Kadernota 2021 def
Tekst van het document
3. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2021-2025
27
Kadernota 2021
Stimuleringspakket 2021-2022 (bedragen x € 1.000) 1. Ruimte voor maakindustrie (2040) - keten versterken tot maken - Opzetten bedrijfsverzamelgebouw voor startups en scaleups (Kabeldistrict) - Verkenningskosten mogelijkheden Delfste bedrijventerreinen - Starten uitfasering detailhandel Schie-oevers Zuid - Starten ontwikkeling bedrijfsverzamelgebouw Tanthof West - Opstellen grex Bouwrijp maken en tenderen van kavel Tanthofdreef - Onderzoek realisatie New Energy Delft (excl. verwervingskosten)* - Delftse economie & onderwijs (planning school n.t.b.) 2. Onderhoud openbare ruimte (integraal) en investeren in de wijk - Ruimte maken: kwaliteitsimpuls openbare ruimte - Ruimte geven: investeren in de wijk 3. Energietransitie - Doelgroepen in beweging - Strategie - Technisch - Wijken en gebiedsontwikkeling
2021 620 75
2022 2.110 75
10 25 10
25
2023
500 40
10 2.000 40
40 930 344 177 196 213
40 1.300 481 248 274 297
40
1.590
3.450
40
2024
2025
-
-
40
* Voorstel is om het onderzoek realisatie New Energy Delft (€ 0,3 miljoen) te dekken uit de reserve Voorbereidingskosten (FD 2040).
In de begrotingswijziging bij de kadernota zijn de budgetten verwerkt op de programma’s. Voor het onderdeel Delftse economie & onderwijs (planning school n.t.b.) bij prioriteit 1 is al een raadsvoorstel verzonden (23 april 2021) Het raadsvoorstel betreft de toekenning van een voorbereidingskrediet van maximaal € 400.000 voor de uitwerking van Smart Makers Delft voor de jaren 2021 en 2022 (zie 8e begrotingswijziging). Het overige deel van de reservering (€ 2 miljoen) betreft het verwachte investeringsvolume van de grondaankoop voor de bouw van het Stanislas (v)mbo. Wanneer bekend is hoe en wanneer deze grondaankoop daadwerkelijk plaatsvindt, volgt een separaat raadsvoorstel. De bouw van het Stanislas (v)mbo staat vooralsnog gepland voor de jaren 2022-2024. Coronacrisis Via de 3e coronarapportage 2020 heeft de raad op 17 december € 1,321 miljoen bestemd voor het jaar 2021. Verder geldt dat aan nog niet bestemde financiële dekking voorhanden is: - decembercirculaire - extra coronacompensatie 2020 - decembercirculaire - extra coronacompensatie 2021 - maartcirculaire - coronacompensatie Nog niet bestemde beschikbare dekking
€ 0,6 miljoen € 2,8 miljoen € 1,5 miljoen € 4,9 miljoen
Samen met de in december al bestemde middelen van € 1,321 miljoen voor 2021 gaat het in totaal om € 6,2 miljoen. In het risicoprofiel van de Programmabegroting 2021-2024 hebben we daarnaast nog rekening gehouden met een risico van € 4,8 miljoen als hypotheek op de Algemene reserve. Daarnaast speelt dat de omvang van aanvullende compensatie vanuit de mei- en septembercirculaire op dit moment nog onbekend is. De raad heeft voor 2020 via begrotingswijzigingen besloten tot extra uitgaven en inkomstendervingen van in totaal € 9,2 miljoen. Wij zien daarom geen noodzaak nu over te gaan tot extra onttrekkingen vanuit de Algemene reserve ten gunste van de bestemmingsreserve voor corona. De 4e financiële coronarapportage 2021 is als bijlage 1 toegevoegd.
3. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2021-2025
28
Kadernota 2021
Financiële positie Een duurzaam financieel gezonde gemeente heeft (1) een structureel begrotingsevenwicht, (2) een eigen vermogen dat toereikend is om risico’s op te vangen en (3) een beheersbare stadsschuld. Ook is er (4) voldoende investeringsruimte om de stad te kunnen blijven ontwikkelen en (5) is de lastendruk voor burgers en bedrijven redelijk (ten opzichte van het landelijk gemiddelde). De financiële positie van Delft staat al langer onder druk, omdat het Rijk onvoldoende compensatie biedt voor de kosten die gemeenten moeten maken voor het gewenste voorzieningenniveau. Voor vrijwel alle gemeenten ontstaan hierdoor tekorten in het sociaal domein. Specifiek voor Delft komt hier een extra tekort bij, omdat het verdeelmodel voor het gemeentefonds onze centrumfunctie onvoldoende waardeert. Dit hebben wij toegelicht in een brief aan de raad van 15 april. Stresstest De jaarlijkse stresstest geeft aan de hand van indicatoren en normen voor de vijf pijlers een beeld van de ontwikkeling van de financiële gezondheid van de gemeente. Een duurzaam financieel gezonde gemeente is randvoorwaarde voor de integrale afweging van voorstellen voor bestaand en nieuw beleid in de begroting.
Alleen door ingrijpende bezuinigingen, bijstelling van ambities en nu ook een verhoging van de woonlasten kunnen we blijven voldoen aan de normen die zijn afgesproken voor behoud van onze financiële gezondheid. Stresstest gemeente Delft Indicator voor Delft
Norm
1-05-20 1-05-21
A: Begrotingssaldo Structurele exploitatieruimte
Meerjarig evenwicht
Jaarrekening resultaat
postief resultaat
B: Weerstandsvermogen Weerstandsratio: beschikbare weerstandscapaciteit
Evenwicht
C: Schuldpositie Schuldevolutie
Dalend in meerjarenbeeld
Risicoprofiel doorgeleende gelden
H/M/L
Bruto rentequote: rentedruk opgenomen leningen
< 5%
Netto rentequote rentedruk: opgenomen leningen minus uitgezette leningen
< 2,5 %
Renterisiconorm (wet Fido)
< 20%
Kasgeldlimiet (Fido)
< 8,5%
Netto schuldquote
< 100%; G >100% O > 130% R
Gecorrigeerde netto schuldquote
Hoe lager hoe beter
Solvabiliteitsratio
> 30%; G < 30% O < 20% R
kengetal grondexploitaties
< 10%
Ontwikkeling netto schuld per inwoner
daling in meerjarenbeeld
D: Investeringsopgave Ruimte voor investeringen
uitvoering Agenda Delft 2040
E: lokale lastendruk Positie op Coelolijst 35 grote gemeenten
Afwijking < 5 % tov het gemiddelde
Belastingcapaciteit
Lastendruk < landelijk gemiddelde
3. Financieel perspectief / Financiële positie
29
Kadernota 2021
Pijler begrotingssaldo Een structureel begrotingsevenwicht betekent dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Na correctie voor incidentele lasten, baten en reservemutaties is tot en met 2023 geen sprake van een structureel begrotingsevenwicht. Dit komt met name doordat de tekorten in die jaren worden gecompenseerd door incidentele onttrekkingen aan de Algemene reserve. Vanaf 2024 is wel sprake van een structureel begrotingsevenwicht. Als het Rijk geen reële compensatie biedt voor de taken en voorzieningen van gemeenten, is hiervoor vanaf 2025 opnieuw een stijging van de OZB noodzakelijk. Pijler weerstandsvermogen In 2020 is de verkoop van de aandelen Eneco verwerkt. Naast een reductie van de stadschuld heeft dit extra dekkingsmogelijkheden voor investeringen en de instelling van de reserve Maatregelen coronacrisis opgeleverd. In 2021 houden we rekening met eerder genomen besluiten over de dekking van incidenteel beleid, een verschuiving van de opbrengst van de verkoop Staalweg, de reserve Vastgoed en de voorstellen in de Programmabegroting 2021-2024. Nieuw zijn de gevolgen van het Herstelplan 2021-2024, de Jaarstukken 2020 en 3e coronarapportage uit 2020. Algemene reserve Bedragen x 1.000 Beginsaldo Reeds genomen besluiten Dekking incidenteel beleid Verkoop Staalweg Ontvlechting reserve Vastgoed Motie Mediafonds GC Reiniging
2021
2022
2023
2024
2025
109.185
98.564
83.044
80.394
79.881
-2.875 3.000 -462 -30 -172
-480 -500 -398
-1.590 -400
-3.450
-40
870 -806 -1.538 -9.218
-1.025 -1.585
-513
83.044
80.394
79.881
Herstelplan 2021-2024 Stimulerings- en investeringspakket (PB 2021-2024) Voorziening Stovod PFAS Nieuw Delft Opbrengst Teding van Berkhoutlaan Incidentele voorstellen t.l.v. AR Compensatie dividend Eneco/Stedin/BNG Negatief saldo Herstelplan 2021-2024
-1.156 -2.050 -6.410
Jaarrekening 2020 Resultaat 2020 Bestemming resultaat 2020 (voorstellen)
2.130 -2.296
Kadernota 2021 Ophoging reserve "Maatregelen corona-crisis" Toevoeging uit reserve Stad (Biotech Campus) Verrekening bijdrage voorziening PFAS
-266 450 1.506 98.564
79.881
Na aftrek van de weerstandscapaciteit die nodig is voor het risicoprofiel (ongeveer € 55 miljoen) is de vrij besteedbare ruimte in de Algemene reserve in 2024 ruim € 24 miljoen. De verhouding tussen beschikbare weerstand en risicoprofiel is positief. Pijler stadsschuld Voor de score van de pijler schuldpositie maken we een brede beoordeling van (1) de omvang, samenstelling en ontwikkeling van de schuld, (2) de betaalbaarheid en (3) de financiële kengetallen. 1. De stadsschuld is op 31 december 2020 € 339 miljoen en stijgt in het begrotingsjaar 2022 naar € 358 miljoen. Dit komt door de investeringsopgave in de begroting en de bijstellingen in het herstelplan en de Kadernota 2021.
3. Financieel perspectief / Financiële positie
30
Kadernota 2021
•
NB: hierbij is een aanname gedaan voor de totale financieringsbehoefte die hiermee samenhangt en de beschikbare liquide middelen. 2. De betaalbaarheid van de schuld voldoet aan de afgesproken criteria voor rentedruk (bruto rentedruk was eind 2020 1,6%), mede als gevolg van de aanhoudend lage rente en de rentebuffers in de begroting. Wel is sprake van een geringe stijging van de rente. 3. De kengetallen (gecorrigeerde) netto schuldquote en grondexploitatie zijn lager dan de afgesproken signaalwaarden. De solvabiliteitsratio is verbeterd en voldoet nu ook aan de streefwaarde. De scores van financiële kengetallen zijn als volgt. Ratio's
Jaarrekening 2020
Prognose 2021
Prognose 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
44,5% 28,6% 39,1% 0,7% 0,3% 115,4%
64,1% 43,9% 36,3% -1,0% -1,5% 111,0%
77,7% 57,3% 34,8% 1,5% -2,8% 111,0%
84,0% 63,9% 33,4% 1,7% -0,8% 111,0%
83,3% 67,6% 33,3% 1,8% -0,3% 111,0%
86,1% 70,9% 32,6% 1,9% 0,1% 111,0%
2.190
2.406
2.796
2.954
2.940
3.043
-1,11% 4.061
-0,17% 4.061
-0,29% 4.061
1,1%
1,1%
1,1%
104.370
104.370
104.370
Door BBV voorgeschreven Netto schuldquote Gecorrigeerde netto schuldquote Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitaties Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit Gemeentelijke aanvulling De ontwikkeling van de netto schuld per inwoner Het saldo van baten en lasten als percentage van de baten Onbenutte belastingcapaciteit (OZB) Onbenutte belastingcapaciteit (OZB) als percentage van de baten Inwoneraantal ( bron: afdeling onderzoek en statistiek)
18,00% 3.145
-2,90% 4.061
0,61%
1,04%
104.370
104.370
-3,9% 4.061 1,1% 104.370
Kapitaalsinjectie Stedin en Innovation Quarter In de financieringsbehoefte is naast de reguliere investeringen ook rekening gehouden met de voorstellen voor een kapitaalsinjectie bij Stedin en bij Innovation Quarter. Besluiten hierover volgen na bespreking van aparte raadsbrieven in de raadsvergadering van 17 juni 2021. Hierbij kan de raad een uitspraak doen over de voorgenomen besluiten. Stedin Stedin heeft behoefte aan (meer) kapitaal in de vorm van eigen vermogen als gevolg van een (toekomstige) groei aan investeringen (brosse gasleidingen, het versterken van het huidige elektriciteitsnet en de energietransitie). Om deze investeringen te doen met behoud van de huidige creditrating (zo gunstig mogelijk kunnen lenen), moeten zij hun eigen vermogen op peil houden. Na een traject van bijna twee jaar aan onderzoek, analyse en intensief overleg over de invulling van de kapitaalbehoefte en de daarmee samenhangende governance hebben de aandeelhouderscommissie en Stedin overeenstemming bereikt over het voorstel aan de aandeelhouders. Dit voorstel leidt voor Delft tot een financieringsbehoefte van € 4,9 miljoen voor de aanschaf van cumulatief preferente aandelen. Naar verwachting staat hier een dividend tegenover van € 146.000.
Innovation Quarter Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), heeft € 150 miljoen beschikbaar gesteld voor versterking fondsvermogen van de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). Dit geld is bestemd om te investeren in het midden- en kleinbedrijf, specifiek om vervolginvesteringen na de CoronaOverbruggingslening (COL) voor startups, scale-ups en innovatieve mkb’ers mogelijk te maken. EZK verstrekt dit geld op voorwaarde dat de overige aandeelhouders van de ROM hetzelfde bedrag inbrengen. Innovation Quarter krijgt naar rato € 31,8 miljoen. Aan de gemeente Delft wordt ongeveer € 1,5 miljoen cofinanciering gevraagd. Deze bijdrage wordt mogelijk vormgegeven als een kapitaalstorting waar nieuwe aandelen tegenover staan.
3. Financieel perspectief / Financiële positie
31
Kadernota 2021
Pijler investeringsruimte De vierde pijler betreft de investeringsruimte. In het Fonds Delft 2040 is dekking opgenomen voor een investeringsvolume van € 50 miljoen. De middelen hiervoor zijn opgenomen in de bestemmingsreserve Stad. Na inzet van de reserve voor de projecten Station Delft Zuid, Gelatinebrug, NeXt!Delft, Biotech Campus, Warmtenet en Lumen resteert een volume van € 29,2 miljoen. Hiervan resteert na de versobering in het Herstelplan 2021-2024 € 19,4 miljoen. Pijler woonlasten Tot en met 2021 is sprake van een gematigde ontwikkeling van de woonlasten. Hierdoor daalt Delft op de COELO-ranglijst in 2021 naar de achtste plaats. Vanwege de stijging van de lasten in de gesloten circuits reiniging en riolering en het uitgangspunt om de kosten te compenseren via het tarief, is in 2022 een stijging aan de orde die hoger is dan de inflatiecorrectie. Vanaf 2023 geldt dit ook voor de OZB. Conclusie stresstest De financiële positie van Delft blijft voldoen aan de normen voor een financieel gezonde gemeente. Dit dankzij de bijsturing in de Programmabegroting 2021-2024 (Actieprogramma Sociaal domein), een nieuw pakket ombuigingen (Herstelplan 2021-2024), een minimale uitvoering van de stedelijke opgaven en een noodzakelijke tijdelijke verhoging van de woonlasten (Kadernota 2021).
Wel betekent dit een ingreep in het gewenste voorzieningenniveau voor inwoners en bedrijven, een bijsturing op de stedelijke opgaven en een beperking van de bijdragen aan landelijke opgaven. De stresstest laat zien dat een structureel begrotingsevenwicht alleen mogelijk is door bij te sturen op uitgaven en inkomsten. Daarbij doemt inmiddels de grens van wat maatschappelijk nog verantwoord is nadrukkelijk op. Voor de weerstandscapaciteit geldt dat het risicoprofiel toeneemt en de vrij besteedbare ruimte van de Algemene reserve afneemt. De stadsschuld voldoet aan de afgesproken streefwaarden. Dit is in belangrijke mate te danken aan de incidentele verbetering van onze liquiditeit en dekkingsmogelijkheden door de verkoop van de aandelen Eneco in 2020. De ruimte voor investeringen is beperkt – mede door de bijsturing in het herstelplan – en de woonlasten gaan de komende jaren harder stijgen dan alleen voor inflatiecorrectie.
3. Financieel perspectief / Financiële positie
32
4. Financiële uitgangspunten
Kadernota 2021
Financiële positie Zoals aangegeven in het financieel perspectief, is een duurzaam financieel gezonde gemeente een randvoorwaarde voor de opstelling en uitvoering van de Programmabegroting 2022-2025. De pijlers voor een gezonde gemeente zijn: 1. Structureel en reëel begrotingsevenwicht Structurele uitgaven dekken we door structurele inkomsten en ramingen van lasten en baten zijn realistisch. Aanvullend geldt hierbij dat taakstellingen in de vorm van uitsluitend een stelpost niet zijn toegestaan voor het lopende en het begrotingsjaar. Minimaal moet voor een taakstelling helder zijn welke oplossingsrichtingen er zijn voor invulling. 2. Toereikend eigen vermogen om risico’s op te vangen De verhouding tussen de Algemene reserve en het risicoprofiel moet positief zijn. Bij het risicoprofiel moet ook rekening zijn gehouden met de strategische risico’s en kerndossiers. 3. Beheersbare stadsschuld De beheersbaarheid van de stadsschuld onderbouwen we door inzicht in (1) omvang, samenstelling en ontwikkeling van de schuld, (2) betaalbaarheid en (3) financiële ratio’s aan de hand van de streefwaarden van de VNG. 4. Voldoende investeringsruimte voor de ontwikkeling van de stad 5. Redelijke lastendruk voor burgers en bedrijven (ten opzichte van het landelijk gemiddelde).
Nominale ontwikkelingen Voor het opstellen van de nieuwe begroting vindt aanpassing plaats van de budgetten aan het prijspeilniveau van 2022. Dit betreft met name salariskosten, materiële kosten en tarieven die stijgen als gevolg van trendmatige ontwikkelingen: de zogeheten nominale ontwikkeling. Voor het opstellen van de voorstellen voor de OZB-tarieven gebruikt de gemeente een rekenmodel met het uitgangspunt om te kunnen sturen op de totale OZB-opbrengst, onafhankelijk van de waardeontwikkeling van objecten. Het gaat om drie belastingen: 1. OZB eigenaren woningen (OZB EW) 2. OZB eigenaren niet-woningen (OZB ENW) 3. OZB gebruikers niet-woningen.(OZB GNW) De Regionale Belastinggroep levert jaarlijks een dataset voor het model, bestaande uit gegevens over: • De totale WOZ-waarde en waardeontwikkeling van woningen in eigendom en van niet-woningen in eigendom en gebruik. • De correctiefactor voor bezwaar, oninbaar en leegstand. In het model zijn als bestuurlijke keuzes verwerkt voor de Programmabegroting 2022-2025: • De indexering van de totale geraamde opbrengst. Een voorstel voor 2022 wordt voorbereid met inachtneming van het actuele percentage voor de consumentenprijsindex (CPI). Die is voor 2022 gesteld op 1,5%. Een nader voorstel volgt, afhankelijk van de financiële situatie, in de Programmabegroting 2022-2025. • Het aandeel van iedere belasting in de totaalopbrengst.
Dit is voor 2022 gesteld op: OZB EW 51,45%, OZB ENW 28,23% en OZB GNW 20,32%. • De toerekening van de correctiefactoren voor bezwaar en leegstand. • Na het bepalen van de nieuwe tarieven wordt de opbrengst van het nieuw areaal toegevoegd aan de totaalopbrengst. Deze opbrengst krijgt hiermee het karakter van een meeropbrengst (de WOZwaarde van het nieuw areaal wordt niet toegevoegd aan de totale WOZ-waarden voor de tariefberekening, waardoor geen dempend effect ontstaat op de belastingtarieven). Voor de salariskosten wordt een inschatting gemaakt van de loonontwikkeling (op basis van cao en prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers CEP, CPB), incidenteel looneffect (0,25%) en pensioenpremie (op basis van premiebeleid ABP). Voor de budgetten voor goederen en diensten (van derden) is het uitgangspunt: compensatie op basis van de index voor materiële overheidsconsumptie (IMOC) 1,4% van het CPB. De tarieven stijgen maximaal met de consumentenprijsindex 1,5% van het CPB.
4. Financiële uitgangspunten
34
Kadernota 2021
Voor subsidies en voor de onderhoudskosten van het vastgoed gelden afwijkende percentages. Naast de trendmatige ontwikkelingen wordt bij de nominale ontwikkeling ook rekening gehouden met exogene aanpassingen van de budgetten voor de gemeenschappelijke regelingen (GR’en). Inzet op ombuigingen bij gemeenschappelijke regelingen Zoals beloofd in het herstelplan, gaan we nader in op de procedurele stand van zaken op de inzet op bezuinigingen op gemeenschappelijke regelingen. Delft heeft via het overleg wethouders Financiën van Haaglanden-gemeenten het initiatief genomen om via de aanstaande zienswijzen op de ontwerpbegrotingen 2022-2025 tot concrete ombuigingstaakstellingen vanaf 2023 te komen. Vanuit haar toezichthoudende rol op de hardheid van bezuinigingen, stelt de provincie Zuid-Holland hierbij als vereiste aan gemeenten dat voor opname in de programmabegroting helderheid over instemming vanuit de gemeenschappelijke regelingen nodig is. Na besluitvorming over de zienswijzen in de gemeenteraden en vervolgens de Algemene Bestuursvergaderingen begin juli, is in de Programmabegroting 2022-2025 nadere helderheid te verschaffen over de oogst hieruit.
Mede op basis van de meicirculaire 2021 bepalen we definitief de toe te kennen indexeringen als onderdeel van het financieel meerjarenbeeld in de Programmabegroting 2022-2025. Financieel toezicht provincie Zuid-Holland De begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn. Structureel evenwicht houdt in dat structurele lasten gedekt worden door structurele baten (per jaarschijf). Reëel evenwicht betekent dat ramingen volledig, realistisch en haalbaar zijn. De gemeente voldoet daaraan door integraal rekening te houden met nominale ontwikkelingen en de loon- en prijsbijstelling, overeenkomstig de meicirculaire 2021. Sociaal domein Voor het sociaal domein hanteren we een financieel kader dat bestaat uit middelen die zijn opgenomen bij de programma's Sterk en sociaal (Wmo, Jeugd), Solide maatschappelijke basis en Economische zelfstandigheid (participatie). Een actueel overzicht van het financieel kader is onderdeel van begroting en jaarstukken, en is de basis voor voortgangsrapportages over de financiën van het sociaal domein. De uitgaven die nodig zijn voor het sociaal domein en de inkomensverstrekkingen begroten we op basis van lokale ramingen. Overige uitgangspunten • De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de Meicirculaire 2021.
• De omslagrente 2022 berekenen we bij de begroting door de toegerekende rente te delen door de boekwaarde van de vaste activa. • Bij de raming van financieringsbehoefte houden we op basis van de investeringsplanning, ervaringscijfers over de realisatie en de liquide middelen rekening met een maximaal investeringsvolume van circa € 30 miljoen per jaar. • In principe is de stijging van de algemene uitkering als gevolg van de groei van de stad (inwoners, woningen) bestemd voor de stijging van de kosten die samenhangt met deze groei (in concreto areaaluitbreiding). Het inzetten van extra inkomsten als gevolg van de groei van de stad voor andere zaken kan alleen nadat vaststaat dat de integrale kosten van de groei structureel zijn geraamd in de begroting. Verder is onderstaande ontwikkeling relevant in de opmaat naar de Programmabegroting 2022-2025 Nieuwe systematiek berekening risicoprofiel De Delftse systematiek van bepaling van het risicoprofiel is een mix van gewogen risico’s voor grondexploitaties en ongewogen risico’s voor overige onderwerpen. De insteek is om bij de eerstvolgende opstelling van het risicoprofiel over te gaan op een uniforme en landelijk meer gebruikelijke methodiek, waarbij de kans van optreden van risico’s nadrukkelijker en consequent onderdeel vormt van de berekening. In dit kader stellen we voor in de commissie R&A van 9 juni aan de hand van een
4. Financiële uitgangspunten
35
Kadernota 2021
presentatie een nieuwe werkwijze met de raad af te stemmen en via de eerstvolgende opstelling van het risicoprofiel te laten landen in de Programmabegroting 2022-2025.
4. Financiële uitgangspunten
36
Bijlagen
Kadernota 2021
1A. Vierde financiële coronarapportage; 1B.11e begrotingswijziging 2021 (Vierde coronarapportage); 2A. 12e begrotingswijziging 2021 (Kadernota); 2B. Toelichting bij 12e begrotingswijziging 2021 (Kadernota); 3A. 1e Algemene Raadsbegrotingswijziging (ARB) 2021; 3B. Toelichting.1e Algemene Raadsbegrotingswijziging (ARB) 2021.
Bijlagen
38