Inburgeren werkt! Beleidsplan Wet Inburgering 2022-2026
Tekst van het document
4649989
Inburgeren werkt! Beleidsplan Wet Inburgering 2022-2026
0
Voorwoord Gemeenten krijgen vanaf 1 januari 2022 opnieuw een sleutelpositie bij de inburgering van asielstatushouders en gezins- en overige migranten. We spannen ons in voor een succesvolle inburgering. Dit betekent dat we mensen ondersteunen om naar vermogen te mee te doen. Inburgeraars volgen een route naar taal en werk en bereiken daarin hun persoonlijke, hoogst haalbare doel. Ook leren ze de Nederlandse samenleving en haar waarden kennen. Inburgering is een actueel thema. Vele enthousiaste vrijwilligers zetten zich in voor een goede opvang van asielstatushouders. Helaas lopen we ook tegen grenzen op. Het is steeds moeilijker om passende huisvesting te bieden. De recente ontwikkelingen zoals nu in Afghanistan zullen ertoe leiden dat het aantal mensen dat een beroep doet op asiel in Nederland verder stijgt. We zullen ook als Delft op zoek moeten naar andere vormen van huisvesting. De rijksmiddelen die we ontvangen zijn niet toereikend om de extra inzet die Delft de afgelopen jaren deed volledig te continueren. Dit zorgt voor een spanningsveld. Wij moeten onze ambities noodgedwongen temperen. Tegelijkertijd blijft ons doel dat alle Delftse inwoners, dus ook inburgeraars, op eigen kracht verder kunnen. Wij bereiken dit doel door de beschikbare middelen slim in te zetten. Het beleidsplan dat voor u ligt gaat in op de uitvoering van de Wet Inburgering in Delft.
Samen met de betrokken partners en inwoners voeren wij dit beleidsplan uit. Ik heb er alle vertrouwen in dat we met de inzet van de Delftenaar, zowel professional als vrijwilliger, ons doel bereiken.
Lennart Harpe Wethouder Jeugd, Onderwijs, Integratie en Emancipatie
1
Inhoud 1. Nieuwe kansen voor inburgeraars ...................................................................................................... 3 1.1
Inleiding ................................................................................................................................... 3
1.2
Doelstelling Wet Inburgering .................................................................................................. 3
1.3
Doelgroep Wet Inburgering..................................................................................................... 3
2. Gemeentelijke taken nieuwe Wet Inburgering ................................................................................... 4 3. De Wet Inburgering in Delft: aan de slag ............................................................................................ 5 3.1
Delftse uitgangspunten, in lijn met de sociale visie ................................................................ 5
3.2
Samenhang in het sociaal domein........................................................................................... 6
3.3
Omvang doelgroep .................................................................................................................. 6
3.4
De Delftse aanpak in uitvoering .............................................................................................. 7
3.4.1
Brede intake & PIP ........................................................................................................... 8
3.4.2
Voortgang en handhaving van het PIP ............................................................................ 8
3.4.3
Drie leerroutes................................................................................................................. 9
3.4.4
Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) ................................................................ 10
3.4.5
Maatschappelijke begeleiding (MB) .............................................................................. 10
3.4.6
Participatieverklaringstraject (PVT) ............................................................................... 10
3.4.7
Financieel ontzorgen ..................................................................................................... 10
3.4.8
Financiële zelfredzaamheid ........................................................................................... 10
3.5
Randvoorwaarden voor de uitvoering .................................................................................. 11
3.5.1 Verordening .......................................................................................................................... 11 3.5.1 Gegevensregistratie en -uitwisseling ................................................................................... 11 3.6 4.
Mogelijke effecten op andere beleidsvelden ........................................................................ 11
Financiën ....................................................................................................................................... 12 4.1
Wat biedt het Rijk aan financiering ....................................................................................... 12
4.2
Invoeringsgelden ................................................................................................................... 13
4.3
Uitvoeringskosten.................................................................................................................. 13
Conclusie uitvoeringskosten.......................................................................................................... 13 4.4
Inburgeringsvoorzieningen.................................................................................................... 14
Conclusie inburgeringsvoorzieningen ........................................................................................... 14 5.
Monitoring en evaluatie ................................................................................................................ 14 5.1
Monitoring ............................................................................................................................. 15
5.2
Evaluatie ................................................................................................................................ 16
Bijlage 1
Begrippen- en afkortingenlijst ........................................................................................... 17
Bijlage 2
Toelichting Wet Inburgering.............................................................................................. 18
Bijlage 3
Toelichting financiën ......................................................................................................... 24
2
1. Nieuwe kansen voor inburgeraars 1.1
Inleiding
In 2020 is de nieuwe Wet Inburgering aangenomen1. Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe wet in werking. Aanleiding voor de nieuwe wet is dat uit de evaluatie van de Wet Inburgering 2013 verschillende tekortkomingen bleken. De nieuwe Wet Inburgering richt zich op twee doelgroepen inburgeraars: asielstatushouders en gezins- en overige migranten. Het inburgeringsaanbod per doelgroep verschilt. In de huidige situatie zijn alle inburgeraars zelf verantwoordelijk voor het regelen en financieren van het inburgeringstraject. Met de nieuwe Wet Inburgering krijgt de gemeente de regierol over inburgering en wordt zij verantwoordelijk voor de inkoop van inburgeringstrajecten voor een deel van de inburgeraars, t.w. de asielstatushouders. Ook komt er meer aandacht voor werk en participatie gedurende de inburgeringsperiode. Dit beleidsplan gaat in op de aanleiding, de wijzigingen, de impact van de wijzigen, de ambities van de gemeente Delft en hoe we deze vertalen naar beleidskeuzes. In het hoofdstuk Financiën lichten we de kosten en budgetten voor de Wet Inburgering toe.
1.2
Doelstelling Wet Inburgering
Het nieuwe inburgeringsstelsel beoogt, in samenhang met andere wetgeving (in het bijzonder de Participatiewet) een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke doel van inburgering: alle inburgeraars doen snel en volwaardig mee in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Dit doel is landelijk vertaald in een specifiek beleidsdoel: Inburgeraars bereiken het voor hen hoogst haalbare taalniveau (liefst niveau B12) en kennis van de Nederlandse maatschappij, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen vanaf de start van het inburgeringstraject. In bijlage 2 lichten we de Wet Inburgering verder toe.
1.3
Doelgroep Wet Inburgering
De doelgroep in de nieuwe Wet Inburgering blijft ongewijzigd: vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en die anders dan voor een tijdelijk doel in Nederland verblijven zijn inburgeringsplichtig3, tenzij zij op grond van hun leeftijd van de inburgeringsplicht zijn uitgezonderd. De nieuwe Wet Inburgering richt zich op twee doelgroepen inburgeraars: 1. Asielstatushouders: vluchtelingen van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd die zich met een niet-tijdelijk doel in Nederland vestigen, en hun nareizende familieleden die na inwilliging van de gezinshereniging in Nederland mogen verblijven. Asielstatushouders komen niet uit vrije wil. Zij zijn hun land ontvlucht omwille van oorlog of vervolging. Vaak kampen zij met gevoelens van verlies (familie, positie, vermogen etc.), wat hen bijzonder kwetsbaar maakt.
1
De naamgeving is Wet Inburgering 2021. Vanwege de corona pandemie is de inwerkingtreding van de wet uitgesteld.
2 De aanduidingen A1, A2, B1, B2, C1, C2 komen uit een Europees referentiekader voor taalniveaus. A2=eenvoudige
alledaagse kennis; B1=zelfstandig kunnen communiceren in de meest voorkomende situaties. C1= complexere technische teksten. 3 Mensen met een nationaliteit van een EU-land, EER-land, Zwitserland, Monaco, Australië, Canada, Japan, Nieuw-Zeeland, Verenigde Staten of Zuid-Korea zijn niet inburgeringsplichtig. Turkse migranten vallen voortaan ook onder de inburgeringplicht.
3
2. Gezins4- en overige migranten: mensen die uit vrije wil komen, bijvoorbeeld voor gezinsvorming of als geestelijk bedienaar. Deze migranten bereiden zich in hun thuisland voor op hun vertrek naar Nederland. Bovendien helpt in de meeste gevallen een ontvangende partner hen op weg in Nederland. In meerderheid zijn dit geen bijzonder kwetsbare burgers. Iedereen die vóór 1 januari 2022 inburgeringsplichtig is geworden blijft onder de Wet Inburgering 2013 vallen.
2. Gemeentelijke taken nieuwe Wet Inburgering Figuur 1 laat schematisch zien hoe het inburgeringsproces in de nieuwe Wet Inburgering vanaf 1 januari 2022 georganiseerd is. In bijlage 2 lichten we de gemeentelijke taken in het kader van de nieuwe Wet Inburgering toe. Figuur 1: Het inburgeringsproces schematisch weergegeven vanaf het moment dat de inburgeringsplicht is vastgesteld
Ten opzichte van de Wet Inburgering 2013 krijgt de gemeente een aantal nieuwe uitvoerende taken erbij. In tabel 2 worden de gemeentelijke taken onder de Wet Inburgering 2013 vergeleken met de nieuwe taken. Tabel 2: Overzicht gemeentelijke taken nieuwe Wet Inburgering vergeleken met oude situatie Wet inburgering 2013 Nieuwe wet inburgering 2021 Taken gemeente 1. Maatschappelijke begeleiding 2. Participatieverklaringstraject (PVT) • •
Werk en participatie via de Participatiewet Inburgeraar zelf verantwoordelijk voor inkoop taalscholing
Taken gemeente 1. Brede intake & Plan Inburgering en Participatie (PIP) 2. Voortgang en handhaving van het PIP 3. Aanbieden van drie leerroutes met taalscholing, Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) en voor één van de routes ook een participatiedeel 4. Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) 5. Maatschappelijke begeleiding 6. Participatieverklaringstraject (PVT)
4 Er is een verschil tussen de termen gezinsmigranten en gezinsherenigers. Gezinsmigranten migreren uit vrije wil, meestal
om een huwelijk aan te gaan met een partner in Nederland. Gezinsherenigers komen om zich te herenigen met hun gezin, waarvan één of meerdere leden asiel hebben verkregen in Nederland. Zij verkrijgen eveneens de asielstatus.
4
7. Financieel ontzorgen 8. Financiële zelfredzaamheid 9. Inkoop en kwaliteitsbewaking leerroutes •
Werk en participatie via de Participatiewet
De Wet Inburgering kent voor de gemeente andere verplichtingen voor asielstatushouders dan voor gezins- en overige migranten5. In tabel 3 staat het verschil in gemeentelijke taken per doelgroep weergegeven. Tabel 3: Gemeentelijke taken verschillen voor asielstatushouders en gezins- en overige migranten. Taken gemeente Asielstatushouder Gezins- en overige migrant Brede intake & PIP ✓ ✓ Voortgang & handhaving van het PIP 1 van de 3 leerroutes inclusief KNM Module arbeidsmarkt & participatie (MAP) Maatschappelijke begeleiding Participatieverklaringstraject (PVT) Financieel ontzorgen Financiële zelfredzaamheid
✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
✓
✓
✓
3. De Wet Inburgering in Delft: aan de slag In dit hoofdstuk vertalen we de Wet Inburgering naar Delftse uitgangspunten en ambities. Ook lichten we toe op welke manier we de verschillende nieuwe taken inregelen.
3.1
Delftse uitgangspunten, in lijn met de sociale visie
De kern van de Delftse Sociale Visie (2018-2022) is: Meedoen, meetellen is de basis In de Delftse participatiesamenleving sluiten we in: we leven samen in de stad, iedereen doet naar vermogen mee en telt mee. Waar dat kan versterken mensen zichzelf, doen iets voor een ander of voor de stad. De Delftse ambitie inzake inburgering past één op één op de landelijke doelstelling voor de Wet Inburgering. Uitgangspunten bij de uitvoering zijn: 1. Uitvoering vindt plaats binnen de beschikbare Rijksmiddelen De middelen die het Rijk beschikbaar stelt, uitvoeringsmiddelen en middelen om het aanbod aan inburgeringsvoorzieningen te realiseren, zijn kaderstellend voor de uitvoering; 2. Algehele regie bij gemeente, individuele cliëntregie gemandateerd aan uitvoeringspartijen De gemeente voert de algehele regie uit en mandateert Werkse! en Jongerenacademie voor
5
Vanwege de reden van migratie van gezins- en overige migranten (uit vrije wil, aansluiting bij een partner of netwerk) wordt verondersteld dat zij een deel van het aanbod niet nodig hebben (omdat de partner hierin voorziet) of zelf kunnen inkopen en organiseren.
5
de individuele cliëntregie op inburgering van asielstatushouders. De regie op de inburgering van gezins- en overige migranten doet de gemeente zelf. 3. Inkoop van inburgeringsaanbod en kwaliteitsbewaking • De gemeente koopt het inburgeringsaanbod (leerroutes, MAP, maatschappelijke begeleiding, PVT) in; • De gemeente bewaakt de kwaliteit van het inburgeringsaanbod. 4. Samenwerking in de stad, met professionals en vrijwilligers • De gemeente stimuleert samenwerking tussen de verschillende partijen die betrokken zijn bij het inburgeringstraject; • Vrijwilligers leveren een belangrijke bijdrage aan de uitvoering van het informeel leren van de taal, het participatiedeel van de B1-route en Z-route, maatschappelijke begeleiding en financiële zelfredzaamheid. De gemeente stimuleert samenwerking met vrijwilligersorganisaties; • De gemeente koopt de taalroutes B1 en Onderwijsroute gezamenlijk in met de regiogemeenten; 5. Duale trajecten • De gemeente zet in op duale trajecten, er vindt afstemming plaats over individuele trajecten tussen Werkse!, Jongerenacademie en de aanbieders van de leerroutes zodat beide elkaar versterken; • Bij samenloop van inburgeringsverplichtingen en re-integratie en arbeidsverplichtingen (uit de Participatiewet) weegt duurzame integratie zwaarder dan snelle uitstroom uit de uitkering.
Met bovenstaande uitgangspunten biedt gemeente Delft een proces dat inburgeraars sociaal, economisch en taalvaardig zelfredzaam maakt. Het stelt ze in staat om naar vermogen te integreren en participeren in de Delftse samenleving.
3.2
Samenhang in het sociaal domein
De voorliggende nota kent een samenhang met andere beleidsterreinen, waarvan de voornaamste zijn: • Taakstelling huisvesting statushouders; • Beleid basiseducatie voor volwassenen; • Participatiewet; • Armoedebeleid/schuldhulpverlening; • Kader integratie zoals verwoord in de nota Iedereen Delftenaar (jan 2020 risnr. 4133436).
3.3
Omvang doelgroep
Het is ingewikkeld om een prognose te maken van het aantal inburgeraars vanaf 2022 in Delft. Dit komt vooral door de onzekerheid over het aantal asielstatushouders dat de gemeente huisvest. • Het aantal inburgeringsplichtige asielstatushouders is een afgeleide van de, door het Rijk vastgestelde, huisvestingstaakstelling. Deze wordt halfjaarlijks vastgesteld en kan sterk fluctueren. De taakstelling tussen 2017 en 2021 laat zien dat de aantallen in sommige jaren bijna 50% hoger liggen dan in andere jaren. De instroom van vluchtelingen uit Syrië in 2015 leidde tot een forse verhoging, het wegwerken van achterstanden door de IND eveneens. Een crisis in een ander land, zoals nu Afghanistan, kan ook weer tot een verhoging leiden; • Het aantal te huisvesten asielstatushouders betreft ook kinderen, die niet inburgeringsplichtig zijn. Landelijk is de aanname dat gemiddeld 70% van de te huisvesten personen inburgeringsplichtig is; • Er zijn knelpunten in het bieden van huisvesting. Uiteindelijk is het daadwerkelijk aantal gehuisveste personen bepalend voor de aantallen. 6
Om toch enig inzicht te geven in de omvang van de opdracht, is gekeken naar de DUO6 cijfers van het aantal inburgeraars van de afgelopen jaren. Tabel 4 laat dit zien. De aantallen over 2021 zijn nog niet bekend, de huisvestingstaakstelling wel. Tabel 4: Aantallen inburgeraars in Delft, o.b.v. DUO cijfers
Huisvestingstaakstelling inclusief kinderen Inburgeringsplichtige asielstatushouders Inburgeringsplichtige gezins- en overige migranten
2017
2018
2019
2020
2021
136
142
70
70
145
115
71
54
62
767
65
77
89
56
738
De prognose is gebaseerd op de historische cijfers van de afgelopen vier jaar, hiervan is een gemiddelde genomen. We beseffen dat de feitelijke aantallen anders kunnen zijn. Voor 2022 en de daaropvolgende jaren verwachten we gemiddeld 76 inburgeringsplichtige asielstatushouders en 73 inburgeringsplichtige gezins- en overige migranten. De huisvestingstaakstelling van 2021 laat een verdubbeling ten opzichte van 2020 zien. Delft heeft de afgelopen jaren steeds aan de huisvestingstaakstelling voldaan. Op dit moment heeft Delft voor de taakstelling 2021 een achterstand. Dat komt doordat de druk op de woningmarkt enorm groot is. Om deze reden is ook voor 2022 uitgegaan van het lagere aantal inburgeraars.
3.4
De Delftse aanpak in uitvoering
In dit hoofdstuk geven we per onderdeel aan hoe de gemeente Delft de nieuwe Wet Inburgering gaat uitvoeren. Sommige onderdelen voert de gemeente zelf uit, andere worden inbesteed bij uitvoeringspartijen en weer andere ingekocht via een (Europese) aanbesteding. In tabel 5 staat een overzicht van de organisatie van de taken van de WI in Delft. Tabel 5: Overzicht taken Wet Inburgering in Delft
6
Taken Wet Inburgering (2022) Brede intake & PIP
Gemeente Delft •
Afname brede intake en vaststellen PIP voor alle inburgeraars.
Voortgang en handhaving van het PIP
• •
Algehele regie; Voortgangsgesprekken en handhaving op PIP voor gezins- en overige migranten.
Andere partijen
•
Voortgangsgesprekken en handhaving op PIP door Werkse! en Jongerenacademie voor asielstatushouders.
https://duo.nl/zakelijk/inburgering-ketenpartners/cijfers-over-inburgeren/cijfers-inburgeren.jsp
7 Dit betreft een prognose op basis van het gemiddelde over de voorgaande 4 jaren. 8 Dit betreft een prognose op basis van het gemiddelde over de voorgaande 4 jaren.
7
Onderwijsroute
•
Leerroute B1
•
•
•
Z-route
• MAP
•
Maatschappelijke begeleiding & PVT
•
Financieel ontzorgen
•
Financiële zelfredzaamheid
•
Europese aanbestedingsprocedure i.s.m. de arbeidsmarktregio heeft geen aanbieder opgeleverd. Nieuwe procedure wordt gestart. Gunning aan Sagenn middels Europese aanbestedingsprocedure i.s.m. de arbeidsmarktregio; Met Werkse! wordt gekeken naar invulling van een participatiedeel. Taal-deel (800 uur) Z-route is middels meervoudige onderhandse aanbesteding gegund aan Taalschool Rijswijk; Werkse! coördineert het participatiedeel (800 uur). De opdracht van MAP voor alle inburgeraars wordt aan de prestatieovereenkomst van Werkse! toegevoegd. Europese aanbestedingsprocedure start op 1 september, gecontracteerde partij op 1 december bekend.
Uitvoering financieel ontzorgen van asielstatushouders Uitvoering financiële zelfredzaamheid voor asielstatushouders
3.4.1 Brede intake & PIP De gemeente voert de brede intake en het vaststellen van het PIP voor alle inburgeraars uit9. Met deze keuze houdt de gemeente regie over het inburgeringstraject. De gemeente neemt de leerbaarheidstoets af en voert een gesprek met de inburgeraar. In Delft kiezen we voor een basale PIP op hoofdlijnen, met in de bijlage nadere afspraken over het inburgeringstraject. Het vastgestelde PIP dragen we over aan de uitvoeringspartijen. 3.4.2 Voortgang en handhaving van het PIP De uitvoeringspartijen die kennis van en ervaring met de doelgroep hebben gaan aan de slag met het monitoren van de voortgang op de individuele trajecten en indien noodzakelijk de handhaving. Het monitoren van de voortgang gebeurt door het voeren van voortgangsgesprekken met de inburgeraar. Consulenten vragen informatie op over de voortgang van een inburgeraar bij andere partijen betrokken bij het inburgeringstraject. Handhaving gebeurt in het uiterste geval middels boetes; de focus ligt op het voorkomen hiervan. Werkse! monitort de voortgang en voert de 9
De gemeente voert ook het warme overdracht gesprek met het COA, dit vormt input voor de brede intake.
8
handhaving uit van asielstatushouders vanaf 27 jaar uit en Jongerenacademie voert deze taak uit voor asielstatushouders van 18 tot27 jaar. Doordat het PIP de status heeft van een beschikking, mandateert de gemeente de partijen om deze taken uit te voeren. De gemeente bewaakt de voortgang en doet de handhaving bij gezins- en overige migranten. Status van het PIP en Tolkvoorziening Voor de uitvoering van de brede intake, vaststellen en monitoren van het PIP is het noodzakelijk dat een professionele tolkvoorziening beschikbaar is. Het PIP heeft de status van een beschikking, waartegen iemand in bezwaar en beroep kan. De inburgeraar dient goed te begrijpen wat er van hem/haar wordt verwacht. In het budget is een reservering opgenomen voor tolkvoorzieningen. 3.4.3 Drie leerroutes Om aan de inburgeringsplicht te voldoen, moeten alle inburgeraars één van de leerroutes succesvol afronden. De gemeente is verplicht om een leerroute in te kopen voor asielstatushouders, gezins- en overige migranten regelen dit zelf. Het is belangrijk dat asielstatushouders snel kunnen starten met taalscholing en zoveel mogelijk geplaatst worden in lesgroepen van hun eigen niveau. Om dat te realiseren is volume nodig. Daarom is voor de inkoop van de Onderwijsroute en B1-route de keuze gemaakt om regionaal in te kopen10.
Om het informeel leren van de taal te stimuleren, staat in het bestek van de leerroutes dat taalaanbieders vrijwillige taalmaatjes inzetten. Onderwijsroute De Onderwijsroute is nog niet gegund. De Europese aanbestedingsprocedure, in samenwerking met de arbeidsmarktregio, leverde geen aanbieder op11. De nieuwe aanbestedingsprocedure levert, in het beste geval, een gecontracteerde aanbieder op in april 2022. Tot die tijd worden asielstatushouders waarvoor de Onderwijsroute de beste route zou zijn, in de B1-route geplaatst. B1-route Het taaldeel van de B1-route is gegund aan Sagenn12. Er geldt, naast de MAP, geen verplichting t.o.v. een participatiedeel van de B1-route. In Delft wordt belang gehecht aan het bieden van duale trajecten. Daarom wordt met Werkse! invulling gegeven aan een participatie-aanbod. Dit aanbod voert Werkse! uit in samenwerking met (vrijwilligers)organisaties in Delft. Ook zetten we in op het bieden van zoveel mogelijk flexibiliteit in het taalaanbod, zodat asielstatushouders naast inburgering kunnen participeren. Z-route Deelnemers aan deze route moeten 800 uur taallessen volgen en 800 uur participatie. In Delft duurt de Z-route 2 jaar. Het taaldeel van de Z-route is gegund aan Taalschool Rijswijk. Taalexamens zijn geen verplichting bij deze route.
Delft kiest ervoor om asielstatushouders maximaal te stimuleren om taalexamens te doen wanneer zij in staat blijken één of meer van de vaardigheden af te ronden op niveau A1 of A2. In het bestek voor de Z-route staat dat de taalschool hierbij ondersteunt. Werkse! organiseert het participatiedeel van de Z-route. Taalschool Rijswijk en Werkse! werken nauw samen, zoveel mogelijk op één locatie, om een duaal traject te realiseren. Werkse! werkt voor de uitvoering van het participatiedeel samen met (vrijwilligers)organisaties in de stad om invulling te geven aan het programma en aan te sluiten bij bestaand aanbod. Alle uren die bijdragen aan het vergroten van de participatie kunnen meetellen voor het participatiedeel. Dat geldt onder andere voor het PVT, MB en financiële zelfredzaamheid. Delft kiest ervoor om hier optimaal invulling aan te geven.
10
Hiervoor is mandaat verleend door het college in november 2020. Registratienummer: 4411155 - 4411152. De aanbesteding is ingetrokken, met name vanwege de aangeboden prijs. Dit is onderwerp van gesprek tussen het ministerie en onderwijsinstellingen. 12 I.s.m de arbeidsmarktregio is ervoor gekozen om aanvullend op de wettelijke verplichtingen ook een B1-entree route aan te bieden. Hiermee kunnen inburgeraars doorstromen naar MBO-1. 11
9
3.4.4 Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) In Delft voegen we de MAP opdracht toe aan de prestatie-overeenkomst van Werkse!. Werkse! voert dit onderdeel uit voor alle inburgeraars in de B1-route en de Z-route. In de Onderwijsroute wordt een arbeidsmarkt module geïntegreerd. 3.4.5 Maatschappelijke begeleiding (MB) De maatschappelijke begeleiding voor asielstatushouders start zo snel mogelijk na toewijzing van een woning. Maatschappelijke begeleiding is gericht op het wegwijs maken van asielstatushouders in de Delftse samenleving. Dit betekent dat de maatschappelijke begeleiders zaken niet overnemen, maar asielstatushouders stimuleren in zelfredzaamheid zodat hij/zij het ofwel zelf kan, ofwel weet waar hij/zij terecht kan voor hulpvragen. Indien nodig geeft de maatschappelijk begeleider een warme overdracht naar ander aanbod in de gemeente, zoals welzijnsorganisaties of GGZ-partijen. Lichte juridische ondersteuning kan onderdeel uitmaken van het aanbod. Dit betreft ondersteuning bij het invullen van formulieren en het in contact brengen met de juiste instanties, voor bijvoorbeeld het aanvragen van verblijfsdocumenten. Het gaat niet om juridische begeleiding bij procedures zoals gezinshereniging of naturalisatie. Maatschappelijke begeleiding in Delft betreft een periode van 6 maanden, met de mogelijkheid om dit op individuele basis te verlengen tot 9 maanden13.
De uitvoering van maatschappelijke begeleiding gebeurt grotendeels door getrainde vrijwilligers. In het bestek is opgenomen dat de uitvoeringspartij samenwerking zoekt met (informele) partijen in Delft. Maatschappelijke begeleiding en PVT zijn in de uitvoering sterk verweven, daarom voert één partij deze onderdelen gebundeld uit. 3.4.6 Participatieverklaringstraject (PVT) Het participatieverklaringstraject is voor alle inburgeraars en bedraagt in Delft, zoals voorgeschreven in de Wet Inburgering, ten minste 12 uur. Het traject bestaat uit een inleiding in de (wettelijk verplichte) kernwaarden, een excursie en de ondertekening van de participatieverklaring. Daarnaast is in Delft het thema gezondheid een verplicht onderdeel in het PVT14. De aanvang van het PVT is zo snel mogelijk na vestiging in Delft maar is maatwerk op basis van de situatie van een inburgeraar. De inburgeraar rondt het traject uiterlijk 18 maanden na vestiging in Delft af. Met deze keuzes borgen we dat het PVT een goede basis biedt voor verdere inburgering. 3.4.7 Financieel ontzorgen In de wet is opgenomen dat de gemeente asielstatushouders gedurende de eerste 6 maanden dat zij in een gemeente wonen financieel moet ontzorgen. Asielstatushouders hebben de eerste periode dat zij in Nederland zijn nog geen inkomsten uit arbeid maar ontvangen een uitkering participatiewet.
Financieel ontzorgen betekent dat de vaste lasten van huur, gas, water, stroom en zorgverzekering rechtstreeks uit de uitkering worden doorbetaald. Op individuele basis kan de periode van 6 maanden worden verlengd, met name als duidelijk is dat de asielstatushouder nog onvoldoende financieel zelfredzaam is. De gemeente voert dit onderdeel uit. 3.4.8 Financiële zelfredzaamheid Onderdeel van het inburgeringstraject voor asielstatushouders is dat deze groep financieel zelfredzaam wordt. Hiervoor zijn beperkte middelen beschikbaar in de Wet Inburgering. Gemeente Delft gaat hier een aanbod voor ontwikkelen en uitvoeren. We zetten financiële zelfredzaamheid in wanneer een asielstatushouder een paar maanden in Delft woont en de basis op orde heeft. In de uitvoering werken we samen met getrainde vrijwilligers. Het aanbod is per 1 april 2022 beschikbaar.
13
De duur van de maatschappelijke begeleiding is hetzelfde als in de voorgaande periode (Delfts beleid tijdens de Wet Inburgering 2013). 6 maanden blijkt voldoende voor de meeste inburgeraars; het aanvragen van verlenging komt relatief weinig voor. Aan het verlenen van verlenging zijn voorwaarden verbonden. 14 Dit is in lijn met de eerdere invulling van het PVT in Delft. De extra aandacht voor gezondheid wordt met name van belang geacht voor asielstatushouders, die vanwege hun vluchtachtergrond een grotere kans hebben op (mentale) gezondheidsproblemen.
10
3.5
Randvoorwaarden voor de uitvoering
3.5.1 Verordening Het is niet verplicht een verordening op te stellen voor de Wet Inburgering. Toch kiest het college ervoor de gemeenteraad te vragen een verordening vast te stellen. Met het vaststellen van de verordening is voor elke burger na te gaan hoe de gemeente Delft de Wet Inburgering gaat uitvoeren en welke rechten en plichten daaraan verbonden zijn voor de inburgeraar en de gemeente. De verordening wordt zo snel mogelijk aangeboden aan de gemeenteraad. 3.5.1 Gegevensregistratie en -uitwisseling De nieuwe Wet inburgering is een ketenverantwoordelijkheid. Dit betekent dat er afhankelijkheden zijn in de informatievoorziening. Voor de uitvoering van gemeentelijke taken is gegevensregistratie en -uitwisseling op twee niveaus nodig: • •
De verplichte gegevensuitwisseling met CBS15, COA16 en DUO17 wordt landelijk geregeld. Dit gebeurt vanaf 1 januari 2022 via bestaande systemen. In december 2021 wordt hierover meer bekend. Voor het voeren van regie op de inburgeringstrajecten is een aanpassing van de bestaande systemen nodig. Gemeente Delft heeft een applicatie voor inburgering aangeschaft, waarmee we de voortgang van de trajecten kunnen monitoren.
In de Wet Inburgering en Participatiewet zijn bepalingen opgenomen die een grondslag bieden voor gegevensuitwisseling met uitvoeringspartijen. We stellen aanvullend een verwerkersovereenkomst op met de uitvoeringspartij voor maatschappelijke begeleiding en PVT. De Wet Inburgering 2021 biedt de grondslag voor gegevensuitwisseling met onderwijsaanbieders, hiervoor is geen aanvullende verwerkingsovereenkomst nodig.
3.6
Mogelijke effecten op andere beleidsvelden
De gemeente ontvangt vanuit de Wet Inburgering middelen voor het uitvoeren van de extra taken die de wet met zich meebrengt. Er is door het Rijk niet gecalculeerd op de effecten die de Wet Inburgering heeft op andere beleidsterreinen. Bijvoorbeeld op uitgaven op de bijzondere bijstand. Onderstaand geven we aan waar we gevolgen zien voor andere beleidsterreinen: Bijzondere bijstand • Inburgeraars kunnen aanspraak maken op kinderopvang en hiervoor toeslag ontvangen. Binnen Delft verschillen de tarieven van de kinderopvanginstellingen. Sommige instellingen hanteren hogere tarieven dan de maximum-tarieven waarop de kinderopvangtoeslag is gebaseerd. Op dit moment zijn er wachtlijsten bij de kinderopvang. Dat betekent dat sommige inburgeraars gedwongen zullen zijn te kiezen voor een organisatie die hogere tarieven vraagt. De gemeente staat dan voor de keuze om het verschil tussen het normbedrag van de belastingtoeslag en het hogere bedrag wel of niet te compenseren vanuit de bijzondere bijstand. Om te voorkomen dat het budget bijzondere bijstand met overschrijdingen te maken krijgt sturen we op het plaatsen van kinderen bij instellingen die de maximum-tarieven van de belastingdienst hanteren. Dit betekent een beperking van de keuzevrijheid van ouders; • Inburgeraars maken reiskosten naar taalscholen.
De uitvoering van de B1-route vindt plaats op een locatie nabij station Hollands Spoor in Den Haag. Dit is een tijdelijke locatie. Mocht op termijn een andere locatie in beeld komen, dan kunnen de reiskosten toenemen. De Z-route wordt binnen Delft uitgevoerd. Voor de Onderwijsroute is de locatie nog onbekend; 15
De gegevensuitwisseling met CBS is ten behoeve van de landelijke monitoring en evaluatie van de werking van de wet.
16 De gegevensuitwisseling met COA is ten behoeve van een warme overdracht van de asielstatushouder naar de gemeente. 17 De gegevensuitwisseling is zodat DUO de vaststelling, handhaving en afronding van de inburgeringsplicht kan uitvoeren.
11
•
Het streven is om inburgeraars financieel zelfredzaam te maken. Een deel van de inburgeraars zal het aan financiële vaardigheden ontbreken ondanks coaching naar financiële zelfredzaamheid. Zij kunnen een beroep doen op budgetbeheer en schuldhulpverlening.
Deze kosten worden betaald uit het budget bijzondere bijstand. We monitoren het effect van deze ontwikkelingen op het budget bijzondere bijstand. Buig budget Vanwege de keuze om inburgering indien nodig te laten prevaleren boven werkaanvaarding kan het voorkomen dat asielstatushouders langer een Participatiewetuitkering ontvangen dan nu het geval is. Dit kan leiden tot extra uitgaven vanuit het BUIG-budget. Voor- of Vroegschoolse Educatie (VVE) De gemeente moet met inburgeraars tijdens de brede intake een verkenning doen van de mogelijkheden om het kind van de inburgeraars deel te laten nemen aan VVE. Dit kan leiden tot een extra beroep op de bestaande voorzieningen voor VVE, maar de impact hiervan zal minimaal zijn omdat deze kinderen al tot de doelgroep VVE horen.
4.
Financiën
In dit hoofdstuk lichten we de financiën voor de Wet Inburgering toe. In bijlage 4 staan details over de financiering.
4.1
Wat biedt het Rijk aan financiering
De gemeente ontvangt drie budgetten voor de uitvoering van de Wet Inburgering: 1. De invoeringsgelden zijn incidentele middelen. De hoogte van het bedrag is gebaseerd op het aantal inwoners. 2. De uitvoeringskosten komen jaarlijks beschikbaar en zijn gebaseerd op het aantal inwoners en het aantal niet westerse migranten in een gemeente. Dit is een vast bedrag. Deze middelen worden toegevoegd aan het Gemeentefonds. Er zijn geen bestedingsvoorwaarden aan gekoppeld. 3. De bedragen voor inburgeringsvoorzieningen komen jaarlijks als voorschot beschikbaar en zijn gebaseerd op een prognose van aantallen asielstatushouders en gezins- en overige migranten in een gegeven jaar. Het is een specifieke uitkering welke alleen besteed mag worden aan inburgeringsvoorzieningen. Na afloop van ieder uitvoeringsjaar wordt het budget definitief vastgesteld op basis van het werkelijke aantal inburgeraars in de gemeente. Er vindt dan een verrekening van het budget plaats. Het Rijk wil vanaf 2026 een prestatiebekostiging invoeren. De omvang van de prestatiebekostiging zal worden vastgesteld op 10% van het gewicht van de leerroutes. Het Rijk gaat ervan uit dat prestatiebekostiging een extra motivatie voor gemeenten is om zoveel mogelijk mensen te laten voldoen aan hun inburgeringsplicht. In hoofdstuk 3.3 gaven we een prognose van de omvang van de doelgroep.
Het is mogelijk dat de instroom van met name asielstatushouders de komende jaren groter is dan de prognose. Het budget voor inburgeringsvoorzieningen beweegt mee met het aantal inburgeraars. Bij een plotselinge verhoging van de asielinstroom kan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid overgaan tot het verlenen van extra voorschotten. Voorafgaand aan de invoering van de wet is er, op aandringen van de VNG, een veldonderzoek
12
uitgevoerd naar de kosten van de Wet Inburgering18. Dit rapport biedt de grondslag voor de omvang van de middelen die de gemeente ontvangt. In het rapport staat wat minimaal nodig is om de nieuwe wettelijke taken uit te voeren. We baseren de prognose voor de kosten van uitvoering van de wet in Delft op de normbedragen in dit rapport. In Delft zijn de Rijksgelden gelijk aan de middelen die we hiervoor begroten.
4.2
Invoeringsgelden
Om de wet voor te bereiden en te implementeren stelt het Rijk eenmalig een budget voor invoeringskosten beschikbaar. In Delft is dat een bedrag van €205.375,-. 2020
Type budget Wet Inburgering Budget invoeringskosten
2021
Totaal
€205.375
€205.375
Deze middelen zijn volledig ingezet op de beleidsvoorbereiding, de inkoop van inburgeringsvoorzieningen en het aanpassen van de werkprocessen. In december 2021 ontvangt de gemeente een aanvullend bedrag voor de implementatie van de informatievoorziening/het inrichten van de ICT infrastructuur. De hoogte van dit bedrag is nog onbekend.
4.3
Uitvoeringskosten
Uitvoeringskosten zijn de min of meer vaste kosten die gemeenten maken om te voorzien in de ’infrastructuur’ voor de uitvoering van de wet. Dit betreft de volgende taken: • • • • • •
Brede intake en PIP; Voortgang en handhaving; Financieel ontzorgen; Financiële zelfredzaamheid; Uitvoering van de beleidstaak; Kwaliteitsbewaking van inburgeringsvoorzieningen.
Tabel 6 laat de balans van de uitvoeringskosten in Delft zien. Het budget vanuit het Rijk is gebaseerd op de meicirculaire van 2021. Tabel 6: Balans uitvoeringkosten 2022-2025 Uitvoeringskosten Delft Prognose uitvoeringskosten
2022
2023
2024
2025
€359.183
€407.430
€455.676
€455.676
Te ontvangen Rijksgelden
€404.812
€445.342
€445.342
€445.342
Resultaat
€45.629
€37.912
€-10.334
€-10.334
Conclusie uitvoeringskosten Gedurende de eerst twee uitvoeringsjaren ontstaat er een overschot op de uitvoeringsgelden wanneer de processen conform de normbedragen ingeregeld worden bij de gemeente. Er is echter niet gerekend met een post ‘onvoorzien’. Ook zijn de uitvoerende taken allen berekend op salarisschaal 9. Voor sommige taken kan de salarisschaal hoger liggen. De beleidstaken zijn berekend op inzet op salarisschaal 10 en 11.
18
Het veldonderzoek werd uitgevoerd door AEF: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/11/14/rapport-veldonderzoek-kosten-wet-inburgering
13
4.4
Inburgeringsvoorzieningen
De gemeente ontvangt middelen om inburgeringsvoorzieningen te kunnen bieden door ze zelf uit te voeren of in te kopen. Dit betreft de volgende taken: • De drie leerroutes, inclusief KNM; • MAP; • Maatschappelijke begeleiding; • PVT; • Tolkvoorziening. Het budget voor de inburgeringsvoorzieningen is opgebouwd uit verschillende deelbedragen. Dit zijn ‘richtbedragen’ waarbij de gemeente vrij is om de verdeling over de verschillende inburgeringsvoorzieningen te wijzigen, mits alle inburgeringsvoorzieningen geboden worden. Per asielstatushouder ontvangt de gemeente een bedrag van €12.712 (verdeeld over een periode van drie jaar) en voor gezins- en overige migranten €589. Tabel 7 laat de balans van de inburgeringsvoorzieningen in Delft zien. Tabel 7: Balans inburgeringsvoorzieningen 2022-2025 Inburgeringsvoorzieningen Delft Prognose inburgeringsvoorzieningen
2022
2023
2024
2025
€661.406
€890.850
€1.006.674
€1.006.674
Te ontvangen Rijksgelden
€629.109
€933.109
€1.009.109
€1.009.109
Resultaat
€-32.297
€42.259
€2.435
€2.435
Conclusie inburgeringsvoorzieningen Gedurende het eerste uitvoeringsjaar ontstaat er een tekort op de inburgeringsvoorzieningen van €32.297 wanneer de inkoop van inburgeringsvoorzieningen conform de normbedragen ingeregeld wordt. Het tekort uit het eerste jaar wordt in latere uitvoeringsjaren ingelopen. Het Rijk staat toe om te schuiven in kosten tussen uitvoeringsjaren. Het belangrijkste financiële risico voor de gemeente ligt op overschrijdingen op de leerroutes, omdat: • •
5.
De Onderwijsroute wellicht niet aangeboden kan worden voor het normbedrag van €10.000. Omdat we binnen de begrote rijksmiddelen willen blijven, bieden we de Onderwijsroute alleen aan als dat past binnen het door het Rijk beschikbaar gestelde budget; Het aantal deelnemers aan de Z-route hoger uit kan vallen dan waar mee gerekend is. Het budget waarmee het Rijk rekent voor het participatiedeel binnen de Z-route is laag(ongeveer € 2200,- per persoon voor 800 uur participatie) Dit compenseren we door een deel van het budget vanuit de B1 route in te zetten bij de Z-route. Als er echter meer Z-route-kandidaten zijn dan verwacht, ontstaat een tekort. We monitoren de verdeling tussen de verschillende leerroutes.
Monitoring en evaluatie
Monitoring en evaluatie zijn belangrijk om de nieuwe Wet Inburgering uit te voeren en waar nodig bij te sturen. De beleidsdoelstelling voor de Wet Inburgering in Delft is:
14
Inburgeraars bereiken het voor hen hoogst haalbare taalniveau (liefst niveau B119) en kennis van de Nederlandse maatschappij, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen vanaf de start van het inburgeringstraject. Hieronder beschrijven we hoe we het bereiken van dit doel gaan meten.
5.1
Monitoring
Gemeente Delft monitort op twee niveaus: 1. Monitoring van de voortgang van de inburgeringstrajecten De aanlevering van statistische gegevens op kwartaalbasis aan het CBS is verplicht gesteld in de Wet Inburgering. Dit betreft gegevens op persoons niveau zoals de keuze van de leerroute en de start- en einddatum van de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject. Daarnaast monitoren we de uitvoering van de Delftse aanpak. De indicatoren zijn: • • • •
Het % inburgeraars dat binnen 3 jaar heeft voldaan aan de inburgeringsplicht is in Delft gelijk aan of hoger dan het landelijke gemiddelde; Monitoring van deze indicator o.b.v. Divosa benchmark statushouders Het % inburgeraars dat aan het werk is en/of niet meer afhankelijk van een bijstandsuitkering, is in Delft gelijk aan of hoger dan het landelijke gemiddelde; Monitoring van deze indicator o.b.v. Divosa benchmark statushouders 90% van de inburgeraars heeft binnen 10 weken na inschrijving in de BRP20 een vastgestelde PIP; Vanaf de formele start van het inburgeringstraject rondt: o 80% van de inburgeraars de Onderwijsroute binnen 1,5 jaar af; o 80% van de inburgeraars de B1-route binnen 3 jaar af; o 80% van de inburgeraars de Z-route binnen 2 jaar af; daarbij monitoren we hoeveel deelnemers taalexamens hebben afgelegd en op welk niveau. Na 2 jaar beoordelen we in hoeverre we dit kunnen omzetten in concrete streefcijfers. o 90% van de inburgeraars MAP af binnen 2 jaar; o 90% van de asielstatushouders de maatschappelijke begeleiding af binnen 6 maanden; o 90% van de inburgeraars het PVT af binnen 18 maanden; o 75% van de asielstatushouders is 6 maanden na start inburgering in staat om zelfstandig hun financiën te beheren;
Gemeente Delft maakt de indicatoren onderdeel van de dienstverleningsovereenkomsten met de uitvoeringspartijen. Werkse!, Jongerenacademie, Sagenn, Taalschool Rijswijk en de (nog te gunnen) aanbieders voor MB/PVT en de Onderwijsroute. Deze partijen rapporteren elk kwartaal aan de gemeente. 2. Monitoring van de integrale samenwerking In het nieuwe inburgeringsstelsel is ketensamenwerking essentieel. Daarom wordt de frequentie en kwaliteit van de integrale samenwerking kwalitatief uitgevraagd in de kwartaalbesprekingen met de uitvoeringspartijen. De integrale samenwerking heeft zowel betrekking op de professionele partijen die betrokken zijn bij het inburgeringstraject als de vrijwilligersorganisaties in Delft.
19 De aanduidingen A1, A2, B1, B2, C1, C2 komen uit een Europees referentiekader voor taalniveaus. A2=eenvoudige
alledaagse kennis; B1=zelfstandig kunnen communiceren in de meest voorkomende situaties. C1= complexere technische teksten. 20 Basisregistratie Personen
15
5.2
Evaluatie
De gemeente stelt jaarlijks een voortgangsrapportage op en voert op basis hiervan verbeteringen door. Hiermee kiest Delft voor een lerend stelsel waarbij de gemeente de regie houdt. Bij achterblijvende resultaten wordt bijgestuurd om te voorkomen dat inburgeraars langer dan noodzakelijk bezig zijn met een inburgeringstraject. Hoe sneller zij hun inburgeringstraject afronden, hoe sneller zij volledig deel kunnen nemen aan de Delftse samenleving. De gemeente heeft daarnaast op termijn een financieel belang dat inburgeraars hun scholingstraject tijdig afronden. Het Rijk overweegt om vanaf 2026 deels prestatiefinanciering in te voeren. Het college en de raad ontvangen jaarlijks de voortgangsrapportage. In 2025 start de gemeente een beleidsevaluatie. Deze evaluatie loopt parallel met de landelijke evaluatie van het inburgeringsstelsel. Vragen die tijdens de evaluatie centraal staan: • •
Zijn de beleidsdoelstellingen bereikt? Is de uitvoering mogelijk binnen de financiële kaders?
Het college en de raad ontvangen de evaluatie. De gemeente stelt op basis van de evaluatie een nieuw beleidskader op.
16
Bijlage 1 Begrippen- en afkortingenlijst Asielstatushouder Vluchtelingen van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd die zich met een niet-tijdelijk doel in Nederland vestigen, en hun nareizende familieleden die na inwilliging van de gezinshereniging in Nederland mogen verblijven. Daar waar “asielstatushouder” wordt geschreven, wordt gedoeld op inburgeringsplichtige asielstatushouders. Gezins- en overige migrant Mensen die uit vrije wil komen, bijvoorbeeld voor gezinsvorming of als geestelijk bedienaar. Daar waar “gezins- en overige migrant” wordt geschreven, wordt gedoeld op inburgeringsplichtige gezinsen overige migranten. Inburgeraar Met “inburgeraar” wordt bedoeld alle inburgeringsplichtige asielstatushouders en inburgeringsplichtige gezins- en overige migranten. Inburgeringsplichtig Vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en die anders dan voor een tijdelijk doel in Nederland verblijven zijn inburgeringsplichtig, tenzij zij op grond van hun leeftijd van de inburgeringsplicht zijn uitgezonderd. KNM Afkorting voor de module Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Deze module is onderdeel van de leerroutes en behandelt Nederlandse normen en waarden, geschiedenis, het onderwijs- en gezondheidssysteem in Nederland. MAP Afkorting voor de Module Arbeidsmarkt en Participatie.
Het doel van de MAP is om inburgeraars kennis te laten maken met, en hen voor te bereiden op, deelname aan de Nederlandse arbeidsmarkt. MB Afkorting voor Maatschappelijke Begeleiding. PIP Afkorting voor Plan Inburgering en Participatie. PVT Afkorting voor Participatieverklaringstraject. VVE Afkorting voor Voor-of Vroegschoolse Educatie.
17
Bijlage 2 Toelichting Wet Inburgering 1.1 Doelstelling Wet Inburgering: 5 subdoelen Op landelijk niveau is het beleidsdoel uitgewerkt in 5 subdoelen: 1. Tijdige start van de inburgering: er wordt zo snel mogelijk gestart met de inburgering, bij voorkeur in het asielzoekerscentrum (AZC); 2. Aandacht voor de snelheid van het doorlopen van het inburgeringstraject, met resultaatverplichting en handhaving. De minister handhaaft op het niet voldoen aan de inburgeringsverplichtingen binnen de wettelijke termijn en de gemeente handhaaft op doelmatigheid; 3. Maatwerk: een passend inburgerings- en begeleidingstraject. Voor iedere inburgeraar wordt een persoonlijk programma samengesteld voor het leren van de taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage. In het persoonlijk Plan Inburgering en Participatieplan (PIP) wordt ook ingegaan op belangrijke randvoorwaardelijke zaken als kinderopvang; 4. Dualiteit: taal leren op een school en oefenen op een werkplek versterkt elkaar en waar mogelijk moet de inburgeraar het taalniveau B1 halen in plaats van het onder de huidige wet gebruikelijke niveau A2; 5. Focus op kwaliteit en het bewaken hiervan: de gemeente organiseert het inburgeringsaanbod.
Naast deze vijf subdoelen, kent het nieuwe inburgeringsstelsel ook een centraal principe: gemeenten voeren de regie op de uitvoering van de inburgering, inburgeraars blijven zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht. 1.2 Inburgeringstraject en gemeentelijke taken per doelgroep In het volgende wordt het inburgeringstraject beschreven. Ook worden de gemeentelijke taken benoemd. De gemeentelijke taken voor asielstatushouders en gezins- en overige migranten verschillen. Dit wordt per paragraaf aangegeven. 1.2.1 Periode in het AZC – voorinburgering Het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) zorgt voor een aanbod voorinburgering. Voorinburgering behoort niet tot de inburgering, maar is een vrijwillig onderdeel waarmee inburgeraars alvast aan de slag kunnen om de Nederlandse taal en samenleving te leren kennen, zoals het taalonderwijs dat op asielzoekerscentra (AZC) wordt aangeboden. Idealiter wordt een warme overdracht georganiseerd tussen de inburgeraar, COA en gemeente. Zodra de asielstatushouder gekoppeld is aan een gemeente is de gemeente verantwoordelijk voor huisvesting, verhuizing en inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie. Taken Gemeente •
Het voeren van een overdrachtsgesprek met Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) t.b.v. warme overdracht.
1.2.2 Brede intake & Plan Inburgering Participatie (PIP) Taken gemeente Asielstatushouder Brede intake & PIP ✓
Gezins- & overige migrant
✓
Brede intake
18
Het doel van de brede intake voor gemeenten is een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van een inburgeraar. De brede intake bevat de volgende onderdelen: •
Een verkenning van het taalniveau aan de hand van de verplichte leerbaarheidstoets. Deze wordt landelijk uniform door het Rijk ingekocht. De leerbaarheidstoets geeft uitsluitsel op de vraag ‘welk taalniveau in 3 jaar tijd behaald kan worden’ en is daarmee een belangrijke indicator voor het bepalen van de leerroute. Een onderzoek omtrent gevolgd onderwijs en werkervaring in het land van herkomst; inclusief het belichten en stimuleren van de mogelijkheid tot internationale diplomawaardering of indicatie onderwijsniveau. Een verkenning naar de mogelijkheden van arbeidsparticipatie, waaronder motivatie, interesses, werknemersvaardigheden, praktische vaardigheden en digitale vaardigheden. Een verkenning naar de persoonlijke omstandigheden, waaronder de mate van zelfredzaamheid, de fysieke en mentale gezondheid, de gezinssituatie en het sociaal netwerk. Indien van toepassing, een verkenning van de mogelijkheden om het kind van de inburgeraar deel te laten nemen aan voorschoolse educatie.
• • • •
Plan Inburgering en Participatie (PIP) Op basis van de informatie die verzameld is bij de brede intake stelt de gemeente binnen 10 weken na inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) vast. Het PIP is een vertaling van de uitkomsten van de brede intake naar een set van persoonlijke einddoelen voor de inburgeraar. Het markeert het beginpunt van de inburgeringstermijn. Het PIP bevat alle afspraken over de wijze waarop de inburgeraar aan zijn of haar inburgeringsplicht moet voldoen. Het PIP heeft de status van een beschikking en is daarmee een document met rechten en plichten, voor de inburgeraar én voor de gemeente. De volgende gegevens moeten in het PIP worden opgenomen: • •
De gekozen leerroute (op basis van de leerbaarheidstoets); Nadere invulling van de leerroute, het participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP); • Randvoorwaardelijke afspraken over financieel ontzorgen (bij asielstatushouders), begeleiding en monitoring (o.a. het aantal te voeren voortgangsgesprekken). De gemeentelijke taken met betrekking tot het PIP zijn verschillend voor asielstatushouders en gezins- en overige migranten. Dit komt doordat de gezins- en overige migranten zelf verantwoordelijk zijn voor het inkopen van een leerroute. Voor het PIP van asielstatushouders geldt dat de gemeente in samenspraak met de asielstatushouder bepaalt hoe intensief het traject zal zijn, wanneer het start en of er naast het formele taalonderwijs ook afspraken over non-formeel leren worden opgenomen in het PIP. Voor gezins- en overige migranten zal de gemeente dit niet bepalen, omdat deze doelgroep op dit punt een eigen verantwoordelijkheid heeft. Van gemeenten wordt wel verwacht dat zij hen informeert en adviseert over de inkoop van een leerroute. Zo wordt geadviseerd om taalonderwijs te volgen bij een taalschool met Blik op Werk keurmerk en het afsluiten van een DUO lening. Taken Gemeente • • •
Het voorbereiden en afnemen van de brede intake; Het uitwerken van de brede intake in de vorm van het PIP; Het vaststellen van en communiceren met de inburgeraar over het PIP en de gekozen leerroute. 19
1.2.3 Voortgang en handhaving Taken gemeente Voortgang en handhaving
Asielstatushouder
Gezins- & overige migrant
✓
`
✓
Gemeenten zijn verantwoordelijk om inburgeraars te begeleiden en ondersteunen om binnen de termijn van drie jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht. Dit houdt het volgende in: 1. Het voeren van periodieke voortgangsgesprekken met de inburgeraar; 2. Het bijstellen van het PIP indien nodig. Volgens de wet kan het PIP eenmalig worden bijgesteld, uiterlijk 1,5 jaar nadat het PIP is vastgesteld21; 3. Het handhaven op de voortgang van het PIP middels boetes. Als een inburgeraar verwijtbaar niet meewerkt en/of zich niet houdt aan de afspraken die in het PIP zijn vastgelegd kan de gemeente, als uiterste middel, een bestuurlijke boete opleggen aan de inburgeraar. Andersom kan de inburgeraar bezwaar maken wanneer de gemeente zich niet aan de afspraken houdt. Ter afronding van het inburgeringstraject stelt DUO vast, met de gegevens die de gemeente heeft verzameld, of de inburgeraar heeft voldaan aan de inburgeringsplicht binnen de gestelde termijn. Taken Gemeente •
Het voeren van voortgangsgesprekken en indien nodig handhaven middels boetes.
1.2.4 Drie leerroutes Taken gemeente 1 van de 3 leerroutes inclusief Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)
Asielstatushouder
Gezins- & overige migrant
✓
Een leerroute is een traject waarin inburgeraars de Nederlandse taal leren en Kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) opdoen, passend bij hun capaciteiten, persoonlijke situatie en leerbaarheid. Op basis van de brede intake wordt gekozen voor één van de drie leerroutes: •
De B1-route brengt deelnemers naar taalniveau B1, met als doel zelfstandig participeren in de Nederlandse maatschappij en op de arbeidsmarkt. De B1-route is voor inburgeraars die voldoende leerbaar zijn om taalniveau B1 en Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) te behalen, waar relevant en mogelijk in combinatie met participatie22. Binnen deze route bestaat de mogelijkheid om (geheel of op onderdelen) op te schalen naar taalniveau B2 of af te schalen naar taalniveau A2. De B1-route wordt succesvol afgesloten door het behalen van mondelinge en schriftelijke taalexamens en de module KNM.
21
De maximale termijn voor het schakelen tussen de leerroutes is anderhalf jaar. Uiteraard is het wel mogelijk om binnen een leerroute doelstellingen op de looptijd bij te stellen. De reden om hiervoor een termijn vast te stellen, is om ervoor te zorgen dat dit niet op een (te) laat moment in het inburgeringstraject gebeurt. Dit zou immers de gewenste snelheid van het traject in de weg kunnen staan. Daarnaast is het voor de inburgeraar van belang dat zo snel mogelijk duidelijk is op welke wijze aan de inburgeringsplicht moet worden voldaan, maar moet er wel ruimte zijn om het einddoel bij te stellen als daar een goede aanleiding voor bestaat. 22 Voor de B1-route is de Gemeente wettelijk verplicht om een inburgeringscursus met taallessen en Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) te bieden, er zijn geen eisen aan het participatiedeel. Het MAP is wel verplicht voor inburgeraars in de B1-route.
20
•
De Onderwijsroute stoomt deelnemers klaar voor instroom in een vervolgopleiding op minimaal MBO 2-niveau. De onderwijsroute bestaat uit het participatieverklaringstraject (PVT) en het taalschakeltraject (naar B1- niveau). Het doel van deze route is instroom in beroeps- of wetenschappelijk onderwijs. De route duurt naar verwachting gemiddeld 1,5 jaar en wordt succesvol afgesloten door het behalen van mondelinge en schriftelijke taalexamens en de module KNM. de Zelfredzaamheidsroute (Z-route) brengt de moeilijk leerbare deelnemers naar het maximale individuele niveau van zelfredzaamheid, deze route bestaat uit 800 uur taal en 800 uur participatie. De Z-route is voor inburgeraars voor wie tijdens de brede intake is vastgesteld dat zij A2-niveau niet halen. Zij hebben in het land van herkomst niet of nauwelijks een opleiding genoten, hebben een lage leerbaarheid en/of zijn analfabeet. De Z-route is een intensief traject met activiteiten die aansluiten bij de persoonlijke capaciteiten van de inburgeraar. Gestreefd wordt naar kennis van de Nederlandse taal op ten minste A1 niveau, zelfredzaamheid in de samenleving en participatie. De gemeente moet voor de asielstatushouders het participatiedeel (800 uur) organiseren. De verplichtingen in de Z-route bestaan uit minimaal 800 uur taal en KNM, minimaal 800 uur participatie en een eindgesprek met de Gemeente.
Taalexamens zijn geen verplichting vanuit de wet.
•
Taken Gemeente • • • •
Het opstellen van kwaliteitscriteria voor de leerroutes; Het inkopen van leerroutes; Het organiseren van het participatiedeel in de Z-route; Het toezien op cursuskwaliteit door uitsluitend in te kopen bij taalaanbieders die het keurmerk van Blik op Werk hebben.
1.2.5 Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Taken gemeente Asielstatushouder Module arbeidsmarkt & participatie (MAP)
✓
Gezins- & overige migrant
✓
Gemeenten krijgen de verantwoordelijkheid om inburgeraars te begeleiden bij het oriënteren en participeren op de arbeidsmarkt. Dit wordt vormgegeven in de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). In de MAP staat het opdoen van praktische toepasbare kennis en vaardigheden centraal. Hiervoor is het opdoen van praktijkervaring essentieel. De MAP staat los van de leerroutes, maar kan wel in de leerroutes worden geïntegreerd. Gemeenten hebben de ruimte om zelf invulling te geven aan MAP. Er is geen urennorm voor de gehele MAP. Wel gelden de volgende wettelijke eisen: • • •
Activiteiten organiseren gericht op 8 thema’s: beroepsoriëntatie, werknemerscompetenties, realistisch beroepsbeeld, beroepskansen, beroepscompetenties verwerven, netwerk opbouwen, werk vinden, werkcultuur; Het opdoen van minimaal 40 uur praktijkervaring23; Een eindgesprek tussen de Gemeente en inburgeraar. Tijdens dat gesprek beoordeelt de gemeente of de inburgeraar voldoet aan de doelstelling en gestelde urennorm;
23
Het uitgangspunt is dat dit op een taalrijke plek is waar inburgeraars werkervaring kunnen opdoen die aansluit bij hun beroepskansen en -wensen. Is dit niet mogelijk, dan is het aan de gemeente om naar passende alternatieven te zoeken, zoals vrijwilligerswerk of werkbezoeken aan relevante werkgevers.
21
•
MAP dient te worden aangeboden door uitvoerders die bekend zijn met de lokale arbeidsmarkt en die ervaring hebben met arbeidsmarkttoeleiding.
Taken Gemeente • • • •
Het opstellen van kwaliteitscriteria voor MAP; Het inkopen van MAP; Het toezien op de kwaliteit van MAP; Het voeren van een eindgesprek met een inburgeraar.
1.2.6 Maatschappelijke begeleiding Taken gemeente
Asielstatushouder
Gezins- & overige migrant
Maatschappelijke begeleiding
✓
Maatschappelijke begeleiding voor asielstatushouders biedt ondersteuning bij de vestiging in de nieuwe woongemeente. Maatschappelijke begeleiding vindt zo snel mogelijk plaats nadat de asielstatushouder in de gemeente is gehuisvest. Aan gemeenten wordt de ruimte gelaten om de inhoud en duur van de maatschappelijke begeleiding, binnen de gegeven kaders, verder uit te werken. De volgende onderdelen zijn echter wel verplicht: • Praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen: ondersteuning en begeleiding bij het regelen van praktische zaken ten aanzien van voorzieningen zoals wonen, zorg, werk, inkomen, verzekeringen, onderwijs en kennismaking met de lokale woonomgeving; • Voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving: zoals wonen, inkomen, werk, zorg, onderwijs, opvoeding en kennismaking met maatschappelijke organisaties. Taken Gemeente • • •