CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

HERSTELBESLUIT 2 Bijlagen bij de toelichting (groot bestand, uploaden kan even duren)

Raadsvergadering 6 maart 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Vaststellen bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 (2505060)24.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

P 30/57

5.2 Geluid spoorwegen In de onderstaande figuren zijn de geluidbelastingen op de gevels weergegeven. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 11.

Figuur 5.5: 3D resultaten spoorweg toetsing conform Wgh (groen ≤ 55 dB; geel 56-60 dB; oranje 61-65 dB; paars 66-68 dB; rood > 68 dB)

Uit de resultaten blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde van 68 dB op de gevels (artikel 4.9, lid 10 Bg). De bovenbouw van het spoor bestaat uit betonnen dwarsliggers met doorgelaste spoorstaaf en is reeds geluidarm. Ten noorden van het ontwikkelgebied zijn raildempers toegepast, maar ter hoogte van het ontwikkelgebied niet. Het toepassen van raildempers reduceert het geluid met 2 à 3 dB. Kabeldistrict gaat nog in overleg met ProRail om af te stemmen of het toepassen van raildempers mogelijk is; hiermee is in de vast te stellen hogere waarden echter geen rekening gehouden. Bronmaatregelen zijn niet mogelijk of niet doeltreffend. Langs het spoor is in het ontwikkelgebied voorzien in een geluidafscherming van 5 meter hoog langs het gehele ontwikkelgebied (zie paragraaf 3.4). Het advies is om voor de spoorweg hogere waarden vast te stellen (zie hoofdstuk 7). 5.3 Geluid industrieterreinen De resultaten zijn opgenomen in bijlage 11. 5.3.1 Dyckerhoff Basal Door de gemeente worden de volgende randvoorwaarden vastgelegd voor het bedrijf:  De (jaargemiddelde) Lden van de RBS en ABS mag niet hoger zijn dan 55 dB. Voor de Lnight geldt dat deze jaargemiddeld niet hoger mag zijn dan 45 dB.

 Piekgeluid als gevolg van de betoncentrale zijn maximaal 80 dB(A) in de avond- en nachtperiode (komt in de planregels van het bestemmingsplan);  De piekgeluiden in de nachtperiode worden opgenomen in de omgevingsvergunning milieu en behoren dus tot de representatieve bedrijfssituatie (RBS). In de planregels van het bestemmingsplan wordt opgenomen dat Basal deze piekgeluiden niet eerder dan 05.30 uur mag produceren;  Voor de piekgeluiden in de avondperiode wordt maatwerk geleverd in de vorm van een regelmatige afwijkende bedrijfssituatie (ABS). Dit wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. Voor deze ABS zal Basal nog wel een omgevingsvergunning (milieu) moeten aanvragen, zodra het bestemmingsplan is vastgesteld. In de voorschriften van de omgevingsvergunning milieu voor ABS wordt opgenomen dat de piekgeluiden in nachtperiode maximaal 80 dB(A) mogen zijn en dat er een informatieplicht is voor (toekomstige) bewoners;  Basal zal de (toekomstige) bewoners tijdig moeten informeren over de werkzaamheden in de avondperiode. Dit wordt als maatwerkvoorschrift Activiteitenbesluit voor de ABS opgenomen.

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 31/57

5.3.2 Schieoevers Zuid Uit de resultaten blijkt de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus niet hoger zijn dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. De maximale geluidniveaus zijn niet hoger dan de toegestane waarden. Hiermee is geen sprake van een overschrijdingssituatie in het plan en hoeven geen hogere waarden te worden vastgesteld. 5.3.3 Bespreking resultaten industrie Omdat bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn voor Dyckerhoff Basal is het advies om voor dit industrieterrein hogere waarden vast te stellen (zie hoofdstuk 7). 5.4 Bedrijfsgeluid De resultaten van de inrichtingen buiten het ontwikkelgebied zijn opgenomen in bijlage 11. 5.4.1 Geluid Proteus De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zonder straffactor van 10 dB(A) voor muziekgeluid zijn niet hoger dan 50 dB(A) etmaalwaarde op de gevels. Ook zijn de maximale geluidniveaus niet hoger dan de toegestane waarden. Voor Proteus wordt een 50 dB(A) contour op 50 meter van de inrichtingsgrens vastgelegd. De conclusie is dat Proteus kan samengaan met de ontwikkeling van Kabeldistrict. 5.4.2 Geluid Prysmian Uit de resultaten blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) ten hoogste 48 dB(A), 51 dB(A) en 48 dB(A) bedraagt in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Hiermee is in de avond- en nachtperiode sprake van een overschrijding van respectievelijk 6 dB en 8 dB.

De maatgevende geluidbron is de diesel heftruck (Kalmar vanaf 7 tot 16 ton) die op dit moment nog niet elektrisch beschikbaar is met het gewenste hefvermogen. In de onderstaande figuur zijn de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus weergegeven als etmaalwaarde.

Figuur 5.6: 3D LAr,LT Prysmian als etmaalwaarde (groen ≤ 50 dB(A); geel 51-55 dB(A); rood > 55 dB(A))

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 32/57

Het maximale geluidniveau bedraagt ten hoogste 70 dB(A) in zowel de dag-, avond- als nachtperiode. Hiermee is in de avond- en nachtperiode sprake van een overschrijding van de toegestane waarde van 65 dB(A). De maatgevende geluidbron is onder andere het klepperen van de lepels van de heftrucks en laden/lossen van de haspels. In de onderstaande figuur zijn de maximale geluidniveaus in de maatgevende nachtperiode weergegeven.

Figuur 5.7: 3D LAmax Prysmian in avond- en nachtperiode (groen ≤ 65 dB(A); oranje 66-70 dB(A); rood > 70 dB(A))

Naar aanleiding van de geconstateerde overschrijdingen (zowel equivalent al maximale waarden) op een deel van Kabeldistrict vanwege de huidige en verwachte bedrijfsvoering van Prysmian, hebben verschillende gesprekken over het mogelijk treffen van bronmaatregelen plaatsgevonden zoals bijvoorbeeld het vervangen van de Kalmar dieselheftruck door een elektrische heftruck en/of aanleggen van een geëgaliseerd terrein. Deze gesprekken hebben nog niet tot maatregelen geleid waarover overeenstemming heeft kunnen plaatsvinden. Gelet hierop is in dit akoestisch onderzoek uitgegaan van de door Prysmian in het kader van de RBS opgegeven huidige en verwachte bedrijfssituatie. In het vervolgtraject zullen nadere overleggen plaatsvinden waarbij de mogelijkheden voor bron- en/of overdrachtsmaatregelen verder worden besproken. Indien alsnog niet mogelijk blijkt wanneer het betreffende bouwblok A tot ontwikkeling komt, zullen door Kabeldistrict gebouwgebonden maatregelen in lijn met het gemeentelijk geluidbeleid worden getroffen aan de nieuwe woningen. In het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat moet worden voldaan aan het geluidbeleid en is hiermee geborgd dat Prysmian niet in de bedrijfsvoering wordt beperkt. 5.4.3 Geluid Zwatra Uit de resultaten blijkt dat op de gevels van de nieuwbouw het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau niet hoger is dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A).

Op een aantal gevels bedraagt het maximale geluidniveau ten hoogste 67 dB(A) in de avond- en nachtperiode vanwege het afblazen van remlucht door de diesel vrachtwagens. Dit is hoger dan de toegestane waarde van 65 dB(A) in de avond- en nachtperiode. Toekomstige verbetering door technologische ontwikkeling is mogelijk. In de onderstaande figuur zijn de maximale geluidniveaus (LAmax) op de verschillende verdiepingen weergegeven.

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 33/57

Figuur 5.8: 3D LAmax Zwatra in avond- en nachtperiode (groen ≤ 65 dB(A); oranje 66-70 dB(A); rood > 70 dB(A))

Met de verdere uitwerking van het plan dient dan rekening te worden gehouden in de verder uitwerking en invulling van het ontwerp van het gebouw. Indien er geluidgevoelige functies worden gerealiseerd dan worden gebouwgebonden maatregelen in lijn met het gemeentelijk geluidbeleid worden getroffen. 5.4.4 Geluid Lijm & Cultuur De geluidruimte wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. De toegestane geluidbelasting bedraagt in de dag-, en avondperiode op de grens ‘Gemengd Kabeldistrict’ ten hoogste 60 dB(A) etmaalwaarde (inclusief toepassing toeslag voor muziekgeluid), met dien verstande dat dit uitwerkt in een ten hoogste muziekgeluidniveau voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van:  In de dagperiode: 50 dB(A);  In de avondperiode 45 dB(A);  In de nachtperiode 40 dB(A) inclusief toepassing toeslag voor muziekgeluid. Uit eerdere meldingen Activiteitenbesluit met bijbehorende rekenmodellenen (zie zijn verwerkt in het zonebeheermodel van de Omgevingsdienst Haaglanden) is gebleken dat de huidige geluidnorm van 50 dB(A) op 50 meter niet wordt overschreden. Er gelden ook geen maatwerkvoorschriften voor Lijm & Cultuur.

Omdat het bestemmingsplan bij Lijm & Cultuur voorziet in een verruiming van de huidige geluidnormen is geconcludeerd dat de activiteiten van Lijm & Cultuur en Improve die op hetzelfde terrein zijn gevestigd) geen belemmering vormen voor de ontwikkeling van Kabeldistrict. 5.4.5 Geluid Festo Na het treffen van maatregelen aan de afblaasinstallatie wordt voldaan aan de voorkeurswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de toegestane waarden voor het maximale geluidniveau. De conclusie is dat Festo kan samengaan met de ontwikkeling van Kabeldistrict.

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 34/57

5.4.6 Geluid Scoutingcentrum Delft Uit de resultaten van RHDV blijkt dat de 50 dB(A) etmaalwaarde geluidcontour niet verder dan 10 meter rondom de inrichtingsgrens ligt. Het maximale geluidniveau is in de dagperiode ten hoogste 70 dB(A) op 10 meter afstand van de inrichtingsgrens en in de avondperiode ten hoogste 65 dB(A) op 25 meter afstand van de inrichtingsgrens. In de nachtperiode vinden er geen activiteiten plaats. De nieuwbouw van Kabeldistrict ligt op grotere afstand van de inrichting (>40 meter). Hiermee valt het plan buiten deze geluidcontouren. De conclusie is dat Scoutingcentrum Delft niet wordt beperkt in zijn bedrijfsvoering en er bij Kabeldistrict sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er zijn twee incidentele bedrijfssituaties (evenementen en onderhoud) die plaats kunnen vinden bij het Scoutingcentrum. Tijdens evenementen op het buitenterrein is met name het muziekgeluid bepalend. De 75 dB(A) etmaalwaarde contour (zonder toepassing straffactor van 10 dB(A) voor muziekgeluid) blijft grotendeels binnen de inrichtingsgrens. Tijdens klus- en onderhoudsdagen zijn de kettingzaag of de hakselaar de bepalende geluidbronnen. De 50 dB(A) etmaalwaarde contour bevindt zich circa 280 meter van de inrichtingsgrens.

De gemeente neemt nog een beslissing hoe met deze incidentele bedrijfssituatie wordt omgaan in de planregels en zal dit in de toelichting van het BP verder beschrijven. 5.4.7 Bespreking resultaten inrichtingen De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van Prysmian zijn hoger dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A). Ook de maximale geluidniveaus zijn hoger dan de toegestane waarden. Indien alsnog niet mogelijk blijkt wanneer het betreffende bouwblok A tot ontwikkeling komt, zullen door Kabeldistrict gebouwgebonden maatregelen in lijn met het gemeentelijk geluidbeleid worden getroffen aan de nieuwe woningen. In het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat moet worden voldaan aan het geluidbeleid en is hiermee geborgd dat Prysmian niet in de bedrijfsvoering wordt beperkt. De maximale geluidniveaus van Zwatra zijn in de avond- en nachtperiode hoger dan de toegestane waarden. Met de verdere uitwerking van het plan dient dan rekening te worden gehouden in de verder uitwerking en invulling van het ontwerp van het gebouw.

Indien er geluidgevoelige functies worden gerealiseerd dan worden gebouwgebonden maatregelen in lijn met het gemeentelijk geluidbeleid getroffen Indien bron- of overdrachtsmaatregelen alsnog niet mogelijk blijken, zullen ter plaatse van Kabeldistrict gebouwgebonden maatregelen in lijn met het gemeentelijk geluidbeleid worden getroffen (bijvoorbeeld rekening houden met indeling gebouw, verglaasde balkons, afsluitbare loggia’s, dove gevels). Andere piekgeluiden (bijvoorbeeld stemgeluid, (versterkte) muziek, laden en lossen) zijn passend binnen een levendig gemengd stedelijk gebied. Deze piekgeluiden worden niet direct geregeld via de geluidwaarden uit het Activiteitenbesluit. De (exacte) locaties waar dergelijke piekbronnen optreden zijn nog niet bekend in het globale bestemmingsplan. Bij de verdere invulling van het ontwikkelgebied wordt dit per geval zo nodig nader getoetst, bijvoorbeeld via een terrasvergunning, zorgplicht, gedragsregels, Activiteitenbesluit of met een maatwerkvoorschrift. Schreeuwende bezoekers kunnen via de openbare orde worden aangepakt. 5.5 Geluid scheepvaart De geluidbelasting (Lden) bedraagt op een aantal gevels meer dan 48 dB. In de onderstaande figuur zijn de resultaten op de verschillende verdiepingen weergegeven. De geluidbelasting is ten hoogste 53 dB. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 11.

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 35/57

Figuur 5.9: Geluidbelasting (Lden) vanwege scheepvaart (groen ≤ 48 dB; geel 49-54 dB en oranje 55-59 dB)

De geluidbelastingen van meer dan 48 dB vanwege scheepvaart worden, conform het beleid van de gemeente, meegenomen in de cumulatie.

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 36/57

5.6 Verkeersaantrekkende werking Het verkeer dat van en naar Kabeldistrict rijdt, zal volgens het verkeersmodel hoofzakelijk via het zuiden over de Schieweg rijden. Het extra verkeer vanwege het plan dat via de noordzijde over de Schieweg zal rijden, is beperkt. Met de omgeklapte nieuwe Schieweg zal de geluidbelasting op de woning Schiekade 1 afnemen ten opzichte van de situatie dat het verkeer over de bestaande Schieweg rijdt. Dit is een verbetering van de geluidsituatie. Op de woningen aan de westzijde van de spoorlijn is de geluidbelasting vanwege de nieuwe Schieweg lager dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A). Gesteld kan worden dat de geluidsbelasting op de bestaande woningen in de omgeving niet toeneemt als gevolg van de verkeersaantrekkende werking vanwege het plan. 5.7 Nestgeluid afgemeerde binnenvaartschepen Het LAr,LT als gevolg van afgemeerde schepen bedraagt op de gevels ten hoogste 49 dB(A) in de dag-, avondperiode en 39 dB(A) in de nachtperiode (bijlage 11). Als maatregel om het nestgeluid te beperken kan een walstroomvoorziening te worden getroffen. Voor de cumulatie van het geluid in het kader van een goed ruimtelijke ordening is de geluidbelasting omgerekend naar de hinderlijkheid van industrielawaai.

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 37/57

6

Cumulatie en samenloop van het geluid

In dit hoofdstuk is onderscheid gemaakt in de cumulatie en samenloop van het geluid in het kader van het geluidbeleid en de cumulatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening 6.1

Cumulatie en samenloop van het geluid in het kader van het geluidbeleid en de planregels

De evenementen zijn slechts beperkt toegestaan (niet meer dan 10 dagen per jaar kleine evenementen en ten hoogste 5 dagen per jaar grote evenementen) en hoeven daarom niet te worden meegenomen in de cumulatie. Op het moment van een evenement is dit dé maatgevende geluidbron, waardoor cumulatie met andere geluidbronnen niet relevant is. 6.1.1 Samenloop van het geluid van inrichtingen en industrieterreinen Conform het geluidbeleid en de planregels worden voor wat betreft de samenloop van industriegeluid alleen de geluidbelastingen van inrichtingen en industrieterreinen meegenomen, voor zover de geluidbelasting van een inrichting of industrieterrein hoger is dan 50 dB(A). De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van Prysmian en Basal zijn hoger dan 50 dB(A), echter vanwege de ligging van de inrichtingen ten opzichte van elkaar en de invulling van het plan is er geen sprake van een relevante samenloop (de opgetelde geluidbelasting) van geluid van beide inrichtingen in de zin van het geluidbeleid en de planregels. De inrichtingen in het ontwikkelgebied zelf zijn niet meegenomen aangezien de geluidbelastingen van deze activiteiten op grond van de bestemmingsplanregels of het activiteitenbesluit niet hoger mogen zijn dan 50 dB(A).

De cumulatie is onderzocht in het kader van een goede ruimtelijke ordening indien er sprake is van samenloop van bedrijven binnen de ontwikkellocaties (zie paragraaf 6.2). 6.1.2 Cumulatie geluid van relevante geluidbronnen De relevante geluidbronnen uit het geluidbeleid van de gemeente zijn gecumuleerd. Dit betreffen de onderstaande geluidbronnen in de eindsituatie, waarbij de bestaande Schieweg niet meer wordt gebruikt:  Kruithuisweg N470;  Nieuwe Schieweg;  Spoorweg;  Dyckerhoff Basal ((jaargemiddelde) eindsituatie);  Prysmian;  Scheepvaart. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 64 dB. Hiermee bedraagt de gecumuleerde waarde niet meer dan 68 dB. Gesteld kan worden dat er geen sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting. Op basis van het stedenbouwkundig ontwerp met voorbeelduitwerking zijn de gecumuleerde geluidbelastingen op de gevels inzichtelijk gemaakt. Dit geeft een indicatie van de hoogte van de geluidbelastingen. Een overzicht van de samenstelling van de gecumuleerde geluidbelasting is opgenomen in bijlage 12.

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 38/57

Figuur 6.1: 3D Gecumuleerde geluidbelasting (groen ≤ 55 dB(A); geel 56-60 dB(A); oranje 61-65 dB(A); rood > 65 dB(A)) – west- & zuidzijde

Figuur 6.2: 3D Gecumuleerde geluidbelasting (groen ≤ 55 dB(A); geel 56-60 dB(A); oranje 61-65 dB(A); rood > 65 dB(A)) – noord- & oostzijde

Vervolgens dient ten behoeve van de omgevingsvergunning bij de nadere uitwerking van de bouwblokken te worden nagegaan worden of elke woning straks daadwerkelijk een geluidluwe zijde heeft conform het geluidbeleid en welke (bouwkundige) maatregelen nodig zijn. Dan pas wordt getoetst of het stedenbouwkundig plan voldoet. Hiervoor geldt dat indien de gecumuleerde geluidsbelasting op de hoogst belaste zijde 65 dB of minder is, de gecumuleerde geluidbelasting op de geluidluwe zijde of geveldeel ten hoogste 55 dB bedraagt (exclusief aftrek artikel 110 Wgh). In het geval dat de gecumuleerde geluidbelasting op de hoogst belaste zijde hoger dan 65 dB mag zijn, bedraagt de geluidbelasting op de geluidluwe zijde cumulatief niet meer dan 60 dB (exclusief aftrek artikel 110g Wgh). 6.2 Cumulatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening Op een aantal maatgevende gevels van de woningen in het ontwikkelgebied zijn de geluidbelastingen berekend van alle relevante geluidbronnen, waarbij naast de geluidbronnen die worden beschouwd in het kader van het geluidbeleid (zie paragraaf 2.8.1), ook het geluid van bestaande inrichtingen (op basis van de RBS of aanname) buiten een industrieterrein (LAr,LT > 45 dB(A) etmaalwaarde), nestgeluid, mogelijke inrichtingen in het ontwikkelgebied en mogelijk stemgeluid van terrassen is meegenomen (zie paragraaf 2.8.2).

De deelbijdrage van de geluidbelasting (ten hoogste 45 dB(A)) vanwege overige inrichtingen buiten het ontwikkelgebied op de totale gecumuleerde geluidbelasting is verwaarloosbaar.

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 39/57

In de volgende figuur is de ligging van de maatgevende punten weergegeven.

Figuur 6.3: rekenpunten tbv berekenen gecumuleerde geluidbelasting ihkv een goede ruimtelijke ordening

De gecumuleerde geluidbelasting op de woningen aan de randen van het ontwikkelgebied bedraagt ten hoogste 67 dB(A) op basis van de worst-case situatie en 66 dB(A) op basis van de inschatting in de praktijk (bijlage 14). De maatgevende geluidbronnen op de woningen aan de randen van het ontwikkelgebied zijn het spoor en de wegen. Op de gevels van de woning in het ontwikkelgebied is de gecumuleerde geluidbelasting ten hoogste 68 dB(A) op basis van de worst-case situatie en 67 dB(A) op basis van de inschatting in de praktijk. De maatgevende geluidbronnen zijn de inrichtingen in het ontwikkelgebied en de terrassen. Omdat de gecumuleerde waarde niet meer bedraagt dan 68 dB, kan worden gesteld dat er geen sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting. Opgemerkt wordt dat bij het berekenen van de gecumuleerde geluidbelasting ervan uit is gegaan dat alle geluidbronnen gelijktijdig actief zijn, iedere dag optreden en dit bij elke woning plaatsvindt. In de praktijk zal de kans op deze gelijktijdigheid zeer klein zijn. Piekgeluiden overdag door bijvoorbeeld het aan- en afrijden van vrachtwagens en het laden en lossen zijn niet genormeerd in de dagperiode.

Het regulier geluid overdag wordt beperkt door de tijdsduur in het genormeerde langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; indien piekgeluiden veelvuldig optreden of erg hoog zijn, zal dit leiden tot overschrijding van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Het bevoorraden van de inrichtingen in het ontwikkelgebied vindt in de regel alleen plaats in de dagperiode en zal hoofzakelijk aan de westzijde plaatsvinden (de ‘ruiskant’).

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 40/57

De inrichtingen hebben de zorgplicht om vermijdbare en onnodige piekgeluiden zoveel mogelijk te voorkomen. Mocht blijken dat er toch regelmatig hinder wordt ondervonden dan kunnen maatwerkvoorschriften worden overwogen voor de inrichting. Indien sprake is van overlast door piekgeluiden vanwege stemgeluid dan kan worden opgetreden middels de zorgplicht en/of door het stellen van gedragsregels. Schreeuwende bezoekers kunnen via de openbare orde worden aangepakt. Door de bestaande inrichtingen buiten het ontwikkelgebied zullen in de dagperiode (behoudens bij Basal) piekniveaus hoger dan 75 dB(A) in de regel niet optreden. De optredende piekniveaus zijn in de dagperiode in een levendig gemengd stedelijk gebied niet onaanvaardbaar te achten.

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 41/57

7

Conclusie, vast te stellen hogere waarden en aandachtspunten

7.1 Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat voor de onderstaande geluidbronnen sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder:  Kruithuisweg N470 (met name aan de zuidzijde van het plan);  Nieuwe Schieweg (aan de zuid-, west- en noordzijde van het plan);  Bestaande Schieweg (aan de zuidzijde van het plan);  Railverkeer (aan de westzijde van het plan);  Industrieterrein Dyckerhoff Basal (aan de oostzijde van het plan). 7.2 Vast te stellen hogere waarden Ten aanzien van de uitgangspunten over het akoestische klimaat binnen Kabeldistrict is bij het opstellen van het bestemmingsplan omwille van de flexibiliteit besloten om de hogere grenswaarden voor het gebied vast te leggen per geluidsbron op de basis van de ten hoogste berekende geluidbelasting. Daarbij wordt uitgegaan van het aantal woningen dat conform bestemmingsplan mag worden gerealiseerd. Om de leefkwaliteit binnen het gebied te kunnen borgen, komen partijen overeen om in navolging van artikel 8 van de AO bij de toetsing van de bouwplannen in de VO en DO fase, een nadere toetsing te doen van het akoestisch klimaat dat binnen dat te realiseren bouwplan ontstaat. Daarbij wordt tevens bepaald wat de akoestische invloed is van het bouwplan op het reeds gerealiseerde- en nog te realiseren deel van Kabeldistrict.

Uitgangspunt is daarbij dat het akoestische klimaat niet significant mag verslechteren ten opzichte van de referentie DO stedenbouwkundig plan Kabeldistrict d.d. 21-7-2021. In de onderstaande tabel is samengevat welke hogere waarde per geluidbron wordt vastgesteld bij de berekende geluidbelastingen. Tabel 7.1: Voorstel vast te stellen hogere waarden Wegverkeer (berekend) Wgh

Vast te stellen HW

Aantal gevoelige objecten en bestemmingen

Nieuwe Schieweg DAB Nieuwe Schieweg SMA NL-8G+

58 dB 58 dB

3.500 3.500

Bestaande Schieweg*

60 dB

3.500

Wegverkeer (berekend) Ow **

Vast te stellen HW

Aantal gevoelige objecten en bestemmingen

Kruithuisweg N407

60 dB op basis van Ow

3.500

Spoorwegverkeer (berekend)

Vast te stellen HW

Aantal gevoelige objecten en bestemmingen

68 dB

3.500

Industrie (berekend) Ow**

Vast te stellen HW

Aantal gevoelige objecten en bestemmingen

Dyckerhoff Basal

55 dB Lden + 45 dB Lnight

3.500

Railverkeer

* De bestaande weg zal nog langere tijd in gebruik worden genomen voordat de nieuwe Schieweg wordt gebruikt. Om te borgen dat er gevelmaatregelen worden getroffen aan de reeds gerealiseerde woningen als de bestaande Schieweg nog in gebruik is, worden voor deze weg ook hogere waarden vastgesteld. ** Voor Kruithuisweg N470 en Basal Dyckerhoff wordt gebruik gemaakt van de verruimde reikwijdte waarbij wordt geanticipeerd op de normen uit de Omgevingswet (Ow).

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 42/57

7.3 Aandachtspunten De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus van Prysmian zijn hoger dan de voorkeurswaarde van 50 dB(A). Ook de maximale geluidniveaus zijn hoger dan de toegestane waarden. Indien alsnog niet mogelijk blijkt dat kan worden voldaan de voorkeurswaard wanneer het betreffende bouwblok A tot ontwikkeling komt, zullen door Kabeldistrict gebouwgebonden maatregelen in lijn met het gemeentelijk geluidbeleid worden getroffen aan de nieuwe woningen. In het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat moet worden voldaan aan het geluidbeleid en is hiermee geborgd dat Prysmian niet in de bedrijfsvoering wordt beperkt. De maximale geluidniveaus van Zwatra zijn in de avond- en nachtperiode hoger dan de toegestane waarden. Met de verdere uitwerking van het plan dient dan rekening te worden gehouden in de verder uitwerking en invulling van het ontwerp van het gebouw. Indien er geluidgevoelige functies worden gerealiseerd dan worden gebouwgebonden maatregelen in lijn met het gemeentelijk geluidbeleid worden getroffen. De gemeente neemt nog een beslissing hoe met deze incidentele bedrijfssituaties van Scoutingcentrum Delft wordt omgaan in de planregels en zal dit in de toelichting van het BP verder beschrijven.

Indien bron- of overdrachtsmaatregelen alsnog niet mogelijk blijken, zullen ter plaatse van Kabeldistrict gebouwgebonden maatregelen in lijn met het gemeentelijk geluidbeleid worden getroffen (bijvoorbeeld rekening houden met indeling gebouw, verglaasde balkons, afsluitbare loggia’s, dove gevels). Aangezien de concrete invulling van het bouwplan in dit stadium nog niet bekend is, zijn op de grenzen van de bouwvlakken de geluidniveaus berekend vanwege de verschillende geluidbronnen. Om de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van het plan aan te tonen zijn de geluidniveaus op basis van een stedenbouwkundig ontwerp met voorbeelduitwerking doorgerekend op de gevels van de gebouwen. Op basis van het geluidbeleid dient voor elke woning te worden onderzocht of deze ten minste één geluidluwe zijde heeft aan de hand van de gecumuleerde geluidbelasting op de gevel. Vervolgens dient worden onderzocht welke mogelijkheden er wel of niet zijn om deze te realiseren door gebouwgebonden maatregelen.

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 43/57

Bijlage 1 Nota Geluidkader Schieoevers Noord

datum referentie

13 januari 2025 182163_AdB_RAP_0007_v2.0

P 44/57

Ruimte en Economie Advies Doorkiesnummers: 14 015

Aan

College van burgemeester en wethouders Afschrift aan

Nota Datum

Onderwerp

17-12-2021

Nota - Geluidskader Schieoevers Noord (concept)

Ons kenmerk Opsteller

Bianca Muijzervan Osch Bijlage

2

Inhoudsopgave 1

2

3

4

Context ............................................................................................................................2

1.1

Aanleiding .................................................................................................... 2

1.2

Waarom een geluidskader? ........................................................................ 2

1.3

Doelstelling .................................................................................................. 3

1.4

Reikwijdte .................................................................................................... 3

1.5

Status .......................................................................................................... 4

Aanvaardbaar akoestisch klimaat ....................................................................................6

2.1

Gebiedsbeschrijving .................................................................................... 6

2.2

Acceptatie van een bepaalde mate van ‘hinder’ ......................................... 6

2.3

Hoe ziet het geluidskader eruit?.................................................................. 7

Hoofdlijnen van het geluidskader .....................................................................................8

3.1

Langtijdgemiddelde geluidbelasting ............................................................ 8

3.2

Cumulatie van bedrijven .............................................................................. 9

3.3

Maatregelen .............................................................................................. 10

3.4

Maximale geluidsniveaus (piekgeluiden) .................................................. 11

3.5

Samenvatting ............................................................................................ 12

3.6

Dove en geluidluwe gevels, mits compensatie ......................................... 12

3.6.1

Compensatie ...................................................................................... 13

3.6.2

Voorwaarden voor dove en geluidluwe gevels .................................. 13

Maatwerk ....................................................................................................................... 16

4.1

Afwijken van de representatieve bedrijfssituatie ....................................... 16

4.2

Lijm & Cultuur ............................................................................................ 19

4.2.1

Geluidsnormen en bezoekersaantallen ............................................. 19

Bijlage 1 Ervaringen andere gemeenten ................................................................................ 22 Bijlage 2 Voorbeelden dove gevels........................................................................................ 24

1

Context

1.1

Aanleiding Gemeente Delft wil van Schieoevers Noord een levendig, gemengd stedelijk gebied maken met ruimte voor wonen en kennisintensieve en innovatieve maakindustrie. Om dit mogelijk te maken zal het noordelijk gebied van bedrijventerrein Schieoevers geleidelijk aan worden getransformeerd met behoud van (geluid)ruimte voor bestaande bedrijven. Het zuidelijke deel van het bedrijventerrein Schieoevers, Schieoevers Zuid, maakt geen onderdeel uit van het plangebied.

Figuur 1.1 Ligging van Schieoevers Noord in Delft Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan nodig voor Schieoevers Noord. Het wordt opgesteld op basis van het Ontwikkelplan, Ruimtelijk Kwaliteitskader, de Milieueffectrapportage (MER) en het Spelregelkader. In het bestemmingsplan staat hoe de grond mag worden gebruikt en wat er mag worden gebouwd: woningen, bedrijven en/of voorzieningen. Het bestemmingsplan geldt voor zowel de locaties waar nieuwbouw komt: Kabeldistrict en Delfts Schiekwartier/Nieuwe Haven als voor de bestaande bedrijven op Schieoevers Noord. Het voorliggende geluidskader beschrijft wat binnen de plangrenzen een aanvaardbaar akoestisch klimaat is voor gevoelige locaties zoals wonen. Dit wordt verder uitgewerkt en geborgd in het bestemmingsplan Schieoevers Noord. 1.2

Waarom een geluidskader? Het transformatiegebied is nu nog een voor geluid gezoneerd industrieterrein. Om woningbouw op Schieoevers Noord mogelijk te maken, moet het terrein deels worden gedezoneerd. De geluidzone wordt, met uitzondering van Dyckerhoff Basal en Schieoevers Zuid, geschrapt. Daardoor vervalt ook de geluidbegrenzing van het terrein. In plaats daarvan wordt voor ieder bedrijf op Schieoevers Noord een geluidnorm in het bestemmingsplan opgenomen. Op deze manier worden de rechten van de bestaande bedrijven gerespecteerd en weten we welke geluidsruimte we voor nieuwe woningen aanvaardbaar vinden. Bij de bestaande bedrijven 2/31

wordt tevens rekening gehouden met toekomstige wensen van deze bedrijven. Dit geluidskader beschrijft de randvoorwaarden waarbinnen de verschillende bestaande en toekomstige functies binnen Schievers Noord zich kunnen ontwikkelen. 1.3

Doelstelling Geluid speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van Schieoevers Noord. In dit geluidskader is daarom vastgelegd hoe we om gaan met het geluid van bedrijven die op het bedrijventerrein zijn gevestigd of bedrijven die zich nog willen gaan vestigen binnen het plangebied. Het geluidskader biedt duidelijkheid over de randvoorwaarden voor onder ander het geluid van bestaande bedrijven en randvoorwaarden waarbinnen de toekomstige functies binnen Schievers Noord zich kunnen ontwikkelen. Het geluidskader heeft een dubbele doelstelling: - Er wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk voorkomen van geluidshinder. Echter, geluid is in een gemengd stedelijk gebied onvermijdelijk. Ondanks de soms hoge geluidsbelasting moet een optimale ruimtelijke ontwikkeling van deze gebieden mogelijk blijven. - De bestaande bedrijven mogen niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Daar hoort ook het beschermen van de ruimte voor concrete uitbreidingsplannen van bedrijven bij. Dit geluidskader biedt het gereedschap voor een evenwichtige afweging van deze beide belangen.

1.4

Reikwijdte Zoals gezegd is in dit geluidskader vastgelegd wat onder een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt verstaan. Het is van toepassing op nieuwe geluidsgevoelige functies binnen het Ontwikkelplan Schieoevers Noord, die in de nabijheid van bestaande bedrijven worden gerealiseerd1. De plannen voor de nieuwe ontwikkelingen binnen Kabeldistrict en Nieuwe Haven worden dus aan dit geluidskader getoetst. Kabeldistrict en Nieuwe Haven zijn de zogenaamde ontvangers van geluid. Om te kunnen beoordelen of de ontvangers van het geluid kunnen voldoen aan het geluidskader is het ook noodzakelijk om te weten wat de geluidsruimte van de bestaande bedrijven is (de zogenaamde geluidsbronnen). Er is bewust gekozen om het geluid van de bestaande bedrijven (de bronnen) niet in dit geluidskader op te nemen. De geluidsruimte voor de bestaande bedrijven op het huidige industrieterrein is vastgesteld in een separaat onderzoek. Het concreet bepalen en vastleggen van de huidige en toekomstige geluidruimte van de bestaande bedrijven, mede op basis van de in dit beoordelingskader opgesomde uitgangspunten, betreft namelijk 1

Schieoevers Noord moet een gemengd gebied worden. Dit betekent dus ook dat nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen in de nabijheid van woningen. Voor de nieuwe bedrijven is het niet nodig een apart beoordelingskader op te stellen en wordt in het bestemmingsplan middels milieuzonering nieuwe stijl aangesloten bij de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Via het milieuspoor is nog maatwerk mogelijk. 3/31

maatwerk. In een separaat onderzoek zijn de huidige bedrijfssituaties (veelal middels berekeningen en/of metingen) akoestisch in beeld gebracht. In combinatie met de in dit beoordelingskader opgesomde uitgangspunten leidt dat tot een nieuwe geluidruimte per bestaand bedrijf die in het nieuwe bestemmingsplan wordt verankerd. In het transformatiegebied bevindt zich ook een evenementenlocatie (Lijm & Cultuur). Deze activiteiten zijn zo specifiek dat hiervoor een ander afwegingskader is toegepast. Dit afwegingskader staat in hoofdstuk 4 beschreven (paragraaf 4.2). Het Delftse geluidbeleid (Hogere waarde geluid beleid, 2013) is van toepassing op het geluid als gevolg van het weg- en railverkeerslawaai in en rondom het plangebied en het wettelijk gezoneerde industrieterrein Basal en Schieoevers Zuid2. 1.5

Status Het in deze nota beschreven geluidskader vormt de basis van de planregels in het bestemmingsplan en zal als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan worden toegevoegd. Dit geluidskader wordt nog vertaald naar concrete beleidsregels. Deze beleidsregels worden gelijktijdig met het ontwerp bestemmingsplan vastgesteld. Voor de uitwerking van het geluidskader in het bestemmingsplan c.q. de beleidsregels is van belang om te weten dat de gemeente Delft voor het gehele plangebied gebruik mag maken van nieuwe instrumenten en regels van de Omgevingswet. Hiervoor is Schieoevers Noord in de 16e tranche van de Crisis- en herstelwet aangewezen als ontwikkelingsgebied. Ook is het mogelijk om voor het gebied bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte (Omgevingsplan) op te stellen. Deze instrumenten kunnen gebruikt worden om de transformatie in gang te zetten. Met de keuze voor een gefaseerde besluitvorming hoeft niet gelijk een juridisch-planologisch plan te worden opgesteld dat het gehele gebied dekt. Voor de delen van Schieoevers Noord, waarvoor op afzienbare termijn transformatie naar gemengd stedelijk gebied is te voorzien, kan vooruitlopend op de Omgevingswet, een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (ook wel aangeduid als omgevingsplan) worden opgesteld.

Dit biedt voor de ontwikkelingen in Schieoevers Noord ruimte voor flexibiliteit en nodigt initiatiefnemers uit om passende ontwikkelingen te verwezenlijken. Nieuwe woningen krijgen in het bestemmingsplan niet direct (bij recht) een bouwtitel. In het bestemmingsplan wordt een vergunningplicht voor de bouw van woningen opgenomen. Om in milieuspoor op zelfde wijze de

2

Zoals gezegd wordt het vigerende industrieterrein Schieoevers gedeeltelijk gedezoneerd. Dit betekent dat de geluidszone, die conform de Wet geluidhinder van toepassing is, voor een groot wordt geschrapt. Het terrein van Basal Dyckerhoff en Schieoevers Zuid houden nog wel een wettelijke geluidszone, omdat daar nog grote lawaaimakers zijn toegestaan. 4/31

geluidsruimte van bedrijven te bekrachtigen worden na vaststelling van het bestemmingsplan maatwerkvoorschriften verleend. De Omgevingsdienst Haaglanden is ook bij de ontwikkeling van dit geluidskader betrokken. Dit is een doorlopend proces. In deze gesprekken wordt niet alleen gesproken over de uitvoerbaarheid voor het bestemmingsplan en het milieuspoor. Toezicht en handhaving zijn ook onderdeel van het gesprek.

5/31

2

Aanvaardbaar akoestisch klimaat In dit hoofdstuk is beschreven waarmee rekening is gehouden om tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te komen als gevolg van de bestaande bedrijven. In hoofdstuk 3 is het beoordelingskader nader uitgewerkt. Voor de beoordeling van het onderdeel geluid gelden de volgende uitgangspunten: 1. de maximale hogere grenswaarden uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen; 2. bestaande bedrijven worden niet in hun huidige bedrijfsvoering belemmerd; 3. op en rond het plangebied blijft sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Als eerste wordt beschreven hoe het plangebied eruit ziet. Dit is relevant voor de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat.

2.1

Gebiedsbeschrijving Delft heeft als stad de uitzonderlijke kans om het centraal gelegen bedrijventerrein Schieoevers Noord te transformeren tot een levendig en gemengd stedelijk gebied. Dit gebied vormt de schakel tussen de historische binnenstad, de TU Delft campus, de zuidwestelijke Delftse woonwijken en buitengebied Midden-Delfland. Het valt binnen de invloedsfeer van twee treinstations en is direct gelegen aan provinciale en rijksontsluitingswegen. Bovendien stroomt de Schie door het gebied. Deze cultuurhistorische structuur verbindt Delft ook via het water met Den Haag, Rotterdam en Schiedam. De strategische positie van Schieoevers Noord binnen Delft biedt perspectief voor nieuwe vormen van stedelijk gebruik. Het huidige extensief gebruikte industrieterrein vraagt momenteel om een vernieuwingsslag. Uitgangspunt is om het gebied te intensiveren en functies te mengen binnen het gebied. Daarmee zal Schieoevers Noord een stedelijk gebied worden, waarin zowel gewerkt als gewoond wordt. De ambitie is om evenveel woningen als arbeidsplekken te realiseren binnen het gebied. Zo wordt ingezet op een omgeving die een 16-uurs-dynamiek kent, waar plek is voor levendigheid, verrassing en ontspanning, en waar aandacht is voor sport, cultuur en onderwijs. Kortom, Schieoevers Noord als levendig gemengd stedelijk gebied. Met moderne woonvormen naast moderne werkvormen.

2.2

Acceptatie van een bepaalde mate van ‘hinder’ Schieoevers Noord is een gebied met vele unieke kwaliteiten. Het gebied zal gedurende de geleidelijke transformatie, maar ook daarna altijd iets van haar industriële karakter behouden. Dit is een belangrijke kwaliteit, maar tegelijkertijd zorgt de aanwezigheid van industrie, het spoor en de Kruithuisweg voor een bepaalde mate van hinder. Met het geluidskader wordt een goede basiskwaliteit gerealiseerd. Maar hierbij hoort ook de acceptatie van enige mate van hinder. Zo accepteren we een bepaalde mate van geluidhinder die nodig is voor een gezonde bedrijfsvoering. Dit wordt vastgelegd in de contracten (koop of huur) die nieuwe bewoners afsluiten. Dit geldt ook voor de gebieden waar door middel van compensatie een hogere geluidbelasting op de gevel is toegestaan. Toekomstige 6/31

bewoners zullen vooraf actief geïnformeerd worden, zodat zij een transparante afweging en een bewuste keuze kunnen maken voor een woonomgeving met een bovengemiddelde milieubelasting. Ook voor ondernemers en ontwikkelaars is het van belang dat zij weten welke afweging is gemaakt en welke maatregelen genomen zijn voor een acceptabel leefklimaat. Het geluidskader maakt dit inzichtelijk. 2.3

Hoe ziet het geluidskader eruit? Geluidhinder heeft een directe relatie met hogere geluidsniveaus. Echter, geluidhinder wordt ook bepaald door de akoestische kwaliteit van de omgeving. Zeker in nieuwe situaties betekent een hoge geluidbelasting niet bij voorbaat dat bewoners en gebruikers er ook veel hinder van ondervinden. Zo wordt geluid in het levendige en gemengde stadscentrum als minder hinderlijk ervaren dan in een rustige woonwijk. Hinderbeleving kan daarnaast ook afhankelijk zijn van de ligging van slaapkamers en een eventuele buitenruimte. Om een aanvaardbaar akoestisch klimaat te bereiken is het daarom zinvol om bij de planvorming diverse overwegingen mee te nemen teneinde de geluidsgevoelige bestemmingen te beschermen. In het volgende hoofdstuk staat beschreven hoe en onder welke voorwaarde bij Schieoevers Noord een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan ontstaan als gevolg van de bestaande bedrijven bij de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. Er is hierbij niet alleen gekeken naar de landelijke wet- en regelgeving maar ook naar de gangbare en door vele jurisprudentie ondersteunde RO-praktijk. Tevens is bestudeerd wat het beoordelingskader is bij andere transformatieprojecten.

7/31

3

Hoofdlijnen van het geluidskader3 In de gangbare en door vele jurisprudentie ondersteunde RO-praktijk wordt ondermeer voor geluid getoetst aan de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken). In de bijlage van de VNG-publicatie is een voorbeeldtoetsingskader opgenomen. Deze wordt door veel gemeenten in Nederland gebruikt om te beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het geluidskader voor bestaande bedrijven binnen het plangebied Schieoevers Noord sluit hierbij aan voor wat betreft het langtijd gemiddelde beoordelingsniveau. Voor het maximale geluidsniveau wordt van het VNG-kader afgeweken, omdat hiervoor in de Omgevingswet een beoordelingskader wordt gegeven dat beter aansluit bij de laatste inzichten over het maximale geluidsniveau.

3.1

Langtijdgemiddelde geluidbelasting De aanvaardbaarheid van de geluidskwaliteit wordt onder andere bepaald door de geluidbelasting op de gevel en de functies die een gebied heeft. In de gangbare en door vele jurisprudentie ondersteunde RO-praktijk wordt hierbij getoetst aan de richtafstanden van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken) én aan concrete geluidwaarden van een bedrijf, zeker als de ontwikkeling plaats vindt binnen de richtafstand van de VNG-publicatie. Voor een gemengd gebied, zoals hier wordt beoogd, is het gangbaar om te toetsen aan de voorgestelde langtijdgemiddelde waarde van 50 dB(A) per bedrijf. Wel moet in voldoende mate rekening worden gehouden met concrete toekomstplannen van het bedrijf. Binnen het bestemmingsplan Schieoevers Noord wordt dit gedaan door het vaststellen van de 50 dB(A) geluidcontouren van de bestaande bedrijven (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau). Onder voorwaarden kan een geluidbelasting van 55 dB(A) bij nieuwe woningen worden toegestaan. De voorzieningen in en om het plangebied (meerwaarde van een gemengd stedelijk gebied) en de centrale ligging in Delft zullen de nadelige effecten van de hogere geluidbelasting voor een groot deel compenseren.

Voorwaarden Als voorwaarde voor een geluidbelasting van 55 dB(A) door bedrijven op de woningen geldt wel dat door de ontwikkelaar onderzocht moet worden in overleg met het bedrijf welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting (per bedrijf) zo veel mogelijk te beperken tot 50 dB(A). Dit in analogie met de huidige wetgeving voor bedrijven op een gezoneerd industrieterrein (dit is namelijk het huidige kader voor de bestaande bedrijven op een voor geluid gezoneerd industrieterrein). Om de geluidgevoelige functies in het gebied te beschermen tegen hoge geluidbelastingen is het belangrijk om ook cumulatie van andere 3

De diverse aspecten die bepalend zijn voor een goed woon- en leefklimaat, zorgen ervoor dat het beoordelingskader erg technisch is. Dit is helaas niet te voorkomen. Van ontwikkelaars wordt daarom ook verwacht dat zij bij de uitwerking van hun plannen een geluidspecialist in de armen nemen. Dit is mede ook het gevolg van uitnodigingsplanologie.

8/31

geluidsbronnen in het gebied te betrekken. Wat voor de gecumuleerde geluidbelasting als aanvaardbaar mag worden geacht, is in de paragraaf over cumulatie van bedrijven nader uitgewerkt. Daarnaast is het belangrijk dat voldoende geborgd is dat de geluidwering van de gevel bij de geluidsgevoelige bestemmingen dusdanig is dat een geluidsniveau in de woning van maximaal 35 dB(A) gegarandeerd is. Het bouwbesluit 2012 gaat uit van een standaardeis van minimaal 20 dB voor de geluidwering van de gevel. Voor de beoordeling van het geluidsniveau in de woning (getoetst per bedrijf) zou een geluidwering de gevel van 20 dB voldoende moeten zijn. Voor Schieoevers Noord is het uitgangspunt dat de geluidwering van de gevel minimaal 254 dB is, zodat ook rekening wordt gehouden met cumulatie van verschillende bronnen. 3.2

Cumulatie van bestaande bedrijven Geluid kan worden veroorzaakt door één specifieke bron van geluid, maar ook door de samenloop van meerdere bronnen. Voor het bouwen van woningen binnen de geluidcontouren van één of meer bedrijven is altijd een omgevingsvergunning bestemmingsplanactiviteit nodig. Een gezamenlijke beoordeling van de geluidbelasting door verschillende bronnen sluit in veel gevallen beter aan bij de beleving van het aanwezige geluid door omwonenden. In de huidige milieuregels voor bedrijven (buiten een gezoneerd industrieterrein) wordt doorgaans geen rekening gehouden met de gecumuleerde geluidbelasting. In Schieoevers Noord wordt het bouwen van woningen binnen de geluidcontouren van 1 of meer bedrijven toegelaten tot een gecumuleerde geluidbelasting van 55 dB(A), waarbij wél rekening gehouden wordt met cumulatie. De cumulatie wordt beschouwd bij het bouwen van woningen op gronden waar twee of meer bedrijven individueel een berekende geluidbelasting veroorzaken van 51 dB(A) en hoger (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau). Net als bij de zonering Wet geluidhinder wordt een straffactor voor muziekgeluid niet meegenomen bij het bepalen van de opgetelde geluidbelasting en de toetsing aan de maximale waarde van 55 dB(A). Die straffactor blijft beperkt tot de toetsing van het geluid van dat ene bedrijf en het onderzoek naar maatregelen voor dat ene bedrijf.

Zoals eerder ook is aangegeven is een (gecumuleerde) geluidbelasting van 50-55 dB(A) passend bij een gemengd gebied. Daarnaast is een gecumuleerde geluidbelasting van 55 dB(A) vergelijkbaar met de systematiek Wet geluidhinder, waarbij voor nieuwe woningen uitgegaan wordt van een maximale hogere waarde van 55 dB(A) vanwege het gezamenlijke geluid van de bedrijven op het industrieterrein. De Wet geluidhinder kent een vergelijkbare methode voor het in kaart brengen van de cumulatieve geluidbelasting. Alleen bronnen met een geluidbelasting hoger dan de voor die bron geldende standaardwaarde (voor industrie is dat 50 dB(A)) worden betrokken bij het bepalen van de 4

Indien uit de regels Bouwbesluit (onder huidig recht) of Besluit bouwwerken leefomgeving (onder toekomstig recht) een hogere karakteristieke geluidwering volgt, dan zijn die regels van toepassing.. 9/31

cumulatie. Overigens laat de Wet geluidhinder het toe om bij cumulatie van twee of meer industrieterreinen geluidbelastingen hoger dan 55 dB(A) toe te laten. Onder de Omgevingswet wordt dit anders. De gecumuleerde geluidbelasting van alle industrieterreinen (voor zover de ontwikkeling binnen het 50 dB(A) aandachtsgebied van het industrieterrein ligt) mag dan niet meer hoger zijn dan 55 dB(A). Het voorstel voor Schieoevers lijkt hier op: de maximale waarde van 55 dB(A) gaat gelden voor het gezamenlijke geluid van alle bedrijven met een geluidbelasting hoger dan 50 dB(A) waarvan de geluidscontour over de ontwikkellocatie ligt. Voorwaarden Als voorwaarde voor een gecumuleerde geluidbelasting van 55 dB(A) voor bedrijven geldt wel dat onderzocht moet worden welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting per bedrijf zo veel mogelijk te beperken tot 50 dB(A). Dit is in de volgende paragraaf verder uitgewerkt. 3.3

Maatregelen Gezien de opzet van het plangebied is het goed mogelijk dat de geluidsgevoelige bestemmingen door meerdere bedrijven tegelijkertijd worden belast. Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven is het nodig om de geluidsgevoelige bestemmingen te beschermen tegen cumulatie van geluid. Initiatiefnemer is dan ook verplicht te onderzoeken welke maatregelen mogelijk zijn om de gecumuleerde geluidbelasting van bedrijven per bedrijf te beperken tot 50 dB(A). In de omgevingsvergunning, waarmee de bouw van de geluidsgevoelige bestemming mogelijk wordt gemaakt, wordt vastgelegd welke maatregelen getroffen moeten worden. Indien nodig wordt daar te zijner tijd een aparte beleidsregel voor opgesteld. Eventuele maatregelen komen ten laste van de initiatiefnemer, tenzij het maatregelen zijn om te kunnen voldoen aan het principe van de Beste Beschikbare Technieken. Wanneer het niet lukt om de gecumuleerde geluidbelasting te beperken tot 55 dB(A) dan kan dit aanvaardbaar zijn wanneer er rekening wordt gehouden met jaargemiddelde normen voor de bedrijven. In de huidige wetgeving wordt bij bedrijven geen rekening gehouden met jaargemiddelde normen. Er wordt dus geen rekening mee gehouden dat het geluid van bedrijven over het algemeen niet heel constant is zoals bijvoorbeeld bij wegverkeerslawaai wel het geval is.

Bij de nieuwe Omgevingswet gaat dit wijzigen en worden ook jaargemiddelde normen ingevoerd bij bedrijven op een industrieterrein met geluidproductieplafonds. Wanneer het niet lukt om de gecumuleerde geluidbelasting van bedrijven te beperken tot 55 dB(A) dan kan het plan alsnog doorgang vinden indien de (opgetelde) jaargemiddelde geluidbelasting niet hoger is dan 55 dB Lden respectievelijk 45 dB Lnight. Zo is nog steeds sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen het plangebied Schieoevers Noord. Aanvullend wordt ook een bescherming tegen slaapverstoring in de nachtperiode opgenomen (overeenkomstig de nieuwe regels voor industrielawaai in de Omgevingswet). De normen voor de nachtperiode zijn 10 dB lager dan de Lden normen. Dit past ook binnen de 16 uurs dynamiek die is beoogd in het plangebied. 10/31

In uitzonderlijke situaties kan het zo zijn dat met bronmaatregelen niet de gewenste geluidbelasting kan worden bereikt maar dat een ontwikkeling wel wenselijk is vanwege een zuinig en doelmatig ruimtegebruik. Na een bestuurlijke afweging kan dan worden besloten de ontwikkeling toch doorgang te geven, mits er compenserende maatregelen worden getroffen (zoals ook bij Stap 3 besluit van de interimwet Stad- en milieubenadering bij Schoemaker Plantage is gedaan). De compenserende maatregelen moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Dit komt overeen met de huidige systematiek van de interimwet Stad en milieubenadering. Ook dit kan alleen met een omgevingsvergunning. 3.4

Maximale geluidsniveaus (piekgeluiden) Piekgeluiden kunnen leiden tot slaapverstoring en schrikreacties. De VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering kent daarom richtwaarden voor het maximale geluidsniveau (70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. Deze richtwaarden komen overeen met de voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze richtwaarden/normen zijn wat verouderd en niet gebaseerd op dosis-effectonderzoek. In de Omgevingswet (Besluit kwaliteit leefomgeving) wordt hierop geanticipeerd en wordt naar aanleiding van meer recent onderzoek de normstelling voor piekgeluiden aangepast. Overeenkomstig de nieuwe Omgevingswet is het daarom niet nodig om in de dagperiode een geluidnorm voor piekgeluiden op te nemen. De piekgeluiden in de dagperiode zijn beheersbaar door de geluidnormen voor de langtijdgemiddelde geluidniveaus en (indien van toepassing) door de bijbehorende toeslag van impulsachtige geluiden. Daarnaast spelen schrikreacties minder in de dagperiode. In de avond- en nachtperiode wordt onderscheid gemaakt in piekgeluiden door aandrijfgeluid van transportmiddelen en andere typen piekgeluiden. Dit omdat de meeste mensen gewend zijn aan geluiden van voorbij rijdende voertuigen en dus niet snel in hun slaap verstoord worden.

Voor het piekgeluid veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen bedraagt het toegestane geluidniveau 70 dB(A) in de avond- en nachtperiode. Voor andere piekgeluiden bedraagt het toegestane geluidniveau 65 dB(A) in de avonden nachtperiode. In de onderzoeken voor het vaststellen van de geluidruimte per bestaand bedrijf is ook onderzocht wat de piekgeluiden als gevolg van deze bedrijven zijn. Voor de locaties waar niet aan het toegestane geluidniveau voor piekgeluiden kan worden voldaan is in het bestemmingsplan maatwerk opgenomen.

11/31

3.5

Samenvatting Voor de beoordeling van geluid afkomstig van bestaande bedrijven in Schieoevers Noord geldt het volgende beoordelingskader: SW1

MW2

Voorwaarden

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau

50 dB(A)

55 dB(A)

Maatregelen onderzoeken

Gecumuleerd geluidsniveau

50 dB(A)

55 dB(A)

Maatregelen onderzoeken

Maatregelen bij cumulatie

50 dB(A)

55 dB(A)

Lcum: 55 dB Lden en 45 dB Lnight

alleen afwijken mogelijk via maatwerkvoorschriften in milieuspoor

Maximale geluidniveaus buiten dagperiode

1 2

-

Aandrijfgeluid transportmiddelen

70 dB(A)

-

-

Andere piekgeluiden

65 dB(A)

-

SW= standaardwaarde MW= maximale waarde

Afwijken van de standaardwaarde betekent dat de maximale waarde met een maatwerkvoorschrift vastgelegd moet worden. Het geluidgezoneerd industrielawaai (Basal en WKC) wordt overeenkomstig bovenstaand kader getoetst en aanvullend getoetst aan de Wet geluidhinder, het gemeentelijke geluidbeleid (Hogere waarde geluid beleid, 2013) (met name ten aanzien van de vereiste geluidluwe gevel, zie hiervoor ook paragraaf 3.6). 3.6

Dove en geluidluwe gevels, mits compensatie Als het niet lukt om de geluidsniveaus aan zijde van de bedrijven terug te brengen tot de waarden die in het voorliggende geluidskader worden genoemd (paragraaf 3.1 tot en met 3.4) kunnen dove gevels bij de woningen toegepast worden. Bij nieuwbouw wordt vaker van deze mogelijkheid gebruikt gemaakt, omdat het wel eens voorkomt dat bijvoorbeeld niet aan de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder kan worden voldaan. De grenswaarden uit de Wet geluidhinder zijn bij dove gevels niet van toepassing. Het Delfts geluidbeleid (Hogere waarde geluid beleid, 2013) beschrijft niet onder welke voorwaarden een dove gevel is toegestaan. Er is geconstateerd dat er behoefte is dit nader uit te werken. In deze paragraaf zijn die voorwaarden daarom verder uitgewerkt. Voor de duidelijkheid wordt vermeld dat er binnen Schieoevers Noord twee soorten dove gevels zijn: 1. dove gevels in de zin van de Wet geluidhinder; 2. dove gevels wanneer niet kan worden voldaan aan het geluidskader voor bestaande bedrijven (paragraaf 3.1 tot en met 3.4) en waarbij geanticipeerd wordt op de Omgevingswet (zie lid 5 en 6 in paragraaf 3.6.2). In een dove gevel in de zin van de Wet geluidhinder mogen geen te openen delen zitten. Met uitzodering te openen delen (zoals een nooduitgang) zijn wel toegestaan in een dove gevel in de zin van de Wet geluidhinder.

Als voorwaarde geldt dat de met uitzondering te openen delen niet grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. 12/31

3.6.1 Compensatie Dove gevels zijn niet wenselijk. Dove gevels vormen dus een terugvalscenario. Een ontwikkelaar kan een dove gevel alleen toepassen als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. Om een positieve impuls te geven aan de totale leefomgevingskwaliteit is als gevolg van een dove gevel een compenserende maatregel nodig. Hier is in de voorwaarden een nadere invulling aan gegeven. Een compenserende maatregel is de aanwezigheid van een geluidluwe zijde. Studies tonen aan dat personen die een woning met een stille zijde hebben, minder hinder rapporteren dan personen die geen woning met een stille zijde hebben. Bij enkelzijdig georiënteerde woningen is het niet mogelijk om een geluidluwe gevel te creëren. Voor Schieoevers Noord is daarom een uitzondering opgenomen, zodat er aan de geluidbelaste zijde toch ook een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat ontstaat door het maken van een geluidluw geveldeel (zoals een loggia). Ter compensatie wordt als voorwaarde gesteld dat de woning een buitenruimte heeft die groter is dan wat volgens het Bouwbesluit is voorgeschreven. In bijlage 2 zijn voorbeelden weergegeven van dove gevels bij projecten die al zijn gerealiseerd en waar ook ervaring is opgedaan met dove gevels. Het is niet ongebruikelijk om dove gevels toe te passen in hoog belaste gebieden.

3.6.2 Voorwaarden voor dove en geluidluwe gevels Dove gevel 1. In alle gevallen willen we het gebruik van dove gevels zoveel mogelijk beperken. Dit betekent dat er alleen een dove gevel kan worden toegepast als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. Er zijn in dat geval maximaal 2 dove gevels per woning toegestaan. 2. Het binnenniveau in geluidsgevoelige ruimtes is maximaal 33 dB voor weg- en railverkeerslawaai en maximaal 35 dB(A) voor geluid van bedrijven/industrielawaai (huidig recht). 3. Onder omgevingswet: vereist binnenniveau van 33 dB Lden, waarbij met de bepaling van in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering van de gevels rekening wordt gehouden met een toename in geluid van minimaal 3 dB (toekomstig recht). 4. Wanneer een woning wordt uitgevoerd met een dove gevel moet deze beschikken over een geluidluwe zijde en als dat niet mogelijk is een geluidluw geveldeel als bedoeld in lid 8. 5. Het onderbreken van een dove gevel is toegestaan door geveldelen als verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Op de aldus afgeschermde gevel wordt de geluidbelasting teruggebracht tot de standaardwaarde, zodat in de gevel te openen ramen en deuren kunnen worden geplaatst. De verglaasde balkons, serres en loggia’s moeten buiten de thermische schil van de woning liggen. 13/31

6. Het is toegestaan de dove gevel te onderbreken door een gemeenschappelijke doorgang, mits deze zich buiten de thermische schil bevindt. De gemeenschappelijke doorgang geeft toegang tot de woningtoegangsdeur. Ter plaatse van de woningtoegangsdeur wordt voldaan aan de vastgestelde hogere waarde volgens de Wet geluidhinder of een stap 3 besluit. Geluidluwe zijde 7. Indien de gecumuleerde geluidsbelasting op de hoogst belaste zijde 65 dB of minder is, bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting op de geluidluwe zijde of geveldeel maximaal 55 dB (exclusief aftrek art 110 Wgh), waarbij de (ongewogen) geluidbelasting: a. door wegen met geluidproductieplafonds niet hoger is dan 50 dB; b. door geluidgezoneerd industrielawaai niet hoger is dan 50 dB(A); c. door railverkeer niet hoger is dan 55 dB; d. per bedrijf buiten een industrieterrein niet hoger is dan 50 dB(A). In het geval dat de gecumuleerde geluidbelasting op de hoogst belaste zijde hoger dan 65 dB mag zijn, bedraagt de geluidbelasting op de geluidluwe zijde cumulatief niet meer dan 60 dB (exclusief aftrek artikel 110g Wgh). 8. Als de woning géén geluidluwe zijde heeft, dan kan, ook aan de hoog geluidbelaste zijde, een geluidluw geveldeel gerealiseerd worden met verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15110190/2