Jaarverslag DAV 2024
Tekst van het document
2024 Jaarverslag Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling
Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling Gemeente Delft
0
Inhoud Voorwoord
2
Inleiding
3
1. Aanvragen
4
1.1
Aantal ingediende aanvragen
4
1.2
Aantal toewijzingen en afwijzingen per urgentiecategorie
5
2. Advies DAV
6
2.1 Ontwikkeling toewijzingen en afwijzingen 2.1.1 Hardheid 2.1.2 Ingediende aanvragen, aanhouding, intrekking en buiten behandeling
6 7 8
2.2
9
Bezwaarschriften 2024
3. Casuïstiek
11
3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5
11 11 12 12 13
Verblijf uit tijdelijke opvang Financieel (woonkostentoeslag) Sociaal-medisch Mantelzorg Kinderopvangtoeslagenaffaire (Kota)
4. Verzilvering urgenties 4.1.1 4.1.2
Aantal urgenties per zoekaanbod Aantal verzilverde urgenties per gemeente/woonplaats dd. 31-12-2024
5. Signalen, ontwikkelingen en aanbevelingen 5.1.1 5.1.2
Signalen en ontwikkelingen Aanbevelingen
15 15 15
17 17 21
Bijlage 1. DAV-commissie
24
Bijlage 2. Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring
27
1
Voorwoord In 2024 hebben naar schatting 250 mensen geïnformeerd of zij met voorrang in aanmerking konden komen voor een woning. Uiteindelijk zijn 41 urgentieaanvragen ingediend. De meeste mensen maken geen kans op een urgentie omdat er 1 of meerdere afwijzingsgronden zijn. Veel voorkomende afwijzingsgronden zijn (zie ook bijlage 2): - de situatie is niet levensbedreigend of levensontwrichtend; - een beëindiging van de relatie/scheiding is oorzaak van het huisvestingsprobleem; - dakloosheid, inwoning of de beperkte grootte van de woning, zijn geen reden voor urgentie. Een beperkt aantal mensen komt wel in aanmerking voor urgentie: het gaat om aanvragers die gebruik hebben gemaakt van de herstelregeling kinderopvangtoeslag of woonkostentoeslag, uitstromen uit een blijf-van-mijn-lijf instelling, dan wel een aanvraag doen op basis van een mantelzorgverklaring of op basis van levensbedreigende en/of levensontwrichtende omstandigheden. 20 aanvragen zijn gehonoreerd. Een aantal mensen van wie de aanvraag is afgewezen hebben hulp gekregen van het sociaal team. Het is belangrijk dat mensen met een huisvestingsprobleem hun verhaal kunnen doen en dat zij hulp kunnen krijgen bij het zoeken naar een woning en bij een eventuele urgentieaanvraag. Medewerkers van de woningcorporaties Stedenlink, Vidomes of Woonbron doen dit naar beste kunnen.
Ik was 3 jaar onafhankelijk voorzitter van de Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling (hierna: DAV). Een klein team, dat de aanvragen streng heeft getoetst op de verordening en beleidsregels, met aandacht voor bijzondere omstandigheden. Dit heeft altijd geleid tot unanieme besluiten. Vanuit mijn verantwoordelijkheid voor het proces, ging mijn zorg uit naar het lerend vermogen van de DAV, waaronder de registratie van kerngegevens. Ook de omgang met onderliggende adviezen, zoals de Wmo-adviezen en het wel of niet aanvragen van extra adviezen bij Salude, was een belangrijk aandachtspunt. Het drie maandelijks voortgangsoverleg biedt een goede basis om actie te ondernemen op basis van signalen vanuit de DAV. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het aanscherpen van de beschikking woonkostentoeslag. Tot slot wil ik benoemen hoe belangrijk het is dat er blijvend aandacht is voor aanvragers die tussen wal en schip dreigen te vallen. In 2024 zijn dit met name vrouwen met kinderen die na beëindiging van een relatie langere tijd dakloos zijn en/of inwonen onder slechte omstandigheden. Nelly de Ridder voorzitter Delftse Adviescommissie 2022 - 2025
2
Inleiding Mensen in bijzondere woonomstandigheden kunnen een urgentieverklaring krijgen waarmee zij voorrang krijgen bij het zoeken naar een sociale huurwoning. Via de website van de gemeente (www.delft.nl/urgentieverklaring) wordt informatie gegeven over de mogelijkheid om zo’n urgentie aan te vragen. De aanvragers worden bij hun urgentieaanvraag begeleid door rapporteurs: ervaren medewerkers van woningcorporaties Woonbron, Stedelink en Vidomes. Dat is belangrijk omdat het verzamelen van de noodzakelijke documenten een ingewikkelde opgave is. De aanvragen worden vervolgens ingediend en getoetst door de Delftse Adviescommissie Voorrangsbepaling (hierna: DAV). De DAV is een toetsingscommissie, zoals bedoeld in de Huisvestingsverordening Delft 2023. De DAV is een onafhankelijke commissie bestaande uit een vertegenwoordiger van de Delftse woningcorporaties, een vertegenwoordiger vanuit gemeente Delft, een onafhankelijke voorzitter en wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. De DAV toetst alle individuele urgentieaanvragen en adviseert het college van de gemeente Delft over het wel of niet verlenen van een (woon)urgentie oftewel urgentieverklaring. Het is de taak van de DAV om op een correcte wijze, aan de hand van de toetsingskaders, aanvragen te beoordelen. Om vervolgens een advies te geven aan het college van B&W. Enerzijds streng en anderzijds invoelend m.b.t.
signaleren van maatschappelijke ontoelaatbare situaties. In de kern gaat het om levensbedreigende, of -ontwrichtende situaties waar de aanvragers ongewild in beland zijn geraakt en waarbij een nieuwe woning de basis van de oplossing biedt. Naast het beoordelen van de aanvragen heeft de DAV de taak om knelpunten in de regelgeving of de uitvoeringspraktijk te signaleren. In 2024 vergaderde de DAV één keer per drie weken. Dit komt neer op 17 commissievergaderingen. Daarnaast vindt regelmatig overleg plaats tussen de voorzitter, de secretaris, betrokken ambtenaren en de procesverantwoordelijke managers door middel van een voortgangsoverleg. Jaarlijks worden ervaringen uitgewisseld met de rapporteurs van de 3 betrokken woningbouwcorporaties. De DAV streeft ernaar, dat alle aanvragen zo spoedig mogelijk worden behandeld binnen de van toepassing zijnde wettelijke termijnen. De procedure is, dat een aanvraag binnen 8 weken is behandeld. De behandeltermijn gaat in op het moment dat een aanvraag, compleet met bijlagen, door de gemeente Delft is ontvangen. Zo nodig kan de behandeling van een aanvraag met maximaal 6 weken worden verlengd. In de gevallen, dat dit nodig is, wordt de aanvrager hierover schriftelijk geïnformeerd. Hoofdstuk 1 van dit jaarverslag bevat cijfers en toelichtingen over de in 2024 ontvangen aanvragen en de behandeling hiervan.
Waar het kan is een vergelijking gemaakt t.o.v. het voorgaande jaar. In hoofdstuk 2 zijn de adviezen van de DAV in beeld gebracht. Deze worden in hoofdstuk 3 nader toegelicht aan de hand van een aantal casussen, die veel voorkomende en/of opmerkelijke aanvragen beschrijven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in de verzilvering van urgenties. Waarna in hoofdstuk 5 belangrijke ontwikkelingen worden gesignaleerd en aanbevelingen worden gedaan.
3
1. Aanvragen 1.1
Aantal ingediende aanvragen
Aangevraagd via Woonbron Delft Stedelink Delft Vidomes Delft Gemeente Delft/Financiële winkel Totalen
8 33 12 1 54
2023 14,8% 61,1% 22,2% 1,9% 100%
11 18 10 2 41
2024 26,8% 43,9% 24,4% 4,8% 100%
Tabel 1. Aantal ingediende aanvragen naar herkomst
In 2024 zijn 41 aanvragen bij de DAV ingediend. 1 aanvraag heeft de aanvrager ingetrokken. Deze aanvragen werden merendeels ingediend bij de 3 Delftse woningcorporaties: Stedelink. In het jaar 2024 zijn er 2 aanvragen vanuit de financiële winkel (gemeente Delft) ingediend naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagenaffaire (Kota). Urgentie via het convenant ‘Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen’ Huisvesting zorgafhankelijke groepen
2023
2024
77
70
Tabel 2. Ingediende aanvragen via het convenant ‘Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen’
Medio 2021 trad het convenant ‘Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen’ in werking. Personen, die uitstromen uit een zorginstelling hoeven hierdoor geen urgentie meer aan te vragen, maar worden onderhands bemiddeld op grond van artikel 3:9 van de Huisvestingsverordening Delft 2023. In bovenstaande tabel is een afname te zien in het aantal aanmeldingen t.o.v. 2023. De aanmeldingen worden zonder tussenkomst van de DAV op de onderhandse bemiddelingslijst geplaatst. Aanvragen in het kader van herstructurering passeren wel de DAV. In 2024 waren dit 72 aanvragen. Zij worden in de hierna volgende overzichten niet meegenomen.
4
1.2
Aantal toewijzingen en afwijzingen per urgentiecategorie
De Huisvestingsverordening Delft 2023 en Beleidsregels urgentieverklaringen Delft 2023 stellen harde voorwaarden aan het verlenen van een urgentieverklaring. Voorkomen moet worden dat de druk op het aantal beschikbare woningen onnodig extra wordt vergroot en dat de urgentieverlening ten koste gaat van andere woningzoekenden die eveneens in een moeilijke situatie verkeren. De aanvragen waarover de DAV een advies heeft uitgebracht zijn onderverdeeld in 5 categorieën, zoals genoemd in de huisvestingsverordening: verblijf uit tijdelijke opvang (blijfvan-mijn-lijf), mantelzorg, Kota, woonkostentoeslag en sociaal-medisch.
2024 Toegekend Verblijf uit tijdelijke opvang: vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijf) Mantelzorg Kota Woonkostentoeslag Sociaal medisch Totalen
Waarvan op hardheid
6
14,6%
6
5
3 2 3 27 41
7,3% 4,9% 7,3% 65,9% 100,0%
2 2 3 7 20
1 0 1 5 12
Tabel 3. Aantal ingediende aanvragen op urgentiecategorie
Er zijn 20 urgenties toegekend. Daarbij heeft de DAV 12 keer gebruik moeten maken van de hardheidsclausule: 5 keer bij uitstroom vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijf), 1 keer bij mantelzorg, 1 keer bij woonkostentoeslag en 5 keer bij sociaal medische aanvragen.
5
2. Advies DAV 2.1
Ontwikkeling toewijzingen en afwijzingen
Toewijzingen Afwijzingen Overig (ingetrokken/buiten behandeling, aangehouden)
142 84 11
2019 59,9% 35,4% 4,6%
79 63 17
2020 49,7% 39,6% 10,7%
51 46 9
2021 48,1% 43,4% 8,5%
29 25 1
2022 52,7% 17 45,5% 36 1,8% 1
2023 31,5% 20 66,7% 18 1,8% 3
2024 48,7% 43,9% 7,3%
Totaal ingediende aanvragen DAV
237
100%
159
100% 106
100%
55
100% 54
100% 41
100%
2022
2023
2024
Tabel 4. Advies DAV
2019 Totaal toewijzingen DAV Onderhands bemiddeld via Convenant Huisvesting Zorgafhankelijke doelgroepen Totaal incl. convenant bemiddeling
142
100%
n.v.t. 142
100%
2020 79
100%
2021 51
45,1%
29
25,4% 17
18,1% 20
23,0%
n.v.t.
62
54,9%
85
74,6% 77
81,9% 70
72,0%
79
100% 113
100% 114
100% 94
100% 90
100%
Tabel 5 Vergelijking toewijzingen DAV t.o.v. convenant bemiddeling
De DAV heeft bij het uitbrengen van het advies de mogelijkheid om een aanvraag toe te wijzen of af te wijzen. In hoofdstuk 2.2, wordt verder ingegaan op overige adviezen (ingetrokken en buiten behandeling gestelde aanvragen). Het aantal toewijzingen ligt gemiddeld rond de 50%. In 2023 lag het percentage toewijzingen lager, terwijl het in 2024 met 48,7 % weer dicht bij dit gemiddelde ligt. Wanneer we het aantal toewijzingen vanuit de DAV en het convenant ‘Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen’ (hoofdstuk 1.1) optellen dan zijn er in 2023 in totaal 94 personen geholpen aan huisvesting en in 2024 zijn dit er 87 geweest.
6
2.1.1
Hardheid
Volgens de wet mag iedereen een urgentieverklaring aanvragen. Soms voldoet de aanvrager niet aan de gestelde wettelijke criteria. In situaties wanneer dit leidt tot “onbillijkheid van overwegende aard” kan ten gunste van de aanvrager afgeweken worden van deze verordening. Het uitgangspunt is dat de hardheidsclausule zeer terughoudend wordt toegepast. Afgelopen jaar heeft de DAV 12 keer gebruik gemaakt van deze hardheidsclausule. 5 keer betreft dit aanvragen in de categorie sociaal/medisch waarbij de DAV heeft geconcludeerd dat gezien de levensbedreigende en levensontwrichtende situatie van de aanvrager, het strikt toepassen van de verordening onbillijk zou zijn. Daarbij speelden in het bijzonder een drietal overwegingen: • het was voor de aanvrager onmogelijk om zelf voldoende te reageren op het woningaanbod; • de ouderschapsregeling was nog niet geheel rond, maar werd wel binnen afzienbare tijd verwacht; • de ontwikkeling van 1 of meerdere kinderen komt zeer ernstig in het gedrang. Het merendeel van de situaties waarin in afgelopen jaar hardheid is toegepast betrof het situaties waarin aanpassing van de verordening wordt verwacht. 1 keer betrof het een aanvraag mantelzorg: • het was voor de aanvrager onmogelijk om zelf voldoende te reageren op het woningaanbod.
1 keer betrof het een aanvraag woonkostentoeslag: • De financiële situatie van aanvrager was veroorzaakt door een scheiding/verbroken relatie; in hoeverre de DAV deze afwijzingsgrond wel/niet mag hanteren wordt juridisch onderzocht. 5 keer betrof het een verblijf uit tijdelijke opvang: • Deze aanvragers worden op gezag van de minister, niet langer gehouden aan alle strikte voorwaarden zoals genoemd in de beleidsregels.
7
2.1.2
Ingediende aanvragen, aanhouding, intrekking en buiten behandeling
Bij het ontbreken van één of meerdere benodigde stukken kan een ingediende aanvraag worden aangehouden. Aanvrager wordt dan verzocht om de benodigde stukken binnen een termijn van 10 werkdagen in te dienen. Dit zijn stukken met betrekking tot onder meer schulden, echtscheidingsuitspraken, ouderschapsconvenanten, verkoop van de woning en/of politieaangiften/risicoscreening. Ook kan de DAV tijdens de vergadering besluiten om een medisch advies bij Salude of een advies bij Wmo op te vragen. Nader advies kan noodzakelijk zijn om de situatie van aanvragers beter te kunnen beoordelen. De DAV moet ervoor zorgen dat de adviezen die zij geeft goed onderbouwd zijn. Daarmee wordt er tevens voor gezorgd dat ook in beroepszaken besluiten goed kunnen worden toegelicht en onnodige precedentwerking wordt voorkomen. In 2024 werden 7 aanvragen aangehouden. Van deze 7 aanvragen zijn de ontbrekende stukken binnen de gestelde termijn (6 tot 8 weken) ingediend. Aanvragers kunnen hun aanvraag zonder opgaaf van redenen intrekken. Aanvragen kunnen worden ingetrokken om te voorkomen dat de aanvraag buiten behandeling wordt gesteld of dat de aanvraag wordt afgewezen en de aanvrager de komende 2 jaar geen nieuwe urgentieaanvraag kan indienen. Een andere reden voor het intrekken van een aanvraag is dat de aanvrager tijdens het aanvraagproces zelf al een woning had gevonden.
1 advies is niet overgenomen door het College van B&W. In plaats van een toekenning op hardheid is het een afwijzing geworden. Behandeling aanvragen Compleet ingediende aanvragen toegewezen Compleet ingediende aanvragen afgewezen Buiten behandeling gestelde aanvragen Ingetrokken aanvragen Na aanhouding gecompleteerde aanvragen toegewezen Na aanhouding gecompleteerde aanvragen afgewezen Na aanhouding niet gecompleteerde aanvragen afgewezen Totalen
15 32 0 0 3 4 0 54
2023 27,8% 59,3% 0,0% 0,0% 5,5% 7,4% 0,0% 100%
17 13 2 1 2 5 1 41
2024 41,5% 31,7% 4,9% 2,4% 4,9% 12,2% 2,4% 100%
Tabel 6. Advies DAV
8
2.2
Bezwaarschriften 2024
Bezwaarschiften Ongegronde bezwaarschriften Ingetrokken bezwaarschriften Gegronde bezwaarschriften Nog in behandeling Niet-ontvankelijk verklaarde bezwaarschriften Herzieningsbesluit Totaal ingediende bezwaarschriften
16 9 1 6 3 0 35
2023 45,7% 25,7% 2,9% 17,1% 8,6% 0,0% 100%
3 0 1 9 1 2 16
2024 18,8% 0,0% 6,3% 56,3% 6,3% 12,5% 100%
Tabel 7. Afhandeling bezwaarschriften
In het jaar 2024 zijn in totaal 16 bezwaarschriften ingediend met betrekking tot urgentieverklaringen. Dit zijn er een stuk minder dan in 2023, toen zijn er 35 bezwaarschriften ingediend. Uitkomsten bezwaren Afgelopen jaar 2024 is er één bezwaarschrift gegrond verklaard. Tijdens de hoorzitting is er nieuwe informatie ter sprake gekomen waardoor er ten positieve van bezwaarmaakster wordt afgeweken van het primaire besluit. In dit besluit werd een zoekrestrictie opgenomen. Het college is van mening dat door de gewijzigde omstandigheden, het zoekgebied aangepast kan worden naar heel Haaglanden. Om die reden werd het bezwaar gegrond verklaard. Na effectief communiceren waarbij de overwegingen in het besluit van het college mondeling zijn toegelicht, hebben er geen bezwaarmakers hun bezwaar ingetrokken. Het college heeft in twee bezwaarzaken voorgenomen om het besluit te herzien. In één van de bezwaarzaken ging het om het besluit tot verlenen van urgentie waarna het besluit werd herzien op basis van het aanpassen van het zoekprofiel. Hier werd het type woning ‘eengezinswoningen’ aan toegevoegd. In de andere bezwaarzaak werd naar aanleiding van de verkregen informatie op de hoorzitting besloten tot herziening van de beschikking. De herziening zag in deze zaak op het verlenen van urgentie op grond van de hardheidclausule.
Ook is één bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard nadat de bezwaarmaakster niet aan de gegeven termijn voor indiening van het bezwaarschrift heeft gehouden. Het bezwaarschrift werd na de termijn van 6 weken ingediend en was dus te laat. Te late indiening van het bezwaarschrift leidt tot een niet-ontvankelijk verklaring. Uiteindelijk zijn drie bezwaarmakers ambtelijk gehoord en één bezwaarmaker heeft een ACB zitting bijgewoond. Van de beslissing op bezwaar in deze zaken is slechts één bezwaarzaak na ambtelijk horen gegrond verklaard. De overige bezwaarzaken zijn allen ongegrond verklaard. In negen zaken is nog geen uitkomst. Deze lopen nog (peildatum 1 februari 2025). Binnen gekomen beroep- en bezwaarschriften 1 januari 2024 t/m 31 december 2024 A. Bezwaarschriften (voorrangsverklaring) In tabel 8 staat het totaal aantal binnengekomen bezwaarschriften benoemd. Totaal aantal binnengekomen bezwaarschriften: 16. B. Beroepschriften In 2024 zijn er 4 beroepsschriften ingediend. In één van de zaken was een hoger beroep aangetekend. In deze zaak is er een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Er is nog geen uitspraak in deze zaak gedaan.
9
C. Bijzonderheden bezwaar a. Aantal AH: 12 b. Aantal ACB: 1 D. Redenen voor bezwaar a. Herstructurering (slaapkamer eis): 1 - Waarvan niet ingetrokken na herziening: 0 reden: wens verruiming zoekprofiel benedenwoning/eengezinswoning b. Niet eens met weigeringsgronden passend reageren of het huisvestingsprobleem was redelijkerwijs te voorkomen: 5 c. Niet eens met het zoekprofiel na verleende urgentie: 2 d. Niet eens met weigeringsgrond dakloosheid: 1 e. Van mening dat er tijdens de aanvraag procedure niet goed naar de feiten en omstandigheden is gekeken: 4 f. Van mening dat bezwaar onterecht buiten behandeling is gesteld: 2 g. Niet eens met verlenging urgentieverklaring in de vorm van een eenmalig aanbod: 1
10
3.
Casuïstiek
3.1.1
Verblijf uit tijdelijke opvang
Geanonimiseerde aanvraag vrouwenopvang Aanvrager verblijft in de vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijf) in Almere en is klaar om uit te stromen. Aanvrager haar netwerk is in Delft. Aanvrager komt zelf uit Rotterdam, maar heeft hier geen binding. In deze casus ontbreekt de risicoscreening wat een afwijzingsgrond zou zijn. Een risicoscreening van de instelling van opvang dient toegevoegd te zijn bij de aanvraag, deze moet aansluiten op de aangifte of verklaring van de politie, waaruit blijkt dat er risico op herhaald geweld bestaat. Echter mogen gemeenten aan vrouwen die uitstromen uit de vrouwenopvang geen bindingseisen stellen of aanvullende criteria voor de afgifte van de urgentieverklaring eisen. Voor de uitvoering hiervan is de feitelijke vaststelling dat iemand uitstroomt uit een blijf-van-mijn-lijf huis voldoende. De DAV heeft deze urgentieaanvraag toegekend.
3.1.2
Financieel (woonkostentoeslag)
Geanonimiseerde aanvraag woonkostentoeslag Aanvrager woont samen met haar kind in een particuliere vrije sector woning met een hoge huur. De ex-partner is vanwege huiselijke omstandigheden vertrokken. De hoge huur is niet meer op te brengen door de aanvrager alleen. Aanvrager heeft bijstand voor woonkosten toegekend gekregen. In de brief bijstand voor woonkosten staat dat de aanvrager moet proberen om over uiterlijk 3 maanden een andere woning te hebben, waarvan de woonlasten lager zijn. Ook staat in deze brief dat de aanvrager hiervoor een voorrangsverklaring aan moet vragen bij de woningbouwcorporatie. De DAV heeft deze urgentieaanvraag toegekend, ondanks de weigeringsgrond artikel 4:5, onder b, van de Huisvestingsverordening Delft 2023 en artikel 2.1.2, onder h, van de Beleidsregel Urgentieverklaringen Delft 2023, waarin staat dat er geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende is gescheiden of de samenwonende- of partnerrelatie is verbroken.
11
3.1.3
Sociaal-medisch
Geanonimiseerde aanvraag sociaal-medisch Aanvrager is een vrouw van 37 jaar met 6 kinderen. Aanvrager is bekend bij Delft Support Sociaal Team i.v.m. multiproblematiek. Er zijn zorgen over het sociaal emotionele-, mentale- en lichamelijke welzijn van de inwonende kinderen en moeder. De huidige woning is te klein, het inkomen is laag. De urgentie is toegekend met een eenmalig aanbod omdat Wmo het huis ook moet goedkeuren. Aanvrager is in een uitzichtloze situatie beland en heeft een woning nodig voor herstel en een gezonde manier van leven. Een woning voor een groot gezin is moeilijk te vinden. In overleg met de adviseur wonen en juristen is na een verlenging van de toegewezen urgentie gekozen om eengezinswoning aan het zoekprofiel toe te voegen.
Belangrijk bij deze casus is dat er ondersteuning is door zorgpartijen. Bepaalde doelgroepen zijn gebaat bij hulp bij het zoeken naar een nieuwe woning. Voorheen werd dit door de woningcorporaties gedaan. Geanonimiseerde aanvraag sociaal-medisch Aanvrager is een man van 84 jaar. Aanvrager zijn rechterkant is verlamd geraakt na een CVA. De woning is niet rolstoel en rollator toegankelijk. Dit is ook niet aan te passen. Opmerkelijk is dat de aanvrager niet op passende woningen reageert en woningen heeft afgewezen, terwijl hij wel snel in aanmerking komt voor een woning. De DAV adviseert de aanvraag toe te kennen op hardheid ondanks de weigeringsgronden. Aanvrager heeft vanwege zijn revalidatie, de taalbarrière en afhankelijkheid van anderen onvoldoende kunnen reageren op Woonnet Haaglanden.
3.1.4
Mantelzorg
Geanonimiseerde aanvraag mantelzorg Aanvrager is een vrouw van 39 jaar met twee kleine kinderen. Aanvrager heeft een ongeluk gehad waarbij haar onderbeen op meerdere plaatsen gebroken was. Operaties hebben niet geholpen en aanvrager heeft bewegingsbeperkingen. Moeder is mantelzorger. Wmo-advies is afgegeven voor een gelijkvloerse benedenwoning. De DAV adviseert positief vanwege de mantelzorg. Er is sprake van een levensontwrichtende situatie omdat aanvrager niet zelfstandig de woning kan verlaten of betreden. Aanvrager woont op de 1e etage bereikbaar met een trap.
12
3.1.5
Kinderopvangtoeslagenaffaire (Kota)
Geanonimiseerde aanvraag Kota Aanvrager is een vrouw van 27 jaar met 2 kinderen. Aanvrager is gedupeerde geworden van de toeslagenaffaire. De kinderen moesten van de opvang af en hierdoor kon aanvrager niet meer doorgaan met haar opleiding. Aanvrager ontving geen studiefinanciering meer en was volledig afhankelijk van toeslagen om in haar levensonderhoud te voorzien. Door de financiële druk stapelden de schulden zich op, wat uiteindelijk leidde tot een ontruiming. De aanvraag is in de Kota maatwerkgroep besproken, goedgekeurd en doorgezet naar de DAV. De DAV heeft op deze aanvraag positief geadviseerd. Het is de bedoeling dat rekening wordt gehouden met het aanbieden van een zelfde soort woning welke aanvrager heeft moeten verlaten. De aanvrager kan een zelf zoeken profiel in Woonnet Haaglanden krijgen met 12 maanden zoektijd.
De DAV heeft 2 kinderopvangtoeslagenaffaire (hierna: Kota) urgentieaanvragen ontvangen van de financiële winkel van ouders waarvan de kinderen in de kinderopvang zaten en deze ouders ten onrechte door de belastingdienst als fraudeur zijn aangemerkt. Door de schulden zijn deze ouders hun woning in Delft kwijtgeraakt. In verband met de herstelregeling is er een Kota maatwerkgroep ingesteld. In deze Kota maatwerkgroep nemen deel; een adviseur werk en inkomen, een adviseur wonen en een specialist schuldhulpverlening. Zij bespreken de aanmelding en kijken of de aanvrager voldoet aan de gestelde eisen. Er wordt een advies opgesteld en deze wordt bij de urgentie aanvraag toegevoegd. In onderstaande casussen hebben de aanvragers geen urgentie gekregen. Geanonimiseerde aanvraag sociaal-medisch Aanvrager is een alleenstaande ouder met kinderen. Na het verbreken van de relatie is aanvrager ingetrokken bij haar moeder in een koopwoning. Moeder is overleden en het huis moet verkocht worden wat tot dreiging dakloosheid leidt. In dit gezin speelt multiproblematiek. Deze aanvraag is afgewezen. Er waren meerdere afwijzingsgronden. Geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem. Aanvrager woont met kinderen in de koopwoning, (dreigende) dakloosheid i.v.m. verkoop woning, eerst woning verkopen en met opbrengst een woning huren.
Geanonimiseerde aanvraag sociaal-medisch Aanvrager is verhuisd naar Duitsland vanwege zorg en steun bij familie en weer teruggekomen naar Nederland. Aanvrager woont samen met haar man in bij hun dochter. Deze aanvraag is afgewezen. Er waren meerdere afwijzingsgronden. Inwoning bij een ander huishouden, niet naar een woning gezocht alvorens naar Nederland terug te keren. Onvoldoende reacties op Woonnet Haaglanden. De reacties die wel ingediend zijn veelal op eengezinswoningen.
13
Geanonimiseerde aanvraag sociaal-medisch Aanvrager woont in Arnhem bij zijn broer in en verleent mantelzorg aan moeder in Delft. Aanvrager staat 6 maanden ingeschreven op Woonnet Haaglanden en wil graag naar Delft. Deze aanvraag is afgewezen. Aanvrager woont in bij een ander huishouden en laat geen zelfstandige woning achter.
14
4. Verzilvering urgenties In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het aantal urgenties per zoekaanbod en het aantal verzilverde urgenties per gemeente/woonplaats. 4.1.1
Aantal urgenties per zoekaanbod
Toegekende urgenties Vrij zoeken Eenmalig aanbod Totalen
11 6 17
2023 64,7% 35,3% 100%
17 3 20
2024 85,0% 15,0% 100%
Tabel 8. Aantal urgenties per zoekaanbod
In 2024 zijn 20 urgenties (urgentieverklaringen) toegekend, waarvan 17 vrij zoek urgenties en 3 eenmalig aanbod urgenties. In geval de woningzoekende als gevolg van bijzondere, persoonlijke omstandigheden met een specifieke maatwerkoplossing aan woonruimte gematcht moet worden, is het mogelijk om de urgentie toe te wijzen in de vorm van een éénmalig aanbod. Bij het samenstellen van dit jaarverslag zijn 13 urgenties verzilverd, naast nog 7 te bemiddelen woningzoekenden. 4.1.2
Aantal verzilverde urgenties per gemeente/woonplaats dd. 31-12-2024
Toegewezen gemeente/woonplaats Delft Den Haag Rijswijk
Midden Delfland De Lier Delfgauw Leidschendam Nootdorp Pijnacker Voorburg Wassenaar Wateringen Westland Zoetermeer Nog te verzilveren Totalen
8 2 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 2 4 17
2023 47,0% 11,8% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 5,9% 0,0% 0,0% 11,8% 23,5% 100%
4 2 1 0 0 0 2 0 1 3 0 0 0 0 7 20
2024 20,0% 10,0% 5,0% 0,0% 0,0% 0,0% 10,0% 0,0% 5,0% 15,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 35,0% 100%
Tabel 9. Verzilverde urgenties per toegewezen gemeente/woonplaats
In bovenstaande tabel is te zien in welke gemeenten/woonplaatsen de 13 urgenties zijn verzilverd. De meeste woningzoekenden uit Delft verzilveren de urgentie in Delft, dit heeft o.a. ermee te maken, dat de woningzoekende uit Delft komt en binding heeft met de gemeente. Daarnaast is urgentie middels een eenmalig aanbod vrijwel altijd in Delft. De woningzoekende heeft bij een eenmalig aanbod geen vrije keuze in woonplaats en is afhankelijk van het vrijkomend woonaanbod in Delft. De regionale onderhandse bemiddelingslijst is er nog niet. De wens is er wel vanuit SVH en de regiogemeenten om een regionale onderhandse bemiddelingslijst in het leven te roepen.
15
Zodra er een regionale onderhandse bemiddelingslijst is kunnen woningzoekenden ook een eenmalig aanbod krijgen in regio Haaglanden. Nu kunnen alleen de aanvragers met een vrij zoek urgentie een woning zoeken in heel regio Haaglanden. Als een vrij zoek urgentie niet verzilverd kan worden binnen 3 maanden, kan een verlenging aangevraagd worden. Een verlenging is altijd middels een eenmalig aanbod (in Delft). Voor de eenmalig aanbod urgenties kiezen de woningcorporaties soms om een woning met 2 slaapkamers aan te bieden als de bemiddeltijd oploopt (6 tot 9 maanden). Vooral als de aanvrager kinderen heeft die in het kader van co-ouderschap ook bij hem of haar verblijven. Voor jongeren (zonder kinderen) geldt dit 1-slaapkamer probleem minder, omdat aanvragers tot 27 jaar in aanmerking kunnen komen voor een HAT-woning.
16
5. Signalen, ontwikkelingen en aanbevelingen 5.1.1
Signalen en ontwikkelingen
Een groot aantal mensen vraagt hulp Ook dit jaar hebben veel mensen contact gezocht met de woningcorporaties om te informeren of zij in aanmerking kunnen komen voor een urgentie. Naar schatting gaat het om ruim 250 mensen, waarvan voor 39 mensen urgentie is aangevraagd. Het is belangrijk dat deze gegevens beter worden bijgehouden. Een aantal aanvragers van urgentie, deden dit ondanks een negatief advies van de intakers. Dat wil zeggen dat de verwachting uitgesproken was dat de urgentie naar alle waarschijnlijkheid niet verleend zou gaan worden. Voor deze aanvragers was het desondanks belangrijk om middels hun aanvraag aandacht te vragen voor hun verhaal/situatie. Voor slechts een klein aantal mensen biedt een urgentieverklaring de oplossing. Een groot aantal mensen heeft wel hulp nodig bij het “op eigen kracht” vinden van een woning. Ontwikkelingen bij de intake In Delft gaat de intake via 3 woningbouwcorporaties. Iedereen die een urgentie wil aanvragen kan hiervoor terecht bij Vidomes, Woonbron of Stedelink. Op de site van de gemeente staat vermeld welke regels de gemeente Delft hanteert bij het verlenen van urgenties, en op welke wijze een urgentie kan worden aangevraagd. Op de sites van deze woningbouwcorporaties staat op verschillende manieren vermeld wat de regels van de gemeente Delft zijn.
Vanuit de gemeente Delft is aandacht gevraagd voor een meer eenduidige wijze van informeren. De DAV blijft aandacht vragen voor de benodigde ondersteuning van de ‘intakers’ bij de 3 woningcorporaties. De werkdruk van de ‘intakers’ is groot. En gedurende de zomerperiode kreeg de gemeente signalen binnen dat woningcorporaties onvoldoende bereikbaar waren. Inmiddels is vanuit de corporaties gemeld dat zij hun werkproces hebben verbeterd en dat er verschillende personele wisselingen hebben plaats gevonden. Jaarlijks organiseert de DAV in oktober een bijeenkomst met ‘de intakers’ van de woningcorporaties. In dit overleg worden ervaringen uitgewisseld en verbeterpunten benoemd. In 2023 was de samenwerking met de seniorenmakelaar een belangrijk aandachtspunt. In 2024 stond de samenwerking met de Wmo-adviseurs centraal. Zij geven advies als het gaat om urgenties met betrekking tot levensbedreigende en levensontwrichtende situaties. Het is voor de DAV belangrijk dat dit kwalitatief goede adviezen zijn. De intakeformulieren die gebruikt worden bij de aanvraag worden summier ingevuld. De urgentiecategorie waaronder de aanvraag valt is vaak niet/verkeerd ingevuld. En ook de afwijzingsgronden zijn veelal onvoldoende in beeld gebracht. In de DAV vergaderingen heeft dit alsnog plaatsgevonden. Hierdoor is werkdruk verplaatst van de intakers naar de DAV.
Het is gewenst om hier opnieuw de balans in te vinden.
17
De behandeling van de aanvragen In 2024 vonden ook in de DAV verschillende personele wisselingen plaats. Er kwamen nieuwe vertegenwoordigers van zowel de gemeente als van de woningcorporaties. Ook de ambtelijke ondersteuning veranderde. Na een tijdelijke onderbreking van een jaar heeft de DAV weer ervaren ondersteuning. In 2025 zal met het komend vertrek van de voorzitter een nieuw team het werk voortzetten. In de DAV worden de aanvragen streng getoetst op de verordening en beleidsregels. Indien er geen afwijzingsgronden zijn kan de urgentie direct worden toegekend. Maar soms zijn deze er wel. In deze situaties wordt de urgentie niet automatisch afgewezen maar wordt verkend of de hardheidsclausule toegepast dient te worden. De DAV beoordeelt streng, maar ook met gevoel voor bijzondere omstandigheden. In 2024 heeft de DAV de hardheidsclausule 12 keer toegepast. Dit was om zeer uiteenlopende redenen. In een aantal gevallen was de aanvrager niet in staat om 3 maanden voorafgaand aan de urgentieaanvraag, voldoende te reageren op Woonnet Haaglanden. De situatie waarin aanvragers zich bevonden (levensbedreigend en/of levensontwrichtende situaties) maken het aannemelijk dat zij daar niet toe in staat waren. Inmiddels is de verordening op dit punt aangepast, en in 2025 kunnen deze urgenties worden verleend zonder gebruik te maken van de hardheidsclausule.
Op een aantal andere punten heeft de DAV kenbaar gemaakt dat aanpassing van de verordening wenselijk is. In afwachting van de gewenste aanpassing van de verordening is 5 keer gebruik gemaakt van de hardheidsclausule in de volgende situaties: • Bij urgenties betreffende uitstroom uit Blijf-van-mijn-lijfhuizen. De regelgeving op dit punt is overruled door nationale regelgeving. Zo mogen de voorwaarden met betrekking tot het aanleveren van diverse documenten, niet meer strikt gehanteerd worden. Vijf van de 12 verleende urgenties met gebruik making van de hardheidsclausule betreffen aanvragen in de categorie Uitstroom Blijf-van-mijn-lijfhuizen. • Bij sociaal-medische aanvragen i.v.m. een scheiding is het niet altijd mogelijk om alle benodigde informatie (bijvoorbeeld het ouderschapsplan) tijdig te overleggen, terwijl wel is te voorzien dat het bescheiden op korte termijn voor handen zal zijn. In een tweetal situaties is gebruik gemaakt van de hardheidsclausule vanwege lokaal beleid: • Aanvragers van een urgentie moeten een zelfstandige woningen achterlaten: dit jaar speelde dit een rol bij 1 van de urgenties op basis van sociaal-medische omstandigheden. De aanvrager woonde in een wooncollectief en liet derhalve geen zelfstandige woning achter. • Daarnaast is de hardheidsclausule toegepast bij een urgentieaanvraag in de categorie woonkostentoeslag.
Er is onduidelijkheid ontstaan over de afwijzingscriteria die de DAV wel/niet kan hanteren, zoals in het bijzonder ‘het verbreken van een relatie’, al zijnde oorzaak van de ontstane situatie. Hieromtrent heeft de DAV nader advies gevraagd. Van de 5 adviezen uit de categorie sociaal-medisch waarbij gebruik is gemaakt van de hardheidsclausule betrof veelal complexe situaties, waarbij kinderen in hoge mate de dupe dreigden te worden.
18
Advies niet overgenomen Van deze 5 adviezen is 1 advies niet is overgenomen. Het betrof een aanvraag op basis van sociaal-medische gronden waarbij een kind betrokken was in een situatie van dakloosheid waarvoor de daklozenopvang geen oplossing kon bieden. Ondersteunende adviezen en randvoorwaarden De DAV is ervoor verantwoordelijk dat zij haar besluiten baseert op voldoende en juiste informatie. Afgelopen jaar is geconstateerd dat de beschikkingen met betrekking tot de uitstroom van Blijf-van-mijn-lijfhuizen niet aan de vereisten voldeden. Daar is inmiddels in goed overleg met juristen en beleidsmedewerkers een oplossing voor gevonden. Wmo adviezen zijn belangrijke pijlers onder urgentieaanvragen met betrekking tot levensbedreigende en levensontwrichtende situaties. De DAV toetst met name op afwijzingscriteria zoals: is de situatie van de aanvrager veroorzaakt door de huisvestingssituatie, was deze te voorzien, en heeft de aanvrager voldoende gedaan om de ontstane situatie te voorkomen. In sommige situaties vraagt de DAV om aanvullende informatie. Indien er vragen zijn over de gezondheidssituatie van de aanvrager wordt advies ingewonnen bij Salude. In dit soort situaties moet rekening gehouden worden met een mogelijk ongewenste vertraging in de behandeling van de urgentie-aanvraag.
Ten slotte toetst de DAV of voorzieningen waarop aanvragers beroep (hadden) kunnen doen, zoals het daklozenloket, daadwerkelijk een oplossing kunnen bieden. Deze voorziening is alleen bedoeld voor mensen die niet zelfredzaam zijn. Daarnaast is de verblijfsduur een aandachtspunt. De dagopvang voor alleenstaanden is niet geschikt voor een verblijf van langere tijd (jaren). Vanuit de DAV is afgelopen jaar ook navraag gedaan naar de hoogte van het vermogen waarover aanvragers van urgentie mogen beschikken. Vooralsnog is afgesproken dat het vermogen niet hoger mag zijn dan € 36.000,-. De veronderstelling is dat mensen met een groter vermogen de mogelijkheid hebben om een particuliere huurwoning te vinden. Aantal/type verleende urgenties In 2024 zijn minder urgentieaanvragen ingediend dan voorgaande jaren: 41 aanvragen t.o.v. 48 aanvragen in 2023 (exclusief de 6 aanvragen m.b.t. uitstroom zonder zorg, die vanaf 2024 vielen onder de convenant afspraken). Het aantal aanvragen met betrekking tot Blijf-van-mijn-lijf, mantelzorg, woonkostentoeslag en Kota is licht gestegen Het aantal aanvragen met betrekking tot een sociaal-medische urgentie is echter afgenomen: van 39 in 2023 naar 27 in 2024. Het is onduidelijk wat hiervan de oorzaak is. Het is aannemelijk dat alleen nog mensen die verwachten kans te maken op het verkrijgen van een urgentie deze ook aanvragen.
Het aantal positieve adviezen dat de DAV heeft afgegeven is nagenoeg gelijk gebleven met vorig jaar: 20 tegenover 17 in 2023.
19
Vaker vrij zoeken In geval de woningzoekende als gevolg van bijzondere persoonlijke omstandigheden met een specifieke maatwerkoplossing aan woonruimte gematcht moet worden, is het mogelijk om de urgentie toe te wijzen in de vorm van een éénmalig aanbod welke altijd in Delft is. Op deze manier kan voorkomen worden dat door het accepteren van een niet passende woning snel nieuwe huisvestingsproblemen ontstaan. Hier is 3 keer voor gekozen. Wanneer urgentieaanvragen worden verleend op basis van medische gronden, is het belangrijk dat de nieuwe woning voldoet aan de eisen zoals benoemd in het Wmo-advies. Vandaar dat in samenspraak met de aanvrager, Wmo-consulent en de woningcorporaties wordt gezocht naar een vrijkomende woning die voor de aanvrager geschikt is. In sommige situaties kan een MIVA-woning een oplossing bieden. Om dit te kunnen benutten is het gewenst dat er meer inzicht ontstaat in de beschikbaarheid van deze woningen. In de praktijk blijkt het niet mogelijk om regionaal een woning toe te wijzen. Doordat het eenmalig aanbod vrijwel altijd in Delft is kan de bemiddelingstijd oplopen. In deze regio is sprake van een krappe woningmarkt. Woningcorporaties streven ernaar om binnen 3 maanden een eenmalig aanbod te doen. Ook in 2024 is dit niet voor alle urgenten haalbaar gebleken.
Daarom is sinds 2022 de DAV terughoudend in het doen van eenmalig aanbod, de slagingskans van het tijdig vinden van een passende woning is sneller wanneer de aanvrager eerst zelf zoekt. Meer kansen benut om te ruilen De aanvragen gaven geen aanleiding om de mogelijkheden tot woningruil onder de aandacht te brengen. De indruk is dat woningcorporaties actiever woningruil inzetten als middel. Het verlenen van de beschikking en samenwerking met het sociaal team Nadat het advies is gegeven gaat de aandacht van het ondersteunend team van de DAV in het bijzonder uit naar het maken van een beschikking. De DAV werkte alleen op ad hoc basis samen met het sociaal team. Er zijn verkennende gesprekken gevoerd over het operationeel maken van de “Doe tafel”. Op deze wijze zouden mensen met multiproblematiek ondersteund kunnen worden. Het heeft niet geleid tot urgentieaanvragen. Minder bezwaarschriften Wanneer een urgentieverklaring wordt geweigerd kunnen aanvragers in beroep gaan. Dit is een extra reden om een zorgvuldige afweging te maken, en om afwijzingsgronden goed te benoemen en adviezen kritisch te bezien. Er zijn dit jaar minder bezwaarschriften ingediend. Proces verbetering Elke drie maanden vindt een voortgangsoverleg plaats. Doel van dit overleg is om het werkproces van de DAV te verbeteren. Naast juristen maakte dit jaar ook een beleidsmedewerker wonen deel uit van dit overleg.
Op de agenda staat o.a. afstemming met woningcorporaties, de Wmo-adviseurs en medewerkers van het daklozenloket en het sociaal team.
20
5.1.2
Aanbevelingen
Bied de gelegenheid aan mensen om hun verhaal te vertellen Veel mensen zijn op zoek zijn naar een geschikte woning. Niet iedereen kan geholpen worden. Maar iedereen wil wel gehoord worden. Dat merken de mensen bij de woningcorporaties die de intake verzorgen. Zij ervaren hoge werkdruk. Niet altijd kan de telefoon opgenomen worden. Deze situatie vraagt blijvend aandacht. De medewerkers van de 3 betrokken woningcorporaties die de intake verzorgen hebben hier allereerst voldoende tijd voor nodig. Daarnaast is het belangrijk dat er meer gelegenheid komt om ervaring en kennis te delen. Naast de bijeenkomst in oktober biedt een aanvullend regionaal Haaglanden-overleg hiervoor de nodige kansen. Het is gewenst dat er meer mogelijkheden komen om mensen te helpen met zoeken. Verbeter de toegang om urgentie aan te vragen Een goede intake begint bij goede vindbaarheid. Er is blijvend aandacht nodig voor de kwaliteit en eenduidigheid van de teksten op de verschillende websites. Informatie over de urgentieaanvraag is te vinden via www.delft.nl/urgentieverklaring. Verbeter de preadviezen Het benoemen van de juiste urgentiecategorie en de afwijzingsgronden die de aanvraag in zich heeft, zou onderdeel moeten uitmaken van de intake. Deel ervaring en kennis tussen DAV en urgentieverlening via het convenant Delft kent 2 verschillende stromen van urgenties die apart behandeld worden.
De DAV behandelt de urgenties zoals in dit jaarverslag benoemd. Urgenties met betrekking tot uitstroom vanuit zorginstellingen worden apart behandeld conform het convenant met de woningcorporaties. De DAV behandelt ook urgentie-aanvragen in het kader van de herstructurering. Deze ‘passeren’ slechts de DAV en krijgen in deze rapportage verder geen aandacht. Maak werkafspraken als nieuw beleid/nieuwe ontwikkelingen vragen om af te wijken van de verordening Zoals bijvoorbeeld bij: • de uitstroom blijf-van-mijn-lijf: minder eisen stellen en wel/geen hardheid hanteren; • woningen in collectieve woonvormen stimuleren en gelijkstellen aan een zelfstandige woning; • woonkostentoeslag: wel of niet toetsen op de afwijzingsgrond scheiding of verbroken relatie. Deze ontwikkelingen veroorzaakten een stijging van de toepassing van de hardheidsclausule. Deze werd in 12 van de 20 afgegeven positieve adviezen toegepast, waarvan slechts 5 keer in de categorie sociaal medische urgentie. Sociaal medische omstandigheden waarbij de hardheidsclausule kan worden gebruikt De DAV maakte alleen gebruik van de hardheidsclausule in bijzondere situaties waarin (meerdere) kinderen blijvend geschaad dreigden te worden in hun ontwikkeling. De DAV beveelt aan om ook in situaties met multiproblematiek, te kiezen voor het oplossen van het huisvestingsprobleem.
Hiermee komt op een veel breder terrein zicht op een oplossing.
21
Relatie woonkostentoeslag en urgentie Er lijkt een groeiende interesse te zijn voor het aanvragen van woonkostentoeslag. Aanvragers van woonkostentoeslag verwachten dat zij automatisch in aanmerking komen voor een urgentie. Er is onduidelijkheid ontstaan over de criteria waarop de DAV dergelijke aanvragen mag toetsen. De DAV adviseert om in gevallen van scheiding/verbroken relatie geen urgentie te verlenen op basis van woonkostentoeslag. Onderzoek de vermogensgrens De DAV vraagt om een nadere verkenning naar de hoogte van het vermogen waarover aanvragers mogen beschikken. Daaronder ligt de vraag: welk vermogen hebben mensen nodig om kans te maken op de particuliere huurmarkt. In verschillende gemeenten in regio Haaglanden worden verschillende bedragen gehanteerd. Het is wenselijk dat getoetst wordt wat in deze woningmarkt een passend bedrag is. Zie toe op hoge kwaliteit van de adviezen Het is de taak van de DAV om de kwaliteit van de advisering te borgen. Tegelijkertijd is de DAV daarbij afhankelijk van anderen. Een goede samenwerking met de Wmo-adviseurs vraagt in dit kader blijvende aandacht. Wees kritisch op de doorlooptijd van wachttijden van Salude Indien onvoldoende duidelijk is wat de invloed is van medisch beperkingen op de huisvestingssituatie, kan de DAV aanvullend medisch onderzoek aanvragen bij Salude.
De wachttijd bij Salude staat op gespannen voet met de levensbedreigende- en levensontwrichtende situaties waarin aanvragers zich bevinden. Doorverwijzing naar Delft support-sociaal team Verken op welke wijze de doorverwijzing naar het sociaal team kan worden verbeterd. Wanneer een urgentie wordt afgewezen hebben mensen recht op hulp en advies. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden van een wooncoach? Tussen wal en schip In 2024 zijn het met name moeders met kinderen, die na een scheiding/verbroken relatie, de dupe dreigen te worden. Wanneer deze vrouwen door omstandigheden niet langer in het huis van de partner kunnen verblijven raken zij dakloos. Bij het daklozenloket kunnen zij niet terecht indien zij voldoende zelfredzaam geacht worden. Mogelijk kunnen deze vrouwen in uiterste noodopvang krijgen voor henzelf, maar niet voor de kinderen. Wanneer zij afhankelijk zijn van een sociale woning kunnen zij zich niet inschrijven op een ander woonadres zonder de punten in het registratiesysteem van Woonnet Haaglanden te verliezen. Daarmee is het niet mogelijk een tijdelijke woning te huren. Zij zijn afhankelijk van langdurig verblijf bij familie of kennissen. De ervaring van de DAV leert dat dit uiteindelijk tot levensontwrichtende situaties kan leiden. Als gevolg van de lange duur van de logeerperiode kunnen de gastheer/vrouw overbelast raken.
Ook in deze situaties biedt een urgentieaanvraag waarschijnlijk geen soelaas, omdat ‘inwonen’ een afwijzingsgrond is.
22
Huisvestingsverordening en beleidsregels De aanpassing van de huisvestingsverordening is beperkt gebleven tot een aanvulling op de verplichting van aanvragers om 3 maanden voorafgaand aan hun aanvraag voldoende te reageren op het woningaanbod. Eerdergenoemde aandachtspunten van de DAV blijven van kracht: • het behoud van inschrijfduur voor mensen die een urgentie krijgen; • meer mogelijkheden voor regionale bemiddeling; • het achterlaten van een zelfstandige woning herijken als zijnde afwijzingsgrond; • het type maisonnette opnemen in de woonprofielen. Daar voegen we nog aan toe: • het aanpassen van de criteria m.b.t. Blijf van mijn Lijf op basis van nationaal beleid. Inschrijfduur en regionale bemiddeling De DAV herhaalt haar advies om aanvragers de mogelijkheid te geven hun inschrijfduur te behouden zodat zij weer eerder op eigen kracht kunnen reageren op andere woonruimte die beter bij hun wensen aansluit. Wellicht dat de doorstromingsregeling hiervoor mogelijkheden biedt. Daarnaast is het aanbevelingswaardig om te kiezen voor een regionale onderhandse bemiddelingslijst. Aanvragers die uitstromen uit zorgtrajecten hebben vaak een voorkeur om in de omgeving van familie en bekenden woonruimte te krijgen.
Werk aan het lerend vermogen Het 3 maandelijkse voortgangsoverleg binnen de gemeente Delft is een belangrijke basis om aandachtspunten met elkaar te bespreken en elkaar scherp te houden. De aanwezigheid van de beleidsmedewerker wonen draagt zorg voor de communicatie met de woningcorporaties. Binnen Haaglanden is onlangs (27 januari 2025) vanuit urgentiecommissies uit verschillende gemeenten, de wens geuit om vaker en meer structureel kennis en ervaring uit te wisselen. Dit zou vanuit Haaglanden gefaciliteerd moeten worden.
23
Bijlage 1. DAV-commissie Taken en bevoegdheden Adviseren De DAV adviseert het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft over het wel of niet verlenen van een (woon)urgentie oftewel urgentieverklaring. De taken, samenstelling en de werkwijze van de DAV zijn vastgelegd in het reglement, zoals vastgesteld door het college van B&W in 2009. De DAV heeft de taak om aanvragen op correcte wijze aan de hand van de toetsingskaders te beoordelen en haar besluit te adviseren aan het college van B&W. Binnen deze toetsingskaders worden ook de maatschappelijke aspecten van een dergelijk aanvraag zorgvuldig onderzocht. Signaleren De DAV heeft een signalerende taak ten aanzien van knelpunten in de regelgeving of de uitvoeringspraktijk en kan aanbevelingen doen om de uitvoering van het urgentieproces in gemeente Delft te verbeteren. Toetsingskaders In de kern gaat het om levensbedreigende of levensontwrichtende situaties die aanvragers niet meer zelf kunnen oplossen. De aanvrager moet aan een aantal criteria voldoen welke zijn vastgelegd in de Huisvestingsverordening Delft 2023. In de Huisvestingsverordening Delft 2023 staat beschreven wat de toetsingsgronden zijn voor het aanvragen van een urgentie. De Huisvestingsverordening Delft 2023 geeft een mogelijkheid om af te wijken van de toetsingsgronden, indien afwijzen tot extreem schrijnende situaties leidt (hardheidsclausule).
Als de aanvrager het niet eens is met de beschikking van de gemeente, kan bij het rechtsbeschermingsbedrijf bezwaar worden gemaakt. In- en externe contacten De DAV heeft contact met diverse afdelingen binnen de gemeente Delft, maar ook met urgentiecommissies uit de regio. Daarnaast werkt de DAV samen met diverse partners in de stad (bijvoorbeeld woningcorporaties en hulpverlenende instanties). De aanvraagprocedure Het urgentiegesprek De urgentiegesprekken worden gehouden met woningcorporatiemedewerkers (rapporteurs). Tijdens dit gesprek krijgt de aanvrager de ruimte om zijn/haar reden voor het aanvragen van urgentie toe te lichten en het benodigde bewijsmateriaal aan te leveren. De rapporteur beoordeelt of er aanvullend onderzoek nodig. De rapporteur kan een nader (medisch) onderzoek bij Wmo aanvragen. Wmo bekijkt dan welk type woning nodig is voor de aanvrager en of er aanpassingen nodig zijn (bijvoorbeeld een traplift). In deze gevallen gaat de behandeltermijn van de aanvraag pas in als alle ondersteunende gegevens binnen zijn. De urgentie Als er urgentie wordt verleend, heeft de aanvrager drie maanden de tijd om zelfstandig een passende woning te vinden via woonnet-haaglanden.nl of krijgt de aanvrager een eenmalig woonaanbod volgens de Huisvestingsverordening Delft 2023.
24
De urgentie op Woonnet Haaglanden geeft recht om met voorrang op woningen te reageren die binnen het toegewezen urgentieprofiel vallen. Gedurende de drie urgentiemaanden is de aanvrager vrij om binnen het zoekprofiel zelfstandig te reageren binnen de regio Haaglanden. Bij een eenmalig woonaanbod hoeft de aanvrager niet zelf te zoeken via Woonnet Haaglanden. De aanvrager wordt op de onderhandse bemiddelingslijst geplaatst en de woningcorporaties zoeken vervolgens naar een woning die voldoet aan het toegekende zoekprofiel. Zij streven ernaar om binnen 3 maanden een passend aanbod te doen, maar gezien de krappe woningmarkt in deze regio kan het langer duren voordat een passende woning beschikbaar is. Een urgentie middels een eenmalig woonaanbod loopt tot er een passend aanbod is gedaan, er hoeft dus geen verlenging aangevraagd en betaald te worden. Zodra er geschikte woning is, neemt de woningcorporatie die een woning heeft contact op met de aanvrager. Een aanvrager mag een bemiddelend aanbod niet weigeren. Als de aanvrager toch weigert, dan verliest aanvrager zijn/haar urgentie en wordt aanvrager van de onderhandse bemiddelingslijst afgehaald. Er wordt dan geen woning meer gezocht. Wel mag een aanvrager de woning weigeren als aanvrager vindt dat deze niet aan het profiel voldoet dat is afgegeven.
Als aanvrager weigert omdat aanvrager vindt dat de woning niet aan het profiel voldoet, wordt binnen 3 werkdagen nagegaan of de woning wel voldoet aan het toegekende zoekprofiel. Als het oordeel is dat de woning inderdaad niet aan het profiel voldoet, zal een nieuw aanbod worden gedaan aan aanvrager. Voldoet de woning wel aan het profiel, dan is de weigering van aanvrager ongegrond. Aanvrager krijgt dan nogmaals de mogelijkheid om de woning te accepteren. Weigert aanvrager alsnog, dan komt aanvragers urgentie te vervallen en wordt aanvrager van de onderhandse bemiddelingslijst afgehaald. Daarnaast kan de woningcorporatie bij een eenmalig woonaanbod in overleg met de aanvrager en een eventuele zorgverlener aanvullende voorwaarden opnemen in het contract. Indien de aanvrager de aanvullende voorwaarden niet accepteert, wordt dit gezien als een weigering van de woning en de urgentieverklaring wordt daarmee verspeeld. De DAV is vrij om te besluiten of een aanvrager een urgentie krijgt waarmee de aanvrager zelf vrij kan zoeken of dat aanvrager een eenmalig aanbod krijgt. De DAV kiest voor een eenmalig aanbod als de woningzoekende als gevolg van bijzondere, persoonlijke omstandigheden met een specifieke maatwerkoplossing aan woonruimte gekoppeld moet worden of dit vanwege onvermogen niet mogelijk is.
Verlenging Indien het niet is gelukt om binnen drie maanden een woning te vinden, is het mogelijk een verlenging van de urgentie aan te vragen binnen 2 weken nadat de urgentieverklaring niet meer geldig is. Als de verlenging wordt toegekend betekent dit altijd middels een eenmalig woningaanbod. Voor de DAV is het uiterst belangrijk om te toetsen waarom het niet is gelukt om binnen drie maanden een passende woning te vinden. Verlenging van urgentie wordt enkel toegekend als de woningzoekende buiten eigen schuld geen woning heeft kunnen vinden. Een urgentie kan maar één keer verlengd worden. Behandeltermijn De behandeltermijn is 8 weken. De behandeltermijn kan eenmalig worden verdaagd met 6 weken, bijvoorbeeld als een extern advies nodig is om een aanvraag goed te kunnen beoordelen, bijvoorbeeld een medisch advies van Salude. Van de vertraging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. 25
Hardheidsclausule Volgens de wet mag iedereen een urgentieverklaring aanvragen. Soms voldoet de aanvrager niet aan de gestelde wettelijke criteria. Als dit buiten eigen schuld en toedoen is en leidt tot een onaanvaardbare situatie, dan kan de DAV afwijken van deze wettelijke criteria. Op grond van artikel 7:3 van de Huisvestingsverordening Delft 2023 en hoofdstuk 4 van de Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2023 kunnen artikelen van de Huisvestingsverordening dan wel de Beleidsregel buiten toepassing worden gelaten of daarvan worden afgeweken indien dit leidt tot onbillijkheid. Wanneer de DAV afwijkt van deze wettelijke criteria en toch urgentie adviseert en het college neemt dit besluit over, dan valt dit onder de hardheidsclausule.
26
Bijlage 2. Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring Beleidsregel urgentieverklaringen Delft 2023 | Lokale wet- en regelgeving Huisvestingsverordening Delft 2023 | Lokale wet- en regelgeving Huisvestingsverordening Delft 2023
Beleidsregel Urgentieverklaringen Delft 2023
4:5, onder a
2.1.1, onder a
4:5, onder a
2.1.1, onder b
4:5, onder b
2.1.2, onder a
4:5, onder b
2.1.2, onder b
4:5, onder b
2.1.2, onder c
4:5, onder b
2.1.2, onder d
4:5, onder b
2.1.2, onder e
4:5, onder b
2.1.2, onder f
4:5, onder b
2.1.2, onder g
De aanvraag voldoet niet aan algemene criteria voor een huisvestingsvergunning vastgelegd in artikel 2:3 van de verordening en wordt afgewezen, indien de woningzoekende niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt of niet bevoegd is verklaard als bedoeld in artikel 2:3, lid 1, onder b, van de Huisvestingsverordening Delft 2023. De aanvraag voldoet niet aan algemene criteria voor een huisvestingsvergunning vastgelegd in artikel 2:3 van de verordening en wordt afgewezen, indien de woningzoekende of andere leden van het huishouden niet de Nederlandse nationaliteit heeft of hebben, of niet rechtmatig in Nederland verblijft of verblijven zoals is bedoeld in artikel 8, onder a tot en met l van de Vreemdelingenwet 2000. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de huidige woning in een slechte staat verkeert of van onvoldoende kwaliteit is. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende (geluids)overlast ervaart in de woning. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de huidige woning te klein of te groot is voor het huishouden van de woningzoekende.
Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende door medische klachten de huidige woning of behorende tuin niet meer zelf kan onderhouden. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende wil of moet verhuizen vanwege werk, of studie. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende problemen ervaart, omdat de woningzoekende met of zonder kinderen inwoont bij een ander huishouden. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende of diens partner zwanger is.
27
4:5, onder b
2.1.2, onder h
4:5, onder b
2.1.2, onder i
4:5, onder b
2.1.2, onder j
4:5, onder b
2.1.2, onder k
4:5, onder b
2.1.2, onder l
4:5, onder b
2.1.2, onder m
4:5, onder b
2.1.2, onder n
4:5, onder b
2.1.2, onder o
4:5, onder c
2.1.3, onder a
4:5, onder c
2.1.3, onder b
4:5, onder c
2.1.3, onder c
4:5, onder c
2.1.3, onder d
Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende is gescheiden of de samenwonende- of partnerrelatie is verbroken. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende in een onzelfstandige woonruimte woont. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende uit detentie wordt vrijgelaten. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende een tijdelijke huurovereenkomst heeft. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende in onderhuur woont. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende dakloos is of dakloos wordt. Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende een woning wil met voldoende ruimte in het kader van co-ouderschap of bezoekregeling voor kinderen na scheiding of verbroken partnerschap.
Er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem waarvoor indeling in een urgentiecategorie mogelijk is, indien de woningzoekende psychische problemen heeft als gevolg van één of meer van de in artikel 2.1.2, van de Beleidsregel genoemde omstandigheden. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende niet alles wat redelijkerwijs tot diens mogelijkheden behoort, heeft gedaan om het huisvestingsprobleem te voorkomen of op te lossen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende geen beroep doet op huurbescherming, wanneer de verhuurder aangeeft de huur op te willen zeggen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende niet over voldoende financiële middelen beschikt om de zelfstandige woonruimte te huren, tenzij de aanvraag op grond van artikel 4:7, tweede lid, van de Huisvestingsverordening Delft 2023 is gedaan. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende een woning huurt die niet past bij het inkomen van het huishouden.
28
4:5, onder c
2.1.3, onder e
4:5, onder c
2.1.3, onder f
4:5, onder c
2.1.3, onder g
4:5, onder c
2.1.3, onder h
4:5, onder c
2.1.3, onder i
4:5, onder c
2.1.3, onder j
4:5, onder d
2.1.4, onder a
4:5, onder d
2.1.4, onder b
4:5, onder d
2.1.4, onder c
4:5, onder d
2.1.4, onder d
Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende bij dreigend geweld een beroep kan doen op een huisverbod, straatverbod of een contactverbod. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende met behulp van gerichte behandeling diens medische of sociale woonprobleem kan oplossen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende verblijft in een instelling voor maatschappelijke opvang en de uitstroom uit deze instelling aanstaande is en de woningzoekende in staat is om een onzelfstandige woonruimte te bewonen of een beroep kan doen op een convenant woning. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende zelf over voldoende financiële middelen beschikt om het huisvestingsprobleem op te lossen. Er is in ieder geval sprake van een huisvestingsprobleem dat redelijkerwijs te voorkomen is of op andere wijze op te lossen is, indien de woningzoekende bij de gemeentelijke noodopvang kan verblijven.