CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag DAV 2024

Commissie Sociaal Domein en Wonen 11 december 2025, gemeente DelftBij agendapunt: 2546703 College van B&W Raadsinformatie - Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling jaarverslag 202411.868 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende met diens inschrijving en toepassing van artikel 3:5 van de verordening naar verwachting binnen drie maanden in staat is om een woonruimte in de regio toegewezen te krijgen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien woningzoekende diens huishouden heeft uitgebreid, zonder over een daartoe passende woonruimte te beschikken. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende een passende woonruimte heeft aangeboden gekregen en dit woningaanbod geweigerd heeft in de periode dat aannemelijk werd dat er sprake was van een huisvestingsprobleem in relatie tot de huidige woonruimte, tot tenminste twee jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende geen beroep op huurbescherming heeft gedaan, terwijl de woningzoekende hier recht op had. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien

29

4:5, onder d

2.1.4, onder e

4:5, onder d

2.1.4, onder f

4:5, onder d

2.1.4, onder g

4:5, onder d

2.1.4, onder h

4:5, onder d

2.1.4, onder i

4:5, onder d

2.1.4, onder j

4:5, onder e

2.1.5, onder a

4:5, onder e

2.1.5, onder b

4:5, onder f

2.1.6, onder a

was, indien de woningzoekende een passende zelfstandige woonruimte heeft achtergelaten. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende een woonruimte accepteert die, op grond van destijds bekende feiten en omstandigheden, niet past bij de woonbehoeften van diens huishouden. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende een huurovereenkomst voor bepaalde tijd is aangegaan, waardoor de woningzoekende de woonruimte dient te verlaten. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende de zelfstandige woonruimte waarvan deze huurder is, heeft onderverhuurd. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende anderen in diens zelfstandige woonruimte laat inwonen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende de zelfstandige woonruimte, of een deel daarvan, verhuurt aan een ander.

Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs kon worden voorkomen of te voorzien was, indien de woningzoekende niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs tot diens mogelijkheden behoort om het huisvestingsprobleem te voorkomen of op te lossen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening. De woningzoekende kan gebruik maken van de publieke voorzieningen op het gebied van zorg, hulp en ondersteuning, zoals de aanleg van een traplift of andere woningaanpassingen die de gemeente in het kader van de Wmo mogelijk maakt, hulp bij het huishouden of vervoersvoorzieningen, wijkverpleging, thuiszorg, maatschappelijk werk, schuldhulpverlening, geestelijke gezondheidszorg of jeugdhulp. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening, indien de woningzoekende met minderjarige kinderen door omstandigheden na een jaar in een zelfstandige woonruimte te wonen en tenminste twee jaar aaneengesloten in de regio te staan ingeschreven, buiten eigen schuld en toedoen, dreigt dakloos te worden en terecht kan bij een vorm van maatschappelijke gezinsopvang. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat is ontstaan als gevolg van een aan de

30

4:5, onder f

2.1.6, onder b

4:5, onder g

2.1.7, onder a

4:5, onder g

2.1.7, onder b

4:5, onder g

2.1.7, onder c

4:5, onder g

2.1.7, onder d

4:5, onder g

2.1.7, onder e

4:5, onder h

2.1.8, onder a

woningzoekende of lid van diens huishouden toe te rekenen handelen of nalaten, indien de woningzoekende bij woninguitzetting door huurschuld, overlast, fraude of criminele activiteiten veroorzaakt door de woningzoekende of een lid van diens huishouden niet langer beschikt over een zelfstandige woonruimte. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat is ontstaan als gevolg van een aan de woningzoekende of lid van diens huishouden toe te rekenen handelen of nalaten, indien de woningzoekende in de gemeente is komen wonen zonder te zorgen voor adequate woonruimte voor zichzelf of eventuele nareizende leden van zijn of haar huishouden. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien de woningzoekende bij een huisvestingsprobleem in het verleden, vóór het doen van de aanvraag, met een urgentieverklaring in dezelfde urgentiecategorie is verhuisd naar een andere zelfstandige woonruimte en dit niet tot een oplossing heeft geleid.

Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien het huisvestingsprobleem gerelateerd aan onderhoud- of overlastproblemen, zoals vocht, tocht óf schimmel. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien het huisvestingsprobleem gerelateerd is aan een gebrek aan isolatie en/of beglazing. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien het huisvestingsprobleem is gerelateerd aan overlast, zoals burenoverlast. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat niet of in onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte óf naar een andere zelfstandige woonruimte, indien bedreiging aan een adres door ex-partner of een familielid de aanleiding is voor het huisvestingsprobleem, in het geval dat de toekomstige woonruimte naar verwachting ook bekend zal zijn.

Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, wanneer de aanvraag binnen twee jaar nadat een eerder aan de woningzoekende of een lid van diens huishouden verstrekte urgentieverklaring is vervallen of ingetrokken met de toepassing van artikel 4:8 of 4:9, dit betekent onder andere dat het huishouden van de woningzoekende een urgentieverklaring heeft 31

4:5, onder h

2.1.8, onder b

4:5, onder h

2.1.8, onder c

4:5, onder i

2.1.9, onder a

4:5, onder i

2.1.9, onder b

4:5, onder j

2.1.10, onder a

4:5, onder j

2.1.10, onder b

4:5, onder j

2.1.10, onder c

toegewezen gekregen en daarmee in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een woning heeft geaccepteerd. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, wanneer de aanvraag binnen twee jaar nadat een eerder aan de woningzoekende of een lid van diens huishouden verstrekte urgentieverklaring is vervallen of ingetrokken met de toepassing van artikel 4:8 of 4:9, dit betekent onder andere dat het huishouden van de woningzoekende tot twee jaar voorafgaand aan de aanvraag een urgentieverklaring heeft toegewezen gekregen, maar toen geen passende woonruimte heeft geaccepteerd. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, wanneer de aanvraag binnen twee jaar nadat een eerder aan de woningzoekende of een lid van diens huishouden verstrekte urgentieverklaring is vervallen of ingetrokken met de toepassing van artikel 4:8 of 4:9, dit betekent onder andere dat een aan het huishouden van de woningzoekende toegewezen urgentieverklaring in de afgelopen twee jaar voorafgaand aan de aanvraag is ingetrokken. Een woningzoekende kan niet worden ingedeeld in een urgentiecategorie, indien de woningzoekende niet in staat is om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien. Hiervan is sprake als het huishouden van de woningzoekende geen, of onvoldoende, inkomen uit arbeid, onderneming of uitkering heeft.

Een woningzoekende kan niet worden ingedeeld in een urgentiecategorie, indien de woningzoekende niet in staat is om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien. Hiervan is sprake als de woningzoekende en het huishouden schulden heeft die niet zijn geregeld als bedoeld in artikel 1.2.2, van de Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2023. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien het huishoudinkomen hoger is dan anderhalf maal het norminkomen van artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag. Dit betekent dat alle leden van het huishouden boven de 18 jaar hun inkomen dienen aan te tonen. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien het huishoudinkomen hoger is dan anderhalf maal het norminkomen van artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag. Dit betekent dat het inkomen van inwonende kinderen onder de 23 jaar is vrijgesteld. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien het huishoudinkomen hoger is dan anderhalf maal het norminkomen van artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag. Dit betekent dat een (bruto) huishoudinkomen van een eenpersoonshuishouden niet hoger zijn dan € 47.699 (2024) / € 49.669 (2025) en het (bruto) huishoudinkomen van een meerpersoonshuishouden niet hoger zijn dan 32

4:5, onder j

2.1.10, onder d

4:5, onder k

2.1.11, onder a

4:5, onder k

2.1.11, onder b

4:5, onder l

2.1.12, onder a

4:5, onder l

2.1.12, onder b

4:5, onder m

2.1.13, onder a

4:5, onder m

2.1.13, onder b

€ 52.671 (2024) / € 54.847 (2025). Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien het huishoudinkomen hoger is dan anderhalf maal het norminkomen van artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag. Dit betekent dat een (bruto) huishoudinkomen van een eenpersoonshuishouden niet hoger zijn dan € 47.699 (2024) / € 49.669 (2025) en het (bruto) huishoudinkomen van een meerpersoonshuishouden niet hoger zijn dan € 52.671 (2024) / € 54.847 (2025). Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld indien de woningzoekende naar verwachting bij toepassing van de in artikel 3:5, eerste lid, van de verordening binnen drie maanden een andere woonruimte kan krijgen. Het college gaat ervan uit dat de woningzoekende in staat is om zonder een urgentieverklaring een woonruimte toegewezen te krijgen, indien de woningzoekende in het verleden één of meerdere woningen aangeboden heeft gekregen, welke gelet op het huisvestingsprobleem passend worden geacht. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld indien de woningzoekende naar verwachting bij toepassing van de in artikel 3:5, eerste lid, van de verordening binnen drie maanden een andere woonruimte kan krijgen.

Het college gaat ervan uit dat de woningzoekende in staat is om zonder een urgentieverklaring een woonruimte toegewezen te krijgen, indien er in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag op Woonnet-Haaglanden woonruimten, die gelet op het huisvestingsprobleem passend worden geacht, zijn toegewezen aan kandidaten met een kortere (woonduur en) inschrijfduur. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien de woningzoekende woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is. Dit geldt in ieder geval voor een woningzoekende die inwonend is. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien de woningzoekende woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is. Dit geldt in ieder geval voor een woningzoekende die een onzelfstandige woonruimte huurt. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien de woningzoekende niet eerst zelf, direct voorafgaand aan de aanvraag, gedurende minstens drie maanden, tenminste 2 keer per week, aantoonbaar heeft gereageerd op beschikbaar en passend woningaanbod. Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien de woningzoekende veelvuldig of uitsluitend op eengezinswoningen reageert.

33

4:5, onder n

2.1.14,

4:5, onder n

2.1.14, onder a

4:5, onder n

2.1.14, onder b

Een woningzoekende kan niet worden ingedeeld in een urgentiecategorie, indien de woningzoekende niet ten minste al twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aansluitend als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) in één van de gemeenten in de regio Haaglanden. Een woningzoekende kan niet worden ingedeeld in een urgentiecategorie, indien de woningzoekende niet ten minste al twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aansluitend als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) in één van de gemeenten in de regio Haaglanden. De woningzoekende wordt niet gezien als een bewoner, die staat ingeschreven in de BRP van één van de regiogemeenten, wanneer de woningzoekende in een bedrijfspand, caravan of een provisorisch onderkomen verblijft. Een woningzoekende kan niet worden ingedeeld in een urgentiecategorie, indien de woningzoekende niet ten minste al twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aansluitend als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) in één van de gemeenten in de regio Haaglanden. De woningzoekende wordt niet gezien als een bewoner, die staat ingeschreven in de BRP van één van de regiogemeenten, wanneer de woningzoekende in een gebouw verblijft dat ongeschikt is voor bewoning.

34

Samenstelling commissie in 2024 De samenstelling, taken, bevoegdheden, werkwijze en tenaamstelling van de DAV zijn vastgelegd in het Reglement Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Delft in 2009. In 2024 bestond de DAV uit de volgende leden: Voorzitter - Mevrouw N. de Ridder Gemeente Delft lid - Mevrouw L. Palomba, plaatsvervangend voorzitter - Mevrouw J. Buzing, plaatsvervangend lid Woningcorporaties lid - Mevrouw A. van der Velde (Stedelink) - Mevrouw A. Fuit (Vidomes), plaatsvervangend lid DAV-secretaris - Mevrouw M. Plugge (tot 9 januari 2024) - Mevrouw N. Mirani (vanaf 30 januari 2024) - Mevrouw I. Koene, plaatsvervangend secretaris De leden van de DAV worden voor twee jaar door het college van B&W benoemd en kunnen eenmaal voor maximaal twee jaar worden herbenoemd. De voorzitter is onafhankelijk en wordt via werving aangetrokken. De voorzitter ontvangt een bescheiden honorarium voor elke voorgezeten vergadering. De DAV is in 2024 ambtelijk ondersteund door de DAV-secretaris van Samenleving/Regie op Uitvoering, gemeente Delft.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16201260/1