CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2023

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Kadernota 2023 (nr. 2321288)13.385 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4. Financieel perspectief / 4.1 Financieel meerjarenbeeld 2023-2027

21

Kadernota 2023

Het Jongeren Perspectief Fonds maakt onderdeel uit van het schuldhulpverleningsbeleid (nieuwe beleidsnota is eind dit jaar gereed). Bij de nominale ontwikkeling (Voorjaarsrapportage) is het voorstel Groei JPF, normbedragen bijzondere bijstand, gemeentepolis, AMI en budgethulp opgenomen. Voor de onderwijshuisvesting plegen we onderhoud aan diverse gymzalen en maken we aanvullende middelen vrij voor inrichting van de openbare ruimte/omgeving van nieuwbouwscholen, Voor de overdracht van het juridische eigendom van het schoolgebouw Griegstraat is onderhoud noodzakelijk. In 2023 start een verkenning voor de aankoop van het onderwijsgebouw (van de TU Delft) aan de Julianalaan voor huisvesting van het Mercurius College. Zoals eerder gecommuniceerd aan de raad wordt voor het Mercurius College naar een wissellocatie gezocht vanwege het groeiende aantal leerlingen. Onderhandelingen daarover lopen op dit moment. We betrekken de uitkomsten bij de Programmabegroting 2024-2027, via het jaarlijkse traject voor actualisering van het Investeringsplan. Nieuw beleid: ruimte voor wonen In vervolg op de incidentele middelen in de Programmabegroting 2023-2026 wordt nu voorgesteld opnieuw de seniorenmakelaar en het huurteam te bekostigen. Daarnaast gaan we voor versnelling van de woningbouw intensiever monitoren en bijsturen op het bouwprogramma.

Ten slotte wordt woonoverlast aangepakt door de aanschaf van een applicatie waarmee persoonsgegevens kunnen worden verwerkt. Nieuw beleid: een gezonde en veilige stad Over het toekomstperspectief van zwembad Kerkpolder en buitenzwemvoorzieningen wordt een onderzoek uitgevoerd. Ook laten we onderzoek doen naar een toekomstbestendige infrastructuur voor de huisartsenzorg. Voor het behoud en continuïteit van de kinderboerderijen is een bijdrage van de gemeente nodig. Nieuw beleid: een duurzame stad De actualisatie van de adaptieve mobiliteitsagenda vraagt extra middelen voor het fietsparkeren in de binnenstad. Voor 2024 wordt € 660.000 voorzien. Dit budget is om acties uit de fietsparkeerstrategie direct op te pakken en betreft een voorbereidingskrediet voor de nog uit te werken middellange en lange termijn maatregelen. De portefeuille vastgoedbedrijf wordt stapsgewijs verduurzaamd door toepassing van ledverlichting. Voor de periode 2025-2028 stellen we een uitvoeringsplan op. Het streven naar een circulaire stad leidt dit jaar tot een uitvoeringsagenda die is gericht op bouwen en gebiedsontwikkeling, maakindustrie en samenwerking met kennisinstellingen. De uitvoering vergt capaciteit, expertise en communicatie. Een stimuleringsregeling en een circulaire hub worden opgezet.

Nieuw beleid: Economische kracht en bruisende stad Aan diverse aspecten van cultuur wordt een impuls gegeven, bijvoorbeeld cultureel vastgoed, VAK/DOK, Lumen en podiumkunsten. Nieuw beleid: overig Bij informatiegestuurd werken en datakwaliteit bouwen we voort op het gemeentelijk gegevensmodel. Hiermee faciliteren we bijvoorbeeld Delft-West, Schieoevers, aanpak ondermijning, energietransitie en het sociaal domein. Met aandacht voor de 'slimme stad' en de Wet open overheid (WOO). Extra capaciteit is nodig voor de personeelsadministratie. Het toegangsverleningssyteem wordt vervangen. Voor lobby en Public Affairs wordt extra budget vrijgemaakt.

4. Financieel perspectief / 4.1 Financieel meerjarenbeeld 2023-2027

22

Kadernota 2023

Uitvoering herstelplan De taakstelling om kosten van personeel en inhuur bij interne diensteverlening te verlagen, is structureel ingevuld. Een incidenteel besparingsverlies in 2023 komt ten laste van het meerjarenbeeld (zie bijlage 3. Bezuinigingsmonitor).

4.2 Financiële positie Voor een oordeel over de financiële gezondheid van de gemeente gebruiken we de Financiële Conditie Index (FCI). Dit instrument is ontwikkeld door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en kijkt naar de belangrijkste aandachtsgebieden van de financiële gezondheid. Uitgangspunt voor de index is: als de gezondheid goed is, dan is een gemeente prima in staat om financiële risico’s op te vangen. Met de index ontstaat een geobjectiveerd beeld van de vermogenspositie, de exploitatie, het voorzieningenniveau en de weerbaarheid. De uitkomst is een rapportcijfer over de financiële gezondheid dat vergeleken kan worden in de tijd en met andere gemeenten. Als de uitkomst onvoldoende is kan dit aanleiding zijn om bij te sturen. Financiële Conditie Index (FCI) De FCI test de houdbaarheid van de financiële conditie aan de hand van 10 financiële kengetallen en bijbehorende signaalwaarden. De kengetallen zijn gerangschikt naar de thema’s vermogenspositie, exploitatie, voorzieningenniveau en weerbaarheid: Vermogenspositie 1. Netto schuldquote: druk van de schuldverplichtingen op de exploitatie 2. Effectieve netto schuldquote: hoogte van de schuld 3. Solvabiliteitsratio: schuldbelasting van het bezit Exploitatie 4. Exploitatieresultaat: mate waarin de uitkomst van de exploitatierekening positief is 5.

Onbenutte belastingcapaciteit: ruimte voor verhoging van de eigen belastinginkomsten 6. Afhankelijkheidsratio: gevoeligheid voor bezuinigingen op Rijksoverdrachten Voorzieningenniveau 7. Netto lasten per inwoner: hoogte van de netto lopende uitgaven op de exploitatie 8. Netto investeringsquote: hoogte van de investeringsuitgaven Weerbaarheid 9. Houdbaarheidsquote: benodigde structurele ombuigingen bij een slechtweer-scenario 10. Kasgeldratio: gevoeligheid op de korte termijn voor renteverhogingen Elk kengetal belicht een aandachtsgebied (deze staan hierboven achter de kengetallen). Voor het signaleren van financiële stress op een aandachtsgebied maakt de index gebruik van signaalwaarden per kengetal. Als de uitkomst op een kengetal de signaalwaarde overschrijdt, is er potentieel sprake van financiële stress op het desbetreffende aandachtsgebied. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van de signalen licht op groen, licht op oranje en licht op rood. De financiële conditie index die start op tien wordt bij een kengetal met het licht op oranje met een half punt verlaagd en bij een kengetal met het licht op rood met een vol punt verlaagd. Bij het overschrijden van de signaalwaarden op een, twee, drie of vier kengetallen heeft een gemeente nog steeds een voldoende financiële conditie.

De financiële conditie index bedraagt dan respectievelijk negen (zeer goed), acht (goed), zeven (ruim voldoende) en zes (voldoende).

4. Financieel perspectief / 4.2 Financiële positie

23

Kadernota 2023

Daarmee staat de financiële conditie index bijvoorbeeld toe dat een gemeente met een goede financiële vermogenspositie zich exploitatietekorten en hoge investeringen kan veroorloven. De financiële conditie is dan niet onder de maat. Er wordt tijdelijk op grote voet geleefd, maar daar is ook eenmalig geld als vermogensbuffer voor beschikbaar. Als de signaalwaarden van meer dan vier kengetallen worden overschreden en staan de lichten daarvan op rood, dan is sprake van potentieel onhoudbare gemeentefinanciën. De financiële conditie is dan zwak (vijf) of onvoldoende (vier of lager). Hierna is de Financiële Conditie Index voor Delft opgenomen. De scores zijn gebaseerd op de Jaarstukken 2022 en geven de uitgangspositie voor de Kadernota 2023. De uitkomst indiceert dat er voldoende ruimte is voor de keuzes in de kadernota. Een geactualiseerd beeld hiervan volgt in de Programmabegroting 2024-2027.

Kengetallen en signaalwaarden Netto schuldquote (inclusief uitgeleende gelden) De netto schuldquote geeft indirect antwoord op de vraag of met het inkomen blijvend de schuldverplichtingen kunnen worden gedragen. Een hoge netto schuldquote geeft aan dat bij een recessie de druk van de schuldverplichtingen op de exploitatie-uitgaven hoog kan oplopen. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130% (licht op rood, 1 punt aftrek). Bij een overschrijding van deze signaalwaarde is sprake van een erg hoge schuldendruk. Al bij een netto schuldquote hoger dan 100% springt het licht op oranje (½ punt aftrek). Effectieve netto schuldquote Een hoge netto schuldquote hoeft niet te betekenen dat een gemeente relatief gezien hoge schulden heeft. Het aandeel uitgeleende gelden in de netto schuldquote is laag en daarom loopt de gemeente een beperkt wanbetalingsrisico op deze uitzettingen. Uit de netto schuldquote wordt in samenhang met de omvang van uitgeleende gelden en voorraden het kengetal effectieve netto schuldquote gedefinieerd. Een hoge effectieve netto schuldquote geeft aan dat

4. Financieel perspectief / 4.2 Financiële positie

24

Kadernota 2023

er mogelijk al sprake is van een risico op financiële stress door hoge schulden. Een lage effectieve netto schuldquote, ondanks een hoge netto schuldquote, geeft aan dat er geen sprake is van te hoge schulden. De signaalwaarde voor de effectieve netto schuldquote van de gezamenlijke gemeenten bedraagt 120% (licht op rood, 1 punt aftrek). Als de effectieve netto schuldquote de individuele signaalwaarde overschrijdt, heeft een gemeente een erg hoge schuld. Al bij een effectieve netto schuldquote hoger dan 90% sprint het licht op oranje (½ punt aftrek). Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio meet in hoeverre het bezit op de balans niet met schulden is belast. Een lage solvabiliteitsratio is een teken dat een gemeente met zijn exploitatieresultaten weinig tot niet spaart voor de financiering van zijn investeringen. Bij een solvabiliteitsratio van 20% springt het licht op oranje (½ punt aftrek). Bij een lagere waarde is sprake van een hoge schuldbelasting van het bezit. De signaalwaarde voor het licht op rood voor de solvabiliteitsratio bedraagt 0% (1 punt aftrek). Exploitatieresultaat Dit kengetal beantwoordt de vraag of een gemeente zijn bezit zwaarder met schuld belast, doordat het exploitatieresultaat negatief is. Structureel negatieve exploitatieresultaten bij gemeenten zijn ongewenst. Een exploitatietekort kan een signaal zijn voor het ontstaan van financiële stress.

De signaalwaarde voor het kengetal exploitatieresultaat bedraagt daarom 0%. Voor het bepalen van de financiële conditie index maakt de test gebruik van twee oordelen over het exploitatieresultaat. Ten eerste wordt gekeken naar het exploitatieresultaat in het lopende jaar. Is dat negatief dan springt het licht op rood (1 punt aftrek). Ten tweede wordt gekeken naar de uitkomsten van de exploitatieresultaten in het lopende jaar en de twee daaraan voorafgaande jaren. Is er sprake van drie negatieve exploitatieresultaten op rij dan springt er nog een licht op rood (extra punt aftrek). Het exploitatieresultaat is in dat geval structureel negatief. Bij twee negatieve exploitatieresultaten in drie jaar springt het licht op oranje (extra ½ punt aftrek). Onbenutte belastingcapaciteit OZB Het kengetal onbenutte belastingcapaciteit OZB (onroerend zaakbelasting) geeft aan hoeveel een gemeente de inkomsten kan verhogen. Een negatieve uitkomst geeft aan dat een gemeente geen ruimte voor extra belastingbaten heeft en dat de belastingdruk hoger is dan wat als een aanvaardbaar belastingtarief wordt gezien. Daarmee is het kengetal ook een signaal voor het ontstaan van financiële stress. Bij een negatieve uitkomst is sprake van een hoge belastingdruk, wat het politieke draagvlak voor de bijbehorende uitgaven ondermijnt.

Het redelijk tarief voor een aanvraag van saneringssteun artikel 12 Financiële-verhoudingswet bedraagt 120% van het gewogen gemiddelde tarief onroerende-zaakbelastingen van alle gemeenten in het voorvoorgaande jaar. De belastingopbrengst onroerende-zaakbelastingen bij dit tarief dient als uitgangspunt voor de signaalwaarde van het kengetal onbenutte belastingcapaciteit. Is de belastingopbrengst hoger dan heeft een gemeente geen onbenutte belastingcapaciteit meer en springt het licht op rood (1 punt aftrek). De uitkomst voor het kengetal is in dat geval negatief. Bij een overschrijding van de signaalwaarde voor het kengetal onbenutte belastingcapaciteit heeft een gemeente een erg hoge belastingdruk. Voor dit kengetal is geen signaalwaarde waarboven het licht op oranje springt. Afhankelijkheidsratio Dit kengetal geeft aan in hoeverre een gemeente voor zijn inkomsten afhankelijk is van overdrachten van het Rijk en geeft daarmee de gevoeligheid weer voor kortingen op deze overdrachten bij een recessie. Een hoge afhankelijkheidsratio wordt internationaal als een nadeel voor de financiële conditie gezien. De signaalwaarde voor de afhankelijkheidsratio bedraagt 72,5% (licht op oranje, ½ punt aftrek). Als een gemeente deze signaalwaarde overschrijdt, dan is de afhankelijkheid van overdrachten groot en de

4. Financieel perspectief / 4.2 Financiële positie

25

Kadernota 2023

gevoeligheid voor kortingen op deze overdrachten dus ook groot. Voor dit kengetal is geen signaalwaarde waarboven het licht op rood springt. Netto investeringsquote De netto investeringsquote is geschikt om te beoordelen of een gemeente voldoende investeert voor het behoud van een aanvaardbaar voorzieningenniveau. Normaal zullen de uitgaven aan de investeringen hoger zijn dan de afschrijvingslasten omdat de investeringen door inflatie duurder worden. En ook doordat door inwonersgroei en economische groei jaarlijks meer en hoogwaardigere publieke investeringen zoals wegen en scholen nodig zijn. De uitkomst van de netto investeringsquote hoort daarom normaal gesproken gematigd positief te zijn. Gemeenten kunnen op de investeringsuitgaven bezuinigen om de schuldquote niet te hoog te laten oplopen. Te lage investeringen kunnen ook een signaal zijn dat een gemeente een probleem heeft om de lopende uitgaven en rentelasten op de exploitatie te beheersen. Door investeringen uit of af te stellen dalen de afschrijvingslasten in plaats van dat ze door de nieuwe (vervangings-)investeringen oplopen. Daarmee daalt eveneens de schuldquote. Bij te lage investeringen zijn op termijn inhaalinvesteringen nodig, omdat anders de leefbaarheid in de gemeente onder druk komt. Een gemeente kan ook te ambitieus zijn en te veel willen investeren.

Te hoge investeringen zorgen voor het oplopen van de netto schuldquote en daarmee voor het oplopen van de schuldverplichtingen. Ook leggen de hogere afschrijvingslasten van de investeringen dan een groter deel van de exploitatierekening vast, waardoor de ruimte voor ombuigingen op de lopende uitgaven van de exploitatie kleiner is. De netto investeringsquote kent dan ook signaalwaarden voor lage investeringen en voor hoge investeringen. Het kengetal kijkt daarbij alleen naar de achterliggende periode. De signaalwaarde voor de netto investeringsquote voor een erg laag investeringsniveau bedraagt 0%. Bij een negatieve netto investeringsquote springt het licht op rood (1 punt aftrek). Bij een investeringsquote lager dan 1% springt het licht al op oranje (½ punt aftrek). De signaalwaarde voor een hoog investeringsniveau bedraagt 5% (licht op rood, 1 punt aftrek). Bij een investeringsquote boven de 4% springt het licht eveneens al op oranje (½ punt aftrek). Netto lasten per inwoner Het kengetal netto lasten per inwoner geeft informatie over de hoogte van de lopende uitgaven aan de publieke voorzieningen die uit algemene middelen of met schuldfinanciering worden betaald. Lage netto lasten per inwoner ten opzichte van vergelijkbare gemeenten zijn een indicatie dat het niveau aan noodzakelijke publieke voorzieningen mogelijk onder druk staat.

Hoge netto lasten per inwoner ten opzichte van vergelijkbare gemeenten kunnen een signaal zijn dat een gemeente op grote voet leeft. Voor het bepalen of sprake is van afwijkende netto lasten per inwoner is een vergelijking met gemeenten met een vergelijkbare sociale structuur en centrumfunctie nodig. De signaalwaarden voor dit kengetal worden bepaald aan de hand van een vergelijking van alle netto lasten per inwoner in een jaar binnen de desbetreffende klasse. De onderste signaalwaarde bedraagt de uitkomst van het 1e kwartiel min 5%. De bovenste signaalwaarde bedraagt de uitkomst van het 3e kwartiel plus 5%. Voor gemeenten waar Delft mee wordt vergeleken (redelijke of matige sociale structuur en een redelijke tot geen centrumfunctie) ligt de onderste signaalwaarde in 2022 op 1.674 euro (licht op rood, 1 punt aftrek) en de bovenste signaalwaarde op 2.139 euro (licht op rood, 1 punt aftrek). Bij een onderschrijding van de lage signaalwaarde heeft een gemeente erg lage netto lasten per inwoner. Bij een overschrijding van de bovenste signaalwaarde heeft een gemeente erg hoge netto lasten per inwoner. Houdbaarheidsquote Dit kengetal geeft een indicatie van de ombuigings-inspanning die een gemeente bij een slechtweer scenario moet leveren voor houdbare gemeentefinanciën. Het kengetal is daarmee de maat voor de

4. Financieel perspectief / 4.2 Financiële positie

26

Kadernota 2023

weerbaarheid van een gemeente. Op dit moment ontbreken relevante gegevens voor de bepaling van de score. Kasgeldratio Bij de Nederlandse gemeenten is het herfinancieringsrisico door artikel 12 Financiële verhoudingswet en de aanwezigheid van twee sectorbanken voor het verstrekken van leningen aan decentrale overheden verwaarloosbaar. Om die reden lopen gemeenten op de aangetrokken financiële middelen van banken en andere vermogensverschaffers alleen een renterisico. De kasgeldratio meet het risico van sterk stijgende rentelasten op de korte termijn door herfinanciering van de kortlopende schuld bij een stijgende marktrente. De ratio geeft weer of het saldo van de kortlopende schulden minus de aanwezige liquide middelen hoog of laag is. Bij een hoog saldo is de gevoeligheid voor stijgende rentelasten door een renteschok op de korte termijn groot. De kasgeldratio is hetzelfde kengetal dat voor het berekenen van de kasgeldlimiet vanuit de Wet financiering decentrale overheden (fido) wordt gebruikt. Voor de signaalwaarde van de kasgeldratio is aangesloten bij de wettelijke signaalwaarde van 8,5% van het begrotingstotaal. Er is alleen een signaalwaarde voor het licht op oranje (½ punt aftrek). Bij een overschrijding van de signaalwaarde voor de kasgeldratio heeft een gemeente een erg hoge rentegevoeligheid op de korte termijn.

4. Financieel perspectief / 4.2 Financiële positie

27

Kadernota 2023

5. Financiële uitgangspunten voor de programmabegroting Financiële positie Een duurzaam financieel gezonde gemeente is een randvoorwaarde bij de opstelling en uitvoering van de Programmabegroting 2024-2027. Voor het inzicht in de financiële positie beantwoorden we de volgende vragen: A. Zijn we financieel wendbaar en weerbaar (ook op de langere termijn)? • •

Financiële kengetallen (BBV) inclusief de streefwaarden van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) Inzicht in reserves en voorzieningen

B. Kunnen we de financiële risico's aan? •

Weerstandsratio (benodigd en beschikbaar weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel)

C. Is er ruimte voor nieuw beleid? • • •

Toelichting begroting en meerjarenraming (structureel evenwicht, informatie over stelposten en taakstellingen, verhouding bestaand en nieuw beleid) Renterisico en kasgeldlimiet (wet Financiering decentrale overheden) EMU-saldo

Met de presentatie van de Financiële Conditie Index (FCI) van de VNG geven we een diagnose van de huidige financiële conditie van een gemeente. De FCI hanteert kengetallen voor de vermogenspositie, de exploitatie, het voorzieningenniveau en de weerbaarheid. Met de totale set kengetallen en bijbehorende signaalwaarden wordt de uitkomst van de financiële conditie index bepaald met een algeheel oordeel over de huidige financiële gezondheid van de gemeentefinanciën. Als de financiële conditie goed is, kan een gemeente tegenslagen financieel opvangen zonder onoverkomelijke problemen. Nominale ontwikkeling De nominale ontwikkeling betreft de aanpassing aan de actuele loon- en prijsontwikkeling en gaat over salariskosten, materiële kosten (inclusief subsidies) en tarieven die stijgen als gevolg van trendmatige ontwikkelingen. Dit jaar betrekken we hier ook de investeringen en verbonden partijen bij. Vanwege de fors toegenomen inflatie is de nominale ontwikkeling een belangrijke bouwsteen voor de begrotingsvoorbereiding. Mede op basis van de meicirculaire 2023 bepalen we definitief de toe te kennen indexeringen. Dit is een apart voorstel voor het financieel meerjarenbeeld in de Programmabegroting 2024-2027. De nominale ontwikkelingen gaan over: 1. compensatie voor de extra inflatie in 2022, 2. bijstelling van de inflatie voor 2023, 3. Aanpassing aan het prijspeil 2024.

De financiële ruimte voor deze nominale ontwikkelingen baseert het Rijk op de indices in het Centraal Economisch Plan (CEP, maart 2023) van het Centraal Planbureau (CPB). In de Voorjaarsnota van het Rijk zijn hiervoor de middelen geraamd. Een onaangename verrassing is dat het Rijk bij de compensatie voor de extra inflatie in 2022 geen rekening houdt met de loonontwikkeling. Hierdoor dalen de financiële middelen van het Rijk van circa € 300 miljoen (Najaarsnota 2022) naar € 127 miljoen. De nadere

5. Financiële uitgangspunten voor de programmabegroting

28

Kadernota 2023

uitwerking en verdeling over de gemeenten vindt plaats in de meicirculaire. De middelen die we ontvangen, vormen het financieel kader voor het voorstel voor loon- en prijsbijstelling. De kosten van de nieuwe cao zijn reeds verwerkt in de Kadernota 2023. Binnen het financiële kader uit de meicirculaire maken we een inschatting voor de ontwikkeling van de salariskosten in 2024. Dit betreft de loonontwikkeling (op basis van Index Prijs OverheidsConsumptie, beloning werknemers) en de pensioenpremie (op basis van premiebeleid ABP). Voor de budgetten voor goederen en diensten (van derden) is het uitgangspunt: compensatie op basis van de index voor materiële overheidsconsumptie (IMOC). De tarieven stijgen maximaal met de consumentenprijsindex (CPI). We bezien de mogelijkheid en de noodzaak om ook te compenseren voor de extra inflatie in 2022 en 2023. Vanwege de aanzienlijke inflatie wordt tevens bezien of in de meicirculaire ook financiële ruimte beschikbaar is voor ophoging van de investeringsbudgetten. Voor verbonden paritjen, subsidies en voor de onderhoudskosten van het vastgoed gelden afwijkende percentages. •

•

•

Verbonden partijen dienen voorafgaand aan het begrotingsjaar een ontwerpbegroting in bij de deelnemende gemeenten/aandeelhouders. Voor het bepalen van de bijdrage aan de verbonden partij (inclusief indexatie) wordt gebruik gemaakt van de ontwerpbegrotingen en de beschikbare zienswijzen. Voor 2025 wordt samen met andere gemeenten bezien of tot een bijstelling van deze systematiek kan worden gekomen. Voor subsidies wordt compensatie gegeven voor een gewogen gemiddeld van de salarisontwikkeling (op basis van de Index Prijs Overheidsconsumptie, beloning werknemers) en materiële kostenontwikkeling (op basis van de index voor materiële overheidsconsumptie). Uitgangspunt is dat 70% van de subsidie betrekking heeft op salarissen en 30% op materiële kosten, Voor het Vastgoedbedrijf wordt voor aanpassing van de begroting uitgegaan van vastgoedspecifieke nominale ontwikkelingen. Op basis van de uitgangspunten van de Vastgoedanalyse worden de nominale ontwikkelingen voor het Vastgoedbedrijf bepaald. Het Vastgoedbedrijf huurt een aantal panden van derden. Externe partijen passen de huur jaarlijks aan op basis van bestaande contracten. Om de ramingen en de werkelijke huurkosten in overeenstemming te brengen, zal het vastgoedspecifieke percentage voor huurkosten worden toegepast.

Onroerendezaakbelasting (OZB) Voor het opstellen van de voorstellen voor de OZB-tarieven gebruikt de gemeente een rekenmodel met het uitgangspunt om te kunnen sturen op de totale OZB-opbrengst, onafhankelijk van de waardeontwikkeling van objecten. Het gaat om drie belastingen: 1. OZB-eigenaren woningen (OZB EW) 2. OZB-eigenaren niet-woningen (OZB ENW) 3. OZB-gebruikers niet-woningen (OZB GNW) De Regionale Belastinggroep levert jaarlijks een dataset voor het model, bestaande uit gegevens over: • •

De totale WOZ-waarde en waardeontwikkeling van woningen in eigendom en van niet-woningen in eigendom en gebruik. De correctiefactor voor bezwaar, oninbaar en leegstand.

In het model zijn de volgende bestuurlijke keuzes verwerkt voor de Programmabegroting 2024-2027: •

De indexering van de totale geraamde opbrengst Een voorstel voor inflatiecorrectie in 2024 wordt voorbereid met inachtneming van het actuele

5. Financiële uitgangspunten voor de programmabegroting

29

Kadernota 2023

•

• • •

percentage voor de consumentenprijsindex (CPI) in 2022, 2023 en 2024. De opbrengst van deze inflatiecorrectie maakt deel uit van de nominale ontwikkeling en draagt bij aan de bekostiging van de loon- en prijsbijstelling om uit te komen op het prijspeil 2024. Ook in de jaren na 2024 zal de OZB-opbrengst gecorrigeerd blijven worden met de CPI. Negatieve maatstaf in het gemeentefonds In het gemeentefonds is voor de belastingcapaciteit per gemeente een negatieve maatstaf opgenomen. Dit betekent een korting op de algemene uitkering op basis van een inschatting van de lokale opbrengst van de OZB. Jaarlijks wordt deze maatstaf door de beheerders van het gemeentefonds opnieuw berekend op basis van de waarde onroerende zaken (WOZ) en een landelijk rekentarief. Bij de indexatie van de totale OZB opbrengst houden we rekening met een gewogen gemiddelde van de ontwikkeling van de negatieve maatstaf en de stijging van de CPI. Verdeling Het aandeel van iedere belasting in de totaalopbrengst. Dit is nu gesteld op: OZB EW 51,45%, OZB ENW 28,23% en OZB GNW 20,32%. Correctiefactoren De toerekening van de correctiefactoren voor bezwaar en leegstand. Areaal Voor de extra inkomsten als gevolg van areaaluitbreiding in het begrotingsjaar 2023 volgt een voorstel in de Programmabegroting 2024-2027. Na het bepalen van de nieuwe tarieven wordt de opbrengst van het nieuwe areaal toegevoegd aan de totaalopbrengst.

Deze opbrengst krijgt hiermee het karakter van een meeropbrengst (de WOZ-waarde van het nieuw areaal wordt niet toegevoegd aan de totale WOZ-waarden voor de tariefberekening, waardoor geen dempend effect ontstaat op de belastingtarieven).

Gesloten circuits Reiniging, Riolering, Omgevingsvergunningen (budgetneutraal) Voor de gesloten circuits is het uitgangspunt dat het tarief kostendekkend is en dat alle kosten die gemaakt worden voor het gesloten circuit ook ten laste worden gebracht van het gesloten circuit. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met inflatiecorrectie, perceptiekosten van de RBG, Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) en areaaluitbreiding. Doorbelasting perceptiekosten Perceptiekosten zijn de uitvoeringskosten die zijn verbonden aan de betreffende heffing. Deze worden toegerekend aan de via het tarief te verhalen kosten als het gaat om een heffing met een maximaal toegestane kostendekkendheid van 100%. Dit zijn met name de rioolheffingen en de afvalstoffenheffing en de leges. Bij de belastingen (OZB, toeristenbelasting, parkeerbelasting, precario, reclamebelasting) gaat het om tarieven zonder limiet en is de kostendekkendheid dus niet relevant. Bij riool, afval en omgevingsvergunningen berekenen we de perceptiekosten door in de tarieven.

Een voorstel voor aanpassing van de tarieven is onderdeel van de Programmabegroting 2024-2027. Naast de trendmatige ontwikkelingen wordt bij de nominale ontwikkeling ook rekening gehouden met exogene aanpassingen van de budgetten voor de gemeenschappelijke regelingen (GR’en). Financieel toezicht provincie Zuid-Holland De begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn. Structureel evenwicht houdt in dat structurele lasten gedekt worden door structurele baten (per jaarschijf). Reëel evenwicht betekent dat ramingen volledig, realistisch en haalbaar zijn. De gemeente voldoet daaraan door integraal rekening te houden met nominale ontwikkelingen en de loon- en prijsbijstelling, overeenkomstig de meicirculaire 2023.

5. Financiële uitgangspunten voor de programmabegroting

30

Kadernota 2023

Sociaal domein Voor het sociaal domein hanteren we een financieel kader dat bestaat uit middelen die zijn opgenomen bij de programma's Gezonde en sociale stad (Wmo, Jeugd), Samenleven, onderwijs en cultuur en Werk en inkomen (participatie). Een actueel overzicht van het financieel kader is onderdeel van begroting en jaarstukken, en is de basis voor voortgangsrapportages over de financiën van het sociaal domein. De uitgaven die nodig zijn voor het sociaal domein en de inkomensverstrekkingen begroten we op basis van lokale ramingen. Overige uitgangspunten • De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2023 en afrekeningen over oude jaren. • De omslagrente 2024 berekenen we bij de begroting door de toegerekende rente te delen door de boekwaarde van de vaste activa. • Bij de raming van financieringsbehoefte houden we op basis van de investeringsplanning, ervaringscijfers over de realisatie en de liquide middelen rekening met een maximaal investeringsvolume van ongeveer € 30 miljoen per jaar. In de Programmabegroting 2024-2027 toetsen we deze aanname op actualiteit. • In principe is de stijging van de algemene uitkering als gevolg van de groei van de stad (inwoners, woningen) bestemd voor de stijging van de kosten die samenhangt met deze groei (concreet de areaaluitbreiding).

Het inzetten van extra inkomsten als gevolg van de groei van de stad voor andere zaken kan alleen nadat vaststaat dat de integrale kosten van de groei structureel zijn geraamd in de begroting. Systematiek berekening risicoprofiel De Delftse systematiek van bepaling van het risicoprofiel is gebaseerd op een landelijk gebruikelijke methodiek, waarbij de kans van optreden van risico’s een nadrukkelijker onderdeel vormt van de berekening.

5. Financiële uitgangspunten voor de programmabegroting

31

Bijlagen

Kadernota 2023

Stand van zaken moties en toezeggingen 1A 11e begrotingswijziging 2023 (Kadernota 2023) 1B Toelichting 11e begrotingswijziging 2023 1C Toelichting voorstellen Programmabegroting 2024-2027 2A Aanwendingen bestemmingsreserve Maatregelen coronacrisis 2B 12e Begrotingswijziging 2023 (Coronarapportage) 3A Toelichting stand van zaken bezuinigingen 3B Bezuinigingsmonitor 4A 1e Algemene Raadsbegrotingswijziging (ARB) 2023 4B Toelichting 1e Algemene Raadsbegrotingswijziging (ARB) 2023 5 Visie woonlasten (naar aanleiding van Motie 4.1.31 Lange termijn perspectief woonlasten) Daarnaast zijn bijgevoegd: de raadsoplegger en het raadsbesluit

Bijlagen

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12797888/1