Handreiking rivaliserend groepsgedrag in een hybride werkelijkheid
Tekst van het document
Een van de rappers stelde: “Die drillrap is leuk tot je met bloed naar je ma roept”. De andere rapper postte “ga ik dood door die shit was het me eigen keuze”. Deze online uitspraken lijken – naast de normalisering van geweld – zicht te geven op een mate van zelfreflectie die drillers over het algemeen wordt ontzegd.
Afbeelding 4
Afbeelding 5
In de tweede plaats lijken lokale drillers binnen hun online performance te zinspelen op hun betrokkenheid bij de illegale economie. Binnen ons onderzoek kwamen we verschillende manieren tegen waarop de rappers proberen de indruk te wekken dat zij actief en thuis zijn op de zwarte markt of binnen het criminele circuit. Zo kwamen we op de social media-accounts van de rappers regelmatig posts tegen waarin zij zeggen producten als vapes, snus en lachgas aan te bieden. In sommige gevallen worden deze waren in grote hoeveelheden geoffreerd: “Gass: 2 kg 35€, 4 kg 65€, 6 kg 100€, 8 kg 120€, 10 kg 140€ (Zonder borg)”. Daarnaast zagen we op hun pagina’s regelmatig verwijzingen naar de handel in hasj (“ONZEN TE KOOP”) en wiet (“Link up link up overal active “). Met teksten als “Baro, sje en asn in me chat ❗ ❗ ” zinspeelden de rappers daarnaast op hun betrokkenheid bij pinpasfraude, al zagen we dit bij drillers uit Delft, Den Haag en Zoetermeer minder terug dan bij hun evenknieën uit Rotterdam (Roks & Van den Broek, 2020: 64-65). Opvallend is ook dat de rappers de indruk wekken te handelen in wapens. Zo werd er gezinspeeld op de beschikbaarheid van steek- en slagwapens (“ ”), maar vooral op de handel in vuurwapens.
Op zowel de Instagram- als de Snapchatpagina’s van de drillers zijn teksten als “chawas in bedrijf [.25 vuurwapens op voorraad] connect me maar”, “baretta deze kant cc me voor prijs ❗ ❗ ”, “ook andere pipes [vuurwapens] aanwezig val me niet lastig als je geen hap [geld] hebt ” en “ak [AK47/Kalasjnikov] hiero slide in chat maar kom me hoofd nie lulle met wats prijs je weet wat die prijs is” te vinden. Haaglandse drillers betogen hun betrokkenheid bij de illegale economie niet alleen door de indruk te wekken dat zij illegale waren verkopen. Zo deelden zij ook met enige regelmaat nieuwsberichten over criminaliteit, zoals over het oppakken van zogenaamde uithalers of over een verdachte die met 20 kilo drugs werd opgepakt op Amsterdam Centraal. Tot slot betogen de rappers hun betrokkenheid bij de illegale economie door de indruk te
35
H4 | DE ROL VAN SOCIAL MEDIA | SOCIAL MEDIA ALS STRAATCULTURELE ARENA
wekken dat zij omgaan met mensen die betrokken zijn bij criminaliteit. Zo posten zij lijstjes waarin staat wie van hun vrienden momenteel vastzitten en plaatsen ze geluidsopnames van telefoongesprekken met vrienden die ‘binnen’ zitten. Zoals gebruikelijk binnen de context van drill, blijkt ook de lokale context voor rappers uit Delft, Den Haag en Zoetermeer een belangrijk onderdeel uit te maken van hun performance van straatidentiteit. In de manier waarop zij zich op social media profileren vallen veelvuldig verwijzingen naar hun eigen buurt te vinden, op allerlei verschillende manieren. In de eerste plaats valt in de context van regio Haaglanden op dat rappers veel bezig zijn met de kleuren die zij verbinden aan hun buurt en aan hun groep. Deze kenmerkende kleuren zijn terug te zien in de kleding van de jongens, maar ook overduidelijk in digitale attributen als emoji en stickers. Dat social media veel mogelijkheden bieden om hun lokaliteit te benadrukken, zien we ook aan de manier waarop zij hun content voorzien van digitale stickers met de naam van hun buurt of hun postcode. Daarnaast gebruiken zij tekstuele verwijzingen naar hun eigen buurt in hun profielnaam, bio of in de bijschriften van foto’s of video’s die zij plaatsen. Beeldmateriaal dat in eerste instantie geen link met hun buurt hoeft te hebben, kan op de bovengenoemde manier verworden tot een uiting van lokaliteit.
In andere gevallen benadrukt de content zelf al overduidelijk de lokale context van de rappers. Zo posten zij foto’s en video’s van herkenbare (hang)plekken in de buurt, waarbij straatnaamborden of huisnummers duidelijk in beeld worden gebracht. In sommige gevallen dragen zij op het beeldmateriaal dat ze online plaatsen merchandise met de naam van hun buurt erop. Zoals eerder benoemd maken zij daarnaast veelvuldig gebruik van handsigns om aan hun lokale context te refereren, vaak door de eerste letter van hun buurt of een cijfer van het postcodegebied met hun vingers uit te beelden. Uit een post van een van de drillers werd zijn lokale context duidelijk uit het feit dat hij op een tafel de laatste twee cijfers van de postcode van zijn buurt had uitgestald in bankbiljetten van 50 euro, begeleid door het bijschrift “Vergeet de buurt nooit ” (afbeelding 6).
Afbeelding 6
In de performance van de drillers kwam ook overduidelijk een zekere antipathie jegens de overheid en in het bijzonder jegens politie en justitie naar voren. In de eerste plaats werd deze vijandige houding duidelijk aan de hand van teksten als “Fuck de cops” en “300 dagen de eis fuck de officier heb schijt ”, maar ook doordat zij beeldmateriaal plaatsen waarop zij de politieagenten negatief bejegenen terwijl zij aan het werk zijn. Meer impliciet blijkt de vijandige houding van de rappers richting het gezag doordat zij hun gedetineerde vrienden veelvuldig vrij wensen. Dit doen zij door online het woord “FREE” te gebruiken, gevolgd door de naam van degene die vastzit, maar ook nadrukkelijk aan de hand van emoji als “ ”, “ ” en “ ”. Binnen de context van regio Haaglanden zagen we bovendien dat het cijfer 3 – dat fonetisch iets wegheeft van ‘free’ – veelvuldig wordt gebruikt als vervanging van deze term. Hoewel deze uitingen in de eerste plaats gezien dienen te worden als een steunbetuiging aan hun makkers, kunnen deze ook worden geïnterpreteerd als indicatief voor de gespannen relatie met de politie en het afwijzen – of op zijn minst bespotten – van het rechtssysteem. Dit geldt in het bijzonder wanneer de rappers daarbij bovendien zinspelen op of refereren aan de delicten die ten
36
H4 | DE ROL VAN SOCIAL MEDIA | SOCIAL MEDIA EN RIVALISEREND GROEPSGEDRAG
grondslag liggen aan de detentie van degene die zij vrij wensen, of degene die is opgepakt afbeelden in een criminele pose – bijvoorbeeld met een vuurwapen in zijn hand. In lijn hiermee kan ook het feit dat veel jongeren op social media de indruk wekken in detentie de beschikking te hebben over mobiele telefoons worden gezien als minachting van het systeem. Opvallend vaak troffen we op de kanalen van de jongeren beeldmateriaal aan dat gemaakt lijkt binnen de muren van de penitentiaire inrichting waarin zij verblijven. De vijandigheid richting politie en justitie wordt misschien wel het meest duidelijk aan de hand van de uitdrukking “free the otherside ook” – die in ons onderzoek meerdere keren naar voren kwam. Rappers stellen hiermee niet alleen hun vrienden, maar ook hun vijanden vrij te wensen. Het (gezamenlijk) afzetten tegen het systeem lijkt voor jongeren een dusdanig belangrijke plaats in te nemen binnen hun performance van straatidentiteit dat het prevaleert boven de rivaliteit met andere groepen. In lijn met eerder onderzoek van Roks & Van den Broek (2020) blijven twee prominente thema’s die we kennen uit de literatuur naar straatcultuur binnen de online performance van Haaglandse drillers grotendeels buiten beeld. In de eerste plaats geldt dit voor opzichtige consumptie (Veblen, 2017 [1899]; Goverts en Roks, 2020).
Hoewel we af en toe op de social media van drillers dure merkkleding, opschepperij over inkomsten of uitgestald geld (afbeelding 6) zagen, blijkt de nadruk van Haaglandse drillers binnen hun performance in veel mindere mate te liggen op het etaleren van financiële welvaart. Daarnaast is binnen de performance van straatidentiteit normaal gesproken een belangrijke plaats ingeruimd voor het etaleren van een zekere hypermasculiniteit. Jongeren gebruiken hun social mediaprofielen om te zinspelen op dat zij op seksueel vlak bijzonder actief, bedreven en succesvol zijn en vooral heel erg hetero. Binnen de online performance van de Haaglandse drillers blijft dit onderdeel – en eigenlijk vrouwen in bredere zin – grotendeels achterwege. Dit laatste is opvallend, omdat in eerder onderzoek naar de context van Rotterdam en Amsterdam het contact met vrouwen in de kennis- of familiekring van drillers duidelijk een rol speelde in de dynamiek binnen de drillrapscene, bijvoorbeeld als mikpunt van beledigingen en bedreigingen. Tijdens onze onderzoeksperiode zijn we dat op de accounts van Haaglandse drillers - ondanks dat we hier nadrukkelijke aandacht voor hadden - niet tegengekomen.
4.3 | SOCIAL MEDIA EN RIVALISEREND GROEPSGEDRAG Het construeren van een groepsidentiteit Tijdens ons onderzoek werd duidelijk dat platformen als Snapchat, Instagram en YouTube (naast de videoclips) ook een belangrijke rol lijken te spelen met betrekking tot rivaliserend groepsgedrag. Drillers lijken online niet alleen bezig hun eigen performance van straatidentiteit vorm te geven, maar ook nadrukkelijk die van hun groep. Omdat de buurt die de rappers claimen en de groep die zij zeggen te vertegenwoordigen in elkaar overvloeien – zeker omdat de groepsnamen die de jongeren hanteren vaak verwijzingen naar hun buurt in zich dragen – zagen we daar in de vorige paragraaf al het een en ander van terug. Zo refereren de kleuren die de rappers dragen en de kenmerkende handgebaren niet alleen aan hun lokale context, maar ook nadrukkelijk aan de groep waarvan zij zich onderdeel voelen. Naast de kleuren en de hand signs, lijkt ook het veelvuldig gebruik van specifieke letters die verwijzen naar de eigen groep – en het krampachtig vermijden van letters die appelleren aan de rivaliserende groep – bij te dragen aan de identiteit van de groep. De loyaliteit naar hun eigen groep komt verder online tot uitdrukking aan de hand van steunbetuigingen aan andere leden.
In de vorige paragraaf zagen we al dat jongeren groepsgenoten vrij wensen wanneer deze gedetineerd zijn, maar we zagen binnen het onderzoek ook veel voorbeelden van jongeren die overleden groepsgenoten eren. Dit doen zij voornamelijk door foto’s van de overledene of van zijn graf(steen) te plaatsen, begeleid door teksten als “The good die young”, “Long Live [LL]”, “Will never forget you bro” en “soon we will meet again” en emoji als “ ”, “ ” en “ ”. In vrijwel alle gevallen worden deze online odes vergezeld van kleuren, letters en andere symbolen die aan de identiteit van de groep refereren. Het construeren van hun groepsidentiteit zien we tot slot ook terug in de
37
H4 | DE ROL VAN SOCIAL MEDIA | SOCIAL MEDIA EN RIVALISEREND GROEPSGEDRAG
manier waarop de rappers op social media nadrukkelijk als groep in beeld verschijnen, ook hier weer vergezeld door alle hierboven beschreven groepseigen symboliek.
Het deconstrueren van de performances van opps Naast dat drillers online bezig zijn hun eigen performance van straatidentiteit en die van hun groep op een geloofwaardige manier te construeren, lijken sommige uitingen op social media nadrukkelijk tot doel te hebben de imago’s van andere, rivaliserende jongeren te deconstrueren. In de manier waarop drillers uit Delft, Den Haag en Zoetermeer het online domein gebruiken om de performances van hun opps te deconstrueren vallen grofweg vijf verschillende aanpakken te onderscheiden, die elkaar soms overlappen of in elkaar overlopen. Hieronder geven we van elk van deze aanpakken een aantal voorbeelden.
Beledigen of dissen In de eerste plaats blijken rappers social media te gebruiken om rivaliserende jongeren of groepen te beledigen of dissen. Zo zagen we online voorbeelden van jongeren die opps uitschelden voor bijvoorbeeld “KK BITCH ”, “pussy” of “Homo”. Ook het in hun taalgebruik vermijden van de eerste letter van een rivaliserende groep kan als een vorm van minachting aan het adres van die partij worden gezien. Verder zien we online disses terug die betrekking hebben op het voorkomen van drillers: “[naam] ze kleren zijn zo nep als ze raps ”. Ook proberen rivaliserende jongeren elkaar te dissen door te stellen dat de ander “geen punten” zou hebben of niet loyaal zou zijn aan zijn groep: “je rapt de hele dag leuk en aardig veel views dit en dat maar uiteindelijk rijd je niet voor je homies”. Ook in een live-sessie tussen twee drillers werd een vergelijkbare belediging geuit: “Broer je bent echt mijn victim. Je bent echt een victim gewoon. Dat weet je ook gewoon. Je bent gewoon verhuisd omdat je een victim bent. Je bent gewoon echt geen block defender.”. Een andere driller diste een rivaliserende groep door te stellen dat de rappers in kwestie wanneer zij worden ‘ge-Gcheckt’ – een fenomeen waarbij iemand op straat staande wordt gehouden en wordt gevraagd tot welke groep of buurt diegene behoort (Garot, 2010) – hun groep niet durven claimen.
Een vrij heftige belediging was te vinden op Instagram, waar iemand een account had aangemaakt waarop werd gesuggereerd dat de as van een overleden lid van een andere groep zou worden opgerookt. Op de profielfoto was de overleden jongen te zien in zijn doodskist, terwijl de bio van het account de volgende tekst bevatte: “Smoke die [naam] pack want hij komt niet meer back ”.
Bedreigen Naast beledigingen uiten drillers op social media ook regelmatig bedreigingen aan het adres van rivaliserende jongeren en groepen – al is niet altijd duidelijk waar de grens tussen beide soorten provocaties precies ligt. Een online bedreiging kan beschadigend zijn voor het imago van degene aan wie deze gericht is, als hierop door laatstgenoemde niet passend wordt gereageerd. In de eerste plaats kwamen we bedreigingen met geweld tegen die gericht waren tegen specifieke personen. Zo waren op de verschillende platformen video’s te zien waarop drillers door een of meerdere rivaliserende jongeren dreigend werden benaderd, opvallend vaak wanneer zij zich in het openbaar vervoer bevonden. De bedreigingen op social media lijken echter vaker gericht gericht tegen rivaliserende groepen. Zo zijn online regelmatig drillers te zien die zich met een specifiek handgebaar dreigend tot een andere groep richten. Door met hun ene hand een vuurwapen na te bootsen en de vingers van hun andere hand te vormen naar de letter of cijfer die de rivaliserende groep symboliseert, presenteren zij zich als ‘killers’ en bedreigen zij hun opps. Ook zagen we online jongeren die dreigden de bandana’s van een specifieke rivaliserende groep ‘rood’ te gaan maken, waarmee zij zinspelen op het geweld dat zij hen zouden aandoen – en het bloed dat daarbij zou vloeien.
Net als we zagen bij beledigingen, worden bij bedreigingen soms ook de overleden leden van een groep ter berde gebracht om de provocatie kracht bij te
38
H4 | DE ROL VAN SOCIAL MEDIA | SOCIAL MEDIA EN RIVALISEREND GROEPSGEDRAG
zetten: “Als je bradda wil kome voor mij gaat hij net als z’n lilbro naar de sky stuur je een retourtje naar de here Jezus in het paradijs ”.
Uitdagen In het verlengde van beledigingen en bedreigingen zien we online ook regelmatig uitdagingen voorbij komen. Een specifieke vorm hiervan vormt ‘oppblock gaan’, wat zoveel betekent als het betreden van het territorium (de ‘block’) van een rivaliserende groep (de ‘opps’). Social media bieden drillers de mogelijkheid om beeldmateriaal van deze oppblock tours – vaak nadat zij de wijk van de rivaliserende groep alweer hebben verlaten – online met een groot publiek te delen. Het plaatsen van dergelijke beelden wordt door de rivaliserende groep over het algemeen geïnterpreteerd als uitdagend. In ons onderzoek zagen we voorbeelden terug van oppblock doordat jongeren foto’s posten waarop zij te zien zijn in de buurt van hun rivalen. Door deze content te begeleiden met een digitale sticker met de tekst “Live from [naam buurt] [naam stad]”, wekken zij de indruk dat ze zich op dat moment in vijandig gebied begeven – en het materiaal niet pas plaatsen wanneer zij de buurt alweer hebben verlaten. In een ander geval filmt een driller op Snapchat hoe hij in een portiek binnen (volgens hemzelf) vijandig gebied staat. Hij begeleidt de video – die nog geen 3 seconden duurt – met de eerder benoemde sticker en de tekst “where they hiding”, waarmee hij zijn tegenstanders nadrukkelijk uitdaagt.
In een andere video zijn drie drillers te zien die in een auto door de wijk van hun rivalen rijden terwijl zij de voorman van de rivaliserende drillrapgroep hardop belachelijk maken. Terwijl ze langs een aantal jonge mensen rijden, zegt een van de jongemannen lachend “kom we cheffen [steken] deze kinderen”. Een andere vorm van online uitdagen betreft een variant die binnen de literatuur wel “calling bluffs” (Stuart, 2019: 8-9) wordt genoemd. Bij deze strategie worden jongeren die op social media gewelddadige claims hebben gedaan publiekelijk uitgedaagd om de daad bij het woord te voegen. Zo zagen we drillers die elkaar op Instagram en Snapchat uitdaagden om (offline) gevolg te geven aan de uitspraken die zij in hun muziek of op social media hadden gedaan. In ons onderzoek kwamen we echter ook voorbeelden tegen waarin het uitdagen in de fysieke buitenruimte plaatsvond en waaruit de wisselwerking tussen het on- en offline domein duidelijk naar voren komt. In een van deze casussen werd een bekende lokale driller door andere rappers in de bus geconfronteerd met de grote mond die hij online gehad zou hebben. Terwijl de rivaliserende drillers zich dreigend om hem heen ophouden, bijt een van hen hem toe: “Bluf, doe wat, ik sta hier voor je. Doe wat! Ik sta hier voor je kankerneus, bluf”.
Even verderop in de video beschuldigt een van de andere rivaliserende jongeren de rapper van het feit dat hij zich eerder in de wijk van de andere jongens zou hebben begeven. Opvallend genoeg loopt het incident – ondanks alle dreigementen en uitdagingen – ogenschijnlijk zonder fysiek geweld af. In een andere video zien we een driller – gehuld in trainingspak met capuchon en gezichtsbedekking – door een andere rapper op straat worden gefilmd. Laatstgenoemde confronteert de jongen op camera met een stoere uitspraak die hij op social media gedaan zou hebben. Als de filmer de jongen dreigt te slaan, krimpt deze ineen terwijl hij een soort kreunend, hoog geluid produceert. Van het stoere (online) imago van de driller is weinig meer terug te zien.
Catching lacking Bovenstaande confrontaties doen eveneens denken aan iets dat binnen zowel de literatuur als de (internationale) drillscene bekend staat als “catching lacking” (Stuart, 2019: 9-10). Bij deze strategie worden jongeren door rivalen geconfronteerd – en vaak op de gevoelige plaat vastgelegd – als zij een sociale rol innemen of gedrag vertonen dat niet strookt met de performance van straatidentiteit die zij normaal (online) uitdragen. Beelden hiervan worden door rivalen in zo’n geval online gedeeld om het imago van drillers te deconstrueren. In ons onderzoek zagen we hiervan – naast de hierboven besproken video’s – verschillende voorbeelden terug. Zo worden twee drillers
39
H4 | DE ROL VAN SOCIAL MEDIA | SOCIAL MEDIA EN RIVALISEREND GROEPSGEDRAG
zonder dat zij het doorhebben door een private beveiligingscamera gefilmd in een portiek. Als zij beneden aan de trap een geluid horen, schrikken zij en zetten zij het op een rennen richting de bovenste verdieping – een actie die in de ogen van hun tegenstanders niet zal stroken met de gewelddadige claims die zij online doen. De video is op een of andere manier in handen gekomen van rivalisende drillers, die deze online plaatsten voorzien van het bijschrift “Dits wat jullie doen eh chat geven dan hiden tf?”. In een ander voorbeeld zien we een driller die in de publieke buitenruimte door andere jongens tegen de grond wordt gewerkt en flinke trappen en klappen te verduren krijgt. In de video is te zien hoe de jongen niet terugvecht – wat gezien de overmacht aan tegenstanders niet verwonderlijk is – en zo gauw hij kans ziet om op te staan wegsprint. Zijn rivalen weten daarbij zijn pet en telefoon af te pakken en dagen de jongen uit om deze bij hen te komen ophalen. Het geheel wordt door de rivaliserende jongeren gepresenteerd als een bewijs voor dat de jongen zijn gewelddadige claims niet waarmaakt, aangezien hij zich uit de voeten maakt in plaats van te vechten, en daarbij zelfs zijn bezittingen achterlaat.
In meerdere video’s confronteren drillers elkaar in het openbaar vervoer – vergelijkbaar met hoe we hierboven bij het voorbeeld van calling bluffs zagen – waarbij duidelijk wordt dat de rappers die worden benaderd zonder vrienden en bovendien ongewapend zijn. Volgens Roks & Van den Broek (2020: 161) zijn dit de momenten waarop drillers hopen hun rivalen te treffen: “zonder de bescherming van andere drillers, gangleden of (vuur)wapens”. Door deze ontmoetingen te filmen kunnen zij rivaliserende drillers online afschilderen als personen die hun performance van straatidentiteit – en meer in het bijzonder hun gewelddadige claims – niet waarmaken: caught lacking.
Exposen Bovenstaande incidenten van catching lacking hebben op hun beurt weer veel weg van wat door jongeren vaak exposen wordt genoemd: het publiek maken van compromitterende persoonlijke content, bedoeld om iemand te beschadigen. Exposen lijkt op beledigen of dissen, met het verschil dat er bij deze vorm van provoceren enige vorm van bewijs wordt geleverd om de claim kracht bij te zetten – wat de geloofwaardigheid richting het publiek vergroot. In ons onderzoek kwamen we hier verschillende varianten van tegen. In de eerste plaats blijkt in een context waarin veel van de jongeren vrijwel altijd hun gezicht bedekken, het bekend maken van iemands uiterlijke voorkomen een effectieve manier van exposen. In het onderzoek kwamen we hier een concreet voorbeeld van tegen toen een foto van een driller werd gedeeld uit een periode waarin hij zijn gezicht nog niet verhulde. De foto werd begeleid door het bijschrift “[naam] zijn gezicht ”. In live sessies op Instagram hoorden we in het kader van exposen ook regelmatig dat rivaliserende drillers elkaar bij hun echte (geboorte)naam noemden, die vaak bij het bredere publiek nog niet bekend was. Daarnaast zagen we online hoe jongeren werden geëxposed omdat zij op een manier met vrouwen praatten die niet in lijn is met de seksuele masculiniteit waarover we eerder in deze handreiking te spreken kwamen.
Zo werd een screenshot gedeeld van een Snapchatgesprek dat een driller gehad zou hebben met een jongedame, waarin hij haar de volgende tekst stuurde: “Ben shakey als ik met jou snap. Gwn verlegen verlegen”. De jongen wordt hierop door degene die de content plaatst belachelijk gemaakt met een serie emoji “ " en geconfronteerd met een van zijn eigen rapteksten waarin hij stelde zich niet gek te laten maken door vrouwen. Daarnaast zagen we voorbeelden van exposing waarbij drillers online werden geconfronteerd met dat zij een ongeschreven regel van de straat zouden hebben overtreden: het afleggen van een verklaring bij de politie. Meerdere malen kwamen we in ons onderzoek tegen hoe rappers foto’s van delen van processen-verbaal deelden, waaruit zou blijken dat hun rivalen aangifte hadden gedaan of in een verhoor überhaupt iets hadden gezegd. Namen en andere persoonsgegevens van degenen die werden geëxposed werden hierbij open en bloot gedeeld, als bewijs dat de tekst in beeld daadwerkelijk aan diegene toebehoorde. Een andere vorm van exposen die we tegenkwamen draait zelfs om het publiekelijk maken van dergelijke persoonlijke gegevens. Tijdens het onderzoek passeerde een vrij extreem geval hiervan de revue, waarbij van drie drillers de volledige pagina “ID Staat” (afbeelding 7) uit een dossier online werd gedeeld.
Hierdoor werden van deze jongeren onder andere hun volledige voor- en achternaam, woonadres, geboortedatum, BSN-nummer en arrestatiefoto voor eenieder online zichtbaar.
40
H4 | DE ROL VAN SOCIAL MEDIA | SOCIAL MEDIA EN RIVALISEREND GROEPSGEDRAG
Afbeelding 7
De rol van het publiek Uit het bovenstaande wordt duidelijk dat drillers social media gebruiken voor het neerzetten van een zo geloofwaardig mogelijke performance van straatidentiteit voor zichzelf en voor de groep waarvan zij zich onderdeel voelen. Tegelijk proberen rivaliserende drillers deze performances te deconstrueren. De rivaliteiten tussen jongeren en de groepen waartoe zij behoren lijken in grote mate terug te voeren op deze constante strijd om binnen de context van de straat als zo 'echt' mogelijk gezien te worden door anderen, waarbij met name de gereedheid en bereidheid tot het gebruik van geweld een belangrijke rol lijken te spelen. Het online publiek dat dit – vrij letterlijke – strijdtoneel aanschouwt speelt een cruciale rol in de beoordeling van de presentaties van de verschillende rappers. Zij bepalen hoe geloofwaardig de performances – of de deconstructies daarvan – zouden zijn en welke rappers er het beste in slagen om de juiste indrukken te wekken. Dit publiek – bestaande uit een mix van fans, volgers, haters, groupies, internetgangsters en andere geïnteresseerden – is echter binnen dit schouwspel verre van alleen maar toeschouwer of jury. Zij vellen niet alleen een oordeel over wat zij op het strijdtoneel zien gebeuren, maar kunnen online daarnaast op verschillende manieren invloed uitoefenen op de dynamiek die zich op het podium voltrekt.
In de eerste plaats zien we dat sommige volgers de performance van straatidentiteit van hun favoriete rapper proberen te bekrachtigen. Dit doen zij bijvoorbeeld door op YouTube compilatievideo’s te plaatsen van de gewelddadigheden waarvoor de driller in kwestie verantwoordelijk zou zijn. Ook in comments op YouTube en Instagram tonen fans zich druk met het verdedigen van de gewelddadige imago’s van hun favoriete artiesten. Met bekrachtigende termen als 'orgi' (origineel), 'my G' (gangster), 'sav' (als afkorting van ‘savage’) en emoji als ' ', ' ', ' ', ' ', ' ' en ' ' leveren zij een digitale bijdrage aan het in stand houden van de performance van straatidentiteit van drillers die zij een warm hart toedragen. Het meest duidelijk wordt deze dynamiek echter op berichtenapp Telegram, waar mede door de functionaliteiten van het platform – de app is in grote mate anoniem en maakt chatgesprekken tussen grote groepen mogelijk – vrijwel constant discussies gaande zijn over de geloofwaardigheid van (de claims van) drillers. In een van de Telegramgroepen die wij in het kader van dit onderzoek hebben gevolgd stelde een deelnemer nieuwsgierig te zijn naar de antecedenten van een lokale drillrapgroep: “Wil echt weten wat hun ooit hebben gedaan, hoor in raps allemaal dingen”.
Hierop werd door een andere deelnemer gereageerd met “Ja wllh vraag me yusu af welke punten ze hebben op [naam andere drillrapgroep]”. Een andere deelnemer somt vervolgens alle wapenfeiten op waarvoor de groep in kwestie volgens hem verantwoordelijk is, waarbij hij onder andere zinspeelt over wie zij “gewhacked” (gestrekt laten gaan) en “gechefd” (gestoken) zouden hebben en hoe zij “20 man hebben laten rennen”. Een andere gebruiker reageert op deze opsomming met
41
H4 | DE ROL VAN SOCIAL MEDIA | SOCIAL MEDIA EN RIVALISEREND GROEPSGEDRAG
""Wejoh je geeft je leven om [naam drillrapgroep] te backen”, waarop hij antwoordt met “Noh zijn gw feiten
”.
Naast in het verdedigen of versterken van performances, speelt het publiek ook een belangrijke rol in het deconstrueren hiervan. In lijn met bevindingen uit de Amsterdamse drillrapscene (De Jong, 2021: 134-136), zien we in dit onderzoek dat volgers gebruikmaken van dezelfde strategieën als de drillers zelf. Ook in de online gedragingen van het publiek herkenden we beledigingen, uitdagingen, bedreigingen, catching lacking en exposen. Zo zijn in de comment-sectie van YouTube-video’s van lokale drillers vrijwel altijd jongeren te vinden die de claims die de rappers in hun muziek doen in twijfel trekken, door bijvoorbeeld “Deze man capt gwn elke pokoe hode ” te plaatsen. Daarnaast maken zij video’s waarin compromitterend beeldmateriaal van drillers wordt getoond – een tegenhanger van de hiervoor besproken compilatievideo’s die juist dienden ter bekrachtiging. Ook op Telegram draagt het publiek bij aan de deconstructie van performances, bijvoorbeeld wanneer fans de loyaliteit van een specifieke driller aan zijn groep openlijk in twijfel trekken: “hijs gw shi oppthot die van gang naar gang gaat. Uitzendkracht”. Het beste wordt de (directe) invloed van het publiek echter duidelijk aan de hand van live-sessies op Instagram.
Om een beeld te schetsen van de manier waarop reacties van het publiek kunnen inwerken op de dynamiek binnen de drillrapscene van Delft, Den Haag en Zoetermeer, zoomen we kort in op een live-sessie van een lokale driller die we in het kader van het onderzoek hebben bijgewoond. Tijdens de 8 minuten waarin de jongeman live is, fluctueert het aantal kijkers op zijn video tussen de 45 en 82. Met rauwe, onheilspellende Britse drillmuziek op de achtergrond beantwoordt de rapper suggestieve vragen van volgers, waarbij zijn antwoorden er vrijwel constant op gericht zijn om het imago van zijn opps te deconstrueren. De vragen hebben veel weg van ‘voorzetjes’. Met reacties als “Fuck die mannen, bro”, “hij is de hele dag op rappen, niet riden”, “mannen rappen, mannen pakken L’s [verlies], mannen zetten hun L’s niet recht” en “bro met enkie [enkelband] ben ik zelfs more active dan [andere] mannen” probeert hij zijn tegenstanders te beledigen en hun bereidheid tot het gebruik van geweld voor de ogen van de aanwezigen in twijfel te trekken. Terwijl de rapper zijn relaas doet, rollen onder in beeld behalve vragen echter ook constant beledigingen, uitdagingen, bedreigingen en geweldsclaims van toeschouwers voorbij die zowel gericht zijn aan de rapper als aan zijn tegenstanders.
Zo passeren onder andere opmerkingen als “[naam driller] regelt niks in et velddd die man heeft zweet tussen z’n reet alleen maar rappen”, “Ik hoor [naam driller] ging je aanspreken je was shakey”, en “Bro als [naam driller] of [naam driller] in die live komt ben je weer een bitch” de revue. Op deze beweringen wordt door zowel de rapper als door andere jongeren in het publiek gereageerd, waardoor er een soort keten van geweldsclaims ontstaat waarin de verschillende betrokkenen elkaar proberen digitaal te overschreeuwen. Opvallend genoeg bevindt zich onder de kijkers ook een andere lokale drillrapper – gelieerd aan de jongeman die live gaat – die op dat moment in detentie zit. De overige kijkers reageren hierop door te vragen of hij weer vrij is, of hij een telefoon in zijn cel heeft en welk toestel dit is – of door hem uit te schelden of uit te dagen. Saillant is dat de rivaliserende drillers waarover in dergelijke sessies wordt gesproken vaak ook onderdeel uitmaken van het publiek. In een andere live die we tijdens het onderzoek bijwoonden zagen we welke dynamiek dit – onder invloed van het publiek – teweeg kan brengen. Een lokale driller praat op Instagram Live met een artiest uit de regio Rotterdam. Onder de op dat moment ongeveer 150 toeschouwers bevindt zich ook een andere, rivaliserende driller uit regio Haaglanden.
Deze reageert op enig moment op de uitspraken die de driller doet met de opmerking “Moet ik heel je verhoor burnen”, waarmee hij dreigt de aangifte die de driller gedaan zou hebben – wat binnen straatcultuur wordt gezien als een zonde – te openbaren. Het publiek reageert daar vrijwel meteen op door te zeggen “burn bro inplaats van chatten”. Na een aantal minuten loopt de frequentie van oproepen van het publiek waarin de driller wordt gesommeerd de rivaliserende rapper in zijn live uit te nodigen dusdanig hoog op (afbeelding 8 en 9), dat hij hier niet meer omheen kan zonder
Afbeelding 8
Afbeelding 9
42
H4 | DE ROL VAN SOCIAL MEDIA | SOCIAL MEDIA EN RIVALISEREND GROEPSGEDRAG
gezichtsverlies te lijden. Deze druk wordt versterkt omdat niet alleen de (inmiddels ruim 200) mensen die de sessie bijwonen in spanning wachten op de reactie die hij gaat geven, maar opnames van live-sessies vrijwel zonder uitzondering later op YouTube belanden. Eventueel gezichtsverlies zou dus niet beperkt blijven tot de mensen die op dat moment online aanwezig zijn, maar langs deze weg kunnen verworden tot een digitale relikwie die hem nog lang zou kunnen achtervolgen (Roks & Van den Broek, 2020: 132). Onder deze enorme druk – en na een duidelijk hoorbare diepe zucht – besluit de driller zijn rivaal toe te voegen aan het gesprek. Terwijl het aantal kijkers oploopt – naar op het toppunt ruim 360 personen – volgt een verhitte discussie waarin beide drillers elkaar voor van alles uitmaken en elkaars performances proberen te deconstrueren. Wat er op dat moment onder in beeld gebeurt kan het beste worden omschreven als een giftige cocktail van geweld, waarin verschillende rappers, fans van beide kampen en andere aanwezigen elkaar uitdagen, uitschelden, beledigen en bedreigen. Na 8,5 minuten stopt het gesprek tussen de twee rivaliserende drillers, wanneer de rapper die op basis van de reacties van het publiek aan de winnende hand lijkt, besluit de sessie te beëindigen: “Ewa ja broer, bon die live, dit komt gewoon op YouTube”.
Still uit de muziekvideo 'Pyrex'
43
H5 | CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN | CONCLUSIES
5 | CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Als afronding van deze handreiking besluiten we in dit hoofdstuk met de beantwoording van de centrale onderzoeksvraag van deze studie (5.1) en doen we praktische aanbevelingen voor de aanpak van rivaliserend groepsgedrag in een hybride werkelijkheid (5.2).
5.1 | CONCLUSIES Wij spreken nadrukkelijk de hoop uit dat u als lezer niet direct naar deze conclusie bent gebladerd. Deze handreiking staat vol inzichten en praktische handvatten waarmee u de lokale situatie van Delft, Den Haag en Zoetermeer beter kunt doorgronden en is daarmee geen document waarvan enkel de conclusie het verhaal vertelt. Dat gezegd hebbende, geven we in deze conclusie antwoord op de centrale onderzoekvraag van deze studie: “Hoe ziet de lokale drillrapscene van Delft, Den Haag en Zoetermeer eruit en welke rol spelen muziek en social media in de conflicten tussen rivaliserende groepen?”.
De lokale drillrapscene van Delft, Den Haag en Zoetermeer De lokale drillrapscene – die in paragraaf 3.2 en 3.3 uitvoerig wordt besproken – bestaat grofweg uit zeven groepen die zich bezighouden met het vervaardigen van drillrap, waarvan het overgrote merendeel (vijf) Den Haag als standplaats kent. Hiermee is niet gezegd dat alle drillers die tot deze groepen behoren ook uit de Hofstad afkomstig zijn. Er blijkt een grote verwevenheid tussen de verschillende gemeenten te bestaan, waarbij jongeren soms wonen in de ene gemeente, zich onderdeel van een groep voelen in een andere gemeente en betrokken raken bij incidenten in weer een andere gemeente. Los van dat er in de scene veel dwarsverbanden te vinden zijn, valt ook op dat de dynamieken binnen en tussen groepen een groot verloop kennen. Zo zagen we alleen al tijdens de looptijd van dit onderzoek drillers overstappen van de ene naar de andere groep, gelieerde drillrapgroepen in onmin raken met elkaar en nieuwe connecties tussen drillrapgroepen ontstaan. De drillrapscene van Delft, Den Haag en Zoetermeer lijkt dynamisch. Als we de uiterlijke verschijningsvormen van de lokale drillrapscene van regio Haaglanden bekijken, valt op dat jongeren veelvuldig in de weer zijn met symboliek. Aan de hand van taalgebruik, handgebaren, kleuren en andere symbolen proberen zij vorm te geven aan hun lokaliteit en groepsidentiteit.
In bijna 75% van de videoclips worden gekleurde bandana’s getoond. De drillers lijken hierbij beïnvloed door (Amerikaanse) gangculturen die in de loop van de afgelopen decennia vermengd zijn geraakt met lokale straatculturen, zoals we zagen in paragraaf 2.2. Onder invloed van de drillers lijkt deze symboliek vandaag de dag opnieuw vermengd te raken, deze keer met stijlelementen uit de hedendaagse mondiale drillrapcultuur. Het feit dat drillers in Delft, Den Haag en Zoetermeer zich veelvuldig bedienen van deze symboliek, die inmiddels ook nog eens in grote mate een mengelmoes lijkt van verschillende stijlen, maakt het voor buitenstaanders niet altijd even makkelijk om te begrijpen wat zij zien of waar zij op zouden moeten letten. Wij hopen dat deze handreiking daar bij kan helpen. Behalve te kijken naar de scene als geheel, loont het om drillrapgroepen ook afzonderlijk te bekijken. Als we inzoomen op de verschillende groepen – zoals we deden in paragraaf 3.2 en 3.3 – blijken zij wat betreft toon van de muziek, de inhoud van hun teksten en videoclips, en de mate waarin zij ingebed lijken binnen een straatcultuur aanmerkelijk van elkaar te verschillen. Bovendien zijn er grote verschillen in populariteit tussen de verschillende groepen. Waar een aantal drillrapgroepen honderdduizenden views pakken, moeten andere drillers het doen met slechts een fractie van deze aandacht.
De grote verscheidenheid aan muzikale output en
44
H5 | CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN | CONCLUSIES
populariteit is in lijn met bevindingen uit studies naar de Rotterdamse (Roks en Van den Broek, 2020) en Amsterdamse (De Jong, 2021) drillrapscene.
De rol van muziek binnen de conflicten tussen rivaliserende groepen Als we kijken naar de rol die de muziek lijkt te spelen in conflicten tussen rivaliserende groepen is het allereerst belangrijk te benadrukken dat onze huidige onderzoeksopzet het niet toelaat uitspraken te doen over causale verbanden. Doordat wij slechts de muzikale en online uitingen van lokale drillers hebben onderzocht – en nadrukkelijk niet de confrontaties in de publieke buitenruimte – kunnen we geen harde uitspraken doen over eventuele oorzaak-gevolgrelaties. Wel kunnen we iets zeggen over de manier waarop geweld en rivaliteit terugkomen binnen de muziek en welke invloed dat mogelijk heeft op de dynamiek van conflicten tussen drillers. Zoals gebruikelijk binnen drill – zoals we zagen in paragraaf 2.1 – vormen geweld, rivaliteit en lokaliteit de belangrijkste thema’s binnen de muziek van rappers uit Delft, Den Haag en Zoetermeer. Als we inzoomen op de manier waarop geweld terugkomt binnen de beelden en teksten van lokale drill – zoals we doen in paragaaf 3.3 – blijkt in iedere video te worden gerapt over geweld, met gemiddeld iedere 10 seconden een verwijzing naar het gebruik ervan. Daarbij valt op dat elke 9 seconden wordt gerapt over wapens, waarbij met name messen een belangrijke rol lijken te spelen (elke 16 seconden).
Drillers blijken daarbij aanmerkelijk meer te refereren aan het gebruik dan enkel het bezit van wapens. Als we de manier waarop rivaliteit terugkomt in de muziek analyseren, zien we dat gemiddeld iedere 5 seconden een ongerichte en gemiddeld iedere 12 seconden een gerichte belediging of bedreiging aan een rivaal plaatsvindt. De lokale drillrapscene is daarmee – in de woorden van de doelgroep – met recht ‘heet’ te noemen. Dat de verhoudingen tussen drillers verhit zijn lijkt ook af te leiden uit de bevinding dat de frequentie van bedreigingen hoger ligt dan die van beledigingen. Elke 35 seconden maken lokale drillers een bedreigend handgebaar. Al met al kan worden gesteld dat er binnen de drillrapscene in zowel beelden als teksten veel wordt gerefereerd aan geweld. Hoewel drill (letterlijk) gedefinieerd wordt door geweld en rivaliteit – en het voorkomen hiervan dus een inherent onderdeel van de muziekvorm betreft – lijkt de scene in regio Haaglanden verhit. Drillers gebruiken de muziek veelvuldig om elkaar te bedreigen, beledigen en op andere manieren geweld te communiceren. Belangrijk om te benoemen is dat de concrete rivaliteit binnen de scene zich in grote mate lijkt te centreren rond een aantal groepen die al langere tijd met elkaar in onmin leven.
Dit conflict kleurt – vrij letterlijk – de lokale drillscene en drukt ook een stempel op de cijfers die we hierboven presenteerden. Het is daarom belangrijk iedere drillgroep ook vooral afzonderlijk te beschouwen en ons niet blind te staren op de betrokkenheid van een groep bij drillrap. Hoewel een aantal rivaliserende groepen zich nadrukkelijk als drillrapgroep profileert, lijken namelijk niet alle drillrapgroepen betrokken bij rivaliserend groepsgedrag. Overigens geldt dit ook andersom: we kwamen binnen ons onderzoek ook rivaliserende groepen tegen die geen connectie hadden met drillrap – anders dan dat ze zich in conflicten begaven met drillrappers. Drill lijkt voor sommige jongeren vooral een eigentijds vehikel om hun groepsidentiteit langs vorm te geven, zoals eerdere groepen uit de regio daar de mal van een Amerikaanse gang of motorclub voor gebruikten. Uit ons onderzoek bleken sommige jongeren die onderdeel uitmaken van een 'drillrapgroep' zich niet eens bezig te houden met muziek – zoals sommige leden van motorclubs niet eens een rijbewijs hebben. Niettemin kan de betrokkenheid van jongeren bij drill – en meer specifiek de communicatie van geweld binnen de muziek – wel degelijk consequenties hebben voor hun betrokkenheid bij fysiek geweld (Stuart, 2020: 12; Roks en Van den Broek, 2020: 132).
Gewelddadige poses in de muziek kunnen namelijk vragen om navolging, in het bijzonder wanneer drillers elkaar in de fysieke buitenruimte treffen (Stuart, 2020: 7). Bovendien hebben de 44 om als katalysator te fungeren binnen de conflicten bedreigingen en beledigingen in de muziek de potentie tussen rivaliserende groepen, al kunnen we daar op basis van dit concrete onderzoek geen harde uitspraken
45
H5 | CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN | CONCLUSIES
over doen. Wel lijken de resultaten zicht te geven op dat er aanmerkelijk meer over geweld wordt gecommuniceerd, dan dat dit daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
De rol van social media binnen de conflicten tussen rivaliserende groepen Naast de rol van drillmuziek waren we binnen deze studie ook in het bijzonder geïnteresseerd in de invloed van social media op de conflicten tussen rivaliserende jeugdgroepen. Hoewel we ook hier geen uitspraken kunnen doen over causaliteit, viel binnen onze studie een overduidelijke wisselwerking tussen het on- en offline domein te onderscheiden. Zo zagen we jongeren die op Instagram werden aangesproken op dat zij op het politiebureau aangifte zouden hebben gedaan – wat gezien werd als niet strokend met de mores van de straat. Andere jongeren werden juist op straat aangesproken op gewelddadige claims die zij online gedaan zouden hebben. Beelden hiervan werden vervolgens op Snapchat gedeeld. In een ander geval troffen wij op YouTube een video waarin een jongere in de tram werd aangesproken op het feit dat hij een video had gedeeld waarop hij in het territorium van een rivaliserende groep geweest zou zijn voor een zogenaamde ‘oppblock tour’. Uit deze voorbeelden wordt duidelijk dat de on- en offline werkelijkheid in de levens van drillers in grote mate door elkaar heen lopen en in voortdurende wisselwerking met elkaar verkeren. Binnen deze hybride straatcultuur bleek een belangrijke rol weggelegd voor de manier waarop jongeren zich naar elkaar toe presenteerden.
Zoals we zagen in paragraaf 4.3 toonden drillers zich druk met het construeren van een geloofwaardige performance van straatidentiteit van zichzelf en van hun groep, waarbij met name het tentoonspreiden van een zekere gereedheid en bereidheid tot het gebruik van geweld van cruciaal belang leek. Tegelijk zagen we dat zij de performances van opps probeerden te deconstrueren. Zij gebruikten platforms als Snapchat, Instagram en YouTube om rivaliserende drillers te beledigen, bedreigen, uitdagen, in een onachtzame pose te betrappen of te exposen. Het online publiek bleek een cruciale rol te vervullen in de beoordeling van deze performances. Zij bepalen hoe geloofwaardig de performances – of de deconstructies daarvan – zouden zijn en welke rappers er het beste in slagen om de juiste indrukken te wekken. Daarbovenop bleek het publiek een belangrijke rol te spelen in het beïnvloeden van de dynamieken tussen drillers of drillrapgroepen. Volgers, fans en andere geïnteresseerden blijken online druk met het bekrachtigen van de performances van drillers die zij een warm hart toedragen, maar ook nadrukkelijk met het deconstrueren van de performances van rivaliserende drillers. De druk die het online publiek daarbij kan opvoeren op drillers blijkt – zoals duidelijk werd in paragaaf 4.3 – enorm.
Het heeft er alle schijn van dat toeschouwers daarmee, in veel gevallen zelfs anoniem, conflicten verder op het spits kunnen drijven.
Tot slot Muziek en social media lijken van belangrijke invloed op de straatcultuur waarbinnen het rivaliserend groepsgedrag binnen regio Haaglanden zich afspeelt. Waar de impact van muziek meer een incidenteel karakter lijkt te kennen – met het af en toe verschijnen van een nieuwe videoclip, freestyle of disstrack – vormen vooral social media een constante factor in de levens van jonge mensen. Aan de hand van de invloed van het online domein en in mindere mate de muziek kan de context waarin rivaliserende groepen bewegen worden gekwalificeerd als een hybride werkelijkheid. Binnen deze werkelijkheid lijkt een belangrijke rol weggelegd voor performances: het construeren van identiteiten. De rivaliteiten tussen jongeren en de groepen waartoe zij behoren lijken op basis van ons onderzoek in grote mate terug te voeren op deze constante strijd om binnen de hybride context van de straat als zo 'echt' mogelijk gezien te worden door anderen, waarbij met name de gereedheid en bereidheid tot het gebruik van geweld een belangrijke rol lijken te spelen. 44
46
H5 | CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN | AANBEVELINGEN
5.2 | AANBEVELINGEN Aan de hand van bovenstaande conclusies formuleren we een aantal aanbevelingen voor de aanpak van rivaliserend groepsgedrag in een hybride werkelijkheid.
Bekijk rivaliserend groepsgedrag in de juiste context In de media wordt rivaliserend groepsgedrag soms een-op-een gelinkt aan drillrap. Hoewel drill wel degelijk een rol kan spelen binnen de conflicten waarmee gemeente Delft, Den Haag en Zoetermeer zich geconfronteerd zien, lijkt de context waarin gewelddadige uitingen moeten worden begrepen op basis van ons onderzoek omvattender dan dat. Zo lijkt het problematisch groepsgedrag heel duidelijk lokale en historische wortels te hebben en lijkt de onderliggende straatcultuur waarin veel van de rivaliserende jongeren zijn ingebed – waarin social media vandaag de dag een belangrijke plaats innemen – van invloed op de rivaliteit. Bovendien zagen we in ons onderzoek ook rivaliserende groepen die zich helemaal niet bezighouden met drill, los van dat zij in conflict waren met drillers. Het verdient daarom aanbeveling het rivaliserende groepsgedrag in de juiste context en in het juiste perspectief te bezien. Het is daarbij goed aandacht te hebben voor de invloed van drill, maar ons niet blind te staren op deze verschijningsvorm. De focus van de integrale aanpak zou rivaliserend groepsgedrag in een hybride werkelijkheid moeten zijn, waarbij drill in sommige gevallen een rol speelt.
Scheer drillers niet over één kam In navolging van de vorige aanbeveling zouden we gemeenten daarbij op het hart willen drukken de rol van drill per groep te bekijken. Drillrappers vormen het uitgangspunt van dit onderzoek omdat vanuit de opdrachtgever specifieke zorgen bestaan over rivaliserende groepen die zich nadrukkelijk als drillrapgroep profileren. Tijdens onze studie bleken echter grote verschillen te bestaan tussen de onderzochte groepen met betrekking tot de inhoud van hun muziek, hun gebruik van social media en de mate waarin zij leken ingebed binnen een straatcultuur. Zoals in de conclusie te lezen viel: dat een aantal rivaliserende jeugdgroepen zich nadrukkelijk als drillers profileren, betekent niet dat alle drillrapgroepen betrokken zijn bij rivaliserend groepsgedrag. Op basis van deze studie is de betrokkenheid bij drillrap vooral een belangrijke factor om mee te wegen in de duiding en aanpak van een specifieke groep, maar zegt deze niet per se iets over de betrokkenheid bij rivaliteit en geweld. Het verdient aanbeveling iedere drillrapgroep – en de implicaties van hun betrokkenheid bij drillrap – op zichzelf te beoordelen.
Continueer de regionale aanpak van rivaliserend groepsgedrag Onder invloed van de digitalisering van onze samenleving – en in het bijzonder de digitalisering van straatcultuur – is problematisch en rivaliserend groepsgedrag vrijwel zonder uitzondering gemeentegrensoverschrijdend. De enige manier om deze problematiek effectief het hoofd te kunnen bieden is door intergemeentelijk op te trekken. Door gezamenlijk te fungeren als opdrachtgever van dit onderzoek, geven gemeente Delft, Den Haag en Zoetermeer hiervan nadrukkelijk het goede voorbeeld. De noodzaak van dergelijke samenwerkingen werd in dit onderzoek kraakhelder: de connecties tussen jongeren liepen dwars door alle gemeenten heen. Om rivaliserend groepsgedrag in de regio de komende jaren met succes te kunnen (blijven) aanpakken, is het belangrijk nauw te blijven samenwerken en gezamenlijk informatie te verzamelen, te duiden en te verwerken tot een passende aanpak.
44
47
H5 | CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN | AANBEVELINGEN
Beschouw deze handreiking als een werkdocument Hoewel deze handreiking lokale professionals inzichten en handvatten kan bieden waardoor zij de situatie in Delft, Den Haag en Zoetermeer beter begrijpen en hier zodoende beter op kunnen reageren, is dit document om twee redenen slechts een vertrekpunt. In de eerste plaats is het om een up-to-date overzicht te houden van de lokale situatie belangrijk te blijven investeren in de gezamenlijke informatiepositie. Zeker omdat in deze studie bleek dat er een groot verloop is in de dynamieken binnen en tussen groepen, is het belangrijk de leefen belevingswereld van jongeren te blijven volgen en in kaart te blijven brengen. YouTube kan hierbij van grote waarde zijn omdat het platform betrekkelijk publiekelijk toegankelijk is en er behalve muziekvideo’s ook veel content beschikbaar komt die oorspronkelijk op platformen als Snapchat en Instagram is verschenen. Het videoplatform biedt professionals zo een uitgelezen mogelijkheid om een zekere basis aan informatie vrij gemakkelijk op te pikken. In de tweede plaats is deze handreiking slechts een vertrekpunt omdat om de leef- en belevingswereld van rivaliserende jongeren écht te doorgronden – en dit document op een waardevolle manier aan te vullen – professionals nodig zijn met kennis van de lokale context, de historische wortels en kennis van en toegang tot de doelgroep.
Erken de wereld van jongeren als een hybride werkelijkheid In navolging van de vorige aanbeveling is het belangrijk de leef- en belevingswereld van jongeren hierbij ook echt te beschouwen als een hybride werkelijkheid. Dit betekent dat het doorgronden van de lokale situatie alleen kan als binnen de integrale aanpak op een gedegen manier zicht wordt verschaft op zowel de publieke buitenruimte, de online wereld als de muziekscene en deze verschillende domeinen ook nog eens in samenhang worden bekeken. Om de leef- en belevingswereld van rivaliserende jongeren écht te begrijpen en doorgronden, is het belangrijk dat we rekenschap geven van het feit dat zij zich vandaag de dag – zoals duidelijk werd uit dit onderzoek – in een hybride werkelijkheid begeven waarin deze verschillende domeinen constant op elkaar ingrijpen.
Heb aandacht voor langetermijnoplossingen Hoewel het rivaliserend groepsgedrag waarmee gemeente Delft, Den Haag en Zoetermeer vandaag de dag worden geconfronteerd onder invloed van social media en drill andere dynamieken lijkt te kennen dan het problematisch groepsgedrag van de afgelopen decennia, vallen er ook vooral opvallende overeenkomsten te onderscheiden. Er lijkt binnen de regio sprake van intergenerationele overdracht van probleemgedrag. Het lijkt geen toeval dat veel van het rivaliserend groepsgedrag van vandaag de dag zich openbaart in de buurten die een historie kennen van problematische jeugdgroepen. In sommige gevallen verwijzen de drillers zelfs letterlijk naar de oudere jongens uit de buurt die hen de kneepjes van het vak zouden hebben geleerd. Hoewel in de aanpak van rivaliserend groepsgedrag – mede aan de hand van dit document – vast en zeker een aantal quick wins te behalen zijn, verdient het aanbeveling vooral ook te kijken naar meer structurele, langetermijnoplossingen om de voedingsbodem voor deze gedragingen weg te nemen.
Vergeet het publiek niet Uit ons onderzoek kwam duidelijk naar voren dat de invloed van het (online) publiek op rivaliserend groepsgedrag niet te onderschatten is. Deze toeschouwers kunnen online – vaak anoniem – de druk op drillers opvoeren en lijken aan de hand van provocaties de dynamiek van conflicten te beïnvloeden. Als we ons binnen de aanpak alleen op de rivaliserende jongeren richten en geen rekenschap geven van de bij tijd en wijle giftige omgeving waarin deze jongeren zich (online) begeven, lijkt het dweilen met de kraan open.
48
REFERENTIES
REFERENTIES Anderson E. (1999). Code of the Street. Decency, violence, and the moral life of the inner city. New York: Norton. Baumeister, R. F., & Leary, M. R. (1995). The need to belong: desire for interpersonal attachments as a fundamental human motivation. Psychological bulletin, 117(3), 497. Bourgois, P. (2003). In search of respect: Selling crack in El Barrio. Cambridge: Cambridge University Press Conquergood D. (1994). Homeboys and Hoods: Gang Communication and Cultural Space. In: Frey L.R. (red.). Groups Communication in Context: Studies of Natural Groups (pp. 23- 55). Cutler, C. (2003). "Keepin'It Real": White Hip‐Hoppers' Discourses of Language, Race, and Authenticity. Journal of Linguistic Anthropology, 13(2), pp. 211-233. De Jong, J. D. (2007). Kapot moeilijk: een etnografisch onderzoek naar opvallend delinquent groepsgedrag van 'Marokkaanse' jongens. Amsterdam: Aksant. De Jong, J. (2021) Favourite Rappers or Favourite Cappers? Ongepubliceerde masterscriptie. Utrecht: Universiteit Utrecht. De Roest, F.A. (2017). Buurtvaders. Een kritische lezing van represent als performance door vier Nederlandse hiphopartiesten. Utrecht: Universiteit Utrecht (ongepubliceerde masterscriptie). Duijsings, I. en van Niekerk, R. (2018). De cijfers van Nederlandse hiphop zijn extreem, echt extreem, Fatsis, L. (2019).
Policing the Beats: The Criminalisation of UK Drill and Grime Music by the London Metropolitan Police. The Sociological Review, 67, 1300–1316. Fraser, A. (2013). Street habitus: gangs, territorialism and social change in Glasgow. Journal of Youth Studies, 16(8), pp. 970-985. Garot, R. (2007). “Where You From!” Gang Identity as Performance. Journal of Contemporary Ethnography, 36(1), 50-84. Garot, R. (2010). Who you claim: Performing gang identity in school and on the streets. New York: New York University Press. Goffman, E. (1959). The presentation of self in everyday life. Harmondsworth: Penguin Books. Goverts, R. A. & Roks, R.A. (2020). “Proosten met champagne, heel m'n libi is nu duur”: opzichtige consumptie in Nederlandse rap. Tijdschrift over Cultuur en Criminaliteit, 10(1), 18-38. Hagedorn, J. M. (2008). A world of gangs: Armed young men and gangsta culture. Minneapolis: University of Minnesota Press. Harding, D.J. (2010). Living the drama: Community, conflict, and culture among inner-city boys. Chicago: University of Chicago Press. Harding, S. (2014). The Street Casino: Survival in Violent Street Gangs. Bristol: Policy Press. Hallsworth, S. (2013). The gang and beyond: Interpreting violent street worlds. London: Springer. Harkness, G. (2013). Gangs and gangsta rap in Chicago: A microscenes perspective. Poetics, 41(2), 151-176. Ilan, J. (2012).
‘The industry’s the new road’: Crime, commodification and street cultural tropes in UK urban music. Crime, Media, Culture, 8(1), 39-55.
49
REFERENTIES
REFERENTIES
Ilan, J. (2013). Street social capital in the liquid city. Ethnography, 14(1), 3-24.
Ilan, J. (2020). Digital street culture decoded: why criminalizing drill music is street illiterate and counterproductive. British Journal of Criminology, 60(4), 994-1013. Kaluža, J. (2018). Reality of Trap: Trap Music and its Emancipatory Potential. IAFOR Journal of Media, Communication & Film, 5(1), 23-42. Katz, J. (1988). Seductions of crime: Moral and sensual attractions in doing evil. New York: Basic Books. King, J., Walpole, C. E. en K. Lamon (2007). Surf and Turf Wars Online. Journal of Adolescent Health 41(6): S66–S68. Kintrea, K,, Bannister J., Pickering J., Reid, M. & Suzuki, N. (2008). Young people and territoriality in British cities. York: Joseph Rowntree Foundation. Kop, N., Euwema M. en H. Ferwerda (2007). Conflict op straat: strijden of mijden? Marokkaanse en Antilliaanse jongeren in interactie met de politie. Amsterdam: Reed Business. Lauger, T. R., & Densley, J. A. (2018). Broadcasting badness: Violence, identity, and performance in the online gang rap scene. Justice Quarterly, 35(5), 816-841. Ley, D. en R. Cybriwsky (1974). Urban graffiti as territorial markers. Annals of the association of American geographers 64(4), 491-505. Miller, W. B. (1959). Implications of urban lower-class culture for social work. Social Service Review, 33(3), 219–236. Morselli, C. en D. Decary-Hetu (2013). Crime facilitation purposes of social networking sites.
Small Wars and Insurgencies, 24(1), 152– 170. Moule, R.K., Pyrooz, D.C., en S.H. Decker (2014). Internet adoption and online behaviour among American street gangs: Integrating gangs and organizational theory. British Journal of Criminology, 54(6), 1186-1206 Patton, D.U., Pyrooz, D., Decker, S., Frey, W.R., en P. Leonard (2019). When Twitter Fingers Turn to Trigger Fingers: a Qualitative Study of Social Media-Related Gang Violence. International Journal of Bullying Prevention. Papachristos, A.V., Hureau, D.M. en A.A. Braga (2013). The Corner and the Crew: The Influence of Geography and Social Networks on Gang Violence. American Sociological Review, 78(3), 417-447. Pinkney, C. & Robinson-Edwards, S. (2018). Gangs, music and the mediatisation of crime: Expressions, violations and validations. Safer Communities, 17, 103–11. Pyrooz, D. C., Decker, S. H., & Moule Jr., R. K. (2015). Criminal and routine activities in online settings: Gangs, offenders, and the Internet. Justice Quarterly, 32(3), 471-499. Robinson, C. (2000), Creating space, creating self: street-frequenting youth in the city and suburbs. Journal of Youth Studies, 3(4): 429443. Roks, R.A. (2013). De straat praat? De performance van 'street credibility'. Tijdschrift over Cultuur en Criminaliteit, 3(3), 14-31. Roks, R.A. (2016). In de h200d. Een eigentijdse etnografie over de inbedding van criminaliteit en identiteit.
Rotterdam: Erasmus University Rotterdam. Roks, R.A. (2017). In the ‘h200d’: Crips and the intersection between space and identity in the Netherlands. Crime, Media, Culture.
50
REFERENTIES
Roks, R.A. (2020). Keeping it (hyper)real: a musical history of rap’s quest beyond authenticity. In: Bovenkerk, F. en D. Siegel (red.) Music and Crime. Cham, Switzerland: Springer. Sandberg, S., en W. Pedersen (2011). Street capital: Black cannabis dealers in a white welfare state. Bristol: Policy Press. Sansone, L. (1992). Schitteren in de schaduw. Overlevingsstrategieën, subcultuur en etniciteit van Creoolse jongeren uit de lagere klasse in 19811990. Amsterdam: Het Spinhuis. Storrod, M.L., en J.A. Densley (2017). ‘Going viral’ and ‘going country’: the expressive and instrumental activities of street gangs on social media. Journal of youth studies, 20(6), 677-696. Stuart. F. (2019). Code of the tweet: Urban gang violence in the social media age. Social problems, 67(2), 191-207. Stuart (2020). Ballad of the Bullet. Gangs, Drill Music, and The Power of Online Infamy. Princeton, New Jersey: Princeton University Press. Urbanik, M.M., en K.D. Haggerty (2018). ‘#It’s Dangerous’: The Online World of Drug Dealers, Rappers and the Street Code. The British Journal of Criminology, 58(6), 1343-1360. Urbanik, M.M., en R.A. Roks (2020). GangstaLife: Fusing Urban Ethnography with Netnography in Gang Studies. Qualitative Sociology. Van den Broek, J.B.A. (2022). Weg van de Straat (Proefschrift in voorbereiding). Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam. Van Hellemont, E. (2012).