CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2021 def

Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Kadernota 2021 (nr. 2120416)12.289 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2021

Kadernota 2021

Inhoudsopgave Inleiding.................................................................................................................................

3

1. Met oog voor de toekomst.................................................................................................

5

2. Stedelijke opgaven............................................................................................................

8

Een stevige basis............................................................................................................................ 10 Sterke wijken................................................................................................................................... 13 De (innovatieve) maakindustrie....................................................................................................... 14 De energietransitie.......................................................................................................................... 15 De mobiliteitstransitie...................................................................................................................... 16

3. Financieel perspectief....................................................................................................... 17 Financieel meerjarenbeeld 2021-2025............................................................................................ 19 Financiële positie............................................................................................................................. 29

4. Financiële uitgangspunten ............................................................................................... 33 Bijlagen.................................................................................................................................. 37

2

Kadernota 2021

Inleiding Ons college heeft zich in 2018 ten doel gesteld om Delft voor te bereiden op de toekomst. We werken met volle inzet aan een stad waarin mensen goed kunnen wonen, werken en leven. Dit doen we samen met vele Delftenaren die zich hiervoor vanuit verbondenheid inzetten. Helaas moeten we u ondanks onze inzet en het evenwichtige en behoedzame financiële beleid dat we voeren, een kadernota voorleggen waarin wederom scherpe en moeilijke keuzes staan. Om te zorgen voor een sluitende begroting voor 2021 keurde de gemeenteraad in maart het herstelplan goed. Inmiddels heeft ook de provincie deze geaccordeerd. Het herstelplan vereist al forse ombuigingsmaatregelen. Maar ook met die maatregelen blijft de financiële positie van Delft zorgelijk. Deze kadernota gaat daarom verder op de ingeslagen sobere weg. Om een stabiele basis te creëren voor een groeiende stad zijn meer investeringen nodig dan de gemeentelijke financiën op dit moment toelaten. De opgaven waar we voor staan zijn niet ‘extra’, maar nodig om de basis op orde te krijgen en houden. Een basis die de Delftenaren hard nodig hebben nu de effecten van de coronacrisis voor velen duidelijk merkbaar zijn. Dat maakt de maatregelen die we moeten nemen extra pijnlijk. Delft heeft al jaren een lastige financiële positie. Om deze positie te verbeteren, hebben we dan ook al scherpe bezuinigingen doorgevoerd vanaf 2010.

Zo is in 2010 een bezuinigingsprogramma afgesproken van ruim € 31 miljoen voor de Programmabegroting 2011-2014. In de daaropvolgende jaren is de totale bezuinigingstaakstelling opgelopen tot bijna € 74 miljoen in de Programmabegroting 2016-2019. Specifiek voor het sociaal domein is het Actieplan Sociaal Domein opgesteld. Na al deze bezuinigingen volgde nog het herstelplan en nu deze kadernota, met wederom moeilijke maatregelen. Delft luidt dan ook nu de noodklok. Na jaren van bezuinigingen en het afschalen van ambities is de situatie onhoudbaar geworden. Als het Rijk blijft nalaten ons voldoende middelen te geven voor de uitvoering van onze taken, moeten we op termijn verder snijden dan het bot. We hopen dat het Rijk de hoge nood van gemeenten erkent. En dat we op korte termijn de broodnodige middelen structureel wél ontvangen. Totdat dit het geval is, zijn we genoodzaakt om – aanvullend op de eerdere en recente bezuinigingen en het bijstellen van de ambities – nu ook voor te stellen om de lasten voor onze inwoners te verhogen. Al deze maatregelen zijn pijnlijk voor de stad. Maar we zien met de te krappe financiële ruimte geen andere mogelijkheden. Een onzekere tijd De disbalans tussen taken, bevoegdheden en bekostiging bij gemeenten is een nationaal vraagstuk.

Delft is een van de vele gemeenten die nu pijnlijke maatregelen moet nemen en voor 2023 een verhoging van de onroerendezaakbelasting (OZB) moet voorstellen om in dat jaar tot een sluitende begroting te kunnen komen. Op dit moment leggen we aan de raad nog geen concreet voorstel voor om de lasten ook voor 2025 te verhogen om het tekort wat in dat jaar ontstaat op te vangen. De onzekerheid over de rijksbijdragen is nu te groot om een dergelijk voorstel te doen. Wel blijft staan dat we zonder voldoende structurele middelen van het Rijk genoodzaakt zullen zijn in 2025 de woonlasten verder te verhogen. Dit is de enige optie die ons rest na het bijstellen van de ambities en het verregaand bezuinigen. Het mag duidelijk zijn dat deze maatregelen Delft en de regio raken. De roep om compensatie is dan ook luid, maar het is nog onzeker wat een nieuw kabinet gaat doen om de financiële positie van gemeenten te verbeteren. Met name op het gebied van de gedecentraliseerde taken van het sociaal domein komt de dekking vanuit het Rijk niet overeen met de kosten. Delft komt daar nu op tekort, oplopend tot ongeveer € 25 miljoen. Voor 2021 komt er landelijk ruim € 600 miljoen beschikbaar voor jeugdhulp, onder meer als gevolg van de coronacrisis. Dit is wederom te weinig om de tekorten te dekken én het biedt geen structurele oplossing.

Met de provincie en de VNG pleiten we voor een deugdelijke financiering. Voor het sociaal domein, maar bijvoorbeeld ook voor onderwijshuisvesting, de uitvoering van de Omgevingswet en het klimaatakkoord.

Inleiding

3

Kadernota 2021

We hebben vele ambities bijgesteld en moeten nu de lasten verhogen. Er was al geen vet op de botten. Door te weinig middelen voor de uitvoering van de nieuwe gedecentraliseerde taken is deze situatie verder verslechterd. Deze zwakke financiële positie komt ook omdat we al jarenlang structureel te weinig middelen ontvangen voor de centrumfunctie die Delft heeft. Dit legt een grote claim op onze begroting. Naast alle onzekerheden rond de financiële positie levert op dit moment vooral de coronacrisis voor veel Delftenaren onzekerheden op. Met name op het gebied van gezondheid en toekomstperspectief. Bij deze kadernota is de vierde coronarapportage gevoegd. Naast nog steeds noodzakelijke crisismaatregelen doen we daarin ook enkele eerste aanzetten om lokaal herstel te stimuleren. Het financieel kader: een begroting moeizaam in evenwicht Ondanks deze onzekerheden zijn we verplicht om de inkomsten en uitgaven in balans te houden. Dat kunnen we alleen door het maken van heldere en scherpe keuzes. Uitgaven doen we alleen als die noodzakelijk zijn. Met oog op het Delft van nu, maar ook op de toekomst. Daarbij stellen we onze ambities zo bij dat de doelen die belangrijk zijn voor de toekomst van Delft nog steeds in beeld blijven. Met deze kadernota stellen we kaders waarmee we de begroting in evenwicht houden.

Om dit evenwicht te bereiken, zijn op hoofdlijnen drie kaders van toepassing: Allereerst hebben we onze ambities aangepast en voeren we opgaven minimaal uit. Dit betekent bijvoorbeeld dat we ons genoodzaakt zien de wijkaanpak te beperken en de voorgenomen gemeentelijke investering in het Museum Prinsenhof Delft substantieel terug te brengen. Ten tweede zetten we diverse incidentele budgetten stop en zijn er nadere ombuigingen, onder meer een verlaging van de bestuurskosten als een wethouder minder wordt aangesteld en de verhuur van een deel van het stadskantoor. In hoofdstuk 2 geven we voorbeelden van versoberingen die we doorvoeren. Ten derde zijn wij ook genoodzaakt onze inkomsten te verhogen. Dit moeten wij helaas doen door de woonlasten te verhogen. We realiseren ons dat we hiermee op allerlei gebieden de rand opzoeken. Dat is echter onontkoombaar, zolang het Rijk niet met extra middelen over de brug komt. Leeswijzer Het eerste hoofdstuk van deze kadernota beschrijft het langetermijnbeleid van de gemeente. Vervolgens laten we zien waar we het komende jaar voor kiezen. In het derde hoofdstuk staat het financieel perspectief, met de ontwikkeling van het meerjarenbeeld na vaststelling van de Programmabegroting 2021-2024 en het Herstelplan 2021-2024, de mee- en tegenvallers (incidenteel en structureel), het rekeningresultaat over 2020 en de structurele doorwerking daarvan.

De uitkomsten geven een actueel inzicht in de financiële positie van de gemeente Delft. Ten slotte benoemen we in het vierde hoofdstuk de financiële uitgangspunten voor de begroting.

Inleiding

4

1. Met oog voor de toekomst

Kadernota 2021

1. Met oog voor de toekomst Ook in deze onzekere tijden houden we oog voor de toekomst. Het rapport ‘Delft, Parel in de Randstad’ en de Agenda Delft 2040, die een vertaling hebben gekregen in het bestuursprogramma, geven hierbij richting. Daarnaast zullen we het komende jaar aandacht besteden aan het verder concretiseren van onze visie in een stedelijk programma, zodat we nog beter kunnen prioriteren en kiezen. In deze lijn hebben we onze visie en de opgaven voor de lange termijn beschreven in de Programmabegroting 2021-2024. Die visie blijven we volgen. De snelheid waarmee we deze kunnen realiseren, vertraagt helaas wel. In de programmabegroting gaven we aan dat we noodgedwongen flexibel zijn en ons tempo aanpassen aan de actuele situatie. Dit is nog steeds nodig. In deze kadernota zijn het bereiken van een financiële balans en ‘de basis op orde brengen’ leidend. Daaronder valt onder meer het wegwerken van achterstanden in het voorzieningenniveau in de stad en het op een acceptabel peil houden daarvan. Delft is een prachtige stad. De historie, het innovatieve karakter en de aanwezigheid van de Technische Universiteit bieden kansen, voor zowel de stad als de regio, de provincie en het Rijk. We investeren in het versterken van samenwerking met betrokken partijen om de kansen die de stad Delft biedt voor de toekomst van de regio gezamenlijk te verzilveren.

House of Quantum is hier een voorbeeld van. Groei biedt kansen Delft groeit. Het laten bouwen van extra woningen en bedrijfsruimten (voor extra arbeidsplaatsen) is noodzakelijk. Deze ontwikkeling draagt bij aan een beter sociaaleconomisch evenwicht in de stad en meer banen. Ook biedt het kansen voor beter gebruik van bestaand vastgoed. Financiële haalbaarheid bepaalt de uitvoering van bestaande plannen. Voor gebiedsontwikkelingen vormen sluitende businesscases een randvoorwaarde. Keuzes maken we zorgvuldig, met de Omgevingsvisie als een belangrijk kader. Vanuit de verplichting van de Omgevingswet werken we de ambities uit de Omgevingsvisie uit in gebiedsvisies voor delen van de stad. Voor de binnenstad stellen we een gebiedsagenda op. Zo werken we efficiënt en zo effectief mogelijk waar dat moet en nog kan. Ook hier vanuit het principe ‘de basis op orde’. Fysieke basis op orde, mobiliteit en energie Bij de woningen en bedrijven die worden gebouwd, zorgen we alleen voor noodzakelijke mobiliteitsvoorzieningen. Denk aan voldoende voorzieningen voor voetgangers, fietspaden, fietsparkeerplekken en openbaar vervoer. Ook toekomstbestendige energievoorzieningen en het goed kunnen verblijven in de openbare ruimte zien we als onderdeel van de basis op orde. Net als het noodzakelijke (groot) onderhoud dat de gemeente uitvoert.

Vanuit de Verstedelijkingsalliantie (steden op de lijn Leiden-Dordrecht) ontwikkelt Delft binnenstedelijke gebieden, zoals Schieoevers. De kosten van binnenstedelijke gebiedsontwikkeling zijn hoger. Met de Verstedelijkingsalliantie binden we Rijk en regio aan deze opgave en kunnen we de noodzakelijke aanvullende bijdragen voor bovengenoemde doelen aantrekken. Kansen voor economie en onderwijs De inzet op banen van de toekomst op alle niveaus is noodzakelijk. Daarmee steunen we de jongeren en de huidige werknemers. Delft is van oudsher een stad van technologische innovatie. In het bestuursprogramma hebben we daaraan de focus op de maakindustrie toegevoegd. Die combinatie is de basis voor economische groei en banen. Dit vraagt ook om evenwicht in woningen en woon/ werkmilieus. Daarmee versterken we de financiële balans op de langere termijn. Een sterke TU Delft is een toegevoegde waarde voor de stad. Andersom biedt onze mooie en bruisende stad een goede plek voor een dergelijke instelling. We willen graag de verantwoordelijkheid voor dit kenniscluster meer delen met de regio, provincie en Rijk. Dit is een randvoorwaarde voor een verdere groei in Delft. Denk daarbij aan de extra ruimte die nodig is voor de huisvesting van het groeiend aantal

1. Met oog voor de toekomst

6

Kadernota 2021

studenten en ruimte voor onderwijsfaciliteiten. Het Delftse kenniscluster steunen we in het aantrekken van financiering vanuit het Nationaal Groeifonds en uit Europese en andere financieringsbronnen. Evenwichtig, solide financieel beleid Met soms harde keuzes varen we een evenwichtige en behoedzame financiële koers, met beheersbare risico’s. Als gemeentelijke overheid moeten we de financiële huishouding op orde hebben. Doel van onze inzet in het komende jaar is om basis op orde te brengen voor een volgend college. Financieel doen we dat door het bijstellen van onze ambities en het doorvoeren van bezuinigingen. De gemeente staat voor goede zorg en welzijn. Het leveren van passende en betaalbare zorg – sober, doelmatig en efficiënt – staat centraal. Maar deze taken kosten jaarlijks miljoenen meer dan het Rijk financiert. Daarbij beperkt het Rijk onze mogelijkheden om te sturen. Om die redenen zijn we gedwongen om tijdelijk een verhoging van de onroerendezaakbelasting door te voeren. Die kan worden teruggedraaid wanneer het Rijk voldoende extra middelen ter beschikking stelt. Wij blijven aandringen op extra middelen, zoals we dat al vele jaren stevig onder de aandacht brengen. Voor de meest recente inspanningen verwijzen we naar de brief ‘Herijking gemeentefonds’ die we op 15 april aan de gemeenteraad zonden.

Wanneer bij de kabinetsformatie en/of die herijking niet voldoende extra middelen vanuit het Rijk beschikbaar komen, dan zal een nieuw college zich hierop moeten beraden. In de opgave om voldoende middelen te krijgen voor het sociaal domein staan we niet alleen. Het gesprek hierover voeren we met de G40-gemeenten en de VNG. Tegelijkertijd nemen we maatregelen om de tekorten in het sociaal domein waar mogelijk te beperken. In het Actieplan Sociaal Domein hebben we beschreven hoe we dat doen.

1. Met oog voor de toekomst

7

2. Stedelijke opgaven

Kadernota 2021

2. Stedelijke opgaven Door het gebrek aan voldoende rijksmiddelen voor het uitvoeren van onze taken zijn we gedwongen in deze kadernota scherpe keuzes te maken. Dat betekent dat we diverse opgaven die we onderkennen niet ten volle kunnen uitvoeren. Onderdeel van het herstelplan is een bezuiniging op de gemeentelijke organisatie (28 fte). Ook dit maakt dat we moeten kiezen waarop we capaciteit inzetten. Dat gebeurt niet alleen via begrotingsverlagingen in het herstelplan. Dit doen we ook door bijvoorbeeld geen onnodige continueringen op te nemen voor onderwerpen die al slechts incidenteel gedekt waren. Of door bij het constateren van nieuwe knelpunten de oplossing nadrukkelijk te zoeken in scherpere prioriteringen in wat we wel en niet doen. Omdat voor voortzetting van incidentele budgetten of extra kosten voor knelpunten ook al geen ruimte staat opgenomen in de meerjarenraming, leidt dit dus niet tot bezuinigingsvoorstellen. Dit soort keuzes voorkomen natuurlijk tegelijkertijd wel nieuwe tekorten. Voorbeelden van opgaven die we op deze manieren moeten afschalen zijn: • Het schrappen van tot dusver incidenteel gedekte uitgaven die geen kerntaak van de gemeente zijn. Het gaat om onder meer ‘Ons Delft, maak de stad’, de samenwerking met de TU op het vlak van maatschappelijke inzet van studenten en het theaterprogramma college en debat.

• Het niet verlengen van incidentele budgetten (onderwijsagenda, cultuurparticipatie) dan wel voortzetten op minimaal niveau (VAK). • Het vooralsnog niet (ten volle) oppakken van gedecentraliseerde taken, zo lang het Rijk geen bijbehorende financiering ter beschikking stelt. Denk aan de structurele component uitvoering implementatie Omgevingswet, de structurele uitvoeringscapaciteit Energietransitie en de ventilatie scholen. • Overige herprioriteringen en versoberingen. Het gaat onder meer om het grotendeels onderbrengen van uitvoeringsknelpunten in bestaande financiële kaders voor bijvoorbeeld dierenwelzijn/ wildopvang, uitvoering beleid toeristische verhuur van woningen, Erfgoed en de wijkaanpak beperken tot twee in plaats van vijf aandachtsgebieden, waarbij het gehandhaafde budget voor Buitenhof tegelijk wordt ingezet voor Voorhof. De beperkte middelen die we hebben, zetten we daar in waar het noodzakelijk is, waar het voor de inwoners van Delft het meeste oplevert en waar het bijdraagt aan herstel en verbetering van de stad. Zo krijgen we zoveel mogelijk de basis op orde. Aan de hand van de ordening in het bestuursprogramma laten we in dit hoofdstuk zien waar we het komende jaar voor kiezen.

2. Stedelijke opgaven

9

Kadernota 2021

Een stevige basis We moeten blijven werken aan een goed woon- en leefklimaat in Delft met passende en duurzame woningen en voorzieningen voor iedereen. Bij de gebiedsontwikkelingen die we oppakken, zorgen we ervoor dat er zo min mogelijk kosten zijn voor de gemeente. Daarbij houden we ook rekening met de kosten voor de maatschappelijke voorzieningen die nodig zijn. Woningbouwopgave De ambitie om tot 2040 ongeveer 15.000 extra woningen te bouwen houden we vast en beschouwen we als reëel. We zien dat op dit moment veel woningen in aanbouw zijn, maar ook in de planvorming voor zowel de korte als de wat langere termijn zien we een toename van het aantal woningbouwplannen. Het geeft ons de ruimte om te faseren, prioriteren en selecteren. We verminderen waar mogelijk de complexiteit en de risico’s en kijken naar planoptimalisatie. Hiermee zorgen we voor haalbaarheid van de ontwikkelingen en de snelheid van realiseren. Daarbij streven we altijd naar een goed evenwicht in de stad. Woonvoorraad We beschermen de schaarse woonvoorraad tegen ongewenste verkamering of splitsing. Inzet is om bestaande woningen beschikbaar te houden voor de startende en de doorstromende kopers. Om te voorkomen dat woningen worden opgekocht om te splitsen of verkameren, beperken we deze mogelijkheid. Ook scherpen we het beleid aan voor de toeristische verhuur van woningen.

Rioleringsplan Het riool is verouderd en niet bestendig voor zowel de groei van de stad als de veranderingen van het klimaat. Om ook hier de basis op orde te brengen, maken we een nieuw gemeentelijk rioleringsplan. Hierin komen aanpassingen die nodig zijn voor een goed werkende riolering in de toekomst. Onderwijs versterken We vergroten gelijke kansen in het onderwijs. Dit doen we door de kwaliteit van de voorschoolse educatie te versterken. Ook investeren we in lopende programma’s zoals het Onderwijs Achterstandenbeleid (OAB), de Gelijke Kansen Agenda Delft en de bestrijding van het lerarentekort. Samen met partners uit het onderwijs en het bedrijfsleven ontwikkelen we een vmbo/mbo-campus, het Smart Makers Delft (SMD). We versterken hiermee de techniekketen en het imago van het (v)mbo én bieden onderwijs op alle niveaus dat aansluit op de (toekomstige) arbeidsmarkt. De raad heeft een actueel integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) vastgesteld voor de periode 2020-2035. Komende periode gaan we verder met het maken van plannen en de uitvoering ervan. Sport bereikbaar In juni 2020 stelden we samen met onze partners het sportakkoord vast. Met het uitvoeren van het investeringsplan en de uitvoeringsagenda maken we sport bereikbaar voor meer mensen.

We dragen bij aan sterke, vitale sportverenigingen en stimuleren een bredere maatschappelijke rol van verenigingen binnen het sociaal domein. Ook hier hebben we beperkte middelen voor de uitvoering. Doel is om de basisvoorzieningen op orde te krijgen en daarmee een stevige basis te leggen voor de toekomst. Cultuur Na vaststelling door de raad beginnen we met het uitvoeren van het geactualiseerde cultuurkader. De komende jaren staan in het teken van herstel van de cultuursector na corona. We maken hiervoor gebruik van de coronamiddelen van het Rijk. Daarnaast zetten we de eerste stappen in het realiseren van een inclusiever cultuurprogramma dat bijdraagt aan een verbonden stad. Dit doen we in eerste instantie vooral door kennisdeling. De beide

2. Stedelijke opgaven / Een stevige basis

10

Kadernota 2021

cultuurhuizen zijn voorbeelden van plekken in de wijken waar cultuuraanbod wordt gerealiseerd – dichtbij bewoners en samen met hen. Door gerichte prestatieafspraken stimuleren we een meer onderscheidend cultuurprogramma dat, in combinatie met gerichte marketing, bijdraagt aan het herstel van de bezoekerseconomie. De fysieke infrastructuur versterken we door de verbouwing van het Rietveldtheater en nieuwbouw van filmhuis Lumen. Prinsenhof Gezien de financiële positie moeten wij met betrekking tot de voorgenomen investeringen ten behoeve van het Prinsenhof helaas ook de tering naar de nering zetten. Dit betekent dat we onze gemeentelijke investeringen beperken tot de noodzakelijke renovatie en restauratie van het monument. Eerder hebben we u in het kader van het herstelplan verzocht het raadsvoorstel – uitgaande van een investeringsniveau van € 37 miljoen met afschaalmogelijkheden tot € 30 miljoen – niet te behandelen en van uw agenda af te voeren. We hebben u toegezegd met een gewijzigd raadsvoorstel te komen. Gezien de zorgelijke financiële situatie reserveren we in deze kadernota met de reeds geoormerkte middelen enkel het bedrag dat noodzakelijk is voor renovatie en restauratie van het Prinsenhof.

Het is noodzakelijk om deze middelen voor het Prinsenhof beschikbaar houden om de volgende redenen: • Deze middelen zijn nodig omdat wij als eigenaar, vanuit goed rentmeesterschap, verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van dit monumentale erfgoed. Dit vraagt om stevige ingrepen en daarmee een forse investering, mede gezien het feit dat deze renovatie al te lang vooruitgeschoven is (de laatste grootschalige renovatie en restauratie vond plaats in 1950). Verder uitstel achten wij onverantwoord. • Op dit moment doet zich een aantal serieuze mogelijkheden voor op het gebied van cofinanciering waar het de museale functie en de beleving in de openbare ruimte betreft. We verwachten hier op korte termijn verdergaande stappen te kunnen zetten. Op basis van het voorgaande zullen wij u zo spoedig mogelijk, in aanvulling op deze kadernota, een uitgewerkt raadsvoorstel voorleggen. Dit betekent ook dat op dat moment een aantal openstaande moties en toezeggingen over dit dossier afgedaan worden. Stevige keten van zorg Vanuit welzijn is het noodzakelijk dat we werken aan een stevige keten van het zorgaanbod, vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning. Delft voor Elkaar en Delft Support maken afspraken over ieders rol en stemmen hun aanbod hierop af.

Doel is om met vroegtijdige interventies de zelfredzaamheid van bewoners en daarmee hun welbevinden te versterken en de vraag naar zorg te verminderen. Met wijkcontactpunten is Delft voor Elkaar zichtbaar en dicht bij de inwoners aanwezig in de wijken. In het herstelplan is opgenomen dat Delft voor Elkaar een plan uitwerkt voor het realiseren van een bezuiniging van 10% per 2024. Hoe Delft voor Elkaar een zwaardere rol in de zorgketen kan combineren met het invullen van de bezuiniging is een uitdagend vraagstuk, waarover we ons de komende tijd gezamenlijk buigen. We gaan eenzaamheid onder ouderen tegen met activiteiten van maatschappelijke partners, gericht op ontmoeting en zingeving. Gezondheidsbeleid Delft 2020-2026 Samen met bewoners en maatschappelijke partners voeren we het gezondheidsbeleid uit. Het begrip ‘positieve gezondheid’ staat centraal en legt de nadruk op wat mensen wél kunnen. Met subsidie van het Rijk zetten we de komende jaren noodzakelijke stappen om te komen tot een rookvrije generatie en om het gebruik van genotmiddelen te verminderen. Door corona staat het belang van een gezonde leefstijl om ziekte te voorkomen nog nadrukkelijker op de agenda. De GGD krijgt hierin de komende jaren een intensievere rol.

2. Stedelijke opgaven / Een stevige basis

11

Kadernota 2021

Armoederegelingen We blijven ons inzetten om zoveel mogelijk bijstandsgerechtigden naar werk of zinvolle activiteiten toe te leiden. We ondersteunen mensen met schulden (ook ondernemers) en gaan door met het bestaande beleid rondom armoederegelingen. Tijdens de coronapandemie en de nasleep hiervan voeren we de Tijdelijke Ondersteuningsregeling Noodzakelijke Kosten (TONK) en de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) uit. Hiervoor gebruiken we de rijksmiddelen die we daarvoor krijgen. Daarnaast gaan we op verzoek van het Rijk ondersteuning bieden aan gedupeerden van de toeslagenaffaire. De uitvoering van al deze extra werkzaamheden legt een grote druk op onze organisatie. Bovendien verwachten we in 2021 en 2022 een toename van het aantal aanvragen voor inkomensondersteuning en schuldhulpverlening. Gemeentelijke dienstverlening De maatschappij stelt andere eisen aan onze dienstverlening: het moet sneller en met meer inlevingsvermogen. Dit vraagt om een gemeentelijke organisatie die flexibel, wendbaar en tijd- en plaatsonafhankelijk werkt. Maar we kunnen niet alles tegelijk. We zetten daarom in op een gastvrije ontvangst en verbeteren onze dienstverlening stap voor stap, samen met inwoners en bedrijven. Het werken met informatie en nieuwe media is een onderdeel geworden van het dagelijks werk van de gemeente en vraagt om permanente ondersteuning.

Daarbij heeft ook cyberveiligheid onze aandacht en inzet nodig.

2. Stedelijke opgaven / Een stevige basis

12

Kadernota 2021

Sterke wijken Veiligheid We werken samen met partners aan de veiligheid en veiligheidsbeleving van de stad. Burgerparticipatie en het weerbaar maken van onze inwoners en ondernemers zijn een rode draad in alle veiligheidsthema’s en -activiteiten. Dat geldt ook voor intensieve samenwerking tussen de domeinen van zorg en veiligheid. Het is belangrijk dat we de aanpak van ondermijning onverminderd voortzetten. We hebben de komende periode extra aandacht voor het voorkomen dat jongeren betrokken raken bij de georganiseerde drugscriminaliteit. Wijkversterkingsgebieden De afgelopen jaren hebben we ingezet op wijkversterking in vijf gebieden die dit nodig hebben. We zijn nu genoodzaakt om focus aan te brengen: we gaan terug van vijf naar twee gebieden. We zetten in op een programmatische aanpak in die twee gebieden waar de leefbaarheid en veiligheid de meeste aandacht vragen: Buitenhof Noordwest en Poptahof/Voorhof. Door projecten in wijken goed op elkaar af te stemmen, optimaliseren we de effecten. Zorg en welzijn voor de jeugd Binnen jeugdhulp blijven we inzetten op de verschuiving van zorg naar preventie, van zware naar lichte zorg en normaliseringsmaatregelen in het kader van het Actieplan Sociaal Domein. Het manifest Opvoeden en opgroeien in Delft en het beleidskader Jeugdpreventie zijn leidend voor onze gesprekken met partners en jeugdhulpaanbieders.

Nieuwe regionale instrumenten – zoals het richtinggevend kader en de maximale bestedingsruimte – bieden ons meer mogelijkheden om te sturen op de kosten. Wij verwachten dit jaar de eerste resultaten te zien. Langer en weer thuis Ouderen en mensen met een beperking (volwassenen én jongeren) blijven vaker zo lang mogelijk (of weer) zelfstandig wonen. We streven naar goede ondersteuning voor deze inwoners in de wijk door te zorgen voor een goede steunstructuur in de wijk en goede werkafspraken met ketenpartners zoals woningcorporaties, zorgverzekeraars en zorginstellingen. Daarnaast draagt het programma Langer en weer thuis bij aan het realiseren van huisvesting voor deze groepen passend bij de vraag, zoals nieuwe woonvormen voor ouderen. Inburgering We moeten ons voorbereiden op de nieuwe Wet inburgering. Ook hierbij zijn voldoende rijksmiddelen een zorg. We zullen ons blijven inzetten om Delft een stad te laten zijn waarin iedereen zich Delftenaar kan voelen.

2. Stedelijke opgaven / Sterke wijken

13

Kadernota 2021

De (innovatieve) maakindustrie Meer ruimte voor de innovatieve maakindustrie We houden vast aan de ruimtelijk-economische visie. Daarin streven we naar 10.000 extra banen in 2040, waarbij meer ruimte voor de (innovatieve) maakindustrie cruciaal blijft. Concreet staat in 2021 de oplevering gepland van nieuwe bedrijfsruimte zoals NeXt!Delft. Ook nemen we dit jaar besluiten over nieuwe locaties en gebouwen zoals de invulling van de bedrijfsruimte binnen het Kabeldistrict, een betaalbaar bedrijfsverzamelgebouw op Schieoevers en een doorgroeigebouw op de Biotech Campus Delft. We hebben in deze collegeperiode stappen gezet in het ‘heroveren’ van de hele techniekketen. Zo leggen we de basis voor de ontwikkeling van Schieoevers Noord tot maakstad aan de Schie. Komend jaar werken we samen met het onderwijs en het bedrijfsleven aan maken en innoveren. Dit doen we met Smart Makers Delft. We leggen een basis voor het benutten van het technologische profiel van Delft voor de hele techniekketen, van het vmbo tot en met het wetenschappelijk onderwijs. Ontwikkeling stad en economie We leggen de laatste hand aan een visie voor toerisme, met een horizon tot 2030. De focus voor de korte termijn ligt hierin op een verantwoord herstel van de toeristische sector.

Ook blijven we gezamenlijk met de taskforces bezoekerseconomie en techbedrijven inzetten op het herstel van de Delftse economie door het actualiseren van de herstelplannen. Op korte termijn bieden we de beleidslijn wijkwinkelcentra aan, als input voor de brede herijking van de visie detailhandel waar we in de loop van 2021 mee beginnen. Eind dit jaar verhuizen de VVV en het kantoor van de stichting Delft Marketing naar het Huis van Delft: een nieuwe innovatieve hotspot direct naast het station. We blijven inzetten om op stedelijk niveau minimaal 10% ‘niet woonfuncties’ te realiseren bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Delft. Daarbij houden we ruimte voor bestaande werklocaties. Hiermee stimuleren we dat de ontwikkeling van de stad en economie in balans zijn. Vanwege de keuzes in het herstelplan en de beperkte capaciteit zullen we ook binnen het economisch domein gerichter gaan werken.

2. Stedelijke opgaven / De (innovatieve) maakindustrie

14

Kadernota 2021

De energietransitie Het Warmteplan – als routekaart naar duurzame warmte – ronden we af. Voor de lokale opwekking van duurzame elektriciteit stellen we een strategie op. In de ontwikkeling van gebieden voorzien we in de basisinfrastructuur voor energie. In de jaren erna verwachten we de aanleg van WarmtelinQ en Geothermie Delft, die duurzame warmte gaan leveren. Medio 2024 staat de realisatie van het Open Warmtenet in Voorhof en Buitenhof gepland. Dan gaan de eerste panden van woningcorporaties over van gas naar duurzame warmte.

2. Stedelijke opgaven / De energietransitie

15

Kadernota 2021

De mobiliteitstransitie Delft staat aan de vooravond van een mobiliteitstransitie: meer ruimte voor langzaam verkeer, zoals voetgangers en fietsers, en minder ruimte voor de (geparkeerde) auto. Met een beperkt budget vraagt dit om keuzes in het prioriteren van projecten. Om de groeiende stad ook in de toekomst leefbaar en bereikbaar te houden, hebben we de Metropoolregio, de provincie en het Rijk nodig. Voor het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (MPD) stellen we een uitvoeringsprogramma op dat de verkeersveiligheid bevordert voor voetgangers en fietsers. Er komt meer parkeergelegenheid voor fietsers op straat. Waar het past in middelen en tijd, maken we werk met werk en verbeteren we de infrastructuur. We beginnen met de voorbereidingen om meer ruimte in de binnenstad vrij te maken voor verblijven, ontspanning en vergroening. Meer auto’s vinden een parkeerplek in garages. Om te hoge parkeerdruk in wijken te voorkomen, reguleren we proactief. Daarmee kunnen we vasthouden aan de juiste parkeerder op de juiste plek en kunnen bewoners dicht bij hun woning blijven parkeren. De uitgangspunten uit het MPD houden we vast. In de ontwikkelingen van gebieden voorzien we in de noodzakelijke basis voor mobiliteit.

2. Stedelijke opgaven / De mobiliteitstransitie

16

3. Financieel perspectief

Kadernota 2021

3. Financieel perspectief Dit hoofdstuk geeft financieel inzicht in 2021 en in de uitgangspositie voor de begroting 2022-2025. De Programmabegroting 2021-2024 en het Herstelplan 2021-2024 zijn hiervoor de basis. Daaraan is toegevoegd een actualisering van de stedelijke opgaven en een voorstel voor de woonlasten (onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing). Om een compleet beeld te krijgen van de financiële positie is de uitkomst van de jaarlijkse stresstest opgenomen. De financiële effecten van de coronacrisis verrekenen we met de bestemmingsreserve Maatregelen coronacrisis. Dit is toegelicht in de 4e rapportage coronacrisis (zie bijlage 1). Voor alle mutaties in het uitvoeringsjaar 2021 en de periode 2022-2025 is een begrotingswijziging opgesteld (zie bijlage 2).

3. Financieel perspectief

18

Kadernota 2021

Financieel meerjarenbeeld 2021-2025 Het financieel meerjarenbeeld op basis van de Programmabegroting 2021-2024 en het Herstelplan 2021-2024 ‘Delft in balans’ is het vertrekpunt voor de Kadernota 2021. Preventief toezicht provincie beëindigd Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland hebben het herstelplan beoordeeld (zie brief van 29 april 2021, kenmerk PZH-2021-773176212). De maatregelen in het herstelplan zijn voldoende concreet en haalbaar. Ze dragen bij aan het herstel van een structureel begrotingsevenwicht in de meerjarenraming. Dit betekent dat de begroting 2021 is goedgekeurd en het preventief toezicht is gestopt. Kiezen en investeren In deze kadernota maken we scherpe keuzes. Zoals toegelicht in de presentatie op de raadsavond op 3 februari 2021 hebben we nu ook rekening gehouden met een aantal noodzakelijke stedelijke opgaven en behoud van minimale voorzieningen voor iedereen. We hebben de aanvullende financiële consequenties verwerkt om de basis verder op orde te brengen en voor de uitvoering van een aantal majeure stedelijke opgaven: het integraal huisvestingsplan voor onderwijs (IHP 2020-2035), gebiedsontwikkeling Schieoevers en de Investeringsagenda Sport. Lasten tijdelijk omhoog Aanvullend zijn we genoodzaakt om voorstellen op te nemen voor de woonlasten. Net als veel gemeenten in Nederland moet Delft nu de onroerendezaakbelasting (tijdelijk) verhogen.

Dit is een even pijnlijke als onafwendbare keuze, zolang het Rijk geen reële compensatie biedt voor de taken van gemeenten en voor de ambities die samen met gemeenten moeten worden opgepakt. Reiniging en riolering zijn gesloten circuits, waarvan de totale kosten geheel worden gedekt uit een specifieke inkomstenbron. We moeten rekening houden met extra kosten, die helaas leiden tot een verhoging van de tarieven. Dit sluit aan op het uitgangspunt dat leges 100% kostendekkend moeten zijn. De financiële uitgangspositie Ten slotte is voor een compleet overzicht van het financieel meerjarenbeeld ook de impact beschreven van de Jaarstukken 2020, het sociaal domein en de coronacrisis. Het resultaat is de financiële uitgangspositie voor de begroting 2022-2025. Onderstaande tabel geeft de mutaties in de kadernota op hoofdlijnen weer.

Saldo Programmabegroting 2021-2024 1. Actualisering begroting 2. Sociaal domein Taakstelling Ombuigingen Inzet Algemene reserve Herstelplan 2021-2024 1. Stedelijke opgaven - basis op orde 2. Stedelijke opgaven - investeringen in de stad 3. Overige voorstellen 4. Jaarstukken 2020 5. Woonlasten (OZB) Saldo Kadernota 2021

2021

2022

2023

2024

2025

-6.591 -535 -5.203 -12.329 5.919 6.410 0

-5.920 -1.019 -8.473 -15.412 6.194 9.217 -0

-3.948 -1.110 -3.173 -8.231 6.646 1.584 -0

-3.696 -807 -3.173 -7.676 8.253

-4.136 -517 -3.173 -7.826 7.740

578

-86

-847 -9 21 834

-2.105 -275 541 418

-2.072 -278 760 2.113

-1.919 -350 282 2.113

-3.275 -1.669 882 2.113

0

-1.422

521

703

-2.036

3. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2021-2025

19

Kadernota 2021

Delft financieel gezond Het is op dit moment alle hens aan dek om Delft financieel gezond te houden. Met het Actieprogramma Sociaal Domein (Programmabegroting 2021-2024) en het Herstelplan 2021-2024 sturen we al scherp op het aanbod van voorzieningen. Daar komt nu het bijstellen van stedelijke opgaven tot een minimaal vereiste omvang en de fasering van uitgaven bij. Bovendien is een tijdelijke ophoging van de OZB per 2023 een noodzakelijke keuze. Desondanks laat de tabel tekorten zien in het nieuwe begrotingsjaar 2022 en in het laatste jaar 2025. Het financieel toezicht vereist dat uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming een structureel evenwicht is bereikt (structurele lasten gedekt door structurele baten). Een structureel evenwicht in 2025 vergt een extra stijging van de OZB van circa 7%. Deze stijging is gebaseerd op het meest ongunstige scenario waarin het Rijk geen extra compensatie geeft en de bijsturing volledig plaatsvindt door ophoging van de OZB. Zodra er duidelijkheid is over extra middelen van het Rijk, volgt een voorstel voor bijstelling van de verhoging. De mutaties in de tabel zijn verwerkt in een begrotingswijziging die bij deze kadernota is gevoegd en toegelicht in bijlage 2. Gevolgen meicirculaire Eind mei verschijnt de reguliere meicirculaire over de uitkering uit het gemeentefonds, op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk.

Aan de hand van deze circulaire bepalen we de beschikbare middelen voor de compensatie van de loon- en prijsstijging in 2022. Over deze circulaire volgt een aparte bestuurlijke reactie met een overzicht van de beleidsmatige en financiële gevolgen.

3. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2021-2025

20

Kadernota 2021

Bijdragen van het Rijk Inzet VNG voor kabinetsformatie: structurele financiën De inzet van de VNG is gericht op herstel van de financiële positie van gemeenten. Met name door compensatie van de kosten in het sociaal domein, uitvoering Klimaatakkoord, afschaffen opschalingskorting en herziening van de normeringssystematiek (trap-op-trap-af). Samen met het verbeteren van de interbestuurlijke verhoudingen wordt de structurele verbetering van de financiële positie als een voorwaarde beschouwd om tot verdere afspraken te komen over bijdragen aan de ambities van het Rijk. Arbitrage jeugdzorg Uit onafhankelijk onderzoek is gebleken dat het tekort in de jeugdzorg ongeveer € 1,7 miljard is. Het Rijk heeft daarop incidenteel compensatie geboden voor 2021. Voor een structurele compensatie vanaf 2022 is een arbitrage gestart. De uitkomst wordt in mei verwacht, zodat het nog mogelijk is deze te verwerken in de meicirculaire. Herijking gemeentefonds De herijking van het gemeentefonds gaat in op 1 januari 2023. Over de uitkomsten was een bestuurlijke consultatie gepland voor de periode april-mei. Hiervan is afgezien, omdat de fondsbeheerders tot juni de tijd nemen voor een aantal verbeteringen. Voor Delft is de waardering van onze centrumfunctie in de nieuwe verdelingsvoorstellen niet verbeterd. Desondanks is op basis van de huidige uitkomsten sprake van een (beperkt) positief effect.

Vanwege het voorlopige karakter van de uitkomsten hebben we hiermee nog geen rekening gehouden in de ramingen. Groei van de stad In de Programmabegroting 2021-2024 is (deels) rekening gehouden met de inkomsten uit het gemeentefonds die samenhangen met de groei van de stad. Hiervoor zijn bij de maatstaven die samenhangen met inwoners en woningen de actuele ontwikkelingen tot en met 2024 verwerkt. De hiermee samenhangende extra inkomsten zijn verwerkt in 2023 (75%) en 2024 (50%). Op basis van de meicirculaire actualiseren we het effect van de groei. Lobby Over de centrumfunctie en de bijdrage die Delft levert aan de kenniseconomie vinden gesprekken plaats met de Raad voor het Openbaar Bestuur, de provincie Zuid-Holland en het ministerie van Binnenlandse Zaken. We moeten afwachten of dit leidt tot extra inkomsten. Bovenvermelde ontwikkelingen geven nu geen aanleiding om in de Kadernota 2021 extra inkomsten van het Rijk te ramen.

Moties herstelplan Bij de behandeling van het herstelplan (30 maart 2021) heeft de raad vier moties aangenomen: • 8.2.2 Hou DOK overeind Betreft de opdracht voor een nader onderzoek naar bezuinigingen. Het gaat dan om mogelijkheden voor extra inkomsten, programmering, openingstijden, personeelsbestand, contributie. • 8.2.4 Afzien van het afstoten van jongerencentrum de Border in Tanthof Betreft de opdracht voor onderzoek naar de behoefte bij jongeren, het bestaande aanbod en overleg met stichting Welbevinden. • 8.2.6 Niet blind bezuinigen op DOK Betreft opdracht om in de Programmabegroting 2023-2026 een inschatting op te nemen van de mogelijke bezuiniging met aandacht voor het ontzien van educatieve taken, samenwerking met andere partijen en andere financieringsbronnen. • 8.2.8 Begrotingssaldo achter de hand Betreft de opdracht om in de Programmabegroting 2022-2025 inzicht te geven in de maatschappelijke en financiële gevolgen van bezuinigingen, met name voor DOK en Delft voor Elkaar. Daarnaast is de opdracht om het structurele saldo in 2024 beschikbaar te houden.

3. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2021-2025

21

Kadernota 2021

De moties 8.2.2, 8.2.4 en 8.2.6 en het eerste deel van motie 8.2.8 gaan over onderzoeken die worden uitgevoerd. Het tweede deel van motie 8.2.8 gaat over het beschikbaar houden van het begrotingssaldo 2024. Zoals al toegelicht in de raadsvergadering van 30 maart is er vanaf 2025 geen sprake van een structureel begrotingsevenwicht. Om toch te voldoen aan de opdracht in de motie, is bij de overige voorstellen een structureel budget opgenomen van € 400.000. 1. Stedelijke opgaven – basis op orde Een sobere, maar ook reële begroting brengt nog een aantal noodzakelijke financiële consequenties met zich mee. De benodigde aanpassingen hebben mede betrekking op de vijf stedelijke opgaven in het bestuursprogramma en gaan over onder meer mobiliteit, jeugdpreventie, exploitatie van het project Maria Duystlaan, de VAK, toezicht en handhaving, en het programma voor Buitenhof. Daarbij gaat het onder meer om het inhalen van achterstallig onderhoud en het realistisch ramen van enkele tot dusver incidentele budgetten, die feitelijk structureel zijn. Daarbij hebben we ook afgewogen of onderwerpen al dan niet zijn te rekenen tot een kerntaak van de gemeente. Voor de invoering van de Omgevingswet zijn de incidentele kosten opgenomen. Voor de structurele kosten wachten we de compensatie door het Rijk af.

Voor de ontwikkeling van de locatie Maria Duystlaan is een toename van de exploitatiebijdrage geraamd. Dit wordt verklaard doordat de vrijvallende exploitatiebijdrage voor het sportfondsenbad aan de Weteringlaan onvoldoende is en door de bijdrage die nodig is voor de exploitatie van de sporthal. Deze bijdrage komt in plaats van de investering die was opgenomen in de Investeringsagenda Sportaccommodaties. Hierna volgt een overzicht van alle voorstellen voor dit onderdeel van de stedelijke opgaven. In bijlage 2B. Toelichting begrotingswijziging staat een inhoudelijke toelichting. Leeswijzer: in de tabellen staat per voorstel het effect op het begrotingssaldo. Negatieve bedragen zijn nadelig voor het saldo, positieve bedragen zijn voordelig. Stedelijke opgaven - basis op orde (bedragen x € 1.000) FA - upgrade GFS Implementatie Omgevingswet (I) Beleid toeristische verhuur van woningen Ruimte maken in de binnenstad (inv. € 800.000) Entreegebieden (Rode loper) (inv. € 500.000) Uitvoering mobiliteitsprojecten (invest.

MPD) Parkeren Fietsbeleid, fietsparkeren, fietsprojecten Derde fietsenstalling station Delft Samenwerking TU - maatschappelijke inzet studenten Preventie via Welzijn Jeugdpreventie - Uitvoeren beleidskader VAK extra subsidie (vanaf 2023) Maria Duystlaan zwembad/sportcentrum: exploitatie Dotatie beheerplan Buitensport Ondermijning (beheer) Fietsparkeren Kromstraat Toezicht en handhaving Programma Buitenhof (gedekt t/m 2022) GGU (MijnOverheid, DigiD, GDI en projecten)

2021 -50 -520 -113

2022

2023

2024

2025

-113

-113

-75 -35 -30 -80

-75 -35 -30 -120

-100

-100 -400 -50 -15 -70 -200

-64

Saldo

-847

-40

-400 -50 -15 -70 -200 -150 -200

-400 -50 -15 -70 -200 -150 -1.516

-64

-400 -50 -15 -70 -200 -150 -200 -220 -100 -50 -100 -300 -64

-100 -50 -100 -300 -64

-100 -50 -100 -300 -64

-2.105

-2.072

-1.919

-3.275

-843 -75 -50 -125

2. Stedelijke opgaven – investeringen in de stad De noodzakelijke (vervangings)investeringen in de stad gaan over het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP 2020-2035), gebiedsontwikkeling Schieoevers, de Investeringsagenda Sport en het Prinsenhof(gebied).

3. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2021-2025

22

Kadernota 2021

IHP 2020-2035 Het Integraal Huisvestingsplan onderwijs 2020-2035 is in 2020 vastgesteld. De investeringen zijn tot en met 2023 opgenomen in het investeringsprogramma van de Programmabegroting 2021-2024. Aanvullend hebben we nu rekening gehouden met de investeringen in schoolgebouwen vanaf 2024, inclusief de duurzaamheidsopgave voor Bijna Energie neutrale Gebouwen (BENG). Na afstemming met de gebiedsontwikkelingen Schieoevers en Junius is de nieuwbouw van de (v)mboschool vervroegd (2022-2024) en is de verplaatsing van de Maurice Maeterlinckschool toegevoegd (2022-2024). De nieuwbouw Grotius Juniusstraat is uitgesteld naar 2026-2028. Voor de ontwikkeling in Tanthof volgt nog een voorstel voor herfasering bij de Programmabegroting 2022-2021. Tot en met 2025 is de extra investering € 30,8 miljoen. Hiervoor worden in 2025 de eerste kapitaallasten geraamd. In totaliteit is de nieuwe investering in het IHP € 85,9 miljoen. Omdat een deel van de investeringen afgerond worden na de planperiode van deze kadernota, moeten we vanaf 2026 rekening houden met een stijging van de kapitaallasten. In samenhang met de investering in de (v)mbo-school hebben we rekening gehouden met extra lasten voor parkeren, inrichting openbare ruimte en plankosten die hiermee samenhangen. De aanpassing van de scholen aan klimaatdoelen is een grote investeringsopgave waarvoor de gemeente verantwoordelijk is.

Met de aanpassingen voldoen de schoolgebouwen aan alle vigerende en wettelijke nieuwe normen. Omdat we – in lijn met het raadsbesluit van eind 2020 – nu bouwen voor de komende 40 tot 60 jaar is het belangrijk dat er voldoende investeringsmiddelen beschikbaar zijn voor onderwijshuisvesting. Zo kunnen we de kwaliteit waarborgen en voldoen aan zowel onderwijswetgeving als wetgeving rond duurzaamheid/klimaat. Ook hier geldt dat de kosten veel hoger zijn dan de middelen die de gemeente krijgt via het gemeentefonds. Het is cruciaal dat extra middelen van het Rijk beschikbaar komen. Schieoevers Bij de gebiedsontwikkeling Schieoevers is de businesscase opnieuw beoordeeld. Hierdoor is nu een actueel overzicht beschikbaar van mee- en tegenvallers en is de scope van de gebiedsontwikkeling bevestigd. Door de meevallers te reserveren voor tegenvallers beheersen we vooralsnog de risico’s en zijn, met uitzondering van de rente die samenhangt met de inzet van de reserve Schieoevers, geen aanvullende middelen nodig, onder voorbehoud van de rente. Investeringsagenda Sport Met de investeringsagenda Sport leggen we de minimaal vereiste basis om de basisinfrastructuur op orde te krijgen. Ook het beheerplan Buitensport is aangepast aan de actualiteit. Totaal bedraagt de investering € 9,7 miljoen, waarvoor in 2025 de eerste kapitaallasten geraamd worden.

Als gevolg van oplevering van investeringen na de planperiode moeten we vanaf 2026 rekening houden met een stijging van de kapitaallasten. Prinsenhof(gebied) Het gereserveerde bedrag betreft een gemeentelijke investering van € 18 miljoen. We houden vooralsnog rekening met kapitaallasten vanaf 2026. Voor de afschrijvingslasten is dekking beschikbaar in de reserve Dekking kapitaallasten. Voor de structurele beheerlasten (€ 165.000) als gevolg van de fysieke investering in het gebouw krijgt het museum te zijner tijd een passende taakstelling mee. De financiële consequenties voortkomend uit mogelijke aanvullende cofinanciering, en daarmee een hoger investeringsbedrag, hebben impact op de reguliere exploitatie van het Museum Prinsenhof Delft 1

De ontwikkeling in Tanthof betreft naast de scholen ook de kinderboerderij, waterspeeltuin, kindertuinen en wijkperspectief. Hierover volgt een masterplan waarvan de uitkomst input is voor de Kadernota 2022.

3. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2021-2025

23

Kadernota 2021

(zoals bezoekers, verhuur, personeel, programmering, bewaking). Deze gevolgen zijn in deze fase nog niet exact in beeld te brengen. Hierna volgt een overzicht van alle voorstellen voor dit onderdeel van de stedelijke opgaven. In bijlage 2B. Toelichting begrotingswijziging staat een inhoudelijke toelichting. De investeringen bepalen mede de financieringsbehoefte en de daarmee samenhangende rentelasten. Dit effect wordt nader onderbouwd en toegelicht in de Programmabegroting 2022-2025. Stedelijke opgaven - investeringen in de stad (bedragen x € 1.000) IHP 2020-2035 VMBO/MBO in 2022-2024: parkeren/inr./plankosten Schieoevers: rente a.g.v. tekort bc (invest. € 19,6 mln) Investeringsagenda Sportaccommodaties Ontwikkeling Prinsenhof(gebied) Saldo

2021

2022

2023

2024

-9

-266 -9

-266 -13

-266 -84

-9

-275

-278

-350

2025 -638 -35 -81 -533 -1.669

3. Overige voorstellen Voor het dividend dat de gemeente Delft ontvangt, is een actuele raming opgenomen die rekening houdt met de effecten van een kapitaalsinjectie bij Stedin. Aan de motie Mediafonds is uitvoering gegeven door een structureel budget vanaf 2022. Voor de motie Begrotingssaldo achter de hand is een structureel budget opgenomen vanaf 2024. Majeure voordelen ontstaan door voorstellen voor een verlaging van het budget voor bestuurskosten, medegebruik van het stadskantoor en door toerekening van de uitvoeringskosten van de RBG aan de gesloten circuits reiniging en riolering (zie Woonlasten). De mogelijkheden om, op termijn, medegebruik van een deel van het stadskantoor te concretiseren worden onderzocht. In het onderzoek wordt rekening gehouden met het benodigd ruimtegebruik post covid, de actuele marktwaarde en de effecten van corona op deze waarde en de opname capaciteit door de Delftse vastgoedmarkt, de gevolgen voor de BTW en de boekwaarde en de verplichting om conform de Wet Markt en Overheid minimaal kostendekkend te verhuren. Hierna volgt een overzicht van de overige voorstellen. In bijlage 2B. Toelichting begrotingswijziging staat een inhoudelijke toelichting.

Overige voorstellen (bedragen x € 1.000) Dividend Ombuiging Bestuurskosten Medegebruik stadskantoor Doorbelasting perceptiekosten RBG Motie Mediafonds Entrancefee benzinestations Voorziening Bomenfonds Dekking: bestemmingsreserve OR Correctie herfasering kapitaallasten Indexering OAB FLO Motie 8.2.8 Begrotingssaldo achter de hand Saldo

2021 150

170 -457 457 -89 12 -221 21

2022 -200 155

2023 -300 310

2024 -300 310

725 -50 170

725 -50 170

725 -50 170

2025 -100 310 400 725 -50 170

-271 12

-107 12

-185 12

-185 12

-400

-400

282

882

541

760

4. Jaarstukken 2020 In de Jaarstukken 2020 is aangekondigd dat een beperkt aantal onderschrijdingen door de coronacrisis leidt tot meerkosten in 2021. Het gaat uitsluitend om incidentele effecten die nu zijn verwerkt. In de

3. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2021-2025

24

Kadernota 2021

Najaarsrapportage 2021 volgt mogelijk nog een effect van doorgeschoven kosten voor vastgoed en gemeentelijke huisvesting. Op 4 maart 2021 is door de raad een nieuwe voorziening PFAS ingesteld ter grootte van € 3 miljoen (zie raadsvoorstel met registratienummer 4411470, van 17 november 2020). Bij de controle van de Jaarstukken 2020 heeft de accountant aangegeven dat deze voorziening gevormd had moeten zijn per balansdatum 31 december 2020. Als gevolg hiervan is de instelling van de voorziening verschoven en ten laste gekomen van het rekeningresultaat 2020. De dekking die was voorzien valt daarmee vrij en wordt verrekend met de inzet van de Algemene reserve. Op basis van de realisatie van investeringen in 2020 vindt een herfasering plaats van het bestaande investeringsprogramma. Het resultaat is onderdeel van de Programmabegroting 2022-2025. Jaarstukken 2020 (bedragen x € 1.000) Implementatie RIS Bijdrage grex Nieuw Delft Algemene reserve Saldo

2021 -20 2.360 -1.506

2022

2023

2024

2025

834

-

-

-

-

5. Woonlasten (OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing) De OZB, afvalstoffenheffing en de rioolheffing bepalen samen de woonlasten voor inwoners en bedrijven. Voor 2022 is de ontwikkeling van het zogenaamde woonlastenmandje als volgt. Totaal woonlastenmandje Programmabegroting 2021

Nominale ontwikkeling

Woonlastengebonden tarieven: Ozb

27.843

418

Afvalstoffenheffing

14.700

220

bedragen x € 1.000

Overig

Percentage

Areaal

Raming 2022

1,50%

n.t.b.

28.261

1.227

9,84%

150

16.297

12,90%

Rioolrechten

11.879

178

1.354

Totaal

54.422

816

2.581

377

13.788

527

58.346

Reiniging en riolering zijn gesloten circuits waarbij het uitgangspunt is dat het tarief alle kosten moet dekken. Hierna volgt voor de verschillende woonlasten een toelichting. OZB In 2022 stijgt de OZB-opbrengst alleen met de inflatiecorrectie (CPI: 1,5%). De opbrengst van deze inflatiecorrectie maakt deel uit van de nominale ontwikkeling en is bedoeld als dekking voor de loon- en prijsbijstelling om uit te komen op het prijspeil 2022. Ook in de jaren na 2022 zal de OZB-opbrengst gecorrigeerd blijven worden met de CPI. Vanaf 2023 gaan we uit van een (tijdelijke) extra stijging van de OZB van 6% ten opzichte van 2022. Deze stijging is helaas onvermijdelijk om tot een sluitend begrotingsbeeld te komen. En als het Rijk geen reële compensatie biedt voor de taken en voorzieningen van gemeenten is in 2025 opnieuw een stijging van de OZB van circa 7% noodzakelijk. Voor de extra inkomsten als gevolg van areaaluitbreiding in het begrotingsjaar 2022 volgt een voorstel in de Programmabegroting 2022-2025.

3. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2021-2025

25

Kadernota 2021

Woonlasten - OZB (bedragen x € 1.000) Nominale ontwikkeling (inflatiecorrectie) (Tijdelijke) extra stijging OZB Areaaluitbreiding

2021

2022 418

2023 418 1.695

2024 418 1.695

2025 418 1.695

-

418

2.113

2.113

2.113

Gesloten circuit reiniging (budgetneutraal) In het herstelplan staat dat het tekort op het gesloten circuit € 772.000 is (verhoging kosten verwerking restafval en incidentele dekking vanuit de Algemene reserve). Er is besloten om dit tekort mee te nemen in het gesloten circuit en te verwerken in het tarief van de afvalstoffenheffing. Voor 2022 en verder komen daar het aangenomen amendement (4 maart 2021) om grofvuil gratis te blijven inzamelen en de dienstverleningsovereenkomst met Avalex bij. We hebben ook rekening gehouden met de inflatiecorrectie (1,5%) en areaaluitbreiding. Ten slotte is een voorstel verwerkt om de perceptiekosten van de RBG toe te rekenen aan het gesloten circuit. Dit sluit aan bij het uitgangspunt dat het tarief kostendekkend is en dat alle kosten die gemaakt worden voor het gesloten circuit ten laste worden gebracht van het gesloten circuit. Doorbelasting perceptiekosten Perceptiekosten zijn de uitvoeringskosten die zijn verbonden aan de betreffende heffing. Deze kunnen worden toegerekend aan de via het tarief te verhalen kosten als het gaat om een heffing met een maximaal toegestane kostendekkendheid van 100%. Dit zijn met name de rioolheffingen en de afvalstoffenheffing en de leges. Bij de belastingen (OZB, toeristenbelasting, parkeerbelasting, precario, reclamebelasting) gaat het om tarieven zonder limiet en is de kostendekkendheid dus niet relevant.

Het voornemen is om bij riool en afval de perceptiekosten nu te gaan doorberekenen in de tarieven; bij de leges omgevingsvergunningen gebeurt dat al.

Per saldo leiden de extra kosten en baten tot een tariefstijging van circa 12,9%. Aanpassing van de begroting vindt plaats in de Programmabegroting 2022-2025. Woonlasten - gesloten circuit Reiniging (bedragen x € 1.000) Stelpost in PB 2021-2024 Verwerking restafval Inzameling grof vuil DVO Areaaluitbreiding Perceptiekosten RBG Tariefstijging (12,9%)

2021

2022 -172 -600 -300 -150 150 -375 1.447

2023 -172 -600 -300 -150 150 -375 1.447

2024 -172 -600 -300 -150 150 -375 1.447

2025 -172 -600 -300 -150 150 -375 1.447

-

-

-

-

-

Gesloten circuit riolering (budgetneutraal) De afgelopen 5 jaar is de rioolheffing gelijk gebleven. In 2020 is gestart met het opstellen van een nieuw gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De eerste doorberekening laat zien dat we naast een aantal grotere projecten ook rekening moeten houden met (tijdelijk toegevoegde) kosten voor maatregelen voor klimaatadaptatie. Bij de financiering is gekozen voor het tijdelijk activeren van de investeringsbedragen (dit is mogelijk als een tijdelijke stijging van het tarief noodzakelijk is, maar de kosten op langere termijn dalen). Voor 2022 hebben we rekening gehouden met extra kosten als gevolg van grotere projecten en klimaatadaptatie. Met de vergroting van het rioolstelsel als gevolg van gebiedsontwikkelingen is nog geen rekening gehouden. Een compleet overzicht van deze kosten en de voorgestelde dekking is onderdeel van het nieuwe GRP. Na vaststelling van het nieuwe GRP volgt aanpassing van de begroting.

3. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2021-2025

26

Kadernota 2021

Net als bij het gesloten circuit reiniging hebben we rekening gehouden met inflatiecorrectie (1,5%), areaaluitbreiding en een voorstel om de kosten van de RBG voor de inning van de rioolheffing toe te rekenen aan het gesloten circuit. Het uitgangspunt is dat het tarief kostendekkend is en dat alle kosten die gemaakt worden voor het gesloten circuit ten laste worden gebracht van het gesloten circuit. Per saldo leiden de extra kosten en baten tot een tariefstijging van ongeveer 9,8%. Woonlasten - gesloten circuit Riolering (bedragen x € 1.000) Grote projecten Klimaatadaptatie Perceptiekosten RBG Areaaluitbreiding Tariefstijging (9,8%)

2021

2022 -1.024 -535 -350 377 1.532

2023 -1.024 -535 -350 377 1.532

2024 -1.024 -535 -350 377 1.532

2025 -1.024 -535 -350 377 1.532

-

-

-

-

-

Overige ontwikkelingen Sociaal domein Voor de acute problematiek in de jeugdzorg – deels het gevolg van de coronapandemie – en de financiële druk die dit veroorzaakt, heeft het kabinet voor 2021 landelijk eenmalig € 613 miljoen beschikbaar gesteld. De tegemoetkoming wordt verwerkt in de meicirculaire. Hiermee is nog geen sprake van de noodzakelijke oplossing voor de structurele financiële problemen. Ook is het geen antwoord op de uitdagingen om tot een goed functionerend stelsel voor kinderen en jongeren te komen. Hierover loopt momenteel een arbitrageprocedure die een semi-bindend karakter heeft. De arbitragecommissie doet in mei uitspraak. Die uitspraak is essentieel om snel te komen tot een oplossing op inhoud en financiën vanaf 2022. De onttrekking aan de reserve Sociaal domein is geactualiseerd. Voorstel is om aanvullend € 780.000 te onttrekken voor de maatregelen in het Actieplan Sociaal Domein. De totale onttrekking voor 2021 komt daarmee op ongeveer € 2,5 miljoen. Hiervan is € 1,5 miljoen nodig voor het actieplan, € 0,4 voor implementatiekosten in de regio, € 0,45 voor overige projecten (Vangnet in de wijk, Langer en weer thuis) en € 80.000 voor Delft Support. Voor de Programmabegroting 2022-2025 bereiden we een voorstel voor om de raming van de autonome groei te actualiseren. Die is nu vanaf 2023 als risico opgenomen in het risicoprofiel van de gemeente Delft.

Stimuleringspakket 2021-2022 In de Programmabegroting 2021-2024 is een Stimuleringspakket van € 10 miljoen opgenomen. Hierop is in het Herstelplan 2021-2024 bijgestuurd tot een omvang van € 5,08 miljoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10163577/1