CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2024

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Kadernota 202416.485 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2024

Kadernota 2024

Inhoudsopgave 1. Inleiding.............................................................................................................................

3

2. Stad in uitvoering – opgaven en accenten........................................................................

6

3. Financiële strategie........................................................................................................... 12 4. Financieel perspectief....................................................................................................... 20 4.1 Financieel meerjarenbeeld 2024-2028...................................................................................... 21 4.2 Financiële positie....................................................................................................................... 29

5. Financiële uitgangspunten voor de programmabegroting................................................. 31 Bijlagen.................................................................................................................................. 37 Colofon.................................................................................................................................. 39

2

Kadernota 2024

1. Inleiding Door op de ingeslagen weg We zijn in 2022 in nauwe samenwerking met uw raad aan de slag gegaan met de vastgestelde doelen. Halverwege deze collegeperiode stellen we vast dat we een stevige basis hebben gelegd en op volle kracht in uitvoering zijn. Dat laten we opnieuw zien met deze Kadernota 2024 – verder bouwen aan een toekomstbestendig Delft. Hierin stellen we de kaders voor de Programmabegroting 2025-2028. We bouwen daarbij voort op de bestendige koers die de raad en voorgaande colleges hebben ingezet op basis van het advies voor Delft van de commissie Deetman (2016): Een koers waarin we de kracht van Delft als stad van techniek en innovatie ten volle benutten en waarbij we inzetten op een evenwichtige opbouw van onze groeiende stad, met kansen voor iedereen. Deze koers hebben we in 2017 concreet gemaakt in de Agenda Delft 2040. Voor de uitvoering is samenwerking met de stad, partners, andere overheden en heel veel geld nodig. We begonnen in 2017 vanuit een zwakke financiële positie, maar we hebben afgelopen jaren in samenwerking met veel partijen en met hogere overheden veel middelen vergaard (onder andere De Kracht van Delfts Blauw verzilveren). We pakken nu door en voeren uit. We gaan dus door op de eerder ingeslagen weg.

We doen dit, als raad en college, met de keuze voor vijf duidelijke accenten: Delft kansrijk voor iedereen; Ruimte voor wonen; Een gezonde en veilige stad; Een duurzame stad en Economische kracht. Deze accenten geven richting aan de keuzes die we maken over wat we wel en niet doen. We focussen ons met langjarige programma’s op de drie grote opgaven: Delft-West, Innovatiedistrict Delft en de Energietransitie. Hiermee versterken we Delft als een duurzame, vitale en inclusieve stad. Uitvoeren en afmaken We werken samen met de raad, partners, betrokken bewoners en ondernemers aan een mooie toekomst voor Delft. We doen wat de stad nodig heeft. We werken aan een stad met een grote diversiteit aan bewoners en ondernemers. De raad heeft in 2023 bij de begroting het fundament gelegd voor grote investeringen in de stad. Wij investeren flink in onze voorzieningen en in de bouw van betaalbare woningen en bedrijfsruimten. Verder investeren wij in verduurzaming. We hebben veel plannen uitgewerkt en vastgelegd. Door samen scherp te kiezen, beleidskaders vast te stellen, veel incidentele middelen binnen te halen en eigen middelen te reserveren in onze begroting, kunnen we nu doorpakken en uitvoeren. Samen maken we de stad De kracht van Delft blijven we benutten. We maken er werk van om zichtbaar en toegankelijk te zijn in de wijken.

We organiseren ons werk anders: dichterbij – en samen met – alle Delftenaren. Alle inwoners krijgen te maken met de uitvoering. Als initiatiefnemer, als belanghebbende of als meedenker. We faciliteren verbindingen tussen bewoners, organisaties en de gemeente, waarbij het uitgangspunt is dat de optelsom van de inzet leidt tot meer dan de som der delen: samen bereiken we meer. We leren van de ervaringen die we opdoen, bijvoorbeeld in Delft-West. De gezamenlijke aanpak komt daar van bewoners, instellingen en organisaties in de wijk en de stad. Samen komen zij tot prachtige initiatieven die zijn bedoeld om bewoners meer kansen te bieden in het onderwijs en op werk. En om stappen te zetten in zelfredzaamheid, zoals met de buurtfabriek, het circulair ambachtscentrum, Smart Makers Delft en de Rijke Leerdag. Deze initiatieven worden mede mogelijk gemaakt vanuit de Regio Deal met het Rijk en de Specifieke Uitkering (SPUK) Kansrijke Wijk. Goede voorbeelden en werkwijzen gebruiken we ook in de rest van de stad.

1. Inleiding

3

Kadernota 2024

Ook op andere gebieden werken we samen. Met de TU Delft, Hogeschool InHolland, Haagse Hogeschool en ROC Mondriaan onderzoeken we mogelijkheden om een laagdrempelige wijkuniversiteit op te starten in Delft-West. De TU Delft draagt bij aan vraagstukken in de energietransitie en samen zetten we in op techniekonderwijs op alle basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs in Delft. Zo zetten we in co-creatie met inwoners, partners en ondernemers kennis en kunde in om bij te dragen aan onze opgaven. Om onze vraagstukken en opgaven te realiseren is samenwerking met andere partijen essentieel, zowel lokaal, regionaal als landelijk. Zowel in Delft-West als in het Innovatiedistrict Delft werken we nauw samen met lokale partners. Binnen de regio nemen we onze verantwoordelijkheid als centrale gemeente; verbinder en intermediair tussen grote en kleine gemeenten, tussen regio’s, binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de provincie Zuid-Holland. Blik op onze financiën We zien een beweging waarbij gemeenten minder structurele middelen ontvangen van het Rijk. Tegelijkertijd zijn er meer mogelijkheden voor het verwerven van incidentele middelen voor specifieke opgaven. We organiseren ons in diverse allianties met partners, ondernemers, inwoners en medeoverheden rondom deze opgaven en dienen gezamenlijk aanvragen in. Dit vraagt om extra kennis, kunde en menskracht van de organisatie.

Dankzij deze gezamenlijke inspanningen hebben we inmiddels veel incidentele middelen ontvangen voor de opgaven in de stad. Voorbeelden hiervan zijn specifieke uitkeringen (SPUK’s) en de Regio Deal, het Volkshuisvestingsfonds en de Woningbouw Impuls. We kiezen ervoor die middelen nu te investeren, zodat de stad voorbereid is als er straks minder geld is. Dit doen we met lef en durf, maar wel verantwoord. Vanaf 2026 ontvangen alle gemeenten in Nederland structureel minder middelen van het Rijk, waardoor een disbalans ontstaat tussen taken en middelen. Ook in Delft houden we rekening met tekorten vanaf 2026. Voor de feitelijke omvang van het te verwachten tekort is in deze kadernota een inschatting opgenomen op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk. Duidelijk is dat nog sprake is van onzekerheden die met name volgen uit het Hoofdlijnenakkoord 2024-2028 van de formerende partijen. We blijven lobbyen voor passende middelen vanuit het Rijk en sluiten hierbij aan bij de inspanningen van de VNG. De tekorten die we aan zien komen, stellen ons voor de opgave om voor de jaren 2026 en verder behoedzaam te zijn en scherpe keuzen te maken. Nu heeft Delft in het verleden al veel maatregelen getroffen om structurele uitgaven te beperken. Met het Actieplan Sociaal Domein en het herstelplan ‘Basis in balans’ hebben we al goede stappen gezet.

Onze financiële positie stelt ons in staat om in eerste instantie gebruik te maken van de financiële ruimte bij de incidentele dekkingsmiddelen. Zo hebben we meer tijd voor het onderzoeken en bepalen van structurele maatregelen. Hiervoor is in deze kadernota een aanpak voor een handelingsperspectief opgenomen. Dit werken we in de Programmabegroting 2025-2028 en de Kadernota 2025 verder uit. Ondanks onzekerheden in de toekomst kunnen we dankzij incidentele, gelabelde middelen voor een specifieke periode uitvoering geven aan woningbouw, infrastructuur en de energietransitie. We gaan uitvoeren wat we afgesproken hebben en waarvoor middelen zijn ontvangen en gereserveerd. Voor nieuwe investeringen is vooralsnog geen financiële ruimte. Binnen onze bestaande plannen hebben we ook te maken met extra kosten als gevolg van nominale ontwikkelingen, zoals inflatie en gestegen arbeidskosten. Zo zijn de kosten gestegen voor het vernieuwen en verduurzamen van bestaande sport- en onderwijsvoorzieningen en ons eigen vastgoed. Ook het faciliteren van de groei van de stad in een sterk verdichte stedelijke omgeving brengt extra kosten met zich mee. In de jeugdzorg en de Wmo stijgen de kosten en lopen de tekorten van personeel op. In lijn met de Hervormingsagenda Jeugd en het Regionaal Gezondheidsakkoord (RIGA) en Integraal Zorgakkoord

1. Inleiding

4

Kadernota 2024

(IZA) gaan we in Delft investeren in de sociale basis en de samenleving versterken in de zorg voor elkaar. Zodat niet elke hulpvraag een zorgvraag hoeft te worden. Deze kadernota bevat een beperkt aantal nieuwe voorstellen. Soms maken ontwikkelingen om ons heen, zoals wettelijke taken, maar ook situaties van overlast of onveiligheid, het noodzakelijk dat we extra uitgaven doen. Ontwikkelingen in binnen- en buitenland, zoals oorlogen, inflatie, een nieuw kabinet of asielopvang, leiden tot nieuwe vraagstukken. Ook in Delft hebben we daarmee te maken. We bewegen mee met deze veranderende wereld in onzekere tijden.

1. Inleiding

5

2. Stad in uitvoering – opgaven en accenten

Kadernota 2024

Samen met de raad hebben we onze koers bepaald met de keuze voor vijf duidelijke accenten, die richting geven aan de ontwikkeling van de stad. In de Kadernota 2023 en de Programmabegroting 2024-2027 hebben we daarnaast gekozen voor een langdurige inzet op drie grote opgaven. In dit hoofdstuk kijken we terug op de resultaten tot nu toe. En we blikken vooruit op wat we komende tijd gaan doen. De Staat van Delft We hebben afgelopen twee jaar positieve resultaten behaald als we kijken naar de ‘harde’ doelstellingen en indicatoren uit het coalitieakkoord. Deze cijfers zien we terug in de Staat van Delft, die u bij de jaarstukken 2023 aantreft. Zo zijn er veel woningen gebouwd, is het aantal misdrijven afgenomen, is de werkeloosheid gedaald, is de bereikbaarheid verbeterd en zetten we grote stappen in de CO2-reductie. Tegelijkertijd is er ruimte voor verbetering. Te veel Delftenaren voelen zich eenzaam. Ook zien we dat extra inspanning nodig is onder inwoners om onze duurzaamheidsdoelen te behalen. We krijgen signalen van onzichtbare onveiligheid en ondermijning. En de waardering voor onze bereikbaarheid blijft achter. Het verschil tussen cijfers en beleving vraagt om meer inzicht in de ontwikkelingen achter de cijfers. En het betekent ook dat we voorzichtig moeten zijn met gemiddelden. Gemiddelden in een wijk doen geen recht aan de situatie van mensen.

Als we inzoomen, zien we dat de uitdagingen kunnen verschillen per buurt. Dit vraagt om een buurtgerichte aanpak. De drie opgaven We houden de focus op drie grote opgaven die elkaar onderling versterken: Delft-West, Innovatiedistrict Delft en de Energietransitie. Met Delft-West werken we aan een evenwichtige stad met kansen voor iedereen. Met het Innovatiedistrict benutten we de kracht van Delft als stad van techniek en innovatie. De ontwikkelingen in Delft-West en het Innovatiedistrict vullen elkaar aan, bijvoorbeeld bij het leggen van betere verbindingen tussen onderwijs en arbeidsmarkt. In de bijlage “de drie opgaven” beschrijven we hoe we de komende tijd invulling gaan geven aan de uitvoering van deze drie opgaven. Door te starten met de aanleg van een warmtenet in Voorhof en Buitenhof, de isolatieopgave van woningen en de aanpak van energiearmoede in Delft-West kunnen we ons op de meest kwetsbare huishoudens richten. Dit leidt tot een kostenbesparing voor inwoners met een kleine beurs. Bij de isolatieopgave komen we achter de voordeur en kunnen we inspelen op wat nodig is. Door de aanleg van het warmtenet zijn we aan de slag in de openbare ruimte en kunnen we deze op een aantal plekken beter inrichten naar behoefte van de bewoners (zoals bij de gevel-tot-gevel aanpak in de Multatulibuurt). Op deze manier komen onze sociale en fysieke opgaven slim bij elkaar.

Delft-West De aansluiting van Delft-West bij het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid heeft een enorme impuls gegeven aan wat nodig is in dit gebied. De koers van Delft-West voor de komende 20 jaar is vastgelegd in het startdocument. In dit document staan de ideeën van bewoners, (maatschappelijke) organisaties en ondernemers voor de wijk. Met elkaar willen we onder andere dat iedereen veilig en gezond kan leven, dat alle inwoners kunnen meedoen in de samenleving en bovendien hun talenten weten te benutten. De afgelopen periode heeft in het teken gestaan van het opwerken van een gebiedsplan, het oprichten van een Alliantieraad en een programmabureau en het aanvragen van veel cofinanciering voor alle benodigde maatregelen. Inmiddels zijn de contouren van een uitvoeringsplan gereed en staat in 2025 en 2026 de uitvoering daarvan centraal. De toekomst van structurele financiering na 2026 is onzeker en we vragen hiervoor aandacht bij het Rijk. Innovatiedistrict Delft De ontwikkeling van het Innovatiedistrict Delft biedt kansen om kennis, innovatie en ondernemerschap beter te laten renderen voor alle inwoners van Delft, de regio en de rest van Nederland. Op lokaal niveau draagt het Innovatiedistrict Delft bij aan werkgelegenheid voor zowel praktisch als wetenschappelijk

2. Stad in uitvoering – opgaven en accenten

7

Kadernota 2024

opgeleiden. We werken hiervoor langdurig samen met de provincie Zuid-Holland, de TU Delft, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Bedrijvenkring Schieoevers. Samen ontwikkelen we Delft-Zuidoost tot een aantrekkelijke plek om te werken, wonen, ontmoeten, leren en ondernemen. Delft vormt daarmee een kraamkamer voor innovatieve bedrijven, voor onze stad, de regio en heel Nederland. We werken samen met onze partners aan een gebiedsvisie en een ontwikkelstrategie voor het hele gebied voor de komende twintig jaar en aan een duurzame verankering van de samenwerking. Energietransitie In 2050 is Delft klimaatneutraal en zijn alle woningen geïsoleerd tot energielabel C of de Standaard, waarvan 10.000 woningen in 2030. We zijn gestart met de aanleg van het warmtenet in Voorhof en Buitenhof. Zodra ook de startvergunning voor geothermie is verleend, kan de winning van schone warmte starten. We starten eind 2025 met het aansluiten van 6.000 huurwoningen; uiteindelijk kan een kwart van alle woningen in Delft met dit warmtenet van het gas af. De aanleg van de transportleiding WarmtelinQ (voor restwarmte uit Rotterdam), van het Open Warmtenet en Geothermie Delft wordt eind 2025 afgerond. Naast het aanleggen van infrastructuur voor schone warmte blijven we inzetten op het stimuleren en adviseren van inwoners om hun huis te verduurzamen en isoleren.

Dat doen we via het energieloket, energiecoaches, energiehulpen, doe-het-zelf-subsidies en energieambassadeurs. Wij vinden draagvlak voor de energietransitie essentieel. Dat begint met informeren: alle Delftenaren moeten toegankelijke en goede informatie hebben. Bovendien moet iedereen kunnen meedoen met de energietransitie. Daarom blijven we investeren om energiearmoede tegen te gaan. De vijf accenten Delft kansrijk voor iedereen We werken aan een sterke stad met sterke wijken en goede voorzieningen, waar mensen prettig en veilig kunnen wonen en mogelijkheden hebben om zich te ontwikkelen. Delft moet een welkom thuis zijn, waar iedereen kan meedoen en zichzelf kan zijn. We zijn een inclusieve stad. In de Delftse Inclusieagenda die we dit jaar uitbrengen, benoemen we op welke manieren we werken aan toegankelijkheid in Delft. Het excuus dat we op 19 december 2023 maakten voor het slavernijverleden in de stad, markeert een belangrijk moment in onze collegeperiode. We sluiten daarmee niet alleen een periode van onderzoek af. Het excuus is ook een startpunt om samen met de stad de excuses in daden een vervolg te geven. Onder andere door het maken van beleid voor anti-discriminatie. Voor extra inzet op inclusie en anti-discriminatie hebben we dan ook structurele middelen in deze Kadernota opgenomen. Armoedebestrijding is een belangrijk speerpunt van de raad en het college.

In de Nota Armoede bieden we perspectief aan kinderen die opgroeien in armoede. Wij zetten in op bestaanszekerheid voor kinderen en volwassenen. En we streven ernaar dat inwoners (jong en oud) goed kunnen omgaan met geld. De armoede is in Delft gedaald, zo blijkt uit de Staat van Delft. Maar elk kind dat opgroeit in armoede is er één te veel. We willen dit aantal nog verder omlaag te brengen, met name in Delft-West, maar ook in de rest van Delft. Hoewel we de oorzaken van armoede niet altijd kunnen aanpakken. Ook eenzaamheid is een zorg. De eenzaamheid onder inwoners van Delft (jong en oud) neemt toe, een trend die versterkt wordt door vergrijzing en individualisering. Met Eén tegen eenzaamheid, de aanpak Langer en Weer Thuis en de Woonvisie zetten we hier intensief op in. Waar Delftse woningen en voorzieningen nu vooral ingericht zijn voor leven in een gezinshuishouden, zien we tegelijkertijd dat nu al de meerderheid van de Delftenaren alleenstaand is. Dit vraagt inzet en creativiteit rondom nieuwe manieren van samenleven met passende voorzieningen en gedeelde woonvormen.

2. Stad in uitvoering – opgaven en accenten

8

Kadernota 2024

Begin dit jaar hebben we met samenwerking van de woningcorporaties, zorgorganisaties en het DSW-zorgkantoor het Convenant Langer en Weer Thuis uit 2018 nog eens voor vier jaar verlengd. Na de intenties uit de eerste periode komt het nu aan op realisatie van nieuwe passende woningen, ook voor mensen met een hulpvraag. Ook kijken we hoe we het ‘vangnet’ in de buurt kunnen versterken en zetten we in op het versterken van de sociale basis in Delft. Sociale basis De maatschappij is continu aan het veranderen. Om de uitdagingen die op ons afkomen aan te kunnen, is een sterke sociale basis vereist. De gemeente heeft hierin steeds meer een regisserende rol. We ontwikkelen een visie op de sociale basis. We benoemen wat voor samenleving we in Delft willen zijn en komen met een plan hoe we deze sociale basis kunnen versterken en welke rol we als gemeente daarin nemen. Hiermee sluiten we aan bij de transformatie van het sociaal domein. Kosten sociaal domein Al jarenlang stijgen de kosten van het sociaal domein. Het gebruik van jeugdhulp stijgt en meer inwoners hebben zorg en ondersteuning nodig, onder andere door de vergrijzing. Het systeem wordt langzaam onhoudbaar. Zowel financieel, als vanwege tekorten aan personeel. In Delft erkennen we dat.

We zijn bezig met de uitwerking van de landelijke akkoorden IZA en GALA en werken met regiogemeenten aan de Hervormingsagenda Jeugd en de daarbij horende kostenbeheersing. Maar ook lokaal durven we te blijven innoveren, te transformeren en te investeren. Preventie werkt. Ook armoedebestrijding, inzetten op bestaanszekerheid en de menselijke maat dragen bij aan kostenbesparingen op dure zorg, ondersteuning en hulp. Eerder was het Actieplan sociaal domein een succes. Op die lijn bouwen we voort. Met gerichte pilots, creatieve projecten en innovatieve ideeën werken we aan een houdbaar sociaal domein. Zo zorgen we dat de zorg beschikbaar blijft voor hen die het nodig hebben. Ruimte voor wonen Wij zetten in op gemengde wijken, betaalbare en gezonde woningen. De druk op de woningmarkt is groot, in heel Nederland. Ook in Delft zien we een tekort aan beschikbare, betaalbare woningen. Eenvoudige en snelle oplossingen voor de woningnood zijn er niet. Het vraagt om keuzes maken, een beleid voor de lange termijn én sturing door Rijk en provincie. We zijn trots op de nieuwe Woonvisie, die aansluit bij de Omgevingsvisie en het kompas voor goede groei in Delft. Hiervoor hebben we samen met de stad de koers bepaald. We vertalen de Woonvisie de komende jaren naar uitvoering op gebiedsniveau. Delft kende een piekjaar met het opleveren van ongeveer 1.300 nieuwe woningen.

Onderwijshuisvesting is een grote opgave vanwege de noodzaak voor vernieuwing, uitbreiding en verduurzaming en het herhuisvesten van nieuwe scholen. Dit vraagt in de toekomst om meer wissellocaties. We zijn begonnen met het actualiseren van het Integraal Huisvestingsprogramma 2024-2040 voor onderwijs. Met de doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn, moeten in Delft gemiddeld ieder jaar twee schoolgebouwen worden vervangen of vernieuwd. Met de huidige aanpak en complexiteit gaan de gemeente en schoolbesturen deze doelstelling niet halen. Het realiseren van nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen wordt steeds complexer en de faalkosten bij projecten zijn hoog. Door slimme samenwerking willen we de faalkosten en de doorlooptijd terugbrengen. We willen creativiteit uit de markt halen en we onderzoeken een nieuwe manier van aanbesteden, waarbij we een partnerschap aangaan. In 2023 hebben we de Mobiliteitsagenda geactualiseerd. We maken nieuwe verbindingen waarmee we de bereikbaarheid van Delft-West en het Innovatiedistrict Delft vergroten. Ook richten we de bestaande infrastructuur meer in voor fietsers en voetgangers. We investeren komende jaren in meer fietsparkeerplekken in de binnenstad. Een gezonde en veilige stad Wij werken aan een gezonde en veilige stad, met aandacht voor ontmoeting en preventie.

Delftenaren moeten in een gezonde omgeving wonen, waarin ze prettig en actief kunnen opgroeien en ouder worden.

2. Stad in uitvoering – opgaven en accenten

9

Kadernota 2024

Een gezonde stad is een investering in gezonde en gelukkige mensen. Een waardevolle investering die in de toekomst de vraag naar extra zorg kan beperken. In juni 2023 hebben we het Delfts Sportakkoord II opgeleverd. Het is een akkoord waarin alle betrokken partners hun krachten bundelen om ervoor te zorgen dat iedereen in Delft met plezier kan sporten en bewegen. Een heel leven lang, in een veilige en gezonde omgeving en zonder hindernissen. We investeren in het onderhoud van onze buitensportvelden. Het programma Preventie met Gezag is gericht op het wegnemen van de voedingsbodem voor georganiseerde en ondermijnende jeugdcriminaliteit. Het programma biedt ruimte om bestaande interventies in Delft-West te versterken en te verbreden. De succesvolle Persoonsgerichte Aanpak Delft (PAD) zetten we sneller in, zodat we het criminele pad van jongeren eerder en beter kunnen doorbreken. Ook intensiveren we onze aanpak op het tegengaan van mensenhandel. Een duurzame stad We zetten concrete stappen om de stad prettig leefbaar te houden en onze energie en warmte duurzaam en betaalbaar. Wij beginnen bij de bron en beperken de uitstoot van CO2 zo snel mogelijk. Wij richten de stad in op extremer weer. Wij willen materialen en grondstoffen zo lang als mogelijk (her)gebruiken. Wij nodigen Delftenaren uit om zelf maatregelen te nemen voor een duurzame toekomst.

Waar nodig ondersteunen en stimuleren wij deze initiatieven. Met de lopende gevel-tot-gevel-aanpak kiezen we ervoor om op een aantal locaties bij het vervangen van de riolering niet alleen sleuven te graven, maar direct de buitenruimte te verbeteren. Zo werken we tegelijk aan klimaatadaptatie, vergroenen en een fijne leefomgeving, bijvoorbeeld in de Multatulibuurt. De druk op onze groene plekken is groot door wonen en mobiliteit. We werken eraan om mobiliteit anders in te richten, met minder impact op groen en meer ruimte voor ontmoeting. We gaan investeren in de vergroening van de Gasthuisplaats en maken hierbij een nieuwe plek voor ontmoeting. De twee kinderboerderijen gaan we structureel meer ondersteunen. We hebben de eerste Uitvoeringsagenda Circulair vastgesteld. We maken extra geld vrij om hier de komende jaren mee aan de slag te gaan. Er zit veel energie in de stad, zowel bij bedrijven als bewoners. Komende twee jaar gaan we daarvan de eerste resultaten zien in de stad. Delft Doet Duurzaam is het platform van de gemeente voor alle bedrijven en organisaties die zich inzetten voor een duurzame toekomst voor Delft. Met Delft Doet Duurzaam laten we inwoners en bedrijven zien wat er mogelijk is in de stad. We werken daarbij aan verschillende thema’s, zoals energiebesparing, biodiversiteit, schone energie, circulariteit, schoon vervoer en klimaatadaptatie.

Samen zorgen we voor een duurzaam Delft: schoon, mooi en groen. We werken met Ruimte in de Binnenstad aan een autoluw centrum. Dat leidt tot een mooie, aantrekkelijke en leefbare binnenstad. Hier maken we komende jaren middelen voor vrij. En natuurlijk houden we de bereikbaarheid voor ogen, voor elke Delftenaar en voor bezoekers van Delft. Economische kracht en bruisende stad Delft heeft wereldwijd een naam als centrum van innovatie en technologie. De concentratie van talent, bedrijven en kennisinstellingen draagt bij aan de economische kracht van Delft en onze regio. Delft is ook een stad van monumenten, cultuur en historische iconen, die veel bezoekers trekken. We zijn zuinig op wat Delft in huis heeft en koesteren dit. Ook komende jaren versterken we de economische kracht én de bruisende stad. We zijn trots op het definitief ontwerp voor Prinsenhof, dat duurzaam en toekomstgericht is en waarin veel partijen samen met ons investeren. Het belangrijkste uitgangspunt is het maken van een aantrekkelijk, toegankelijk en eigentijds museum voor iedereen. Met versterking van het monumentale karakter. We maken geld vrij voor de indexatie van de cultuursubsidies en voor ‘fair pay’ in de cultuursector. We stellen een Integraal Huisvestingsplan Cultuur op, waarin we in kaart brengen hoe we in de

2. Stad in uitvoering – opgaven en accenten

10

Kadernota 2024

ruimtebehoefte van de culturele sector kunnen voorzien. Daarin kijken we ook naar de toekomst van het Rietveldtheater. We zien dat meer mensen in aanraking komen met cultuur. We bereiken nieuwe doelgroepen, ook dichter bij mensen in hun eigen wijken. Cultuur werkt verbindend. Hier maken we onder andere in Delft-West middelen voor vrij. Het aantal bijstandsuitkeringsgerechtigden blijft in Delft relatief laag. Het lukt ons om veel mensen uit de bijstand naar werk te begeleiden, terwijl het in de huidige arbeidsmarkt vaak om mensen gaat met een grote afstand tot die arbeidsmarkt. Hierin innoveren we en zoeken we naar nieuwe mogelijkheden en trajecten. Dat lukt goed in samenwerking met Werkse! Ook zetten we in op participatie met het traject Lekker Bezig. We richten ons op wat mensen nog wél kunnen. Delft heeft te weinig vierkante meters betaalbare bedrijfsruimte voor de stadsverzorgende economie, terwijl de stad blijft groeien. De komende periode wordt dan ook versterkt ingezet op het realiseren van de benodigde vierkante meters bedrijfsruimte. Dat gebeurt door zuinig te zijn op bestaande bedrijfsruimte en gerichter te sturen op het toevoegen van economische functies aan woningbouwontwikkelingen via de minimaal 10% norm uit de Ruimtelijk-Economische Visie.

En door op een aantal plekken in de stad fors in te zetten op het realiseren van extra vierkante meters bedrijfsruimte (bijvoorbeeld in het Innovatiedistrict Delft en op de Biotech Campus). Met het Evenementenkader bieden we nieuw beleid voor hoe we met evenementen omgaan in de stad. Dit geeft zekerheid aan bestaande evenementen. We zijn blij met het evenementenaanbod in de stad, dat willen we koesteren. We stellen voor 2025 aanvullende middelen beschikbaar voor het versterken van het bestaande evenementenaanbod en voor verbreding van het aanbod naar de wijken. Onze dienstverlening wordt goed gewaardeerd, daar zijn we trots op. We bieden een informatiepunt digitale overheid en een plek voor vragen over de belastingaangifte. We werken aan een agenda dienstverlening, waarin toegankelijkheid voor iedereen een belangrijk aandachtspunt is. We willen tenslotte een gastvrije gemeente zijn.

2. Stad in uitvoering – opgaven en accenten

11

Kadernota 2024

3. Financiële strategie In de Kadernota 2023 hebben de raad en het college de strategische keuze gemaakt om te blijven investeren in de stad. Dit gaat met name over de drie grote opgaven: Delft-West, Innovatiedistrict Delft en de energietransitie. Ook zijn middelen gereserveerd voor cofinanciering van rijkssubsidies, de verbouwing van museum Prinsenhof en de Gelatinebrug. De financiële ruimte die hiervoor nodig is, is beschikbaar door de inzet van incidentele dekkingsmiddelen en specifieke uitkeringen van het Rijk voor woningbouw, infrastructuur en de energietransitie. De investeringen dragen bij aan een gezonde en duurzame toekomst van Delft en bereiden de stad voor op de verslechtering van de structurele financiële positie van gemeenten vanaf 2026. De Voorjaarsnota van het demissionaire kabinet bevat een aantal financiële verbeteringen voor gemeenten, maar lost de structurele tekorten als gevolg van de nieuwe financieringssystematiek niet op (het zogenoemde ‘ravijn’). De verbeteringen betreffen vooral het schrappen van de oploop van de opschalingskorting vanaf 2026 en een reservering voor indexering van de kosten van de Wmo. Het hoofdlijnenakkoord ‘Hoop, lef en trots’ van de coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB bouwt voort op het budgettaire kader in de Voorjaarsnota en bevat geen verdere verbetering van het gemeentefonds.

Een nadeel ontstaat, omdat de aangekondigde verschuiving van specifieke uitkeringen naar het gemeentefonds gepaard gaat met een aftrek van 10% efficiencykorting. Onzeker is nog hoe een nieuw kabinet uitvoering geeft aan de hoofdlijnen en welke keuzes het maakt in een op te stellen programakkoord. Op basis van de Voorjaarsnota en het hoofdlijnenakkoord blijft sprake van een disbalans tussen taken en middelen. Vanaf 2026 is er te weinig geld om alle bestaande taken uit te voeren en zijn bezuinigingen noodzakelijk om tot een meerjarig sluitende begroting te komen. Dit betekent ook dat voor nieuwe investeringen geen financiële ruimte is. Bij het uitvoeren van de begroting voor het lopende jaar 2024 en het voorbereiden op de begroting voor 2025 houden we vast aan de ingezette koers (‘uitvoeren en afmaken’). Tegelijkertijd brengen we de noodzakelijke stappen in beeld om financieel gezond te blijven (‘handelingsperspectief 2026 en verder’). 3.1 Uitvoeren en afmaken De strategie die we vorig jaar hebben gekozen, zetten we voort. Dit betekent dat we werken aan de uitvoering van onze drie opgaven, het afmaken van de inzet op de vijf accenten en aandacht houden voor noodzakelijke bijstellingen in het bestaande beleid.

In de Kadernota 2023 is een overzicht gepresenteerd van de beschikbare incidentele dekkingsmiddelen in de Algemene reserve, reserve Maatregelen coronacrisis en de reserve Stad (Fonds Delft 2040). In totaal was de financiële ruimte op basis van de reserves vorig jaar ruim € 96 miljoen. Na actualisering in de Programmabegroting 2024-2027, de inzet voor de Futureproof warmtepomp en de voorstellen in de Kadernota 2024 is de actuele financiële ruimte bijna € 56 miljoen. Tot en met 2025 zijn de beschikbare middelen toereikend voor de benodigde investeringen in de stad (cofinanciering, Delft-West, Innovatiedistrict Delft, museum Prinsenhof, Gelatinebrug, begrotings- en meerjarenbeeld). Hiermee kunnen we voldoen aan de randvoorwaarde van een sluitende begroting met structureel evenwicht voor dat jaar. Vanaf de Kadernota 2023 is de ontwikkeling van de incidentele dekkingsmiddelen en de inzet als volgt:

3. Financiële strategie

12

Kadernota 2024

Incidentele dekkingsmiddelen Financiële ruimte Algemene reserve - Buffer

(bedragen x € 1.000) KN 2023

PB 2024-2027

KN 2024

43.100

19.507

27.097 3.727

29.503 3.727

7.488 Af: inzet Delft-West en IDD Bij: rekeningresultaat 2023. 25.810 Af: risicoprofiel 4.056

22.467 pm

22.467 pm

18.467 Af: Futureproof Warmtepomp pm

96.391

75.204

55.821

1. Cofinanciering 2. Opgave Delft-West 3. Opgave IDD (Delft Zuid Oost) 4. Museum Prinsenhof 5. Gelatinebrug 6. Begrotingssaldo 2024-2028

-26.350 -10.000 -8.000 -10.000 -8.000 -24.000

-26.350 -3.938 -5.569 -10.000 -8.000 -9.900

Af: bijstelling -14.550 cofinanc. versnellingsgelden -2.857 Af: inzet 2024-2028 - Af: inzet 2024-2028 -10.000 -8.000 -4.600 Af: bijstelling 2024 en 2025

Saldo incidentele ruimte

-86.350 10.041

-63.757 11.447

-40.007 15.814

- Vrij besteedbare ruimte Reserve Maatregelen coronacrisis Reserve Stad (FD 2040) - Bestedingsruimte - Revolverend

Inzet

Hierna volgt een toelichting op de actuele financiële ruimte en de inzet. De financiële ruimte bestaat uit: •

•

•

•

Buffer De buffer is gevormd door extra inkomsten voor gemeenten die het gevolg zijn van extra uitgaven van het Rijk in het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV en de Voorjaarsnota 2022 (‘trap-op-trap-af’ systematiek). De buffer daalt door onttrekkingen voor de opgaven Delft-West en Innovatiedistrict Delft en voor het nadelige begrotingssaldo in de Kadernota 2024. Vrij besteedbare ruimte Het saldo van de Algemene reserve is vrij besteedbaar na aftrek van de benodigde weerstandscapaciteit (risicoprofiel) en de buffer. In het risicoprofiel is aanvullend rekening gehouden met het risico van de grondexploitatie Kop van de Buitenhof (zie raadsvoorstel Masterplan en grondexploitatie Kop van de Buitenhof van 26 maart 2024). Toegevoegd is het positieve rekeningresultaat en de resultaatbestemming van de Jaarstukken 2023. Reserve Maatregelen coronacrisis In 2020 is de bestemmingsreserve Maatregelen coronacrisis ingesteld. Omdat geen uitgaven meer verwacht worden, is in de Jaarstukken 2023 het voorstel opgenomen om de reserve op te heffen en het positieve saldo toe te voegen aan de Algemene reserve. Reserve Stad (Fonds Delft 2040) De financiële ruimte in het Fonds Delft 2040 is betrokken bij de incidentele dekkingsmiddelen die zijn verdeeld in de Kadernota 2023 en de Programmabegroting 2024-2027.

Het doel van de reserve Stad is verruimd om cofinanciering en inzet voor de opgaven mogelijk te maken en om rijksmiddelen te kunnen benutten. In 2023 heeft de raad ingestemd met een maximale bijdrage van € 4 miljoen aan de overdimensionering van de warmtepompcentrale. Het Fonds Delft 2040 heeft als dekking de bestemmingsreserve Stad. Voor nieuwe initiatieven in het kader van Fonds Delft 2040 is nu geen ruimte. De bijdragen vanuit het Fonds Delft 2040 zijn deels revolverend. Als hiervan concreet sprake is, vloeien deze middelen terug naar de reserve Stad.

De inzet van de financiële ruimte is als volgt: 1. Cofinanciering Voor de verplichte cofinanciering bij rijkssubsidies is rekening gehouden met de benodigde bijdrage op basis van de ingediende aanvragen voor woningbouw op korte termijn door

3. Financiële strategie

13

Kadernota 2024

2. 3. 4.

5.

6.

bovenplanse infrastructuur voor Kop van de Buitenhof, Schieoevers en Station Delft Campus (‘versnellingsgelden’). Voor nieuwe aanvragen volgt, zo nodig, een aanvullend voorstel voor de benodigde cofinanciering. Delft-West In deze kadernota is een voorstel opgenomen voor het actualiseren van de inzet van de reservering. In de tabel staat het saldo dat overblijft na verwerking van het voorstel. Innovatiedistrict Delft (Delft-Zuidoost) In deze kadernota is een voorstel opgenomen voor het actualiseren van de inzet van de reservering. Na verwerking van het voorstel is de reservering volledig benut. Museum Prinsenhof De reservering stelt de gemeente in staat om de continuïteit van het project te waarborgen. Na afronding van de aanbestedingen en de invulling van de taakstellende financiering door private partijen, fondsen, provincie en Rijk volgt een nieuwe beoordeling van de noodzaak van de reservering. Gelatinebrug Voor de bekostiging van de Gelatinebrug wordt rekening gehouden met subsidiebijdragen van het Rijk en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Ook is een bijdrage uit het Fonds Delft 2040 afgesproken. In afwachting van de precieze bijdragen is in de Kadernota 2023 al een reservering opgenomen van de gemeente Delft. Begrotingssaldo 2024-2027 Rekening is gehouden met compensatie van tekorten in 2024 en 2025 (zie Programmabegroting 2024-2027) en de bijstellingen in deze kadernota.

In totaal is € 20,4 miljoen bijgedragen aan het bereiken van een sluitend begrotingssaldo. Het resterende saldo is beschikbaar voor incidentele dekking van de tekorten in het meerjarenbeeld in deze kadernota.

Na de afgesproken inzet voor de stad is de actuele financiële ruimte € 15,8 miljoen. Gegeven de verslechterende financiële situatie voor gemeenten vanaf 2026 gaan we hier behoedzaam mee om. Dit betekent dat we de incidentele dekkingsmiddelen reserveren en nu niet inzetten als dekking voor concrete nieuwe investeringsvoorstellen. Het positieve saldo van de dekkingsmiddelen betrekken we bij de uitwerking van het handelingsperspectief voor 2026 en verder. Naast de incidentele dekkingsmiddelen hebben we de afgelopen jaren succesvol subsidies van het Rijk aangevraagd voor woningbouw, infrastructuur, de energietransitie en Delft-West (onder andere de Regiodeal). Het actuele overzicht van de (te) ontvangen rijkssubsidies is als volgt:

3. Financiële strategie

14

Kadernota 2024

Subsidies Rijk

Status: mei 2024 Status

Woningbouwimpuls - 1e tranche Schieoevers - Kabeldistrict Delft West, fase 2 Woningbouwimpuls - 5e tranche Station Delft Campus Schieoevers Kop van de Buitenhof Versnellingsgelden Station Delft Campus Energietransitie - 1e tranche Spuk Energiearmoede Energietransitie - vervolg Spuk Lokale aanpak Energietransitie Isolatieplan (SPUK) Energietransitie (2022 Spuk CDOKE (uitv. kosten) t/m 2026) Spuk (KW) Kansrijke wijken Delft-West Energietransitie / Delft-West Volkshuisvestingsfonds (VHF) Energietransitie Schieoevers Gebiedsbudget kavel Gelatinebrug Preventie met gezag (S) Delft West Regiodeal - 5e tranche Delft-West, IDD Totaal

Ontvangen Ontvangen Ontvangen Aangevraagd Ontvangen Aangevraagd Ontvangen Ontvangen Toegekend Deels ontvangen Deels ontvangen Toegekend Aan te vragen Ontvangen Deels ontvangen Toegekend

(bedragen x € 1.000) Totale Bijdrage Bijdrage Bijdrage andere kosten Rijk Delft partijen 15.761 7.850 7.251 660 30.099 15.050 15.050 3.247 1.624 1.624 78.600 49.300 20.900 8.400 14.702 9.802 4.900 23.600 13.100 10.400 100 1.919 1.919 2.372 2.372 903

903

8.237 6.556 6.325 12.660

8.237 6.556 4.391 8.862

2.700 3.000 24.600

1.350 3.000 12.300

1.350 6.500

5.800

235.281

146.616

73.705

14.960

1.934 3.798

Met behulp van de bijna € 147 miljoen rijkssubsidies en € 15 miljoen bijdragen van derden investeren wij de komende 10 jaar (t/m 2033) ruim € 235 miljoen in de stad. De cofinancieringsbijdrage van de gemeente Delft (€ 73,7 miljoen) bestaat uit de inbreng van ons eigen vastgoed of grond, uit bestaande budgetten en voor een deel uit een bijdrage uit de buffer die is gevormd voor onder andere cofinanciering. Op basis van de aanvragen van versnellingsgelden en gebiedsbudget is van de incidentele dekkingsmiddelen € 14,55 miljoen nodig. In de toelichting op de drie opgaven worden de rijkssubsidies, voor zover van toepassing, gebundeld per opgave weergegeven (zie bijlage 5). Om tijdig en met voldoende uitvoeringskracht het investeringsvolume te kunnen realiseren, gaan we in 2024 aan de slag met een strategisch investeringsplan. Strategisch investeringsplan Het strategisch investeringsplan is een flexibel sturingsinstrument om optimaal te kunnen (bij)sturen op actuele veranderende maatschappelijke, organisatorische en financiële omstandigheden. Het bevat actuele informatie, zodat beheersing, sturing, (integraal afgewogen) besluitvorming en verantwoording van en over gemeentelijke investeringsvraagstukken periodiek kunnen plaatsvinden. Het strategisch investeringsplan kent een tijdshorizon van ongeveer 15 jaar (in eerste instantie tot 2040).

De programmering van de investeringsprojecten volgt de procesfasering (Ambitie, Plan, Project en Realisatie) zoals het Rijk die hanteert in het Meerjarenplan Infrastructuur en Transport (MIRT).Dit strategisch investeringsplan wordt eind 2024 aangeboden aan de raad.

3.2 Handelingsperspectief 2026 en verder Na de publicatie van de Voorjaarsnota 2024 van het demissionair kabinet en het Hoofdlijnenakkoord 2024-2028 van de formerende partijen is meer duidelijkheid ontstaan over het financieel perspectief voor gemeenten.

3. Financiële strategie

15

Kadernota 2024

Voorjaarsnota In de Voorjaarsnota is op onderdelen sprake van verbetering (zie kader). Wel zijn structurele disbalans tussen taken en middelen en het ontbreken van partnerschap in de verhouding tussen Rijk en gemeenten nog steeds aan de orde. Voorjaarsnota 2024 De landelijke Voorjaarsnota 2024 is gepubliceerd en geeft gemeenten een eerste vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren. Over de concrete gevolgen voor gemeenten volgt nadere informatie in de meicirculaire 2024. Belangrijke onderwerpen in de Voorjaarsnota 2024 zijn: Opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds die oploopt tot € 975 miljoen (vanaf 2026). De korting werd eerder opgelegd vanuit het idee dat gemeenten door (gedwongen) opschaling kosten zouden besparen. Sinds 2019 is de korting opgelopen tot € 300 miljoen. In de Voorjaarsnota 2024 is de oploop van € 675 miljoen van de opschalingskorting vanaf 2026 geschrapt (structureel). In ruil daarvoor betalen gemeenten wel eenmalig € 675 miljoen in 2025 via een lagere gemeentefondsuitkering. De Raad van State schrijft in zijn beschouwing van de Voorjaarsnota 2024 dat het Rijk hiermee een gat in de eigen begroting van 2025 overbrugt. Accres In de Voorjaarsnota 2024 is de nieuwe financieringssystematiek van gemeenten (die de ‘trap-op-trap-af’ systematiek vervangt) vervroegd van 2027 naar 2024.

Dit betekent dat het volumeaccres (reële groei) al vanaf 2024 wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Het accres voor loon- en prijsontwikkeling (nominale groei) is verlaagd, omdat de inflatie is gedaald sinds de Miljoenennota 2024. Dit is gebaseerd op de prijs bbp voor het lopende jaar. Door de actualisering voor inflatie en het vervroegen van de bbp-systematiek is de groei van het gemeentefonds lager dan in de Miljoenennota 2024. De impact van de vervroeging wordt tot en met 2029 gecompenseerd door het Rijk. BTW Compensatiefonds (BCF) Omdat door gemeenten minder is gedeclareerd bij het BTW Compensatiefonds is de afrekening over 2023 hoger dan het voorschot in de septembercirculaire van dat jaar. Dit voordeel wordt in 2024 incidenteel toegevoegd. Hervormingsagenda Jeugd De extra besparing van € 500 miljoen in 2025 voor de jeugdzorg vervalt. Dit effect is budgetneutraal, omdat de hiervoor reeds geraamde stelpost vervalt. Het wetsvoorstel voor de introductie van een eigen bijdrage voor jeugdzorg als invulling van de besparing geldt vanaf 2026. Overig Voor de Wmo wordt een aparte financiering bezien, inclusief een indexering die volgens het Rijk recht doet aan de kostenontwikkeling (demografie/vergrijzing).

De financiële impact van vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten die nodig zijn, wordt in beeld gebracht. Tenslotte heeft het Rijk aangekondigd dat ingezet wordt op een beperking van het aantal specifieke uitkeringen en het verminderen van de uitvoeringslast.

De nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten heeft als doel een stabiele(re) financiering en meer autonomie. Dit wordt bereikt door de volumeontwikkeling van het gemeentefonds te baseren op het 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Hierdoor schommelt het fonds minder. De prijsontwikkeling volgt de prijs bbp van het lopende jaar. De indexering van volume en prijs is generiek en mag door gemeenten naar eigen inzicht (‘autonoom’) worden ingezet. Door het beëindigen van de ‘trap-op-trap-af’ systematiek daalt vanaf 2026 de omvang van het gemeentefonds en ontstaat een structureel tekort. Door de nieuwe financieringssystematiek blijft het structurele tekort bestaan en daarmee de disbalans tussen middelen en taken. Ten eerste omdat de volumegroei (op basis van het 8-jaars historisch gemiddelde bbp) lager is dan de stijging van de reële

3. Financiële strategie

16

Kadernota 2024

kosten (bevolkingsgroei, vergrijzing, infrastructuur, welvaart). En ten tweede omdat de compensatie voor loon- en prijsontwikkeling (op basis van het prijs bbp) lager is dan de werkelijke kosten van inflatie voor gemeenten. Het Rijk heeft besloten de impact van het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek te dempen tot en met 2029. Daarom is de jaarlijkse oplopende verslechtering van de structurele financiering van gemeenten nog niet volledig zichtbaar in het begrotings- en meerjarenbeeld. Op termijn gebeurt dit wel en zal het gewenste voorzieningenniveau onder druk komen te staan. Dit komt door tekortschietende middelen en doordat de groei van middelen allereerst nodig is voor noodzakelijke inflatiecorrecties. Hoofdlijnenakkoord 2024-2028 Het Hoofdlijnenakkoord bevat herkenbare punten over bestaanszekerheid, wonen en goed bestuur. Wel is de uitwerking en de uitvoerbaarheid nog onzeker en krijgen gemeenten onvoldoende middelen voor hun taken. De miljardenkorting vanaf 2026 blijft in stand en zet goede zorg en investeringen in voorzieningen voor inwoners en de leefomgeving onder druk. Dit vergt nader overleg met het nieuwe kabinet over de uitwerking en over de vraag wat binnen het beschikbare budget gedaan kan worden. Omdat er vanaf 2026 te weinig geld is, moeten gemeenten een nieuwe balans vinden tussen taken en middelen, of door extra geld of door minder taken.

Met een handelingsperspectief werken we uit hoe we voor de gemeente Delft tot een beheersbaar begrotings- en meerjarenbeeld kunnen komen. Hiervoor brengen we de mogelijkheden in beeld om financiële ruimte te creëren (incidenteel en structureel). We doen dit stapsgewijs en ordenen de maatregelen naar hun impact op de stad en de organisatie. Een beperkt aantal maatregelen hebben we al verwerkt in deze kadernota (zie Financieel-technische maatregelen). Voor het oplossen van de tekorten vanaf 2026 wachten we hiermee. Enerzijds om meer duidelijkheid van het Rijk te krijgen over de onzekerheden en geen overhaaste besluiten te nemen. Anderzijds om voldoende tijd te nemen voor de inventarisatie en op basis daarvan tot een weloverwogen keuze van maatregelen te komen. Financieel-technische maatregelen Op basis van kennis van de financiële situatie en een beeld van de financiële gezondheid kan financiële ruimte worden gevonden. Dit betreft bijvoorbeeld het verhogen van inkomsten (kostendekkendheid tarieven), het opschonen van bestemmingsreserves, het beoordelen van het risicoprofiel (hogere ‘risk appetite’), het verlengen van afschrijftermijnen voor kapitaalgoederen in de openbare ruimte en het ramen van extra inkomsten als gevolg van de groei van de stad. Bij leges wordt gekeken of de kostendekkendheid nog vergroot kan worden.

In deze kadernota hebben we al voorstellen opgenomen voor het opschonen van bestemmingsreserves (+ € 1,2 miljoen) en het verlengen van afschrijftermijnen (€ 0,7 miljoen structureel). Een verdere verkenning van ruimte in bestemmingsreserves en afschrijftermijnen (onder andere voor schoolgebouwen) vindt plaats. Bij de meicirculaire worden de maatstaven geactualiseerd die de uitkering uit het gemeentefonds bepalen (inwoners, huishoudens, opleidingsniveau, minderheden, centrumfunctie, woningen etcetera). De groei van de stad wordt zichtbaar in de maatstaven die gaan over aantal inwoners en woningen. De toename van deze maatstaven leidt tot extra inkomsten. Efficiency In dit kader onderzoeken we de omvang van de gemeentelijke organisatie in relatie tot andere gemeenten. Bij bijzonderheden bekijken we of deze wel of niet zijn te verklaren zijn vanuit inhoudelijke indicatoren voor de diverse taken. De lessen daaruit betrekken we bij nog openstaande bezuinigingen en komende cyclusdocumenten.

3. Financiële strategie

17

Kadernota 2024

De positieve rekeningresultaten van de afgelopen jaren zijn nader geanalyseerd. Hierbij is opvallend dat de positieve resultaten op programmaniveau elk jaar gekwalificeerd worden als incidentele afwijkingen. Omdat op totaalniveau sprake is van een structureel patroon van incidentele afwijkingen, hebben we in de kadernota het voorstel opgenomen om op deze ervaringscijfers te anticiperen door een beperkte verlaging van de geraamde lasten in 2025. In de Programmabegroting 2025-2028 volgt een nadere specificatie op programmaniveau. Ook wordt een voorstel voor de doorwerking in de begrotingsramingen vanaf 2026 voorbereid. Effectiviteit In het verleden zijn beperkt ervaringen opgedaan met Zero Based Budgeting voor specifieke taken. In een evaluatie is hierover geconcludeerd dat het erg arbeidsintensief is en relatief beperkte resultaten oplevert1. Nog weinig ervaring hebben we opgedaan met het (periodiek) doorlichten van (onderdelen van) het huidige takenpakket (audit) om de mogelijkheden te bezien om beleid te beëindigen, te versoberen en/of anders uit te voeren. De meerwaarde van een dergelijke maatregel wordt onderzocht. De meest vergaande maatregel is het opnieuw bezien van de balans tussen beleid, organisatie en middelen. Hierbij staan de maatschappelijke effecten die we willen bereiken centraal.

En wordt vanuit een visie op de rol van de overheid en de ambtelijke organisatie bepaald welke rol gewenst en/of benodigd is, wat dit betekent voor de werkwijze en welke producten hierbij passend zijn. Voor wat betreft de middelen kan in deze stap ook naar de opbrengsten uit de OZB gekeken worden. Wel geldt voor de OZB dat in de Programmabegroting 2022-2025 een verhoging van de opbrengst van € 2,1 miljoen (+7%) met ingang van 2025 is verwerkt. Dit beperkt de mogelijkheden voor een extra verhoging (bovenop de inflatiecorrectie). Voor het handelingsperspectief kunnen we onderzoeken of voor de OZB als bovengrens het niveau dat hoort bij de procedure voor aanvraag van extra financiële steun (Fvw, artikel 12) gehanteerd kan worden. Dit zogenaamde ‘toelatingskaartje’ vereist een tarief dat 120% bedraagt van het landelijk gemiddelde. Overigens geldt dat Delft voor de OZB nu reeds een relatief hoog tarief hanteert, waardoor de opbrengst van het gebruik van het toelatingskaartje beperkt is. Een andere mogelijkheid is het verhogen van de opbrengst van niet-woningen. Door de verhouding tussen woningen en niet-woningen te verschuiven, kunnen extra opbrengsten worden gegenereerd. Als we bijvoorbeeld kiezen voor een verhouding 50% opbrengsten bij woningen (nu: 52%) en 50% opbrengsten niet-woningen (nu: 48%) is de meeropbrengst € 1,6 miljoen.

De uitwerking van het handelingsperspectief vindt achtereenvolgens plaats in de Programmabegroting 2025-2028 en de Kadernota 2025. We gebruiken hierbij het recente eerste VNG-advies over de voorbereiding van de begroting voor 2025, dat aangeeft vooral de gevolgen van dalende rijksmiddelen te laten zien. De VNG verwijst ook naar het eerdere advies van de taskforce Taken en Middelen (september 2023). Dit advies stelt dat verhoging van de OZB geen haalbare optie is en dat bezuinigen op taken met autonome beleidsvrijheid, zoals sport, cultuur en ontspanning, niet wenselijk is. Gesteld wordt dat gemeenten de korting van middelen door het Rijk moeten opvangen bij de medebewindsstaken die het Rijk heeft opgedragen. Bij de uitwerking wordt gekeken welke mogelijkheden hiervoor bestaan en in welke mate dit advies realistisch en uitvoerbaar is. Een tweede (definitief) begrotingsadvies van de VNG volgt na de extra Algemene LedenVergadering van de VNG (op 24 mei 2024). Hier is gesproken over de gevolgen voor gemeenten van het Hoofdlijnenakkoord ‘Hoop, lef en trots’. In reactie op het akkoord is de resolutie ‘Nieuw kabinet, gebruik en borg de kracht van het lokaal bestuur’ aangenomen.

1

Bij twee beleidsterreinen waarop ZBB eerder werd toegepast, luidde de conclusie dat er méér in plaats van minder budget nodig was.

3. Financiële strategie

18

Kadernota 2024

Advies VNG ‘prepare for te worst, hope for the best’ (ledenbrief van 1 maart 2024) Het eerste deel van begrotingsadvies 2025-2028 staat in de brief, deel 2 volgt na de meicirculaire. Het advies is als volgt: “Stel een reële meerjarenbegroting 2025-2028 op, met naar verwachting een tekort vanaf 2026.Bereid ombuigingen voor waartoe in uw gemeente besloten zal worden indien korting van € 3 miljard vanaf 2026 niet wordt teruggedraaid of verzacht. Breng deze zo goed mogelijk in kaart, maar zet ze nog niet in gang. Presenteer deze gevolgen financieel en inhoudelijk zo scherp mogelijk.Betrek daarbij het advies van de Taskforce Taken en Middelen, die aangeeft vooral te focussen op taken in medebewind. We realiseren ons dat dit voor elke gemeente een eigen afweging vraagt, die tot andere keuzes kan leiden. Beschrijf in ieder geval de vijf meest significante ombuigingsmaatregelen, hun consequenties en het taakveld dat daarmee geraak wordt.” Taskforce Taken en middelen (september 2023) Vorig jaar heeft de Taskforce Taken en Middelen van de VNG en onder voorzitterschap van Alexander Rinnooy Kan de gevolgen van een korting van € 3 miljard in kaart gebracht. Daarbij voorgestelde mogelijkheden om met de korting om te gaan zijn: 1. (deels) dichten door het verhogen van de OZB 2. bezuinigen op autonome taken 3.

bezuinigen op medebewindstaken Het advies is om vooral te focussen op bezuinigen op medebewindstaken met als argument dat het gaat om een niet-taakgebonden korting van het Rijk en dat het daarmee voor de hand ligt om te besparen op taken die voor het Rijk worden uitgevoerd. Resolutie “Nieuw kabinet, gebruik en borg de kracht van het lokale bestuur” (Algemene Ledenvergadering VNG 24 mei 2024) Tijdens een extra ingelaste VNG-vergadering is met bovenstaande resolutie uitgesproken dat het VNGbestuur: 1. De opdracht van de resolutie van 1 december 2023 “Formerende partijen, gebruik de kracht van het lokaal bestuur” onverkort uitvoert en zich maximaal blijft inzetten. Dit om te komen tot zowel een goede structurele financiële uitgangspositie voor gemeenten als het zetten van een stap naar voren door de gemeenten, in het belang van onze inwoners 2. Blijft werken vanuit de visie van een totaaloplossing om te komen tot een solide, stabiele en duurzame financiële positie van gemeenten met een balans in taken en beschikbare middelen en voldoende beleidsvrijheid. Daarbij staan inwoners centraal, wordt samengewerkt als één overheid, zijn voldoende middelen beschikbaar en bestaat ruimte voor regionale en lokale aanpak op basis van het uitgangspunt van welvaartsontwikkeling voor alle regio’s. 3.

Zich sterk maakt om de kabinetsvoornemens uit de Voorjaarsnota 2024 over de Wmo en specifieke uitkeringen (Spuks) om te zetten in concrete, structurele en langjarige afspraken en daarbij in ieder geval in te zetten op: - Het zo snel mogelijk toevoegen aan het gemeentefonds van de middelen die nu gereserveerd staan op de Aanvullende Post van de rijksbegroting voor de Wmo - Het maken van de afspraak dat besparingen op administratieve lasten voor over te hevelen Spuks uitsluitend worden ingeboekt op het moment van overheveling zelf en voor de looptijd van de betreffende Spuk. 4. Een (extra) ALV organiseert, als taken en middelen in het regeerprogramma van het nieuwe kabinet onvoldoende in balans zijn. In deze ALV wordt dan een escalatiestrategie voorgelegd aan de leden. 5. Bij het nieuwe kabinet aangeeft dat de VNG bereid is om een actieve rol te spelen bij de vertaling van het hoofdlijnenakkoord naar een concreet programma. Zo kunnen we als overheden tot een gezamenlijk (uitvoerings)akkoord komen, waarin taken en middelen van gemeenten weer in balans zijn. Het teruggeven van taken kan onderdeel uitmaken van de gesprekken hierover.

3. Financiële strategie

19

Kadernota 2024

4. Financieel perspectief De Programmabegroting 2024-2027 is het vertrekpunt voor de Kadernota 2024. Deze begroting is vastgesteld in de raadsvergadering van 9 november 2023 en daarna gewijzigd als gevolg van de september- en decembercirculaire over het gemeentefonds, de Najaarsrapportage 2023 en de begrotingswijziging over de kinderboerderijen. Financieel toezicht begroting 2024-2027 Gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland hebben de begroting voor 2024 beoordeeld en repressief (regulier) toezicht ingesteld. Dit betekent dat de begroting direct kan worden uitgevoerd en dat de provincie begrotingswijzigingen niet vooraf hoeft goed te keuren. De provincie heeft begrip voor de tekorten in de meerjarenraming vanaf 2026, zolang het Rijk geen duidelijkheid geeft over mogelijke compensatie van landelijke nadelen in het gemeentefonds. Wel vraagt de provincie aan gemeenten om bij het voorbereiden van de begroting 2025 na te denken over concrete maatregelen om het structurele evenwicht te herstellen, wanneer er geen volledige compensatie vanuit het Rijk komt. De tekorten worden veroorzaakt door de nieuwe financieringssystematiek en (ten tijde van de beoordeling van de programmabegroting door de provincie) door de opschalingskorting. Zolang de onzekerheid voortduurt, vraagt de provincie om scenario’s en maatregelen die daarbij passen.

Dit sluit aan bij het begrotingsadvies van de VNG, waarin die vraagt om ombuigingen alvast zo goed mogelijk in kaart te brengen. In 2024 doet de provincie bij alle gemeenten in Zuid-Holland onderzoek naar het onderhoud van kapitaalgoederen (wegen, kunstwerken, riolering, water, groen, gebouwen) door middel van een beoordeling van de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen.

De voorstellen in deze kadernota gaan over uitvoeren en afmaken in het uitvoeringsjaar 2024 (voorjaarsrapportage), het nieuwe begrotingsjaar 2025 en de meerjarenperiode 2026 t/m 2028. Bouwstenen zijn de drie grote opgaven, bestuurlijke accenten, noodzakelijke bijstellingen in het bestaande beleid, investeringen, moties en toezeggingen en het sociaal domein. Ook is een toelichting opgenomen op het financiële kader en de stand van zaken van het project Prinsenhof en de voorbereiding van de Gelatinebrug. De meerjarenperiode vanaf 2026 laat tekorten zien. Voor de oplossing hiervan volgen we het handelingsperspectief, zoals staat in hoofdstuk 3 Financiële strategie. De nadere uitwerking is onderdeel van de Programmabegroting 2025-2028 en de Kadernota 2025. Voor deze concretisering is de meicirculaire 2024 over de uitkering uit het gemeentefonds van belang, omdat hierin waarschijnlijk meer duidelijkheid wordt geboden over het financiële kader dat we moeten hanteren. Voor een compleet beeld van de financiële positie is in het tweede deel van dit hoofdstuk een toelichting opgenomen over de financiële gezondheid van de gemeente. De voorstellen in de Kadernota 2024 zijn verwerkt in een begrotingswijziging (zie bijlage 1A en 1B).

Ook is bij deze kadernota een Raadsbegrotingswijziging (ARB) gevoegd met beleidsarme en budgetneutrale bijstellingen (bijlage 2A en 2B) en de rapportage over de voortgang van het bezuinigingsprogramma (bijlagen 3A en 3B). Voor een aantal moties en toezeggingen is de stand van zaken beschreven (bijlage 4). Ten slotte is een actueel overzicht van de voortgang van de drie opgaven bijgevoegd (bijlage 5).

4. Financieel perspectief

20

Kadernota 2024

4.1 Financieel meerjarenbeeld 2024-2028 Het financieel meerjarenbeeld start met het saldo van de Programmabegroting 2024-2027 en voegt daar de effecten aan toe van begrotingswijzigingen die de raad heeft vastgesteld. Vervolgens komen hier de volgende voorstellen bij: I. Bouwstenen voor de Kadernota 2024 II. Impact Voorjaarsnota 2024 van het Rijk (Gemeentefonds) III. Maatregelen waarmee gestuurd wordt op een sluitend begrotingssaldo 2025 met structureel evenwicht. Leeswijzer: In de tabellen staan de effecten die van invloed zijn op het begrotingssaldo. Negatieve bedragen zijn nadelig voor het saldo, positieve bedragen verbeteren het saldo. Begroting en meerjarencijfers (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

Uitgangssituatie Programmabegroting 2024-2027 Septembercirculaire 2023 (16e begrotingswijziging 2023) Najaarsrapportage 2023 Decembercirculaire 2023 (6e begrotingswijziging 2024) Waterspeeltuin (11e begrotingswijziging 2024) Saldo Programmabegroting 2024-2027 (na wijziging)

34 -253 -147 2.964 -491 2.107

50 -255 -197 2.232

-4.367 -64 -197 2.154

-9.745 3.972 -197 2.309

-10.665 7.650 -197 2.468

1.830

-2.474

-3.661

-744

Kadernota 2024 I. Bouwstenen 1. Opgaven (inclusief rijkssubsidies) 2. Projecten: Prinsenhof en Gelatinebrug 3. Bestuurlijke accenten 4. Bestaand beleid 5. Investeringen (inclusief grote dossiers) 6. Moties en toezeggingen 7. Sociaal domein (inclusief HA Jeugd)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14222841/1