633
2.545
2.535
(bedragen x € 1.000) Demping terugval gemeentefonds 2026 - Volumeacres 2025-2029 o.b.v. CEP 2025 (bijstelling)
290
618
525
741
- Prijsaccres 2025 o.b.v. CEP 2025 (bijstelling)
2.322
2.187
2.152
2.125
2.100
Accres
2.322
2.477
2.770
2.650
2.841
- Tekorten voor rekening Rijk
1.900
2.100
2.000
2.000
2.000
- Groeipad maatregelen Hervormingsagenda
2.500
2.200
0
0
- Hervormingsagenda Jeugd (Aanvullende Post)
1.800
1.300
1.600
1.700
-1.300
-1.300
- Eigen bijdrage Jeugdzorg - Sturen op trajectduur Jeugdzorg - Indexeren opbrengst Hervormingsagenda Jeugdzorg
1.900
-300
-300
-2.500
-2.500 -400
6.400
5.500
-500
Verlagen stelpost HA en maatregelen in VJN 2025
-2.500
-2.200
pm
pm
Schrappen stelpost jeugdzorg (arbitrage)
-1.245
-925
-1.096
-1.096
7.778
3.599
3.880
Uitstel vervanging abonnementstarief
pm
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024
-722
Totaal VJN 2025
3.500
7.653
De tabel is als volgt opgebouwd. Demping terugval gemeentefonds 2026 In de Voorjaarsnota 2025 zijn structurele middelen opgenomen om de terugval van het gemeentefonds in 2026 te dempen (het ‘ravijn’). Deze compensatie betreft het deel dat is toe te rekenen aan de financiering jeugd binnen het gemeentefonds. Accres Het gemeentefonds groeit (‘accres’) door actuele volume- en prijsontwikkelingen op basis van macro-economische cijfers in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB, februari 2025).
29
Jeugdzorg Een deel van de tekorten in de jeugdzorg vanaf 2025 wordt gecompenseerd (50%) evenals de oploop van de opbrengst van de hervormingsagenda in 2026 en 2027. In 2028 moet de volledige besparing van de Hervormingsagenda alsnog gerealiseerd worden. In 2021 heeft arbitrage over tekorten in de jeugdzorg en het advies van de commissie van wijzen geleid tot een reservering (ministerie van Financiën, aanvullende post). Deze middelen zijn nu structureel beschikbaar gesteld. Vanaf 2028 zijn nieuwe kortingen verwerkt, omdat het Rijk extra inkomsten bij gemeenten verwacht door eigen bijdragen in de jeugdzorg, sturen op trajectduur en hogere opbrengsten van de Hervormingsagenda Jeugd. Mogelijk mogen hiervoor op een later moment stelposten worden opgenomen, waardoor deze posten budgetneutraal worden. Schrappen stelpost jeugdzorg (arbitrage) Omdat de structurele middelen naar aanleiding van de arbitrage in 2021 verdeeld worden, vervalt de stelpost die hiervoor was geraamd in de begroting van Delft. Verlagen stelpost HA en maatregelen in VJN 2025 Vorig jaar hebben we in de Kadernota 2024 een stelpost geraamd voor opbrengsten van de Hervormingsagenda. Omdat in de Voorjaarsnota 2025 de oploop van de opbrengsten van de Hervormingsagenda niet haalbaar wordt geacht, is het niet realistisch de stelpost volledig te handhaven.
Welke opbrengst vanaf 2028 mogelijk is, moeten we nog nader bepalen, mede op basis van wettelijke mogelijkheden. Uitstel vervanging abonnementstarief De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage wordt uitgesteld tot 1 januari 2027. De geplande uitname uit het gemeentefonds in 2026 wordt teruggedraaid en gaat nu pas in vanaf 2027. Ingeschat wordt dat tegenover het voordeel meerkosten van vergelijkbare omvang staan in de begroting van Delft. Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024 Het BTW compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. De ruimte die na de declaraties van gemeenten onder dit plafond overblijft, wordt jaarlijks verdeeld. De definitieve afrekening van het voorschot in de septembercirculaire 2024 leidt tot een nadeel dat nu is verwerkt. Dit betekent dat de geïnventariseerde stuurmaatregel uit het Handelingsperspectief waarmee de stelpost BCF wordt opgehoogd met € 0,5 miljoen niet mogelijk is en dus ook niet wordt begroot. Financiële positie Naast een positief begrotingssaldo en het voldoen aan de eis van structureel evenwicht zijn wendbaarheid en weerbaarheid bepalend voor de financiële gezondheid van de gemeente. Bij wendbaarheid gaat het erom hoe snel de gemeente de financiële huishouding kan afstemmen op veranderende opgaven of nieuwe financiële verhoudingen. Zo zijn bijvoorbeeld de lasten van afschrijving en rente weinig flexibel.
Daarnaast is onderwijshuisvesting een wettelijke taak met beperkte beïnvloedbaarheid. Op basis van ervaringscijfers hebben we via financieel-technische maatregelen uit de vorige paragraaf bijgestuurd. Dit zogenaamde
30
‘realistisch ramen’ blijft een continu aandachtspunt. Hiernaast kan een nieuw bestuur andere accenten hebben en nieuwe prioriteiten stellen (‘nieuw voor oud’). Financiële weerbaarheid draait om de omvang van de financiële buffer die nodig is om schommelingen en onverwachte ontwikkelingen op te vangen. De benodigde omvang hangt samen met de wendbaarheid. Een lage wendbaarheid vergt een hogere weerbaarheid, omdat het aanpassen van de financiële huishouding dan meer tijd kost. De weerbaarheid is vastgelegd in de Algemene reserve en moet zo nodig worden aangevuld wanneer deze weerbaarheidsreserve een te geringe omvang zou krijgen. Financiële kengetallen Deze kadernota wordt inzicht gegeven in de financiële kengetallen. De financiële kengetallen over belastingcapaciteit, grondexploitatie en structurele exploitatieruimte geven inzicht in de wendbaarheid van de gemeentelijke financiën. Tegelijkertijd geven kengetallen over schulden (netto schuldquote en gecorrigeerde netto schuldquote) en eigen vermogen (solvabiliteit) een helder beeld van de weerbaarheid. Voor inzicht in de financiële positie schrijft het BBV zes financiële kengetallen voor. Een kengetal (of financiële ratio) is een verhoudingsgetal dat is opgebouwd uit exploitatie- en/of balanscijfers.
Bij de kengetallen hoort een samenhangende beoordeling van de scores in relatie tot de signaleringswaarden die de provincie als financieel toezichthouder hanteert. Tabel: Signaleringswaarden Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) 2020 gemeenten Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Ratio Netto schuldquote
< 90%
90%-130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
< 90%
90%-130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
20%-50%
< 20%
grondexploitaties
< 20%
25%-35%
> 35%
Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
Belastingcapaciteit
< 95%
95%-105%
> 105%
De signaleringswaarden zijn geen doel, maar gelden als maximum (schuldquotes, grondexploitaties, belastingcapaciteit) of minimum (solvabiliteit, structurele exploitatieruimte) en fungeren als referentie voor de beoordeling. Voor meer toelichting op de betekenis van de verschillende indicatoren verwijzen we naar de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ van het Jaarverslag 2024.
31
Tabel: Financiële kengetallen Delft Ratio's Prognose
Prognose
Jaarrekening 2024
2025
2026
2027
Netto schuldquote
32,3%
48,5%
47,5%
53,5%
Gecorrigeerde netto schuldquote
19,7%
34,6%
34,0%
39,5%
Solvabiliteitsratio
41,5%
46,6%
47,8%
46,8%
Kengetal grondexploitaties
0,3%
0,3%
-0,9%
-0,3%
Structurele exploitatieruimte
6,7%
3,6%
4,6%
0,4%
113,5%
113,5%
113,5%
113,5%
Belastingcapaciteit
Prognose
De scores per kengetal zijn positief en overschrijden niet de signaleringswaarden uit het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) van de provincie. Een uitzondering geldt voor het kengetal Belastingcapaciteit, waarvoor de score als ‘risicovol’ wordt geclassificeerd. Dit kengetal geeft inzicht in de belastingdruk (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijk gemiddelde en daarmee in de ruimte voor belastingverhoging. NB: ‘Risicovol’ heeft daarbij betrekking op de cijfermatige mogelijkheid om aanvullende inkomsten vanuit hogere woonlasten te kunnen realiseren, die als beperkt wordt gezien. Het zegt niet iets over de vrije politieke keuze die daarover is te maken. Incidentele middelen Hieronder bieden we een geactualiseerd beeld van de beschikbare incidentele middelen. Als vertrekpunt is de Kadernota 2023 opgenomen (het moment waarop werd gestart met deze weergave van incidentele middelen). Daarnaast is de stand uit de Programmabegroting 20252028 opgenomen. In de rechterkolom wordt de stand van zaken van deze kadernota weergegeven. Na aftrek van de eerder toegelichte extra incidentele reservering van € 15 miljoen voor de volgende bestuursperiode resteert een saldo van € 15 miljoen.
32
Tabel: Overzicht van incidentele dekkingsmiddelen Incidentele dekkingsmiddelen Financiële ruimte
KN 2023
PB 2025-2028
KN 2025
Algemene reserve - Buffer
43.100
7.737
9.499
- Vrij besteedbare ruimte
27.097
33.756
38.709
22.467
18.467
18.467
96.391
59.960
66.675
1. Cofinanciering
-26.350
-14.550
-13.200
2. Opgave Delft-West
-10.000
-2.488
-1.949
3. Opgave IDD (Delft Zuid Oost)
-8.000
-
-
4. Museum Prinsenhof
-10.000
-10.000
-10.000
5. Gelatinebrug
-8.000
-8.000
-4.600
6. Begrotingssaldo 2025-2029
-24.000
-4.600
Reserve Stad - Saldo Reservering
7. Financiële ruimte betuursperiode 2026 e.v. Saldo incidentele ruimte
-6.800 -15.000
-86.350
-39.638
-51.549
10.041
20.322
15.126
Het overzicht van incidentele middelen is als volgt opgebouwd. Het eerste deel van de tabel geeft (het verloop van) de oorsprong van de middelen weer. Het tweede deel laat (het verloop van) de reserveringen voor inzet van de incidentele middelen zien. Algemene reserve De buffer is in de Programmabegroting 2023-2026 gevormd door extra inkomsten uit het gemeentefonds (coalitieakkoord kabinet Rutte IV en Voorjaarsnota 2022). De buffer is als dekking gebruikt voor de opgaven Delft-West en Innovatiedistrict Delft en voor het nadelige begrotingssaldo in 2025. Het saldo van de Algemene reserve is vrij besteedbaar na aftrek van de benodigde weerstandscapaciteit (risicoprofiel) en de buffer. De vrij besteedbare ruimte is met name gestegen door een daling van het risicoprofiel. De verhouding tussen het risicoprofiel en de beschikbare weerstandscapaciteit biedt een belangrijke indicatie van de weerbaarheid. Oftewel: hoe hoger de weerstandsratio, hoe meer vrij besteedbare ruimte er is in de algemene reserve. Per 31 december 2024 is de weerstandsratio 2,2 en daarmee, op grond van het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten, als 'uitstekend' te karakteriseren. Reserve Stad Dit betreft het saldo van de reserve Stad, nadat rekening is gehouden met de afgesproken bijdragen aan projecten in het kader van het Fonds Delft 2040.
De reserve Stad is bestemd voor een vitale, sterke en duurzame toekomst van Delft, hier horen ook de drie langjarige opgaven en cofinanciering bij Rijksbijdragen bij.
33
Cofinanciering Vanwege de verplichte cofinanciering bij rijkssubsidies en andere subsidies wordt rekening gehouden met benodigde bijdragen vanuit de gemeente. De mutatie in deze kadernota hangt samen met de cofinanciering voor de aankoop Schieweg 13, voor de aanleg van de Gelatinebrug en deels voor de realisatie van het stadspark Schieoevers. Opgave Delft-West In de tabel wordt zichtbaar welke middelen nog gereserveerd zijn voor Delft-West (€ 1,949 miljoen) na de aanspraken tot dusver op deze reservering. Opgave IDD Zoals zichtbaar in de tabel is de reservering voor de opgave Innovatie District Delft (IDD) volledig benut. Museum Prinsenhof De reservering stelt de gemeente in staat om de continuïteit van het project te waarborgen. Gelatinebrug Bij de Kadernota 2023 is vanwege een verslechterde businesscase een reservering van € 8 miljoen aangelegd, in afwachting van de zoektocht naar externe bijdragen. Externe bijdragen vanuit de MRDH en het Rijk leiden tot een vrijval van € 3,4 miljoen, waardoor sprake is van een resterende reservering van € 4,6 miljoen. Begrotingssaldo 2025-2029 In de reservering voor compensatie van een negatief begrotingssaldo is rekening gehouden met de bijstellingen die zijn verwerkt bij de septembercirculaire 2024, de Jaarstukken 2024 en de Kadernota 2026. Financiële ruimte bestuursperiode 2026 e.v.
Voor toekomstige jaren is in deze kadernota voorgesteld om middelen te reserveren in lijn met de motie ‘Verantwoord begroten, ruimte voor de toekomst’, die de raad op 3 april 2025 heeft aangenomen. Naast de meerjarige spaarbedragen (zie eerdere toelichting daarop onder “Bouwstenen”) wordt aanvullend een incidentele ruimte van € 15 miljoen gereserveerd.
34
BIJLAGE A STRATEGISCHE INVESTERINGSAGENDA (SIA) Wat is een Strategische Investeringsagenda? De stad blijft groeien en zich ontwikkelen. Dat uit zich in diverse opgaven, gebiedsontwikkelingen en beleidsambities. De Strategische Investeringsagenda (SIA) geeft inzicht in geplande investeringen en benodigde investeringen met een tijdhorizon tot 2040. Dit inzicht is belangrijk voor raad en college om keuzes te maken en te kunnen bijsturen op veranderende maatschappelijke, organisatorische en financiële omstandigheden. De SIA is beeldvormend, niet uitputtend en kan door (huidige en toekomstige) raad en college worden gebruikt als een dynamisch instrument om de besluitvorming vanaf de Kadernota 2026 te ondersteunen. Een planhorizon die verder gaat dan het begrotings- en meerjarenbeeld is van belang, omdat de drie grote opgaven van de gemeente Delft (Delft-West, Innovatiedistrict Delft en de energietransitie) een lange doorlooptijd kennen. Dat geldt ook voor diverse gebiedsontwikkelingen en beleidsambities. En niet alleen de gemeente, ook partners om ons heen werken met een lange planhorizon. Zo heeft de gemeente Delft de afgelopen jaren forse (rijks)subsidies binnengehaald voor projecten met langere doorlooptijden. Denk bijvoorbeeld aan infrastructurele werkzaamheden met een bestedingsdoorlooptijd van 10 jaar, gekoppeld aan de realisatie van voldoende woningen.
Een Strategische Investeringsagenda met een langere planhorizon geeft inzicht in lange termijneffecten van bestaande, geplande en toekomstige investeringen. Zoals de benodigde realisatiekracht, de ontwikkeling van de kapitaallasten na de huidige planperiode en de gevolgen voor de financiële positie van de gemeente (financiële ruimte en balanspositie). Het inzicht op basis van de SIA stelt ons in staat om vanuit een langetermijnperspectief integrale en realistische keuzes te maken, waarmee we rekening moeten houden met nadere beleidskeuzes, financiële mogelijkheden én de uitvoeringskracht van de organisatie, nu en in de toekomst. Dat doen we door iedere kadernota een SIA op te nemen en uit de SIA te selecteren over welke investeringen in ieder geval een besluit genomen moet worden. Het SIA kan ondersteunend zijn op het moment dat de raad een concrete investeringsbeslissing heeft te nemen. Welke investeringen staan in de Programmabegroting 2025-2028? Op de balans per 31 december 2024 staat een boekwaarde van onze huidige materiële vaste activa van ca. € 375 miljoen. Met het investeringsprogramma, zoals dat is opgenomen in de Programmabegroting 2025-2028, komt daar ca. € 600 miljoen bij. De kapitaallasten die voortvloeien uit dit investeringsprogramma stijgen de komende jaren en kennen een piek van € 34 miljoen per jaar in de jaren 2029 t/m 2031.
Bij de berekening van deze kapitaallasten is rekening gehouden met een stijgende rente. Dit leidt per saldo tot rentelasten in 2029 van € 7,62 miljoen. Voor het dekken van de afschrijvingslasten is deels een jaarlijkse gemiddelde onttrekking van circa € 3,5 miljoen aan de reserve dekking kapitaallasten opgenomen. De reserve dekking kapitaallasten wordt in principe
35
alleen gevuld en aangewend voor eenmalige investeringen (met andere woorden: niet voor investeringen die in de toekomst weer om vervangingsinvesteringen vragen). Het restant van de afschrijvingslasten komt ten laste van de jaarlijkse exploitatie. Figuur: Ontwikkeling kapitaallasten 2024-2040
Het huidige investeringsprogramma laat jaarlijks in de verantwoording een onderschrijding zien ten opzichte van de geplande investeringsuitgaven, onder andere als gevolg van langdurige besluitvormingsprocedures, marktontwikkelingen en optimistisch ramen. Dit legt onbedoeld beslag op financiële ruimte voor kapitaallasten en vraagt elk jaar een herfasering van geplande investeringen. In het kader van realistisch ramen houden we in de programmabegroting rekening met een realisatie van 70% van de geplande investeringen. Een weergave hiervan is opgenomen in onderstaande tabel. De tabel toont de gerealiseerde investeringen in de afgelopen vier jaar (2021 t/m 2024) en de planning van de investeringen op basis van de vastgestelde Programmabegroting 2025-2028.
36
Figuur: Actueel overzicht investeringen
Over welke investeringen besluiten we deze kadernota? In de Kadernota 2026 hebben we een aantal nieuwe investeringsvoorstellen opgenomen. Met de investeringsvoorstellen stijgt het vastgestelde investeringsprogramma uit de Programmabegroting 2025-2028 met ca. € 47 miljoen.
37
Tabel: Investeringsvoorstellen Kadernota 2026
Om de kapitaallasten beheersbaar te houden, is het belangrijk dat we de ontwikkeling van de omvang hiervan volgen. De kapitaallasten als gevolg van de investeringsvoorstellen in de Kadernota 2026 stijgen vanaf 2026 met circa € 0,6 miljoen per jaar ten opzichte van de programmabegroting 2025-2028. Dit betekent dat de huidige piek aan kapitaallasten in de periode 2029-2031 op circa € 35 miljoen komt te liggen. Op een begroting met een totale omzet van circa € 500 miljoen is dit circa 7%. Met financiële ruimte voor toekomstige investeringen hebben we in de Kadernota 2026 rekening gehouden door middel van reserveringen vanaf 2027. Over welke investeringen in de Strategische Investeringsagenda moet nog besluitvorming plaatsvinden? De SIA is opgebouwd vanuit de opgaven, gebiedsontwikkelingen en huidige beleidsinhoudelijke uitgangspunten. De totale bruto omvang van de SIA bedraagt circa € 1.400 miljoen. Van deze € 1.400 miljoen is ca. 27% (€ 400 miljoen) al gedekt door reguliere instandhoudingsinvesteringen (€ 200 miljoen) en diverse projecten (€ 200 miljoen) met reeds toegekende rijkssubsidies. Van
38
het overige deel (ca. € 1.000 miljoen) blijft na aftrek van subsidies (Rijk, MRDH), evenals bijdragen van ontwikkelende partijen volgens de nota Kostenverhaal, een netto investeringsaandeel over van ongeveer € 700 miljoen voor de gemeente Delft. Dit geldt uiteraard alleen als besloten wordt om de investeringen te doen, aanvullend op de investeringen uit de Programmabegroting 2025-2028 en de voorstellen in deze kadernota. De ingeslagen weg om medefinanciering van externe partners te verkrijgen is succesvol. Die wordt voortgezet. Het indicatieve investeringsvolume van de SIA is gemiddeld € 110 miljoen per jaar (€ 1.357 miljoen in 12 jaar). Dit ligt ver boven het gerealiseerde investeringsvolume in 2023 en 2024 van gemiddeld € 45 miljoen. Het benadrukt de aanzienlijke financiële inzet en de realisatiekracht die nodig is. Let wel: bedragen in de SIA zijn indicatief en er moet nog veel worden uitgewerkt. Over de nieuwe investeringen in de SIA hoeven we op korte termijn nog geen keuze te maken. Noodzakelijk geachte investeringen op de korte termijn zijn immers onderdeel van deze kadernota. Bij iedere kadernota wordt opnieuw de afweging gemaakt. Wat wel duidelijk is, is dat we te maken krijgen met (besluitvorming over) aanzienlijke investeringen en dat de kapitaallasten zullen stijgen naarmate de investeringen toenemen. Dit moet passen binnen de bestaande financiële kaders.
Indeling van de Strategische Investeringsagenda Voor de investeringen in de SIA hebben we gekozen voor een indeling in drie verschillende categorieën: 1. Strategische Investeringen: deze zijn gekoppeld aan de groei van de stad. Voorbeelden zijn onze drie grote opgaven, gebiedsontwikkelingen (Schieoevers/Innovatie District Delft), Mobiliteitsprogramma Delft 2040, ontwikkelplan Maatschappelijke voorzieningen en Integraal Huisvestingsplan Cultuur. 2. Verbeteren bestaande activa: voor diverse activa is alleen in stand houden niet meer voldoende. Renovatie, verduurzaming, maar ook toekomstbestendig maken van onze assets (zoals vastgoedbezit). Voorbeelden: Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting, Cultuur (Prinsenhof, Rietveldtheater, Theater de Veste) en overig gemeentelijk vastgoed. 3. In stand houden activa: betreft diverse beheerplannen binnen de Openbare Ruimte en de bedrijfsmiddelen.
39
Figuur: Overzicht investeringen 2025 t/m 2040
Voor de eerste twee categorieën van investeringen moeten we zorgvuldig keuzes maken en budgetten reserveren. Bij de besluitvorming houden we rekening met de financiële ruimte en met de uitvoeringskracht die nodig is om investeringen succesvol te realiseren. In de afgelopen jaren hebben we deze aanpak gevolgd bij grote ontwikkelingen zoals Schieoevers, Prinsenhof en de Gelatinebrug. Voor de derde categorie—het in stand houden van activa—ontvangt de gemeente in principe middelen via het gemeentefonds. Dit budget stelt ons in staat om bestaande voorzieningen te onderhouden. Hieronder volgt een toelichting per categorie. Categorie 1 - Strategische investeringen Figuur: Specificatie van categorie 1, strategische investeringen
40
Leeswijzer: Deze categorie bevat ook projecten, waar al wel financiële ruimte voor is. Het gaat dan bijvoorbeeld om grondexploitaties, die de raad heeft vastgesteld en de verschillende infrastructurele projecten, waarvoor de afgelopen jaren ca. € 98 miljoen rijkssubsidie is binnengehaald. Delft-West (grondexploitaties, versnellingsgelden en Woningbouwimpuls (WBI)-gelden) - ca. € 69 miljoen Onderdeel van deze investeringen zijn onder andere de besteding van de versnellingsgelden en WBI-gelden binnen Delft-West (ca. € 25 miljoen). Inclusief cofinanciering van de gemeente gaat dat om een investering van € 45 miljoen. Ook de door de raad goedgekeurde grondexploitatie Kop van de Buitenhof valt hieronder. Dit geldt ook voor de grondexploitaties Gillis Delfia en de Reiger, die de raad nog moet vaststellen, en het project Hasseltlaan (facilitaire ontwikkeling). Energietransitie - ca. € 155 miljoen Het Rijk financiert gemeenten meerjarig, in ieder geval tot en met 2030, voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. De gemeente draagt financieel bij aan de aanleg van het Open Warmtenet vanuit het Fonds Delft 2040. Daarnaast heeft de gemeenteraad middelen beschikbaar gesteld voor het isolatieplan en warmte-uitvoeringsplannen. Met deze middelen is de fase tot 2030 financieel redelijk voorzien.
Voor de fase 2030 tot 2040 (10.000 woningen Warmtenet 2e fase en 15.000 woningen isoleren) moeten we, gezien de ambities voor 2040, nog flinke stappen zetten om de doelstellingen te behalen. Daarvoor zijn investeringen nodig. Hier ligt een duidelijke rol voor de (rijks)overheid. Het bedrag ad € 155 miljoen is een zeer indicatieve (genormeerde) raming van mogelijke extra investeringen, die niet altijd (en zeker niet volledig) voor rekening van de gemeente komen. Voor dekking van investeringen wordt gekeken naar rijksoverheid, woningeigenaren, lokale overheid, marktpartijen en beleggers. Schieoevers/Innovatiedistrict Delft (IDD) - ca. € 257 miljoen In de (door)ontwikkeling van Schieoevers hebben we een fasering aangebracht: fase 1 tot 2030 en fase 2 van 2030 tot 2040. Met name voor die tweede fase zijn nog geen middelen toegekend, terwijl de opgave wel een lange-termijn-ambitie betreft. Onder dit bedrag vallen ook de investeringen (ca. € 128 miljoen) waarvoor wij subsidies (€ 73 miljoen) hebben binnengehaald.
41
Het betreffen vooral infrastructurele werkzaamheden en mobiliteitsmaatregelen, zoals hartlijn, park, fietstunnel onder het spoor en bijbehorende plankosten. Groei van de stad (ontwikkelperspectief maatschappelijke voorzieningen) - ca. € 198 miljoen Onze stad heeft voldoende, kwalitatief goede en betaalbare maatschappelijke voorzieningen nodig, die aansluiten op de wensen van de (toekomstige) bewoners en gebruikers. Ook de openbare voorzieningen kunnen bijdragen aan ontmoeten, ontwikkelen en meedoen voor alle Delftenaren. Een eerste indicatieve (grove) raming vraagt om een investering van ca. € 198 miljoen. Dit betreft de volgende onderdelen: welzijn/ontmoeting, sport (binnensport, buitensport en zwemmen) en cultuur. Deze investeringen dienen nog geconcretiseerd te worden en komen niet altijd (en zeker niet volledig) voor rekening van de gemeente. NB: Het ontwikkelperspectief is overkoepelend beleid voor maatschappelijke voorzieningen en diverse onderliggende sectoren. Voor wat Cultuur betreft zit hier een duidelijke link naar het IHP Cultuur. Op basis van het nog door de raad vast te stellen IHP Cultuur vindt een nadere uitwerking en concretisering plaats van de nog te maken keuzes. Mobiliteitsprogramma 2040 - ca. € 36 miljoen (€ 3 miljoen per jaar) Op 28 januari 2021 heeft de gemeenteraad het Mobiliteitsprogramma 2040 (MPD) vastgesteld.
De Adaptieve Mobiliteitsagenda 2040 is het uitvoeringsprogramma voor het MPD. Hierin staan projecten die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen uit het MPD. In 2025 beginnen we met het actualiseren van de Adaptieve Mobiliteitsagenda voor 2026-2030. Deze middelen (ca. € 3 miljoen per jaar) kunnen ook gebruikt worden als cofinanciering/vliegwiel voor mobiliteitsprojecten, waarvoor we subsidie bij de MRDH kunnen krijgen. Categorie 2 - Verbeteren Vaste activa Figuur: Specificatie van categorie 2, verbeteren vaste activa
42
Vastgoed: toekomstbestendig maken panden – ca. € 34 miljoen Ons eigen vastgoedbezit is op enig moment toe aan renovatie of sloop/nieuwbouw. Naast het reguliere onderhoud is een uitgangspunt dat na 25 jaar sprake kan zijn van renovatie en na 50 jaar van sloop/nieuwbouw, tenzij het een monument is. In de periode 2029 tot en met 2040 is naar de huidige inzichten in de vastgoedportefeuille voor 15 objecten een investeringsvolume van ca. € 34 miljoen geïnventariseerd. In de meeste gevallen zullen wij deze investeringen doorberekenen in de kostprijsdekkende huur. De maatschappelijke functie van onze panden, waarin onze maatschappelijke partners meestal de activiteiten verzorgen, maakt echter dat niet altijd alle huisvestingskosten hieruit gedekt kunnen worden. Door middel van subsidie aan maatschappelijke activiteiten draagt de gemeente dan bij aan het behouden van deze activiteiten. Theater de Veste - ca. € 75 miljoen De raad heeft besloten om niet eerder dan in 2028 af te wegen of een volgende verkennende fase voor het project nieuwbouw Theater de Veste opgestart kan worden. Gezien de verwachte doorlooptijd van een mogelijk nieuwbouwproject voor een theater, kan het gebouw niet eerder dan in 2040 zijn deuren openen. Hoewel de omvang nog niet exact te bepalen is, gaan we in de SIA uit van een mogelijke investering van ca. € 75 miljoen. IHP Onderwijs - ca.
€ 340 miljoen Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2025-2041 geeft voor de opgave voor onderwijshuisvesting voor de eerste vier jaar een concrete planning en voor de jaren daarna een doorkijk voor 12 jaar. De opgave onderwijshuisvesting in Delft is fors, net als in de rest van Nederland. De bekostiging vanuit het Rijk blijft ver achter bij wat nodig is om de inhaalslag op het gebied van onderwijshuisvesting te kunnen financieren. De totale opgave is terug te vinden in het IHP 20252041 en beslaat voor de periode (2029-2040) een bedrag van ca. € 340 miljoen. Categorie 3 - In stand houden activa Figuur: Specificatie van categorie 3, in stand houden activa
43
Beheerplannen openbare ruimte – ca. € 181 miljoen Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. Een goede openbare ruimte draagt bij aan het welzijn en de veiligheid van de gebruikers van de openbare ruimte. Op basis van het integrale beheersysteem en de diverse schouw- en inspectierondes worden via de beheerplannen keuzes gemaakt voor de instandhouding of vervanging en daarvoor benodigde middelen. In de binnenstad en het beschermd stadsgezicht hanteert Delft CROW-niveau "B"; in de overige delen van de stad CROW-niveau "C". De beheerplannen geven op korte en middellange termijn (twintig jaar) aan wanneer welke onderhouds- en vervangingsmaatregelen genomen moeten worden om het kapitaalgoed in stand te houden. Voor de langere termijn hebben we de Nota Kapitaalgoederen opgesteld. Deze geeft een theoretische weergave van de vervangingsopgave voor de periode van twintig tot honderd jaar. Indicatief is nu een bedrag ad € 181 miljoen opgenomen voor de periode 2029 tot en met 2040. Dit is geëxtrapoleerd als volgt verdeeld over de verschillende beheerplannen:
44
Figuur: Specificatie van beheerplannen 2029-2040
Bedrijfsmiddelen – ca. € 11 miljoen Gemiddeld wordt ook voor ca. € 0,9 miljoen per jaar rekening gehouden met noodzakelijke investeringen in bedrijfsmiddelen. Daarbij kan gedacht worden aan (vervangings)investeringen parkeerautomaten, tractie, meubilair en ICT-voorzieningen. Samenvatting De SIA biedt een integraal en indicatief overzicht van lange-termijn-investeringen, gekoppeld aan de doelen en opgaven na de huidige planperiode (2029-2040). De SIA bestaat uit (1) strategische investeringen, (2) verbetering van bestaande activa en (3) Investeringen voor het in stand houden van activa. In de Kadernota 2026 hebben we een beperkt aantal investeringsvoorstellen opgenomen uit de SIA, met name vervangingsinvesteringen (categorie 3) en onderwijshuisvesting (categorie 2). Bruto heeft de SIA een omvang van circa € 1,4 miljard. Hiervan is € 0,4 miljard al financieel gedekt. Van het resterende deel (€ 1,0 miljard) blijft er, na aftrek van subsidies (Rijk, MRDH) en bijdragen van ontwikkelende partijen op basis van de nota Kostenverhaal, een netto investeringsaandeel van circa € 700 miljoen voor de gemeente Delft. Keuzes over deze investeringen in de SIA moeten overwegend nog gemaakt worden en dat hoeft niet op de korte termijn.
Het vergt in de toekomstige kadernota’s een integrale afweging die rekening houdt met uitvoeringskracht (vanwege huidige onderschrijdingen) en financiële ruimte voor kapitaallasten (vanwege oplopende kapitaallasten). De huidige uitvoeringskracht leidt ertoe dat rekening moet worden gehouden met een jaarlijks investeringsniveau tussen de € 45 en € 55 miljoen. Om in de komende jaren keuzes te kunnen maken voor wat betreft nieuwe investeringen zal in een volgend SIA inzichtelijk gemaakt worden hoe aan de beheersing van de omvang van investeringen/ kapitaallasten verder invulling kan worden gegeven.
45
BIJLAGE B1: 12E BEGROTINGSWIJZIGING (BEGROTINGSWIJZIGING KADERNOTA 2026) Separaat document.
46
BIJLAGE B2. TOELICHTING OP 12E BEGROTINGSWIJZIGING (BEGROTINGSWIJZIGING KADERNOTA 2026) De begrotingswijziging De begrotingswijziging bij de Kadernota 2026 bevat voorstellen met de consequenties voor 2025 en verder. De begrotingswijziging leidt tot bijstelling van de vastgestelde begroting 2025 (Programmabegroting 2025-2028). Op het voorblad van de begrotingswijziging staat een standaardtekst over het besluit tot wijziging van de vastgestelde begroting. De vaststelling van de begroting is gebeurd door middel van het raadsbesluit over de begroting in het voorafgaande jaar. De meerjarenraming wordt hierbij, formeel bezien, voor kennisgeving aangenomen. In begrotingswijziging wordt, naast wijziging van het eerder vastgestelde begrotingsjaar, voor een compleet beeld ook inzicht gegeven in de meerjarige consequenties. In het begrotings- en meerjarenbeeld van de kadernota wordt hiermee vervolgens rekening gehouden. De formele vaststelling van die consequenties voor het meerjarenbeeld vindt plaats bij de vaststelling van de begroting voor het betreffende jaar. Leeswijzer bij de begrotingswijziging: • •
In de kolommen ‘lasten’ en ‘baten’ betekent een negatief bedrag lagere lasten (=voordeel) of lagere baten (=nadeel). Een positief bedrag betekent hogere lasten (=nadeel) of hogere baten (=voordeel). In de kolom ‘saldo’ betekent een negatief bedrag een nadeel en een positief bedrag een voordeel voor het begrotingssaldo.
Tekstuele toelichting op begrotingswijziging In de toelichting hierna zijn de mutaties in de begrotingswijziging bij de Kadernota 2026 geordend per begrotingsprogramma. Onder de omschrijving van het voorstel is (tussen haakjes) een verwijzing opgenomen naar de bouwsteen in de kadernota waarop het voorstel betrekking heeft. 1. Raad Vergaderkosten raad (Bestaand beleid) Als gevolg van aanzienlijke stijgende vergaderkosten wordt het budget structureel verhoogd. Vertrouwenscommissie (Bestaand beleid) Overeenkomstig het raadsbesluit van 19 december 2024 worden incidentele middelen voor 2025 begroot. Het betreft kosten van vergoedingen voor de vergaderingen (conform Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers), externe begeleiding, huur locaties voor de gesprekken met de kandidaten en de installatievergadering van de nieuwe burgemeester.
47
2. Stad en bestuur N.v.t. 3. Duurzame stad Energietransitie (Opgave) Voor de opgave energietransitie is extra personele inzet noodzakelijk. Hiervoor worden incidenteel middelen tot en met 2027 beschikbaar gesteld. Er is in belangrijke mate dekking beschikbaar vanuit de Cdoke-middelen van het Rijk. Circulaire economie (Bestaand beleid) In 2023 zijn we gestart met de uitvoering van de visie "Delft circulair in 2050" (2020) en hebben we de uitvoeringsagenda voor 2024 opgesteld. Voor 2026 zijn al middelen beschikbaar gesteld in de vorige kadernota. Voor het vervolg van de circulaire economie is een bedrag van circa € 200.000 per jaar benodigd. Voorgesteld wordt om in deze kadernota € 200.000 incidenteel te honoreren voor 2027. Het is daarna aan een nieuw college en gemeenteraad opnieuw een afweging te maken. Groen en biodiversiteit en Geoormerkte gelden stichting Groenfonds (Bestaand beleid) Vanuit de natuurbeschermingswet en de Natuur Herstelwet hebben we als gemeente een verplichting om hier invulling aan te geven. Dekking is beschikbaar vanuit het positieve saldo dat in 2025 resteert na opheffing van de Stichting Landschapsfonds Hof van Delfland, waarvan de middelen geoormerkt zijn voor groen en biodiversiteit. Initiatiefvoorstel Groene linten (Moties en toezeggingen) Dit betreft het amendement Niet bij de Schie alleen.
Voor nu wordt besloten om middelen vrij te maken voor onderzoek en daarna de uitkomsten voor te leggen voor nadere bestuurlijke besluitvorming. Vergroenen achter de gevel (Moties en toezeggingen) De klimaatmaat van De Papaver krijgt subsidie voor het uitvoeren van activiteiten om Delft klimaatbestendiger te maken door grijze versteende plekken te vergroenen. De inzet is gekoppeld aan rioleringswerkzaamheden en de gevel-tot-gevel-aanpak. In een wijk is dan een logisch moment om bewoners te bewegen tuinen te vergroenen, water te bergen en schaduw te creëren. De pilot zetten we door. Conform de motie 'Achter de gevel' worden incidenteel voor 2026 en 2027 middelen toegekend. Delft-West: Circulair ambachtsnetwerk (Opgaven) Het Rijk heeft € 12,3 miljoen voor 4 jaar toegekend voor uitvoering van de aanvraag Regio Deal. Voorwaarde hierbij is dat de gemeente samen met partners ook € 12,3 miljoen cofinanciering bijdraagt. In het kader van deze Regio Deal wordt subsidie verstrekt aan 6 initiatieven, w.o. het
48
Circulaire ambachtsnetwerk. Hiervoor was reeds € 25.000 begroot. Conform de besluitvorming over de subsidiebeschikkingen 2025 in het college van 17 december 2024 worden lasten (€ 411.000 subsidie) en baten (€ 411.000 inkomsten regiodeal) in de begroting 2025 verhoogd. Voor de 6 initiatieven is een bijdrage benodigd uit de reservering Delft-West (€ 539.000) (zie ook programma’s Samenleven, onderwijs en cultuur, Werk en inkomen, Economie en vastgoed en Financiën). 4. Bereikbare stad Reconstructie Kruispunt Buitenhofdreef/ P. van Hauwelaan (Investeringen) De halte Diepenbrockstraat wordt verplaatst naar de Pierre van Hauwelaan en het kruispunt Buitenhofdreef/ Pierre van Hauwelaan wordt aangepast. De urgentie hiervan hangt vooral samen met de verkeersveiligheid). Aanpassing kruispunt zorgt verder voor: • •
Een logischer vormgeving van het kruispunt. Ca. 500 m2 vrijkomende ruimte, voor bijvoorbeeld vergroening of stedelijke ontwikkeling.
Verplaatsing van de halte zorgt voor: • • • •
Goede aansluiting van Kop van de Buitenhof op het openbaar vervoer. Stimuleren om autobezit en -gebruik te verminderen. Bereikbaar houden noordelijk deel Delft-West met OV met sterke afhankelijkheid van tramlijn 1. Toegankelijke/inclusieve halte op logische plek in OV-netwerk, met ruimte voor rolstoelen en kinderwagens; ook van belang met het oog op de toenemende vergrijzing in Buitenhof.
Het gaat om een investering van € 10.750.000 met cofinanciering en een bijdrage vanuit de gemeente van € 6.000.000. Hiervan is € 2.750.000 reeds beschikbaar en aanvullend € 3.250.000 benodigd. Dit leidt tot een structurele kapitaallast in de begroting van € 19.000 in 2026 oplopend naar € 81.000 in 2030. Adaptieve Mobiliteitsagenda (Investeringen) Cijfers van het CBS tonen aan dat de kosten in de grond-, weg en waterbouw de afgelopen bovengemiddeld zijn gestegen. Daarom is het nodig om de investeringsbudgetten voor 2026 t/m 2028 te indexeren met jaarlijks 4%. Dit wordt gedekt vanuit de stelpost Inflatiecorrectie investeringen (zie programma Financiën). 5 Goed wonen Actief grondbeleid (Moties en toezeggingen) Hiermee wordt een invulling gegeven van de motie Actief Grondbeleid. Om dit vorm te geven, is extra personeel bij de afdeling Vastgoed noodzakelijk. De inzet is deels te verhalen op projecten, daarnaast is er een financiële consequentie. Met het oog op herprioritering en minder
49
inzet op andere onderwerpen, staat tegenover de uitbreiding voor de afdeling Vastgoed voor dat laatste deel een even grote gemeentebrede bezuinigingsopdracht van € 510.000 voor 2025, oplopend naar € 680.000 in 2026 tot € 850.000 vanaf 2027. Daarmee wordt het voorstel budgetneutraal (zie ook programma’s Economie en vastgoed en Financiën). Niet-voorziene plankosten Programma Schieoevers (Opgaven) Er worden extra plankosten gemaakt als gevolg van het (vooralsnog) uitblijven van een uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan. Deze extra plankosten kunnen niet worden gedekt uit de opbrengsten van de anterieure overeenkomsten. Het laat een financieel resultaat zien van € 821.000 negatief. Realisatie Woningbouw (Moties en toezeggingen) Met dit voorstel wordt invulling gegeven aan de motie Betaalbaarder wonen in Delft. We reserveren in 2026 en 2027 middelen om door te pakken op woningbouwversnelling en betaalbaarheid. Na deze incidentele inzet bezien we waar deze taken in de organisatie belegd kunnen worden. Omgevingsvergunningen (Bestaand beleid) De invoering van de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging van het bouwen en andere maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot een verwachte terugloop van de legesbaten van omgevingsvergunningen. Daarom wordt voorgesteld de legesbaten met € 733.000 naar beneden aan te passen.
Tegelijkertijd wordt een structurele verlaging op kosten van € 80.000 doorgevoerd en komt de jaarlijkse dotatie aan de voorziening ad € 194.000 te vervallen. Mede vanuit het uitgangspunt van kostendekkendheid wordt richting de Programmabegroting 20262029 verder naar de besparingsmogelijkheden aan de uitgavenkant gekeken. Actualisatie Businesscase Programma Schieoevers (Opgaven) Onderliggende kostenramingen van het programma Schieoevers worden jaarlijks geïndexeerd naar het nieuwe prijspeil. Het resultaat laat een financieel saldo zien van € 876.000 negatief als gevolg van indexatie van de netto-investeringen (= investeringen minus verwachte subsidies). Dekking is beschikbaar vanuit de stelpost Nominale ontwikkeling (zie programma Financiën). 6. Schone en veilige stad Waardevol grofvuil (Gesloten Circuit) (Bestaand beleid) In deze kadernota besluiten wij over een inzet op 'Waardevol grofvuil' van jaarlijks € 300.000. Het doel is werken aan bewustwording dat grofvuil een waardevolle afvalstroom is. De verwachting is dat de openbare ruimte schoner en veiliger wordt, omdat minder grofvuil op straat staat. En dat minder inzamelmomenten nodig zijn. Of deze besparingen voldoende zijn om de kosten van 'waardevol grofvuil' op te vangen, staat nog niet vast. De besparingen worden nog niet opgenomen, maar de lasten van € 300.000 moeten wel gedekt worden.
Dat gebeurt door de afvalstoffenheffing te verhogen, zodat wij met deze extra baten de lasten kunnen dekken. Er
50
wordt uitgegaan van een stijging van de afvalstoffenheffing vanaf 2026 om de lasten budgetneutraal te kunnen dekken. UPV zwerfvalvergoeding (Bestaand beleid) De gemeente ontvangt een UPV-zwerfafvalvergoeding voor het terugdringen van Single-UsePlastics in het zwerfafval. Een deel van de UPV-zwerfafvalvergoeding die de gemeente ontvangt, wordt ingezet voor de aanschaf, levering en plaatsing van 70 zelf-persende afvalbakken. De verwachte jaarlijkse exploitatiekosten voor onderhoud en service, schoonmaken en lediging kunnen meerjarig worden gedekt uit het restant van de vergoeding. Verlenging gevel tot gevel aanpak (Moties en toezeggingen) Hiermee wordt een invulling gegeven aan de motie 'Gevel tot gevel'. Evenals diverse andere investeringsonderwerpen (zoals IHP Onderwijs, Adaptieve MobiliteitsAgenda) wordt een eerste volgende jaarschijf, voor 2028 (investeringsbedrag € 600.000), toegekend. Dit in verband met de aangenomen motie over dit onderwerp. De kapitaallasten hiervan ad € 26.000 die vanaf 2029 aan de orde zijn, worden in de Programmabegroting 2026-2029 verwerkt. Besluitvorming over eventuele nieuwe jaarschijven voor 2029 en verder laten we over aan een nieuwe raad. Besparing uitvoeringskosten Beheer en onderhoud riolering (Maatregelen Handelingsperspectief) Op de materiële kosten is met ingang van 2026 een structurele besparing van € 100.000 mogelijk.
Dit effect komt niet ten gunste van de algemene middelen, maar heeft een licht dempende werking op de ontwikkeling van de rioolheffing. 7. Gezonde en sociale stad Toekomstbestendige JGZ (Sociaal domein) Het is onvermijdelijk om middelen beschikbaar te stellen voor de Stichting Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West (JGZ-ZHW), omdat zij haar preventieve taken goed moet kunnen blijven uitvoeren. Het structurele bedrag voor Delft van € 119.000 structureel vanaf 2025 is gebaseerd op een vaste verdeelsleutel in de regio. Autonome groei jeugdzorg (Sociaal domein) De kosten voor jeugdzorg stijgen door prijs-, volume- en intensiteitseffecten. Hiermee is rekening gehouden t/m 2027, mede dankzij de extra middelen die zijn opgenomen in de Voorjaarsnota van het Rijk. Vanaf 2028 is uitsluitend met prijseffecten rekening gehouden. De volume- en intensiteitseffecten worden onderdeel van het risicoprofiel in de Programmabegroting 2026-2029. Actualisatie WMO (Sociaal domein) Op de posten 'hulp bij het huishouden' en 'begeleiding' is sprake van een meerjarig voordeel op basis van ervaringscijfers.
51
Uitbetaling vrijval reserve Maatschappelijke opvang/Beschermd wonen/Begeleiding (Sociaal domein) Delft vervult een centrumgemeentefunctie in de DWO-regio en ontvangt middelen voor de DWOregio. Als middelen overblijven, dan worden deze opgenomen in de bestemmingsreserve Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Deze kadernota wordt besloten om het regiodeel van de reserve te actualiseren en voor de reguliere kosten maatschappelijke opvang en wonen middelen te onttrekken uit de bestemmingsreserve Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Voor het regiodeel wordt een vrijval van € 6,2 miljoen voorgesteld (zie programma Financiën), waarvan € 3 miljoen ten gunste van Delft. Het resterende deel van €3,2 miljoen wordt na besluitvorming van de raad over de Kadernota 2026 aan de overige regiogemeenten uitgekeerd. Correctie meicirculaire 2024 Nationaal actieplan dakloosheid en WMO beschermd wonen regio (Sociaal domein) Bij de meicirculaire 2024 is besloten structureel € 379.000 voor Maatschappelijke Opvang (MO) en structureel € 1,08 miljoen voor Beschermd Wonen (BW) in de bestemmingsreserve MO-BW te storten. Het is niet wenselijk deze structurele verhoging van budgetten in een reserve te storten, omdat hier reguliere kosten uit gedekt moeten worden. De budgetneutrale dekking zit in het schrappen van de jaarlijks begrote toevoegingen aan de reserve MO-BW.
De tegenhanger hiervan is verwerkt op het programma Financiën. Besparing uitvoeringskosten Sociaal domein (Maatregelen Handelingsperspectief) Binnen de huidige uitvoeringskosten gerelateerd aan het sociaal domein zetten we per 2027 in op het vinden van een besparing van structureel € 100.000. Dit doen we vanuit de transitie richting de sociale basis en de daaruit volgende herinrichting, waar onder andere sprake zal zijn van ontschotting. 8. Samenleven, onderwijs en cultuur Duurzame toekomst van Westvest 9 en herhuisvesting Erfgoed (Moties en toezeggingen en Investeringen) In eerdere kadernota's en de Programmabegroting 2025-2028 is besloten om voorbereidingen te treffen voor de herhuisvesting van Erfgoed Delft. Deze kadernota wordt besloten dat Erfgoed haar dienstverlenings- en publieksconcept voortaan gaat uitvoeren op een nieuwe, zichtbare en publiek toegankelijke locatie op de Westvest 9. Hiermee wordt invulling gegeven aan de vastgestelde Erfgoednota en vindt verduurzaming en verbetering plaats van het monument Westvest 9. De investering voor verbouwing, verduurzaming en primaire inrichting bedraagt € 10,137 miljoen. Verder speelt een vereiste investering van € 0,3 miljoen voor inventaris van de publieksruimten en algemene kantoorvoorzieningen voor de nieuwe ruimten. Daarnaast zijn geactualiseerde exploitatielasten aan de orde.
Een nadere specificatie hiervan is te vinden in een separaat raadsstuk dat over dit onderwerp aan de raad wordt gezonden. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de motie 'Duurzame toekomst van Westvest 9 / Herhuisvesting Erfgoed Delft' (zie ook programma Economie en vastgoed en Overhead). Wijkregie / Licht-programmatische aanpak in de wijk (Moties en toezeggingen)
52
Nu de resultaten van de programmatische aanpak in Delft-West zichtbaar worden, hebben we besloten een licht programmatische aanpak in te gaan zetten in onze andere wijken. Dit voorstel gaat over de inzet van programmatische wijkaanpak in onze andere wijken, in lichte vorm. We reserveren in 2026 incidenteel €293.000 ten behoeve van de inzet van wijkregisseurs en hun werkbudget. Hiermee wordt invulling gegeven aan toezegging T22110.4.1.12 en motie 4.1.17. Onze nieuwe welzijnsorganisatie wordt komende periode ook ingericht. Hierna is beter te beoordelen of, en zo ja, hoeveel inzet nodig is voor een gemeente als Delft en in welke mate dat op termijn is te integreren in bestaande capaciteit. Veld 51 - kapitaallasten (Sportpark Kerkpolder) (Investeringen) Door het opnieuw aanleggen van veld 51 wordt de capaciteit van de voetbalsport op orde gebracht en een impuls gegeven aan de ontwikkeling van Delft-West. De gemeente kan hier ook bewegingsonderwijs faciliteren en het veld kan een wijkfunctie vervullen voor Delft-West. Het gaat om een investering vanuit de gemeente van € 1.000.000. Dit leidt tot een structurele last in de begroting van € 70.000 vanaf 2026. Beheerplan buitensport (Bestaand beleid) Onvermijdelijk vanwege kostenstijgingen voor het beheer en onderhoud van bestaande sportvelden en buitensportaccommodaties. Dit wordt structureel verwerkt.