Kadernota 2023
Tekst van het document
Kadernota 2023
Kadernota 2023
Inhoudsopgave 1. Inleiding.............................................................................................................................
3
2. Financiële strategie...........................................................................................................
5
3. Stad in uitvoering............................................................................................................... 11 4. Financieel perspectief....................................................................................................... 15 4.1 Financieel meerjarenbeeld 2023-2027...................................................................................... 16 4.2 Financiële positie....................................................................................................................... 23
5. Financiële uitgangspunten voor de programmabegroting................................................. 28 Bijlagen.................................................................................................................................. 32
2
Kadernota 2023
1. Inleiding Samen werken aan Delft Voor u ligt de Kadernota 2023 – Stad in uitvoering. Met hierin de kaders voor de Programmabegroting 2024-2027. Een kadernota die in het teken staat van het versterken van de stad en daarvoor doen wat nodig is, én van aanpakken en uitvoeren voor alle Delftenaren. We werken aan een stad met een grote diversiteit aan bewoners en ondernemers die zich betrokken voelen bij hun buurt, de stad Delft en de mensen om zich heen. Een stad die uniek is met al haar kennis, innovatie, talent, ondernemerschap, erfgoed en historie. Met de raad, partners en inwoners in de stad zijn we aan de slag vanuit de vijf heldere accenten die richting geven aan de inzet van ons college voor de stad. Zo werken we samen aan een stad die kansen biedt voor alle Delftenaren: met scholing, opleiding en een goede aansluiting op de arbeidsmarkt. Een duurzame stad met ruimte voor wonen. Een gezonde en veilige stad met een gezonde leefomgeving waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten. En we werken aan een economische krachtig en bruisend Delft. We richten ons met focus op de noodzakelijke opgaven van Delft: Energietransitie en de gebiedsgerichte programma’s Delft-West en Innovatiedistrict Delft. Dit is nodig om Delft te versterken en te komen tot een evenwichtige opbouw en economische ontwikkeling van de stad, om de stad leefbaar te houden en onze energie duurzaam en betaalbaar.
Investeren voor een duurzame toekomst Er is nu geld om stappen te zetten. Delft ontvangt extra geld van het Rijk voor de opgaven en noodzakelijke investeringen. Een mooi resultaat van de bestendige koers voor de toekomst van Delft en de inspanningen die we hebben gedaan samen met de TU Delft, de provincie, de metropoolregio en andere partners. Daarnaast hebben we ook zelf geld beschikbaar om af te maken waar al veel stappen zijn gezet en om te doen wat Delft en de Delftenaren nodig hebben. We pakken daarom Museum Prinsenhof aan. We bereiden de aanleg van de Gelatinebrug voor en maken een inhaalslag in het onderhoud van de stad, bijvoorbeeld van speeltuinen. De financiën van Delft blijven op de lange termijn echter nog onzeker. Het Rijk komt alle gemeenten de eerstkomende jaren wel tegemoet met extra geld, maar geeft nog onvoldoende duidelijkheid voor de jaren na 2026. In de komende jaren monitoren we onze uitgaven zorgvuldig en we sturen bij als dat nodig is. Daarnaast trekken wij samen op met andere gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om in gesprek te blijven met het Rijk voor structureel voldoende financiering. De stad maken we samen Mensen maken de stad, door er samen te leven en te werken. Samen bepalen we zo hoe Delft zich ontwikkelt. Wij – raad, college en organisatie – maken er werk van om meer samen met de stad op te pakken en zichtbaar te zijn in de wijken.
We leren van de ervaringen die we opdoen zoals met het programma Wij West in Delft-West. De gezamenlijke aanpak daar komt van bewoners, instellingen en organisaties in de wijk. En daarmee bouwen we aan wederzijds vertrouwen. De kracht van Delft willen we benutten. Zo weten we steeds beter wat er speelt in Delft en welke sociale vraagstukken belangrijk zijn voor inwoners en partners. We koppelen investeringen en fysieke ingrepen in de stad aan die belangrijke vraagstukken. Zo zorgen we ervoor dat investeringen merkbaar zijn in het dagelijks leven van veel Delftenaren. Denk aan veiligheid, bestaanszekerheid, klimaatadaptatie en de energietransitie, maar ook aan de woningbouwimpuls. In co-creatie met de stad wordt kennis en kunde
1. Inleiding
3
Kadernota 2023
ingezet om de opgaven in de stad op te lossen. Daar waar kansrijke initiatieven in de stad ontstaan, kunnen we deze faciliteren vanuit Fonds Delft 2040. Verkennen Voor een aantal lopende ontwikkelingen verkennen we op dit moment wat nodig is in de toekomst. Het gaat om Gasthuisplaats, Rietveldtheater, Theater de Veste, huisvesting Erfgoed Delft en fietsparkeren. Wij zetten de stappen die nodig zijn om nadere keuzes te kunnen maken. Richting Met deze kadernota geven wij, binnen de beschikbare ruimte van capaciteit en middelen, de richting aan voor de uitvoering in de komende jaren. De gemeenteraad heeft tijdens de raadsconferentie en in diverse debatten in het afgelopen jaar heldere boodschappen meegegeven. Diverse moties en toezeggingen aan uw raad hebben wij in de kadernota een plek gegeven, zoals de invulling van de motie handelingsperspectief. Wij kijken uit naar het gesprek met uw raad om in samenwerking nadere invulling te geven en zo gewenst aanvullende keuzes te maken, die we vastleggen in de Programmabegroting 2024-2027.
1. Inleiding
4
2. Financiële strategie
Kadernota 2023
De gemeente Delft beschikt de komende jaren over veel incidentele middelen. Veel geld komt van het Rijk. Het gaat voor een deel om algemene dekkingsmiddelen die we krijgen via het gemeentefonds, als gevolg van het regeerakkoord Rutte IV en de extra uitgaven in de Voorjaarsnota 2022. Daarnaast krijgt de gemeente ook specifieke uitkeringen van het Rijk voor de grote opgaven (woningbouw, infrastructuur, energietransitie). En we hebben ook zelf middelen beschikbaar voor de komende jaren, zoals in onze bestemmingsreserves (Fonds Delft 2040, Energie in de wijken, Gevel-tot-Gevel, museum Prinsenhof). Tegelijkertijd is het onzeker of gemeenten op langere termijn voldoende structurele middelen hebben om alle taken en ambities te kunnen uitvoeren. Oorzaak hiervan is dat het Rijk vanaf 2026 een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten voorstelt en daarbij uitgaat van een forse verlaging van middelen (Voorjaarsnota 2023). In reactie op deze voorstellen wil de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) overleg met het kabinet over de consequenties voor taken en daarmee voor inwoners. Meer informatie hierover volgt in de meicirculaire. Wij maken de strategische keuze om de middelen die we nu beschikbaar hebben te investeren in de stad. We gaan niet afwachten, maar uitvoeren wat er moet gebeuren voor een gezonde en duurzame toekomst van Delft.
Hiermee bereiden we de stad beter voor op tijden waarin we mogelijk minder geld beschikbaar hebben. De financiële ruimte tot en met 2026 stelt ons hiertoe in staat. Met behoud van onze financiële gezondheid, nu en in de toekomst. Handelingsperspectief incidentele middelen (motie 4.1.10) In de Programmabegroting 2023-2026 is met de instelling van een buffer incidentele financiële ruimte beschikbaar gesteld voor een aantal maatschappelijke opgaven in de stad: cofinanciering, energiearmoede, nieuw beleid, personele capaciteit, uitvoeringherstelplan en kostenverhaal. Voor de urgenties en prioriteiten zijn aanvullend middelen beschikbaar in ons eigen vermogen en dankzij (te ontvangen) rijkssubsidies. De financiële strategie in de kadernota geeft het handelingsperspectief waarmee nu keuzes worden voorgelegd over de inzet van de incidentele middelen. Deze keuzes gaan over de (noodzakelijke) cofinanciering, reserveringen voor gebiedsprogramma's Delft-West en Innovatiedistrict Delft, investeringen in museum Prinsenhof en de Gelatinebrug en overige bestuurlijke prioriteiten. Over de keuzes, de concrete inzet van de reserveringen, en de invulling van investeringen en bestuurlijke prioriteiten gaan we graag in gesprek met de raad om gezamenlijk een afweging te maken over wat nu nodig is voor de stad.
We kunnen daarbij aangeven wat met de huidige ambtelijke capaciteit mogelijk is en wat de mogelijke invloed is op financiële gezondheid van onze stad.
Op basis van de financiële strategie bevat de kadernota de beleidsmatige en financiële kaders voor het maken van de Programmabegroting 2024-2027. Na de publicatie van de meicirculaire 2023 over het gemeentefonds ontstaat naar verwachting meer duidelijkheid over de structurele financiering van gemeenten en kunnen we de kaders uitwerken tot concrete begrotingsvoorstellen. Nu investeren in de stad Voor de noodzakelijke investeringen in de stad is financiële ruimte beschikbaar: • • •
dankzij de succesvolle lobby voor subsidies van het Rijk ontvangen we de komende jaren veel extra middelen, de algemene reserve en bestemmingsreserves bevatten veel dekkingsmogelijkheden (zie toelichting in kader Financiële ruimte gemeentefonds), door realistisch te ramen, creëren we extra (structurele) ruimte.
Lobby: subsidies van het Rijk Onze lobby met belangrijke partners als de provincie Zuid-Holland, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de TU Delft voor meer geld is succesvol. Van het Rijk ontvangen we subsidies die het de
2. Financiële strategie
6
Kadernota 2023
komende jaren mogelijk maken om aan de slag te gaan met de Schieoevers, onze opgaven voor de energietransitie en de gebiedsprogramma’s Delft-West en Innovatiedistrict Delft. Subsidies Rijk
Status
Woningbouwimpuls - 1e tranche Woningbouwimpuls - 5e tranche
Ontvangen Aangevraagd Aangevraagd Toegezegd Toegezegd Toegezegd Ontvangen Ontvangen In voorbereiding
Bijdrage*
Cofinanciering aandeel
Versnellingsgelden
Beleidsprogramma Klimaat (S) Energiearmoede + Isolatieplan Volkshuisvestingsfonds
Toegezegd N.t.b.
Mobiliteits- en gebiedsbudget
Toegezegd
Preventie met gezag (S) Regiodeal - 5e, 6e tranche Rijke Schooldag Novi - Novex-gebieden
Aangevraagd N.t.b. N.t.b. N.t.b.
Totaal * Bruto bedragen (d.w.z. inclusief cofinanciering) ** De bedragen betreffen een inschatting van de benodigde bijdrage uit de buffer. Een pm betekent dat nog een aanspraak op de buffer kan volgen.
15.600 31.000 3.200 50.000 9.000 13.000 1.900 1.900 pm 1.500 pm 2.700 1.000 pm pm pm 130.800
(bedragen x € 1.000)
t.l.v. buffer** n.v.t. Schieoevers - Kabeldistrict n.v.t. Delft West, fase 2 n.v.t. Station Delft Campus Schieoevers 25.000 Kop van de Buitenhof Station Delft Campus n.v.t. n.v.t. 1e tranche n.v.t. 2e, 3e, 4e tranche Programmaorganisatie n.v.t. n.v.t. Delft West n.t.b. pm Delft West Schieoevers 50% 1.350 kavel Gelatinebrug n.v.t. n.v.t. Delft West n.t.b. pm IDD, Delft West n.t.b. pm Delft West n.t.b. pm Zuidelijke Randstad 50% 50% 50% 35% 35% 35%
26.350 + pm
Tot nu toe houden we rekening met een eigen bijdrage voor de verplichte cofinanciering van € 26,35 miljoen. In de vorig jaar ingestelde buffer is hiermee rekening gehouden. Na besluitvorming over toekenning van de middelen volgt een begrotingsvoorstel voor de cofinanciering, de inzet van de buffer hiervoor en de concrete investeringen die worden gedekt met de subsidies. Bestaande reserves (eigen vermogen) In ons eigen vermogen zijn ruime dekkingsmogelijkheden beschikbaar voor investeringen in de stad. Na aftrek van de benodigde weerstandscapaciteit voor het risicoprofiel, is nog sprake van een aanzienlijke vrije ruimte. Tevens is de buffer beschikbaar die vorig jaar is gevuld met de tijdelijke extra middelen in de meicirculaire 2022 (zie kader Financiële ruimte gemeentefonds). Het saldo van de bestemmingsreserve Maatregelen coronacrisis kan vrijvallen en de bestemmingsreserve Stad (Fonds Delft 2040) bevat nog bestedingsruimte voor co-creatie met de stad. In totaal is de financiële ruimte op basis van de reserves ruim € 96 miljoen. Financiële ruimte gemeentefonds De ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt voor een belangrijk deel bepaald door de groei of afname van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds.
De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds wordt het accres (‘groei’) genoemd. Om het accres stabieler te maken, is in het voorjaar van 2022 afgesproken om het volumedeel van het accres voor 2022-2025 vast te zetten (inclusief de effecten van het regeerakkoord Rutte IV en de extra uitgaven in de Voorjaarsnota 2022). De financiële ruimte die hierdoor ontstond, is In Delft in een buffer gestort. Tot en met 2025 zijn de buffer en andere reserves de belangrijkste dekkingsbron voor nieuw beleid en/of bijstelling van bestaand beleid.
2. Financiële strategie
7
Kadernota 2023
De financiële ruimte in het eigen vermogen is als incidentele dekking beschikbaar voor de voorstellen voor bijstelling van bestaand beleid en nieuw beleid in de Kadernota 2023. Op hoofdlijnen betreft dit onvermijdelijke tegenvallers (voorjaarsrapportage), noodzakelijke bijdragen voor cofinanciering bij (te ontvangen) rijkssubsidies, reserveringen voor de gebiedsprogramma's Delft-West en Innovatiedistrict Delft, grote investeringen (museum Prinsenhof en Gelatinebrug) en overige bestuurlijke prioriteiten (zie hoofdstuk Financieel perspectief).
Eigen vermogen Geen bestedingsplan: Algemene reserve - Buffer - Vrij besteedbare ruimte Reserve Maatregelen coronacrisis Reserve Stad (FD 2040) - Bestedingsruimte - Revolverend
(bedragen x € 1.000)
43.100 PB 2023-2026 27.097 inclusief restant Eneco 3.727 vrijval saldo 22.467 o.b.v. Jaarstukken 2022 pm 96.391
In de tabel is de totale financiële ruimte in de buffer opgenomen. Hierbij geldt dat we rekening moeten houden met de ingeschatte bijdrage voor cofinanciering van € 26,35 miljoen. De vrij besteedbare ruimte in de Algemene reserve wordt groter als risico's kleiner worden. Het verkleinen van concrete risico's gebeurt bijvoorbeeld door de reserveringen voor de gebiedsontwikkeling Schieoevers en het museum Prinsenhof in deze kadernota. Als het risicoprofiel daalt, is minder weerstandscapaciteit nodig. Daardoor neemt de vrij besteedbare ruimte toe. Bij reserve Stad gaan we, met behoud van de spelregels voor het Fonds Delft 2040, meer sturen op de inzet voor de investeringen in de stad en cofinanciering bij rijkssubsidies. In overige bestemmingsreserves is dekking aanwezig voor de uitvoering van bestaande plannen zoals Energie in de wijken, Gevel-tot-Gevel en museum Prinsenhof. Voor alle bestemmingsreserves worden de onderliggende bestedingsplannen jaarlijks op juistheid en volledigheid getoetst en zo mogelijk leidt deze toets tot een voorstel voor vrijval van gereserveerde middelen in de begroting. NB: de inzet van reserves heeft gevolgen voor de balans (bezitsvorming, liquiditeit en schuld) en de exploitatie (kapitaallasten). Deze impact bewaken we via monitoring van de financiële positie.
Een voorstel voor bijsturing volgt als dit noodzakelijk is om te voldoen aan de randvoorwaarde van behoud van onze financiële gezondheid. Realistisch ramen De rekeningresultaten van de afgelopen jaren laten een patroon zien van jaarlijkse incidentele voordelen. Dit leert ons dat we door realistisch te ramen veel knelpunten in de begroting kunnen oplossen. Zo hebben we in de Programmabegroting 2023-2026 de raming van het investeringsprogramma gemaximeerd op € 30 miljoen per jaar. Deze aanname is gebaseerd op ervaringscijfers en factoren als de beschikbaarheid van aannemers, materieel, inspraak op bestemmingsplannen en ook de eigen capaciteit. Belangrijke notie hierbij is dat we de ambities van het investeringsprogramma niet kleiner maken, maar een realistischer verwachting hanteren over de uiteindelijke realisatie op jaarbasis. Door het verhogen van onze ‘risk appetite’ gaan we scherper aan de wind varen bij de raming van begrotingsvoorstellen. Concreet betekent dit het volgende voor de uitvoering van de lopende begroting en de opstelling van de nieuwe begroting: •
Jaarstukken 2022 (jaar t-1) Op basis van een analyse van het rekeningresultaat maken we in deze kadernota een inschatting
2. Financiële strategie
8
Kadernota 2023
•
•
•
van structurele wijzigingen voor het begrotings- en meerjarenbeeld. Hierbij moeten we ook rekening houden met uitgestelde werkzaamheden die doorschuiven naar komende jaren. Begroting 2023 (jaar t) Bijstellingen voor het lopende jaar vinden beperkt plaats. Net als bij de investeringen worden de ambities niet kleiner, maar houden we wel rekening met onderschrijdingen. Bij de najaarsrapportage bekijken we de realisatie, de prognose en de eventuele noodzaak voor bijsturing. Toets voorstellen 2024 en verder (jaar t+1 en verder) Voorstellen voor bijstelling van bestaand beleid of voor nieuw beleid worden vooraf getoetst op realiteit van de raming, urgentie en noodzaak. Ook vindt een 'reality check’ plaats op uitvoerbaarheid. Voor de investeringen in de openbare ruimte gaan we na of een langere afschrijftermijn kan worden gehanteerd. Inflatiecorrectie 2022 en 2023 In de Kadernota 2023 compenseren we alleen onvermijdelijke tegenvallers als gevolg van de extra inflatie in 2022. Dit betreft bijvoorbeeld de nieuwe Cao gemeenten, het sociaal domein en het Investeringsplan Huisvesting voor onderwijs. Voor overige effecten (zoals verbonden partijen, subsidies en investeringen) gebruiken we de loon- en prijsontwikkeling in de meicirculaire 2023 als financieel kader. Een nader voorstel voor de verdeling is onderdeel van de Programmabegroting 2024-2027.
Inflatie 2022 In de Najaarsnota 2022 heeft het kabinet aangekondigd een extra prijsbijstelling over 2022 uit te keren van circa € 300 miljoen (structureel). Dit in verband met de uitzonderlijke prijsstijgingen in 2022. Een nader voorstel is opgenomen in de Voorjaarsnota 2023; de verdeling van de extra middelen wordt bekendgemaakt in de meicirculaire 2023. Ten opzichte van de Najaarsnota 2022 is het bedrag verlaagd van € 300 naar € 127 miljoen, omdat voor de loonontwikkeling geen compensatie wordt geboden.
•
•
•
•
Sociaal domein Voor het sociaal domein ramen we de autonome groei tot en met 2025 (jaar t+2). Vanaf 2026 (t+3) is sprake van een risico. Aan de batenkant houden we rekening met de ontwikkeling van de gebundelde uitkering (BUIG) het principeakkoord tussen het Rijk en de VNG over de hervormingsagenda jeugd en extra middelen voor het Integraal Zorgakkoord (IZA). Vergroten structurele dekkingsmogelijkheden Reserves zijn naar hun aard een incidentele dekkingsbron. We kijken naar de mogelijkheden om toch met incidentele middelen structurele lasten te dekken. Dit kan bijvoorbeeld door extra dotaties te doen aan de reserve Dekking kapitaallasten. Fonds Delft 2040 We laten de structurele voeding van de reserve Stad vrijvallen voor de investeringen in de stad. Rekening houdend met bestaande afspraken over de inzet, levert vrijval een structurele ruimte op van € 0,566 miljoen. De afspraken voor het Fonds Delft 2040 blijven bestaan, inclusief het jaarlijks bij de jaarrekening bezien of een extra dotatie aan de reserve Stad haalbaar en nodig is. Algemene uitkering op basis van groei van de stad Met de maatstaven voor het gemeentefonds wordt de uitkering berekend. De maatstaven houden rekening met de groei van de stad, bijvoorbeeld het aantal inwoners en woningen. Door voor de volledige planperiode in de nieuwe begroting rekening te houden met de groei van inwoners en woningen, ontstaat een voordeel.
NB: dit betekent wel dat we aan de uitgavenkant ook rekening houden met alle kosten die samenhangen met de groei van de stad,
Financieel gezond Onderdeel van de financiële strategie is behoud van onze financiële gezondheid. Voor het inzicht hierin gebruiken we de kengetallen1die verplicht zijn volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de ontwikkeling van het EMU-saldo. Zo nodig sturen we bij om te voldoen aan de weerstandsratio (beheersing financiële risico’s), de normen voor renterisico’s en de kasgeldlimiet (wet Financiering 1
Netto schuldquote, gecorrigeerde netto schuldquote, Solvabiliteitsratio, Structurele exploitatieruimte, Grondexploitatie en Belastingcapaciteit.
2. Financiële strategie
9
Kadernota 2023
decentrale overheden) en eisen van het provinciaal financieel toezicht. Die eisen zijn: (1) reële ramingen, (2) structureel evenwicht en (3) geen kapitaalvernietiging. Voor het inzicht in het structureel evenwicht (dat wil zeggen: structurele lasten zijn gedekt door structurele baten) presenteren we het kengetal Structurele exploitatieruimte en voegen we in de begroting een bijlage Incidentele baten en lasten toe. Voor een compleet beeld van de financiële positie gebruiken we vanaf de Kadernota 2023 de financiële conditie-index (FCI) van de VNG. Met deze index ontstaat een geobjectiveerd beeld van de vermogenspositie, de exploitatie, het voorzieningenniveau en de weerbaarheid. De uitkomst is een rapportcijfer over de financiële gezondheid dat vergeleken kan worden in de tijd en met andere gemeenten. Als de uitkomst (op onderdelen) onvoldoende is, kan dit aanleiding zijn om bij te sturen. Financiering gemeenten Over de financiële vooruitzichten is met de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk op hoofdlijnen meer duidelijkheid ontstaan. Over de financiering van gemeenten vanaf 2027 is nu voorgesteld om de bestaande normeringssystematiek (trap-op-trap-af) los te laten en in plaats daarvan een vast bedrag toe te voegen aan het gemeentefonds. Daarnaast wordt het gemeentefonds geïndexeerd voor loon- en prijsontwikkeling en voor volumeontwikkelingen (zoals inwoners, welvaart en vergrijzing).
Het volume wordt bijgesteld op basis van de groei van het bruto binnenlands product (Bbp). Helaas is de opschalingskorting vanaf 2026 voor het volledige bedrag gehandhaafd (zie kader Opschalingskorting). Over deze korting, over de uitwerking van de indexatie en de relatie met taken die van gemeenten gevraagd worden, wil de VNG in gesprek met het kabinet. Opschalingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds, die oploopt tot € 975 miljoen. Deze korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Het principe van herindelen is van bovenaf opgelegd en heeft, zoals bekend, niet tot resultaten geleid. Toch is de korting gehandhaafd als algemene efficiencykorting. De opschalingskorting heeft de gemeenten in de jaren 2015 tot en met 2021 cumulatief al € 1,5 miljard gekost (exclusief accres). De oploop van de opschalingskorting is tijdelijk geschrapt tot en met 2025, maar is vanaf 2026 volledig verwerkt . De inzet van de VNG is dat de opschalingskorting volledig en structureel wordt geschrapt.
Wanneer de meicirculaire er is en we weten hoeveel geld er in het vat zit voor de gemeenten, werken we de beleidsmatige en financiële kaders in deze kadernota uit in concrete begrotingsvoorstellen. Zo nodig zijn hier bijsturingsmaatregelen onderdeel van om te voldoen aan de eisen voor financiële gezondheid. Daarbij bekijken we ook de uitkomsten voor het jaar 2027. Voor een eventueel resterend tekort na de meicirculaire zijn de volgende oplossingsrichtingen beschikbaar: • • • • •
realistisch ramen (nog beter anticiperen op onderuitputting) oud voor nieuw (stoppen met bepaald beleid om ruimte te maken voor nieuwe bestuurlijke accenten) ombuigen en/of versoberen van beleid (beleidsbeëindiging) groei van de stad inzet van ruimte voor loon- en prijsontwikkeling
Overigens is een sluitende begroting voor 2027 niet strikt noodzakelijk als het nieuwe begrotingsjaar 2024 structureel in evenwicht is.
2. Financiële strategie
10
Kadernota 2023
3. Stad in uitvoering Stad in uitvoering De komende jaren staat de uitvoering centraal. Dat doen we om de stad en de Delftenaren te versterken én om Delft voor te bereiden op de toekomst. We beschikken over veel incidentele middelen, terwijl we tegelijkertijd op de langere termijn tekort komen voor wat de stad structureel nodig heeft. We kiezen er bewust voor om deze incidentele middelen nú te investeren in de duurzame toekomst van Delft. Nu investeren zorgt ervoor dat de stad straks sterker is, ook als het voor minder moet. Bij het maken van de plannen zijn we realistisch op wat haalbaar is, rekening houdend met de beschikbare capaciteit en de financiële ruimte. In dit hoofdstuk geven we de richting aan voor de periode 2023-2026 vanuit de accenten met focus op de drie noodzakelijke opgaven van Delft. In hoofdstuk 4 is de concrete uitwerking hiervan opgenomen. De nadere invulling vanaf 2024 is onderdeel van de programmabegroting. Samen werken we aan de uitvoering. De drie opgaven Delft is een prachtige stad waar veel gebeurt, die kansen biedt, maar nog niet voor iedereen. We zien in onze stad noodzakelijke opgaven. Voor een duurzame stad met een evenwichtige opbouw en een economisch sterke stad zijn we aan de slag met de energietransitie en focussen we ons op twee gebieden: Delft-West en Innovatiedistrict Delft. Hier liggen belangrijke kansen die we samen met de stad beetpakken.
Dit doen we met langjarige programma’s. Naast de verkregen middelen van het Rijk reserveren we hier ook eigen middelen voor. Hieronder beschrijven we de richting waarop wij willen inzetten, mede bepaald door onze bestuurlijke accenten. De nadere concretisering volgt bij de Programmabegroting 2024-2027. Opgave Energietransitie Wij hebben een duidelijke ambitie: in 2050 is Delft energieneutraal. Wij vragen iedereen die kan om bij te dragen en zetten ons ervoor in dat iedereen mee kan doen. Met de besluiten die Delft al heeft genomen, zijn we op weg naar de energie-neutrale stad. Het afgelopen jaar is gekozen voor versnelling en concrete stappen zetten. We hebben helder welk werk er voor ons ligt. Voor nu reserveren we geen extra middelen, maar zetten we in op de uitvoering met de hiervoor eerder beschikbare gestelde middelen: € 15 miljoen vanuit de motie ‘Energie in de wijken’ en € 1,9 miljoen per jaar vanuit rijksmiddelen voor uitvoering van het Klimaatakkoord en de ontvangen middelen voor de aanpak Energiearmoede. Daar waar we nieuwe kansen kunnen benutten, pakken we die. Opgave Delft-West Met de visie ‘Wij West - Gelijke kansen in Delft’ zetten we samen met bewoners, instellingen en organisaties uit de wijk in op jeugd en leren, bestaanszekerheid, fijn en veilig wonen, een plek voor iedereen om te wonen, te leren en te werken en vanuit vertrouwen samen optrekken.
We werken samen aan een aanpak voor twintig jaar. De visie Wij West wordt in werkateliers vanuit de wijk vertaald in een uitvoeringsplan 2024-2028. Als gemeente geven we een impuls aan armoedebestrijding, maatwerk bij schuldhulpverlening, gelijke toegang tot goed onderwijs en collectieve jeugdhulparrangementen op scholen, vangnet in de wijk voor kwetsbare huishoudens, cultuuraanbod dat mensen in de wijk verbindt. We stimuleren sport en bewegen in de openbare ruimte en een nieuwe ontmoetingsplek. Ook de vergrijzing en de behoefte aan geclusterde woonvormen hebben onze aandacht. We reserveren € 10 miljoen voor impulsen, cofinanciering en het uitvoeringsplan Wij West. We leggen verbinding met de hele stad. Het is ons streven om wat goed werkt in Delft-West ter inspiratie te gebruiken
3. Stad in uitvoering
11
Kadernota 2023
in andere delen van de stad. Zo profiteert iedereen van de kracht van Delft door langjarig met elkaar samen te werken en sociaal en fysiek in Delft-West te investeren. Het Rijk ondersteunt ons in de organisatie van het programma. Er blijven aanvullende middelen nodig om onze doelen te bereiken. We dienen hiervoor aanvragen in bij het Rijk. Opgave Innovatiedistrict Delft Het Innovatiedistrict Delft is een samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de Technische Universiteit Delft (TUD), de Bedrijvenkring Schieoevers (BKS) en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Gezamenlijk geven we het IDD vorm en inhoud. Delft heeft een unieke en innovatieve economie met de TU Delft Campus en de Biotech Campus. Tegelijkertijd zien we dat de inwoners van Delft te weinig profiteren van deze innovaties, dat de groei van de werkgelegenheid in Delft achterblijft en dat betaalbare bedrijfsruimte schaars is. Wij zien kansen om kennis, innovatie en ondernemerschap beter te laten renderen voor alle inwoners in Delft, de regio en de rest van Nederland. We werken langjarig samen om Delft-Zuidoost te ontwikkelen tot een aantrekkelijke plek om te wonen, werken, ontmoeten, leren en ondernemen. We werken een visie uit voor de Vulcanusweg, SchieoeversZuid en de Rotterdamseweg om te zien hoe deze plekken kunnen bijdragen aan de sociale samenhang en groeikansen in de stad.
Aan de noordkant van de stad zetten we in op de op de ontwikkeling van de Biotech Campus. Ook daar staat de verbinding met de stad en het onderwijs centraal. We zien kansen voor groei van de werkgelegenheid voor zowel praktisch geschoolden als wetenschappelijk opgeleiden. Wij dragen bij aan het initiatief van Planet B.io, omdat daar innovaties worden bedacht voor de opgaven van vandaag en morgen. Om het innovatiedistrict te ontwikkelen, moeten we investeren. Voor deze ontwikkeling reserveren wij € 8 miljoen om in de komende jaren samen verder te bouwen. Ook hier zijn aanvullende middelen nodig om onze doelen te bereiken. We trekken samen op met partners in de stad bij het indienen van aanvragen bij het Rijk, zoals voor de regiodeal en voor talentontwikkeling en innovatie. Investeren in wat de stad nu nodig heeft Voor een tweetal projecten met majeure betekenis voor de stad hebben wij al veel stappen gezet. Deze projecten gaan we afmaken. Museum Prinsenhof Delft Dit is één van onze belangrijkste monumenten: het gebouw vertelt het verhaal van Delft en het verhaal van Nederland. Hier brengen we de basis op orde. We investeren nu om deze gebouwen in goede staat te houden voor de toekomst. We maken van het Prinsenhof een aantrekkelijk en eigentijds museum voor iedereen, met versterking van het monumentale karakter.
Zo investeren we in een toeristische trekpleister die ook economisch van groot belang is voor vele ondernemers en inwoners. Gelatinebrug Met deze fietsbrug zorgen we voor een goede verbinding in de stad. De Gelatinebrug biedt een nieuwe, snelle route tussen Delft-West, station Delft Campus en Delft-Oost. Met de brug wordt het drukke fietsverkeer meer gespreid. De brug maakt het voor Delftenaren makkelijker om hun weg te vinden tussen oost en west, en ontsluit kansen voor meer verbindingen tussen onderwijs, werken en wonen. Bestuurlijke accenten De komende jaren zetten we stappen om onze doelen te bereiken, waarbij we duidelijke accenten leggen om richting te geven aan de ontwikkeling van de stad. De stad maken we met elkaar Wij maken er werk van om meer samen met de stad op te pakken en zichtbaar te zijn in de wijken. Daar zijn we mee gestart en dit maken we steeds meer onderdeel van ons werk. We willen dit inclusief,
3. Stad in uitvoering
12
Kadernota 2023
met oog voor heden en verleden en op alle terreinen doen. We intensiveren de samenwerking met bewoners en partners, zoals bij onze opgaven, en we maken instrumenten die initiatieven uit de stad kunnen ondersteunen, zoals het subsidiekader, toegankelijk en inzichtelijk. Delft kansrijk voor iedereen Het is onze taak om de kansen voor meer Delftenaren te vergroten. Samen met partners leggen wij hiervoor een goede basis. We organiseren meer informele en formele ondersteuning, dicht bij de mensen in de wijk. Hiermee hopen we zorgvragen in de toekomst te voorkomen. Dit vraagt meer inzet van professionals die ook nauw aansluiten bij de informele structuren in de wijk. Het gaat onder andere om meer inzet van opbouwwerkers en jeugdwerkers. We investeren waar de impact het grootst is en de nood het hoogst is. Dit betekent dat we voor het vergroten van kansengelijkheid voor kinderen en jeugd ons nu vooral extra richten op de jeugd in Delft-West. In de hele stad maken we werk van het versterken van de (informele) zorg voor en ondersteuning van ouderen, bijvoorbeeld door meer collectieve woonvormen met zorg. Zodanig dat ouderen, als zij dat willen, in hun eigen wijk kunnen blijven wonen. Ruimte voor wonen We zetten in op gemengde wijken en op betaalbare en gezonde woningen in een goede balans van sociaal en vrije sector in de stad.
We hebben aandacht voor de verhouding tussen prijs en kwaliteit en voor doorstroming in de bestaande woonvoorraad, onder meer met de inzet van een huurteam en een seniorenmakelaar. We doen dit samen met onze (keten)partners. We werken met elkaar aan het terugdringen van woonoverlast en investeren in een applicatie voor gegevensdeling. Delft kent een stevige woningbouwopgave. Het Rijk heeft hiervoor versnellingsgelden en de woningbouwimpuls beschikbaar gesteld. De versnellingsgelden zijn voor infrastructurele maatregelen voor een goede bereikbaarheid van Delft, passend bij de ambities van het Mobiliteitsprogramma. De ontvangen middelen vanuit de Woningbouwimpuls (WBI) zijn voor versnelling en betaalbare woningen. Een gezonde en veilige stad We werken aan een gezonde en veilige stad met meer ruimte voor ontmoeting en preventie. Delftenaren moeten een gezonde leefomgeving hebben, waarin ze prettig en actief kunnen wonen, opgroeien en ouder worden. Er is een tekort aan huisartsen. We voeren een onderzoek uit naar de manier waarop de huisartseninfrastructuur toekomstbestendig gemaakt kan worden. We verkennen de mogelijkheden voor de vernieuwing van het zwembad Kerkpolder en de haalbaarheid voor een buitenzwemvoorziening.
We overbruggen het exploitatietekort van de kinderboerderijen in 2023 en starten een verkenning in co-creatie naar de toekomst van de kinderboerderijen, in samenhang met andere ontwikkelingen en voorzieningen in nabijheid. In 2024 volgt hiervoor een voorstel. We blijven werken aan een veilige stad. We zetten in op het tegengaan van ondermijning, op uitbreiding van het ‘Bibob-instrumentarium’ (bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), op het aanpakken van overlast, gedigitaliseerde criminaliteit, radicalisering en polarisatie en op het verminderen van de jeugdcriminaliteit. Een duurzame stad We kunnen niet wachten. We voeren uit, versnellen en staan klaar als het Rijk met extra middelen komt. We willen in 2050 klimaatbestendig zijn en willen de stad leefbaar houden. We gaan verder met het vergroenen van de stad. Bij werken in de openbare ruimte benutten we de mogelijkheden voor klimaatadaptief maken en extra groen, op verschillende plekken van gevel tot gevel. Met de Klimaatmaat zetten we samen met de eigenaren in op het vergroenen van privaat terrein. We ondersteunen de initiatieven uit de stad om de openbare ruimte te vergroenen en klimaatadaptief te maken en dekken dit nu uit de gevel-tot-gevelaanpak. We treffen kortetermijnmaatregelen voor fietsparkeren in de binnenstad en onderzoeken het realiseren van extra fietsparkeerplaatsen voor de lange termijn.
Het gemeentelijk vastgoed wordt stap voor stap verduurzaamd. Voor circulaire economie werken we samen met de stad een uitvoeringsplan uit en gaan over tot de acties.
3. Stad in uitvoering
13
Kadernota 2023
Economische kracht en bruisende stad We blijven komende jaren samen met ondernemers en partners inzetten op het versterken van de economische kracht en op een bruisende stad. Het Innovatiedistrict Delft levert hiervoor een belangrijke bijdrage. Delft is een bruisende stad, met cultuur, actieve verenigingen, ruimte voor uitgaan en een levendige binnenstad. Dit brengt een stad en haar wijken tot leven, zorgt ervoor dat mensen er graag wonen, werken en uitgaan. We leveren extra inzet om initiatieven van (culturele) evenementen te stimuleren en mogelijk te maken. We kiezen voor behoud van een sterke culturele basis, in lijn met het Cultuurkader. Overige prioriteiten We investeren ook in de algemene brede basis van de gemeente om te kunnen doen wat nodig is. Zo zorgen we dat onze toegang en werkplek veilig blijven. We geven een incidentele impuls aan onze organisatie om de (tijdelijke) toename van personeel voor het uitvoeren van onze opgaven te kunnen faciliteren. We nemen personeel structureel aan, ook al is de dekking incidenteel. Het verloop en de leeftijdsopbouw van de ambtelijke organisatie biedt hiervoor de ruimte. We investeren in informatiegestuurd werken en onze datakwaliteit. We geven een impuls aan lobby en public affairs om ook komende jaren aanvullende middelen te genereren voor het realiseren van onze opgaven.
Keuzes nog bepalen We zien nog een aantal andere ontwikkelingen die komende jaren een rol gaan spelen. Deze dossiers hebben nu nog geen financiële vertaling gekregen in de kadernota. Er vindt nog nadere uitwerking plaats, er moeten keuzes worden bepaald en middelen (van derden) nog worden geworven. We kunnen niet alles tegelijk. Het betreft Gasthuisplaats, Rietveldtheater, Theater de Veste, huisvesting Erfgoed Delft en fietsparkeren.
3. Stad in uitvoering
14
Kadernota 2023
4. Financieel perspectief De Programmabegroting 2023-2026 is het vertrekpunt voor de Kadernota 2023. Deze begroting is vastgesteld in de raadsvergadering van 4 november 2022 en daarna gewijzigd als gevolg van de september- en decembercirculaire over het gemeentefonds. Financieel toezicht begroting 2023-2026 Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland hebben de begroting voor 2023 beoordeeld en repressief toezicht ingesteld (zie brief Financieel toezicht begroting 2023 van 22 december 2023, kenmerk PZH-2022-822113287). Dit betekent dat de begroting direct kan worden uitgevoerd en dat begrotingswijzigingen niet vooraf door de provincie goedgekeurd hoeven te worden. De provincie gaat ervan uit dat, zolang nog geen duidelijkheid bestaat over de financiële gevolgen van de nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten, de circulaires over het gemeentefonds als basis gebruikt worden voor de ramingen. Gevolg hiervan is een aanzienlijke afname van de algemene uitkering vanaf 2027. De verwachting is dat de meicirculaire 2023 hierover meer duidelijkheid geeft. Vanuit het toezicht voert de provincie het gesprek met gemeenten over de gevolgen van het ontstane gat en op welke wijze hiermee om te gaan.
De kadernota bestaat uit de Voorjaarsrapportage 2023, de opvolging van moties en toezeggingen en de financiële kaders voor de opgaven en bestuurlijke prioriteiten in de Programmabegroting 2024-2027. In de voorjaarsrapportage zijn actuele en onvermijdelijke ontwikkelingen verwerkt. Dit gaat in hoofdzaak om wijzigingen en bijstellingen van bestaand beleid, nominale ontwikkelingen (extra inflatie 2022 en 2023), sociaal domein en beheer van de openbare ruimte. Voor de opvolging van een aantal moties en toezeggingen is (beperkt) budget beschikbaar gesteld. Een compleet beeld van de voortgang en afdoening van moties en toezeggingen is opgenomen in een aparte bijlage. Tenslotte is rekening gehouden met een financieel kader voor de ruimtelijke opgaven Delft-West en Innovatiedistrict Delft, de opgave Energietransitie. En voor overige bestuurlijke prioriteiten en nieuwe initiatieven waarmee we in 2023 een start willen maken. De voorstellen voor de voorjaarsrapportage en de moties zijn verwerkt in de begrotingswijziging bij de kadernota. Dit geldt ook voor overige initiatieven waarmee we in 2023 een start willen maken (zie bijlage 1). De verdere concretisering van opgaven en bestuurlijke prioriteiten vanaf 2024 is onderdeel van de Programmabegroting 2024-2027. Dit biedt ruime gelegenheid om hier nog nader richting aan te geven in samenwerking met uw raad.
Ook geldt hier een zeker voorbehoud omdat op onderdelen nog sprake is van onzekerheid over de financiering van gemeenten door het Rijk. Dit gaat over de toekenning van rijkssubsidies die aangevraagd of in voorbereiding zijn, over de uitwerking van de nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten na 2026 en de financiële vertaling van overige beleidsmatige keuzes van het Rijk (opschalingskorting, abonnementstarief Wmo, IZA, GALA). Nadat het Rijk in de meicirculaire voldoende duidelijkheid heeft geboden, volgt in de Programmabegroting 2024-2027 de nadere uitwerking van de (geactualiseerde) financiële kaders . Voor een compleet beeld van de financiële positie is in het tweede deel van dit hoofdstuk een toelichting opgenomen over de financiële gezondheid van de gemeente. Hiervoor gebruiken we de financiële conditie-index van de Vereninging Nederlandse Gemeenten.
4. Financieel perspectief
15
Kadernota 2023
In aparte bijlagen zijn overzichten opgenomen van de inzet van de reserve Maatregelen coronacrisis (zie bijlage 2) en van de voortgang van het bezuinigingsprogramma (zie bijlage 3). Tenslotte zijn budgetneutrale aanpassingen die geen beleidsmatige gevolgen hebben, opgenomen in de 1e Algemene RaadsBegrotingswijziging (ARB) (zie bijlage 4).
4.1 Financieel meerjarenbeeld 2023-2027 Het financieel meerjarenbeeld start met het saldo van de Programmabegroting 2023-2026 en voegt daar de effecten van begrotingswijzigingen aan toe. Vervolgens komen hier de voorstellen bij voor: I. Voorjaarsrapportage 2023 II. Moties en toezeggingen III. Opgaven en bestuurlijke prioriteiten. Leeswijzer: Hierna staan in de tabellen de effecten op het begrotingssaldo. Negatieve bedragen zijn nadelig voor het saldo, positieve bedragen zijn voordelig (bedragen x € 1.000).
Begroting en meerjarencijfers (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
Saldo Programmabegroting 2023-2026 Gemeentefonds (september- en decembercirculaire)
1.070 3.830
436 -121
520 -739
1.880 4.137
1.063 -3.742
Finaciële ruimte
4.900
315
-219
6.017
-2.679
Voorstellen Kadernota 2023 I. Voorjaarsrapportage - Bestaand beleid - Nominale ontwikkeling (inflatie 2022) - Jaarplannen - Sociaal domein - Areaaluitbreiding - Beheerplannen - Woonlasten: Afvalstoffenheffing
2.207 -5.399 -150 -3.579 23 -320 -200
2.189 -707 -270 -3.886 18 -1.540 -
1.399 -1.474 -600 -1.445 -1.749 -
1.071 -1.482 -500 -4.344 -1.939 -
708 -1.477 -500 -4.344 -2.168 -
Saldo Voorjaarsrapportage 2023 II. Moties en Toezeggingen
-2.518 -284
-3.880 -50
-4.088 -20
-1.177 -
-10.460 -
III. Saldo Kadernota 2023 III. Bestuurlijke prioriteiten - Opgaven - Actualisering investeringsprogramma (herfasering) - Buffer - Cofinanciering - Nieuw beleid (o.a. uitvoering CA) - Uitvoering herstelplan
-2.802
-3.930
-4.108
-1.177
-10.460
-90 -1.495 -174
-22 -4.439 -
-22 26.350 -26.350 -3.715 -
-22 -1.897 -
-22 -1.925 -
Saldo Kadernota 2023
-4.561
-8.391
-7.845
-3.096
-12.407
Met de voorstellen in de kadernota maken we de strategische keuze om te blijven investeren in de stad. Voor de tekorten die hierdoor ontstaan, beschikken we over voldoende dekkingsmogelijkheden: • •
De financiële ruimte in de algemene reserve en bestemmingsreserves van de gemeente (eigen vermogen) is toereikend. Als gevolg van concrete voorstellen in de kadernota daalt het risicoprofiel, waardoor de benodigde weerstandscapaciteit kleiner wordt. Dat leidt tot een toename van het vrij besteedbare deel van de Algemene reserve. Hierdoor ontstaan extra dekkingsmogelijkheden.
4. Financieel perspectief / 4.1 Financieel meerjarenbeeld 2023-2027
16
Kadernota 2023
•
•
De tekorten houden geen rekening met mogelijke onderuitputting. De ervaring leert dat op onderdelen niet alle uitgaven volledig gerealiseerd gaan worden. Ondanks de inzet op realistisch ramen en de focus op de uitvoering, is deze verwachting ook gerechtvaardigd voor het lopende begrotingsjaar 2023 en de komende jaren. Met de extra inzet kiezen we voor een beperkte overprogrammering. Deze leidt in de praktijk tot een evenwichtiger realisatie van de begroting en lagere tekorten dan nu gepresenteerd. In de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk zijn extra middelen aangekondigd voor de nieuwe financieringssystematiek van gemeenten vanaf 2027, loon- en prijsontwikkeling en voor diverse specifieke beleidsterreinen. Naar verwachting ontstaan hierdoor extra dekkingsmogelijkheden.
Het financieel toezicht vereist dat in de Programmabegroting 2024-2027 het komende begrotingsjaar 2024, of uiterlijk in de jaren 2026 en 2027 van de meerjarenraming, een structureel evenwicht is bereikt. Dit betekent dat structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Na correctie voor incidentele lasten, baten en reservemutaties is in de kadernota het jaar 2024 structureel in evenwicht. In de nieuwe begroting vindt opnieuw een beoordeling plaats van het structureel evenwicht. In de Programmabegroting 2024-2027 volgt een nadere uitwerking van de kaders in deze kadernota. Daarbij horen ook de uitkomsten van de meicirculaire en de stand van zaken van de aanvragen en toekenning van rijkssubsidies voor woningbouw, infrastructuur en energietransitie. Hierna volgt een toelichting op de verschillende onderdelen van de Kadernota 2023. De bijbehorende begrotingswijziging bevat de concrete voorstellen per begrotingsprogramma (zie bijlage 1A). Daarbij is nadere toelichting per voorstel toegevoegd (zie bijlage 1B). De voorstellen die starten in 2024 en onderdeel zijn van de Programmabegroting 2024-2027 zijn toegelicht in bijlage 1C. Omdat de financiële kaders nog niet vaststaan, gaat de begrotingswijziging bij deze kadernota over de voorjaarsrapportage, de moties en toezeggingen en de jaarschijf 2023 van de opgaven en bestuurlijke accenten.
Na beoordeling van de meicirculaire en doorrekening van de financiële effecten volgt een definitief voorstel voor besteding van rijkssubsidies en de meerjarige doorwerking van opgaven en bestuurlijke accenten in de Programmabegroting 2024-2027. I. Voorjaarsrapportage 2023 In de voorjaarsrapportage staan de bijstellingen die veelal onontkoombaar zijn. Dit gaat over bestaand beleid (mee- en tegenvallers), nominale ontwikkelingen (extra inflatie 2022 en 2023), sociaal domein en het beheer van de openbare ruimte. Bestaand beleid Bij het bestaande beleid houden we rekening met positieve ontwikkelingen zoals de vrijval van de stelpost die eerder is geraamd voor behoedzaamheid (septembercirculaire 2021), lagere kosten voor de grondwateronttrekking, rentevoordelen (tot en met 2026) en structurele voordelen uit de Jaarstukken 2022 (parkeren, dekking overhead). Ook is sprake van tegenvallers en noodzakelijk geachte intensiveringen van bestaand beleid. Zo dalen de reclameinkomsten en zijn er incidentele nadelen door extra onderhoud bij het vastgoedbedrijf en de afhandeling van het bestemmingsplan Schieoevers-Noord. We houden rekening met tegenvallers bij de vervanging van het financieel systeem, btw en de organisatie van verkiezingen. Ten slotte stijgen personele kosten voor gegevensbescherming, toezicht en handhaving (opkoopbescherming) en dienstverlening.
Nominale ontwikkeling (2022 en 2023) Voor de gevolgen van de hoge inflatie in 2022 hebben we eerder middelen gereserveerd. Die financiële ruimte is nodig voor de structurele nadelige effecten in de Najaarsrapportage 2022. Tevens is nu rekening gehouden met overige onvermijdelijke meerkosten. Dit gaat in hoofdzaak om de nieuwe cao voor gemeenteambtenaren, hogere kosten voor het sociaal domein (bijzondere bijstand, Werkse! en Delft Support) en evenementen alsmede de bijdrage voor Coöperatief Beheer Groengebieden Midden-
4. Financieel perspectief / 4.1 Financieel meerjarenbeeld 2023-2027
17
Kadernota 2023
Delfland. Daarnaast maken we middelen vrij om het aantal trajecten Jeugd Perspectief Fonds-trajecten weer op niveau te brengen, omdat we door gestegen kosten minder trajecten dan beoogd en gewenst konden uitvoeren. Voor maatschappelijke instellingen is een subsidieregeling ingesteld voor de hoge energiekosten in 2023. Dit jaar is bovendien, naar het zich laat aanzien, voldoende budget beschikbaar voor de energietoeslag voor huishoudens met een laag inkomen. Voor de gebiedsontwikkeling Schieoevers en de investeringen in onderwijshuisvesting is het effect van de inflatie verwerkt. In de Programmabegroting 2024-2027 volgt een voorstel voor verdeling van de financiële ruimte voor loon- en prijsontwikkeling in de meicirculaire 2023. Jaarplannen Voor de uitvoering van de Programmabegroting 2023-2026 zijn jaarplannen opgesteld. Hierbij is gebleken dat aanvullend rekening moet worden gehouden met meerkosten voor het woonwagenkamp Lau Mazirelweg en extra capaciteit voor communicatie en uitvoering van de bijstandswetgeving. Sociaal domein De zorgvraag in het sociaal domein neemt toe en wordt complexer, onder andere als gevolg van de vergrijzing. We zien dat meer mensen een beroep moeten doen op de bijzondere bijstand voor budgethulp en sociaal medische indicaties, zoals tegemoetkoming kinderopvang.
We houden rekening met een autonome groei van de kosten voor de Wmo en jeugdzorg en met lagere inkomsten voor de bijstand (BUIG). Een intensivering vindt plaats voor financiële ondersteuning bij aanvaarding van werk vanuit de bijstand en voor extra capaciteit voor juridische advisering. We voorzien dat financiële ruimte ontstaat door een meevaller bij Beschermd wonen, het principeakkoord tussen Rijk en Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over de hervormingsagenda jeugd en door compensatie voor de meerkosten van het abonnementstarief Wmo (IZA). In de begrotingswijziging zijn ook (budgetneutrale) voorstellen verwerkt voor overhevelingen van taken naar Delft Support en voor de inzet van de reserve Sociaal domein. Groei van de stad: areaaluitbreiding De stad groeit, door ontwikkelingen als Nieuw Delft, Schieoevers en Bethelpark. De groei vraagt om onderhoud van en toezicht en handhaving in de openbare ruimte. Daarnaast ontstaat ook de vraag om uitbreiding van de dienstverlening. Op basis van actuele inzichten in de arealen te onderhouden openbare ruimte en de groei van de organisatie (Klantcontactcentrum) is een nieuwe raming gemaakt van benodigde werkzaamheden. Dankzij de reservering in de Kaderbrief 2022 is hiervoor voldoende dekking beschikbaar. Beheerplannen Actuele beheerplannen zijn een belangrijk toetspunt voor het financieel toezicht door de provincie ZuidHolland.
Mede door inflatie is voor de geactualiseerde beheerplannen Civiele techniek, Wegen, Groen en water, Openbare verlichting en Spelen sprake van meerkosten. Door verlenging van afschrijftermijnen is voor Wegen en Groen en water het effect beperkt. Voor de afwijking van de Financiële verordening ontvangt u een apart beslispunt. Aanvullend is sprake van meerkosten bij investeringen voor begraafplaats De Laatste Eer en herstel van de Ireneboulevard.
4. Financieel perspectief / 4.1 Financieel meerjarenbeeld 2023-2027
18
Kadernota 2023
Woonlasten Voor 2023 wordt voor Avalex, op basis van de doorrekening van de indexaties voor 2023, een begrotingstekort voorzien. Delft levert een bijdrage aan het oplossen van dit tekort. Voor de inzet van de meeropbrengst bij de Toeristenbelasting (uitvoering motie Toeristen betalen mee aan Delft en de regio) wordt voorgesteld de Afvalstoffenheffing te verlagen. Dit is de meest geschikte belasting omdat hiermee het beste alle Delftenaren worden bereikt (zie ook bijlage 5. Visie woonlasten). OZB Niet zichtbaar in de bouwsteen Woonlasten is de afspraak in de Programmabegroting 2022-2025 over een extra stijging van de OZB in 2025 van circa 7% als het Rijk geen reële compensatie biedt voor de taken en voorzieningen van gemeenten. Dit effect is al in de programmabegroting verwerkt. Op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk is nu de verwachting dat er geen financiële ruimte is om de stijging terug te draaien (zie ook bijlage 5. Visie woonlasten). De stijging houdt nog geen rekening met de inflatiecorrectie die jaarlijks als onderdeel van de nominale ontwikkeling in de begroting wordt verwerkt.
II. Moties en toezeggingen In het fractievoorzittersoverleg (van 20 februari 2023) is de wens uitgesproken een tussentijdse melding te ontvangen over de stand van zaken van de aangenomen moties en toezeggingen bij de Programmabegroting 2023-2026. Dit overzicht is beschikbaar in de vorm van een aparte bijlage bij de Kadernota 2023. Met al uitgewerkte voorstellen die financiële consequenties hebben, is nu rekening gehouden in het financieel meerjarenbeeld van de Kadernota 2023 en de bijbehorende begrotingswijziging. Dit betreft de moties: • • •
Sterke lokale media (4.1.1) Geef Delftenaren een podium (4.1.2) Onderzoek Zon op dak bij Delftse scholen (4.1.7)
Ook is voor de toezeggingen met betrekking tot het Bestemmingsplan Schieoevers-Noord (11x) budget gereserveerd. III. Opgaven en bestuurlijke prioriteiten Opgaven In de Programmabegroting 2023-2026 zijn drie opgaven afgesproken: de gebiedsprogramma's DelftWest en Innovatiedistrict Delft (IDD) en de Energietransitie. In aanvulling op de middelen die vorig jaar beschikbaar zijn gesteld voor overleg in de wijk en de basisinfrastructuur van Delft-West en programmakosten voor IDD, is nu het voorstel om € 10 miljoen voor Delft-West en € 8 miljoen voor IDD te reserveren ten laste van de incidentele dekkingsmogelijkheden in het eigen vermogen. Een deel van de reserveringen is bedoeld voor bekostiging van een aantal concrete initiatieven dat bijdraagt aan de doelstellingen voor Delft-West en IDD. Voor Delft-West gaat dit over capaciteit voor cultuur, inclusie en emancipatie en armoedebestrijding (inclusief schuldhulpverlening), het programma Langer en Weer Thuis, het stimuleren van sporten en bewegen in de openbare ruimte en een bijdrage aan nieuwbouw wijkcentrum BuitenGewoon (mede in relatie tot ontwikkeling Buurtfabriek).
Bij IDD levert de reservering dekking voor extra programmakosten, een impuls voor het grond- en vastgoedbeleid (samenwerken aan de stad), een bijdrage aan de ontwikkeling van het ecosyteem Planet B.io, onderzoeken voor gebiedsontwikkeling (Schieoevers-Zuid, Vulcanusweg, Rotterdamseweg) en capaciteit voor Smart Makers Delft.
4. Financieel perspectief / 4.1 Financieel meerjarenbeeld 2023-2027
19
Kadernota 2023
Voor zover de initiatieven starten in 2023 zijn ze onderdeel van de begrotingswijziging bij deze kadernota (zie bijlage 1A). De reserveringen voor Delft-West en IDD zijn aanvullend aan de rijkssubsidies (en verplichte cofinanciering) voor de gebiedsontwikkelingen die zijn aangevraagd of in voorbereiding: •
•
Versnellingsgelden (Schieoevers, Kop van de Buitenhof, Station Delft Campus) Het ministerie van BZK heeft in 2022 circa € 1,2 miljard beschikbaar gesteld voor de subsidiëring van nieuwe infrastructuur die randvoorwaardelijk is voor het versneld realiseren van extra woningen. Aan Delft zijn reeds bijdragen toegezegd voor Schieoevers, Kop van de Buitenhof en Station Delft Campus (cofinanciering 35%). Na publicatie van de ministeriële regeling volgt nog een definitieve aanvraag, beschikking en uitbetaling. Met de middelen werken we aan de bereikbaarheid van Delft en de ambities van het Mobiliteitsprogramma Delft 2040. Woningbouwimpuls 5e tranche (Delft-West, fase 2, Station Delft Campus)
•
De 5e tranche kent een budgetplafond van € 250 miljoen en is gericht op het tegengaan van het woningtekort en door te bouwen in onzekere tijden, Delft heeft in maart een aanvraag gedaan voor Delft-West en Station Delft Campus (cofinanciering 50%). Volkshuisvestingsfonds (Delft-West) Uit het Volkshuisvestingsfonds zijn middelen toegezegd voor de programmakosten van het focusgebied Delft-West (NPLV). Een aanvraag voor verduurzaming van de particuliere woningvoorraad is in voorbereiding. Mobiliteits- en gebiedsbudget (Schieoevers - kavel Gelatinebrug)
•
Door de ministeries van BZK en I&W is € 170 miljoen beschikbaar gesteld voor specifieke projecten ten behoeve van de versnelling van de woningbouw en voor mobiliteitsmaatregelen. Een aanvraag voor de Gelatinebrug is in voorbereiding (cofinanciering 50%). Preventie met gezag (Delft-West)
•
• •
Dit betreft een programma voor de preventieve aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit en de preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit. De aanvraag is in april gedaan. Regiodeal, 5e en 6e tranche (Innovatiedistrict Delft, Delft-West) Een aanvraag is in voorbereiding. Rijke schooldag (Delft-West) Met het programma Rijke schooldag kunnen, in samenwerking met lokale partijen, activiteiten buiten de normale onderwijstijd worden aangeboden. Een aanvraag is in voorbereiding.
Voor de opgave Energietransitie zijn al rijkssubsidies ontvangen en toegezegd voor uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord en Energiearmoede (zie ook de begrotingswijziging). Daarnaast is in april het uitvoeringsplan voor de motie Energie in de wijken naar de raad gestuurd. Hiermee wordt bijgedragen aan uitvoering van de warmte-uitvoeringsplannen, het isolatieplan en de aanleg van het Open Warmtenet (Voorhof en Buitenhof). Investeringen De strategische keuze om te investeren in de stad krijgt ook gestalte door het voorstel om reserveringen op te nemen voor museum Prinsenhof (€ 10 miljoen) en de Gelatinebrug (€ 8 miljoen). De reservering voor het museum Prinsenhof hangt samen met extra inflatie en toegenomen kosten in de bouw. Daarnaast blijkt de werving van aanvullende fondsen, ondanks een gedegen aanpak, weerbarstig. Vooralsnog is sprake van een risicoreservering. De daadwerkelijke inzet van de reservering hangt af van de mogelijkheden voor bijsturing op de projectkosten en van de opbrengst van mogelijke cofinanciering.
4. Financieel perspectief / 4.1 Financieel meerjarenbeeld 2023-2027
20
Kadernota 2023
Het voorbereidingsproces voor de Gelatinebrug heeft geleid tot een gewijzigd programma van eisen en inpassingsontwerp. Door extreme prijsstijgingen is de brug duurder geworden. Daarnaast is de benodigde risico-reservering in lijn gebracht met de huidige fase van het project. De doorlooptijd is langer dan voorzien, de plankosten zijn hierop aangepast. Ook is er gekeken naar de inpassing van de brug in haar omgeving en scope-optimalisaties. We hebben een reservering voor aanvullende dekking opgenomen; verder wordt via de MRDH ingezet op een extra bijdrage. Bestuurlijke prioriteiten Bij de bestuurlijke prioriteiten maken we onderscheid tussen de buffer en de cofinanciering voor rijkssubsidies, nieuw beleid en de uitvoering van het herstelplan. Buffer en cofinanciering In de Programmabegroting 2023-2026 is een buffer ingesteld vanuit de extra middelen tot en met 2025 in de meicirculaire. Na ophoging van de buffer in de bestuurlijke reactie op de septembercirculaire 2022 is in totaal € 43 miljoen beschikbaar. Op basis van rijkssubsidies die zijn toegekend (versnellingsgelden) of aangevraagd (mobiliteits- en gebiedsbudget) houden we rekening met een verplichte bijdrage voor cofinanciering vanuit de buffer van € 26,35 miljoen. Voor toekomstige aanvragen is dit nog niet bekend.
Na besluitvorming over definitieve toekenning van de middelen volgt een begrotingsvoorstel voor de cofinanciering, de inzet van de buffer hiervoor en de concrete investeringen die worden gedekt met de subsidies. Nieuw beleid Voor het nieuwe beleid stellen we nu een financieel kader voor. De concrete voorstellen voor de jaarschijf 2023 zijn ook verwerkt in de begrotingswijziging. Vanaf 2024 is de voorgestelde inzet richtinggevend en vindt een definitieve afweging plaats in de Programmabegroting 2024-2027. Nieuw beleid (bedragen x € 1.000) De stad maken we met elkaar Delft kansrijk voor iedereen Ruimte voor wonen Een gezonde en veilige stad Een duurzame stad Economische kracht en bruisende stad Overig
2023 -110 -926 -25 -190 -60 -147 -37
2024 -425 -1.439 -410 -150 -960 -489 -566
2025 -1.467 -215 -100 -1.300 -341 -292
2026 -1.495 -70 -250 -82
2027 -1.523 -70 -250 -82
Saldo
-1.495
-4.439
-3.715
-1.897
-1.925
Nieuw beleid: de stad maken we met elkaar Voor dit doel is een apart budget voorgesteld waarmee we een vervolg geven aan de incidentele middelen in de Programmabegroting 2023-2026. Hiermee is het mogelijk het bestaande instrumentarium te verbeteren en initiatieven te honoreren om de kracht van de stad te benutten.We betreken hierbij ook het vervolg op het onderzoek naar Joods vastgoed en een intensivering van het sociaal beheer op de locatie Van Bleyswijckstraat waar studenten en statushouders samenleven. Nieuw beleid: Delft kansrijk voor iedereen De initiatieven in de Programmabegroting 2023-2026 krijgen een vervolg door in het sociaal domein, in reactie op de stijgende zorgvraag (onder meer als gevolg van de vergrijzing), de preventie door te ontwikkelen. Tevens wordt in het Regionaal programma ouderenzorg een pilot Sociale benadering dementie (SBD) gestart en richt het multidisciplinair team ouderen (MTO) zich op thuiswonennde ouderen. Dit gebeurt in samenwerking met Delft Support en Delft voor Elkaar. De transmuraal maatschappelijk werker (TMW) zorgt voor een goede aansluiting van het medisch domein (ziekenhuis) en het sociaal domein bij inwoners met complexe thuissituaties.